CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 13 juni 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hoeksestraat ong.13.233 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). 25 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

Twee omgevingstypen: rustige woonwijk en gemengd gebied De richtafstanden in bijlage 1 van de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-brochure gelden ten opzichte van een rustige woonwijk.

De afstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Tabel 1: Milieucategorieën en richtafstanden tot woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Omgeving van het plangebied rustige woonwijk of gemengd gebied? Het plangebied kan getypeerd worden als gelegen binnen een gemengd gebied. Het plangebied is gelegen binnen lintbebouwing in het buitengebied met een menging van woon- en bedrijfsbestemmingen. De volgende figuur toont de ligging van de omliggende bedrijven.

26 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

Boerenkamplaan 56

Boerenkamplaan 58

Boerenkamplaan 60

Hoeksestraat 7 Boerenkamplaan 62

Figuur 16: Ligging bedrijven (plangebied rood omkaderd)

De volgende tabel toont de richtafstanden die horen bij de verschillende functies. Tabel 2: Richtafstanden op basis van ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (VNG) Categorie bedrijvigheid Indices en richtafstanden (meters) Boerenkamplaan 54-56 (bakkerij) Geur Stof Geluid Gevaar Brood- en banketbakkerij (categorie 10 0 10 0 2) Boerenkamplaan 58 (autoherstelinrichting Handel in auto's en motorfietsen, 0 0 10 0 reparatie- en servicebedrijven Boerenkamplaan 60 - Hoeksestraat 7 (bouw-/aannemingsbedrijf aannemersbedrijven met 0 0 10 0 werkplaats: b.o.< 1000 m² Boerenkamplaan 62 Mengvoederfabriek (5) + Agrarisch winkel/ dierenwinkel (2) Veevoerfabriek categorie 4.1 100 30 100 10

Werkelijke afstand (m)

29 meter

77 meter

82 meter

95 meter

Voor alle omliggende bedrijven wordt voldaan aan de richtafstanden tot het plangebied, dit met uitzondering van het bedrijf aan de Boerenkamplaan 62. Bovenstaande afstanden zijn de afstanden tussen de bestemmingsvlakken. De woning aan de Hoeksestraat wordt op een afstand van 105 meter gesitueerd ten opzichte van de bedrijfslocatie Boerenkamplaan 62. Het initiatief vormt geen belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende functies en ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

5.5

Luchtkwaliteit

Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit; daarom staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in amvb's en ministeriële regelingen. 27 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

De kern van de ‘Wet luchtkwaliteit’ bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Niet in betekenende mate bijdragen In de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde. Toetsing initiatief Om te beoordelen of het beoogde initiatief NIBM bijdraagt, is de NIBM-tool (versie 2022) ingevuld. Hierin is de bijdrage berekend bij een aantal dagelijkse voertuigbewegingen van maximaal 10. Onderstaande figuur toont het resultaat.

Figuur 17: NIBM-tool

Achtergrondconcentratie De huidige achtergrondconcentratie fijn stof (PM10) bedraagt ter plaatse van het plangebied 16,81 µg/m³; de huidige achtergrondconcentratie zeer fijn stof fijn stof (PM2,5) bedraagt 9,35 µg/m³ en de achtergrondconcentratie NO2 bedraagt 11,81 g/m³ 4. Er wordt voldaan aan de wettelijke norm. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; het plan is te kleinschalig om in betekenende mate bij te dragen aan een verandering/ verslechtering van de luchtkwaliteit. Op basis van de hier benoemde achtergrondconcentraties kan gesteld worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

5.6

(Agrarische) bedrijvigheid en geur

De Wet geurhinder en veehouderij (wgv) schept het kader voor de onderbouwing van nieuwe plannen voor het aspect geur. De Wgv heeft ook consequenties voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke projecten. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen geurhinder, omgekeerd moet het bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat nieuwe projecten gerealiseerd worden op plaatsen waar de geurhinder onaanvaardbaar hoog is of door nieuwe ontwikkelingen te hoog zal worden.

4 https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten

28 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

De grondslag hiervan ligt in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij besluitvorming omtrent een bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Er moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Ook voor geurhinder betekent dit dat de volgende aspecten nader onderzocht moeten worden: • Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belang veehouderij) (voorgrondbelasting); • Is er ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object) (achtergrondbelasting). Onder voorgrondbelasting wordt verstaan de individuele geurbelasting op het plangebied van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang veehouderij). Onder achtergrondbelasting wordt verstaan de cumulatieve geurbelasting op het plangebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang geurgevoelig object). Normen voorgrondbelasting Door de gemeenteraad van de gemeente Someren is de ‘Verordening geurhinder en veehouderij 2010’ vastgesteld. Deze verordening stelt een norm van 14,0 ouE/m³ voor de maximale voorgrondbelasting voor het plangebied. Toetswaarden achtergrondbelasting In de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn voor veehouderijen normen gesteld aan de geurbelasting.

Bij ontwikkeling van de veehouderij (uitbreiding, vestiging of omschakeling) dient aangetoond te worden dat de kans op cumulatieve geurhinder op gevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij de ontwikkeling van de veehouderij leidt tot een daling van de achtergrondbelasting. Een achtergrondconcentratie van 20 ouE/m³ bij 98 percentiel veroorzaakt maximaal 20% kans op geurhinder in het buitengebied. In de bebouwde kom is een goed woon- en leefklimaat te borgen indien de achtergrondconcentratie niet hoger is dan 10 ouE/m³. Dit komt overeen met een kans op geurhinder die niet hoger is dan 12%. De cumulatieve geurbelasting wordt aan deze waarden getoetst. 5.6.1

Beoordeling belangen veehouderijen (voorgrondbelasting)

In de omgeving van het plangebied zijn de volgende veehouderijbedrijven gelegen: • Heikomstraat 10 (paardenhouderij): afstand circa 250 meter; • Boerenkamplaan 89 (paardenhouderij): afstand circa 185 meter. Volgens gegevens van Web-BVB is slechts 1 paard vergund aan Heikomstraat 10 en 3 paarden aan Boerenkamplaan 89. De locatie aan de Boerenkamplaan 89 heeft geen agrarische bestemming. Opgemerkt dient te worden dat de stallen van het bedrijf Heikomstraat 16 reeds zijn gesloopt en de bestemming van deze locatie is gewijzigd naar ‘wonen’. De veehouderij wordt nog wel weergegeven in het bestand Web-BVB van de provincie Noord-Brabant. In de berekening van de achtergrondbelasting is deze veehouderij niet meegenomen. De ligging van de veehouderijbedrijven is weergegeven in de volgende figuur.

29 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

Heikomstraat 10 paardenhouderij

Boerenkamplaan 89 paardenhouderij

Heikomstraat 16 Voormalig agrarisch bedrijf

Figuur 18: Ligging meest nabijgelegen veehouderijbedrijven (plangebied rood omkaderd)

Door beoogde ontwikkeling worden de veehouderijen niet belemmerd in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast is van belang op te merken dat de veehouderijen reeds belemmerd wordt in zijn ontwikkelingsmogelijkheden door woningen welke dichterbij zijn gelegen. 5.6.2

Beoordeling woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting)

De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. Deze bepaalt het woon- en leefklimaat op een locatie. Voor de ontwikkeling is een geurberekening voor de achtergrondbelasting uitgevoerd met behulp van het programma V-Stacks Gebied en veehouderijgegevens uit WebBVB (d.d. 20 mei 2022). Hierbij zijn de hoekpunten van het plangebied als rekenpunt genomen (‘worst case’-scenario). Voor een totaaloverzicht van de invoergegevens wordt verwezen naar de bijlage. De volgende tabel toont de achtergrondbelasting in de beoogde situatie. Tabel 3: Achtergrondbelasting beoogde situatie Adres geurgevoelig object Toetswaarde IOV [ouE/m3] Hoekpunt 1 20 Hoekpunt 2 20 Hoekpunt 3 20 Hoekpunt 4 20

Achtergrondbelasting beoogde situatie [ouE/m³] 6,9 6,7 6,5 6,8

Er wordt voldaan aan de toetswaarden. Het woon- en leefklimaat is daarmee aanvaardbaar op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Beoordeling milieukwaliteit Naast een kwantitatieve weergave van de geurbelasting is er bij deze berekening voor gekozen om de geurbeleving inzichtelijk te maken. De volgende tabel geeft de resultaten weer van zowel de voorgrondbelasting- als de achtergrondbelastingberekening en het percentage geurgehinderden en de milieukwaliteit (woon- en leefklimaat). Als vuistregel geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder indien de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting.

30 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

Tabel 4: Beoordeling milieukwaliteit Percentage Milieukwaliteit geurgehinderden (%) <5 Zeer goed 5-10 Goed 10-15 Redelijk goed 15-20 Matig 20-25 Tamelijk slecht 25-30 Slecht 30-35 Zeer slecht 35-40 Extreem slecht

In onderhavige situatie zijn de veehouderijbedrijven waarvoor de voorgrondbelasting bepalend kan zijn op dusdanig grote afstand gelegen dat deze niet bepalend zijn voor de geurbeleving. Het dichtstbijzijnde veehouderijbedrijf waarvoor de geurbelasting mogelijk bepalend kan zijn is gelegen op een afstand van meer dan 500 meter. In de volgende tabel wordt de milieukwaliteit voor het plangebied bepaald. Tabel 5: Milieukwaliteit plangebied Receptorpunt Achtergrondbelasting [ouE/m³] Hoekpunt 1 Hoekpunt 2 Hoekpunt 3 Hoekpunt 4

Percentage geurgehinderden [%] 9% 9% 9% 9%

6,9 6,7 6,5 6,8

Milieukwaliteit Goed Goed Goed Goed

Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geur vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Het aspect geurhinder levert geen belemmering op voor onderhavige ontwikkeling.

5.7

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met dit aspect. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht. Voor de normstelling van risicovolle bedrijven moet worden aangesloten bij het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het toetsingskader is meer gedetailleerd uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). De eisen ten aanzien van vervoer van gevaarlijke stoffen en de daarmee samenhangende risico’s zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen die risicovolle stoffen transporteren geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Dit besluit regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten en geeft de eisen en veiligheidsafstanden voor buisleidingen die worden gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen ten opzichte van kwetsbare objecten.

31 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

Het dichtstbijzijnde risicovolle object betreft een propaantank op de locatie Vlasstaart 5 en is gelegen op een afstand van meer dan 550 meter (zie volgende figuur). Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen binnen de risicocontouren van deze bron.

Opslag propaan Plangebied

Figuur 19: Uitsnede Risicokaart

5.8

Volksgezondheid en veehouderijen

De ontwikkeling heeft geen schadelijk gevolgen voor de volksgezondheid. De aspecten geur en fijn stof zijn eerder aanbod gekomen in deze rapportage en vormen geen belemmering voor de omgeving. De volgende figuur geeft een uitsnede van de kaart van de gemeente Someren van 23 februari 2021 met zogenaamde VGO- en endotoxine contouren.

Plangebied

Figuur 20: VGO- en endotoxine contouren 2021 gemeente Someren

Varkens- en pluimveehouderijen Op basis van het 'Endotoxine toetsingskader 1.0' kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkenshouderijen in de omgeving. 32 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

De contouren van een aantal pluimveebedrijven (1,0 km) zijn wel gelegen over het plangebied. Dit zijn de bedrijven gelegen aan de Boerenkamplaan 34, Vlasstraat 4 en Vlasstraat 5. Ingevolge het Edotoxine toetsingskader 1,0 dient voor deze bedrijven een afstand aangehouden te worden van respectievelijk 209 meter, 191 meter en 402 meter. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 630 meter van het bedrijf aan de Boerenkamplaan 34, circa 630 meter van het bedrijf aan de Vlasstraat 4 en circa 520 meter van het bedrijf aan de Vlasstraat 5 Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Geitenhouderijen Uit het VGO-onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 kilometer van het plangebied liggen geen bedrijfsmatige geitenhouderijen. Vervallen aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten – gebouwen’ woning Hoeksestraat 12 Binnen de regels van het huidige bestemmingsplan voor de locatie Hoeksestraat 12 is een aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten – gebouwen’ opgenomen. Deze aanduiding is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan vanwege de endotoxine contour van het voormalige veehouderijbedrijf aan de Heikomstraat 16. Deze veehouderij is inmiddels beëindigd, de vergunning is ingetrokken en de bestemming is gewijzigd naar ‘wonen’.

Hiermee is dan ook de zogenaamde endotoxinecontour vervallen. De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten – gebouwen’ kan dan ook vervallen in de regels van het bestemmingsplan. Op de verbeelding van het bestemmingsplan komt deze aanduiding dan ook niet meer terug.

33 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

6. Waterparagraaf 6.1

Watertoets

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets de oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan kunnen worden gemaakt. Het waterschap Aa en Maas en de gemeente Someren hebben een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer, waterbeheerder en gemeente. 6.2

Waterbeleid

Met betrekking tot de waterhuishouding zijn diverse beleidsstukken relevant. Genoemd kunnen worden: Provinciaal Waterplan Noord-Brabant, Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas, Vierde Nota Waterhuishouding, Waterbeleid in de 21e eeuw WB21, Nationaal bestuursakkoord water, Beleidsbrief regenwater en riolering. Centraal in het waterbeleid is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim waaraan voldaan moet worden. Daarbij zijn de volgende strategieën leidend: • Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Watertoets Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor de waterhuishouding betekenen. Ook is het overleg met de waterbeheerder onderdeel van deze watertoets. Het waterkwaliteitsbeheer en het waterkwantiteitsbeheer in de gemeente Meierijstad is in handen van het Waterschap Aa en Maas en de gemeente. Waterbeheerplan 2022-2027 Waterschap Aa en Maas In het Waterbeheerplan 2022-2027 staan de doelstellingen van waterschap Aa en Maas voor de periode 2022-2027. Hierin wordt beschreven wat gedaan moet worden om die doelen te halen.

Hierdoor weten de inwoners van het werkgebied en de partners wat ze van het waterschap kunnen verwachten. Met dit plan wordt ook invulling gegeven aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening Water om een waterbeheerplan op te stellen. In de nieuwe Omgevingswet staat de verplichting om een waterbeheerprogramma op te stellen. De eisen aan een dergelijk programma zijn vergelijkbaar met de huidige eisen aan een waterbeheerplan. Het grootste verschil is dat de hoofdlijnen van het watersysteembeleid een plek krijgen in het Omgevingswet-instrument ‘omgevingsvisie’ van rijk, provincie en gemeenten. Hier wordt op ingegaan, om de maatregelen in dit waterbeheerplan in de goede context te kunnen plaatsen. De samenhang tussen de omgevingsvisies en dit plan vraagt om goede afstemming. In het waterbeheerplan is een indeling gemaakt in programma’s: • Waterveiligheid; • Klimaatbestendig en gezond watersysteem; • Schoon water; • Gezond en natuurlijk water; • Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Keur Brabantse waterschappen Voor waterhuishoudkundige ingrepen binnen de projectlocatie is de Keur waterschap Aa en Maas van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met 34 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Beleidsregel hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse Waterschappen hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. De Keur is in 2021 geactualiseerd. Bij een toename en het afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m2, toename van een verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m2.

Gemeentelijk beleid omgang met hemelwater bij nieuwbouw (verbreed Gemeentelijke RioleringsPlan) Op basis van gemeentelijke voorwaarden wordt voor de nieuwe verharding een compensatie verlangd voor het bergen van hemelwater.

6.3

Oppervlaktewater

De volgende figuur toont de ligging van alle watergangen in beheer bij het waterschap in de omgeving van het plangebied.

Plangebied

B-watergang

Figuur 21: Ligging leggerwatergangen (https://maps.aaenmaas.nl/portaal/legger_oppervlaktewater/) (plangebied rood omkaderd)

Ten zuidwesten van het plangebied op een afstand van circa 110 meter een B-watergang in beheer bij het waterschap. De ontwikkeling vormt geen belemmering voor het beheer van deze watergang.

6.4

Grondwater

Via de kaartbank van de provincie Noord-Brabant zijn gegevens opgevraagd over de grondwaterstand binnen het plangebied. Uit gegevens is gebleken dat de gemiddelde hoogste waterstand zich rond de 60100 centimeter beneden maaiveld bevindt en de gemiddelde laagste grondwaterstand 180-200 centimeter beneden maaiveld (zie volgende figuren).

35 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

Plangebied

Figuur 22: GHG (Provincie Noord-Brabant)

Plangebied

Figuur 23: GLG (Provincie Noord-Brabant)

Water Het is van belang dat bij nieuw-, ver of herbouw de eerste 30 millimeter regen (30 liter per m2 horizontaal geprojecteerd dakoppervlak) vastgehouden wordt en lokaal verwerkt. Doordat het toevoegen van een woning het verhard oppervlak op de planlocatie vergroot, dient bij de vaststelling geborgd te worden dat bij een bui van 80 millimeter in 1 uur de kans op wateroverlast niet toeneemt. De kosten om dit te berekenen komen op rekening van de ontwikkelaar. In de onderstaande figuren is te zien dat de planlocatie zich in een kwetsbaar gebied bevindt en dat het perceel (gedeeltelijk) laag gelegen is. Het is dan ook aannemelijk dat er bij de ontwikkeling aanvullende maatregelen getroffen moeten worden om te voorkomen dat bij een bui van 80 millimeter in 1 uur de kans op schade door wateroverlast buiten de ontwikkeling toeneemt. Het is van belang om inzichtelijk te maken welke impact/compensatie maatregelen er met betrekking tot waterhuishouding nodig zijn en hoe hiermee om wordt gegaan.

6.5

Omgang hemelwater

De volgende figuur toont de hoogteligging van het plangebied.

36 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

Plangebied

Figuur 24: Uitsnede kaart AHN (bron: ahn.nl/ahn-viewer)

De figuur laat zien dat het plangebied (gedeeltelijk) laag gelegen is. Het is dan ook aannemelijk dat er bij de ontwikkeling aanvullende maatregelen getroffen moeten worden om te voorkomen dat bij een bui van 80 millimeter in 1 uur de kans op schade door wateroverlast buiten de ontwikkeling toeneemt. Het plangebied wordt in de beoogde situatie gedeeltelijk opgehoogd. Het perceel wordt ter plaatse van de woning, het terras, het bijgebouw en inrit verhoogd tot 20 cm boven peil van de weg. In de huidige situatie is dit deel van het plangebied lager gelegen dan het peil van de weg. Om de huidige bergingscapaciteit van het perceel te blijven behouden dient een deel van de bestaande bergingscapaciteit gecompenseerd te worden. Deze compensatie wordt gerealiseerd door het verlagen van de struweelsingel welke aan de noordzijde van het perceel wordt aangebracht. Ter plaatse van deze aan te leggen landschapselementen wordt het maaiveld verlaagd om zo de huidige bergingscapaciteit te kunnen behouden cq. compenseren. Verhard oppervlak In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de oppervlaktes verharding (dakoppervlakte en erfverharding) in beoogde situatie. Tabel 6: Verhard oppervlak beoogde situatie Verhard oppervlak Toekomstige situatie (m2) Dakoppervlak 120 • Woning 50 • Bijgebouw(en) Erfverharding 100

Totaal

270

Er dient een hoeveelheid van 270 * 0,08 = 21,6 m³ te worden geborgen in het totale plan. Bij de woning wordt een hemelwaterberging gerealiseerd met een capaciteit van circa 21,6 m³, in de vorm van infiltratiekratten. Gebruik van niet-uitlogende materialen Het gebruik van niet uitlogende materialen is conform het advies van de Dubo-richtlijn (Duurzaam Bouwen). In het Lozingenbesluit Bodembescherming staat dat niet verontreinigd hemelwater in principe in de bodem geïnfiltreerd kan worden of afgevoerd kan worden naar het oppervlaktewater, ook als dat in contact is geweest met oppervlakken als daken. Bij de bouw van de woningen zal geen gebruik worden gemaakt van onbehandelde uitlogende materialen zoals koper, zink en lood, teerhoudende dakbedekking (PAK’s). 37 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

Doordat het hemelwater niet vervuild is, is het geen probleem om het hemelwater te laten infiltreren in de bodem.

6.6

Omgang huishoudelijk afvalwater

Het huishoudelijk afvalwater wordt op het gemeentelijk riool geloosd; de woning krijgt hiertoe een aparte aansluiting.

6.7

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan het beleid van Waterschap Aa en Maas inzake de watertoets en het waterbeleid van gemeente Someren.

38 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

7. Uitvoerbaarheid 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk plan de volgende procedure conform de artikelen 3.7 tot en met 3.9 van de Wet op de ruimtelijke ordening:

1)

Voorbereiding en vooroverleg met diensten van Rijk, provincie en waterschap; Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. De initiatiefnemer heeft het voornemen kenbaar gemaakt aan de omwonenden en hen op de hoogte gesteld van de plannen. Ontwerp: het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 3 februari 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Er is een schriftelijke zienswijze ontvangen van: • Provincie Noord-Brabant, gedateerd op 27 februari 2023, ontvangen op 27 februari 2023; • Omwonende, gedateerd op 13 maart 2023, ontvangen op 14 maart 2023. Er zijn binnen de gestelde termijn geen mondelinge zienswijzen naar voren gebracht. In de nota van zienswijzen zijn de ingekomen zienswijze van een beantwoording voorzien. De nota van zienswijzen is toegevoegd als bijlage aan onderhavige toelichting.

De naar voren gebrachte zienswijzen hebben geleid tot de volgende aanpassingen: Zienswijze provincie • In artikel 10.5.1 en 10.5.2 is de verwijzing naar artikel 10.2.1. lid b aangepast naar artikel 10.4.1 onder b; • In artikel 10.5.2 is een verwijzing naar bijlage 1 toegevoegd; • Het bewijsstuk van de aankoop van een Ruimte voor Ruimte titel is toegevoegd aan de stukken. Zienswijze omwonende • Bijlage 6 van de toelichting is aangepast naar de correctie versie van het inpassings/inrichtingsplan.

2) Vaststelling: de gemeenteraad stelt vervolgens het bestemmingsplan vast, waarna het wederom voor een periode van 6 weken ter inzage wordt gelegd en waarop indieners van zienswijzen beroep kunnen instellen bij de Raad van State.

7.2

Economische uitvoerbaarheid

Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wro rust op de gemeente de verplichting tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. Met initiatiefnemer wordt een anterieure ontwikkelingsovereenkomst gesloten. In de overeenkomst zijn ontwikkelvoorwaarden (waaronder planschade) opgenomen. 39 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

8. Juridische verantwoording 8.1

Algemene opzet

Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) naar het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • De toelichting: een planbeschrijving die een verantwoording van de gemaakte keuzes, een toelichting op de juridische opzet en een korte beschrijving van de handhavings- en uitvoeringsaspecten bevat; • De regels, waarin de bestemmingen en daarbinnen geldende mogelijkheden zijn uitgewerkt. • De verbeelding, die de rol heeft van visualisering van de bestemmingen.

8.2

Toelichting op de verbeelding

Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). De volgende bestemmingen en aanduidingen zijn opgenomen in de verbeelding: • Wonen - Buitengebied (enkelbestemming); • Leiding – water (dubbelbestemming); • Waarde – Archeologie 3 (dubbelbestemming); • Waarde – Waterbergende functie (dubbelbestemming); • Specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte (functieaanduiding); • Specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing (functieaanduiding); • Overige zone – beperkingen veehouderij (gebiedsaanduiding); • Overige zone - stalderingsgebied (gebiedsaanduiding); • Overige zone - bebouwingsconcentratie (gebiedsaanduiding).

8.3

Toelichting op de regels

De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • •

•

Hoofdstuk 1 ‘Inleidende Regels’ gaat in op de omschrijvingen van de in de voorschriften gehanteerde begrippen en de wijze waarop de vermelde maten worden bepaald. In hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ worden de verschillende bestemmingen met bijbehorende gebruiksbepalingen en bouwvoorschriften beschreven. Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ geeft een overzicht van de algemene bouw- en gebruiksregels, de regels met betrekking tot afwijken van het bestemmingsplan, algemene aanduidingsregels en de bepalingen ten behoeve van wijzigingen van het bestemmingsplan. Tot slot komen de procedureregels aan bod, die verwijzen naar de wetgeving die in acht moet worden genomen. In hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’ komen de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de slotregel aan bod.

40 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14147830/1