Toelichting
Tekst van het document
Toelichting Hoeksestraat ong., Someren
Plangebied Hoeksestraat ong., Someren Omschrijving project Toelichting bestemmingsplan ten behoeve van realisatie ruimte-voor-ruimte woning Projectnummer SANTV01.RO01 Datum rapportage 7 maart 2024, versie 04
Opgesteld door Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info@agronadvies.nl Projectleider Donkers Bouwkundig Tekenburo Relou Kerkstraat 60 5421 KX Gemert Tel: 0492-352093 Email: info@donkers-relou.nl
Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Algemeen Ligging en begrenzing plangebied Vigerend planologisch-juridisch kader Opbouw bestemmingsplan
1 1 1 2 3
2. 2.1 2.2
Planbeschrijving Bestaande situatie Gewenste situatie
4 4 5
3. Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Someren 2028 3.3.2 Landschapsinvesteringsregeling Someren 3.3.3 Beleidsnotitie toepassingsregels Ruimte voor Ruimte woningen
8 8 8 9 9 9 13 13 14 14
4. Ruimtelijke aspecten 4.1 Natuur 4.1.1 Gebiedsbescherming 4.1.2 Soortenbescherming 4.2 Landschappelijke waarden 4.3 Cultuurhistorie en archeologie 4.3.1 Cultuurhistorische waarden 4.3.2 Archeologische waarden 4.4 Verkeer, ontsluiting en parkeren 4.4.1 Ontsluiting 4.4.2 Verkeersaantrekkende werking 4.4.3 Parkeren
16 16 16 17 18 19 19 21 22 22 22 22
5. Milieuaspecten 5.1 M.e.r.-beoordeling 5.2 Bodem 5.3 Geluid 5.3.1 Wegverkeerslawaai 5.3.2 Industrielawaai 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Luchtkwaliteit 5.6 (Agrarische) bedrijvigheid en geur 5.6.1 Beoordeling belangen veehouderijen (voorgrondbelasting) 5.6.2 Beoordeling woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting) 5.7 Externe veiligheid 5.8 Volksgezondheid en veehouderijen
23 23 23 24 24 25 25 27 28 29 30 31 32
6. 6.1
34 34
Waterparagraaf Watertoets
Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
Waterbeleid Oppervlaktewater Grondwater Omgang hemelwater Omgang huishoudelijk afvalwater Conclusie
34 35 35 36 38 38
7. 7.1 7.2
Uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
39 39 39
8. 8.1 8.2 8.3
Juridische verantwoording Algemene opzet Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels
40 40 40 40
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10
Situatietekening Berekening stikstofdepositie Aerius Calculator Rapportage onderzoek wegverkeerslawaai Rapportage verkennend bodemonderzoek Rapportage flora- en faunaonderzoek Landschappelijk inpassingsplan Certificaat Ruimte-voor-ruimte titel Rekengegevens VStacks gebied Detail fundering Nota van Zienswijzen
Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
1. Inleiding 1.1
Algemeen
Initiatiefnemer is voornemens op het perceel aan de Hoeksestraat te Someren (hierna: het plangebied) een Ruimte-voor-ruimtewoning te realiseren. Hiertoe wordt een Ruimte-voor-ruimtetitel aangekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte en verkregen. Op de locatie is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren – Deelgebied 3’ van toepassing. De locatie heeft hierin deels de bestemming ‘Wonen’ en deels ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Het perceel is gelegen binnen een bebouwingsconcentratie. De ontwikkeling is in strijd met de regels van het bestemmingsplan. Derhalve dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen om de ontwikkeling mogelijk te maken. Onderhavige rapportage betreft de toelichting op het bestemmingsplan, waarin wordt onderbouwd dat in de beoogde situatie sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In de verbeelding behorende bij onderhavige bestemmingsplan zijn de woonbestemmingen aan de Hoeksestraat 10 en 12 meegenomen. In onderhavige toelichting wordt enkel de te ontwikkelen ruimtevoor-ruimtewoning beschouwd en onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Enkel bij het aspect volksgezondheid en veehouderijen (paragraaf 5.8) wordt ook de woning aan de Hoeksestraat 12 beschouwd.
De contouren van het plangebied zoals opgenomen in onderhavige toelichting betreft dan ook enkel de contour van het perceel/gebied waar de ontwikkeling van de nieuwe ruimte-voor-ruimtewoning plaatsvindt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Someren op een afstand van circa 1,1 kilometer van de kern van Someren. De percelen waaruit het plangebied bestaat, staan kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie S, nummer 305 (Ged.) en 2.645 (ged.) Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Hoekstraat. Aan de oost- en westzijde grenst de locatie aan woonbestemmingen. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door groen. Het gebied kenmerkt zich door de aanwezige lintbebouwing. De volgende figuren geven een weergave van de ligging van het plangebied.
1 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
Kern Someren
Plangebied
Kern Someren-Eind
Figuur 1: Ligging plangebied op topografische kaart
Plangebied
Figuur 2: Ligging plangebied op luchtfoto
1.3
Vigerend planologisch-juridisch kader
Op het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren - Deelgebied 3’ (vastgesteld op 21 juli 2021) van toepassing. De locatie heeft hierin deels de bestemming ‘Wonen’ en deels ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ (zie volgende figuur). Tevens is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’, de functie aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – cultuurhistorisch waardevol’ en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’, ‘overige zone – beperkingen veehouderij’; en ‘overige zone – stalderingsgebied’ van toepassing.
2 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
Plangebied
Figuur 3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren – Deelgebied 3’
De beoogde ontwikkeling is het binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan niet rechtstreeks mogelijk. Het plan is derhalve in strijd met de regels van het vigerend bestemmingsplan. De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt middels een bestemmingsplanprocedure.
1.4
Opbouw bestemmingsplan
Het voorliggend bestemmingsplan maakt de planologische inpassing mogelijk van de beoogde ontwikkeling. Het bestemmingsplan biedt de benodigde juridische basis voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied. Het bestemmingsplan is vervat in een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn onder meer de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. De regels omvatten de bestemmingsbepalingen van de verschillende bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, de toelichting is van belang als beleidsdocument.
3 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
2. Planbeschrijving 2.1
Bestaande situatie
In de bestaande situatie is het plangebied voor het grootste gedeelte in gebruik als weiland. Binnen het plangebied is een hobbykas en een dierenverblijf aanwezig. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 990 m2. De volgende figuren geven een impressie van de bestaande situatie.
Figuur 4: Luchtfoto plangebied
Figuur 5: Foto plangebied (bron rapportage Quickscan Flora en fauna Herontwikkeling Hoeksestraat ongenummerd te Someren Lomans Ecoworks)
4 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
2.2
Gewenste situatie
Initiatiefnemer heeft het voornemen op het perceel Hoeksestraat ong. een Ruimte-voor-ruimtewoning te realiseren met bijbehorend bouwwerk. Hiertoe is bij de Ontwikkelingsmaatschappij een Ruimte-voorruimtetitel aangekocht (zie bijlage). De volgende figuur toont de gewenste situatie (zie ook bijlage 1).
Figuur 6: Positionering nieuwe woning en bijgebouw op perceel
Er ontstaat op deze wijze een bouwperceel (woonbestemming) met een oppervlakte van 990 m². De volgende figuur toont het inrichtingsplan met maatvoeringen en de positionering van de bebouwing (zie ook bijlage).
5 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
Figuur 7: Inrichtingsplan met maatvoeringen
2.2.1
Beeldkwaliteit
Bij de uitwerking van het bouwplan van de woning wordt rekening gehouden met de Beleidsnotitie toepassingsregels Ruimte voor Ruimte woningen (zie ook paragraaf 3.3.4). Onderstaand worden de voorwaarden beschreven uit de Beleidsnotitie met betrekking tot inrichting van het perceel. Planologische inpasbaarheid 6. De frontbreedte van een ruimte voor ruimte kavel dient minimaal 30 meter breed te zijn. De frontbreedte van het perceel bedraagt 30,2 meter. Verkeerskundige inpasbaarheid 9. Het perceel dient aan de voorzijde te worden ontsloten via de bestaande openbare weg. Het perceel wordt aan de voorzijde ontsloten. 10. Er dienen minimaal 3 parkeerplaatsen (exclusief garage) op eigen terrein aanwezig te zijn op basis van de CROW normering. Binnen het perceel is plek voor minimaal 3 parkeerplaatsen, zie figuur 6 en 7. Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 19. Qua situering dient de woning te passen binnen het bestaande bebouwingspatroon. 20. Er dient rekening gehouden te worden met het algemene gebiedskarakter en landschapstype. 21. De goot- en bouwhoogte van de woning dient aan te sluiten op de bebouwing van de omgeving. 22. De afstand van de as van de weg dient overeen te komen met die van de belendende bebouwingselementen of -complexen. 23.
Bij lintbebouwing en vrij liggende bebouwing moet aansluiting worden gezocht bij de (al dan niet historisch bepaalde) structuurlijnen in het landschap. 24. Aan de zijde van de weg, waar de woning gebouwd wordt, zijn reeds een of meerdere woningen aanwezig. 25. Bestaande kenmerkende door- en uitzichten moeten worden gehandhaafd. Er is sprake van een kenmerkend door- en uitzicht als er meer dan twee zichtlijnen aanwezig zijn.
6 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
26. De indeling van het perceel en de hoofdopzet van het hoofdgebouw moeten worden afgestemd op de stedenbouwkundige en landschappelijke karakteristiek van de locatie (hiërarchie, ontsluiting, zichtlijnen en dergelijke). 27. Bij hoofdbebouwing moet de voorgevel gericht staan naar de straatkant, bijgebouwen dienen een ondergeschikte positie te hebben. Een uitzondering hierop is nieuwbouw in de vorm van een langgevelboerderij. De kopgevel dient afhankelijk van de oriëntatie van de nabij gelegen bebouwing gesitueerd te worden. 28. Indien bebouwing plaatsvindt op een perceel dat grenst aan een perceel met een bebouwing genoemd op de lijst van beeldbepalende panden, dan is een positief advies over het verzoek als zodanig door de welstandscommissie vereist. Bij de inrichting van het perceel zijn deze voorwaarden meegenomen. Bouwvoorschriften 30. Er dient aan de volgende bebouwingsvoorschriften te worden voldaan: a. Afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen: minimaal 8 meter. b. Afstand van het bijgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen: minimaal 5 meter. c. De goothoogte van een bijgebouw mag maximaal 3 meter bedragen. d. De nokhoogte van een bijgebouw mag maximaal 5,5 meter bedragen mits ondergeschikt aan het hoofdgebouw. e. Inhoud van het hoofdgebouw (woning) mag maximaal 900 m³ bedragen bij het toepassen van 1 bouwtitel.
Maximaal mogen 2 bouwtitels gekoppeld worden tot een inhoud van 1.800 m3. Het toepassen van een breukdeel (bijvoorbeeld 0,3) van een bouwtitel is toegestaan mits dit wordt gekoppeld aan minimaal 1 bouwtitel. De inhoud van hoofdgebouw en de oppervlakte van bijgebouw worden dan naar rato vergroot. f. Oppervlakte van de bijgebouwen mag maximaal 150 m2 bedragen. g. De afstand van een vrijstaand bijgebouw tot het hoofdgebouw op het perceel mag maximaal 25 meter bedragen. Bij de inrichting van het perceel is rekening gehouden met de hierboven beschreven bouwvoorschriften, zie ook de schets zoals opgenomen in bijlage 1.
7 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
3. Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het toevoegen van een woning. Onderhavig initiatief past binnen de Nationale omgevingsvisie. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking (art.3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Sinds 1 juli 2017 is de gewijzigde Ladder van toepassing (besluit tot wijziging Bro). Een van de wijzigingen betreft een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke ‘treden’ en het vervangen van het begrip ‘actuele regionale behoefte’ door ‘behoefte’. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. 8 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
In de Nota van Toelichting bij het besluit wordt opgemerkt dat ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, niet gezien worden als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Daarnaast blijkt uit jurisprudentie dat het oprichten van één woning ook niet wordt beschouwd als een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. Verdere toetsing aan de Ladder kan dan ook buiten beschouwing blijven.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant (‘De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse Leefomgeving’) vastgesteld. De Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren (tot 2050). Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De reden voor het opstellen van een Omgevingsvisie is de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. In de Omgevingswet voegt het Rijk alle regels voor de fysieke leefomgeving samen; over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De wet verplicht provincies en gemeenten een visie op de leefomgeving te ontwikkelen. De omgevingsvisie schept geen directe kaders voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied en andersom vormt onderhavige ontwikkeling geen gevaar voor de belangen zoals die zijn gesteld in de omgevingsvisie. 3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld (geconsolideerd op 1 oktober 2022), vooruitlopend op de Omgevingswet. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Het doel van deze verordening is het bij elkaar brengen van alle regels (uit een aantal provinciale verordeningen) over de fysieke leefomgeving in één verordening. Deze verordening vervangt onder andere de Verordening ruimte Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘landelijk gebied’, ‘gemengd landelijk gebied’ (zie volgende figuur).
9 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
Plangebied
Figuur 8: Uitsnede kaart ‘Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant geeft een aantal regels die betrekking hebben op onderhavige ontwikkeling. Hiernavolgend wordt per regel aangegeven hoe de ontwikkeling erbinnen past: De volgende regels zijn van toepassing op onderhavig initiatief: • Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; • Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik; • Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; • Artikel 3.68 Wonen in landelijk gebied; • Artikel 3.79 Ruimte-voor-ruimte. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit In artikel 3.5 zijn regels opgenomen voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Deze zijn opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten, Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Onderhavig plan ziet op de realisatie van een Ruimte-voor-ruimtewoning.
De (onbebouwde) agrarische functie wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’. Het betreft een in het landelijk gebied passende functie; in de verordening zijn regels opgenomen voor de oprichting van Ruimte-voor-ruimtewoningen in stedelijk of landelijk gebied waaraan wordt voldaan. Verder belemmert het initiatief de ontwikkeling van omliggende bedrijven niet. Het initiatief draagt bij aan een goede omgevingskwaliteit door het aanbrengen van beplanting aansluitend bij bestaande structuren. De te bouwen woning wordt landschappelijk ingepast, zodat deze passend zijn in de omgeving van het plangebied. Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3.6 worden de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik weergegeven. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande 10 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. Er is geen sprake van een bestaand bouwperceel; voor de Ruimte-voor-ruimtewoning wordt een nieuw bouwperceel gecreëerd.
De locatie wordt op een zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast, waarbij tevens aansluiting wordt gezocht bij de in de omgeving aanwezige bestaande structuren. Door de aankoop van een Ruimte-voor-ruimtetitel wordt elders een intensieve veehouderij gesaneerd, bebouwing gesloopt en fosfaatrechten uit de markt genomen. Dit levert een aanzienlijke milieuwinst en ruimtelijke kwaliteitswinst op. Ingeval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.4 is gemotiveerd dat een verdere toetsing aan de Ladder niet noodzakelijk is. Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit, waterhuishouding, cultuurhistorische waarden, ecologische waarden en landschappelijke waarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4 en 5). Het plan draagt bij aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de naaste omgeving. Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Toepassing van de lagenbenadering In artikel 3.7 worden regels gesteld ten aanzien van toepassing van de lagenbenadering.
De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Dit betekent dat het effect van de beoogde ontwikkeling op de ondergrond, de netwerklaag en de bovenste laag beschouwd moet worden. Met het effect op de ondergrond worden onder andere de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Door hierin actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen voor het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 en 5 van deze toelichting. Meerwaardecreatie In artikel 3.8 worden regels gesteld ten aanzien van meerwaardecreatie.
Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit 11 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
zoals bedoeld in artikel 3.9 van de Iov kan deel uit maken van de meerwaardecreatie. Een verbetering zoals hierboven beschreven kan onder andere bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, wegnemen van verharding of het slopen van bebouwing. De ontwikkeling ziet op het realiseren van een Ruimte-voor-ruimtewoning middels het verwerven van een Ruimte-voor-ruimtetitel. Deze titel is vrijgekomen doordat elders een oppervlakte aan voormalige stallen van een intensieve veehouderij is gesloopt en fosfaatrechten uit de markt zijn gehaald, wat een aanzienlijke winst voor zowel het milieu als voor het landschap betekent. De ontwikkeling levert dan ook een positieve bijdrage aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat de ontwikkeling zorgvuldig landschappelijk wordt ingepast. Kwaliteitsverbetering van het landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Noord-Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld.
Vrijwel alle gemeenten in de provincie hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in dit artikel, zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing, het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds te storten. De Ruimte-voor-ruimteregeling voorziet al deels zelf in een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, doordat elders voormalige stallen worden gesloopt (in ruil voor de Ruimte-voor-ruimtetitel). Het provinciale beleid ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap is op gemeentelijk niveau vertaald in de ‘Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren 2020’. Onderhavige ontwikkeling voorziet in de bouw van een Ruimte-voor-ruimtewoning. Er hoeft dan ook geen tegenprestatie geleverd te worden in de vorm van een forfaitaire kwaliteitsinvestering in het landschap. Wel dient de ontwikkeling landschappelijk te worden ingepast.
Derhalve is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat als bijlage is toegevoegd. Dit plan voldoet aan het geldende beeldkwaliteitsplan. Het plan is bijgevoegd als bijlage en wordt in paragraaf 4.2 nader toegelicht.
Juridische en feitelijke verankering De kwaliteitsverbetering van het landschap wordt juridisch vastgelegd enerzijds middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan en anderzijds in de anterieure overeenkomst waarmee de instandhouding van de beplanting worden geborgd. Daarmee is ook de feitelijke waarborging van de kwaliteitsverbetering van het landschap verzekerd. Wonen in landelijk gebied In artikel 3.68 zijn regels ten aanzien van wonen in landelijk gebied opgenomen. Uitgangspunt is dat in beginsel geen woningen mogen worden toegevoegd in landelijk gebied. Hierop geldt een aantal uitzonderingen, zie artikel 3.79. Ruimte-voor-ruimte In artikel 3.79 zijn voorwaarden opgenomen voor de ontwikkeling van Ruimte-voor-ruimte. Het doel van deze regeling is om aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst te behalen door in ruil voor de beëindigingen van een veehouderij, het inleveren van fosfaatrechten en de sloop van bedrijfsgebouwen de bouw van woningen op een passende locatie toe te staan.
12 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
In lid 1 is geregeld dat kan worden voorzien in één of meerdere Ruimte-voor-ruimtekavels, indien: a. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit; Ten behoeve van de realisatie van de Ruimte-voor-ruimte woning is een Ruimte-voor-ruimtetitel verworven; het certificaat is toegevoegd als bijlage. b.
De ontwikkeling op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit, derde lid: Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. De locatie is gelegen binnen een in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ aangeduide bebouwingsconcentratie. Tevens is de locatie gelegen binnen een bebouwingsconcentratie zoals verwoord in de Beleidsnotitie toepassingsregels ruimte voor ruimte woningen.
c.
De ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied als bedoeld in artikel 3.77 Ontwikkelingsrichting. Voor de toepassing van de maatwerkbepalingen geldt dat het bestemmingsplan een onderbouwing bevat dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. De ontwikkelrichting van het gebied is nader uitgewerkt in paragraaf 3.3 waarin het gemeentelijk beleid wordt besproken.
Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Someren 2028
De Structuurvisie Someren 2028 is op 24 april 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Dit betreft een instrument dat door het gemeentebestuur wordt gehanteerd om veranderingen in de juiste richting te sturen. Het doel van structuurvisie Someren 2028 is om bestaande visies met elkaar te verbinden en om ze in onderlinge samenhang tot uitvoering te brengen. Het beleid vormt zich aan de hand van zeven thema’s: groen, milieu en duurzaamheid, infrastructuur, economie, recreatie, wonen en accommodaties, voorzieningen en leefbaarheid. Het plangebied is gelegen binnen de zone ‘kwaliteitsverbetering bebouwingslinten of bebouwingsclusters buiten bebouwde kom’ (zie volgende figuur).
Plangebied
Figuur 9: Uitsnede kaart structuurvisie 13 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
In de structuurvisie is het volgende opgenomen over de ontwikkeling van ruimte-voor-ruimte woningen: ‘Door de Regeling Beëindiging Veehouderij-tranches heeft de provincie Noord-Brabant fors geïnvesteerd in het saneren van intensieve agrarische bedrijven in de gemeente Someren. Deze investering wordt gecompenseerd door de verkoop van ruimte voor ruimte bouwtitels. Gelet op de gedane investeringen zijn we bereid om planologisch ruimhartig om te gaan met het faciliteren van deze woning. De aangeduide zone ‘Kwaliteitsverbetering bebouwingslinten of bebouwingsclusters buiten bebouwde kom’, vormt primair het zoekgebied. Gewenste locaties daarbuiten dienen specifiek afgewogen te worden, daarbij wordt een zwaarwegend belang gehecht aan de inpassing in de landschapsstructuur ter plaatse met als doel verrommeling te voorkomen.’ De beoogde ontwikkeling is passend binnen het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie. 3.3.2
Landschapsinvesteringsregeling Someren
Verschillende ontwikkelingen hebben een verschillende impact op de fysieke leefomgeving. Vooral in het buitengebied is dit het geval, omdat juist daar onderscheid gemaakt kan worden tussen functies die echt thuishoren in het buitengebied, zoals natuur en agrarisch gebruik, en functies die minder aan het buitengebied zijn gebonden, zoals wonen of niet-agrarische bedrijven. Deze impact op de leefomgeving wordt onder meer bepaald door: 1. De omvang van de ontwikkeling, in ruimtebeslag en/of bebouwingsmassa; 2. Is er sprake van nieuw ruimtebeslag of wordt er gebruik gemaakt van bestaande bebouwing; 3. De huidige en gewenste aard van de locatie en de omgeving; 4. De aard van de functie en de mogelijke hinder voor de leefomgeving, zoals geluidsbelasting, verkeer aantrekkende werking, de milieucategorie, et cetera; 5. Betreft het een (traditioneel) gebiedseigen of gebiedsvreemde ontwikkeling; 6. De wenselijkheid van een ontwikkeling vanuit een (sectorale) beleidswens. Om te bepalen welke mate van kwaliteitsverbetering wordt geëist bij een ruimtelijke ontwikkeling heeft de gemeente en landschapsinvesteringsregeling (LIR) opgesteld. In januari 2020 is een nieuwe landschapsinvesteringsregeling vastgesteld. De mate van negatieve impact bepaalt hoe invulling wordt gegeven aan de vereisten uit artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening.
Hierin is een onderscheid gemaakt in drie categorieën ontwikkelingen. Hoe meer impact de ontwikkeling heeft, hoe hoger de categorie en de geëiste kwaliteitsverbetering: • Categorie 1. Ontwikkelingen met weinig impact op de leefomgeving. Er is geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap nodig en er wordt dus geen extra tegenprestatie gevraagd; • Categorie 2. Ontwikkelingen met een gemiddelde impact op de leefomgeving. Er zijn maatregelen nodig om de kwaliteit van het landschap te kunnen borgen. Dat gebeurt door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing; • Categorie 3. Ontwikkelingen met een relatief grote impact op de leefomgeving. Ter bescherming van de leefomgeving (landschap) moet er een extra compensatie worden geleverd. Naast de basisinspanning van een goede landschappelijke inpassing. Deze extra compensatie is de zogenaamde ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ volgens een forfaitaire berekening. Onderhavige ontwikkeling betreft een categorie 2-ontwikkeling. Dit betekent dat het plan moet voorzien in een goede landschappelijke inpassing. 3.3.3
Beleidsnotitie toepassingsregels Ruimte voor Ruimte woningen
22 december 2021 is de Beleidsnotitie toepassingsregels Ruimte voor Ruimte woningen vastgesteld. Het eerder beleid met betrekking tot het beleid voor Ruimte voor Ruimte woningen is geëvalueerd. Onderdeel van dit beleid is het zoekgebied voor deze woningen, dit zijn de zogeheten bebouwingsconcentraties. Op locaties binnen dit zoekgebied kan worden afgewogen om een woning te bouwen. De belangrijkste vraag
14 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
was dan ook of dit zoekgebied nog actueel en wenselijk was. Daarnaast zijn ook andere toepassingsregels voor de Ruimte voor Ruimte woningen geëvalueerd. Op basis van de evaluatie is geconstateerd dat niet alle bestaande bebouwingsconcentraties zich lenen voor het toevoegen van RvR woningen. In de beleidsnotitie ‘toepassingsregels Ruimte voor Ruimte woningen 2021’ zijn een aantal voorwaarden opgenomen waaraan voldaan dient te worden bij de ontwikkeling van een ruimte voor ruimte woning. Tevens maakt een kaart onderdeel uit van deze beleidsnotitie met daarop weergegeven de bebouwingsconcentraties.
Plangebied
Figuur 10: Uitsnede kaart beleidsnotitie 'Toepassingsregels Ruimte voor Ruimte woningen 2021’
Bij de indeling van het perceel is rekening gehouden met regels zoals opgenomen in de beleidsnotitie. Overige voorwaarden zijn onderbouwd en getoetst in onderhavige toelichting.
15 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
4. Ruimtelijke aspecten 4.1
Natuur
De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. 4.1.1
Gebiedsbescherming
Natura 2000-gebieden Natura2000-gebieden zijn beschermde gebieden die worden aangewezen ter uitvoering van twee Europese richtlijnen: de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. Internationale verplichtingen volgend uit deze richtlijnen zijn verwerkt in de Wet natuurbescherming. Het doel van deze wet is het beschermen van terreinen en wateren met bijzondere natuur- en landschapswaarden, waaronder de Natura2000-gebieden. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft Groote Peel op een afstand van circa 4,8 kilometer.
Plangebied Strabrechtse Heide & Beuven
Groote Peel
Figuur 11: Ligging Natura2000-gebieden ten opzichte van plangebied (plangebied rood omkaderd)
Stikstofdepositie Om de stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling in beeld te brengen is een berekening gemaakt met het programma Aerius Calculator. In. In bijlage 2 zijn de invoergegevens en resultaten van de berekening toegevoegd. Het resultaat van de berekening voor de realisatie- en gebruiksfase laat zien dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Gelet hierop zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura2000-gebieden te verwachten als gevolg van deze fase. Overige storende effecten Daarnaast heeft men te maken met de volgende mogelijke storende aspecten ten gevolge van activiteiten en plannen zoals verlies van oppervlakte, barrièrewerking en versnippering, verstoring door geluid en licht, trilling, optische verstoring, verstoring door mensen, mechanische effecten, verontreiniging, verdroging en bewuste verandering soortensamenstelling. Door de aard en geringe omvang van de voorgenomen ontwikkeling en de geruime afstand tot de Natura2000-gebieden zijn storende effecten op deze gebieden uitgesloten.
16 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
Natuur Netwerk Brabant Het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter-)nationaal belang, zoals de bossen, de heide en vennen, de stuifduinen, de schraalgraslanden, de rivieren en beken. Het doel van het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Deze leefgebieden zijn belangrijk voor dier- en plantensoorten. Het meest nabijgelegen gebied dat onderdeel uitmaakt van het Natuur Netwerk Brabant is gelegen op een afstand van circa 860 meter ten noordwesten van het plangebied.
Natuurnetwerk Brabant
Figuur 12: Natuur Netwerk Nederland (plangebied rood omkaderd)
Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling als wel de grote afstand tot dit gebied vindt er geen negatieve externe werking van het project plaats op de NNB-gebieden. 4.1.2
Soortenbescherming
In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de ontwikkeling. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. De toets in het kader van de soortenbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb), die de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen regelt. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. De bouwactiviteiten zorgen voor een eventuele tijdelijke verstoring van de directe omgeving. Permanente verstoring door menselijke activiteiten, zoals licht en geluid, zullen beperkt blijven tot het plangebied.
17 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
Flora en faunaonderzoek Binnen het plangebied is een flora- en fauna inspectie uitgevoerd 1. Het rapport van de quickscan is bijgevoegd als bijlage. Het doel van dit rapport is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. Uit de resultaten van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: • Met de oprichting van één Ruimte voor Ruimte woning met bijgebouw aan de Hoeksestraat ongenummerd te Someren worden geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden; • Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag zijn niet aan de orde; • De voorzorgsmaatregelen voor vogels algemeen, kleine marterachtigen en toepassing algemene zorgplicht voor vrijgestelde soorten dient te worden opgevolgd. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Voor een volledige beschrijving van het uitgevoerde onderzoek en de resultaten wordt verwezen naar de rapportage welke is opgenomen als bijlage.
4.2
Landschappelijke waarden
Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Voor het opstellen van het erfbeplantingsplan is het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied van de gemeente Someren als uitgangspunt gebruikt. Het plan is vastgesteld op 29 september 2022. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de waardevolle landschappen en kenmerken van het buitengebied. In het plan zijn ontwerprichtlijnen opgenomen die bij aanvang van een ontwikkeling kunnen worden meegenomen om op een passende wijze invulling te geven van in het bestemmingsplan opgenomen randvoorwaarden ten aanzien van een goede landschappelijke inpassing. In het kader van het beeldkwaliteitsplan is het plangebied gelegen binnen het kampenlandschap, zie volgende figuur.
Plangebied
Figuur 13: Ligging plangebied ‘Beeldkwaliteitplan Buitengebied 2022 gemeente Someren’
In het noordelijk deel van de gemeente Someren ligt het kampenlandschap. Dit oude agrarische landschap wordt gekenmerkt door een onregelmatige structuur. De verkaveling is kleinschalig en op sommige plekken grillig van vorm. In de loop der tijd heeft het landschap een relatief meer open karakter gekregen. Van oorsprong komen hier veel meer landschapselementen voor zoals houtsingels en bosjes. Het gebied kent een grote afwisseling van groen en bebouwing. De boerderijen die van oudsher vrijliggend of in kleine clusters 1 QuickScan flora en fauna Herontwikkeling Hoeksestraat ongenummerd te Someren, Lomans Ecowork, mei 2022
18 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
gebouwd zijn, liggen inmiddels in relatief dichte linten, knopen en clusters. De bolle akkers en steilranden, die door jarenlang landbouwkundig gebruik zijn ontstaan kenmerken het gebied en onderscheiden het van de andere landschapstypen in Someren. Maar deze elementen zijn vaak ook kwetsbaar omdat ze soms niet passen in het hedendaags landbouwkundig gebruik. Zo’n dergelijke akker (open gebied) is niet gelegen in de omgeving van het plangebied. Op de locatie Hoeksestraat is een kleinschalige structuur gewenst. Richtlijnen beplanting kavel: Voorerf • Groene en kleinschalige uitstraling met de inrichting van een ‘groen voorerf’; • Het voorerf kan omzoomd worden met een lage haag of landschappelijk houten hekwerk, maar in het kampenlandschap is ook een open overgang van openbaar naar privé passend; • Een solitaire boom of kleine boomgroep bijvoorbeeld ter markering van de erfgrens; • Een gedeelte van de tuin naast de voorgevel inrichten als boomgaard; • Minder verhard oppervlak door optimale logistieke indeling van het bedrijf zorgt voor een groene en natuurlijke uitstraling van het erf. Erven/bedrijven hebben maximaal één inrit, behalve als dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering.
Achtererf • De zijkanten van het erf worden begeleid door boomgaarden, houtsingels en/of struweelhagen; • De achterzijde van het erf wordt ingepast met een dichte houtsingel of onregelmatige kleine bosjes; • Op strategische plekken en met aantoonbare meerwaarde kan het achtererf ingepast worden met een andere meer transparante bouwsteen zoals een bomenrij, of kruidenrijke akker- of weiderand.
4.3
Cultuurhistorie en archeologie
4.3.1
Cultuurhistorische waarden
Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in de ruimtelijke ordening. Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. Volgens de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart is het plangebied gelegen binnen de cultuurhistorisch waardevolle regio ‘Peelrand’ (zie volgende figuur).
19 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
Peelrand Lijn van redelijk hoge waarde
illus Figuur 14: Uitsnede ‘Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016’ (plangebied rood omkaderd)
De Peelrand is een overwegend oud en gevarieerd zandlandschap met een kralensnoer van agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen. De oude dorpen liggen in een wijde boog rond het voormalige hoogveengebied. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Het beleid is hier gericht op het behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio en de cultuurhistorische waarden van de Peelrand in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Zuidelijk van het plangebied is een historisch-geografische lijn van redelijk hoge waarde gelegen. Dit betreft de weg Nieuwendijk. De ontwikkeling ziet op de bouw van een woning en doet geen afbreuk aan de aanwezige cultuurhistorische waarden in de omgeving. In deelgebied 3 komen gebieden voor met cultuurhistorische waarden. Deze dubbelbestemming is toegekend aan de betreffende gronden. De gronden waarvoor deze dubbelbestemming is opgenomen zijn tevens bestemd voor de opbouw, het behoud en het herstel en waar mogelijk de versterking van de algemene cultuurhistorsiche waarden.
Hieronder begrepen zijn tevens de landschappelijke, architectonische en (steden)bouwkundige waarden. De bijbehorende regels zijn gericht op het behouden van de waarden en het voorkomen van de aantasting of vernietiging van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Het plangebied is gelegen binnen een waardevol cultuurhistorisch gebied. Het ‘Kampenlandschap’ is een cultuurhistorisch kleinschalig en halfopen landschap. De verdeling van het landschap is onregelmatig en er zijn veel structuurelementen aanwezig. Oorspronkelijk zijn er in het Kampenlandschap veel houtwallen, hagen, boomsingels en beplanting aanwezig. Daarnaast liggen in dit gebied oude akkers die vrij van bebouwing en beplanting zijn. Bij ontwikkelingen is het wenselijk aan te sluiten bij de kleinschaligheid van het landschap. Onderhavige ontwikkeling tast deze waarden niet aan. Het voornemen is relatief kleinschalig van aard en het plangebied is gesitueerd binnen twee bestaande woningen waardoor de ruimtelijke impact gering is. Het aspect cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
20 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
4.3.2
Archeologische waarden
Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt moeten, in het geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed, de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart worden gebracht. Het plangebied is volgens de vastgestelde archeologiebeleidskaart van de gemeente Someren gelegen in ‘categorie 3-gebied’ waarin een hoge archeologische waarde geldt (zie volgende figuur).
Plangebied
Figuur 15: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Someren, Archeologische verwachtingen- en waardenkaart 2015
Ter plaatse van deze archeologische waarde geldt een onderzoeksplicht bij een bodemingreep met een oppervlakte van meer dan 250 m² en/of een diepte van 0,4 m. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling bedraagt de verstoringsdiepte niet meer dan 0,4 meter. De vaste grondslag is gemeten op 40 cm onder het huidige maaiveld, het huidige maaiveld is 20 cm onder het wegpeil gelegen, de woning wordt opgehoogd tot 20 cm ten aanzien van het wegpeil. De conclusie is dat er niet dieper dan 40 cm gegraven hoeft te worden ten aanzien van het huidige maaiveld. De dubbelbestemming blijft gehandhaafd, waarmee er conform het bestemmingsplan niet dieper dan 40 cm gegraven mag worden bij een oppervlakte > 250 m². Ter verduidelijking is een schets bijgevoegd met een detail uitvoering van de fundering ten opzichte van het maaiveld. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. De archeologische waarde blijft opgenomen in het bestemmingsplan ten behoeve van onderhavige ontwikkeling. Indien bij de aanvraag omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van de woning blijkt dat de hierboven beschreven drempelwaarden worden overschreden dan borgen de regels van het bestemmingsplan dat een archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden.
Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
21 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
4.4
Verkeer, ontsluiting en parkeren
4.4.1
Ontsluiting
Ten behoeve van de ontsluiting van de woning wordt een nieuwe uitrit aangelegd welke aansluit op de Hoeksestraat. 4.4.2
Verkeersaantrekkende werking
De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een significante toename van verkeersbewegingen van en naar het plangebied. In totaal betreft het aantal dagelijkse verkeersbewegingen in de beoogde situatie 10. 4.4.3
Parkeren
Het uitgangspunt ten aanzien van parkeren is dat parkeren in beginsel moet plaatsvinden op eigen terrein. Uitgegaan wordt van de parkeernormen zoals opgenomen in de Beleidsnotitie toepassingsregels Ruimte voor Ruimte woningen. In de notitie is opgenomen dat minimaal 3 parkeerplaatsen per woning dienen te worden gerealiseerd. De inrit van de woning is zo ontworpen dat hier 3 parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd, zie ook figuur in paragraaf 2.2.
22 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
5. Milieuaspecten Milieuaspecten spelen een rol in de ruimtelijke planvorming wanneer aan een gebied functies worden toegekend die een milieubelasting doen ontstaan of doen toenemen. Door middel van een goede ruimtelijke ordening kan een milieubelasting ook worden beperkt of worden voorkomen, zodat wordt bijgedragen aan de duurzame ontwikkeling van de gemeente. Milieuaspecten worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces betrokken. Hierdoor wordt het milieubelang volwaardig afgewogen tegen andere belangen die evenzeer claims leggen op de beschikbare ruimte.
5.1
M.e.r.-beoordeling
Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben dient op basis van wet- en regelgeving vaak een m.e.r.-procedure doorlopen te worden. Om te beoordelen of een plan of besluit m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, dient te worden bepaald of het project is opgenomen in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het Besluit m.e.r. is per 1 juli 2017 gewijzigd. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden van kolom 2 vallen dient een toets te worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling betreft de bouw van één woning. Het plan is dermate kleinschalig van aard dat geen m.e.r.beoordeling noodzakelijk is.
5.2
Bodem
In een bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of bij een buitenplanse afwijkingsprodedure. Verkennend bodemonderzoek Ter plaatse van het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd 2. Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat Gezien de analyseresultaten en de interpretatie hiervan kan de hypothese "onverdachte locatie" worden aanvaard, gezien het feit dat geen locatiespecifieke verontreinigingen zijn geconstateerd. De verontreinigingen met zware metalen in de bovengrond en het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk. De hergebruiksmogelijkheden voor de grond, die eventueel vrijkomt bij toekomstige bouwactiviteiten, kunnen, indicatief gezien, als multifunctioneel worden beschouwd. Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het beleid van de gemeente Someren.
Geconcludeerd wordt dat er geen directe belemmeringen zijn tegen de realisatie van de woonfunctie op het perceel uit oogpunt van de chemische bodemgesteldheid.
2 Verkennend bodemonderzoek, Hoeksestraat ong., Someren, rapport 222-SHo10-vo-v1, M&A
23 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. De rapportage van het onderzoek is toegevoegd als bijlage. De kadastrale percelen gemeente Someren, sectie S, nummer 305 (Ged.) en 2.645 (ged.) zijn geschikt voor woningbouw, echter dient rekening gehouden te worden met de bodemverontreinigingen ter plaatse van de openbare weg en bermen van de Hoeksestraat. In het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) zijn mogelijk aanvullende procedures noodzakelijk om onder andere de oprit naar de woning en de huisaansluitingen (water, stroom, riolering, data) te realiseren. In de vervolgprocedure worden hierover nadere afspraken gemaakt in samenwerking met de betrokken partijen zodat voldaan wordt aan de eisen zoals gesteld in de Wet bodembescherming. Het hergebruiken van grond valt onder de regels van de Besluit bodemkwaliteit. Indien als gevolg van graafwerkzaamheden op de locatie (bijvoorbeeld bij het bouwrijp maken van het terrein en het graven van een kelder) grond vrijkomt die niet op locatie kan worden hergebruikt, dan dient deze te worden afgevoerd conform de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Voor het toepassen van grond zijn eveneens de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Het toepassen van grond (>50 m³) dient gemeld te worden bij het meldpunt bodemkwaliteit.
Indien grondwater wordt onttrokken dient voldaan te worden aan het Besluit lozen buiten inrichtingen. Bij de eventuele aanleg van bodemenergiesystemen dient rekening gehouden te worden met verontreinigingen in het grondwater.
5.3
Geluid
In het kader van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In dit kader is onderzocht of de toekomstige ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op de omgeving. 5.3.1
Wegverkeerslawaai
Uit artikel 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te worden verricht, indien sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een dergelijke zone. Uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De te realiseren woning vormt een geluidgevoelig object en is gelegen binnen de geluidzone van onder andere de Hoeksestraat. Aangezien de woning binnen de geluidzone van onder andere de Hoeksestraat wordt opgericht, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd 3. Middels dit onderzoek is het geluid afkomstig van omliggende wegen inzichtelijk gemaakt. De rapportage van het onderzoek is toegevoegd als bijlage. Onderstaand staat de conclusie beschreven zoals opgenomen in de rapportage. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (inclusief aftrek, Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012) op de gevels niet wordt overschreden ten gevolge van het verkeer op de wegen. De hoogste geluidsbelasting op de woning bedraagt 43. De gevelwering dient minimaal de geluidsniveaus volgens tabel 4.1 minus 33 dB te bedragen. De betreffende woning beschikt, gezien de geluidsbelastingen, over een geluidluwe gevel en buitenruimte.
Daarnaast dient de geluidgevoelige bebouwing te voldoen aan de binnenwaarde conform het Bouwbesluit. 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hoeksestraat Someren, rapportnummer 222-SH0-wl-v1, 28 juni 2022, M&A
24 Toelichting Hoeksestraat ong. Someren
In onderhavige situatie hoeft de gevelwering maximaal 15 dB te bedragen, zodat met de standaardeis volgens het Bouwbesluit van 20 dB reeds wordt voldaan. Geconcludeerd wordt daarom dat de realisatie van de nieuwe woning niet wordt belemmerd uit akoestisch oogpunt. De regels en uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan borgen dat de woning aan de Hoekstraat niet op een kortere afstand van de weg kan worden gepositioneerd. De minimale afstand dient namelijk 15 meter te bedragen tot de as van de weg. 5.3.2
Industrielawaai
Ten aanzien van geluid worden de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangehouden (zie paragraaf 5.4). Voor de volledigheid wordt verwezen naar deze paragraaf. Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
5.4
Bedrijven en milieuzonering
Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. Uitgave Bedrijven en milieuzonering Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzonering om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Scheiding van functies versus functiemenging Scheiding van milieubelastende en milieugevoelige functies met behulp van milieuzonering is in de omgeving van sterk milieubelastende activiteiten zonder meer noodzakelijk.
Een vergaande scheiding van functies kan echter ook leiden tot inefficiënt ruimtegebruik en een verlies aan ruimtelijke kwaliteit. Een gemengd gebied met een mix van wonen en werken, winkels en horeca stimuleert een levendig straatbeeld, een hogere sociale veiligheid en extra draagvlak voor voorzieningen. Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het de voorkeur om functiescheiding binnen een gemengd gebied niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Richtafstandenlijsten De twee belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten in bijlage 1 van de VNG-brochure. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten (lijst 1) en opslagen en installaties (lijst 2) zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige woonwijk. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste en categorie 6 de zwaarste vormen van bedrijvigheid. De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven.