CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 13 juni 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan De Hoof ong.13.144 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Crijns Rentmeesters BV Koningsplein 20 5721 GJ Asten T: 0493 – 47 17 77 E: info @crijns-rentmeesters.nl

BESTEMMINGSPLAN DE HOOF ONG. SOMEREN TOELICHTING

Crijns Rentmeesters bv April 2024

I: www. crijns-rentmeesters. nl

PLANGEGEVENS Naam

bestemmingsplan

De

Hoof ong.

IMRO-idn

NL.IMRO.0847.BP02023006-VSO1

Versie

voorontwerp

Juni

Versie

ontwerp

Juli 2023

2022

Versie

vastgesteld Opgesteld door

(geanonimiseerd)

Tweede

(geanonimiseerd)

contactpersoon

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ________________________________________________________ 3 1. 1 1. 2 1. 3 1. 4

Aanleiding ___________________________________________________________ Ligging en begrenzing plangebied ________________________________________ Vigerend bestemmingsplan ______________________________________________ Leeswijzer ___________________________________________________________

2.

HUIDIGE SITUATIE

3.

PLANBESCHRIJVING 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5

4.

5.

12

Rijksbeleid __________________________________________________________ 12 Provinciaal beleid ____________________________________________________ 13 Gemeentelijk beleid ___________________________________________________ 17

Bodemonderzoek ____________________________________________________ 20 Water ______________________________________________________________ 20 Cultuurhistorie _______________________________________________________ 28 Archeologie _________________________________________________________ 28 Natuur _____________________________________________________________ 30 Geluid _____________________________________________________________ 31 Agrarische bedrijvigheid _______________________________________________ 33 Gezondheid _________________________________________________________ 35 Gewasbestrijdingsmiddelen en driftzonering ________________________________ 36 Bedrijven en milieuzonering ____________________________________________ 36 Externe veiligheid ____________________________________________________ 37 Luchtkwaliteit ________________________________________________________ 39 M. e. r-beoordeling ____________________________________________________ 41 __________________________________

Inleiding ____________________________________________________________ Algemene toelichting verbeelding ________________________________________ Algemene toelichting regels ____________________________________________ Toelichting bestemmingen ______________________________________________

UITVOERBAARHEID 7. 1 7. 2

8.

_________________________________________________

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 6. 1 6. 2 6. 3 6. 4

7.

7

______________________________________________

MILIEUASPECTEN ________________________________________________ 20 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4 5. 5 5. 6 5. 7 5. 8 5. 9 5. 10 5. 11 5. 12 5. 13

6.

6

________________________________________________

Inleiding _____________________________________________________________ 7 Beeldkwaliteit _________________________________________________________ 7 Landschappelijke inpassing en relatie Beeldkwaliteitplan Buitengebied 2022 _______ 8 Beoogde planologische situatie __________________________________________ 10 Verkeer en parkeren __________________________________________________ 11

BELEIDSKADER 4. 1 4. 2 4. 3

3 3 4 5

______________________________________________

43 43 43 43 44

45

Economische uitvoerbaarheid ___________________________________________ 45 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ________________________________________ 45

PROCEDURE

____________________________________________________

46

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

1

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

8. 1 8. 2 8. 3 8. 4

Inleiding ____________________________________________________________ Inspraakprocedure ____________________________________________________ Overleg ex artikel 3. 1. 1 Bro _____________________________________________ Zienswijzen _________________________________________________________

46 46 46 47

BIJLAGEN: Bijlage 1: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Aeriusberekening Bijlage 4: Archeologisch onderzoek Bijlage 5: Certificaten bouwtitel Bijlage 6: Nota van zienswijzen

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

2

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

1.

INLEIDING

1. 1

Aanleiding

Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van de realisatie van twee Ruimte voor Ruimte woningen aan De Hoof ongenummerd (ong. ) te Someren. Navolgend wordt deze locatie aangeduid als het plangebied. Het College van burgemeester en wethouders heeft per brief, d. d. 24 maart 2022, te kennen gegeven in principe en onder voorwaarden medewerking te verlenen aan voor de ontwikkeling van de Ruimte voor Ruimte woningen. Om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken is een partiële bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Daartoe is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.

1. 2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is kadastraal bekend als: gemeente Someren, sectie S, nummer 1942. Het plangebied omvat niet het gehele kadastrale perceel maar enkel de begrenzing van de bouwkavels. Navolgende figuur geeft een beeld van de kadastrale kaart van het plangebied waarbij het plangebied is gearceerd met een bolletjeslijn.

Figuur 1: Uitsnede kadastrale kaart, waarop de ligging van het plangebied met een bolletjeslijn is aangeduid

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

3

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern Someren. Navolgende figuur geeft een beeld van de ligging ten opzichte van kern.

Figuur 2: Situering plangebied, aangeduid met een bolletjeslijn

Het plangebied is gesitueerd aan De Hoof en is gelegen in een bebouwingsconcentratie. De Hoof is een lint met zowel agrarische- als woonfuncties. In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woonfuncties gesitueerd.

1. 3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’ vigerend. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Someren vastgesteld op 26 juni 2013. Navolgende figuur geeft een uitsnede weer van het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied, dat is aangeduid met een bolletjeslijn.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

4

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’

Het plangebied is thans bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ en kent gedeeltelijk de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Het plangebied kent tevens de gebiedsaanduidingen ‘recreatiegebied De Heihorsten’, ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ en

‘wro-zone – bebouwingsconcentratie’.

Ter plaatse is tevens het bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ vigerend. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Someren vastgesteld op 28 juni 2018. Het bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ heeft betrekking op de wijziging en toevoeging van een aantal regels van de vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente Someren. De wijzigingen zijn aangebracht om de ontwikkelingsmogelijkheden voor niet-agrarische functies in het buitengebied van Someren te standaardiseren en te verruimen. Het realiseren van een tweetal Ruimte voor Ruimte woningen is binnen de vigerende bestemmingsplannen niet rechtstreeks mogelijk. Derhalve is een partiële herziening van de vigerende bestemmingsplannen noodzakelijk. Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van een partiële herziening van de vigerende bestemmingsplannen.

1. 4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de huidige situatie beschreven. In hoofdstuk 3 is de beoogde situatie beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het geldende beleidskader weergegeven. Het relevante Rijksbeleid, het provinciale beleid, het regionale en het gemeentelijke beleid wordt toegelicht. In hoofdstuk 5 worden de planologische relevante (milieu)aspecten met betrekking tot de beoogde ontwikkeling toegelicht. Hoofdstuk 6 bevat een juridische planbeschrijving. In hoofdstuk 7 wordt de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond. In hoofdstuk 8 wordt de procedure nader toegelicht.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

5

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

2.

HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd en in gebruik als agrarisch grasland. Navolgend is een foto weergegeven van het plangebied in de huidige situatie, bezien vanuit de hoek De Hoof – Hollestraat.

Figuur 4: Plangebied in de huidige situatie

Tussen het plangebied en De Hoof bevindt zich een zaksloot. Het gedeelte van het perceel dat wordt aangemerkt als het plangebied kent een frontbreedte van ruim 61 meter. Het plangebied ligt wat lager (circa 20cm) ten opzichte van de aanliggende wegen.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

6

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

3.

PLANBESCHRIJVING

3. 1 Inleiding Beoogd

wordt de agrarische bestemming ter plaatse van het plangebied aan De Hoof ong. te Someren her te bestemmen naar twee woonbestemmingen ten behoeve van realisatie van één Ruimte voor Ruimte woning op beide kavels. Initiatiefnemer zal hiertoe twee door de provincie geaccordeerde bouwtitels Ruimte voor Ruimte aankopen.

3. 2

Beeldkwaliteit

Nieuwe

functies en bebouwing dienen te passen binnen de ruimtelijke en stedenbouwkundige

structuur van de omgeving. De nieuwbouw zal worden uitgevoerd in een bouwstijl die passend is voor woningen in het buitengebied. De woningen in de omgeving van het plangebied bestaan voornamelijk uit één tot anderhalve bouwlaag voorzien van een forse kap. Het betreft hier zowel historische boerderijen als woningen van een recenter bouwjaar en een minder karakteristieke bouwstijl. Een gedeelte van deze woningen is eveneens gerealiseerd met toepassing van de Ruimte voor Ruimte regeling. De woningen staan in het algemeen met de lange gevel naar de weg gericht. De nokrichting is dan ook parallel aan de weg. De woningen zijn allen gedekt met kap, in de kapvorm bestaat weinig variatie. Uitsluitend zadeldaken worden toegepast, al dan niet met wolfseinden. Aangesloten zal worden op de algemene kenmerken van de bestaande bebouwing in de bebouwingsconcentratie, namelijk een ruime vrijstaande woning op een ruime kavel. De basiskarakteristiek van de nieuwe woning is te omschrijven als: rechthoekig grondplan, uitgevoerd met 1 tot 1,5 bouwlaag met kap en gedekt met een zadeldak. Navolgende figuren geven een overzicht van passende verschijningsvormen.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

7

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

Figuur 5: Impressie passende verschijningsvorm

3. 3

Landschappelijke inpassing en relatie Beeldkwaliteitplan Buitengebied 2022

3. 3. 1

Inleiding

De gemeente Someren heeft het ‘Beeldkwaliteitplan Buitengebied 2022’ vastgesteld als opvolger van het beeldkwaliteitplan Buitengebied 2011. Het beeldkwaliteitsplan is een verbindend element tussen landschap, architectuur en stedenbouw. Het plan geeft kaders en richtlijnen waarmee de beeldkwaliteit van een bepaald gebied gewaarborgd wordt. Bij het opstellen van het beeldkwaliteitsplan is het landschap ingedeeld in zes karakteristieke deelgebieden. Dit betreft de gebieden ‘Bos- en heidegebied, ‘Beekdallandschap’, ‘Kampenlandschap’, ‘Oudere heideontginningen’ en ‘Jongere heideontginningen’. Op de landschapstypenkaart van het beeldkwaliteitsplan is de indeling van de landschapstypen gegeven, die sturend is voor het beeldkwaliteitsplan. Samen met het streefbeeld is dit de basis voor de richtlijnen en bouwstenen die de inrichting van het landschap bepalen. Het plangebied is gelegen in het kampenlandschap.

“In het noordelijk deel van de gemeente Someren ligt het kampenlandschap. Dit oude agrarische landschap wordt gekenmerkt door een onregelmatige structuur. De verkaveling is kleinschalig en op sommige plekken grillig van vorm. In de loop der tijd heeft het landschap een relatief meer open karakter gekregen. Van oorsprong komen hier veel meer landschapselementen voor zoals houtsingels en bosjes. Het gebied kent een grote afwisseling van groen en bebouwing. De boerderijen die van oudsher vrijliggend of in kleine clusters gebouwd zijn, liggen inmiddels in relatief dichte linten, knopen en clusters. De bolle akkers en steilranden, die door jarenlang landbouwkundig gebruik zijn ontstaan kenmerken het gebied en onderscheiden het van de andere landschapstypen in Someren. Maar deze elementen zijn vaak ook kwetsbaar omdat ze soms niet passen in het hedendaags landbouwkundig gebruik. ” In het ‘Beeldkwaliteitplan Buitengebied’ is navolgende omschrijving opgenomen voor de inrichting van de kavel:

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

8

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

-

Groene en kleinschalige uitstraling met de inrichting van een ‘groen voorerf’. Het voorerf kan omzoomd worden met een lage haag of landschappelijk houten hekwerk, maar in het kampenlandschap is ook een open overgang van openbaar naar privé passend.

-

-

-

3. 3. 2

Een solitaire boom of kleine boomgroep bijvoorbeeld ter markering van de erfgrens. Een gedeelte van de tuin naast de voorgevel inrichten als boomgaard. De zijkanten van het erf worden begeleid door boomgaarden, houtsingels en/of struweelhagen. De achterzijde van het erf wordt ingepast met een dichte houtsingel of onregelmatige kleine bosjes. Op strategische plekken en met aantoonbare meerwaarde kan het achtererf ingepast worden met een andere meer transparante bouwsteen zoals een bomenrij, of kruidenrijke akker- of weiderand.

Landschappelijke inpassing kavels

De kavels worden landschappelijk ingepast doormiddel van een geschoren haag welke aan de zijkant van het perceel over in een gemengde haag. Op de westelijke perceelsgrens is over de gehele lengte een vrijgroeiende gemengde haag voorzien. Aan de achterzijde is gekozen voor enkele boomgroepen, om het fraaie zicht over achtergelegen akkers te behouden. Desgewenst kan ook hier een wat lagere haag worden geplant. Vanwege dat de locatie is gelegen aan de entree van De Hoof is er voor gekozen het plangebied niet te nadrukkelijk te verdichten. De aanleg en duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing maakt als voorwaardelijke verplichting onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Navolgende figuur betreft een uitsnede van het beplantingsplan. Het volledige beplantingsplan is als bijlage bij de regels opgenomen.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

9

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

Figuur 6: Uitsnede beplantingsplan

3. 4

Beoogde planologische situatie

Beoogd wordt om twee Ruimte voor Ruimte woningen op te richten. Daartoe zal het plangebied worden herbestemd naar ‘Wonen’. Hierbij zal de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte’ worden opgenomen. Ten aanzien van Ruimte voor Ruimte woningen wordt een woning met een inhoud van maximaal 900 m³ mogelijk gemaakt. Daarbij wordt 150 m 2 aan bijgebouwen toegestaan. Vanwege het bijstellen van de archeologische verwachtingswaarde kan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ komen te vervallen. Wel wordt anderzijds de dubbelbestemming ‘Waarde – Waterbergende functie’ opgenomen om het waterbergend vermogen te beschermen. Navolgende figuur betreft een weergave van de beoogde planologische situatie.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

10

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

Figuur 7: Verbeelding voor het plangebied

3. 5

Verkeer en parkeren

De Ruimte voor Ruimte kavels worden ontsloten aan De Hoof. Realisatie van de woningen leidt tot een toename van verkeersbewegingen met personenauto’s behorende bij gebruik van deze woningen. Dit leidt gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling niet tot een substantiële toename van de verkeersdruk. Vanaf het plangebied gaan verkeersbewegingen direct op in het heersende verkeersbeeld.

Op het plangebied worden bij elke woning drie parkeerplaatsen, exclusief garage gerealiseerd. Dit wordt middels een voorwaardelijke verplichting verankerd in de regels van dit bestemmingsplan. Het plangebied biedt hiertoe ruimschoots de ruimte.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

11

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

4.

BELEIDSKADER

4. 1

Rijksbeleid

4. 1. 1

Nationale Omgevingsvisie

Het Rijk heeft de Nationale Omgevingsvisie opgesteld voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale politiek-bestuurlijke aandacht. De nationale belangen zijn in veel gevallen sectoraal. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. Deze vier integrale prioriteiten betreffen: Klimaat & Energie; ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzame economie; duurzaam economisch groeipotentieel; Stad & Regio; sterke en gezonde steden en regio’s; Landelijk gebied; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In deze vier prioriteiten komen complexe, omvangrijke en dringende opgaven samen, die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Centraal in te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen.

Om aan dit afwegingsproces richting te geven worden drie afwegingsprincipes gehanteerd. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Dit

bestemmingsplan heeft door omvang geformuleerde nationale belangen.

4. 1. 2

en

aard

van

de ontwikkeling

geen

betrekking

op

de

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3. 1. 6, tweede lid, Bro is het verplicht om in het geval dat een ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen.

Op het plangebied worden twee Ruimte voor Ruimte woningen toegevoegd. Het toevoegen van één of enkele woningen wordt in het kader van de ladder voor duurzame ontwikkeling niet gezien als een stedelijke ontwikkeling. Daarbij is in de ‘Handreiking ladder voor duurzame verstedelijking’ expliciet opgenomen dat bij toepassing van de regeling Ruimte voor Ruimte, een zogenaamde rood-voor-rood regeling, geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet hoeft te worden toegepast.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

12

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

4. 2

Provinciaal beleid

4. 2. 1

Brabantse Omgevingsvisie

Provinciale

Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Met de hoofdopgaven in de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie aan bij Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. De Provincie Noord-Brabant streeft er op zijn beurt naar dat deze visie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Brabant samenbindt.

4. 2. 2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

4. 2. 2. 1

Inleiding

De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, hierna ook de Interim omgevingsverordening genoemd, is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan de door de gemeente op te stellen ruimtelijke plannen en vormt een direct toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen waarvan de provincie het belangrijk vindt dat die door iedere gemeente worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. De onderwerpen die in de Interim omgevingsverordening staan, vinden hun basis in de in december 2018 vastgestelde Brabantse Omgevingsvisie. De omgevingsvisie formuleert een vijftal hoofdopgaven en ambities voor 2050 gericht op het bereiken van een gezond en veilig Brabant met een goede omgevingskwaliteit. Hoofddoel van de Interim omgevingsverordening is het beleidsneutraal samenvoegen van de verschillende verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving. In navolgende subparagrafen wordt ingegaan op de aanduidingen van het plangebied in de Interim omgevingsverordening en wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels van de Interim omgevingsverordening.

4. 2. 2. 2

Aanduidingen in de Interim omgevingsverordening

Navolgende figuur geeft een overzicht van de aanduidingen ter plaatse van het plangebied in de Interim omgevingsverordening.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

13

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

Figuur 8: Aanduiding ontwikkelingen

plangebied

Aanduiding

initiatieflocatie op

themakaart

7: specifieke

gebieden

voor

agrarische

Het plangebied is gelegen in het Landelijk gebied binnen de structuur gemengd landelijk gebied.

Figuur 9: Aanduiding plangebied op themakaart 7: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen

Artikel 3. 6 Zorgvuldig ruimtegebruik Het doel van de provincie is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende- of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

14

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. De realisatie van Ruimte voor Ruimte woningen wordt gezien als ‘nieuwvestiging’ maar behoort conform artikel 3. 79 van de Interim omgevingsverordening tot de mogelijkheden, in afwijking van artikel 3. 6, dat gebruik gemaakt moet worden van een bestaand bouwperceel. Artikel 3. 9 Kwaliteitsverbetering landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Artikel 3. 9 van de Interim omgevingsverordening stelt dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen het Landelijk gebied gepaard dient te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.

Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land, het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het wegnemen van verharding, het slopen van bebouwing, de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones en het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is uitdrukkelijk bepaald dat bij Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen geen toepassing gegeven behoeft te worden aan het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap zoals bedoeld in artikel 3. 9. Artikel 3. 51 Beperkingen veehouderij Binnen het gebied ‘Beperkingen veehouderij’ is de uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij uitgesloten. Een toename van de bestaande oppervlakte van gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, en van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is uitgesloten. De beoogde herontwikkeling heeft geen effect op de veehouderij en is dan ook niet in strijd met de regels voor ‘Beperkingen veehouderij’. Artikel 3.

52 Staldering Binnen het ‘Stalderingsgebied’ gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van veehouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. De beoogde herontwikkeling heeft geen toename van dierenverblijven tot gevolg. De beoogde herontwikkeling is niet in strijd met de regels die gelden binnen het ‘Stalderingsgebied’. Artikel 3. 79 Ruimte voor Ruimte Artikel 3. 79 van de Interim omgevingsverordening stelt dat onder voorwaarden kan worden voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels binnen het ‘Stedelijk gebied’ of ‘Landelijk gebied’. Navolgend worden de voorwaarden uit artikel 3. 79 van de Interim omgevingsverordening punt voor punt besproken en toegelicht met betrekking tot het plangebied:

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

15

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

1.

Een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling: a. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit; Gebruik wordt gemaakt van geaccordeerde bouwtitels Ruimte voor Ruimte, waarmee zeker is gesteld dat sprake is van een winst van de omgevingskwaliteit. De bouwtitels worden als bijlage bij deze toelichting worden gevoegd. b.

op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in artikel 3. 78, derde lid;

In artikel 3. 78, derde lid is bepaald dat sprake is van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt, of als de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Het plangebied is aangewezen als gelegen binnen een bebouwingsconcentratie in het buitengebied van de gemeente Someren. In paragraaf 4. 3. 3 is de ligging van het plangebied binnen de bebouwingsconcentratie nader uitgewerkt, waarbij is aangetoond dat sprake is van een aanvaardbare locatie als bedoeld in artikel 3. 78, derde lid. c.

past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 3. 77; In artikel 3. 77 is aangegeven dat de ontwikkelingsrichting van een gebied in elk geval wordt bepaald door welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering in de omgeving passen. In de omgeving van het plangebied is sprake van een veelal voormalig agrarisch gebied, waarin de laatste jaren een transformatie heeft plaatsgevonden naar wonen en recreatie. De realisatie van de beoogde Ruimte voor Ruimte woningen past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. De kavels worden landschappelijk worden ingepast.

2.

Als uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat de in het verleden gedane investering in omgevingskwaliteit is terugverdiend, is het eerste lid niet meer van toepassing. Niet van toepassing.

3.

Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. artikel 3. 6 Zorgvuldig ruimtegebruik, onder a; b. artikel 3. 9 Kwaliteitsverbetering landschap; en c. artikel 3. 68 Wonen in landelijk gebied, eerste lid, onder a. Twee bouwtitels Ruimte voor Ruimte wordt ingezet voor de realisatie van de beoogde woningen. Geen toepassing hoeft te worden gegeven aan de genoemde artikelen.

De bouwtitels Ruimte voor Ruimte worden als bijlage bij onderhavige toelichting gevoegd. Voldaan kan worden aan de ruimte-voor-ruimteregeling zoals gesteld in artikel 3. 79 van de Interim omgevingsverordening.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

16

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

4. 3

Gemeentelijk beleid

4. 3. 1

Structuurvisie Someren 2028

De Wet ruimtelijke ordening verplicht alle overheden tot het opstellen van een structuurvisie. De gemeente Someren heeft een integrale structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente opgesteld: de ‘Structuurvisie Someren 2028’. In deze structuurvisie wordt aan de hand van thema’s omschreven wat de ambities van de gemeente Someren zijn voor het jaar 2028. Onderdeel van de ‘Structuurvisie Someren 2028’ is de ‘Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028’. Hierna is een uitsnede van deze kaart weergegeven, waarop het plangebied zwart is omcirkeld.

Figuur 10: Uitsnede Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028

In

de

Structuurvisie Someren 2028 is het plangebied aangewezen als gelegen in de zone ‘Kwaliteitsverbetering bebouwingslinten of bebouwingsclusters buiten bebouwde kom’. Deze zone voor vormt primair het zoekgebied voor Ruimte voor Ruimte woningen. De gemeente Someren is bereid om planologisch ruimhartig om te gaan met het faciliteren van deze woningen. De realisatie van Ruimte

woningen ter plaatse van het plangebied binnen de bebouwingsconcentratie.

4. 3. 2

voor Ruimte

is een passende ontwikkeling

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011

De gemeente Someren heeft het ‘Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011 gemeente Someren’ vastgesteld, gelijktijdig met het bestemmingsplan Buitengebied. Het doel van dit beeldkwaliteitsplan het creëren van en het bijdragen aan een duurzame ruimtelijke kwaliteit en diversiteit. Het beeldkwaliteitsplan is vooral een inspiratiebron bij nieuwe ontwikkelingen. In dit beeldkwaliteitplan zijn ontwerprichtlijnen gebiedstype Het plangebied is gelegen binnen het per opgenomen. Kampenlandschap alsmede binnen linten en clusters. In paragraaf 3. 2. 1 van dit planvoorstel is de beoogde landschappelijke inpassing nader toegelicht.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

17

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

4. 3. 3

Toepassingsregels Ruimte voor Ruimte woningen

Gemeente Someren heeft toepassingsregels opgesteld voor de ontwikkeling van Ruimte voor Ruimte woningen. De gemeente heeft de zoekgebieden voor (potentiële) Ruimte voor Ruimte locaties inzichtelijk gemaakt op kaartmateriaal. Op navolgende figuur is dit inzichtelijk gemaakt.

Figuur 11: Zoekgebieden Ruimte voor Ruimte

Het plangebied is gelegen in bebouwingsconcentratie ‘De Hoof’. Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van kern Someren. Na de Tweede Wereldoorlog werd de kern Someren geleidelijk uitgebreid tot de huidige omvang. Ruimtelijk gezien is er voornamelijk sprake van inbreiding tussen de bestaande wegen met verspreid liggende bebouwing. De oorspronkelijke verbindingswegen naar de gehuchten zoals (De Hoof, Dellerweg, Vaarselweg en Heikantstraat) zijn behouden gebleven als de voornaamste structuurlijnen aan deze zijde van het dorp. De linten zijn in deze periode verder verdicht en kenmerken zich thans door verspreide bebouwing met deels historische langgevelboerderijen en verspreid daar tussen vrijstaande naoorlogse woningen. Het plangebied is gelegen aan de entree van De Hoof. De realisatie van de twee woningen draagt bij aan de afronding van het lint aan de noordzijde van de weg. Op navolgende figuur is de korrelstructuur na herontwikkeling indicatief weergegeven.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

18

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

Figuur 12: Toekomstige situatie bij benadering

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

19

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

5.

MILIEUASPECTEN

5. 1 Bodemonderzoek 5. 1. 1

Inleiding

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te zijn aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. Ten behoeve van de herontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit het bodemonderzoek komt naar voren dat op basis de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden beoogde van aan bestemmingswijziging en de herontwikkeling van de onderzochte locatie. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.

5. 1. 2 Door

Toets Archimil

is

een

bodemonderzoek

uitgevoerd.

Navolgend

wordt

de

samenvatting

hiervan

weergegeven.

“Uit het onderzoek volgt dat de grond uit de boven- en onderlaag niet verontreinigd is met één van de componenten waarop is onderzocht. barium, cadmium en zink.

Het

grondwater is, zoals verwacht,

licht verontreinigd

met

De hypothese niet-verdachte locatie kan worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat er ons inziens, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld hoeven te worden aan beoogde bestemmingswijziging en de herontwikkeling van de onderzochte locatie. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit. ”

5. 2

Water

5. 2. 1

Inleiding

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief op het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

20

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. waterschap Aa en Maas.

5. 2. 2

Het plangebied

valt onder het beheer van

Principes waterschap Aa en Maas

Het waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes: gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater; doorlopen van de afwegingsstappen: ‘hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer’; hydrologisch neutraal bouwen; water als kans; meervoudig ruimtegebruik; voorkomen van vervuiling; wateroverlastvrij bestemmen; waterschapsbelangen.

5. 2. 3

Beleidskader

5. 2. 3. 1

Waterbeheerplan 2022-2027

In het Waterbeheerplan is beschreven welke doelen door het waterschap worden nagestreefd in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen willen gaan halen. Het nog vast te stellen waterbeheerplan is geldig van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is gebaseerd op de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; 3. Afvalwaterketen. Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. In het programma ‘Afvalwaterketen’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd.

In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: − schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; − de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; − de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; − de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.

Om deze doelen te bereiken zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: − −

−

het maken van actieplannen met maatregelen gericht op een klimaatrobuust watersyteem; het verkennen van de mogelijkheden om de hoeveelheid water die vanuit bebouwd gebied wordt afgevoerd op het regionale systeem te beperken; inzetten op extra maatregelen: ontstenen, vergroenen, afkoppelen en groene daken;

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

21

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

−

−

−

−

meedenken

met gemeenten bij beleid en regelgeving rondom meervoudig ruimtegebruik, hemelwaterverordeningen en het opnemen van klimaatadaptatie in afkoppelen, bestemmingsplannen; handhaven van de stimuleringsregeling klimaatactief bebouwd gebied en deze koppelen waar mogelijk aan gemeentelijke regelingen; de samenwerking met gemeenten, woningcorporaties, ontwikkelaars en de bouwsector breed opzoeken in het bebouwde gebied; Intensief samenwerken op de overgang tussen bebouwd gebied en landelijk gebied, ook rondom bedrijventerreinen.

5. 2. 3. 2

Keur

Voor waterhuishoudkundige ingrepen ter plaatse van het projectgebied is de ‘Keur waterschap Aa en Maas 2021’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Het plangebied is niet in een Keurgebied gelegen.

5. 2. 3. 3

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10. 000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10. 000 m². De beoogde ontwikkeling voorziet in de toevoeging van twee vrijstaande woningen ter plaatse van het plangebied. Ter plaatse wordt derhalve voorzien in circa 800 m² nieuw verhard oppervlak, bestaande uit hoofdgebouw, bijgebouwen en erfverharding.

Bij een toename vanaf 500 m² verhard oppervlak zijn de Algemene regels van toepassing en geldt een regenwaterbergingsplicht. De benodigde compensatie in m³ wordt berekend met de formule: toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in mm). De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te worden geplaatst.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

22

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

5. 2. 4

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie

De bodem bestaat uit eerdgronden; voedselrijk en vochtig tot droog. De GHG ter plaatse van het plangebied bedraagt tussen de 80-100 cm-mv.

Figuur 13: Uitsnede bodemkaart

Het plangebied bevindt zich in een kwetsbaar gebied en is relatief laag gelegen. Het peil bevindt zich grosso modo 20-25 centimeter lager dan de kruin van de weg. Dit betekent dat de ontwikkeling mogelijk (bij ophogen en verharden) kan leiden tot een afname in de waterberging bij neerslag tot 80mm/uur. Op navolgende figuur is dit inzichtelijk.

Figuur 14: Ligging in kwetsbaar gebied en uitsnede van de ahn viewer

De aanwezige watergangen ten zuiden en oosten van beide kavels dienen behouden te blijven en mogen uitsluitend ten behoeve van de inrit overkluist worden. Bijbehorende voorschriften worden bij de aanvraag voor de inrit aangegeven.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

23

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

5. 2. 5

VGRP Someren 2021-2025

5. 2. 5. 1

Beleidskader

In het ‘verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025’ (vGRP 2021-2025) is voor een periode van vijf jaar het beleid ten aanzien van riolering en stedelijk water van de gemeente Someren vastgelegd. Algemeen uitgangspunt qua waterbeleid is dat de verbeteringen en optimalisaties die de afgelopen jaren in de riolerings- en waterbergingszorg zijn ingezet, worden doorgezet in de komende planperiode. De gemeente Someren wil daarbij op de meest doelmatige manier invulling geven aan het beheer en onderhoud.

Ook in Someren is de landelijke trend zichtbaar dat bewoners en bedrijven voor- en achtertuinen (steeds meer) verharden. Hierdoor wordt extra verhard oppervlak op de riolering aangesloten, waardoor afkoppelinspanningen van de gemeente deels te niet worden gedaan. De gemeente heeft dan ook de ambitie om bewoners en bedrijven te stimuleren het regenwater zoveel mogelijk op eigen perceel vast te houden. Naast dat dit het hydraulisch functioneren van de riolering ten goede komt draagt het o. a. bij aan het bestrijden van verdroging, ondersteunen van biodiversiteit en het tegengaan van hittestress. Voor nieuwbouw (en herbouw) geldt dat het afvalwater en hemelwater gescheiden moet worden ingezameld, waarbij de gemeente alleen voorziet in een vuilwaterhuisaansluiting. De gemeente houdt hierbij de trits vasthouden – bergen – afvoeren aan. Ter voorkoming van overlast en schade op particulier terrein en uit oogpunt van doelmatigheid vertaalt de gemeente een redelijke inspanning van particulieren als volgt: Bij ver- en nieuwbouw moet tenminste de eerste 30 mm regen (30 liter per m² afstromende verharding) van een bui binnen het perceel worden vastgehouden en lokaal verwerkt worden. Vanuit waterbelang, i. v. m. zichtbaarheid, bij voorkeur door bufferen op het oppervlak (vijver, wadi of lagergelegen grond) waarna het water kan infiltreren.

Ondergrondse buffering en infiltratie is, mits goed aangelegd en onderhouden, een goed alternatief als bovengrondse buffering niet gewenst is. Uitgangspunt is dat een buffer gerekend met een k-waarde van 1,0 m¹ per dag binnen 24 uur weer beschikbaar is. Een particuliere infiltratievoorziening mag uitsluitend op maaiveldniveau (zichtbaar) een overstort hebben naar openbaar gebied. Waar infiltreren aantoonbaar niet mogelijk is, mag het water vanuit een buffer vertraagd afgevoerd worden naar de openbare ruimte.

5. 2. 5. 2

Toets

Het streven van de gemeente is om bij nieuwbouw ‘grondwaterneutraal’ te bouwen. Dit houdt in dat het grondwaterpeil niet beïnvloed mag worden. De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de grondwatersituatie. Er is geen sprake van een toename van grondwateronttrekkingen of structureel extra bemalingen. Het hemelwater dat valt op verharding binnen het plangebied wordt lokaal geïnfiltreerd, waarbij wel sprake zal zijn van een noodoverlaat voor extreme situaties. De aanwezige watergangen ten zuiden en oosten van beide kavels blijven behouden en bij de aanvraag van de inrit zijn bijbehorende voorschriften aangegeven. De beoogde ontwikkeling mag niet leiden tot schade bij een bui van T=100 van 80 mm in uur. Dergelijke hevige neerslag over een korte periode kan lokaal zorgen voor wateroverlast. Dit type wateroverlast komt het meest voor bij wolkbreuken in de zomer. Middels de Klimaateffectatlas is het risico op kortdurende wateroverlast bij een bui van 140 mm in 2 uur inzichtelijk gemaakt. Dit is een

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

24

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

zeer hevige bui die gemiddeld eens in de 1000 jaar voorkomt. Navolgende

figuur betreft een uitsnede

van dit kaartbeeld ter plaatse van het plangebied.

Figuur 15:Klimaateffectatlas met waterdiepte bij hevige bui | 140 mm / 2 uur

Uit het kaartbeeld blijkt dat als gevolg van een bui van 140 mm in 2 uur ter plaatse van het plangebied geen wateroverlast wordt verwacht. De waterdiepte wordt ten hoogste 15 cm verwacht bij een bui van 140 mm in 2 uur.

5. 2. 6

Hemelwater na ontwikkeling

De gemeente Someren vereist dat hemelwater op eigen terrein wordt geïnfiltreerd ter voorkoming van wateroverlast door toevoeging van de beoogde verharding binnen het plangebied. In de nieuwe situatie zal de infiltratie van het regenwater dat valt op daken van de woningen en bijgebouwen worden bewerkstelligd door het schone hemelwater via dakgoten en regenpijpen af te voeren naar een ondergronds infiltratie transportriool. Vanuit dit transportriool zal het water in eerste instantie zoveel mogelijk infiltreren in de ondergrond. Op het moment dat de capaciteit van het transportriool volledig is benut, voert deze het water af naar een infiltratievoorziening. Deze voorziening wordt zodanig gedimensioneerd dat er een voldoende dynamische berging bij een extreme regenval. In het grootste deel van het jaar zal het water echter via infiltratiebuizen in de bodem infiltreren. Voor toevoeging van elk van de Ruimte voor Ruimte woningen met bijbehorende bouwwerken en verharding wordt een omvang aan verharding verwacht van circa 400 m². Derhalve dient op het plangebied per perceel zorg gedragen te worden voor een watervoorziening met een omvang van circa 24 m³. Bij het aanleggen van de infiltratievoorzieningen dient rekening te worden gehouden met de GHG. Voorbeelden van een toe te passen hemelwatervoorziening zijn het gebruik van een infiltratieveld een wadi of infiltratiekrat.

Voorbeelden van deze manieren van infiltreren zijn weergeven navolgende figuur.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

25

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

Figuur 16: Voorbeelden van infiltratiemogelijkheden die kunnen worden toegepast

In het uiteindelijke bouwplan zal de hemelwaterinfiltratie nader worden uitgewerkt ten behoeve van de minimale berging van 60 mm met inachtname van deze paragraaf.

5. 2. 7

Waterbergend vermogen perceel

Omdat het perceel waartoe het plangebied behoorlijk relatief laag is gelegen heeft het mogelijk een waterbergende functie bij hevige regenval. Daarom heeft de gemeente besloten de dubbelbestemming ‘'Waarde – Waterbergende functie’ op te nemen. De voor 'Waarde – Waterbergende functie ' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de waterbergende functie van deze gronden. Het is daarom niet toegestaan om zonder vergunning het perceel op te hogen. Derhalve dient er een compensatie plaats te vinden binnen de woonbestemming of aansluitend daaraan. Binnen het plangebied morgen maximaal twee woningen worden gerealiseerd. Voor de woningen en bijgebouwen wordt een toename in verharding verwacht van circa 600 m². Daarnaast is het mogelijk dat het perceel ook wordt opgehoogd ter plaatse van erfverhardingen voor parkeerplaatsen, inritten, terrassen en dergelijke. Verwacht wordt dat ter plaatse het bouwperceel ook wordt opgehoogd met ten minste 25 centimeter. Daarmee neemt het waterbergend vermogen af. Dat betekent dat er binnen het plangebied een compensatie plaats dient te vinden van ten minste ter grote van het verlies aan waterbergend vermogen. Dat kan worden bewerkstelligd door aan de achterzijde een verlaging toe te passen. Dat kan doormiddel van een wadi of verlaging in het maaiveld. Het perceel biedt hiertoe ruimschoots de ruimte.

De kavels kennen gezamenlijk een breedte van 63 meter. Door een verlaging toe te passen van 10-15 meter bij 63 meter met een gemiddelde diepte van 25 centimeter kan er al voldoende worden gecompenseerd. In dit deel van het plangebied kunnen bomen worden geplant die goed gedijen op natte grond. In de vergunningsaanvraag voor het bouwen zal dit aspect nader worden uitgewerkt. Als vuistregel kan voor de benodigde waterberging het volgende worden gehanteerd: Bij een piekbui van 140mm in 2 uur ontstaat op het perceel mogelijkerwijs een waterdiepte van ten hoogste 15 cm. Dit kan als vuistregel worden genomen voor de benodigde berging. Berging op perceel = oppervlakte x 15cm. Die berging wordt gerealiseerd onder de huidige maaiveldhoogte + 15 cm

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

26

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

Al het regenwater dat op het perceel valt tot een bui van 80mm voorziening opgevangen te worden.

in een uur, dient in de eigen

Op dit moment is dit nog niet mogelijk omdat het bouwplan nog niet is uitgewerkt. nog niet bekend is hoeveel

vierkante meter van het plangebied daadwerkelijk wordt opgehoogd. Dat is te sterk afhankelijk van het bouwplan. Op navolgende figuur is de oplossingsrichting indicatief uitgewerkt.

Figuur 17: Voorstel waterberging perceel

5. 2. 8

Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater

Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

27

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

5. 2. 9

Afvalwater

Het afvalwater afkomstig van het plangebied afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. De initiatiefnemer betaalt hiervoor de aansluitkosten. Mogelijkerwijs dient een extra drukrioolunit worden geplaatst. Het is op dit moment onbekend of een uitbreiding zijn van de (druk)riolering noodzakelijk is. Kosten daarvan zijn voor de initiatiefnemer van dit plan. In de anterieure overeenkomst worden hierover afspraken vastgelegd.

5. 3

Cultuurhistorie

Conform de cultuurhistorische waardenkaart is het plangebied aangeduid als een gebied met ‘provinciaal cultuurhistorisch belang’ (Regio Peelrand). De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele kastelen, diverse kloosters en de Peel-Raamstelling verlenen het gebied extra cultuurhistorische betekenis. Het oud zandlandschap bij Stiphout is van provinciaal belang. Dragende structuren in de regio zijn de onder andere de oude zandontginningen met akkercomplexen, beemden, broekgebieden, de jonge heideontginningen, de Zuid-Willemsvaart en het dal van de Aa. De Hoof is aangemerkt als lijn van redelijk hoge waarde. Het plangebied is niet aangeduid of te beschouwen als waardevol open gebied dan wel te behouden doorzicht. Binnen het plangebied is geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. De beoogde ontwikkeling leidt tot afronding van een bebouwingslint. De beoogde herontwikkeling heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden op het plangebied of de omgeving.

5. 4

Archeologie

5. 4. 1

Inleiding

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houden ze rekening met archeologische waarden. Ook maken zij meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven.

5. 4. 2

Nota archeologiebeleid gemeente Someren

De gemeente Someren heeft een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd in de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’. In deze nota zijn enerzijds de gemeentelijke ambities en opgaven op het gebied van de economische ontwikkeling, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en dergelijke, en anderzijds het behoud en beheer van het gemeentelijk bodemarchief toegelicht en uitgewerkt. Onderdeel van de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’ is de ‘Archeologiekaart van Someren’. Hierna is een uitsnede van de beleidskaart weergegeven waarop het plangebied is aangeduid.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

28

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

Figuur 18: Uitsnede Archeologiekaart van Someren waarop het plangebied is aangeduid

Het plangebied is op de Archeologiekaart van Someren deels aangeduid als ‘categorie 3’. De gebieden die vallen binnen categorie 3 zijn gebieden met een hoge archeologische verwachting. De verstoringsgrens bij deze categorie gebieden is een bodemingreep met een oppervlakte van meer dan 250 m² en/of een diepte van 0,4 m.

5. 4. 3

Archeologisch onderzoek

Ten behoeve van deze ontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Navolgend wordt de conclusie weergegeven:

“Aangezien van het potentiële archeologische sporenniveau minstens 70 tot mogelijk ruim 100 cm is verdwenen door afgraving (gerekend vanaf de top van de C-horizont) en daarmee geen archeologische verwachting meer geldt, adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek. ”

“Uit het veldonderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke enkeerdgrond is verstoord en na de zandwinning is teruggestort om de grond weer geschikt te maken voor landbouw, waarbij ook nog eventueel aanwezige resten van een podzolbodem zijn verdwenen. Het potentiële archeologische sporenniveau, gerekend vanaf de top van de C-horizont, is minstens tot een diepte van 70 cm en waarschijnlijk zelfs tot een diepte van ruim 100 cm afgegraven. Op basis hiervan blijft, zoals aangegeven in het bureauonderzoek, dat voor alle archeologische perioden geen verwachting meer geldt gehandhaafd. ” De archeologische dubbelbestemming kan derhalve komen te vervallen.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

29

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

Omdat de aanwezigheid van archeologische resten echter nooit helemaal uitgesloten kunnen worden op basis van het uitgevoerde onderzoek, geldt er nog altijd een meldingsplicht (Erfgoedwet 2016, artikel 5. 10 en 5. 11). Mochten er tijdens toekomstige grondwerkzaamheden toch onverwacht archeologische vondsten en structuren worden aangetroffen, dan dient men dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Someren te melden.

5. 5

Natuur

5. 5. 1

Inleiding

Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.

5. 5. 2

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000 gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het dichtstbijzijnd gelegen Vogel- of Habitatrichtlijngebied betreft het Habitatrichtlijngebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’. Dit Habitatrichtlijngebied is gelegen op een afstand van circa 2,5 kilometer ten noordwesten van het plangebied. De ontwikkeling heeft wegens deze afstand tot dit richtlijngebied en de kleinschaligheid van de ontwikkeling geen effecten op een Vogel- of Habitatrichtlijngebied. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) regelt sinds 2015 de ruimte voor economische ontwikkelingen die gepaard gaan met de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Enerzijds heeft het PAS tot doel het behoud en herstel van de Natura 2000-gebieden. Anderzijds creëert het PAS door de reductie van stikstof ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de verbreding van een snelweg, woningbouw of de uitbreiding van een veehouderij.

Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State einduitspraken gewezen in enkele procedures tegen het Programma Aanpak Stikstof. De Afdeling komt tot de conclusie dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) daaraan stelt. De Afdeling heeft bepaald dat de PAS niet meer gehanteerd kan worden als toetsingskader voor projecten. Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Met Aerius – Calculator is de consequentie van de ontwikkeling op Natura 2000 gebieden in beeld gebracht. Realisatie van het plan leidt niet tot een toename van stikstof van meer dan 0,0 mol/ha/jaar. De Aerius-berekening is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

VAST TE STELLEN Crijns Rentmeesters bv

30

Bestemmingsplan ‘De Hoof ong. ’ - Toelichting

5. 5. 3

Soortenbescherming

Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden. Het plangebied is in gebruik als cultuurgrond en kent een lage ecologische waarde. Vanwege het ontbreken van bebouwing of opgaande beplanting kan worden gesteld dat onderhavige ontwikkeling geen negatieve invloed heeft wat betreft flora en fauna. Door de aanleg van nieuwe landschappelijke inpassing wordt het aanwezige groen in de omgeving van het plangebied uitgebreid met gebiedseigen soorten. Foerageermogelijkheden voor vleermuizen, vogels en kleine zoogdieren worden daardoor versterkt. Voor de algemene broedvogelsoorten die binnen het plangebied te verwachten zijn geldt dat, daar geen groen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 3. 1 van de Wet natuurbescherming (het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen.

Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien er toch binnen het broedseizoen gewerkt gaat worden dient er voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie plaats vinden. Voor de te verwachten algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van sloopwerkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 3. 10 van de Wet natuurbescherming in. Er is geen sprake van sloopwerkzaamheden binnen het plangebied. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Daarnaast wordt geadviseerd de nieuwbouw Natuurinclusief te bouwen. Handvatten hiervoor zijn te vinden op www. checklistgroenbouwen. nl.

5. 6

Geluid

5. 6. 1

Inleiding

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh geldt niet voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14147807/1