Regels vaststelling bestemmingsplan
Tekst van het document
8.5.8
Afwijken voor dagrecreatie als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.4.1 sub f voor het als ondergeschikte nevenfunctie vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie aanbieden van dagrecreatie. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 24.4; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 24.2.
8.5.9
Afwijken voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een woning
70
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.4.1 sub g voor de structurele of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in een woning. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het is toegestaan om een woning te gebruiken voor bewoning door maximaal 4 arbeidsmigranten; b. parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorzieningen middels inrichtingsschets aangetoond worden waarbij per huisvestingsplaats 0,7 parkeerplaats gerealiseerd dient te worden. c. de woning voldoet aan de regels uit het bouwbesluit; d. in een straat mogen maximaal 20% van de totaal aantal woningen gebruikt worden voor bewoning door arbeidsmigranten, waarbij de woningen niet direct naast elkaar, tegenover elkaar of boven elkaar gesitueerd mogen zijn, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn; e. er dient een nachtregister bijgehouden te worden; f. in afwijking op sub a is het mogelijk om tot een maximum van 20 personen bewoning te laten plaatsvinden, mits aangetoond wordt dat er voldoende parkeergelegenheid is op eigen terrein en dat bewoning niet tot overlast leidt in de omgeving; g. de woning (met meer dan 4 arbeidsmigranten) is voorzien van een SNF-registratie en dit dient aangetoond te worden; h.
als de woning vijf of meer wooneenheden bevat, moet men voldoen aan de aanvullende eisen uit het bouwbesluit van kamergewijze verhuur, zoals geldend ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning. (wooneenheden: 5 of meer slaapkamers); i. vanaf 11 personen dient minimaal 250 meter aangehouden te worden ten opzichte van een andere locatie waar meer dan 10 arbeidsmigranten gehuisvest worden; j. vanaf 11 personen dient het perceel landschappelijk ingepast te worden; k. vanaf 11 personen dient het beheer in een overeenkomst vastgelegd te worden.
8.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.6.1
Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. landschappelijke inpassing te verwijderen, waarvan de aanleg en de instandhouding ervan in het kader van een eerdere vergunningverlening verplicht is gesteld.
8.6.2
Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 8.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning.
8.6.3
Toelaatbaarheid De in artikel 8.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien de werken en/of werkzaamheden: a. geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied;
71
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; b. hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform artikel 24.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit.
8.7
Wijzigingsbevoegdheid
8.7.1
Wijzigingsbevoegdheid voor 'wonen plus' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd aan de bestemming ‘Wonen - Buitengebied’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - wonen plus’ toe te voegen ten behoeve van de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieen 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: a. de bedrijfsactiviteit moet plaatsvinden binnen de maximaal toegestane oppervlakte bebouwing; b. de maximaal toegestane oppervlakte voor de bedrijfsmatig te gebruiken bijgebouwen is 350 m2, met dien verstande dat de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 8.3.3 (sloopbonusregeling) moeten worden toegepast; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; d. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 24.4; e. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; f. buitenopslag is niet toegestaan; g. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygienische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; h.
de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 24.2.
8.7.2
Wijzigingsbevoegdheid voor splitsing van een cultuurhistorisch waardevolle woning Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen - Buitengebied' wijzigen voor het splitsen van een bestaande (bedrijfs)woning, gevestigd in eencultuurhistorisch waardevolle object, in meerdere woningen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. splitsing is alleen toelaatbaar als er sprake is van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, waarbij geldt dat: 1. er sprake is van een (rijks-, provinciaal of gemeentelijk) monument met de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' als bedoeld in artikel 14; of 2. er sprake is van een beeldbepalend pand welke is opgenomen in de lijst met beeldbepalende panden uit de ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit’, zoals opgenomen in Bijlage 2; of 3. er sprake is van een cultuurhistorisch waardevol object, aangetoond door een terzake deskundige instantie, zoals Stichting Monumentenhuis Brabant, en als zodanig erkend door burgemeester en wethouders; b. splitsing in meerdere woningen is alleen toelaatbaar als dit gericht is op het behoud, het herstel en de versterking van de al dan niet aanwezige cultuurhistorisch waarden van de bebouwing en/of het bebouwingsensemble; c. splitsing in meerdere woningen is alleen toelaatbaar als het cultuurhistorisch waardevolle object een inhoud heeft van tenminste 900 m3;
72
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
d. elke woning moet na splitsing een inhoud hebben van minimaal 350 m3; e. per woning zijn (vrijstaande) bijgebouwen toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m2; f. in afwijking van het bepaalde onder sub e mag, met toepassing van artikel 8.3.3 (sloopbonusregeling), het maximale gezamenlijke oppervlak (vrijstaande) bijgebouwen worden verhoogd tot 350 m2; g. alle aanwezige overtollige (voormalige bedrijfs-)bebouwing moet worden gesloopt, tenzij deze bebouwing cultuurhistorische, landschappelijke en/of architectonische waarde heeft; h. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan ook milieu-planologisch uitvoerbaar is; i. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 24.2. 8.7.3
Wijzigingsbevoegdheid naar 'Recreatie' Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen' wijzigen in de bestemming 'Recreatie'. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. er is een concreet bedrijfsplan met een onderbouwing waarin de noodzaak en aanvaardbaarheid van de vormverandering/vergroting ook voor de langere termijn is aangegeven; b. het betreft een toeristisch en recreatief initiatief ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - Recreatiegebied De Heihorsten'; c. het initiatief in overeenstemming is met de beleidsnota 'De Kracht van Toerisme'; d. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygienische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; e. er wordt voldaan aan de kaders ten aanzien van recreatie en toerisme zoals gesteld in de Interim omgevingsverordening; f. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 24.2 en aangetoond met een erfinrichtingsplan.
73
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
Artikel 9 9.1
gemeente Someren
Wonen - Kom Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Kom' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, in de vorm van huisvesting van huishoudens in woningen; b. aan-huis-verbonden beroepen als ondergeschikte functie bij wonen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen a. voor het bouwen van woningen en bijbehorende aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen, geldt dat het bebouwingspercentage van het bouwperceel niet meer mag bedragen dan 50%; b. indien het bebouwingspercentage van het bouwperceel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan al meer bedraagt, geldt de bestaande inhoud als maximaal toegestaan.
9.2.2
Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. het toevoegen van woningen is niet toegestaan; c. de goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte, maximum bouwhoogte (m)’; d. de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte, maximum bouwhoogte (m)’.
9.2.3
Aanbouwen en bijgebouwen Binnen de bestemming ‘Wonen - Kom mogen aanbouwen en bijgebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. aanbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd; b. bijgebouwen bij woningen mogen worden gebouwd achter de achtergevellijn en naast het hoofdgebouw op een afstand van ten minste 3,5 m1 uit de voorgevel van het hoofdgebouw met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. het gezamenlijk oppervlak van bijgebouwen op bouwpercelen: <0000> kleiner dan 500 m2 mag niet meer bedragen dan 50 m2; <0000> van 500 m2 tot en met 1.000 m2 mag niet meer bedragen dan 60 m2; <0000> van 1.000 m2 tot en met 2.000 m2 mag niet meer bedragen dan 75 m2; <0000> groter dan 2.000 m2 mag niet meer bedragen dan 100 m2; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m1; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m1; c. In afwijking van het bepaalde onder a mogen ondergeschikte uitbouwen en luifels voor de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, welke aan de volgende kenmerken voldoen: 1. de bouwgrens wordt met niet meer dan 1 m1 naar de wegzijde overschreden; 2. de breedte van een uitbouw en/of luifel mag niet meer bedragen dan 40% van de gevel waarin de uitbouw en/of luifel wordt gebouwd, met een maximumbreedte van 3,5 m1;
74
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
3. de bouwhoogte van een uitbouw en/of luifel mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; 4. de afstand van de uitbouw en/of luifel tot de straat mag niet minder bedragen dan 2 m1. 9.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m1; b. de bouwhoogte van constructies voor het leiden van bomen mag niet meer bedragen dan 5 m1, met dien verstande dat constructies voor het leiden van bomen op niet minder dan 2 meter uit de perceelsgrens morgen worden gebouwd; c. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m1; d. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m1; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m1; f. overkappingen zijn niet toegestaan voor de voorgevellijn.
9.2.5
Overkappingen Overkappingen mogen worden gebouwd, waarbij de volgende bepalingen gelden: a. de lijn evenwijdig aan en op een afstand van 1 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw mag in de richting van de weg niet worden overschreden; b. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 20 m²; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; d. overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw (terrasoverkapping) dienen gerealiseerd te worden binnen de toegestane bouwdiepte van het woningtype (inclusief aanbouwen) en met inachtneming van het geldende bebouwingspercentage, de minimale afstand tot de achterste perceelsgrens van 6 m en een bouwhoogte van maximaal 3 m.
9.3
Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de afmetingen, de vormgeving en de dakvorm van hoofdgebouwen, aanbouwen en bijgebouwen en van bouwwerken, geen gebouw zijnde, alsmede aan de situering van inen uitritten en het parkeren op het bouwperceel. b. de onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels: 1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en/of het stedenbouwkundig beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing; 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
75
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
9.4
Specifieke gebruiksregels
9.4.1
Aan-huis-verbonden beroepen Binnen de bestemming 'Wonen - Kom’ is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden in het hoofdgebouw (inclusief aanbouwen) of een aangebouwd bijgebouw; b. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van het begane grondoppervlak van het hoofdgebouw (exclusief aanbouwen), tot een maximum van 60 m²; c. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoeften veroorzaken; d. detailhandel is niet toegestaan; e. de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner.
76
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
Artikel 10 10.1
gemeente Someren
Leiding - Hoogspanningsverbinding Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. de aanleg, gebruik, instandhouding en/of bescherming van een bovengrondse hoogspanningsverbinding; b. groen en groenvoorzieningen. In geval van strijdigheid van de bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
10.2
Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald met betrekking tot de toegestane bebouwing binnen de andere bestemmingen, mogen er op of in de voor 'Leiding Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden: a. uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de aanleg en/of instandhouding van de hoogspanningsleiding; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 65 m1.
10.3
Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 10.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige (dubbel)bestemming(en) van deze gronden. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het doelmatig functioneren en de continuïteit van de in artikel 10.2 bedoelde leiding(en) mag niet worden aangetast; b. voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt door het bevoegd gezag positief schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder; c. de bebouwing voldoet aan de overige bepalingen van de onderliggende (dubbel)bestemming(en).
10.4
Specifieke gebruiksregels
10.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de dubbelbestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven onderliggende bestemming(en); b. het (laten) gebruiken van de gronden voor activiteiten waardoor de gronden minder geschikt worden voor danwel niet passen binnen de in deze dubbelbestemming gegeven bestemming.
10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: 77
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
a. het aanbrengen en/of verwijderen van beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen en paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, waaronder heien; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; f. het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen; g. de aanleg van zonneparken; h. het aanleggen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid 1 omschreven bestemming. 10.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 10.5.1 is niet vereist voor: a. werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de overige bestemmingen dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip dat het bestemmingsplan van kracht wordt, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 10.5.3 Toelaatbaarheid De in 10.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a.
deze werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen van de hoogspanningsleiding, met name de in standhouding, continuïteit en veiligheid van de hoogspanningsleiding; b. voorafgaand aan de vergunningverlening het bevoegd gezag positief schriftelijk advies heeft ingewonnen bij de leidingbeheerder.
78
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
Artikel 11 11.1
gemeente Someren
Waarde - Archeologie 3 Bestemmingsomschrijving
11.1.1 Algemeen De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. 11.1.2 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
11.2
Bouwregels Op of in de als ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende enkel- en/of dubbelbestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde met een oppervlakte groter dan 250 m² en/of een diepte van meer dan 40 cm¹, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van archeologische opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c.
het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord.
79
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1 Vergunningplicht Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, ophogen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verlagen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; e. het slopen van gebouwen en het verwijderen van fundering, waarbij grondroering plaatsvindt; f. het aanleggen van leidingen onder het maaiveld. 11.3.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 11.3.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden die: a. minder dan 40 cm¹ diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m²; b. worden uitgevoerd ten dienste van een archeologisch onderzoek en het doen van archeologische opgravingen, mits uitgevoerd door een ter zake deskundige; c.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; d. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 11.3.3 Toelaatbaarheid De in artikel 11.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. alvorens op de aanvraag wordt besloten wint het bevoegd gezag advies in van een door hem aan te wijzen terzake deskundige; d. een rapport als bedoeld onder sub b is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport als bedoeld onder sub b beschouwd; e. het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het rapport of de andere overgelegde gegevens genoegzaam blijkt dat: 1.
er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad, waarbij er aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden omtrent de
80
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
gevolgen van vondsten die mogelijk worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van voorschriften die aan de omgevingsvergunning worden gekoppeld. Het bevoegd gezag kan één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting om de werken of werkzaamheden die tot verstoring leiden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
81
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
Artikel 12 12.1
gemeente Someren
Waarde - Archeologie 4 Bestemmingsomschrijving
12.1.1 Algemeen De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. 12.1.2 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
12.2
Bouwregels Op of in de als ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende enkel- en/of dubbelbestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde met een oppervlakte groter dan 250 m² en/of een diepte van meer dan 40 cm¹, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van archeologische opgravingen; 3. de verplichting de werken en/of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; c.
het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord.
12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Vergunningplicht Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
82
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
a. het uitvoeren van grondbewerkingen zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, ophogen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verlagen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; e. het slopen van gebouwen en het verwijderen van fundering, waarbij grondroering plaatsvindt; f. het aanleggen van leidingen onder het maaiveld. 12.3.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 12.3.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden die: a. minder dan 40 cm¹ diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m²; b. worden uitgevoerd ten dienste van een archeologisch onderzoek en het doen van archeologische opgravingen, mits uitgevoerd door een ter zake deskundige; c. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; d.
reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 12.3.3 Toelaatbaarheid De in artikel 12.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. alvorens op de aanvraag wordt besloten wint het bevoegd gezag advies in van een door hem aan te wijzen terzake deskundige; d. een rapport als bedoeld onder sub b is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport als bedoeld onder sub b beschouwd; e. het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het rapport of de andere overgelegde gegevens genoegzaam blijkt dat: 1.
er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad, waarbij er aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die mogelijk worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van voorschriften die aan de omgevingsvergunning worden gekoppeld. Het bevoegd gezag kan één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
83
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
3. de verplichting om de werken of werkzaamheden die tot verstoring leiden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
84
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
Artikel 13 13.1
gemeente Someren
Waarde - Archeologie 5 Bestemmingsomschrijving
13.1.1 Algemeen De voor ‘Waarde - Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. 13.1.2 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
13.2
Bouwregels Op of in de als ‘Waarde - Archeologie 5’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. boor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende enkel- en/of dubbelbestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en/of een diepte van meer dan 40 cm¹, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van archeologische opgravingen; 3. de verplichting de werken en/of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; c.
het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord.
13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1 Vergunningplicht Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
85
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
a. het uitvoeren van grondbewerkingen zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, ophogen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verlagen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; e. het slopen van gebouwen en het verwijderen van fundering, waarbij grondroering plaatsvindt; f. het aanleggen van leidingen onder het maaiveld. 13.3.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 13.3.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden die: a. minder dan 40 cm¹ diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m²; b. worden uitgevoerd ten dienste van een archeologisch onderzoek en het doen van archeologische opgravingen, mits uitgevoerd door een ter zake deskundige; c. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; d.
reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 13.3.3 Toelaatbaarheid De in artikel 13.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. alvorens op de aanvraag wordt besloten wint het bevoegd gezag advies in van een door hem aan te wijzen terzake deskundige; d. een rapport als bedoeld onder sub b is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport als bedoeld onder sub b beschouwd; e. het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het rapport of de andere overgelegde gegevens genoegzaam blijkt dat: 1.
er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad, waarbij er aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die mogelijk worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van voorschriften die aan de omgevingsvergunning worden gekoppeld. Het bevoegd gezag kan één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
86
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
3. de verplichting om de werken of werkzaamheden die tot verstoring leiden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
87
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
Artikel 14 14.1
gemeente Someren
Waarde - Cultuurhistorie Bestemmingsomschrijving
14.1.1 Algemeen De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie’ aangewezen gronden, zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen tevens bestemd voor het behoud en herstel van de aanwezige cultuurhistorische waarden. 14.1.2 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
14.2
Bouwregels
14.2.1 Algemeen Op of in de voor ‘Waarde - Cultuurhistorie’ bestemde gronden gelden de volgende bepalingen: a. het is verboden om op de gronden met de bestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie' gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geheel of gedeeltelijk te slopen en/of ingrijpende aanpassingen te verrichten zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders; b. het aantasten of vernietigen van cultuurhistorisch waardevolle elementen van dominante en/of beeldbepalende en/of kenmerkende gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt gelijkgesteld met het geheel of gedeeltelijk slopen daarvan. 14.2.2 Nadere eisen ter bescherming van de cultuurhistorische waarden Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van de opbouw, het behoud en het herstel en waar mogelijk versterking van de algemene landschappelijke en cultuurhistorische waarden, door middel van het een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan.
14.3
Afwijken van de bouwregels Een omgevingsvergunning als hiervoor aangegeven is niet vereist voor: a. het (ver)bouwen mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden; b. alvorens op de aanvraag om omgevingsvergunning wordt besloten wint het bevoegd gezag advies in van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg of de gemeentelijke monumentencommissie.
14.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
14.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren:
88
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
a. de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing op de in artikel 14.1.1 bedoelde gronden geheel of gedeeltelijk te slopen; b. het aanbrengen, verleggen en/of verbreden van (onverharde) paden en/of wegen; c. het vellen of rooien van bomen en andere opgaande beplanting; d. het aanleggen van landschapselementen; e. het ophogen, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/of diepploegen; f. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen; g. het aantasten of vernietigen van cultuurhistorische waardevolle elementen van dominante, beeldbepalende dan wel kenmerkende cultuurhistorische waardevolle bouwwerken en andere elementen wordt gelijkgesteld met het geheel of gedeeltelijk slopen daarvan. 14.4.2 Uitzondering Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 14.4.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden die: a. die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 14.4.3 Toelaatbaarheid De in artikel 14.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a.
door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de aanwezige cultuurhistorische waarden dan wel de mogelijkheden tot herstel van deze waarden niet wezenlijk worden verkleind; b. aan de vergunning voorschriften worden verbonden ter voorkoming of vermindering van de nadelige effecten van de voorgenomen werken en/of werkzaamheden of ter compensatie van de waarden die verloren zullen gaan; c. voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning door het bevoegd gezag advies is ingewonnen bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg of de gemeentelijke monumentencommissie. 14.4.4 Toelaatbaarheid in verband met veiligheid In afwijking van artikel 14.4.3 kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen als bedoeld in 14.4.1 sub a en/of artikel 14.4.1 sub g, indien het (gedeeltelijk) slopen van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing onoverkomelijk is op grond van (bouw)veiligheidseisen en de voorwaarde van behoud en herstel van de cultuurhistorische bebouwing niet meer in redelijke verhouding staat tot de vereiste investering(en) die daarmee gemoeid zijn.
89
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
Artikel 15 15.1
gemeente Someren
Waarde - Ecologie Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende enkel- en/of dubbelbestemmingen, mede bestemd voor: a. behoud, herstel, versterking en duurzame ontwikkeling van de op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan Brabant vastgelegde ecologische, natuurlijke en landschappelijke waarden en kenmerken van het op deze gronden gelegen 'Natuur Netwerk Brabant'; b. andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, donkerte en cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. behoud, herstel, versterking en duurzame ontwikkeling van bosgebieden, kleinere bosjes en houtopstanden die vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming.
15.2
Bouwregels
15.2.1 Algemeen Op of in de voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op of in de voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die noodzakelijk zijn voor de instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden, en ten dienste van de in artikel 15.1 omschreven bestemming, worden gebouwd. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de maximaal toegestane bouwhoogte van terreinafscheidingen is 2 m1; b. de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, niet zijnde terreinafscheidingen is 3 m1; c. het maximaal toegestane oppervlak van bouwwerken, niet zijnde terreinafscheidingen is 10 m2.
15.3
Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 voor het bouwen van terreinafscheidingen hoger dan 2 m1. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: het belang van de in artikel 15.1 genoemde waarden wordt niet aangetast; de betreffende bebouwing is mogelijk op grond van de onderliggende enkel- en/of dubbelbestemming(en).
90
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
15.4
gemeente Someren
Specifieke gebruiksregels
15.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de dubbelbestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven onderliggende bestemming(en); b. het (laten) gebruiken van de gronden voor activiteiten waardoor de gronden minder geschikt worden voor danwel niet passen binnen de in deze dubbelbestemming gegeven bestemming.
15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, allen dieper dan 0,50 m1, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen; b. het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verwijderen van landschapselementen; d. het verwijderen van onverharde wegen of paden; e. het verwijderen van gewassen en beplanting, anders dan landschapselementen, voor zover deze deel uitmaken van het 'Natuur Netwerk Brabant'; f. het beplanten van gronden met opgaand houtgewas voor tuinbouw of agrarische houtteelt. 15.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 15.5.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden die: a. vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de overige bestemmingen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn danwel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning.
15.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 15.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied.
91
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
Artikel 16 16.1
gemeente Someren
Waarde - Waterbergende functie Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Waterbergende functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. de instandhouding en bescherming van de waterbergende functie van deze gronden.
16.2
Bouwregels Ten aanzien van het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. in aanvulling op het bepaalde onder de op de gronden voorkomende (dubbel)bestemming(en) is het op gronden ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde - Waterbergende functie’ alleen toegestaan bouwwerken te bouwen als deze bouwwerken de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de waterbergende functie van de gronden niet minder geschikt maken.
16.3
Specifieke gebruiksregels
16.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de dubbelbestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven onderliggende bestemming(en); b. het (laten) gebruiken van de gronden voor activiteiten waardoor de gronden minder geschikt worden voor danwel niet passen binnen de in deze dubbelbestemming gegeven bestemming.
16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1 Vergunningplicht Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem; b. het uitvoeren van grondbewerkingen zoals afgraven en egaliseren; c. het aanbrengen van drainage; d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; e. het verlagen van het waterpeil. 16.4.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 16.4.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, danwel vanondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het vankracht worden van dit plan.
92
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
16.4.3 Toelaatbaarheid De in artikel 16.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend onder de volgende voorwaarden: a. Indien er sprake is van verlies van het waterbergend vermogen, vinden er binnen het bestemmingsvlak maatregelen plaats die het verlies aan waterbergend vermogen volledig compenseren; b. de werken en/ of werkzaamheden mogen niet leiden tot een toename van afwatering op omliggende bestemmingsvlakken; c. alvorens de omgevingsvergunning te verlenen, kan het bevoegd gezag advies inwinnen bij de waterbeheerder.
93
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
Artikel 17 17.1
gemeente Someren
Waterstaat - Waterkering Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waterstaat - Waterkering’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor dijken, kaden en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering.
17.2
Bouwregels
17.2.1 Algemeen Op de voor ‘Waterstaat - Waterkering’ aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 17.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de voor ‘Waterstaat - Waterkering’ aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van de in artikel 17.1 opschreven bestemmings worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m1.
17.3
Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 17.2 voor het bouwen van bouwwerken voor de voor deze gronden geldende onderliggende enkel- en/of dubbelbestemmingen, mits daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van dijken, kaden en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering: a. het doelmatig functioneren en de continuïteit van de in artikel 17.1omschreven bestemming niet wordt aangetast; b. voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning door het bevoegd gezag advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de watergang dan wel -kering; c. bebouwing mogelijk is op grond van de onderliggende enkel- en/of dubbelbestemming(en).
17.4
Specifieke gebruiksregels
17.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de dubbelbestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven onderliggende bestemming(en); b. het (laten) gebruiken van de gronden voor activiteiten waardoor de gronden minder geschikt worden voor danwel niet passen binnen de in deze dubbelbestemming gegeven bestemming.
94
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
17.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden op de in artikel 17.1 bedoelde gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het wijzigen van het profiel van de bodem en de dijken; b. het aanleggen of verharden van wegen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het vellen of rooien van het houtgewas of het verrichten van werkzaamheden, welke de dood of ernstige beschadiging van het houtgewas ten gevolge kunnen hebben; d. het bebossen of het aanleggen van kruidachtige of houtachtige gewassen op gronden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan niet met een dergelijke vegetatie begroeid waren; e. het aanleggen van leidingen en andere ondergrondse constructies; f. het graven van sleuven. 17.5.2 Uitzondering Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 17.5.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; b. werken of werkzaamheden welke het normale onderhoud en beheer betreffen.
17.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 17.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied.
95
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
gemeente Someren
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 18
Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 19 19.1
Voorrangsregeling dubbelbestemmingen en aanduidingen Voorrangsregeling dubbelbestemmingen Wanneer gronden in het plan tevens zijn aangewezen voor één of meer dubbelbestemmingen moeten, indien sprake is van strijdigheid tussen de verschillende regels, de volgende voorrangsregels in acht worden genomen: a. de regels in de dubbelbestemming(en) die van toepassing zijn gaan vóór de regels die in andere bestemmingen voor de gronden gelden; b. indien voor gronden meerdere dubbelbestemmingen van toepassing zijn, geldt het strengste regiem ten aanzien van al deze dubbelbestemmingen; ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' geldt dat, zolang het 'Natuur Netwerk Brabant' niet is gerealiseerd, de bestaande bebouwing en het bestaande planologische gebruik is toegestaan.
19.2
Voorrangsregeling gebiedsaanduidingen
19.2.1 Voorrangsregeling ‘overige zone - beperkingen veehouderij’ In geval van strijdigheid tussen de verschillende regels en de regels van de gebiedsaanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij', zoals opgenomen in artikel 21.8, gaan de regels van de gebiedsaanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' vóór de regels die op grond van andere artikelen op de gronden van toepassing zijn. 19.2.2 Voorrangsregeling ‘overige zone - stalderingsgebied’ In geval van strijdigheid tussen de verschillende regels en de regels van de gebiedsaanduiding 'overige zone - stalderingsgebied', zoals opgenomen in artikel 21.11, gaan de regels van de gebiedsaanduiding 'overige zone - stalderingsgebied' vóór de regels die op grond van andere artikelen op de gronden van toepassing zijn.
Artikel 20 20.1
Algemene bouwregels Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven conform het bepaalde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing behalve ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen; b. de bereikbaarheid van gebouwen voor het wegverkeer; c. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; d. het bouwen bij ondergrondse transportleidingen; e. de ruimte tussen bouwwerken.
96
Veegplan XIV, gemeente Someren 2022
20.2
gemeente Someren
Bestaande maten en hoeveelheden a. Indien afstandsmaten tot de bestemmingsgrens en/of de (as van de) openbare weg tot bestaande bouwwerken en/of de bouw- en/of goothoogten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet voldoen en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer respectievelijk minder bedragen dan in gevolge het in hoofdstuk 2 en/of regels hoofdstuk 3 bepaald is, dan mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal danwel minimaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In het geval van volledige sloop en (her-)bouw van bouwwerken, zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is het bepaalde onder sub a alleen van toepassing indien de (her-)bouw geschiedt op exact dezelfde plaats en met inachtneming van geldende bouw- en goothoogten, danwel een minder afwijkende bouw- en goothoogte.
20.3
Ondergronds bouwen
20.3.1 Algemeen Ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (tot maximaal 3,5 m1 onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de (bedrijfs-)woning en de verder binnen bouwvlakken toegestane bebouwing met uitzondering van dierenverblijven en andere gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van de veestapel. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw. 20.3.2 Afwijken voor het ondergronds bouwen buiten de gevelgrenzen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 20.3.1 voor het toestaan van ondergrondse bebouwing buiten de gevelgrenzen van de bovengrondse bebouwing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. er is sprake van maximaal één ondergrondse bouwlaag, tot maximaal 3,5 m1 onder peil; b. het ondergronds gebouwde wordt niet gebruikt voor de huisvesting van de veestapel; c. de totale oppervlakte van ondergrondse bebouwing binnen een bouwvlak mag maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak bedragen met een absoluut maximum van 150 m2. Deze maximale maat geldt niet voor mestputten en mestkelders binnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf; d.
de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 m1 te bedragen behalve als de bestaande bebouwing dichter op de as van de weg staat, dan is deze afstand bepalend; e. het bouwwerk dient geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 24.2; g. de inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw.
20.4
Het bouwen van bouwwerken voor geleiding van bomen Voor het bouwen van constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen gelden de volgende bepalingen: a. de constructies mogen uitsluitend binnen een bouwperceel worden gebouwd; b. de bouwhoogte van de constructie mag niet meer bedragen dan 5 m1; c. de constructie voor het (ge)leiden van bomen mag op niet minder dan 0,5 m1 uit de bouwperceelgrens worden gebouwd; d. de bomen moeten ten allen tijde vanaf het eigen bouwperceel gesnoeid kunnen worden; e. er mag geen sprake zijn van overhangende takken over de bouwperceelgrens.