CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels - bijlage 4 Beleid zonneparken en windmolens 2020

Gemeenteraad 4 april 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan XIV11.788 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

o

Zonnepanelen in oost-west opstelling met openingen in constructie;

o

Zonnepanelen in oost-west opstelling zonder openingen.

Extra landschappelijke inpassing 

Voor elke 5% extra landschappelijke inpassing bovenop de vereiste 10% wordt een extra punt aan toegekend. Tot een maximum van 40% inpassing om het doel van een zonnepark niet voorbij te schieten.

Deze extra inpassing dient conform punt 2 duidelijk op te maken zijn uit een technische tekening.

Deze extra inpassing dient conform punt 2 te zijn voorzien van een beheerplan.

10. Waterberging 

Een plan dat voorziet in waterberging scoort 1 of 2 extra punten, de verdeling van punten vindt plaats op basis van een ambtelijke afweging.

De toegepaste waterberging moet dermate van omvang zijn dat deze ook daadwerkelijk een meerwaarde vormt. Dit wordt in samenspraak met het waterschap beoordeeld.

De bergingen kunnen, onafhankelijk van de locatie, op meerdere manieren worden ingezet. Enerzijds zijn er kansen om de berging te benutten om meer water in de haarvaten van het systeem te conserveren. Hiermee krijgt neerslag de ruimte en tijd om te infiltreren en daarmee het grondwater aan te vullen. Tevens resulteert dit in een afname van piekafvoer via sloten en greppels, die daardoor minder worden belast.

Naast het conserveren van water zijn er, bij locaties die zijn gelegen nabij of in een overstromingsgevoelig gebied, kansen voor het verlagen van het perceel. Hierdoor ontstaat er meer ruimte om bij extremen neerslagsituaties extra water te bergen. Hiermee creëer je een robuust watersysteem en zullen overstromingen elders verminderen.

Waterbergingen dienen, ook na toekomstige afschrijving of functieverandering van een zonnepark, in stand te worden gehouden (zie ook 4.6.2).

11. Dakoppervlak 

Een plan dat voorziet in het realiseren van zonnepanelen op daken binnen de Gemeente Someren scoort drie of meer extra punten.

Hierbij wordt voor iedere 5% van het totaal aantal panelen in veldopstelling dat op daken wordt geplaatst drie punten gescoord.

28/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

In geval van een zonnepark van 10.000 panelen waarbij tevens 2.000 panelen op daken worden geplaatst betekent dit een score van 4 extra punten.

Om een punt te scoren dient daadwerkelijk 5% te worden behaald: 4,7% levert dan ook géén score op ondanks de inspanning.

De intentieverklaringen of contracten met dak-eigenaren dienen onderdeel te zijn van het ingediende plan.

12. C2C panelen 

Initiatieven die aantoonbaar C2C gecertificeerde panelen gebruiken scoren zes extra punten.

Initiatieven die beschikken over een materialenpaspoort van de toegepaste zonnepanelen opgesteld in Circular IQ scoren drie extra punten;

Indien het initiatief beschikt over een financiële restwaarde van tenminste 10% van de oorspronkelijk aanschafprijs scoren een extra punt;

13. Dubbelgebruik panelen 

Initiatieven die panelen met een dubbel gebruik toepassen scoren een extra punt.

PVT-panelen vormen een interessante en graag gewenste combinatie van energievoorziening en scoren 2 punten.

14. Postcoderoos 

Initiatieven die minimaal 5% van het opgesteld totaalvermogen uitvoeren als postcoderoos scoren een extra punt.

De postcoderoos kan zowel worden uitgevoerd voor zonnepanelen in veldopstelling als panelen op daken.

Het verschil met de financiële participatie (zie punt 4) is dat in geval van de postcoderoos lokale deelnemers panelen kopen terwijl bij de financiële participatie een aandeel in het zonnepark als onderneming wordt aangekocht.

4.4 Uitgezonderd: VAB’s Zoals beschreven in de evaluatie onder 2.2.1 zijn ook stoppende agrariërs geïnteresseerd in het aanleggen van zonneparken op hun voormalige agrarische bouwblok. Het exploiteren van een zonnepark(je) voor een periode van maximaal 25 jaar kan een interessant alternatief zijn voor inkomsten of een eventuele pensioenvoorziening. Het provinciaal beleid stelt dat deze locaties bij uitstek geschikt zijn voor parken tot een maximum van 5.000 m2. Boven deze omvang dient extra gecompenseerd te worden in de vorm van maatschappelijke meerwaarde en inpassing. In navolging van het provinciaal beleid (artikel 3.41 van de IOV) en om stoppende agrariërs tegemoet te komen worden deze initiatieven buiten de tender geplaatst. Daarmee vallen deze initiatieven niet binnen de doelstelling van 50 MW voor fase 2. Bij de evaluatie in 2022 zal worden bezien hoeveel van deze initiatieven zijn gerealiseerd waarbij deze gezamenlijke oppervlakte kan worden verrekend met de resterende doelstelling voor fase 3. Wel gelden ook voor deze zonneparken voorwaarden, deze voorwaarden sluiten aan bij de bestaande voorwaarden (zie 4.3.1) en zijn als volgt:

29/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

1.

De locatie moet zich binnen het zoekgebied voor zonneparken bevinden (zie bijlage 1);

2.

Er dient te worden voorzien in 10% landschappelijke inpassing;

3.

Er dient te worden voorzien in dubbel ruimtegebruik;

4.

Er dient te worden afgedragen aan het duurzaamheidsfonds;

5.

De oppervlakte van het totale plangebied mag maximaal 5.000 m2 bedragen;

6.

Het initiatief wordt mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning en niet middels een bestemmingsplanherziening.

7.

In het kader van het NAF-beleid dient overtollige bebouwing te worden gesloopt.

8.

Het bouwperceel wordt niet gesplitst en dus het zonnepark blijft gelieerd aan het perceel van de stoppende agrariër.

9.

Het uitgangspunt blijft dat eerst het resterend eigen (geschikt) dakoppervlak dient te worden voorzien van panelen alvorens panelen in veldopstelling te plaatsen.

10. Het resterend bouwblok dient, conform NAF-beleid, te worden gewijzigd in een gepaste bestemming zoals Wonen. Bovenstaande voorwaarden voorzien tezamen voldoende in maatschappelijke meerwaarde. Een zonnepark van meer dan 5.000 m2 op een voormalige agrarische bedrijfslocatie is toegestaan maar deze valt dan onder de tender. Het behalen van een extra meerwaarde is niet verplicht voor deze kleine initiatieven. Deze vorm van kleinschalige zonneparken biedt een belangrijke kans voor het opzetten van buurtcoöperaties voor het gezamenlijk participeren en opwekken van energie. Toetsing artikel 3.73 IOV Om kleinschalige zonneparken toe te voegen aan geschikte niet-agrarische functies in het buitengebied dient dit te worden getoetst aan artikel 3.73 van de provinciale verordening. Hieronder daarom kort een verantwoording waarom deze vorm van ruimtegebruik een goed alternatief voor stoppende agrariërs vormt. Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a.

de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1.

een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving;

2.

welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;

3.

hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied.

b.

er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel;

c.

overtollige bebouwing wordt gesloopt;

d.

de vestiging heeft geen betrekking op: 1.

een kantoor met baliefunctie;

2.

lawaaisport;

3.

mestbewerking.

30/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Ad lid1. a. 1.

In het beleid voor zonneparken uit 2017 en 2018 zijn zoekgebieden voor zonneparken opgenomen. Deze zoekgebieden zijn gebaseerd op landschapskarakteristieken. Daarnaast zijn ontwerprichtlijnen opgenomen om een zonnepark zo goed mogelijk in te passen in het landschap.

2.

Omdat zonneparken enkel worden toegestaan middels een omgevingsvergunning zal middels een ruimtelijke onderbouwing moeten worden aangetoond dat de ontwikkeling aan een goede ruimtelijke ordening voldoet. Zonneparken hebben geen verkeersaantrekkende werking, dienen landschappelijk te worden ingepast en voorzien als alternatief voor stoppende agrariërs in het slopen van VAB’s.

3.

Het toestaan van kleinschalige zonneparken als alternatief voor stoppende agrariërs draagt bij aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed aangezien dit is opgenomen in de voorwaarden. Door de voorwaarde van landschappelijke inpassing draagt het tevens bij aan de omgevingskwaliteit en biodiversiteit in het landelijk gebied.

b.

Het bouwperceel wordt niet gesplitst omdat het zonnepark op het voormalig agrarisch bouwblok komt te liggen en dus op agrarische grond voor een periode van maximaal 25 jaar. Het zonnepark blijft daarmee gelieerd aan het perceel van de stoppende agrariër.

c.

Dit is als voorwaarde opgenomen voor het toestaan van een kleinschalig zonnepark.

4.5 Omgevingsdialoog In de nieuwe Omgevingswet zal de zogeheten omgevingsdialoog als standaard onderdeel worden opgenomen. Op basis van de ervaring die ondertussen is opgedaan op gebied van zonneparken is dit zeker wenselijk. Zonneparken zijn (politiek) gevoelige ontwikkelingen waarbij goed overleg met de omgeving noodzakelijk is. Daarom wordt op basis van dit nieuwe beleid alvast voorgesorteerd op de omgevingswet en de omgevingsdialoog dus verplicht gesteld. Om deze dialoog zuiver te laten verlopen zijn enkele richtlijnen opgenomen in de vorm van een stappenplan (zie bijlage 2). Belangrijkste is dat er minimaal hoor en wederhoor plaatsvindt over wat er in een verslag wordt opgenomen.

4.6 Overige eisen Naast de toetsingscriteria en de omgevingsdialoog worden nog extra eisen gesteld aan de zonneparken binnen de Gemeente Someren. Het gaat daarbij om zaken die naar voren zijn gekomen bij de eerder vergunde parken en waarvan het belang geborgd dient te worden. 4.6.1

Beheerplan

Zoals reeds genoemd onder punt 2 van paragraaf 4.3.1 dient een beheerplan opgesteld te worden ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Uit verschillende wetenschappelijke rapporten blijkt namelijk dat biodiversiteit een belangrijke meerwaarde vormt voor zonneparken mits deze goed beheerd wordt. Een plan voor hoe dit beheer er voor de exploitatieperiode van 25 jaar er uit gaat zien, is daarom cruciaal.

31/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

4.6.2

Herbestemmen gronden

Om de kwaliteitsverbetering van het buitengebied een duurzaam karakter te geven wordt de waterberging planologisch vastgelegd. Dit om te voorkomen dat na het verlopen van de vergunning de waterbergingscapaciteit verdwijnt en daarmee het robuuste watersysteem wordt aangetast. In de anterieure overeenkomst wordt een bepaling opgenomen die ontwikkelaar verplicht deze planologische maatregel in goed overleg met de gemeente in procedure te brengen. Dit kan gedurende de exploitatieperiode van 25 jaar worden geregeld. Voor wat betreft de landschappelijke inpassing is het aan de eigenaar van de grond om te bepalen of hij deze in tact wil houden of verwijderen. Dit geldt niet voor zonneparken waar de beplanting is aangelegd als buffer tussen het project en een woonlocatie. Daar zal verwijderen alleen mogelijk zijn met expliciete instemming van de bewoners. 4.6.3

Financiële garantie ontmanteling

De Interim Omgevingsverordening van de provincie eist een financiële garantie voor het ontmantelen van het zonnepark na 25 jaar. Het terrein dient daarbij in de oorspronkelijke staat te worden teruggebracht, afgezien van de landschappelijke inpassing. Ook als de ontwikkelaar onverhoopt failliet gaat moet dit geldbedrag beschikbaar zijn om te voorkomen dat het landschap wordt aangetast door verpauperende zonnepanelen. Deze financiële garantie dient te worden gegeven in de vorm van een bankgarantie, eerste recht op hypotheek of een derdengeldenrekening en wordt vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Ook is het mogelijk om middels een onafhankelijk rapport periodiek de gemeente op de hoogte te houden van de aantoonbare waarde van het zonnepark. Indien deze waarde lager is dan de kosten die gemoeid zijn met de verwijdering van het zonnepark is initiatiefnemer verplicht geld te storten op een derdengeldenrekening voor de resterende looptijd van het zonnepark. Deze vorm van financiële garantie is ook afgestemd met de provincie. 4.6.4

Intrekken vergunning na 2 jaar inactiviteit

Indien een initiatiefnemer niet binnen 2 jaar na vaststelling van de omgevingsvergunning een aanvang maakt met de realisatie van het zonnepark houdt de gemeente zich het recht voor om op grond van artikel 2.33 en artikel 3.23 van de Wabo de vergunning in te trekken. Dit om te voorkomen dat vergunningen niet tijdig worden gebruikt en daarmee duurzaamheidsdoelstellingen niet tijdig worden behaald.

4.7 Plannen voorleggen aan de Raad In aansluiting op de evaluatie onder punt 2.2.2 en de opzet van de tender onder punt 4.2 wordt afgestapt van de regel dat initiatieven boven de 10 hectare zullen worden voorgelegd aan de raad. In plaats daarvan zullen de geselecteerde plannen uit de tender gezamenlijkb ter kennisgeving worden voorgelegd aan de raad. De raad behoudt dan de mogelijkheid middels een motie te sturen op de voorliggende plannen. Zoals omschreven in de opzet van de tender zal dit gebeuren tijdens de eerstvolgende raadsvergadering na het collegebesluit. Dit zal naar verwachting 10 december 2020 zijn.

32/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

4.8 Gemeentelijke zonneladder De gemeentelijke zonneladder is een stroomschema ter verduidelijking van de toetspunten van het beleid. Omdat het beleid van zonneparken regelmatig wordt geëvalueerd en zich dus blijft ontwikkelen is niet altijd duidelijk welke voorwaarden geldig zijn. Het stroomschema biedt hiervoor een overzichtelijk handvat. Op basis van de punten zoals genoemd in hoofdstuk 4 is de zonneladder aangepast en uitgebreid. Dit resulteert in het stroomschema zoals bijgevoegd in bijlage 3.

4.9 Investeren door Gemeente Someren Momenteel wordt onderzocht of Gemeente Someren een bijdrage kan leveren aan de lokale financiering van zonneparken. Daarmee wordt gemeenschapsgeld geïnvesteerd in projecten die in belang van de gemeenschap worden gerealiseerd. Bovendien houdt de gemeente daardoor meer zeggenschap over deze initiatieven en levert dit rendement op. Deze opbrengsten vloeien weer terug in de gemeenschapsgelden. Er vanuit gaande dat de Gemeente Someren geen subsidie of leningen zal verstrekken is er geen sprake van staatssteun. In geval de gemeente een belang in de rechtspersoon verwerft kan de activiteit worden aangemerkt als overheidshandelen. In deze situatie moet rekening worden gehouden met de Wet Markt en Overheid. Dit komt er op neer dat geen sprake mag zijn van verstoring van de markt. In de praktijk houdt dit in dat bij het vaststellen van tarieven moet worden uitgegaan van een integrale kostprijsbenadering.

33/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

5. Conclusie Op basis van deze evaluatie zijn enkele conclusies te trekken. Zo is in de afgelopen twee jaar bij de behandeling van vergunningaanvragen gebleken dat het beleid niet altijd even duidelijk was. Er ontstond meermaals discussie over hoe om te gaan met het beleid of hoe dit te interpreteren. Dit is in principe ook niet zo vreemd aangezien manco’s pas duidelijk worden op het moment dat je daadwerkelijk het beleid in de praktijk brengt. Deze evaluatie brengt dan ook de punten naar voren waar discussie over bestond om deze in het nieuwe beleid waar nodig aan te passen of te verduidelijken. Daarnaast zijn verschillende beleidskaders aangepast sinds de vaststelling van de vorige beleidsevaluatie in 2018. De belangrijkste ontwikkeling is het opstellen van de Regionale Energie Strategie. Dit regionaal beleid voor het uitvoeren van de energietransitie geeft nieuwe kaders en doelstellingen voor het gemeentelijk beleid. De belangrijkste nieuwe inzichten die volgen uit deze evaluatie zijn dan ook de behoefte aan een tweede fase en de manier van selecteren. Deze energiebehoefte volgt nochtans rechtstreeks uit de regionale en gemeentelijke doelstellingen voor duurzame energie. Op basis van de eerste fase kan geconcludeerd worden dat de selectie van parken niet optimaal verliep.

De gewenste concurrentie bleef grotendeels uit vanwege de chronologie van het in behandeling nemen van plannen. Een duidelijk moment voor het vergelijken en selecteren van plannen bleef daarmee uit. Dit nieuwe beleid komt tegemoet aan deze evaluatiepunten. De tweede fase voorziet in het vergunnen van 50 MW zonneparken. Ditmaal in een tendervariant waarbij plannen tegelijkertijd worden ingediend en daarmee gezamenlijk kunnen worden beoordeeld. Dit leidt tot directe concurrentie en daarmee de best mogelijke plannen. Door voorwaarden en meerwaarden voor plannen duidelijker te omschrijven wordt aan de voorkant gestuurd waar en hoe plannen worden ontwikkeld. Dit beleid draagt daarmee bij aan het verder realiseren van de landelijke en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen. Daarbij wordt een evenwichtige afweging en een heldere procedure voor alle betrokkenen geborgd.

34/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Bijlagen Bijlage 1 – Kaart zoekgebieden Bijlage 2 – Stappenplan omgevingsdialoog Bijlage 3 – Stroomschema zonneladder Bijlage 4 – Format beoordeling

35/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Bijlage 1 – Kaart zoekgebieden

36/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Bijlage 2 – Stappenplan omgevingsdialoog Wij vragen u om de dialoog met de omgeving aan te gaan. Geef in een verslag aan op welke manier de dialoog is gevoerd met uw directe omgeving en voeg dit als bijlage toe aan uw plan. Het is belangrijk dat uw buurt betrokken wordt bij het planvoornemen. Als initiatiefnemer moet u kennis genomen hebben van eventuele bezwaren, wensen en belangen van omwonenden. De omgeving is daarbij geen vastomlijnd begrip. Dit is sterk afhankelijk van de gewenste ontwikkeling en de effecten op de omgeving die daarmee gepaard gaan. Het is de bedoeling dat u bijvoorbeeld in een bijeenkomst of een gesprek aangeeft wat uw wensen en plannen zijn. Daarnaast wordt gevraagd te inventariseren of er sprake is van knelpunten in de huidige situatie en wat de omwonenden vinden van de plannen. Het is de bedoeling dat de uitkomsten worden vastgelegd in een verslag en door alle partijen wordt ondertekend. Dit betekent niet dat het plan geen doorgang kan vinden als het verslag niet door alle partijen wordt ondertekend. Bij weigering te ondertekenen volstaat de aantekening dat partijen weigerachtig zijn te ondertekenen. Het verslag dient vervolgens deel uit te maken van uw plan. Het verslag vormt voor de gemeente input voor de beoordeling van het plan. Het is overigens niet zo dat partijen het met elkaar eens moeten worden.

Het gaat er om dat inzicht bestaat in de wensen en zorgen van de omgeving in relatie tot het de plannen van de initiatiefnemer. De onderstaande processtappen worden door de Gemeente Someren als voorwaarden aan een zorgvuldige dialoog gesteld. 1. Omgeving bepalen 

In principe gaan we uit van een straal van circa 500 meter rondom het bouwblok waarbinnen de ontwikkeling plaats moet vinden. Alle eigenaren of huurders van opstallen en percelen binnen deze afstand zijn deelnemers aan de dialoog.

2. Dialoog organiseren 

De ondernemer organiseert de dialoog. De ondernemer heeft en houdt het initiatief daarvoor. Hij informeert zelf de omgeving, voordat hij een vergunningaanvraag doet, over zijn voornemen middels het globale plan en nodigt hen uit voor de dialoog. Tussen het moment van uitnodigen en de dialoog zitten minstens 2 kalenderweken.

3. Dialoog voeren 

Een dialoog is een open gesprek tussen meerdere partijen. De gemeente geeft nadrukkelijk de voorkeur aan een groepsgesprek. Een één-op-één gesprek behoort ook tot de mogelijkheden. Het risico daarbij is dat de verschillende partijen andere informatie krijgen en onderwerpen bespreken. Het is aan de ondernemer om hierin een keuze te maken.

Aan de inhoud van de dialoog worden de volgende eisen gesteld: o

De aanvrager legt uit wat zijn plannen zijn. Zowel de concreet aan te vragen plannen als plannen verder in de toekomst.

o

Omwonenden wordt de gelegenheid geboden om hierop te reageren.

o

De aanvrager gaat in op de reacties. Dit kan direct tijdens de eerste dialoog of in een later vervolggesprek met de omgeving.

o

Hij geeft aan of hij wel of niet iets met de opmerkingen doet of kan doen.

37/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

o

Hij geeft aan waarom hij dit wel of niet doet of kan doen.

o

De omwonenden wordt de gelegenheid geboden aan te geven of zij hier wel of niet tevreden mee zijn.

4. Verslag maken 

De ondernemer is verantwoordelijk voor het maken van een verslag.

Het gevolgde proces wordt in het verslag beschreven.

Van de gesprekken wordt een verslag gemaakt. Daarin staat in ieder geval vermeld: o

Waar en wanneer de dialoog heeft plaatsgevonden.

o

Wie er genodigd zijn om de dialoog aan te gaan.

o

Wie er aanwezig waren als eigenaar/gebruiker van welk object.

o

Wie zich eventueel heeft afgemeld.

o

Een samenvatting van wat door ondernemer en wat door omwonenden gezegd is en wat de uiteindelijke uitkomst van het gesprek was.

o 

Als er toezeggingen gedaan zijn, worden deze in het verslag vastgelegd.

Als het plan naar aanleiding van de dialoog wordt bijgesteld, wordt duidelijk aangegeven wat de wijzigingen zijn ten opzichte van het oorspronkelijke plan.

Als de ondernemer ervoor kiest zijn plan niet bij te stellen, onderbouwt hij waarom hij daarvoor kiest.

Het verslag wordt aan alle genodigden toegezonden.

De genodigden kunnen binnen een af te spreken termijn eventueel reageren op het verslag. Deze worden aan de ondernemer toegezonden.

Het verslag van de ondernemer wordt tezamen met de eventuele reacties van de omgeving aangeleverd bij het aanvragen van de vergunning.

38/42

Bijlage 3 – Stroomschema zonneladder

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Bijlage 4 – Format beoordelingstabel

40/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

41/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

42/42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13889437/1