CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels - bijlage 4 Beleid zonneparken en windmolens 2020

Gemeenteraad 4 april 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan XIV11.788 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020 Onderdeel uitmakend van het beleid zonneparken in het buitengebied 2017

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Titel:

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Versie:

3

Datum:

7 juli 2020

Auteur(s):

Koen Staals

Zaaknummer: 0847200061839

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Inhoud I.

Samenvatting ..........................................................................................................5

1.

Inleiding .................................................................................................................6 1.1

Aanleiding voor de evaluatie van het beleid ..............................................................6

1.2

Uitvoering beleidsevaluatie .....................................................................................6

1.3

Leeswijzer ...........................................................................................................6

2.

Uitvoering huidig beleid.............................................................................................7 2.1

Overzicht afgelopen twee jaar.................................................................................7

2.2

Puntsgewijze evaluatie ........................................................................................ 12

2.2.1

Interpretatie beleid .......................................................................................... 12

2.2.2

Procedure ....................................................................................................... 13

2.2.3

Toetsingscriteria .............................................................................................. 14

3.

Veranderingen beleidskaders ................................................................................... 17 3.1

Regionale Energie Strategie.................................................................................. 17

3.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................................ 17

3.3

Omgevingswet ................................................................................................... 18

3.4

Someren Natuurlijk Duurzaam .............................................................................. 19

3.5

Beleid omliggende gemeenten .............................................................................. 19

4.

5.

Aangepast beleid.................................................................................................... 21 4.1

Doelstelling ........................................................................................................ 21

4.2

Tender opzet ...................................................................................................... 22

4.3

Toetsingscriteria ................................................................................................. 25

4.3.1

Voorwaarden .................................................................................................. 25

4.3.2

Meerwaarden .................................................................................................. 27

4.4

Uitgezonderd: VAB’s............................................................................................ 29

4.5

Omgevingsdialoog............................................................................................... 31

4.6

Overige eisen ..................................................................................................... 31

4.6.1

Beheerplan ..................................................................................................... 31

4.6.2

Herbestemmen gronden ................................................................................... 32

4.6.3

Financiële garantie ontmanteling ....................................................................... 32

4.6.4

Intrekken vergunning na 2 jaar inactiviteit .......................................................... 32

4.7

Plannen voorleggen aan de Raad ........................................................................... 32

4.8

Gemeentelijke zonneladder .................................................................................. 33

4.9

Investeren door Gemeente Someren...................................................................... 33 Conclusie .............................................................................................................. 34

3/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Bijlagen .......................................................................................................................... 35 Bijlage 1 – Kaart zoekgebieden........................................................................................ 36 Bijlage 2 – Stappenplan omgevingsdialoog ........................................................................ 37 Bijlage 3 – Stroomschema zonneladder ............................................................................ 39 Bijlage 4 – Format beoordelingstabel ................................................................................ 40

4/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

I.

Samenvatting

Sinds het vaststellen van de beleidsevaluatie in oktober 2018 is binnen de organisatie de nodige ervaring opgedaan met het toepassen van ons beleid voor zonneparken en windmolens. Zo zijn in de afgelopen twee jaar 7 principeverzoeken ontvangen voor 11 zonneparken en zijn in totaal 5 vergunningen verleend en nog 2 aanvragen in behandeling. De behandeling van deze aanvragen ging niet altijd even voortvarend, regelmatig ontstond er discussie binnen de organisatie of met initiatiefnemers. Behalve het gebrek aan ervaring speelde daarbij ook de interpretatie van ons beleid mee. Sommige onderdelen waren niet altijd even duidelijk of gaven ruimte voor interpretatie. De belangrijkste onderdelen waar onduidelijkheid over bestond waren de volgende: 

10% op daken regeling: verplichting of een ‘plus’?

Financiële participatie: verplichting of een vrijwillige vorm van maatschappelijke meerwaarde?

Plannen van 10 ha naar raad: oppervlakte plangebied of oppervlakte panelen?

Plannen voorleggen aan raad: verklaring van geen bedenkingen of anderszins?

Voorrangsregel: hoe toe te passen zonder vastgesteld indieningsmoment?

Buiten de bovenstaande punten kwam ook de situatie omtrent stikstof voorbij en werd er ervaring opgedaan met de zogeheten omgevingsdialoog. Dit laatste ging lang niet altijd even goed. Bovendien werd al snel duidelijk dat de inschrijvingsdatum voor de SDE subsidie een behoorlijk nijpende deadline was voor initiatiefnemers. Daarmee kwam ook de organisatie met regelmaat onder druk te staan. Ook buiten de organisatie stond de wereld van de energietransitie niet stil. Hoewel er weinig revolutionaire ontwikkelingen zijn in de technologische toepassingen wordt er wel hard gewerkt aan nieuwe beleidskaders. Zo heeft de provincie een nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld en is de MRE regio druk met de Regionale Energie Strategie. Op basis van de opgedane inzichten en nieuwe beleidskaders wordt een aanpassing van het beleid aangedragen. De belangrijkste wijzigingen zijn daarbij de volgende: 

Tweede “tranch” vergunnen: opnieuw 50 MW aan zonneparken.

Plannen tegelijkertijd indienen en gezamenlijk beoordelen (zogenaamde tender-opzet);

Duidelijker gedefinieerde toetsingscriteria;

Zorgvuldige omgevingsdialoog verplicht onderdeel van een initiatief;

VAB-locaties geschikt voor kleinschalige zonneparken en vrijgesteld van de tender;

Deze aanpassingen dragen er aan bij dat het beleid zich verder verbetert en we betere plannen krijgen in de toekomst. Zo komen de landelijke, regionale en gemeentelijke klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen weer een stapje dichterbij.

5/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

1. Inleiding 1.1 Aanleiding voor de evaluatie van het beleid In 2017 is het beleid voor zonneparken door de raad vastgesteld. Er kwamen behoorlijk wat vergunningsaanvragen voor zonneparken en daarnaast werd de discussie omtrent windenergie actueel. Naar aanleiding daarvan is het beleid in 2018 geëvalueerd. Dit resulteerde in het beleidsstuk ‘Evaluatie beleid zonneparken en windmolens’ dat op 25 oktober 2018 is vastgesteld. Onderdeel van dit beleid is dat er een oppervlakte van 50 ha. beschikbaar wordt gesteld voor de ontwikkeling van zonneparken gedurende 2 jaar (2018-2020). Na deze periode wordt opnieuw geëvalueerd, waarbij rekening wordt gehouden met mogelijke nieuwe technische ontwikkelingen. Ondertussen zijn we ruim anderhalf jaar verder en zijn er bijna 6 zonneparken vergund, waardoor de oppervlakte van 50 ha. geheel is benut. In de processen die inmiddels zijn doorlopen, zijn we tegen verschillende zaken aangelopen en heeft onze organisatie de nodige ervaring opgedaan. Ook staat de wereld rondom zonneparken en windmolens niet stil en op verschillende overheidsniveaus wordt beleid gemaakt om de energietransitie gestalte te geven. De deadlines om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te behalen, komen immers dichterbij en er is landelijk nog veel werk aan de winkel. Kortom: genoeg aanleiding om ons eigen beleid weer eens onder de loep te nemen.

1.2 Uitvoering beleidsevaluatie Bij deze beleidsevaluatie zijn zowel interne als externe partijen betrokken. In eerste instantie is met betrokken ambtenaren het proces geëvalueerd. Vervolgens is een nieuw concept opgesteld dat intern is besproken en akkoord bevonden. Dit concept is individueel besproken met natuurverenigingen, beide Waterschappen, netbeheerder Enexis en de provincie Noord-Brabant. Ten slotte is het document ook verstuurd naar omliggende gemeenten met het verzoek hier desgewenst op te reageren.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 blikken wij terug op de afgelopen twee jaar en hoe het huidige beleid is uitgevoerd. Welke zonneparken zijn vergund? Waar liepen we tegenaan binnen het beleid en gedurende de procedures? En hoe pakte ons beleid nou eigenlijk in de praktijk uit? In hoofdstuk 3 kijken we om ons heen en bezien welke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden in beleid en technologie. Hoe verhoudt het beleid zich tot bijvoorbeeld provinciaal beleid en de Regionale Energie Strategie? En vormen eventuele nieuwe ontwikkelingen aanleiding om het beleid te herzien? In hoofdstuk 4 bieden we u nieuw beleidskader aan, gebaseerd op de inzichten uit hoofdstuk 2 en 3. Hoe kunnen we wat we geleerd hebben toepassen in een nieuwe opzet? In hoofdstuk 5 wordt kort de conclusie van dit beleidsstuk gegeven.

6/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

2. Uitvoering huidig beleid 2.1 Overzicht afgelopen twee jaar Sinds de vaststelling van het beleidsstuk ‘Evaluatie beleid zonneparken en windmolens’ op 25 oktober 2018 hebben de nodige ontwikkelingen plaatsgevonden. Hieronder wordt kort ingegaan op het verloop van de afgelopen twee jaar en wordt een overzicht gegeven van de reeds vergunde parken. Verloop Kort na de vaststelling kwamen de eerste principeverzoeken binnen. Deze principeverzoeken zijn in volgorde van binnenkomst getoetst aan de uitgangspunten van het beleid. Vervolgens zijn deze voorgelegd aan het college waarna positieve principebesluiten zijn genomen onder de voorwaarde dat de plannen nader uitgewerkt dienden te worden. In de zomer van 2019 bleek dat er reeds circa 120 hectare aan principeverzoeken was ontvangen terwijl er slechts 50 hectare vergund kon worden conform de beleidsdoelstelling. Omdat sommige partijen reeds een positief principebesluit hadden, en er op basis hiervan een officiële vergunningaanvraag was ingediend, is besloten de verzoeken die nog niet beoordeeld waren aan te houden. Op 26 november 2019 heeft het college hierover besloten waarna de indieners van “hangende” (lees: nog niet behandelde) principeverzoeken een officiële brief hebben ontvangen met het besluit. Vergunde parken Op het moment van schrijven zijn er 5 zonneparken vergund.

Voor 4 parken gaat het om een commercieel initiatief en 1 plan betreft een park om te voorzien in de eigen energievoorziening (Zandstraat 99-101). Daarnaast zijn er 2 parken in behandeling die in een vergaande fase zijn. Hieronder volgt een opsomming en een kort overzicht van de verschillende parken. Naam

Zonnepark Lungendonk 16a

Locatie

Lungendonk 16a te Lierop

Oppervlakte (panelen)

4,5 ha

Ontwerpbesluit

23 april 2019

Definitief besluit

29 oktober 2019

Status

Onherroepelijk

7/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Naam

Zonnepark Heikantstraat

Locatie

Heikantstraat (achter nr. 33) te Someren

Oppervlakte (panelen)

2,3 ha

Ontwerpbesluit

3 september 2019

Definitief besluit

29 oktober 2019

Status

Beroep aangetekend

8/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Naam

Zonnepark Lungendonk ong. (naast nr 22)

Locatie

Lungendonk (naast nr 22) te Lierop

Oppervlakte (panelen)

9,9 ha

Ontwerpbesluit

23 januari 2020

Definitief besluit

17 maart 2020

Status

Onherroepelijk

Naam

Zonnepark Kerkendijk

Locatie

Kerkendijk (achter nr. 117) te SomerenHeide

Oppervlakte (panelen)

9,2 ha

Ontwerpbesluit

6 februari 2020

Definitief besluit

23 maart 2020

Status

Onherroepelijk

9/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Naam

Zonnepark Diepenhoek

Locatie

Beliënberkdijk (naast nr. 24) te Someren

Oppervlakte (panelen)

9,4 ha

Ontwerpbesluit

Naar verwachting mei

Definitief besluit

Naar verwachting augustus

Status

In voorbereiding

10/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Naam

Zonnepark Limburglaan

Locatie

Limburglaan (naast nr. 14) te Someren-Heide

Oppervlakte (panelen)

3,0 ha

Ontwerpbesluit

Naar verwachting mei

Definitief besluit

Naar verwachting augustus

Status

In voorbereiding

11/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

2.2 Puntsgewijze evaluatie 2.2.1

Interpretatie beleid

Gedurende de behandeling van aanvragen bleek al snel dat er onduidelijkheid bestond over bepaalde zaken binnen het beleid. Zowel intern als extern bleek dat uitgangspunten van beleid interpretabel waren. Daarbij zijn standpunten ingenomen, die vervolgens zijn toegepast op de aanvragen. Het betrof met name de volgende punten. 10% op dak Dit begon met de vraag of bepaalde uitgangspunten als harde voorwaarde of als meerwaarde moesten worden gezien. Zo was niet duidelijk of initiatiefnemer verplicht was om 10% van het areaal zonnepark op daken te realiseren. Of was dit bedoeld als meerwaarde en kon door middel hiervan een ‘plus’ worden behaald? Het terugluisteren van de geluidsopname van de raadsvergadering van 25 oktober 2018 bracht uiteindelijk duidelijkheid: het bleek een meerwaarde. Maatschappelijke meerwaarde Ook over het toepassen van maatschappelijke meerwaarde bestond lange tijd onduidelijkheid: moest er nu verplicht 50% financiële participatie worden toegepast? Bij het nagaan van het document bleek deze 50% voort te komen uit een landelijke ambitie voor het creëren van draagvlak in de omgeving. Dit was slechts één van de manieren om in maatschappelijke meerwaarde te voorzien. Uiteindelijk is gekozen om deze inspanningsverplichting als voorwaarde op te nemen in de vergunningen.

Initiatiefnemers verbonden zich daarmee aan de regel om 50% van hun vermogen open te stellen voor financiële participatie. Voorleggen aan de raad In het bestaande beleid was vastgesteld dat zonneparken groter dan 10 hectare dienden te worden voorgelegd aan de raad. Al snel kwam vanuit initiatiefnemers de vraag naar voren of dit gold voor het areaal zonnepanelen of het totale plangebied. Initiatiefnemers bleken namelijk in hun plan rekening te houden met deze grens om het voorleggen aan de raad, en daarmee vertraging in hun procedure, te voorkomen. In samenspraak met de portefeuillehouder is besloten de oppervlakte van het totale plangebied als uitgangspunt te nemen voor het bepalen van de drempel van 10 hectare. Niet-commerciële initiatieven Ook de nuance tussen commerciële en niet-commerciële initiatieven was niet altijd duidelijk: welke voorwaarden gelden wel of niet voor niet-commerciële initiatieven? Uiteindelijk is uit het stroomschema opgemaakt dat niet-commerciële initiatieven dubbel ruimtegebruik moeten toepassen, landschappelijk moeten inpassen en in maatschappelijke meerwaarde moeten voorzien. Echter hoeven zij niet af te dragen aan het duurzaamheidsfonds en is er voor gekozen de mate van dubbel ruimtegebruik en maatschappelijke meerwaarde minder uitgebreid toe te passen.

12/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Voorrangsregel Ten slotte was er onduidelijkheid over hoe om te gaan met de gestelde voorrang voor parken die hoger scoorden. Zoals in paragraaf 2.1 wordt toegelicht, is ervoor gekozen om deze voorrangsregel niet toe te passen op parken die reeds in behandeling waren. Dit om termijnen van orde te respecteren en te voorkomen dat plannen om 5 voor 12 werden teruggefloten omdat er nieuwe aanvragen binnen zouden komen. Dit laatste mogelijk met juridische gevolgen. De plannen die zijn behandeld en vergund hadden allen een score van minimaal 2 punten op de zonneladder. Stoppende agrariërs In 2019 hebben verschillende agrariërs binnen de Gemeente Someren zich ingeschreven voor de Warme Sanering Varkenshouderijen, een regeling vanuit het Rijk. Onderdeel van deze regeling was in overleg met de gemeente tot een gepaste herbestemming te komen. Als gevolg hiervan werd de vraag gesteld of het mogelijk was zonnepanelen op het voormalige agrarische bouwblok te plaatsen. In sommige gevallen lagen deze zonnepanelen in de bestaande situatie al op het dak van de stal. Het huidige beleid gaf hier geen eenduidig antwoord op. In principe zijn deze initiatieven mogelijk, maar omdat ze een commerciële grondslag hebben vallen ze binnen de 50 hectare.

Dit betekent dat ze moeten voldoen aan de voorwaarden van het beleid en tevens moeten concurreren met grote zonneparken om mee te dingen binnen de 50 hectare. De vraag rijst of dit wenselijk is aangezien het plaatsen van zonnepanelen op voormalige agrarische bedrijfslocaties zowel een wenselijke als een stimulerende ontwikkeling kan zijn voor stoppende agrariërs. 2.2.2

Procedure

BIBOB De wet BIBOB is onder andere van toepassing op initiatieven met bouwkosten hoger dan €500.000,-. De totale bouwkosten voor een zonnepark komen al snel boven dit bedrag waardoor een BIBOB toets dient te worden doorlopen. Omdat vaak pas relatief laat een definitieve afweging werd gemaakt over het wel of niet verder brengen van een plan werd de BIBOB toets pas laat doorlopen. Dit zorgde voor vertraging en frustratie in de procedure. Om dit in de toekomst te voorkomen, dient de BIBOB toets in een vroeger stadium van de procedure te worden doorlopen. Stikstof Omdat ten tijde van de vergunningverlening van de zonneparken (zomer en najaar 2019) de PAS onderuit ging bij de Raad van State werd een stikstofberekening noodzakelijk als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening. Hierdoor moesten initiatiefnemers vaak op het laatste moment nog een stikstofberekening aanleveren. Vanaf september 2019 was hiervoor een aangepaste tool beschikbaar via de overheidswebsite (AERIUS). Verklaring van geen Bedenkingen Toen eenmaal het eerste plan, groter dan 10 hectare, werd voorgelegd aan de raad was niet geheel duidelijk in welke vorm dit voorgelegd diende te worden. In het beleidsstuk werd gesproken over het voorleggen aan de raad terwijl de wettelijke procedure van de WABO een verklaring van geen bedenkingen voorschrijft.

Dit laatste is een instrument wat zowel in ontwerp als ter vaststelling dient te worden afgegeven door de raad. Omdat in een besluit van 30 maart 2011 deze route was verkort door te stellen dat geen verklaring nodig was zolang het college zich hield aan de

13/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

structuurvisie1, is besloten de raad eenmalig een advies af te laten geven in plaats van een officiële verklaring. Zo werd voorkomen dat vergunningprocedures onnodig werden vertraagd en de wettelijke termijn van orde van 6 maanden zo veel als mogelijk kon worden gehanteerd. Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing was een belangrijke voorwaarde voor het toestaan van zonneparken. In het beleid was opgenomen dat minimaal 10% van het areaal dient te worden gebruikt voor landschappelijke inpassing van het zonnepark. Echter was niet altijd duidelijk wat onder deze 10% viel en welke vormen van groen als inpassing mogen worden gezien. Zo is uiteindelijk bepaald dat de onderhoudspaden tussen te panelen geen onderdeel uitmaken van deze 10%, ook al worden ze ingezaaid met kruiden of bloemen. Wat betreft de kruiden- of bloemenranden aan de buitenzijde werd hier coulanter mee omgegaan, deze arealen werden in het algemeen opgenomen in de verplichte 10% inpassing. Leges Ook over de leges ontstond discussie met initiatiefnemers. Zo stelden zij dat de bouwkosten voor het zonnepark, waarop het legesbedrag wordt gebaseerd, exclusief de panelen was. Deze vormen namelijk onderdeel van de inrichting van het bouwwerk en verhogen de bouwkosten waardoor de leges onevenredig hoog uitvallen.

Deze redenering is door de gemeente niet gevolgd en initiatiefnemers hebben tot dusver ingestemd met de legesfactuur. In enkele gemeenten worden de legeskosten gebaseerd op het aantal megawatt dat een zonnepark (of windmolen) produceert. Dit zou een overweging kunnen zijn voor toekomstig legesbeleid. SDE subsidieronde Omdat ontwikkelaars voor hun businesscase voor een groot deel (ca. 1/3) afhankelijk zijn van de Subsidieregeling Duurzame Energie + (hierna: SDE) is het voor hen essentieel een definitieve vergunning te ontvangen voordat de inschrijving opent. De inschrijvingsronden in 2019 waren maart en eind september, die voor 2020 zijn tevens in maart en september. Iedere ronde wordt deze subsidie verder afgebouwd vanwege het uitgangspunt dat realisatiekosten omlaag gaan en elektriciteitsopbrengsten omhoog. Dit zorgt voor een grote druk bij initiatiefnemers die vervolgens voor druk zorgen binnen de gemeentelijke organisatie. 2.2.3 2.2.3.1

Toetsingscriteria Zoekgebieden

In het beleid uit 2017 zijn het oude en jong heideontginningslandschap en het kampenlandschap aangewezen als zoekgebied voor zonneparken. In de beleidsevaluatie van 2018 is daar het beekdallandschap grenzend aan het kanaal aan toegevoegd. Daarbij is wel de voorwaarde opgenomen dat uit onderzoek moet blijken dat bij het realiseren van een zonnepark geen natuurof landschapswaarden worden aangetast. Er was geen discussie over de zoekgebieden en er is dan ook geen aanleiding aanpassingen te doen aan het zoekgebied. 1 De structuurvisie dateert uit 2013 en staat zonneparken niet toe. Sinds 2013 is echter veel

veranderd en is beleid opgesteld waardoor gesteld kan worden dat zonneparken en windmolens wel binnen de gemeentelijke visie behoren. Op 7 mei 2020 is het raadsbesluit genomen om zonneparken toe te voegen aan de categorie van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is benodigd.

14/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

2.2.3.2

Dubbel ruimtegebruik

Het toepassen van dubbel ruimtegebruik is een van de voorwaarden binnen het huidige beleid. Hierbij werd verwacht dat ontwikkelaars met creatieve vormen zouden komen zoals gecombineerde teelt. In de praktijk bleek dit niet helemaal realistisch te zijn: ontwikkelaars kiezen hoofzakelijk voor biodiversiteit onder de panelen of het voorzien in waterberging. Voor deze laatste vorm was soms enige druk vanuit gemeente en waterschap nodig om ontwikkelaar te overtuigen. Eén initiatief zette in op het experimenteel telen van paddenstoelen en groenten onder de panelen. Als dit experiment slaagt, zou het oppervlak voor deze teelt mogelijk verder uitgebreid worden. Over het toepassen van biodiversiteit als dubbel ruimtegebruik werd aanvankelijk laatdunkend gedaan binnen en buiten de organisatie. Uit onderzoek van o.a. Wageningen Universiteit2 en Naturalis3 blijkt echter dat kruidenranden onder de panelen, mits goed beheerd, een belangrijke meerwaarde kunnen zijn voor de biodiversiteit. Hierbij moet gedacht worden aan schuilmogelijkheden voor kleinwild en loopvogels en leefgebied voor bijen en andere insecten. Een zonnepark vormt tenslotte een gebruiksluw areaal waar voor een periode van zo’n 25 jaar geen intensief gebruik plaatsvindt. Op basis van onderzoeken en advies vanuit lokale natuurorganisaties is daarom gekozen om een beheerplan te eisen bij ieder zonnepark.

Door gedurende de exploitatieperiode van het park zorgvuldig beheer toe te passen tussen en onder de panelen kan de meerwaarde van biodiversiteit als dubbel ruimtegebruik worden geborgd. Waterberging als dubbel ruimtegebruik wordt hoog gewaardeerd binnen het huidige beleid. Dit sluit aan bij de ambities van Onweerstaanbaar Someren waarbij Gemeente Someren en de waterschappen samenwerken om Someren “klimaatrobuust” te maken. Veel initiatieven bleken echter op de hogere zandgronden in het heideontginningslandschap te liggen. De meerwaarde van waterberging zit hier vooral in het vasthouden van water bij piekneerslag zodat de lager gelegen gronden worden ontlast. Hiervoor dient veelal grond te worden afgegraven om het perceel te verdiepen. Voor initiatiefnemers blijkt dit niet altijd financieel haalbaar waardoor al snel gekeken wordt naar andere vormen van dubbel ruimtegebruik. 2.2.3.3

Maatschappelijke meerwaarde

Zowel binnen provinciaal als gemeentelijk beleid is opgenomen dat zonneparken dienen te voorzien in maatschappelijke meerwaarde. Direct omwonenden zijn niet altijd blij met deze ontwikkelingen dus om het draagvlak te vergroten dienen lokale partijen te worden betrokken. Dit kan op verschillende manieren. Volgens provinciaal beleid zijn het verminderen van impact op de omgeving of het financieel participeren in het zonnepark vormen van maatschappelijke meerwaarde. Vanuit gemeentelijk perspectief kan echter ook gedacht worden aan het combineren van lokale initiatieven zoals is gebeurd in Someren-Heide. Hier is in goed overleg met de omgeving een buurttuin opgenomen binnen het plangebied van het zonnepark. De ervaring leert echter dat niet elke locatie geschikt is om deze aansluiting met lokale initiatieven te bewerkstelligen. De meeste initiatieven voorzien dan ook in maatschappelijke meerwaarde door in te zetten op financiële participatie binnen de gemeente. De animo blijkt echter nog niet erg groot, dit blijkt ook 2 Zee, F.F. van der, J. Bloem, P. Galama, L. Gollenbeek, J. van Os, A. Schotman & S. de Vries,

2019. Zonneparken natuur en landbouw. Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport 2945. 3 Zonnepark veilige haven voor biodiversiteit. (2019, Oktober 15). Geraadpleegd van: https://www.naturalis.nl/persberichten/zonnepark-veilige-haven-voor-biodiversiteit

15/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

uit gesprekken met de lokale energiecoöperatie Zummere Power. Het is daarom aan initiatiefnemers om tijdens de exploitatieperiode actief te blijven promoten om in hun zonnepark te investeren. Voor deze financiële participatie wordt door alle initiatiefnemers 50% van hun eigen vermogen opengesteld. Dit bedrag kan worden ingevuld door lokale investeerders die daarvoor een rendement tegemoet kunnen zien. 2.2.3.4

Landschappelijke inpassing

Een andere belangrijke voorwaarde voor het toestaan van zonneparken is natuurlijk de landschappelijke inpassing. Zonnepanelen zijn industrieel uitziende constructies die stevig gezegd een negatieve impact hebben op de aantrekkelijkheid en beleving van het landschap. Enerzijds zal men in Nederland moeten wennen aan het beeld van zonneparken in het buitengebied maar anderzijds dient dit zoveel mogelijk te worden beperkt. Door zonneparken te voorzien van een goede landschappelijke inpassing kan visuele overlast zo veel mogelijk worden voorkomen. In het huidige beleid dient minimaal 10% van het plangebied te worden gebruikt voor deze inpassing. Bij het toetsen van de landschappelijke inpassing kwamen de nodige vragen naar voren. Zo was niet direct duidelijk of de ruimte tussen de panelen en de onderhoudspaden mochten worden meegerekend bij de 10% inpassing. Uiteindelijk is al snel de conclusie getrokken dat inpassing puur om de buitenste randen van het perceel gaat. Vervolgens kwam de vraag naar voren welke elementen of vormen van groen tot de inpassing kunnen worden gerekend. Draagt een bloemenrand bij aan de inpassing of dient 10% te worden vol geplant met struweel en bosschage enkel en alleen om de panelen uit het zicht te nemen? Uiteindelijk is hier coulant mee omgegaan zolang de panelen zo veel mogelijk uit het zicht werden genomen.

Tevens is besproken hoe om te gaan met deze inpassing na het verlopen van de vergunningen. Dient het volledige perceel terug te worden gebracht in de oorspronkelijke staat zoals in het provinciaal beleid is gesteld? Of dient de landschappelijke inpassing zoveel als redelijk te worden geborgd en dus planologisch vastgelegd? In goed overleg met ontwikkelaars en betrokken collega’s is besloten de buitenste randen van de inpassing te behouden na 25 jaar en dus op termijn een gepaste bestemming te geven. Dit is vastgelegd in de anterieure overeenkomsten. 2.2.3.5

Duurzaamheidsfonds

Het duurzaamheidsfonds voorziet in een verplichte afdracht van €0,50 per MWh4 opgewekte energie door ontwikkelaars. Dit geldt echter alleen voor commerciële initiatieven en niet voor (agrarische) bedrijven die voorzien in hun eigen energiebehoefte. Het duurzaamheidsfonds wordt door de gemeente beheerd en ingezet voor toekomstige duurzaamheidsprojecten. Omdat er nog geen zonneparken feitelijk zijn gerealiseerd, is dit fonds echter nog niet gevuld en zijn er nog geen concrete projecten waar dit fonds in gaat voorzien. In overeenkomsten met ontwikkelaars wordt vastgelegd dat de ontwikkelaar ieder jaar een uitdraai aanlevert van de opgewekte energie en op basis daarvan een jaarlijks totaalbedrag stort in het duurzaamheidsfonds. Op basis van de huidige inzichten is er geen aanleiding het bedrag voor het fonds te wijzigen.

4

Ter impressie: een zonnepark van 1 hectare heeft een productievermogen van ca. 1.000 MWh per jaar. Dit

levert voor het fonds dus zo’n €500,- per jaar op.

16/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

3. Veranderingen beleidskaders Sinds de laatste evaluatie van het beleid is vastgesteld in oktober 2018 zijn er ruim 1,5 jaar voorbij gegaan. Het is daarom goed om relevante beleidskaders nog eens tegen het licht te houden en te bepalen hoe ons gemeentelijk beleid zich verhoudt tot deze kaders. Het uiteindelijke doel van het Nationaal Klimaatakkoord is om de uitstoot van CO2 met 49% in 2030 terug te dringen en met 95% in 2050.

3.1 Regionale Energie Strategie Vanaf oktober 2018 is de Metropool Regio Eindhoven (MRE) bezig met het opstellen van een regionale energiestrategie (RES). Gemeente Someren maakt deel uit van de MRE en praat samen met andere gemeenten mee over deze strategie. De RES resulteert in een bod vanuit de regio aan het Rijk over hoe en in welke mate zij bijdraagt aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord. De concept RES wordt in juli 2020 voorgelegd aan de gemeenteraad ter advisering en wordt uiterlijk 1 oktober 2020 aangeleverd aan het Rijk. De definitieve RES moet 1 maart 2021 klaar zijn.

3.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Sinds de vorige beleidsevaluatie in 2018 heeft de provincie haar beleid omtrent zonneparken en windmolens verder uitgewerkt. In oktober 2019 is de Interim Omgevingsverordening vastgesteld waarin de volgende bepalingen zijn opgenomen: Lid 1 Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a.

uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in Stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie onvoldoende is;

b.

de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit;

c.

de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving;

d.

de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft;

e.

de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving.

Lid 2 De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria: a.

de mate van meervoudig ruimtegebruik;

b.

de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken;

c.

de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.

17/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Lid 3 Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a.

de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt;

b.

na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd;

c.

voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.

De bepalingen in lid 3 zijn ongewijzigd ten opzichte van de eerdere verordening. Lid 2 voorziet in een verduidelijking van maatschappelijke meerwaarde. Lid 1 bevat echter een nadere uitwerking van eerdere bepalingen. Hieronder een toelichting op deze punten om duidelijk te maken hoe ons beleid hierop aansluit. Ad lid 1. a.

In opdracht van de provincie Noord-Brabant heeft POSAD5 een studie gedaan naar het energieverbruik in 2050 en de daarmee samenhangende behoefte aan duurzame bronnen. In juni 2017 is het rapport ‘Energie en ruimte Zuid-oost Brabant’ verschenen, met uitsplitsingen naar de individuele gemeenten, waaronder Someren. Voor Gemeente Someren is een energiebehoefte van 0,168 TWh (604 TJ), in de vorm van elektrische energie, vastgesteld voor 2050. Alleen het plaatsen van panelen op daken voorziet onvoldoende in deze behoefte, zo blijkt uit de studie. Een tweede ronde van 50 hectare of meer aan zonneparken is daarom noodzakelijk om regionale doelstellingen te behalen (zie ook paragraaf 4.1).

b.

Binnen het beleid uit 2017 en 2018 zijn zoekgebieden vastgesteld gebaseerd op geschikte landschapstypen. Hierbij zijn voorwaarden en richtlijnen opgenomen voor het inpassen van de zonneparken in de omgeving.

c.

Binnen het bestaande beleid zijn richtlijnen opgenomen voor het inpassen van zonneparken in de omgeving, deze richtlijnen sluiten aan bij het beeldkwaliteitsplan.

d.

Deze voorwaarde is overgenomen en geldt tevens als voorwaarde voor het bestaande beleid.

e.

Initiatieven worden gecommuniceerd met omliggende gemeenten en met de netbeheerder.

3.3 Omgevingswet Op het moment van schrijven is de voorbereiding op de nieuwe Omgevingswet in volle gang. De ingang van de Omgevingswet is echter tot nader order uitgesteld vanwege de situatie omtrent COVID-19 op moment van schrijven. Met de komst van de omgevingswet veranderen de procedures van de omgevingsvergunningen. Veel procedures gaan van de uitgebreide procedure (nu onder de Wabo) naar de reguliere

5 Gebiedsstrategie Duurzame Energieopgave Provincie Noord‐Brabant, september 2016

18/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

procedure onder de omgevingswet. Dit betekent dat binnen 8 weken een besluit op de aanvraag moet komen. Om dit ook uitvoerbaar te maken is een goed vooroverleg van belang. Hiervoor worden de intake- en omgevingstafel ingericht. De intaketafel is een intern proces, waarbij de haalbaarheid en wenselijkheid van een plan wordt beoordeelt. Als dit een positief resultaat heeft, wordt het plan in behandelen genomen. Mogelijk kan dit de omgevingstafel betekenen. Aan de omgevingstafel zitten inhoudelijk deskundigen voor de behandeling van het plan, maar ook de initiatiefnemer en belanghebbende. Met het doel om samen te komen tot een vergunbaar initiatief. Ondanks deze fase van vooroverleg, kan een gang naar de rechter niet worden uitgesloten.

3.4 Someren Natuurlijk Duurzaam In het Coalitie Programma 2018-2022 en de Toekomstvisie Someren 2030 zijn de duurzaamheidsambities vastgelegd. Hierbij wordt gestreefd naar een duurzame samenleving, waarin we met behulp van innovatieve toepassingen werken aan toekomstbestendige sociale en economische structuren en wij actief bij dragen aan het streven om als eerste regio van Nederland energieneutraal te zijn. Vanuit de projecten Onweerstaanbaar Someren, Someren Natuurlijk Duurzaam en de Energietransitie zijn we hier in Someren al enig tijd volop mee bezig. Binnen Someren Natuurlijk Duurzaam wordt de synergie gezocht tussen de energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit en heeft als doel binnen beschikbare kaders (kosten, kwaliteit, tijd) maximaal invulling te geven aan de duurzame onderwerpen.

3.5 Beleid omliggende gemeenten Gemeente Cranendonck De gemeente Cranendonck heeft in 2017 een verordening opgesteld voor het beschikbaar stellen van een budget ten behoeve van leningen voor zonnepalen op daken. Eind 2019 heeft de gemeente een visie opgesteld genaamd “Nota Zonneparken 2019-2024”. Binnen deze visie zet de gemeente Cranendonck in op het realiseren van 84 ha aan zonneparken voor 2024. Net als binnen ons beleid zijn hier voorwaarden aan verbonden en zijn gebieden uitgesloten voor het plaatsen van deze zonneparken. Gemeente Cranendonck lijkt ook bezig te zijn met zonneparken ter hoogte van Maarheeze nabij onze gemeentegrens. Omdat in de toekomst mogelijk zonneparken aangesloten dienen te worden op het hoofdstation in Maarheeze is het goed intensieve afstemming te houden met deze gemeente. Mogelijk kan de aansluiting van initiatieven gecombineerd worden en ook de netcapaciteit moet goed worden bewaakt door de netbeheerder. Het zou zonde zijn als aangrenzende gemeenten elkaar op dat vlak in de spreekwoordelijke wielen gaan rijden. Gemeente Heeze-Leende De gemeente Heeze-Leende heeft in 2019 haar duurzaamheidsbeleid vastgesteld. Hierin wordt ook gesproken over het toestaan van zonneparken. Deze worden echter niet toegestaan op agrarische gronden en dienen voor ten minste 75% te bestaan uit lokale financiering.

Daarmee lijkt de drempel voor het realiseren van zonneparken erg hoog gelegd. Over een concrete doelstelling wordt niet gesproken.

19/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Gemeente Asten De gemeente Asten heeft nog geen beleid voor zonneparken. Op haar website communiceert zij voorzichtig om te zullen gaan met verzoeken die betrekking hebben op zonneparken en windmolens. Gemeente Nederweert De gemeente Nederweert heeft op moment van schrijven nog geen beleid voor zonneparken en windmolens. Wel lopen er enkele initiatieven waaronder Windpark Ospeldijk waarbij het voornemen is om 4 windmolens te realiseren. Gemeente Helmond De gemeente Helmond heeft op moment van schrijven nog geen beleid voor zonneparken of windmolens. Gemeente Geldrop-Mierlo De gemeente Geldrop-Mierlo heeft in 2016 een duurzaamheidsnota vastgesteld. Hier wordt echter niet gesproken over zonneparken of windmolens, enkel over zonnepanelen op daken. Kempengemeenten De Kempengemeenten werken samen op gebied van de energietransitie en zijn bezig hier handen en voeten aan te geven. Op moment van schrijven wordt gewerkt aan een beleids- en toetsingskader voor initiatieven. Ook hebben zij gezamenlijk een milieu-effect rapportage laten opstellen om inzicht te krijgen in de effecten op het milieu. Het beleid zou eind 2019 worden voorgelegd aan de verschillende gemeenteraden. Gemeente Deurne In november 2018 is in gemeente Deurne zonnepark De Vlaas geopend, destijds het grootste postcoderoosproject van Nederland.

Op het moment van schrijven heeft de gemeente Deurne nog geen beleid gepubliceerd voor zonneparken en windmolens.

20/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

4. Aangepast beleid 4.1 Doelstelling In de beleidsevaluatie uit 2018 is een doelstelling opgenomen voor het realiseren van 50 hectare aan commerciële panelen in veldopstelling c.q. zonneparken voor de periode 2018-2020. Vastgesteld is dat in 2020 het beleid zou worden geëvalueerd en dat dan tevens zal worden bepaald hoe verder te gaan. Hierbij rekening houdend met nieuwe beschikbare technieken en de benodigde reductie van CO2 c.q. de benodigde TWh aan elektrische energie. Nieuwe beschikbare technieken Een korte zoektocht op het wereld wijde web laat al snel zien dat de verwachte geavanceerde technieken zijn uitgebleven sinds 2018. Het internet spreekt van zonnetorens en zonnekrachtcentrales als efficiënte vorm van energie opwekking. Deze toepassingen lijken echter vooral interessant in zuidelijke landen (Spanje, Israël, Arizona (USA)) met meer zonuren en een hogere stralingsintensiteit. De toepassing van zonne-thermie lijkt beter haalbaar te zijn in Nederland. Zonne-thermie is het opwekken van warmte door de zonnestraling op warmtepanelen. Deze techniek blijkt in de praktijk nog erg duur te zijn en wordt nog niet op grote schaal toegepast. In het bestaande beleid is een “plus” opgenomen voor het toepassen van panelen die het opwekken van elektriciteit en het produceren van warmte combineren: de zogeheten photovoltaïsche en thermische oftewel PVT panelen.

Energiebehoefte 2050 Sinds de vaststelling van de vorige beleidsevaluatie in 2018 zijn geen nieuwe onderzoeken uitgevoerd naar de energiebehoefte in de regio of binnen de Gemeente Someren. Gekeken naar de huidige ontwikkelingen is er ook geen aanleiding te verwachten dat de cijfers uit de POSAD studie van 2016 zijn veranderd. Deze studie voorziet een energiebehoefte van 0,168 TWh aan elektriciteit voor 2050. Om in deze energiebehoefte te voldoen is in het beleid van 2017 een invulling opgenomen van 386 hectare aan zonnepanelen. Deze invulling bestaat enerzijds uit de 265 hectare dakoppervlak binnen de gemeente en anderzijds nog eens 121 hectare in veldopstelling. Ondertussen is er in mei 2018 een inventarisatie uitgevoerd door bureau Aveco de Bondt in opdracht door een initiatiefnemer. Deze inventarisatie voorziet in een analyse van het geschikte dakoppervlak binnen de gemeente. Na uitsluiting van tuinbouwkassen en beeldbepalende panden en een correctie op de oriëntatie en dakhelling resteert een geschikt dakoppervlak van 88 hectare op een totaal van 265 hectare. Uit deze inventarisatie kan dus in ieder geval geconcludeerd worden dat de 121 hectare aan zonneparken onvoldoende zal zijn om in de energiebehoefte voor 2050 te voorzien.

Nieuwe doelstelling: 50 MW aan zonneparken Voor het behalen van de doelstellingen voor zonneparken zoals opgenomen in de beleidsevaluatie uit 2018 zal opnieuw een ronde van 50 MW aan zonneparken worden vergund. In navolging van de fasering in dit bestaande beleid wordt voorgesteld deze 50 MW voor de periode 2020-2022 te vergunnen. Op het moment van schrijven dient gerekend te worden met de waarde dat 1,0 MW gelijk staat aan 1,0 hectare zonnepark. Omdat dit uitgangspunt kan veranderen wordt de fasering uitgedrukt in MW in plaats van hectaren. Concreet betekent dit het volgende:

21/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Fase 1: 50 hectare reeds vergund in 2018 – 2020; Fase 2: 50 MW (hectare) te vergunnen in 2020 – 2022.

Beleidsevaluatie 2022 In 2022 zal opnieuw worden geëvalueerd om te bezien hoe voorliggend beleid in de praktijk heeft uitgepakt. Wellicht bestaan er tegen die tijd nieuwe technieken die een gunstiger alternatief vormen voor het opwekken van duurzame energie. Bovendien zijn zonnepanelen mogelijk efficiënter waardoor het uitgangspunt dat 1,0 MW gelijk staat aan 1,0 hectare zonnepark wordt achterhaald.

4.2 Tender opzet In het vorige beleid bleek onvoldoende rekening te zijn gehouden met de vorm voor het beoordelen en selecteren van de beste plannen. Het ontbrak aan een vastgesteld moment voor het indienen van plannen waarna een gelijkwaardige selectie plaats kon vinden. Daarom wordt in het nieuwe beleid een duidelijke opzet geboden in de vorm van een “tender”6. Om de organisatie niet onnodig te belasten met een “overload” aan plannen, waarvan er slechts enkele doorgaan, zal de tender geen onderdeel zijn van de wettelijke WABO procedure. In plaats daarvan is het een voorselectie waarbij we de initiatiefnemers uitnodigen een plan in te dienen vóór een bepaald tijdstip. Als na dat moment de plannen binnen zijn, kan een selectie worden gemaakt van de plannen die het beste scoren. Vervolgens gaan deze plannen de officiële vergunningenprocedure in. De tender bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Aankondiging In overleg met afdeling communicatie zal de aankondiging voor het indienen van plannen worden gepubliceerd. Dit kan onder andere via ’t Contact en vormen van Social Media. Initiatiefnemers die in de vorige ronde zijn afgevallen of aangehouden, zullen per brief worden uitgenodigd om opnieuw een plan in te dienen. Door ruchtbaarheid te geven aan ons beleid vergroten we de kans dat er goede plannen worden ingediend en dat er wat te kiezen valt.

Voorgesteld wordt om de aankondiging te doen op vrijdag 10 juli 2020, 1 week na vaststelling van het nieuwe beleid. Na publicatie zal een informatiebijeenkomst worden georganiseerd waarin geïnteresseerden door gemeente Someren een toelichting ontvangen. Hiermee krijgen alle partijen een beeld van de opgaven en context, bovendien kunnen ambities op gebied van o.a. duurzaamheid nader worden toegelicht. 2. Indienen plannen De deadline voor het indienen van plannen wordt gelegd op vrijdag 16 oktober 2020 om 12:00 uur stipt. Dit geeft initiatiefnemers vanaf het moment van aankondiging 3 maanden de tijd om met een goed plan te komen. Omdat initiatiefnemers voor hun businessplan afhankelijk zijn van de SDE subsidieronde wordt hier rekening mee gehouden. In 2021 zal de SDE subsidie aanvraag waarschijnlijk in juni worden opengesteld. Dit geeft 6

Een tender is een procedure waarbij door middel van inschrijving getracht wordt een bepaalde dienst of product te verkrijgen, die op basis van factorenafweging wordt verleend of verstrekt. Factoren zijn vaak prijs en/of kwaliteit. Tenderprincipes worden in verschillende economische processen gebruikt (bron: wikipedia.nl).

22/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

initiatiefnemers en onze gemeentelijke organisatie 7 tot 8 maanden om tot een definitieve vergunning te komen. Aan het indienen van de plannen zullen de volgende vereisten worden gesteld: 

Het plan moet compleet zijn en minimaal de volgende onderdelen bevatten: o

Ruimtelijke onderbouwing;

o

Technische situatietekening (op schaal);

o

Tekening landschappelijk inpassing (op schaal);

o

Beplantingsplan totale perceel (incl. maat en aantal planten);

o

Beheerplan van de aanwezige biodiversiteit;

o

Waterbergingsplan incl. kosten (indien toegepast);

o

Exploitatie overzicht incl. bouwkosten en verwijderingskosten.

Er dient een contract of intentieverklaring te zijn met grondeigenaar;

Er dient een aansluitverklaring te zijn opgevraagd bij de netbeheerder;

Er dient een zorgvuldige omgevingsdialoog te zijn gevoerd met de omgeving waarbij iedere belanghebbende binnen een straal van 500 meter van het plangebied (plangrens) aantoonbaar wordt benaderd (zie voor stappenplan bijlage 2).

Er dient een ondertekende verklaring aangeleverd te worden waarin wordt ingestemd met de spelregels van de tender.

Plannen die niet aan de indieningsvereisten voldoen worden buiten de beoordeling gelaten. 3. Beoordelen plannen Na het ontvangen van de plannen zal getoetst worden of alle plannen compleet zijn. Plannen die niet compleet zijn worden buiten de verdere beoordeling gelaten. Door een speciaal samengestelde, interne commissie zullen de plannen beoordeeld worden op basis van de toetsingscriteria. Per criterium worden punten toegekend. De totale beoordeling van een plan zal nader gemotiveerd worden ter verantwoording richting initiatiefnemers. Om de organisatie en de ODZOB in deze fase niet onnodig te belasten wordt in deze fase enkel getoetst op beoordelingscriteria. De toetsing van milieu hygiënische aspecten, BIBOB e.d. zullen pas bij de definitieve aanvraag doorlopen worden. De beoordeling wordt gedaan op basis van de vastgestelde toetsingscriteria zoals uitgeschreven in paragraaf 4.3 en opgenomen in de beoordelingstabel in bijlage 4. De beoordelingscommissie houdt daarbij de vrijheid naar eigen inzicht punten toe te kennen aan aspecten die niet zijn geduid in paragraaf 4.3. Zo kunnen plannen met een creatieve vorm van maatschappelijke meerwaarde extra punten scoren. Disclaimer: Het beoordelen van de plannen is aan de gemeente en aan de gemeente alleen en kan dan ook niet worden aangevochten.

Deze selectie betreft geen aanbesteding en dus is de Aanbestedingswet niet van toepassing. 4. Selecteren plannen De plannen met de hoogste score zullen worden geselecteerd. Het aantal plannen is afhankelijk van de grootte van de plannen in relatie tot de doelstelling van 50 MW. De beste plannen dienen gezamenlijk minimaal dit vermogen te behalen waardoor een marge van 10 MW, dus tot maximaal 60 MW, zal worden toegekend.

23/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Er geldt voor ingediende plannen een minimum score van 3 punten aan meerwaarden (zie ook punt 7 van paragraaf 4.3.1). Deze ondergrens wordt gehanteerd zodat in geval er onvoldoende plannen worden ingediend een minimale kwaliteit van plannen kan worden geborgd. De geselecteerd plannen zullen worden voorgelegd aan het college om tot een principebesluit (niet rechtsgeldig) te komen. De plannen zullen ter kennisgeving worden gepresenteerd in de eerstvolgende raadsvergadering nadat het college een principestandpunt heeft ingenomen. Alle initiatiefnemers zullen per brief geïnformeerd worden over de beoordeling van hun plan en of zij wel of niet zijn geselecteerd. De plannen worden onafhankelijk beoordeeld, de gemeente heeft onvoldoende tijd voor extra juridische procedures en meedoen met de tender is voor eigen risico. 5. Vervolgfase Nu de beste plannen zijn geselecteerd en geïnformeerd, is het aan initiatiefnemers om hun plannen definitief te maken. Onderdeel hiervan is het aanleveren van benodigde onderzoeken, de BIBOB toets doorlopen, definitief akkoord netbeheerder verkrijgen voor benodigde netcapaciteit en officieel een vergunning aan te vragen via het OLO (omgevingsloket). De organisatie levert al haar inspanningen om de ontwerpvergunningen uiterlijk begin maart in procedure te brengen zodat voldoende ruimte bestaat om de vergunningen medio juni definitief te kunnen verlenen.

6. Planning tender en procedure De planning van de tender ziet er als volgt uit: Actie

Datum

Opmerkingen

Vaststellen beleid

2 juli 2020

Aankondiging tender

9-10 juli 2020

Informatiebijeenkomst

Donderdag 16 juli

1 week na publicatie

Indienen plannen

16 oktober 2020

3 maanden vanaf aankondiging

Toetsing indieningsvereisten

19 – 20 oktober

Beoordeling door commissie

22 – 30 oktober

Marge

Collegebesluit (principe)

10 november 2020

3 november op route

Bekendmaking naar

12-13 november 2020

Brieven

initiatiefnemers Inloopmiddag

versturen/publiceren? Vrijdag 20 november

bezwaarmakers Deadline indienen stukken

Clusteren van mensen die informatie willen

Maandag 7 december

OLO

3 weken voor BIBOB formulier, aanvullend onderzoek etc.

Beoordeling stukken

8 december – 31 januari

Op 29 januari alles definitief

2021 Plannen in ontwerp naar

Dinsdag 2 februari –

Uiterlijk op 25 februari

college

dinsdag 23 februari 2021

collegebesluit

24/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Ontwerp publiceren

Donderdag 5 of 12 maart

Publicatie week van te voren aanleveren

Ter inzage

12 maart tot 23 april

6 weken ter inzage

Zienswijzen behandelen

26 april – 24 mei

4 weken voor meerdere plannen

Collegebesluit definitieve

1 juni 2021

vergunning Beroepstermijn

6 weken ter inzage voor beroep

10 juni – 23 juli 2021

Niet onherroepelijk voor de SDE subsidie, ook niet nodig.

4.3 Toetsingscriteria In de “Evaluatie beleid zonneparken en windmolens” zijn voorwaarden opgenomen waar zonneparken aan moeten voldoen. Zoals in hoofdstuk 2 beschreven zijn deze voorwaarden nog steeds relevant. Om plannen zo objectief mogelijk te kunnen beoordelen zullen de criteria voor deze voorwaarden beter beschreven worden. Dit zorgt voor een betere toetsbaarheid en voorkomt achteraf discussie. Naast het feit dat de plannen moeten voldoen aan de voorwaarden zullen deze ook worden beoordeeld op de meerwaarden of zogeheten “plussen”. Deze plussen gaan bepalen welke plannen de hoogste beoordeling krijgen en dus het beste zijn en dus voor een vergunning in aanmerking komen. 4.3.1 1.

Voorwaarden

Zoekgebieden 

Binnen de gemeente zijn de volgende landschapstypen aangewezen als zoekgebied: oude en jonge heideontginningslandschap, kampenlandschap. Zie bijlage 1 voor de zoekgebieden.

Alleen de beekdallandschappen langs het kanaal komen in aanmerking als zoekgebied. Voorwaarde daarbij is dat er een combinatie gemaakt wordt met waterberging (zie punt 9) en enkel indien uit gedegen onderzoek blijkt dat er geen landschaps- of natuurwaarden op de gronden aanwezig zijn.

Gronden die binnen de structuurvisie (of ander beleid) zijn gereserveerd voor stedelijke ontwikkeling vallen buiten het zoekgebied. Hiervan kan eventueel worden afgeweken als blijkt dat deze reserveringen zijn achterhaald.

Het plangebied voor een zonnepark dient volledig binnen de aangewezen zoekgebieden te liggen.

Spreiding van zonneparken is geen harde eis binnen het beleid maar kan, indien hier aanleiding toe is, mee worden genomen in de afweging voor de selectie van plannen.

2.

Landschappelijke inpassing 

Minimaal 10% van de oppervlakte van het totale plangebied moet landschappelijk worden ingepast, met inachtneming van het landschapstype, de daar specifiek voorkomende soorten en de ontwerprichtlijnen (zie hiervoor beeldkwaliteitsplan en paragraaf 5.5 van document ‘Beleid zonneparken in het buitengebied 2017’).

De ruimte tussen de paneelconstructies telt niet mee binnen deze 10%.

25/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

De ruimte voor onderhoudspaden telt niet mee binnen deze 10%.

Uit een technische tekening moet blijken hoeveel oppervlakte meegerekend wordt in de inpassing.

De landschappelijke inpassing dient vergezeld te gaan van een beheerplan voor de exploitatieperiode van het zonnepark (25 jaar).

De landschappelijke inpassing dient vergezeld te gaan van een beplantingsplan waarin aantallen en maatvoering van plantgoed duidelijk zijn weergegeven.

Indien wordt opgemerkt dat illegaal bomen of landschapselementen zijn verwijderd vooruitlopend op een zonnepark zal een plan worden gediskwalificeerd.

3.

Dubbel ruimtegebruik 

De ruimte onder en tussen de panelen dient te worden ingericht voor een tweede functie, anders dan zonnepanelen.

Enkel het beweiden van schapen wordt niet gezien als dubbel ruimtegebruik. Het toepassen van schapenbeweiding als beheervorm is wel toegestaan.

Het toepassen van waterberging of biodiversiteit levert punten op zoals bepaald in punt 8 en 10.

 4.

Andere vormen van dubbel ruimtegebruik (o.a. teelt) worden per geval beoordeeld.

Maatschappelijke meerwaarde 

Maatschappelijke meerwaarde is enkel verplicht bij een park met een plangebied groter dan 5.000 m2.

Financiële participatie wordt gezien als maatschappelijke meerwaarde. Daarbij dient minimaal 50% van het eigen vermogen open te worden gesteld voor de bevolking in Someren.

Als de 50% niet wordt afgenomen door de bewoners binnen de gemeente kan de participatie worden opengesteld aan partijen buiten de gemeente. Daarbij geldt een maximale regiogrens van grofweg Zuidoost-Brabant (MRE gebied).

De initiatiefnemer gaat de inspanningsverplichting aan om de financiële participatie actief te promoten onder de bewoners.

Wij streven naar minimaal 50% participatie door burgers (financieel en in eigendom) Voor elke 5% minder burgerparticipatie moet het bedrag dat jaarlijks in het Duurzaamheidsfonds wordt gestort verhoogd worden met € 0,10/MWh. Wij stellen een minimum van 25% burgerparticipatie (waarbij dus jaarlijks € 1,00/MWh in het Duurzaamheidsfonds moet worden gestort). Dit moet worden aangetoond met getekende deelnemersovereenkomsten, dekkend voor het bedrag van het benodigde eigen vermogen dat vóór aanvang van de bouw aangetoond moet worden. Voor de verhoging van de storting in het Duurzaamheidsfonds geldt het participatiepercentage bij aanvang van de exploitatie-periode van 15 jaar (SDE++-subsidie). Dit aan te tonen met het door de deelnemers ingelegde eigen vermogen, en eigendomsverhoudingen in de BV van het zonnepark met een accountsverklaring.

Om alle burgers in de gelegenheid te stellen om deel te kunnen nemen dient de nominale waarde per participatie op € 100,- worden gesteld. Om deelnemersovereenkomsten al af te kunnen sluiten tijdens het vergunningstraject sluiten, kunnen daar mogelijkheden tot ontbinding in opgenomen worden, bij het niet verlenen van de vergunning en het niet ontvangen van subsidie.

26/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Het andere deel van het benodigde eigen vermogen mag worden ingebracht door agrariërs, voor zover deze verenigd zijn in een coöperatie van agrarisch bedrijven. Dit gezamenlijk tot een maximum van 75% van het benodigde eigen vermogen, met dien verstande dat hieraan per agrarische deelnemer een maximum wordt gesteld van 25% van het benodigde eigen vermogen. Dit aan te tonen met het door de agrarische deelnemers ingelegde eigen vermogen, en eigendomsverhoudingen in de BV van het zonnepark met een accountsverklaring. Om deelnemersovereenkomsten met de in de agrarische coöperatie verenigde agrarische deelnemers al af te kunnen sluiten tijdens het vergunningstraject, kunnen daar mogelijkheden tot ontbinding in opgenomen worden, bij het niet verlenen van de vergunning en het niet ontvangen van subsidie.

 5.

Andere gevallen van maatschappelijke meerwaarde worden per geval beoordeeld.

Afdracht duurzaamheidsfonds 

Ieder plan dient expliciet op te nemen dat er €0,50 per opgewekte MWh afgedragen zal worden aan het duurzaamheidsfonds.

De initiatiefnemer verplicht zich gedurende de exploitatieperiode jaarlijks achteraf een bedrag van €0,50,- (vijftig eurocent) per, via het zonnepark in een kalenderjaar opgewekte, MWh af te dragen aan het duurzaamheidsfonds uiterlijk binnen 30 (dertig) dagen na ontvangst van de betreffende door de Gemeente verzonden factuur. De initiatiefnemer zal daarbij de Gemeente steeds in januari informeren over het aantal opgewekte MWh in het voorafgaande kalenderjaar.

6.

PV-Cycle panelen en terugnamegarantie 

De toegepaste panelen dienen te zijn voorzien van het PV-cycle keurmerk als minimale eis voor hergebruik.

Initiatieven dienen te beschikken over een terugname garantie op de toegepaste zonnepanelen na de gebruiksduur;

 7.

Voor extra punten voor duurzaamheidstoepassingen zie onder punt 12.

De “plus” 

Naast bovenstaande voorwaarden vormt het behalen van minimaal 3 meerwaarden (plus) een voorwaarde voor ieder plan. Onafhankelijk van het aantal plannen dat wordt ingediend zal dus aangetoond moeten worden dat een plan voldoet aan deze ondergrens.

4.3.2 8.

Meerwaarden

Bevordering biodiversiteit 

Een plan dat voorziet in biodiversiteit als dubbel ruimtegebruik onder de panelen scoort 1 punt.

Een plan dat 5% van haar plangebied beschikbaar stelt (buiten het dubbel ruimtegebruik) voor ecologische inrichting scoort een extra punt.

Een plan dat 10% of meer van haar plangebied beschikbaar stelt voor de bevordering van biodiversiteit (ecologische inrichting) verdient daarmee 2 punten.

27/42

Evaluatie beleid zonneparken en windmolens 2020

Bijenkasten of insectenhotels zijn gewenst maar leveren sec geen extra punten op. Ze worden wel meegewogen in het totaaloordeel over de kwaliteit van de biodiversiteitsmaatregelen.

De biodiversiteit dient gepaard te gaan met een zorgvuldig beheerplan voor de exploitatieperiode van het zonnepark.

Voor het bepalen van de meerwaarde van biodiversiteit wordt ook de opstelling van de zonnepanelen meegenomen. Opstellingen waarbij weinig rekening wordt gehouden met de doorlaatbaarheid van licht en water voor de vegetatie onder de panelen krijgen een lage waardering. Daarbij wordt de volgende gradatie in waardering gehanteerd:

9.

o

Zonnepanelen in zuidopstelling met openingen in constructie;

o

Zonnepanelen in zuidopstelling zonder openingen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13889437/1