Regels bestemmingsplan Vaartdijk 7 Someren
Tekst van het document
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
3.5.2 Bouwstenen • Architectuur; • Bomenlanen; • Bomenrijen; • Boomgaard; • Bosjes; • Ecologische verbindingszone; • Groen voorerf (voortuin met landelijk karakter). • Hagen; • Hekwerken; • Houtsingels; • Kruidenrijke akker- en weideranden; • Kruidenrijke vegetatie; • Linten & clusters; • Natuurvriendelijke oevers; Open ruimtes - maat M; • • Overige bebouwing of overige bouwwerken; • Poelen; • Recreatieve paden; • Solitaire bomen en boomgroepen; Struweelhagen; • • Zichtlijnen - Maat M.
Figuur 10: Kampenlandschap, landschapstypenkaart
BEEKDAL
KAMPENLANDSCHAP
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
3.5.3 Richtlijnen structuur Ruimte • Open ruimtes – maat M zijn gevarieerd in grootte en vorm. Versterking van deze kleinschaligheid M wordt gezocht met het verbinden van bestaande landschapselementen of het toevoegen van kleinschalige opgaande landschapselementen zoals boomgroepen, houtsingels, boomgaarden, struweelhagen, solitaire bomen of bomenrijen. Zet ruimtes niet dicht, maar beplant maximaal twee zijdes zodat het landschap vanaf de openbare weg beleefbaar blijft.
Terug naar laatst weergegeven pagina
22
Streefbeeld Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
S
Boomgroepen op overhoeken
•
Zicht •
S
M Water •
Doorzichten – maat M zijn afwisselend kort en langer en geven verassende doorkijken in het gevarieerde landschap.
Aandacht voor de kwaliteit van waterlopen en kwelgebieden in het gebied. Zoek naar de mogelijkheden om bestaande of nieuwe watergangen in te zetten voor bredere doeleinden zoals klimaatadaptatie of biodiversiteit d.m.v. natuurvriendelijke oevers.
Houtsingels en bomenrijen op erfgrens
•
Boomgroepen op overhoeken om het landschap een kleinschaliger karakter te geven. Houtsingels en bomenrijen op de erfgrens of perceelgrens op enige afstand van bebouwing. Percelen niet omkaderen, maar aan één of twee zijden afbakenen met een houtsingel of bomenrij.
•
Een subtiele verspringing in de rooilijn zorgt voor een speels karakter met zichtlijnen richting het landschap.
•
Aandacht voor het behoud van open ruimtes in bebouwingsclusters en het zicht daarop vanuit de omgeving bij het toevoegen van nieuwe bebouwing of erfbeplantingen.
Landschap • Solitaire bomen her en der in het landschap als markering van een erfgrens/perceel, of als schaduwboom voor vee midden in een weiland. Solitaire boom als markering perceel
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
•
Realisatie van kleinschalige biotopen als ecologische stapstenen met bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers, poelen, bosjes en/of kruidenrijke vegetatie.
Bomenlanen langs de infrastructuur behouden en versterken/ aanvullen
•
Bomenlanen langs de infrastructuur behouden en waar mogelijk aanvullen en versterken.
Kruidenrijke akker- en weideranden
Bebouwing • Indien bebouwing vanuit andere beleidsoverwegingen toch toegestaan wordt, dan zoveel mogelijk in de bestaande linten, knopen en clusters conform de bouwstenen: linten & clusters, overige bebouwing of overige bouwwerken.
Biodiversiteit • Ecologische verbindingszones inrichten voor de daarvoor aangewezen flora- en faunasoorten.
•
Kruidenrijke akker- en weideranden verspreid door het landschap.
Kruidenrijke vegetatie
•
Kruidenrijke vegetatie op extensief beheerde graslanden.
•
Waardeer en bescherm de cultuurhistorisch en landschappelijk waardevolle oude akkergebieden met in het bijzonder de steilranden en bolle akkers. Een bolle akker is een vanuit het midden glooiende akker. Het effect is kunstmatig ontstaan door een bepaalde wijze van ploegen en had ten doel de afwatering te optimaliseren. Door bij het ploegen de grond steeds perceelinwaarts te keren, bereikte men deze hoogteverschillen. Een steilrand is een abrupt hoogteverschil in het landschap. Door geen, of het verkeerde beheer kunnen bolle akkers en steilranden verdwijnen, terwijl het behoud hiervan van grote cultuurhistorische waarde is. In het streefbeeld zijn de locaties met bolle akkers geduid op de kaart.
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Recreatie • Het inrichten van recreatieve paden voor een fijnmazig recreatief netwerk door het buitengebied. Zoek kansen om oude werk- en kerkenpaden te herstellen vanwege de cultuurhistorische waarde. 3.5.4 Richtlijnen kavel Voorerf • Groene en kleinschalige uitstraling met de inrichting van een ‘groen voorerf’. Groen voorerf
Lage haag
•
Solitaire boom of boomgroep als markering erfgrens
•
Het voorerf kan omzoomd worden met een lage haag of landschappelijk houten hekwerk, maar in het kampenlandschap is ook een open overgang van openbaar naar privé passend. Een solitaire boom of kleine boomgroep bijvoorbeeld ter markering van de erfgrens.
Boomgaard naast voorgevel
•
Een gedeelte van de tuin naast de voorgevel inrichten als boomgaard.
Terug naar laatst weergegeven pagina
23
Streefbeeld Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
•
Minder verhard oppervlak door optimale logistieke indeling van het bedrijf zorgt voor een groene en natuurlijke uitstraling van het erf. Erven/bedrijven hebben maximaal één inrit, behalve als dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering.
•
De architectuur van bebouwing is een belangrijk onderdeel van hoe een gebied wordt beleefd. De vormgeving van de bebouwing moet aansluiten op de kenmerken van het gebied. Over het algemeen betekent dit een ingetogen en eenvoudige architectuur met eigentijdse elementen die aansluiten op de bouwvorm van de oorspronkelijke boerderijen in het gebied.
Figuur 11: Oudere heideontginningen
3.6 Achtererf • De zijkanten van het erf worden begeleid door boomgaarden, houtsingels en/of struweelhagen. Zijkanten erf begeleid door struweel en of boomgaard
Achterzijde ingepast met houtsingel of bosjes
•
De achterzijde van het erf wordt ingepast met een dichte houtsingel of onregelmatige kleine bosjes.
•
Op strategische plekken en met aantoonbare meerwaarde kan het achtererf ingepast worden met een andere meer transparante bouwsteen zoals een bomenrij, of kruidenrijke akker- of weiderand.
Transparante erfgrens
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Oudere heideontginningen
3.6.1 Kenmerken De oudere heideontginningen kunnen als een overgangslandschap tussen de jongere heideontginningen en het kampenlandschap gezien worden. Dit landschapstype ligt als een band van oost naar west tussen het kampenlandschap en de jongere heideontginningen. Deze gebieden zijn rond de eeuwwisseling 19e - 20e eeuw ontgonnen in de vooruitstrevende pioniersgeest van die tijd. De landschappelijke lijnen zijn minder organisch dan die van het kampenlandschap en ook de schaal is iets groter. Maar dit landschap heeft een duidelijk minder grootschalig en weids karakter met rechte ontginningslijnen als de jongere heideontginningen. Rijke groenstructuren van houtsingels, lanen en bospercelen kenmerken de oudere heideontginningen. Waar verschillen in de ondergrond zoals natte of droge omstandigheden in het kampenlandschap ook bovengronds ook goed zichtbaar zijn, is dit in de oudere heideontginningen minder duidelijk waarneembaar.
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
3.6.2 Bouwstenen • Architectuur; • Bomenlanen; • Bomenrijen; • Boomgaard; • Bosjes; • Ecologische verbindingszone; • Groen voorerf (voortuin met landelijk karakter). • Hagen; • Hekwerken; • Houtsingels; • Kruidenrijke akker- en weideranden; • Kruidenrijke vegetatie; • Linten & clusters; • Natuurvriendelijke oevers; • Open ruimtes - maat L; • Overige bebouwing of overige bouwwerken; • Poelen; • Recreatieve paden; • Solitaire bomen en boomgroepen; Struweelhagen; • • Zichtlijnen - Maat L.
Terug naar laatst weergegeven pagina
24
CHAP
nning
Streefbeeld Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
S
Kruidenrijke vegetatie
Water •
• Aandacht voor de kwaliteit van waterlopen en kwelgebieden in het gebied. Zoek naar de mogelijkheden om bestaande of nieuwe watergangen in te zetten voor bredere doeleinden zoals klimaatadaptatie of biodiversiteit d.m.v. natuurvriendelijke oevers.
Biodiversiteit • Ecologische verbindingszones inrichten voor de daarvoor aangewezen flora- en faunasoorten.
Bebouwing • Indien bebouwing vanuit andere beleidsoverwegingen toegestaan wordt, dan zoveel mogelijk in de bestaande linten, knopen en clusters conform de bouwstenen: Linten en clusters, overige bebouwing of overige bouwwerken. Landschap • Solitaire bomen her en der in het landschap als markering van een erfgrens
•
Bevorderen en versterken van natuurwaarden met name in de overgang naar de bosgebieden (inrichten van mantel- en zoomvegetaties).
•
Realisatie van kleinschalige biotopen als ecologische stapstenen met bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers, bosjes en/of kruidenrijke vegetatie.
Solitaire boom als markering perceel
Houtsingels en bomenrijen op erfgrens
•
Figuur 12: Oudere heideontginningen, landschapstypenkaart
3.6.3 Richtlijnen structuur Ruimte • Open ruimtes – maat L zijn gevarieerd in grootte en vorm. Behoud en herstel van de landschapL pelijke schaal met aanleg van kleine bossen voor een sterke ruimtelijke structuur. Zicht
Recreatie • Het inrichten van recreatieve paden die het landschap beleefbaar maken voor extensieve recreatie. Richtlijnen kavel 3.6.4 Voorerf Groene uitstraling met de inrichting van een • ‘groen voorerf’. Groen voorerf
•
Bossen op percelen verspreid door het landschap, met respect voor ruimtebeleving.
Bomenlanen langs de infrastructuur behouden en versterken/ aanvullen
•
Lage haag
Bomenlanen langs de infrastructuur behouden en waar mogelijk aanvullen en versterken.
•
Omzoomd met een lage haag of landschappelijk houten hekwerk.
Kruidenrijke akker- en weideranden
•
L
Bomenrijen op de erfgrens of perceelgrens op ruime afstand van bebouwing en andere landschapselementen. Percelen niet omkaderen, maar aan maximaal één zijde afbakenen met een of bomenrij.
Kruidenrijke vegetatie op extensief beheerde graslanden.
Doorzichten – Maat L zijn afwisselend en overwegend lang. Waar mogelijk is het aangrenzende beekdallandschap zichtbaar en beleefbaar.
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
•
Kruidenrijke akker- en weideranden verspreid door het landschap.
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Solitaire boom of boomgroep als markering erfgrens
•
Een solitaire boom of kleine boomgroep bijvoorbeeld ter markering van de erfgrens.
Terug naar laatst weergegeven pagina
25
Streefbeeld Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
Boomgaard naast voorgevel
•
Een gedeelte van de tuin naast de voorgevel inrichten als boomgaard.
•
Minder verhard oppervlak door optimale logistieke indeling van het bedrijf zorgt voor een groene en natuurlijke uitstraling van het erf. Erven/bedrijven hebben maximaal één inrit, behalve als dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering.
•
De architectuur van bebouwing is een belangrijk onderdeel van hoe een gebied wordt beleefd. De vormgeving van de bebouwing moet aansluiten op de kenmerken van het gebied. Over het algemeen betekent dit een ingetogen en eenvoudige architectuur met eigentijdse elementen die aansluiten op de bouwvorm van de oorspronkelijke boerderijen in het gebied.
Achtererf • De zijkanten en achterzijde van het erf worden begeleid door bosjes, boomgaarden, houtsingels en/of struweelhagen. Zijkanten erf begeleid door struweel en of boomgaard
Transparante erfgrens
•
Op strategische plekken en met aantoonbare meerwaarde kan het achtererf ingepast worden met een andere meer transparante bouwsteen zoals een bomenrij, of kruidenrijke akker- of weiderand.
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Figuur 13: Jongere heideontginningen
3.7
Jongere heideontginningen
3.7.1 Kenmerken In het zuiden van de gemeente liggen de jongere heideontginningen. Dit landschap is het meest recent ontgonnen van alle Somerense landschappen. Doordat de landbouwtechnieken op het moment van ontginnen moderner was dan ten tijde van het ontstaan van het kampenlandschap, zijn de jongere heideontginningen veel grootschaliger. Dit paste beter bij de grote landbouwmachines dan de oudere, kleinschalige en grillige verkavelingen. De kenmerken van de jongere heideontginningen zijn de regelmatige en rechtlijnige patronen binnen relatief grootschalige gebieden met verre zichten. De overgang naar de bosgebieden is in dit landschap vrij hard, door een vrij rechtlijnige bosgrens. Er zijn enkele zeer waardevolle open gebieden waar ook geen/ weinig bebouwing aanwezig is. Structurerend in het landschap zijn de aanwezige bomenlanen van (Amerikaanse) Eiken. In het gebied zijn veel en grootschalige agrarische bedrijven aanwezig. Door de hier aanwezige open gebieden zijn de bedrijven op grotere afstand zichtbaar.
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
3.7.2 Bouwstenen • Architectuur; • Bomenlanen; • Bomenrijen; • Boomgaard; • Bossen; Ecologische verbindingszone; • • Groen voorerf (voortuin met landelijk karakter). • Hagen; • Hekwerken; • Houtsingels; • Kruidenrijke akker- en weideranden; • Kruidenrijke vegetatie; • Linten & clusters; • Natuurvriendelijke oevers; • Open ruimtes - maat XL; • Overige bebouwing of overige bouwwerken; • Recreatieve paden; • Solitaire bomen en boomgroep; • Struweelhagen; • Zichtlijnen - Maat XL;
Terug naar laatst weergegeven pagina
26
inning
Streefbeeld Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
S Water •
Aandacht voor de kwaliteit van waterlopen en kwelgebieden in het gebied. Zoek naar de mogelijkheden om bestaande of nieuwe watergangen in te zetten voor bredere doeleinden zoals klimaatadaptatie of biodiversiteit d.m.v. natuurvriendelijke oevers.
Bebouwing • Indien bebouwing vanuit andere beleidsoverwegingen toegestaan wordt, dan zoveel mogelijk in de bestaande linten, knopen en clusters conform de bouwstenen: Linten, knopen en clusters, overige bebouwing of overige bouwwerken. Landschap • Bomenlanen langs de infrastructuur behouden en waar mogelijk aanvullen en versterken. De rechte bomenlanen langs de infrastructuur kenmerken dit gebied. Veel lanen bestaan uit Amerikaanse Eiken die vanwege de leeftijd binnenkort aan vervanging toe zijn. Hier liggen kansen om meer boomsoorten in dit gebied te introduceren ten behoeve van bijvoorbeeld de biodiversiteit. Probeer wel het karakter van grote rechte lanen te behouden. Bomenlanen langs de infrastructuur behouden en versterken/ aanvullen
Figuur 14: Jongere heideontginningen, landschapstypenkaart
3.7.3 Richtlijnen structuur Ruimte • Open ruimtes maat XL zijn overwegend groot. Het landschap heeft een open karakter. Alleen de XL randen, infrastructuur en erven zijn beplant met opgaande begroeiing.
L •
XL
•
Inhoudsopgave
Bevorderen en versterken van natuurwaarden met name in de overgang naar de bosgebieden (inrichten van mantel- en zoomvegetaties).
•
Realisatie van kleinschalige biotopen als ecologische stapstenen met bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers en/of kruidenrijke vegetatie.
Recreatie • Het inrichten van recreatieve paden die het landschap beleefbaar maken voor extensieve recreatie. 3.7.4 Richtlijnen kavel Voorerf • Groene en kleinschalige uitstraling met de inrichting van een ‘groen voorerf’. Groen voorerf
Lage haag
•
•
Kruidenrijke akker- en weideranden verspreid door het landschap.
Omzoomd met een lage haag of landschappelijk houten hekwerk. Een solitaire boom of kleine boomgroep bijvoorbeeld ter markering van de erfgrens.
Boomgaard naast voorgevel
Kruidenrijke vegetatie
•
Een gedeelte van de tuin naast de voorgevel inrichten als boomgaard.
•
Minder verhard oppervlak door optimale logistieke indeling van het bedrijf zorgt voor een groene en natuurlijke uitstraling van het erf. Erven/bedrijven hebben maximaal één inrit, behalve als dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering.
Kruidenrijke vegetatie op extensief beheerde graslanden.
Doorzichten – maat XL zijn afwisselend en overwegend lang. Het landschap heeft een groen karakter door het agrarisch gebruik en de beplanting op erven en langs infrastructuur.
Dinsdag 20 september 2022
•
Solitaire boom of boomgroep als markering erfgrens
Kruidenrijke akker- en weideranden
•
Zicht
Biodiversiteit • Ecologische verbindingszones inrichten voor de daarvoor aangewezen flora- en faunasoorten.
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
27
Streefbeeld Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
•
De architectuur van bebouwing is een belangrijk onderdeel van hoe een gebied wordt beleefd. De vormgeving van de bebouwing moet aansluiten op de kenmerken van het gebied. Over het algemeen betekent dit een ingetogen en eenvoudige architectuur met eigentijdse elementen die aansluiten op de bouwvorm van de oorspronkelijke boerderijen in het gebied.
Achtererf • De zijkanten en achterzijde van het erf worden begeleid door bosjes, boomgaarden, houtsingels en/of struweelhagen. Zijkanten erf begeleid door struweel en of boomgaard
Transparante erfgrens
•
Op strategische plekken en met aantoonbare meerwaarde kan het achtererf ingepast worden met een andere meer transparante bouwsteen zoals een bomenrij, of kruidenrijke akker- of weiderand.
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
28
Streefbeeld Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
29
Legenda: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Overgangszone Strabrechtse heide EVZ’s Beekdalen Bomenlanen jongere heideontginningen Kassengebied Someren Eind Kanaalzone A67
Inspiratieprojecten Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
3.8
Inspiratieprojecten
Niet alle eenheden die Someren kenmerken zijn helder in één landschapstype te vatten. Sommige eenheden overstijgen de grens van een landschapstype, of bieden vanwege hun kenmerken grote kansen om de beeldkwaliteit te verhogen. Omdat deze eenheden van grote waarde kunnen zijn om de beeldkwaliteit te versterken en niet aan bod komen in de richtlijnen en bouwstenen noemen we deze eenheden ‘inspiratieprojecten’. Deze unieke plekken bieden kansen om op een hoog schaalniveau aan de slag te gaan met beeldkwaliteit. Deze lijst met ‘inspiratieprojecten’ dient ter inspiratie om mee aan de slag te gaan. De lijst is niet limitatief, doet geen uitspraken over prioriteiten en zegt niet of deze inspiratieprojecten gerealiseerd gaan worden. Het kan dienen als inspiratie wanneer er bijvoorbeeld op gemeentelijk niveau aan de slag gegaan wordt met ruimtelijke kwaliteit. De inspiratieprojecten zijn: 1. Overgangszone Strabrechtse heide 2. EVZ’s 3. Beekdalen 4. Bomenlanen jongere heideontginningen 5. Kassengebied Someren Eind 6. Kanaalzone 7. A67 3.8.1 Overgangszone Strabrechtse heide Ruimtelijke kenmerken De overgang van het natuurgebied de Strabrechtse heide naar het omringende agrarische landschap is op dit moment relatief hard. Dicht beboste, hoogopgaande natuur gaat direct over in agrarische percelen.
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Kans Het kan voor de beeldkwaliteit, maar ook voor bijvoorbeeld de biodiversiteit een grote meerwaarde zijn als deze overgang wordt verzacht. Hierbij kan gedacht worden aan het creëren van een geleidelijke bosrand, bestaande uit kern, mantel en zoomvegetaties. Maar ook het toevoegen van landschapselementen in het agrarische landschap, of het extensiever gebruiken van de gronden kan bijdragen aan het verzachten van de overgang van natuur naar het agrarische gebied. Dit hoeft niet altijd ten koste te gaan van agrarische grond. Ook door aanpassingen te doen in het natuurgebied zelf kan de overgang verzacht worden.
3.8.2 EVZ’s Ruimtelijke kenmerken Er zijn verschillende ecologische verbindingszones aangewezen in de gemeente. Sommige van deze zones zijn al ingericht voor de desbetreffende doelsoorten, sommige nog niet. Vaak zijn deze zones gelegen in kwetsbare gebieden. Kans Primair hebben deze zones uiteraard een ecologisch doel om natuurgebieden te verbinden voor flora en fauna. Maar doordat de inrichting van deze verbindingszones vaak goed aansluit bij de natuurlijke vegetatie van een plek, dient dit een dubbel doel. Door de ecologische verbindingszones te realiseren, kan de ecologie en de beeldkwaliteit gebaat zijn.
Door allerlei recente aanpassingen zoals het verdwijnen van landschapselementen en het kanaliseren van de beekloop zijn deze beekdalen ruimtelijk haast niet meer herkenbaar. Kans Het opnieuw herkenbaar inrichten van deze beekdalen heeft een grote meerwaarde voor de beeldkwaliteit, maar tevens kunnen opgaven zoals recreatie, ecologie en klimaat integraal een plek krijgen in dit kwetsbare gebied. 3.8.4 Bomenlanen jongere heideontginningen Ruimtelijke kenmerken Karakteristiek in de jongere heideontginningen zijn de lage kaarsrechte bomenlanen langs de wegen in een verder relatief open landschap. Deze bomenlanen zijn veelal aangeplant rond dezelfde tijdsperiode (ca. 1950-1960). Dit betekent dat deze bomenlanen ook rond dezelfde periode aan het einde van hun vitale levensduur komen en aan vervanging toe zijn. Kans Enerzijds zijn deze bomen zeer kenmerkend voor dit landschapstype en anderzijds zijn er veel argumenten om niet zomaar alleen dezelfde soorten te herplanten bij vervanging. Denk bijvoorbeeld aan de waarde voor biodiversiteit van meer diverse groenstructuren. Maak voor deze bomenlanen een integraal plan waarmee de beeldkwaliteit, maar ook de andere (potentiele) waarden van deze structuren toekomstbestendig behouden en versterkt kunnen worden.
3.8.3 Beekdalen Ruimtelijke kenmerken De beekdalen lopen van zuid naar noord door het landschap van Someren. Deze beekdalen hebben een belangrijke ordenende rol gespeeld bij in de opbouw van het landschap van Someren.
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
31
Streefbeeld Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
3.8.5 Kassengebied Someren-Eind Ruimtelijke kenmerken Het kassengebied ten noord-westen van Someren Eind is een opvallende verschijning in het Somerense landschap. Het ligt als een vierkant blok ‘bebouwing’ aan het einde van een beekdal. Er zijn plannen geweest voor een groene inpassing, maar deze zijn nooit gerealiseerd. Kans Het gebied vormt de uitgelezen mogelijkheid om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te vergroten. Bijvoorbeeld door de randen van het gebied passend in het landschap in te passen, of de doorgaande landschapsstructuren in het gebied terug te laten komen. 3.8.6 Kanaalzone Ruimtelijke kenmerken De Zuid-Willemsvaart en de zone hier omheen loopt van zuid naar noord langs de gemeentegrens. Deze kanaalzone doorsnijdt meerdere landschapstypen. Het kanaal en de weg ernaast liggen enigszins verhoogd in het landschap. De percelen ernaast zijn veelal relatief klein en haaks op het kanaal georiënteerd.
A67 3.8.7 Ruimtelijke kenmerken De snelweg A67 loopt in oost-west richting ten noorden van Lierop door de gemeente. De zone rond de snelweg geeft een inkijkje in het landschap van Someren. De weg doorsnijdt een bosgebied en het kampenlandschap. Daarnaast is ook de kern Lierop zichtbaar met de Koepelkerk als bijzonder bouwwerk. Kans De zone rond de snelweg wordt door veel reizigers over de snelweg gezien. Het is enerzijds het visitekaartje van Someren, wat een inkijkje geeft in het Somerense landschap, maar anderzijds kan de snelweg ook aanleiding vormen voor ‘nieuwe landschappen’. Denk bijvoorbeeld aan de koppeling van andere functies aan de snelwegzone zoals duurzame energieopwekking.
Kans De kanaalzone is een bijzonder element in het Somerense landschap. De aanleg ervan heeft het landschap in het verleden stevig veranderd. Qua historie en landschappelijke/ recreatieve kwaliteit is het een zone met grote potentie. Toch is de zone niet overal goed beleefbaar. Het nadenken over het versterken van de ruimtelijke waarden van dit gebied en het beter beleefbaar maken van deze waarden is een kans voor dit gebied.
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
32
Streefbeeld Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
33
Streefbeeld Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
34
Bouwstenen Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
4
Bouwstenen
De bouwstenen vormen een praktische handleiding voor inrichtingsmaatregelen die passen in het typische Somerense landschap. In de richtlijnen per landschapstype is toegelicht welke bouwstenen passen binnen een bepaald landschapstype en hoe deze toegepast moeten worden. Dit kan per landschapstype verschillend zijn. De specificaties van de bouwstenen zijn over de verschillende landschapstypes over het algemeen hetzelfde. De plantkeuze per bouwsteen verschilt bijvoorbeeld wel per landschapstype.
Plantkeuze De plantkeuze is uitgewerkt per landschapstype zodat het sortiment zo goed mogelijk aansluit bij de soorten die van nature voorkomen in een bepaald landschapstype. Als basis is het sortiment genomen uit het beeldkwaliteitsplan van de gemeente Someren uit 2011. Deze sortimentslijst is op basis van de analyse van het landschap (zie bijlage) getoetst en waar nodig aangevuld. Daarbij is ook aangegeven welke soorten een significante bijdrage leveren aan de biodiversiteit en welke soorten in het kader van klimaatadaptatie geschikt zijn omdat ze goed tegen droge, of juist natte omstandigheden bestand zijn.
De bouwstenen zijn als volgt opgebouwd: Principetekeningen Elke bouwsteen is voorzien van één of meerdere schematische principetekeningen die de verschijningsvorm en de positie van een bouwsteen in het landschap verduidelijken. De afmetingen die in de tekeningen weergegeven zijn, komen overeen met de maatvoeringen die beschreven zijn in de specificaties. Specificaties De specificaties geven maat en inhoud aan de bouwsteen. Over het algemeen zijn maatvoeringen gegeven binnen bepaalde marges. Dit betreft dan de minimale en maximale maat. Een boomgroep die groter zou zijn dan de maximale maat valt automatisch binnen het bouwsteen bosje. De mogelijkheden om af te wijken van de specificaties is beschreven in paragraaf 2.3
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
In de bouwstenen is dus de ideale combinatie van beplanting voorgesteld. Mocht u hiervan gemotiveerd willen afwijken, dan is het van belang dat u een soort waarvan u de keuze goed kan motiveren. Zoals in paragraaf 2.3 is beschreven kan het vanwege bijvoorbeeld de bestaande situatie, of de specifieke omstandigheden op een locatie noodzakelijk zijn af te wijken van het voorgestelde sortiment.
soorten uiteraard niet passend. Bij bestaande beplanting is het een maatwerkafweging hoe hiermee om te gaan. Wanneer de ongewenste beplanting niet weggehaald wordt, dan kan mogelijk gedacht worden aan het vervangen met een inheems soort zodra deze soort aan het einde van de levensduur is. Stila Stila is de ‘Subsidieregeling Landschap Noord-Brabant’. Het doel van deze provinciale regeling is het stimuleren van de aanleg en het beheer van landschapselementen, bloemrijke randen en wandelpaden door particuliere grondeigenaren. Net als de meeste Brabantse gemeenten neemt ook de gemeente Someren deel aan Stila. Deze stimuleringsregeling is gebaseerd op paketten/elementen zoals bloemrijke randen of houtsingels. Voor de opbouw van de bouwstenen in voorliggend BKP is zoveel mogelijk aangesloten bij de paketten die Stila hanteert. Waar nodig is een Somerense toevoeging gedaan op basis van lokale kenmerken. Stila is te vinden op:
Probeer wel zoveel mogelijk in de buurt te blijven van het voorgestelde sortiment. Bijvoorbeeld door een soort uit een ander landschapstype te kiezen, een cultivar van een voorgestelde soort. Kies in ieder geval nooit voor een invasieve exoot. Dit zijn plantensoorten die van nature niet in Nederland voorkomen, maar zich hier wel prima thuisvoelen. Daardoor kunnen ze zich vestigen in het landschap en de natuur en met een snelle vermeerdering schade toebrengen aan de soorten die op een plek van nature voorkomen. Naast de invasieve soorten zijn er de ongewenste soorten. Dit zijn plantensoorten die niet passen bij de beeldkwaliteit van een bepaald landschap, maar verder niet direct schadelijk zijn. Denk hierbij aan Laurier of Coniferen. Het verdient de voorkeur om aan te sluiten bij het in dit beeldkwaliteitsplan voorgestelde sortiment. Bij nieuwe aanplant zijn ongewenste
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Stila
Terug naar laatst weergegeven pagina
35
A: bosje Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
A: bosje
bomen
Een bosje is een robuust landschapselement met naast de landschappelijke waarde ook een grote waarde voor de biodiversiteit. Een bosje vergt weinig onderhoud en heeft een natuurlijke verschijningsvorm.
Specificaties realisatie •
• • • •
•
•
Een bosje is minimaal 1000 m2 en maximaal 5000 m2 groot. Een kleiner bosje valt onder de bouwsteen ‘boomgroep’ en een groter bosje is een bosgebied; Plantafstand struiken 1,25 x1,25 meter; De mantel is minimaal 3 meter breed en bestaat voornamelijk uit struikvormers; De zoom is minimaal 1 meter breed en bestaat voornamelijk uit kruidenrijke vegetatie.; Bij dit type element kan bij de aanplant het beste gekozen worden voor een verhouding van 30-40% boomvormende soorten en 60-70% struikvormende soorten; Struikvormers worden in groepen aangeplant van 5- 7 planten van dezelfde soort bij elkaar. Boomvormers mogen ook individueel aangeplant worden. Er dienen minimaal 5 verschillende soorten struikvormers te worden toegepast.
struiken
kruiden
Specificaties beheer •
• •
Streef in het beheer naar een indeling waarbij boomvormers overblijven in een grid met een onderlinge afstand van min. 8 meter hart op hart; Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid. Het element wordt voor maximaal 80% beheerd als bos met opgaande beplanting.
Open natuur
bos (kern)
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
mantel > 3 meter
zoom > 1 meter
Terug naar laatst weergegeven pagina
36
A: bosje Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
Specificaties beplanting Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Meerwaarde
B
K
OH
JH
Legenda Grote meerwaarde biodiversiteit
Struikvormers
Klimaatbestendig (nat)
Acer campestre
Veldesdoorn
Amelanchier lamarckii
Krentenboompje
Cornus mas
Gele Kornoelje
B Beekdallandschap
Cornus sanguinea
Rode Kornoelje
K Kampenlandschap
Corylus avellana
Hazelaar
OH Oudere heideontginningen
Crataegus monogyna*
Meidoorn*
JH Jongere heideontginningen
Euonymus europeus
Kardinaalsmuts
Ilex aquifolium
Hulst
* Houd rekening met bufferzone bacterievuur ten zuiden van
Ligustrum vulgare
Liguster
de Provinciale Weg (toepassing Meidoorn niet toegestaan)
Prunus spinosa
Sleedoorn
Bron: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plantenziekten-en-pla-
Rhamnus Frangula
Vuilboom
gen/bacterievuur/bufferzones
Ribes rubrum
Aalbes
Rosa canina
Hondsroos
Rosa rubiginosa
Egelantier
Sambucus nigra
Vlier
Sorbus aucuparia
Lijsterbes
Viburnum opulus
Gelderse Roos
Klimaatbestendig (droog)
1
Boomvormers Alnus glutinosa
Els
Betula pendula
Ruwe Berk
Betula pubescens
Zacht Berk
Carpinus betulus
Haagbeuk
Fagus sylvatica
Beuk
Fraxinus excelsior
Es
Pinus sylvestris
Grove Den
Populus alba
Witte Abeel
Populus nigra
Zwarte populier
Populus tremula
Ratelpopulier
Prunus avium
Kers
Quercus robur
Zomereik
Salix alba
Schietwilg
Salix cinerea
Grauwe wilg
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
37
B: houtsingel Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
Houtsingel
B: houtsingel
rij 1
rij 2 rij 3 rij 4 rij 5
Een houtsingel is een lijnvormig element in het landschap. Het geeft structuur aan het landschap en heeft een grote invloed op de ruimtebeleving. Het is een belangrijk element als biotoop en verbindingszone voor vogels en andere kleine dieren. Een houtsingel bestaat overwegend uit struiken, maar kan hier en daar ook forser uitgroeien.
Specificaties realisatie • • • • •
• •
Een houtsingel heeft een breedte van 6 - 10 meter (minimaal 5 rijen beplanting); Plantafstand struiken 1,25 x 1,25 meter; Boomvormers worden aangeplant in de middelste rij(en); De buitenste rijen worden aangeplant met inheemse struikvormers; Bij dit type element kan bij de aanplant het beste gekozen worden voor een verhouding van 10-20% boomvormende soorten en 80-90% struikvormende soorten; Struikvormers worden in groepen aangeplant van 5- 7 planten van dezelfde soort bij elkaar; Er dienen minimaal 5 verschillende soorten struikvormers te worden toegepast.
bomen
struiken
6 - 10m
Specificaties beheer •
•
•
De voorkeur gaat uit naar het vrij uit laten groeien van de houtsingel, hierbij mogen overhangende takken worden teruggesnoeid. Bij het beheren van het element mogen de struikvormers deels worden afgezet. Voldoende boomvormers dienen behouden te blijven. Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 15 maart; takken die over aangrenzende percelen hangen, mogen het hele jaar worden teruggesnoeid.
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Houtwal rij 1
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
rij 2 rij 3 rij 4 rij 5
Terug naar laatst weergegeven pagina
38
bomen
B: houtsingel Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
Specificaties beplanting Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Meerwaarde
B
K
OH
JH
Legenda Grote meerwaarde biodiversiteit
Struikvormers
Klimaatbestendig (nat)
Acer campestre
Veldesdoorn
Amelanchier lamarckii
Krentenboompje
Cornus mas
Gele Kornoelje
B
Cornus sanguinea
Rode Kornoelje
K Kampenlandschap
Corylus avellana
Hazelaar
OH Oudere heideontginningen
Crataegus monogyna*
Meidoorn*
JH Jongere heideontginningen
Euonymus europeus
Kardinaalsmuts
Ilex aquifolium
Hulst
* Houd rekening met bufferzone bacterievuur ten zuiden van
Ligustrum vulgare
Liguster
de Provinciale Weg (toepassing Meidoorn niet toegestaan)
Prunus spinosa
Sleedoorn
Bron: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plantenziekten-en-pla-
Rhamnus Frangula
Vuilboom
gen/bacterievuur/bufferzones
Ribes rubrum
Aalbes
Rosa canina
Hondsroos
Rosa rubiginosa
Egelantier
Sambucus nigra
Vlier
Sorbus aucuparia
Lijsterbes
Viburnum opulus
Gelderse Roos
Klimaatbestendig (droog) Beekdallandschap
1
Boomvormers Alnus glutinosa
Els
Betula pendula
Ruwe Berk
Betula pubescens
Zacht Berk
Carpinus betulus
Haagbeuk
Fagus sylvatica
Beuk
Fraxinus excelsior
Es
Pinus sylvestris
Grove Den
Populus alba
Witte Abeel
Populus nigra
Zwarte populier
Populus tremula
Ratelpopulier
Prunus avium
Kers
Quercus robur
Zomereik
Salix alba
Schietwilg
Salix cinerea
Grauwe wilg
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
39
C: knotbomenrij Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
Knotbomen in een rij of een griend
C: knotbomenrij Een knotbomenrij is een lijnvormig landschapselement wat vooral voorkomt op lager gelegen natte delen van het landschap. Door met beheer de takken periodiek te snoeien, ontstaat het karakteristieke beeld van een knotboom.
Specificaties realisatie • • • • • •
Een rij knotbomen bestaat minimaal uit 5 bomen; Plantafstand in de rij van minimaal 5 meter en maximaal 10 meter. De minimale lengte is 25 meter en de maximale breedte 50 meter. Meerdere knotbomenrijen naast elkaar worden ook wel een griend genoemd. Een griend kan bestaand uit meerdere soorten wilgen. Een griend heeft een minimaal oppervlak van 100 m2 en maximaal 5000 m2 groot.
5 - 10m
Specificaties beheer
Specificaties beplanting
•
Knotbomenrijen van meer dan 30 stuks worden in minimaal twee fasen geknot. Ca. de helft van de knotbomenrij wordt het ene jaar geknot en de andere helft wordt minimaal 2 jaar later geknot.
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
5 - 10m
5 - 10m
Meerwaarde
B
K
OH
JH
Legenda Grote meerwaarde biodiversiteit
Knotbomenrij Alnus glutinosa
Els
Salix alba
Schietwilg
Klimaatbestendig (nat) Struweelhaag Klimaatbestendig (droog)
B Beekdallandschap K Kampenlandschap OH Oudere heideontginningen JH Jongere heideontginningen
1-3 meter Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
40
5 - 10m
5 - 10m
5 - 10m
D: struweelhaag
Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
D: struweelhaag Struweelhaag Een struweelhaag bestaat vooral uit doornstruiken. De haag is dicht beplant. Hierdoor is het de ideale plek voor vogels om te broeden, maar ook om voedsel te zoeken. Doordat de struweelhaag regelmatig flink gesnoeid wordt, heeft deze een minder natuurlijke uitstraling dan bijvoorbeeld de houtsingel.
Specificaties realisatie • • •
• • •
Een struweelhaag wordt in één- of twee rijen aangeplant. Circa 50% bestaat uit doorndragende struiken. Een struweelhaag bestaat enkel uit struikvormers. Er dienen minimaal 5 verschillende soorten te worden toegepast. Plantafstand in een éénrijig element is 0,25 tot 0,5 meter. Plantafstand in een tweerijig element is 0,5 tot 1 meter. De rijen worden kruislings aangeplant. Een struweelhaag is 1-3 meter breed.
Specificaties beheer • •
De struweelhaag mag één maal per drie jaar gesnoeid worden. Terugsnoeiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart.
1-3 meter
Specificaties beplanting Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Struikvormers
Meerwaarde
B
K
OH
JH
Bomenrij
Acer campestre
Veldesdoorn
Amelanchier lamarckii
Krentenboompje
Cornus mas
Gele Kornoelje
Cornus sanguinea
Rode Kornoelje
Corylus avellana
Hazelaar
Crataegus monogyna*
Meidoorn*
Euonymus europeus
Kardinaalsmuts
Ilex aquifolium
Hulst
Ligustrum vulgare
Liguster
Grote meerwaarde biodiversiteit
Prunus spinosa
Sleedoorn
Klimaatbestendig (nat)
Rhamnus Frangula
Vuilboom
Klimaatbestendig (droog)
Ribes rubrum
Aalbes
Rosa canina
Hondsroos
K Kampenlandschap
Rosa rubiginosa
Egelantier
OH Oudere heideontginningen
Sambucus nigra
Vlier
JH Jongere heideontginningen
Sorbus aucuparia
Lijsterbes
Viburnum opulus
Gelderse Roos
Legenda
B Beekdallandschap
8m - 15m
* Houd rekening met bufferzone bacterievuur ten zuiden van de Provinciale Weg (toepassing Meidoorn niet toegestaan)
Bron: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plantenziekten-en-plagen/bacterievuur/bufferzones
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
41
E: bomenrij/ bomenlaan Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren 1-3 meter
E: bomenrij/ bomenlaan Een bomenrij of bomenlaan komt in veel verschillende verschijningsvormen voor. Ze zijn vaak bepalend voor de herkenbaarheid en oriëntatie in een landschap. Denk aan een rij Populieren die een watergang markeert, of een bomenlaan die een bocht in de weg begeleidt.
Bomenrij
Specificaties realisatie • • • • •
•
Rij van inheemse laanbomen. Een dubbele bomenrij is een bomenlaan; Plantafstand in de rij 8-12 meter; Bij aanplant minimaal 2 meter uit de perceelsgrens, sloot of infrastructuur vrijhouden; De bomenrij bestaat uit minimaal 8 bomen; Bomenrij langs doorgaande wegen, gebruikmakend van één soort per weg/wegdeel. Dit zorgt voor herkenbaarheid in het landschap; Bomenrijen langs percelen of lokale wegen mogen gevarieerd zijn in sortiment. Dit zorgt voor een divers beeld en kan bijdragen aan de verhoging van de biodiversiteit. Kies maximaal 3 soorten per 100 m bomenrij.
Specificaties beheer •
Specificaties beplanting
De bomen worden maximaal éénmaal per jaar gesnoeid. Na het snoeien beslaat de kroonhoogte minimaal 50% van de hoogte van de boom.
Dinsdag 20 september 2022
8m - 15m
Inhoudsopgave
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Meerwaarde
B
K
OH
JH
Legenda Grote meerwaarde biodiversiteit
Bomenrij/bomenlaan
Klimaatbestendig (nat)
Aesculus hoppicastanum
Witte paardenkastanje
Acer pseudoplatanus
Esdoorn
Betula pendula
Ruwe Berk
Fagus sylvatica
Beuk
K Kampenlandschap
Fraxinus excelsior
Es
OH Oudere heideontginningen
Populus alba
Witte abeel
JH Jongere heideontginningen
Populus nigra
Zwarte populier
Quercus robur
Eik
Quercus rubra
Amerikaanse eik
Tilia cordata
Linde
Streefbeeld/ bouwstenen
Klimaatbestendig (droog)
B Beekdallandschap
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
42
F: boomgaard Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
F: boomgaard boomgaard
Boomgaarden worden vaak aangeplant op of nabij erven. Ze bestaan uit een verzameling van fruitbomen. Door de bloem en vruchtdracht heeft een boomgaard een hoge sier- en gebruikswaarde.
Specificaties realisatie
Specificaties beheer
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
in.
Boomgaard
0m
6.0
•
beplanting Specificaties
De fruitbomen worden tenminste eenmaal in het jaar gesnoeid in de periode 1 juli tot 15 maart. Voor andere soorten is enkel vorm- of onderhoudsnoei nodig. De onderbegroeiing wordt jaarlijks beweid, of de boomgaard wordt jaarlijks gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd.
Solitair
Boomgroep
m
•
10m
Meerwaarde
B
K
OH
JH
Legenda Grote meerwaarde biodiversiteit Klimaatbestendig (nat)
Malus domestica
Appel
Mespilus germanica
Mispel
Prunus avium
Kers
B Beekdallandschap
Prunus domestica
Pruim
K Kampenlandschap
Pyrus communis
Peer
OH Oudere heideontginningen
Klimaatbestendig (droog)
te
•
10m
im
•
10m
10m
m
•
0.0 0
•
x. 1
•
De takvrijestam is minimaal 1,5 meter hoog en de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie; Een boomgaard bestaat uit minimaal 10 fruitbomen en heeft een dichtheid van minimaal 50 en maximaal 150 bomen per hectare. De boomgaard heeft een oppervlakte van maximaal 5.000 m2. Ca. 90% van de bomen bestaat uit fruitbomen de overige 10 % kan bestaand uit andere vruchtdragende bomen, bijvoorbeeld een noot of kastanje. Bij voorkeur wordt gekozen voor oude rassen die van oudsher voorkomen in de regio. Onderlinge plantafstanden afhankelijk van soort. Over het algemeen kan een onderlinge afstand van circa 10 meter aangehouden worden.
ma
•
Vr i
jr
u
JH Jongere heideontginningen
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
43
G: solitaire bomen en boomgroepen Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
G: solitaire bomen en boomgroepen
10m
10m
Een boomgroep/solitaire boom is een vrij liggend landschapselement van inheemse loofbomen. Zeker de solitaire boom en in minder mate ook de boomgroep zijn markeringspunten in het landschap. De aanplant markeert een punt in het landschap, zoals een grens, of een plek waar twee wegen samenkomen.
Solitair
Boomgroep
•
Specificaties beheer •
De bomen mogen zoveel mogelijk vrij uitgroeien. Indien noodzakelijk kan snoei toegepast worden. Na het snoeien beslaat de kroonhoogte minimaal 50% van de hoogte van de boom.
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
0.0 x. 1 ma
im
te
0m
•
6.0
•
in.
•
Een solitaire boom is altijd maar 1 boom. Een boomgroep bestaat uit 3 tot 10 bomen. Plant een solitaire boom vrijstaand van andere landschapselementen aan en op minimaal 15 meter van de stam uit de gevel van uw woning en of bijgebouwen. Bij aanplant minimaal 2 meter uit de perceelsgrens, sloot of infrastructuur vrijhouden; Boomgroepen kunnen op een regelmatige, maar ook op een onregelmatige plantafstand worden geplant. Boomgroepen kunnen uit dezelfde, maar ook verschillende soorten bestaan. Minimale plantafstand in een boomgroep bedraagt 6 meter de maximale plantafstand bedraagt 10 meter.
m
•
0m
Specificaties realisatie •
10m
10m
Vr i
jr
u
Specificaties beplanting Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Meerwaarde
B
K
OH
JH
Legenda Grote meerwaarde biodiversiteit
Solitaire boom of boomgroep Aesculus hippocastanum
Witte paardenkastanje
Klimaatbestendig (nat)
Acer pseudoplatnus
Esdoorn
Klimaatbestendig (droog)
Alnus glutinosa
Els
Betula pendula
Ruwe Berk
Fagus sylvatica
Beuk
OH Oudere heideontginningen
Juglans regia
Noot
JH Jongere heideontginningen
Quercus robur
Eik
Salix alba
Schietwilg
Tilia cordata
Linde
Streefbeeld/ bouwstenen
B Beekdallandschap
Achtererf
2/3
Voorerf
Begrippenlijst
K Kampenlandschap
1/3
Terug naar laatst weergegeven pagina
44
H: poelen Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
H: poelen Een poel is van grote waarde als biotoop voor amfibieën en libellen. Voor de aanleg is het belangrijk om naar de lokale omstandigheden boven, maar zeker ook onder de grond te kijken.
Oppervlak maximaal 500 m2
Specificaties realisatie • •
• • •
• •
•
•
Het oppervlak van een nieuwe poel is maximaal 500 m2. De afmetingen van een te graven poel worden door verschillende factoren bepaald. Bij het graven kan men het best uitgaan van een wateroppervlakte met een doorsnede van 20 - 30 m. Kleine poelen (minder dan 10 m. doorsnede) vragen vanwege snelle verlanding regelmatig onderhoud. Er dient minimaal 50% van de dag zonlicht aanwezig te zijn op de poel. Poelen worden bij voorkeur op voldoende afstand (minimaal 10-20 meter) van hoogopgaande begroeiing aangelegd. Invallend blad kan een zeer snelle verlanding veroorzaken. Dat noodzaakt tot veelvuldig opschonen. Elke opschoning is een verstoring voor het leven in de poel. Een poel mag niet in verbinding staan met sloten of greppels. Het talud (hellingshoek) van een poel is bij voorkeur 1 : 3 of flauwer. Bij ruimtegebrek of lage grondwaterstanden mag het talud aan de zuidzijde maximaal 1 : 1 zijn en aan de noordzijde maximaal 1 : 2. In vlakke terreinen dienen poelen tot op 0,5 á 1,0 m beneden de laagste grondwaterstand te worden uitgegraven. Grote, diepe poelen (meer dan 1 m. beneden de laagste grondwaterstand) worden op den duur door vissen bevolkt en dit is niet wenselijk.
Overgangszone tussen land en water oever is bij voorkeur 1:3
Oeverbeplanting/ pioniersbeplantingen
•
•
Minimaal de helft van het natte oppervlakte van de poel bestaat in de periode 15 maart tot 15 juni uit open water. De waterdiepte van de in de diepste delen van de poel is of 1 oktober en 1 april. minimaal 0,5 mRietoevers in de periodeen tussen en kruiden Een incidentelediverse droogvalgrassen is toegestaan en wenselijk in de periode 15 juni tot 15 november.
Specificaties beheer • •
Voor behoud van voldoende open water wordt het element indien noodzakelijk opgeschoond/gebaggerd. Maximaal 20% van de oppervlakte van de oevers bestaat uit opslag van bomen of struiken. Het teveel aan opslag moet worden verwijderd.
3-10m Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
45
I: natuurvriendelijke oever Oeverbeplanting/ pioniersbeplantingen Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
I: natuurvriendelijke oever
Rietoevers en of diverse grassen en kruiden
Een steile oever is prima om water te bergen en af te voeren, maar heeft amper ecologische waarde. Wanneer een oever een flauw talud heeft, ontstaan er veel verschillende waterdieptes. Hier kunnen flora en fauna ideaal gebruik van maken. Met een flauwer talud is er tevens een grotere oppervlakte met ondiep water wat in het voorjaar snel opwarmt. Dit zijn ideale omstandigheden voor waterinsecten.
Specificaties realisatie •
•
•
Een natuurvriendelijke oever is een aaneengesloten oever langs een bestaande waterloop, in de vorm van een drasberm, plasberm of flauw talud (minimaal 1:3, de voorkeur is flauwer, tot 1:6); De oever heeft een begroeiing van inheemse kruidachtige planten. De oeverbegroeiing kan overwegend uit riet bestaan (rietoever) of uit diverse grassen en kruiden (graskruidenoever). De oever heeft een minimale lengte van ca. 25 meter en een breedte van tenminste 3 meter en maximaal 10 meter.
3-10m
Recreatief wandelpad
Specificaties beheer •
•
•
De oever wordt in een cyclus van minimaal éénmaal per 2 jaar en maximaal éénmaal per jaar gemaaid. Maaiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 oktober en 1 maart. Maximaal 20% van de oppervlakte van het element bestaat uit bomen en struiken. Teveel aan bomen en struiken wordt verwijderd. Er mogen geen wijzigingen aangebracht worden in het profiel van de natuurvriendelijke oever om verstoring te voorkomen.
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
1-3m
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
46
J: kruidenrijke akker- en weideranden Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
J: kruidenrijke akkeren weideranden
Kruidenrijke stroken en velden
Kruidenrijke akker- en weideranden zijn er in vele verschillende soorten en maten. Vanwege de beperkte hoogte is dit een ideaal landschapselement om toe te passen in open landschappen. Door de randen van percelen niet langer te bemesten en hier een kruidenrijk zaadmengsel in te zaaien, of te laten ontstaan, wordt de rand veel aantrekkelijker qua landschapsbeeld, maar ook qua biodiversiteit.
Specificaties realisatie •
•
• •
•
Kruidenrijke akker- en weideranden zijn er in verschillende voorbeelden. De toepassing is afhankelijk van locatie en doel. Enkele voorbeelden zijn: • Botanische weiderand • Botanische hooilandrand • Wintervoedselrand • Wilde bijenrand • Patrijzenrand Een kruidenrijke akker- en weiderand heeft een breedte van 3-10 meter en heeft een minimale lengte van 25 meter. Er worden geen struiken of bomen toegepast in kruidenrijke akker- en weideranden. Pas een sortiment toe van bij voorkeur inheemse soorten wat aansluit bij de lokale kenmerken. Probeer een meerwaarde voor biodiversiteit te bereiken door soorten toe te passen die als voedsel- en/of schuilgelegenheid kunnen dienen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren.
Dinsdag 20 september 2022
3-10 meter
Inhoudsopgave
Een aandachtspunt is dat vanuit het bodemprogramma ‘Onweerstaanbaar Someren’ een specifiek kruidenmengsel beschikbaar wordt gesteld voor agrariërs. min. 20Deze meter wordt (deels) gesubisideerd vanuit het gemeenschapper ete lijk landbouwbeleid 0 m (GLB).
.2 min Specificaties beheer • • •
Het gewas wordt jaarlijks 1 keer gemaaid en het maaisel wordt binnen 14 dagen afgevoerd. Er wordt niet gemaaid tijdens het vogelbroedseizoen. max. 0,5 Afhankelijk van de toepassing kan hectare het wenselijk zijn om gefaseerd te maaien, bijvoorbeeld bij een wilde bijenrand. Zo blijft er altijd voedsel beschikbaar voor de doelsoorten.
Bomenlaan
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
47
K: kruidenrijke vegetatie Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren 3-10 meter
K: kruidenrijke vegetatie Kruidenrijke vegetatie is er in vele verschillende soorten en maten. Vanwege de beperkte hoogte is dit een ideaal landschapselement om toe te passen in open landschappen. Door een perceel, of een deel hiervan niet langer te bemesten en hier een kruidenrijk zaadmengsel in te zaaien, of te laten ontstaan, wordt het perceel veel aantrekkelijker qua landschapsbeeld, maar ook qua biodiversiteit. Dit landschapselement is goed te combineren met extensieve beweiding.
e
0m
.2 min
min. 20 meter
ter
max. 0,5 hectare
Specificaties realisatie •
•
• •
Kruidenrijke vegetatie wordt toegepast op (een deel van) een perceel in de vorm van een blok met een minimale maat van 20 bij 20 meter en is maximaal 0,5 hectare groot. Kruidenrijke vegetatie is er in verschillende voorbeelden. De toepassing is afhankelijk van locatie en doel. Enkele voorbeelden zijn: • Botanische weide Botanische hooiland • • Wintervoedsel Wilde bijen • • Akkervogels Er kan sporadisch een enkele solitaire struik of boom worden toegepast in de kruidenrijke vegetatie. Pas een sortiment toe van bij voorkeur inheemse soorten wat aansluit bij de lokale kenmerken. Probeer een meerwaarde voor biodiversiteit te bereiken door soorten toe te passen die als voedsel- en/of schuilgelegenheid kunnen dienen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren.
•
Een aandachtspunt is dat vanuit het bodemprogramma ‘Onweerstaanbaar Someren’ een specifiek kruidenmengsel beschikbaar wordt gesteld voor agrariërs. Deze wordt (deels) gesubisideerd vanuit het gemeenschappeBomenlaan lijk landbouwbeleid (GLB).
Specificaties beheer • • • •
Het gewas wordt jaarlijks 1 keer gemaaid en het maaisel wordt binnen 14 dagen afgevoerd. Er wordt niet gemaaid tijdens het vogelbroedseizoen. In plaats van maaien is extensief beweiden ook een optie. Afhankelijk van de toepassing kan het wenselijk zijn om gefaseerd te maaien, bijvoorbeeld bij een wilde bijenrand. Zo blijft er altijd voedsel beschikbaar voor de doelsoorten.
2m
2m
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
wegprofiel
2m
Terug naar laatst weergegeven pagina
48
L: recreatieve paden Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
3-10m
L: recreatieve paden Recreatieve paden dragen bij aan de beleving van het landschap. Een pad wat door het landschap loopt, zorgt voor een andere ruimtebeleving dan vanaf bijvoorbeeld de openbare weg. Een pad moet hiervoor wel een logische route vormen, bijvoorbeeld als onderdeel van een recreatief netwerk, of als verbinding tussen twee punten.
Recreatief wandelpad
Specificaties realisatie • •
•
Een recreatief pad heeft een breedte van minimaal 1 en maximaal 3 meter. Het pad is bij voorkeur onverhard. Wanneer het voor de toegankelijkheid wenselijk is het pad te verharden, dan wordt halfverharding toegepast. Een nieuw recreatief pad vormt een onderdeel van een doorgaande wandelstructuur.
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
1-3m
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
49
M: haag Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
M: haag
Lage haag
Geschoren heggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Ze zijn vooral op en rond de erven te vinden als veekering of eigendomsmarkering. Op een voorerf kan een lage haag het ruimtelijke beeld behouden en een passende overgang tussen openbaar en privé maken. Op het achtererf kan een hoge haag dienen als visuele afscherming.
max. 1.00m
EVZ min. 25 meter
max. 1 meter
Specificaties realisatie • • •
• • •
Het betreft een één- of tweerijig element; Een haag wordt 50 cm vanuit de perceelsgrens aangeplant; De plantafstand is afhankelijk van de plantmaat en eindhoogte die gekozen wordt. Een lage haag wordt dichter beplant dan een hoge haag. Bij een enkele rij ca. 4-5 planten per m1; Bij een dubbele rij ca. 7 planten per m1; Bij een dubbele rij aanplanten in een verspringend verband; Maximale breedte 1 meter.
Specificaties beheer • •
Hoge haag
max. 2.00m
max. 1 meter Specificaties beplanting
Snoeiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen mei en augustus. In de eerste drie jaar meerdere keren per jaar snoeien geeft een positief effect op de dichtheid en structuur van de haag.
Wetenschappelijke naam
Nederlandse naam
Legenda Meerwaarde
B
K
OH
Grote meerwaarde biodiversiteit
JH
Klimaatbestendig (nat)
Haag
Klimaatbestendig (droog)
Acer campestre
Veldesdoorn
Carpinus betulus
Haagbeuk
Crataegus monogyna*
Meidoorn*
K Kampenlandschap
Fagus sylvatica
Beuk
OH Oudere heideontginningen
Ligustrum vulgara
Liguster
B Beekdallandschap
JH Jongere heideontginningen
EVZ min. 25 meter
* Houd rekening met bufferzone bacterievuur ten zuiden van de Provinciale Weg (toepassing Meidoorn niet toegestaan) Bron: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plantenziekten-en-pla-
Hoge haag
gen/bacterievuur/bufferzones
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
max. 2.00m
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
50
max. 1 meter
N: ecologische verbindingszone Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
N: ecologische verbindingszone Om natuurgebieden met elkaar te verbinden, kan een ecologische verbindingszone gerealiseerd worden. Hiervoor zijn al een aantal plekken aangewezen. Het is bij de aanleg belangrijk om te kijken voor welke soort er gebruik van moet gaan maken. Elke soort stelt namelijk specifieke eisen aan de inrichting van een ecologische verbindingszone.
Specificaties realisatie • •
•
•
• •
Een ecologische verbindingszone heeft een minimale maatvoering van 25 meter breed. Een verbindingszone is bij voorkeur een aaneengesloten zone, maar kan voor sommige soorten ook vormgegeven worden met stapstenen. De onderliggende afstand van deze stapstenen wordt bepaald door de aanwezige doelsoorten binnen de ecologische verbindingszone. Een onderbreking van 100 meter kan al een barrière vormen. Deze barrières dienen te worden voorkomen als de doelsoort(en) hierom vragen. Een ecologische verbindingszone kan worden versterkt/ gevormd door de groene bouwstenen. Binnen een ecologische verbindingszone wordt bijgedragen aan de aanwezige doelsoorten, zowel in beplantingssoorten als inrichting.
EVZ min. 25 meter
Specificaties beheer •
•
• •
Bij het beheren van een ecologische verbindingszone staat het behoud, herstellen en/of versterken van de aanwezige natuurwaarden voorop. Bij het beheren wordt er ingespeeld op de aanwezige doelsoorten in de ecologische verbindingszone. Dit zowel flora als fauna. max.voor 2.00m Onderbrekingen die zijn ontstaan, worden herbeplant voor een optimale verbinding. Soorten beplantingen die de doelsoorten verstoren en/of overnemen worden verwijderd.
Hoge haag
max. 1 meter
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
51
O: S,M,L- doorzichten Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
O: S,M,L- doorzichten Doorzichten
Een doorzicht is een plek waar vanaf de openbare weg het landschap beleefd kan worden. Een doorzicht kijkt altijd uit op een bouwsteen ‘open ruimte’. Een doorzicht zorgt voor de ruimtebeleving van een landschap. Het geeft soms verassende uitzichten op het landschap en geeft een gevoel van de maat en schaal van een landschap. min. 20 meter breed
Specificaties realisatie •
•
•
De landschappelijke doorzichten hebben een minimale breedte van 20 tot 50 meter (afhankelijk van het landschapstype) om het landschap goed te kunnen ervaren. De breedte van een doorzicht varieert per landschapstype en komt overeen met de schaal van het desbetreffende landschapstype. Streef naar doorzichten met een maat van: • Jongere Heideontginning 50 -100 meter • Oudere Heideontginning 40- 80 meter • Kampenlandschap 30 – 60 meter Beekdallandschap 20 – 40 meter • Het beoordelen van doorzichten is altijd maatwerk. Het is niet mogelijk om in voorliggend beeldkwaliteitsplan alle doorzichten op de kaart te zetten. Bovenstaande specificaties helpen bij het beoordelen van een plek, of hier een waardevol doorzicht aanwezig is, of gecreëerd kan worden. Om deze beoordeling eenvoudiger te maken zijn een deel van de waardevolle doorzichten geinventariseerd en weergegeven op de kaart ‘doorzichten en open ruimtes’ in bijlage 2. Als een bepaalde plek dus niet geduid is op deze kaart betekent dit dus niet automatisch dat hier geen waardevol doorzicht aanwezig is.
Jonge Heideontginning Oude Heideontginning
Kampenlandschap Beekdal
min. 1-2 meter
min. 1 hectare
min. 3 hectare
min. 10 hectare
min. 20 hectare
20 - 40 meter
30 - 60 meter
40 - 80 meter
50 - 100 meter
doorzicht
open uitstraling naar de weg
Lint Cluster
geen gesloten gevelbeeld bijgebouwen staan achter de voorgevel rooilijn van de hoofdwoning min. 2 meter gezamelijk erf
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
Streefbeeld/ bouwstenen
doorzicht min. om de vier woonpercelen
Begrippenlijst
Terug naar laatst weergegeven pagina
52
P: S,M,L- open ruimtes Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren
P: S,M,L- open ruimtes
Jonge Heideontginning Oude Heideontginning
Een open ruimte is een aangesloten open ruimte in het landschap die door een doorzicht beleefbaar is vanaf de openbare weg. Het geeft een gevoel van de maat en schaal van een landschap. Kampenlandschap Beekdal
Specificaties realisatie •
•
•
Een open ruimte is een in één keer beleefbare ruimte. Eenjarige gewassen die boven ooghoogte groeien zoals bijvoorbeeld mais worden niet meegeteld in de beperking van een open ruimte. Een groot deel van het jaar zijn deze gewassen niet op het land aanwezig. Daarnaast kan het per jaar verschillend zijn waar deze gewassen groeien. De oppervlakte van een open ruimte varieert per landschapstype en komt overeen met de schaal van het desbetreffende landschapstype. Streef naar open ruimtes met een maat van: • Jongere Heideontginning 20 hectare • Oudere Heideontginning 10 hectare • Kampenlandschap 3 hectare • Beekdallandschap 1 hectare Een open ruimte is beleefbaar vanaf de openbare weg via minimaal het volgende aantal doorzichten (zie voor de specificaties de bouwsteen doorzichten): • Jongere Heideontginning minimaal 6 doorzichten per ruimte • Oudere Heideontginning minimaal 4 doorzichten per ruimte • Kampenlandschap minimaal 1 doorzicht per ruimte • Beekdallandschap minimaal 1 doorzicht per ruimte
Dinsdag 20 september 2022
Inhoudsopgave
•
min. 1 hectare
min. 3 hectare
min. 10 hectare
min. 20 hectare
20 - 40 meter
30 - 60 meter
40 - 80 meter
50 - 100 meter
Het beoordelen van open ruimtes is altijd maatwerk. Het doorzicht is niet mogelijk om in voorliggend beeldkwaliteitsplan alle open ruimtes op de kaart te zetten. Bovenstaande specificaties helpen bij het beoordelen van een plek, of hier een waardevolle Lint open ruimte aanwezig is, of gecreëerd kan worden. Om deze beoordeling eenvoudiger te maken zijn een deel van de waardevolle open ruimtes geinventariseerd en weergegeven op de kaart ‘doorzichten en open ruimtes’ in bijlage doorzicht min. om2. deAls vier een bepaalde woonpercelen plek dus niet geduid is op deze kaart betekent dit dus niet automatisch dat hier geen waardevolle open ruimte aanwezig is.
Streefbeeld/ bouwstenen
Begrippenlijst
open uitstraling naar de weg
Cluster
Terug naar laatst weergegeven pagina