CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels

Gemeenteraad 13 juni 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hoeksestraat ong.28.346 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Sleedoorn

Klimaatbestendig (nat)

Rhamnus Frangula

Vuilboom

Klimaatbestendig (droog)

Ribes rubrum

Aalbes

Rosa canina

Hondsroos

K Kampenlandschap

Rosa rubiginosa

Egelantier

OH Oudere heideontginningen

Sambucus nigra

Vlier

JH Jongere heideontginningen

Sorbus aucuparia

Lijsterbes

Viburnum opulus

Gelderse Roos

Legenda

B Beekdallandschap

8m - 15m

* Houd rekening met bufferzone bacterievuur ten zuiden van de Provinciale Weg (toepassing Meidoorn niet toegestaan)

Bron: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plantenziekten-en-plagen/bacterievuur/bufferzones

Dinsdag 20 september 2022

Inhoudsopgave

Streefbeeld/ bouwstenen

Begrippenlijst

Terug naar laatst weergegeven pagina

41

E: bomenrij/ bomenlaan

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren 1-3 meter

E: bomenrij/ bomenlaan Een bomenrij of bomenlaan komt in veel verschillende verschijningsvormen voor. Ze zijn vaak bepalend voor de herkenbaarheid en oriëntatie in een landschap. Denk aan een rij Populieren die een watergang markeert, of een bomenlaan die een bocht in de weg begeleidt.

Bomenrij

Specificaties realisatie • • • • •

•

Rij van inheemse laanbomen. Een dubbele bomenrij is een bomenlaan; Plantafstand in de rij 8-12 meter; Bij aanplant minimaal 2 meter uit de perceelsgrens, sloot of infrastructuur vrijhouden; De bomenrij bestaat uit minimaal 8 bomen; Bomenrij langs doorgaande wegen, gebruikmakend van één soort per weg/wegdeel. Dit zorgt voor herkenbaarheid in het landschap; Bomenrijen langs percelen of lokale wegen mogen gevarieerd zijn in sortiment. Dit zorgt voor een divers beeld en kan bijdragen aan de verhoging van de biodiversiteit. Kies maximaal 3 soorten per 100 m bomenrij.

Specificaties beheer •

De bomen worden maximaal éénmaal per jaar gesnoeid. Na het snoeien beslaat de kroonhoogte minimaal 50% van de hoogte van de boom.

Dinsdag 20 september 2022

Inhoudsopgave

8m - 15m

Specificaties beplanting Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Meerwaarde

B

K

OH

JH

Legenda Grote meerwaarde biodiversiteit

Bomenrij/bomenlaan

Klimaatbestendig (nat)

Aesculus hoppicastanum

Witte paardenkastanje

Acer pseudoplatanus

Esdoorn

Betula pendula

Ruwe Berk

Fagus sylvatica

Beuk

K Kampenlandschap

Fraxinus excelsior

Es

OH Oudere heideontginningen

Populus alba

Witte abeel

JH Jongere heideontginningen

Populus nigra

Zwarte populier

Quercus robur

Eik

Quercus rubra

Amerikaanse eik

Tilia cordata

Linde

Streefbeeld/ bouwstenen

Klimaatbestendig (droog)

B Beekdallandschap

Begrippenlijst

Terug naar laatst weergegeven pagina

42

F: boomgaard

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren

F: boomgaard boomgaard

Boomgaarden worden vaak aangeplant op of nabij erven. Ze bestaan uit een verzameling van fruitbomen. Door de bloem en vruchtdracht heeft een boomgaard een hoge sier- en gebruikswaarde.

Specificaties realisatie

Specificaties beheer

beplanting Specificaties Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

in.

Boomgaard

0m

6.0

•

De fruitbomen worden tenminste eenmaal in het jaar gesnoeid in de periode 1 juli tot 15 maart. Voor andere soorten is enkel vorm- of onderhoudsnoei nodig. De onderbegroeiing wordt jaarlijks beweid, of de boomgaard wordt jaarlijks gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd.

Solitair

Boomgroep

m

•

10m

Meerwaarde

B

K

OH

JH

Legenda Grote meerwaarde biodiversiteit Klimaatbestendig (nat)

Malus domestica

Appel

Mespilus germanica

Mispel

Prunus avium

Kers

B Beekdallandschap

Prunus domestica

Pruim

K Kampenlandschap

Pyrus communis

Peer

OH Oudere heideontginningen

Klimaatbestendig (droog)

te

•

10m

im

•

10m

10m

m

•

0.0 0

•

x. 1

•

De takvrijestam is minimaal 1,5 meter hoog en de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie; Een boomgaard bestaat uit minimaal 10 fruitbomen en heeft een dichtheid van minimaal 50 en maximaal 150 bomen per hectare. De boomgaard heeft een oppervlakte van maximaal 5.000 m2. Ca. 90% van de bomen bestaat uit fruitbomen de overige 10 % kan bestaand uit andere vruchtdragende bomen, bijvoorbeeld een noot of kastanje. Bij voorkeur wordt gekozen voor oude rassen die van oudsher voorkomen in de regio. Onderlinge plantafstanden afhankelijk van soort. Over het algemeen kan een onderlinge afstand van circa 10 meter aangehouden worden.

ma

•

Vr i

jr

u

JH Jongere heideontginningen

Dinsdag 20 september 2022

Inhoudsopgave

Streefbeeld/ bouwstenen

Begrippenlijst

Terug naar laatst weergegeven pagina

43

G: solitaire bomen en boomgroepen Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren

G: solitaire bomen en boomgroepen

10m

10m

Een boomgroep/solitaire boom is een vrij liggend landschapselement van inheemse loofbomen. Zeker de solitaire boom en in minder mate ook de boomgroep zijn markeringspunten in het landschap. De aanplant markeert een punt in het landschap, zoals een grens, of een plek waar twee wegen samenkomen.

Solitair

Boomgroep

•

Specificaties beheer •

De bomen mogen zoveel mogelijk vrij uitgroeien. Indien noodzakelijk kan snoei toegepast worden. Na het snoeien beslaat de kroonhoogte minimaal 50% van de hoogte van de boom.

Dinsdag 20 september 2022

Inhoudsopgave

0.0 x. 1 ma

im

te

0m

•

6.0

•

in.

•

m

•

Een solitaire boom is altijd maar 1 boom. Een boomgroep bestaat uit 3 tot 10 bomen. Plant een solitaire boom vrijstaand van andere landschapselementen aan en op minimaal 15 meter van de stam uit de gevel van uw woning en of bijgebouwen. Bij aanplant minimaal 2 meter uit de perceelsgrens, sloot of infrastructuur vrijhouden; Boomgroepen kunnen op een regelmatige, maar ook op een onregelmatige plantafstand worden geplant. Boomgroepen kunnen uit dezelfde, maar ook verschillende soorten bestaan. Minimale plantafstand in een boomgroep bedraagt 6 meter de maximale plantafstand bedraagt 10 meter.

0m

Specificaties realisatie •

10m

10m

Vr i

jr

u

Specificaties beplanting Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Meerwaarde

B

K

OH

JH

Legenda Grote meerwaarde biodiversiteit

Solitaire boom of boomgroep Aesculus hippocastanum

Witte paardenkastanje

Klimaatbestendig (nat)

Acer pseudoplatnus

Esdoorn

Klimaatbestendig (droog)

Alnus glutinosa

Els

Betula pendula

Ruwe Berk

Fagus sylvatica

Beuk

OH Oudere heideontginningen

Juglans regia

Noot

JH Jongere heideontginningen

Quercus robur

Eik

Salix alba

Schietwilg

Tilia cordata

Linde

Streefbeeld/ bouwstenen

B Beekdallandschap

Achtererf

2/3

Voorerf

Begrippenlijst

K Kampenlandschap

1/3

Terug naar laatst weergegeven pagina

44

H: poelen

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren

H: poelen Een poel is van grote waarde als biotoop voor amfibieën en libellen. Voor de aanleg is het belangrijk om naar de lokale omstandigheden boven, maar zeker ook onder de grond te kijken.

Oppervlak maximaal 500 m2

Specificaties realisatie • •

• • •

• •

•

•

Het oppervlak van een nieuwe poel is maximaal 500 m2. De afmetingen van een te graven poel worden door verschillende factoren bepaald. Bij het graven kan men het best uitgaan van een wateroppervlakte met een doorsnede van 20 - 30 m. Kleine poelen (minder dan 10 m. doorsnede) vragen vanwege snelle verlanding regelmatig onderhoud. Er dient minimaal 50% van de dag zonlicht aanwezig te zijn op de poel. Poelen worden bij voorkeur op voldoende afstand (minimaal 10-20 meter) van hoogopgaande begroeiing aangelegd. Invallend blad kan een zeer snelle verlanding veroorzaken. Dat noodzaakt tot veelvuldig opschonen. Elke opschoning is een verstoring voor het leven in de poel. Een poel mag niet in verbinding staan met sloten of greppels. Het talud (hellingshoek) van een poel is bij voorkeur 1 : 3 of flauwer. Bij ruimtegebrek of lage grondwaterstanden mag het talud aan de zuidzijde maximaal 1 : 1 zijn en aan de noordzijde maximaal 1 : 2. In vlakke terreinen dienen poelen tot op 0,5 á 1,0 m beneden de laagste grondwaterstand te worden uitgegraven. Grote, diepe poelen (meer dan 1 m. beneden de laagste grondwaterstand) worden op den duur door vissen bevolkt en dit is niet wenselijk.

Overgangszone tussen land en water oever is bij voorkeur 1:3

Oeverbeplanting/ pioniersbeplantingen

•

•

Minimaal de helft van het natte oppervlakte van de poel bestaat in de periode 15 maart tot 15 juni uit open water. De waterdiepte van de in de diepste delen van de poel is of 1 oktober en 1 april. minimaal 0,5 mRietoevers in de periodeen tussen en kruiden Een incidentelediverse droogvalgrassen is toegestaan en wenselijk in de periode 15 juni tot 15 november.

Specificaties beheer • •

Voor behoud van voldoende open water wordt het element indien noodzakelijk opgeschoond/gebaggerd. Maximaal 20% van de oppervlakte van de oevers bestaat uit opslag van bomen of struiken. Het teveel aan opslag moet worden verwijderd.

3-10m Dinsdag 20 september 2022

Inhoudsopgave

Streefbeeld/ bouwstenen

Begrippenlijst

Terug naar laatst weergegeven pagina

45

I: natuurvriendelijke oever Oeverbeplanting/ pioniersbeplantingen Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren

I: natuurvriendelijke oever

Rietoevers en of diverse grassen en kruiden

Een steile oever is prima om water te bergen en af te voeren, maar heeft amper ecologische waarde. Wanneer een oever een flauw talud heeft, ontstaan er veel verschillende waterdieptes. Hier kunnen flora en fauna ideaal gebruik van maken. Met een flauwer talud is er tevens een grotere oppervlakte met ondiep water wat in het voorjaar snel opwarmt. Dit zijn ideale omstandigheden voor waterinsecten.

Specificaties realisatie •

•

•

Een natuurvriendelijke oever is een aaneengesloten oever langs een bestaande waterloop, in de vorm van een drasberm, plasberm of flauw talud (minimaal 1:3, de voorkeur is flauwer, tot 1:6); De oever heeft een begroeiing van inheemse kruidachtige planten. De oeverbegroeiing kan overwegend uit riet bestaan (rietoever) of uit diverse grassen en kruiden (graskruidenoever). De oever heeft een minimale lengte van ca. 25 meter en een breedte van tenminste 3 meter en maximaal 10 meter.

3-10m

Recreatief wandelpad

Specificaties beheer •

•

•

De oever wordt in een cyclus van minimaal éénmaal per 2 jaar en maximaal éénmaal per jaar gemaaid. Maaiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 oktober en 1 maart. Maximaal 20% van de oppervlakte van het element bestaat uit bomen en struiken. Teveel aan bomen en struiken wordt verwijderd. Er mogen geen wijzigingen aangebracht worden in het profiel van de natuurvriendelijke oever om verstoring te voorkomen.

Dinsdag 20 september 2022

Inhoudsopgave

1-3m

Streefbeeld/ bouwstenen

Begrippenlijst

Terug naar laatst weergegeven pagina

46

J: kruidenrijke akker- en weideranden Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren

J: kruidenrijke akkeren weideranden

Kruidenrijke stroken en velden

Kruidenrijke akker- en weideranden zijn er in vele verschillende soorten en maten. Vanwege de beperkte hoogte is dit een ideaal landschapselement om toe te passen in open landschappen. Door de randen van percelen niet langer te bemesten en hier een kruidenrijk zaadmengsel in te zaaien, of te laten ontstaan, wordt de rand veel aantrekkelijker qua landschapsbeeld, maar ook qua biodiversiteit.

Specificaties realisatie •

•

• •

•

Kruidenrijke akker- en weideranden zijn er in verschillende voorbeelden. De toepassing is afhankelijk van locatie en doel. Enkele voorbeelden zijn: • Botanische weiderand • Botanische hooilandrand • Wintervoedselrand • Wilde bijenrand • Patrijzenrand Een kruidenrijke akker- en weiderand heeft een breedte van 3-10 meter en heeft een minimale lengte van 25 meter. Er worden geen struiken of bomen toegepast in kruidenrijke akker- en weideranden. Pas een sortiment toe van bij voorkeur inheemse soorten wat aansluit bij de lokale kenmerken. Probeer een meerwaarde voor biodiversiteit te bereiken door soorten toe te passen die als voedsel- en/of schuilgelegenheid kunnen dienen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren.

Dinsdag 20 september 2022

3-10 meter

Inhoudsopgave

Een aandachtspunt is dat vanuit het bodemprogramma ‘Onweerstaanbaar Someren’ een specifiek kruidenmengsel beschikbaar wordt gesteld voor agrariërs. min. 20Deze meter wordt (deels) gesubisideerd vanuit het gemeenschapper ete lijk landbouwbeleid 0 m (GLB).

.2 min Specificaties beheer • • •

Het gewas wordt jaarlijks 1 keer gemaaid en het maaisel wordt binnen 14 dagen afgevoerd. Er wordt niet gemaaid tijdens het vogelbroedseizoen. max. 0,5 Afhankelijk van de toepassing kan hectare het wenselijk zijn om gefaseerd te maaien, bijvoorbeeld bij een wilde bijenrand. Zo blijft er altijd voedsel beschikbaar voor de doelsoorten.

Bomenlaan

Streefbeeld/ bouwstenen

Begrippenlijst

Terug naar laatst weergegeven pagina

47

K: kruidenrijke vegetatie

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren 3-10 meter

K: kruidenrijke vegetatie Kruidenrijke vegetatie is er in vele verschillende soorten en maten. Vanwege de beperkte hoogte is dit een ideaal landschapselement om toe te passen in open landschappen. Door een perceel, of een deel hiervan niet langer te bemesten en hier een kruidenrijk zaadmengsel in te zaaien, of te laten ontstaan, wordt het perceel veel aantrekkelijker qua landschapsbeeld, maar ook qua biodiversiteit. Dit landschapselement is goed te combineren met extensieve beweiding.

Specificaties realisatie •

•

• •

Kruidenrijke vegetatie wordt toegepast op (een deel van) een perceel in de vorm van een blok met een minimale maat van 20 bij 20 meter en is maximaal 0,5 hectare groot. Kruidenrijke vegetatie is er in verschillende voorbeelden. De toepassing is afhankelijk van locatie en doel. Enkele voorbeelden zijn: • Botanische weide • Botanische hooiland • Wintervoedsel • Wilde bijen • Akkervogels Er kan sporadisch een enkele solitaire struik of boom worden toegepast in de kruidenrijke vegetatie. Pas een sortiment toe van bij voorkeur inheemse soorten wat aansluit bij de lokale kenmerken. Probeer een meerwaarde voor biodiversiteit te bereiken door soorten toe te passen die als voedsel- en/of schuilgelegenheid kunnen dienen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren.

e

0m

.2 min

min. 20 meter

ter

max. 0,5 hectare

•

Een aandachtspunt is dat vanuit het bodemprogramma ‘Onweerstaanbaar Someren’ een specifiek kruidenmengsel beschikbaar wordt gesteld voor agrariërs. Deze wordt (deels) gesubisideerd vanuit het gemeenschappeBomenlaan lijk landbouwbeleid (GLB).

Specificaties beheer • • • •

Het gewas wordt jaarlijks 1 keer gemaaid en het maaisel wordt binnen 14 dagen afgevoerd. Er wordt niet gemaaid tijdens het vogelbroedseizoen. In plaats van maaien is extensief beweiden ook een optie. Afhankelijk van de toepassing kan het wenselijk zijn om gefaseerd te maaien, bijvoorbeeld bij een wilde bijenrand. Zo blijft er altijd voedsel beschikbaar voor de doelsoorten.

2m

2m

Dinsdag 20 september 2022

Inhoudsopgave

Streefbeeld/ bouwstenen

Begrippenlijst

wegprofiel

2m

Terug naar laatst weergegeven pagina

48

L: recreatieve paden

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren

3-10m

L: recreatieve paden Recreatieve paden dragen bij aan de beleving van het landschap. Een pad wat door het landschap loopt, zorgt voor een andere ruimtebeleving dan vanaf bijvoorbeeld de openbare weg. Een pad moet hiervoor wel een logische route vormen, bijvoorbeeld als onderdeel van een recreatief netwerk, of als verbinding tussen twee punten.

Recreatief wandelpad

Specificaties realisatie • •

•

Een recreatief pad heeft een breedte van minimaal 1 en maximaal 3 meter. Het pad is bij voorkeur onverhard. Wanneer het voor de toegankelijkheid wenselijk is het pad te verharden, dan wordt halfverharding toegepast. Een nieuw recreatief pad vormt een onderdeel van een doorgaande wandelstructuur.

Dinsdag 20 september 2022

Inhoudsopgave

1-3m

Streefbeeld/ bouwstenen

Begrippenlijst

Terug naar laatst weergegeven pagina

49

M: haag

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren

M: haag

Lage haag

Geschoren heggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Ze zijn vooral op en rond de erven te vinden als veekering of eigendomsmarkering. Op een voorerf kan een lage haag het ruimtelijke beeld behouden en een passende overgang tussen openbaar en privé maken. Op het achtererf kan een hoge haag dienen als visuele afscherming.

max. 1.00m

EVZ min. 25 meter

max. 1 meter

Specificaties realisatie • • •

• • •

Het betreft een één- of tweerijig element; Een haag wordt 50 cm vanuit de perceelsgrens aangeplant; De plantafstand is afhankelijk van de plantmaat en eindhoogte die gekozen wordt. Een lage haag wordt dichter beplant dan een hoge haag. Bij een enkele rij ca. 4-5 planten per m1; Bij een dubbele rij ca. 7 planten per m1; Bij een dubbele rij aanplanten in een verspringend verband; Maximale breedte 1 meter.

Specificaties beheer • •

Snoeiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen mei en augustus. In de eerste drie jaar meerdere keren per jaar snoeien geeft een positief effect op de dichtheid en structuur van de haag.

Hoge haag

max. 2.00m

max. 1 meter Specificaties beplanting Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Legenda Meerwaarde

B

K

OH

Grote meerwaarde biodiversiteit

JH

Klimaatbestendig (nat)

Haag

Klimaatbestendig (droog)

Acer campestre

Veldesdoorn

Carpinus betulus

Haagbeuk

Crataegus monogyna*

Meidoorn*

K Kampenlandschap

Fagus sylvatica

Beuk

OH Oudere heideontginningen

Ligustrum vulgara

Liguster

B Beekdallandschap

JH Jongere heideontginningen

EVZ min. 25 meter

* Houd rekening met bufferzone bacterievuur ten zuiden van de Provinciale Weg (toepassing Meidoorn niet toegestaan) Bron: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plantenziekten-en-pla-

Hoge haag

gen/bacterievuur/bufferzones

Dinsdag 20 september 2022

Inhoudsopgave

Streefbeeld/ bouwstenen

max. 2.00m

Begrippenlijst

Terug naar laatst weergegeven pagina

50

max. 1 meter

N: ecologische verbindingszone

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren

N: ecologische verbindingszone Om natuurgebieden met elkaar te verbinden, kan een ecologische verbindingszone gerealiseerd worden. Hiervoor zijn al een aantal plekken aangewezen. Het is bij de aanleg belangrijk om te kijken voor welke soort er gebruik van moet gaan maken. Elke soort stelt namelijk specifieke eisen aan de inrichting van een ecologische verbindingszone.

Specificaties realisatie • •

•

•

• •

Een ecologische verbindingszone heeft een minimale maatvoering van 25 meter breed. Een verbindingszone is bij voorkeur een aaneengesloten zone, maar kan voor sommige soorten ook vormgegeven worden met stapstenen. De onderliggende afstand van deze stapstenen wordt bepaald door de aanwezige doelsoorten binnen de ecologische verbindingszone. Een onderbreking van 100 meter kan al een barrière vormen. Deze barrières dienen te worden voorkomen als de doelsoort(en) hierom vragen. Een ecologische verbindingszone kan worden versterkt/ gevormd door de groene bouwstenen. Binnen een ecologische verbindingszone wordt bijgedragen aan de aanwezige doelsoorten, zowel in beplantingssoorten als inrichting.

EVZ min. 25 meter

Specificaties beheer •

•

• •

Bij het beheren van een ecologische verbindingszone staat het behoud, herstellen en/of versterken van de aanwezige natuurwaarden voorop. Bij het beheren wordt er ingespeeld op de aanwezige doelsoorten in de ecologische verbindingszone. Dit zowel flora als fauna. max.voor 2.00m Onderbrekingen die zijn ontstaan, worden herbeplant voor een optimale verbinding. Soorten beplantingen die de doelsoorten verstoren en/of overnemen worden verwijderd.

Hoge haag

max. 1 meter

Dinsdag 20 september 2022

Inhoudsopgave

Streefbeeld/ bouwstenen

Begrippenlijst

Terug naar laatst weergegeven pagina

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14147837/1