CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

R - 9 Bijlage Voorlopige jaarstukken 2024 ODZOB

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Ter informatie24.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.10.6 Heffing vennootschapsbelasting De realisatie over 2024 is het saldo van de aangiftes over de afgelopen jaren (2021, 2022 én 2023). * bedragen x 1€

Bedrag van de heffing vo o r de venno o t schapsbelast ing (VPB) Omschrijving

Begro t ing 2024

Begro t ing na wijziging 2024

Realisat ie 2024

Afwijking realisat ie t .o .v. begro t ing

Baten

0

0

0

0

Lasten

10.000

10.000

-5.204

-15.204

Saldo heffing vo o r de VPB

-10.000

-10.000

5.204

15.204

Jaarstukken 2024 25

-

2.10.7 Onvoorzien In 2024 beschikte de ODZOB niet over een post onvoorzien. * bedragen x 1€

Bedrag vo o r o nvo o rzien Begro t ing 2024

Begro t ing na wijziging 2024

Realisat ie 2024

Afwijking realisat ie t .o .v. begro t ing

Baten

0

0

0

0

Lasten

0

0

0

0

Saldo o nvo o rzien

0

0

0

0

Omschrijving

Jaarstukken 2024 26

-

2.11 Paragrafen Het BBV schrijft voor dat de jaarstukken een zevental verplichte paragrafen bevatten. Lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor de ODZOB. Vandaar dat daar niet nader op ingegaan wordt. 2.11.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wetgeving en kaders In de financiële verordening is bepaald dat het algemeen bestuur het beleid over risico’s vastlegt in een nota weerstandsvermogen en risicomanagement. De meest recente nota, met daarin kaders voor onder andere het risicomanagement, weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit, algemene reserve en de verhoudingen binnen de gemeenschappelijke regeling is in 2022 door het algemeen bestuur vastgesteld. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op onvoorziene situaties met een onbekende impact dient de ODZOB te beschikken over een financiële buffer. Hierdoor kan de ODZOB risico’s opvangen zonder dat dit leidt tot een extra financiële bijdrage van de deelnemers. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de ODZOB kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken; dit betreft de algemene reserve. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de ODZOB loopt.

Om het weerstandsvermogen te kunnen duiden is inzicht nodig in de aard en omvang van risico’s en in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen komt tot uitdrukking in de verhouding (ratio) tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.

𝑅𝑎𝑡𝑖𝑜 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 =

𝐵𝑒𝑠𝑐ℎ𝑖𝑘𝑏𝑎𝑟𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 𝐵𝑒𝑛𝑜𝑑𝑖𝑔𝑑𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡

Indien deze ratio kleiner is dan 1, betekent dit dat de potentiële impact van de geïnventariseerde risico’s groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het deel dat de ODZOB niet zelfstandig kan afdekken dient door de deelnemers in hun eigen weerstandsvermogen te worden afgedekt. De ODZOB heeft als streefwaarde voor het weerstandsvermogen ≥ 1,0 vastgesteld. In 4GR-verband is afgesproken dat de streefwaarde van de algemene reserve wordt gebaseerd op het totaal van de baten in de begroting, zodat deze streefwaarde eenvoudig herkenbaar is. Voor de ODZOB betekent dit dat de streefwaarde van de algemene reserve ligt tussen de € 1,5 miljoen en € 2,0 miljoen. Weerstandsvermogen Bij het vaststellen van de jaarstukken 2023 en de daarmee samenhangende resultaatsbestemming over 2023 werd voorgesteld om een bedrag van € 0,3 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve, waardoor deze, na het vaststellen van de jaarstukken 2023 uitkwam op de onder bandbreedte van de algemene reserve van € 1,5 miljoen. Risico’s Risicomanagement komt neer op het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de continuïteit van de organisatie kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen.

Anders dan in het verleden het geval was, kiezen de bedrijfsvoeringsmanagers ervoor de risico-inventarisatie voortaan tweemaal per jaar te actualiseren. Per

Jaarstukken 2024 27

-

potentieel risico is daarbij bepaald of de kans en/of impact veranderd is ten opzichte van de vorige inventarisatie. De meest recente inventarisatie is opgenomen in bijlage 4.4. Ten opzichte van de Bestuursrapportage zien we een lichte toename van het bedrag aan potentiële risico’s dit wordt veroorzaakt door een toename van het risico De risico’s met de hoogste potentiële impact kennen een verwachtingswaarde van ruim € 0,9 miljoen en de risico’s met een minder grote impact hebben een totale verwachtingswaarde van ruim € 0,7 miljoen. Ratio weerstandvermogen Met een stand van de algemene reserve ven € 1,5 miljoen en potentiële risico’s van € 1,6 miljoen, komt onze ratio per eind 2024 komt uit op 0,94. Dat is onder de streefwaarde van 1. Bij het vaststellen van de jaarstukken 2024 en de daarmee samenhangende resultaatbestemming over 2024 wordt daarom voorgesteld om de algemene reserve aan te vullen tot de bovenbandbreedte. Ontwikkeling algemene reserve: •

Stand begin 2024

€ 1,5 miljoen

•

Stand eind 2024

€ 1,5 miljoen

•

Resultaatsbestemming: versterking algemene reserve

€ 0,5 miljoen

•

Stand na vaststellen jaarstukken 2024

€ 2,0 miljoen

Kengetallen De omvang van de algemene reserve is, na de beoogde resultaatsbestemming over 2024, zowel in overeenstemming met de regionale richtlijn (onderbandbreedte € 1,5 miljoen en bovenbandbreedte € 2 miljoen) als met de geactualiseerde en gekwantificeerde risico’s (1,6 miljoen). Door deze resultaatbestemming zou de weerstandsratio begin 2025 stijgen van 0,94 naar 1,24.

Om een indruk te krijgen van de financiële positie van de ODZOB worden enkele kentallen gepresenteerd:

Kengetallen Realisatie Begroting Realisatie 2023 2024 2024 Netto schuldquote

-7,7%

-3,4%

-10,6%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-7,7%

-3,4%

-10,6%

Solvabiliteitsratio

24,1%

21,0%

43,7%

Structurele exploitatieruimte

1,8%

0,0%

1,5%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Netto schuldquote (streefwaarde: < 100%)

Jaarstukken 2024 28

-

De netto schuldquote toont de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve waarde duidt er op dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (streefwaarde: < 100%) Dit kengetal is gelijk aan de ongecorrigeerde versie omdat de ODZOB geen leningen verstrekt. Solvabiliteitsratio (streefwaarde: ≥ 20%) De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. Het betreft het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit alle reserves en het exploitatieresultaat. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele mutaties op de reserves te delen door de totale baten. Grondexploitatie en belastingcapaciteit Deze kengetallen zijn niet van toepassing op de ODZOB. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De kengetallen van de ODZOB sluiten aan bij wat verwacht kan worden bij een gemeenschappelijke regeling. De solvabiliteit is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. De structurele exploitatieruimte heeft voor de ODZOB slechts een beperkte betekenis.

Deelnemers mogen verzoektaken enkel onder bepaalde voorwaarden en in beperkte mate verminderen. Daarnaast wordt in de begroting uitgegaan van een kostendekkend gemiddeld uurtarief, waardoor baten en lasten in principe structureel in evenwicht zijn. 2.11.2 Financiering In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en uitgangspunten gepresenteerd met betrekking tot kasgeldlimiet, rente, geldleningen en beleid ten aanzien van treasury. Leningen en kredietfaciliteiten De ODZOB financiert zijn activiteiten voornamelijk door de werkzaamheden op voorschotbasis te factureren. Enkel voor de verzoektaken buiten de werkprogramma’s moet zelf financiering geregeld worden. De ODZOB had in 2024 toegang tot een rekening courant krediet bij BNG van € 1,8 miljoen. Tijdelijk overtollige middelen worden wegens het verplichte schatkistbankieren bij het Rijk gestald. Rentetoerekening In onderstaand overzicht wordt in beeld gebracht welke relasten en renteresultaat er gerealiseerd zijn en wordt inzicht gegeven op welke wijze rente wordt toegerekend aan taakvelden. Er is enkel sprake van rentetoerekening aan het taakveld overhead. Reden hiervan is, dat vrijwel alle activa van de ODZOB gerelateerd zijn aan het taakveld overhead.

Jaarstukken 2024 29

-

Renteschema

* bedragen x 1€

a b

De externe rentelast over de korte en lange financiering De externe baten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten

c1

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

c2 c3

733 -423.945 -423.212 0 0 0 0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-423.212

d1 d2

Rente over eigen vermogen Rente over vreemd vermogen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

0 0 -423.212

e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

423.212

f

Renteresultaat op taakveld Treasury

0

Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico op vaste schuld heeft de wetgever de renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. De ODZOB heeft geen langlopende schulden. Daarmee voldoet de ODZOB automatisch aan de norm zoals ook uit onderstaande tabel blijkt.

Renterisiconorm

* bedragen x 1 € 2024

Variabelen 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen 3 Renterisico (1+2) 4

Renterisiconorm

5a Ruimte onder risiconorm 5b Overschrijding risiconorm Berekening renterisiconorm (4) Begrotingstotaal Percentage 20% Minimumbedrag conform regeling

2023 0 0 0

0 0 0

6.114.059

5.885.964

6.114.059 n.v.t.

5.885.964 n.v.t.

30.570.297 6.114.059 2.500.000

29.429.818 5.885.964 2.500.000

Kasgeldlimiet

Jaarstukken 2024 30

-

Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar.

Kasgeldlimiet

* bedragen x 1 € KW 1 2024

KW 2 2024

KW 3 2024

KW 4 2024

2023

590.077 590.077

637.946 637.946

857.941 857.941

2.173.262 2.173.262

510.443 510.443

13.800.197 1.950.047 15.750.244

12.009.550 925.896 12.935.446

13.831.693 273.331 14.105.024

5.364.155 2.613.306 7.977.461

5.638.209 1.874.223 7.512.432

3 Toets kasgeldlimiet 3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/- 2) -15.160.167 3.2 Toegestane kasgeldlimiet 2.506.764

-12.297.500 2.506.764

-13.247.083 2.506.764

-5.804.199 2.506.764

-7.001.989 2.413.245

17.666.931

14.804.264

15.753.847

8.310.963

9.415.234

30.570.297 8,20% 2.506.764

30.570.297 8,20% 2.506.764

30.570.297 8,20% 2.506.764

30.570.297 8,20% 2.506.764

29.429.818 8,20% 2.413.245

Kasgeldlimiet 1 Vlottende schuld - opgenomen gelden < 1 jaar - schuld in rekening courant - door derden gestorte gelden < 1 jaar - overige schulden/overlopende passiva Totaal vlottende schuld 2 Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden rekening courant - overige uitstaande tegoeden Totaal vlottende middelen

Ruimte (3.2 -/- 3.1) Berekening toegestane kasgeldlimiet Begrotingstotaal Normpercentage Norm

Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal. Voor 2024 bedraagt deze norm ruim€ 2,5 miljoen. Aangezien de vlottende schuld van de ODZOB lager was dan de vlottende middelen, bleef de ODZOB ruimschoots binnen deze norm. 2.11.3 Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling In 2024 gebeurde veel in en rond de ODZOB. Deelnemers, het Rijk, collega’s en media vonden iets van hoe het met de ODZOB ging. Met inbreng vanuit gesprekken met de ondernemingsraad en de klankbordgroep voor het medewerkersonderzoek is gewerkt aan verbetering. Er is geluisterd naar onze deelnemers en samen met bestuurders en het Gemeenschappelijk Platform Omgevingsdienst zijn verbeteracties ingezet. Naast het op orde brengen van de basis is gewerkt aan de vertaling van de Meerjarenvisie 2023-2027 in een Meerjaren ontwikkelaanpak voor de jaren 2025-2027. Daarin zijn de aanbevelingen uit de onderzoeken die in 2024 zijn uitgevoerd opgenomen als ontwikkelopgaven. Op 19 december 2024 heeft het algemeen bestuur de Meerjaren ontwikkelaanpak 2025-2027 vastgesteld. Daarmee is er niet alleen richting gegeven aan de doorontwikkeling van de ODZOB maar zijn met het ontwikkelbudget financiële middelen beschikbaar gesteld.

Jaarstukken 2024 31

-

Leiderschap en informatievoorziening De belangrijkste conclusie uit het medewerkersonderzoek begin 2024 was het vergroten van het vertrouwen en de verbinding tussen de directie en de medewerkers. Door zichtbaar, aanwezig en betrokken te zijn, open en transparant te informeren en in dialoog te gaan. Daar zijn we samen met het management (collectief leiderschap) van het brede management mee aan de slag gegaan. In oktober 2024 is een pulse meting uitgevoerd op het leiderschap van en informatievoorziening vanuit de directie. Deze meting liet zien dat er significante verbeteringen zijn op de thema’s leiderschap en informatievoorziening ten opzichte van de meting in 2023. De scores voor beide thema’s zijn aanzienlijk gestegen. Daarmee is een goede basis gelegd voor de verdere ontwikkeling. Begin 2025 is een tweede uitgebreide medewerkersonderzoek uitgevoerd. De uitkomst laat een positief beeld zien en de resultaten zijn over de hele linie significant verbeterd. Basis (ondersteuning) op orde In de loop van 2023 bleek dat er grote risico’s waren op verstoringen in het werk op een aantal ondersteunende processen. In 2023 zijn we gestart met de vervanging van ons financieel systeem dat steeds instabieler werd en niet meer werd ondersteund door de leverancier. Daarbij is AFAS Profit geïntegreerd met AFAS HRM en gekoppeld met Powerbrowser (i.v.m. urenschrijven).

Met de ontwikkelde dashboards zijn we beter in control. In de komende periode wordt gewerkt aan vereenvoudiging en optimalisatie. We hebben grote stappen gezet in het verkleinen van de kwetsbaarheid van onze ICT-omgeving en het vergroten van de bedrijfscontinuïteit. Meer in de Cloud en minder afhankelijk van de lokale servers. Nieuwe hardware en software. Dit heeft tot een wezenlijke verbetering en vermindering van verstoringen geleid. Eind 2023 was er een beveiligingsincident met een risico voor de integriteit van onze systemen. Technisch hebben we in 2024 de informatiebeveiliging up-to-date gebracht. Met training en wekelijkse vragen hebben we gewerkt aan bewustwording bij onze medewerkers. Iedereen is nodig voor een veilige digitale werkomgeving. In 2024 is de huurovereenkomst met 5 jaar verlengd. Tot en met 2030 blijven we op onze huidige plek. Er is een inrichtingsplan opgesteld om binnen het beschikbaar gestelde krediet (ergonomische en functionele optimalisaties aan te brengen. Dat wordt in 2025 uitgevoerd. In 2024 is vooruitlopend daarop de verlichting vervangen door LED, is het Wifi-netwerk versterkt en is het systeem van toegang en camera’s vervangen vanwege het stopzetten van het onderhoud door de leverancier. HRM fundament Net als in de rest van Nederland is de arbeidsmarkt een lastig vraagstuk. Medio 2024 hebben we extra ingezet op het bemensen van de formatie.

Over het algemeen is het goed gelukt om mensen binnen te krijgen en het verloop te beperken. Daarnaast is gericht toegewerkt naar het terugbrengen van de inzet van externe inhuur en zzp. Het in de begroting 2025 opgenomen percentage van 18% is gerealiseerd (was 23%) waarbij het positief is te melden dat in dit proces 11 collega’s de overstap hebben gemaakt naar de ODZOB. Ondanks deze resultaten, blijven er specifieke knelpunten. Vooral het vinden van ervaren, direct inzetbare collega’s is een uitdaging. Er is daarom meer aandacht nodig voor zelf opleiden. Eind 2024 zijn de contouren voor een onboarding programma en een talentprogramma opgeleverd waarmee we in 2025 gerichter dan nu werken aan de ontwikkeling van nieuwe én zittende medewerkers.

Jaarstukken 2024 32

-

In 2024 is extra ingezet op personele events in de afgelopen periode (b.v. broodjes van de zaak, ODZOBdag, darttoernooi, bordspellenavond, koken door collega’s, fietstocht) om de verbinding tussen collega’s, teams en clusters te versterken. Het hybride werken heeft veel positieve aspecten, maar kent ook negatieve aspecten. Er is extra aandacht hiervoor nodig. In 2024 is als een van de acties uit het plan van aanpak robuustheid een opleidingsvisie en opleidingsplan opgesteld. Daarmee kunnen we planmatig met opleiden bezig zijn. Dat is van belang om te kunnen blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria. In 2024 zijn die getoetst en blijken we ruimschoots te voldoen. Voor de opleidingen haken we aan op de ODNL Academie. Er is een ruim aanbod (gezamenlijke aanbesteding) op 15 inhoudelijke thema’s en een veelvoud aan opleidingen. Het dashboard van de kwaliteitscriteria helpt in het gesprek tussen manager en medewerker over welke opleiding nodig is. Werkprocessen, informatiehuishouding en informatiegericht werken. Als uitvoeringsdienst zijn onze werkprocessen, informatiehuishouding en informatiegericht werken cruciaal. In de afgelopen jaren zijn goede stappen gezet en mooie resultaten gehaald. Toch weten we dat hier voor ons een heel belangrijk aandachtspunt ligt.

In 2024 zijn we gestart met een strategisch overleg, waarin we alle disciplines en betrokkenen rond dit thema aan één tafel. Daarmee willen we minder versnipperd en ad hoc werken en onze capaciteit samenhangend in te zetten. Eind 2024 heeft Novius het strategisch informatiebeleidsplan en het uitvoeringsprogramma opgeleverd dat de basis vormt voor de ontwikkeling in de komende jaren. Het beleidsplan wordt in 2025 vastgesteld. Ook ontvangen we dan een veranderplan dat gaat helpen om de registratie- en databewustzijn van de medewerkers te vergroten. Met het MT hebben we gewerkt aan het opbouwen van een organisatie die het continue verbeteren gaat stimuleren en ondersteunen. Organisatie-breed is het vertrekpunt uniforme en efficiënte werkprocessen en

Jaarstukken 2024 33

-

van daaruit maatwerk toevoegen als dat wezenlijk toevoegt. In 2024 is de training gestart om ca. 14 collega’s op te leiden tot green belt. Met deze poule van green belt collega’s, de procesbeheerders en proceseigenaren gaan we op basis van een uitvoeringsprogramma ‘Samen steeds slimmer’ aan de slag met procesverbetering en het verhogen van de efficiency en effectiviteit. De ODZOB heeft in 2023 de doorontwikkeling van Powerbrowser opgepakt om het gebruik verder te optimaliseren en voorbereid te zijn op de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Inmiddels zijn tussen de deelnemers in de gemeenschappelijke omgeving afspraken gemaakt over het beheer en wordt aan de verdere inrichting van het locatiedossier gewerkt. Ter ondersteuning hiervan is een GBO (gemeenschappelijke beheer organisatie) ingericht. Ook de monitoring van de kwaliteit van de gegevens die we in en over processen willen vastleggen wordt hierbij verder geoptimaliseerd en uitgerold. Zo halen we meer uit de informatie die we verzamelen en beschikbaar hebben (Informatie gestuurd werken). Financiële huishouding Onze financiële huishouding is nagenoeg volledig gebaseerd op het schrijven van uren en is zeer gedetailleerd. In het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel is gekeken naar de financieringsmethodiek van de omgevingsdiensten als het gaat om basis- en verzoektaken.

Dat heeft een advies opgeleverd om de financieringssystematiek stabieler en eenvoudiger te maken. Dat sluit ook aan bij de opdracht vanuit het DB om te onderzoeken of het niet eenvoudiger kan. Het zal er niet toe leiden dat we stoppen met urenschrijven, maar wel op welk niveau we dat doen (b.v. zaak of zaaktype). In 2024 zijn we voor de collegiale toets gestopt met tijdschrijven op zaakniveau maar wordt geschreven op een nummer CT per gemeente. De verwachting is dat een vereenvoudiging van het urenschrijven een vermindering van de administratielast zal betekenen. Verbinding met onze deelnemers In 2023 kwamen we er al achter dat we op te veel afstand waren gekomen van onze deelnemers en dan niet alleen de leden van het algemeen bestuur maar zeker ook de gemeenteraden en Provinciale Staten. Naast de ODZOB on Tour hebben we erop ingezet het Gemeenschappelijk Platform Omgevingsdienst en het dagelijks en algemeen bestuur beter mee te nemen in wat er bij de ODZOB speelt. We hebben hieraan invulling gegeven met extra informatiemomenten in AB en GPO, pro-actiever communiceren over relevante ontwikkelingen en een bestuurlijke ronde langs alle deelnemers in aanloop naar de besluitvorming rond de Meerjaren ontwikkelaanpak 2025-2027. Binnen het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH hebben wij het initiatief genomen voor een pilot horizontale verantwoording.

Doel is beter inzicht te geven in hoe wij bijdragen aan de doelen van de gemeente. Van een gesprek over geld naar een gesprek over de inhoud. Op basis van het ROK VTH is een doelen- en activiteitenboom opgesteld die als goed vertrekpunt kan dienen om het inhoudelijke gesprek beter te kunnen voeren. Bij dit alles is de centrale boodschap: wij willen geen bureau zijn met 22+ klanten maar een gemeenschappelijke voorziening voor de regio Zuidoost-Brabant vóór en dóór deelnemers. Communicatie In 2024 is gewerkt aan een versteviging van de interne en externe communicatie. Met een communicatieve organisatie leveren we toegevoegde waarde door inhoud te geven aan en het uitvoeren van de missie en visie van de ODZOB. Intern speelt intranet een belangrijke rol naast andere momenten waarop medewerkers informatie kunnen halen en brengen.

Jaarstukken 2024 34

-

Het accent in onze inzet heeft gelegen op onze ODZOB-nieuwsbrief, het organiseren van (digitale) kennisbijeenkomsten, de relatie met de pers via persgesprekken en meeloopsessies, de campagne Werken bij de omgevingsdiensten van Omgevingsdienst NL om personeel te werven, het delen van ODZOB-nieuws en onze vacatures via LinkedIn en bestuurscommunicatie (b.v. video begroting 2025). Digitale toegankelijkheid gaat over de bruikbaarheid van web toepassingen voor iedereen, inclusief mensen met beperkingen (zoals visuele, auditieve, motorische of cognitieve beperkingen). In 2024 heeft ODZOB ingezet op het voldoen aan de Wet digitale overheid (Wdo), met status B als minimale doel voor de website www.odzob.nl. We hebben daarvoor een inspectie laten uitvoeren. Dat heeft als resultaat de Astatus opgeleverd. De conclusie is dat de website inmiddels geheel voldoet op de technische eisen als contrast, leesbaarheid, bediening, assistentie bij invoer, tekstalternatieven, geluid, navigeren, focus. Bekend knelpunt zijn de digitoegankelijke pdf-bestanden waarbij ingrijpende aanpassingen nodig zouden zijn en het vraagstuk van kosteneffectiviteit speelt. Voor al onze nieuwe PDF-documenten uit de P&C cyclus, die we publiceren op de website, laten we een vormgever deze Pdf’s voortaan digitoegankelijk maken.

Om het verder binnen de organisatie te borgen zal het als ontwikkelopgave binnen de Meerjaren ontwikkelaanpak 2025-2027 worden opgenomen. Fitte organisatie Medio 2023 stelde het dagelijks bestuur de nota Naar een fitte organisatie vast met extra middelen voor de jaren 2023 en 2024. * bedragen x 1€ Begro t e ext ra bijdragen t .b.v. Fit t e o rganisat ie

uren

Begrote declarabele uren 2023 Begrote declarabele uren 2024 Totaal geraamd oorspronkelijk budget vanuit begroting

244.933 uren a € 0,95 € 249.000 uren a € 0,95 € €

totaal 232.686,35 236.550,00 469.236,35

De middelen zijn onder meer ingezet in het kader van het op orde brengen van de basis, de uitgevoerde onderzoeken op bedrijfsvoering en het creëren van de randvoorwaarden voor de Meerjaren ontwikkelaanpak 2025-2027. Het gaat daarbij concreet om het informatiebeleidsplan, uitvoeringsagenda en veranderplan, een advies voor de contouren van het talentprogramma, het vrijmaken van capaciteit om het HRM-fundament op orde te brengen, de toetsing op de kwaliteitscriteria, het medewerkersonderzoek, het ontwerp van de systematiek van de Meerjaren ontwikkelaanpak 2025-2027, de Green Belt opleiding en implementatie van My lex (archivering). Daarmee is invulling gegeven aan de Meerjarenvisie 2023-2027 en dan vooral op het gebied ‘fundament op orde’, het versterken van de operationele cyclus.

Jaarstukken 2024 35

-

* bedragen x 1€ Realisat ie Fit t e o rganisat ie Declarabele uren 2023 Declarabele uren 2024 Totaal gerealiseerd vanuit declarabele uren

235.990 uren a € 0,95 € 238.014 uren a € 0,95 € €

Ko st en 2023: Opleiding Green Belt Subtotaal uitgaven 2023:

€

Ko st en 2024: Implementatie My Lex: ketenportaal, netw erkschijven, Pow erBrow ser Opzetten traineeship VTH Advies ICT cluster Toetsing kw aliteitscriteria, nulmeting en project Medew erkersonderzoek InternetSpiegel Advies en ontw erp portfoliomanagement en plateauplanning Project digitale toegankelijkheid: volledige audit WCAG2.2AA HR Businesspartner - uren Informatiebeleidsplan, uitvoeringsagenda & veranderplan Opleiding Black Belt / Geen Belt Subtotaal uitgaven 2024:

€ € € € € € € € € €

224.191,00 226.113,30 450.304,30

8.400,00 €

8.400,00

€

484.715,67

€

-42.811,37

€ €

* bedragen x 1€ -18.932,05 -23.879,32

40.000,00 34.710,00 8.400,00 161.129,30 32.392,62 8.400,00 2.450,00 62.628,75 102.555,00 32.050,00

Saldo / overschrijding

Deze overschrijding komt voort uit: Tekort aan dekking door minder declarabele uren dan begroot Overschrijding meer kosten

19.929 uren a € 0,95

Deze overschrijdingen zijn opgevangen binnen de reguliere exploitatie Personeel De gerealiseerde gemiddelde bezetting lag iets boven het niveau van de herziene begroting 2024. Eind 2024 bestond 21,7% van de bezetting uit externe inhuur. Eind 2023 lag dit aandeel iets lager (circa 20,5%).

Bezetting: abeidsmix

* aantallen x 1 Fte

Bezetting in Fte's

Begroting 2024

Gemiddelde bezetting 2024

Dienstverband Inhuur / payroll TOTAAL bezetting in FTE's

185,0 53,3 238,3

185,3 53,5 238,8

Bezetting

Ultimo 2024

Gemiddelde bezetting 2023

189,5 52,4 241,9

178,9 47,8 226,7

* aantallen x 1 Fte

Bezetting in Fte's

Begroting 2024

Gemiddelde bezetting 2024

Ultimo 2024

Gemiddelde bezetting 2023

Primair proces Overhead TOTAAL bezetting in FTE's

190,7 47,6 238,3

190,2 48,6 238,8

196,3 45,7 241,9

180,0 46,7 226,7

Jaarstukken 2024 36

-

Gemiddeld was 20,4 % van het personeelsbestand in 2024 werkzaam in een overheadfunctie. Deze verhouding ligt iets lager dan de realisatiecijfers 2023, maar iets hoger dan de begroting (20%). We zien dat dit percentage echter in de loop van het jaar verder is afgenomen naar 18,9% van het personeelsbestand. Het ziekteverzuim is in 2024 uitgekomen op een gemiddelde van 6,4%. In het eerste halfjaar zagen we nog een gemiddeld verzuim van 7%, met dat percentage is ook bij de Bestuursrapportage 2024 rekening gehouden. We zien dat de dalende lijn van 2023 zich heeft doorgezet. De ODZOB streeft er naar om het ziekteverzuim terug te brengen naar 6%

Ziekteverzuimpercentage 12,00

10,00 8,00 6,00 4,00 2,00 0,00 jan

feb

mrt

Realisatie 2022

apr

mei

juni

Realisatie 2023

juli

aug

sept

Realisatie 2024

okt

nov

dec

Target

De meldingsfrequentie (gele lijn in de figuur) ligt, zoals bij nagenoeg alle organisaties, hoger in het eerste en laatste kwartaal van het jaar.

2.11.4 Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het boekjaar 2023 moeten gemeenschappelijke regelingen zelfstandig een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording is de schriftelijke verklaring die het dagelijks bestuur afgeeft bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur verklaart

Jaarstukken 2024 37

-

daarbij dat zij rechtmatig heeft gehandeld, dat wil zeggen dat alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met (externe en interne) wet- en regelgeving en dat alle lasten in het begrotingsjaar vallen binnen de begroting (incl. wijzigingen) zoals door het algemeen bestuur is goedgekeurd. De rechtmatigheidsverantwoording maakt onderdeel uit van de jaarrekening en de daadwerkelijke verklaring van het bestuur is opgenomen in paragraaf 3.9. De komende jaren worden gebruikt om de systematiek van de rechtmatigheidsverantwoording verder te ontwikkelen. VIC (verbijzonderde interne controle) functie ODZOB heeft de ambitie om de interne controle door te ontwikkelen en professionaliseren zodat deze op lange termijn als interne beheersmaatregel functioneert. Het Interne controle plan voor 2024 is op basis van de feedback van de accountant geactualiseerd zodat deze zo veel mogelijk aansluit op de uitgangspunten van de accountant. Over 2024 heeft de interne controle medewerker samen met de concerncontroller verdere stappen gezet om de control functie aan te sterken. Er wordt vaker in het jaar een crediteuren-analyse opgesteld en de analyse van extern inhuur wordt diepgaander uitgevoerd.

In het interne controle plan geeft de VIC aan op welke wijze invulling wordt gegeven aan de uitvoering van de controles en de randvoorwaarden zoals scoping, risicoanalyse, controle aanpak, materialiteit, dossiervorming en op welke wijze objectieve deelwaarnemingen bepaald worden. De focus van het interne controleplan ligt met name op rechtmatigheid maar er wordt op gecontroleerd op getrouwheidscriteria. De uitkomsten van de interne controles zijn gerapporteerd een half jaarlijkse rapportage. De openstaande bevindingen van de externe accountant (managementletter en accountantsverslag) en de VIC worden gemonitord met behulp van een auditmonitor. De auditmonitor wordt regelmatig geactualiseerd en besproken met de externe accountant.

Jaarstukken 2024 38

-

Uitkomsten rechtmatigheidscriteria Het kader van de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording bestaat uit de volgende criteria: • • •

Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) Begrotingscriterium Voorwaardencriterium

Onderstaand is per criterium aangeven op welke wijze de ODZOB rechtmatig heeft gehandeld. M&O criterium Het belang van het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik is breed bekend en de organisatie heeft effectieve maatregelen ingeregeld om dit zoveel als mogelijk te voorkomen. Omdat de ODZOB niet over een nota M&O beschikt, is een memo opgesteld waarin aangegeven is op welke wijze aan het M&O beleid invulling wordt gegeven en welke controles de VIC-functie heeft ingebed. Er zijn binnen de ODZOB in 2024 geen signalen geweest over (het vermoeden van) misbruik of oneigenlijk gebruik. De VIC-functie heeft bij het uitvoeren van verschillende controles stil gestaan bij potentiële fraudesignalen (memorialen, prestatielevering en (Europese) aanbestedingen). Voorwaarden criterium Bij het voorwaardencriterium wordt vooral gekeken of de financiële beheershandelingen binnen de ODZOB voldoen aan de voorwaarden zoals die gesteld zijn in de wet- en regelgeving. Hierbij is het normenkader uitgewerkt in een toetsingskader (recht, hoogte en duur). Qua onderbouwing van de verantwoording op dit gebied wordt gebruik gemaakt van de interne controles die worden uitgevoerd om vast te stellen of voldaan is aan het voorwaardencriterium. De voorwaarden criterium heeft voornamelijk betrekking op de (Europese) aanbestedingen analyse. Hier is een financiële onrechtmatigheid geconstateerd.

1.

Onrechtmatigheid op een Europeese aanbesteding2024:

Uit een cijferanalyse is een aantal leveranciers naar voren gekomen die nader onderzocht zijn. Uit deze controle is geconcludeerd dat er een onrechtmatigheid is geweest met betrekking tot de Europese aanbestedingsgrenzen. De Europese aanbestedingsdrempel is overschreden, zonder dat hier een contract aan ten grondslag lag. De onrechtmatigheid bedraagt € 257.040. Het gaat hierbij om een contract dat verlopen was, waarbij er een intentie was om een nieuw contract op te stellen. Het nieuwe contract is in augustus 2024 pas ingegaan. In de tussenliggende periode zijn er wel inkopen gedaan bij de desbetreffende partij, waarbij de uitgaven in 2024 € 257.040 bedroegen. Hiermee is de Europese aanbestedingsdrempel overschreden. 2.

Onrechtmatigheid vanuit inhuur 2023:

In de rechtmatigheidsverantwoording bij de Jaarstukken 2023 is aangegeven dat bij een drietal dossiers onrechtmatige financiële beheershandelingen zijn vastgesteld. De impact hiervan was, naast concrete bestedingen in 2023, ook een raming van doorlopende bestedingen in 2024. De waarde hiervan was daarbij ingeschat op €195.538. Bij het opstellen van de Jaarstukken 2024 is gebleken dat de daadwerkelijke uitgaven in 2024 € 308.131. zijn geweest. Daarmee veroorzaken deze dossiers nogmaals een onrechtmatigheid van € 112.593. Binnen onze organisatie is het contractbeheer nog niet goed ingeregeld. Inmiddels zijn er al wel stappen gezet en is Inkoopbeleid vastgesteld. Momenteel wordt er als onderdeel van de Meerjaren Ontwikkelaanpak

Jaarstukken 2024 39

-

2025-2027 gekeken naar de invoering van contractbeheer, zodat er meer grip en sturing komt, om onrechtmatigheden zoals beschreven te voorkomen. Begrotingscriterium Begrotingsafwijkingen zijnde overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten zijn op zichzelf niet onrechtmatig. Deze kunnen alleen onrechtmatig zijn als die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het algemeen bestuur zijn gemeld. Dit tijdig melden raakt immers ook het directe budgetrecht en daarmee de kade stellende rol van het algemeen bestuur. Immers het bestuur had op basis van tijdig verstrekte informatie (mogelijk) een aanvullend (ander) besluit kunnen nemen. De totale lasten komen uit op € 32,55 miljoen De geraamde lasten van de begroting 2024 lagen op € 30,57 miljoen. De realisatie komt daarmee € 1,98 miljoen hoger uit dan de raming. Aandachtspunten voor de rechtmatigheidsverantwoording •

Uitnutting investeringskredieten

Er heeft in 2024 een minimale overschrijding plaatsgevonden van € 348,- op de toegekende investeringsbudgetten. Deze overschrijding van de lasten op de investeringsbudgetten leidt tot een onrechtmatigheid. Echter staat vermeldt in artikel 6 sub 3 van de Financiële verordening, dat we (verwachte) overschrijdingen van meer dan € 15.000 of meer dan 10% dienen te melden. Tevens geeft artikel 12 lid 5 aan, dat begrotingsafwijkingen zijnde overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten en baten, niet onrechtmatig zijn. Dit in dien tijdig gemeld aan het algemeen bestuur. Op basis van bovenstaande en het melden van deze afwijking in de jaarstukken, is dit rechtmatig bevonden. Om de overschrijding op budgetten, dan wel investeringskredieten te vermijden, is het onze doelstelling om het bestuur tijdig te informeren over dergelijke afwijkingen. Om deze reden zal in het proces van de maandrapportages extra aandacht gegeven worden aan signaleren van afwijkingen. •

Begrotingsafwijkingen.

De totale lasten komen uit op € 32,55 miljoen De geraamde lasten van de begroting 2024 lagen op € 30,57 miljoen. De realisatie komt daarmee € 1,98 miljoen hoger uit dan de raming. De overschrijding van de lasten bestaat uit de volgende onderdelen: 1.

€ 1,66 miljoen is toegevoegd aan de reserves. Beide toevoegingen zijn binnen de besluitvorming van het algemeen bestuur uitgevoerd en zijn om die reden dan ook niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen in paragraaf 3.9. In 2024 heeft er ook een storting plaatsgevonden van € 1,4 miljoen, in lijn met de besluitvorming bij de Jaarstukken 2023. Per 1 januari 2024 zijn er gelden gestort in de nieuwe Bestemmingsreserve ISV middelen. De tegenhanger van deze post is te vinden in het programma Algemene dekkingsmiddelen, daar valt ditzelfde bedrag in de exploitatie vrij. Voor wat betreft een andere storting in de bestemmingsreserve Nazorg omgevingswet, is in de bestuursrapportage van 2023 besloten om eventuele restant middelen hier in te storten. Dit betreft € 219.869, wat voor een overschrijding zorgt binnen dit programma.

2.

€ 0,56 miljoen overschrijding op de kosten overhead. Deze overschrijding is toegelicht op het programma overhead en wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door kosten gemaakt t.b.v. het project “Fitte organisatie”. Daar tegenover staat een onttrekking uit de reserve fitte organisatie, waardoor het gerealiseerde resultaat van dit programma uitkomt op een voordeel van € 87.696 . In de

Jaarstukken 2024 40

-

bestuursrapportage was al rekening gehouden met de inzet van de reserve om de kosten te dekken t.b.v. Fitte organisatie.

Bovenstaande begrotingsafwijkingen worden in de jaarstukken aan het algemeen bestuur gemeld. Melding hiervan in dit stuk, wordt als tijdig gezien zoals afgestemd in onze financiële verordening art 12, lid 4 en lid 5 en zijn daarmee acceptabel. 2.11.5 Openbaarheidsparagraaf In de Wet open overheid (Woo) is bepaald dat in de jaarlijkse begroting aandacht besteed moet worden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet. Daarnaast moet in de jaarlijkse verantwoording verslag van de uitvoering ervan gedaan worden, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. In het eerste kwartaal van 2023 heeft de ODZOB zich gebogen over de vraag hoe de wettelijke taak- en bevoegdheidsverdeling eruit ziet tussen een gemeenschappelijke regeling en haar deelnemers bij het afdoen van Woo-verzoeken, met betrekking tot informatie die in mandaat (van deelnemers) is opgesteld. De kernvraag die hierbij op tafel lag was: heeft de ODZOB mede tot taak om namens zijn deelnemers te beslissen op Woo-verzoeken aangaande VTH-informatie? In samenspraak met een gespecialiseerd extern adviesbureau is hierbij, door het dagelijks bestuur, geconcludeerd dat: ‘De verantwoordelijk deelnemer (van de ODZOB) dient op dergelijke Woo-verzoeken te besluiten, ongeacht of dit verzoek is ingediend bij de verantwoordelijke deelnemer of de ODZOB en ongeacht of de informatie in mandaat is vervaardigd door de ODZOB.

De ODZOB kan uitsluitend op Wooverzoeken besluiten indien daartoe een specifiek mandaat is verleend door de desbetreffende deelnemer(s). Ook in geval van verstrekt mandaat zal een besluit op een Woo-verzoek in naam van de desbetreffende deelnemer zijn’. Bovenstaande conclusies zijn zowel in het ambtelijke regionale overleg (GPO) als op individuele basis tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (zijnde de ODZOB) aan de orde gesteld. 2.11.6 Verbonden partijen Verbonden partijen

* bedragen x 1 €

Stichting en verenigingen

vestigingsplaats

openbaar belang

Eigen vermogen 31-12-23

Vreemd vermogen 31-12023

Resultaat 2023

Eigen vermogen 31-12-24

Vreemd vermogen 31-12-24

Resultaat 2024

Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost-Brabant

Oirschot

n.v.t.

358.695

1.937.315

943.507

600.123

1.831.769

1.343.604

Bizob Openbaar belang: Bizob zet zich in voor ruim 35 gemeenten en publieke organisaties als strategisch partner voor inkoop en aanbestedingen. In nauwe samenwerking met de ODZOB regelt Bizob inkoop, aanbestedingen, contractmanagement en contractbeheer voor het sociaal domein, openbare ruimte, bedrijfsvoering en ICT. Het doel is het behalen van voordeel voor alle bij Bizob aangesloten organisaties. De inkoopsamenwerking gaat verder dan het bundelen van inkoopvolumes. Door samenwerking wordt kennis opgebouwd van producten, markten en bedrijven, waardoor transactiekosten en inkooprisico’s verminderen en de professionaliteit van de inkoopfunctie toeneemt. Bestuurlijk belang: Bizob is een stichting en wordt aangestuurd door de gemeenten en aangesloten organisaties. Het bestuur wordt gevormd door een afvaardiging van twee bestuurders per regio. De zittingsduur voor bestuurders is vier jaar. De voorzitter van het bestuur is een burgemeester en heeft een Jaarstukken 2024 41

-

zittingsduur van zes jaar. Daarnaast worden twee secretarissen toegevoegd aan het bestuur. Tevens neemt vanuit elke aangesloten gemeente één bestuurder deel in de Vergadering van Aangeslotenen. Financieel belang: Het financiële belang van de ODZOB bestaat uit een afnameverplichting van een aantal dagdelen waarvoor de ODZOB een financiële vergoeding dient te verstrekken. Deze afname kan jaarlijks maximaal met 15% verlaagd worden. Als het bestuur van BIZOB voorziet dat niet aan de opeisbare verplichtingen voldaan kan worden, zal het bestuur een plan opstellen en presenteren aan de vergadering van aangeslotenen. Bij een tekort kan het bestuur besluiten de dagvergoeding met terugwerkende kracht te verhogen. De ODZOB neemt op jaarbasis 126 dagen af van de stichting. Betaling gebeurt tegen een door het bestuur vooraf gecalculeerd tarief. In 2024 stond hier een vergoeding van bijna € 100.000 tegenover. Risico: De aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor eventueel exploitatie tekorten.

Jaarstukken 2024 42

-

3

Jaarrekening

3.1

Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) daarvoor aan provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen geeft en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op 19 december 2024 de uitgangspunten voor het financiële beleid en de regels voor het financiële beheer zijn vastgelegd. De waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Tenzij anders is vermeld worden de activa gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden het jaareinde van het begrotingsjaar worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.

De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling. Stelselwijziging Bij de ODZOB is sprake geweest van een wijziging van de vrij te kiezen waarderingsgrondslagen. Het algemeen bestuur heeft op 12 oktober 2023 besloten om de Nota “Investeren, waarderen en afschrijven te vast te stellen. Hierin zijn de volgende wijzigen, ingaande op 1 januari 2024 opgenomen: -

uitgangspunt van de afschrijvingsmethode is lineaire afschrijving, echter in de gevallen dat er sprake is van een noodzakelijke match tussen baten en lasten en het van belang wordt geachte de lasten gedurende de looptijd gelijk te houden, kan ook annuïtair worden afgeschreven;

-

de start van afschrijven begint op 1 januari volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed is verworven;

-

de afschrijvingstabel is uitgebreid met twee balanscategorieën en investeringen in hardware worden verantwoord onder de overige materiële vaste activa in plaats van onder machines, apparaten en installaties.;

-

wanneer de afschrijvingstabel niet voorziet in een bepaalde activasoort kan het algemeen bestuur een besluit nemen over de te hanteren afschrijvingstermijn.

De bestaande (rest)boekwaarden zijn niet herrekend, maar worden over de langere verwachte gebruiksperiode afgeschreven. Grondslagen voor waardering Vaste Activa De activa zijn onder te verdelen in immateriële, materiële en financiële vaste activa. De ODZOB beschikt enkel over materiële vaste activa. Materiële vaste Activa

Jaarstukken 2024 43

-

De materiele vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de geschatte economische levensduur, tenzij er sprake is van een noodzakelijke match tussen baten en lasten en het van belang wordt geachte de lasten gedurende de looptijd gelijk te houden, in dat geval kan ook annuïtair worden afgeschreven We starten met afschrijven op 1 januari volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt. Hierbij gelden de volgende termijnen: Omschrijving 1 Immateriële vaste activa Kosten onderzoek en ontwikkeling Kosten sluiten van geldleningen 2 Materiële vaste activa a Gronden en terreinen b Woonruimten c Bedrijfsgebouwen Bedrijfsgebouwen (aanpassingen huurpanden) d Grond – weg- en waterbouwkundige werken e Vervoermiddelen Vervoermiddelen f Machines, apparaten en installaties Apparaten (geluidsmeters, meetapparatuur) g Overige materiële vaste activa Inventaris Hardware Software 3 Financiële vaste activa Financiële vaste activa Bijdrage in activa van derden

Afschrijving Max. 5 jaar (max. termijn BBV) Looptijd lening Geen afschrijving N.v.t. 10 jaar (tenzij het huurcontract opgezegd is, dan geldt een maximum van de resterende looptijd van het huurcontract) N.v.t. 5 5 5 4 4 Variabel Afhankelijk van actief

Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat in enig boekjaar ten laste gebracht van dit resultaat. Een activum dat buiten gebruik gesteld of afgestoten wordt, wordt afgewaardeerd indien de restwaarde lager is dan de resterende boekwaarde. Een eventuele verkoopopbrengst wordt aangewend ter dekking van de resterende boekwaarde. Vlottende activa Uitzettingen met een looptijd < 1 jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening wegens oninbaarheid aangebracht. Liquide middelen Jaarstukken 2024 44

-

De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vaste passiva Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het algemeen bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen, verliezen en risico’s per balansdatum die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Daarnaast worden voorzieningen gevormd voor kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits deze kosten hun oorsprong vinden in het (voorafgaand) begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van de lasten over de betreffende begrotingsjaren. Vaste schulden De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. De vaste schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen.

Vlottende passiva Kortlopende schulden Hieronder worden onderhanden werk, te betalen aan openbare lichamen en overige schulden verantwoord. De waarderingsgrondslagen voor onderhanden werk zijn bij de activa weergegeven. De overige posten worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheid rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat - De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; - De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 28 oktober 2024 door het algemeen bestuur is vastgesteld; • Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten,

Jaarstukken 2024 45

-

onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. • Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. - De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: • Een verantwoordingsgrens van 1 % (zijnde € 325.505) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; • Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen. Normenkader Het normenkader voor de rechtmatigheidsverantwoording betreft de jaarlijkse inventarisatie van de voor de verantwoording relevante regelgeving. De inventarisatie van regelgeving bestaat uit externe- en interne regelgeving die bepalingen bevatten over financiële beheershandelingen.

Het algemeen bestuur heeft op 28 oktober 2024 het controleprotocol met normenkader van de relevante wet- en regelgeving voor de ODZOB vastgesteld. In onderstaand overzicht is de voor de ODZOB relevante algemene externe regelgeving en interne regelgeving opgenomen: Externe regelingen: •

Grondwet;

•

Burgerlijk Wetboek;

•

Algemene wet bestuursrecht (AWB);

•

Wet gemeenschappelijke regelingen;

•

Gemeentewet;

•

Provinciewet;

•

Besluit begroting en verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV);

•

Fiscale wetgeving;

•

Wet financiering decentrale overheden (Fido);

•

Europese aanbestedingsrichtlijnen;

•

Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado);

•

Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (Bibob);

•

Ambtenarenwet;

•

Sociale verzekeringswetten;

•

Arbeidsomstandighedenwet;

•

Cao SGO (samenwerkende gemeentelijke organisaties);

•

Individueel keuze budget (IKB);

•

Wet milieubeheer;

•

Wet bodembescherming;

•

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);

•

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Wnt);

•

Wet open overheid (Woo);

Jaarstukken 2024 46

-

•

Kadernota rechtmatigheid 2023 (Commissie BBV);

•

Wet op de omzetbelasting;

•

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra)

•

Wet Markt en Overheid;

•

Algemene Verordening Gegevensbescherming;

•

Wet Modernisering Vpb-plicht voor overheidsondernemingen;

•

Pensioenwetgeving;

•

Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden;

•

Wet Houdbare overheidsfinanciën (Hof);

•

Aanbestedingswet;

•

Single Information Single Audit (Sisa) protocol;

•

Specifieke Uitkering ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht;

•

Specifieke Uitkering uitvoering interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel;

•

Wet versterking decentrale rekenkamers;

•

Overige in de Gemeenschappelijke Regeling en de jaarprogramma’s voor deelnemers opgenomen wetten en verordeningen waarvan de uitvoering is opgedragen aan de ODZOB.

Interne Regelingen en kaders: •

Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024;

•

Meerjarenvisie ODZOB 2023-2027;

•

Financiële verordening Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024;

•

Gewijzigde Controleverordening Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2023;

•

Treasurystatuut Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2023;

•

Begroting 2024;

•

Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement ODZOB 2023;

•

Nota Reserves en voorzieningen ODOZB 2023;

•

Actualisatie beleidsnotitie kaders P&C-documenten 4GR 2022;

•

Sociaal Beleidskader (SBK);

•

Consignatieregeling 2020;

•

Werktijdenregeling ODZOB 2020;

•

Integriteitsbeleid 2020;

•

Privacy beleid 2019;

•

Mandaatregeling;

•

Thuiswerkfaciliteitenregeling 2021;

•

Thuiswerkbeleid ODZOB 2022;

•

Veiligheidsreglement ODZOB 2022;

•

Werkkostenregeling ODZOB 2024.

Opmerking: Interne regelgeving betreffende het eigen inkoopbeleid behoort niet tot het normenkader.

Jaarstukken 2024 47

-

3.2

Balans per 31 december 2024

De in de onderstaande balans opgenomen bedragen zijn vóór resultaatsbestemming.

Jaarstukken 2024 48

Balans

* bedragen x 1 € ACTIVA

Ultimo 2024

Ultimo 2023

PASSIVA

Vaste activa

Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

895.045 895.045

545.150 545.150

895.045

545.150

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Te vorderen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Liquide middelen Banksaldi

Overlopende activa

Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Resultaat boekjaar voor bestemming

4.182.954 1.500.000 2.160.637 522.317

2.480.854 1.200.000 748.798 532.056

168.294 42.070 126.224 0

314.737 43.174 158.951 112.612

Totaal vaste financieringsmiddelen

4.351.248

2.795.590

Vlottende passiva 7.999.502

7.260.359

2.886.908

1.856.349

5.112.595

5.386.136

0

17.874

251.560 251.560

252.072 252.072

332.296

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Overige schulden

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

2.173.262

510.443

2.173.262

510.443

2.953.893

6.980.594

414.340

1.724.544

400.763

960.748

2.138.790

4.295.302

2.229.047 De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, uitgesplitst naar: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen

De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

Ultimo 2023

Vaste passiva

Voorzieningen Spaarverlof Bovenmatig verlofsaldo Transitievergoedingen Totaal vaste activa

Ultimo 2024

89

1.817.595

332.207

411.451

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

Totaal vlottende activa

8.583.359

9.741.478

Totaal vlottende passiva

5.127.155

7.491.037

TOTAAL ACTIVA Jaarstukken 2024

9.478.403

10.286.628

TOTAAL PASSIVA

9.478.403

10.286.628

49

-

3.3

Toelichting op de balans

ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa De ODZOB kent uitsluitend materiële vaste activa met een economisch nut. Onderstaand overzicht toont de samenstelling van deze materiële vaste activa en het bijbehorende verloop over het afgelopen boekjaar.

Staat van materiële vaste activa Omschrijving

* bedragen x € 1 Boekwaarde Boekwaarde Investering Afschrijving per per en en 1-1-2024 31-12-2024

Bedrijfsgebouwen

170.484

82.590

-85.242

167.832

Machines, apparaten en installaties

49.020

36.783

-15.166

70.637

Inventaris

6.907

2.227

-1.787

7.346

Hardware

318.739

445.877

-115.386

649.230

Totaal

545.150

567.477

-217.582

895.045

De in de bovenstaande tabel getoonde investeringen zijn in onderstaande tabel afgezet tegen het beschikbare budget:

Investeringen Omschrijving

* bedragen x € 1 Restant krediet 2023

Begroting 2024

Bijstelling Berap 2024

Investeringe n 2024

Restant krediet 2024

Bedrijfsgebouwen

-

-

84.000

82.590

1.410

Machines, apparaten en installaties

-

31.915

-

36.783

-4.868

Inventaris

-

10.000

-

2.227

7.773

Hardware

213.714

227.500

-

445.877

-4.663

Totaal investeringen

213.714

269.415

567.477

-348

84.000

De in 2024 gerealiseerde investeringen (ter waarde van €567.477) overschrijden minimaal het beschikbare, deels doorgeschoven en deels in de Bestuursrapportage 2024 aangevraagde, krediet van € 567.129. De investering in bedrijfsgebouwen betreft de nieuwe toegangscontrole, closed-circuit television (CCTV) (€ 44.000) en vervangen Tl-verlichting door Ledlampen (€ 38.000). De investeringen getoond onder machines, apparaten en installaties bestaan o.a. uit de aanschaf van geluidmeters (€ 37.000), laptops (€ 284.000), adoptie/ondersteuning moderne werkplek (€ 58.000), monitoren (€ 43.000), vervanging wifi-infrastructuur (€ 38.000) en telefoons (€ 23.000). De overige investeringen waren minimaal.

Jaarstukken 2024 50

-

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De volgende posten zijn op de balans opgenomen: * bedragen x 1 € Omschrijving

Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatksit met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Totaal uitzettingen

-

Ultimo 2024

Ultimo 2023

2.886.908 5.112.595 0 7.999.502

1.856.349 5.386.136 17.874 7.260.359

Vorderingen op openbare lichamen:

De post vorderingen op openbare lichamen heeft het grootste deel betrekking op de deelnemers van de ODZOB. Het betreft voornamelijk de facturen inzake uitvoering van basis- en verzoektaken. Het overige deel van de vorderingen heeft betrekking op niet-deelnemende organisaties. De vorderingen zijn relatief jong. Op balansdatum is 95% van de vorderingen jonger dan 30 dagen. Twee vorderingen waren ouder dan 6 maanden. De ODZOB werkt met voorschotfacturatie voor de werkprogramma’s. Na afloop van het jaar worden de eindafrekeningen opgesteld en verzonden. Volgens de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) neemt de opdrachtgever binnen zes weken na ontvangst van zijn eindafrekening een beslissing over de acceptatie hiervan. Daarnaast is er een post voor nog te ontvangen omzetbelasting opgenomen. Dit betreft de afdracht omzetbelasting 4e kwartaal 2024. Dit geldt eveneens voor de nog te ontvangen rente over het 4e kwartaal 2024 wegens het schatkistbankieren. -

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De post uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar betreft het aanhouden van liquide middelen bij het Rijk in het kader van schatkistbankieren; overtollige middelen worden in de vorm van een rekening-courant bij het Rijk ondergebracht. De volgende tabel geeft inzicht in de mate waarin de ODZOB de drempelbedragen (maximumbedrag dat niet afgestort hoeft te worden bij het Rijk in het kader van schatkistbankieren) gebruikt heeft. Aangezien het banksaldo op een vast tijdstip automatisch afgeroomd wordt en er na dit tijdstip nog betalingen binnen kunnen komen, is het mogelijk dat het drempelbedrag in incidentele gevallen overschreden wordt. Dit is in 2024 niet voorgekomen.

Jaarstukken 2024 51

-

Benutting drempelbedrag schatkistbankieren

* bedragen x 1.000 €

(1)

Drempelbedrag

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

1.000 Kwartaal 1

(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag (4a) Begrotingstotaal verslagjaar

250

250

250

750 0 Verslagjaar 30.570

750 0

750 0

750 0

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

22.769

22.750

23.000

23.000

91

91

92

92

250

250

250

250

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

30.570

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

0

-

1.000

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

(2) - (5a) / (5b)

1.000 Kwartaal 4

250

(4b)

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van Drempelbedrag €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist (5a) aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15869000/1