R - 9 Bijlage reactienota-Voornemen-en-Participatieplan-Maasbracht-Eindhoven
Tekst van het document
Gedurende de verkenningsfase zullen wij met ambtenaren en bestuurders afstemmen over conceptversies van belangrijke documenten en belangrijke stappen in de procedure. De tracés en inpassingsvraagstukken komen terug in de Notitie Onderzoeksalternatieven (NOA). Er zullen over de NOA werksessies gehouden worden met de betrokken lokale en regionale overheden, regionale netbeheerders en overkoepelende belangengroepen. In deze werksessies zal
38
informatie opgehaald worden over aandachtspunten en belangen van partijen in het zoekgebied, gebiedswaarden en nieuwe ontwikkelingen in het zoekgebied en kansen en mogelijke problemen voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding. Op grote delen van Nederland zitten meerdere ruimteclaims, waardoor functies niet meer naast elkaar kunnen bestaan, maar juist óp elkaar stapelen. Ontwikkelingen kunnen daardoor niet langer ad-hoc worden ingepast, maar vragen om een aanpak waarbij opgaven in samenhang worden uitgewerkt, in samenwerking met alle betrokken partijen. Ontwikkelingen vragen naast een integrale ontwerpbenadering ook om samenwerking met betrokken omgevingspartijen. Vanuit het oogpunt ruimtelijke kwaliteit kijken we daarom met een brede blik naar de opgaven en kansen in het gebied. Door ook de omgeving te betrekken bij het onderzoek versterken we de betrokkenheid en begrip van het project bij de partijen. Zo zorgen we voor een gedeeld beeld van kwaliteiten, kansen en knelpunten en bieden we ruimte voor meerwaarde-creatie. Natuurwaarden Aantasting van natuurwaarden wordt zo veel mogelijk voorkomen of gecompenseerd. Of er sprake zal zijn van aantasting van natuur en in welke mate, is een van de aspecten die onderzocht gaat worden in de volgende fase, de ontwikkeling van onderzoeksalternatieven en vervolgens de beoordeling op milieueffecten in het plan-mer. 76
202406258
Reactie (notities 1, 3, 4, 7, 8)
Antwoord
De indieners beklagen zich over de opzet en invulling van de informatiebijeenkomst op 30 oktober in Brachterbeek. De indieners voelen zich niet serieus genomen en concluderen dat de uitgangspunten weinig ruimte bieden voor participatie in dit project. Ook is de indruk ontstaan dat de aanwezige voorlichters het aan expertise ontbreekt of de opdracht hebben gekregen vragen te ontwijken en aanwezigen koste wat het kost te overtuigen. De indieners vragen zich af of er voldoende aandacht en moeite is gestoken in het in kaart brengen van belangen en bezwaren van bewoners. De verwachting wordt uitgesproken dat de participatie op een andere manier wordt vormgegeven die in lijn is met de uitgangspunten uit het Participatieplan en principes van de Omgevingswet. Er wordt een suggestie voor plenaire bijeenkomsten gedaan. Met de publicatie van het Voornemen en Participatieplan (V&P) is het project en ook de participatie gestart. Op dit moment zijn dus ook nog niet alle belangen voldoende in beeld, omdat het project pas recent gestart is. De reacties geven aanleiding om de participatieactiviteiten in Brachterbeek aan te vullen. Brachterbeek ligt naast het 380 kV-station Maasbracht. Dit is nu al een groot energieknooppunt van bovengrondse hoogspanningsverbindingen en de Clauscentrale. Bovendien zijn hier al diverse netuitbreidingen in voorbereiding of uitvoering.
De participatieaanpak moet beter op deze lokale situatie worden afgestemd. Eerdere reacties van bewoners en de gemeente Maasgouw bij andere energieprojecten waren al aanleiding om een webinar te organiseren met een plenaire toelichting door het ministerie van KGG en TenneT. In een webinar is ook ruimte voor centrale behandeling van vragen. Tegelijkertijd blijven we in het hele projectgebied inloopbijeenkomsten organiseren tijdens de ter inzagelegging van formele documenten. Inloopbijeenkomsten zijn geschikter om op concrete situaties in te gaan en stellen ons in staat veel meer vragen te beantwoorden dan in een plenaire bijeenkomst. In Brachterbeek zoeken TenneT en KGG intensiever het contact op met het Platform Bezorgde Burgers Brachterbeek. We realiseren ons dat door de kernmerken van dit project de participatieruimte op voorhand al beperkt is. Zeker op een plek waar de hoogspanningsverbinding wordt aangesloten op het 380 kV-station Maasbracht (en Eindhoven) zijn de mogelijkheden beperkt. Ter hoogte
39
van Brachterbeek zijn grofweg nog zeker twee oplossingsrichtingen in beeld, zoals in 5.1, 6.1 en 7.1 van de Notitie Onderzoeksalternatieven (NOA) is omschreven. Het onderzoek en de participatie in de volgende fase is erop gericht om deze oplossingsrichtingen verder uit te werken en de overlast en effecten van het project zoveel als redelijkerwijs mogelijk te beperken. De opstellers van het V&P zijn ook als voorlichters aanwezig geweest op de avonden. Er is bij alle betrokken voorlichters begrip voor de zorgen van omwonenden. Bij dergelijke grote projecten zijn uiteenlopende expertises betrokken. Het kan dus zijn dat per voorlichter de diepgang van de antwoorden per vraag kan verschillen of zelfs onvoldoende beantwoord kan worden door aanwezige voorlichters. Dat kan aanleiding zijn om later op de vraag terug te komen of bijvoorbeeld in deze reactienota dieper in te gaan op de vraag. Reactie (notities 1, 2, 3, 4, 6, 9.7, 9.9, 9.11, 9.12)
Antwoord
De indieners vragen zich af waarom gedeeltelijke ondergrondse aanleg niet mogelijk is. Dit terwijl er op andere plekken in Nederland wel 380 kV-hoogspanningsverbindingen gedeeltelijk onder de grond zijn gelegd en de 380 kV-verbindingen tussen de converters van wind op zee naar het hoogspanningsstation ook ondergronds worden aangelegd. Indieners komen met een aantal voorstellen voor de hoogspanningslijnen rondom station Maasbracht: a. Volgens indieners ligt een kruising met de bestaande bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding naar Eindhoven voor de hand. De oplossing die wordt aangedragen is om de eerste 1000 meter ondergronds te brengen. Hiermee wordt een bovengrondse kruising vermeden en wordt de kern van Brachterbeek ontlast. Volgens indieners gaat het argument over te lange reparatietijd dan niet op omdat er voor een kort stuk ondergronds geen mofverbinding nodig is. b. Het verkabelen wordt ook voorgesteld voor de andere bovengrondse hoogspanningslijnen in het gebied inclusief eventuele extra reserveverbindingen om storingen en uitbreidingen op te vangen. c. Gebruik te maken van het oppervlaktewater in Maasbracht om de ondergrondse hoogspanningskabels te koelen met een ringleiding.
Bovengrondse aanleg van 380 kV Belangrijkste redenen voor bovengrondse aanleg is dat ondergronds aanbrengen van deze hoogspanningsverbindingen leidt tot een lagere transportcapaciteit en tot verhoogde risico’s met betrekking tot elektrotechnisch gedrag. De kans op storingen is circa tien keer hoger dan bovengronds. Omdat de hoogspanningsverbinding is verbonden met het (inter)nationale en regionale elektriciteitsnet beperkt dat de stabiliteit van het gehele elektriciteitsnet. Daarnaast is de reparatietijd van een ondergrondse 380 kV-verbinding (48 uur tot 20 dagen) ten opzichte van een bovengrondse 380 kV-verbinding (8 tot 48 uur) significant langer. Deze risico’s verhogen de kans op langdurige storingen die vanwege de (inter)nationale functie van het 380 kV-netwerk verregaande gevolgen kunnen hebben voor de leveringszekerheid van elektriciteit. Kabels van wind op zee De 380 kV-verbinding van een converter (die elektriciteit van wind op zee omzet van gelijkstroom naar wisselstroom) naar een 380 kVhoogspanningsstation maakt geen onderdeel uit van het landelijke transportnetwerk. Indien deze hoogspanningsverbinding uitvalt heeft dat geen gevolgen voor de stabiliteit van het gehele elektriciteitsnet. Daarom is ondergrondse aanleg van deze verbinding wel aanvaardbaar.
Aansluiting op Maasbracht Een bovengrondse aansluiting op het station Maasbracht lijkt in deze fase van het project haalbaar. Hierbij wordt uitgegaan van een toekomstige situatie waarbij beide 380 kV-verbindingen naar Eindhoven niet dichterbij Brachterbeek komen te liggen of elkaar hoeven te kruisen.
40
Het klopt dat over een lengte van 1 km verkabeling geen mof-verbinding hoeft te worden aangebracht. Warmte-ontwikkeling is een bekend probleem bij ondergrondse verbindingen en vergroot de storingsgevoeligheid. Ook is er ook sprake van relatief forse storingsgevoeligheid op de componenten die aanvullend dienen te worden toegepast bij ondergrondse verbindingen Andere componenten die in het geval van (delen) verkabeling dienen te worden gerealiseerd, zijn echter gevoeliger voor storingen. Dit betreft bijvoorbeeld de kabeleindsluiting (ook wel opstijgpunt genoemd) die zorgt voor de overgang van een kabelverbinding naar een bovengrondse geleider. Deze kabeleindsluitingen kennen een relatief hoge mate van storingsgevoeligheid waarbij de hersteltijd gemiddeld 2 tot 3 weken in beslag neemt (ter vergelijking: de hersteltijd bij storingen in een bovengrondse verbinding bedraagt veelal 8 tot 48 uur en loopt in enkele gevallen op tot 24 uur). Voor het inrichten van een 380 kV-opstijgpunt is overigens een oppervlakte van circa 3.000 m2 nodig welke een sterk industrieel karakter kent. Een kort deel verkabelen zoals de 1000 meter die wordt geopperd, kent op zichzelf ook risico's. Deze risico's hangen samen met de (on)mogelijkheid van het uitdempen van overspanningen, dat bijv door blikseminslag kan worden veroorzaakt.
Omdat ondergrondse kabels extra elektrische verliezen veroorzaken (blindvermogen), dienen hiervoor compensatiemaatregelen te worden getroffen. Dit vereist plaatsing van compensatiespoelen op hoogspanningsstations. Deze extra componenten brengen op zichzelf ook weer risico's op storingen met zich mee. Tevens produceren de compensatiespoelen geluid wat een extra belasting op de omgeving kan betekenen. Reactie (notities 1, 5) Antwoord
De indieners vragen in hoeverre rekening wordt gehouden met de leefomgeving en leefkwaliteit in Brachterbeek en in hoeverre een stapeling van effecten wordt onderzocht.
Reactie (notitie 9.1) Antwoord
De indieners vragen zich af waarom het ministerie in 2019 diverse bovengrondse hoogspanningsverbindingen in woonwijken heeft aangewezen om te verkabelen, terwijl bijvoorbeeld in dit project voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding wordt gekozen.
In de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (c-NRD) staat de onderzoeksopzet omschreven. Effecten worden vergeleken met bestaande situatie (referentiesituatie). In hoofdstuk 5 van de c-NRD zijn de onderzoeksthema’s omschreven. Thema’s die relateren aan leefomgeving en leefkwaliteit zijn bijvoorbeeld geluid, luchtkwaliteit en landschap. Dit wordt vervolgens opgenomen in een integrale effectanalyse waarin de samenhang van effecten duidelijk wordt. Ook kan daaruit blijken dat er maatregelen nodig zijn om de effecten te mitigeren (beperken) of compenseren.
Met de verkabelingsregeling (opgenomen in artikel 22a van de Elektriciteitswet) is tegemoetgekomen aan een maatschappelijke wens om bewoners te ontlasten van hoogspanningsverbindingen. Ook komt er grond vrij wat kansen biedt voor woningbouw, recreatie en openbaar groen. De hoogspanningsverbindingen die in 2019 zijn aangewezen door het Rijk betreffen 110/150 kV-hoogspanningsverbindingen. Ondergrondse aanleg van 110/150 kV-verbindingen stuit op substantieel minder technische en net-strategische bezwaren dan ondergrondse aanleg van 220/380 kV-verbindingen. Wel zijn woningen direct onder de geleiders van 220/380 (en 110/150) kV in aanmerking gekomen voor uitkoop.
41
Reactie Antwoord (notitie 9.2)
Reactie (notitie 9.3) Antwoord
Reactie (notitie 9.4 en 9.5) Antwoord
Reactie (notitie 9.6 en 9.13) Antwoord
De indieners stellen dat een versmalde magneetveldzone door het toepassen van klokgetaloptimalisatie teniet wordt gedaan door de magneetveldzone en vragen zich af of woningen die daardoor in de magneetveldzone komen te liggen beroep kunnen doen op compensatie van waardevermindering van hun woning. Het is mogelijk dat door het projectbesluit voor een nieuwe hoogspanningsverbinding een woning in de buurt van de nieuwe hoogspanningslijn minder waard wordt. In beginsel komt deze waardedaling in aanmerking voor de zogeheten nadeelcompensatieregeling. Eventuele compensatie van waardedaling zal bepaald worden aan de hand van de nadeelcompensatieregelingen die van toepassing zijn. Dit zal gebeuren zodra er meer duidelijkheid is over de definitieve voorkeur van het tracé. Ook binnen de magneetveldzone kan men veilig wonen. Het effect van klokgetaloptimalisatie kan inderdaad bij twee parallelle hoogspanningsverbindingen wel iets minder worden, maar zal niet geheel teniet worden gedaan. In de handreiking 5.0 van het RIVM is gekozen voor vereenvoudiging van de rekenmethodiek omdat in de berekening dermate veel aannames zitten dat met weinig zekerheid de daadwerkelijke begrenzing van de magneetveldzone is te bepalen. Door bronmaatregelen toe te passen aan zowel de bestaande als de nieuwe hoogspanningsverbinding wordt aan het voorzorgbeleid voldaan.
De indieners verzoeken de transportwaarden van de 380 kV-verbindingen vanaf Maasbracht. Actuele realtime belastingsgegevens zoals uurwaarden worden door TenneT niet gedeeld omdat dit gevoelige informatie betreft, die bijvoorbeeld voor commerciële doeleinden gebruikt kunnen worden. TenneT deelt wel ontwerpgegevens van de verbinding met gemeenten en de Gezondheidsdienst. Burgers kunnen daar een bevestiging opvragen dat de langjarige gemiddelden onder de 30% (380 kV-lijnen) of 50% (150 kV-lijnen) van de maximale transportcapaciteit blijft. Berekeningen op basis van ontwerpgegevens kunnen alleen uitgevoerd worden door gespecialiseerde bureaus die aangewezen en vermeld staan op een lijst van de RIVM. Deze bureaus hanteren bij de berekeningen de handreiking van de RIVM. De lijst met bureaus kan bij het RIVM worden opgevraagd. De indieners vragen of TenneT kan garanderen dat er geen hoogspanningslijnen op gebouwen vallen. Ook vragen de indieners hoe en of spoedklussen aan gebouwen in de belemmerende strook van de hoogspanningsverbinding kunnen worden uitgevoerd. Veiligheid heeft de allerhoogste prioriteit bij TenneT. Calamiteiten kunnen echter nooit voor 100% worden uitgesloten. Om de veiligheid van u te borgen worden afspraken gemaakt met de eigenaren van woningen en bedrijven waar hoogspanningsverbindingen overheen lopen.
Meer informatie over deze afspraken kunt u lezen in de online brochure: https://tennet-drupal.s3.eu-central1.amazonaws.com/default/2024-08/Brochure%20Uw%20veiligheid_Bovengronds_JULI2024%20DEF.pdf De indieners verzoeken om meer toelichting over de schadeloosstelling voor eigenaren/gebruikers in de belemmerende strook van de hoogspanningsverbinding. Ook wordt gevraagd in welke fase deze rechthebbenden benaderd worden. De Omgevingswet bepaalt in hoofdstuk 15 dat schade als gevolg van een projectbesluit in aanmerking komt voor compensatie. Voor zover dit plaatsvindt op de grond van grondeigenaren en gebruikers betreft dit een volledige schadeloosstelling. Met andere woorden; grondeigenaren en gebruikers moeten voor en na de bouw van de hoogspanningsverbinding in een gelijkwaardige inkomens- en vermogenspositie verkeren. Dit is geen vast percentage van de WOZ-waarde van een woning, maar op basis van deskundigentaxaties. TenneT benadert grondeigenaren en gebruikers vanaf het moment dat duidelijk is waar de hoogspanningsverbinding ongeveer komt te liggen. Dit wordt duidelijk als de ministers de voorkeursbeslissing nemen. Volgens planning is dat in 2027. Met grondeigenaren en
42
gebruikers sluit TenneT een zogeheten zakelijk recht overeenkomst af. Hierin worden afspraken gemaakt over de vergoedingen en het gebruik van de grond in de belemmerende strook rondom de hoogspanningsverbinding (circa 70 meter breed). Reactie (notitie 9.8) Antwoord
De indieners stellen dat de afhankelijkheid van hoogspanningsstation Maasbracht te groot wordt. De indieners stellen voor om als alternatief meerdere 380 kV-stations in Zuid-Nederland uit te breiden of nieuw te bouwen, zodat een nieuwe 380 kV-ring ontstaat. Ook wordt voorgesteld om via Van Eyck (België) of rechtstreeks naar Graetheide de hoogspanningsverbinding aan te leggen in plaats van via Maasbracht. De realisatie van een extra 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven is de enige manier om het knelpunt op te lossen. De nut en noodzaak van de netuitbreiding tussen Maasbracht-Eindhoven is meerledig en is niet alleen maar bedoeld voor de stroomvoorziening van Chemelot. Een uitgebreide analyse is ook terug te lezen in: https://tennet-drupal.s3.eu-central1.amazonaws.com/default/2024-10/Eindrapportage%20Brede%20onderbouwing%203e%20en%204e%20circuit%20EHV-MBT380.pdf Een rechtstreekse hoogspanningsverbinding van Eindhoven naar Graetheide is onderzocht maar lost het knelpunt niet helemaal op. Op bepaalde momenten zal er bijvoorbeeld stroom vanuit Duitsland, via Maasbracht, richting Eindhoven lopen. Een hoogspanningsverbinding van Eindhoven via Van Eyck naar Graetheide (interconnector) is zodoende ook geen oplossing voor het knelpunt.
Bovendien is een interconnector bedoeld om de Europese elektriciteitsmarkt te faciliteren en zo uitwisseling van (duurzame) elektriciteit mogelijk te maken tussen landen. Een interconnector kan niet gebruikt worden om knelpunten op het binnenlandse hoogspanningsnet op te lossen en dus stroom om te lijden (zie artikel 8, eerste zin van de EU-verordering 2019/943). Er is vanuit de overheid veel aandacht voor de veiligheid van vitale infrastructuur. U kunt hier meer over lezen in het Themarapportage bedreiging vitale infrastructuur: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/07/31/themarapportage-bedreiging-vitaleinfrastructuur en de kamerbrief Versterkte aanpak bescherming vitale infrastructuur: Kamerbrief Versterkte aanpak vitale infrastructuur | Brief | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid
Reactie (notitie 9.10) Antwoord
De indieners verzoeken meer toelichting op het uitgangspunt dat de 380 kV-hoogspanningsverbinding niet gecombineerd kan worden met de bestaande en hoe het omvalcriterium zich verhoudt tot plekken waar deze mastenrijen dicht bij elkaar moeten staan of er andere hoge obstakels zijn. De bestaande hoogspanningsverbinding Maasbracht-Eindhoven bestaat uit 2 circuits. Het project ‘netuitbreiding Maasbracht-Eindhoven' voorziet in een 3e en 4e circuit. De 4 circuits kunnen niet in dezelfde mast worden gehangen omdat dit het risico op complete onderbreking van alle 4 circuits aanzienlijk vergroot en dit verregaande gevolgen heeft voor de landelijke leveringszekerheid van elektriciteit. Het uitgangspunt om voldoende afstand te houden tot de masten onderling is met name nodig om bij storingen of onderhoud eenvoudig veilig te kunnen werken aan de andere hoogspanningsverbinding. Maar in het VenP wordt ook gesproken over het omvalcriterium. Als een hoogspanningsmast omvalt schakelt deze zichzelf automatisch uit. Het omvallen van hoogspanningsmasten is in Nederland een uiterst zeldzaam verschijnsel omdat de hoogspanningsverbindingen zijn gebouwd voor extreme weersomstandigheden. Doordat het in vrijwel alle gevallen mogelijk is om voldoende afstand te houden is het maximale gedaan om te voorkomen dat de andere hoogspanningsverbinding wordt meegenomen in de val.
Er bestaat een uitzondering op het omvalcriterium. Dit kan zich voordoen bij de inlussing op een station waar de masten soms noodgedwongen dichter bij elkaar staan.
43
Waarop gedoeld wordt met hoge obstakels in de vraag is niet geheel duidelijk maar laten we een windmolen als voorbeeld nemen. Bij de tracering wordt rekening gehouden met dergelijke obstakels. Deze worden op voldoende afstand gepasseerd of in het uiterste geval wordt een windmolen verwijderd als er geen realistisch alternatief is. Reactie (notitie 9.14) Antwoord
De indieners stellen dat TenneT in een ander project ten onrechte heeft aangegeven dat elektronica moet voldoen aan de blootstellingslimiet van 100 microtesla en vragen om verduidelijking.
Reactie (notitie 9.15 en 9.16) Antwoord
De indieners vragen in hoeverre bekend is wat de blootstelling aan elektrische velden betreft op de bestaande hoogspanningsverbindingen in Brachterbeek en hoe wordt omgegaan met een eventuele overschrijding. Een deel van de indieners woont vlak bij de bestaande hoogspanningslijn en ervaren op diverse momenten het elektromagnetisch veld.
De aanbevolen blootstellingslimiet voor magnetische velden van elektronische apparaten in en om het huis is door de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) vastgesteld op 100 microtesla. Elektrische en elektronische apparaten moeten voldoen aan de Nederlandse en Europese regelgeving. De eisen die aan fabrikanten van deze apparatuur gesteld worden kunt u terugvinden op: https://ondernemersplein.overheid.nl/veiligheidseisen-elektrische-apparaten/#art:ce-markering-en-euconformiteitsverklaring. Dit geldt ook voor elektromagnetische beïnvloeding van deze apparaten door hoogspanningslijnen. Wanneer de apparatuur hieraan voldoet is er geen reden om aan te nemen dat er problemen ontstaan door beïnvloeding van elektronische apparatuur door de hoogspanningsleiding.
Als onderdeel van het technisch ontwerp van een nieuwe hoogspanningslijn of een opwaardering van een bestaande lijn wordt de sterkte van het elektrisch veld inzichtelijk gemaakt. Voor hoogspanningslijnen die gebouwd zijn na 1999 geldt daarbij een blootstellingslimiet van 5 kV/m (EU-richtlijn 1999/519/EG). Mocht er bij een bestaande hoogspanningslijn overschrijding optreden, wordt dit door TenneT per situatie opgelost. Vaak komt dit neer op het aarden van objecten die schokken kunnen veroorzaken door blootstelling aan elektrische velden. Het onderzoek naar langdurige blootstelling aan elektromagnetische velden bij het hoogspanningsnet heeft zich vrijwel uitsluitend gericht op de magneetvelden. Deze zijn onder de 100 microtesla niet merkbaar. Elektrische velden hebben meer oppervlakkige effecten zoals overeind staande haren. Wetenschappelijk onderzoek naar elektrische velden is schaars, maar de verwachting is dat elektrische velden bij langdurige blootstelling geen impact hebben op de gezondheid.
Onderzoek uit het Verenigd Koninkrijk (Electric field and air ion exposures near high voltage overhead power lines and adult cancers: a case study across England and Wales, Mireille B Toledano et al., International Journal of Epidemiology, 2020, i57-i66, doi: 10.1093/ije/dyz275) concludeert het volgende: “Our results do not provide evidence to support hypotheses that air ion density or electric fields in the vicinity of power lines are associated with cancer risk in adults.”
Reactie (9.17) Antwoord
De indieners vragen om de magneetveldsterktes direct onder de huidige hoogspanningsverbinding Maasbracht-Eindhoven bij transportwaardes van 30%, 70% en 100% na het opwaarderen van de hoogspanningsverbinding Alle 380 kV (en 220kV verbindingen) worden ontworpen op een jaargemiddelde capaciteitsbelasting van ca. 30%. Voor 380kV (en 220 kV) hoogspanningsverbindingen geldt het n-2 criterium. Dit betekent dat bij uitval van één circuit er 2 circuits/mogelijkheden als backup beschikbaar zijn voor onderhoud en calamiteiten. De handreiking die het RIVM heeft opgesteld voor de berekening van de magneetveldsterktes gaat mede daarom ook uit van een gemiddelde ontwerpbelasting van 30% van 380/220 kV verbindingen. Doordat
44
het gebruik van het hoogspanningsnet toeneemt kan het voorkomen dat een hoogspanningsverbinding incidenteel een hogere belasting heeft dan ca. 30%. Indien dat te vaak het geval is en de desbetreffende hoogspanningslijn uit de jaarlijkse netberekeningen van TenneT als knelpunt wordt vastgesteld, dan kan dat een aanleiding zijn voor TenneT om de desbetreffende hoogspanningslijn op te waarderen of een nieuwe hoogspanningsverbinding bij te bouwen. De handreiking van het RIVM schrijft voor om in de berekening uit te gaan van 30% van de ontwerpbelasting. De magneetveldenberekeningen die TenneT laat uitvoeren worden altijd in lijn met de handreiking van het RIVM uitgevoerd. Het staat u uiteraard te allen tijde vrij om berekeningen te laten uitvoeren op hypothetische ontwerpbelastingen van onze verbindingen. Wilt u hiervoor gebruik maken van onze ontwerpgegevens van de verbindingen, dan dient u hiervoor één van de bureaus te benaderen die door het RIVM zijn aangewezen voor het mogen uitvoeren van deze berekeningen. Het door u geselecteerde bureau kan vervolgens de benodigde ontwerpgegevens bij TenneT opvragen. Actuele realtime belastingsgegevens zoals uurwaarden kunnen door TenneT niet worden gedeeld in verband met de marktgevoeligheid van deze informatie. TenneT deelt wel ontwerpgegevens van de verbinding met gemeenten en de Gezondheidsdienst.
Burgers kunnen daar een bevestiging opvragen dat de langjarige gemiddelden onder de 30% (380 kV-lijnen) of 50% (150 kV-lijnen) van de maximale transportcapaciteit blijft. Berekeningen op basis van ontwerpgegevens kunnen alleen uitgevoerd worden door gespecialiseerde bureaus die aangewezen en vermeld staan op een lijst van de RIVM. Deze bureaus hanteren bij de berekeningen de handreiking van de RIVM. De lijst met bureaus kan bij het RIVM worden opgevraagd. Op de website van het RIVM is een voorbeeldberekening van de magneetveldsterktes binnen de magneetveldzone te raadplegen: Bovengrondse hoogspanningslijnen | RIVM 77
202406259
Reactie Antwoord
De indiener maakt zich zorgen over de verzwaring van de hoogspanningslijn Maasbracht - Dodewaard, mogelijke geluids- en knetteroverlast van de masten, en de onzekerheid over de uitbreiding van de infrastructuur. Ze stellen voor een nieuw station in de zuidwestkant van Eindhoven te bouwen en vragen zich af of een nieuwe (kern)centrale in Maasbracht gepland is. Verzwaring hoogspanningslijn Maasbracht-Dodewaard De verzwaring van de hoogspanningslijn Maasbracht-Dodewaard is een apart project en geen onderdeel van dit project. Bij deze verzwaring zullen de nieuwe geleiders niet meer geluid veroorzaken dan in de huidige situatie. Mogelijk zal het geluid zelfs verder afnemen door het toepassen van een ander type geleider. Omdat de verzwaring geen onderdeel uitmaakt van dit project wordt hier in deze reactienota nu niet verder op ingegaan. Communicatie over dat project volgt later, waarbij ook zal worden uitgelegd hoe u op dat project kunt reageren. Onderzoeksalternatieven netuitbreiding Maasbracht-Eindhoven De locatie van het hoogspanningstracé is nog niet vastgesteld. De concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (c-NRD) bevat alle te onderzoeken alternatieven. In de Notitie Onderzoeksalternatieven (NOA) zijn de alternatieven verder omschreven. Deze onderzoeken we dus in een volgende fase van de verkenning.
Bundeling met de bestaande 380 kV-verbinding tussen Maasbracht en Dodewaard is niet opgenomen. Dat betekent dat deze nieuwe verbinding niet dichtbij de bestaande verbinding Maasbracht-Dodewaard bij Beringe zal komen te staan. In hoofdstuk 7 van de NOA wordt omschreven waarom een bundeling met de bestaande 380 kV-verbinding naar Dodewaard als onhaalbaar wordt beschouwd.
45
Geluidsoverlast Geluidsoverlast kan bij vochtig weer voorkomen in de vorm van knetterend geluid. Dit is het zogeheten corona-effect. Het knetteren wordt veelal waargenomen bij 380 kV-verbindingen. Bij de realisatie van de bovengrondse hoogspanningslijn zal TenneT kunststof isolatoren toepassen met aan de mastzijde en aan de hoogspanningszijde coronaringen. Deze ringen beïnvloeden het elektrisch veld, waardoor het corona effect (geluid) verminderd wordt. Het aspect geluid(overlast) wordt in de volgende fase onderzocht, zowel voor de aanlegfase als beheerfase. Het betreft bijvoorbeeld windfluiten of coronageluid. Indien relevant worden bestaande effecten meegenomen in de berekening. Er worden passende maatregelen getroffen indien wettelijke geluidnormeringen worden overschreden. Nut en noodzaak De bestaande 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven kan vanaf 2030 onvoldoende elektriciteit vervoeren. Hierdoor wordt de bestaande netcongestie erger en kan deze niet meer met tijdelijke maatregelen verholpen worden. Om de netcongestie in Noord-Limburg en Oost Noord-Brabant te verminderen is een nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding nodig. Het aanleggen van een nieuw station zal deze netcongestie niet oplossen.
Meer informatie over de nut en noodzaak van deze nieuwe hoogspanningsverbinding vindt u onder ‘downloads’ op de pagina: https://www.tennet.eu/nl/projecten/provincies/limburg/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven Een kerncentrale is op dit moment niet voorzien in Limburg. Meer informatie over de nieuwbouw van kerncentrales vindt u op: https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/nieuwbouw-kerncentrales. Autonome ontwikkelingen, dat wil zeggen, ontwikkelingen die los van dit project staan, worden in de volgende fase van de procedure in kaart gebracht. De ontwikkelperspectieven van de Clauscentrale, maar ook de geschatte toename van elektriciteitsverbruik door elektrificatie vallen hieronder. Verder zijn raakvlakprojecten van TenneT in kaart gebracht in het Voornemen. 78
202406260
Reactie Antwoord
De indiener betwijfelt de veiligheid van hoogspanningslijnen en wijst op wetenschappelijk bewijs van verhoogde kans op kinderleukemie. Indiener pleit voor het ondergronds aanleggen van de lijn met HVDC om gezondheids- en milieuschade te beperken. Voorzorgbeleid magneetvelden Bij de tracering en besluitvorming wordt rekening gehouden met het herijkte voorzorgbeleid magneetvelden van het Rijk uit 2023. Dit is erop gericht om, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarin burgers (volwassenen en kinderen) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden die afkomstig zijn van de elektriciteits-infrastructuur. In sommige gevallen is het onvermijdelijk. In de verkenning naar een tracé voor de nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven wordt de hoeveelheid gevoelige gebouwen in de magneetveldzone (magneetveld sterker dan 0,4 microtesla jaargemiddeld) in beeld gebracht. Uit onderzoek blijkt dat er een kleine verhoging is van het aantal gevallen van leukemie in de buurt van bovengrondse hoogspanningslijnen. De Gezondheidsraad concludeerde op grond daarvan dat er aanwijzingen zijn voor een oorzakelijk verband tussen magneetvelden en leukemie, maar wetenschappelijk onderzoek kan dit niet bewijzen.
Voor andere ziekten en aandoeningen is er nooit een relatie geconstateerd met (magneetvelden van) hoogspanningslijnen. Het is dus niet zeker of magneetvelden risico’s met zich meebrengen
46
voor de gezondheid van mensen. In vergelijking met andere gezondheidsrisico’s waaraan we blootgesteld worden, is het risico van magneetvelden zeer gering. Voor meer informatie over het voorzorgbeleid zie: https://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen/herijktvoorzorgbeleid. Voor meer informatie over magneetvelden zie: Kennisplatform EMV (https://www.kennisplatform.nl/gezondheidseffectenstatische-magneetvelden/). De door u bijgevoegde rapporten en vergelijking dateren uit de periode t/m 2009. Ook wordt verwezen naar een oude RIVM-rapportage uit 2007. Uw kritiek en die in het genoemde MOB-rapport zijn serieus genomen. In een update van het literatuuronderzoek van RIVM in 2011 is de kritiek puntsgewijs doorgenomen: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/610790017.pdf (hoofdstuk 3). In 2020 is een uitgebreid Engels onderzoek verschenen dat de problematiek van de geladen deeltjes bij hoogspanningslijnen adresseert. De conclusie daarvan is: Our results do not provide evidence to support hypotheses that air ion density or electric fields in the vicinity of power lines are associated with cancer risk in adults (Electric field and air ion exposures near high voltage overhead power lines and adult cancers: a case control study across England and Wales. Mireille B Toledano et al.
International Journal of Epidemiology, 2020, i57–i66, doi: 10.1093/ije/dyz275) Bovengrondse aanleg van 380 kV Voor het leggen van de hoogspanningslijnen volgt TenneT het Programma Energiehoofdstructuur (PEH). In het PEH is vastgelegd dat bovengrondse aanleg van hoogspanningsverbindingen van 220 kV en hoger het uitgangspunt is. De belangrijkste redenen voor bovengrondse aanleg zijn dat het ondergronds aanleggen van deze hoogspanningsverbindingen leidt tot een lagere transportcapaciteit en tot hogere risico’s in elektrotechnisch gedrag. Er kan ondergronds minder stroom vervoerd worden en de kans op storingen is circa tien keer hoger dan bovengronds. Omdat de hoogspanningsverbinding is verbonden met het (inter)nationale en regionale elektriciteitsnet zou door ondergronds aanleggen, het gehele elektriciteitsnet minder stabiel worden. Daarnaast is de reparatietijd van een ondergrondse 380 kV-verbinding (48 uur tot 20 dagen) veel langer ten opzichte van een bovengrondse 380 kV-verbinding (8 tot 48 uur). Deze risico’s verhogen de kans op langdurige storingen. Dit kan vanwege de (inter)nationale functie van het 380 kV-netwerk grote gevolgen hebben voor de leveringszekerheid van elektriciteit. Voor meer informatie over het verschil tussen de aanlegmethoden https://www.tennet.eu/nl/aanleg-380kv-verbindingen-bovengronds.
Alleen in het geval van een groot ruimtelijk of (net)technisch knelpunt kan, mits het vanuit leveringszekerheid en meerkosten verantwoord is, overwogen worden om de 380 kV-hoogspanningsverbinding over korte afstanden ondergronds aan te leggen. Een voorbeeld hiervan is de kruising met een andere bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding. Het moet nog verder onderzocht worden, maar het lijkt vooralsnog mogelijk om in dit project een bovengrondse hoogspanningslijn in te passen. Gelijkstroom versus wisselstroom Het hele Europese elektriciteitssyteem is – van energiecentrale tot stopcontact – gebaseerd op wisselstroom. Bij een storing op een wisselstroomverbinding verdeelt de stroom zich automatisch, zonder ingrijpen. Bij gelijkstroom is actieve sturing nodig. Het elektriciteitsnet is vermaasd. De stroom kan zich via verschillende routes transporteren. Op deze manier blijft er bij onderhoud en (beperkte) storingen altijd stroom beschikbaar. Ook is dit wisselstroomnet zeer geschikt om de (toenemende) schommelingen van vraagen aanbod van elektriciteit op te vangen en te verdelen over het elektriciteitsnet. Binnen het vermaasde wisselstroomnet is het niet efficiënt om wisselstroom om te zetten in gelijkstroom (DC/Direct Current) en later weer van gelijkstroom in wisselstroom. In het PEH is dan ook opgenomen dat wisselstroom de voorkeur geniet boven een gelijkstroomverbinding.
47
79
Binnen West-Europa wordt gelijkstroom dan ook slechts zeer beperkt toegepast als regulier onderdeel van het transportnet. De beschikbaarheid van een gelijkstroomverbinding is lager dan van een wisselstroomverbinding. De lagere beschikbaarheid vindt zijn oorzaak in het grote aantal onderdelen, bijvoorbeeld in converterstations, dat nodig is om een gelijkstroomverbinding te realiseren en de storingsgevoeligheid en lange reparatietijden van kabelverbindingen. Gelijkstroom is wel geschikt voor bulktransport van elektriciteit, bijvoorbeeld van wind op zee dieper Nederland of Europa in. Deze gelijkstroomverbindingen maken geen onderdeel uit van het landelijke hoogspanningsnet. Indien deze hoogspanningsverbinding uitvalt heeft dat geen gevolgen voor de stabiliteit van het gehele elektriciteitsnet. 202406261
Reactie Antwoord
De indiener maakt bezwaar tegen de plannen rondom het hoogspanningsstation in Eindhoven vanwege stikstofuitstoot, geluidsoverlast, horizon- en lichtvervuiling, aantasting van biodiversiteit, en waardevermindering van het huis. Ook wordt de communicatie bekritiseerd. TenneT komt graag met u in contact als direct omwonende van het hoogspanningsstation in Eindhoven. TenneT is inmiddels bij u langs geweest voor het verstrekken van nadere informatie. Omdat de uitbreiding van het hoogspanningsstation geen onderdeel uitmaakt van dit project wordt in de onderstaande beantwoording alleen ingegaan op de aangedragen bezwaren ten aanzien van de bovengrondse hoogspanningsverbinding. Natuurwaarden Of er sprake zal zijn van aantasting van natuur en in welke mate dat het geval is, is één van de aspecten die onderzocht gaat worden in de volgende fase. Aantasting van natuurwaarden wordt zo veel mogelijk voorkomen of gecompenseerd (dit is ook wettelijk verplicht). Hierbij hanteert TenneT o.a. haar Visie op natuurinclusief werken. Zie https://tennet-drupal.s3.eu-central-1.amazonaws.com/default/202206/Natuurvisie_TenneT_2017.pdf Geluidsoverlast Geluidsoverlast door een hoogspanningsverbinding kan bij vochtig weer voorkomen in de vorm van knetterend geluid. Dit is het zogeheten corona-effect. Het knetteren wordt veelal gehoord bij 380 kV-verbindingen.
Bij de bouw van de bovengrondse hoogspanningslijn zal TenneT kunststof isolatoren gebruiken met zogenaamde coronaringen. Deze ringen beïnvloeden het elektrisch veld, waardoor het corona effect (geluid) verminderd wordt. Het aspect geluid(overlast) wordt in de volgende fase onderzocht, zowel voor de aanlegfase als de beheerfase. Het gaat in de aanlegfase bijvoorbeeld om bouw- en verkeersgeluid en in de beheerfase bijvoorbeeld om windfluiten of coronageluid. Indien relevant worden bestaande effecten meegenomen in de berekening. Er worden passende maatregelen getroffen als wettelijke geluidnormeringen worden overschreden Waardevermindering Het is mogelijk dat door het projectbesluit voor een nieuwe hoogspanningsverbinding een woning in de buurt van de nieuwe hoogspanningslijn minder waard wordt. In principe komt deze waardedaling in aanmerking voor de zogeheten nadeelcompensatie. Eventuele compensatie van waardedaling zal bepaald worden aan de hand van de nadeelcompensatieregelingen die van toepassing zijn. Dit is ieder geval de wettelijke nadeelcompensatieregeling uit hoofdstuk 15 van de Omgevingswet. Gesprekken over nadeelcompensatie worden opgestart zodra er meer duidelijkheid is over de definitieve plaats van het tracé (circa 2027). Nieuwsbrief
48
Voor regelmatige updates over dit project kunt u zich inschrijven voor de nieuwsbrief: (onderaan de webpagina): https://www.tennet.eu/nl/projecten/provincies/limburg/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven. Verder zullen de besluiten en documenten die voor dit project gepubliceerd worden terug te vinden zijn op een website van de Rijksoverheid (www.rvo.nl/netuitbreiding-maasbrachteindhoven). Voor informatie over hoe de procedure van dit project tot nu toe doorlopen is, is er een webinar geweest. Tijdens deze webinar hebben deelnemers de kans gehad om gezamenlijk vragen over het project en procedure te stellen en antwoorden te ontvangen. De webinar en de gestelde vragen en antwoorden zijn terug te vinden op: https://www.tennet.eu/nl/projectnieuws/webinar-netuitbreidingmaasbracht-eindhoven. 80
202406262
Reactie Antwoord
De indiener wil betrokken blijven bij het proces en vraagt om eerlijke uitleg over mogelijke overlast van het hoogspannings-traject. Ze geven aan al last te hebben van windmolens dichtbij hun woning en bedrijf, en vrezen dat de situatie met de hoogspanningslijn zal verergeren. Bij het zoeken naar een plek voor de nieuwe verbinding wordt rekening gehouden met zaken die tot overlast kunnen leiden. We proberen deze zoveel mogelijk te beperken. Geluidsoverlast Geluidsoverlast door een hoogspanningsverbinding kan bij vochtig weer voorkomen in de vorm van knetterend geluid. Dit is het zogeheten corona-effect. Het knetteren wordt veelal gehoord bij 380 kV-verbindingen. Bij de bouw van de bovengrondse hoogspanningslijn zal TenneT kunststof isolatoren gebruiken met zogenaamde coronaringen. Deze ringen beïnvloeden het elektrisch veld, waardoor het corona effect (geluid) verminderd wordt. In een eerder onderzoek uit 2010 (over de realisatie van hoogspanningsverbinding “Noord-West 380 kV”) is berekend dat coronageluid nauwelijks hoorbaar is op korte afstand van de verbinding. TenneT hanteert een afstand van 37 meter vanaf de hartlijn voor het hoorbaar zijn van dit coronageluid. Vanwege andere normen is het niet te verwachten dat een nieuwe verbinding op minder dan 37 meter van een woning komt te staan.
Daarom verwachten we dat er niet of nauwelijks geluid van de nieuwe hoogspanningsverbinding hoorbaar zal zijn op plaatsen waar woningen staan of waar regelmatig mensen komen. Het aspect geluid(overlast) wordt in de volgende fase onderzocht, zowel voor de aanlegfase als de beheerfase. Het gaat in de aanlegfase bijvoorbeeld om bouw- en verkeersgeluid en in de beheerfase bijvoorbeeld om windfluiten of coronageluid. Indien relevant worden bestaande effecten meegenomen in de berekening. Er worden passende maatregelen getroffen als wettelijke geluidnormeringen worden overschreden. Nieuwsbrief Om goed betrokken te blijven bij dit project kunt u zich inschrijven voor de nieuwsbrief: (onderaan de webpagina): https://www.tennet.eu/nl/projecten/provincies/limburg/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven) Verder zullen de besluiten en documenten die voor dit project gepubliceerd worden terug te vinden zijn op een website van de Rijksoverheid (www.rvo.nl/netuitbreiding-maasbrachteindhoven).
81 Reactie
202406263 De indiener maakt zich zorgen over de mogelijke plaatsing van de hoogspanningsmasten in het natuurgebied tussen Gijzenrooi en de A67, vooral gezien de huidige boomkapactie voor het nieuwe hoofdriool, wat de ecologische balans verstoort.
49
Antwoord
Natuurwaarden Of er sprake zal zijn van aantasting van natuur en in welke mate dat het geval is, is één van de aspecten die onderzocht gaat worden in de volgende fase. Aantasting van natuurwaarden wordt zo veel mogelijk voorkomen of gecompenseerd (dit is ook wettelijk verplicht). Hierbij hanteert TenneT o.a. haar Visie op natuurinclusief werken. Zie https://tennet-drupal.s3.eu-central-1.amazonaws.com/default/202206/Natuurvisie_TenneT_2017.pdf Afweging van alle relevante aspecten Voorafgaand aan de vaststelling van het definitieve tracé vindt een integrale afweging plaats op alle relevante onderwerpen zoals ecologie, landschap, toekomstvastheid, techniek, kosten en effecten op de omgeving. Eén van de zwaarstwegende criteria voor het tracé is het vermijden van woonkernen. We onderzoeken de effecten van de hoogspanningsverbinding op de leefomgeving. We onderzoeken ook mogelijk mitigerende maatregelen (dat zijn maatregelen om de effecten te beperken). Het uiteindelijke ontwerp zal bovendien moeten voldoen aan alle wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld regels over geluid en natuurwetgeving. Indien relevant worden bestaande effecten meegenomen, zoals de door u onder aandacht gebrachte boomkap vanwege het nieuwe hoofdriool.
82
202406264
De indiener is eigenaar van een maatschappelijk rustoord met stiltegebied en maakt zich zorgen over de invloed van de geplande hoogspanningslijnen nabij het gebied, waar kinderen met kanker verblijven, en de overlast van windturbines en drukker wordende wegen. 83 202406265 De indiener, namens Stichting Innessence, maakt bezwaar tegen de plannen voor de hoogspanningslijnen, vanwege de negatieve invloed op gezondheid en welzijn. De stichting is gevestigd in een regio die al wordt beïnvloed door windturbines en drukke wegen, wat de leefomgeving ongezond maakt. Antwoord De uiteindelijke loop van het tracé is op dit moment nog niet bekend. De concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau bevat de te onderzoeken onderzoeksalternatieven. Afweging van alle relevante aspecten Voorafgaand aan de vaststelling van het definitieve tracé vindt een integrale afweging plaats op alle relevante onderwerpen zoals ecologie, landschap, toekomstvastheid, techniek, kosten en effecten op de omgeving. Eén van de zwaarstwegende criteria voor het tracé is het vermijden van woonkernen. We onderzoeken de effecten van de hoogspanningsverbinding op de leefomgeving. We onderzoeken ook mogelijk mitigerende maatregelen (dat zijn maatregelen om de effecten te beperken). Het uiteindelijke ontwerp zal bovendien moeten voldoen aan alle wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld regels over geluid en natuurwetgeving.
Voorzorgbeleid magneetvelden Bij de tracering en besluitvorming wordt rekening gehouden met het herijkte voorzorgbeleid magneetvelden van het Rijk uit 2023. Dit is erop gericht om, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarin burgers (volwassenen en kinderen) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden die afkomstig zijn van de elektriciteits-infrastructuur. In sommige gevallen is het onvermijdelijk. In de verkenning naar een tracé voor de nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven wordt de hoeveelheid gevoelige gebouwen in de magneetveldzone (magneetveld sterker dan 0,4 microtesla jaargemiddeld) in beeld gebracht.
50
Uit onderzoek blijkt dat er een kleine verhoging is van het aantal gevallen van leukemie in de buurt van bovengrondse hoogspanningslijnen. De Gezondheidsraad concludeerde op grond daarvan dat er aanwijzingen zijn voor een oorzakelijk verband tussen magneetvelden en leukemie, maar wetenschappelijk onderzoek kan dit niet bewijzen. Voor andere ziekten en aandoeningen is er nooit een relatie geconstateerd met (magneetvelden van) hoogspanningslijnen. Het is dus niet zeker of magneetvelden risico’s met zich meebrengen voor de gezondheid van mensen. In vergelijking met andere gezondheidsrisico’s waaraan we blootgesteld worden, is het risico van magneetvelden zeer gering. Voor meer informatie over het voorzorgbeleid zie: https://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen/herijktvoorzorgbeleid. Voor meer informatie over magneetvelden zie: Kennisplatform EMV (https://www.kennisplatform.nl/gezondheidseffectenstatische-magneetvelden/). 84
202406266
Reactie Antwoord 85
De indiener vraagt om vanaf nu persoonlijk via e-mail geïnformeerd te worden over het project, omdat zij in het zoekgebied wonen en werken. Om betrokken te blijven bij dit project en regelmatig updates te ontvangen over de voortgang kunt u zich inschrijven voor de nieuwsbrief (onderaan de webpagina): https://www.tennet.eu/nl/projecten/provincies/limburg/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven
202406268
Reactie
Antwoord
De indiener, de gemeente Deurne, maakt gebruik van de mogelijkheid om een reactie in te dienen op de kennisgeving van het netuitbreidingsproject Maasbracht-Eindhoven. De gemeente onderschrijft het uitgangspunt om gevoelige gebouwen en natuur zoveel mogelijk te vermijden en vraagt om rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen in Deurne, zoals de gebiedsgerichte aanpak Vitale Peel, de Klimaatcorridor A67, en de opgave voor de kleine kernen in de regio Zuidoost-Brabant. Dank voor het delen van de informatie over de ontwikkelingen binnen uw gemeente. Gedurende de fase c-NRD zullen wij met ambtenaren en bestuurders afstemmen over conceptversies van belangrijke documenten en belangrijke stappen in de procedure. De tracés en inpassingsvraagstukken komen terug in de Notitie Onderzoeksalternatieven (NOA). Ook deze informatie is gebruikt als input voor de NOA en c-NRD. Verkenning in samenwerking met de omgeving Op grote delen van Nederland zitten meerdere ruimteclaims, waardoor functies niet meer naast elkaar kunnen bestaan, maar juist óp elkaar stapelen. Ontwikkelingen kunnen daardoor niet langer ad-hoc worden ingepast, maar vragen om een aanpak waarbij opgaven in samenhang worden uitgewerkt, in samenwerking met alle betrokken partijen. Ontwikkelingen vragen naast een integrale ontwerpbenadering ook om samenwerking met betrokken omgevingspartijen.
Vanuit het oogpunt ruimtelijke kwaliteit kijken we daarom met een brede blik naar de opgaven en kansen in het gebied. Door ook de omgeving te betrekken bij het onderzoek versterken we de betrokkenheid en begrip van het project bij de partijen. Zo zorgen we voor een gedeeld beeld van kwaliteiten, kansen en knelpunten en bieden we ruimte voor meerwaarde-creatie.
86 Reactie
202406269 De indiener, gemeente Maasgouw, heeft opmerkingen ingediend op het Voornemen en Participatieplan (V&P) voor de hoogspanningsverbinding Maasbracht-Eindhoven. De gemeente vraagt om nader onderzoek naar cumulatieve effecten van magneetvelden, aangezien meerdere hoogspanningsverbindingen in de regio aanwezig zijn en dit mogelijk extra gezondheidsrisico’s kan veroorzaken. Daarnaast wordt opgemerkt dat het zoekgebied in Maasgouw slecht leesbaar is en vraagt de gemeente om een duidelijkere weergave van
51
Antwoord
dit gebied. De gemeente pleit voor een bredere verkenning van tracéalternatieven en verduidelijking over het uitgangspunt "bovengronds tenzij" voor ondergrondse bekabeling. Op 21 november 2024, dus na het indienen van uw reactie, heeft het ministerie van KGG een notitie verstuurd aan uw gemeente met een verduidelijking op een aantal onderdelen van uw reactie. De inhoud van deze notitie wordt in dit antwoord zo min mogelijk herhaald. Dit antwoord is dus een aanvulling op die notitie. Cumulatieve magneetvelden TenneT zal de magneetveldberekeningen uitvoeren in lijn met het voorzorgbeleid en de geldende rekenregels van het RIVM. Zoals in de notitie ook is aangegeven houdt de herijkte rekenmethodiek uit 2023 geen rekening meer met beïnvloeding door andere hoogspanningslijnen in de buurt. De uitspraak waar u naar verwijst heeft nog betrekking op besluitvorming in de periode onder de vorige rekenmethodiek waar dit wel het geval was. De uitspraak laat overigens ook al blijken dat dit een hoge mate van onzekerheid kent. Dit wil niet zeggen dat de huidige situatie met diverse bestaande hoogspanningslijnen in het gebied geen rol speelt in de besluitvorming over het tracé.
Voorafgaand aan de vaststelling van het definitieve tracé vindt een integrale afweging plaats op alle relevante aspecten zoals ecologie, landschap, gezondheid, toekomstvastheid, techniek, kosten en effecten op de omgeving. De effecten op de leefomgeving en mogelijk mitigerende maatregelen (dat zijn maatregelen om de effecten te beperken) onderzoeken we. Indien relevant worden bestaande effecten meegenomen. Het uiteindelijke ontwerp zal bovendien moeten voldoen aan alle wettelijke kaders. Situatie rondom Maasbracht In het gebied tussen het hoogspanningsstation Maasbracht en Clauscentrale is inderdaad weinig ruimte. Een bovengrondse hoogspanningsverbinding op deze plek is alleen mogelijk door de bestaande hoogspanningsverbindingen aan te passen. Het moet nog verder onderzocht worden, maar het lijkt mogelijk om op deze manier een bovengrondse hoogspanningslijn in te passen zonder dat een hoogspanningsverbinding dichterbij Brachterbeek komt te liggen. Dit is ook omschreven in hoofdstuk 5.1 en 6.1 van de Notitie Onderzoeksalternatieven. In de kaarten bij de onderzoeksalternatieven in de c-NRD en de NOA is ook een uitsnede opgenomen van het gebied rondom Brachterbeek. In bijlage 1 bij de NOA zijn deze kaarten ook op grote schaal opgenomen. Echter, in deze fase is nog sprake van grove onderzoekslijnen.
Hierdoor kunnen deze kaarten onbedoeld de indruk wekken dat onderzocht wordt of de hoogspanningslijnen over woonkernen heen kan lopen, wat uitdrukkelijk niet te bedoeling is. In de komende verkenningsfase zal met uw gemeente en met de omgeving gedetailleerder kaartmateriaal besproken worden. Onderzoek naar aangedragen onderzoeksalternatieven Alle aangedragen onderzoeksalternatieven zijn beoordeeld en opgenomen in deze reactienota. Indien een indiener dit heeft aangedragen is in het antwoord het onderwerp ‘Door u aangedragen onderzoeksalternatief/onderzoeksalternatieven’ opgenomen. Hier is ook aangegeven of en waarom aangedragen onderzoeksalternatieven wel of geen onderdeel uitmaken van de verkenning. De meeste aangedragen onderzoeksalternatieven komen min of meer overeen met de onderzoeksalternatieven in het NRD en NOA. Bovengronds, tenzij In de aan u verstuurde notitie op 21 november is dit principe verder toegelicht. Op dit moment is er nog geen aanleiding om op voorhand een ondergronds onderzoeksalternatief te onderzoeken voor de nieuwe hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht-Eindhoven. Het is
52
mogelijk dat gedurende de verkenning alsnog blijkt dat er een ruimtelijk of (net)technisch knelpunt optreedt dat ook een ondergronds onderzoeksalternatief onderzocht moet worden, al is die kans doorgaans klein.
53