R - 8 Bijlage Peelakkoord
Tekst van het document
Inhoudsopgave
PEELAKKOORD Met de schaalsprong naar een kwaliteitssprong
1
AANLEIDING ............................................................................. 2
2
KWALITEIT EN IDENTITEIT VAN DE PEEL .................................. 6
3
ONZE BIJDRAGE EN WAT DAARVOOR NODIG IS ........................ 8 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4
WONEN ALS HEFBOOM: VERSTEDELIJKING, VOORZIENINGEN & LEEFBAARHEID 8 ECONOMIE: DE PEEL HET MAKERSDISTRICT! ................................... 10 MOBILITEITSTRANSITIE: MAATWERK VOOR STAD EN DORP ................... 11 ENERGIESYSTEEM ALS RANDVOORWAARDE ...................................... 13 KWALITEIT LANDSCHAP EN NATUUR GROEIT MEE MET VERSTEDELIJKING .... 14
AFSPRAKEN NADER UITGEWERKT ........................................... 16 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
BIJLAGE
AFSPRAKEN OVER VERSTEDELIJKING, WONEN EN VOORZIENINGEN .......... 16 AFSPRAKEN OVER ECONOMIE ...................................................... 20 AFSPRAKEN OVER BEREIKBAARHEID .............................................. 21 AFSPRAKEN OVER ENERGIE- & MATERIALENTRANSITIE ........................ 23 AFSPRAKEN OVER NATUUR & LANDSCHAP ....................................... 24 OVERZICHT BELANGRIJKSTE AFSPRAKENKADERS ...... 26
1
1 Aanleiding In dit Peelakkoord staan de verstedelijkingsafspraken die de zes Brabantse Peelgemeenten met elkaar maken. Het akkoord betreft ook de voorgenomen bijdrage aan de schaalsprong van de Brainportregio. Het akkoord is gebaseerd op een gezamenlijk commitment aan de ontwikkeling van de subregio de Peel. De ambitie is om de schaalsprong van de Brainportregio ook te benutten voor een kwaliteitssprong van de subregio. Dit Peelakkoord legt de basis voor het maken van verdere afspraken met de provincie en omliggende subregio’s.1 Inleiding De Brabantse gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren werken samen binnen de subregio de Peel. Deze subregio maakt deel uit van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) waarin de 21 gemeenten van de regio Zuidoost-Brabant samenwerken. Een belangrijke gezamenlijke opdracht is de schaalsprong van de Brainportregio. De subregio kan én wil hier een substantiële bijdrage aan leveren. De subregio is een vitale regio, onderdeel van de Brainportregio, met sterke relaties naar Greenport Venlo en AgriFood Capital (Noordoost-Brabant). Voor onze subregio vertalen we de schaalsprong tevens naar een kwaliteitssprong én het versterken van de brede welvaart en het welzijn van onze bewoners. Dat betekent dat de
1
Dit akkoord focust op de verstedelijkingsafspraken die de zes Brabantse Peelgemeenten met elkaar maken in het licht van de schaalsprong die de Brainportregio doormaakt. Uiteraard is het belangrijk dat er ook geïnvesteerd
subregio als geheel, maar ook in alle kernen afzonderlijk en in het landelijk gebied, vitaal blijft. De verstedelijkingsopgave speelt daarin een belangrijke rol. De uitdaging is dat de stedelijke ontwikkeling van de zes Peelgemeenten bijdraagt aan: • de verstedelijkingsopgave van de Brainportregio; • het (economische) profiel van de subregio; • de vitaliteit van de peelkernen. We werken dit nader uit in vijf thema's, die aansluiten op de vijf richtinggevende principes uit de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (zie bijlage): 1. Schaalsprong voor wonen, voorzieningen en leefbaarheid; 2. Veerkrachtige economie; 3. Toekomstbestendige bereikbaarheid; 4. Toekomstbestendige energiesystemen; 5. Kwaliteit landschap & natuur. In dit akkoord verwoorden wij onze bijdrage aan de schaalsprong van de Brainportregio, die echter ook afhankelijk is van de nodige medewerking en inspanning van het MRE, provincie en Rijk. Dit akkoord werken wij nog uit in een lobbydocument en kaartbeelden. Bij de uitwerking daarvan houden we rekening met de diversiteit aan kwaliteiten van onze gemeenten.
wordt in de kwaliteit van het landelijke gebied. De afspraken over de transitie van het landelijk gebied worden echter niet in dit akkoord gemaakt.
2
Waarom een Peelakkoord? Inhoudelijk behelst dit akkoord de gezamenlijke aanpak van het verstedelijkingsvraagstuk in onze zes gemeenten en wat daarvoor nodig is.2 Dit Peelakkoord geeft invulling aan de afspraken uit de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (2023) en de Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant. Daarin was namelijk afgesproken dat een aantal richtinggevende hoofdkeuzes op subregionale schaal wordt uitgewerkt.3 Met dit Peelakkoord voldoen wij aan deze opdrachten. In dit akkoord schetsen we een beeld van hoe we willen omgaan met de inbreidingsopgaven en aan- en uitbreidingsmogelijkheden in de kernen en de daarmee samenhangende opgaven op onder andere het gebied van woon- en werklocaties, mobiliteit, energie en voorzieningen. Afspraken met MRE, de beide waterschappen (De Dommel & Aa en Maas), de provincie Noord-Brabant en het Rijk zijn nodig om deze ontwikkelingen op de gewenste manier te laten plaatsvinden. Deze afspraken worden echter niet in dit akkoord gemaakt, maar in diverse lopende beleids- en besluitvormingstrajecten. Het Peelakkoord is daarbij belangrijk om de subregio de Peel in deze (boven)regionale trajecten te positioneren.
2
Eerder noemden wij dit akkoord een dorpenstrategie. In de Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant is op pp 27 de volgende actie opgenomen: “Ontwikkelen dorpenstrategie met als doel te onderzoeken hoe de samenwerkende partijen in de dorpen op kleinere schaal aan de slag kunnen met duurzame verdichting in relatie tot het versterken van het dorpskarakter, de leefbaarheid, de voorzieningenstructuur, de bereikbaarheid en het opvangen van de veranderende bevolkingssamenstelling in de dorpen.”
Beleid in ontwikkeling Zoals gezegd worden afspraken met MRE, provincie en Rijk niet in dit akkoord gemaakt, maar in diverse lopende (boven)regionale beleids- en onderzoekstrajecten. Daarnaast maakt de provincie Noord-Brabant bestuurlijke afspraken over ruimte, wonen, werken en mobiliteit op het niveau van de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant, de Metropoolregio Eindhoven.4 Afspraken worden ook gemaakt in de uitwerking van de verstedelijkingsstrategie, in het MRE-traject ten aanzien van basis -en topvoorzieningen, de actualisatie van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit 2025 in relatie tot verstedelijking en de woningbouwpropositie t.a.v. de Beethovendeal en het Meerjarige Multimodale Mobiliteitspakket (MMMP). De provincie overweegt bovendien om ter uitwerking van het ‘provinciale beleidshuis’ een gebiedsgericht omgevingsprogramma op te stellen, waarbij de subregio de Peel één van de te onderzoeken deelgebieden is. Ook werken we samen met andere (sub)regio’s – (mede) gefaciliteerd door de provincie – aan een dorpenstrategie met een instrumentenkoffer die kan helpen bij het uitvoeren van de verstedelijkingsopgave voor onze kernen. Dit is een uitvoeringsafspraak uit NOVEX Stedelijk Brabant. We zijn voornemens dit akkoord daar (zo nodig) op aan te passen. Er 3
Eén van deze acties is het “toewerken naar concrete afspraken over de ruimtelijke inrichting (ontwikkelprincipe 3) voor de dorpse kernen (nietstedelijke gebieden), als uitwerking van de ontwikkelstrategie ZuidoostBrabant. In de subregio de Peel gebeurt dit onder de naam Peelakkoord” (Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant, pp 59). 4 Dit betreft ook afspraken met andere organisaties zoals het Rijk, waterschappen, omliggende stedelijke regio’s of provincies, corporaties en private partijen.
3
start een verkenning naar bovenregionale samenwerking met Meierijstad, Venlo en Weert. Daarnaast zijn de Brabantse Peelgemeenten van plan een Peelagenda op te stellen. Deze agenda zal breder zijn dan dit vooral ruimtelijk ingestoken Peelakkoord. De zes Peelgemeenten maken ook deel uit van NOVEX De Peel. Hier stapelen zich opgaven rond landbouw, natuur, water en bodem, energie, leefbaarheid, verstedelijking en defensie. Langs drie ontwikkellijnen – de groene, ondernemende en leefbare Peel – wordt een koers voor de Peel naar 2050 uitgezet. In de lijn voor de Leefbare Peel is voor onze regio ook de schaalsprong Brainport Eindhoven vervat. Middels meerjarige sleutelprojecten wordt interbestuurlijk en met maatschappelijke partijen invulling gegeven aan deze koers. Het is daarom van belang om in dit Peelakkoord ook een link te leggen met de voor de verstedelijkingsopgave van onze subregio relevante aspecten van NOVEX De Peel. De processen van NOVEX De Peel en NOVEX Stedelijk Brabant zijn van belang voor de zes peelgemeenten, zowel vanuit verstedelijking als economische perspectieven. NOVEX De Peel streeft naar een duurzame toekomst door een balans te vinden tussen landbouw, natuur en leefbaarheid. NOVEX Stedelijk Brabant richt zich op duurzame stedelijke ontwikkeling, inclusief woningbouw en bedrijventerreinen, en bevordert gezonde en leefbare steden en dorpen.
Het integreren van deze agenda's kan de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in de regio stimuleren en ondersteunt de planning en uitvoering van duurzame stedelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen en bedrijvigheid. 5
Dit betreft de ambitie uit de Ontwikkelstrategie plus Beethoven, zoals bestuurlijk vastgelegd in 2024. Dit zijn de (voorlopige) herziene aantallen voor de herijking van de Regionale Woondeal.
Wat is onze opgave? De schaalsprong die de Brainportregio doormaakt is groot, zelfs groter dan verwacht. Er wordt nu rekening gehouden met een groei van meer dan 80.000 arbeidsplaatsen tot 2040. Deze schatting wordt in 2025 bijgesteld omdat alleen ASML al tot 2030 rekening houdt met 18.000 extra banen. Met de toeleveranciers erbij zijn dat in totaal 50.000 extra arbeidsplaatsen in de regio Zuidoost-Brabant in 2030. Deze economische groei legt een flinke druk op onze subregio, die net als de rest van Nederland al kampt met een tekort aan woningen. De schaalsprong versterkt bovendien bestaande knelpunten op het gebied van energie, bereikbaarheid, circulaire economie, CO2-uitstoot, stikstofuitstoot, de transitie van het buitengebied, de arbeidsmarkt et cetera. Tegelijkertijd biedt deze groei ook kansen voor onze regio. De beschikbaarheid en ook de betaalbaarheid van woningen staat onder druk, met name voor starters en senioren. Er ligt al een flinke opgave voor nieuwe woningen in onze subregio voor de periode 2022 tot 2040 inclusief Helmond: 18.180 woningen (provinciale prognose). De extra groei voor de schaalsprong behelst 15.300 woningen voor diezelfde periode.5 In totaal omvat de opgave de realisatie van meer dan 33.000 woningen vóór 2040.
Er zijn ook basisafspraken gemaakt over de benodigde kwaliteiten, zoals 30% sociale woningbouw, minimaal twee derde betaalbare woningen en woon-zorg.6
6
Deze afspraken uit de Regionale Woondeal (2023) worden via deelopdrachten in MRE-verband nader geconcretiseerd, mede via aanvullend onderzoek naar behoeften en in relatie tot de lokale visies op wonen, en wonen & zorg.
4
Ook de kansen die de economische groei de regio biedt, moeten geadresseerd worden. Dat betekent overigens geen ongelimiteerde groei. Onze ambitie is deze groei te richten op de sectoren die bij onze subregio passen: HTSM, Food en slimme maakindustrie. Daar ligt onze kracht en daar zijn we goed in. Hiervoor werken we onder meer samen aan de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein. Daarnaast bieden we ook lokaal ruimte aan uitbreidingsvragen van ondernemers die een bijdrage leveren aan ons ‘Peelecosysteem’. We realiseren ons dat het niet alleen om nieuwe werklocaties gaat, we hebben ook aandacht voor de revitalisering en intensivering van bestaande werklocaties en overige werkmilieus. Het gaat om een integrale opgave voor een duurzame aanpak waar ook energie, circulariteit en klimaatadaptatie deel van uitmaken. De schaalsprong zorgt voor extra druk op de leefomgeving. Leefbaarheid is voor ons bij deze verstedelijkingsopgave een belangrijke doelstelling. We blijven streven naar bloeiende en goed uitgeruste gemeenschappen. Nieuwe bouwprojecten in onze dorpen zijn daarbij essentieel om het basisvoorzieningenniveau te versterken en te verbeteren. Daarnaast stimuleren we lokale initiatieven, verbeteren we de bereikbaarheid en creëren we aantrekkelijke woonomgevingen.
Om dit te bereiken, moeten we investeren in moderne infrastructuur, duurzame bouwmethoden, gemeenschapsgerichte voorzieningen en een aantrekkelijke woonomgeving (met groen en natuur). Als samenwerkende Peelgemeenten willen we, zoals gesteld, graag bijdragen aan het in goede banen geleiden van de schaalsprong van onze Brainportregio, en we willen dit ook op
een kwalitatieve en duurzame manier doen. De schaalsprong betreft dus niet alleen een extra vraag naar ruimte om te wonen en te werken, het brengt ook andere opgaven met zich mee en vraagt daarom om een integrale aanpak. Deze integrale aanpak is essentieel want beperkingen op het gebied van de energievoorziening en de mobiliteit dwingen tot keuzes met als doel tot een efficiënter en effectiever gebruik te komen van de (energie)infrastructuur die al beschikbaar is. En we willen bovenal dat onze subregio een vitale en gezonde regio blijft door te koersen op een vergroting van de Brede Welvaart voor alle inwoners. Leeswijzer In hoofdstuk 2 schetsen we welke identiteit en kwaliteit de subregio de Peel te bieden heeft en vervolgens in hoofdstuk 3 wat ons concrete aanbod is als bijdrage aan de schaalsprong. In hoofdstuk 4 werken we dit aanbod uit in thematische afspraken. De bijlage bevat een overzicht van de belangrijkste bestaande (afspraken)kaders en uitgangspunten die relevant zijn voor de verdere ontwikkeling van de subregio de Peel. De positie van Helmond in het Peelakkoord Helmond is als tweede stad in de Metropoolregio de centrumstad van de subregio de Peel. In het functioneren van de regio Zuidoost-Brabant heeft Helmond ook een sterke relatie met het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE).
Over de verstedelijkingsopgave van Helmond zijn afspraken gemaakt met het Rijk, de provincie, en de SGE-gemeenten bij de vaststelling van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport (2020) en het daarop gebaseerde Verstedelijkingsakkoord Stedelijk Gebied Eindhoven (2022). Het Verstedelijkingsakkoord Stedelijk Gebied Eindhoven maakt onverkort deel uit van de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant en de Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant. Deze afspraken over de verstedelijkingsopgave van Helmond gelden als gegeven in dit Peelakkoord.
5
2
Kwaliteit en identiteit van de Peel
Wat hebben de zes Brabantse Peelgemeenten samen te bieden in het licht van de beoogde schaalsprong van Brainportregio? Wat zijn de kwaliteiten die ze willen behouden en versterken? 7 Strategische ligging De subregio de Peel is strategisch gelegen tussen het zuidelijk deel van de A2-kenniscorridor enerzijds en het Duitse achterland anderzijds. De A67 en (inter)nationale spoorverbinding Randstad-Eindhoven-Ruhrgebied en ondergrondse infrastructuur (DRC) gelden als infrastructurele ruggengraat. Deze woon-, werk- én handelsverbindingen zijn van cruciaal belang voor een succesvolle schaalsprong. De subregio vormt daarbij een belangrijk onderdeel van de makers-as tussen de Kempen en Noord-Limburg en de agrifood-as tussen AgriFood Capital en Greenport Venlo. In het hart van onze subregio ligt de automotive campus. Het ligt voor de hand de programmatische bijdrage van de subregio de Peel aan de schaalsprong voor een groot deel langs de genoemde assen te realiseren en daarmee ook integrale keuzes te maken. Makersdistrict van Zuidoost-Brabant Economisch gezien is de subregio de Peel het makersdistrict van Zuidoost-Brabant, een gebied met een omvangrijk en gevarieerd cluster aan praktisch ingestelde maakbedrijven,
met bijzondere accenten op HTSM, foodtech en automotive. De bedrijven maken onderdeel uit van het hightechecosysteem van de Brainportregio en zijn daarmee ook essentieel voor het economisch succes ervan.
Kaartbeeld: De Peel in economische context (bron: Flux & RHDHV, 2024)
In met name praktische, vakmatige beroepen binnen Zuidoost-Brabant is de subregio een belangrijke leverancier van arbeidskrachten. Behalve in het makersdistrict zelf, is een
7
De tekst van dit hoofdstuk is grotendeels ontleend aan: Ontwikkelstrategie De Peel, 2022.
6
groot deel van de beroepsbevolking werkzaam in de zorg, het onderwijs en andere vormen van dienstverlening in het stedelijk gebied. Voor het realiseren van een (internationaal) op topniveau functionerend systeem van stedelijke voorzieningen is dit arbeidspotentieel onmisbaar. Een potentieel dat grotendeels sterk met de subregio is verbonden en daarmee opgaven stelt aan de beschikbaarheid van betaalbare woningen en bereikbaarheid. Ook is de subregio onderdeel van de grootste Nederlandse voedingsregio AgriFood Capital – (Foodtech) De Peel – Greenport Venlo. Versterking van deze rol kan worden bereikt door te innoveren vanuit technologisch en geografisch perspectief. Gevarieerd woongebied De subregio de Peel is een gevarieerd woongebied binnen Zuidoost-Brabant. De Brabantse Peelgemeenten bieden een veelheid aan woonmilieus van centrum-stedelijk tot rustig dorps en landelijk. Een gebied waar mensen een wooncarrière kunnen doorlopen vanaf een starterswoning tot en met een (grote) koopwoning. Waar met het inbreiden en aanbreiden van ruim 33.000 woningen (vanaf 2022) mogelijk is om een belangrijke bijdrage in de schaalsprong te kunnen maken. (Waarbij het uitgangspunt is dat de helft voor 2030 in aanbouw wordt genomen). Hiermee levert de subregio een omvangrijke én gevarieerde bijdrage aan onze Brainportregio als woon- en verblijfgebied.
En een concrete bijdrage aan het versterken van de concurrentiepositie ten opzichte van andere (inter)nationale kennisregio’s, terwijl we de druk in de subregio evenwichtig verdelen.
Groot en aantrekkelijk areaal buitengebied De subregio de Peel beschikt ook over een aantrekkelijk groot areaal buitengebied dat geschikt is voor zowel intensieve als extensievere vormen van recreatie en natuurbeleving voor de inwoners van Zuidoost-Brabant en daarbuiten. Denk aan het Geopark Peelhorst, de Maasvallei en de grotere natuurgebieden Nationaal Park de Groote Peel, de Strabrechtse Heide en de Stippelberg waarmee de verbindingen vanuit het verstedelijkte gebied de komende jaren worden versterkt. Ons buitengebied kent bovendien een grote diversiteit aan cultuur- en natuurlandschappen, waaronder unieke Peelontginningen en -ontginningsdorpen, beekdalen, wijstgebieden en de Peelrandbreuk. Buitengebied als systeemversterker Ons buitengebied kan fungeren als systeemversterker voor Zuidoost-Brabant én de ruime Peelregio. De subregio de Peel beschikt over voldoende ruimte om belangrijke delen van het schaalsprongprogramma te laten landen. De Brabantse Peelgemeenten hebben ook ruimte om nieuwe economische dragers te ontwikkelen en kunnen een belangrijk(er) recreatiegebied zijn voor de steden Helmond en Eindhoven en omliggende kernen in Zuidoost-Brabant.
Hier ligt een belangrijke kans voor onze subregio die vraagt om een versterking van de landschapskwaliteiten, investeringen in herstel van de biodiversiteit en het verminderen van milieubelasting zoals stikstof, geurhinder en fijnstof. Zeker als we dit weten te koppelen aan een vooruitstrevende aanpak van klimaatvraagstukken rond hitte, droogte en wateroverlast (klimaatadaptatie).
7
3
Onze bijdrage en wat daarvoor nodig is
Op welke wijze wil de subregio de Peel bijdragen aan de schaalsprong van de Brainportregio? Die bijdrage behelst een surplus op het bestaande woningbouwprogramma, en gaat ook over de economische ontwikkeling van de subregio. Nadrukkelijk gaat die bijdrage over méér dan het zoeken naar ruimte voor wonen en werken.Gestreefd wordt naar een integrale en kwalitatieve ontwikkeling van de subregio en een gezamenlijk commitment daaraan. Maar, daar is ook wat voor nodig. De subregio de Peel wil aan de schaalsprong van de Brainportregio bijdragen door ruimte te bieden aan de groei van de verstedelijking: het accommoderen van de vraag naar nieuwe woningen en bedrijfsruimte en bijkomende voorzieningen. Nieuwe verstedelijking leidt ook tot extra mobiliteit, en ook de energie-infrastructuur moet daarop worden aangepast. Tegelijkertijd willen we dat de kwaliteit van groen in de stad en het buitengebied (ten behoeve van natuur & recreatie) meegroeit met de verstedelijking en bijdraagt aan de opgaven voor klimaatadaptatie. Achter de kwantitatieve groei schuilen bovendien veel kwalitatieve vragen: voor wie bouwen we, en welke wensen hebben toekomstige gebruikers? Hoe dragen we met deze verstedelijkingsopgave bij aan onze doelen voor een circulaire economie, de energietransitie en klimaatadaptatie?
In dit hoofdstuk staat onze voorgenomen bijdrage aan de schaalsprong van Brainport en ook wat daarvoor nodig is. Afspraken met MRE, de provincie Noord-Brabant en het Rijk worden niet in dit akkoord gemaakt, dat gebeurt – zoals al in hoofdstuk 1 gemeld – in andere beleids- en besluitvormingstrajecten. Het Peelakkoord is daarbij belangrijk om de subregio de Peel in deze (boven)regionale trajecten te positioneren.
3.1 Wonen als hefboom: verstedelijking, voorzieningen & leefbaarheid Nieuwe woningen versterken bestaande steden en dorpen. De zes Brabantse Peelgemeenten leveren dan ook graag een bijdrage aan de schaalsprong van de Brainportregio. Dit betekent dat we gezamenlijk bereid zijn om 15.300 extra woningen in onze regio te accommoderen in de periode 2022 t/m 2040, boven op de bestaande provinciale prognose van 18.180 woningen (zie tabel 1). Een totale opgave van meer dan 33.000 woningen vóór 2040. We willen dat deze groei van de verstedelijking bijdraagt aan de Brede Welvaart en de vitaliteit van onze regio. Dit betekent dat we met ons woningbouwprogramma inspelen op de behoeften van onze eigen inwoners. Gezien de samenstelling van de huidige woningvoorraad zal een deel van de toevoegingen bestaan uit woningen voor starters en ouderen. Nieuwbouw bestaat gemeentebreed minimaal uit 30% sociale woningbouw en minimaal tweederde betaalbaar.
8
Tabel 1: kwantitatieve woningbouwopgave t/m 2040 uitgesplitst naar gemeente8 Provinciale prognose 2022-2040
Aanbod extra (t.b.v. Schaalsprong) 2022-2040
Totaal inclusief schaalsprong 2022-2040 (Woondeal+ Beethoven)
Te realiseren inclusief schaalsprong 2025-2040
Helmond
9.125
4.060
13.185
11.520
Asten
1.280
885
2.165
1.875
Deurne
2.025
6.530
8.555
8.225
GemertBakel
2.755
1.280
4.035
3.655
Laarbeek
1.375
1.615
2.990
2.805
Someren
1.620
930
2.550
2.320
De Peel en Helmond
18.180
15.300
33.480
30.400
Voorzieningen: voorzien in een basisbehoefte De Brabantse Peelgemeenten willen een gezamenlijke bijdrage leveren aan de schaalsprong van de Brainportregio op een zodanige wijze dat het ook bijdraagt aan de leefbaarheid van onze subregio, waaronder het in stand houden of verbeteren van het voorzieningenniveau. Om met de schaalsprong de brede welvaart te verhogen moet er ook worden geïnvesteerd in het (basis)voorzieningenniveau. Deze moet meegroeien met de schaalsprong. De schaalsprong zal ook leiden tot deels andere behoeften dan die van de huidige inwoners. We doen in MRE-verband nader onderzoek naar nieuwe of verschuivende behoeften door de schaalsprong en 8
Dit zijn de herziene aantallen voor de herijking van de Regionale Woondeal zoals voorlopig vastgesteld in de stuurgroep Woondeal Zuidoost-Brabant op 27 november 2024 en het MRE-portefeuilleoverleg Ruimte en Wonen op 5 december 2024. In de herijking van de Regionale Woondeal in 2025 worden
hoe dit kan bijdragen aan het maken van een kwaliteitssprong. Daarom is in het Beethovenconvenant afgesproken om samen met het Rijk een verkenning uit te voeren naar de voorzieningen(investerings)opgave. Hiertoe is een Quickscan uitgevoerd. Deze is samen met een nulmeting naar basisvoorzieningen, en de benoemde regionale- en topvoorzieningen, de basis voor de volgende stap. Er wordt gewerkt aan monitoring, een regionale (uitvoerings)strategie en -programmering en een bekostigingssystematiek. Wat bieden we? à We bieden een aantrekkelijk woonpallet van stad- en dorpscentra met (basis)voorzieningen die passen bij de omvang van de schaalsprong. à Tot 2040 realiseren de zes gemeenten gezamenlijk ruim 33.000 woningen (2022-2040), waarvan een aanzienlijk aantal voor 2030 zal worden voltooid. Wat hebben we daarvoor nodig? à Het ontwikkelen van extra woningen vraagt commitment van medeoverheden met betrekking tot deze koers en ook het voortvarend afhandelen van planologische procedures (planologische ontwikkelruimte) en financiering. Dit vraagt steun en een gezamenlijke lobby richting provincie en Rijk. à Om ons voorzieningenniveau op peil te houden willen we afspraken maken in gezamenlijkheid van de MRE met het Rijk over inzet van extra financiële middelen.
de cijfers voor 2022-2030 en 2030-2040 opgenomen. Zie ook de tabel in paragraaf 4.1. Voor de gemeente Helmond blijven de cijfers in lijn met het Verstedelijkingsakkoord uit 2019, 15.757 woningen tot 2040. Een deel van deze woningen is reeds gerealiseerd.
9
à Afspraken met medeoverheden over een passend mobiliteitsnetwerk en – in samenhang met de transitie van het landelijk gebied – commitment over het versterken van de groenblauwe relaties kernen-buitengebied (ook recreatief) en vitaliteit van kernen en ommeland in NOVEX Stedelijk Brabant en NOVEX de Peel. à Afspraken met de netbeheerders Enexis en Tennet over wanneer er weer ruimte komt op het elektriciteitsnet, zodat we onze ruimtelijke plannen daar in de tijd op af kunnen stemmen.
3.2 Economie: De Peel het makersdistrict! We zorgen voor voldoende kwantitatieve en kwalitatieve werklocaties om de economische groei te faciliteren. Dit doen we samen met de provincie en andere gemeenten in Zuidoost-Brabant. De subregio de Peel biedt ruimte voor de groeiende behoefte aan uitbreidingsmogelijkheden. Dit geldt voor bedrijven die een bijdrage leveren aan ons ‘Peelecosysteem’. Gamechangers en nichespelers kunnen zo het makersdistrict versterken. De subregio heeft bovendien relatief weinig banen per inwoner, er is sprake van een grote pendel naar het Stedelijk Gebied Eindhoven.9 Op de bestaande bedrijventerreinen komen meerdere maatschappelijke opgaven samen. Naast de brede duurzaamheidsmaatregelen (energiebesparing, energieopwek, klimaatadaptatie, circulariteit) gaat het ook om het revitaliseren en intensiveren van de terreinen. Deze opgaven pakken we integraal en gezamenlijk op.
We zetten als Brabantse Peelgemeenten gezamenlijk in op de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein BrainportOost van minimaal 100 ha bruto (op de locatie Lungendonk/Varenschut). Deze ontwikkeling kan ook bijdragen aan het verminderen van de pendel naar het SGE (beperking van de mobiliteit). Dit terrein is voor bedrijven uit de HTSM-sector, Food-sector en ‘Advanced en additive manufacturing’ die een grootschalige locatie zoeken. Hier kunnen ook bedrijven terecht die op de huidige locaties ‘uit hun jasje groeien’. Deze bundeling brengt ook focus aan in de investeringen voor energie en water (van belang voor food en wellicht ook voor andere productie, betreft zowel drinkwater als afvalwaterzuivering, laatste is een belang van de waterschappen). Een snelle realisatie van Brainport-Oost is niet alleen van belang voor onze subregio, maar ook voor Zuidoost-Brabant. Wat bieden we? à We zorgen voor voldoende kwantitatieve en kwalitatieve werklocaties om de economische groei te faciliteren. à Het revitaliseren van bestaande werklocaties wordt een uitwerkingsactie van de nog vast te stellen uitvoeringsagenda van het Regionaal Programma Werklocaties. à We zetten als Brabantse Peelgemeenten gezamenlijk in op de ontwikkeling van een regionaal bedrijventerrein BrainportOost van minimaal 100 ha (op de locatie Lungendonk/Varenschut) en daarmee op de versterking van
9
Zie ook de actualisatie van P.P. Tordoir. Netwerken in Brabant, Sociaalgeografische systeemwerking in Noord- Brabant, 2017.
10
het economisch systeem van de subregio de Peel en van Brainport. Daarbij hoort ook bereikbaarheid. à We maken van Brainport-Oost een ‘netbewust bedrijventerrein’ en zetten dus vanaf het begin in op energiesamenwerking tussen bedrijven. Wat hebben we daarvoor nodig? à Alle Brabantse Peelgemeenten en eventueel enkele gemeenten binnen het SGE participeren financieel in het regionale bedrijventerrein Brainport-Oost. à De provincie Noord-Brabant werkt voortvarend mee aan het afhandelen van planologische procedures (planologische ontwikkelruimte) voor de ontwikkeling van Brainport-Oost. à Provincie Noord-Brabant en Rijk zorgen voor en dragen bij aan de realisatie van een adequate infrastructurele ontsluiting. Ten behoeve van de ontwikkeling van BrainportOost en nieuwe woningen ten behoeve van de schaalsprong is onderzoek nodig naar de ‘Robuuste rand’ in combinatie met de N612/Rochadeweg (‘zuidelijke ontsluiting’). Dit is ook een belangrijk onderwerp voor de Actualisatie van het MIRTonderzoek Verstedelijking en Mobiliteit (2025). à Een afspraak over opwaarderen van hoogspanningsstation Helmond-Zuid met netbeheerders en provincie Noord-Brabant in het pMIEK over wanneer er voldoende stroom beschikbaar is voor het uitgeven van grond op bedrijventerrein BrainportOost.
3.3 Mobiliteitstransitie: maatwerk voor stad en dorp10 Een verbetering van de woon-, werk én handelsverbindingen is van cruciaal belang voor een succesvolle schaalsprong van de Brainportregio. De groei van de verstedelijking dient daarom gepaard te gaan met investeringen in de regionale bereikbaarheid. Zoals gezegd, is onze subregio strategisch gelegen tussen het zuidelijk deel van de A2-kenniscorridor enerzijds en het Duitse achterland anderzijds. De A67 en (inter)nationale spoorverbinding Randstad-EindhovenRuhrgebied en ondergrondse infrastructuur (Delta Rhine Corridor) gelden als infrastructurele ruggengraat. Investeringen in de bereikbaarheid op deze as moet leiden tot een versterking van de kenniscorridor met het Duitse achterland, zowel in de hoofdinfrastructuur als infrastructuur om stad en land met elkaar te verbinden. Ook de relaties met Greenport Venlo en Food Noordoost-Brabant zijn cruciaal voor een verdere economische ontwikkeling van Brainportregio. Dit betekent een versterking van de infrastructurele Noord-Zuid backbones. Uiteraard zijn nieuwe infrastructurele verbindingen een te beperkt antwoord op de groeiende vraag naar mobiliteit. Wij stellen bereikbaarheid centraal in onze aanpak van de mobiliteitstransitie. Zo zullen we nieuwe woon- en werkgebieden zodanig positioneren dat daarmee het bestaande mobiliteitssysteem zoveel mogelijk wordt ondersteund.
De mobiliteitsopgave die onder andere
10
Afspraken over mobiliteit maken MRE en provincie voor de regio Oost. Deze regio omvat naast de Peelgemeenten de gemeenten Eindhoven, Son en Breugel, Nuenen ca. En Geldrop-Mierlo.
11
voortkomt uit de oprichting van nieuwe woon- en werkgebieden wordt opgenomen in de Actualisatie van het MIRT (2025) en het MMMP van de MRE-regio. Een voorbeeld hiervan zijn de geplande forse inbreidingen bij de stationslocaties van Helmond en Deurne. Om de potentie van het spoor beter te benutten is een frequentieverhoging op de spoorverbinding Eindhoven – Helmond – Deurne noodzakelijk. Dit betekent dat een fly-over bij Tongelre gerealiseerd moet worden en er dient een keerspoor in Helmond of Deurne aangelegd te worden. Het belang van een goede directe relatie met Weert en Veghel neemt toe. Hier ontbreekt nu een goede OV-verbinding. Daarom is vervoerskundig onderzoek naar de kansrijkheid van (H)OV-lijnen op deze noord-zuid verbindingen nodig. Meer aandacht is nodig voor de verbinding van de dorpen met openbaar vervoer naast behoud van reeds bestaande reguliere OV-lijnen in de dorpen. Onze subregio is traditioneel sterk auto-afhankelijk. De mobiliteitsopgave die onder andere voortkomt uit de oprichting van nieuwe woon- en werkgebieden wordt opgenomen in de Actualisatie van het MIRT (2025) en het MMMP van de MRE-regio. In het kader van de (kwalitatieve) schaalsprong van onze subregio en in het bijzonder die van Helmond dient anders naar de wegenstructuur gekeken te worden. In het bijzonder de functie van de Kasteeltraverse.
De subregio is van mening dat om de Kasteeltraverse te ontlasten er een alternatief voorhanden dient te zijn. Met de ‘zuidelijke ontsluiting’ wordt in zo’n alternatief voorzien. Daarbij draagt deze oplossing ook bij aan de
bereikbaarheidsopgave voor het nieuw te ontwikkelen regionale bedrijventerrein (RBT). De N279 Voor de economische positie van de subregio de Peel is een robuust netwerk essentieel, zowel voor verkeer van buiten als binnen de regio. De A2, A67, A58, A50, N69 en N279 zijn daarbij de belangrijkste verbindingen van en naar de subregio en vormen daarmee de ‘robuuste randen’. Voor de subregio zijn met name de A67 en de N279 van belang. Verkeer wordt onder ander via ‘goede’ inprikkers (N272, N270, N615, N612) verleid om gebruik te maken van deze robuuste randen. De bundelroutes zorgen ervoor dat verkeer in het middengebied gebundeld wordt waardoor sluipverkeer wordt voorkomen en de leefbaarheid in onze kernen verbetert. De N279 is als project opgepakt door de provincie waarbij diverse betrokken Peelgemeenten zijn aangesloten. Voor de subregio de Peel is de N279 een robuuste rand. Deze moet toekomstbestendig zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de mobiliteitseffecten van de schaalsprong. Dit is belangrijk voor de bereikbaarheid van onze bestaande én nieuwe woon- en werklocaties. Een goede doorstroming op de N279 en de inprikkers op deze weg zijn daarbij essentieel.
De first and last mile van de reis, die in de regio zelf plaats vindt, is van belang voor een snelle en comfortabele verplaatsing. We verbinden stad en land door een goed fietsnetwerk, goed openbaar vervoer en door te voorzien in nieuwe vervoersconcepten. Om de netwerken goed op elkaar te laten aansluiten zorgen we voor goede overstappunten (HUB’s). De opkomst van de e-bike biedt mogelijkheden voor een intensivering van het fietsverkeer door de aanleg van regionale snelfietsroutes op strategische lijnen, met het stedelijk gebied en economische (top)locaties.
12
Kaart: In rood zijn de ‘Robuuste Randen’ weergegeven, blauwe lijnen zijn Bundelroutes en paarse lijnen zijn Inprikkers11
Wat bieden we? à We plannen nieuwe verstedelijking in nauwe samenhang met bestaande mobiliteitssystemen. à We co-financieren benodigde nieuwe mobiliteitsinfrastructuren, conform de afgesproken bekostigingsmethodiek. à We stimuleren het gebruik van OV en fietsvervoer. Wat hebben we daarvoor nodig? à Voorwaarde voor de verdere verstedelijking van de subregio de Peel is een verbetering van het mobiliteitssysteem. Dit vereist investeringen van de gezamenlijke MRE-gemeenten, de provincie en het Rijk, zoals voor de realisatie van de (herziene) ‘robuuste rand’, de
frequentieverhoging van de spoorverbinding Eindhoven – Helmond – Deurne – Venlo en Duitse achterland, de doorontwikkeling van Helmond Centraal naar een volwaardig IC-station, de aanleg van (H)OV-verbindingen waaronder de (H)OV-verbinding met Weert en Meijerijstad (‘de noord-zuid lijn’) en het doortrekken van HOV4 en de aanleg van snelfietsroutes. à Mede vanwege de voorgenomen intensivering van bebouwing nabij stationslocaties zijn afspraken nodig over een vermindering van het goederenvervoer en het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. à Gezamenlijk onderzoek is nodig naar het knelpunt ongelijkvloerse kruising en het keerspoor bij Tongelre (in de actualisatie van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit (2025)).
3.4 Energiesysteem als randvoorwaarde Er is een verkenning uitgevoerd naar het energiesysteem in de subregio. Hieruit blijkt dat de subregio voor het overgrote deel afhankelijk blijft van elektriciteit en dat de ontwikkeling van de energie-infrastructuur achter blijft lopen op de vraag. Een adequate energievoorziening is een randvoorwaarde voor de realisatie van nieuwe woningen en bedrijven. Energie wordt daarmee een sturend principe in de tijd (fasering) en locatie van te realiseren woningen, bedrijven, e-laadplaatsen en voorzieningen. Uiteraard helpt het als woningen en bedrijfsgebouwen zo energieneutraal mogelijk worden ontwikkeld. Maar de ontwikkeling ervan kan pas plaatsvinden als een aansluiting op het energienetwerk is gewaarborgd.
11
MRE (2016) Aanbod bereikbaarheidsakkoord Zuidoost-Brabant: Mobiel door slimme keuzes
13
Naast energie-slim bouwen is ook commitment nodig om de versterking van de energie-infrastructuur te versnellen. Bij de locatiekeuze voor nieuwe woningen, bedrijven, voorzieningen en laadplaatsen moet rekening gehouden worden met de mogelijkheid om binnen de realisatietermijn energie beschikbaar te krijgen. Dit dient een vast onderdeel van de planologische procedure te worden. Dit kan het beste gebeuren binnen de voedingsgebieden van MS-regelstations. Deze zijn gemeentegrensoverschrijdend. Een belangrijke verkenning voor onze regio is de hoogspanningsverbinding voor het traject Eindhoven-Zuid – Maarheeze. Ook zijn in de RES van het MRE verschillende zoekgebieden opgenomen voor wind en zon die in 2030 gerealiseerd moeten zijn (zie de kaart ontwikkelperspectief bij dit akkoord). Wat bieden we? à We bouwen netbewust en starten pilots daarvoor (MREbreed). à We stemmen opwek en verbruik van energie ruimtelijk en in de tijd beter op elkaar af. Wat hebben we daarvoor nodig? à In het UTEB-project (Uitvoeringsprogramma Toekomstbestendig Elektriciteitsnetwerk Brainport) werken we aan regionaal gelijklopende processen en regels om het energienetwerk sneller te kunnen versterken, zoals bij het aanleggen van nieuwe elektriciteitsvoorzieningen (elektriciteitskastjes, -huisjes, MSregelstations en MSverdeelstations). 12
Hierbij is de piekbelasting voor verwarming op koude dagen, en het energiegebruik voor verkoeling op warme dagen, minder dan bij lucht/water warmtepompen. Tevens zijn water/waterwarmtepompen zowel geschikt voor
à Afspraken met netbeheerders over wanneer er ruimte komt op het elektriciteitsnet, zodat we onze ruimtelijke plannen daar in de tijd op af kunnen stemmen (link met actualisatie MIRT-onderzoek verstedelijking en mobiliteit 2025). à Netbeheerders informeren ons zo vroeg mogelijk over dreigende congestie op het laagspanningsnet (want dan komt ook de stroomvoorziening voor woningbouwplannen in gevaar). à We geven de voorkeur aan oplossingen met water/water warmtepompen boven lucht/water warmtepompen.12
3.5 Kwaliteit landschap en natuur groeit mee met verstedelijking Alhoewel we in dit akkoord geen afspraken maken over de toekomst van ons landelijk gebied, is het toch van belang om te benoemen dat de kwaliteit daarvan van groot belang is voor onze toekomstige verstedelijking. Voor de kwaliteitssprong van de regio is de beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap en de natuur namelijk van groot belang, zowel voor de stad als voor kernen. Wij willen daarom dat de groei van de verstedelijking en de transitie van het landelijk gebied elkaar wederzijds versterken. De verstedelijking moet ook bijdragen aan een toekomstbestendige en klimaatadaptieve regio, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Door het toepassen van de lagenbenadering, zoals bij het hanteren van het principe ‘water en bodem sturend’, kan worden bezien waar nieuwe verstedelijking verantwoord kan plaatsvinden en op welke
individuele oplossingen (PVT, Bodem) als collectieve oplossingen (ZLT bronnet).
14
manier, en ook welke wateropgave aan de orde is bij nieuwe verstedelijking en waar kansen liggen voor de transitie van het landelijk gebied. Een tweede principe is dat natuur en landschap richting geven aan de locatie en kwaliteit van nieuwe verstedelijking. Met de interbestuurlijke aanpak NOVEX De Peel, de recente status van Van Gogh National Park en de beoogde status van Geopark Peelhorst en Maasvallei (UNESCO) en De Groote Peel/Peelvenen als nationaal park nieuwe stijl zien wij extra kansen om te investeren in natuur en landschap.
opgenomen in de Regionale Investerings- en Uitvoeringsagenda NOVEX De Peel 1.0. à Dat betekent continuering van de gezamenlijke inzet op: 1. het verkrijgen van de UNESCO-status voor Geopark Peelhorst en Maasvallei 2. het aanmerken van de Groote Peel / Peelvenen als nationaal park nieuwe stijl à Vergroten toegankelijkheid en beleefbaarheid van natuur en landschap.
Wat bieden we? à We geven een impuls aan de beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap en de natuur in zowel de stad en kernen als (in de overgang naar) het landelijke gebied. à In samenhang met de transitie van het landelijk gebied versterken we de groenblauwe relaties tussen stad, kernen en buitengebied (ook recreatief). Dit draagt bij aan de vitaliteit van stad, kernen én ommeland. Dit doen we ook in het kader van de gebiedsgerichte aanpak (GGA) van de Vitale Peel, Deurnsche Peel & Mariapeel, De Bult en de Strabrechtse Heide. Wat hebben we daarvoor nodig?
à We vragen een bijdrage voor versterking van de biodiversiteit, klimaatadaptieve natuur en het versterken van de landschappelijke beleving. à Een gezamenlijk uitwerking is nodig van voor de subregio de Peel relevante sleutelprojecten van NOVEX De Peel, zoals
15
4
Afspraken nader uitgewerkt
Uit het aanbod, zoals geformuleerd in het vorige hoofdstuk, volgt een groot aantal nadere afspraken. Deze staan hieronder voor de onderwerpen schaalsprong, wonen & voorzieningen, economie, bereikbaarheid, energie- & materialentransitie en landschap & natuur in een vitaal buitengebied. Het gaat ook om afspraken over hoe we e.e.a. gezamenlijk wordt gerealiseerd. Er bestaan de nodige vigerende kaders & uitgangspunten voor de subregio de Peel die van invloed zijn op onze afspraken (zie bijlage). Mede op basis hiervan maken we de volgende afspraken bij de doelen die we ons hebben gesteld.
4.1 Afspraken over verstedelijking, wonen en voorzieningen 4.1.1 Het accommoderen van de schaalsprong Een gezamenlijk commitment over de ontwikkelingsrichting van de subregio de Peel is noodzakelijk om een kader te hebben dat kan dienen voor regionale afstemming van stedelijke ontwikkelingen. Want de schaalsprong van de Brainportregio heeft een grote impact op onze subregio. Een belangrijke opgave is het in goede banen geleiden van de daaruit voortkomende verstedelijkingsdruk. We zien nieuwe verstedelijking daarbij als onderdeel van een integrale opgave waarbij rekening wordt gehouden met de mobiliteitstransitie, de energie- en materialentransitie, circulariteit,
klimaatadaptatie en de kwaliteit van het buitengebied (natuur, recreatie). Waar zetten we ons samen voor in? • De Brabantse Peelgemeenten zien de aanpak van de verstedelijkingsopgave als een investering in de leefbaarheid en Brede Welvaart van bestaande steden en dorpen. • Het welbevinden van onze mensen, gezondheid en sociaal kapitaal vormen belangrijke indicatoren daarvoor. • We zorgen dat de groei van de woningvoorraad en bedrijfslocaties kwantitatief en kwalitatief aansluit bij de toekomstige regionale behoefte. • We zorgen dat de groei van de woningvoorraad en bedrijfslocaties leidt tot vernieuwing en verrijking van de dorpen en steden, waarvan alle inwoners kunnen profiteren. • De ambitie is dat bij deze schaalsprong het onderliggende systeem van landschap, bodem en water sturend is voor de inrichting van de subregio. De lagenbenadering is hierbij ons uitgangspunt met de principes water & bodem sturend, en optimaal gebruik maken van bestaande infrastructuren. • Ruimte is schaars: inbreiding, herstructurering en meervoudig ruimtegebruik hebben onze voorkeur. Toch zal ook uitbreiding aan de orde zijn. • Nieuwe woningen en bedrijfsvestigingen staan daarbij niet op zichzelf, voortdurend bezien we hoe we daarmee kansen kunnen benutten voor het verbeteren van de vitaliteit van kernen, leefbaarheid, voorzieningen, mobiliteit, werkgelegenheid, duurzaamheid en
16
•
•
•
•
energie(transitie). We gaan voortaan ‘netbewust’ en 'passief' bouwen. We zorgen ervoor dat nieuwe woningen en bedrijven bijdragen aan een duurzaam en slim mobiliteitssysteem, ze zijn bij voorkeur bereikbaar met de fiets en het openbaar vervoer. De groei van de verstedelijking dient gepaard te gaan met investeringen in het regionale mobiliteitssysteem. We zullen nieuwe woningen zodanig positioneren dat daarmee het bestaande mobiliteitssysteem zoveel mogelijk wordt ondersteund, zoals de geplande forse inbreidingen bij de stationslocaties van Helmond en Deurne. We zorgen ervoor dat de groei van de verstedelijking bijdraagt aan een aantrekkelijke woon- en werkomgeving opdat ook het vestigingsklimaat wordt versterkt. We zorgen ervoor dat nieuwe woningen en bedrijven klimaatadaptief zijn en dat nieuwbouw gepaard gaat met investeringen in klimaatadaptatie, ruimte voor waterberging (piekbuien), voldoende groen, recreatiemogelijkheden en een goede luchtkwaliteit.
Hoe gaan we dat samen doen? • We onderbouwen uitbreidingslocaties aan de hand van de lagenbenadering. Aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ komen we tot de ‘diepe, ronde en brede’ afweging die de provincie vraagt bij planologische medewerking. • We zorgen bij nieuwe ontwikkelingen (voor wonen en werken) voor subregionaal commitment over uitbreidingsen aanbreidinglocaties, woningbouwkwaliteiten (doelgroepen) en een typologie van bedrijventerreinen. Dit heeft alles te maken met het proces voor nieuwbouw
•
•
•
• •
•
(zoals de ladderonderbouwing bij planologische procedures), maar ook bij de randvoorwaarden (zoals mobiliteit, voorzieningen) om tot goed wonen en werken te komen. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet alleen om het verdelen van woningen en bedrijfsvestigingen, maar om het maken van integrale afwegingen. Nieuwe uitlegplannen komen pas aan de orde als transformatie en inbreiding onvoldoende mogelijkheden bieden en er sprake van is essentiële meekoppelopgaven voor de betreffende ontwikkeling. Deze locaties worden op regionaal niveau en integraal afgewogen. Woningbouwplannen en bedrijfslocaties op inbreidingslocaties worden meegewogen bij het hanteren van de principes voor duurzame verstedelijking (voorheen formeel vastgelegd in de Ladder voor duurzame verstedelijking). In de ontwerpfase houden we er rekening mee dat naast ruimte voor woningbouw ook voorzieningen, werklocaties, infrastructuur en groen een plek moeten krijgen. Bij de keuze voor uitbreidings- en inbreidingslocaties betrekken we in een vroeg stadium de waterschappen. Op basis van bijgaand ruimtelijk ontwikkelperspectief maken we duidelijk waar aan- en uitbreidingslocaties aan de orde zijn. We werken samen met andere Brabantse (sub)regio’s, gefaciliteerd door de provincie, aan een dorpenstrategie met een instrumentenkoffer die kan helpen bij het uitvoeren van de verstedelijkingsopgave voor onze kernen.
17
4.1.2 Afspraken over wonen De provinciale prognose voor de periode 2022 tot en met 2040 gaat uit van 18.180 nieuwe woningen in de subregio de Peel (inclusief Helmond). De prognoses uit de Regionale Woondeal en de Regionale Ontwikkelstrategie die gebaseerd zijn op de schaalsprong van de Brainportregio liggen aanmerkelijk hoger. Basisuitgangspunt voor de periode t/m 2030 zijn de afspraken uit de Woondeal 2023 + Beethoven, en een groei van 15% vanaf 2030 (de ‘ingangsdatum’ van de Ontwikkelstrategie). Die 15% groei van alle kernen is in de Ontwikkelstrategie gebaseerd op behoud van de vitaliteit (behoud draagvlak voor bestaande voorzieningen gelet op onder andere gezinsverdunning). Voor Helmond en ‘knooppunt’ Deurne (kern Deurne) geldt een extra groei op basis van schaalsprong (zie tabel 2 hieronder). De extra groei voor de schaalsprong behelst daarmee 15.300 woningen voor de periode 2022 tot en met 2040 (ambitie Ontwikkelstrategie + de Beethovendeal). In totaal een opgave van ruim 33.000 woningen. De regionale afspraak is dat de opgave t/m 2030 voorlopig is. In het 1e en 2e kwartaal van 2025 stelt elke gemeente in samenspraak met Rijk, provincie en MRE ten behoeve van de uitvoering van het Beethovenconvenant een propositie op hoe de gemeente haar woningbouwopgave kan realiseren.
Die aantallen opgeteld dienen uit te komen op (tenminste) het totaal van 62.130 voor heel Zuidoost-Brabant. Per gemeente kunnen – afhankelijk van de planvoorraad en mogelijkheden van elke gemeente – de aantallen dus nog hoger of lager uitkomen.
De (definitieve) opgave t/m 2030 is een minimale opgave. Meer realiseren mag om eerder in de buurt te komen van de ambitie van de regionale Ontwikkelstrategie ZuidoostBrabant, mits op goede locaties en in overeenstemming met de ontwikkelprincipes van de regionale Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant en NOVEX stedelijk Brabant. De aantallen uit de regionale Ontwikkelstrategie gelden de komende jaren als richtinggevende ambitie tot 2040. Mocht door nieuwe inzichten en ontwikkelingen of monitoring te zijner tijd blijken dat bijstelling van deze ambitie noodzakelijk is, dan gaan Rijk, provincie, subregio en gemeenten daar gezamenlijk over in gesprek. Tabel 2: Regionale woningbouwcijfers 2030 en 2040
Helmond Asten Deurne Gemert- Bakel L aarbeek Someren De Peel en Helmond
Woondeal maart 2023 opgave 2022 t/m 2030 (minimaal)
Woondeal + Beethoven opgave 2022 t/m 2030 (voorlopig)
Ontwikkelstrategie ambitie 2022 tot 2040 (incl. knopen)
6.450 690 1.080 1.270 735 880 11.105
8.880 950 1.485 1.750 1.010 1.210 15.285
13.185 2.165 8.555 4.035 2.990 2.550 33.480
Resterende Resterende T otaal opgave opgave gerealiseerd Woondeal Ontwikkel2022 + Beethoven strategie t/m 2024 2025 t/m 2030 2025-2040 (of prognose) 1.665 7.215 11.520 290 660 1.875 330 1.155 8.225 380 1.370 3.655 185 825 2.805 230 980 2.320 3.080 12.205 30.400
Waar zetten we ons samen voor in? • De Brabantse Peelgemeenten accommoderen de sterk groeiende vraag naar woningen, waarbij nadrukkelijk rekening wordt gehouden met de subregionaal samenhangende woningmarkt(ontwikkelingen). • De minimale aantallen woningen uit de herijking van de Woondeal + Beethoven (2025) zijn daarbij leidend. De cijfers na 2030 zijn indicatief.
18
•
•
•
•
•
13
Tot 2030 gaan we uit van een planologische overprogrammering van 130% in plannen om 100% te realiseren. Nieuwe woningen zetten we in om de huidige mismatch op de woningmarkt op te heffen, bestaande wijken en buurten toekomstgericht te verduurzamen en het draagvlak voor (bestaand en nieuwe) voorzieningen te vergroten. In de Regionale Woondeal is afgesproken dat gemeentebreed 30% van de nieuwbouw sociale huur betreft en dat twee derde van de woningen in het betaalbare segment wordt gerealiseerd. Ook maken gemeenten afspraken op het gebied van woon-zorg. We willen als subregio de leefbaarheid en de dynamiek van de gemeenschap versterken. Dit gaan we doen door gemêleerde woonwijken te creëren. We realiseren daartoe een diverse woningvoorraad die aansluit bij de behoeften van mensen in verschillende levensfasen, van jong tot oud. Door het bouwen van betaalbare nultredenwoningen en appartementen bevorderen we de doorstroming op de woningmarkt. We streven ernaar om gemengde en geclusterde woonwijken te creëren, waarin diverse woningtypen en prijssegmenten zijn geïntegreerd om een inclusieve omgeving te bevorderen. Daarnaast zetten we in op het flexibeler gebruik en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en bouwen we meer sociale huurwoningen om te voldoen aan de vraag naar betaalbare huisvesting.
Het Afsprakenkader arbeidsmigranten regio De Peel (2021) wordt in 2025 herijkt. Doel is optimale randvoorwaarden te creëren voor samenleving, bedrijven en arbeidsmigranten. Dit is een gezamenlijke regionale
•
Naast het inzetten op de energietransitie, zetten we ons ook in voor het klimaatadaptief, circulair en natuurinclusief maken van de woningvoorraad.
Hoe gaan we dat samen doen? • We onderzoeken nieuwe of verschuivende behoeften door de schaalsprong samen met de subregio. • In de Regionale Woondeal is afgesproken dat elke gemeente een fair share neemt van de regionale opgave. We maken daarom afspraken over de minimale opgave per gemeente. Meer realiseren mag, dan wordt het woningtekort sneller ingelopen. Uiteraard wel op goede, ruimtelijk afgewogen en regionaal afgestemde locaties. • We werken deze kwantitatieve afspraken ook uit in subregionale kwalitatieve afspraken, opdat voor de juiste doelgroepen (als jongeren, ouderen, woon-zorg, arbeidsmigranten13, woonwagenbewoners en dergelijke) wordt gebouwd en doorstroming wordt bevorderd. 4.1.3 Afspraken over voorzieningen Om de schaalsprong goed te kunnen laten landen en brede welvaart te creëren moet er ook worden geïnvesteerd in het (basis)voorzieningenniveau. Deze moet meegroeien met de schaalsprong. Naar aanleiding van het Beethovenconvenant wordt een regionale voorzieningenstrategie door de 21 gemeenten opgesteld en worden financieringsmogelijkheden onderzocht. Er is inmiddels een gezamenlijk gedragen lijst met regionale voorzieningen en topvoorzieningen. In een tweede spoor wordt gewerkt aan de basisvoorzieningen. verantwoordelijkheid waarbij verschuiving van ongewenste situaties binnen de subregio voorkomen moet worden.
19
Waar zetten we ons samen voor in? • Onderdeel van een aantrekkelijke woon-en werkomgeving betreft de beschikbaarheid van – kwantitatief en kwalitatief – voldoende voorzieningen. • We werken lokaal aan de uitwerking en realisatie van de benodigde basisvoorzieningen in het kader van de schaalsprong. We helpen elkaar met de zoektocht hoe hier verder invulling aan te geven. • We werken, onder leiding van de MRE, samen aan een regionale structuur van voorzieningen. De regionale- en topvoorzieningen in de subregio de Peel verbinden we programmatisch aan elkaar zodat zij elkaar kunnen versterken. • Waar mogelijk kijken we samen of regionale voorzieningen door te ontwikkelen zijn naar topvoorzieningen. • De centra in onze gemeenten zijn een belangrijk onderdeel van de leefbaarheid van onze kernen. Centra faciliteren ontspanning en ontmoeting. Wonen, detailhandel, horeca en andere voorzieningen ondersteunen dit en maken van een centrum een verblijfsgebied. We wegen per centrum af welke functies het beste passen om tot levendige en toekomstbestendige centra te komen en behouden. • We richten onze dorpskernen zo in dat het aantrekkelijk is om elkaar te ontmoeten, te bewegen en tijd door te brengen. Onze voorzieningen zijn toegankelijk en beschikbaar, zodat zowel inwoners met als zonder zorgbehoeften comfortabel kunnen wonen in onze gemeente.
•
14
daarmee sprake van een negatief pendelsaldo” (UWV, Regio in Beeld: Helmond-De Peel, 2023: 19).
“Er is meer uitgaande pendel dan inkomende pendel voor Helmond-De Peel. In totaal reizen ongeveer 26.700 mensen meer de regio uit dan in. Er is
•
•
We creëren een gezonde leefomgeving die gezond gedrag bevordert en eigen- en samenredzaamheid van inwoners versterkt, door het ruimtelijke domein in verbinding te brengen met het sociale- en zorgdomein. We verbeteren de toegankelijkheid en beleefbaarheid van natuur en landschap voor ontspanning, recreatie en ontmoeting. We zetten in op landschapsparken en nationale parken als bijdrage aan het brede voorzieningenniveau.
4.2 Afspraken over economie Wij zorgen voor voldoende kwantitatieve en kwalitatieve werklocaties om de economische groei in de subregio de Peel te faciliteren, zowel kwantitatief als kwalitatief. We realiseren gezamenlijk een regionaal bedrijventerrein Brainport-Oost (100 ha) en huisvesten de groeiende vraag naar bedrijfslocaties, waarbij het accent ligt op HTSM, Food en slimme maakindustrie. Waar zetten we ons samen voor in? • Wij zorgen voor een balans in de vraag en het aanbod aan werklocaties in de subregio de Peel, zowel kwantitatief als kwalitatief. • In de subregio zijn er minder banen dan werknemers.14 Bij de toename aan inwoners, moet ook een evenwichtige groei aan banen en daarmee werklocaties gerealiseerd worden. Om zo het vergroten van de vervoersbewegingen te vermijden.
20
•
•
• •
Verduurzaming is cruciaal voor een toekomstbestendig bedrijfsleven. De subregio zet daartoe in op meervoudig ruimtegebruik, verduurzaming, intensivering, herstructurering (revitalisering) en functiemenging van werklocaties, we investeren in een circulaire economie en de energietransitie. De ambitie is dat onze culturele en toeristisch-recreatieve ontwikkelingen een bijdrage leveren aan de economie én aan urgente bredere maatschappelijke opgaven (Levendig Brabant 2030 – De Peel). Vrije tijd, cultuur, erfgoed en sport zijn opgaven waar we ons gezamenlijk voor inzetten. Een vitale vrijetijdseconomie is van belang voor onze verstedelijkingsambities. Met culturele en toeristischrecreatieve ontwikkelingen – zoals de komst van één of meer grotere toeristische trekkers in de sfeer van vrijetijdseconomie en/of cultuur – leveren we een bijdrage aan de economie van onze subregio én aan urgente bredere maatschappelijke opgaven.
Hoe gaan we dat samen doen? • We zorgen voor een integrale ruimtelijke afweging en regionale afstemming ten behoeve van de ontwikkeling van bedrijventerrein Brainport-Oost onder voorbehoud van de regionale programmering bedrijventerreinen. • We hanteren ‘het juiste bedrijf op de juiste plaats’principe, en willen daarbij voorkomen dat dat (snelle) verkoop prevaleert. Bedrijvigheid die niet binnen het economische profiel past, wordt bij nieuwvestiging of verplaatsing niet actief gefaciliteerd. • Indien bedrijven de lokale bedrijventerreinen ontgroeien, verkennen we de groei- en locatiemogelijkheden.
Uitgangspunt is dat bedrijvigheid die het Peelecosysteem versterkt behouden blijft en op een toekomstbestendige plek, zoals het beoogde regionale bedrijventerrein Brainport-Oost, gehuisvest wordt.
4.3 Afspraken over bereikbaarheid Een verbetering van de woon- werk én handelsverbindingen is van cruciaal belang voor een succesvolle schaalsprong van de Brainportregio. De groei van de verstedelijking dient daarom gepaard te gaan met investeringen in de bereikbaarheid. De subregio de Peel heeft het unieke kenmerk dat een paar kernen goed bereikbaar zijn per spoor (verbinding tussen de spoorknooppunten Eindhoven Centraal en Venlo). In het bijzonder Helmond met zijn vier stations. Ook Deurne vormt een belangrijke hub en schakel in het spoornetwerk en de toekomstige internationale verbinding richting Duitsland/Aken. Hoewel er een goede basis ligt voor de trein, geldt dit niet voor het openbaar vervoer als geheel. De organisatie van het busnetwerk leidt tot onvoldoende verbindingen binnen onze subregio. Opgave is om het OVnetwerk te optimaliseren. Hierbij wordt ook de link gelegd naar de OV-knooppunten in de subregio. Denk hierbij aan de stations, maar ook eventuele overstaplocaties zoals hubs. Een potentiële hub is bijvoorbeeld gesitueerd nabij Brouwhuis. Hiermee wordt verkeer van de ‘robuuste rand’ (N279/N270) afgevangen en verleid tot de overstap naar bijvoorbeeld Eindhoven. Ook de kwaliteit van het (langeafstand) fietsnetwerk is belangrijk om mensen te verleiden de auto te laten staan.
21
Waar zetten we ons samen voor in? • We zorgen ervoor dat de ontwikkeling van het mobiliteitssysteem de verstedelijkingsambities mogelijk maakt. • We zetten in op slimme mobiliteit en co-modaliteit (het gebruik van verschillende vervoersmiddelen). De focus van de aanpak ligt op het gebruik van verschillende vervoersmiddelen. Naast elkaar én in combinatie met elkaar. De regio wil dé Europese regio zijn voor het ontwikkelen, testen, implementeren en opschalen van nieuwe mobiliteitsconcepten en -diensten. • We beperken de negatieve voetafdruk van mobiliteit op de leefomgeving, veiligheid en gezondheid. Daaronder vallen aspecten als klimaatneutraliteit, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, het beperken van schadelijke emissies en het voorkomen van barrièrewerking. • Om de potentie van het spoor beter te benutten, wordt ingezet op een frequentieverhoging van het spoor Eindhoven-Helmond-Deurne-Venlo (via OV-MIRT). De woningbouwopgave maakt doorontwikkeling van deze stationsgebieden noodzakelijk (voorkeur verdichten rondom OV-knooppunten). Om dit mogelijk te maken dient een fly-over bij Tongelre gerealiseerd te worden en dient een keerspoor in Helmond of Deurne aangelegd te worden. De frequentieverhoging van het spoor zorgt voor een betere ontsluiting van de Brabantse Peelgemeenten waarbij spoor een alternatief vormt voor autoverkeer (mobiliteitstransitie).
Ook biedt dit kansen voor verdere verdichting (woningbouw) bij OV-knooppunten. • Een belangrijke basis voor deze aanpak zijn de voorzieningen die we realiseren voor fiets en openbaar