CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

R - 8 Bijlage Jaarrekening 2024 - GGD Brabant-Zuidoost

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Ter informatie.32.975 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Hoofdsom

leningen

Saldo

Aflossing

Afgesloten

Saldo

lening

31-12-2024

31-12-2023

Rente kosten

Leningnr: 40.92604.01

2.187.015

1.477.557

56.774

-

1.420.783

61.466

Totaal

2.187.015

1.477.557

56.774

-

1.420.783

61.466

Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar. De post kortlopende schulden met een rente typische looptijd van korter dan één jaar bestaat uit een aantal posten, zoals wordt weergegeven in onderstaand overzicht ‘Kortlopende schulden’. Overige schulden

31-12-2024

31-12-2023

3.072.325

3.993.456

149.530

96.903

3.657.716

3.844.584

Nog te betalen pensioenpremies

790.613

702.594

Ambulancedienst nog in tarieven te verrekenen

54.754

259.652

7.724.938

8.897.189

Crediteuren Nog te betalen BTW Nog te betalen loonheffing en sociale lasten

Totaal

De totale kortlopende schulden ultimo 2024 zijn met € 1,2 miljoen gedaald ten opzichte van de positie eind 2023. Het crediteuren saldo is met ongeveer € 0,9 miljoen gedaald voornamelijk als gevolg van lagere uitstaande verrekeningen met zorgverzekeraars met betrekking tot ambulancezorg. De afnames in nog te betalen loonheffingen (€ -0,2 miljoen) en nog te verrekenen tarieven ambulancezorg (€ -0,2 miljoen) worden deels gecompenseerd door lichte stijgingen in nog te betalen BTW (€ +0,1 miljoen) en nog te betalen pensioenpremies (€ +0,1 miljoen).

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

79

Overlopende passiva De post overlopende passiva wordt onderscheiden in: •

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

•

Vooruit ontvangen doeluitkeringen van overheidslichamen

•

Overige vooruit ontvangen bedragen

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd

31-12-2024

31-12-2023

Nog te verrekenen voorschot meerkosten Covid-19 2022

-

5.644.205

Nog te verrekenen voorschot meerkosten Covid-19 2023

-

266.328

Vooruit gefactureerde gemeentelijke bijdragen

8.728.994

8.059.846

Overige nog te betalen posten

2.663.751

3.656.251

Totaal

11.392.745

17.626.630

en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen

De totale verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen per ultimo 2024 zijn met € 6,2 miljoen gedaald ten opzichte van de positie eind 2023. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door terugbetaling van de voorschotten meerkosten Covid 19 uit de boekjaren 2022 en 2023. Dit verklaart een daling van € 5,9 miljoen. De vooruit gefactureerde gemeentelijke bijdrage is met € 0,7 miljoen gestegen als gevolg van indexering, aanpassing van de inwonerbijdrage door een hogere RVP-bijdrage en toegenomen inwoneraantallen. Overige nog te betalen posten nemen met circa € 1,0 miljoen af ten opzichte van 2023. Daarvan betreft € -0,7 miljoen lagere opbrengstverrekeningen ambulancezorg met verzekeraars met betrekking tot oudere jaren die per ultimo 2023 nog in de balans waren opgenomen, heeft € -0,2 miljoen betrekking op de in 2024 afgehandelde terugbetaling zorgbonus en heeft de resterende € -0,1 miljoen betrekking op diverse overige lagere schuldposities per ultimo 2024. Overige vooruit ontvangen bedragen

31-12-2024

31-12-2023

Overige vooruit ontvangen bedragen

269.039

209.689

Totaal

269.039

209.689

De overige vooruit ontvangen bedragen omvatten reeds ontvangen bijdragen van een beperkt aantal derde partijen, niet zijnde overheidslichamen voor toekomstige uitvoering van overeengekomen specifieke (contract)taken. De bedragen zijn beperkt in omvang en met circa € 0,1 miljoen toegenomen ten opzichte van de positie ultimo 2023.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

80

Het verloop van de van overheidslichamen vooruit ontvangen doeluitkeringen over het boekjaar 2024 is als volgt: Vooruit ontvangen bedragen

Saldo

overheidslichamen

31-12-2023

SPUK-Covid 2023

4.218.846

SPUK-Covid 2024 SPUK-VIP 2023

Saldo Vermeerdering

Vermindering

31-12-2024 4.218.846

1.075.365

1.075.365

258.987

SPUK-VIP 2024

258.987 287.510

287.510

@ease

19.579

19.579

-

Geldrop Mierlo Sociaal Domein

5.382

5.382

-

180.587

36.509

M@zl

180.587

36.509

NPO middelen Best

35.712

Nu Niet Zwanger

46.689

46.689

-

Oirschot extra contactmoment

5.871

5.871

-

Seksuele diversiteit

53.196

53.196

-

Thematafel rookvrij

14.184

14.184

-

35.712

Inclusief Samenleven

32.689

32.689

Stichting Leefbaarheid Luchthaven

44.500

44.500

Totaal

4.839.033

1.476.573

325.488

5.990.118

Voor bovenstaande projecten is in of voor 2024 financiering ontvangen terwijl de uitvoering deels of geheel zal plaatsvinden in 2025 of later. Het nog niet aangewende deel van de ontvangen voorschotten is opgenomen onder vooruit ontvangen bedragen van overheidslichamen. De te hoge bevoorschotting met betrekking tot SPUK-Covid en SPUK-VIP voor de jaren 2023 en 2024 zullen in de loop van 2025 e.v. worden afgerekend.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

81

Niet uit de balans blijkende verplichtingen De GGD is een aantal langlopende contractuele verplichtingen aangegaan zoals huurverplichtingen en contracten voor ICT. In onderstaand overzicht is een opsomming van langlopende verplichtingen weergegeven. Soort

Looptijd

Huur locatie De Witte Dame

Tot en met 31 december 2031

833.000

Q-Park parkeerfaciliteit WD

Tot en met 31 mei 2032

72.000

Huur locatie Callenburgh

Tot en met 30 september 2035

114.000

Huur ambulancepost Aalsterweg

Tot en met 19 september 2070

163.000

Huur ambulancepost Avignonlaan

Tot en met 30 juni 2025

113.000

Huur ambulancepost Helmond

Tot en met 31 december 2064

180.000

Huur ambulancepost Leende

Tot en met 29 februari 2060

64.000

Huur ambulancepost Eersel

Onbepaalde tijd

53.000

Huur onderzoekslocaties

Diverse einddata

1.110.000

Huur vaccinatie locatie Woensel

Tot en met 19 juni 2029

ICT (licentie-)overeenkomsten

Diverse einddata

Totaal

Jaarlijks bedrag

115.000 1.871.000 4.688.000

Gebeurtenissen na balansdatum Na balansdatum zijn geen nieuwe gebeurtenissen ontstaan die een materiele invloed hebben op de in de jaarrekening 2024 gepresenteerde baten, lasten en/of balansposities.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

82

6. Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting Onderstaande exploitatierekening geeft de baten, lasten en het resultaat over het boekjaar 2024 van beide programma’s op hoofdlijnen weer. De lasten en baten worden in paragraaf 6.3 en 6.4 per programma uitgesplitst in kostencategorieën. 6.1.

Exploitatierekening totaal

GGD exploitatierekening 2024

Realisatie

Raming 2024

Raming 2024

Verschil Raming

2024

na wijziging

voor wijziging

vs Realisatie

€

€

€

€ Publieke Gezondheid

55.907.800

54.645.000

46.880.000

1.262.800

Ambulancezorg

34.878.719

34.860.000

32.380.000

18.719

Baten

90.786.519

89.505.000

79.260.000

1.281.519

Publieke Gezondheid

55.297.386

55.315.000

47.075.000

17.614

Ambulancezorg

34.579.853

34.660.000

32.330.000

80.147

Lasten

89.877.239

89.975.000

79.405.000

97.761

119.732

110.000

-

-9.732

-

-

-

0

Vennootschapsbelasting

119.732

110.000

-

-9.732

Publieke Gezondheid

490.682

-780.000

-195.000

1.270.682

Ambulancezorg

298.866

200.000

50.000

98.866

Totaal saldo van baten en lasten

789.548

-580.000

-145.000

1.369.548

Publieke Gezondheid

390.946

315.000

-

-75.946

Publieke Gezondheid Ambulancezorg

Ambulancezorg

76.000

90.000

50.000

14.000

Toevoeging aan reserve (-)

466.946

405.000

50.000

-61.946

1.106.980

1.395.000

195.000

-288.020

Publieke Gezondheid Ambulancezorg

34.628

40.000

-

-5.372

Onttrekking aan reserve (+)

1.141.608

1.435.000

195.000

-293.392

Publieke Gezondheid

1.206.716

300.000

0

906.716

257.494

150.000

0

107.494

1.464.210

450.000

0

1.014.210

Ambulancezorg Gerealiseerd resultaat

Het exploitatieresultaat 2024 bedraagt in zijn totaliteit ca. € 1.464.000 positief, verdeeld over het Programma Publieke Gezondheid € 1.207.000 positief en het Programma Ambulancezorg € 257.000 positief. In de volgende paragrafen wordt een analyse van de baten en lasten en de investeringen weergegeven. De mutaties in reserves zijn in paragraaf 5.2 nader toegelicht.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

83

6.2.

Rechtmatigheid begrotingsafwijking per programma

In de hiernavolgende paragrafen wordt per programma de afwijking met de begroting geanalyseerd. Exploitatie Publieke Gezondheid Voor het programma Publieke Gezondheid zijn de werkelijke baten 2024 in totaal circa € 1.263.000 (2,3%) hoger dan begroot, de lasten circa € 18.000 lager dan begroot en de vennootschapsbelasting circa € 10.000 hoger dan begroot; totaal betekent dit een afwijking van de begrote baten en lasten van circa € 1.271.000. Na verwerking van de mutaties in de reserves resteert een exploitatie-overschot van circa € 1.207.000. In paragraaf 6.3 wordt, voor zover van toepassing, per begrotingspost een nadere toelichting gegeven. Bij het aanbieden van de begroting en de tussentijdse wijzigingen in 2024 is het bestuur geïnformeerd over de aard en totstandkoming van een aantal onzekerheden en aannames, zoals de bijdrage voor JGZ ten behoeve van Oekraïne kinderen, omvang Covidcampagne en de mate van realisatie van contracttaken onder andere in relatie tot de ontwikkelingen van het ziekteverzuim. Uit de jaarrekening blijkt dat deze onzekerheden zich ook daadwerkelijk hebben gemanifesteerd tijdens de realisatie en daarmee mede het positieve exploitatie-overschot vormen (nader toegelicht in paragraaf 6.3).

Het bestuur is middels de toelichting in de jaarrekening, vóór vaststelling van de jaarrekening, tijdig en voldoende geïnformeerd over de overige over- en onderschrijdingen in baten en onderschrijdingen in lasten en investeringen. Overschrijdingen van de begrote lasten in het programma Publieke Gezondheid doen zich niet voor. Op grond van bovenstaande is er geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid op de baten en lasten in de exploitatie van het programma Publieke Gezondheid. Met betrekking tot de mutatie in de reserves heeft zich wel een begrotingsonrechtmatigheid voorgedaan op de toevoeging aan reserves van circa € 76.000. Deze overschrijding ten opzichte van de begroting wordt voornamelijk veroorzaakt door een toevoeging op de reserve voor het project Generatie Gezond, waar in de begroting een onttrekking uit de reserve was voorzien (nader toegelicht in paragraaf 5.2). Hiermee komt de totale begrotingsonrechtmatigheid voor het programma Publieke Gezondheid uit op circa € 76.000. Exploitatie Ambulancezorg De totale baten van het programma Ambulancezorg waren in 2024 met een beperkt verschil van circa € 19.000 (0,1%) nagenoeg in lijn met de begroting met daarbij circa € 80.000 (0,2%) lagere lasten ten opzichte van de begroting.

De lagere lasten worden voornamelijk gedreven door lagere personeelskosten als gevolg van het niet (tijdig) kunnen invullen van openstaande vacatures. Het resultaat komt hiermee per saldo circa € 99.000 hoger uit ten opzichte van de begroting. Zowel de hogere baten enerzijds als de lagere lasten anderzijds leiden niet tot een begrotingsonrechtmatigheid op het saldo van baten en lasten. De mutaties in de reserves, met een voordeel van circa € 9.000 ten opzichte van de begroting, gedreven door lagere toevoegingen en lagere onttrekkingen leiden niet tot een begrotingsonrechtmatigheid. Per saldo resteert een exploitatieoverschot van circa € 257.000 wat een positief verschil van circa € 107.000 ten opzichte van de begroting oplevert. In paragraaf 6.4 wordt, voor zover van toepassing, per begrotingspost een nadere toelichting gegeven. Op basis van bovenstaande zijn er geen begrotingsonrechtmatigheden in het programma Ambulancezorg geconstateerd.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

84

Kredieten/investeringen In 2024 is van de in de programmabegroting goedgekeurde kredieten in totaliteit voor circa € 1,9 miljoen geïnvesteerd. Eind 2024 wordt een bedrag van circa € 0,9 miljoen doorgeschoven naar 2025 en volgende jaren. Dit betreft uitgestelde investeringen in ambulances, project toegangsbeveiliging, aanpassingen van JGZ-locaties, hard- en software voor publieke gezondheid en investeringen in installaties en instrumentarium voor ambulancezorg. Er doen zich in 2024 geen overschrijdingen van goedgekeurde investeringskredieten voor, waardoor er geen sprake is van begrotingsonrechtmatigheid. Kredieten/investeringen

Investeringskrediet Investeringsbedrag

Afwijking

Ambulancezorg

1.606.000

1.005.857

600.143

Bedrijfsondersteuning

1.256.000

934.422

321.578

Publieke Gezondheid

-

-

-

2.862.000

1.940.279

921.721

Totaal

Opgesplitst naar de in de balans gehanteerde categorieën zijn de kredieten als volgt verdeeld: Kredieten/investeringen

Investeringskrediet Investeringsbedrag

Afwijking

Bedrijfsgebouwen

441.000

303.414

137.586

Vervoermiddelen

773.000

450.914

322.086

Machines, apparaten en installaties

679.000

399.634

279.366

Overige materiële vaste activa

969.000

786.317

182.683

2.862.000

1.940.279

921.721

Totaal

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

85

6.3.

Baten en lasten Publieke Gezondheid

In onderstaand overzicht worden de baten en lasten uitgesplitst in kostencategorieën; de mutaties in de reserves zijn hierin niet opgenomen. Baten en lasten Publieke Gezondheidszorg

Raming

Verschil

Realisatie

Raming 2024

2024 voor

Raming vs

2024

na wijziging

wijziging

Realisatie

€

€

€

€

Gemeentelijke bijdrage per inwoner

17.864.550

17.665.000

17.665.000

199.550

JGZ 0-4 bijdrage basispakket

14.410.944

14.410.000

14.390.000

944

166.995

180.000

180.000

-13.005

Contracttaken gemeenten

9.581.453

9.040.000

7.170.000

541.453

Bijdrage Rijk

8.478.757

8.400.000

3.770.000

78.757

Waarvan bijdrage Rijk Covid

3.511.845

3.985.000

-

-473.155

332.686

165.000

190.000

167.686

Baten instellingen/bedrijven

3.544.974

3.200.000

1.980.000

344.974

Baten particulieren

1.155.312

1.280.000

1.535.000

-124.688

Rentebaten

333.409

305.000

-

28.409

Vrijval voorzieningen

38.720

-

-

38.720

Totaal Baten

55.907.800

54.645.000

46.880.000

1.262.800

Lasten: Personeelskosten

€ 37.982.799

€ 38.525.000

€ 35.110.000

€ 542.201

Waarvan personeelskosten Covid

353.562

315.000

-

-38.562

Rente en afschrijvingen

571.674

580.000

835.000

8.326

Personeel van derden

4.782.221

4.550.000

700.000

-232.221

Waarvan personeel van derden Covid

1.944.126

2.150.000

-

205.874

Energie

106.242

140.000

140.000

33.758

Waarvan energie Covid

1.067

-

-

-1.067

Duurzame goederen

42.068

40.000

75.000

-2.068

12.829.632

12.700.000

10.825.000

-129.632

Baten:

Bijdragen gemeenten

Zorgverzekeraars

Overige goederen en diensten Waarvan overige goederen en diensten Covid

545.140

830.000

-

284.860

Overige inkomensoverdrachten

499.800

570.000

570.000

70.200

Toevoeging aan voorzieningen

578.959

305.000

105.000

-273.959

-

305.000

-

305.000

-2.096.009

-2.095.000

-2.070.000

1.009

362.950

385.000

-

22.050

-

-

785.000

-

55.297.386

55.315.000

47.075.000

17.614

Vennootschapsbelasting

119.732

110.000

-

-9.732

Totaal saldo van baten en lasten

490.682

-780.000

-195.000

1.270.682

Waarvan toevoegingen aan voorzieningen Covid

Verrekening overhead Waarvan verrekening Covid-organisatie – van GGD

Wendbaarheid-/ontwikkelingsbudget Totaal Lasten

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

86

Toelichting algemeen: Met een tweetal begrotingswijzigingen gedurende het jaar zijn reeds een aantal ontwikkelingen in de begroting 2024 verwerkt, waarmee de verschillen in de jaarrekening bij de meeste posten beoogd werden beperkt van omvang te zijn. Desondanks hebben zich een aantal, voornamelijk positieve afwijkingen voorgedaan waarvan hieronder de belangrijkste verschillen tussen de geactualiseerde raming en de realisatie worden toegelicht. Kosten en baten in verband met de Covid crisis worden in het overzicht Baten en Lasten separaat toegelicht. Afwijkingen ten opzichte van ramingen worden daarbij niet specifiek toegelicht; enerzijds was de raming daarvan, vanwege de onvoorspelbaarheid van het onzekere verloop van de crises, deels vrij globaal; anderzijds geldt dat de werkelijke kosten integraal vergoed worden. In 2024 heeft ook een afrekening met het Ministerie van VWS plaatsgevonden met betrekking tot opgebouwde verlofuren voor personeel ingezet tijdens de Coronacrisis voor een bedrag van € 305.000. Deze compensatie is in de baten opgenomen, echter in de begroting tevens als een last opgenomen voor hetzelfde bedrag als een toevoeging aan de voorziening verlof.

Feitelijk is dit echter te beschouwen als een ontvangen bijdrage wat tot een resultaat op Covid in 2024 leidt en wat binnen het programma Publieke Gezondheid hogere (toekomstige) kosten compenseert, hetzij via het verloop van de voorziening voor verlof, hetzij via hogere personele kosten (vervanging tijdens verlof), maar die in tegenstelling tot de aanname in de begroting niet als een Covid-gerelateerde voorziening mag worden beschouwd. Dit verklaart dat in 2024 het verschil in totale Covid-gerelateerde lasten (€ 778.000 lager dan geraamd) afwijkt van het verschil in Covid-gerelateerde baten (€ 473.000 lagere baten ten opzichte van raming), waarmee het Covidgerelateerde resultaat in 2024 op een positieve € 305.000 uitkomt ten opzichte van de neutrale begroting (wat dus de compensatie van het Ministerie van VWS voor opgebouwde verlofuren betreft). Exclusief deze verschillen op baten en lasten gerelateerd aan de Covid-19 crisis, komt het verschil in baten voor ‘reguliere’ PG-activiteiten vs. raming op een positieve € 1.736.000 en het verschil op lasten voor ‘reguliere’ PGactiviteiten op een negatieve € 760.000. De voornaamste verschillen worden hieronder verder toegelicht. Baten – Regulier (exclusief crises) Het verschil tussen realisatie en begroting van de totale baten exclusief crises is per saldo ca. € 1.736.000 positief (hogere baten).

Een aantal afwijkingen zijn relatief beperkt en hebben geen specifieke oorzaak. De hogere gemeentelijke bijdrage per inwoner (€ 200.000) ten opzichte van de begroting is het gevolg van een onvolledigheid in de slotwijziging van de programmabegroting 2024. Hierin is abusievelijk niet meegenomen de in de 1e begrotingswijziging van 2024 vastgestelde verhoging van de inwonerbijdrage voor uitvoering van maternale kinkhoestvaccinaties (onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma). De positieve afwijking op contracttaken gemeenten (€ 541.000) omvat een circa € 321.000 hogere opbrengst voor de JGZ-dienstverlening voor Oekraïense kinderen, hogere opbrengsten door uitvoering van diverse beleids- en preventieprojecten (circa € 112.000) en uitvoering van diverse (monitor)onderzoeken (circa € 133.000) voornamelijk gerelateerd aan de gezondheidsakkoorden IZA/GALA en voor circa € 45.000 hogere opbrengsten met betrekking tot diverse overige uitgevoerde contracttaken.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

87

Lager dan geraamde uitkeringen aan mantelzorgers van het mantelzorgcompliment in 2024 resulteren in een eveneens lagere doorbelasting aan de betreffende gemeente voor een bedrag van circa € -70.000. De positieve afwijking op bijdrage Rijk (€ 552.000 exclusief Covid) heeft voor circa € 203.000 betrekking op hogere opbrengsten JGZ (afrekeningen over 2023 met betrekking tot ent-gelden en hielprikken, hogere inzet en bijdrage als gevolg van toegenomen onderzoeken van asielzoekers in 2024), voor circa € 177.000 hogere bijdragen dan geraamd voor versterking infectieziekten bestrijding (SPUK VIP) en voor circa € 61.000 hogere opbrengsten met betrekking tot beleids- en preventieopdrachten. Het restant van circa € 111.000 wordt verklaard door hogere bijdragen voor inzet van diverse teams waaronder die op het gebied van seksuele gezondheid, forensische geneeskunde en uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma. De hogere baten van zorgverzekeraars (€ 168.000) betreft voornamelijk hoger dan geraamde vergoedingen voor TBC onderzoeken (circa € 81.000), meer verzekerde zorgonderzoeken in verband met infectieziekten (circa € 42.000 waarvan ruim € 37.000 betrekking heeft op 2023) en meer JGZ testen met betrekking tot koemelkallergie (circa € 45.000).

De hogere baten instellingen/bedrijven (€ 345.000) zijn vooral veroorzaakt door meer inzet op diverse onderzoeks- en preventieprojecten voor derde partijen ten opzichte van de ramingen (circa € 66.000, waaronder preventieprojecten als Wijkaanpak rookvrij leven, Kanker lokaal op de kaart), meer forensische diensten/arrestantenzorg (circa € 36.000), meer contracttaken door JGZ (circa € 149.000, waaronder hogere inzet en bijdragen voor project Storm) en hogere diverse opbrengsten van overige teams (circa € 94.000, waaronder hogere vaccinatie-opbrengsten voor bedrijven en instellingen en inzet gefactureerd aan andere GGD-en).

De lagere baten van particulieren (€ -125.000) wordt voornamelijk verklaard door een lager aantal vaccinaties met betrekking tot reizigerszorg (€ -112.000). Lasten – Regulier (exclusief crises) Het verschil tussen realisatie en begroting van de totale lasten exclusief Covid is per saldo ca. € 760.000 (hoger). Een aantal afwijkingen zijn beperkt van omvang. Het voordeel als gevolg van lagere personeelskosten (€ 581.000 excl. Covid) wordt verklaard door: •

Niet volledig invullen van formatieplekken zoals opgenomen in de begroting en dan met name door het niet of later invullen van vacatures, resulteert in circa € 256.000 lagere personeelskosten (corresponderend met 2,7 FTE lagere invulling van vacatures)

•

Hogere UWV-uitkeringen in verband met zwangerschappen (circa € 177.000 voordeel)

•

Vrijvallen van een stelpost voor kosten vervanging personeel als gevolg van (langdurig) ziekteverzuim, opgenomen in de begroting voor circa € 114.000, wat onder andere zijn weerslag vindt in hogere inhuur personeel van derden

•

Overige verschillen tussen realisatie en begroting (circa € 34.000) waaronder verschillen als gevolg van andere aannames voor loonsommen (met betrekking tot in te vullen vacatures) en verschillen in werkgeverslasten met betrekking tot IKB-uitkeringen (die zich voornamelijk in de laatste maand van het jaar voordoen)

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

88

De kosten van inhuur van personeel van derden (€ 438.000 excl. Covid) zijn boven raming uitgekomen en kunnen worden verklaard door: •

Meer tijdelijke inhuur van personeel ten behoeve van de uitvoering van (contract)taken op het gebied van beleid en preventie en jeugdgezondheidszorg voor circa € 121.000; gecompenseerd door hogere baten

•

Hogere kosten van inhuur personeel voor het VIP (Versterken Infectieziektenbestrijding / Pandemische Paraatheid) voor circa € 147.000; gecompenseerd door hogere SPUK baten

•

Hogere kosten van inhuur personeel voor ondersteunende diensten voor circa € 79.000, onder andere als gevolg van niet (tijdig) invullen van vacatures; deels gecompenseerd door lagere personeelskosten

•

Hogere kosten van inhuur personeel voor overige teams (circa € 91.000) (waaronder Forensische Geneeskunde, Seksuele Gezondheid, Vaccinatie Expertise Centrum) voornamelijk als tijdelijke vervanging benodigd voor uitvoering van geraamde (contract)taken onder andere als gevolg van niet (tijdig) kunnen invullen van vacatures; deels gecompenseerd door lagere personeelskosten

De kosten voor overige diensten en vergoedingen overschrijden de raming met € 414.000 (excl. Covid), waarvan: •

Circa € 101.000 betrekking heeft op hogere doorbelastingen van kosten van derde partijen waarmee de GGD samenwerkt op het gebied van beleid en preventieprojecten onder de gezondheidsakkoorden IZA/GALA, waarbij de GGD als penvoerder optreedt. Deze hogere kosten worden gecompenseerd door hogere baten

•

Hogere licentiekosten met betrekking tot software van circa € 88.000 (waaronder nieuwe applicaties ten behoeve van Mantelzorg € 26.000 en ten behoeve van het toegangscontrolesysteem € 23.000 en nacalculaties als gevolg van het toegenomen aantal gebruikers).

•

Hogere studiekosten van circa € 73.000

•

Hogere honoraria derden voor met name projectondersteuning van circa € 59.000

•

Hogere kosten met betrekking tot verzuimbeleid/arbodienst van circa € 34.000

•

Hogere laboratoriumkosten van circa € 27.000

•

Diverse overige posten met overschrijdingen van in totaal circa € 32.000

De lagere kosten op overige inkomensoverdrachten (€ 70.000) ten opzichte van de begroting zijn het gevolg van lagere uitkeringen uit hoofde van het Mantelzorgcompliment 2024 waarvan de GGD de uitvoering regelt ten behoeve van de gemeente Eindhoven. Hiertegenover staat ten opzichte van de begroting een lagere compensatie van eenzelfde omvang onder contracttaken gemeenten. In de begroting (exclusief Covid) waren geen toevoegingen aan voorzieningen opgenomen; in de realisatie is uiteindelijk voor een totaal van circa € 579.000 aan bestaande voorzieningen toegevoegd. Dit omvat: •

Circa € 447.000 toevoeging aan de voorziening Spaarverlof. Dit enerzijds in lijn met de sinds 2022 in de cao SGO opgenomen regelingen voor spaarverlof. Anderzijds is, als gevolg van de in de afgelopen jaren toegenomen verlofsaldi anders dan door spaarverlof, in 2024 opnieuw bekeken wat hiervan als ‘excessief’ aangemerkt zou kunnen worden. Conform BBV-richtlijnen dient namelijk ook voor excessieve verlofsaldi een voorziening te worden getroffen. Beide aspecten samen resulteren in een benodigde toevoeging aan de voorziening van € 447.000.

•

Circa € 132.000 toevoeging aan de voorziening Herplaatsingskosten Personeel voortvloeiend uit vaststellingsovereenkomsten met medewerkers die in 2025 zullen worden afgewikkeld.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

89

Verantwoording 2023 Covid-19 crisis In bovengenoemde programmaverantwoording zijn de kosten en baten van de Covid-19 crisis opgenomen. In de wet Publieke gezondheid is vastgelegd dat de minister in geval van een pandemie de GGD opdrachten kan geven in verband met de aanpak van deze pandemie. Tevens is vastgelegd dat de kosten in dat geval door het ministerie worden vergoed. Ter dekking van de kosten die GGD’en maken met betrekking tot bestrijding van de Covid-19 crisis was tot en met juni 2023 de zogenaamde meerkostenregeling van toepassing met separate verantwoording volgens een VWS-format in de jaarrekening. Voor de Covid-19 gerelateerde kosten vanaf juli 2023 zijn door het ministerie zogenaamde SPUKvergoedingen toegekend. Zo ook voor het gehele jaar 2024. De verantwoording van de bestedingen van deze SPUK-vergoedingen gebeurt middels een zogenaamd SiSa format (Single Information, Single Audit) die met betrekking tot het jaar 2024 als bijlage in deze jaarrekening is opgenomen. Voor wat betreft de eerdergenoemde meerkostenregeling zijn er, voortkomend uit de periode t/m juni 2023, doorlopende verplichtingen vastgesteld die, voor zover nog doorlopend per ultimo 2024, in de balans zijn opgenomen.

Eén van die doorlopende verplichtingen had betrekking op het opgebouwde verlof door personeel ingezet voor de bestrijding van de Covid-19 crisis, wat in 2024 door het Ministerie van VWS is afgerekend en heeft geresulteerd in een resultaat van € 305.000 zoals in de toelichting op de baten en lasten voor Publieke Gezondheid hierboven is weergegeven.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

90

6.4.

Baten en lasten Ambulancezorg

In onderstaand overzicht worden de baten en lasten uitgesplitst in kostencategorieën; de mutaties in de reserves zijn hierin niet opgenomen. Verschil

Baten en lasten

Realisatie

Raming 2024

Raming 2024

Ambulancezorg

2024

na wijziging

voor wijziging

€

€

€

€

10.489

5.000

5.000

5.489

-

-

15.000

0

Bijdrage Rijk

2.138.547

2.170.000

880.000

-31.453

Zorgverzekeraars

32.352.431

32.395.000

31.400.000

-42.569

Baten instellingen/bedrijven

93.987

70.000

80.000

23.987

Rentebaten

228.918

220.000

-

8.918

Vrijval voorzieningen

54.347

-

-

54.347

34.878.719

34.860.000

32.380.000

18.719

Personeelskosten

23.480.751

23.785.000

21.450.000

304.249

Rente en afschrijvingen

1.399.567

1.415.000

1.480.000

15.433

Personeel van derden

873.639

835.000

500.000

-38.639

Energie

618.906

635.000

725.000

16.094

877

-

-

-877

Overige goederen en diensten

5.636.412

5.615.000

5.900.000

-21.412

Toevoeging aan voorzieningen

473.692

280.000

205.000

-193.692

Verrekening overhead

2.096.009

2.095.000

2.070.000

-1.009

Totaal Lasten

34.579.853

34.660.000

32.330.000

80.147

-

-

-

0

298.866

200.000

50.000

98.866

Baten: Bijdragen gemeenten Contracttaken gemeenten

Totaal Baten

begroting vs Realisatie

Lasten:

Duurzame goederen

Vennootschapsbelasting Totaal saldo van baten en lasten

Hierna worden de belangrijkste verschillen tussen de raming en realisatie toegelicht. Baten De niet in de begroting opgenomen vrijval voorzieningen (circa € 54.000) betreft het afwikkelen van een restant van een voorziening die in het verleden (2017 - 2019) is gevormd in verband met (externe) herplaatsing van personeel, waaruit in 2024 de laatste uitkering heeft plaatsgevonden.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

91

Lasten De lagere personeelskosten (circa € 304.000) worden voornamelijk verklaard door niet (tijdige) invulling van vacatures (circa 158.000; corresponderend met 1,8 FTE). De overige verschillen tussen realisatie en begroting (circa € 146.000) zijn voornamelijk het gevolg van conservatievere aannames voor loonsommen in de begroting en voor werkgeverslasten gerelateerd aan de eindejaarsuitkeringen. De hogere toevoeging aan voorzieningen (circa € 194.000) heeft betrekking op de voorziening Spaarverlof en op de voorziening PLB uren, waarvoor de inschattingen tijdens de begroting te laag zijn gebleken. 6.5.

Overzicht en analyse incidentele baten en lasten

Conform BBV regelgeving dient in de jaarrekening en begroting inzicht gegeven te worden in de omvang van de incidentele baten en lasten. Doelstelling hiervan is om inzichtelijk te maken of sprake is van een structureel evenwicht in de exploitatie, waarbij met name aandacht is voor de vraag of structurele kosten gedekt worden met incidentele baten, omdat dat een bedreiging is voor eerstgenoemde evenwicht. Aangezien gedurende een boekjaar een veelheid aan eenmalige kosten (en vaak ook baten) ontstaan, is bij de specificatie van incidentele kosten en baten met name dat uitgangspunt gehanteerd. Het BBV adviseert onderstaand model te hanteren voor de presentatie van het structureel begrotingssaldo; mutaties in de reserves zijn daarbij standaard incidenteel, m.u.v. mutaties in de algemene reserve m.b.t. resultaatbestemming en mutaties in egalisatiereserves omdat die nu juist een egalisatie van structurele kosten en baten beogen. Bij het vaststellen van de incidentele baten en lasten is een ondergrens van circa € 50.000 gehanteerd.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

92

6.6.

Toelichting en specifieke directe kosten en overhead

Conform BBV-regelgeving dient bij de kosten een onderscheid gemaakt te worden in de directe kosten van een taakveld en de overhead van de organisatie. Toerekening van overhead aan de taakvelden hoeft niet meer plaats te vinden. In onderstaand overzicht wordt een nadere specificatie van de kosten naar direct en overhead weergegeven. Volgens de BBV wordt onder overhead verstaan: het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Uitgangspunt van deze definitie is ook dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten/taken/producten die gericht zijn op de externe klant, moeten in de betreffende taakvelden worden geregistreerd. Hoewel beoogd wordt een eenduidige uitleg van het begrip overhead te hanteren, blijft er ten aanzien hiervan de nodige ruimte voor interpretatie. Dit geldt met name ook voor de GGD omdat zij een organisatie is die zich ook bij veel van haar ondersteunende activiteiten direct richt op de burger als externe klant. Dit betekent bijvoorbeeld dat onze website nagenoeg volledig gericht is op het verstrekken van informatie over gezondheid en aanverwante zaken die direct gericht zijn op de externe klant; dit is dan derhalve geen overhead maar onderdeel van onze primaire taak.

Het planbureau JGZ en het klantcontactcentrum voeren nagenoeg alleen activiteiten uit die gericht zijn op direct klantcontact met de burger en deze zijn ook direct toe te rekenen aan de uitvoerende taken (en zo is tot nu ook de praktijk), maar zijn tegelijkertijd ook te duiden als ondersteunend aan de medewerkers in het primaire proces. Medewerkers bedrijfsbureau Ambulancezorg zijn daarentegen wel duidelijk overhead, zij hebben geen direct klantcontact. Omdat over dit soort activiteiten verschillende interpretaties mogelijk blijven, worden deze in onderstaande toelichting afzonderlijk benoemd, om daarmee een adequate interpretatie van de omvang van de overhead mogelijk te maken.

Toelichting: Personeel: Alle managementfuncties zijn conform BBV per definitie overhead, dus ook die uit het primaire proces ook al zouden die direct toegerekend kunnen worden. Verder zijn hier alle zgn. Piofach-functies als overhead benoemd. Medewerkers KCC en Bedrijfsbureau JGZ en beheer/onderhoud website zijn als directe kosten opgenomen. Huisvesting (diverse materiele kostencategorieën): Deze kosten worden gezien als overhead behoudens het deel van de kosten dat betrekking heeft op onderzoeksruimtes die alleen gebruikt worden voor klantcontact en op de ambulanceposten.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

93

Hard en software: (afschrijving en licenties): Deze kosten worden gezien als overhead, m.u.v. de kosten van vak-applicaties waarin klantgegevens ten behoeve van de primaire taak worden beheerd; zoals het digitaal dossier JGZ, rittenregistratie AZ en dergelijke.

Overige materiele kosten piofach-functies: Deze kosten worden in het algemeen gezien als overhead, behoudens de kosten met betrekking tot de website. Overige materiele kosten uitvoerende sectoren: Deze kosten worden in het algemeen gezien als directe kosten: betreft afschrijving en onderhoud apparatuur en ambulances, verbruiksmaterialen, medicijnen, inhuur derden. Communicatiekosten (telefonie, dataverkeer en dergelijke) zijn bij Publieke Gezondheid overhead maar bij Ambulancezorg directe kosten. 6.7.

Rechtmatigheidsverantwoording 2024

Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen van de GGD en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 18 december 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 904.000.

De grondslag voor deze verantwoording is de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024. Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 665.000 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 904.000.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

94

De bevindingen betreffen:

Begrotingscriterium 1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door het

Bedrag -

algemeen bestuur vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 2. Ongeautoriseerde reservemutaties 3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot

€ 76.000 -

een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld

Totaal begrotingsonrechtmatigheden

4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen

€ 76.000

-

het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid Resterend saldo aan niet acceptabele begrotingsonrechtmatigheden

€ 76.000

Voorwaardencriterium 5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed

€ 589.000

Overige bevindingen inzake voorwaardecriterium

-

Totaal onrechtmatigheden voorwaardencriterium

€ 589.000

M&O criterium Overige bevindingen inzake M&O criterium Totaal onrechtmatigheden M&O criterium Totaal van onrechtmatigheden Waarvan acceptabel Waarvan niet-acceptabel

€ 665.000 € 665.000

In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie zij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

95

7. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector De WNT is van toepassing op GGD Brabant-Zuidoost. Het voor GGD Brabant-Zuidoost toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000 (algemeen bezoldigingsmaximum). 7.1.

Bezoldiging topfunctionarissen

7.1a

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende zonder dienstbetrekking vanaf

de 13de maand van de functie invulling Gegevens 2024

Mevrouw

De heer

bedragen x € 1

A.M. de Wit

M.J.A. Smeets

Functiegegevens5

Directeur Publieke Gezondheid

Directeur*

01/04 t/m 31/12

01/01 t/m 31/12

1,00

1,00

ja

ja

112.727

143.793

Beloningen betaalbaar op termijn

17.462

23.322

Subtotaal

130.189

167.114

175.068

233.000

N.v.t.

N.v.t.

130.189

167.114

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Aanvang6 en einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7 Dienstbetrekking?8 Bezoldiging9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag11

Bezoldiging

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan12 Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling13

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

96

*Functionaris wordt aangemerkt als topfunctionaris uiterlijk tot en met 27-3-2025 in verband met eerdere functie als directeur Gegevens 202314 Mevrouw

De heer

H.E. Jeurissen-Meussen

M.J.A. Smeets

Directeur Publieke Gezondheid

Directeur

01/01 t/m 31/08

01/01 t/m 31/12

1,00

1,00

ja

ja

100.223

133.805

Beloningen betaalbaar op termijn

15.029

21.887

Subtotaal

115.252

155.692

148.463

223.000

115.252

155.692

bedragen x € 1 Functiegegevens5 Aanvang en einde functievervulling in 2023 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7 Dienstbetrekking?8

Bezoldiging9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10

Bezoldiging

7.1b

Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12

Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost aangezien er geen inhuur heeft plaatsgevonden op deze functies. 7.1c

Toezichthoudende topfunctionarissen

Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

97

7.1d

Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder

Gegevens 2024 Naam topfunctionaris

Functie

Mevrouw C. Dortmans

Voorzitter tot 1 juli 2024 (lid DB en AB)

De heer E. Beex

Vice voorzitter en portefeuille personeel (lid DB en AB)

Mevrouw V. Zeeman

Secretaris tot 1 juli 2024 en voorzitter vanaf 1 juli 2024 (lid DB en AB)

De heer S. Toub

lid DB tot 1 juli, Secretaris vanaf 1 juli en lid AB

De heer H. Driessen

lid DB (portefeuille financien) en lid AB

Mevrouw M. Sanders

lid DB en AB

Mevrouw M. Slaets

lid DB en AB

De heer T. Tuerlings

lid DB en AB vanaf 1 juli 2024

De heer W. v.d. Linden

lid AB tot 1 mei

Mevrouw H. van Dongen

lid AB vanaf 1 mei

De heer R. van Rinsum

lid AB

De heer M. van Dalen

lid AB

Mevrouw W. Steeghs

lid AB

Mevrouw M. van Breugel

lid AB tot 1 juli

De heer P. Sterk

lid AB vanaf 1 juli

De heer N. Wouters

lid AB

Mevrouw C. van Overdijk

lid AB

De heer M. Maas

lid AB

De heer K. Kusters

lid AB

De heer B. Bots

lid AB

De heer H. Stroeks

lid AB

Mevrouw J. Spoor

lid AB

De heer S. Grevink

lid AB

De heer K. Voortman

lid AB

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

98

7.1e

Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100

Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost 7.1f

Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 waarop de anticumulatiebepaling van

toepassing is Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost 7.1g

Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder waarop de anticumulatiebepaling van

toepassing is Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost 7.2.

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen

Niet van toepassing voor GGD Brabant-Zuidoost 7.3.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Jaarrekening 2024 - PL/RdK/EV

99

Verantwoording Sisa 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15438467/1