CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht ingekomen stukken ter kennisgeving

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Ter informatie.35.473 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

9

Gemert-Bakel

Ja

Als gemeente zijn wij onderdeel van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en voelen wij ons medeverantwoordelijk voor de huidige situatie. Wij delen de mening van het algemeen bestuur dat de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost met spoed moet voldoen aan wet- en regelgeving en onveilige situaties dienen met prioriteit opgelost te worden. De raad van Gemert-Bakel stemt in met de voorgestelde begrotingswijziging maar met de nodige kanttekeningen. Wij zijn van mening dat de huidige situatie waarin de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost verkeert nooit zo had mogen ontstaan. Het algemeen en dagelijks bestuur van de VRBZO zijn de afgelopen jaren bestuurlijk tekort geschoten. Dat vinden wij kwalijk. De gemeenteraad van Gemert-Bakel roept het algemeen bestuur op om met een plan van aanpak te komen om te borgen dat het bestuur van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost dichter bij de organisatie komt te staan om zo signalen uit de organisatie eerder op te pakken. Wij willen als gemeenteraad proactief geïnformeerd worden in de wijze waarop de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost zorgdraagt weer compliant te zijn aan wet- en regelgeving en wensen een actieplan te ontvangen met prioritering waarlangs het bestuur zal werken. Het kan niet anders dan dat de huidige geschetste situatie impact heeft op de medewerkers van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost.

Wij vinden het belangrijk dat bij de uitvoering van de plannen om tot een robuuste organisatie te komen de input van de medewerkers van de werkvloer meegenomen wordt. Het is daarbij wenselijk om daarbij periodiek een onafhankelijk werknemerstevredenheidsonderzoek uit te laten voeren zodat de stem van de medewerkers meegenomen wordt in dit proces.

10

Heeze-Leende

Ja

Als gemeente zijn wij onderdeel van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) en voelen wij ons medeverantwoordelijk voor de huidige situatie. Wij delen de mening van het Algemeen Bestuur dat de VRBZO met spoed moet voldoen aan wet- en regelgeving en in onveilige situaties dienen met prioriteit opgelost te worden. Uitgangspunt is en blijft dat onze medewerkers (beroepsmatig en als vrijwilliger) veilig kunnen werken en dat onze inwoners er vanuit kunnen gaan dat er een veiligheidsorganisatie staat waar we van op aan kunnen. Wij stemmen daarom in met de voorgestelde begrotingswijziging maar de nodige kanttekeningen. Wij zijn van mening dat de huidige situatie waarin de VRBZO verkeert nooit zo had mogen ontstaan. Het Algemeen en Dagelijks Bestuur van de VRBZO zijn de afgelopen jaren bestuurlijk tekort geschoten. Dat vinden wij kwalijk. Daarom willen wij dat op basis van het eerder uitgevoerde onderzoek er maatregelen getroffen gaan worden die ervoor gaan zorgen dat dit niet nog eens gaat gebeuren. Wij roepen het Algemeen Bestuur op om met een plan van aanpak te komen om te borgen dat het bestuur van de VRBZO dichter bij de organisatie komt te staan om zo signalen uit de organisatie eerder op te pakken.

Wij willen als gemeenteraad proactief geïnformeerd worden in de wijze waarop de VRBZO zorgdraagt weer compliant te zijn aan wet- en regelgeving en wensen een actieplan te ontvangen met prioritering waarlangs het bestuur zal werken. Het kan niet anders dan dat de huidige geschetste situatie impact heeft op de medewerkers van de VRBZO. Wij vinden het belangrijk dat bij de uitvoering van de plannen om tot een robuuste organisatie te komen de input van de medewerkers van de werkvloer meegenomen wordt. Het is daarbij wenselijk om daarbij periodiek een onafhankelijk werknemerstevredenheidsonderzoek uit te laten voeren zodat de stem van de medewerkers meegenomen wordt in dit proces.

11

Helmond

Ja

Wij hebben kennisgenomen van de plotselinge ontwikkelingen bij de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. De afgelopen jaren hebben wij van u, over het algemeen, positief gestemde ontwerp begrotingsdocumenten ontvangen en zijn presentaties gegeven waarbij wij de indruk kregen dat de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost in control was en een (crisis)organisatie waarop gebouwd kon worden. Sinds de regionalisering ontvangt u van ons zienswijzen op de ontwerpbegrotingen waar wij u verzoeken, mochten er zich ontwikkelingen voordoen die effect hebben op de begrotingen, ons tijdig hierover te informeren. U begrijpt dat de komende jaren, zeker 2026, zeer onzekere financiële jaren voor de meeste gemeenten zijn alwaar besparingen noodzakelijk zijn, hetgeen een strikte begrotingsdiscipline van iedereen, ook de Gemeenschappelijke Regelingen, vraagt. Ondanks het bovenstaande beoordelen wij de 1e begrotingswijziging 2025 VRBZO positief, omdat wij ook begrijpen dat u als organisatie zo snel als mogelijk aan alle wet- en regelgeving moet voldoen en de bedrijfscontinuïteit en slagkracht geborgd dienen te worden. Wij willen van u een verbeterplan ontvangen, waarin u aangeeft hoe u in het vervolg de doelstellingen, opgaven en taken wel gaat halen c.q. kunt uitvoeren. Wij verzoeken u ons halfjaarlijks in de gemeenteraad op de hoogte te stellen van de vorderingen die u daarbij maakt.

Overzicht ontvangen reacties zienswijzen

12

Laarbeek

Ja

De gemeenteraad van Laarbeek waardeert de inzet van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en erkent het belang van een solide financiële basis. Wij zien echter uitdagingen in de voorgestelde verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor 2025 en de verwachte verdere stijging in de komende jaren. De gemeente Laarbeek heeft kennisgenomen van de situatie bij Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en is geschrokken en onaangenaam verrast over de huidige stand van zaken. Met oog op de toekomst en gezien de aanstaande kortingen vanuit het Rijk voor alle gemeenten vanaf 2026, vragen wij om volledige transparantie in de kostenontwikkeling en een tijdige informatievoorziening hiervan is essentieel. Tevens verzoeken wij te onderzoeken of er gezamenlijk aan een van de lokale Rekenkamers opdracht gegeven kan worden om een onderzoek uit te voeren naar hoe het zover heeft kunnen komen bij de veiligheidsregio en welke lessen hieruit getrokken moeten worden.

13

Nuenen ca

Ja

Wij zijn geschrokken van de tekortkomingen binnen de organisatie die in de nu voorliggende stukken worden beschreven. Wij vragen ons af of signalen voldoende zijn opgepakt door management en bestuur. Om herhaling van de ontstane situatie in de toekomst te voorkomen vragen wij u welke maatregelen u concreet neemt om te komen tot kwalitatief betere aansturing van de organisatie én bestuurlijk toezicht. Wij onderschrijven dat ook onze veiligheidsregio moet voldoen aan de voor haar geldende wet- en regelgeving; zij moet garant staan voor de veiligheid van het eigen personeel en een heel belangrijke partner zijn in een veilige samenleving. Wij vertrouwen er op dat VRBZO in de komende jaren uitvoering geeft aan de acties die zijn beschreven in de uitwerking van de bestuurlijke opdracht, waarin voor het deel “Voldoen aan wet- en regelgeving” al een prioritering is aangegeven. Wij willen als gemeenteraad proactief geïnformeerd worden over de voortgang. Wat de ingezette herstel- en versterkingsoperatie betreft gaan wij ervan uit dat VRBZO de komende tijd bouwt aan een robuuste, adequaat geëquipeerde en financieel stabiele organisatie, die de veiligheid van onze regio én de eigen medewerkers ten volle kan waarborgen. Wij zien het ontwerp beleidsplan met de ambities voor de volgende jaren graag zo snel mogelijk tegemoet.

Binnen de daarvoor te doorlopen zienswijzeprocedure zullen wij ook de financiële consequenties daarvan bespreken en wegen. Wij realiseren ons dat gezien de wetenschappelijk aangetoonde trends en ontwikkelingen wellicht een hogere gemeentelijke bijdrage noodzakelijk is. Ook hechten wij er aan aandacht te blijven vragen voor lokale spreiding, ook in de toekomst. Wij zien dat VRBZO zich bij de eerste uitwerking van de bestuurlijke opdracht rekenschap heeft gegeven van de slechte financiële vooruitzichten voor gemeenten. Teneinde de verhoging van de gemeentelijke bijdrage in 2025 en 2026 enigszins te begrenzen stelt u voor om de algemene reserve door forse onttrekkingen sterk terug te laten lopen. Wij willen onze controlerende en kaderstellende taken met betrekking tot VRBZO volwaardig kunnen uitvoeren. Wij vertrouwen er op dat VRBZO het komen tot een toekomstbestendige organisatie voortvarend oppakt. Het instellen van een onderzoek naar de oorzaak is naar onze mening niet nodig.

14

Oirschot

Ja

Op de eerste plaats willen onze waardering uitspreken voor de inspanningen van zowel de beroepsmatige als vrijwillige medewerkers van de VRBZO die ondanks alle problemen binnen de veiligheidsregio hun taken zeer adequaat hebben uitgevoerd. De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) heeft kenbaar gemaakt dat de VRBZO zich in een kritieke fase bevindt waarin de huidige middelen en capaciteit ontoereikend zijn om te voldoen aan de eisen van wet- en regelgeving. Dit legt niet alleen een grote druk op het personeel en de bedrijfscontinuïteit, maar verzwakt ook de organisatie tijdens crisissituaties en reguliere operaties. Voor ons is het voorzien van adequate brandweerzorg in de regio een kerntaak van de veiligheidsregio, daar dient de focus op te liggen. Uitgangspunt is en blijft voor ons dat de veiligheid van onze inwoners geborgd blijft en dat alle medewerkers (beroepsmatig en als vrijwilliger) veilig kunnen werken en dat voldaan wordt aan de wettelijke voorschriften en normen. Wij hopen dat de Inspectie Justitie en Veiligheid bij haar komende toezichtsronde kritisch zal kijken naar de huidige bedrijfsvoering en daarbij aandacht zal schenken aan de toekomstbestendigheid van de (kern)taken van de VRBZO. Wij willen benadrukken dat wij inzien dat een aanvullende financiering noodzakelijk is om een verdere achterstand in regionale samenwerking en ontwikkeling te voorkomen.

Tegelijk benoemen wij ook dat acteren op een efficiënte besteding van de beschikbare middelen (met een focus op de kerntaken van de VRBZO) noodzakelijk en urgent is, gezien de grote financiële uitdagingen waarvoor de gemeenten de komende jaren staan.

15

Reusel-De

Nee

Mierden 16

Someren

Ja De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) heeft kenbaar gemaakt dat de VRBZO zich in een kritieke fase bevindt waarin de huidige middelen en capaciteit ontoereikend zijn om te voldoen aan de eisen van wet- en regelgeving.

Overzicht ontvangen reacties zienswijzen

In de Kadernota 2026 beschrijft u wat financiële gevolgen van de uitwerking van deelopdracht 1 van de Bestuursopdracht voor 2026 en de jaren daarna zijn. Wij hebben kennisgenomen van de plotselinge ontwikkelingen bij de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. De afgelopen jaren hebben wij van u, over het algemeen, positief gestemde ontwerp begrotingsdocumenten ontvangen en zijn presentaties gegeven waarbij wij de indruk kregen dat de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost in control was en een (crisis)organisatie waarop gebouwd kon worden. Kijkend naar de zienswijzen bij de aanbieding van de begroting 2025 lijken deze bij de 1e begrotingswijze volledig genegeerd te worden, Ook bemerken wij dat wij op gebied van communicatie, informatieverstrekking en beleidsmatig voor veel zaken niet conform afspraken en niet tijdig worden ingelicht. De gemeente Someren heeft kennisgenomen van de situatie bij Veiligheidsregio Brabant Zuidoost en is geschrokken en onaangenaam verrast over de huidige stand van zaken. Met oog op de toekomst en gezien de aanstaande kortingen vanuit het Rijk voor alle gemeenten voor alle gemeenten vanaf 2026, vragen wij om volledige transparantie in de kostenontwikkeling en een tijdige informatievoorziening hiervan is hierbij essentieel. Concreet Wij vragen dan ook blijvende aandacht voor de informatievoorziening vanuit de gemeenschappelijke regelingen.

Kwalitatieve en effectieve informatievoorziening is een randvoorwaarde voor sturing en controle op een gemeenschappelijke regeling door de raden. Wanneer extra middelen nodig zijn, zorg dan voor een goede onderbouwing en zoek hiervoor dan primair dekking binnen de eigen begroting. Probeer creatief mee te denken met de uitdagingen waar gemeenten voor staan. De gemeenteraad van Someren roept het algemeen bestuur op om met een plan van aanpak te komen om te borgen dat het bestuur van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost dichter bij de organisatie komt te staan om zo signalen uit de organisatie eerder op te pakken. Graag ontvangen wij een concreet actieplan met een deugdelijke financiële onderbouwing die beschikbare middelen en uitgaven met elkaar in overeenstemming brengen. Voor deelopdracht 1; voldoen aan wet- en regelgeving vragen wij een nadere inhoudelijke uitwerking waaruit de gevraagde financiële middelen gespecifieerd zijn en geconcretiseerd zijn in hoogte en tijd. Er bestaat nog onduidelijkheid in benodigde financiële middelen, tijdsplanning voor het uitvoeren van de deelopdracht 2; de basis op orde brengen en deelopdracht 3; komen tot een beleidsplan. Graag hebben wij zo spoedig mogelijk inzage in de uitwerking van de verbeterplannen en -planningen.

Tot slot: Wij vinden het belangrijk om toekomstige kosten te beperken, dat gemeenten hun financiële verplichtingen tijdig kunnen inschatten en dat de keuzes hieruit goed afgewogen kunnen worden. Gemeenten staan voor financiële uitdagingen dat betekent dat verhogingen van gemeentelijke bijdragen niet langer automatisch gefinancierd kunnen blijven worden. Wij hechten veel waarde aan het gesprek met de VRBZO over welke basistaken nodig zijn en dat er vanuit deze visie bekeken zal worden in welke mate financiële middelen hiervoor nodig zijn. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet. 17

Son en Breugel

JA

Als eerste maken wii kenbaar dat wij met grote zorg kennis hebben genomen van het feit dat de VRBZO niet volledig voldoet aan wet- en regelgeving en dat er qua veiligheid voor en training van het eigen personeel en qua bedrijfsvoering sprake is van tekortkomingen. U heeft ons in uw brief van april 2024 weliswaar een eerste signaal gegeven van de ontstane situatie, maar pas in de stukken bij het ontwerp van de 1e wijziging van de begroting 2025 confronteert u ons ten volle met de ernst van de situatie en het daarbij behorende financiële vraagstuk. We zijn daar erg van geschrokken. Wij gaan ervan uit dat organisatie en bestuur van de VRBZO zich een helder beeld vormen c.q. hebben gevormd over de vraag hoe een en ander over een periode van meerdere jaren heeft kunnen ontstaan. Het is immers van belang lessen te trekken uit het verleden en op basis daarvan een governance-structuur in te richten waarbinnen effectieve communicatielijnen over de actuele stand van zaken binnen de organisatie gewaarborgd zijn. Wij vragen u met klem ons schriftelijk te informeren over dit proces en de uitkomsten daarvan. Wat de ingezette herstel- en versterkingsoperatie betreft gaan wij ervan uit dat de VRBZO de komende tijd bouwt aan een robuuste, adequaat geëquipeerde en financieel stabiele organisatie, die de veiligheid van onze regio én de eigen medewerkers ten volle kan waarborgen.

Wij onderschrijven het voornemen om fase 2 en 3 van de bestuurlijke opdracht in elkaar te schuiven zodat het te ontwikkelen beleids-perspectief snel leidend kan worden en ook de financiële consequenties besproken kunnen worden. Wat die consequenties betreft is het een probleem dat gemeenten geconfronteerd worden met verhoging van hun bijdragen aan de VRBZO nu zij in financieel zwaar weer verkeren. Daar zal rekening mee moeten worden gehouden. Wat dat aangaat zien wij tot ons genoegen dat u zich bij de uitwerking van de bestuurlijke opdracht in de afgelopen maanden rekenschap heeft gegeven van de uitgangspunten/voorwaarden die wij in de zienswijzeprocedure voor de begroting 2025 VRBZO als reactie hebben ingebracht.

18

Valkenswaard

De gemeente Valkenswaard is onderdeel van de VRBZO en daarmee voelen we ons medeverantwoordelijk voor de huidige situatie. Wij delen de mening van het algemeen bestuur dat de VRBZO met spoed moet voldoen aan wet- en regelgeving en onveilige situaties dienen met prioriteit opgelost te worden. De gemeenteraad van Valkenswaard stemt in met de voorgestelde begrotingswijziging maar met de nodige kanttekeningen. Wij zijn van mening dat de huidige situatie waarin de VRBZO verkeert nooit zo had mogen ontstaan. Het algemeen en dagelijks bestuur van de VRBZO zijn de afgelopen jaren bestuurlijk tekort geschoten. Dat vinden wij kwalijk. Wij verzoeken het Algemeen Bestuur van de VRBZO een grondige evaluatie uit te voeren. Dit om op de eerste plaatst hiervan te leren zodat naar de toekomst toe de veiligheid voor onze inwoners gegarandeerd blijft. Op de tweede plaatst moet deze evaluatie duidelijk maken wie voor de ontstane situatie verantwoordelijkheid draagt en gedragen heeft.

Overzicht ontvangen reacties zienswijzen

Wij willen als gemeenteraad proactief geïnformeerd worden in de wijze waarop de VRBZO zorgdraagt weer compliant te zijn aan wet- en regelgeving en wensen een actieplan te ontvangen met prioritering waarlangs het bestuur zal werken. De gemeenteraad van Valkenswaard roept het algemeen bestuur op in het actieplan te borgen dat het bestuur van de VRBZO dichter bij de organisatie komt te staan om zo de signalen uit de organisatie eerder op te pakken. Wij merken op dat er sprake is van onder uitputting op budgetten en het bestaan van een aanzienlijke reserve. Wellicht ontstaan door een vroegtijdige claim op structurele middelen van de gemeenten, die zij zelf niet kunnen inzetten. Naar de toekomst moet dit worden uitgesloten, gezien de financiële situatie van de gemeente Valkenswaard. Het kan niet anders dan dat de huidige geschetste situatie impact heeft op de medewerkers van de VRBZO. Wij vinden het belangrijk dat bij de uitvoering van de plannen om tot een robuuste organisatie te komen de input van de medewerkers van de werkvloer meegenomen wordt. 19

Veldhoven

Nee

Geen zienswijze, maar wel de volgende opmerking: Wel vragen wij aandacht voor de uitwerking van de bestuurlijke opdracht. De gemeenteraad van Veldhoven vindt het van belang dat de VRZBO nu en in de toekomst haar taak naar behoren kan blijven uitvoeren. Medewerkers en vrijwilligers zouden in alle omstandigheden gezond en veilig hun werk moeten kunnen doen.

20

Waalre

Ja

De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) heeft kenbaar gemaakt dat de VRBZO zich in een kritieke fase bevindt waarin de huidige middelen en capaciteit ontoereikend zijn om te voldoen aan de eisen van wet- en regelgeving. Dit legt niet alleen een grote druk op het personeel en de bedrijfscontinuïteit, maar verzwakt ook de organisatie tijdens crisissituaties en reguliere operaties. In de Kadernota 2026 beschrijft u de financiële gevolgen van de uitwerking van deelopdracht 1 van de Bestuursopdracht voor 2026 en de járen daarna, echter ontbreekt een toekomstvisie waarin de inhoudelijke opgaven van de VRBZO expliciet worden verbonden aan het financiële kader. Om hier invulling aan te kunnen geven is het van belang dat de VRBZO in haar toekomstvisie laat zien wat voor veiligheidsregio de VRBZO wil zijn en dit te koppelen aan een realistisch financieel plan. Wij verwachten dan ook dat de VRBZO tijdens de bestuursconferentie (maart 2025) concrete maatregelen presenteert om kosten te beheersen en bijdragen voorspelbaar te houden. De gemeenteraad is geschrokken en onaangenaam verrast over de huidige stand van zaken bij onze Veiligheidsregio. Wij zijn van mening dat de huidige situatie waarin de VRBZO verkeert, nooit zo had mogen ontstaan. Het Algemeen-en Dagelijks Bestuur van de VRBZO zijn de afgelopen járen bestuurlijk tekort geschoten.

Wij roepen u, als Algemeen Bestuur op, om bij uw besluitvorming over deze begrotingswijziging, te eisen dat er onafhankelijk onderzoek wordt gedaan naar hoe het zo mis heeft kunnen lopen en op welke wijze daarover verantwoording moet worden afgelegd. Op basis van een dergelijk onderzoek, kan een plan worden gemaakt, waarmee in de toekomst herhaling van de huidige problemen kan worden voorkomen. Uitgangspunt is en blijft dat onze medewerkers (beroepsmatig en als vrijwilliger) veilig kunnen werken en we voldoen aan wettelijke voorschriften en normen. Tot slot: Wij vinden het belangrijk om toekomstige kosten te beperken, dat gemeenten hun financiële verplichtingen tijdig kunnen inschatten en dat de keuzes hieruit goed afgewogen kunnen worden. Gemeenten staan voor financiële uitdagingen, dat betekent dat verhogingen van gemeentelijke bijdragen niet langer automatisch gefinancierd kunnen blijven worden. Wij hechten veel waarde aan het gesprek met de VRBZO over welke basistaken nodig zijn en dat er vanuit deze visie bekeken zal worden in welke mate financiële middelen hiervoor nodig zijn. Met het oog op de toekomst vragen wij daarom transparantie over de kostenontwikkeling. Wanneer de middelen ontoereikend zijn, zoek dan primair oplossingen binnen de eigen begroting.

En als er toch extra middelen aan ons als gemeenteraad moeten worden gevraagd, zorg dan voor een gedegen onderbouwing. Tijdige informatie, via de leden van uw Algemeen Bestuur is hierbij essentieel.

Overzicht ontvangen reacties zienswijzen

1

Gemeente

Zienswijze (ja/nee)

Inhoud Zienswijze/eventuele opmerkingen

Asten

nee

Geen zienswijze, maar wel de volgende opmerking: Wij benadrukken dat het van belang is de gemeenteraden mee te nemen in het traject om te komen tot een nieuw beleidsplan waarin zowel de verdere uitwerking van de bestuurlijke opdracht VRBZO als de koersbepaling ten aanzien van de risico’s uit de focusgebieden van het risicoprofiel een plek te krijgen. We zien er naar uit hierover met u in gesprek te gaan.

2

Bergeijk

Nee

3

Best

Nee

4

Bladel

Ja

De gemeente Bladel wenst meer inzicht te krijgen in hoe de prioritering van de focusgebieden zal worden uitgevoerd. We zijn benieuwd naar het proces: wanneer en hoe de focusgebieden verder worden uitgewerkt en welke stappen er worden genomen om deze risico’s in de toekomst te adresseren. Daarnaast verzoekt de raad om regelmatig op de hoogte gehouden te worden van de voortgang, zodat we samen kunnen bijdragen aan een effectieve en toekomstbestendige crisisbeheersing.

5

Cranendonck

Nee

Geen zienswijze, maar wel de volgende opmerking: Wij onderstrepen het belang van het betrekken van de gemeenteraden bij het proces dat leidt tot de totstandkoming van een nieuw beleidsplan, waarin zowel de verdere uitwerking van de bestuurlijke opdracht VRBZO als de koersbepaling met betrekking tot de risico’s uit de focusgebieden van het risicoprofiel aan bod komen.

6

Deurne

Ja

Het kabinet heeft begin december besloten om de Delta Rhine Corridor (ondergrondse buis-verbinding van Rotterdam naar Duitsland) niet verder uit te breiden. De provincies Noord-Brabant en Limburg hebben samen met de betrokken gemeenten de afgelopen jaren veel tijd en energie in dit project gestoken en constructief meegedacht. Zo is er onderzocht welke gevaarlijke stoffen, zoals bijvoorbeeld ammoniak, samen door een extra buisleiding kunnen. Een belangrijkvoordeel van het vervoer van gevaarlijke stoffen onder de grond is dat dit resulteert ineen afname van treinvervoer met gevaarlijke stoffen en impact heeft op andere ontwikkelingen zoals woningbouwopgaven. De gemeenteraad van Deurne roept daarom de veiligheidsregio op om zich samen met betrokken veiligheidsregio's, gemeenten en de provincies Brabant, Limburg en Zuid-Holland, hard te (blijven) maken voor ondergronds transport van risicovolle stoffen.

7

Eersel

Nee

8

Eindhoven

Nee

9

Geldrop-Mierlo

Nee

Geen zienswijze, maar wel de volgende opmerking:

Overzicht ontvangen reacties zienswijzen

Wij benadrukken dat het van belang is de gemeenteraden mee te nemen in het traject om te komen tot een nieuw beleidsplan waarin zowel de verdere uitwerking van de bestuurlijke opdracht VRBZO als de koersbepaling ten aanzien van de risico’s uit de focusgebieden van het risicoprofiel een plek krijgen. Wij zien er naar uit hierover met u in gesprek te gaan. 10

Gemert-Bakel

Nee

11

Heeze-Leende

Nee

12

Helmond

Ja

Wij hebben met interesse kennisgenomen van de nieuwe opzet van het ontwerp regionaal risicoprofiel en een inzicht verkregen in de focusgebieden en de risico’s in de regio Brabant-Zuidoost. Het voorliggende regionaal risicoprofiel zal een bouwsteen vormen voor het op te stellen beleidsplan. Het regionaal risicoprofiel 2025-2028 beoordelen wij als positief. Voor de gemeente Helmond zijn “Branden in gebouwde omgeving” en “explosies” in relatie tot de energie transitie en nieuwe energiedragers en “Verkeersongevallen spoor (o.a. chemische stoffen)”, risico’s die extra aandacht vragen. Binnen Peelland vragen de uitgebreide bosgebieden de benodigde aandacht als het gaat om brandveiligheid.

13

Laarbeek

Nee

14

Nuenen ca

Nee

Geen zienswijze, maar wel de volgende opmerking: Wij benadrukken dat het van belang is de gemeenteraden mee te nemen in het traject om te komen tot een nieuw beleidsplan waarin zowel de verdere uitwerking van de bestuurlijke opdracht VRBZO als de koersbepaling ten aanzien van de risico’s uit de focusgebieden van het risicoprofiel een plek krijgen. Wij zien er naar uit hierover met u in gesprek te gaan.

15

Oirschot

Nee

16

Reusel-De Mierden

Nee

17

Someren

Nee

Geen zienswijze, maar wel de volgende opmerking: Wij benadrukken dat het van belang is de gemeenteraden mee te nemen in het traject om te komen tot een nieuw beleidsplan waarin zowel de verdere uitwerking van de bestuurlijke opdracht VRBZO als de koersbepaling ten aanzien van de risico’s uit de focusgebieden van het risicoprofiel een plek krijgen. Wij zien er naar uit hierover met u in gesprek te gaan.

18

Son en Breugel

Nee

Geen zienswijze, maar wel de volgende opmerking: Wij benadrukken dat het van belang is de gemeenteraden mee te nemen in het traject om te komen tot een nieuw beleidsplan waarin zowel de verdere uitwerking van de bestuurlijke opdracht VRBZO als de koersbepaling ten aanzien van de risico’s uit de focusgebieden van het risicoprofiel een plek krijgen. Wij zien er naar uit hierover met u in gesprek te gaan.

19

Valkenswaard

Nee

Overzicht ontvangen reacties zienswijzen

20

Veldhoven

Nee

Wel vragen wij u om inzicht te geven in de prioritering van de focusgebieden en het procesverloop hierin. Wij wensen hierover regelmatig op de hoogte gehouden te worden, indien mogelijk halfjaarlijks. Wij wensen u succes met de uitwerking van deze opdracht en de noodzakelijke verbeteringen. Wij zien de uitwerking hiervan graag tegemoet.

21

Waalre

Nee

Openbaar

Nee

ministerie

Geen zienswijze, maar wel de volgende opmerking: Dank voor het toezenden van het Concept Regionaal Risicoprofiel 2025-2028. Het Regionaal Risicoprofiel geeft duidelijk aan dat de crisisbeheersorganisatie en de brandweer goed voorbereid dienen te zijn op specifieke dreigingen. Daar waar tijdens dreigingen en crisissen sprake kan zijn van strafrechtelijke situaties of indien deze zich daadwerkelijk voordoen, zal het Openbaar Ministerie naar bevind van zaken handelen. Het Regionaal Risicoprofiel 2025-2028 geeft verder geen aanleiding tot inhoudelijke opmerkingen.

Politie

Ja

Allereerst constateer ik dat er in de totstandkoming van dit nieuwe Risicoprofiel door de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost aandacht is besteed aan het betrekken van expertise uit de verschillende partnerorganisaties, waaronder de politie. Hoewel dat vaak wordt gezien als een vanzelfsprekendheid in de samenwerking tussen onze organisaties, wil ik bij deze benadrukken dat ik deze zorgvuldigheid zeer waardeer. Verder stel ik vast dat er zeer bewust is gekozen voor een trendbreuk in het Risicoprofiel, vanuit de terechte constatering dat risico’s steeds sneller veranderen in aard en omvang, niet in de laatste plaats door de snelheid van maatschappelijke en geopolitieke ontwikkelingen. De gemaakte keuze voor een dynamische aanpak, zoals in het huidige Risicoprofiel concreet is uitgewerkt, is naar mijn mening dan ook te billijken en sluit aan bij de inzichten die ook binnen de politie bestaan met betrekking tot een noodzakelijke flexibilisering. Deze inzichten leiden binnen de politie tot de conclusie dat voortdurende monitoring van de ontwikkelingen in een zeer dynamische buitenwereld van cruciaal belang is om tijdig (nieuwe) veiligheidsvraagstukken te identificeren en waar nodig – in overleg met andere (overheids)partners – om te zetten in beleid(svoornemens).

Overzicht ontvangen reacties zienswijzen

Tegelijkertijd brengt dit met zich mee dat in planvorming rekening dient te worden gehouden met de noodzaak om frequent het gesprek te voeren over te maken keuzes in (beleids)prioriteiten. De in het Risicoprofiel opgenomen focusgebieden zijn zeer herkenbaar en vragen om gezamenlijke duiding en verdieping. In de bij het Risicoprofiel gevoegde informatiebrief geeft u aan hoe de VRBZO de komende jaren frequent samen met haar partners de in het profiel opgenomen risico’s verder zal verdiepen en doorleven op basis van een daartoe ontwikkeld afwegingskader. Dit sterkt mij in het vertrouwen dat er een zorgvuldig proces wordt doorlopen om voortdurend de uitdagingen voor de toekomst in gezamenlijkheid niet alleen te bespreken, maar ook te doorleven. Daarmee kan ook in gezamenlijkheid afstemming plaatsvinden over wat dat betekent zowel voor de inzet van de capaciteit – die in alle betrokken organisaties schaars aanwezig is – als ook voor het stimuleren van maatschappelijke weerbaarheid en het activeren van zelfredzaamheid en betrokkenheid van burgers bij veiligheidsissues. Afsluitend stel ik vast dat ik namens de eenheid Oost-Brabant van harte instem met dit voorliggende Regionaal Risicoprofiel 2025 - 2028 en de komende jaren veel kansen zie voor versterking van de al langer in gang gezette geest van gezamenlijkheid tussen uw Veiligheidsregio en de politie.

nn

Baad

vanState

ne

ned

Afdeling bestuursrechtspraak

Pagina 1 van 2

Gemeente Someren INGEKOMEN Raad

de gemeente

van

Postbus 5710

APR.

2025

290

SOMEREN

AG

Datum 27

=|

Someren

Ons

2025

maart

kenmerk

Uw

nummer

0847200524002

202305658/1/R2

Onderwerp Someren

Inlichtingen

(geanonimiseerd)

Bp.

Gezandebaan

Someren

22-24

Procedure

Beroep

Geachte

heer/mevrouw,

Hierbij laat ik u weten

dat

geen

partijen

de

van

gestelde termijn(en) heeft laten de zitting te worden gehoord. Deze zaak wordt daarom in beginsel niet de

Het

onderzoek

Als

de

wordt

Afdeling bij nader

daarover

nu

nader

gesloten. inzien

te

bovengenoemde

procedure binnen

willen

het recht

afzienbare

oordeel

is dat

maken

van

om

op

behandeld.

zitting

een

op

Binnen

van

in de

gebruik

weten

tijd

uitspraak

zal

worden

gedaan.

zitting toch nodig is, ontvangt

een

u

bericht.

Openbaarmaking De beslissing in deze zaak zal openbaar worden gemaakt op een openbaarmakingszitting. Elke woensdag wordt een openbaarmakingszitting gehouden. Op de website van de Raad van State vindt u een overzicht van nummers van zaken waarin de beslissing op de woensdag van die week openbaar wordt gemaakt (www.raadvanstate.nl/ uitspraken). Deze lijst wordt elke maandag geactualiseerd. Zo kunt u eenvoudig opzoeken of in die week een uitspraak in uw zaak is te verwachten. U hoeft niet naar de openbaarmakingszitting op woensdag te komen. U kunt ook gebruikmaken van de e-mailservice op de website (www.raadvanstate.nl/ uitspraken/e-mailservice). Via deze service vult u uw e-mailadres en uw zaaknummer in. U krijgt dan te zijner tijd een e-mail van de Raad van State met de aankondiging van de datum van de uitspraak. U kunt na de openbaarmaking direct de geanonimiseerde tekst van de uitspraak via de website

van

de

de

van

State.

hun

Raad

Raad

van

State inzien. Meer

informatie

hierover vindt

Partijen ontvangen

zo

spoedig mogelijk

Postbus

Den

Haag

een

kopie

u

op de website van

van

de uitspraak

in

zaak.

429730H(AC7)

20019

-

2500

Bij correspondentie

EA

de datum

en

het

-

T

070

nummer

426

van

44

deze

26

-

F 070

365

brief vermelden

13 80

-

www.raadvanstate.nl

Raad

202305658/1/R2=

vanstate

Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt Hoogachtend de griffier

, 4297()4(A()=

,

Pagiria2van2

is dit niet ondertekend.

,

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www. raadvanstate. nl 13ij correspondentie de datum en het nummer van deze briefvermelden

Brabantlaan

EE

Provincie

Noord-Brabant

de

van

pere

Postbus 90151 5200 MC

Commissaris

1

s-Hertogenbosch

Telefoon (073) 681

Koning

28

12

www.brabant.nl IBANNL86INGB0674560043

Aan de

gemeenteraad van Someren

(geanonimiseerd)

Bereikbaarheid

Postbus 290 5710

AG

Gemeente Someren INGEKOMEN

SOMEREN

openbaar

vervoer

en

fiets:

„brabant.nl/route

=2 APR. 2025

Onderwerp Benoeming waarnemend burgemeester

Datum 27 maart 2025

Bijlage(n)

Geachte raad,

1

Hierbij doe ik v toekomen mevrouw

P.J.M.G.

waarnemend

een

afschrift

van

mijn besluit waarbij ik

Blanksma-van den Heuvel heb benoemd

tot

burgemeester van uw gemeente.

bevestig ik dat mevrouw Blanksma in mijn handen de eed, voorgeschreven in artikel 65 van de Gemeentewet, heeft afgelegd. Tevens

Kabinet commissaris

(geanonimiseerd) | |ï mr.

de

Koning

(geanonimiseerd) Team

Hoogachtend,

van

burgemeesterszaken

(geanonimise rd)

Provincie

Noord-Brabant

DE COMMISSARIS VAN DE KONING IN DE PROVINCIE NOORD-BRABANT;

overwegende, -_dat mevrouw D. Blok verband met ziekte;

met

ingang van 17 maart 2025 haar taken heeft neergelegd

-

gehoord de raad van de gemeente Someren;

-_

gelet op

artikel 78,

eerste

in

lid, van de Gemeentewet;

BESLUIT:

1.

mevrouw

PJ.M.G.

wederopzegging, 2.

Blanksma-van den Heuvel, met ingang van 31 maart 2025 en tot te benoemen tot waarnemend burgemeester van de gemeente Someren

afschrift te doen toekomen en

van

aan

aan

de gemeenteraad, het

Binnenlandse Zaken

en

mevrouw

Blanksma

ter

uitvoering;

college van burgemeester en wethouders en de minister

Koninkrijksrelaties ter kennisname.

'sHertogenbosch,

27

de commissaris

de Koning voornoemd,

van

maart

2025

(geanonimiseerd)

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

> Retouradres

uemeente Som INGEKOMEN

Aan alle (decentrale) politieke partijen=

—=

/=

Datum Betreft=

-=

APR

=

e baar Bestuur & DemoctischeRechtsstaat DGOBDt-D&B-Inrichting Openbafr Bestuur

2025

. .

=

.

=

•

Turfma4t 147 2511 D! Den Haag

Informatie over werving- en selectieprocedure kandidaatraadsleden

Geachte heer of mevrouw

,

Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Op woensdag 18 maart 2026 vinden er gemeenteraadsverkiezingen plaats. Dat betreft de kern van onze democratie omdat inwoners kunnen kiezen wie hen de aankomende jaren mag vertegenwoordigen in de gemeenteraad. Naast de vertegenwoordigende functie stellen gekozen volksvertegenwoordigers het beleid van de gemeente vast en controleren zij het college van burgemeester en wethouders. Het zijn van volksvertegenwoordiger kan het nodige vragen maar is bovenal een bijzonder ambt waar velen veel voldoening uithalen. ,

,

Integriteit en weerbaarheid kandidaat-raadsleden Het wervings- en selectieproces voor de gemeenteraad is een belangrijk moment om aandacht te besteden aan de integriteit en weerbaarheid van kandidaatraadsleden. Raadsleden staan dichtbij burgers en nemen besluiten over tal van zaken die inwoners direct raken. Vanwege die bijzondere positie de lokale worteling en toegankelijke houding van veel raadsleden kunnen zij kwetsbaar zijn voor druk van buitenaf of voor partijen met verkeerde bedoelingen. Door in de wervings- en selectiefase hier als politieke partij aandacht aan te besteden helpt u potentiële kandidaat-raadsleden met het vergoten van hun bewustzijn en rol integer te vervullen. ,

Naast integriteit is het ook goed om oog te hebben voor de weerbaarheid van kandidaat-raadsleden. Na de kandidaatstelling kunnen er naast positieve ook negatieve reacties vanuit de samenleving komen of zelfs agressie of intimidatie. Dit kan fysiek of via social media plaatsvinden. Bied de kandidaten daarom informatie over normstelling (wanneer gaan uitingen een grens over) waar ze een melding kunnen doen van agressie en intimidatie en waar er steun voor hen is. Als zij raadslid zijn dan vervullen de griffier en de burgemeester hier een rol in. ,

,

,

Beschikbare ¡nstrumenten Om u als politieke partij hierbij in de wervings- en selectiefase te ondersteunen heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties diverse instrumenten ontwikkeld die u kunt raadplegen via de website www. politiekearnbtsdragers. nl/werving. Het gaat dan bijvoorbeeld om een zelfassessment integriteit voor kandidaat-volksvertegenwoordigers of om een leidraad om het selectiegesprek te voeren.

Pagina 1 van 2

DG

Openbaar

Bestuur

&

Democratische Rechtsstaat

zijn ook beschermende maatregelen die genomen kunnen worden op het gebied van weerbaarheid, zoals opletten wat er online te vinden is qua persoonlijke informatie van de kandidaat en afspraken te maken over bijvoorbeeld het wel of niet dragen van kleding met partijlogo in het OV, horeca of andere plaatsen voor of na het campagne voeren. Meer informatie hierover is te vinden Er

op

DGOBDR-D&B-Inrichting Openbaar Bestuur Datum

Onze referentie Cine

www.weerbaarbestuur.nl.

Verklaring omtrent het gedrag Politieke partijen wordt geadviseerd om van kandidaat-raadsleden een Verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te vragen. Dit is niet verplicht, maar één van de manieren om aandacht te besteden aan de integriteit van kandidaatraadsleden. De VOG is een verklaring waaruit blijkt dat het strafrechtelijke gedrag van

kandidaat

een

functie

als

het verleden

in

geen

bezwaar vormt

voor

het vervullen

van

de

raadslid.

Justis, de Screeningsautoriteit van het ministerie van Justitie en Veiligheid, is verantwoordelijk voor het verstrekken van de VOG. U kunt als politieke partij de aanvraag voor kandidaat-raadsleden in gang zetten via www.justis.nl/producten/verklaring-omtrent-het-gedrag/vog-voor-werkgevers-enorganisaties. Een

goed

moment

bestuurder

een

—

partij voornemens

om

een

kandidaat-volksvertegenwoordiger

VOG

aan

te laten

vragen

is wanneer

—

of kandidaat-

de selectiecommissie of de

kandidaat op de kieslijst te plaatsen. Als u overgaat tot voor uw kandidaten, dient dit afgerond te zijn vóór de dag van kandidaatstelling. Deze vindt plaats zes weken voor de dag van de gemeenteraadsverkiezingen. Aanvragen die daarna binnenkomen worden door Justis niet in behandeling genomen. Wellicht ten overvloede, maar gemeenten of gekozen raadsleden geen VOG vragen. mogen van aanstaande het aanvragen

is deze

tot een

VOG

—

Breed

werven

en

—

selecteren

Tot slot noem

ik op deze plek het belang om in te zetten op het breed werven en van kandidaten. De democratie heeft baat bij het betrekken van zoveel

selecteren

mogelijk immers

stemmen voor

én

van

uit alle

lagen

iedereen.

de samenleving. De politiek is er altijd alle stemmen afdoende dan ook op om breed te werven en

en

groepen

van

Toch

worden

nog

niet

gehoord of vertegenwoordigd. Ik roep u objectieve selectieprocedures te gebruiken. Bij

vragen kunt u terecht bij uw eigen griffier of burgemeester. Ik wens u veel toe de komende tijd bij de werving en selectie van integere, weerbare en

succes

enthousiaste

kandidaten

voor

onze

gemeenteraden.

Hoogachtend, De

minister van

Namens

Binnenlandse

Zaken

en

Koninkrijkrelaties,

d

(geanonimiseerd) Directeur-generaal Openbaar

Bestuur en

Democratische

Rechtsstaat

Pagina

2

van

2

Stichting Armoedefonds ziet de door het Centraal Planbureau (CPB) verwachte stijging van armoede in 2024 terug in de praktijk. Zes op de tien lokale armoedehulporganisaties, zoals voedselhulporganisaties en SchuldHulpMaatjes, zag het afgelopen half jaar namelijk een stijging in het aantal hulpvragen. Ook is er een toename van mensen met betaald werk die om hulp vragen. Dit blijkt uit onderzoek van het Armoedefonds. Uit de nieuwste cijfers van het Armoedefonds blijkt dat lokale hulporganisaties het afgelopen halfjaar in toenemende mate een stijging zagen in het aantal mensen dat hulp nodig had. 60% van de hulporganisaties gaf dit namelijk aan. “Eén tegenvaller en de problemen stapelen zich op. En van de een op de andere dag leef je ineens in armoede. Dit zien we steeds vaker gebeuren ”, aldus Henk de Graaf (directeur Armoedefonds). De toenemende armoede, vraagt om extra financiële steun voor lokale hulporganisaties, aldus het Armoedefonds. De Graaf: “De tekorten waar mensen mee te maken hebben zijn groot. Vaak gaat het om de meest basale producten, zoals tandpasta, shampoo of maandverband.” Zo gaf een meerderheid van de hulporganisaties aan dat mensen in armoede niet altijd voldoende geld voor menstruatieproducten hebben. De Graaf: “Veel gemeenten helpen al door gratis menstruatieproducten beschikbaar te stellen via MUP’s. Dat zijn menstruatieproducten uitgiftepunten.

Het is noodzaak dat MUP’s in elke gemeente ondersteund worden om vrouwen in menstruatiearmoede te helpen.” Het Armoedefonds constateert dat met name alleenstaande ouders met kinderen, alleenstaanden zonder kinderen, paren met kinderen en AOW’ers/ouderen vaker met geldzorgen kampen. Ook mensen met betaald werk hadden het afgelopen half jaar steeds meer ondersteuning nodig vanuit lokale armoedehulporganisaties. Zo vertelt een lokale hulporganisatie: “We zien voornamelijk steeds meer mensen bij ons komen met betaald werk. Ze vallen vaak net buiten regelingen. Ze werken keihard de hele dag en komen dan toch niet rond. Soms zijn ze zelfs met twee personen die werken en lukt het nog niet om geld over te houden.” De Graaf vult aan: “Mensen die net buiten de armoedegrens vallen hebben ook ondersteuning nodig en daarvoor zijn lokale hulporganisaties essentieel.”

Stichting Armoedefonds is de landelijke organisatie die armoede bestrijdt en de gevolgen hiervan verzacht door meer dan 1.300 lokale hulporganisaties te steunen. Het gehele onderzoek is te vinden op www.armoedefonds.nl/onderzoek.

Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met Lotte Meerhoff (woordvoerder Armoedefonds) via lotte@armoedefonds.nl

Steun elkaar!

Rapport

DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Een onderzoek naar trends binnen het werkveld van armoedebestrijding Rosmalen, april 2025

Rosmalen, april 2025 Stichting Armoedefonds De Grote Elst 52 5246 JR Rosmalen Tel. 073 - 7440181

© April 2025. Tekst- en drukfouten voorbehouden. Citeren uit en verwijzen naar is toegestaan met bronvermelding.

2

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Stichting Armoedefonds is in 2013 opgericht met als doel het bestrijden en verzachten van (de gevolgen van) armoede. Dit doet het Armoedefonds door het ondersteunen van meer dan duizend lokale hulporganisaties met geld, producten en kennis. Deze hulporganisaties zijn actief op het gebied van armoedebestrijding in Nederland. Stichting Armoedefonds gelooft in een maatschappij waarin mensen elkaar steunen en waarin we zorgen voor onze medemens.

VOORWOORD. .................................................................................................................4 SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN. ........................................................................5 1.

INLEIDING. ......................................................................................................................7 1.1 Armoede in Nederland. ............................................................................................7 1.2 Doelstelling en belang onderzoek Armoedefonds....................................................8 1.3 Dataverzameling onderzoek Armoedefonds............................................................8

2.

TOENAME IN HET A ANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JA AR......12 2.1 Aantal hulpvragen..................................................................................................12 2.2 Aard van de veranderingen in hulpvragen..............................................................13 2.3 Soort hulpvragen. ..................................................................................................16

3.

KRACHT VAN LOK ALE HULPORGANISATIES. .............................................................18 3.1 Middelen van organisaties. ....................................................................................18 3.2 Financiële kracht lokale hulporganisaties . ............................................................19 3.3 Hulporganisaties met een wachtlijst ......................................................................21 3.4 Voorwaarden voor hulp en maatwerk . ..................................................................21

4.

TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST........................23 4.1 Aantal hulpvragen nabije toekomst........................................................................23 4.2 Benodigde middelen..............................................................................................24

5.

CONCLUSIES.................................................................................................................26

6.

A ANBEVELINGEN. ........................................................................................................28 BRONNEN......................................................................................................................30

3

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

INHOUDSOPGAVE

Plotseling de helft minder mensen in armoede. Het klonk als mooi nieuws afgelopen najaar. Zou het dan gelukt zijn om een stap te zetten om armoede structureel aan te pakken? Zo makkelijk is het helaas niet. Het nieuws dat armoede ineens gehalveerd was, kwam door de nieuwe armoededefinitie. En daar zit het addertje onder het gras. Van een nieuwe definitie koopt niemand een extra boterham voor het ontbijt van hun kinderen, of een fiets om mee naar werk of school te kunnen. Een definitie is een papieren werkelijkheid. Zeker wanneer een definitie, die bepaalt hoeveel mensen in armoede leven, slechts een half verhaal toont 1. De nieuwe definitie neemt namelijk wél het vermogen van mensen mee maar níet hun schulden. Het betekent dat mensen met wat spaargeld niet onder de armoedegrens leven. Dat je ondertussen torenhogen schulden hebt waardoor je maar een beperkt weekbudget hebt, wordt niet meegenomen. Poef, ineens is armoede gehalveerd. Dat is problematisch, want een nieuwe definitie leidt al snel tot nieuw beleid. Wie daar de dupe van wordt? De mensen die volgens de nieuwe definitie officieel niet in armoede leven maar in de praktijk dag in dag uit in de overlevingsstand staan. Niet zeker wetend of ze de huur die maand kunnen betalen, of dat de schoolkosten afgeschreven kunnen worden.

Naast de 540.000 mensen die onder de armoedegrens vallen, zijn er nog eens 1,2 miljoen Nederlanders die leven van een inkomen net boven de armoedegrens met amper spaargeld. Die groep is groot en erg kwetsbaar. Eén tegenvaller en de problemen stapelen zich op. En van de een op de andere dag leef je ineens in armoede. De kloof tussen papier en praktijk wordt in dit onderzoek duidelijk. Wanneer Stichting Armoedefonds aan lokale armoedehulporganisaties vraagt wat zij in de praktijk en achter de voordeur zien gebeuren, ontstaat er namelijk een pijnlijk beeld. Een meerderheid van de hulporganisaties ziet dat het aantal hulpvragen stijgt. En een nog grotere meerderheid verwacht dat de hulpvragen de komende tijd verder zullen stijgen. Het is schokkend. Tussen de cijfers en wat er bij mensen achter de voordeur gebeurt, zit een hele wereld. Een wereld waarin hulporganisaties door heel Nederland uit man en macht proberen mensen met geldzorgen te helpen. Of je nu onder de armoedegrens valt of er net boven zit. Henk de Graaf | Stichting Armoedefonds

4

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

VOORWOORD

In Nederland zijn veel huishoudens die moeite hebben met rondkomen of zelfs onder de armoedegrens leven. Voor hen is ondersteuning vanuit armoedehulporganisaties van onschatbare waarde. Het Centraal Planbureau verwacht dat het aantal mensen in armoede gestegen is in 2024. Uit het onderzoek van Stichting Armoedefonds blijkt dat dit terug te zien is in de praktijk. 60% van de armoedehulporganisaties zag in het afgelopen half jaar een stijging in het aantal hulpvragen. Met name alleenstaanden met kinderen, alleenstaanden zonder kinderen en AOW’ers klopten vaker aan voor hulp. Daarnaast ziet 1 op de 3 organisaties dat mensen met betaald werk vaker hun hulp nodig hadden. Ook geven hulporganisaties aan dat zij deze mensen het liefst ondersteunen met producten of tegoedkaarten, om zo de dagelijkse zorgen te verlichten. Denk aan verzorgingsproducten als shampoo of tandpasta, waar lokale organisaties structurele tekorten aan hebben. Stichting Armoedefonds doet periodiek onderzoek naar de impact van armoede op lokale armoedehulporganisaties. Het onderzoek is in februari 2025 uitgezet onder meer dan 1.300 hulporganisaties. In totaal is het ingevuld door 462 respondenten uit heel Nederland. De organisaties die de enquête hebben ingevuld, verschillen in grootte en hulpaanbod. Allen zetten zich in voor het bestrijden en verzachten van de gevolgen van armoede.

In het onderzoek staan drie thema’s centraal: 1.

HOE IS HET A ANTAL HULPVRAGEN BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES SINDS HET LA ATSTE HALF JA AR VERANDERD? Lokale hulporganisaties ervaren opnieuw een stijging in het aantal hulpvragen. In ons onderzoek geven zelfs meer organisaties aan dat er in toenemende mate mensen bij hen kwamen voor hulp - 60% ten opzichte van 50% afgelopen oktober. Dit ondersteunt de meest recente landelijke cijfers, die laten zien dat het aantal mensen dat risico loopt op armoede in 2024 stijgt. Deze hulpvraag is voornamelijk gestegen onder alleenstaanden met kinderen, alleenstaanden zonder kinderen, paren met kinderen en AOW’ers/ ouderen. Daarbij zag 36% van de hulporganisaties een stijging in het aantal hulpvragen bij mensen met een betaalde baan. Het soort problemen waar men dagelijks tegenaan loopt is het betalen van boodschappen, gebrek aan een financiële buffer en schulden. Daarnaast zien hulporganisaties dat mensen door hun financiële situatie beperkte toegang hebben tot basisproducten als voedsel, verzorgingsproducten of kleding. Het soort verzorgingsproducten dat men mist zijn bijvoorbeeld shampoo, douchegel, wasmiddel, menstruatieproducten en tandenborstels/tandpasta.

5

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN

IN WELKE MATE ZIJN LOK ALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STA AT OM A AN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? Van de respondenten zegt 77% voldoende middelen te hebben om iedereen te helpen die bij hen komt. Een deel van de organisaties heeft echter vrijwilligers en/of betaalde medewerkers tekort (22%). Daarnaast geeft 5% van de hulporganisaties aan dat hun voortbestaan op het spel staat, doordat ze financiële middelen tekort hebben. Ongeveer de helft van de ondervraagde organisaties helpt ook mensen zonder te kijken naar een vaste inkomensgrens (49%). Daarnaast sturen de meeste hulpverleners mensen door naar andere (soorten) hulp, zoals andere armoedehulporganisaties, gemeenten of ze wijzen mensen op (kind)toeslagen. Dit maakt het aanbod aan hulp divers en laat zien dat hulporganisaties onderdeel zijn van een vangnet aan hulp dat aanwezig is voor mensen met geldproblemen.

3.

HOE VERWACHTEN LOK ALE HULPORGANISATIES DAT HULPVRAGEN ZICH DE KOMENDE MA ANDEN GA AN ONTWIKKELEN? Lokale armoedehulporganisaties bereiden zich voor op een stijging in het aantal hulpvragen. Ze zouden deze hulp het liefst willen blijven bieden in de vorm van spullen en tegoedkaarten. Hiervoor zullen ze zelf geld- en hulpbronnen moeten werven. Ze hebben naar eigen zeggen donaties, subsidies van gemeente of overheid en het aanbod van Stichting Armoedefonds hard nodig. A ANBEVELINGEN De stijgende armoede in 2024 (CPB) zorgde het afgelopen half jaar voor meer hulpvragen bij veel armoedehulporganisaties. Ook mensen met een betaalde baan kloppen vaker aan voor hulp. Daarom hebben zij meer ondersteuning nodig, bijvoorbeeld door het verhogen van het minimumloon en daaraan gekoppeld de uitkeringen 2. Daarnaast is structurele financiële steun voor lokale hulporganisaties noodzakelijk. Zo worden deze organisaties versterkt en hebben zij voldoende middelen om ook mensen die nét buiten de armoedegrenzen vallen te helpen. Om mensen in armoede laagdrempelig te helpen, is een sterk netwerk van armoedehulporganisaties belangrijk. Daarbij is er dringend aandacht nodig voor het structurele tekort aan voedsel en verzorgingsproducten.

6

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

2.

1.1 ARMOEDE IN NEDERLAND Sinds oktober 2024 is er een nieuwe armoededefinitie. Waar er voorheen nog vijf verschillende definities waren om het aantal mensen in armoede mee te berekenen, is dit door CBS, SCP en Nibud teruggebracht tot één 3. Dat biedt duidelijkheid. De nieuwe armoededefinitie houdt rekening met de werkelijke kosten die mensen gemiddeld hebben aan wonen (huur of hypotheek) en energie. Dat betekent dat iemand met een gemiddeld inkomen maar extreem hoge energierekening ook in armoede kan leven. In de nieuwe berekeningen wordt ook meegenomen hoeveel vermogen (spaargeld) iemand heeft. Hierdoor neemt het aantal mensen in armoede af. In 2023 leefden 540.000 mensen met een inkomen onder de armoedegrens. Eventuele schulden en de werkelijke zorgkosten van mensen worden niet meegenomen in deze definitie omdat hiervan cijfers ontbreken. Ook bepaalde doelgroepen zoals dakloze mensen en ongedocumenteerde mensen worden niet opgenomen in de cijfers. Eén op de drie mensen in armoede is langdurig arm. Zij hebben minstens drie jaar op rij te weinig inkomen en te weinig vermogen. Onder de mensen in armoede zijn relatief veel kinderen, namelijk ruim 115.000 minderjarige kinderen. Ook werkende mensen leven relatief vaak met een inkomen onder de armoedegrens. Daarnaast is er een grote groep mensen met een inkomen nét boven de armoedegrens.

In 2023 hadden 1,2 miljoen mensen een inkomen net boven de armoedegrens en weinig tot geen financiële buffer 4. Het Nibud geeft aan dat die situatie vaak niet veel beter is. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat door hogere lonen het aantal mensen in armoede de komende jaren licht afneemt 5. Wel is de verwachting dat het aantal mensen in armoede in 2024, ten opzichte van 2023, toeneemt tot 610.000 personen. Volgens het CPB staan mensen die in armoede leven er slechter voor dan voorgaande jaren. De ernst van armoede neemt toe 6. Dat betekent dat mensen in armoede maandelijks meer geld tekort komen dan voorheen. Het CPB verwacht dat in 2026 de helft van de mensen een tekort heeft van meer dan 20% ten op zichten van het inkomen dat de armoedegrens bepaalt. In 2021 was dit nog 10%. Ook is er een groep met een tekort van meer dan 30% van de armoedegrens. Die groep wordt over de jaren niet kleiner. Het gaat vaak om mensen in een huishouden dat betaald werk als belangrijkste inkomstenbron heeft. De lichte afname van het aantal mensen in armoede komt doordat mensen met een inkomen net onder de armoedegrens over de grens zijn getild. De groep met maandelijks het grootste tekort wordt niet goed bereikt met beleid 7.

7

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

1. INLEIDING

“Er komen ook mensen bij ons die werken en minimumloon verdienen. Door de kosten voor bijvoorbeeld het huishouden en energie hebben ze te weinig geld om elke maand rond te komen. Doordat we hun een voedselpakket kunnen geven houden ze geld over voor iets als een telefoonrekening.” Cherity Re-use Ook energiearmoede is een thema waar naar verwachting steeds meer mensen mee te maken krijgen 10. Wanneer de energieprijzen verder zullen stijgen en er geen maatregelen zoals een tegemoetkoming zijn, zal ook het aantal huishoudens dat risico loopt op energiearmoede stijgen. Naar schatting zullen er tussen de 550.000 en 640.000 huishoudens te maken krijgen met energiearmoede. Dit stelt onderzoeksinstituut TNO in maart 2025 vast. De prijs voor gas zit op het hoogste niveau in twee jaar, en blijft oplopen. Dit maakt dat volgens het onderzoeksinstituut steeds meer huishoudens een risico lopen op het niet kunnen betalen van hun energierekening. Zij zullen te maken krijgen met energiearmoede. Uit recent onderzoek van het Nibud blijkt ook dat er grote verschillen zijn in het minimabeleid van gemeenten 11. Sinds 2015 is er een decentralisatie op het domein van werk en inkomen. Dit maakt dat elke gemeente zelf beleid mocht bepalen voor de ondersteuning van mensen met geldzorgen.

Nibud maakte in oktober 2024 bekend dat er grote verschillen zijn in de hoogte van de inkomensondersteuning die huishoudens kunnen krijgen. “Inwoners zijn afhankelijk geworden van het beleid van de gemeente waar zij wonen”, schrijft het Nibud. Ook verklaart het onderzoeksinstituut dat paren zonder kinderen en paren met oudere kinderen zonder het gemeentelijke minimabeleid in 2023 veelal niet hun noodzakelijke uitgaven kunnen doen. 1.2 DOELSTELLING EN BELANG ONDERZOEK ARMOEDEFONDS Om de grote groep mensen met geldzorgen in Nederland te kunnen steunen zijn hulporganisaties hard nodig. Het zijn namelijk de hulporganisaties die ervoor zorgen dat deze groep elke week een volle tas boodschappen hebben, dat ze verzorgingsproducten krijgen voor zichzelf en het gezin en dat hun kinderen een cadeautje hebben met Sinterklaas en kunnen trakteren op school, of dat kwetsbare meisjes en vrouwen gratis menstruatieproducten krijgen. De vitaliteit van deze hulporganisaties is van

8

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Bijstandsgerechtigden lopen het meeste risico op armoede 8. Toch is de ernst van armoede het meest toegenomen onder werkende armen. Het lukt deze groep bovendien minder vaak boven de armoedegrens uit te komen, aldus Universiteit van Amsterdam. Het aantal mensen dat werkt en toch maandelijks tekort komt groeit zelfs jaarlijks volgens het CBS. Daarnaast blijkt dat mensen met een inkomen uit betaald werk het vaakst een inkomenstekort hebben (in 2023 was dit 23%) 9. Uit analyse van de Universiteit van Amsterdam blijkt daarnaast dat mensen met betaald werk als primaire inkomensbron het meeste risico lopen op verborgen armoede.

1. Hoe is het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar veranderd? 2. In welke mate zijn lokale hulporganisaties op dit moment in staat om aan de hulpvragen te voldoen? 3. Hoe verwachten lokale hulporganisaties dat hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen? 1.3 DATAVERZAMELING ONDERZOEK ARMOEDEFONDS In de eerste week van februari 2025 is een vragenlijst uitgezet onder meer dan 1.300 hulporganisaties door heel Nederland, die zich richten op het helpen van minima. De vragenlijst is ingevuld door 462 unieke organisaties. Het was niet verplicht om een antwoord in te vullen bij de vragen. De groep respondenten bestaat uit verschillende soorten hulporganisaties, zie figuur 1.1. Figuur 1.1 Wat voor soort hulporganisatie ben je? (Ingevuld door 455 organisaties) Overig

30%

Voedselbank

23%

Leergeld

13%

Kleding- en/of Speelgoedbank

9%

Urgente Noden

7%

SchuldHulpMaatje

5%

Voedselhulp

4%

Vincentius

3%

Dak- en thuislozen

3% 2%

Quiet 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

“Wij zetten ons voornamelijk in voor ouderen met een financieel kwetsbare situatie. Ze kunnen bij ons meerdere keren per week terecht voor een warme maaltijd in de avond of tussen de middag. Het zorgt voor minder eenzaamheid én biedt ze eten voor slechts een klein bedrag.” Participatie Keuken

9

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

groot belang. Stichting Armoedefonds brengt daarom in kaart hoe het gesteld is met de armoedehulporganisaties in Nederland middels een onderzoek. Een onderzoek dat terugblikt op ontwikkelingen, licht schijnt op de huidige staat en nieuwe verwachtingen op ontwikkelingen in de toekomst introduceert. Dit doen we aan de hand van de volgende vragen:

Figuur 1.2 In welke provincie(s) is jouw organisatie actief? (Ingevuld door 458 organisaties) Zuid-Holland

21%

Noord-Brabant

18%

Gelderland

13%

Noord-Holland

12%

Utrecht

7%

Limburg

6%

Groningen

5%

Landelijk

5%

Overijssel

5%

Friesland

4%

Drenthe

3%

Flevoland

2%

Zeeland

2% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

“Wij geven lunch aan kinderen die naar de basisschool gaan. Veel kinderen bij ons in de buurt worden zonder ontbijt of broodtrommel naar school gestuurd. Wij geven deze ouders een lunchpakket, zodat de kinderen in ieder geval wat te eten hebben.” Don Bosco Rijswijk

10

Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND

Hulporganisaties uit heel Nederland namen deel aan het onderzoek, zie figuur 1.2. Sommige hulporganisaties werken in meerdere regio’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15536823/1