Overzicht ingekomen brieven aan de raad ter afhandeling aan college deel 1
Tekst van het document
Wordt dan ook ten onrechte
namelijk BKP
gesteld dat het plan voldoet aan het gemeentelijke beleid
Slot
beoogde ontwikkeling op deze bijzondere plek zou een groot verlies van landschappelijke kwaliteit in buitengebied betekenen, en de rode draad in het gemeentelijke beleid is dat juist voorkomen bij nieuwe ontwikkelingen. De
Raad vanState
RASTER SCHUTBLAD R2
Een in te scannen document begint altijd met een Raster voorloopvel, gevolgd door het document. Wanneer het type document uit meerdere documenten bestaat (bijvoorbeeld bijlagen) kunnen er één of meerdere schutb!aden toegevoegd worden zodat de documenten separaat opgeslagen worden en te benaderen zijn. Een schutblad moet altijd in combinatie met een Raster voorloopblad gebruikt worden.
10. Toepassingsregels Ruimte voor Ruimte woningen
P,
_s omeren | al
a
NATUURLIJK U
Beleidsnotitie
Hoort
bij zaak: Onderwerp: Aan:
0847200273694
Herziening toepassingsregels Ruimte
voor
Ruimte woningen
Raad
(geanonimiseerd) Datum:
1.
22 december 2021
Begripsbepalingen
Bebouwingsconcentratie: Bebouwingslint of bebouwingscluster. Bestemmingsplan: Het ter plaatse vigerende
bestemmingsplan.
Bijgebouw: een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat bouwkundig of architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw is aan te merken. Regeling Ruimte
voor
Ruimte:
Omgevingsverordening Noord-Brabant 2019 in paragraaf 3.80 opgenomen regeling die het mogelijk maakt om op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie een ruimte-voor-ruimte kavel te ontwikkelen in ruil voor een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit. De in de Interim
Ruimte-voor-ruimte kavel:
perceel waarop de mogelijkheid wordt geboden een woning te realiseren op grond van de regeling ‘ruimte voor ruimte’ zoals opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 2019 onder paragraaf 3.80. Een
2.
Algemene voorwaarden
voor
bouwen
kader van ruimte-voor-ruimte, verzoeken.
van
een
woning
toepassing
op alle
van
in het
college van burgemeester en wethouders kan een procedure op grond van artikel 160, lid 1, onder b, Gemeentewet (zie in het verlengde hiervan artikel 1.2.1 Besluit ruimtelijke ordening), volgen om de bouw van een woning in het buitengebied mogelijk te maken indien het verzoek voldoet aan de volgende voorwaarden: Het
Bouwtitel 1.
Er dient een woningbouwtitel beschikbaar te zijn, verkregen op basis van de beleidsregeling Ruimte voor Ruimte d. d. 30 maart 2004 van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, of bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte.
2.
Een initiatiefnemer zal moeten aantonen dat zekergesteld is dat voldaan wordt voorwaarden die vanuit die provinciale regeling zijn gesteld.
Kosten 3.
en
aan
de
risicos
Alle kosten die gemaakt worden in often behoeve van de procedure en de uitvoering komen voor rekening van de ¡nitiatiefnemer. Dit betreft onder meer de eventuele kosten de benodigde onderzoeken, de aansluiting op het (druk)riool en de legeskosten van de provincie Noord-Brabant. Initiatiefnemer is bekend dat de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimte kavel financiële risicos met zich meebrengt. voor
4.
Planologische inpasbaarheid 5. 6. 7. 8.
Het bouwen
woningen in het kader van de ruimte voor ruimteregeling is mogelijk in het zoekgebied zoals aangeduid in bijlage 1. De frontbreedte van een ruimte voor ruimte kavel dient minimaal 30 meter breed te zijn. De verzoeker dient toe te staan dat de bestemming van het perceel waar gesloopt wordt, wordt aangepast naar een nieuwe bestemming. Door een risico-analyse dient duidelijk te zijn of er risico is op planschade ex artikel 49 Wet op de Ruimtelijke Ordening waarbij de aanvrager afspraken maakt over planschaderisicos met de gemeente op grond van het op dat moment geldende beleid en wetgeving. van
Verkeerskundige inpasbaarheid 9. Het perceel dient aan de voorzijde te worden oritsloten via de bestaande openbare weg. 10. Er dienen minimaal 3 parkeerplaatsen (exclusief garage) op eigen terrein aanwezig te zijn op basis van de CROW normering. 11. Door de bouw van een woning mag er geen verkeersonveilige situatie ontstaan.
Milieukundige inpasbaarheid 12. Infiltratie van regenwater dient plaats te vinden op het eigen perceel. 13. Er mogen geen extra milieubelemmeringen optreden voor aanwezige (agrarische) bedrijven en recreatieve activiteiten in de omgeving. 14. Er mogen geen belemmeringen zijn door milieucontouren van omliggende aanwezige (agrarische) bedrijven. 15. Door een bodemonderzoek wordt aangetoond dat de bodem geschikt is voor de woonfunctie.
2/4
16. Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden verkeerslawaai danwel door GS hogere grenswaarden te zijn verleend.
van
de Wet Geluidhinder
17. Indien de bouwlocatie is gelegen in een gebied met middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde dient de aanvrager een Verkennend en indien gewenst Aanvullend Archeologisch Onderzoek te worden verricht. 18. Indien de bouwlocatie is gelegen ¡n een gebied met natuurwaarde of indien er enige twijfel is of er natuurwaarden aanwezig zijn, dient de laten verrichten.
Landschappelijke
en
aanvrager een
flora en fauna onderzoek te
stedenbouwkundige inpassing
19. Qua situering dient de woning te passen binnen het bestaande bebouwingspatroon. 20. Er dient rekening gehouden te worden met het algemene gebiedskarakter en landschapstype. 21. De goot- en bouwhoogte van de woning dient aan te sluiten op de bebouwing van de omgeving. 22. De afstand van de as van de weg dient overeen te komen met die van de belendende bebouwingselementen of -complexen. 23. Bij lintbebouwing en vrij liggende bebouwing moet aansluiting worden gezocht bij de (al dan niet historisch bepaalde) structuurlijnen in het landschap. 24. Aan de zijde van de weg, waar de woning gebouwd wordt, zijn reeds een of meerdere woningen aanwezig. 25. Bestaande kenmerkende door- en uitzichten moeten worden gehandhaafd. Er is sprake van een kenmerkend door- en uitzicht ais er meer dan twee zichtlijnen aanwezig zijn. 26. De indeling van het perceel en de hoofdopzet van het hoofdgebouw moeten worden afgestemd op de stedenbouwkundige en landschappelijke karakteristiek van de locatie (hiërarchie, ontsluiting, zichtlijnen en dergelijke). 27. Bij hoofdbebouwing moet de voorgevel gericht staan naar de straatkant, bijgebouwen dienen een ondergeschikte positie te hebben. Een uitzondering hierop is nieuwbouw in de vorm van een langgevelboerderij. De kopgevel dient afhankelijk van de oriëntatie van de nabij gelegen bebouwing gesitueerd te worden. 28.
Indien bebouwing plaatsvindt op een perceel dat grenst aan een perceel met een bebouwing genoemd op de lijst van beeldbepalende panden, dan is een positief advies over het verzoek als zodanig door de welstandscommissie vereist. 29. Op VAB-locaties, gelegen binnen het z0ek9ebied uit bijlage 1, is het toegestaan af te wijken van bovenstaande punten 19 t/m 27 onder de volgende voorwaarden: a. Er dient gebouwd te worden conform het erf-concept waarbij meerdere woningen geclusterd worden rondom een centrale brink of straat. Ter inspiratie verwijzen wij naar de straat Boomen in Lierop. b. Tweedelijns bebouwing ¡s hierbij enkel toegestaan wanneer het voldoet aan het bovengenoemde concept; c. Het plan dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad voorafgaand aan het starten van de bestemmingsplanprocedure.
3/4
Bouwvoorschriften 30. Er dient aan de volgende bebouwingsvoorschriften te worden voldaan: a.
Afstand
van het
hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen: minimaal 8
meter. b.
Afstand
c.
De goothoogte van een bijgebouw mag maximaal 3 meter bedragen.
d.
De nokhoogte van een bijgebouw mag maximaal 5,5 meter bedragen mits
van
het bijgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen: minimaal 5 meter.
ondergeschikt aan het hoofdgebouw. e.
Inhoud van het hoofdgebouw (woning) mag maximaal 900 m3 bedragen bij het toepassen van 1 bouwtitel. Maximaal mogen een ¡nhoud
van
2 bouwtitels gekoppeld worden tot
1. 800 m3. Het toepassen van een breukdeel (bijvoorbeeld 0,3) van
een bouwtitel ¡s toegestaan mits dit wordt gekoppeld aan minimaal
inhoud van hoofdgebouw en de oppervlakte van bijgebouw
1 bouwtitel. De
worden dan naar rato
vergroot.
f. g.
Oppervlakte van de bijgebouwen mag maximaal 150 m2 bedragen. De afstand van een vrijstaand bijgebouw tot het hoofdgebouw op het perceel
mag
maximaal 25 meter bedragen.
4/4
Raad
vanState
RASTER SCHUTBLAD R2
Een in te scannen document begint altijd met een Raster voorloopvel, gevolgd door het document. Wanneer het type document uit meerdere documenten bestaat (bijvoorbeeld bijlagen) kunnen er één of meerdere schutbladen toegevoegd worden zodat de documenten separaat opgeslagen worden en te benaderen zijn. Een schutblad moet altijd in combinatie met een Raster voorloopblad gebruikt worden.
D
BRIEF AANGETEKEND NL= NL Frankering betaald€1O,8= 193 gr. =
208989=
D PoetNL 05-09-2024 16:42
ll 3SRPKS064015395=
2500EA 20019
)c
OfJLA j o&4-)=
2Ç
dec
ßL 2cõ
E,4
Q
8
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)