CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Natuurbrandbeheersplan Groote Heide, Stratumse Heide, Valkenhorst, Leenderbos, Malpie en Strabrechtse Heide

Commissie Burger en Bestuur 21 maart 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Raadsnotitie over het vastgestelde Natuurbrandbeheersplan Groote Heide, Stratumse Heide, Valkenshorst, Leenderbos, Malpie en Strabrechtse Heide12.739 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierbij wordt zoveel mogelijk uitgegaan van het opnemen van maatregelen in bestaande plannen, zodat uitvoering het beste geborgd is en dubbele administratie voorkomen wordt. 5.3.3 Knelpunten Bij de verbetering van de aanpak van natuurbranden zijn er knelpunten waarbij het wenselijk is dat deze aangepakt worden, waar mogelijk. Knelpunten die nu niet opgelost kunnen worden geeft de gebiedscommissie aan het eind van elk jaar door aan de commissaris van de Koning met het verzoek deze knelpunten op te lossen. Onderstaande knelpunten dienen opgelost te worden. 1. Het weer is de bepalende factor of een natuurbrand (on)beheersbaar is. Aan het weer kun je niets doen. Daarom moet er extra ingezet worden op preventie, vroegsignalering en repressie. Uit de scenario’s in hoofdstuk 4 valt af te leiden dat de impact en kosten na het ontstaan van een natuurbrand beperkt kan worden als snel met voldoende slagkracht gehandeld wordt en de beheermaatregelen effect hebben. In theorie is het afsluiten van gebieden tijdens perioden met een hoog natuurbrandrisico vanwege ongunstige weersomstandigheden een optie om natuurbranden te voorkomen. Afsluiten van gebieden wordt niet haalbaar geacht als maatregel. Het is wenselijk dat bijvoorbeeld wandelaars in het gebied kunnen komen omdat mensen in het gebied ook extra ogen zijn om natuurbranden te melden. Bij het afsluiten mis je die sociale controle.

Het is ook mogelijk om een rookverbod in te stellen voor het hele jaar, zoals in Vlaanderen. Dit zou wel duidelijkheid geven, maar de vraag is in hoeverre zo’n verbod handhaafbaar is en effect heeft. Maatregelen om een natuurbrand sneller te ontdekken zoals het uitvoeren van verkenningen vanuit de lucht of via brandtorens zijn mogelijk, maar hier hangt een kostenplaatje aan. 16 Uitvoeringsplan Natuurbrandbeheersing Groote Heide Stratumse Heide Valkenhorst Leenderbos Malpie Strabrechtse Heide

34

Ambtelijk wordt gediscussieerd of het inzetten van extra (specialistische) blusvoertuigen en -vliegtuigen ook veel effect kan hebben. Omdat het weer een gegeven is kunnen wek beheersmaatregelen getroffen worden. Denk hierbij aan het weghalen van brandstof op kritische plekken zoals natuurbrandcompartimentsgrenzen of weghalen van brandstof langs bewoning/campings. 2. Geen financiële dekking De wil is er, maar een opdracht en bijbehorende geoormerkte financiering en personele capaciteit om natuurbrandbeheersing structureel aan te pakken (beheer en overleggen) ontbreekt. De gebiedscommissie heeft nog niet volledig in beeld wat de maatregelen en verantwoordelijkheden omtrent natuurbranden kosten. Wat wel helder is, is dat er in de huidige beheerbudgetten geen geld voor het thema natuurbrand is opgenomen en dat gebiedsbeherende organisaties nog niet in staat zijn om hun verantwoordelijkheid bij preventie en nablussen te nemen. Bij alle belanghebbende partijen in de gebiedscommissies is sprake van beperkende financiële middelen en personele capaciteiten. Middelen, beschikbaarheid, expertise, financiën en beleid rondom preventie en nablussen bij gebiedsbeherende organisaties en landeigenaren kunnen verbeterd worden. De uitvoering van de maatregelen voor het reguliere beheer die in de bestaande beheerplannen van de gebiedsbeheerders zijn opgenomen is financieel gedekt.

Financiële middelen die nodig zijn voor aanvullende maatregelen, zoals het berijdbaar en toegankelijk houden van alle bereikbaarheidspaden en aanleg van bluswatervoorzieningen zijn niet geborgd of ontbreken. 3. Risicocommunicatie voor gebiedsbeheerders is nodig. Het besef is bij gebiedsbeheerders van natuurgebieden niet altijd aanwezig wat wel en niet kan. Risicocommunicatie is nodig om zowel grote als kleine gebiedsbeheerders bewust te maken van hun eigen verantwoordelijkheid en handelingsperspectieven. Het verbeteren van de risicocommunicatie over natuurbranden is een maatregel die genomen kan worden. 4. Gebiedsbeheerders vinden dat er veel bij hen op het bordje wordt gelegd. Via de inrichting en het beheer van het gebied is veel te bereiken, maar de gebiedsbeheerders vinden dat er veel bij hen op het bordje wordt gelegd. Toch nemen de grotere gebiedsbeheerders waar mee samengewerkt is voor het opstellen van dit plan hun verantwoordelijkheid om de natuurbrandbeheersing te verbeteren. Natuurbrandbeheersing is een nieuw aspect in de taken van de gebiedsbeheerders. 5. Een normenkader en handhavingsbevoegdheden die natuur als risicobron zien ontbreken Een normenkader en handhavingsbevoegdheden die natuur zien als risicobron ontbreken, waardoor (overheids)organisaties niet altijd rekening houden met natuurbrandveiligheid.

Dit is een lopend en langdurig proces dat landelijk is opgepakt door Brandweer Nederland en de commissaris van de Koning. In de nieuwe omgevingswet/omgevingsplannen komen planregels omtrent natuurbrandpreventie. 6. Samenwerking op het gebied van natuurbrandbeheersing ontbreekt soms bij 35

overheidsorganisaties. Goede samenwerking op het gebied van natuurbrandbeheersing is nodig en geldt voor alle overheidsorganisaties (intern en extern), en voor alle beleidsterreinen die te maken hebben met de activiteiten in de natuurgebieden. Zo is het bijvoorbeeld nodig dat ambtenaren rampenbestrijding en ambtenaren bosbeheer binnen elke gemeente goed met elkaar samenwerken en elkaar raadplegen. 5.3.4 Borging capaciteit gebiedscommissie en werkgroepen Uitgesproken is dat de huidige gebiedscommissieleden zich committeren aan de huidige overlegstructuur en dat iedere organisatie doet wat binnen zijn/haar macht ligt om bij te dragen aan de gebiedscommissie en aan de maatregelen om de aanpak van natuurbranden mee te nemen in het eigen beleid en de eigen plannen. Coördinerende capaciteit om de gebiedscommissie en werkgroepen te ondersteunen is niet structureel geborgd.

36

6

Communicatie

6.1 Samenwerking met partners De intentie is om gezamenlijk op te trekken met respect voor elkaars rol en verantwoordelijkheid, ook in de communicatie. Zo laten we zien dat we gezamenlijk werken aan meer brandveiligheid in het gebied. Gezamenlijkheid is niet altijd vereist, bijvoorbeeld omdat een partner heel specifiek voor een specifieke actie verantwoordelijk is. Zo zullen de gebiedsbeheerders bijvoorbeeld zelf communiceren over de maatregelen die rondom natuurbeheer en inrichting worden genomen. 6.2 Planning en uitvoering risicocommunicatie Algemene risicocommunicatie over natuurbranden wordt door gemeenten bij de eerste publieksfasewisseling natuurbrandrisico17 van het jaar ingezet. Dit gebeurt meestal in maart of april. De werkwijze is terug te vinden in de regionale risicocommunicatielijn natuurbrand18. De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost benadert gemeenten actief met het verzoek tot proactieve risicocommunicatie richting inwoners en stelt daarbij de Toolkit Natuurbrand19 beschikbaar: onder andere een infographic met tips wat bewoners zelf kunnen doen aan hun eigen woning en woonomgeving om een natuurbrand te voorkomen in of bij een natuurgebied of bosrijke omgeving. Risicocommunicatie over natuurbranden krijgt de komende periode blijvend aandacht als één van de geselecteerde risico’s in het bestuurlijk (VRBZO) vastgestelde beleidsplan risicocommunicatie20.

Het beleidsplan is een gezamenlijke visie van alle 21 gemeenten op risicocommunicatie. In 2023 is deze uitgewerkt in een gedragsstrategie die in afstemming en samenwerking met gemeenten, Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en partners tot stand is gekomen. De strategie vormt de basis voor het ontwikkelen van concrete communicatiemiddelen waarbij opnieuw gemeenten en partners worden betrokken. 6.3 Planning en uitvoering crisiscommunicatie De gemeente is verantwoordelijk voor het proces crisiscommunicatie en het informeren van burgers. Dit is gebundeld op regionaal niveau waarbij dit samen met de 21 gemeenten in de veiligheidsregio Brabant-Zuidoost samen georganiseerd is. Het team Bevolkingszorg coördineert, regelt en ondersteunt dit voor de gemeenten. De gemeente blijft verantwoordelijk.

17 Zie https://natuurbrandrisico.nl 18 Risicocommunicatie natuurbranden, VRBZO, https://www.vrbzo.nl/wp-content/uploads/2021/05/Regionale-lijnrisicocommunicatie-natuurbranden.pdf, geraadpleegd op 7 september 2023 19 Toolkit Natuurbrand, VRBZO, https://www.vrbzo.nl/veiligheidszorg/risicocommunicatie/toolkit-natuurbrand, geraadpleegd op 12 juni 2023 20 Beleidsplan risicocommunicatie Zuidoost-Brabant 2022-2025. https://www.vrbzo.nl/wpcontent/uploads/2022/05/Beleidsplan-risicocommunicatie.pdf, geraadpleegd op 7 september 2023

37

Bijlage 1: Overzichtskaarten De drie deelgebieden in dit natuurbrandbeheersplan zijn te zien op onderstaande overzichtskaarten: 1. Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst; 2. Leenderbos-Malpie; 3. Strabrechtse Heide.

Figuur 18: Overzichtskaart met de vakken waarvoor de RIN is toegepast voor de deelgebieden Leenderbos-Malpie, Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst en Strabrechtse Heide

38

Figuur 19: Overzichtskaart gebieden die horen bij de deelgebieden Leenderbos-Malpie, Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst en Strabrechtse Heide 39

Bijlage 2: Risico Index Natuurbranden (RIN) De RIN voor de deelgebieden Leenderbos-Malpie, Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst en Strabrechtse Heide is voor het laatst geactualiseerd in 2022. Bijlage 2a: RIN Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst 21

Om een inschatting te kunnen maken van de risico’s van een natuurbrand in de natuurgebieden Groote Heide, Stratumse Heide en Valkenhorst is een (digitale) RIN uitgevoerd. Daarbij is aan de hand van een aantal parameters de huidige situatie in het gebied beoordeeld en worden eventuele risico’s in het gebied zichtbaar (bijlage). Het gaat over het gebied: Stratumse Heide aan de Noordzijde van de A67, het gebied Groote Heide in de oksel van de A67 en A2 en het gebied Valkenhorst aan de westzijde van de A2 en de noordzijde van de N396 (Valkenswaardseweg). De definitie van het begrip ‘risico’ binnen de RIN is: ‘de kans dat een eenmaal ontstane natuurbrand zich ontwikkelt tot onbeheersbare proporties’. Er wordt dus alleen gekeken naar de effecten en uitbreidingsmogelijkheden en niet naar de ontstaanskansen. Risico’s: In slechts een gedeelte van het gebied zijn enkele wegen beschikbaar als brandweerroute, een beginnende brand bij slechte weersomstandigheden (voor de brand) zal wellicht geblust kunnen worden. Echter bij droge weersomstandigheden met voldoende wind kan een brand zich eenvoudig en snel uitbreiden door de brandbare tot zeer brandbare vegetatie. Bovendien kan door gebrek aan compartimentering de brand zich eenvoudig verplaatsen over het gehele gebied. Er zijn daarbij een aantal concrete risico’s te benoemen: 1. Afbranden van een groot deel van het gebied. 2.

Bedreiging van ecologisch waardevolle natuur en (waardevolle) objecten en gevaarlijke stoffen opslag aan de randen van het gebied. 3. Overlast voor omliggende dorpen door rook en uitval van wegen.

21 Opgesteld door Marion van den Hurk (veiligheidsregio Brabant-Zuidoost). Tekst en afbeeldingen zijn overgenomen uit het document ‘RIN Rapport Groote Heide/Stratumse Heide en Valkenhorst/februari 2022/MvdH’ dat opgesteld is na de RIN-bijeenkomst Groote Heide op 27 januari 2022. Tekst is aangepast voor de in dit natuurbrandbeheersplan om dubbele teksten te vermijden en voor de leesbaarheid binnen dit natuurbrandbeheersplan. Inhoudelijk zijn geen wijzigingen aangebracht.

40

Digitale RIN raadplegen: Neem contact op met de veiligheidsregio voor een gebruikersnaam en wachtwoord om de digitale RIN te raadplegen. Door in de linker kolom telkens een vakje aan te vinken onder vaste factoren, aanwezige personen, etc. of onder scores per item is zichtbaar hoe risicovol het kilometervak op betreffend risico scoort. Werkwijze: Tijdens een bijeenkomst is in samenwerking (gemeente Heeze-Leende en Valkenswaard, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en VRBZO) de gegevens per kilometervak doorgenomen en ingevoerd. Daarbij is het merendeel van de automatisch gegevens voor de digitale RIN (Handreiking Risico Index Natuurbranden) overgenomen/geaccepteerd. Een aantal gegevens zijn handmatig aangepast/ingevuld: • Begroeiing: In een klein aantal kilometervakken is de vegetatie aangepast op inschatting van de beheerders. • Hellingspercentage: is overal op 1 tot 5% gezet. • Ecologische waarde: Is op inschatting van de natuurbeheerder gedaan. • Verblijfsrecreanten en dagrecreanten: is op inschatting van gemeente, natuurbeheerders en eigenaren recreatieterreinen gedaan. • Opkomst 1e voertuig en 1e peloton: Ingevoerd vanuit opkomsttijden volgens informatiesysteem opkomsttijden (Care). Score:

•

• • • • •

• •

Natuurgebied Groote Heide geeft bij de begroeiingsindex een score van brandbaar tot zeer brandbaar aan. In nagenoeg het gehele gebied is er een grote kans (naar 3 tot 4 zijden) op uitbreiding, bovendien grenst de zuidzijde van het gebied aan natuurgebied Leenderbos waarbij de kans op overslag van en naar beide gebieden nadrukkelijk aanwezig is. Aan de randen van de gebieden zijn waardevolle objecten gesitueerd (verzorgingstehuizen e.d.). Bovendien wordt het gebied doorkruist door de A2 en A67. De afstand tot gevaarlijke stoffen (zoals propaantanks, tankstations e.d.) is nagenoeg in het gehele gebied minder dan 2 km. De ecologische waarde scoort voornamelijk groot. Er zijn enkele woningen en verblijfsrecreatie in het gebied aanwezig. Dagrecreatie komt nagenoeg in het gehele gebied voor waarbij het aantal over het algemeen op minder dan 500 personen wordt geschat. De afstand tot de waterwinning wordt gemeten vanuit het midden van het kilometervak en scoort op primair water voornamelijk groen (tot 1 km) en op secundair water voornamelijk geel (tot 3 km). De route die het water vervolgens af moet leggen om bij een vuurhaard uit te komen is afhankelijk van de toegankelijkheid van het gebied, het kan daarmee langer duren voordat het beschikbaar is.

Aan de randen van het gebied zal het eerste voertuig of peloton respectievelijk in 10 en 25 minuten ter plaatse kunnen zijn maar in het gebied zelf scoort de opkomst geel tot rood (langer) gezien de bereikbaarheid van het gebied. De ontdekkingskans van een brand scoort voornamelijk klein door de afwezigheid van bewoning en verkenning, ontdekking van een brand zal door de aanwezige bezoekers en 41

• • •

medewerkers gedaan worden. Er zijn per kilometervak meer dan 2 vluchtroutes aanwezig, dat geeft een groene score. Terreinbekendheid scoort ruim aanwezig aangezien er een bereikbaarheidskaart is, er geoefend wordt met het thema natuurbrand en er natuurbeheerders beschikbaar zijn voor gidsfunctie en CoPI. In een gedeelte van het gebied bevinden zich enkele onverharde wegen, een gedeelte is onbereikbaar en voor een gedeelte zijn geen brandweerroutes aangewezen.

Afbeeldingen score: Score vaste factoren:

Score aanwezige personen:

42

Score Preventief en preperatief

43

44

Bijlage 2b: RIN Leenderbos-Malpie22 Om een inschatting te kunnen maken van de risico’s van een natuurbrand in de natuurgebieden Leenderbos en Malpie is een update uitgevoerd van de (digitale) RIN. Daarbij is aan de hand van een aantal parameters de huidige situatie in het gebied beoordeeld en worden eventuele risico’s in het gebied zichtbaar (bijlage). Het gaat over het gebied Leenderbos vanaf de N69 (Valkenswaardseweg) tot aan de grens met België met aansluitend het gebied De Malpie tot aan Borkel inclusief het westelijke gedeelte van de N69 (Luikerweg). De definitie van het begrip ‘risico’ binnen de RIN is: ‘de kans dat een eenmaal ontstane natuurbrand zich ontwikkelt tot onbeheersbare proporties’. Er wordt dus alleen gekeken naar de effecten en uitbreidingsmogelijkheden en niet naar de ontstaanskansen. Risico’s: Alhoewel er verschillende (vaak onverharde) wegen aanwezig zijn is er geen compartimentering in het gebied en ook niet tussen de afzonderlijke gebieden. Samen met de aanwezigheid van brandbaar tot zeer brandbare vegetatie is de kans dat bij een brand er snelle uitbreiding plaatsvindt aannemelijk. Bij de juiste weersomstandigheden kan dit leiden tot een brand die niet direct gestopt kan worden door de brandweer. Er zijn daarbij een aantal concrete risico’s te benoemen: 1. Afbranden van een groot deel van het gebied en overslag naar naastgelegen gebieden. 2.

Bedreiging van ecologisch waardevolle natuur en (waardevolle) objecten en gevaarlijke stoffen opslag aan de randen van het gebied. 3. Overlast voor omliggende dorpen door rook en uitval van wegen. Digitale RIN raadplegen: Neem contact op met de veiligheidsregio voor een gebruikersnaam en wachtwoord om de digitale RIN te raadplegen. Door in de linker kolom telkens een vakje aan te vinken onder vaste factoren, aanwezige personen, etc. of onder scores per item is zichtbaar hoe risicovol het kilometervak op betreffend risico scoort. Werkwijze: Tijdens een bijeenkomst is in samenwerking (gemeente Heeze-Leende en Valkenswaard, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en VRBZO) de gegevens per kilometervak doorgenomen en ingevoerd. Daarbij is het merendeel van de automatisch gegevens voor de digitale RIN (Handreiking Risico Index Natuurbranden) overgenomen/geaccepteerd. Een aantal gegevens zijn handmatig aangepast/ingevuld: • Begroeiing: In een klein aantal kilometervakken is de vegetatie aangepast op inschatting van 22 Opgesteld door Marion van den Hurk (veiligheidsregio Brabant-Zuidoost). Tekst en afbeeldingen zijn overgenomen uit het document ‘RIN Rapport Leenderbos-Malpie februari 2022/MvdH’ dat opgesteld is na de RIN-bijeenkomst Leenderbos / Malpie op 26 januari 2022.

Tekst is aangepast voor de in dit natuurbrandbeheersplan om dubbele teksten te vermijden en voor de leesbaarheid binnen dit natuurbrandbeheersplan. Inhoudelijk zijn geen wijzigingen aangebracht.

45

• • • •

de beheerders. Hellingspercentage: is overal op 1 tot 5% gezet. Ecologische waarde: Is op inschatting van de natuurbeheerder gedaan. Verblijfsrecreanten en dagrecreanten: is op inschatting van gemeente, natuurbeheerders en eigenaren recreatieterreinen gedaan. Opkomst 1e voertuig en 1e peloton: Ingevoerd vanuit opkomsttijden volgens informatiesysteem opkomsttijden (Care).

Score: •

• • • •

•

• •

• •

Natuurgebied Leenderbos-Malpie geeft bij de begroeiingsindex een score van brandbaar tot zeer brandbaar aan. In nagenoeg het gehele gebied is er een grote kans (naar 3 tot 4 zijden) op uitbreiding, bovendien grenst de noordzijde van het Leenderbos aan het gebied Valkenhorst waarbij de kans op overslag van en naar beide gebieden nadrukkelijk aanwezig is. Aan de randen van de gebieden zijn waardevolle objecten gesitueerd (verzorgingstehuizen e.d.). Bovendien liggen er een aantal N-wegen in het gebied die cruciaal zijn voor de doorstroming en ook voor aan en afvoer van de hulpdiensten. De afstand tot gevaarlijke stoffen (zoals propaantanks, tankstations e.d) is nagenoeg het gehele gebied minder dan 2 km. De ecologische waarde scoort voornamelijk middel tot groot. Er is een enkele woning in het gebied aanwezig en er is verblijfsrecreatie in het gebied in de vorm van campings, accommodaties en aan de westzijde een bungalowpark. Dagrecreatie komt nagenoeg in het gehele gebied voor waarbij het aantal over het algemeen op minder dan 100 personen wordt geschat. De afstand tot de waterwinning wordt gemeten vanuit het midden van het kilometervak en scoort op primair water voornamelijk groen (tot 1 km) en op secundair water voornamelijk geel (tot 3 km).

De route die het water vervolgens af moet leggen om bij een vuurhaard uit te komen is afhankelijk van de toegankelijkheid van het gebied, het kan daarmee langer duren voordat het beschikbaar is. Het eerste voertuig heeft over het algemeen een opkomsttijd van 10 tot 15 minuten (geel) en het peloton 20 tot 25 minuten met in het midden in het gebied een langere opkomsttijd. De ontdekkingskans van een brand scoort voornamelijk klein door de afwezigheid van bewoning en verkenning, ontdekking van een brand zal door de aanwezige bezoekers en medewerkers gedaan worden.Er zijn per kilometervak meer dan 2 vluchtroutes aanwezig, dat geeft een groene score. Terreinbekendheid scoort ruim aanwezig aangezien er een bereikbaarheidskaart is, er geoefend wordt met het thema natuurbrand en er natuurbeheerders beschikbaar zijn voor gidsfunctie en CoPI. Er bevinden zich in het gebied onverharde wegen waarmee hier de score oranje (matig) is.

Afbeeldingen score: Score vaste factoren:

46

Score aanwezige personen:

Score Preventief en preparatief

47

48

Bijlage 2c: RIN Strabrechtse Heide23 Om een inschatting te kunnen maken van de risico’s van een natuurbrand in natuurgebied Strabrechtse Heide is een update uitgevoerd van de (digitale) RIN. Daarbij is aan de hand van een aantal parameters de huidige situatie in het gebied beoordeeld en worden eventuele risico’s in het gebied zichtbaar (bijlage). Het gaat over het gebied: Luchense Heide, Molenheide, Sang en Goorkens en Herselsche Heide ten noorden van de A67. De Strabrechtse en Lieropsche Heide ten zuiden van de A67. En (gedeeltelijk) ten zuiden van de Somerenseweg, de Herbertusbossen, Lange Bleek en Somerensche Heide. De definitie van het begrip ‘risico’ binnen de RIN is: ‘de kans dat een eenmaal ontstane natuurbrand zich ontwikkelt tot onbeheersbare proporties’. Er wordt dus alleen gekeken naar de effecten en uitbreidingsmogelijkheden en niet naar de ontstaanskansen. Risico’s: In het gebied zijn verschillende onverharde wegen aanwezig waardoor bij ongunstige weersomstandigheden (voor de brand) een beginnende brand wellicht snel gestopt kan worden. Maar bij droge weersomstandigheden met voldoende wind kan een brand zich eenvoudig en snel uitbreiden door de brandbare tot zeer brandbare vegetatie. Bovendien kan door gebrek aan compartimentering de brand zich eenvoudig verplaatsen over het gehele gebied. Er zijn daarbij een aantal concrete risico’s te benoemen: 1.

Afbranden van een groot deel van het gebied. 2. Bedreiging van ecologisch waardevolle natuur en (waardevolle) objecten en gevaarlijke stoffen opslag aan de randen van het gebied. 3. Overlast voor omliggende dorpen door rook en uitval van wegen. Digitale RIN raadplegen: Neem contact op met de veiligheidsregio voor een gebruikersnaam en wachtwoord om de digitale RIN te raadplegen. Door in de linker kolom telkens een vakje aan te vinken onder vaste factoren, aanwezige personen, etc. of onder scores per item is zichtbaar hoe risicovol het kilometervak op betreffend risico scoort. Werkwijze: Tijdens een bijeenkomst is in samenwerking (gemeenten Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende en Someren, Bosgroep, Brabants Landschap, Staatsbosbeheer en VRBZO) de gegevens per kilometervak doorgenomen en ingevoerd. Daarbij is het merendeel van de automatisch gegevens voor de digitale RIN (Handreiking Risico Index Natuurbranden) overgenomen/geaccepteerd.

23 Opgesteld door Marion van den Hurk (veiligheidsregio Brabant-Zuidoost). Tekst en afbeeldingen zijn overgenomen uit het document ‘RIN Rapport Strabrechtse Heide/februari 2022/MvdH’ dat opgesteld is na de RIN-bijeenkomst Strabrechtse Heide op 26 januari 2022. Tekst is aangepast voor de in dit natuurbrandbeheersplan om dubbele teksten te vermijden en voor de leesbaarheid binnen dit natuurbrandbeheersplan. Inhoudelijk zijn geen wijzigingen aangebracht.

49

Een aantal gegevens zijn handmatig aangepast/ingevuld: • Begroeiing: In een klein aantal kilometervakken is de vegetatie aangepast op inschatting van de beheerders. • Hellingspercentage: is overal op 1 tot 5% gezet. • Ecologische waarde: Is op inschatting van de natuurbeheerder gedaan. • Verblijfsrecreanten en dagrecreanten: is op inschatting van gemeente, natuurbeheerders en eigenaren recreatieterreinen gedaan. • Opkomst 1e voertuig en 1e peloton: Ingevoerd vanuit opkomsttijden volgens informatiesysteem opkomsttijden (Care). Score: • • • • • • • • • • •

Natuurgebied Strabrechtse Heide geeft bij de begroeiingsindex een score van brandbaar tot zeer brandbaar. In nagenoeg het gehele gebied is er een grote kans (naar 3 tot 4 zijden) op uitbreiding. Aan de randen van het gebied zijn waardevolle objecten zoals verzorgingstehuizen gesitueerd. Bovendien doorkruisen de A67 en de N609 het gebied. De afstand tot gevaarlijke stoffen (zoals propaantanks, tankstations e.d.) is behalve in het midden nagenoeg in het gehele gebied minder dan 2 km. De ecologische waarde scoort voornamelijk groot. Bewoning en verblijfsrecreatie is voornamelijk aan de rand van het gebied te vinden. De dagrecreatie wordt voornamelijk op middel tot hoog geschat. De afstand tot de waterwinning wordt gemeten vanuit het midden van het kilometervak en scoort voornamelijk groen tot geel. Aan de randen van het gebied is de kan het eerste voertuig binnen 10 tot 15 minuten ter plaatse zijn en het eerste peloton tussen de 20 tot 25 minuten voor het midden van het gebied geldt een langere opkomsttijd. De ontdekkingskans van een brand scoort voornamelijk klein door de afwezigheid van bewoning in het gebied en verkenning, ontdekking van een brand zal door de aanwezige bezoekers en medewerkers of bewoners aan de rand van het gebied gedaan worden. Er zijn per kilometervak meer dan 2 vluchtroutes aanwezig, dat geeft een groene score.

Terreinbekendheid scoort ruim aanwezig aangezien er een bereikbaarheidskaart is, er geoefend wordt met het thema natuurbrand en er natuurbeheerders beschikbaar zijn voor gidsfunctie en CoPI. Er bevinden zich in het gebied onverharde wegen waarmee hier de score voornamelijk oranje (matig) is.

Afbeeldingen score: Score vaste factoren:

50

Score aanwezige personen:

Score Preventief en preparatief

51

52

Bijlage 3: Overdracht nafase Inleiding In deze bijlage24 is aangegeven welke afspraken er gemaakt zijn / welke werkwijze gehanteerd wordt bij de overdracht van het gebied na een brandincident met als doel dat na die overdracht in de z.g. nafase voor alle partijen helder is wie waarvoor verantwoordelijk is en wat men verder van elkaar mag verwachten. Specifiek gaat het daarbij om de overdracht door de brandweer naar de gebiedseigenaar. Uiteraard worden ook – daar waar relevant – de andere partners bij / na het incident betrokken. Ten tijde van het opstellen van deze bijlage is de bredere (landelijke) discussie over dit onderwerp nog niet gevoerd en zijn er daarmee ook geen (landelijke) conclusies en daaruit voortvloeiende aanbevelingen / werkwijzen voorhanden. Daarom wordt voor nu als uitgangspunt de werkwijze van 2020 na de peelbrand gehanteerd met dien verstande dat de leerpunten van toen zijn meegenomen. Bovenstaande kan als consequentie hebben dat deze paragraaf in de toekomst aangepast wordt. Moment Het moment waarop de feitelijke overdracht van het incident(gebied) plaatsvindt wordt bepaald door het op dat moment hoogst actieve operationeel gremium. (OT-COPI-Motorkapoverleg) Het initiatief tot overdragen kan komen van zowel de brandweer als van Staatsbosbeheer.

Over zowel het besluit tot als het specifieke moment van overdracht wordt te allen tijde de (coördinerend) burgemeester van het incident geïnformeerd. Overdracht van het incident kan enkel plaatsvinden als tenminste aan onderstaande randvoorwaarden is voldaan: • De brand is volledig onder controle en de situatie is stabiel; • De restrisico’s zijn voldoende in beeld; • Er zijn heldere afspraken over taken, rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen (zie ook hierna) alsook over de onderlinge afstemming en communicatie; • De hierboven genoemde afwegingen en afspraken zijn vastgelegd in het z.g. Gebiedsoverdrachtsdocument. Overdracht De burgemeesters in het gebied (gemeenten Cranendonck, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Someren, Valkenswaard en Waalre) worden in de gebiedscommissie vertegenwoordigd door de burgemeester van Heeze-Leende en de grote en kleine gebiedsbeheerders (onder anderen Brabant Water, Brabants Landschap, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, de Familie Van Alphen en de Bosgroep) door het provinciehoofd Staatsbosbeheer Noord-Brabant. Overdracht vindt fysiek plaats in het bijzijn van de partijen uit het zogenaamde ‘Nazorgoverleg’.

Dit overleg bestaat in beginsel uit vertegenwoordigers van de gebiedsbeheerder (afhankelijk van het gebied: Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Brabant Water, Brabants Landschap, de Familie Van 24 Aangeleverd door Adviseur Brandweerzorg Joost van den Broek van de veiligheidsregio Brabant-Zuidoost op 10 mei 2022, gebaseerd op de afspraken zoals die gemaakt zijn voor de Deurnsche Peel en de Mariapeel

53

Alphen en/of de Bosgroep), gemeente Cranendonck, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Someren, Valkenswaard en/of Waalre en de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Van de zes gemeenten participeert tenminste de meest getroffen gemeente. Indien de situatie daar aanleiding toe geeft kunnen andere partijen toegevoegd worden. Elke partij ‘levert’ een – bij voorkeur ‘dedicated’ – vertegenwoordiger met voldoende mandaat om als case-manager in het team op te treden. De vertegenwoordiger van Staatsbosbeheer treedt op als voorzitter van het overleg. Het overleg komt in eerste instantie in volledige bezetting bijeen. Er worden hierbij tenminste o.b.v. consensus afspraken gemaakt over: • Het daadwerkelijk moment van overdracht waarbij rekening wordt gehouden met een zodanige overdrachtsperiode om de gebiedsbeheerder voldoende voorbereidingstijd te geven; • De verantwoordelijkheid voor de veiligheid in het gebied; • De financiële verantwoordelijkheid over o.a. een mogelijke vervolginzet door derden; • Procesafspraken m.b.t. mogelijkheden van onderlinge ondersteuning; • De onderlinge informatievoorziening en bereikbaarheid. Met name over situaties waarbij spoedeisende inzet brandweer noodzakelijk (b)lijkt; • Communicatie. Aanvullende werkafspraken voor specifieke situaties zijn uiteraard mogelijk. Deze afspraken worden vastgelegd in het z.g. Gebiedsoverdrachtdocument.

Dit document wordt aansluitend – mits van toepassing – ter kennisname gebracht van het ‘Lokaal CrisisTeam’ (LCT) van de betrokken gemeente(n) waarna het onderdeel zal zijn van het Nafasedocument. Begeleiding / controle De gehele operationele Nafase in het gebied wordt vanaf het moment van overdracht begeleid door het Nazorgoverleg. Hierbij vindt periodiek afstemming plaats over: • Voortgang van de werkzaamheden; • Knelpunten en noodzakelijke oplossingen; • Communicatie. Daarnaast bewaakt het overleg de verbinding / samenhang met het LCT en escaleert bij onderwerpen welke binnen het overleg niet kunnen worden opgelost. Ten slotte begeleidt het overleg ook de verdere afschaling van het incident naar ‘normaal’. Bij deze laatste afschaling is het van belang dat afspraken worden gemaakt over: • het daadwerkelijk moment van afschaling; • restafspraken.

54

Bijlage 4: Deelnemers commissies natuurbrandbeheersing Dit zijn de deelnemers aan de Gebiedscommissie Heeze-Leende en de contactfunctionarissen voor de drie ambtelijke voorbereidingscommissies. Functies van de deelnemers aan de Gebiedscommissies en de drie ambtelijke voorbereidingscommissies kunnen aangepast worden in deze bijlage, zonder dat dit plan opnieuw vastgesteld hoeft te worden. Bij wijzigingen in de deelnemers in de Gebiedscommissie, dient dit eerst afgestemd te worden binnen de gebiedscommissie. De Gebiedscommissie heeft besloten om geen namen op te nemen van de deelnemers aan de commissies.

Deelnemers Gebiedscommissie Heeze-Leende Gemeente Heeze-Leende Burgemeester, voorzitter gebiedscie Staatsbosbeheer Hoofd Staatsbosbeheer Noord-Brabant Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost Regisseur Natuurbrandbeheersing Gemeente Heeze-Leende Beleidsadviseur Integrale Veiligheid Externe procesbegeleider Deelnemers gebiedsbeheerders Gebiedscommissie Heeze-Leende Gemeente Heeze-Leende Burgemeester, voorzitter gebiedscie Brabants Landschap Districtsbeheerder Oost-Brabant Brabant Water Sectordirecteur Productie Natuurmonumenten Coördinator natuurbeheer De Plateaux-Dommeldal Staatsbosbeheer Hoofd Staatsbosbeheer Noord-Brabant Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost Regisseur Natuurbrandbeheersing Gemeente Heeze-Leende Beleidsadviseur Integrale Veiligheid Externe procesbegeleider Contactpersonen ambtelijke voorbereidingscommissies Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst Brabant Water Adviseur terreinen en ecologie Brabants Landschap Beheerder Brabants Landschap Gemeente Heeze-Leende Beleidsadviseur Integrale Veiligheid Gemeente Valkenswaard Beleidsmedewerker openbare orde en veiligheid Gemeente Waalre Medewerker Procesregisseur zorg & veiligheid Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost Specialist natuurbrandbeheersing Externe procesbegeleider Contactpersonen ambtelijke voorbereidingscommissies Leenderbos-Malpie Bosgroep Beheerder Bosgroep Brabants Landschap Beheerder Brabants Landschap

Natuurmonumenten Boswachter beheer Kempen en Midden-Limburg Staatsbosbeheer Boswachter / beheerder Gemeente Cranendonck Beleidsmedewerker openbare orde en veiligheid

55

Gemeente Heeze-Leende Gemeente Valkenswaard Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

Beleidsadviseur Integrale Veiligheid Beleidsmedewerker openbare orde en veiligheid Specialist natuurbrandbeheersing Externe procesbegeleider

Contactpersonen ambtelijke voorbereidingscommissies Strabrechtse Heide Bosgroep Beheerder Bosgroep Brabants Landschap Beheerder Brabants Landschap Familie Van Alphen Beheerder Konings rentmeesters Staatsbosbeheer Boswachter / beheerder Gemeente Geldrop-Mierlo Ambtenaar rampenbestrijding Gemeente Heeze-Leende Beleidsadviseur Integrale Veiligheid Gemeente Someren Beleidsmedewerker veiligheid eiligheidsregio Brabant-Zuidoost Specialist natuurbrandbeheersing Externe procesbegeleider

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13889699/1