Natuurbrandbeheersplan Groote Heide, Stratumse Heide, Valkenhorst, Leenderbos, Malpie en Strabrechtse Heide
Tekst van het document
Natuurbrandbeheersplan Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst, Leenderbos-Malpie en Strabrechtse Heide Auteur : Datum :
Ralf Mohnen (in opdracht van de gemeente Heeze-Leende) 30 oktober 2023 - versie 1.0
Vastgesteld op 29 november 2023
Inhoudsopgave Vaststelling Natuurbrandbeheersplan Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst, LeenderbosMalpie en Strabrechtse Heide...............................................................................................................4 1Inleiding..............................................................................................................................................5 1.1Context.........................................................................................................................................5 1.2Doel natuurbrandbeheersplan......................................................................................................5 1.3Gebiedscommissie Natuurbrandbeheersing.................................................................................5 1.4Leeswijzer....................................................................................................................................6 2Gebiedsomschrijving..........................................................................................................................7 2.1Het gebied....................................................................................................................................7 2.1.1Deelgebied Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst..................................................8 2.1.2Deelgebied
Leenderbos-Malpie.............................................................................................8 2.1.3Deelgebied Strabrechtse Heide..............................................................................................8 2.2Risico’s........................................................................................................................................9 2.2.1Risico’s Groote Heide/ Stratumse Heide /Valkenhorst (deelgebied 1).................................9 2.2.2Risico’s Leenderbos-Malpie (deelgebied 2)..........................................................................9 2.2.3Risico’s Strabrechtse Heide (deelgebied 3).........................................................................10 2.3Bestaande kaders en plannen ....................................................................................................10 2.4Ontbrekend normenkader .........................................................................................................11 2.5Overlegstructuren.......................................................................................................................12 2.6Belanghebbenden in of bij het gebied........................................................................................12 3Opvattingen over het
gebied.............................................................................................................14 3.1Gezamenlijke beleidsuitgangspunten........................................................................................14 3.2Gezamenlijke doelstelling..........................................................................................................15 3.3Taken en verantwoordelijkheden...............................................................................................15 4Scenario’s.........................................................................................................................................16 4.1Gewenste scenario.....................................................................................................................16 4.2Realcase-scenario.......................................................................................................................16 4.2.1Voorbeeld realcase-scenario 1: Huisvenseweg gemeentebossen Heeze.............................18 4.2.2Voorbeeld realcase-scenario 2: Malpie................................................................................19 4.2.3Voorbeeld realcase-scenario 3: Somerensche Heide...........................................................20
4.3Worstcase-scenario....................................................................................................................21 4.3.1Voorbeeld worstcase-scenario 1: Stratumse Heide..............................................................22 4.3.2Voorbeeld worstcasescenario 2: Leenderbos.......................................................................23 4.3.3Voorbeeld worstcase-scenario 3: Coeveringse heide (tussen Geldrop en Mierlo)..............24 4.4Maatschappelijke impact en kosten scenario’s..........................................................................25 2
5Maatregelen en knelpunten...............................................................................................................26 5.1Uitgangspunten voor de gebiedsgerichte aanpak.......................................................................26 5.2Randvoorwaarden voor de gebiedsgerichte aanpak...................................................................26 5.3De aanpak .................................................................................................................................27 5.3.1Brandcompartimenten..........................................................................................................28 5.3.2Maatregelen en planning actiepunten..................................................................................34 5.3.3Knelpunten...........................................................................................................................34 5.3.4Borging capaciteit gebiedscommissie en werkgroepen.......................................................36 6Communicatie...................................................................................................................................37 6.1Samenwerking met partners.......................................................................................................37 6.2Planning en uitvoering
risicocommunicatie..............................................................................37 6.3Planning en uitvoering crisiscommunicatie...............................................................................37 Bijlage 1: Overzichtskaarten..............................................................................................................38 Bijlage 2: Risico Index Natuurbranden (RIN)....................................................................................40 Bijlage 3: Overdracht nafase..............................................................................................................53 Bijlage 4: Deelnemers commissies natuurbrandbeheersing ..............................................................55
3
Vaststelling Natuurbrandbeheersplan Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst, Leenderbos-Malpie en Strabrechtse Heide
De Gebiedscommissie Heeze-Leende stelt hierbij het natuurbrandbeheersplan voor het gebied Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst, Leenderbos-Malpie en Strabrechtse Heide vast.
Datum: 29 november 2023
Plaats: Heeze-Leende
Namens de betrokken gemeenten
Namens de betrokken gebiedsbeheerders
Namens de veiligheidsregio Brabant-Zuidoost
Burgemeester gemeente Heeze-Leende, voorzitter gebiedscommissie Heeze-Leende,
Hoofd Staatsbosbeheer Noord-Brabant,
Regisseur Natuurbrandbeheersing veiligheidsregio Brabant-Zuidoost,
Paul Verhoeven
Theo Gorissen
Wally Paridaans
4
1
Inleiding
1.1 Context In 2010 vond een grote natuurbrand plaats op de Strabrechtse Heide en in april 2020 in de Deurnsche Peel. In de tussenliggende jaren vonden nog veel meer natuurbranden plaats, waaronder een aantal in het gebied Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst, Leenderbos-Malpie en Strabrechtse Heide. De natuurbrand op de Strabrechtse Heide in 2010 was mede de aanleiding voor het starten van een programma om de natuurbrandbeheersing te verbeteren binnen Noord-Brabant, op initiatief van de provincie Noord-Brabant en de drie Brabantse veiligheidsregio’s. De brand in de Deurnsche Peel in 2020 leidde tot verschillende nieuwe vragen en onderzoeken. Eén daarvan betreft een onderzoek naar de bestaande (bestuurlijke) samenwerking om een onbeheersbare natuurbrand te voorkómen. Uit dat onderzoek blijkt dat samenwerking tussen de diverse partijen versterkt moet worden. Daarnaast is vastgesteld dat bij het opstellen van plannen voor natuurgebieden onvoldoende aandacht is voor brandveiligheid. Dat geldt zowel voor het bepalen van de natuurdoelstellingen als voor het inrichten van deze gebieden en het beheren daarvan. De uitkomsten van dit onderzoek zijn samengevat in het rapport “De Peel in Brand” uit 20201. Gelijktijdig met het hierboven genoemde rapport heeft Wageningen University & Research (WUR) een tweede onderzoek uitgevoerd.
Dit onderzoek gaat over het beheer en onderhoud van een natuurgebied in relatie tot de brandveiligheid in dat gebied. Centraal staat de vraag hoe het inrichten en beheren van het natuurgebied het ontstaan, de ontwikkeling en de bestrijding van branden beïnvloeden. Uit beide onderzoeken blijkt dat het vraagstuk urgent is. Immers: het klimaat verandert, waardoor het risico op natuurbranden toeneemt. Een centrale opdracht vanuit het rapport “De Peel in Brand” is door de commissaris overgenomen en op 18 december 2020 per brief als opdracht neergelegd bij de verschillende gebiedscommissies natuurbrandbeheersing in Noord-Brabant. Deze opdracht is ook gegeven aan de Gebiedscommissie Heeze-Leende (Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst, Leenderbos-Malpie en Strabrechtse Heide). Deze opdracht is dat een natuurbrandbeheersplan centraal moet staan. Hiermee is niet gezegd dat natuurbranden altijd voorkomen kunnen worden. Uitzonderlijke situaties zullen er altijd zijn. Maar de natuurbrandbeheersing kan en moet beter. 1.2 Doel natuurbrandbeheersplan De Gebiedscommissie Heeze-Leende heeft als doel om een natuurbrand te voorkomen die voor de gebiedscommissie niet meer te accepteren is.
Om te kunnen bepalen wanneer zich dit voordoet is dit natuurbrandbeheersplan opgesteld waarin de gedeelde opvatting over het gebied is omschreven in samenhang met de doelstellingen voor brandpreventie en –bestrijding, de mogelijke natuurbrandscenario’s en maatregelen. 1.3 Gebiedscommissie Natuurbrandbeheersing De gebiedscommissie is een bestuurlijke samenwerking onder voorzitterschap van de burgemeester. De gebiedscommissie bepaalt gezamenlijk welke partijen bestuurlijk vertegenwoordigd moeten zijn. De gebiedscommissie is verantwoordelijk voor het opstellen van het natuurbrandbeheersplan. 1 https://www.brabant.nl/subsites/peelvenen/deurnsche-peel-en-mariapeel/brand-in-de-deurnese-peel-onderzocht
5
Tijdens en na het opstellen bewaakt de gebiedscommissie de voortgang, geeft richting, stelt prioriteiten en neemt beslissingen over bestuurlijke dilemma’s en uitgangspunten. Het natuurbrandbeheersplan wordt jaarlijks geëvalueerd. Zo nodig signaleert de gebiedscommissie knelpunten en rapporteert deze aan de commissaris van de Koning in Noord-Brabant. De gebiedscommissie Heeze-Leende (hierna: de gebiedscommissie) werkt samen aan natuurbrandbeheersing voor het gebied Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst, LeenderbosMalpie en Strabrechtse Heide en bestaat uit de volgende deelnemers: burgemeester gemeente Heeze-Leende (voorzitter), provinciehoofd Staatsbosbeheer Noord-Brabant, Regisseur Natuurbrandbeheersing veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en Beleidsadviseur Integrale Veiligheid gemeente Heeze-Leende. De gebiedscommissie is gedurende het opstellen van deze versie van het natuurbrandbeheersplan ondersteund door een externe procesbegeleider (secretaris/notulist, in opdracht van de gemeente Heeze-Leende).
De burgemeesters in het gebied (gemeenten Cranendonck, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, HeezeLeende, Someren, Valkenswaard en Waalre) worden in de gebiedscommissie vertegenwoordigd door de burgemeester van Heeze-Leende en de grote en kleine gebiedsbeheerders (onder andere Brabants Landschap, Brabant Water, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de Familie Van Alphen en Bosgroep Zuid Nederland) door het provinciehoofd Staatsbosbeheer Noord-Brabant. De gebiedscommissie Heeze-Leende wordt ambtelijk ondersteund door drie ambtelijke voorbereidingscommissies, één per deelgebied: Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst (1), Leenderbos-Malpie (2) en Strabrechtse Heide (3). Per ambtelijke commissie zit een vertegenwoordiger van de bij dat gebied betrokken gemeenten, gebiedsbeheerders en de veiligheidsregio. Naar behoefte kan vertegenwoordiging van andere organisaties (tijdelijk) worden toegevoegd. De onderstaande organisaties zijn door de gebiedscommissie uitgenodigd bij de voorbereiding: 1 Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst Brabant Water Brabants Landschap Gemeente Heeze-Leende Gemeente Valkenswaard Gemeente Waalre Veiligheidsregio Procesbegeleider
2 Leenderbos-Malpie
3 Strabrechtse Heide
Bosgroep Zuid Nederland Brabants Landschap Natuurmonumenten Staatsbosbeheer Gemeente Cranendonck Gemeente Heeze-Leende Gemeente Valkenswaard Veiligheidsregio Procesbegeleider
Bosgroep Zuid Nederland Brabants Landschap Familie Van Alphen Staatsbosbeheer Gemeente Geldrop-Mierlo Gemeente Heeze-Leende Gemeente Someren Veiligheidsregio Procesbegeleider
Tabel 1: Deelnemende organisaties per deelgebied2 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft het gebied, inclusief risico’s, plannen, kaders en belanghebbenden. In hoofdstuk 3 zijn de opvattingen over het gebied opgenomen met de doelstellingen en beleidsuitgangspunten voor de aanpak, taken en bevoegdheden. Hoofdstuk 4 beschrijft de scenario’s. Hoofdstuk 5 gaat over de te nemen maatregelen om de brandveiligheid in het gebied te vergroten en hoofdstuk 6 gaat nader in op de communicatie. Dit natuurbrandbeheersplan bevat onderdelen die niet vaak wijzigen. De onderdelen die vaak wijzigen zijn opgenomen in een uitvoeringsplan, dat steeds aangepast kan worden door de betrokkenen. Het actueel houden wordt gecoördineerd door de procesbegeleider van de gemeente Heeze-Leende die vertegenwoordigd is in de gebiedscommissie. 2 In bijlage 4 zijn de deelnemers aan de commissies opgenomen
6
2
Gebiedsomschrijving
Nederland kent 162 Natura 2000-gebieden. Delen van de Groote Heide/ Stratumse Heide /Valkenhorst, Leenderbos-Malpie en Strabrechtse Heide zijn ook Natura 2000-gebieden. Dit hoofdstuk geeft een omschrijving van het gebied en de Natura 2000-waarden. Daarnaast is aan de hand van de Risico Index Natuurbranden (hierna RIN) inzicht gegeven in de brandrisico’s van dit gebied4. Ten slotte is een overzicht opgenomen van relevante kaders en plannen die invloed hebben op het gebied, en belanghebbenden. 2.1 Het gebied Het totale gebied bestaat zowel uit delen met een Natura 2000-status als delen zonder die status. Het gebied valt binnen de grenzen van de provincie Noord-Brabant en de veiligheidsregio BrabantZuidoost. Het gebied ligt tegen de Belgische grens aan en niet ver van de provinciegrens met Limburg. Het Natura 2000-gebied omvat de Groote Heide in het noorden, de gemeentebossen van Heeze, de landgoederen Valkenhorst en Heezerheide en de boswachterij Leende. Het gebied is onderdeel van het Kempische landschap dat gekenmerkt wordt door hoogteverschillen die tijdens de laatste ijstijd zijn ontstaan door dekzandafzettingen. Over het algemeen is het landschap glooiend, maar plaatselijk is het dekzandlandschap verstoven waardoor een sterker reliëf aanwezig is. Tot het begin van de twintigste eeuw was de dekzandrug bedekt met onafzienbare heide.
Grote delen zijn in de crisisjaren van de vorige eeuw op grote schaal bebost. Delen van het heidelandschap zijn echter gespaard gebleven, zoals ook een aantal vennen in de heide en de bossen. Het heidelandschap wordt doorsneden door - deels gekanaliseerde - laaglandbeken, die plaatselijk omzoomd zijn door hooilanden, beekbegeleidende bossen en hakhoutpercelen. Op de overgang naar de beken is sprake van een hogere grondwaterstand en uittredende kwel. In de heide van de Malpie liggen een aantal grote vennen. Op meerdere locaties zijn kleine jeneverbesstruwelen aanwezig. Langs de Dommel liggen vochtige en natte graslanden en bossen.3 De Strabrechtse Heide is ook Natura 2000-gebied. De Strabrechtse Heide bestaat grotendeels uit glooiend dekzandlandschap, met daarnaast een deel stuifzandlandschap. Het gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van droge stukken met heide (deels op voormalig stuifzand), kleine stuifzanden en laagtes met natte heide en vennen. In het oosten van het gebied ligt het Beuven, het grootste ven van ons land. Hier is één van de eerste venherstelprojecten uitgevoerd, wat geleid heeft tot de terugkeer van zeldzame soorten. In dit ven wordt water uit de Peelrijt via een bezinkingsbekken ingelaten. Een aantal vennen worden deels gevoed door lokale kwel. De omringende bossen van het gebied bestaan vooral uit grove dennen.
Aan de noordwestkant van het gebied ligt het beekdal van de Kleine Dommel, met alluviale bossen, wilgenstruweel, moerasruigten en vochtige schraallanden.4 De deelgebieden zijn vooral regionaal bekend. In de deelgebieden bestaan volop mogelijkheden voor dagrecreanten om de natuurgebieden te beleven per fiets, mountainbike, wandelend of te paard. 3 https://www.natura2000.nl/gebieden/noord-brabant/leenderbos-groote-heide-de-plateaux, geraadpleegd op 13 juni 2023 4 https://www.natura2000.nl/gebieden/noord-brabant/strabrechtse-heide-beuven, geraadpleegd op 13 juni 2023
7
Daar waar dat in dit natuurbrandbeheersplan relevant is wordt het gebied in drie deelgebieden opgedeeld: 1. Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst; 2. Leenderbos-Malpie; 3. Strabrechtse Heide. In dit document wordt consequent bovenstaande schrijfwijze gebruikt om de drie deelgebieden te benoemen. 2.1.1 Deelgebied Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst Het deelgebied Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst bestaat uit de Stratumse Heide aan de Noordzijde van de A67, het gebied Groote Heide in de oksel van de A67 en A2 en het gebied Valkenhorst aan de westzijde van de A2 en de noordzijde van de N396 (Valkenswaardseweg). Het gebied ligt op het grondgebied van de gemeenten Heeze-Leende, Valkenswaard, Waalre en een klein deel van de gemeente Eindhoven. Het eigendom ligt bij Brabant Water, Brabants Landschap of kleinere gebiedsbeheerders. Direct aangrenzend, ten noorden van het gebied, ligt Eindhoven. De gemeenten Heeze-Leende en Waalre hebben gebied in beheer of in eigendom in het deelgebied Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst, de gemeente Valkenswaard niet. 2.1.2 Deelgebied Leenderbos-Malpie Het deelgebied Leenderbos-Malpie gaat over het gebied Leenderbos vanaf de N396 (Valkenswaardseweg) tot aan de grens met België met aansluitend het gebied De Malpie tot aan Borkel inclusief het westelijke gedeelte van de N69 (Luikerweg).
Het gebied ligt op het grondgebied van de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard. Het eigendom ligt bij Brabants Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer of kleinere gebiedsbeheerders. De gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard hebben gebied in beheer of in eigendom in het deelgebied Leenderbos-Malpie. Een deel wordt door de Bosgroep Zuid Nederland beheerd. 2.1.3 Deelgebied Strabrechtse Heide Het deelgebied Strabrechtse Heide gaat over het gebied Luchense Heide, Molenheide, Sang en Goorkens en Herselsche Heide ten noorden van de A67, de Strabrechtse en Lieropsche Heide ten zuiden van de A67 en (gedeeltelijk) ten zuiden van de Somerenseweg, de Herbertusbossen, Lange Bleek en Somerense Heide. Het gebied ligt op het grondgebied van de gemeenten Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende en Someren. Het eigendom ligt bij Brabants Landschap, Familie Van Alphen en Staatsbosbeheer. Sommige delen zijn eigendom van de Waterschappen Aa en Maas of Waterschap Limburg of kleinere gebiedsbeheerders. De gemeenten Geldrop-Mierlo en Someren hebben gebied in beheer of in eigendom in het deelgebied Strabrechtse Heide, de gemeente Heeze-Leende niet. Een deel wordt door de Bosgroep Zuid Nederland beheerd. Het gebied heeft te maken met: • Stikstofdepositie waardoor ongewenste vegetatie zoals pijpenstrootje extra hard groeit en zorgt voor meer brandstof in het gebied.
Dit draagt bij aan een snelle verspreiding van een brand. • Verdroging waardoor vegetatie kan afsterven. • Klimaatverandering. Dit kan zich door het jaar heen met name uiten in periodes van droogte, lage luchtvochtigheid en een langer groeiseizoen waardoor er meer brandstof in het gebied kan komen.
8
2.2 Risico’s Om een inschatting te kunnen maken van de risico’s van een natuurbrand in de drie deelgebieden is een (digitale) RIN uitgevoerd. Daarbij is aan de hand van een aantal parameters de huidige situatie in het gebied beoordeeld en worden eventuele risico’s in het gebied zichtbaar. De definitie van het begrip ‘risico’ binnen de RIN is: ‘de kans dat een eenmaal ontstane natuurbrand zich ontwikkelt tot onbeheersbare proporties’. Er wordt dus alleen gekeken naar de effecten en uitbreidingsmogelijkheden en niet naar de ontstaanskansen5. Binnen de RIN worden meerdere thema’s meegenomen: 1. Vaste factoren, waaronder Begroeiing, Kans op uitbreiding, Waardevolle objecten, Gevaarlijke stoffen en Ecologische waarde; 2. Aanwezige personen, waaronder Bewoners, Verblijfsrecreanten en Dagrecreanten; 3. Preventieve en preparatieve maatregelen, waaronder Primaire waterwinning, Secundaire waterwinning, Opkomst voertuig, Opkomst peloton, Snelle ontdekking, Vluchtroutes, Terreinbekendheid en Ontsluiting. De Risico-inventarisatie is per RIN-thema te vinden in bijlagen 2a, 2b en 2c. 2.2.1 Risico’s Groote Heide/ Stratumse Heide /Valkenhorst (deelgebied 1) In slechts een gedeelte van het gebied zijn enkele wegen beschikbaar als brandweerroute. Een beginnende brand bij slechte weersomstandigheden (voor de brand) zal wellicht geblust kunnen worden.
Echter bij droge weersomstandigheden met voldoende wind kan een brand zich eenvoudig en snel uitbreiden door de brandbare tot zeer brandbare vegetatie. Een brand kan zich eenvoudig verplaatsen over het gehele gebied als de compartimentsgrenzen in het gebied niet beheerd zouden worden. Er zijn daarbij een aantal concrete risico’s te benoemen: 1. Afbranden van een groot deel van het gebied; 2. Bedreiging van ecologisch waardevolle natuur, vitale infrastructuur (zoals de installaties van Brabant Water en hoogspanningsleidingen), (waardevolle) objecten en opslag van gevaarlijke stoffen aan de randen van het gebied; 3. Overlast voor omliggende dorpen door rook en geur en uitval van wegen. Een gedetailleerde beschrijving van de risico’s in het deelgebied Groote Heide/ Stratumse Heide /Valkenhorst en de bijbehorende risico-inventarisatie is te vinden in bijlage 2a. 2.2.2 Risico’s Leenderbos-Malpie (deelgebied 2) Alhoewel er verschillende (vaak onverharde) wegen aanwezig zijn is er geen compartimentering in het gebied en ook niet tussen de afzonderlijke gebieden. Samen met de aanwezigheid van brandbaar tot zeer brandbare vegetatie is de kans dat een brand zich snel uitbreidt aannemelijk. Bij de juiste weersomstandigheden kan dit leiden tot een brand die niet direct gestopt kan worden door de brandweer. Er zijn daarbij een aantal concrete risico’s te benoemen: 1.
Afbranden van een groot deel van het gebied en overslag naar naastgelegen gebieden; 5 https://www.brandweernederland.nl/natuurbrandbeheersing-risico-index-natuurbranden/
9
2. Bedreiging van ecologisch waardevolle natuur, (waardevolle) objecten en opslag van gevaarlijke stoffen aan de randen van het gebied; 3. Overlast voor omliggende dorpen door rook en geur en uitval van wegen. Een gedetailleerde beschrijving van de risico’s in het deelgebied Leenderbos-Malpie en de bijbehorende risico-inventarisatie is te vinden in bijlage 2b. 2.2.3 Risico’s Strabrechtse Heide (deelgebied 3) In het gebied zijn verschillende onverharde wegen aanwezig waardoor bij ongunstige weersomstandigheden (voor de brand) een beginnende brand wellicht snel gestopt kan worden. Maar bij droge weersomstandigheden met voldoende wind kan een brand zich eenvoudig en snel uitbreiden door de brandbare tot zeer brandbare vegetatie. Bovendien kan door gebrek aan compartimentering de brand zich eenvoudig verplaatsen over het gehele gebied. Er zijn daarbij een aantal concrete risico’s te benoemen: 1. Afbranden van een groot deel van het gebied; 2. Bedreiging van ecologisch waardevolle natuur, (waardevolle) objecten en opslag van gevaarlijke stoffen aan de randen van het gebied; 3. Overlast voor omliggende dorpen door rook en geur en uitval van wegen. Een gedetailleerde beschrijving van de risico’s in het deelgebied Strabrechtse Heide en de bijbehorende risico-inventarisatie is te vinden in bijlage 2c.
2.3 Bestaande kaders en plannen In dit natuurbrandbeheersplan gaan we zoveel als mogelijk uit van bestaande kaders en plannen. Eén van de belangrijkste kaders voor de inrichting en beheer van het gebied zijn de Natura 2000 beheer- en inrichtingsplannen. In deze plannen is vastgelegd hoe het gebied wordt beheerd en op welke wijze dit wordt ingericht om aan de Natura 2000-doelstellingen te voldoen. Voor wat betreft natuurbrandpreventie is het van belang dat in het Natura 2000-beheerplan een natuurbrandparagraaf wordt opgenomen. De provincie Noord-Brabant heeft toegezegd een natuurbrandparagraaf op te nemen in hun toetsingskader, zodat de Natura 2000-beheerplannen vanaf 2024 een natuurbrandparagraaf zullen bevatten. In deze paragraaf wordt vastgelegd wat er in het gebied aan maatregelen getroffen wordt om natuurbranden te voorkomen of te beperken. De basis voor de inhoud van deze paragraaf wordt gelegd door de gebiedscommissie natuurbrandbeheersing met het vaststellen van het Natuurbrandbeheersplan. Zo wordt natuurbrandpreventie vanaf de eerstkomende actualisatie voor dit gebied een integraal onderdeel van het Natura 2000-beheerplan. Daarmee worden de natuurdoelstellingen en maatregelen aangevuld met die voor brandpreventie. In het kader van het voormalige programma aanpak stikstof (PAS) zijn gebiedsanalyses opgesteld.
In deze documenten zijn de in het kader van het voormalige PAS geplande herstelmaatregelen per gebied opgenomen, gebaseerd op de herstelstrategieën en de specifieke situatie in het gebied. Het PAS bestaat niet meer, maar daarop zijn deze gebiedsanalyses in het kader van de PAS (nog) niet aangepast. Hierdoor is een aantal onderdelen van deze gebiedsanalyses in het kader van de PAS niet meer geldig (ontwikkelruimte) of niet meer correct (planning van de maatregelen bijvoorbeeld).67 6 https://www.natura2000.nl/gebieden/noord-brabant/leenderbos-groote-heide-de-plateaux/leenderbos-groote-heidede-plateaux-3, geraadpleegd op 13 juni 2023 7 https://www.natura2000.nl/gebieden/noord-brabant/strabrechtse-heide-beuven/strabrechtse-heide-beuvengebiedsanalyse, geraadpleegd op 13 juni 2023
10
Provincie, Waterschap De Dommel en Staatsbosbeheer werken samen aan de herinrichting van het beekdal van de Tongelreep. Doel is om in de toekomst beter opgewassen te zijn tegen een veranderend klimaat. De beek die ligt in Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux is in de vorige eeuw rechtgetrokken en vergroot om meer water te kunnen afvoeren. Maar het water stroomt nu te snel het gebied uit. Omliggende vennen-, bosgebieden en landbouwgronden hebben daardoor last van verdroging. De komende jaren wordt daarom hard gewerkt om de kwaliteit van de natuur en de waterhuishouding van het beekdallandschap te verbeteren.8 Een ander beleidskader voor natuurbrandpreventie zijn de nog vast te stellen omgevingsplannen van de gemeenten. Ook daarin zullen brandveiligheid- en preventie een plek dienen te krijgen. Dat geldt ook voor de omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.
Verder zijn relevante kaders te vinden in: • Gemeenten Cranendonck, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Someren, Valkenswaard en Waalre: APV en mogelijk in de Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid; • Waterschap De Dommel: Waterbeheerplan WBP 2022-2027 (periode 6 jaar), waterovereenkomsten, Natuur- en beheerplannen (droogte), Keur; • Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost: Dekkingsplan / maatgevend scenario, Regionaal risicoprofiel Brabant-Zuidoost 2019, Visie 2025 en Meerjarenbeleidsplan; • Staatsbosbeheer: (opvolger) PAS – gebiedsanalyse, (opvolger) PAS – Maatregelen/Natuurherstel, Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL)/regulier beheer, beheerplan, beleidsplan risicobeheersing natuurbranden; • Provincie Noord-Brabant: Provinciaal natuurbeleidsplan (5 jaar), Omgevingsverordening, Subsidiestelsel Natuur en Landschap, Subsidieregeling natuur Noord-Brabant, Subsidieregeling Groenontwikkelfonds, Provinciaal waterbeheerplan; • Bosbeheerplan; • Recron: Calamiteitenplan voor recreatie/horeca ondernemers; • Natuurschoonwet (Openstellingsregeling) particuliere landgoederen; • Omgevingswet; • Handreiking brandveiligheid recreatieparken van NIPV9; • Plan van Aanpak natuurbranden van Natuurmonumenten voor de Malpie en de Plateaux en BrandAanvalsPlannen gemeenten/terreineigenaren (o.a.
om routestructuren en compartimentering op orde te brengen, inclusief randvoorwaarden); • Andere plannen/kaders. 2.4 Ontbrekend normenkader Door het ontbreken van een normenkader is het lastig voor de gebiedscommissie om goed te bepalen wanneer het risico op natuurbrand en de effecten daarvan onacceptabel zijn waardoor aanvullende beheer- of inrichtingsmaatregelen nodig zijn. Er zijn inmiddels gesprekken over een normenkader gestart met de ministeries van LNV en J&V, Brandweer Nederland, drie provincies en de daarin gelegen acht veiligheidsregio’s. Totdat er een normenkader is zal dit een dilemma blijven en zullen deze kaders in onderling overleg moeten worden bepaald.
8 https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/natuur-en-landschap/2021/herstel-tongelreep-leenderbos, geraadpleegd op 26 april 2023 9 https://nipv.nl/wp-content/uploads/2022/07/20220701-NIPV-Handreiking-brandveiligheid-vakantieparken.pdf, geraadpleegd op 7 september 2023
11
2.5 Overlegstructuren De gebiedscommissie komt één of twee keer per jaar samen met de samenstelling zoals beschreven in paragraaf 1.3. De gebiedscommissie is zich er van bewust dat er voor het de natuurgebieden veel relevante overlegtafels zijn die invloed hebben op beheer en inrichting van het gebied. De leden van de gebiedscommissie spannen zich in om het belang van natuurbrandpreventie en beheersing hierin te benadrukken. Naast de overleggen monitort de gebiedscommissie relevante en huidige ontwikkelingen (onder andere inspraakprocedures in het gebied). Daarbij worden eventuele consequenties vanuit natuurbrandbestrijding of preventie besproken of ingebracht. Indien nodig gaan we daar actief op in. 2.6 Belanghebbenden in of bij het gebied Er spelen tal van belangen in het gebied die in een aantal gevallen tegenstrijdig kunnen zijn. Enkele knelpunten of meningen vanuit de belanghebbenden zijn aan bod gekomen tijdens bijeenkomsten per deelgebied met de betrokken gemeenten, grootste gebiedsbeheerders en veiligheidsregio over natuurbranden, georganiseerd vanuit de gebiedscommissie, en bijeenkomsten met de burgemeesters van de betrokken gemeenten. De in die overleggen naar voren gekomen opvattingen en knelpunten zijn in de volgende hoofdstukken opgenomen.
De volgende partijen hebben een belang in of bij het gebied en zijn actief betrokken geweest bij de voorbereiding op dit natuurbrandbeheersplan: • Burgemeesters van de gemeenten Cranendonck, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Someren, Valkenswaard en Waalre (openbare orde en veiligheid)10; • Commissaris van de Koning en gedeputeerde Natuur van de provincie Noord-Brabant (natuurontwikkeling, Natura 2000, SNL (Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer)); • Gemeenten (eigenaar, beheer, vergunningverlener); • Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (advies, planvorming en repressie natuurbrandveiligheid, en Communicatie); • Staatsbosbeheer (eigenaar, beheer); • Natuurmonumenten (eigenaar, beheer); • Brabants Landschap (eigenaar, beheer); • Brabant Water (eigenaar, beheer, drinkwatervoorziening); • Bosgroep Zuid Nederland (beheer namens opdrachtgevers); • Konings rentmeesters (beheer namens eigenaar Familie van Alphen). Onderstaande belanghebbenden zijn niet actief betrokken benaderd bij deze voorbereiding: • Colleges van B&W en Gemeenteraden van de gemeenten Cranendonck, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Someren, Valkenswaard en Waalre (o.a.
economie, plattelandsontwikkeling, recreatie en toerisme); • Waterschap De Dommel (beheer waterkwaliteit en –kwantiteit); • Buurgemeenten van de direct betrokken gemeenten Cranendonck, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Someren, Valkenswaard en Waalre; 10 De burgemeesters van de gemeenten Cranendonck, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Someren, Valkenswaard en Waalre zijn als meest betrokken gemeenten door de Gebiedscommissie Heeze-Leende betrokken bij de voorbereiding en invulling van dit natuurbrandbeheersplan voor de drie deelgebieden: Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst (1), Leenderbos-Malpie (2) en Strabrechtse Heide (3).
12
• Direct omwonenden (o.a. bewoners, agrariërs, recreatieondernemers, horecaondernemers, ‘directe buren’, buurtschappen, dorpsraden); • ZLTO (agrarische ondernemers in en om het gebied); • Kleinere gebiedsbeheerders- en eigenaren; • Natuurverenigingen; • Recreanten in het gebied (wandelaars, vogelaars, andere vormen van recreatie); • Overige: Rijkswaterstaat, Gasunie, SSIB (Samen Sterk In Brabant), politie, lokale aannemer, scouting, etc; • Belgische overheden.
13
3
Opvattingen over het gebied
De gebiedscommissie natuurbrandbeheersing heeft als doel om een natuurbrand te voorkomen die voor de gebiedscommissie niet meer te accepteren is. Om te kunnen bepalen wanneer dit zich voordoet is dit natuurbrandbeheersplan opgesteld waarin de gedeelde opvatting over de doelstellingen, de inrichting en het beheer van het gebied is omschreven in samenhang met de doelstellingen voor brandpreventie en –bestrijding. Aan de hand van de individuele opvattingen over het gebied komt de gebiedscommissie tot onderstaande opvatting over (brand in) het gebied. De gebiedscommissie stelt beleidsuitgangspunten vast en legt een gezamenlijk doel vast dat er op gericht is om de kans op een onacceptabele natuurbrand te verkleinen tot een acceptabel risico. 3.1 Gezamenlijke beleidsuitgangspunten De gebiedscommissie hanteert de volgende gezamenlijke beleidsuitgangspunten voor de drie deelgebieden: 1. De Natura 2000-status van het gebied staat niet ter discussie. Bij de aanpak van natuurbranden binnen het gebied gaan we niet tornen aan de Natura 2000-status en maken we geen onderscheid tussen wel of geen Natura 2000-status. 2. We onderschrijven dat de ingezette natuurdoelstellingen een positieve bijdrage leveren aan brandveiligheid. Maatregelen die al genomen worden zorgen vaak ook al voor het verkleinen van het natuurbrandrisico.
Zo zorgt de aanpak van stikstof ook voor meer brandveiligheid in het gebied. Dood hout laten liggen levert geen positieve bijdrage, maar dit kan verzacht worden door compartimentering en bosrandbeheer. Ook de aanpak van verdroging helpt, maar dit heeft wel effecten voor de toegankelijkheid voor de gebiedsbeheerders en de brandweer. Eenduidig beleid en kaders over hoe wordt omgegaan met het laten liggen van dood hout is wenselijk, omdat daar door verschillende natuurbeheerders verschillend mee omgegaan wordt, ondanks overleg hierover tussen die natuurbeheerders. Tevens is balans in de te nemen maatregelen wenselijk. 3. We beschouwen de bestaande woningen en bedrijven in en aangrenzend aan het gebied als een gegeven en bij nieuwe ontwikkelingen in of aangrenzend aan het gebied beoordelen we de impact op het natuurbrandrisico en bepalen we of we aanvullende maatregelen nemen om het natuurbrandrisico beheersbaar te houden. Gemeenten kunnen dit opnemen in de Omgevingsvisie (veiligheidsregio geeft advies). 4. We zien een natuurbrand als een gegeven, en geven bij onze aanpak prioriteit aan het voorkomen van doden en gewonden.
14
5. We gaan voor de korte termijn uit van bestaande middelen en mogelijkheden, tegelijkertijd stimuleren we innovatie. In het zoeken van maatregelen richt de gebiedscommissie zich op middelen en mogelijkheden die nu realistisch voorhanden zijn. Oplossingen worden ook gezocht in innovatieve maatregelen die een langere doorlooptijd hebben of waar de gebiedscommissie geen of beperkt invloed op heeft. Op dit gebied functioneert de gebiedscommissie als aanjager. We gaan eerst uit van de bestaande financiële middelen, voor extra benodigde financiële middelen die mogelijk nodig zijn wordt in gesprek gegaan met de provincie. 3.2 Gezamenlijke doelstelling De gebiedscommissie stelt zich tot doel de volgende gevolgen van een brand te voorkomen: • Doden en gewonden (dit is het hoofddoel); • Onherstelbare schade aan flora en fauna en/of; • Verlies van huisdieren en landbouwhuisdieren en/of; • Verlies van (onroerende) goederen (woningen, bedrijven); • (Extra bij Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst): uitval vitale infrastructuur (elektriciteit, drinkwatervoorziening Brabant Water en snelwegen). Om aan deze doelstellingen te voldoen richt de gebiedscommissie zich op maatregelen die hier aan bijdragen.
3.3 Taken en verantwoordelijkheden We zien de volgende verdeling in taken en verantwoordelijkheden: • De gebiedsbeheerder is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen ten aanzien van de inrichting en het beheer van zijn gebied, zowel met het oog op preventie als voor het kunnen bestrijden (bijvoorbeeld toegankelijkheid) van natuurbranden. • Bij een brand is de veiligheidsregio verantwoordelijk voor de brandbestrijding. • De gebiedsbeheerder is verantwoordelijk voor de nafase (o.a. het bestrijden van nasmeulen). Op landelijk niveau wordt over de verantwoordelijkheidsverdeling in de nafase door betrokken partijen, waaronder Staatsbosbeheer en Brandweer Nederland, nog discussie gevoerd. Tot het moment dat andere besluitvorming plaats vindt wordt daarom in dit plan als uitgangspunt de werkwijze van 2020 bij de natuurbrand in de Deurnsche en Mariapeel gehanteerd (zie bijlage 3 Overdracht Nafase).
15
4
Scenario’s
Om een beeld te kunnen vormen wat een natuurbrand betekent voor de brandweer / veiligheidsregio, natuurbeheerders en gemeenten zijn zes mogelijke beeldvormende scenario’s geschetst door de brandweer (één realcase- en één worstcase-scenario per deelgebied). Hiervoor heeft de brandweer gebruik gemaakt van het natuurbrandverspreidingsmodel en de uitkomsten van de overleggen met de ambtelijke werkgroepen met vertegenwoordigers van de gebiedsbeheerders, gemeenten en de brandweer / veiligheidsregio in 2022 en 2023. 4.1 Gewenste scenario In het gewenste scenario hebben de beheer- en beheersmaatregelen bij het ontstaan van een natuurbrand effect op de realcase-scenario’s en worstcase-scenario’s. Uit de RIN is op te maken dat het worstcase-scenario nog steeds een realistisch scenario is. Met de bestuurlijke uitgangspunten en de gezamenlijke doelstelling wil de gebiedscommissie toewerken naar een aanvaardbaar scenario. De effecten van de te nemen maatregelen moeten ertoe leiden dat het scenario geen worstcase-scenario wordt. In het gewenste scenario blijft de brand beperkt tot één of enkele brandcompartimenten met een vooraf bepaalde oppervlakte. De basiscapaciteit van de brandweer in de veiligheidsregio Brabant-Zuidoost is 4 pelotons. Daarbij wordt rekening gehouden met restdekking bij een inzet voor een natuurbrand.
Het gaat bij een natuurbrand over welke capaciteit de brandweer ter plekke kan krijgen in het eerste uur, het liefst binnen een half uur. Dit leidt tot de realcase- en worstcase-scenario’s per deelgebied die in de volgende paragrafen geschetst zijn. De verwachting is dat er in de toekomst vaker sprake zal zijn van (extreme) weersomstandigheden. Dit kan leiden tot langere periodes van droogte en daarmee een hoger risico op het ontstaan van een (onbeheersbare) brand. 4.2 Realcase-scenario In het realcase-scenario breekt een brand uit en deze brand is en blijft goed beheersbaar als je het vergelijkt met een worstcase-scenario, omdat: • • • • •
Beheermaatregelen genomen en afdoende zijn; Brandweerinzet effectief is; Inrichting van het gebied en bebording in orde is; Brand beperkt blijft tot één of enkele compartiment(en); Inzet van eventuele loonwerkers effectief is.
Hierna zijn 3 voorbeelden van realcase-scenario geschetst door de brandweer. De gebiedscommissie heeft ervoor gekozen één realcase-scenario per deelgebied uit te werken door gebruik te maken van het natuurbrandverspreidingsmodel en de uitkomsten van de overleggen met de ambtelijke werkgroepen met vertegenwoordigers van de gebiedsbeheerders, gemeenten en de brandweer / veiligheidsregio:
16
1. Huisvenseweg gemeentebossen Heeze (deelgebied Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst); 2. Malpie (deelgebied Leenderbos-Malpie); 3. Somerense Heide (deelgebied Strabrechtse Heide).
17
4.2.1
Voorbeeld realcase-scenario 1: Huisvenseweg gemeentebossen Heeze
Op woensdag 30 mei 2023 breekt om 11.00uur (fictief) een brand uit in de berm van de gemeentebossen ten westen van Heeze. De oorzaak is onbekend. De brand wordt ontdekt door een voorbijganger en meldt dit bij 112. Het is niet bekend wanneer de brand is ontstaan, maar bij melden was de brand ongeveer 1 bij 2 meter. Meteo-gegevens op moment van melding: windkracht 3, windrichting noordnoordoost tot noordoost. Onderstaande simulatie op kaart (figuur 1) geeft het verloop aan van de ontwikkeling van de brand. De simulatie geeft ook aan dat er een groot gebied wordt bedreigd. Snel handelen met slagkracht is nodig. Twee tankautospuiten zijn om 11.20 uur ter plaatse en blussen de brand binnen een uur. Zonder inzet van de brandweer zou na 8 uur 10 hectare (14 voetbalvelden) zijn afgebrand, zoals op de kaart te zien is.
Figuur 1: Brandverspreidingskaart realcase-scenario Huisvenseweg gemeentebossen Heeze
18
4.2.2
Voorbeeld realcase-scenario 2: Malpie
Op maandag 20 maart 2023 breekt om 9.00 uur (fictief) een brand uit in het bosgedeelte ten zuiden van Center Parcs De Kempervennen in Westerhoven. De oorzaak is onbekend. De brand wordt ontdekt door wandelaars in het gebied en melden dit bij 112. Het is niet bekend wanneer de brand is ontstaan, maar het vuurfront is nog niet extreem groot. Meteo-gegevens op moment van melding: windkracht 3, windrichting zuidwest. Onderstaande simulatie op de kaart (figuur 2) geeft het verloop aan van de ontwikkeling van de brand. In het gebied ligt Center Parcs De Kempervennen. Uit de simulatie blijkt dat, onder deze weersomstandigheden, de brand Center Parcs De Kempervennen bereikt na ongeveer 4 uur. De simulatie geeft ook aan dat er een groot gebied wordt bedreigd. Snel handelen met slagkracht is nodig. Twee tankautspuiten zijn om 9.20 uur ter plaatse en blussen de brand binnen een uur. Zonder inzet van de brandweer zou na 8 uur 3 hectare (4 voetbalvelden) zijn afgebrand.
Figuur 2: Brandverspreidingskaart realcase-scenario Kempervennen/Malpie
19
4.2.3 Voorbeeld realcase-scenario 3: Somerensche Heide Op maandag 3 april 2023 breekt om 12.00 uur (fictief) een brand uit op de Somerensche heide ten westen van Someren. De oorzaak is onbekend. De brand wordt ontdekt door de piloot van een vliegtuig en meldt dit bij 112. Het is niet bekend wanneer de brand is ontstaan, maar bij melden was de brand ongeveer 1 bij 2 meter. Meteo-gegevens op moment van melding: windkracht 4, windrichting oostnoordoost. Onderstaande simulatie op de kaart (figuur 3) geeft het verloop aan van de ontwikkeling van de brand. Naast het gebied ligt een golfbaan, camping en een boscafé, echter liggen ze allemaal ten noordoosten van de brand en de brand breidt zich door de wind uit naar het westen. Uit de simulatie blijkt dat, onder deze weersomstandigheden, de brand de naastliggende landbouwpercelen bereikt na ongeveer 8 uur. De simulatie geeft ook aan dat de brand tussen 2 vennen door verspreidt en het vrijwel stopt bij de landbouwpercelen. Snel handelen met slagkracht is nodig. Twee tankautospuiten zijn om 12.20 uur ter plaatse en blussen de brand binnen een uur. Zonder inzet van de brandweer zou na 8 uur 62 hectare (89 voetbalvelden) zijn afgebrand, zoals op de kaart te zien is.
Figuur 3: Brandverspreidingskaart realcase-scenario Somerensche heide
20
4.3 Worstcase-scenario In het worstcase-scenario is er sprake van een samenloop van omstandigheden waardoor bijvoorbeeld beheermaatregelen onvoldoende effectief zijn en dus de brand kans en tijd krijgt om uit te breiden. Een voorbeeld van een worstcasescenario is een brand over meerdere compartimenten. Dit kan gebeuren als de brandweer niet tijdig ter plaatse kan zijn, o.a. door onbereikbaarheid van het terrein of een vertraagde opkomsttijd in verband met gelijktijdigheid van incidenten. Ook kunnen extreme weersomstandigheden het brandgedrag beïnvloeden. Hierdoor kost het tijd om de brand te beheersen en te blussen. Het is niet ondenkbaar dat in de toekomst ook in Nederland branden uit een categorie voor gaan komen die nu alleen nog in het buitenland voorkomen. De (maatschappelijke) impact van die branden zal enorm zijn, omdat de verwevenheid tussen natuur en mens groot is, en hebben nog meer impact dan de in dit plan beschreven worstcase-scenario’s. Branden van dergelijke omvang zijn met de beschikbare capaciteit in Nederland niet meer te bestrijden.11 Hierna zijn drie voorbeelden van worstcase-scenario’s geschetst door de brandweer.
De gebiedscommissie heeft ervoor gekozen één worstcase-scenario per deelgebied uit te werken, door gebruik te maken van het natuurbrandverspreidingsmodel en de uitkomsten van de overleggen met de ambtelijke werkgroepen met vertegenwoordigers van de gebiedsbeheerders, gemeenten en de brandweer / veiligheidsregio: 1. Stratumse Heide (deelgebied Groote Heide / Stratumse Heide / Valkenhorst); 2. Leenderbos (deelgebied Leenderbos-Malpie); 3. Coeveringse heide (tussen Geldrop en Mierlo, deelgebied Strabrechtse Heide).
11 ‘Scenario’s natuurbranden’, https://www.brandweernederland.nl/wpcontent/uploads/sites/2/2023/03/Natuurbrandscenarios-20230201-B.pdf, Brandweer Nederland, 01-02-2023, pagina 36, geraadpleegd op 23 juni 2023
21
4.3.1
Voorbeeld worstcase-scenario 1: Stratumse Heide
Op woensdag 31 mei 2023 breekt op 2 plekken tegelijkertijd om 15.00 uur (fictief) een brand uit op de Stratumse heide ten noordoosten van knooppunt Leenderheide. De oorzaak is onbekend. De brand wordt ontdekt door automobilisten op de snelweg A67, die klaagden over rook en er vond ook een kettingbotsing plaats. Het is niet bekend wanneer de brand is ontstaan, maar bij melden waren beide branden ongeveer 30 bij 30 meter. Meteo-gegevens op moment van melding: windkracht 3, windrichting noordoost. Onderstaande simulatie op de kaart (figuur 4) geeft het verloop aan van de ontwikkeling van de brand. Uit de simulatie blijkt dat knooppunt Leenderheide onder de rook staat, wat een compleet verkeersinfarct van minimaal een dag veroorzaakt op de A67, de rondweg rond Eindhoven en de A2. Twee tankautospuiten zijn om 15.20 uur ter plaatse en blussen de brand binnen een uur. Zonder inzet van de brandweer zou na 8 uur 23 hectare (33 voetbalvelden) zijn afgebrand, zoals op de kaart te zien is.
F Figuur 4: Brandverspreidingskaart worstcase-scenario Stratumse heide 22
4.3.2
Voorbeeld worstcasescenario 2: Leenderbos
Op maandag 3 april 2023 breekt om 12.00 uur (fictief) een brand uit in het Leenderbos ten westen van camping Het Leenderbos van Staatsbosbeheer. De oorzaak is onbekend. De brand wordt ontdekt door een campinggast en meldt dit bij 112. Het is niet bekend wanneer de brand is ontstaan, maar bij melden was de brand ongeveer 5 bij 5 meter. Meteo-gegevens op moment van melding: windkracht 4, windrichting oostnoordoost. Onderstaande simulatie op de kaart (figuur 5) geeft het verloop aan van de ontwikkeling van de brand. Uit de simulatie blijkt dat de camping na 2 uur bereikt is. Enkele brandweereenheden zijn al ingezet bij een gelijktijdige natuurbrand in Someren. De eerste tankautospuit ter plaatse richt zich op blussen van het toiletgebouw op de camping, het helpen evacueren van de campinggasten die in paniek hun caravan willen meenemen en heeft niet door dat er een tent verderop op de camping met 2 personen erin dodelijk verbrand. Deze 2 personen lagen nog hun roes uit te slapen en werden niet wakker van de rook of geluiden. Zonder inzet van de brandweer zou na 8 uur 70 hectare (100 voetbalvelden) zijn afgebrand, zoals op de kaart te zien is.
F Figuur 5: Brandverspreidingskaart worstcase-scenario Leenderbos
23
4.3.3
Voorbeeld worstcase-scenario 3: Coeveringse heide (tussen Geldrop en Mierlo)
Op maandag 3 april 2023 breekt om 12.00 uur (fictief) een brand uit op de Coeveringse heide ten oosten van Geldrop. De oorzaak is onbekend. De brand wordt ontdekt door een wandelaar en meldt dit bij 112. Het is niet bekend wanneer de brand is ontstaan, maar bij melden was de brand ongeveer 5 bij 5 meter. Meteo-gegevens op moment van melding: windkracht 3, windrichting oostnoordoost. Onderstaande simulatie op de kaart (figuur 6) geeft het verloop aan van de ontwikkeling van de brand. Uit de simulatie blijkt dat de woonwijk na 2 uur bereikt is. Enkele brandweereenheden zijn al ingezet bij gelijktijdige natuurbranden in Someren en Leenderbos. De eerste eenheden ter plaatse krijgen de brand niet geblust en de brand breidt zich exponentieel uit. De woonwijk aangrenzend aan de brand moet worden ontruimd en de evacuatieroutes lopen snel vol door file. Er zijn geen doden of gewonden gevallen door de brand, maar wel zijn bij het evacueren enkele ongelukken gebeurt. Zonder inzet van de brandweer zou na 8 uur 34 hectare (49 voetbalvelden) zijn afgebrand, zoals op de kaart te zien is.
F Figuur 6: Brandverspreidingskaart worstcase-scenario Coeveringse heide (tussen Geldrop en 24
Mierlo) 4.4
Maatschappelijke impact en kosten scenario’s
Natuurbranden hebben maatschappelijke impact en leiden tot kosten. In het rapport ‘Scenario’s natuurbranden’12 van Brandweer Nederland van februari 2023 zijn de impact en de kosten ingeschat van drie scenario‘s, die in dat rapport basisscenario, regionaal scenario en bovenregionaal scenario worden genoemd. Deze scenario’s zijn opgesteld op basis van kenmerken van eerdere natuurbranden. Kenmerk Omvang Effectgebied Onder controle Nablussen Brandweerinzet Interregionale bijstand Specialistische teams Inzetkosten42 Herstelkosten Percentage branden Intensiteit in kW/m Branduitbreiding in m/uur Vlamlengte in meters Vliegvuur Afstand vliegvuur Soort vuur Overige schade/kosten
Basisscenario < 1 ha Nee < 1 uur < 4 uur 1 peloton Nee Nee €2.000 Nauwelijks 90-95% <500 <1000
Regionaal scenario < 100 ha Beperkt 4 <> 8 uur 2 <> 16 uur 3 <> 6 pelotons Mogelijk Mogelijk €52.000 > €90.000 5-10% 500 <> 2000 1000 <> 2000
Bovenregionaal scenario
<1,5 Nee n.v.t. Loopvuur
<2,5 Mogelijk <100 meter Loopvuur / grondvuur
2,5 <> 3,5 Aannemelijk +- 100 meter Loopvuur / kroonvuur / grondvuur
Nauwelijks
Herstelkosten, schade aan bouwwerken, letsel
Herstelkosten, schade aan vitale infrastructuur, schade aan bouwwerken, letsel, imagoschade, huisvestingskosten, incidentonderzoeken, juridische procedures
> 100 ha Ja > 8 uur > 16 uur > 6 pelotons Ja Ja > €1.000.000 > €225.000 1% 2000 <> 4000 2000 <> 3000
Tabel 2: Overzicht scenario’s, impact en kosten 43 Met behulp van deze schattingen kan bij een daadwerkelijke natuurbrand een eerste inschatting gemaakt worden van de impact en de kosten. Hiermee sluit dit natuurbrandbeheersplan aan bij recente, landelijk ontwikkelde kaders.
12 ‘Scenario’s natuurbranden’, https://www.brandweernederland.nl/wpcontent/uploads/sites/2/2023/03/Natuurbrandscenarios-20230201-B.pdf, Brandweer Nederland, 01-02-2023, geraadpleegd op 26 april 2023
25
5
Maatregelen en knelpunten
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven welke maatregelen er worden uitgevoerd om aan de gezamenlijk beleidsuitgangspunten en doelstellingen te voldoen. Op basis van de ‘Toolbox Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandbeheersing’13 is uitgewerkt welke maatregelen in het gebied worden getroffen. De aanpak kent drie componenten: brandcompartimentering, beheer binnen een compartiment en voorbereiden op en faciliteren van brandbestrijding. 5.1 Uitgangspunten voor de gebiedsgerichte aanpak De in dit plan opgenomen doelstellingen bereiken we door een gebiedsgerichte aanpak. Gezamenlijk gaan we voor het zo slim en effectief mogelijk inrichten en beheren van de natuur, met als hoofddoel doden en gewonden door een natuurbrand te voorkomen. Het gaat er hierbij om een gebied zelf intrinsiek zo weerbaar mogelijk te maken tegen brand. Brandbestrijdingstactieken en -technieken sluiten daarop aan. Daarbij gaan we uit van de volgende uitgangspunten: • We baseren ons zoveel als mogelijk op de werkzaamheden en aanpassingen zoals deze voorzien zijn in bestaande plannen en financiële dekking in dit gebied. Daarnaast leidt dit tot zo min mogelijk aanpassingen in bestaande plannen en daarbij behorende planningen en vergunningen. Daarmee zijn resultaten op korte termijn haalbaar en zichtbaar.
Bovendien worden de natuurdoelstellingen vanuit de Natura 2000-status op deze wijze zoveel als mogelijk gerespecteerd; • De kans op het beïnvloeden/beperken van het worstcase-scenario in een brandcompartiment wordt bepaald door de bestrijdingsmogelijkheden in dat brandcompartiment; • De maatregelen in relatie tot de bestrijdbaarheid van een brand houden rekening met de binnen Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost gehanteerde brandbestrijdingstactieken, -technieken en -materieel; • Nieuwe wenselijke ontwikkelingen, plannen, benodigde financiële dekking en knelpunten worden jaarlijks in de maand december via de procesbegeleider van de gebiedscommissie doorgegeven aan de provincie Noord-Brabant.
5.2 Randvoorwaarden voor de gebiedsgerichte aanpak Naast uitgangspunten gelden een aantal randvoorwaarden waaraan te nemen maatregelen moeten voldoen: Inrichting van het gebied: • Een zogenaamde ‘Natuurlijke Compartimentsgrens’ is zodanig ingericht dat een brand op die grens zonder inzet van de brandweer vanzelf stopt; • In beperkte mate kan deze brandcompartimentering ondersteund worden door inzet van de brandweer doch het hiermee ingezette potentieel is daarmee niet beschikbaar voor een inzet binnen het brandcompartiment; • Defensieve inzet binnen een compartiment met behulp van brandweer- of ander materieel – met name het aanleggen van een zogenaamde ‘stoplijn’ - is enkel mogelijk vanuit een infrastructuur die geschikt en voldoende veilig is voor het betreffende materieel en personeel; • De bluswatervoorziening in het gebied dient zodanig te zijn ingericht dat de te voorziene inzetscenario’s van de brandweer voldoende worden gefaciliteerd. 13 https://www.brandweernederland.nl/nieuws/toolbox-natuurbrandbeheersing-verzameling-van-informatie-en-bestpractices/, Brandweer Nederland, 01-02-2023, geraadpleegd op 26 april 2023
26
Beheer van het gebied: • Structureel vegetatie- en brandstofbeheer in het gebied is noodzakelijk. Dit draagt bij aan de weerbaarheid van het gebied tegen brand en vormen de basis voor een succesvolle brandbestrijding. Daarnaast wordt hiermee de kans op langdurige (rook)overlast na een eventuele brand gereduceerd. • Bereikbaarheidspaden voor de brandweer zijn jaarrond toegankelijk en onderhouden. • Bluswatervoorzieningen zijn toegankelijk en geregeld gecontroleerd. • Bosomvorming van naaldbos naar gemengd loofbos. 5.3 De aanpak Vanuit de voornoemde uitgangspunten en randvoorwaarden zijn de gebiedsbeheerders en de brandweer / veiligheidsregio bezig om maatregelen te nemen die op korte termijn haal- en uitvoerbaar worden geacht en op lange termijn een groter effect hebben. Dit kan leiden tot een gebied dat zoveel als mogelijk ‘intrinsiek weerbaar’ is tegen een brand en dat daarnaast de bestrijding van een brand ondersteunt. Brandcompartimentering speelt daarbij een belangrijke rol. In onderstaande tabel zijn mogelijke beheersmaatregelen opgenomen. Natuurbrandbeheersing
Juridisch
Financieel
Communicatie en Proces
Laag 1: Proactie en preventie
• Omgevingsplannen / Omgevingswet • Bouwbesluit • Risicoparagraaf in Natuurbeheerplannen
• Subsidie veilige • Afspraken over terreininrichting terrein-inrichting (bijvoorbeeld bosomvorming van naaldbos naar gemengd loofbos) • Voorlichting (natuurbrandbewustzijn) • Functionele organisatiestructuur met provincies, gemeenten veiligheidsregio’s en terreinbeheerders • Onderzoek en innovatie • Gebiedsgerichte aanpak • Toezicht in de natuur
Laag 2: Preparatie en repressie
• Bluswatervoorziening14 • Risicogerichte advisering brandweer / gemeente
• Schadeloosstelling / calamiteitenfonds • Bossenverzekering
• Regionale / nationale samenwerking • Multidisciplinaire afstemming • Risico- en crisiscommunicatie • Vakbekwaamheid • Internationale bijstand
Laag 3: Nazorg
• Omgevingsplannen • Risicoparagraaf in Natuurbeheerplannen
• Subsidie natuurherstel
• Onderzoek en innovatie Klimaatbestendig inrichten van gebieden
Tabel 3: Meerlaagsveiligheid bij natuurbrandrisico’s15
14 Ter informatie: de gemeente, veiligheidsregio en gebiedsbeheerder bepalen samen welke bluswatervoorziening nodig is en wie dat financiert. 15 ‘Scenario’s natuurbranden’, https://www.brandweernederland.nl/wpcontent/uploads/sites/2/2023/03/Natuurbrandscenarios-20230201-B.pdf, Brandweer Nederland, 01-02-2023, pagina 56, geraadpleegd op 26 april 2023
27
5.3.1 Brandcompartimenten De gebiedsbeheerders hebben reeds plannen en geven daar deels ook al uitvoering aan om ervoor te zorgen dat in de deelgebieden gebruik kan worden gemaakt van brandcompartimentsgrenzen, die bij een toekomstige natuurbrand ingezet kunnen worden als stoplijn. In dit natuurbrandbeheersplan worden de brandcompartimenten vastgelegd waarin de huidige situatie sprake van is of kan zijn met enkele aanvullende afspraken en maatregelen. De gebiedsbeheerders en de brandweer / veiligheidsregio beoordelen de kwaliteit van de stoplijn en de mate waarin van een compartimentsgrens gesproken kan worden. Daarbij wordt uitgegaan van de huidige situatie en de huidige beheermaatregelen, waarbij wordt, beoordeeld of de huidige maatregelen voldoen. Afhankelijk van die beoordeling wordt besloten of aanvullende maatregelen wenselijk en haalbaar zijn, en voor welke maatregelen extra middelen nodig zijn. Deze worden jaarlijks beoordeeld en doorgegeven aan de commissaris van de Koning. Dit plan voorziet in het beoordelen of het gebied reeds ingedeeld kan worden in compartimenten, en daarnaast het realiseren van de indeling van het gebied in compartimenten binnen de bestuurlijke, juridische, ecologische en financiële kaders. Daarbij wordt vooral gekeken naar de mogelijkheden die de gebiedsbeheerders en de brandweer hebben binnen de uitvoering van reguliere taken en werkzaamheden.
Huidige brandcompartimenten in de drie deelgebieden: In de gebieden is al sprake van brandcompartimenten, zoals de gebiedsbeheerders hebben doorgegeven (zie bijlage 1 in het uitvoeringsplan). Hieronder zijn op basis van die gegevens geüniformeerde kaarten opgenomen die het uitgangspunt vormen voor het natuurbrandbeheersplan.
Figuur 7 Compartimentering Groote Heide
28
Figuur 8 Compartimentering Stratumse Heide
Figuur 9 Compartimentering Valkenhorst 29
Figuur 10 Compartimentering Leenderbos - Groote Heide
Figuur 11 Compartimentering Leenderbos
30
Figuur 12 Compartimentering Malpie
Figuur 13 Compartimentering Strabrechtse Heide en Herbertusbossen 31
Figuur 14 Compartimentering Strabrechtse Heide en Braakhuizensche Heide
Figuur 15 Compartimentering Lange Bleek (Strabrechtse Heide)
32
Figuur 16 Compartimentering Lieropsche Heide (Strabrechtse Heide)
Figuur 17 Compartimentering Somerensche Heide (Strabrechtse Heide) 33
Als de brandweer bij de bestrijding beoordeelt dat er sprake is van een gebied met brandcompartimentering, dan zal de eerste inzet van de brandweer – nadat een offensieve aanpak van de brand niet mogelijk is gebleken – overgaan naar een defensieve tactiek waarbij in eerste instantie de focus op de naastliggende brandcompartimenten is gericht. Tegelijkertijd is er aandacht voor specifieke objecten en andere aandachtspunten in het getroffen brandcompartiment. Als die inzet succesvol is wordt aansluitend en daar waar mogelijk de bestrijding van de brand binnen het brandcompartiment opgepakt. De mogelijkheden hiertoe binnen de verschillende brandcompartimenten zijn beperkt, divers en afhankelijk van veel factoren. 5.3.2 Maatregelen en planning actiepunten Om te komen tot de brandcompartimentsindeling, die hiervoor beschreven is, worden mogelijke brandcompartimentsgrenzen door gebiedsbeheerders gerealiseerd in afstemming met de brandweer. De kans op succes van het tegenhouden van een brand wordt ingeschat door de brandweer. De gebiedsbeheerders hebben enkele voorstellen gedaan om brandcompartimenten op te nemen in het kaartmateriaal van de brandweer. Dit is besproken tijdens de schouw in het veld en wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsplan. De te nemen maatregelen en de planning van de actiepunten zijn opgenomen in een uitvoeringsplan16.