Jaarrekening 2023 GGD
Tekst van het document
Jaarrekening 2023 - PL/EV
25
Crisisplan en crisisorganisatie GGD Het Integrale Crisisplan van de GGD is in 2023 geactualiseerd en eind 2023 door het Directieteam vastgesteld. Ook de bijlagen bij het integrale Crisisplan zijn geactualiseerd, waaronder de agenda van het crisisteam en de taakkaarten voor de sleutelfunctionarissen. Continuïteit van crisistaken is steeds meer geborgd in het reguliere integrale riskmanagement van de GGD. Samen met de GHOR is het project ‘zorgrisicoprofiel’ in de regio afgerond, de GGD heeft hierin een bijdrage geleverd. De GGD heeft evenals voorgaande jaren piketfuncties geleverd t.b.v. de GHOR (O-DPG, ACG, OvD, HIN). Binnen de GGD-crisisorganisatie is in 2023 extra nadruk gelegd op het beoefenen van het toepassen van het crisismanagementmodel door de voorzitter van de operationele crisisteams IZB en PSH. Daarnaast zijn de inhoudelijke crisisprocessen beoefend. Ook is een strategische ‘table top’ oefening voor het thema zoönose op provinciaal niveau uitgevoerd. Psychosociale hulpverlening (PSH) bij rampen en incidenten In 2023 zijn 23 meldingen bij het PSH-piketteam van de GGD binnengekomen. Het ging om suïcides (6), zedenzaken (3), noodlottig ongeval (3), moord (1), repatriëringvluchten (2), natuurlijke dood (3) en overig (5). PSH heeft bij zes van deze meldingen de psychosociale hulpverlening gecoördineerd, bij de andere meldingen advies gegeven. 2.1b
Publieke Gezondheid – Covid
In juni 2023 is de A-status van het Covid-19 virus komen te vervallen. Tevens is daarbij de meldingsplicht van positieve Covid-testen komen te vervallen. Testen Tot en met 17 maart 2023 hebben we een testmogelijkheid aangeboden voor burgers op onze locatie aan de Antoon Coolenlaan in Eindhoven. In 2023 zijn nog 837 burgers getest door de GGD. De doelgroep voor testen was: Zorgmedewerkers die werken met mensen met een kwetsbare gezondheid Bewoners van een verpleeghuis of een andere instelling met personen met een kwetsbare gezondheid (boven de 70 jaar of met een ernstige afweerstoornis) Mensen die thuis wonen en naar de dagbesteding gaan (boven de 70 of met een ernstige afweerstoornis) Mensen die geen zelftest kunnen doen, ook niet met hulp van anderen Mensen die een herstelbewijs nodig hebben. Vaccineren De vaccinatiecampagne die in het najaar 2022 is gestart voor alle burgers van 12 jaar en ouder liep door tot en met september 2023. De najaarscampagne van oktober tot en met december 2023 was bedoeld voor: Alle 60-plussers Zorgmedewerkers Burgers jonger dan 60 jaar die een verhoogd medisch risico kennen.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
26
Naast onze hoofdlocaties in Eindhoven en Helmond (5 dagen per week op beide locaties hele dagen geopend), hebben we op 8 pop-uplocaties gevaccineerd gedurende 7 weken op 37 dagen. De pop-uplocaties bevonden zich in Bladel, Valkenswaard, Veldhoven, Someren, Best, Eindhoven (Tongelre), Deurne en Beek en Donk. Eind 2023 zijn onze hoofdlocaties gesloten. In totaal hebben we bij 67 locaties van VVT-instellingen 758 bewoners gevaccineerd. Het aantal niet mobiele thuiswonenden dat we gevaccineerd hebben is 1.650. In totaal zijn tijdens de hele najaarscampagne 132.396 personen door de GGD gevaccineerd. Onze locatie in Eindhoven stond paraat voor alle kinderen onder 12 jaar, en voor burgers die het niet-MRNA-vaccin wensten. Hieronder een overzicht van de vaccinatiegraad bij de najaarscampagne: Leeftijden Geboortecohort
Vaccinatiegraad BZO najaarsronde2023
1940 en eerder
83+
66%
1941-1945
78 - 83
70%
1946-1950
73 - 77
67%
1951-1955
68 - 72
57%
1956-1960
63 -67
42%
1961-1965
58- 62
21%
Landelijk ligt de vaccinatiegraad ongeveer 4% lager dan de vaccinatiegraad in onze GGD-regio. Klanttevredenheidsonderzoek Tijdens de najaarscampagne hebben we een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Enkele highlights hieruit: Voor ruim 58% was de belangrijkste reden om de vaccinatie te halen om persoonlijke gezondheidsredenen. Ruim 27% deed het ter bescherming van een ander. Ruim 79% was tevreden of zeer tevreden over de reisafstand naar de GGD-priklocatie. Ruim 5% gaf aan hier ontevreden of zeer ontevreden over te zijn. Ruim 83% geeft aan dat ze de prik als (helemaal) niet vervelend ervaren. 89% van de respondenten is (zeer) tevreden over de medewerkers op de priklocatie. Over het totale proces (van uitnodigen tot en met vaccineren) is 86,7% (zeer) tevreden. 2.2 Ambulancezorg De minister heeft de GGD in 2021 aangewezen als de (enige) houder van de ambulancezorg in onze regio (voorheen lag de vergunning voor de ambulancezorg bij de Veiligheidsregio). In 2023 zijn in totaal 48.443 ritten uitgevoerd (48.216 in 2022, +0.5%), waarvan 25.825 ritten een spoedeisend (A1) karakter hadden (24.859 in 2022, +3.9%) en 6.517 ritten besteld vervoer waren (7.265 in 2022, -10.3%). Van deze ritten waren 2.491 ritten psychiatrisch spoedvervoer (A1+A2) en 246 psychiatrisch besteld vervoer (B).
Jaarrekening 2023 - PL/EV
27
Een toename van 12.8% t.o.v. 2022. Bovenstaande aantallen zijn gewijzigd t.o.v. voorgaande jaren: in het aantal ritten zijn de geannuleerde ritten, afgebroken ritten, burenhulp ritten en assistentie ritten niet meegenomen. Een ambulance heeft in het geval van een hoog spoedeisend karakter (A1 inzet) gemiddeld een 9:30 minuten nodig om bij het slachtoffer te komen. Gemiddeld 94.2% van de A1-inzetten is binnen de rijtijdnorm van 15 minuten uitgevoerd (inclusief aanname en uitgifte door de meldkamer). Dat percentage is 0.7% hoger dan in 2022. Het percentage A2-inzetten dat binnen de rijtijdnorm van 30 minuten heeft plaatsgevonden bedroeg 98,6 % (norm is 95%); dit percentage is 0.3% hoger dan 2022.
Eind 2023 is een leverancier gekozen voor de A.I. tool op de meldkamer t.b.v. de spreiding en inzet van ambulances. Begin 2024 start hiervoor de implementatie en deze zou cf. planning afgerond moeten zijn in Q3 2024. Beide meldkamers in Brabant (Brabant Oost en Bergen op Zoom) werken dan met deze A.I. tool. Uiteindelijk zal het gebruik van de A.I. tool tot betere spreiding en inzet van de ambulances binnen onze regio en dus tot betere prestaties moeten leiden. De eerste resultaten hiervan worden verwacht in 2025. De A.I. tool wordt gezamenlijk in gebruik genomen door GGD Brabant-Zuidoost, RAV Brabant Midden West Noord en Witte Kruis Zeeland, de drie gebruikers van beide meldkamers. De landelijke pilot PA/VS is in oktober afgerond en er wordt verder bekeken hoe de resultaten van deze pilot binnen de GGD worden toegepast en wat dit betekent voor de inzetbaarheid van de PA/VS. Het is de ambitie van de GGD om het aantal PA/VS uit te breiden en ze breder in te zetten binnen de acute zorg. In 2023 is het nieuwe huisvestingsplan van Ambulancezorg GGD Brabant-Zuidoost goedgekeurd door de zorgverzekeraar. Inmiddels zijn er verschillende gesprekken gestart met gemeentes waar er potentieel nieuwe posten gebouwd of verplaatst gaan worden. Deze gesprekken verlopen constructief en er is goede hoop dat er in 2024 voor een aantal posten gestart kan worden met de bouw.
2.3 Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage per inwoner 2023 is in de primaire programmabegroting vastgesteld op € 18,388 per inwoner. Middels de 1e bestuurlijke begrotingswijziging (betreft aanpassing van de indexatie en zowel eenmalige als structurele bijdragen voor het op orde brengen van infoveiligheid en archivering) is een stijging van de gemeentelijke bijdrage vastgesteld waardoor de werkelijke bijdrage per inwoner over 2023 € 20,525 bedraagt. Dit is inclusief een eenmalige bijdrage in 2023 voor het op orde brengen van infoveiligheid en archivering van € 0,316 per inwoner. De inwonerbijdrage JGZ 0-4 per kind wordt in de begroting per gemeente berekend tegen het voor die gemeente geldende tarief en het meest recent bekende aantal kinderen 0-4; conform de afspraak bij de JGZ-integratie wordt echter per gemeente definitief afgerekend tegen het werkelijk aantal kinderen per 1 januari van het begrotingsjaar. In de begroting 2023 is uitgegaan van in totaal 29.924 kinderen terwijl er dat in werkelijkheid 30.240 bleken te zijn.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
28
Bijdrage per inwoner
Prim. Begroting 2023
Werkelijk 2023
Monitoren, signaleren en adviseren
1.300.000
1,64
1.383.000
1,75
Uitvoerende taken
1.700.000
2,15
1.808.000
2,29
355.000
0,45
377.000
0,48
65.000
0,08
69.000
0,09
6.130.000
7,76
6.520.000
8,24
715.000
(0,90)
760.000
(0,96)0,
300.000
0,38
319.000
40
Overhead
4.695.000
5,93
5.759.000
7,28
Bijdrage (per inwoner)
14.545.000
18,39
16.235.000
20,52
Bijdrage JGZ 0-4 per kind
12.930.000
13.900.000
TOTAAL
27.475.000
30.135.000
gezondheidsbescherming Publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crises Toezicht houden Jeugdgezondheidszorg Pubercontactmoment JGZ* Aanvullende taken Publieke Gezondheid
* per 2016 is het pubercontactmoment (pcm) van de contracttaken overgeheveld naar het gezamenlijke takenpakket. Het wordt echter niet o.b.v. een bijdrage per inwoner gefinancierd maar o.b.v. de verdeelsleutel zoals door VWS gehanteerd voor de verdeling van de middelen naar de gemeenten. In bovenstaande tabel is wel het totaalbedrag pcm 2023 inclusief bijbehorende overhead (€ 760.000) herrekend naar een bedrag per inwoner (0,96), in de totaaltelling van het bedrag per inwoner is deze, om verwarring met de bedragen in de bijlagen te voorkomen, niet opgenomen.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
29
2.4 Overzicht gerealiseerde baten en lasten GGD exploitatierekening 2023
Realisatie 2023
Publieke Gezondheid
55.182.264
Ambulancezorg
31.982.982
Baten
87.165.246
Publieke Gezondheid
41.661.057
Ambulancezorg
25.330.017
Directe Lasten
66.991.074
Publieke Gezondheid
12.536.012
Ambulancezorg
6.206.478
Overhead Lasten
18.742.490
Publieke Gezondheid
-59.259
Ambulancezorg Vennootschapsbelasting Publieke Gezondheid Ambulancezorg Totaal saldo van baten en lasten
-59.259 1.044.454 446.488 1.490.942
Publieke Gezondheid
940.302
Ambulancezorg
69.000
Toevoeging aan reserve (-) Publieke Gezondheid Ambulancezorg
1.009.302 781.667 -
Onttrekking aan reserve (+)
781.667
Publieke Gezondheid
885.819
Ambulancezorg
377.488
Gerealiseerd resultaat
1.263.307
* Publieke gezondheid omvat alle pijlers behalve de pijler ambulance zorg.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
30
3. Financiële paragrafen 3.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Volgens artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat het weerstandsvermogen uit de relatie tussen: De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en de mogelijkheden waarover kan worden beschikt om niet begrote kosten te dekken Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de GGD in staat is niet structurele financiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande takenpakket. De omvang van het weerstandsvermogen is afhankelijk van het risicoprofiel van de GGD. Dit profiel geeft het totaal van risico’s met een substantiële impact die gedekt moeten kunnen worden met de beschikbare weerstandscapaciteit. De kwantificering van de risico’s op basis van een kans- en impact-inschatting vindt plaats via een zogenaamde risicoinventarisatie, die jaarlijks wordt opgesteld. De inventarisatie per begin 2024 (zie ook paragraaf 3.1.2) resulteert in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.600.000 voor het programma Publieke Gezondheid en ca. € 2.800.000 voor Ambulancezorg. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden waarover de GGD beschikt om niet begrote substantiële kosten te dekken.
Binnen de GGD kan alleen de Algemene Reserve als weerstandscapaciteit worden aangemerkt. Volgens de BBV vallen onder de weerstandscapaciteit ook de bestemmingsreserves en de voorzieningen. Dit zijn echter financiële middelen die gevormd zijn ter dekking van al voorziene risico’s en gebeurtenissen die niet opgenomen worden in de risico-inventarisatie. Overigens is het wel zo dat voor wat betreft de bestemmingsreserves het bestuur kan besluiten deze reserves een andere bestemming te geven. De voorzieningen hebben als doel om de kosten in de jaarlijkse exploitatie te egaliseren en/of bestaande verplichtingen te verantwoorden. De begrotingspost ‘Onvoorzien’ komt in de begroting van de GGD niet meer voor, zo is in 2015 bij de vaststelling van de Notitie Weerstandsvermogen & risicomanagement, Reserves & Voorzieningen en Post Onvoorzien besloten. Er wordt onder de personeelskosten initieel nog wel een stelpost van ca. € 325.000 geraamd voor ‘risico’s personele kosten’. De post dient de facto als dekking van noodzakelijke (ziekte-)vervangingen. De Algemene Reserve is bedoeld als buffer voor onvoorziene uitgaven. Hiermee kunnen onder andere schommelingen in de jaarlijkse exploitaties worden opgevangen, zodat niet elk jaar voor relatief beperkte bedragen een afrekening met de gemeenten hoeft plaats te vinden. De Algemene Reserve heeft een meerjarige functie.
Eerder is besloten dat, gegeven de financieringsstructuur, voor de beide programma’s afzonderlijke algemene reserves worden aangehouden.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
31
Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het weerstandsvermogen niet direct tot het niveau van de risicoinventarisatie hoeft te worden aangevuld, maar dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR-deel 2 hiervoor leidend zijn. Gegeven de omzet 2023 (exclusief crises-financieringen) is dan voor PG een kaderstellende bandbreedte van toepassing van minimaal € 2.000.000 en maximaal € 2.400.000 en voor AZ van minimaal € 1.500.000 en maximaal € 2.000.000. Het wordt hierbij echter aan het Algemeen Bestuur van de Verbonden Partij overgelaten of die bandbreedte volledig wordt ingevuld, aangezien dit organisatie-specifiek is en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Een laag weerstandsvermogen betekent wel dat financiële tegenvallers van enige omvang niet uit de algemene reserve kunnen worden opgevangen. De Algemene Reserve wordt hoofdzakelijk gevuld door middel van eventuele voordelige exploitatieresultaten. In 2019, 2020 en 2021 zijn er, in het kader van de uitvoering van de bestuursopdracht, onttrekkingen gedaan aan de Algemene Reserve PG. Dit betreft met name projectkosten ter voorbereiding op de integratie van JGZ 0-4 per 1-1-2021, waarbij de doelstelling en verwachting was dat de reserve de volgende jaren met positieve resultaten hierop weer kon worden aangevuld.
Tot en met 2023 zijn er in dat kader ten laste van de exploitatie ook stortingen gedaan. Na vaststelling van de resultaatbestemming uit de jaarrekening 2022, maar exclusief de resultaatbestemming over het jaar 2023, bedraagt de Algemene Reserve PG ca. € 1.700.000 en voor AZ ca. € 1.350.000. Mochten er zich de komende jaren echter voor een hoger bedrag tekorten voordoen dan deze saldi, dan dragen de gemeenten daarvan het financiële risico, ieder naar rato van het inwoneraantal. Risicomanagement Om risico's te beheersen wordt door de GGD BZO actief risicomanagement ontwikkeld. Elk trimester staat het management in de Marap-gesprekken nadrukkelijk stil bij de ontwikkeling en ontstaan van relevante risico's, en welke maatregelen genomen moeten worden om deze risico's te beperken. Als belangrijkste risico’s worden gezien: Stijging van kosten Het risico dat de loon- en materiële kosten sneller stijgen dan de in de begroting opgenomen indexering van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke takenpakket en/of het NZA-budget voor ambulancezorg, en dat deze niet in de daaropvolgende jaren wordt rechtgetrokken. In de budgetafspraken met gemeenten is vastgelegd dat voor de berekening van de gemeentelijke bijdragen een vooraf overeengekomen index wordt toegekend en dat daarop geen nacalculatie wordt toegepast. Hierdoor ontstaat het risico dat de kosten meer stijgen dan de inkomsten.
Dit risico bestaat ook bij Ambulancezorg omdat de indexering van het budget bij Ambulancezorg niet plaatsvindt op basis van de werkelijke kostenontwikkeling in de sector en dus ook af kan wijken. Gezien de recente ontwikkelingen m.b.t. de loonkostenontwikkeling (m.n. CAO en inflatie & energieprijs) waardoor aanzienlijke tekorten (zijn) ontstaan, is dit risico pregnant, hoewel tot op heden gemeenten/bestuurders deze stijgingen (bij PG) hebben vergoed.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
32
Het risico dat door fusie, reorganisatie, conflicten etc. er wachtgelden/frictiekosten dienen te worden uitbetaald die niet door gemeenten, derden of de lopende exploitatie worden gedekt. In de Gemeenschappelijke Regeling is vastgelegd dat alleen bij vermindering van de bijdragen de gemeente(n) gehouden zijn de kosten die daar een gevolg van zijn te vergoeden. In andere situaties komen die kosten ten laste van de reguliere exploitatie van de GGD, die daarvoor echter geen ruimte biedt. Het risico dat als gevolg van (belasting)wet- en regelgeving de kosten meer dan gemiddeld stijgen en/of tot een naheffing leiden. Hierbij concreet te denken aan zaken zoals de invoering van de Vennootschapsbelasting voor overheidsinstellingen, het risico van belastingheffing i.v.m. overschrijding van de Werkkostenregeling en sinds 2020 als gevolg van de WNRA het toegenomen risico om transitievergoedingen te betalen. Maar ook het toegenomen risico op naheffingen vanwege achteraf vast te stellen premiepercentages en vanwege eventuele andere foutieve toepassingen in wet- en regelgeving die achteraf worden geconstateerd. Toegenomen regeldruk maakt dit risico pregnanter.
Toenemende arbeidsmarktkrapte bij specifieke functies betekent dat vaker tijdelijk een andere invulling van de taakuitvoering moet worden georganiseerd (bv duurder personeel van derden/ZZP inhuren) om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden. Onvoldoende Budget Het risico dat om de paraatheid van de Ambulancezorg te handhaven er, bv vanwege een hoog ziekteverzuim of een groot personeelsverloop, te weinig budget is om de vervangingskosten te dekken. Daarnaast bestaat m.b.t. ambulancezorg een algemeen exploitatierisico op de omvangrijke materiële kosten. In het verleden heeft de situatie van hoge vervangingskosten zich voorgedaan en heeft dit tot (aanzienlijke) tekorten geleid. Er mag vanuit gegaan worden dat een dergelijke ernstige verstoring binnen een afzienbare periode tot adequate maatregelen leidt; eventueel met ondersteuning van verzekeraars die daar ook een rol en belang in hebben en dit in het verleden ook hebben getoond met incidentele aanvullende financiering. In het uiterste geval kan ook besloten worden om de paraatheid, en dus het niveau van dienstverlening, terug te brengen om daarmee binnen de budgettaire kaders te blijven. Uitvoering van noodzakelijke activiteiten zonder financiering Het risico dat door een ramp bij PG veel extra inzet nodig is en/of waardoor het reguliere werk in gevaar komt.
Bij een grotere ramp zal de inzet van de GGD wellicht groot zijn terwijl de kosten van die inzet mogelijk niet volledig kunnen worden verhaald. De Covid-19-, MPOX- en Oekraïne-crises zijn voorbeelden van een dergelijke situatie; de daarvoor toegekende vergoedingsregelingen vanuit het Rijk geven op dit moment vertrouwen dat alle extra kosten vergoed worden, de risico-inschatting verandert derhalve daardoor niet. Er bestaat echter wel het risico op meer werk en kosten op de langere termijn als gevolg van een algemene verslechterde gezondheidssituatie van de inwoners in onze regio na een ramp.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
33
Het risico dat verplichte landelijke wet- en regelgeving bij PG leidt tot activiteiten waarvan de kosten nog niet zijn opgenomen in de begroting. Het risico bestaat dat de GGD verplicht is om, in het kader van (nieuwe) wet- en regelgeving, bepaalde taken uit te voeren zonder dat daar meteen voldoende middelen tegenover staan. Te denken valt hierbij aan de besluitvorming door de centrale overheid zoals die bij de decentralisaties, gepaard gaande met een efficiencykorting. Dit risico kan middels het wendbaarheidsbudget in de jaarlijkse begroting (deels) worden afgedekt/beperkt. Extra kosten door organisatieverandering Het risico dat, wanneer de aanwijzing voor ambulancevervoer niet meer aan de GGD wordt toegekend, een deel van centrale overhead niet meer wordt gedekt. Dit risico is momenteel minimaal omdat de aanwijzing (voorheen vergunning genoemd) voor het uitvoeren van ambulancevervoer in onze regio in 2021 aan de GGD is toegekend. Daarmee vervalt de oorspronkelijke grond voor dit risico. In theorie bestaat dit risico echter nog steeds, bv in het geval van wanprestatie door de GGD of bij onvoorziene wijziging van wet- of regelgeving. Bij integrale overgang van AZ naar een andere organisatie zal er naar verwachting ook een overdracht van overheadtaken en -medewerkers plaats vinden.
Ten aanzien van de achterblijvende ongedekte overhead (zoals directie, huisvesting ed.) wordt dan veelal wel een afbouwregeling van enkele jaren getroffen, maar daarna ontstaat een dekkingsprobleem als geen nieuwe activiteiten met externe financiering kunnen worden ontplooid en/of kosten kunnen worden bespaard. Extra kosten door verandering taakuitvoering Het risico dat er (door externe ontwikkelingen) een wijzing in de taakinhoud optreedt waardoor er tijdelijk meerkosten ontstaan. Bij wijziging van een taakinhoud zullen er wellicht tijdelijk meerkosten zijn waarvoor geen budget in de begroting is opgenomen. Hierbij valt te denken aan situaties zoals met de Q-koorts. Dit risico kan middels het wendbaarheidsbudget in de jaarlijkse begroting (deels) worden afgedekt /beperkt. Extra kosten door afname van markttaken Het risico dat door marktomstandigheden er tijdelijk ongedekte kosten blijven bij de contracttaken voor het rijk en derden. Bij deze contracttaken moet gedacht worden aan betaalde activiteiten voor instellingen, bedrijven, het Rijk en particulieren. In tegenstelling tot de gemeentelijke contracttaken ontstaat bij afname of beëindiging van deze financiering een risico van ongedekte kosten. Bij de gemeentelijke contracttaken is, conform afspraken in de Gemeenschappelijke Regeling, de opzeggende gemeente gehouden de daaraan verbonden frictiekosten te vergoeden.
Aangezien het personeel dat belast is met de uitvoering van deze contracttaken voor een groot deel bestaat uit vast personeel, zullen er bij een lagere omzet c.q. het geheel afstoten van deze taken kosten zijn waarvoor geen financiële dekking meer is. Gezien de aanzienlijke omzettoename van de afgelopen jaren en een daarmee gepaard gaande toegenomen risicospreiding, neemt dit risico relatief gezien (de kans-inschatting) wel af.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
34
Beveiliging en (onder-)verzekering Het risico dat toegewezen schadeclaims niet volledig worden afgedekt door de afgesloten verzekeringen. De normale bekende risico’s voor de GGD zijn afgedekt middels afgesloten verzekeringen. Jaarlijks wordt bezien of deze nog afdoende dekking bieden. Toch blijft er een rest risico bestaan dat in het weerstandsvermogen dient te worden afgedekt. Het risico dat er zich ICT-beveiligingsproblemen voordoen. Hierbij te denken aan risico's van stroomuitval, datalek, cybercrime/hacken en andere situaties waarin systemen uitvallen en/of gegevens (tijdelijk) niet beschikbaar zijn of dat er schade ontstaat vanwege misbruik. Vanwege toegenomen (inzicht in de) externe dreiging en ervaringen (o.a. datalek Covid), geconstateerde achterstand in informatiebeveiliging in combinatie met de grote hoeveelheid persoonsgegevens die de GGD zowel bij PG als AZ beheert, wordt de kans op dit risico substantieel hoger ingeschat. Inmiddels zijn en worden nog maatregelen genomen om het niveau van informatiebeveiliging verder te verhogen en dit risico te mitigeren waarvoor gemeenten met ingang van 2023 de inwonerbijdragen hebben verhoogd. Verbonden Partijen Het risico dat bij liquidatie van een der verbonden partijen er claims aan de GGD zullen zijn. Uit een analyse per verbonden partij komt geen specifiek te duiden risico voort.
Desalniettemin wordt een algemeen risico ingeschat voor deze en andere niet formele samenwerkingsverbanden; deze laatste nemen namelijk steeds meer toe. Het risico dat er zich nog overige (personele) tegenvallers zullen voordoen waarmee nog geen rekening is gehouden. Dit risico wordt de facto gedekt door hiervoor in de jaarlijkse begroting bij de personele kosten een stelpost op te nemen. Financiële kengetallen Op grond van een wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient in de begroting en jaarrekening de ontwikkeling van een aantal voorgeschreven financiële kengetallen te worden opgenomen en toegelicht. Concrete normen zijn hiervoor niet voorhanden, waardoor alleen de ontwikkeling in de tijd een indicatie geeft. De kengetallen voor de begroting worden gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens, hetgeen een bepaalde onnauwkeurigheid met zich meebrengt.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
35
De voorgeschreven kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing, omdat er geen activiteiten m.b.t. grondexploitatie en heffing van gemeentelijke belastingen uitgevoerd worden door de GGD BrabantZuidoost. Kengetallen
Realisatie
Begroting
Realisatie
2022
2023
2023
Netto schuldquote
0,9%
5,2%
-0.5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte
0,9%
5,2%
-0.5%
Solvabiliteitsrisico
15,5%
20,9%
16,6%
Structurele exploitatieruimte
0,6%
1,1%
0,4%
leningen
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de GGD ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote wordt uitdrukt in een percentage van de totale baten. Het solvabiliteitsrisico betreft de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen en geeft inzicht in de mate waarin de GGD in staat is aan zijn financiële verplichtingen op de langere termijn te voldoen. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de GGD heeft in de eigen exploitatie, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bovengenoemde kengetallen worden voor de realisatie van 2022 en 2023 beïnvloed door de kosten en balansposities vanwege de Covid-19-kosten en de financiering daarvan. Met name de netto schuldquote en het solvabiliteitsrisico geven daardoor een vertekend beeld t.o.v. de begrote en werkelijke cijfers over 2023. 3.2.
Onderhoud kapitaalgoederen
Beleidskader De GGD streeft naar een optimale staat van haar kapitaalgoederen. Hiervoor is onderhoud van deze kapitaalgoederen noodzakelijk. Het beleid voor het onderhoud van kapitaalgoederen kent vier onderdelen. Te weten; ‘gebouwen’, ‘machines, apparaten en installaties’, ‘hard- en software’ en ‘vervoermiddelen’. Gebouwen De GGD heeft geen panden in eigendom maar heeft ervoor gekozen om alle benodigde panden te huren. Het beheer en onderhoud van de gehuurde gebouwen is voor rekening van de verhuurder, alle kosten die door de GGD gemaakt worden hebben betrekking op kleine reguliere onderhoudswerkzaamheden aan de binnenkant en het binnen schilderwerk.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
36
Machines, apparaten en installaties Voor de waardevolle ondersteunende machines, apparaten en installaties zijn voor een groot deel onderhoudscontracten aanwezig. Voor de overige machines, apparaten en installaties met een beperkte waarde en waarvan er slechts een beperkt aantal aanwezig zijn, zijn geen onderhoudscontracten aanwezig. Hard- en software Voor de optimale beschikbaarheid van hard- en software zijn voor de belangrijke bedrijfsapplicaties dienstverleningsovereenkomsten gesloten. Voor het onderhoud van hard- en software wordt geen voorziening gevormd. Alle kosten komen ten laste van de exploitatie. Vervoermiddelen Voor voertuigen van de ambulancedienst worden onderhoudscontracten afgesloten. Hierin worden kosten van periodiek preventief onderhoud, reparatie als gevolg van normaal zorgvuldig gebruik en het treffen van maatregelen tegen normale slijtage gedekt. Maandelijks wordt hiervoor een vast bedrag betaald aan de leverancier van de diensten. Deze kosten komen ten laste van de exploitatie. De overige reparaties en het eigen risico bij schadeherstel worden ook rechtstreeks in de exploitatie verwerkt. Voor het onderhoud aan ambulances, piketauto’s en dienstauto’s is conform regelgeving geen voorziening gevormd. In onderstaand overzicht staan de werkelijke kosten die zijn gemaakt voor het onderhoud aan kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen
Realisatie 2023
Gebouwen
315.900
Machines, apparaten en installaties
184.300
Hard- en software
53.800
Vervoermiddelen
501.200
Totaal
3.3.
1.055.200
Financiering
Beleidskader Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheid (FIDO) dient de GGD jaarlijks in de jaarrekening verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie. Het beleid voor de treasuryfunctie van de GGD is vastgelegd in het treasurystatuut, waarvan de laatste geactualiseerde versie door het Algemeen Bestuur is vastgesteld op 14-12-2022.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
37
Rentebeleid De renterisico’s bij het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen worden beperkt door de overeengekomen rentepercentages bij de transactie te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie van de geldverstrekker (Bank Nederlandse Gemeenten). Zowel de rente op kortlopende als op de langlopende financiering zijn in de loop van 2023 toegenomen om vervolgens richting het einde van het jaar wat meer te stabiliseren. In 2023 is deze renteontwikkeling voor de GGD niet van nadelige invloed geweest daar er geen noodzaak was om kortof langlopende middelen aan te trekken om in een financieringsbehoefte te voorzien. Bij het bepalen van het rentebeleid wordt de GGD ondersteund door de Treasury afdeling van de gemeente Eindhoven; door steeds de rentevisie te actualiseren, wil de GGD zorgen voor zo laag mogelijke financieringskosten, rekening houdend met het risicoprofiel. Financieel Risicobeheer Door een actief risicobeheer probeert de GGD de financiële risico’s te beperken. In het treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten voor het risicobeheer opgenomen. De GGD hanteert de normen die in de Wet FIDO zijn bepaald. Het niveau van de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,2% van de begrote lasten, de renterisiconorm houdt in dat voor maximaal 20% van het begrotingstotaal, langlopende leningen per jaar kunnen worden afgelost.
De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd. De provincie toetst de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in het kader van het financieel toezicht. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een door de Wet FIDO voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een rente typische looptijd van korter dan een jaar. Als grondslag voor de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt 8,2% van de jaarbegroting aangehouden. Indien de werkelijke omvang lager is dan de wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding. Conform de wettelijke kasgeldlimiet kan de GGD de financieringsbehoefte tot een bedrag van € 5.573.000 dekken met kortlopende leningen. In onderstaand overzicht wordt de kasgeldlimiet van 2023 weergegeven. Kasgeldlimiet
Werkelijk 2022
Werkelijk 2023
Totaal lasten
64.040.000
67.960.000
Wettelijk kasgeldlimiet (8,2%)
5.251.000
5.573.000
Netto vlottende schuld
-11.982.000
-15.282.000
Ruimte onder(+)/boven(-) kasgeldlimiet
17.233.000
20.855.000
Daarmee is voldaan aan de kasgeldlimiet.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
38
Renterisiconorm De renterisiconorm benadrukt vooral het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de renterisico’s. De berekening van het renterisico is een benadering van het te lopen of het gelopen renterisico. Zowel bij een overschrijding als een onderschrijding van de renterisiconorm zal de GGD (en vervolgens de toezichthouder) zich een oordeel moeten vormen over de consequenties. De renterisiconorm bepaalt het feitelijke renterisico op de langlopende lening. Jaarlijks mogen de renterisico’s van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
In 2023 is de ruimte onder de renterisiconorm € 13.537.500 Renterisiconorm
Werkelijk 2022
Werkelijk 2023
1. Begrotingstotaal per 1 januari
64.040.000
67.960.000
2. Renterisiconorm (20%)
12.808.000
13.592.000
-
-
4. Betaalde aflossing
52.300
54.500
5. Renterisico langlopende leningen (3+4)
52.300
54.500
Ruimte onder renterisiconorm (2-5)
12.755.700
13.537.500
Ruimte boven renterisiconorm (5-2)
-
-
3. Netto renteherziening langlopende leningen
Daarmee is voldaan aan de renterisiconorm. Bedrag aan middelen buiten de Rijksschatkist Het schatkistbankieren houdt in dat GGD BZO de overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag aan moet houden bij het ministerie van Financiën. Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 mln. is het drempelbedrag gelijk aan 2% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1.000.000 bedraagt. Het begrotingstotaal op 1 januari 2023 is € 67.960.000. Op basis van dit bedrag is het drempelbedrag € 1.359.200. Het gemiddelde van aangehouden liquide middelen in het jaar 2023 buiten de schatkist is € 227.000, waarmee per saldo voldaan is aan de norm. Bedrag aan middelen buiten de Rijks schatkist
Werkelijk 2023
1. Begrotingstotaal per 1 januari 2023
67.960.000
2. Drempelbedrag
1.359.200
3. Werkelijke middelen buiten schatkist
227.000
Ruimte onder het drempelbedrag (2-3)
1.132.200
Ruimte boven het drempelbedrag (3-2)
-
Jaarrekening 2023 - PL/EV
39
Financieringsbehoefte Met betrekking tot de liquiditeitsontwikkeling was de financieringsbehoefte in 2023 ruim € 9,2 miljoen. Vaste activa worden gefinancierd met lang vreemd vermogen voor zover eigen middelen daar niet toereikend voor zijn. In het volgende overzicht is de boekwaarde vergeleken met de langlopende leningen. Financieringsbehoefte
Saldo
Bestem.
Toe-
Ont-
Vrijval
1-1-2023
result
voeging
trekking
Reserves
5.465.600
1.263.300
1.009.300
781.700
-
6.956.500
Voorzieningen
1.503.600
-
640.300
157.300
-
1.986.600
Langlopende leningen
1.532.100
-
-
54.500
-
1.477.600
Totaal beschikbaar
8.501.300
10.420.700
Boekwaarde activa
8.631.800
9.231.900
Financieringstekort(-)
-130.500
+1.188.800
Saldo
31-12-2023
Beschikbare financieringsmiddelen:
/overschot(+) Uit het overzicht ‘financieringsbehoefte’ blijkt dat de boekwaarde investeringen (vaste activa) wordt gefinancierd met lang vreemd vermogen, reserves en voorzieningen. Leningenportefeuille De leningenportefeuille toont de ontwikkeling van leningen o/g en leningen u/g in 2023 (zie overzicht ‘leningenportefeuille’). Leningenportefeuille Stand per 1 januari 2023
Leningen o/g Mutaties
Gem. rente
1.532.063
4,16%
Nieuwe leningen Reguliere aflossing
54.506
Vervroegde aflossing Stand per 31 december 2023
1.477.557
4,16%
De stand van de leningenportefeuille o/g is afgenomen van € 1.532.063 naar € 1.477.556 per 31 december 2023. De reguliere aflossingen betreffen aflossingen op de langlopende lening. De omvang van de leningenportefeuille u/g is nihil; de GGD heeft geen uitzettingen uitstaan.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
40
EMU-saldo Decentrale overheden moeten in hun jaarrekening een berekening opnemen van het zogenoemde EMU-saldo over het begrotingsjaar. EU-lidstaten mogen een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Hiervan is in Nederland 0,5% voor de decentrale overheden. De EMU-systematiek is anders dan het baten-lastenstelsel; bij een sluitende exploitatie kan toch een negatief EMUsaldo ontstaan, vandaar deze afzonderlijke berekening. De berekening laat voor 2023 een positief saldo zien.
3.4.
Bestuur, organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering
Bestuursopdracht aan GGD De GGD heeft de bestuursopdracht die in 2018 aan haar is gegeven onlangs in 2023 afgerond met een verantwoording. De belangrijkste resultaten van de Bestuursopdracht zijn: Succesvolle integratie van de Jeugdgezondheidszorg voor de 0–4 jarigen in de GGD. Een financieel gezondere GGD: sluitende exploitaties, een groter weerstandsvermogen, volume contracttaken toegenomen en de mogelijkheid is gecreëerd om een wendbaarheidsbudget op te bouwen en aan te wenden voor vernieuwingen in het GGD-aanbod. De transformatie van een drie- naar een tweelagenstructuur. De implementatie van zelforganisatie en Lean (continu verbeteren) als sturingsfilosofie en het realiseren van een groot aantal verbetertrajecten die hebben geleid tot een grotere klanttevredenheid of efficiëntere processen Verbeteringen bij de bedrijfsvoeringsprocessen op de terreinen van I&A, HR, Financien & Control, Facilitair & Huisvesting en Communicatie. Colleges en raden zijn in december 2023 via een informatiebrief op de hoogte gebracht van de resultaten van de bestuursopdracht. De GGD beschouwt hiermee de bestuursopdracht als afgerond. Bestuur Bestuur GGD De GGD wordt bestuurd vanuit de 21 gemeenten via een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Het Algemeen Bestuur bestaat uit de 21 wethouders volksgezondheid. Uit het Algemeen Bestuur is een Dagelijks Bestuur gevormd van 7 leden.
Het AB en DB hebben in 2023 elk zes keer vergaderd. De genomen beslissingen door het AB zijn voorbereid in het DB en vooraf met ambtenaren besproken.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
41
Belangrijke besluiten in 2023 betroffen het vaststellen van de begroting 2024, twee begrotingswijzigingen 2023, de jaarstukken 2022 (incl. resultaatbestemming) en de Kadernota 2025. Tevens heeft het AB een nieuwe DPG benoemd (die per 1 april 2024 in dienst treedt), de rol van de GGD in het kader van IZA & GALA bepaald, het nieuwe inkoopbeleid vastgesteld, en het klachtenjaarverslag 2022 vastgesteld. Voorts is de controleverordening geactualiseerd (n.a.v. nieuwe rechtmatigheidsregels) en heeft het AB ingestemd met de uitgangspunten van het toekomstige spreidingsplan voor de ambulanceposten (zorgverzekeraars bepalen dat uiteindelijk), met de nieuwe toekomstvisie op JGZ en met het meerjarig vernieuwingsplan voor JGZ (Generatie Gezond). Ook is ingestemd met de samenwerkingsovereenkomst tussen GGD Brabant-Zuidoost en de GGD Hart voor Brabant op het gebied van Forensische Geneeskunde (centrummodel), het verbeterplan m.b.t. informatieveiligheid, archiefbeheer en risicomanagement en met de aanpassing van de gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost aan de nieuwe wettelijke bepalingen in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. De aangepaste gemeenschappelijke regeling is ter vaststelling voorgelegd aan de 21 colleges.
Openbaarheid De GGD is gehouden aan de Wet Open Overheid (WOO). Deze wet regelt de openbaarheid van bestuur door openbaarmaking van informatie door overheidsinstanties. Volgens de WOO dient informatie vallende onder een 17-tal categorieën actief openbaar te worden gemaakt. Voor het gros van deze categorieën is dit nu al verplicht. Naast het actief openbaar maken kunnen belanghebbenden ook een beroep doen op de WOO om informatie openbaar te maken (de zgn. passieve informatieplicht). De belangrijkste bestuurlijke informatie maakt de GGD actief openbaar via haar website. Daarop zijn in 2023 onder andere de begroting 2024, de kadernota 2025 en de jaarstukken 2022 gepubliceerd. Ook alle stukken die aan de orde komen in de vergadering van het Algemeen Bestuur worden een week voor de vergadering op de website gepubliceerd. Overigens zijn vergaderingen van het Algemeen Bestuur openbaar en te volgen voor eenieder die dit wil. In de praktijk wordt hier echter nauwelijks gebruik van gemaakt. Verder zijn de toezichtrapporten van de GGD met betrekking tot kinderopvang voor iedereen toegankelijk via het landelijk register kinderopvang: Informatie over kinderopvanglocaties | Landelijkregisterkinderopvang.nl Daarnaast publiceert de GGD de daarvoor in aanmerking komende besluiten van zowel het Algemeen als het Dagelijks Bestuur op www.officielebekendmakingen.nl.
In 2023 zijn twee verzoeken bij de GGD ingediend voor openbaarmaking van informatie. Het ging om informatie over MPOX en risicoprofielen kinderopvang. Beide verzoeken zijn gehonoreerd. Op de website van GGD zijn de besluiten op deze WOO-verzoeken gepubliceerd, net als de inventarisatielijst en alle documenten die volgend uit beide WOOverzoeken openbaar zijn gemaakt. Dit alles is terug te vinden op de pagina Wet open overheid op de website van GGD Brabant-Zuidoost.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
42
Organisatieontwikkeling Zelforganisatie en continu verbeteren Zelforganisatie en continu verbeteren (Lean) zijn kernelementen van onze sturingsfilosofie omdat we erin geloven dat dit meer ruimte voor de professionals en betere zorg voor de inwoners oplevert. Zo worden we wendbaarder en maken we meer maatschappelijke impact. Ook in 2023 heeft de organisatie belangrijke vervolgstappen gezet in het kader van de Wendbare GGD (onderdeel van de bestuursopdracht). Door middel van een programmatische aanpak zijn managers en teams gefaciliteerd om meer en meer zelf organiserend te kunnen werken. Er is een leiderschapsprogramma ‘Effectief leiderschap bij zelforganiserende teams’ opgezet waarin managers en directie de vaardigheden van leiderschap bij zelforganisatie ontwikkelen. Om teams te helpen bij de beweging naar zelforganisatie zetten we diverse werkvormen, methodieken en tools in. Dankzij de inzet van halfjaarlijkse teamscans voor 55 teams binnen de GGD hebben we dashboards die inzage geven in de groei, de kwaliteiten en de ontwikkelthema’s van teams én de organisatie t.a.v. zelforganisatie. Teams kunnen gebruik maken van een zgn. Action Kit Zelforganisatie en zij kunnen met behulp van interne teamcoaches ondersteund worden op verschillende ontwikkelthema’s. In 2023 zijn vanuit de organisatie 8 medewerkers gecertificeerd op Disc- en drijfveren.
Daarmee hebben we zelf ook trainers in huis die teams d.m.v. workshops begeleiden op het thema ‘elkaars talenten beter leren kennen en benutten’, onderdeel van zelforganisatie. Lean blijft een belangrijke pijler in onze cultuurverandering. Het duurt even voordat je iedereen bereikt, en blijft daarom doorlopend aandacht vragen. Het gedachtegoed van continu verbeteren is in 2023 verder verspreid waarbij we gedrag stimuleren om de onderliggende oorzaken in kaart te brengen en blijvend op te lossen in plaats van ‘het blussen van brandjes’. Zie ook paragraaf Projectmanagement en Lean continu verbeteren. Personeel De GGD Brabant-Zuidoost had in 2023 gemiddeld 664 fte (824 personen) in dienst. In het onderstaande overzicht is de formatie verdeeld over de Publieke Gezondheidszorg en Ambulancezorg. Gemiddelde personele bezetting 2023
Aantal
Aantal
personen
fte
Publieke Gezondheidszorg
581
424
Ambulancezorg
243
220
Totaal
824
644
De GGD kent in 2023 een verlooppercentage van 10%. Dit percentage is gedaald in vergelijking met 2022. De gemiddelde leeftijd van de medewerkers ligt rond 46 jaar.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
43
Loopbaanontwikkeling In 2023 hebben 25 medewerkers (vrijwillig) gebruik gemaakt van de diensten van het Loopbaancentrum. Hiervan lopen twaalf trajecten door in 2024, de overige zijn afgerond. De begeleiding varieerde van kortdurende trajecten (1 à 2 gesprekken) tot intensieve (3-10 gesprekken). De loopbaanvragen waren uiteenlopend waaronder: Vrijwillige of verplichte oriëntatie op eigen of ander werk binnen of buiten de organisatie. Begeleiding naar ander werk. Sollicitatie- en netwerkadvies. Oriëntatie op passende studie. Onderzoek en verdieping eigen functie (POP). DISC profiel. Re-integratie Onder re-integratie verstaan we de activiteiten die worden uitgevoerd bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebrek. We maken hierbij onderscheid in re-integratie: Spoor 1: re-integratie in eigen of andere (aangepast) functie binnen de GGD. Spoor 2: re-integratie in ander werk buiten de GGD. Er zijn twee re-integratie trajecten 1e spoor gestart via het Loopbaancentrum en deze lopen nog door in 2024. Social Return/participatiewet
Resultaten 2023
Participatiewet
Re-integratie- /werkervaringsplaats
Medewerkers van andere werkgevers
0
Uitkeringsgerechtigden/UWV
8 WW 2 WIA 0 Wajong 0 WWB
Inzet WSW-bedrijf (Ergon, e.d.)
Autopoetsers via Ergon
5
Vrijwilligers
Publieksevenementen 17
42
Mantelzorg 2 Seniorenvoorlichting 4 Moeders informeren moeders 19 Stages (studie)
Stageplaatsen
23
Door het jaar heen investeert de GGD in netwerkgesprekken met werkzoekenden, snuffelstages, sollicitatieadvies, etc.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
44
Ziekteverzuim
2023
Ziekteverzuim (excl. vangnet en excl. zwangerschapsverlof)
Publieke gezondheid
7,3%
Ambulancezorg
5,7%
Arbeidsomstandigheden In 2023 is er verdere invulling gegeven aan de speerpunten die in overleg met de directie zijn bepaald mede naar aanleiding van de RI&E uit 2022. Deze speerpunten zijn: BHV-organisatie GGD breed Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA) Opslag gevaarlijke stoffen (voornamelijk AZ) Op voornoemde onderwerpen zijn inmiddels meerdere acties uitgezet, gepland en/of al deels doorgevoerd. Acties worden structureel gemonitord tijdens meetings van een preventiemedewerker met de verantwoordelijke actiehouder. De gerealiseerde punten en nog te realiseren staan beschreven in het ARBO-jaarverslag 2023 wat met directie en OR is besproken. Voor 2024 ligt er inmiddels een concept ARBO Jaarplan en het meerjarige beleidsplan ARBO 2024 t/m 2027. Overige ontwikkelingen Er is gestart om de verschillende onderwerpen van de HR-cyclus meer eigentijds op te stellen. Ook in 2023 zijn we verdergegaan met procesoptimalisatie en zijn meerdere HR-processen geautomatiseerd. Dit geldt ook voor de managementinformatie voor de leidinggevenden. Informatie & Automatisering Structuur De afdeling I&A is steeds meer gewend om te werken van een duidelijke visie, die ondersteunend is aan de missie en visie van de organisatie. Deze visie wordt jaarlijks herijkt en In 2023 is de lijn van de vorige jaren dan ook structureel doorgetrokken.
Dit zorgt voor een duidelijke ontwikkelagenda en welke prioriteiten er liggen. Het besturingsmodel binnen I&A is succesvol gebleken en dit jaar is een start gemaakt om deze nieuwe structuur ook te borgen in nieuwe functiebeschrijvingen. Deze ontwikkeling zal in 2024 afgerond worden. Binnen het team is zelforganisatie duidelijk geland en waar we al in de fase van een volwassen team zitten, en we minimaal op dit niveau willen blijven, zien we toch ook een langzame groei richting een professioneel team.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
45
Data gedreven werken Het dataplatform, waar in 2022 de basis voor gelegd is, is in 2023 verder uitgebouwd. Steeds meer bronnen zijn ontsloten, er is een onderzoekplatform gecreëerd en hier ligt nog meer ontwikkelpotentieel. Het data gedreven werken is in ontwikkeling en de noodzakelijke basis die hiervoor nodig is wordt vanuit I&A gestaag opgebouwd. Continuïteit & Beveiliging In 2023 hebben we succesvol de laatste on-premise bedrijfsapplicaties naar de Cloud gemigreerd. Dit is conform planning en binnen budget gerealiseerd. De komende jaren zal de focus meer en meer liggen op het uitfaseren van de on-premise infrastructuur services. Dit zal in onze ogen nooit volledig gebeuren maar er is nog wel winst te behalen op dit punt. Dit komt de IT-continuïteit en daarmee de bedrijfscontinuïteit ten goede. Er is in 2023 structureel budget toegevoegd om de beveiliging van onze IT-omgeving te verbeteren en aangezien het goed beveiligen een continu proces is en we nu de additionele middelen hebben zien we ook dat we op dit domein continu stappen maken. Het eerst goed benutten van de bestaande mogelijkheden en dan pas uit breiden levert op dat je in de groei van het team eerst tot volwassenheid komt waarmee de additionele investeringen die gedaan zijn tot zijn recht komen.
Kwaliteit & dataveiligheid De uitdagingen op het gebied van de informatievoorziening zijn groot en om aan alle wet- en regelgeving te kunnen voldoen zal de samenwerking binnen de eigen GGD, maar ook met regionale en landelijke partners verder uitgewerkt moeten worden. De informatiemanagers hebben hier vanuit I&A een essentiële rol in en dragen hier in de landelijke setting aan bij. De ingezette ontwikkeling van informatiemanagement is in 2023 minder snel gegaan dan gehoopt maar er is wel een steeds duidelijker beeld op welke domeinen er nog verbeterd moet worden en hoe complex dit daadwerkelijk is. De minder snelle ontwikkeling is dan ook duidelijk verklaarbaar aangezien de complexiteit en benodigde volwassenheid niet alleen binnen de GGD maar ook bij leveranciers en in de publieke sector in het algeheel vergelijkbaar is. De benodigde samenwerking met de functionaris gegevensbescherming, risico management coördinator, kwaliteitsadviseurs, privacy officers en de security officer zijn uitgebouwd. We hebben over de as van informatiebeveiliging, NEN7510 en privacy-inrichting de komende jaren grote ambities op deze gezamenlijke domeinen om ervoor te zorgen dat we aan de AVG, NEN7510 en NIS2 standaarden kunnen voldoen.
Hier ligt een grote noodzaak om naar landelijke samenwerkingen te kijken om dit betaalbaar en uitvoerbaar te houden terwijl we als GGD op dit punt zelf verantwoordelijk zullen blijven voor het voldoen aan deze wettelijke normen en kwaliteitskaders. Facilitair, huisvesting, inkoop & informatiehuishouding Facilitair en huisvesting: Na de COVID periode blijft het flexibel werken voor de GGD de norm waarbij de medewerker (indien de functie het toelaat) één of enkele dagen thuis werkt. Het hoofdkantoor de Witte Dame is ingericht voor flexwerken en aangepast aan deze norm. In vergaderruimten is een digitaal vergadersysteem aangebracht.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
46
Het BHV beleidsplan is opgesteld en goedgekeurd, de BHV organisatie is opgeleid voor de Witte Dame. Voor de AZlocaties en JGZ-locaties wordt de BHV organisatie gevormd en opgeleid in 2024. Er is ingezet op planmatig (huurders)onderhoud en beheer aan de hand van de meerjaren onderhoud plannen (MJOP) voor AZ posten en JGZlocaties. Het schoonmaakcontract wat sinds 2022 bij de AZ-posten loopt, is in juli ook voor de JGZ-locaties ingezet. Slim schoonmaken met behulp van robots is daar onderdeel van. De aanbesteding fysieke toegangscontrole is afgerond en in januari start de implementatie van vervanging van de huidige toegangsmiddelen voor alle locaties. In 2023 is voor de JGZ- locaties een strategisch huisvestingsplan opgesteld waarin onder andere gekeken wordt naar de spreiding en de samenvoeging van 0-18 jaar. De opdracht van de gemeente Helmond om te komen tot een bezuiniging is onderdeel van dit plan. Ook is er een nieuwe huisstijl ontwikkeld. De locaties zullen stap voor stap ingericht worden conform die nieuwe huisstijl. In vervolg op de opschorting van het bouwplan Helmond en in overleg met de zorgverzekeraars is het besluit genomen om een kleinere ambulancepost in Helmond op locatie Deltaweg te bouwen. Daarnaast zijn grondverwerving en bouwplannen voor Beek en Donk en Hapert opgestart met als doel om eind 2024 drie nieuwe posten in gebruik te nemen.
Hiermee worden rijtijden in de regio verbeterd. Eind december zijn de tijdelijke hoofd vaccinatielocaties in Eindhoven en Helmond gesloten. Inkoop Op het gebied van inkoop zijn in samenwerking met Bizob stappen gezet in 2023. Er is een inkoopbeleidsplan opgesteld en vastgesteld, de implementatie daarvan loopt. In het afgeleide inkoopplan is bepaald welke inkooptrajecten in 2023 opgepakt zouden worden. Er zijn 11 inkooptrajecten afgerond met een totale contractwaarde van € 11 miljoen. Er zijn 13 nieuwe inkooptrajecten 2023 gestart maar nog niet afgerond. Voor 2024 is wederom een inkoopplan vastgesteld; waarbij de focus op rechtmatigheid ligt. Ook op operationeel gebied zijn er stappen gezet. De voorbereidingen voor Purchase to pay (P2P) zijn getroffen, dit is het proces van bestellen tot betalen inclusief het borgen hiervan in AFAS. De eerste stap van implementatie zal plaatsvinden in Q1 van 2024. Het contractbeheer is verder vormgegeven. Informatiehuishouding In december 2023 heeft het Interbestuurlijk Toezicht van de Provincie Noord-Brabant op basis van het Jaarverslag Archiefbeheer 2022 en het begeleidende verbeterplan voor de derde keer op rij geconstateerd, dat de informatiehuishouding van de GGD Brabant-Zuidoost ‘gedeeltelijk voldoet’. Gedeputeerde Staten heeft daarom besloten het in 2022 gekozen niveau van de escalatieladder te continueren: actief toezicht 3a.
Dat betekent dat de GGD onder actief ambtelijk toezicht staat en er niet meer alleen achteraf verantwoording hoeft te worden afgelegd. De provincie heeft in de brief van december 2023 aangegeven, dat als het jaarverslag 2023 en het verbeterplan 2023 geen aanleiding geven tot het oordeel ‘voldoet’ er een escalatie naar toezichtniveau 3b zal plaatsvinden; hetgeen inhoudt dat over de gang van zaken betreffende de informatiehuishouding voortaan de voorzitter van het Algemeen Bestuur van de GGD Brabant-Zuidoost rechtstreeks verantwoording dient af te leggen aan de gedeputeerde.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
47
Evenwel zijn er in het verslagjaar 2023 enkele voorbereidende en randvoorwaardelijke stappen gezet, welke in 2024 dienen te leiden tot zichtbare resultaten: In juli heeft het Algemeen Bestuur besloten tot zowel een structurele als een incidentele kapitaalinjectie ten behoeve van de informatiehuishouding. Per 1 juli is er na anderhalf jaar weer een adviseur informatiehuishouding in dienst van de GGD BZO. Deze heeft de eerste maanden gebruikt om zich in te lezen, een goed beeld te vormen van de situatie en de eerste stappen uit te stippelen. Met ingang van februari heeft de GGD BZO een Strategisch Informatie Overleg (SIO). Dit adviesorgaan van de directeur komt periodiek bij elkaar om met de directeur te spreken en hem te adviseren over te nemen besluiten met betrekking tot de informatiehuishouding. Kwaliteit De externe audit op het gebied van ISO 9001 (GGD breed) en NEN 7510 (AZ) hebben in februari 2023 plaatsgevonden. Beide audits werden met goedgevolg afgelegd, met als gevolg dat beide certificaten behouden werden. Deze audit was de laatste van de driejaarlijkse cyclus. In het najaar van 2023 heeft de GGD de keuze gemaakt om opnieuw in zee te gaan met de certificeerder vanaf 2024. In mei 2023 is gestart met het project om de GGD voor te bereiden op de NEN7510-certificering. De bedoeling is eind Q2 2024 GGD-breed ook op de NEN 7510 te zijn gecertificeerd.
Middels een stuurgroep wordt sinds juli 2023 de voortgang van het project besproken en worden de resultaten gemonitord. Verder zijn voorbereidingen getroffen voor een nieuw kwaliteitssysteem dat in 2024 wordt geïmplementeerd. Projectmanagement en lean continu verbeteren Vanuit projectmanagement, onderdeel van team Strategie & Ontwikkeling, worden diverse strategische verandertrajecten binnen de GGD gestructureerd aangepakt. Hierdoor wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan een toekomstgerichte en wendbare organisatie. Ook in 2023 is de transitie naar wendbare organisatie met zelforganiserende teams die continu verbeteren (Lean) programmatisch ondersteund. Daarnaast waren het verspreiden van het Lean gedachtegoed en procesoptimalisaties wederom belangrijke thema’s (zie ook de paragraaf organisatieontwikkeling: zelforganisatie en Lean continu verbeteren). Het Lean continu verbeterteam, bestaande uit 1 black belt en 13 green belts in Lean, ondersteunt de GGD-teams bij het verbeteren van de primaire klantprocessen en de ondersteunende GGD-processen. Daar waar verbeteringen zijn doorgevoerd, heeft dit een positief effect op zowel medewerkers als klanten. De leden van het Lean continu verbeterteam zijn tevens de aanjagers en verspreiders van het Lean gedachtegoed.
Het gedachtegoed van continu verbeteren gaat voor lange-termijn-resultaat en is niet primair bedoeld voor een (eenmalige) kostenreductie. We constateren dat de cultuur van continu verbeteren en het nadenken over klantbeleving is gestegen door enerzijds het houden van inspiratiesessies en scholing van (nieuwe) medewerkers in de basisprincipes van Lean en anderzijds door de betrokkenheid van medewerkers bij procesverbeteringen.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
48
In steeds meer teams zijn zgn. dag- en weekstarts geïmplementeerd. Dit leidt tot betere onderlinge communicatie, een betere dagindeling en het verlagen van de vergadertijd. Tevens ontstaat er een grotere betrokkenheid bij elkaar en bij de teamresultaten, helpend in onze weg naar zelforganisatie. Een greep uit de gerealiseerde LEAN-trajecten in 2023: Digitalisering diverse HRM processen > daling administratieve last, efficiëntere bedrijfsvoering. Verbetering vaccinatieproces massavaccinaties RVP > versnelling doorlooptijd voor het kind. Stijging telefonische bereikbaarheid voor JGZ-klanten met inhoudelijke vragen. Stijging telefonische bereikbaarheid Infectieziektebestrijding. Beperking privacy risico’s door digitale documenten opslag in vak applicaties. Verhoging digitale vaardigheden medewerkers. Daling fysieke postverzending > daling kosten. Klachtenmanagement Klachtenmanagement is met de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) ingebed in de GGD. In 2023 zijn er voor de sectoren AZ en PG (inclusief Corona) in totaal 152 klachten/signalen en enkele complimenten behandeld. We zien, net als in 2022, vooral veel klachten rondom bejegening, interpersoonlijke communicatie, verleende zorg, procedures en ambulancevervoer (vervoersindicatie maar ook rijgedrag en wachttijden).
In 2022 is 1 klager in hoger beroep gegaan bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg; deze zaak is in 2023 afgerond. Ook is er via de klachtenfunctionaris 7 keer informatie verstrekt aan klagers over het indienen van een aansprakelijkheidsstelling. De klachtenfunctionaris is daarnaast 3 keer ingezet bij (vooronderzoek van) calamiteiten als procesbegeleider en coördinator en 5 keer als procesbegeleider en gespreksleider bij nabestaandengesprekken. Klachtenmanagement wordt bij de GGD ook gezien als startpunt voor het creëren van draagvlak voor continue verbeteren waarbij kwaliteit van zorg voorop staat. Bij het afhandelen van klachten is geprobeerd om de ontevredenheid van de klant, we stellen daarbij het gevoel van de klant. Het management is waar nodig actief betrokken geweest. Tot slot hadden de werk gerelateerde en persoonlijke complimenten positieve gevolgen voor de medewerkers. Verder is in 2023 weer kritisch naar de werkprocessen gekeken en zijn waar nodig aanpassingen gedaan. Klant Contact Centrum Het KCC was tijdens de Coronaperiode verhuist naar De Lage Landen (vanwege opschaling meer ruimte nodig) en is in 2023 weer teruggekomen naar de Witte Dame. Het KCC werkt met een dagstart waarin belangrijke informatie wordt besproken en taken worden verdeeld. Door het aanwijzen van een contactpersoon per afdeling zijn er korte lijntjes.
Daarnaast zijn we flexibel en wordt er ook thuis gewerkt zonder verlies van kwaliteit of snelheid. Een mooi succes is de start van het JGZ-adviesteam. Lean hebben we succesvol en concreet toegepast met de afdeling Infectieziekten. Hierdoor is de samenwerking met het KCC wederzijds verduidelijkt en zijn er concrete verbeteringen doorgevoerd bijvoorbeeld met diverse sjablonen.
Jaarrekening 2023 - PL/EV
49
Het KCC staat in contact met klanten via telefonie, WhatsApp, Facebook, Instagram en LinkedIn. Met de Chatbot beantwoorden we steeds meer vragen en geven we begrijpelijke en betrouwbare informatie. In 2023 waren er 126.356 binnenkomende telefoontjes en 2.007 contacten via de sociale mediakanalen, waarvan 90,4% via WhatsApp. Afgelopen jaar hebben we ook gezien dat de chatbot een steeds belangrijker communicatiemiddel is geworden. Zo hebben er 4.869 chatbot gesprekken plaatsgevonden met klanten. Interessant hierbij is dat ruim 29.5% hiervan tussen 17.00 en 8.00 uur gebeurt. Als we dit specifieker bekijken zien we dat 60% van deze vragen in het tijdsblok komt tussen 17.00 en 20.00 en het tijdsblok tussen 7.00 en 8.00 uur en 40% de chatondersteuning dus gebruikt in de nachtelijke uren. Communicatie We kennen onze inwoners In 2023 zijn we gestart met datagedreven werken. We bespreken regelmatig omgevingsanalyses, statistieken van de website, social media en de webcare om te weten waar inwoners behoefte aan hebben, wat er leeft en speelt. Op basis van deze data ontwikkelen en vullen we de bestaande middelen in. Voor 2024 maken we een volgende stap; actieve feedback organiseren via een sociaal intranet, en onderzoek naar directe feedback via de website. Daarnaast werken we actief met onze inwoners samen om onze dienstverlening te toetsen.