Handboek (2013-05-17) - SIRIS 929182
Tekst van het document
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 76
Gebruik ICT Beveiligingsinstructies “Veilig” omgaan met computers
Eigen “PC-veiligheid”
De beveiligingsinstructies van computers dienen te allen tijde in acht te worden genomen. De concurrentiepositie van de stichting is afhankelijk van informatie van goede kwaliteit voor alle aspecten van de onderneming. Zonder betrouwbare informatie kan de stichting geen optimale service verlenen. Deze informatie moet beschermd worden tegen niet-gemachtigde toegang. Het is in ieders belang om veiligheidsbewust op te treden en de bedrijfsinformatie te beschermen. Goede informatiebeveiliging beschermt niet alleen de commerciële gegevens van de stichting, maar is ook zodanig ontworpen dat medewerkers erdoor worden beveiligd.
Informatiebeveiliging fundamentele principes die ten grondslag liggen aan informatiebeveiliging bij de stichting zijn: Machtiging Medewerkers mogen uitsluitend commerciële informatie gebruiken voor de commerciële doeleinden van de stichting en op instructie van de direct leidinggevenden. Aansprakelijkheid Door computersystemen wordt toegang tot de informatiesystemen geregistreerd. Medewerkers kunnen aansprakelijk worden gesteld voor ongeoorloofd gebruik van informatie of systemen. Controle Door management- en verificatiecontroles zal worden gegarandeerd dat ongeoorloofd gebruik van informatie en systemen altijd wordt opgemerkt. Tegen iedereen die tracht inbreuk te plegen op de beveiliging, zal actie wordt ondernomen. Dergelijke actie kan bestaan uit interne disciplinaire maatregelen. In ernstige gevallen zal aangifte worden gedaan bij justitie, op basis van wetgeving op het gebied van computer- of informatiemisbruik. De medewerker wordt verzocht iedere inbreuk op veiligheidsprocedures of signalen die wijzen op een dergelijke inbreuk te rapporteren aan de direct leidinggevende. Wachtwoorden Wachtwoorden zijn persoonlijk, deze dienen niet aan anderen te worden doorgegeven.
Personen die niet in dienst zijn van de stichting mogen dan ook in geen geval toegang worden verschaft tot computerapparatuur of gegevens, tenzij zij schriftelijke machtiging hebben van het bestuur van de stichting. Handboeken en instructies De handboeken en instructies voor alle computerapparatuur en diskettes dienen te worden opgevolgd Geen eigen software Uitsluitend correct aangeschafte (legale) computerprogramma’s- en software die voldoen aan de standaarden zijn toegestaan Computer blokkeren Bij het verlaten van de werkplek computers of terminals uitzetten of een screensaver gebruiken met een wachtwoord Kopiëren software Zonder machtiging is het niet toegestaan kopieën van software te maken Sociale controle Verdacht of ongewoon gedrag van het systeem dient direct aan het bestuur van de stichting gerapporteerd te worden.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 77
Bijlage 3.2.1. Huisregels radio Aanvullend op de algemene huisregels, zijn er nog een aantal specifieke gedrag- en huisregels met betrekking tot de werkzaamheden voor de radio. In tabel 4.2. worden deze regels weergegeven. Tabel 4.2. Huisregels radio
Huisregels radio Werkprocessen
Auteursrechten
Taalgebruik
Bejegening geïnterviewde(n) en omstander(s)
Representativiteit
Mobiele telefoons Programmering Eigendom
Programmering
Medewerkers radio dienen, voordat er gewerkt wordt voor de internet, de werkprocessen en -instructies van hoofdstuk 5 van dit handboek gelezen te hebben en te handelen naar en volgens de opgestelde werkprocessen en -instructies Muziek op alle soorten geluidsdragers (cd, dvd, vinyl of digitaal) zijn altijd origineel aangekocht door de stichting en zijn derhalve eigendom van de stichting. Op de geluidsdragers rusten in bijna alle gevallen auteursrechten die door de medewerkers te allen tijde dienen te worden gerespecteerd. Let op het taalgebruik; geen scheldwoorden, racistische opmerkingen, of op andere wijze aanstootgevenede teksten in de opnames of daar buiten. in principe wordt iedereen aangesproken met “U”, jij is alleen bij kleine kinderen of wanneer de geïnterviewde hier om vraagt. Ambtspersonen of op andere wijze positie bekledende personen worden altijd met U aangesproken. Wees representatief in je gedrag, uitspraken, maar ook je overkomen. Je bent immers het visitekaartje van de stichting. Kleed je fatsoenlijk en gepast, geen kauwgom kauwen, geen vreemde piercings, hoofddeksels, of op andere wijze storende of nietrepresentatieve houding of gedragingen. Tijdens opnames (en zeker live opnames) zijn mobiele telefoons altijd uitgeschakeld.
De gehele radioprogrammering is in wettelijke zin geproduceerd in naam van de stichting en is eigendom van de stichting en valt daarmee onder de beslissingsbevoegdheid van het bestuur. Het bestuur bepaalt de programmering en wijst de medewerkers aan die zich mogen inzetten voor een bepaald onderdeel hiervan. Het bestuur kan te allen tijde de programmering aanpassen en/ of medewerkers toewijzen of afwijzen voor de inzet van een bepaald programma.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 78
Bijlage 3.2.2. Huisregels televisie Aanvullend op de algemene huisregels, zijn er nog een aantal specifieke gedrag- en huisregels met betrekking tot de werkzaamheden voor de televisie. In tabel 4.3. worden deze regels weergegeven. Tabel 4.3. Huisregels televisie
Huisregels televisie Algemene gedragsregels Werkprocessen
Auteursrechten
Taalgebruik
Bejegening geïnterviewde(n) en omstander(s)
Representativiteit
Mobiele telefoons Programmering Eigendom
Programmering
Medewerkers televisie dienen, voordat er gewerkt wordt voor de internet, de werkprocessen en -instructies van hoofdstuk 5 van dit handboek gelezen te hebben en te handelen naar en volgens de opgestelde werkprocessen en -instructies Muziek, afbeeldingen, filmpjes en informatie op alle soorten dragers (cd, dvd, vinyl of digitaal) zijn altijd (indien mogelijk) origineel aangekocht door de stichting, of door de stichting zelf geproduceerd. Deze zijn derhalve eigendom van de stichting. Op de dragers rusten in bijna alle gevallen auteursrechten die door de medewerkers te allen tijde dienen te worden gerespecteerd. Let op het taalgebruik; geen scheldwoorden, racistische opmerkingen, of op andere wijze aanstootgevenede teksten in de opnames of daar buiten. in principe wordt iedereen aangesproken met “U”, jij is alleen bij kleine kinderen of wanneer de geïnterviewde hier om vraagt. Ambtspersonen of op andere wijze positie bekledende personen worden altijd met U aangesproken. Wees representatief in je gedrag, uitspraken, maar ook je overkomen. Je bent immers het visitekaartje van de stichting. Kleed je fatsoenlijk en gepast, geen kauwgom kauwen, geen vreemde piercings, hoofddeksels, of op andere wijze storende of nietrepresentatieve houding of gedragingen. Tijdens opnames zijn mobiele telefoons altijd uitgeschakeld.
De gehele televisieprogrammering is in wettelijke zin geproduceerd in naam van de stichting en is eigendom van de stichting en valt daarmee onder de beslissingsbevoegdheid van het bestuur. Het bestuur bepaald de programmering en wijst de medewerkers aan die zich mogen inzetten voor een bepaald onderdeel hiervan. Het bestuur kan te allen tijde de programmering aanpassen en/ of medewerkers toewijzen of afwijzen voor de inzet van een bepaald programma.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 79
Bijlage 3.2.3. Huisregels internet Aanvullend op de algemene huisregels, is er nog een aantal specifieke gedrag- en huisregels met betrekking tot de werkzaamheden voor het internet. In tabel 4.4. worden deze regels weergegeven. Tabel 4.4. Huisregels internet
Huisregels internet Algemene gedragsregels Werkprocessen
Auteursrechten
Taalgebruik
Bejegening andere internetgebruikers
Representativiteit Privégedrag/ uitingen
Programmering Eigendom
Programmering
Medewerkers internet dienen, voordat er gewerkt wordt voor de internet, de werkprocessen en -instructies van hoofdstuk 5 van dit handboek gelezen te hebben en te handelen naar en volgens de opgestelde werkprocessen en -instructies Muziek, afbeeldingen, filmpjes en informatie op alle soorten dragers (cd, dvd, vinyl of digitaal) zijn altijd (indien mogelijk) origineel aangekocht door de stichting, of door de stichting zelf geproduceerd. Deze zijn derhalve eigendom van de stichting. Op de dragers rusten in bijna alle gevallen auteursrechten die door de medewerkers te allen tijde dienen te worden gerespecteerd. Let op het taalgebruik; geen scheldwoorden, racistische opmerkingen, of op andere wijze aanstootgevenede teksten in de berichten. in principe wordt iedereen aangesproken met “U”, jij is alleen bij kleine kinderen of wanneer de andere internetter heeft aangegeven liever met “je” aangesproken te worden. Ambtspersonen of op andere wijze positie bekledende personen worden altijd met U aangesproken. Wees representatief in je uitspraken. Je bent immers het visitekaartje van de stichting. In privésfeer ben je natuurlijk vrij je te gedragen naar eigen standaard. Let echter op dat je privé berichten op internet representatief zijn als het de stichting betreft.
Dus geen negatieve of beledigende teksten over of naar de stichting! Alle online activiteiten zijn in wettelijke zin geproduceerd in naam van de stichting en zijn eigendom van de stichting en vallen daarmee onder de beslissingsbevoegdheid van het bestuur. Het bestuur bepaalt welke radio en/ of televisieprogrammering op het internet wordt gezet. Het bestuur kan dit te allen tijde aanpassen.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 80
Bijlage 4. Werkinstructies Op de volgende pagina’s zijn de werkinstructies weergegeven
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 81
Werkinstructie 1. Opname radioprogramma op locatie In het geval van de opname van een radioprogramma op locatie is er sprake van één of enkele verslaggevers/ interviewers met opname apparatuur of mobiele uitzendapparatuur (mobiele telefoon). Om de werkinstructie te kunnen volgen, wordt verwacht dat de werknemer (basis)kennis van de gebruikte apparatuur en software heeft. Deze kennis komt uit een (interne) opleiding en handleidingen van de apparatuur en software. Werkinstructie 1; Opname radioprogramma op locatie Om te beginnen moet de benodigde apparatuur beschikbaar zijn. Wanneer de opname vooraf gepland is, kan de apparatuur worden gereserveerd. Is er sprake van een ‘spontane’ opname, probeer dan eerst apparatuur dat niet gereserveerd is te gebruiken. Is dit niet mogelijk, dan bepaalt de hoofdredacteur welke opname prioriteit heeft en welke vervalt. Voorbereiding Accu Accu in de microfoon, controleer of de accu voldoende accu-duur heeft. Is dit niet het geval, vervang dan de accu óf neem een extra accu mee! Geheugenkaart Geheugenkaart in de microfoon en controleer of de geheugenkaart genoeg vrije opslagruimte heeft. Wat ga je opnemen? Bereid je goed voor! Weet waar je naar toe gaat en wie of wat je gaat opnemen. Is het een interview of verslag? Ken de feiten en weet wat het doel is van de opname. Op locatie Samenwerken Werk samen met de collega’s waarmee je op locatie gaat.
Overleg met de cameraman(nen), fotografen en/ of een eventuele regisseur wat gefilmd en/ of opgenomen gaat worden en hoe de precieze aanpak zal zijn. (wie doet het woord, waar ga je heen etc.) Achtergrondgeluiden Let op achtergrond geluiden. Ga bijvoorbeeld niet naast een machine of drukke weg staan (tenzij dit natuurlijk niet anders gaat). Wanneer dit niet te voorkomen is, of als de achtergrondgeluiden deel uit maken van het verlag/ het interview, zorg dan dat de voorgrond geluiden goed te horen zijn! Belangrijke personen Let op eventueel belangrijke personen voor extra foto’s (zoals een burgemeester, wethouder etc.). Deze foto’s kunnen een meerwaarde voor het item zijn. Representativiteit Zorg voor een representatief overkomen, zowel in gesprek als uiterlijk. Je bent immers het visitekaartje van de stichting. Ook al is er geen beeld bij een radio-opname; de geïnterviewde(n) en omstanders zien je wél! Opname Interview Voor het afnemen van een (live) interview is een afzonderlijke werkinstructie geschreven; werkinstructie 8 Geluid Zorgt voor goed geluid. Door de koptelefoon bij de microfoon te gebruiken kun je tijdens de opname luisteren of het fragment of interview goed opgenomen wordt. Verslag Zorg dat je goed voorbereid bent, zo kom je tijdens het verslag voor zo min mogelijk verrassingen te staan. Houdt het doel in de gaten De opname heeft altijd een doel.
Zorg dat je terugkeert met de gewenste opname waarmee het vooraf vastgestelde doel mee is behaald. Live verslag Interview Voor het afnemen van een (live) interview is een afzonderlijke werkinstructie geschreven; werkinstructie 8 Let op, het is live! Tijdens een live-uitzending moet extra opgelet worden op het geluid, taalgebruik en achtergrondgeluiden. Er kan niets meer worden gemonteerd, het is immers een live uitzending.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 82
Na opname Monteren
Apparatuur opruimen
Omdat het monteren vaak door een andere persoon dan de verslaggever/ interviewer wordt gedaan, is hiervoor een afzonderlijke werkinstructie geschreven; werkinstructie 3 Leg de gebruikte apparatuur op de daarvoor bedoelde plaats terug, let met name op dat accu’s in de daarvoor bestemde opladers worden gelegd.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 83
Werkinstructie 2. Opname radioprogramma in studio In het geval van de opname van een radioprogramma in de studio, zijn er één of meerdere gasten uitgenodigd om een uitzending op te nemen of live uit te zenden. Om de werkinstructie te kunnen volgen, wordt verwacht dat de werknemer (basis)kennis van de gebruikte apparatuur en software heeft. Deze kennis komt uit een (interne) opleiding en handleidingen van de apparatuur en software. Werkinstructie 2; Opname radioprogramma in studio Om te beginnen moet de benodigde apparatuur en de studio beschikbaar zijn. Wanneer de opname vooraf gepland is (het is bijvoorbeeld een vast programma), kan de apparatuur en de studio worden gereserveerd. Is er sprake van een ‘spontane’ opname, probeer dan eerst niet gereserveerde apparatuur en studio te gebruiken. Is dit niet mogelijk, dan bepaald de hoofdredacteur welke opname prioriteit heeft en welke vervalt. Voorbereiding Het opnemen van een radioprogramma in de studio bestaat (nagenoeg) altijd uit een interview met uitgenodigde gasten (tenzij het een muziek programma als werkinstructie 4 is). De opname kan volledig bestaan uit een langdurig interview, vooraf opgenomen items aangevuld met (nieuwe) interviews, een gepresenteerd programma aangevuld met interviews of een interview aangevuld met muziekprogrammering.
Ontvangst Zorg dat de gasten goed worden ontvangen en dat deze uiteindelijk met een goede indruk van de lokale media-instelling vertrekken. Klaarzetten Ook in de eigen studio moet de nodige apparatuur worden voorbereid. In sommige gevallen kan dit door andere personen dan de interviewer/ presentator worden gedaan Klaarzetten live opname De radio is altijd “on air”. Zorg dat, voordat de apparatuur (en software) klaar staat om live de ether in te kunnen. Let daarbij op dat je niet on air bent, wanneer je dat niet wilt. Wat ga je opnemen? Bereid je goed voor! Weet waarvoor de opname is en wie of wat je gaat opnemen. Is het een interview of spreek je alleen zelf? Ken de feiten en weet wat het doel is van de opname. Reguliere opname Ook bij de reguliere programma’s is het belangrijk dat de presentator zich inleest op de onderwerpen van de dag. Wellicht wordt er verwacht dat bepaalde nieuwtjes, persberichten of agenda-items worden voorgelezen. Opnames Presentatie Als presentator ben je verantwoordelijk voor het volledige verloop van het programma. Zorg dat er geen stiltes in het programma voorkomen, zorg voor een vloeiende programmering. Interview Een opname in de studio is (nagenoeg) altijd in combinatie met een of meerdere interviews. Voor het afnemen van een (live) interview is een afzonderlijke werkinstructie geschreven; werkinstructie 8 Na opname Monteren
Apparatuur opruimen
Omdat het monteren vaak door een ander persoon dan de verslaggever/ interviewer wordt gedaan, is hiervoor een afzonderlijke werkinstructie geschreven; werkinstructie 3 Leg de gebruikte apparatuur op de daarvoor bedoelde plaats terug, let met name op dat accu’s in de daarvoor bestemde opladers worden gelegd.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 84
Werkinstructie 3.
Montage radioprogramma
Werkinstructie 3; Monteren radioprogramma Om te beginnen moet de benodigde montageapparatuur beschikbaar zijn. Reserveer de apparatuur tijdig, zodat mogelijk uitzend-deadlines altijd worden behaald. Mocht er sprake zijn van een ‘spontane’ (spoed) montage, dan beslist de hoofdredacteur welke montage voorrang krijgt. Voorbereiding Chip Juiste chip waar reportage (werkinstructie 1 en 2) opstaat in de microfoon stoppen. Aansluiten Microfoon aansluiten op computer. Opslaan Opslaan op het aanwezige computerprogramma. (voor bestandsbeheer zie werkinstructie 13) Montage Monteren Handleiding Alle medewerkers die te maken hebben met radiomontage krijgen een cursus hoe te monteren, hiervoor is tevens een handleiding geschreven Opslaan Opslaan op USB De gemonteerde reportage wordt opgeslagen op een USB-stick. Deze stick wordt gebruikt voor het programma waar de gemonteerde rapportage wordt uitgezonden. Online opslag Na uitzending wordt alles opgeslagen op Log.com.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 85
Werkinstructie 4. Muziekprogramma Om de werkinstructie te kunnen volgen, wordt verwacht dat de werknemer (basis)kennis van de gebruikte apparatuur en software heeft. Deze kennis komt uit een (interne) opleiding en handleidingen van de apparatuur en software. Werkinstructie 4; Opname muziekprogramma Voorbereiding Format
Beheer digitale bestanden
Ieder muziekprogramma heeft zijn eigen format. Dit format wordt eerst besproken met de hoofdredacteur, als dit wordt goedgekeurd kan het muziekprogramma starten. (Bijna) alle muziek wordt direct via een digitale bestandsdrager afgespeeld. Het beheer van deze bestanden heeft een eigen werkinstructie; werkinstructie 13
Gasten Ook bij de (reguliere) muziekprogramma’s kunnen gasten worden uitgenodigd. Deze kunnen tussendoor worden geïnterviewd of het programma mee presenteren Ontvangst Zorg dat de gasten goed worden ontvangen en dat deze uiteindelijk met een goede indruk van de lokale media-instelling vertrekken. Apparatuur Wellicht komen de bezoekers in aanraking met apparatuur van de media-instelling (microfoons ed.). Begeleid de bezoeker en zorg dat de besturing altijd in beheer van jezelf blijft. Interview Voor het afnemen van een (live) interview is een afzonderlijke werkinstructie geschreven; werkinstructie 8 Co-presentatie In het geval van co-presentatie, moet er altijd sprake zijn van een akkoord door de hoofdredacteur. De co-presentator is op het moment van presentatie immers ook mede verantwoordelijk voor het imago van de media-instelling. Huisregels Alle huisregels van hoofdstuk 7 zijn van toepassing voor de copresentator. De medewerker is altijd verantwoordelijk voor zijn/ haar coEindverantwoordelijkheid presentator. In het geval van onbehoorlijk gedrag (schuttingtaal etc.) of schade, is de medewerker verantwoordelijk voor het handelen van de co-presentator! Na opname Apparatuur opruimen Leg de gebruikte apparatuur op de daarvoor bedoelde plaats terug en laat de studio netjes achter.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 86
Werkinstructie 5.
Automatische programmering
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 87
Werkinstructie 6. Opname televisieprogramma (op locatie) In het geval van de opname van een televisieprogramma op locatie is er sprake van één of meer cameramannen met camera, één of enkele verslaggevers/ interviewers met microfoon en eventueel een regisseur. Om de werkinstructie te kunnen volgen, wordt verwacht dat de werknemer (basis)kennis van de gebruikte apparatuur en software heeft. Deze kennis komt uit een (interne) opleiding en handleidingen van de apparatuur en software. Werkinstructie 6; Opname televisieprogramma Voorbereiding Samenwerken
Meer nog als een radioprogramma, is bij het opnemen van een televisieprogramma samenwerking cruciaal; de opname is immers een samenwerking van verslaggever, cameraman en eventueel een regisseur. Overleg met de cameraman(nen), verslaggever, fotografen en/ of een eventuele regisseur wat gefilmd en/ of opgenomen gaat worden en hoe de precieze aanpak zal zijn. (wie doet het woord, waar ga je heen etc.) De redactie beslist wanneer er een televisieprogramma wordt opgenomen, de medewerkers die het programma gaan opnemen moeten zich goed voorbereiden op het onderwerp.
Samenwerken (2)
Weet het onderwerp
Opnames Opname Verslaggever/ interviewer
Cameraman Regisseur
Na opname Monteren
Apparatuur opruimen
De verslaggever heeft vaak een kort presenterende functie, maar vooral een interview functie. Hiervoor moet de verslaggever werkinstructie 8 lezen. De werkinstructies voor de cameraman staan beschreven in werkinstructie 6.1. In sommige gevallen is ook een regisseur aanwezig. De regisseur bepaalt waar de geïnterviewde moet staan (eventueel in overleg met de cameraman). De regisseur is verantwoordelijk voor de “overall-view”; hij kijkt tijdens het filmen goed om zich heen en geeft aanwijzingen wat gefilmd kan worden. Omdat het monteren vaak door een ander persoon dan de verslaggever/ interviewer wordt gedaan, is hiervoor een afzonderlijke werkinstructie geschreven; werkinstructie 7 Leg de gebruikte apparatuur op de daarvoor bedoelde plaats terug, let met name op dat accu’s in de daarvoor bestemde opladers worden gelegd.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 88
Werkinstructie 6.1 Filmcamera Om de werkinstructie te kunnen volgen, wordt verwacht dat de werknemer (basis)kennis van de gebruikte apparatuur en software heeft. Deze kennis komt uit een (interne) opleiding en handleidingen van de apparatuur en software.
Werkinstructie 6.1; filmcamera Om te beginnen moet de benodigde apparatuur beschikbaar zijn. Wanneer de opname vooraf gepland is, kan de apparatuur worden gereserveerd. Is er sprake van een ‘spontane’ opname, probeer dan eerst apparatuur dat niet gereserveerd is te gebruiken. Is dit niet mogelijk, dan bepaald de hoofdredacteur welke opname prioriteit heeft en welke vervalt. Vóór vertrek Zorg voor apparatuur Omdat meer collega’s gebruik maken van de apparatuur van de media-instelling, kan het zijn dat de apparatuur al in gebruik is. Zorg dat je van te voren de apparatuur regelt, nog vóór je afspraken maakt met eventueel te filmen personen. Lens Zorg dat de lens van de camera schoon is. (Niet schoonmaken met Glassex, brillenpoetsdoekjes of iets anders vergelijkbaars, maar met cameralenspoetsdoekjes). Accu Accu in de camera, controleer of de accu voldoende accu-duur heeft. (Minimaal 350 minuten). Is dit niet het geval, vervang dan de accu óf neem een extra accu mee! Geheugenkaart Geheugenkaart in de camera en controleer of de geheugenkaart genoeg vrije opslagruimte heeft. (Minimaal 35 minuten per kaartje). Indien dit niet het geval is, zie het in laad protocol. Wat ga je filmen? Bereid je goed voor! Bedenk wat je wil gaan filmen. (Zorg dat dit een boeiend voorwerp/persoon is. Probeer bij een object dat het een rustig, meestal een stilstaand beeld.
Zorg bij een persoon dat het beeld stil staat, maar dat de persoon een handeling verricht). Bij aankomst op locatie Samenwerken Werk samen met de collega’s waarmee je op locatie gaat. Overleg met de interviewer(s), fotogra(a)f(en) en/ of een eventuele regisseur wat gefilmd gaat worden en hoe de precieze aanpak zal zijn. (wie doet het woord, waar ga je heen etc.) Camera Zet de camera aan en zet de lenskap open. Focus Focus dient op “Manual” te staan. (Bij automatische focus is de kans groot dat de camera focust op het verkeerde object). Instellingen “Gain (L - M - H)” altijd op “Low (L)”. De Wit balans, gain en de iris op “Auto”. (Het word sterk afgeraden deze op “Manual” te gebruiken). Het ND filter moet binnen uit. Buiten moet deze op 1 staan (Indien op ND Filter de cameradisplay anders aangegeven, zet deze dan op aangegeven stand voor je de opname start. LET OP! Tijdens de opname dit nooit veranderen. Ook al geeft het display een andere stand aan) Filmen Focus Zorg ervoor dat de camera goed scherp gesteld is (doormiddel van de focus ring voor op de camera). Opnemen Als deze punten allemaal gedaan zijn, maak dan de opname (rode record knop). Kaders Zorg dat de reporter niet meer dan de microfoon in beeld komt (geen hand, arm, persoon, neus, etc.). Zoomen Met de zoom knop kun je in en uit zoomen. Voor in te zoomen druk je op de T (op de zoomknop).
Voor uit te zoomen druk je op de W (op de zoomknop). - Zorg dat je altijd van het licht AF filmt (nooit tegen de zon in). Aandachtspunten - Zorg dat ieder stilstaand shot minimaal 4 seconden duurt. - Zorg dat je shots interessant zijn. - Let op dat er geen (onnodige) reclame-uitingen worden gefilmd -
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 89
Objecten Objecten
Interview Camerastandpunt
Ooghoogte Hoofdruimte Weet wie je filmt Achtergrond
Scherpstellen
Zorg dat een object in beeld natuurlijk overkomt. Probeer het zoveel mogelijk beeldvullend te maken (maak van een object een stil shot. Je kan hierna altijd een PAN of een TILT proberen, maar zorg zeker dat je een stil shot hebt). Zorg dat de persoon altijd links of rechts in het beeld staat als je een reporter bij hebt. Het hangt er van af aan welke kant van de camera de reporter staat. Staat de reporter aan de linkerkant van de camera, zorg dan dat je de persoon rechts in beeld uitkadert. Staat de reporter aan de rechterkant, zorg dat dat je de persoon links uitkadert. Zorg dat de camera altijd op ooghoogte staat (van de persoon die je gaat interviewen). Zorg dat je in je shot niet teveel hoofdruimte hebt (de lege ruimte boven het hoofd van de persoon die je interviewt). Weet welke persoon je wil gaan interviewen (denk vooral aan de lengte van de persoon). Kies de achtergrond voor je interview. Zorg voor een rustige, maar wel boeiende achtergrond. (Geen kale muur, probeer dan een object in de achtergrond te zoeken) Probeer ook altijd iets te vinden wat met het onderwerp te maken heeft. Maak hier bij gebruik van de reporter die alle informatie beheert over het onderwerp. Zorg dat de persoon die je interviewt scherp in beeld komt. (Niet de achtergrond!), om een persoon scherp te krijgen zoom helemaal in op de ogen van de persoon. Stel scherp, zoom dan uit en maak je kader.
Houd de camera dan wel op dezelfde positie).
Bewegingen in beeld In principe werken we niet met bewegende shots. Mocht dit toch gewenst zijn kan dit door; PAN Een langzame beweging van links naar rechts. Maar zorg dat er geen schokjes in zitten. TILT Een langzame beweging van boven naar onder (of andersom). Maar zorg dat er geen schokjes in zitten. (Bij de beweging zorg dat de camera 2 seconden stil staat, maak dan geleidelijk de beweging en zorg bij het einde dat de camera wederom 2 seconden stil staat). Nooit langer dan 12 Een PAN en een TILT mogen niet langer duren dan 12 seconden. seconden (Dit is met de tijd van het stilstaan erbij). Na opnames Monteren Omdat het monteren soms door een ander persoon dan de cameraman wordt gedaan, is hiervoor een afzonderlijke werkinstructie geschreven; werkinstructie 7 Apparatuur opruimen Leg de gebruikte apparatuur op de daarvoor bedoelde plaats terug, let met name op dat accu’s in de daarvoor bestemde opladers worden gelegd.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 90
Werkinstructie 7. Monteren en editen televisieprogramma Om de werkinstructie te kunnen volgen, wordt verwacht dat de werknemer (basis)kennis van de gebruikte apparatuur en software heeft. Deze kennis komt uit een (interne) opleiding en handleidingen van de apparatuur en software. Werkinstructie 7; Montage televisieprogramma Om te beginnen moet de benodigde montageapparatuur beschikbaar zijn. Reserveer de apparatuur tijdig, zodat mogelijk uitzend-deadlines altijd worden behaald. Mocht er sprake zijn van een ‘spontane’ (spoed) montage, dan beslist de hoofdredacteur welke montage voorrang krijgt. Aanmaken nieuw item
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 91
Werkinstructie 7.1. Voice-over Werkinstructie 7.1; Voice-over Om te beginnen moet de benodigde voice-overapparatuur beschikbaar zijn. Reserveer de apparatuur tijdig, zodat mogelijk uitzend-deadlines altijd worden behaald. Mocht er sprake zijn van een ‘spontane’ (spoed) montage, dan beslist de hoofdredacteur welke montage voorrang krijgt. Voorbereiding Programma gemonteerd De voice-over is de laatste stap in het maken van een televisieprogramma; het programma is opgenomen en gemonteerd, waarna de voice-over kan worden opgenomen en gemonteerd. Tekst De tekst voor de voice-over wordt voorbereid door de redactie op basis van het opgenomen materiaal en de onderwerpen. (de tekst wordt gecontroleerd door de editor) Inlezen De medewerker die de voice-over inspreekt moet de tekst goed inlezen, zodat de tekst goed ingesproken kan worden. Opname Opnemen Studio Alle voice-overs worden opgenomen in de daarvoor beschikbare studio. Het is belangrijk dat er bij het opnemen van de voice-over geen andere geluiden waarneembaar zijn. Inspreken De tekst wordt ingesproken in een beschikbare microfoon. Montage Opslaan De opgenomen tekst wordt door de voice-over medewerker opgeslagen. Montage voice-over De opgenomen tekst wordt (zoals bij werkinstructie 7 bedoeld) gemonteerd in het televisieprogramma.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 92
Werkinstructie 8. Interview In het geval van een interview neemt één verslaggever een vraag- en antwoord verslag op voor de radio en/ of televisie. Het hierbij behorende camerawerk wordt behandeld in werkinstructie 6.2. De werkinstructie bestaat voor een deel uit interviewtechnieken. Een professionele journalist zal echter onderstrepen dat het afnemen van interviews een vak op zich is. De werkinstructie bestaat slechts uit een aantal basis richtlijnen voor het afnemen van een interview. Om op een professionele wijze interviews af te nemen zijn een groot aantal boekwerken en papers beschikbaar. Deze zijn raad te plegen bij het bestuur van de stichting. Om de werkinstructie te kunnen volgen, wordt verwacht dat de werknemer (basis)kennis van de gebruikte apparatuur en software heeft. Deze kennis komt uit een (interne) opleiding en handleidingen van de apparatuur en software. Werkinstructie 8; Interview afnemen Interviews kunnen worden afgenomen voor radio of televisie. Lees hiervoor de werkinstructies 1,2 en/ of 6 Voorbereiding Een goed begin is het halve werk. Een interview moet, waar mogelijk, zo goed mogelijk worden voorbereid. Denk bijvoorbeeld aan de 5 W’s (Wie, Wat, Waar, Waarom, Wanneer en Hoe). Interviewtechniek Ken de interviewtechnieken! Lees hiervoor de brochure “interviewtechnieken”. Wie ga je interviewen? Weet wie je gaat interviewen.
Ken de achtergrond informatie van de persoon en stel geen “domme” vragen. Ook bij ‘spontane’ interviews van omstanders, moet je voorbereid zijn en bedenken wie je kunt verwachten (vraag een slachtoffer van een autoongeluk bijvoorbeeld niet of het “goed” gaat). Zorg voor apparatuur (Hoe) Omdat meer collega’s gebruik maken van de apparatuur (en studio’s) van de media-instelling, kan het zijn dat de apparatuur al in gebruik is. Zorg dat je van te voren de apparatuur regelt, nog vóór je afspraken maakt met de geïnterviewde. Waar is het interview? De locatie van het interview kan belangrijk zijn; er kan sprake zijn van achtergrondgeluiden. Daarnaast kan de omgeving ook zorgen voor een andere voorbereiding, een interview in de eigen studio is een thuiswedstrijd, maar het interview kan ook op een gala zijn, op een voetbalveld, bij iemand thuis of…. Samenwerken Werk samen met de collega’s waarmee je op locatie gaat. Overleg met de camerman(en), fotogra(a)f(en) en/ of een eventuele regisseur wat gefilmd gaat worden en hoe de precieze aanpak zal zijn. (wie doet het woord, waar ga je heen etc.) Wanneer (ruim) van tevoren bekend is dat er een interview wordt Voorbereiden gesprekspartner gehouden, bereid dan ook de gesprekspartner voor; laat weten welke (soort) vragen je gaat stellen en wat het doel van het interview is.
Op die manier zal de geïnterviewde niet zo snel stilvallen omdat deze het antwoord niet weet.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 93
De vragen Het voorbereiden van goede vragen is cruciaal bij een interview. Waar moet je op letten bij het voorbereiden van de vragen? Welke vragen stel je? En wat als het interview niet voorbereid kan worden? Of als het interview volledig anders loopt als gepland? Ken het doel van het Is het houden van een interview nodig? Hoewel een interview interview (waarom) kan zorgen voor een belangrijke toevoeging op het programma, moet een interview wel van toegevoegde waarde zijn (waarom een interview?); stel nooit vragen die je zelf ook had kunnen weten/ vinden. Wat wil je weten? Om vragen te bedenken, moet je in eerste instantie bedenken wat je wilt weten. Welke vragen moet je stellen om de informatie te verkrijgen? Stel geen gesloten vragen Zorg dat je interview loopt. Stel zo min mogelijk vragen die met “ja” of “nee” beantwoord kunnen worden. Vraag door Als er enkel “ja” of “nee” wordt geantwoord, vraag dan dóór; vraag “waarom”. Een interview moet lopen, de gesprekspartner moet zo veel mogelijk aan het woord zijn. Vraag door 2 (Luisteren!) Luister goed naar de antwoorden en speel hier op in. Niet alleen bij een gesloten antwoord, ook bij open antwoorden kan vaak doorgevraagd worden. Behoud de regie De interviewer moet te allen tijde de regie behouden. Zorg dat je het gesprek stuurt en niet de geïnterviewde.
(Zeker bij gevoelige vragen kan een getrainde geïnterviewde de vraag ontwijken of het interview proberen te sturen) Stuur de antwoorden niet Stel geen vragen met een (verborgen) antwoord. (vb.: “Dat is fout, vind u niet?”, maar vraag “vond u het goed of fout?”) De geïnterviewde in de Ben zelf zo min mogelijk aan het woord. De geïnterviewde heeft hoofdrol de hoofdrol, hij of zij heeft immers de informatie die je wilt. Houdt het kort Het is interview mag geen verkapt verkooppraatje worden van de geïnterviewde. Voorkom onnodige verhalen nadat een antwoord is gegeven. Geïmproviseerd interview Wanneer ter plaatse verslag wordt gedaan, kan het zijn dat er een geïmproviseerd interview ontstaat met omstanders. Ook kan het zijn dat er te weinig tijd was om het interview voor te bereiden. Wat dan? Wie ga je interviewen? Kijk goed wie je interviewt. Hoewel je nooit weet hoe iemand reageert op een microfoon en/ of camera, kun je in veel gevallen een inschatting maken. Een brandweerman of politieagent zal vaak wat makkelijker antwoorden dan een toevallige passant of een kind. Schat in of een omstander geïnterviewd wil worden. Het is in Wil van geïnterviewde geen geval wenselijk een omstander te dwingen tot een interviewen wanneer deze hier geen behoefte aan heeft
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 94
Opnames De interviewer is nooit het middelpunt van een item. De interviewer stelt vragen, maar is zo min mogelijk zelf aan het woord. Ook wanneer er sprake is van een gefilmd interview, is de interviewer in beginsel nooit in beeld. Opname Oog contact Kijk de geïnterviewde aan, maar vermijd ongemakkelijke situaties door staren. Is alles beantwoord? Zijn alle voorbereide vragen beantwoord? Zijn er geen nieuwe vragen ontstaan? Probeer het interview pas te beëindigen als alle vragen zijn beantwoord. Houd de regie Bij moeilijke onderwerpen kan de geïnterviewde (bijvoorbeeld een wethouder) het gesprek naar zich toetrekken en vragen ontwijken. Houd de regie en zorg dat de vragen gesteld worden die je beantwoord wilt hebben. Geluid Zorg dat het interview goed te horen is, zowel de stem van de interviewer als de geïnterviewde moet goed worden vastgelegd. Let daarbij ook op dat er geen storende achtergrond geluiden zijn. “Presentatie” interview Zorg dat het interview gepresenteerd wordt. Voorzie het van een inleiding en een afsluiting. Waar nodig kan tussendoor ook extra toelicht gegeven worden. Live Samenwerken met Bij het afnemen van een live interview sta je niet alleen; de geïnterviewde geïnterviewde is óók live in de uitzending. Bereid de geïnterviewde voor. Probeer te voorkomen dat er stiltes vallen of dat bijvoorbeeld scheldwoorden worden gebruikt.
“Presentatie” interview Zorg dat het interview gepresenteerd wordt. Voorzie het van een inleiding en een afsluiting. Waar nodig kan tussendoor ook extra toelicht gegeven worden. Locatie Stem zover mogelijk de locatie af op het onderwerp; is het interview over bijvoorbeeld de tractordagen, probeer een tractor op de achtergrond weer te geven. Beeldopname Start interview Spreek met de cameraman (en eventueel regisseur) een teken af wanneer de opname start Begeleid de geïnterviewde Als interviewer ben je medeverantwoordelijk voor de begeleiding van de geïnterviewde bij het filmen. Zeker wanneer omstanders worden geïnterviewd, kan er sprake zijn van onwennigheid bij het filmen. Als interviewer is het aan jou om de geïnterviewde op het gemak te stellen. Blijf uit beeld Een interviewer is nooit in beeld, enkel de ‘plopkap’. Wel kan het zijn dat de cameraman/ regisseur kiest voor een extra film-hoek waardoor de interviewer kort in beeld komt.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 95
Werkinstructie 9. Instructie kabelkrant XXXX Om de werkinstructie te kunnen volgen, wordt verwacht dat de werknemer (basis)kennis van de gebruikte apparatuur en software heeft. Deze kennis komt uit een (interne) opleiding en handleidingen van de apparatuur en software. VERGEET NIET INTERNET TE VERMELDEN
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 96
Werkinstructie 10. Foto’s internet en kabelkrant In het geval van het maken van foto’s voor de lokale media-instelling, is er sprake van één of meerder fotoverslaggevers die foto’s maken in opdracht van de redactie of incidenteel uit eigen beweging. Om de werkinstructie te kunnen volgen, wordt verwacht dat de werknemer (basis)kennis van de gebruikte apparatuur en software heeft. Deze kennis komt uit een (interne) opleiding en handleidingen van de apparatuur en software. Werkinstructie 10; fotocamera Om te beginnen moet de fotoapparatuur beschikbaar zijn (indien apparatuur van de media-instelling wordt gebruikt). Wanneer de fotoshoot vooraf gepland is, kan de apparatuur worden gereserveerd. Is er sprake van een ‘spontane’ fotoshoot, probeer dan eerst apparatuur dat niet gereserveerd is te gebruiken. Is dit niet mogelijk, dan bepaalt de hoofdredacteur welke fotoshoot prioriteit heeft en welke vervalt. Vóór vertrek Lens Zorg dat de lens van de camera schoon is. (Niet schoonmaken met Glassex, brillenpoetsdoekjes of iets anders vergelijkbaars, maar met cameralenspoetsdoekjes). Accu Accu in de camera, controleer of de accu voldoende accu-duur heeft. Is dit niet het geval, vervang dan de accu óf neem een extra accu mee! Geheugenkaart Geheugenkaart in de camera en controleer of de geheugenkaart genoeg vrije opslagruimte heeft.
Wat ga je fotograferen? Bereid je goed voor! Weet wat je wilt fotograferen. Weet welke persoon of welke personen je zoekt (ken ook de namen!), of welke voorwerpen interessant zijn om te fotograferen. Op locatie Samenwerken Werk samen met de collega’s waarmee je op locatie gaat. Overleg met de interviewer(s), cameraman(nen) en/ of een eventuele regisseur wat gefilmd gaat worden en hoe de precieze aanpak zal zijn. (wie doet het woord, waar ga je heen etc.) Goed beeld Zorg dat het onderwerp goed in beeld komt, maar zorg ook voor een goede (passende) achtergrond. Let op dat er bijvoorbeeld geen (onnodige) reclame-uitingen in beeld komen. Licht Zorg dat de foto’s voorzien zijn van de juiste belichting; geen overbelichtte foto’s en niet tegen de zon (of andere lichtbronnen) in fotograferen! Belangrijke personen Let op eventueel belangrijke personen voor extra foto’s (zoals een burgemeester, wethouder etc.). Deze foto’s kunnen een meerwaarde voor het item zijn. Representativiteit Zorg voor een representatief overkomen, zowel in gesprek als uiterlijk. Je bent immers het visitekaartje van de stichting. Versturen van foto’s vanuit media-instelling of externe locatie Selecteren Selecteer de goede foto’s, welke je wilt verzenden voor het gevraagde artikel. Zorg voor verschillende foto’s (liever 10 verschillende foto’s dan 50 dezelfde).
Niet photoshoppen! Foto’s worden nooit handmatig ‘verbeterd’ of veranderd (met bijvoorbeeld photoshop). We leggen de waarheid vast en daar hoort geen knip en plakwerk bij. Bestandgrootte Alle foto’s worden ingestuurd in het formaat van 1920x1080 pixels. Als de foto groter is, kun je de foto verkleinen, of bijknippen. Uploaden Upload de foto’s via ‘uw bijdrage’ op de website. Namen Vergeet niet de namen van personen te vermelden bij de foto’s, zodat je collega’s weten wie in beeld is. Na versturen Apparatuur opruimen Leg de gebruikte fotoapparatuur op de daarvoor bedoelde plaats terug, let met name op dat accu’s in de daarvoor bestemde opladers worden gelegd.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 97
Werkinstructie 11. XXXX
Reclame radio
Werkinstructie 12. XXXX
Reclame TV
Werkinstructie 13.
Beheer digitale bestanden
Werkinstructie 13.1; Beheer televisiebestanden Om te beginnen moet de benodigde montageapparatuur beschikbaar zijn. Reserveer de apparatuur tijdig, zodat mogelijk uitzend-deadlines altijd worden behaald. Mocht er sprake zijn van een ‘spontane’ (spoed) montage, dan beslist de hoofdredacteur welke montage voorrang krijgt. Nieuw project Verkenner Open Windows verkenner (deze computer) en navigeer naar Kopiëren Map benoemen Project benoemen Montage klaar Opslaan Exporteren Exporteren
Uploaden
je schijf C Open de map “projecten client***” Kopieer het default_item Hernoem de map als volgt: jaarmaanddag_titel (voorbeeld: 20130217_Asten_krijgt_nieuw_centrum) Her noem het project als volgt: jaarmaanddag_titel (zelfde als map) sla het project op exporteer het project volgens de SIRIS preset zet je export op je lokale PC upload naar mediahub/scala/anders a. kopieer naar als volgt: i. apollo (schijf A) ii. map: EXPORT iii. map: *jaartal*
Trimmen
ga terug naar premiere en trim het project vervolgens als volgt: druk op “project” in de menubalk druk op “project manager” (één na onderste) in het vakje “options” zet het getal in de eerste regel op 100 in het vakje “path”, kies het juiste opslagpad (zie i t/m iii) iv. apollo (schijf A) v. map: consolited vi. map: *jaartal* druk op “ok” en wacht Controle controleer of het project op apollo staat verwijder de projectmap van je PC Waarom per se in de map “projecten client***”? Deze drie mappen (elke pc heeft één zo’n map) zijn gedeeld met de andere pc’s. Mocht het voorkomen dat je project dus op client101 staat en je verder wilt op client100 dan kan je nog steeds bij het project (bereikbaar via deze computer) Waarom “trimmen”? Dit scheelt veel opslag ruimte en het wordt goed gearchiveerd.
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 98
Werkinstructie 14. XXXX
Beheer social media
Handboek voor de lokale media-instelling – SIRIS 99