C - 10 Bijlage Eindrapportage - Quickscan bekostiging voorzieningen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Nadelen •
De vaste bedragen en Decentralisatie-Uitkeringen (DU) zijn politiek-bestuurlijk gevoelige aangelegenheden , sinds de kritiek van de Algemene Rekenkamer op het gebruik daarvan. Daarnaast is de hoogte van de bedragen sinds 2009 afgenomen (namelijk ca. 63% , zoals is toegelicht op p. 26). 1 Het is niet onaannemelijk dat de discussie over dergelijke uitkeringen om een intensief proces vraagt om tot maatwerkafspraken met het Rijk te komen , waarvan de uitkomsten op voorhand niet zeker zijn.
2018 en 2019’ , Algemene Rekenkamer (2018 en 2019).
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
28
04. Bekostigingssystematieken | Kostenverhaal
en
financiële bijdragen
Bij gebiedsontwikkelingen kan de gemeente bepaalde kosten verhalen
-
Introductie
Kostenverhaal en financiële bijdragen
ontwikkelaars waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen verschillende soorten kosten zoals gebiedseigen kosten of bovenplansekosten op
,
,
Wat is het? •
•
Bij gebiedsontwikkelingen kan de gemeente bepaalde kosten verhalen op ontwikkelaars. Kostenverhaal kan op twee manieren: (1) Publiekrechtelijk middels kostenverhaalsregels , (2) Privaatrechtelijk middels een (anterieure) overeenkomst. Het tweede is het meest gebruikelijk. In de wet is beschreven welke kosten verhaald kunnen worden in de zogenoemde 'Kostensoortenlijst' (artikel 8. 15 Omgevingsbesluit , aangewezen in bijlage IV van het Omgevingsbesluit). Kosten zijn alleen verhaalbaar als zij voldoen aan de criteria ProfijtToerekenbaarheid , en Proportionaliteit (of
‘Evenredigheid’) (hierna: PTP-criteria). •
•
•
Daarnaast is er onder de Omgevingswet de nieuwe ‘afdwingbare financiële bijdrage’. Artikel 8. 21 Omgevingsbesluit geeft ‘Categorieën ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald’. De gemeente Eindhoven heeft in 2019 een generieke wijze van kostenverhaal van voorzieningen geïntroduceerd met de Nota Kostenverhaal. Recentelijk heeft de gemeente een Programma BovenplanseInvesteringen vastgesteld , waarin (eveneens) wordt gewerkt met vaste bijdragen per m2 bvo. De systematiek werkt vooral voor infrastructurele en groen-voorzieningen (conform de ‘Kostensoortenlijst’) en niet voor de voorzieningenopgave in deze quickscan. Het verhalen van kosten voor (bovenwijkse) maatschappelijke voorzieningen is soms niet mogelijk , omdat ze niet altijd op de wettelijk vastgelegde lijsten staan en/of er soms onvoldoende financiële ruimte in de project-businesscase is om de kosten te verhalen.
© 2025 Deloitte The Netherlands
Hoe werkt het? Onderscheidkan worden gemaakt tussende volgende typen verhaalbare kosten:
Type
Uitleg
Voorbeelden
Gebiedseigen kosten
Kosten alleen en volledig ten behoeve
Speelvoorzieningen Straatverlichting
van het
Straten en erven
Bovenwijkse voorzieningen*
Bovenplansekosten*
Afdwingbare financiële bijdragen (voorheen vrijwillig)
(plan)gebied
Kosten ten behoeve van meerdere (plan)gebieden
Randweg Carpool Riolering
Kosten ten behoeve
Compensatie voor
beleidsmatige doelen
parkeren of sociale woningbouw
van
Kosten voor verhogen
leefbaarheid en kwaliteit
Groene buffers Recreatieve wandel-en
fietspaden
*Deze kosten moeten voldoen aan de criteria van: Profijt Toerekenbaarheid enProportionaliteit. ,
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
29
04. Bekostigingssystematieken | Kostenverhaal
en
financiële bijdragen
Voor de voorzieningen op het gebied van ‘Lokaal park’ en ‘Percentage groen’
-
Beschouwing
zou een vorm van
Kostenverhaal en financiële bijdragen
kostenverhaal en/of
(afdwingbare) financiële bijdragen een geschikte bekostigingssytematiekkunnen zijn
Toepasbaarheid •
•
Voordelen
Een vorm van kostenverhaal vergelijkbaar met de systematiek van Eindhoven (Programma Bovenplanse Investeringen) en/of (afdwingbare) financiële bijdragen biedt een bestaande juridische grondslag voor het bekostigen van voorzieningen.
•
Met het wettelijk kader voor kostenverhaal en financiële bijdragen zijn bepaalde kosten juridisch afdwingbaar.
•
Het legt een expliciete relatie tussen de woningbouwopgave en (een deel van) de voorzieningenopgave.
•
Naast het bedrijfsleven worden hiermee ook projectontwikkelaars betrokken bij de investeringsopgave.
Voor de voorzieningen op het gebied van ‘Lokaal park’ en ‘Percentage groen’ zou een vorm van
kostenverhaal en/of (afdwingbare) financiële bijdragen een
geschikte bekostigingssytematiek kunnen zijn.
Nadelen
1) De voorziening ‘Openbaar groen’ wordt verondersteld overwegend te worden bekostigd binnen gebiedsontwikkelingen vanuit grondexploitaties en/of kostenverhaal van gebiedseigen kosten (of eventueel bovenwijksevoorzieningen). © 2025 Deloitte The Netherlands
,
•
Alleen de voorzieningen ‘Lokaal park’ en ‘Percentage groen’ (zoals vermeld in de Nulmeting) komen mogelijk in aanmerking voor kostenverhaal of een afdwingbare financiële bijdrage , aangezien zij zijn opgenomen op de ‘Kostensoortenlijst’ in de 1 de Omgevingswet. De investeringen in de voorziening ‘Lokaal park’ bedragenin huidige opzet van de schatting van de investeringsopgave slechts een relatief beperkte bedrag (1%) op de totaal geschatte investeringsopgave van ca. € 28, miljard.
•
Voor andere voorzieningen kan mogelijkeen vrijwillige bijdrage worden gevraagd , maar dit is niet altijd afdwingbaar.
•
Het uitwerken van een systematiek van (verplichte en/of vrijwillige) financiële bijdragen op MRE-niveau is complex en vergt relatief veel coördinatie.
•
Een financiële bijdrage vragen voor voorzieningen werkt alleen bij (woningbouw-) projecten die financieel rendabel zijn. Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
30
04. Bekostigingssystematieken | Subsidies
en
bijdragen
-
Introductie
Subsidies en bijdragen
Subsidies en bijdragen zijn voornamelijk bedoeld om specifieke activiteiten te financieren; er zijn meerdere vormen van subsidies en bijdragen mogelijk zoals via een SPUK bestuursakkoorden en bijdragen vanuit Europees verband ,
,
Wat is het? •
Een subsidie of bijdrage is een aanspraak op financiële middelen die kan worden aangevraagd bij een overheid en wordt verstrekt met het oog op uit te voeren activiteiten.
•
Subsidies en bijdragen zijn met name bedoeld om bepaalde activiteiten mee te financieren.
•
De financiële middelen bestaan niet altijd alleen uit geld , maar kunnen bijvoorbeeld ook gericht zijn op fiscaal voordeel.
•
In de praktijk bestaan er verschillende soorten subsidies en bijdragen , zoals: maatwerkafspraken (waaronder Regio Deals , zoals het Beethovenconvenant en andere bestuursakkoorden , zoals het Fonds Verstedelijking Almere); specifieke uitkeringen (SPUK) , voor projecten , instellingen , of op basis van bestaande regelingen , en; subsidies die worden verleend vanuit Europese structuur en-
Hoe werkt het? •
In de praktijk zijn voor de bekostiging van voorzieningen onder meer de volgende subsidies en bijdragen denkbaar: o
Structurele en incidentele deals (zoals de Regio Deal) en andere bestuursakkoorden ontstaan uit samenwerking tussen overheden om uitdagingen en kansen gezamenlijk aan te pakken. Na het ontwikkelen van plannen , onderhandelen overheden over financiering en verantwoordelijkheden. De afspraken worden vastgelegd en uitgevoerd , met monitoring om doelen te bereiken , gericht op het oplossen van problemen of het stimuleren van ontwikkeling.
o
Bij een SPUK kunnen MRE-gemeenten individueel aanspraak maken op extra geld om bepaald beleid van de Rijksoverheid uit te voeren. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het verbeteren van schoolprestaties ,
gezondheidsbevordering , cultuurparticipatie en sociale basis.
investeringsfondsen. •
De openstelling van subsidies en bijdragen kan variëren op basis van tijd , specifieke doelstellingen en (voldoende) beschikbaarheid van financiële middelen. De beschikbaarheid van subsidies en bijdragen kan daardoor fluctueren , en er kunnen beperkingen gelden afhankelijk van de beschikbaarheid of de criteria die door de betreffende verlener zijn gesteld.
© 2025 Deloitte The Netherlands
o
In Europees verband bestaan er ook bijdragen of subsidies , die veelal worden verzorgd vanuit de zogenoemde Europese structuur-en investeringsfondsen (ESI-fondsen). Deze fondsen zijn in het leven geroepen om lidstaten binnen de Europese Unie te helpen om hun economieën te versterken.
o
Vanuit verschillende ESI-fondsen ontvangt Nederland geld , waarbij het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en subsidies van Interregionale samenwerking (Interreg) mogelijkheden biedt voor voorzieningen , zoals ‘Cultuur en recreatie’ en ‘Sport en spel’. Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
31
04. Bekostigingssystematieken | Subsidies
en
bijdragen
-
Subsidies en bijdragen
Beschouwing
Mogelijke opbrengsten uit subsidies en bestuursakkoorden moeten nader worden onderzocht gezien dit maatwerk betreft; het toewijzingsproces kan tijdrovend zijn met het risico dat subsidies vaak slechts tijdelijk beschikbaar zijn ,
,
Toepasbaarheid
Voordelen
•
De MRE zou nader onderzoek kunnen doen naar mogelijke subsidies en bijdragen van hogere overheden waarmee voorzieningen bekostigd kunnen worden.
•
•
Daarnaast kan de MRE de mogelijkheid tot aanvullende bestuursakkoorden , regionale deals of convenanten verkennen met het Rijk , zoals een addendum op het Beethovenconvenant voor voorzieningen of een specifiek voorzieningenconvenant.
Nadelen
© 2025 Deloitte The Netherlands
Subsidies en bijdragen van hogere overheden kunnen projecten mogelijk maken die de MRE-gemeenten zelfstandig niet kunnen dragen.
•
De aanvraag van subsidies , bijdragen en regionale deals kunnen in de praktijk mogelijk administratief en tijdrovend zijn , zonder dat op voorhand duidelijk is of het (volledige) bedrag daadwerkelijk zal worden toegekend.
•
De beschikbaarheid van subsidies fluctueert wat het benaderen van een mogelijk uitkeringsbedrag bemoeilijkt.
•
Gemeenten zijn verplicht om te rapporteren over de ontvangen subsidies en bijdragen , wat extra administratieve lasten met zich meebrengt.
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
32
04. Bekostigingssystematieken | Fondsvorming
-
Introductie
Fondsvorming
Fondsvorming ondersteunt strategische besluitvorming en maakt het mogelijk om proactief in te spelen op toekomstige financiële behoeften door het verzamelen en reserveren van (gemeentelijke en niet-gemeentelijke) financiële middelen
Wat is het? •
Fondsvorming is het proces waarbij financiële middelen worden verzameld en gereserveerd voor een specifiek doel of toekomstig gebruik , zoals het bekostigen van voorzieningen , het opbouwen van reserves voor infrastructurele projecten of het vervangen van kapitaalgoederen.
•
Door fondsen te vormen , kunnen gemeenten beter omgaan met financiële risico's en onverwachte kosten zonder directe druk op de huidige begroting. Dit bevordert financiële stabiliteit en continuïteit in de dienstverlening aan burgers en bedrijven.
•
Het vormen van fondsen maakt deel uit van een bredere financiële strategie en planning. Hierdoor kunnen gemeenten hun langetermijnplannenbeter afstemmen op beschikbare middelen , wat leidt tot een efficiëntere en effectievere werking. Fondsen ondersteunen strategische besluitvorming en maken het mogelijk om proactief in te spelen op toekomstige financiële
behoeften.
Hoe werkt het? •
Gemeenten en andere overheden kunnen geld in een fonds storten , zowel op regelmatige (‘serieel’) als eenmalige (‘incidenteel’) basis , bijvoorbeeld met een vast bedrag van de gemeentefondsuitkering of opbrengsten uit andere activiteiten , zoals het afromen van winsten uit (grond)exploitaties. Het fonds wordt uitsluitend gebruikt voor de realisatie van voorzieningen die verband houden met de geplande schaalsprong.
•
Fondsvorming kan ook plaatsvinden in samenspraak met (of alleen door) private partijen. Hierbij kan zowel gekeken worden naar vastgoedontwikkelaars als de grote werkgevers in de regio (zie ook hoofdstuk ‘Publiek-private samenwerking’). Afspraken kunnen bijvoorbeeld worden gemaakt over projectbijdragen of periodieke bijdragen aan het fonds (vgl. het huidige Brainport Partnerfonds)
Overweging •
•
© 2025 Deloitte The Netherlands
Naast financiële fondsvorming is het mogelijk om nieuwe investeringen (activa) in een fonds onder te brengen. Door deze voorzieningen in een fonds , op afstand van de gemeente , in een aparte (voorzieningen)entiteit onder te brengen , kan mogelijk een flexibeler en op onderdelen voor gemeenten meer marktconform waarderingsregime worden toegepast (flexibeler dan het ‘Besluit begroting en verantwoording’). Voorbeelden zijn gemeentelijke sportbedrijven of gemeentelijke cultuurorganisaties. Een entiteit is mogelijk aantrekkelijk voor externe investeerders en vergemakkelijkt samenwerkingen met private partijen. Bovendien biedt het meer mogelijkheden voor dynamisch beheer van investeringen en desinvesteringen. Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
33
04. Bekostigingssystematieken | Fondsvorming
-
Fondsovrming
Beschouwing
Fondsvorming kan zowel door de MRE-gemeenten als in samenwerking met private partijen plaatsvinden waarbij het de vraag is welke ruimte hiervoor ligt naast de reeds bestaande fondsen ,
Voordelen
Toepasbaarheid •
Fondsen kunnen onder meer worden gevormd vanuit resultaten uit gemeentelijke activiteiten en exploitaties (grond , parkeren , erfpacht) , of door een vast bedrag vanuit de gemeentefondsuitkering te storten in het fonds.
•
•
•
Fondsen kunnen ook in samenwerking met private partijen worden gevormd (zie ‘5. Publiek-private samenwerking’).
•
Fondsen kunnen worden ondergebracht in een aparte entiteit om een voor gemeenten flexibeler waarderingsregime te realiseren.
De gemeente Almere investeert met het programma ‘Almere 2. 0’ in de groei van de gemeenten , onder meer op de thema’s woningbouw en infrastructuur.
•
Om de realisatie van de voorzieningen die met Almere 2. 0 gepaard gaan , mogelijk te maken , hebben gemeente Almere , provincie Flevoland en het Rijk het Fonds Verstedelijking Almere (FVA) in het leven geroepen. Bij aanvang van dit fonds was de omvang ruim € 150 miljoen.
•
De wethouder Financiën van de gemeente Almere is de Fondsbeheerder van het FVA , die in samenspraak met de overige overheden afspraken maakt over de besteding.
•
Een dergelijk fonds zou in de MRE ook opportuun kunnen zijn , eventueel in samenwerking met private partijen. 1 Noot:
Binnen Brainport Eindhoven bestaan er al diverse private fondsen , zoals voor ‘Mobiliteit’ , de ‘Sociale Brainport Agenda’ , ‘Talent’ en ‘Wonen’. Deze bestaande samenwerkingen kunnen wellicht worden uitgebreid.
Nadelen •
Het opzetten en beheren van een fonds kan mogelijk politiek en financieel complex zijn , en vereist daardoor een gestructureerde governanceom de complexe besluitvorming te stroomlijnen en de controle over investeringsbeslissingen te waarborgen , vooral bij samenwerking met private partijen.
•
In het recente verleden zijn er verschillende beroepen gedaan op private organisaties uit de regio. In december 2024 werd een bedrag van € 219 miljoen (gebundeld en) toegezegd door een groep van twaalf bedrijven uit de Brainportregio , middels het Brainport Partnerfonds. 1 Via dat private fonds gaan regionale bedrijven in een periode van 12 jaar bijdragen aan maatschappelijke doelstellingen op het gebied van bereikbaarheid , betaalbare woningbouw , extra talent voor de arbeidsmarkt en kansengelijkheid voor inwoners. Het is de vraag welke financiële ruimte hiervoor momenteel nog ligt bij de private sector of dat er mogelijk overlap bestaat in de doelstellingen met andere initiatieven of fondsen , die kunnen concurreren met een nieuw op te richten fonds.
Innovatief idee •
Met fondsvorming kan op de lange termijn worden gepland aangezien het een stabiele bron van financiering betreft.
https://brainporteindhoven. com/nl/nieuws/bedrijfsleven-betaalt-mee-aan-maatschappelijke-doelstellingen-met-brainport-partnerfonds
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
34
04. Bekostigingssystematieken | Publiek-private samenwerking
-
Introductie
Publiek-private samenwerking
Bij publiek-private samenwerking werken private organisaties financieel samen met overheden aan het realiseren van specifieke projecten als onderdeel van een gebiedsontwikkelingof een breder publiek-privaat investeringsarrangement ,
Wat is het? •
•
Hoe werkt het?
Publiek-private samenwerking (ook wel ‘PPS’) is een samenwerkingsvorm tussen overheidsorganisaties (publieke partijen) en private bedrijven (commerciële partijen). Het doel van publiek-private samenwerking is om gezamenlijk projecten of diensten te realiseren waarbij beide partijen hun middelen , expertise en verantwoordelijkheden combineren. Publiek-private samenwerking wordt ook vaak toegepast bij complexe , grootschalige projecten , zoals gebiedsontwikkeling en sociale huisvesting , maar ook bij kleinschaliger projecten zoals het realiseren van voorzieningen op het gebied van sport en cultuur. Hierbij zijn ook hybride varianten mogelijk , waarbij voorzieningen als losstaand project worden benaderd , of als onderdeel van een breder (regionaal) publiek-privaat investeringsarrangement.
De gemeente Amsterdam is eigenaar van een concert- en evenementenhal , waarvan het bedrijf AFAS naamgever en sponsor is. © 2025 Deloitte The Netherlands
•
Publiek-private samenwerking kan zich op verschillende manieren uiten , zoals het samenwerken op basis van een samenwerkingsovereenkomst , met het oprichten van een rechtsvorm (zoals een stichting of besloten vennootschap) of met het aangaan van een financiële verbinding.
•
Bij een publiek-private samenwerking hebben zowel de publieke als de private partij belang bij het succes van het project , waarbij beide partijen bereid zijn om (financiële) risico’s te dragen.
•
Private partijen brengen vaak innovatieve oplossingen , verbinden hun naam aan het initiatief (zie onderstaande afbeeldingen ter inspiratie) of dragen bij aan efficiëntie , terwijl publieke partijen zorgen voor maatschappelijk draagvlak.
De gemeente Den Haag is eigenaar van het voetbalstadion van ADO Den Haag , waarvan het bedrijf Bingoal naamgever is.
Depot Boijmans Van Beuningen is een initiatief van de gemeente Rotterdam , in samenwerking met diverse stichtingen. Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
35
04. Bekostigingssystematieken | Publiek-private samenwerking De MRE
zou
de samenwerking met private organisaties kunnen uitbreiden
,
Publiek-private samenwerking
-
Beschouwing
op
het gebied van het realiseren van
(specifieke) voorzieningen
Toepasbaarheid •
Publiek-private samenwerking is een alternatieve route ten opzichte van generieke bijdragen zoals de voornoemde bekostigingssystematieken , waarbij per voorziening actief partners en bijdragen worden gezocht.
•
In de regio Eindhoven zijn diverse (kapitaalkrachtige) organisaties actief die baat kunnen hebben bij het realiseren van voorzieningen , bijvoorbeeld voor hun medewerkers , ketenpartners , klanten of andere stakeholders.
•
De MRE zou de samenwerking met private organisaties kunnen uitbreiden , op het gebied van het realiseren van voorzieningen , waarbij medewerkers , ketenpartners , klanten of andere stakeholders , baat hebben. Hierbij valt te denken aan de categorieën ‘Cultuur en recreatie’ en ‘Sport en spel’.
© 2025 Deloitte The Netherlands
Voordelen •
Een gedeelte van de lasten die door de MRE bekostigd zouden moeten worden , kunnen voor rekening kunnen komen van private organisaties.
•
Gerichte coalities en bijdragen per type voorziening , die ook voor de private partijen beter uitlegbaar zijn.
Nadelen •
De MRE is afhankelijk van de bereidwilligheid van private organisaties om een financiële bijdrage te leveren.
•
Momenteel bestaan er al diverse publiek-private samenwerkingen in de regio (zoals het ‘Brainport-fonds’) die een financieel beroep doen op het bedrijfsleven. Hierdoor zouden private initiatiefnemers mogelijk overvraagd kunnen worden.
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
36
05. Conclusies en aanbevelingen
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
37
05. Conclusies
en
aanbevelingen | Conclusies
De MRE-gemeenten hebben voor de peride 2025-2028 gezamenlijk circa € 03 miljard begroot voor maatschappelijke voorzieningen waarmee tot 2040 een dekkingsopgave van circa € 11 miljard resteert (exclusief prijsstijgingen) ,
,
Conclusies investeringsopgave MRE •
•
Deze eindrapportage gaat in op de maatschappelijke voorzieningenopgave in de MRE , in het kader van de beoogde schaalsprong van de MRE met 100. 000 woningen tot 2040.
,
Conclusies investeringsgereedheid MRE-gemeenten •
De MRE-gemeenten zijn aan de hand van een vragenlijst bevraagd op hun investeringsgereedheid.
•
De MRE-gemeenten die op de vragenlijst hebben gereageerd , hebben gezamenlijk circa € 03, miljard begroot voor de ‘gemeentelijke investeringsopgave’ (onderwijs , sport en cultuur) in de periode 2025-2028. De MRE-gemeenten geven aan hiertoe soms harde en moeilijke keuzes te hebben moeten maken.
•
Voor de periode van 2029 tot 2040 zijn investeringen in beeld voor nog eens circa € 03, miljard , maar deze zijn nog geen onderdeel van sluitende gemeentebegrotingen. Dit resulteert in een dekkingsopgave van nog eens ca. € 11, miljard aan investeringen (exclusief prijsstijgingen en exclusief gemoeide exploitatiekosten) voor de periode 2029-2040.
•
Naast de investeringsopgave is er een ‘voorfinancieringsvraagstuk’ voor de kapitaal-en overige exploitatielasten van investeringen in maatschappelijke voorzieningen. Dit isnaar schatting ca. € 280 miljoen als gevolg van de ‘T-2 systematiek’ van het gemeentefonds (zie p. 25). Indien de maatschappelijke voorzieningen (gemiddeld) eerder worden gerealiseerd dan de woningen kan dit bedrag oplopen.
Adviesbureau BRO heeft twee scenario’s opgesteld voor de voorzieningenin de MRE tot 2040 , uitgaande van een groei van 100. 000 woningen: (1) een groei naar rato c. q. extrapolatie van het huidige voorzieningenniveau; (2) een voorzieningenopgave o. b. v. een toegroei naar het landelijk gemiddelde voorzieningenniveau. opgave
•
Op basis van de uitgangspunten en afbakeningen in deze rapportage is onze inschatting dat de investeringsopgave in voorzieningen in de MRE (conform het gemiddelde van de twee scenario’s van BRO) tot en met 2040 ongeveer € 28, miljard bedraagt (prijspeil januari 2025) , waarvan ca. € 14, miljard tot de gemeentelijke investeringsopgave behoort. Dit is o. a. exclusief ‘regionale voorzieningen’ en exploitatiekosten (zie p. 13).
•
Een benadering van de exploitatiekosten en –subsidies gerelateerd aan deze investeringsopgave vergt nader onderzoek. NB: de openbare begrotingen van de MRE-gemeenten bieden hiervoor onvoldoende gedetailleerde informatie (zie Bijlage A7 -Verdieping exploitatiekosten en –subsidies).
•
Bovenstaande geeft een indicatief beeld , waarbij zij opgemerkt dat een gedetailleerde analyse op gemeenteniveau noodzakelijk is om een meer nauwkeurige benadering te krijgen , waardoorde omvang van genoemde bedragen kan wijzigen.
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
38
05. Conclusies
en
aanbevelingen | Conclusies
In deze ‘quickscan’ is de bekostiging
de investeringsopgave in maatschappelijke voorzieningen via het gemeentefonds op hoofdlijnen onderzocht en enkele alternatieve bekostigingssystematieken van
Conclusies bekostiging via gemeentefonds •
Ten aanzien van de bekostiging van de resterende investeringsopgave is in deze rapportage ingegaan op de werking van het gemeentefonds:
−Gemeentefondsuitkering (Groei) | Dit betreft de groei van de algemene uitkering als gevolg van de bovengemiddelde regionale groei en de mogelijke inzet daarvan. Dit is in deze rapportage verkend , maar vergt veel aannames en nader onderzoek. Een belangrijk uitgangspunt is welk deel van de groei op gaat aan dekking van (algemene) lastengroei.
−Gemeentefondsuitkering (Vaste uitkering) | Het werken met een vaste uitkering voor de MRE-gemeenten binnen de algemene uitkering lijkt weinig kansrijk , gelet op de (politieke en beleidsmatige) ontwikkeling van de gemeentefondssystematiek. De mogelijkheden van een decentrale uitkering specifiek voor maatschappelijke voorzieningen , bijvoorbeeld zoals in de gemeente Almere is gedaan , kunnen nader worden verkend.
Conclusies overige bekostigingssystematieken •
Naast het gemeentefonds (en de groei daarvan) zijn in deze rapportage de volgende systematieken nader verkend*: −Kostenverhaal en financiële bijdragen| Dit werkt vooral bij infra en groen en lijkt weinig kansrijk voor maatschappelijke voorzieningen. −
(Publiek-private) fondsvorming | Dit zou nader kunnen worden verkend analoog aan het Brainport Partnerfonds met thans € 219 miljoen aan private bijdragen voor bereikbaarheid , woningbouw en arbeidsmarkt , op basis van vaste , jaarlijkse bijdragen. Een stap verder dan een fonds is voorzieningen (gebundeld) onder te brengen in een specifieke (publiek-private) entiteit met een eigen financierings-en waarderingsregime.
−Publiek-private samenwerking | Specifieke private bijdragen organiseren voor specifieke private voorzieningen die relevant zijn voor specifieke bedrijven (als alternatief voor , of aanvullend op vaste , jaarlijkse bijdragen).
*Subsidies en bijdragen zijn in overleg met de opdrachtgever nog niet specifiek onderzocht in het kader van deze opdracht. DeMRE verkent dit momenteel zelf in het bijzonder de mogelijkheden van subsidies waarvan de EIB de uitvoerder is. Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen 39 ,
© 2025 Deloitte The Netherlands
05. Conclusies
en
aanbevelingen | Aanbevelingen
de MRE is om met strategische partners (Rijk en regio publiek en privaat) de gesprekken te intensiveren en samen toe te werken naar een strategie voor de bekostiging van maatschappelijke voorzieningen Aanbeveling
aan
,
,
Fase
Opbouw narratief en intensiveren van gesprekken
Nader uitwerken van de opgave en de bekostigingssystematieken
Bepalen van mogelijke strategieën om voorzieningenopgave te bekostigen
Doel
Het (nader) betrekken van partners , zoals het Rijk en private partners bij de voorzieningenopgave
Het verkrijgen van een gedetailleerder beeld van de voorzieningenopgave binnen de MRE
Het uitwerken , selecteren en combineren van bekostigingssystematieken
Fasering* (indicatief) *De verschillende fasen kunnen gelijktijdig plaatsvinden afhankelijk van de te verrichten activiteiten. ,
1.
Opbouw van een sterk narratief rondom samen investeren in voorzieningen.
2.
Aansluiten bij bestaande overlegstructuren binnen de regio zoals het Brainport Partnerfonds met het oog op publiekprivate samenwerking (zoals een fonds).
4.
Opstellen van een nadere en meer verfijnde voorzieningenopgave per MRE-gemeente (in plaats van de huidige grofmazige scenario’s) ten behoeve van een betere schatting van de investeringsopgave. ,
,
,
Activiteiten 3.
Intensiveren van gesprekken met het Rijk onder meer ten aanzien van afspraken over mogelijke bijdragen.
✓Bewustwording bij Rijk en regionale partners over (rol en verantwoordelijkheid bij) de voorzieningenopgave die te
Resultaat
verwachten is i. h. k. v. de schaalsprong. ✓Intensievere betrokkenheid van Rijk en regionale partners bij de voorzieningenopgave.
© 2025 Deloitte The Netherlands
7.
Nader onderzoek naar de kansrijkheid van de diverse bekostingssystematieken (zie voorgaande pagina’s).
8.
Selecteren van bekostingssystematieken die bij de investeringsopgave passen op basis van vier mogelijke strategieën (zie uitgebreid pagina hierna): ,
5.
Nader onderzoeken investeringsgereedheid gemeenten langere termijn (2029-2040) i. r. t. meerjarendoorkijk begrotingen.
op
,
A. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bekostiging B. Voorzieningenconvenant met het Rijk
,
C. Publiek-privaat voorzieningenfonds D. Publiek-private samenwerking per voorziening
✓Een beter onderbouwde investeringsopgave in maatschappelijke voorzieningen. ✓Een nadere uitwerking van de bekostigingssystematieken leidende tot een beter beeld van de dekkingsmogelijkheden. ,
✓Een uitgewerkte en vastgelegde strategie voor de bekostiging van de
voorzieningenopgave binnen de MRE. ✓Startpunt voor een voortvarende uitvoeringsstrategie.
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
40
05. Conclusies
en
aanbevelingen | Mogelijke strategieën
Op basis van de quickscanwordt een drietal strategieën onderscheiden die variëren van het zelf zoeken van financiële ruimte specifieke afspraken met het Rijk tot het creëren van een publiek-privaat voorzieningenfonds ,
,
,
Strategieën STRATEGIE A | GEMEENTEN NEMEN VERANTWOORDELIJKHEID VOOR DE BEKOSTIGING Dezestrategiegaatervanuitdatdegemeenten(grotendeels)zelfverantwoordelijkzijnvoorhetsluitendkrijgenvande bekostigingsopgave. HoeweldeMRE-gemeentenopbasisvandeinventarisatieoverwegendactiefzijnmethetvormeneen visieophuninvesteringsopgaveinmaatschappelijkevoorzieningenvereistditechterpolitiekeenbeleidsmatigekeuzesom , dezeopgaveookdaadwerkelijkoptekunnennemeninsluitendebegrotingen. Dehuidigeinvesteringsgereedheidis momenteelnogonvoldoendeomdevolledigeopgavetedekkenwatvraagtomonderzoeknaarendeoverwegingvan , alternatievesystematieken(zievoorgaandepagina). STRATEGIE B | MRE SLUIT EEN VOORZIENINGENCONVENANT MET HET RIJK Meteenconvenantspecifiekvoormaatschappelijkevoorzieningenbijvoorbeeldindevormvaneenaanvullingophet , BeethovenconvenantofeenDecentralisatie-uitkering(DU)zoudeinvesteringsopgavehaalbaarderkunnenwordenvoorde , MRE-gemeenten. Hetisdaarbijvanbelangdatdealternatieveninvoldoendematezijnonderzochtendecijfermatige aannamesinvoldoendematezijnonderbouwd.Hetisdaarbijinonzeoptiekessentieelomeensterknarratiefoptebouwen , dienutennoodzaakvanderijksbijdrageduidelijkmaaktinrelatietotdebijdragevanderegioaanlandelijkedoelenen opgavenentenopzichtevanwatreedsisafgesprokeninhetBeethovenconvenant. STRATEGIE C | MRE CREËERT VOORZIENINGENFONDS
AANVULLEND D | PPS PER VOORZIENING
Metdeoprichtingvaneennieuw(ofaanvullend)publiekprivaatfondsdatzichspecifiekrichtopderealisatievan voorzieningenzouden de MRE-gemeentenen private , partijen gezamenlijk zorg kunnen dragen voor de bekostiging van voorzieningen , aangevuld met een Rijksbijdrage(strategieB).
Eenandere(aanvullende)strategieisombijbepaalde voorzieningeneenspecifiekesamenwerkingaantegaan metéénofmeerprivatepartijen. Ditkanondermeer doorhunnaamteverbindenaaneenvoorzieningin combinatiemetbekostiging/sponsoring.
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
41
Bijlagen
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
42
A1. Analyse
per
type voorziening | Zorg en welzijn
Legenda:
Niet-gemeentelijk
Subtype
Definiëring t. b. v. Nulmeting BRO*
Categorie
Voornaamste financieringsstroom
Huisartspraktijk
Praktijk waar huisartsen hulp uitoefenen
Niet-gemeentelijk
Zorgverzekering en particulier
Tandartspraktijk
Praktijken waar tandartsen hulp
Niet-gemeentelijk
Zorgverzekering en particulier
Niet-gemeentelijk
Zorgverzekering en particulier
Gemeentelijk
uitoefenen Fysiotherapie
Praktijk waar fysiotherapeuten hulp
uitoefenen Apotheken
Locatusbranche Apotheken
Niet-gemeentelijk
Zorgverzekering en particulier
Buurthuizen
Een gemeenschapshuis/wijkcentrum etc
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Buitenschoolse opvang
Data en definiëring van LRK.
Niet-gemeentelijk
Particulier
Kinderdagopvang
Data en definiëring van LRK.
Niet-gemeentelijk
Particulier
Gastouders
Data en definiëring van LRK.
Niet-gemeentelijk
Particulier
Consultatiebureau
Definiëring GGD Brabant Zuidoost.
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Verloskundigepraktijk
Terugkoppeling gemeenten.
Niet-gemeentelijk
Zorgverzekering en particulier
GGZ
Data en definiëring GGzEen GGZ Oost Brabant.
Niet-gemeentelijk
Zorgverzekering en particulier
*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
43
A1. Analyse
per
type voorziening | Onderwijs
Legenda:
Niet-gemeentelijk
Subtype
Definiëring t. b. v. Nulmeting BRO*
Categorie
Voornaamste financieringsstroom
Primair onderwijs
Data en definiëring van DUO
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Voortgezet onderwijs
Data en definiëring van DUO
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Speciaal primair onderwijs
Data en definiëring van DUO
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Speciaal voortgezet onderwijs
Data en definiëring van DUO
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands
Gemeentelijk
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
44
A1. Analyse
per
type voorziening | Detailhandel
Legenda:
Niet-gemeentelijk
Subtype
Definiëring t. b. v. Nulmeting BRO*
Categorie
Voornaamste financieringsstroom
Supermarkt < 150 m2
Locatusbranches Minisuperen Locatus groep supermarkt
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Supermarkt 150-500 m2
Locatus branches Minisuper en Locatus groep supermarkt
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Supermarkt > 500 m2
Locatusbranches Minisuperen Locatus groep supermarkt
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Overig dagelijks
Locatusbranches Groente/Fruit , Bakker , Vlaaien , Toko , Chocola , Koffie/Thee , Delicatessen , Kaas , Boerderijwinkel ,
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Gemeentelijk
Nachtwinkel , Poelier , Dieet/Voedingssupplementen , Slagerij , Slijter , Tabak/Lectuur , Tabak speciaalzaak , Vis , Zoetwaren en overige levensmiddelen. Drogist
Locatusbranches Drogist , Parfumerie , Haarproducten en overige persoonlijke verzorging.
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Recreatief
Clustering van mode en luxe zaken.
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Doelgericht
Locatusbranches Dibevo , tuincentra en
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
meubelen *Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
45
A1. Analyse
per
type voorziening | Horeca
Legenda:
Niet-gemeentelijk
Subtype
Definiëring t. b. v. Nulmeting BRO*
Categorie
Voornaamste financieringsstroom
Restaurant
Locatusbranches Café-restaurant , restaurant en pannenkoeken
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Café
Locatusbranche Café
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Cafetaria
Locatusbranches Fastfood , Grillroom/Shoarma en Crêpes/Wafels/Donuts & ijssalons.
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Koffiezaak
LocatusBranches Koffiebar en Koffiehuis
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Lunchroom
Locatusbranche Lunchroom
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Bezorgdienst
Locatusbranches Bezorg/Halen
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Hotel
Locatusbranches Hotel en Hotel-
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Gemeentelijk
restaurants
*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
46
A1. Analyse
per
type voorziening | Cultuur en recreatie
Legenda:
Niet-gemeentelijk
Subtype
Definiëring t. b. v. Nulmeting BRO*
Categorie
Voornaamste financieringsstroom
Museum
Locatusbranche Museum (terugkoppeling
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Gemeentelijk
gemeente) Theater
Locatusbranche Theater en terugkoppeling gemeente.
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Bibliotheek
Locatusbranche Bibliotheek
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Bioscoop
Locatusbranche Bioscoop
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Casino
Locatusbranche Casino/Amusementshal
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Commerciële recreatie
Locatusbranche Escape room , Bowling , Biljart/Pool , Binnenspeeltuin en Amusement overig.
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
47
A1. Analyse
per
type voorziening | Openbaar groen
Legenda:
Niet-gemeentelijk
Subtype
Definiëring t. b. v. Nulmeting BRO*
Categorie
Voornaamste financieringsstroom
Lokaal park
Openbare parken , via: Open Streetmap
Gemeentelijk
Kostenverhaal
Groenpercentage
Percentage van groen , via:
Gemeentelijk
Kostenverhaal
Gemeentelik
Klimaateffectatlas
*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
48
A1. Analyse
per
type voorziening | Sport en spel
Legenda:
Niet-gemeentelijk
Subtype
Definiëring t. b. v. Nulmeting BRO*
Categorie
Voornaamste financieringsstroom
Sportveld
Open Streetmap , MulierInstituut en terugkoppeling gemeente
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Sporthal
MulierInstituut en terugkoppeling gemeente Cultuur
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Stedelijk sportpark
MulierInstituut en terugkoppeling
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Gemeentelijk
gemeente
Zwembad
Locatus branche Zwembad
Gemeentelijk
Gemeentefondsuitkering
Overdekte speeltuin
Locatusbranches Binnenspeeltuin en Trampolinepark
Niet-gemeentelijk
Commerciële exploitatie
Speeltuin
Input gemeente conform BRO
Gemeentelijk
Kostenverhaal
*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
49
A2. Nadere analyse voorzieningen | Semi-gemeentelijke voorzieningen
*Legenda:
#
Type
Subtypen
Zorg en
Huisarts-
welzijn
praktijk
Tandartspraktijk
Fysiot-
Apotheken
herapie
Buurt-
Buiten-
huizen
schoolse
Kinderdagv erblijf
Niet-gemeentelijk
Gast-
ouders
Gemeentelijk
Consultatie bureau
Semi-gemeentelijk
Verloskundi ge praktijk
GGZ
opvang
Onderwijs
Primair
Onderwijs
Voortgezet
Speciaal
Speciaal
Onderwijs
primair
voortgezet
onderwijs
onderwijs
Detailhandel
Supermarkt
Supermarkt
Supermarkt
Overig
< 150m2
150-500 m2
> 500 m2
dagelijks
Horeca
Restaurant
Café
Cafetaria
Koffiezaak
Drogist
Recreatief
Doelgericht
Lunchroom
Bezorg-
Hotel
dienst Cultuur en
Museum
Theater
recreatie
Bibliotheek
Bioscoop
Casino
Commer-
ciële recreatie
Openbaar
Lokaal park
Groenpercentage
Sportveld
Sporthal
groen
Sport en
spel
Stedelijk sportpark
Zwembad
Overdekte speelplek
Speeltuin
*Aanvullend op de rapportage uitgevoerd door BRO is er een onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke en niet-gemeentelijke investeringen die is gemaakt van voorzieningen die aan te merken zijn als semi-gemeentelijk en waarvoor ,
eventueel ook publiek-private samenwerking mogelijk is , omdat private organisaties hiervan kunnen profiteren. © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
50
A3. Woningbouwopgave | Ontwikkelstrategie ambitie 2022 tot 2040 (incl. knopen)
Woningbouwopgave
Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen c. a. Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre Cranendonck Heeze-Leende Valkenswaard Bergeijk Bladel Eersel Reusel-De Mierden Asten Deurne Gemert-Bakel Laarbeek Someren Totaal
per
MRE-gemeente Ontwikkelstrategie ambitie 2022 tot 2040 3. 420 31. 960 2. 255 13. 185 2. 420 1. 335 750 5. 090 1. 585 4. 510 905 1. 935 1. 480 1. 620 6. 535 1. 020 2. 165 8. 555 4. 035 2. 990 2. 550 100. 300
Bron: ‘Opgave herijking woondeal’ , ontwikkelstrategie ambitie 2022 tot 2040 (incl. knopen) © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
51
A4. Uitgangspunten geschatte investeringsopgave | Regionale voorzieningen
1 Categorie #Voorziening
Voorziening
46Onderwijs MBO 47Onderwijs HBO 48Onderwijs Universiteit 49Zorg en welzijn Specialistisch zorgcentrum 50Zorg en welzijn Ziekenhuis 51Horeca Michelin Restaurant 52Horeca Nachtclub 53Openbaar groen Recreatief water Subtotaal regionale investeringen
Investering Gemeentelijk/ Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk
2
3
Behoefte Indicatieve VoorMaatvoering zieningen (#)p. voorz. (m² GBO) 7 1 -
7 4 1 1 5
1 2. 000 2 5. 000 3 0. 000 1 1. 500 2 7. 700 160 550 n. a.
4
5
Kavel Opp.
GrondBouwBouwk. kostenkosten p. incl. (€000) m² bvobijk. kst.
Totale bouwkosten
Investeringsopgave
Toelichting
90. 323 26. 596
180. 645 53. 191
27. 097 7. 979
•1
-
-
-
Behoefte aantal absolute voorzieningen op basis van de Nulmeting voorzieningen Metropoolregio Eindhoven door onderzoeksbureau BRO.
•
2
Indicatieve maatvoering gebruikersoppervlakte (GBO) per voorziening.
•3
Kolom 1 maal kolom 2.
•4
Behoefte BVO gedeeld door FSI van 05. Zie voor nadere toelichting bijlage A6.
•5
Kolom 4 maal grondprijs van € 150 per m². Zie voor nadere toelichting bijlage A6.
•6
Directe bouwkosten conform het Bouwkostenkompas inclusief opslag voor bijkomende kosten mede conform Bouwkostenkompas (257%). Tot de bijkomende kosten behoren onder andere planontwikkelingskosten aansluitkosten gemeentelijke heffingen verzekeringen en verkoopkosten.
Totale behoefteVormBehoefte m² GBOfactor BVO 84. 000 25. 000 80. 500 110. 800 160 550
093 , 094 , 094 , 090 , 088 , 093 , 092 ,
-
n. a.
-
301. 010
89. 944 125. 909 173 598
179. 888 251. 818 346 1 . 196
6
7
(€000)
2. 555 2. 782 2. 762 3. 494 4. 207 1. 963 2. 620
2 30. 818 73. 982
2 57. 914 81. 961
26. 983 37. 773 52 1 79
2. 033 2. 213 2. 197 2. 780 3. 347 1. 562 2. 084
-
-
n . a.
n .a.
-
n. a.
n. a.
-
333. 542
667. 085
100. 062. 705
3 14. 306 5 29. 722 340 1. 566
3 41. 289 5 67. 495 392 1. 745 -
1. 250. 797
,
,
,
,
,
,
•7
Bronnen: Bouwkostenkompas , Nulmeting © 2025 Deloitte The Netherlands
,
Kolom 6 maal vierkante meters BVO.
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
52
A5. Uitgangspunten geschatte investeringsopgave | Voorzieningen (1/2)
2 Indicatieve investeringsopgave o. b. v. huidig voorzieningenniveau 1 Investering Behoefte Indicatieve Categorie Gemeentelijk/ VoorMaatvoering #Voorziening Voorziening Niet-gemeentelijk zieningen (#)p. voorz. (m² GBO) 1 Zorg en welzijn Buurthuizen Gemeentelijk 2 Zorg en welzijn GGZ Niet-gemeentelijk 3 Zorg en welzijn Huisartspraktijk Niet-gemeentelijk 4 Zorg en welzijn Kinderdagverblijven Niet-gemeentelijk 5 Zorg en welzijn Fysiotherapie Niet-gemeentelijk 6 Zorg en welzijn Buitenschoolse opvang Niet-gemeentelijk 7 Zorg en welzijn Tandartspraktijk Niet-gemeentelijk 8 Zorg en welzijn Consultatiebureau Gemeentelijk 9 Zorg en welzijn Apotheken Niet-gemeentelijk 10Zorg en welzijn Verloskundige praktijk Niet-gemeentelijk 11Zorg en welzijn Gastouders Niet-gemeentelijk 12Sport en spel Zwembad Gemeentelijk 13Sport en spel Sporthal Gemeentelijk 14Sport en spel Sportveld Gemeentelijk 15Sport en spel Speeltuin Gemeentelijk 16Sport en spel Overdekte speelplek Niet-gemeentelijk 17Sport en spel Stedelijk sportpark Gemeentelijk 18Sport en spel Clubhuis Gemeentelijk 19Openbaar groen Lokaal park Gemeentelijk 20Openbaar groen Groenpercentage Gemeentelijk 21Onderwijs Primair onderwijs Gemeentelijk 22Onderwijs Voortgezet onderwijs Gemeentelijk 23Onderwijs Speciaal voortgezet onderwijsGemeentelijk 24Onderwijs Speciaal primair onderwijs Gemeentelijk 25Horeca Hotel Niet-gemeentelijk 26Horeca
Restaurant Niet-gemeentelijk 27Horeca Cafetaria Niet-gemeentelijk 28Horeca Café Niet-gemeentelijk 29Horeca Lunchroom Niet-gemeentelijk 30Horeca Bezorgdienst Niet-gemeentelijk 31Horeca Koffiezaak Niet-gemeentelijk 32Detailhandel Detailhandel doelgericht Niet-gemeentelijk 33Detailhandel Supermarkt > 500 Niet-gemeentelijk 34Detailhandel Overig dagelijks Niet-gemeentelijk 35Detailhandel Drogist Niet-gemeentelijk 36Detailhandel Detailhandel recreatief Niet-gemeentelijk 37Detailhandel Supermarkt 150-500 Niet-gemeentelijk 38Detailhandel Supermarkt < 150 m² Niet-gemeentelijk 39Detailhandel Supermarkt totaal Niet-gemeentelijk 40Cultuur en recreatieMuseum Gemeentelijk 41Cultuur en recreatieTheater Gemeentelijk 42Cultuur en recreatieCommerciële recreatie Niet-gemeentelijk 43Cultuur en recreatieCasino Niet-gemeentelijk 44Cultuur en recreatieBibliotheek Gemeentelijk 45Cultuur en recreatieBioscoop Niet-gemeentelijk Subtotaal investeringen excl. regionale voorzieningen
Bronnen: Bouwkostenkompas , Nulmeting © 2025 Deloitte The Netherlands
40 8 37 66 69 68 35 8 15 8 142 5 14 226 301 2 5 5 24 46 8 4 4 13 129 98 51 27 30 6 17 34 108 27 13 8 8 50 10 6 9 2 4 2
900 2. 000 325 120 125 120 125 350 60 40 -
2. 000 1. 500 6. 084 200 1. 250 3 0. 418 200 1. 000 n. a.
1. 510 8. 000 8. 000 1. 510 5. 000 160 65 95 95 40 75 2. 000 1. 350 60 215 225 325 125
n. a.
3. 000 2. 500 1. 000 3. 500 1. 075 2. 000
3 Totale behoefteVormBehoefte m² GBOfactor BVO 36. 000 16. 000 12. 025 7 .920 8 .625 8 .160 4 .375 2 .800 900 320
-
10. 000 21. 000 1. 374. 871 60. 200 2 .500 152. 088 1 .000 24. 000
-
69. 451 64. 000 32. 000 6 .039 65. 000 20. 640 6 .370 4 .845 2 .565 1 .200 450 34. 000 45. 900 6 .480 5 .805 2 .925 2 .600 1 .000
-
30. 000 15. 000 9 .000 7 .000 4 .300 4 .000 2. 183. 354
095 , 093 , 091 , 088 , 091 , 088 , 091 , 091 , 091 , 091 , 088 , 092 , 094 , 100 , 100 , 094 , 100 , 094 , 100 , 100 , 092 , 095 , 095 , 092 , 094 , 093 , 093 , 093 , 093 , 095 , 093 , 097 , 095 , 094 , 094 , 096 , 095 , 095 , 095 , 092 , 091 , 092 , 095 , 095 , 089 ,
37. 895 17. 204 13. 214 9 . 000 9 . 478 9 . 273 4 . 808 3 . 077 989 352 -
10. 870 22. 340 1. 374. 871 60. 200 2 . 660 152. 088 1 . 064 24. 000 -
75. 490 67. 368 33. 684 6 . 564 69. 395 22. 314 6 . 886 5 . 238 2 . 773 1 . 263 486 35. 052 48. 316 6 . 894 6 . 176 3 . 047 2 . 737 1 . 053 -
32. 609 16. 484 9 . 783 7 . 368 4 . 526 4 . 520 2. 223. 406
4 Kavel Opp.
75. 789 34. 409 26. 429 18. 000 18. 956 18. 545 9 .615 6 .154 1 .978 703
-
21. 739 44. 681 1. 374. 871 60. 200 5 .319 152. 088 1 .064 24. 000
-
150. 980 134. 737 67. 368 13. 129 138. 790 44. 627 13. 773 10. 476 5 .546 2 .526 973 70. 103 96. 632 13. 787 12. 351 6 .094 5 .474 2 .105
-
65. 217 32. 967 19. 565 14. 737 9 .053 9 .040 2. 834. 589
5 6 GrondBouwBouwk. kostenkosten p. incl. (€000) m² bvobijk. kst. 11. 368 5. 161 3. 964 2. 700 2. 843 2. 782 1. 442 9 23 2 97 1 05
-
3. 261 6. 702 48. 120 2. 107 7 98 5. 323 1 60 8 40
-
22. 647 20. 211 10. 105 1. 969 20. 819 6. 694 2. 066 1. 571 8 32 3 79 1 46 10. 515 14. 495 2. 068 1. 853 9 14 8 21 3 16
-
9. 783 4. 945 2. 935 2. 211 1. 358 1. 356 239. 905
2. 051 1. 967 2. 076 1. 789 2. 076 1. 789 2. 076 1. 948 2. 076 2. 076 1. 789 3. 550 1. 593 59 295 2. 099 59 1. 395 39 13 1. 751 1. 758 1. 858 1. 858 1. 975 1. 562 1. 562 1. 562 1. 562 763 1. 562 911 763 1. 348 1. 348 1. 863 763 763 763 2. 898 2. 742 2. 047 2. 034 2. 303 2. 283
2. 578 2. 473 2. 610 2. 249 2. 610 2. 249 2. 610 2. 449 2. 610 2. 610 2. 249 4. 462 2. 002 74 371 2. 638 74 1. 754 49 16 2. 201 2. 209 2. 336 2. 336 2. 482 1. 963 1. 963 1. 963 1. 963 959 1. 963 1. 145 959 1. 694 1. 694 2. 342 959 959 959 3. 642 3. 447 2. 573 2. 557 2. 895 2. 870
7 Totale bouwkosten 97. 697 42. 538 34. 483 20. 239 24. 733 20. 852 12. 546 7. 534 2. 581 918
-
48. 504 44. 734 1 01. 756 22. 323 7. 017 11. 256 1. 865 1. 177
-
1 66. 154 1 48. 829 78. 670 15. 331 1 72. 249 43. 811 13. 521 10. 284 5. 445 1. 211 955 40. 138 46. 339 11. 676 10. 460 7. 135 2. 625 1. 010
-
1 18. 766 56. 814 25. 171 18. 839 13. 103 12. 971 1. 524. 261
Investeringsopgave
(€000)
1 09. 065 47. 699 38. 447 22. 939 27. 577 23. 634 13. 988 8. 457 2. 878 1. 023
Toelichting •1
Behoefte aantal absolute voorzieningen op basis van de Nulmeting voorzieningen Metropoolregio Eindhoven door onderzoeksbureau BRO.
•
2
Indicatieve maatvoering gebruikersoppervlakte (GBO) per voorziening.
•3
Kolom 1 maal kolom 2.
•4
Behoefte BVO gedeeld door FSI van 05. Zie voor nadere toelichting bijlage A6.
•5
Kolom 4 maal grondprijs van € 150 per m². Zie voor nadere toelichting bijlage A6.
•6
Directe bouwkosten conform het Bouwkostenkompas inclusief opslag voor bijkomende kosten mede conform Bouwkostenkompas (257%). Tot de bijkomende kosten behoren onder andere planontwikkelingskosten aansluitkosten gemeentelijke heffingen verzekeringen en verkoopkosten.
-
51. 765 51. 437 1 49. 876 24. 430 7. 815 16. 579 2. 025 2. 017 -
1 88. 801 1 69. 039 88. 775 17. 300 1 93. 068 50. 505 15. 587 11. 856 6. 276 1. 590 1. 101 50. 654 60. 834 13. 745 12. 313 8. 049 3. 446 1. 325
,
,
,
,
,
,
•7
,
Kolom 6 maal vierkante meters BVO.
-
1 28. 549 61. 759 28. 106 21. 050 14. 461 14. 326 1. 764. 166
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
53
A5. Uitgangspunten geschatte investeringsopgave | Voorzieningen (2/2)
Indicatieve investeringsopgave o. b. v. landelijk gemiddelde Investering Categorie Gemeentelijk/ #Voorziening Voorziening Niet-gemeentelijk 1 Zorg en welzijn Buurthuizen Gemeentelijk 2 Zorg en welzijn GGZ Niet-gemeentelijk 3 Zorg en welzijn Huisartspraktijk Niet-gemeentelijk 4 Zorg en welzijn Kinderdagverblijven Niet-gemeentelijk 5 Zorg en welzijn Fysiotherapie Niet-gemeentelijk 6 Zorg en welzijn Buitenschoolse opvang Niet-gemeentelijk 7 Zorg en welzijn Tandartspraktijk Niet-gemeentelijk 8 Zorg en welzijn Consultatiebureau Gemeentelijk 9 Zorg en welzijn Apotheken Niet-gemeentelijk 10Zorg en welzijn Verloskundige praktijk Niet-gemeentelijk 11Zorg en welzijn Gastouders Niet-gemeentelijk 12Sport en spel Zwembad Gemeentelijk 13Sport en spel Sporthal Gemeentelijk 14Sport en spel Sportveld Gemeentelijk 15Sport en spel Speeltuin Gemeentelijk 16Sport en spel Overdekte speelplek Niet-gemeentelijk 17Sport en spel Stedelijk sportpark Gemeentelijk 18Sport en spel Clubhuis Gemeentelijk 19Openbaar groen Lokaal park Gemeentelijk 20Openbaar groen Groenpercentage Gemeentelijk 21Onderwijs Primair onderwijs Gemeentelijk 22Onderwijs Voortgezet onderwijs Gemeentelijk 23Onderwijs Speciaal voortgezet onderwijsGemeentelijk 24Onderwijs Speciaal primair onderwijs Gemeentelijk 25Horeca Hotel Niet-gemeentelijk 26Horeca Restaurant Niet-gemeentelijk 27Horeca Cafetaria Niet-gemeentelijk 28Horeca Café
Niet-gemeentelijk 29Horeca Lunchroom Niet-gemeentelijk 30Horeca Bezorgdienst Niet-gemeentelijk 31Horeca Koffiezaak Niet-gemeentelijk 32Detailhandel Detailhandel doelgericht Niet-gemeentelijk 33Detailhandel Supermarkt > 500 Niet-gemeentelijk 34Detailhandel Overig dagelijks Niet-gemeentelijk 35Detailhandel Drogist Niet-gemeentelijk 36Detailhandel Detailhandel recreatief Niet-gemeentelijk Supermarkt 150-500 37Detailhandel Niet-gemeentelijk 38Detailhandel Supermarkt < 150 m² Niet-gemeentelijk 39Detailhandel Supermarkt totaal Niet-gemeentelijk 40Cultuur en recreatieMuseum Gemeentelijk 41Cultuur en recreatieTheater Gemeentelijk 42Cultuur en recreatieCommerciële recreatie Niet-gemeentelijk 43Cultuur en recreatieCasino Niet-gemeentelijk 44Cultuur en recreatieBibliotheek Gemeentelijk 45Cultuur en recreatieBioscoop Niet-gemeentelijk Subtotaal investeringen excl. regionale voorzieningen
Bronnen: Bouwkostenkompas , Nulmeting © 2025 Deloitte The Netherlands
1 2 Behoefte Indicatieve VoorMaatvoering zieningen (#)p. voorz. (m² GBO) -
70 60 275 88 32 35 2 14 61 499 8 -
301 79 5 -
24 77 42 -
21 63 154
-
31 73 15 57 12 196 31 13 14 42 68 9 6 9 1 13 -
900 2. 000 325 120 125 120 125 350 60 40 -
2. 000 1. 500 6. 084 200 1. 250 3 0. 418 200 1. 000 n. a.
3 Totale behoefteVormBehoefte m² GBOfactor BVO -
139. 000 19. 338 33. 000 10. 938 3 .840 4 .375 700 840 2 .440 -
16. 000
-
60. 200 98. 750 152. 088
-
24. 000
-
1. 510 8. 000 8. 000 1. 510 5. 000 160 65 95 95 40 75 2. 000 1. 350 60 215 225 325 125
116. 255 336. 000
n. a.
-
3. 000 2. 500 1. 000 3. 500 1. 075 2. 000
27. 000 15. 000 9 .000 3 .500 13. 975
-
31. 706 315. 000 24. 640
-
2 .898 2 .900 1 .088 114. 000 16. 200 11. 730 6 .558 2 .925 4 .388 5 .250
-
1. 625. 518
095 , 093 , 091 , 088 , 091 , 088 , 091 , 091 , 091 , 091 , 088 , 092 , 094 , 100 , 100 , 094 , 100 , 094 , 100 , 100 , 092 , 095 , 095 , 092 , 094 , 093 , 093 , 093 , 093 , 095 , 093 , 097 , 095 , 094 , 094 , 096 , 095 , 095 , 095 , 092 , 091 , 092 , 095 , 095 , 089 ,
-
1 49. 462 21. 250 37. 500 12. 019 4. 364 4. 808 769 923 2. 681 -
17. 391
-
4 Kavel Opp.
5 Grondkosten (€000)
-
-
2 98. 925 42. 500 75. 000 24. 038 8. 727 9. 615 1. 538 1. 846 5. 363 -
34. 783 -
44. 839 6 . 375 11. 250 3 . 606 1 . 309 1 . 442 231 277 804 -
5 . 217 -
60. 200 1 05. 053 1 52. 088
60. 200 2 10. 106 1 52. 088
2 . 107 31. 516 5 . 323
-
-
-
24. 000
-
24. 000 -
840 -
1 26. 364 3 53. 684
2 52. 727 7 07. 368
37. 909 106. 105
-
-
-
34. 463 3 36. 299 26. 638
68. 926 6 72. 598 53. 276
10. 339 100. 890 7 . 991
-
-
-
-
-
-
3. 132 3. 053 1. 176 1 17. 526 17. 053 12. 479 6. 976 3. 047 4. 618 5. 526
6. 265 6. 105 2. 351 2 35. 052 34. 105 24. 957 13. 952 6. 094 9. 237 11. 053
940 916 353 35. 258 5 . 116 3 . 744 2 . 093 914 1 . 386 1 . 658
-
-
-
29. 348 16. 484 9. 783 3. 684 14. 711
58. 696 32. 967 19. 565 7. 368 29. 421
8 . 804 4 . 945 2 . 935 1 . 105 4 . 413
-
1. 718. 550
-
3. 200. 813
-
452. 949
6 Bouw- Bouwk. kosten p. incl. m² bvobijk. kst. 2. 051 1. 967 2. 076 1. 789 2. 076 1. 789 2. 076 1. 948 2. 076 2. 076 1. 789 3. 550 1. 593 59 295 2. 099 59 1. 395 39 13 1. 751 1. 758 1. 858 1. 858 1. 975 1. 562 1. 562 1. 562 1. 562 763 1. 562 911 763 1. 348 1. 348 1. 863 763 763 763 2. 898 2. 742 2. 047 2. 034 2. 303 2. 283
2. 578 2. 473 2. 610 2. 249 2. 610 2. 249 2. 610 2. 449 2. 610 2. 610 2. 249 4. 462 2. 002 74 371 2. 638 74 1. 754 49 16 2. 201 2. 209 2. 336 2. 336 2. 482 1. 963 1. 963 1. 963 1. 963 959 1. 963 1. 145 959 1. 694 1. 694 2. 342 959 959 959 3. 642 3. 447 2. 573 2. 557 2. 895 2. 870
7 Totale bouwkosten
Investerings-
-
-
3 69. 549 55. 453 84. 329 31. 365 9. 813 12. 546 1. 884 2. 409 6. 997 -
77. 606 -
opgave
(€000)
4 14. 387 61. 828 95. 579 34. 970 11. 122 13. 988 2. 114 2. 686 7. 801 -
-
-
3 16. 036 8 87. 456
-
-
80. 488 8 34. 746 52. 302
90. 827 9 35. 636 60. 293
-
-
7. 090 3. 844 2. 661 1 69. 840 21. 471 24. 880 13. 909 8. 049 5. 815 6. 958
-
-
1 06. 889 56. 814 25. 171 9. 420 42. 585
1 15. 694 61. 759 28. 106 10. 525 46. 998
-
2
Indicatieve maatvoering gebruikersoppervlakte (GBO) per voorziening.
•3
Kolom 1 maal kolom 2.
•4
Behoefte BVO gedeeld door FSI van 05. Zie voor nadere toelichting bijlage A6.
•5
Kolom 4 maal grondprijs van € 150 per m². Zie voor nadere toelichting bijlage A6.
•6
Directe bouwkosten conform het Bouwkostenkompas inclusief opslag voor bijkomende kosten mede conform Bouwkostenkompas (257%). Tot de bijkomende kosten behoren onder andere planontwikkelingskosten aansluitkosten gemeentelijke heffingen verzekeringen en verkoopkosten.
,
,
,
-
6. 150 2. 928 2. 308 1 34. 582 16. 355 21. 137 11. 816 7. 135 4. 429 5. 300
3. 443. 916
•
2. 017
2 78. 127 7 81. 351
-
Behoefte aantal absolute voorzieningen op basis van de Nulmeting voorzieningen Metropoolregio Eindhoven door onderzoeksbureau BRO.
-
24. 430 3 08. 693 16. 579
-
•1
82. 823
22. 323 2 77. 177 11. 256 1. 177
Toelichting
,
,
,
•7
,
Kolom 6 maal vierkante meters BVO.
-
3. 896. 865
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
54
A6. Grondkostenberekening
Introductie •
Bij het bepalen van de grondkosten (van de investeringsopgave in scope , zie bijlage A5 ‘Uitgangspunten geschatte investeringsopgave’) is de volgende formule gehanteerd: Grondkosten = maatschappelijke grondprijs per vierkante meter * (BVO / FSI)
Maatschappelijke grondprijs •
In de dagelijkse vastgoedpraktijk wordt de grondwaarde voor (maatschappelijke) voorzieningen , gelet op de aard en de omvang van de voorzieningen , vaak per specifiek object getaxeerd (‘residuele methode’ of ‘comparatieve methode’). Naast dit maatwerk wordt bij maatschappelijke voorzieningen veelal een vaste , ‘maatschappelijke grondprijs’ per vierkante meter gehanteerd.
•
Jaarlijks publiceren gemeenten de vaste grondprijs per vierkante meter in een zogenoemde grondprijzenbrief , als uitwerking van het gemeentelijk grondbeleid.
•
Binnen de MRE werkt een groot aantal gemeenten met een vaste grondprijs voor maatschappelijke voorzieningen. Hierbij wordt in bepaalde gemeenten onderscheid gemaakt tussen ‘maatschappelijke functies zonder winstoogmerk’ en ‘maatschappelijke functies met winstoogmerk’. Dit onderscheid lijkt (grotendeels) vergelijkbaar te zijn met het onderscheid tussen ‘gemeentelijke voorzieningen’ en
‘niet-gemeentelijke voorzieningen’ (p. 11). •
Op basis van een analyse van de grondprijzenbrieven van de gemeenten binnen de MRE en cijfers van de NVM en het CBS , is een gemiddelde bandbreedte van tot € 20000 € 15000 , , per vierkante meter als vaste grondprijs voor ‘maatschappelijke functies zonder winstoogmerk’ gehanteerd
© 2025 Deloitte The Netherlands
Brutovloeroppervlakte (‘BVO’) •
Op basis van ervaringen uit de dagelijkse vastgoedpraktijk is een indicatieve maatvoering in m² gehanteerd per voorziening , en een vormfactor (GBO/BVO) per voorziening (Conform p. 12). De vormfactoren zijn afkomstig van BouwkostenKompas.
Floor Space Index (‘FSI’) •
Bij het bepalen van de vaste grondprijs per vierkante meter , kan gebruik gemaakt worden van de Floor Space Index (‘FSI’). Bij deze dichtheidsmaat wordt het totale brutovloeroppervlakvan een gebouw (BVO) gedeeld door het oppervlak van het (bijbehorende) terrein waarop het gebouw (met verdiepingen) staat. Op basis van de RUDIFUN-dataset* is een FSI geschat van 05, voor (gebouwde) maatschappelijke voorzieningen in de MRE-gemeenten. FSI = Bruto vloeroppervlakte (BVO) / Terreinoppervlakte
•
Gezien de aard en omvang van de categorieën ‘Sport en spel’ en ‘Openbaar groen’ , die gekenmerkt worden door een relatief grote oppervlakte aan grond en een relatief lage oppervlakte aan bebouwing , wordt niet gekozen voor de FSI. In de Nulmeting van BRO zijn deze voorzieningen reeds uitgedrukt in een grondoppervlaktemaat. Voor deze gevallen kan worden uitgegaan van een grondprijs (verwerving en bouwrijp maken) van gemiddeld € 3500 , per vierkante meter (conform Bouwkostenkompas
GWW). *De RUDIFUN-dataset is een dataset
van het Planbureau voor de Leefomgeving , waarin de berekening van ruimtelijke dichtheden in Floor Space Index is berekend opbasisvandegebruiksoppervlaktesindeBasisregistratie
AdressenenGebouwen(BAG)endebouwblokkendiezijnafgeleiduitdeBasisregistratieGrootschaligeTopografie (BGT)endeBasisregistratieTopografie(BRT). ,
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
55
A7. Verdieping exploitatiekosten
en
-subsidies
Verdieping exploitatiekosten en -subsidies •
Door ons is een analyse uitgevoerd van de begrotingen van de 21 MRE-gemeenten op de lasten (en baten) van de gemeentelijke voorzieningen op het gebied van onderwijs , sport en cultuur , ofwel een verdieping op de exploitatieaspecten van de
‘gemeentelijke investeringsopgave’. •
Gebleken is dat exploitatiesubsidies in de meeste gevallen niet als zodanig uit de (openbare weergaven van de) begrotingen zijn te halen.
•
Het totaal aan (netto) lasten op onderwijs , sport en cultuur –en vervolgens een benadering van de verwachte groei daarvan –zou een relevant beeld kunnen geven van de opgaven waar de gemeenten voor staan. Het gaat dan om de lasten van personeel , subsidies , onderhoud , etc. , exclusief de kapitaallasten.
•
De kapitaallasten van investeringen zijn echter onderdeel van de in de openbare begrotingen weergegeven (netto) lasten op onderwijs , sport en cultuur. Dit bemoeilijkt het verkrijgen van het gewenste inzicht in de (overige) exploitatielasten op onderwijs , sport en cultuur.
•
Omdat de kapitaallasten onderdeel zijn van de in de openbare begrotingen weergegeven (netto) lasten , is hetniet mogelijk gebleken een goed beeld te krijgen van de opgave van de MRE-gemeenten ten aanzien van exploitatiekosten en –subsidies , los van de investeringen en gemoeide kapitaallasten.
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscanbekostiging voorzieningen
56
A8. Verdieping effecten gemeentefondsuitkering | Effecten aanvullende groei (1/3)
Toelichting effecten extra uitkering •
•
•
•
Jaarlijkse extra uitkering (10% vrije ruimte) (€)
Jaarlijkse extra uitkering (20% vrije ruimte) (€)
2024
685. 169
1. 370. 339
2025
1. 370. 339
2. 740. 678
2026
2. 055. 508
4. 111. 016
2027
2. 740. 678
5. 481. 355
2028
3. 425. 847
6. 851. 694
2029
4. 111. 016
8. 222. 033
2030
4. 796. 186
9. 592. 372
2031
5. 481. 355
10. 962. 710
2032
6. 166. 525
12. 333. 049
2033
6. 851. 694
13. 703. 388
2034
7. 536. 863
15. 073. 727
2035
8. 222. 033
16. 444. 066
2036
8. 907. 202
17. 814. 404
2037
9. 592. 372
19. 184. 743
2038
10. 277. 541
20. 555. 082
2039
10. 962. 710
21. 925. 421
2040
11. 647. 880
23. 295. 760
In de periode van 2024 tot 2040 wordt rekening gehouden met een geleidelijke groei van het aantal inwoners in de gemeente , wat leidt tot een toenemende aanvullende uitkering vanuit het Gemeentefonds. Deze uitkering is lineair berekend.
Jaar
In de tabel hiernaast is de groei op lineaire wijze en zal in de loop der jaren oplopen tot een jaarlijkse bandbreedte van 116, tot 233, miljoen euro , waarbij een bandbreedte van 10% tot 20% vrij besteedbare ruimte is toegepast , na correctie voor lastengroei. Deze 10% tot 20% is een ervaringscijfer vanuit onderzoek bij/door twee andere (middel)grote gemeenten en kunnen we op verzoek nader toelichten. Door de jaarlijkse extra uitkering te beschouwen als afschrijvingsbedrag , inclusief een marktconforme rente , ontstaat er investeringsruimte voor gemeenten binnen de MRE. Uit ervaringscijfers van andere gemeenten blijkt dat de jaarlijkse lasten van investeringen in maatschappelijke voorzieningen ongeveer 10% zijn van de investering. Dit bestaat uit kapitaallasten (rente + afschrijving) en overige exploitatiekosten. Via deze benadering kan een jaarlijkse extra uitkering van € 116, miljoen. tot € 233, miljoen. (prijspeil 2040) voor € 116 miljoen. tot € 233 miljoen. aan investeringen dekken op MRE-niveau. Dit stelt gemeenten in staat om te investeren in belangrijke voorzieningen en infrastructuur die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de behoeften van de groeiende bevolking. Aandachtspunt is dat de stijging van de uitkering geleidelijk plaatsvindt. Dat betekent dat bij vroege investeringen de kosten eerder in de tijd liggen dan de baten.