Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
,
Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge archeologische verwachting heeft betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. ,
25 Louwe Kooijmans et al. , 2005. 26 Louwe Kooijmans et al. , 2005. 27 Renes , 1999.
21630. 002 versie 2
15 / 20
Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als bouwland en in het oosten is het plangebied bebouwd. Door ploegen en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden die vanaf het maaiveld worden verwacht mogelijk verloren zijn gegaan. ,
,
2. 9
Conclusie bureauonderzoek
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting is er een lage tot middelhoge verwachting op het aantreffen van resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum. Voor het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen is er een middelhoge kans op het aantreffen van archeologische resten. Voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd is er een lage archeologische verwachting. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek verkennende fase door middel van boringen. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met als doel om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Ook dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn. ,
,
,
21630. 002 versie 2
16 / 20
8
Econsultancy
3
INVENTARISEREND
Doelstelling
3.1
VELDONDERZOEK
onderzoeksvragen
en
(IVO-overig,
Het inventariserend veldonderzoek
gische verwachting antwoorden de
aan
te vinden op
gevolgen zijn van
te
vullen wat de
het in het
en
te
toetsen
bodemopbouw
verkennende
fase)
door
van
middel
is binnen het
heeft tot doel
plangebied aangetroffen bodemprofiel
gespecificeerde
archeolo-
Het veldonderzoek
heeft tot
doel
Ook dient te worden
vastgesteld
wat
boringen.
plangebied.
de
voor
de
gespecificeerde archeologische
verwachting.
3.2
Methoden
Het inventariserend veldonderzoek caat
grond
op
(KNA, mei
van
de
BRL SIKB 4000
versie 4.1, 19-02-2018 door
2023
is
uitgevoerd (KNA,
2023. Het
versie 4.1,
vorm
van
een
19-02-2018)
protocol 4003), specificatie VSO3.
verkennend
en
booronderzoek, onder certifi-
Kwaliteitsnorm
Nederlandse
Archeologie
Voor het inventariserend veldonderzoek
is op
15
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) mei
in de
gehele plangebied
was
an
van
Aanpak
{PvA}
opgesteld.
Het
veldwerk
Is
uitgevoerd
op
vrij toegankelijk.
boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. In totaal zijn er met behulp van een Edelmanboor (diameter 7 cm) 7 boringen tot maximaal 1,10 m -mv gezet. De boringen zijn lithologisch volgens de Archeologische De
Standaard
den).
Van
Boorbeschrijvingsmethode beschreven.°”® De boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waaralle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).
Aan de hand
van
het
naar
verkleuringen.
Het
leem
3.3
in hoeverre
er
sprake
is van
een
gaaf bodemprofiel.
de
van
archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand
Resultaten
en
bodem
De resultaten basis
Tabel 3.1
28
is beoordeeld
bot.
en
Geologie Op
materiaal
aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemopgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd
Ook is gekeken
op het voorkomen
opgeboorde
van
van
deze
de
boringen zijn opgenomen in de vorm van boorstaten en worden in bijlage 7 weergegeven. boorprofielen kunnen de hoofdlijnen van de bodemopbouw als volgt worden weergegeven:
Hoofdlijn bodemopbouw boringen 1 t/m
4
Bosch, 2005.
21630.002
versie
2
IN Ö
R
DG uw
be Lr ©)
17/20
Diepte
Samenstelling
Interpretatie
040 , – 070 , m -mv
Matig fijn , zwak siltig , matig humeus , donker grijsbruin zand
Eerddek
100 , , m -mv – 110
Matig fijn , zwak siltig , geel zand
C-horizont
De bodemopbouw kan als volgt worden beschreven: Boringen 1 tot en met 4 welke in het grasland liggen hebben een vergelijkbare bodemopbouw. Allereerst komt tot 040 – 070 m -mv een laag van matig fijn zwak siltig matig humeus donker grijsbruin zand voor waarbij in boring 1 een scherpe overgang zichtbaar was. Deze laag kan worden geïnterpreteerd als eerddek. In boring 2 komt tussen de 050 en 060 m -mv een verploegde laag voor. Dit bestaat uit een mix van het eerddek en de Chorizont. De C-horizont bestaat uit matig fijn zwak siltig geel zand en is geïnterpreteerd als dekzandafzettingen die behoren tot de Formatie van Boxtel. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Figuur 3. 1. Boring 1 , te lezen van rechts naar links.
Tabel 3. 2
Hoofdlijn bodemopbouw boringen 5 t/m 7
Diepte
Samenstelling
Interpretatie
050 , – 080 , m -mv
Matig fijn , zwak siltig , matig humeus , donker grijsbruin zand
Restant eerddek met de top van de C-horizont
100 , m -mv
Matig fijn , zwak siltig , geel zand
C-horizont
De bodemopbouw kan als volgt worden beschreven: In boringen 5 tot en met 7 komt in de bovenste 050 tot 080 m -mv matig fijn zwak siltig matig humeus donker grijsbruin zand voor. De laag is bruin of geel gevlekt. In boring 1 komen in de bovenste 25 centimeter spikkels baksteen voor. Deze laag kan worden geïnterpreteerd als een restant eerddek met C-horizont erin vermengd. Hieronder zit de C-horizont van matig fijn zwak siltig geel zand. ,
,
21630. 002 versie 2
,
,
,
,
,
18 / 20
Figuur 3. 2. Boring 7 , te lezen van rechts naar links.
Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. ,
3. 4
Conclusie veldonderzoek
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. De in het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting kan voor het gehele plangebied behouden blijven.
4
CONCLUSIE EN ADVIES
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de aanwezigheid van een eerddek de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd.
21630. 002 versie 2
19 / 20
De aangetroffen bodemopbouw bestaat uit een eerddek met hieronder een C-horizont van dekzandafzettingen. In boringen 1 tot en met 4 begint deze C-horizont op 050 – 070 m -mv. In boringen 5 tot en met 7 is in de bovenste laag de top van de C-horizont opgenomen in het eerddek. Aangezien het alleen om de top gaat blijft de trefkans op archeologische sporen behouden. De gespecificeerde archeologische verwachting zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek is door het booronderzoek dan ook bevestigd. ,
,
,
,
,
Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is op grond van de gebruikte onderzoeksmethode geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Someren) die vervolgens het advies over neemt of niet. ,
,
,
Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Someren wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden dan blijft er volgens artikel 5. 10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap c. q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. ,
,
,
21630. 002 versie 2
,
,
20 / 20
LITERATUUR Berendsen H.J.A. 2008: Fysische Geografie van Nederland deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum Assen. ,
,
,
,
Bosch J.H.A. 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode NITG 05-043-A). ,
,
Versie 5. 2. Utrecht (TNO-rapport
,
,
Doesburg J. van M. de Boer J. Deeben B. J. Groenewoudt & T. de Groot (red.) 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort. (Nederlands Archeologische Rapporten 34). ,
,
,
,
,
Kortlang F. 2010: De Archeologiekaart van Someren. Een archeologische waardenmeente Someren. ArchAeO Eindhoven. ,
,
en beleidskaart voor
de ge-
,
Locher W. P. & H. de Bakker 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg Den Bosch. ,
,
,
Locher W. P. & H. de Bakker 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 2: Bodemgeografie. Malmberg Den Bosch. ,
,
,
Louwe Kooijmans. L.P. P. W. van den Broeke H. Fokkens & A. van Gijn (red.) 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam. ,
,
,
,
,
Maas G. P. van Delft & H. Heidema 2017: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50. 000. Wageningen Environmental Research Wageningen. ,
,
,
,
,
Mulder E. F. J. de M. C. Geluk I. L. Ritsema W. E. Westerhoff & T. E. Wong 2003 (red. ): De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff Groningen/Houten. ,
,
,
,
,
,
Pasteels L. 2021: Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Goede Vaart te Someren. Zuidnederlandse Archeologische Notitie 921 Amsterdam. ,
,
,
Renes J. 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma Leeuwarden. ,
,
,
Wageningen Environmental Research 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017) schaal 1:50. 000. ,
,
Weerden J. F. van der 2012: Someren Someren-Eind Plangebied ‘t Vaartje Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P). BAAC Rapport A-12.0153 Deventer. ,
,
,
,
21630. 002 versie 2
1 / 3
BRONNEN Archeologisch informatiesysteem Archis3 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) Amersfoort mei 2023. https://archis. cultureelerfgoed. nl ,
,
,
Archeologische basiskaart gemeente Someren internetsite september 2023. https://www. someren. nl/fileadmin/Someren/PDF_formulieren_producten/Beleidsnotas_en_beleidsregels/Milieu_en_water/Nota_archeologiebeleid_2 012/Archeologische_verwachtingen-_en_waardenkaart_2015. pdf ,
,
Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite mei 2023 http://www. beeldbank. cultureelerfgoed. nl ,
Brabant. nl; internetsite mei 2023. https://noord-brabant. maps. arcgis. com/apps/webappviewer/index. html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 ,
BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50. 000’ internetsite mei 2023. NGR/Wageningen Environmental Research (2018) ‘ https://nationaalgeoregister. nl/geonetwork/srv/dut/catalog. search;jsessionid=11F26FB095C4D0E1D6AC7C8A4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f. ,
,
BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000 internetsite mei 2023. NGR/Wageningen Environmental Research (2019) https://nationaalgeoregister. nl/geonetwork/srv/dut/catalog. search#/metadata/459231d0-7379-4f26-a4447616e1d888f0. ,
,
BRO - Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid) 2021: NGR/Wageningen Environmental Research. Beschikbaar op: https://nationaalgeoregister. nl/geonetwork/srv/dut/catalog. search#/metadata/757a7c50-540d-4105-9135-73f09f700743. ,
Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite http://www. brabant. nl/kaarten. aspx
.
,
mei 2023.
Dinoloket; internetsite mei 2023. http://www. dinoloket. nl/ ,
Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite mei 2023. http://www. ikme. nl/ ,
Kadaster Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); internetsite mei 2023. https://www. nationaalgeoregister. nl/geonetwork/srv/dut/catalog. search#/metadata/1c0dcc64-91aa-4d44a9e3-54355556f5e7. ,
21630. 002 versie 2
,
2 / 3