Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Boerenkamplaan 110 Someren-Eind Someren
RHO ADVISEURS DATUM
12-12-2024
IMRO IDN
NL.IMRO.0847.BP02023014-VS01
PROJECT
Boerenkamplaan
110 Someren-Eind
PROJECTLEIDER
(geanonimiseerd)
OPDRACHTGEVER
(geanonimiseerd)
PROJECTNUMMER
20211088.002
AUTEUR STATUS
(geanonimiseerd) ee vastgesteld
EIISELAIMER 9 Adviseurs
Ako
BV,
debiteren voorafgaande toesterrinvhg van Rho Ativiseurs
stenendfrdhed berudert vooregeven zover dit érukwwrksmertelijk aar voorenig ander toel dar waarvoor het vervaardigd. an
mw
AVG
Oner producten worden vrijgegeventontorm hekprotocol en emerrpetsoonsgegevensvan it het kwaliteitssysteem van worden. voorafgaand aan pubiieatie of bij mrlevering aan derden,
ij vo
derden
var Rio AaVvisnars BV ramen, emaltâdtes{ten) fn zefefoonnummer(s} van adviseur (sl, Zijnde
46
bk,
jo
BV,
ú
kern
in
Kormkorde, stoeten of
Dit rikoverrk mam
Zo7,der
zj
welke.
gereed.
i
ok zonder worden gebruikt
gewerkt met en/ot oaraten, In het In nèt beiangvan de: advisering en herkenbaan teid worden b kaart
fjert
van
de
© RHO ADVISEURS BV Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk , fotokopie , microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv , behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Stedenbouwkundig conceptplan
Bijlage 2
Stedenbouwkundig plan nader uitgewerkt
Bijlage 3
Berekening kwaliteitsverbetering
Bijlage 4
Aanmeldnotitie vormvrije m. e. r. -beoordeling
Bijlage 5
Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 7
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 8
Aanvullend bodemonderzoek boorpunt 06
Bijlage 9
Aanvullend bodemonderzoek diverse deellocaties
Bijlage 10
Watertoets
Bijlage 11
Memo stikstofdepositie
Bijlage 12
Berekening AERIUS stikstofdepositie aanlegfase
Bijlage 13
Berekening AERIUS stikstofdepositie gebruiksfase
Bijlage 14
Quickscan flora en fauna
Bijlage 15
Aanvullend onderzoek vleermuizen
Bijlage 16
Bomeninventarisatie
Bijlage 17
Getoonde presentatie omgevingsdialoog
Bijlage 18
Verslag omgevingsdialoog
Bijlagen toelichting
Bijlage 1
Stedenbouwkundig conceptplan
Boerenkamplaan 110 Stedenbouwkundig plan
24-4-2023
,
Someren-Eind
ADVISEURS
RHO
DATUM: 24-4-2023 PROJECT: Woningbouwontwikkeling
Boerenkamplaan 110
KLANT. (geanonimiseerd) \
PROJECTNUMMER: 20211088.001 STATUS: Definitief
RHO ADVISEURS Weena 505 3013 AL
-
Rotterdam
(Delftse Poort)
Rotterdam info@rho.nl 0102018555
Inhoud Inleiding
4
Analyse
6
Ruimtelijke structuur
11
Ruimtelijke uitganstpunten
14
Stedenbouwkundig plan
18
Beeldkwaliteit
30
INLEIDING Voor de
beoogde ontwikkeling heeft initiatiefnemer een principeverzoek inclusief schetsplan van mogelijke verkaveling (figuur 1) ingediend. De gemeente vindt woningbouw op deze locatie voorstelbaar mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Het gaat om onder andere de volgende randvoorwaarden: • het initiatief moet voldoen aan de gemeentelijk woonvisie met een aandeel • •
sociale woningbouw; het initiatief moet voldoen het initiatief moet voldoen van de openbare ruimte.
aan de Nota Parkeernormen van de gemeente; aan de
gemeentelijke eisen voor de inrichting
Daarnaast moet gemotiveerd worden waarom gebouwd wordt in het gebied ‘stedelijk afweegbaar’ en moet getoetst worden aan een goede ruimtelijke ordening. Tot slot moet de gewenste beeldkwaliteit vastgelegd worden en is een dialoog met de omgeving verplicht. In dit stedenbouwkundig plan wordt invulling gegeven aan een aantal van deze randvoorwaarden. De motivering en het uitvoeren van de daarvoor benodigde onderzoeken maken onderdeel uit van de te doorlopen planologische procedure. Figuur 1 Schetsplan (bron: Plannendokter)
4.
Van
den
gelegen
(geanonimiseerd) 's eigenaar geworden van de locatie MN
Boerenkamplaan 110 in het noorden van de kern Someren-Eind. De percelen worden kadastraal aangeduid als T923 en T2142. Aan de westzijde is tevens een perceel landbouwgrond (kadastraal T1529) aangekocht en ligt het in de lijn der verwachting dat in de toekomst de twee noordelijk gelegen percelen (T2016 en T2066) ook te koop worden aangeboden. Het voornemen is de oude bedrijfspanden te slopen en woningbouw mogelijk te maken. Fase 1 behelst een herontwikkeling van de percelen T923 en T2142 en een gedeelte De oppervlakte van dit gebied bedraagt circa /.250 van T1529. m2. In het mogelijke vervolg daarop wordt fase 2 (circa 5.955 m2) gezien als mogelijke locatie voor woningbouwontwikkeling van de percelen T2066, T2016 en een gedeelte van T1529. aan
de
In de
stedenbouwkundige verkaveling valt onderdeel van fase 1 onder de zojuist genomde fase 2. Deze omvat de ontwikkeling van woningen met een aansluting op het landschappelijk inpassingsgebied binnen perceel T1529. In overleg met gemeente en initiatiefnemer wordt resterend gedeelte van dit perceel na invulling van woningbouw ingezet voor landschapsinvestering en waterberging.
Fase 1
woningbouwontwikkeling
Fase 2
woningbouwontwikkeling
Plangebied landschapsinvestering en waterberging
Het
|
plangebied betreft de kern Someren-Eind. Someren-Eind ligt in het zuidelijk deel van de gemeente Someren, op korte afstand van de Zuid-Willemsvaart en de parallel daaraan lopende N266, Het plangebied ligt ten zuiden langs de bebouwde kom en ten oosten aan de lintbebouwing van Someren-Eind. In het oosten wordt Somereneind begrensd door de agrarische percelen die tussen de dorpskern en de N266/bedrijventerrein ’t Vaartje liggen. In het noordwesten grenst het plangebied aan agrarische percelen met landschappelijke waarden.
We
vangen
in het volgende
hoofdstuk aan met de analyse en het bijbehorende ruimtegebruik van de aangrenzende gebieden. Het hieropvolgend hoofdstuk betreft de volgend uit de analyse. Het laatste onderdeel omvat de schetsvarianten en stedenbouwkundige uitgangspunten die geleid hebben tot de
ruimtelijke uitgangspunten uitwerking van de belangrijkste uitgangspunten
binnen
het
stedenbouwkundig plan.
Ten
slotte worden
de eisen
aan
beeldkwaliteit puntsgewijs
behandeld.
ANALYSE Op basis
van een analyse van het
plangebied en de ruimtelijk relevante context worden de landschappelijke en stedenbouwkundige kaders voor de ontwikkeling in beeld gebracht. In de analyse worden de volgende onderdelen inzichtelijk gemaak. ,
Poossiittiioonneerriingg vvaan heett ppllaanggeebiieed aaaan dee haandd vvaan dee hiissttoorriisscchhee oonttwiikkkeelliingg. Waatt zziijjnn dee ccullttuuurrhiissttoorriisscchhee eelleem meenntteen een hooee iiss dee pllaan p llooccaattiiee geepoossiittiioon neeeerrd biinnneenn dee llaannddsscchaapppeelliijjkkee een sstteeddeenbboouwwkkuunnddiigee ssttrruuccttuuurr:: Laanddsscchaapppeelliijjkee aanaallyyssee vvaan heett pllaan aa. p ggeebiieed iinn dee diirreeccttee ccoontteexxtt.
.
.
b.
.
.
Stteedeenbboouwwkkuunnddiigee aanaallyyssee vvaan heett ppllaanggeebiieed iinn dee diirreeccttee ccoontteexxtt.
.
Someren-Eind is een kleine kern met ruim 3400 inwoner en ligt in het buitengebied van de gemeente Someren. Hemelsbreed 3 km gelegen van Someren en 20 km van Eindhoven.
Figuur 3 Someren-Eind rond 1900 (bron: topotijdreis. nl)
Historische ontwikkeling
Halverwege de 19e eeuw bestond Someren uit een aaneenschakeling van gehuchten en kleine bebouwingsconcentraties. In deze periode bevond zich in het gebied een groot akkercomplex omsloten door de beekdalen van de Aa en de Kleine Aa met daarin verspreid nederzettingen. Er was sprake v an een zogenaamd kransakkerdorp bestaande uit een krans van nederzettingen met elk hun eigen akkers. In het begin van de 20e eeuw was dit beeld al niet meer herkenbaar. Rond 1900 is er sprake van een begin van buurtschapsvorming in het uiterste zuiden van het akkercomplex. De topografische kaart van 1906 laat zien dat er in de ‘Nieuwe Parochie’ een school kerk en begraafplaats aanwezig waren. Er is een kleinschalige en verspreide bebouwingsontwikkeling op de uiterste grens van het akkerbouwgebied daar waar de akkers overgaan in de heidevelden van de Somerense Heide. Ten aazien van het plangebied is er een route een kleinschalige rout zichtbaar die momenteel niet meer bestaat. ,
,
,
,
,
Hoofdassen binnen deze buurtschap waren de Boerenkamplaan/Sluisstraat en de Nieuwendijk. Deze laatste weg was een nieuwe ontsluitings- en ontginningsweg in zuidwestelijke richting waar enkele boerenhoven aan waren gesitueerd. Een tweede ontsluitings-/ontginningsas in zuidelijke richting werd gevormd door de Goord Verbernedijk. Langs deze ,
6.
,
,
Figuur 4 Historische kaart 1970 (bron: topotijdreis. nl)
Figuur 5 Historische kaart 2017 (bron: topotijdreis. nl)
weg werd de
ontginning van de zuidelijke (natte) gronden richting Diepenhoek en Groote Heide begonnen. De oorspronkelijke hoofdwegen (Boerenkamplaan Brugstraat Sluisstraat en Nieuwendijk) zijn behouden gebleven als de voornaamste structuurlijnen van het dorp. In de loop van de 20e eeuw is het stratenpatroon in de kern verder verdicht. Alleen in het centrale middendeel rond de kerk en de pastorie aan de Nieuwendijk zijn nog grotere open terreinen aanwezig. ,
,
,
,
Conclusie In het begin van de 20e eeuw was Someren-Eind een dorp met een kransakkerdorpstructuur bestaande uit verspreide nederzettingen met elk hun eigen akkers. In de loop van de 20e eeuw is dit beeld verdwenen en is het stratenpatroon in de kern verder verdicht. De oorspronkelijke hoofdwegen (Boerenkamplaan Brugstraat Sluisstraat en Nieuwendijk) zijn behouden gebleven als de voornaamste structuurlijnen van het dorp. Ten aanzien van het plangebied kan het terugbrengen van een oorspronkelijke route langs het plangebied gezien worden als een kans verder zijn er geen bijzonderheden te zien aan de hand van de kaartbeelden. ,
,
,
,
Beleid Cultuurhistorie
Archeologie
Proviniciaal
Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart 2006 van de provincie Noord-Brabant is de Boerenkamplaan aan te merken als historisch geografische lijn met een redelijk hoge waarde. Enkele panden aan de Boerenkamplaan zijn aangeduid als MIP-pand (Monumenten Inventarisatie Project). Verder komen binnen het plangebied geen bijzondere cultuurhistorische waarden voor. Er is ook geen sprake van rijks- of gemeentelijke monumenten. De cultuurhistorische waarde zal dus in acht moeten worden genomen bij het inpassing van de nieuwe
Het archeologisch beleid van de gemeente Someren is opgenomen in ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’. Op basis van een analyse van landschappelijke
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Een nadere scan ten aanzien van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant heeft uitgewezen dat de genoemde percelen waarop mogelijkheden bestaan voor woningbouw op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gelegen zijn binnen de aanduiding ‘verstedelijking landelijke kern’. Perceel T1529 waarvoor mogelijkheden worden gezien voor landschapsinvestering en waterberging ligt binnen de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’. Met name voor de aanduidingszone ‘verstedelijking afweegbaar’ zijn specifieke voorwaarden ten aanzien van landschappelijke kwaliteitsverbetering en behoefteonderbouwing van toepassing.
,
bodemkundige en archeologische informatie is een vlakdekkende beleidskaart van archeologische waarden en verwachtingen opgesteld. Het plangied valt binnen categorie 5 (gebied met een lage archeologische verwachting). Dit betekend: voorwaarden aan de omgevingsvergunning en omgevingsvergunningenstelsel voor gebouwen en werken dieper dan 40 cm en groter dan 2. 500 m2.
,
,
,
ontwikkeling.
Figuur 6 Cultuurhistorische waardenkaart (bron: ruimtelijkeplannen. nl)
8.
Figuur 7 Archeologische beleidskaart (bron: ruimtelijkplannen. nl)
Figuur 8 Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Bron: Provincie Noord-Brabant)
Gemeentelijk Het oostelijk gedeelte van het plangebied is gesitueerd binnen het bestemmingsplan ‘Someren-Eind’ en kent de bestemmingen: ‘Bedrijf’ en de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 5. Daarnaast kent dit deel de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met milieucategorie 3. 1’ en zijn Binnen de bedrijfsbestemming zijn wisselende bouwregels van toepassing. Het geldende bestemmingsplan binnen het wetselijk gedeelte van het plangebied is ‘Buitengebied Deelgebied 2’ deze kent de bestemming ‘Agrarsich met waarden – Landschapswaarden’.
Conclusie Beide bestemmingen staan het realiseren van woningbouw niet toe en is er sprake van strijd met het geldende bestemmingsplan. De te te passen planologische procedure wordt later bepaald. De verwachting is dat een nieuw bestemmingsplan zal moeten worden vastgesteld voor deze ontwikkeling. ,
De gemeente heeft gesteld dat het plan moet voldoen aan de volkshuisvestelijke uitgangspunten van de gemeente. De aansluiting zal in het stedenbouwkundig programma worden benoemd.
Figuur 9 Uitsnede bestemmingplan (bron: ruimtelijkeplannen. nl
Structuurvisie Someren 2028 In het gemeentelijk beleid zoals beschreven in de Structuurvisie Someren 2028 wordt gesteld dat er conform de provinciale woningbouwprognose voorzien dient te worden in de bouw van 279 woningen in de gehele gemeente Someren in de periode van 2021 tot 2028. Someren-Eind neemt hier 19% van voor haar rekening wat resulteert in 53 woningen. Aangezien dit initiatief op dat moment nog niet bekend was is het niet aangeduid als een herstructureringslocatie. De Structuurvisie maakt echter wel een voorbehoud dat er locaties kunnen ontstaan die ten tijde van de vaststelling van de Structuurvisie nog niet bekend waren. Bij de invulling van deze locatie dient er rekening gehouden te worden met de bestaande woningvoorraad in Someren wat betreft de woningtypologie en het woningsegment. ,
,
Voor het plangebied aan de Boerenkamplaan 110 geldt daarentegen wel de aanduiding “Gemengd dorpslint: wonen en kleinschalige bedrijvigheid” conform de visie. Functies die door hun groei in aard schaal en karakter niet thuishoren in zo’n gemengde omgeving dienen te verhuizen naar een specifieke locatie zoals het bedrijventerrein of het centrumgebied. Als actie wordt ingezet op het versterken van de beeldkwaliteit en het optimaliseren van het ruimtegebruik van de beschikbare openbare en private ruimte door middel van herstructurering in samenwerking met de grondeigenaren. Uitbreiding van de bedrijfsfuncties op deze locatie is niet wenselijk qua maat schaal en afstanden ten opzichte van de bestaande woningen aan de Steenoven en Leemskuilen. Woningbouw op deze locatie is daarentegen wel voorstelbaar. ,
,
,
Figuur 10 Kaartbeeld structuurvisie Someren-Eind (bron: Gemeente Someren) 10.
RUIMTELIJKE STRUCTUUR
16A
B ra
De belangrijkste structuurlijnen van Someren-Eind zijn de Boerenkamplaan en de Nieuwendijk. Voorzieningen en bedrijfsactiviteiten zijn over deze straten verspreid. Er is geen echt dorpscentrum maar er is wel een hoge concentratie van functies op de kruising van de hoofdstructuren. Daarnaast zijn er een aantal grootschalige gebouwen met een maatschappelijke functie in het dorp aanwezig. ,
De bebouwing langs de meeste straten is van kleinschalige aard. Grotere panden komen voor langs het noordelijke deel van de Boerenkamplaan en langs de Nieuwendijk. De bebouwingsstructuur kenmerkt zich door een wisselend karakter van historische en nieuwere
09
ms tra
901b 01c9
at
90 a
8
1 0f9
H oogV a
01e9
94a 96 a
69
1 -3 a
Va a rt
je
9
01 h9
laa n 111
89
Hoofdstructuur en lint - Boerenkamplaan
a trej
7 1 k90
Bo ere n ka mp
06
5
1 90g
29
49
16C
64
2 -4 a4
01d9
Grootschalig bedrijventrerrein
16B
16
a901
001 201 401
1 b31 1 3a
601
511 -a5111 a51/ 1 b5
24 1 0c6
Aansluitend agrarisch gebied met landschappelijk waarden
711 911
1 d60
Kor tew eg
-A011 011D
12 721
Plangebeid met fasering
921
121
51
1a8
81 71
Dorpskern- en straten 8 6
I mk e r
bebouwing.
Ko re n a k Me ido orn str aa
2 4 6
Va l sst raa t
t
8
ker
3
19
7
24 22
28 26
13 1
Ko r en a k
9
11
71
3 2
1
61 41
ke r K orenakker
6
23
21
51 10 8
Ko r twe e 13 11
6 4
1 9
32 1 2 19
1 b2 91 71
Vo n de r s tra at
4
Leem s
41
1
12
15
17
19
8 31 51
5 3
13
17 51
5
9
18
02
1
d
2
4
2
10 a
g
01
9
13
4
2
3
9
7
s ku
5
3
1
e St e 6 8
2 4 1
26 28
23 30
n no v e
10 12
Ko r tew
eg
63 43
ieln
1 3
7
5
1 3
7 41 16
811 1 7 91
l b e gr Ke t e 1 2
5
4
Co ö p e r 51
a ti e s t ra 13
51 175
212 12b 4
E ike 2 1 -a1
12
ns c h a
61
6
7
ns
33 31
t straa p e ra t ei
15 9
5
1 61
2 3
1
12 4 12 6
L i e e gwr
1 67 218
16 9 -1 69 a
13 0 312
17
314 31a4
137 136 13 8
28 29 27
C oö
10
14
30
at
14 5
10
20
22
pa la n
42 2 6
22 18 20
14 16
14 3
nka m
1 20
21 23
8 6
Bo e re
161a
6 8
3
24
5 7
1 93 14
9 1
9
31-731a7
611
3 0 23
2 6 82
22 24
81 02
13 1
a1
5
3 1
Le e m
ven S et e n o
21
22 24
6
a2 2
15
51
k u il e n
11 8
7
7 5
71
21a 12
3 53
29 31
52 2 7
2 3b
61
02 18
331 1 53 1 a4
31 3 3
92
27
52
32
Vla sst ra a t
31
411
20
22
Bo e r
en k a
17 5
mp l aa n
4
Figuur 11 Kenmerkende structuren
Foto 1 Luchtfoto planlocatie (bron: streetsmart)
Bebouwingstructuur en typologie De typologieën rondom het plangebied aan het lint van de Boerenkamplaan en de dorpstraten bestaan voornamelijk uit vrijstaande en halfvrijstaande woningen van één à twee bouwlagen met een kap. Een groot deel van de nietwoonfuncties is gevestigd in panden met een vergelijkbare bouwmassa als de woningen. Incidenteel komen grotere panden voor. Het bebouwde dorpsgebied heeft door de relatief korte situering van voorgevels op de verkeersstructuur een versteend karakter. Andere dorpswegen zoals die ten zuiden van het plangebied hebben overwegend een groener karakter. In de woongebieden tussen de oorspronkelijke dorpswegen zijn naast vrijstaande en halfvrijstaande woningen ook aaneengebouwde woningen te vinden. Het plangebied is gesitueerd aan het lint van de Boerenkamplaan en moet zich verhouden tot de lintbebouwing en de bebouwde komstructuur met dorpstraten ten zuiden daarvan. ,
,
Figuur 12 Typologieën
Foto 2 lintbebouwing Boerenkamplaan (bron: Streetsmart)
12.
Foto 3 Straatbeeld dorpstraat Steenoven (bron: Streetsmart)
Verkeersstructuur De Boerenkamplaan en de Sluisstraat vormen de één van de belangrijkste doorgaande wegen in het dorp Someren-Eind. Deze route verbindt het dorp in noordelijke richting met de kern van Someren. Ten zuiden van Someren-Eind sluit de Sluisstraat aan op de N266. Ten noorden van Someren-Eind is de N266 bereikbaar via de Boerenkamplaan en de Brugstraat. De N266 verbindt Someren-Eind met Nederweert en de A2 in het zuiden en met de A67 in het noorden. Overige uitvalswegen zoals de Goord Verbernedijk de Vlasstraat de Haagdoornweg en de Nieuwendijk zijn vrijwel alleen van belang als ontsluitingsweg voor agrarische bedrijven in het ,
,
,
buitengebied. Het parkeren vindt in Someren-Eind zowel plaats op eigen terrein (bij halfvrijstaande en vrijstaande woningen) als in de openbare ruimte. Bij een aantal niet-woonfuncties zijn parkeerterreinen aanwezig maar er wordt veelal in het straatprofiel geparkeerd. Ten zuiden van het dorp is de Steenoven gelegen waar voornamelijk op eigen terrein wordt geparkeerd met enkele langsparkeerplekken gesitueerd tussen groenstroken. ,
,
Figuur 13 Hoofdverkeerstructuur Someren-Eind
Foto 4 Straatprofiel Boerenkamplaan (bron: Streetsmart)
RUIMTELIJKE UITGANGSTPUNTEN Wonen In Someren-Eind komen vrijwel uitsluitend grondgebonden woningen voor. Aan de Novaliastraat is recent een nieuw appartementengebouw gerealiseerd dat qua maat en schaal past in de bebouwingswand langs deze straat. In het dorp komen voornamelijk vrijstaande en halfvrijstaande woningen voor. Op enkele locaties zijn aaneengebouwde woningen aanwezig. ,
Maatschappelijke voorzieningen In Someren-Eind zijn enkele maatschappelijke voorzieningen te vinden. Langs de Boerenkamplaan bevindt zich een tandartspraktijk en aan de Sluisstraat is een kinderdagverblijf gevestigd. De overige maatschappelijke voorzieningen zijn gelegen rondom de Nieuwendijk waaronder de basisschool De Vonder.
Bedrijven en kantoren
,
Figuur 14 voorgevellijnen en lintstructuur Boerenkamplaan
Someren-Eind is voornamelijk een woondorp. Het bedrijventerrein ‘t Vaartje ligt ten noordoosten van het dorp nabij de kruising van de Brugstraat en de N266. Het bedrijventerrein wordt van het dorp gescheiden door agrarische percelen. Binnen het dorp zijn enkele bedrijven te vinden waaronder een zoetwarenbedrijf een autobedrijf (inclusief lpg-tankstation) en een metaalbedrijf gelegen in het noordelijke deel van het plangebied aan weerszijden van de Boerenkamplaan. Bij veel van deze bedrijven is een bedrijfswoning aanwezig. Enkele solitaire bedrijfsvestigingen zijn verspreid door de kern te vinden onder andere aan de Sluisstraat en de Van den Eijndenstraat. ,
,
,
,
,
14.
Figuur 15 Globale bebouwingsstructuur en fietsverbindingen
Aansluiten op dorspkern Om een zorgvuldige overloop van de straat ten zuiden van de Steenoven te bewerkstelligen is een gelijkwaardige opzet noodzakelijk. Dit kan worden bereikt door het doorzetten van soortgelijke twee-onder-één-kap woningen met een tuin aan de achterzijde. Door deze woningen dieper in de dorpskern te situeren worden de waarden van de historische kern gewaarborgd. Het is echter belangrijk om ervoor te zorgen dat deze nieuwe ontwikkeling goed aansluit op de bestaande bebouwing. ,
,
Er zal bijvoorbeeld gekeken worden naar de richting van de straten en de positie van de nieuwe bebouwing ten opzichte van de bestaande bebouwing. Ook zal er gekeken worden naar de parkeergelegenheid en de groenvoorziening rondom de nieuwe ontwikkeling. Een goede integratie van de nieuwe bebouwing in de dorpskern draagt bij aan de leefbaarheid van de buurt en zorgt ervoor dat deze harmonieus opgaat in de omgeving. Dit kan op lange termijn de waarde van de woningen verhogen en bijdragen aan een aantrekkelijk leefklimaat voor bewoners en bezoekers van
Someren-Eind.
Figuur 16 aangrenzende percelen dorpskern
Bedrijven en milieuzonering Ten noorden van het plangebied is een bedrijf gesitueerd met een bedrijfscategorie 3. 1. Dit zorgt ervoor dat geluidsgevoelige objecten als woningen niet binnen 30 meter van deze bebouwing mogen worden geplaatst. Echter kan het bedrijfsgebied gezien worden als een gemengd gebied. Hierdoor kan qua afstand een stap terug worden genomen. Hiermee wordt de hindercontour verlaagd tot 10 meter. Waardoor meer ruimte vrijkomt in het plangebied en er een grotere focus kan worden gelegd op het bewaren van groen.
Figuur 17 Hindercontour rondom planologische grens
bedrijventerrein
Landschappelijke waarden
De omgeving van Someren-Eind kan gekarakteriseerd worden als een grootschalig open agrarisch landschap dat hier en daar onderbroken wordt door bomenrijen en erfbeplanting. Dit open landschap is ontstaan door de ontginning van heidevelden vanaf het begin van de 20e eeuw en heeft een rationele verkaveling. Op verschillende locaties biedt de dorpskern zicht op het buitengebied. Aan de oostzijde van het dorp grenzen de percelen aan de historische dorpswegen Boerenkamplaan en Sluisstraat nog direct aan het buitengebied. ,
Ook aan de westzijde van het plangebied is sprake van een dergelijk landschappelijk gebied. Dit gebied zal worden ingepast in het stedenbouwkundig plan om aspecten zoals cultuurhistorie ecologie en biodiversiteit intact te houden en te versterken. Hierbij wordt rekening gehouden met het behoud van zichtlijnen en wordt het bestaande groen mogelijk opgewaardeerd.
,
In de dorpskern zijn geen structurerende waterlopen of waterpartijen aanwezig wat in sommige gevallen leidt tot een gebrek aan waterberging. Ten zuiden van het dorp bevindt zich de Kievitsloop en ten noorden ligt de waterpartij Blank Water. Binnen dit stedenbouwkundig plan wordt het toevoegen van een waterberging en waterloop onderzocht om dit aan de huidige dorpskern toe te voegen. Dit kan niet alleen helpen bij de waterberging maar kan ook bijdragen aan het creëren van een aantrekkelijke groene en levendige openbare ruimte. ,
,
,
Groen In de omgeving van het plangebied zijn diverse openbare ruimtes te vinden met verschillende groottes en verblijfskwaliteit. Over het algemeen kan gesteld worden dat deze openbare ruimtes vallen onder de noemer woonstraat of kijk- en speelgroen. Het groen in deze openbare ruimtes vormt een grotere groene structuur die via wigvormige tussenstukken verbindingen legt naar kleinere plekken. Deze groene structuur zal naadloos aansluiten bij het plangebied. Verder zal er binnen het plangebied zelf een hoogwaardige groenstructuur worden
16.
Figuur 18 Analysekaart omgeving plangebied en mogelijke doorwerking
Waterberging
Voor ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de verharding tussen de 500 m2 en 10. 000 m2 toeneemt wordt de volgende rekenregel toegepast: toename van het verharde oppervlak (in m2) vermenigvuldigd met de gevoeligheidsfactor en met 006 (in m) levert de benodigde waterberging op. De gevoeligheidsfactor geeft de infiltratiecapaciteit van een bepaald gebied weer. ,
,
Plannen met een verhardingstoename van minder dan 500 m2 zijn vrijgesteld van een compensatieverplichting volgens de Keur maar de gemeente Someren stelt wel eisen aan de waterberging.
,
Voor verhardingstoenames van meer dan 10. 000 m2 moet een watervergunning worden aangevraagd. Bij zo’n aanvraag hoort een waterhuishoudkundig plan dat betrekking heeft op de toename van het verharde oppervlak. De gemeente heeft aangegeven wateroverlast te ervaren op de Boerenkamplaan. Een optie voor drainage zal worden opgenomen in dit plan om bij te dragen aan een oplossing voor deze weg. Daarnaast moeten de gronden van het plangebied worden aangepast om de dieper gelegen gedeelten ten westen geschikt te maken voor woningbouw. De overlastgebieden zijn zichtbaar in
figuur 17. Extra onderzoek naar de wateropgave zal nodig zijn binnen dit plan. De exacte doorwerking zal in een later stadium verder worden onderzocht. In ieder geval zal de mate van verharding op basis van dit plan worden geformuleerd.
Figuur 19 Wateroverlastkaart Kwel en infiltratie
Waterdiepte bij hevigebui
STEDENBOUWKUNDIG PLAN
Stedenbouwkundige uitgangspunten Op basis van de analyse zijn er enkele uitgangspunten geformuleerd die richtinggevend zijn voor de ontwikkeling van de planlocatie. Een belangrijk subdoel van deze ontwikkeling is om een
L a n d s c h a p p e l ij k g e b i e d m e t w a t e r b e r g i n g , w a t e r lo o p e n a a n s l u it i n g o p b e s t a a n d e w a t e r b e rg i n g
F a s e 2 m o g e l ij k s p ie g e l b a re w o n i n g e n a a n h o o f d st ru c t u u r
goede overgang van het dorp naar het buitengebied te bewerkstelligen. Op basis van de reeds opgestelde analyse en de
studie naar stedenbouwkundige varianten is een stedenbouwkundig kader opgesteld met uitgangspunten waarbinnen de ontwikkeling van woningbouw kan plaatsvinden. Om te zorgen voor een evenwichtige inpassing van woningbouw en groene buitenruimte worden de volgende stedenbouwkundige richtlijnen gehanteerd: P o t e n it e e l g e b ie d tw e e w o n i n g e n (f a s e 1 )
F
E AS F
FA S
E 1 P o o rt g e b o u w a a n g e s l o t e n a a n l i n t st ru c t u u r + b o uw v lak w o n ing bo u w
2
E AS
1 H o o f d v e rk e e rs t r u c t u u r m e t d r a a i m o g e l ij k h e id
en l i u k s l k N d g Leem l d l b b oo
18.
d r K e o k Figuur r m 20 stedenbouwkundige uitgangspunten I t e we g V o n d e r s t r
e n a n za a m ve r ee r ve rb in d in g (m o m e n tee ee s e o uw d ) -
g r e b l e Ket n e v o n
E i k e n
Plaatsing en oriëntatie • • • • • • • • •
Langs de randen van het plangebied een zorgvuldige aansluiting aan huidige bebouwigsstructuur en doorkijk en daarmee versterking van zichtlijnen vanaf de Boerenkamplaan; Zoveel mogelijk bouwen binnen de huidig verharde gronden aan de oostzijde en bewaken van huidige bomen- en groenstructuren aan de west- en zuidzijde; Poortgebouw gesitueerd aan Boerenkamplaan biedt een passend aansluiting op lintbebouwinstructuur; Woningen zijn georiënteerd op groen en rustige dorpswegen; Twee-onder-één-kapwoningen kennen dezelfde maten als woningen aan de Steenoven dit voorziet in een zorgvuldige overgang; Waterloop gesitueerd door het hart van het plangebied als natuurlijke grens en een opwaardering van de openbare ruimte; Landschappelijke inpassingsruimte biedt kansen tot ontmoeting; Appartementencomplex krijgt aansluiting op openbaar groen voor versterking van kansen ontmoetingsruimte; Binnen het hart van het plangebied komt langs de doorgaande verkeersroute en in het landschappelijk gebied plek voor oppervlakte water ,
.
Massa en opbouw FASE 1 • • •
Bouwhoogte twee-onder-één-kap woningen gelijk met aangrenzende woningen. Dit betekend: een maximale bouw- en goothoogte van 9 meter en 5 meter. ; Het appartementencomplex kan met een twee-laagse hoogte het architectonisch accent worden om een gezamenlijke plek te duiden deze hoogte en opbouw kan aanlsuiten aan de huidige lintbebouwingstructuur. Deze kent een maximale bouw- en goothoogte van 6 meter. Gespiegelde woningen binnen landschappelijk inpassingsgebied zullen soortgelijk zijn aan zuidelijke verkaveling echter kan het afwijken in typologie naar vrijstaand. ,
FASE 2 •
Bouwhoogte patiowingen met twee bouwlagen voorkomt beperking zichtlijnen op groen en versterkt openheid woongebied; (maximaal bouw- en goothoogte van 6 meter).
Programma •
12 twee-onder-één-kapwoingen (fase 1);
•
Twee-laags appartementencomplex met 13 sociale woningen (fase 1);
• •
8 patiowoningen (fase 2); 2 vrijstaande of twee-onder-één-kapwoningen (fase 1); Mogelijke watergang- en berging ter vergroting piekbelasting neerslag Boerenkamplaan; Zoveel mogelijk behouden bomenstructuur en verbeteren door middel van landschappelijk inpassingsgebied; Ruime éénrichtingsweg met fietssuggestiestroken; Woonstraat aan de westzijde ten behoeve van onsluiting woningen zonder trottoir om een duidelijk scheiding van straatprofiel te creëren; 35 meter brede ontslutingsweg ten zuiden voor langzaam- en noodverkeer; 67 parkeerplaatsen inclusief parkeren op eigen terrein; Door het doorlopen van een groenstructuur langs de parkeerplaatsen en patiowoningen binnen fase 2 wordt het landschappelijke karakter zowel binnen als buiten het woongebied gestimuleerd.
• • • • • • •
,
Schema uitgangspunten
Figuur 21 schetsmodellen uitgangspunten
20.
Hoofdtoegangsweg binnen fase 1
Fase 1 met mogelijkheid tot spiegeling
Behoud van groen en landschappelijke waarden
Verkaveling met voorgevel richting hoofdweg met behoud van groen en ruimte openbare ruimte.
Hoofdstructuur en extra toegang voor hulpdiensten
Aansluiting op aangrenzende tuinen en lintbebouwingstructuur
Parkeren Binnen de gemeente Someren is het ‘Parapluplan Parkeren bebouwde kommen’ het leidende kader voor de parkeerbehoefte bij de realisatie van nieuwe woningen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het streven om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren en zo onnodige parkeerplaatsen in de openbare ruimte te voorkomen dit in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik. Echter kan het voorkomen dat bewoners hun garage voor andere doeleinden gebruiken dan parkeren waardoor zij alsnog op de openbare weg parkeren. Dit wordt meegenomen in de parkeernormen. In onderstaande proefberekening wordt het gewenste aantal parkeerplaatsen voor het aantal beoogde woningen getoond. ,
,
Voor het parkeergebied Someren-Eind is de CROW richtlijn en stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ van toepassing met een gemiddeld parkeerkencijfer. Dit resulteert in een totale parkeerbehoefte van 67 parkeerplaatsen inclusief bezoekersparkeren. Deze berekening omvat alle fases. ,
De maatvoering van parkeerplaatsen is vastgesteld op basis van de standaard van het CROW. Voor haaksparkeren is de afmeting 250 x 5 meter en voor langsparkeren 2 x 6 meter. Deze maatvoering wordt toegepast binnen het stedenbouwkundig plan. ,
Het programma
dat is geformuleerd na het stedenbouwkundig plan bevat een tekstuele onderbouwing van de parkeerbehoefte met de hoeveelheid en plaatsing van elke parkeerplek. ,
,
Berekening parkeerbehoefte functiegroep 1Wonen 2Wonen 3Wonen 4Wonen 5 6 7 8 9 10
totale parkeerbehoefte Tabel 1 Berekening parkeerbehoefte fase 1
functietype Koop Koop Koop Huur
, , , ,
programma
huis twee‐onder‐een‐kap huis vrijstaand huis twee‐onder‐een‐kap appartement midden/goedko , , ,
,
parkeerkencijfer CROW
per
per
12woning 2woning 8woning 13woning
22woning 23woning 22woning 14woning , , , ,
parkeerbehoefte normatief 264 46 176 182 , , , ,
67
,
Verkeer Autoverkeer De planlocatie heeft directe ontsluitingsmogelijkheden aan de oostkant en de Steenoven ligt op enige afstand van het plangebied aan de zuidzijde. De achtertuinen grenzen aan het plangebied waardoor er geen directe verbinding met de Steenoven mogelijk is. Het plangebied wordt ontsloten door één aansluiting op de Boerenkamplaan. Hierdoor krijgt het meer de uitstraling van kleinschalige woonstraten. Omdat een tweede ontsluiting noodzakelijk is voor het woongebied. Zal hiervoor ruimte geboden worden via een smal pad gesitueerd aan de Steenoven. Deze zal een breedte van 35 meter kennen met een duidelijke suggestie voor langzaam verkeer. Autoverkeer zal daarom alleen gebruik mogen maken van deze weg in geval van nood. ,
,
Langzaam verkeer De hoofdstructuur voor langzaam verkeer volgt de hoofdweg. Fietsers delen hier de weg met autoverkeer terwijl wandelaars een gescheiden voetpad hebben. Dit zorgt voor fijnmazigheid in de langzaamverkeersstructuur. Deze straten verbinden de woonstraten met de dorpskern en zorgen voor een autoluwe verbinding. De Kerkstraat en Lage Weide sluiten niet direct aan op deze structuur. ,
De exacte doorwerking zal in een later stadium nader onderzocht moeten worden. De mate van verharding zal in ieder geval op basis van dit plan worden geformuleerd.
Verkeersuitgangspunten ontsluiting en parkeren • De hoofdentree naar het gebied verloopt via de Boerenkamplaan; • De ontsluiting van het gebied is overzichtelijk en ligt rond het binnengebied van de woningbouwlocatie met één aftakking naar een woonstraat; • De hoofdstructuur kent een gecombineerde modaliteitenstroom om een veilige en rustige omgeving voor bewoners te realiseren. Bij voorbaat kruist de ontsluiting zo min mogelijk groenstructuren en wordt er meer groen toegevoegd dan verwijderd; • Het parkeren wordt opgelost door middel van langsparkeren twee parkeervelden ten behoeve van het appartementencomplex en bezoekers en parkeren op eigen terrein. Hiermee kan een evenredige verdeling van parkeren binnen het gebied worden gerealiseer; • Een verbinding naar de Steenoven voor langzaamverkeer met een breedte van 35 meter bied naast een extra loop- en fietsverbinding een noodzakelijke ontsluitingsweg voor hulpdiensten. ,
,
,
,
22.
,
Schetsvarianten Er zijn een aantal schetsvarianten opgesteld om tot een stedenbouwkundig plan te komen. Deze varianten zijn weergegeven in de onderstaande figuren en bieden een eerste opzet voor een mogelijke verkaveling. Er wordt integraal gekeken naar de mogelijkheden van het gebied waarbij zowel fase 1 als fase 2 van het plangebied worden meegenomen in de varianten. Indien fase 2 op de lange termijn gerealiseerd wordt zal deze nog verder ingepast moeten worden. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn voor extra parkeervoorzieningen. In deze schetsvarianten wordt integraal gekeken naar de lange termijn ontwikkeling van het gebied. De opmerkingen van de gemeente op het eerdere schetplan zijn meegenomen bij het uitwerken van deze schetsvarianten. ,
,
Variant 1 U-vormige verkeerstructuur met twee ontsluitingen vanaf de Boerenkamplaan. Appartementengebouw gesitueerd in het midden
Figuur 22 schetsvariant 1
van het
gebied.
Variant 2 U-vormige verkeerstructuur met appartementgebouw als entree voor het gebied strakkere positionering van patiowoningen ,
Figuur 23 schetsvariant 2 24.
op
middengebied voor ruimere openbare ruimte.
Variant 3 Een enkele hoofdontsluting vanuit met Boerenkamplaan met een groene binnenstructuur. Het poortgebouw als entree naast de ontsluiting en aangezicht van het woongebied. De derde variant is verkozen tot voorkeursvariant door de aanwezigheid van één hoofdsontsluiting en de potentie tot spiegeling in fase 2 t. b. v. een integraal stedenbouwkundig plan.
Figuur 24 schetsvariant 3
Bo
W a t e r b e rg i n g s o p t i e b i n n e n la n d s c h a p p e l i j k g e b i e d
e re n
’
R e s e rv e r in g s r u im t e t r a f o s
ka
m
pl
a a
W a t e rlo o p t b v .
8 p a t io w o n i n g e n (fa s e 2 )
E FA S
E FA S
1 P o o rt g e b o u w t w e e la a g s m e t 1 3 s o c ia le a p p a rt e m e n t e n -
-
E FA S
6 tw e e o n d e r éé n ka p w o n ing e n m e t t u i n a a n s l u it e n d o p d o r p s w e g -
1
-
26.
-
-
Ste
6 tw e e o n d e r é é n k a p w o n in g e n p o te n t ie e l ( b i n n e n p r o n v i n i c i a a l l a n d s c h a p p e l ij k e w a a r d e n g e b ie d )
Stedenbouwkundig plan
.
2
T w e e v rijst a a n d e o f g e s p ie g e l d e t w e e o n d e r é é n k a p w o n i n g e n b in n en fase 1 -
.
n p ie k b e l a s t i n g
e
v no
en
-
10
20
30
40
50 N
8 p a r k e e r p la a t s e n t b v .
.
.
w o n ing e n
Bo
e re n
fa se 2
B e h o u d e n o p w a a rd e r i n g g r o e n s t r u c t u u r
ka
m
pl
a
1 4 p a rk e e rp la a ts e n t b v .
.
.
w o n ing e n
fase 1
a
n
Tw e e ric h t i n g s w e g
E FA S
FA S
2
E 1 W a n de lpad e n ro n d p o o rt g e b o u w
L a n g s p a r k e e r p l e k k e n m e t b o m e n r ij t b v l a n d s c h a p p e l i j k en i n p a s s i n g
W o o n s t ra a t
.
.
.
S te
3 , 5 m e t e r b re d e la n g z a a m v e r k e e r ro u t e (t w e e d e n o o d v e r k e e rs t o e g a n g ) Verkeers- en groenstructuur uitgangspunten
10
20
o en
30
ve
40
50 N
Programma en parkeervoorziening
Programma en woondeal
Fase 1
Aant.
Norm
Parkeerplaatsen
2-onder-1-kap
12 13
22 14
26 18
Appartementen 50 m2 Totaal aantal woningen Lange oprit met garage Overig te realiseren
25 12
, ,
44
13 ,
16 28
De aantal woningen en de categorisering van segmenten is als volgt verdeeld: Aantal Percentage Segment Appartementen 13 Sociaal 37%
18 14
2-onder-1-kap /patio Patiowoningen Vrijstaand
Fase 2
Patiowoningen brede oprit met garage Overig te realiseren Lange
,
Fase 1 (gespiegeld) V rijstaand Lange brede oprit met garage Overig te realiseren ,
8 8
22 18 , ,
4
2 2
23 18 , ,
Het woningbouwplan dient te voldoen aan de nieuwe eisen van de woondeal. Dit houdt in: minimaal 30% sociale huur en 36% betaalbare woningen (circa 16% middenhuur en 20% betaalbare koop). Het plan voldoet hier aan.
46 36 1
12/1 8 2
Betaalbaar
Duur/betaalbaar Duur
Percentages woondeal
, ,
30%
34%
Totaal te realiseren parkeerplaatsen in openbaar gebied
33
Parkeerplaatsen in openbaar gebied
36%
Parkeerveld appartementen Langsparkeerplaatsen fase 1 Langsparkeerplaatsen fase 2
14
Parkeerkoffer fase 2
8 3 33
Langsparkeren woonstraat Totaal
37% 26%
4 4
Sociaal
Betaalbaar
Duur
Grafiek 1 Verdeling woningsegmenten volgens woondeal
Programma Boerenkamplaan
26% 37%
37%
28.
Sociaal
Betaalbaar
Duur
Grafiek 2 Verdeling woningsegmenten woningbouwprogramma
Matenstaat verharding fase 1 Oppervlak verhard woningen: 2130 m² Oppervlak verhard wegen: 2280 m² Totaal verhard : 4410 m²
O p e n b a a r g e b ie d o n v e r h a rd : 7 7 0 0 .
m ²
B e sta a nd pe rce e l
Tuinen oppervlak: 1990 m²
BEELDKWALITEIT Beeldkwaliteit bebouwing Het plangebied is met zijn ligging en positionering met naastgelegen aan andere woningbouw waardoor er gezocht kan worden ,
eigen karakteristiek in architectonische uitstraling naar een
naast de bestaande structuur. Dit om naast aansluiting ook differentiatie te vinden in het dorp. Tegelijkertijd is het zeer belangrijk dat de woningbouw herkenbaar is als woningbouw uit Someren-Eind. De volgende beeldkwaliteitseisen worden als basis meegegeven om tot eigentijdse - maar herkenbare archtitectuur te komen: ,
,
VORM EN ORIËNTATIE • Bebouwing heeft een compacte en bescheiden bouwvorm; • Daken worden uitsluitend uitgevoerd als schuine kap of platte daken. •
Nokrichting van de rijwoningen is parallel aan de weg op de uiteinden van de rijen woningen kan een hoekverdraaiing plaatsvinden. Bebouwing is georiënteerd op de binnenwereld van het plangebied. ,
•
MATERIALISA TIE EN UITSTRALING • Gebruik van natuurlijke duurzame materialen; • Gebruik van platte dakvlakken voor waterretentie en energieopwekking; • Gebruik van de schuine daken voor energieopwekking; • Het kleur en materiaal gebruik sluit aan bij de omgeving. Belangrijk is dat de detaillering zorgvuldig en bescheiden is; Afwijking voor een gedifferentieerde uitstraling in architectuur word gezien als ,
een meerwaarde. • •
Traditioneel materiaalgebruik dat aansluit bij omgeving; De kleur van de steen is een aardetint zoals rood bruin of mangaan. Een mix van deze kleuren is mogelijk; Gebruikte materialen dienen zorgvuldig op elkaar aan te sluiten. Zoek hierin de aansluiting op bestaande ,
•
,
woongebouwen. Bouw- en goothoogten per typologie Twee-onder-één-kap • Bouwhoogte: 9 meter • Goothoogte: 5 meter Appartementsgebouw • Bouwhoogte: 6 meter • Goothoogte: 6 meter
30.
Figuur 25 Referentiebeelden Poortgebouw
Patiowoningen (plat dak) • Bouwhoogte: 6 meter • Goothoogte: 6 meter
Figuur 26 Referentiebeeld woonstraat en aanstluiting landschap
Beeldkwaliteit openbare ruimte Het plangebied kent drie type buitenruimte met een eigen karteristieke gebruik en uitstraling. De volgende beeldkwaliteitseisen worden als basis meegegeven:
ERFAFSCHEIDINGEN •
•
•
•
De voorkanten worden vormgegeven met groenblijvende hagen en/of beplanting van 30 to 100 cm hoog. Schuttingen of dichte erfafscheidingen zijn
niet wenselijk; Aan de zijkant loopt de hoogte van de hagen en/of beplanting op tot maximaal 100 tot 200 cm aan de achterkant; De erfafscheidingen aan het landschappelijk inpassingsgebied dienen geen gesloten karakter te hebben om het gevoel van openheid te bewaren. Water - berging en loop zorgen voor natuurlijke afscheidingen tussen de patiowonigen.
•
RANDEN • De randen kenmerken zich door kijkgroen in de vorm van lage struiken met bomen. Dit groen begeleidt bovendien ook een rondje om het gebied heen. • Langs de randen wordt behoud van groen en aansluiting om huidige bebouwingstructuur zoveel
mogelijk ingepast.
PARKEERRUIMTE • Aan de randen van het plangebied wordt er langsgeparkeerd zodat direct voor de woningen de stoep vrij is van parkeren. Het langsparkeren wordt groen ingepast met bomenrijen en lage ,
•
struikbeplanting; Op enkele plekken zouden nog parkeren worden gerealiseerd in de vorm van haaks parkeren. Deze
•
parkeervelden zouden dan aan de groene plekken worden ingepast met haagbeplanting; Parkeerplekken worden uitgevoerd in open klinker bestrating om water infiltratie in de bodem mogelijk te maken; ,
MATERIALISA TIE WEGPROFIELEN De wegprofielen zullen ieder een eigen materialisatie en legverbanden kennen om een duidelijke overgang in entrees zichtbaar te maken. Dit verhoogt de verkeersveiligheid en zorgt voor zorgvuldige overgangen in het wegprofiel. Een duurzame keuze van materiaal is daarnaast van belang. Daarom wordt geadviseerd om bij ieder wegprofiel een gebakken/natuur steen te gebruiken. • Doorgaand wegprofiel: Keperverband met bruin of antraciet gebakken steen; • Woonstraat: Elleboogverband met bruin of antraciet gebakken steen;
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSGEBIED • Het landschappelijk inspassinggebied is een open en veilige plek met zichtlijnen vanuit woningen op het terrein waar kinderen ook plaats vinden om te spelen. Een grassige ondergrond geeft een veilige plek om te spelen met meerdere bomen voor beschutting. Het groene gebied heeft een open karakter en kan daarmee ook plaats bieden aan (natuurlijk) spelen en andere creatieve spel vormen. • Het gebied heeft een open en informeel karakter waar mensen even kunnen zitten en de hond los kunnen laten. Een grassige ondergrond met enkele bomen bieden plek voor beschutting en beweging. Inrichting als enkele picknickbanken kunnen het een aantrekkelijke plek maken om te verblijven. ,
Fiets/-noodontsluitingweg: Bij voorkeur rood gebakken steen in elleboogverband indien door gemeente gewenst is rood asfalt voorstelbaar. Naast het gebruik van materialen en legverbanden kan een mix van verschillende natuurstenen worden toegepast voor een luxe uitstraling. •
,
Figuur 29 Referentiebeeld groen binnen woonwijk
Figuur 27 Referentiebeeld parkeerplaatsen waterdoorlatend
Figuur 28 Referentiebeeld twee-onder-één-kap gelegen aan groen
40 /948
Bijlage 2
41/948
Stedenbouwkundig plan nader uitgewerkt
Bijlage 3
47/948
Berekening kwaliteitsverbetering
Onderdeel Aanplant struweelhaag (noordoostzijde) Aanplant struweelhaag (zuidwestzijde) Ontgraven wadi en verwerken vrijkomende grond Aanschaf en inzaaien graskruidenmengsel Ontgraven en verwerken grond tbv aanleg natuurvriendelijke oever Totaal kosten aanleg landschappelijke inpassing
Eenheid stuks stuks m3 ha m3
AantalNorm 270€ 160€ 480€ 0385€ 100€
per eenheid
Beheer voor 6 jaar Onderhoud sturweelhaag jaarlijks beheer (L6a) Onderhoud poel en klein historisch water cyclisch beheer (L12d) Onderhoud natuurvriendelijke oever (L13a) Botanisch hooilandrand natuurbeheer Totaal kosten onderhoud landschappelijke inpassing (6 jaar)
Eenheid
AantalNorm 180€ 1€ 70€ 005€
per jaar
Totale kosten aanleg en onderhoud landschappelijke inpassing
m
stuks meter
ha
Totaal € 62100 € 36800 € 3.19680 € 59023 € 66600 € 5.44203 ,
122 3804 142 64290
Totaal € 1.31760 € 45648 € 1.19280 € 38574 € 3.35262 ,
,
, ,
,
,
230 230 666 1.53307 666 , ,
,
, ,
,
,
,
(uitgaande van 2. 500 st. per ha. ) (uitgaande van 2. 500 st. per ha. )
,
, ,
,
, ,
,
€
8.79465 ,
(uitgaande van 2x per jaar) (uitgaande van 2x per jaar) (uitgaande van 2x per jaar)
Bijlage 4
49/948
Aanmeldnotitie vormvrije
m. e. r. -beoordeling
BOERENKAMPLAAN 110 SOMEREN-EIND Vormvrije m. e. r. -beoordeling 18 oktober 2024
RHO ADVISEURS DATUM
18 oktober 2024
KENMERK
20211088.002HMSB
PROJECT
Boerenkamplaan 110, Someren-Eind
PROJECTLEIDER
(geanonimiseerd)
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Inhoud
1.
2.
3.
4.
Inleiding
4
1. 1 1. 2 1. 3
4 5 5
Aanleiding Wat houdt een m. e. r. - beoordeling in? Leeswijzer
Plaats en omvang van het project
6
2. 1 2. 2
Plaats van het project Kenmerken van het project
6 9
Kenmerken van de milieueffecten
11
3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5 3. 6 3. 7 3. 8 3. 9
11 12 12 14 14 14 15 16 16
Verkeer en parkeren Geluid Bodem en water Natuur Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen
Conclusie
Rho adviseurs voor leefruimte
17
20201748
1. INLEIDING
1. 1
Aanleiding
Van den Eijnde Netwerk B. V. is als initiatiefnemer
Boerenkamplaan 110 te Someren-Eind de bestaande verouderde bedrijfspanden te slopen en hiervoor in de plaats woningbouw te realiseren. Door de sloop van de bestaande opstallen en de realisatie van woningbouw wordt een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst behaald en wordt verdere verloedering van het terrein voorkomen. Ook de achterliggende agrarische gronden zullen in de beoogde ontwikkeling voornemens aan
worden meegenomen. Voor de locatie gelden de bestemmingsplannen 'Someren-Eind' en 'Buitengebied Deelgebied 2' waarbij de gronden zijn bestemd als 'Bedrijf' en 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. De beoogde herontwikkeling is in strijd met deze ,
bestemmingsplannen. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te kunnen maken heeft initiatiefnemer een (gefaseerd) principeverzoek ingediend. Het verzoek is ambtelijk behandeld op 7 maart 2023. Het college van burgemeester en wethouders heeft in de vergadering van 20 juni 2023 een voorwaardelijk positief principebesluit genomen op dit verzoek en geeft aan dat hiervoor een ruimtelijke procedure opgestart kan worden. De gecommuniceerde voorwaarden en aandachtspunten voor de procedure zijn gericht op de verdeling en eisen uit de Regionale Woondeal Zuidoost Brabant uitwerking van de openbare ruimte wateropgave en landschappelijke inpassing. In het kader van de beoogde ontwikkeling is een bestemmingsplan opgesteld. ,
,
Toetsingskader Het wettelijk kader bestaat uit de Wet natuurbescherming Interim-omgevingsverordening Noord-Brabant Wet milieubeheer en Besluit milieueffectrapportage. In het Besluit milieueffectrapportage wordt er getoetst of het plan of besluit voorziet in of een kader vormt voor activiteiten die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. 1. Bij toetsing aan het Besluit m. e. r. zijn er de volgende mogelijkheden die zouden kunnen leiden tot een m. e. r. -plicht: a. Het plan ofbesluit is direct m. e. r. -plichtig. b. Het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden zoals beschreven in kolom 2 'gevallen' van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m. e. r. -plicht: het besluit is dan m. e. r. -beoordelingsplichtig. Voor een plan als bedoeld in kolom 3 ‘plannen' geldt geen m.e.r.-beoordelingsplicht maar direct een (plan)m. e. r. -plicht. c. Het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1 maar ligt beneden de drempelwaarden zoals beschreven in kolom 2 'gevallen' van onderdeel D: er moet in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m. e. r. beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m. e. r.
(als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd. d. De activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit wordt niet genoemd in het Besluit m. e. r. : er geldt geen m. e. r. -(beoordelings)plicht. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
4/17
,
plan: toetsing of het uitvoeren van een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming voor dit plan verplicht is vanwege de hierin opgenomen activiteit(en). In dat geval is het plan mogelijk m. e. r. -plichtig. 3. Toetsing aan de provinciale milieuverordening. Door Provinciale Staten kunnen hierin aanvullend op het Besluit m. e. r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m. e. r. -plicht. In het Besluit milieueffectrapportage wordt de beoogde ontwikkeling niet genoemd in onderdeel C activiteiten plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage verplicht is. Ook is voor de ontwikkeling geen passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en wordt de activiteit niet genoemd in provinciale milieuverordening als aanvulling op het Besluit m. e. r. Er is derhalve geen sprake van een directe m. e. r. -plicht. 2.
In het geval
van
een
,
,
In onderdeel D 11. 2 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m. e. r. -beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer een aaneengesloten gebied en 2. 000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200. 000 m 2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit maximaal 69 woningen. Hiermee valt de ontwikkeling onder de categorie stedelijk ontwikkelingsproject maar blijft ruim onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m. e. r. -beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling. ,
,
,
1. 2
Wat houdt een m. e. r. - beoordeling in?
In een m. e. r. - beoordeling wordt getoetst of een m. e. r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m. e. r. -beoordeling gaat uit van het principe 'nee tenzij'. Dat wil zeggen een volwaardige m. e. r. -procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling te weten: de plaats van het project; de omvang van het project; de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). ,
,
,
Het bevoegd gezag dient een m. e. r-beoordelingsbeslissing te nemen waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is gelet op de omvang van het project de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. ,
,
1. 3
Leeswijzer
Deze m. e. r. -beoordelingsnotitie: beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe;
geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m. e. r. -beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.
5/17
,
2. PLAATS EN OMVANG VAN HET PROJECT
2. 1
Plaats van het project
Het plangebied ligt in het noorden van Someren-Eind en wordt kadastraal aangeduid met de percelen T-923 T-1529 en T2142 en heeft een oppervlakte van circa 14. 427 m². De ligging en begrenzing zijn weergegeven in figuur 2. 1. ,
Figuur 2. 1 Begrenzing plangebied(Bron: Ruimtelijkeplannen) Bestaand en goedgekeurd landgebruik Het plangebied heeft momenteel een bedrijfsmatige en een agrarische functie.
Wetland kustgebieden berg- en bosgebieden Doordat in de directe omgeving van het plangebied geen wetlands kustgebieden of bergen- en bosgebieden zijn is geen sprake van invloed op het opnamevermogen. ,
,
,
,
Natuurreservaten en – parken vogel- en habitatrichtlijnen Vanwege de grote afstand vanaf de inrichtingsgrens tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied kan worden gesteld dat de activiteiten geen (negatief) effect zullen hebben op de natuurlijke kenmerken instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende soorten en habitattypen in het bijzonder. ,
,
6/17
Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het plangebied kent in de bestemmingsplannen 'Someren-Eind' en 'Buitengebied
Deelgebied 2' de archeologische dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5'. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk wanneer de werkzaamheden een oppervlakte beslaan van groter dan 250 m 2 en dieper reiken dan 040 meter. Het plangebied ligt niet in het beschermde stads- of dorpsgezicht. Tevens ligt het niet binnen de landgoedbiotoop en molenbiotoop en zijn er op dit moment geen monumentale panden aanwezig. ,
Relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen Het plangebied ligt niet in het Natuurwerk Nederland (NNN) of de provinciale groene buffer. Voor zover natuurlijke hulpbronnen aanwezig zijn worden deze niet aangesproken of beïnvloed door de voorgenomen activiteiten. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied Groote Peel. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het plangebied bedraagt circa 38 kilometer weergegeven in figuur 2. 2. ,
,
,
,
Figuur 2. 2 Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden(Bron: Rijksoverheid) Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich ten oosten op circa 13 kilometer afstand (figuur 2. 3). Het plangebied is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied of een waterwingebied (figuur 2. 4). Ook is het plangebied niet in een stiltegebied gelegen (figuur 2. 5). ,
7/17
Figuur 2. 3 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natuurnetwerk Brabant
(Bron: Atlas Leefomgeving)
Figuur 2. 4 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden
(Bron: Atlas Leefomgeving)
8/17
Figuur 2. 5 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van stiltegebieden(Bron: Atlas Leefomgeving)
2. 2
Kenmerken van het project
Van den Eijnde Netwerk B. V. is voornemens binnen het plangebied de bedrijfspanden te slopen en woningbouw mogelijk te maken. Voor de beoogde ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld weergegeven in figuur 2. 6. Uitgangspunt voor fase 1 is het toevoegen van maximaal 31 woningen. Er is een gedifferentieerde bouw op het oog en deze woningbouw is opgenomen in het woningbouwprogramma dat vanuit de provinciale prognose naar boven is bijgesteld. Het planvoornemen gaat uit van: 17 huurappartementen categorie huur appartement midden/goedkoop; 12 geschakelde of twee-onder-een-kapwoningen (categorie koop huis twee-onder-een-kap); 2 vrije kavels bestemd voor twee woningen (categorie koop huis vrijstaand of categorie koop huis twee-onder-een,
,
,
,
,
kap).
9/17
,
,
,
,
Figuur 2. 6 Stedenbouwkundig plan Boerenkamplaan 110(Bron: STRK) Verontreiniging hinder risico van zware ongevallen en rampen risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. ,
,
,
Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er redelijkerwijs geen te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.
10/17
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. In dit hoofdstuk worden de aspecten verkeer en parkeren geluid bodem water natuur luchtkwaliteit risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid cultuurhistorie en archeologie besproken. Deze aspecten worden behandeld omdat beoordeeld moet worden of de beoogde ontwikkeling tot significante negatieve effecten op de omgeving zal leiden. ,
,
3. 1
,
,
,
,
,
Verkeer en parkeren
Parkeren Binnen de gemeente Someren is de ‘Nota Parkeernormen’ (2018) het leidende kader voor de parkeerbehoefte bij de realisatie van nieuwe woningen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het streven om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren en zo onnodige parkeerplaatsen in de openbare ruimte te voorkomen dit in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik. Echter kan het voorkomen dat bewoners hun garage voor andere doeleinden gebruiken dan parkeren waardoor zij alsnog op de openbare weg parkeren. Dit wordt meegenomen in de parkeernormen. ,
De totale parkeerbehoefte bedraagt 531 parkeerplaatsen inclusief bezoekersparkeren. Dit aantal wordt binnen het plangebied gerealiseerd waarmee voldaan wordt aan de parkeerbehoefte. ,
,
,
Verkeersgeneratie Doordat planologisch gezien al een verkeersaantrekkende werking aanwezig is kan voor de toekomstige situatie rekening worden gehouden met saldering. Per saldo zal de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie gemiddeld (1783 - 782) 1001 ,
,
mvt/etmaal op een weekdag
en
,
,
(198 - 1041) 939 mvt/etmaal op een werkdag toenemen. ,
,
Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit (werkdag) wordt afgewikkeld. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van ,
afgerond 198 mvt waarbij de toename ten opzichte van de huidige planologische situatie 94 mvt bedraagt. Deze verkeersgeneratie is dusdanig beperkt dat het zal opgaan in de dagelijkse fluctuatie van het verkeer. Het effect op verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid om omliggende wegen is daarmee verwaarloosbaar. ,
,
Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de planrealisatie.
11/17
,
,
3. 2
Geluid
Wegverkeerslawaai De geluidbelasting op de gevels van de grondgebonden woningen van fase 1 is maximaal 37 dB op de oostelijke gevel van de
dichtst bij de
gelegen woning. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee niet overschreden. Voor de woningen is geen verdere actie vereist. Dat de geluidbelasting zo laag is komt door de lage verkeersintensiteit de afstand tot de weg en de afschermende bebouwing tussen de weg en het bouwplan. weg
De geluidbelasting op de gevel van het appartementencomplex is maximaal 53 dB op de oostgevel. De gevel ligt op circa 10 m van de Boerenkamplaan. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt alleen op de oostgevel overschreden. De
overschrijding is maximaal 5 dB. In het kader van deze resultaten zijn maatregelen noodzakelijk. In de regels van het bestemmingsplan wordt daarom gewerkt met een voorwaardelijke verplichting in de regels.
Industrielawaai Het plangebied ligt buiten de richtafstanden van bedrijven in de omgeving en er ligt geen gezoneerd industrieterrein of windturbine in de buurt. De geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit zullen niet worden overschreden. Industrielawaai vormt geen belemmering voor het plan. Conclusie Met in acht name van de betreffende voorschriften ten aanzien van wegverkeerslawaai zijn er wat betreft geluid belemmeringen voor de uitvoering van het plan.
3. 3
geen
Bodem en water
Bodem In het kader van het bodemonderzoek is het plangebied opgedeeld in deellocatie A (de bebouwde gronden) en deellocatie B (de onbebouwde gronden).