CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage Toelichting Bergdijk 4

Gemeenteraad 2 maart 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen Bestemmingsplan Bergdijk 414.650 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Crijns Rentmeesters BV Witvrouwenbergweg 12 5711 CN Someren T: 0493 – 47 17 77 E: info@crijns-rentmeesters.nl

BESTEMMINGSPLAN BERGDIJK 4 SOMEREN

Crijns Rentmeesters bv Januari 2023

PLANGEGEVENS Naam bestemmingsplan

Bergdijk 4

IMRO-idn Versie voorontwerp

NL.IMRO.0847.BP02021012-VS01 Oktober 2019

Versie ontwerp

September 2022

Versie vastgesteld

-

Opgesteld door

Guido Bosmans

Tweede contactpersoon

Mat Crijns

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING________________________________________________________ 3 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding ___________________________________________________________ 3 Ligging en begrenzing plangebied ________________________________________ 3 Juridische status van het plangebied ______________________________________ 4 Leeswijzer ___________________________________________________________ 5

2. HUIDIGE SITUATIE ________________________________________________ 6 2.1 2.2 2.3 2.4

Ontstaansgeschiedenis omgeving ________________________________________ 6 Ruimtelijke structuur omgeving ___________________________________________ 7 Functionele structuur ___________________________________________________ 7 Bestaande situatie plangebied ___________________________________________ 8

3. PLANBESCHRIJVING _____________________________________________ 10 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Inleiding ____________________________________________________________ 10 Beoogd bedrijf _______________________________________________________ 12 Planologische situatie _________________________________________________ 13 Landschappelijke inpassing _____________________________________________ 14 Verkeer en parkeren __________________________________________________ 15

4. BELEIDSKADER _________________________________________________ 16 4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid __________________________________________________________ 16 Provinciaal beleid ____________________________________________________ 17 Gemeentelijk beleid ___________________________________________________ 21

5. MILIEUASPECTEN ________________________________________________ 25 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Bodemonderzoek ____________________________________________________ 25 Water ______________________________________________________________ 25 Cultuurhistorie _______________________________________________________ 29 Archeologie _________________________________________________________ 30 Natuur _____________________________________________________________ 31 Geluid _____________________________________________________________ 35 Agrarische bedrijvigheid _______________________________________________ 37 Gezondheid _________________________________________________________ 43 Bedrijven en milieuzonering ____________________________________________ 45 Externe veiligheid ____________________________________________________ 46 Luchtkwaliteit ________________________________________________________ 47 Mer-beoordeling _____________________________________________________ 49

6. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING __________________________________ 51 6.1 6.2 6.3 6.4

Inleiding ____________________________________________________________ 51 Algemene toelichting verbeelding ________________________________________ 51 Algemene toelichting regels ____________________________________________ 51 Toelichting bestemmingen ______________________________________________ 52

7. UITVOERBAARHEID ______________________________________________ 53 7.1

Economische uitvoerbaarheid ___________________________________________ 53

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

1

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ________________________________________ 53

8. PROCEDURE ____________________________________________________ 54 8.1 8.2 8.3 8.4

Inleiding ____________________________________________________________ 54 Inspraakprocedure ____________________________________________________ 54 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro _____________________________________________ 54 Zienswijzen _________________________________________________________ 55

BIJLAGEN: 1. Akoestisch onderzoek industrielawaai 2. Bodemonderzoek NEN 5707 / NEN 5725 3. Bodemonderzoek NEN 5740 3. Flora en fauna onderzoek 4. Aerius berekening 5. Nota van zienswijzen pm

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

2

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Onderhavig bestemmingsplan is voor initiatiefnemer opgesteld ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie Bergdijk 4 te Someren-Heide. Navolgend wordt de locatie aangeduid als ‘plangebied’. Het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan hoofdzakelijk bestemd als ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ en deels als ‘Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden’ en deels als ‘Verkeer’. De agrarische bedrijfsbestemming zal worden herbestemd naar een reguliere bedrijfsbestemming ten behoeve van een bedrijf voor interieurbouw. In samenhang worden de landbouwactiviteiten ter plaatse gesaneerd. Naar aanleiding van een kadastrale herverdeling wordt ook de onderliggende bestemming voor ‘Verkeer’ en ‘Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden’ gewijzigd. Het College van burgemeester en wethouders heeft bij brief d.d. 9 mei 2019 in principe en onder voorwaarden medewerking verleend voor deze ontwikkeling. Om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken is een partiële bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Daartoe is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is kadastraal bekend als: gemeente Someren, sectie G, nummer 5483. Het plangebied beslaat niet het gehele kadastrale perceel maar uitsluitend het bestemmingsvlak ten behoeve van het agrarisch bedrijf en de aangelegen gronden. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de kadastrale kaart waarop de ligging van het plangebied met een bolletjeslijn is aangeduid.

Figuur 1: Uitsnede kadastrale kaart, waarop de ligging van het plangebied met een bolletjeslijn is aangeduid

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

3

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern Someren-Heide. Navolgende figuur geeft een beeld van de ligging van het plangebied ten opzichte van kern Someren-Heide.

Figuur 2: Ligging plangebied ten opzichte van de omgeving

1.3

Juridische status van het plangebied

1.3.1

Someren Buitengebied

Ter plaatse van de planlocatie is het bestemmingsplan ‘Someren Buitengebied’ het vigerende bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Someren vastgesteld op 29 juni 2011. Op 25 september 2014 heeft de gemeenteraad van Someren tevens het bestemmingsplan ‘Someren Buitengebied (2011), eerste partiële herziening’ vastgesteld. Beide bestemmingsplannen zijn onherroepelijk. De planlocatie is in het bestemmingsplan ‘Someren Buitengebied’ bestemd als deels ‘Agrarisch – Agrarisch Bedrijf’, ‘Verkeer’ en ‘Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden’ met gedeeltelijk de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Ter plaatse is de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ opgenomen. Navolgende figuur betreft een uitsnede van het bestemmingsplan ‘Someren Buitengebied’ ter plaatse van de planlocatie.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

4

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Someren Buitengebied’

1.3.2

Parapluplan NAF-beleid Someren

Ter plaatse van de planlocatie is tevens het bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ vigerend. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Someren vastgesteld op 28 juni 2018. Het bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ heeft betrekking op de wijziging en toevoeging van een aantal regels van de vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente Someren. De wijzigingen zijn aangebracht om de ontwikkelingsmogelijkheden voor niet agrarische functies in het buitengebied van Someren te standaardiseren en te verruimen.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de huidige situatie beschreven. In hoofdstuk 3 is de beoogde situatie beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het geldende beleidskader weergegeven. Het relevante Rijksbeleid, het provinciale beleid, het regionale en het gemeentelijke beleid wordt toegelicht. In hoofdstuk 5 worden de planologische relevante (milieu)aspecten met betrekking tot de beoogde ontwikkeling toegelicht. Hoofdstuk 6 bevat een juridische planbeschrijving. In hoofdstuk 7 wordt de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond. In hoofdstuk 8 wordt de procedure nader toegelicht.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

5

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

2.

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Ontstaansgeschiedenis omgeving

Het dorp Someren is van oorsprong een kransakkerdorp of tiendakkerdorp. Rondom de centrale kern met een kerk en marktplaats was een aantal kleinere agrarische buurtschappen gelegen. Kenmerkend zijn de lange bebouwingslinten, die een tamelijk rechtlijnig karakter hebben. De linten onderscheiden zich van elkaar door de aard van de bebouwing en de al dan niet aanwezige laanbeplanting. Als gevolg van de ontginningen in de 19e en 20e eeuw is de kern Someren-Heide ontstaan. De benaming ‘Heide’ is overgenomen van het uitgestrekte ontginningsgebied waaruit het ontginningsdorp in 1920 is ontstaan. Het jonge landschap is opgebouwd uit een rechtlijnige blokverkaveling, die zich sterk noordzuid oriënteert. Langs deze lijnen hebben zich bebouwingslinten gevormd. Sommige van deze bebouwingslinten zijn puur gericht op agrarische productie. Andere linten bieden ruimte aan een andere soort bedrijvigheid en woningen, of vallen op door hun kleinschaligheid. De voornaamste linten met tevens een bovenlokale ontsluitingsfunctie betreffen de Nieuwendijk en de Kerkendijk. Dit zijn de doorgaande linten tussen dorpskernen Someren, Someren-Heide en Someren-Eind. De landschappelijke structuur van de gemeente Someren onderscheidt zich in verschillende landschapseenheden. Aan de westzijde van de gemeente liggen grote bos- en heidecomplexen op de hoge dekzandruggen en stuifduinen.

Kenmerkend zijn de grote aaneengesloten bosgebieden. Hieraan grenzen de beekdalen van de Vleutloop en de Kleine Aa, die vanwege de aanwezigheid van landschappelijke beplantingen een besloten landschapseenheid kennen. De beekdalen doorsnijden de oude kamp-ontginningsgebieden met oude open akkers op de dekzandruggen rondom Lierop en de kern van Someren. De kampontginningen kennen een kleinschalige, blokvormige, onregelmatige verkavelingsstructuur met een relatief besloten landschapsbeeld. In deze structuur zijn plaatselijk de oude open akkers te herkennen als relatief open gebieden met een gebogen belijning en een bol reliëf. Aan de zuidzijde van de gemeente Someren ligt het jonge heideontginningsgebied op de dekzandvlakte rondom de kernen Someren-Heide en Someren-Eind. In dit gebied bestaat de structuur uit een grootschalige en rationele verkaveling. De blokvormige wegenstructuur hierbinnen wordt begeleid door wegbeplanting, zodat het rechthoekige patroon van wegen en kavels in het landschapsbeeld zichtbaar is. Langs de wegen liggen de agrarische bedrijven verspreid door het gebied. Het plangebied aan Bergdijk 4 is binnen deze jonge heideontginningen gelegen. Ten westen en ten zuiden van het plangebied is het bos ‘De Boksenberg’ gelegen. De Boksenberg is een stuifduin complex dat vanwege de hogere ligging en onvruchtbare bodem niet is ontgonnen.

Navolgende figuur betreft een kaartbeeld omstreeks 1953 met daarop het plangebied aangeduid.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

6

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Plangebied Figuur 4: Uitsnede historische kaart omstreeks 1953

2.2

Ruimtelijke structuur omgeving

Het plangebied is gesitueerd aan De Bergdijk en de Kerkendijk. De directe omgeving van het plangebied kent overwegend woonfuncties, kleinschalige agrarische functies en niet agrarische bedrijfsfuncties. Ten zuidoosten van het plangebied is een drinkwaterproductiebedrijf gelegen. In de loop der jaren heeft een transitie

plaatsgevonden van agrarische functies naar reguliere

woonbestemmingen en niet agrarische functies. Direct aangrenzend, ten westen van het plangebied, is een timmerbedrijf en ambachtelijk bedrijf (maximaal milieucategorie 3.2) gelegen. Ten zuiden en ten westen van het plangebied liggen de natuurgebieden De Boksenberg en de Pan.

2.3

Functionele structuur

De gemeente Someren kent een uitgebreide verzorgings- en voorzieningenstructuur. Deze is met name geconcentreerd in de kern van Someren. De gebiedsontsluitingsweg (N266) is gelegen langs de Zuid-Willemsvaart en verbindt de kern Someren met Helmond en Nederweert. Ter hoogte van Lierop bevindt zich een aansluiting op de Rijksweg A67. Een tweede gebieds-ontsluitingsweg betreft de Provincialeweg (N609). Deze bevindt zich ter hoogte van de kern Someren en betreft een regionale ontsluitingsweg tussen de kernen Heeze, Someren en Asten. De Kerkendijk en de Nieuwendijk zijn de voornaamste verbindingswegen voor de ontsluiting van Someren-Heide.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

7

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

2.4

Bestaande situatie plangebied

In de huidige situatie is binnen het plangebied een agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning aanwezig. Op de initiatieflocatie is naast de bedrijfswoning en het bijbehorende bijgebouw in totaal 800 m² aan gebouwen aanwezig welke dienst doen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse, in combinatie met de locatie aan Kuilerstraat 3, eveneens eigendom van de aanvragers/initiatiefnemers. De bedrijfsgebouwen zijn achter op het bouwvlak gesitueerd en hebben een eigen inrit vanaf zowel de Bergdijk als de Kerkendijk. Het woonhuis ligt op ruime afstand van de Kerkendijk. Navolgende figuren geven een overzicht van het plangebied.

Figuur 5: Bedrijfswoning gezien vanaf de kruising Bergdijk – Kerkendijk

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

8

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Figuur 6: Bedrijfsgebouwen op het achtererf

Figuur 7: Plangebied gezien vanaf de Kerkendijk

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

9

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

3.

PLANBESCHRIJVING

3.1 Inleiding De agrarische bedrijfsbestemming zal worden herbestemd naar een reguliere bedrijfsbestemming. De bestaande bedrijfsgebouwen zullen worden gesaneerd en vervangen door een enkele loods. Deze loods (800 m²) is qua oppervlakte gelijk aan de bestaande bedrijfsgebouwen maar wordt gesitueerd op een grotere afstand van de Bergdijk. In vergelijking met de situering van de huidige loods wordt deze circa 3 meter verder noordelijk gebouwd. Doordat het nieuwe bedrijfsgebouw smaller wordt dan de bestaande loods ontstaat meer ruimte voor het laden en lossen van de vrachtwagens. Hierdoor kan het laden en lossen plaatsvinden op eigen terrein. Navolgende figuur geeft de situering van de nieuwe loods op het perceel weer.

Figuur 8: Situering nieuwe loods

Navolgende figuren geven een overzicht van de beeldkwaliteit.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

10

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

11

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

3.2

Beoogd bedrijf

Het plangebied zal worden gebruikt ten behoeve van een interieurbedrijf. De activiteiten spitsen zich toe op het vervaardigen van houten interieurelementen die vervolgens op de locatie van klanten geplaatst worden. De bedrijfsactiviteiten vinden volledig inpandig plaats. Het laden en lossen vindt deels buiten en deels binnen plaats. De productieoppervlakte voor de interieurelementen bedraagt ca. 300 m². De overige oppervlakte (ca. 500 m²) wordt gebruikt voor opslag van materialen, een kantoor en een kantine. Het bedrijf kent een rechtstreekse ontsluiting op de Bergdijk en op de Kerkendijk. De aansluiting op de Kerkendijk dient enkel ter ontsluiting van de privé bewegingen met de personenauto. De vervoersbewegingen voor het bedrijf worden ontsloten naar de Kerkdijk via de Bergdijk. De Kerkendijk is een bovenlokale verbindingsweg tussen Maarheeze en Someren. De toename van het aantal verkeersbewegingen is beperkt en daarmee vanuit verkeersoptiek passend voor de locatie. Parkeren ten behoeve van de bedrijfswoning en ten behoeve van het bedrijf vindt plaats op eigen terrein. De bewoner van de bedrijfswoning dient binding te hebben met het ter plaatse gevestigde bedrijf. Deze voorwaarde wordt geborgd in een overeenkomst tussen de gemeente Someren en de initiatiefnemer.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

12

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

3.3

Planologische situatie

Beoogd wordt de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ te herbestemmen naar ‘Bedrijf’ ten behoeve van een bedrijf voor interieurbouw. Ter plaatse wordt één bedrijfswoning toegestaan met daarbij 800 m² bedrijfsbebouwing. De maximaal toegestane goothoogte is 4,5 m1, de maximaal toegestane bouwhoogte is 8,0 m1. De afstand van de bedrijfsgebouwen tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1. De thans aanwezige dubbelbestemming in het kader van archeologie en de aanduiding ‘milieuzone – borgingsvrije zone’ worden opgenomen. Vanwege het scheiden van privéen bedrijfsvervoersbewegingen worden twee afzonderlijke inritten toegepast. De bedrijfsbestemming is hiertoe doorgetrokken tot de weg. Ten behoeve van landschappelijke inpassing wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ opgenomen. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de verbeelding voor de beoogde situatie.

Figuur 9: Beoogde planologische situatie

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

13

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

3.4

Landschappelijke inpassing

Ten behoeve van de omzetting van een agrarische bedrijfslocatie naar een niet agrarische bedrijfsbestemming, zal het plangebied landschappelijk dienen te worden ingepast. De locatie is gelegen in een oude heideontginning. In het gemeentelijke Beeldkwaliteitsplan zijn richtlijnen opgenomen voor de inrichting van een kavel en richtlijnen voor de beplanting opgenomen. De inrichting is op deze richtlijnen gebaseerd. Een nadere omschrijving van het beeldkwaliteitplan is gegeven in paragraaf 4.3.2. De huidige bebouwing grenst aan een zijde (zuidzijde) aan een bestaand bosgebied. De bedrijfsbebouwing ligt nagenoeg tegen de perceelgrens met de achterburen. Hier is dan ook geen ruimte voor een bredere landschappelijke invulling. De woning ligt op enige afstand van de weg en is omgeven door een grasveld. In dit grasveld staan verspreid een aantal volwassen bomen (zomereik, prunus (spec.), sorbus (spec.)). Het grasveld is omzoomd door een lage beukenhaag. De oprit naar de bedrijfsgebouwen vanaf de Kerkendijk is aan beide zijden voorzien van een rij haagbeuken (laanbomen). Binnen onderhavig plan zijn twee inritten in gebruik. Dit is zo omdat de bedrijfswoning gebruik maakt van een andere inrit dan de bedrijfsfunctie. De inrit is herkenbaar middels de landschappelijke inpassing.

Aan de zuidwestzijde van de bedrijfsgebouwen is een houtsingel aanwezig bestaande uit volwassen zomereiken met een ruderale ondergroei van lijsterbes, vlier en braam. Deze houtsingel stond op grond in eigendom van de gemeente maar behoort sinds de kadastrale herverdeling tot het plangebied. Deze beplanting doet dienst als afscherming van de bedrijfsbestemming aan de zuidwestzijde. Ter afscherming

van de loods wordt ten noorden hiervan een nieuwe houtsingel aangeplant

bestaande uit eiken, hazelaar, hulst, kardinaalsmuts, sleedoorn en hondsroos. Onderstaand is de inrichting van het terrein weergegeven. Het beplantingsplan is als bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan gevoegd.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

14

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Figuur 10: Uitsnede beplantingsplan

3.5

Verkeer en parkeren

Het plangebied wordt ontsloten aan zowel de Bergdijk en de Kerkendijk. Deze ontsluiting zal niet wijzigen middels de herontwikkeling. De directe ontsluiting aan de Kerkendijk dient enkel voor de ontsluiting van de bedrijfswoning. Verkeersbewegingen voor het bedrijf vinden plaats via de Bergdijk richting de Kerkdijk. De vervoersbewegingen voor de bedrijfswoning wijzigen niet. Voor de bedrijvigheid vinden per etmaal maximaal vier vrachtwagenbewegingen plaats voor laden en lossen en twee voor bestelwagens. De Kerkendijk is een bovenlokale verbindingsweg tussen Maarheeze en Someren. Het aantal verkeersbewegingen is beperkt en daarmee vanuit verkeersoptiek passend voor de locatie. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Bij de bedrijfswoning dienen drie parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig te zijn. Binnen het plangebied is geen sprake van bezoekersparkeren. Enkel is er sprake laad- en los activiteiten op eigen terrein.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

15

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Het Rijk heeft de Nationale Omgevingsvisie opgesteld voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale politiek-bestuurlijke aandacht. De nationale belangen zijn in veel gevallen sectoraal. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. Deze vier integrale prioriteiten betreffen: -

Klimaat & Energie: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

-

Duurzame economie: duurzaam economisch groeipotentieel;

-

Stad & Regio: sterke en gezonde steden en regio’s;

-

Landelijk gebied: toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

In deze vier prioriteiten komen complexe, omvangrijke en dringende opgaven samen, die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Centraal in te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen. Om aan dit afwegingsproces richting te geven worden drie afwegingsprincipes gehanteerd. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De beoogde herontwikkeling heeft geen betrekking op de geformuleerde nationale belangen. De beoogde herbestemming heeft geen betrekking op de geformuleerde nationale belangen. Hiervoor is het project te kleinschalig van aard. Op microniveau draagt deze ontwikkeling bij aan een toekomstbestendig landelijke gebied.

4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro is het verplicht om in het geval dat een ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen. Binnen het plangebied wordt de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ herbestemd naar ‘Bedrijf’. Ter plaatse vindt geen nieuw ruimtebeslag plaats en de nieuwe loods kent de zelfde oppervlakte als de bestaande bebouwing. Derhalve is geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking niet hoeft te worden toegepast.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

16

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Brabantse Omgevingsvisie

Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Met de hoofdopgaven in de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie aan bij Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. De Provincie Noord-Brabant streeft er op zijn beurt naar dat deze visie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Brabant samenbindt. Wanneer de Omgevingswet in 2021 in werking zal treden, is deze nader uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant wordt hierna besproken.

4.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

4.2.2.1 Inleiding De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, hierna ook de Interim omgevingsverordening genoemd, is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan de door de gemeente op te stellen ruimtelijke plannen en vormt een direct toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen waarvan de provincie het belangrijk vindt dat die door iedere gemeente worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. De onderwerpen die in de Interim omgevingsverordening staan, vinden hun basis in de in december 2018 vastgestelde Brabantse omgevingsvisie. De omgevingsvisie formuleert een vijftal hoofdopgaven en ambities voor 2050 gericht op het bereiken van een gezond en veilig Brabant met een goede omgevingskwaliteit. Hoofddoel van de Interim omgevingsverordening is het beleidsneutraal samenvoegen van de verschillende verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving. In navolgende subparagrafen wordt ingegaan op de aanduidingen van de planlocatie in de Interim omgevingsverordening en wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels van de Interim omgevingsverordening.

4.2.2.2 Aanduidingen in de Interim omgevingsverordening Navolgende figuur geeft een overzicht van de aanduidingen ter plaatse van de planlocatie in de Interim omgevingsverordening.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

17

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Figuur 11: Aanduiding planlocatie in Interim omgevingsverordening

Het plangebied is aangeduid als gelegen in het Landelijk gebied binnen de structuur gemengd landelijk gebied, met de aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’, ‘Stalderingsgebied’. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Het doel van de provincie is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende- of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Met de beoogde herontwikkeling wordt de agrarische bedrijfswoning ter plaatse van het plangebied omgezet naar reguliere bedrijfswoning.

Bestaande bebouwing wordt geamoveerd en vervangen door een nieuw bedrijfsgebouw maar het ruimtebeslag neemt niet toe. Sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap In artikel 3.9 van de van de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen ten aanzien van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Naast bescherming van de ruimtelijke kwaliteit wil de provincie Noord-Brabant ontwikkelingsruimte bieden in het buitengebied mits een ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in Brabant hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

18

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Voor de omvang van deze kwaliteitsverbetering is het van belang te bepalen in welke categorie een ontwikkeling ingedeeld kan worden. Er worden drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden:  Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor geen extra kwaliteitsverbetering van het landschap

is

vereist

(geen

landschappelijke

inpassing

en

evenmin

ruimtelijke

kwaliteitsverbetering vereist). 

Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist).

Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist).

De beoogde herontwikkeling betreft een categorie 3-ontwikkeling. De gemeente Someren heeft normbedragen vastgesteld voor waarden in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap. Navolgende figuur geeft een beeld van de berekening voor kwaliteitsverbetering van het landschap. De volledige berekening is als bijlage bij deze toelichting opgenomen.

Tabel 1: Beeld van bestemmingswinst bij de beoogde ontwikkeling

Binnen het plangebied wordt een kwaliteitsverbetering geleverd middels het versterken van de landschappelijke inpassing. In navolgende tabel is deze tegenprestatie inzichtelijk gemaakt.

Tabel 2: Tegenprestatie

Middels een anterieure overeenkomst wordt geregeld dat de initiatiefnemer hiervoor een afdracht doet aan het gemeentelijk fonds. Artikel 2.74 Stalderen Artikel 2.74 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant biedt binnen het ‘Stalderingsgebied’ onder voorwaarden mogelijkheden voor veehouderijen voor vestiging van of omschakeling naar een hokdierhouderij of voor de uitbreiding van bebouwing ten behoeve van een hokdierhouderij. De beoogde herbestemming heeft geen betrekking op de veehouderij en is derhalve niet in strijd met de regels.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

19

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een nietagrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; c.

overtollige bebouwing wordt gesloopt;

d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Het agrarische bedrijf wordt herbestemd naar een reguliere bedrijfsbestemming. Ter plaatse zal een interieurbouwbedrijf worden gevoerd. De activiteiten ter plaatse voorzien in houtbewerking, montage vindt plaats op locatie. De activiteit valt derhalve te classificeren in milieucategorie 2. Dit valt mede op te maken uit het akoestisch onderzoek industrielawaai dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. Een dergelijke functie is passend binnen het bebouwingslint Kerkendijk, waar reeds sprake is van een sterke functiemenging. Door middel van de herontwikkeling vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel. Na herontwikkeling is slechts sprake van één bedrijf. De landbouwactiviteiten worden gestaakt, de bestaande bebouwing wordt hergebruikt. Er is geen sprake van overtollige bebouwing. De ontwikkeling voorziet niet in een baliefunctie, lawaaisport of mestverwerking. Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; c.

dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen;

d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. De agrarische bedrijfsbestemming wordt herbestemd naar een reguliere bedrijfsbestemming ten behoeve van een interieurbedrijf. De ontwikkeling past ook op de langere termijn binnen het plangebied. Een verdere intensivering van bedrijfsactiviteiten wordt niet beoogd. De herontwikkeling leidt niet tot een publiek aantrekkende werking. In de regels behorende tot onderhavig bestemmingsplan zijn regels op genomen met betrekking tot voldoende parkeergelegenheid alsmede gebruiksregels. Buitenopslag is niet toegestaan. Binnen het plangebied gelden geen uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijfsgebouwen of het gebruik.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

20

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. De beoogde functie is passend binnen het gemengd landelijk gebied. Bijgedragen wordt aan een gevarieerde plattelandseconomie. Het positief bestemmen van de functie past binnen de karakteristiek van het gebied. In de omgeving van het plangebied is reeds sprake van (een sterke) functiemenging. Het plangebied is gesitueerd aan de hoofdinfrastructuur. Verkeerskundig zijn er dan ook geen bezwaren. Vestiging op een bedrijventerrein is niet aan de orde. Er zijn geen mogelijkheden om te verplaatsen naar een bedrijventerrein aangezien het bedrijventerrein van de gemeente Someren geen ruimte meer biedt voor bedrijven. Detailhandel wordt niet beoogd. Het maximum bebouwd oppervlak ten behoeve van het bedrijf is begrenst op 800 m². Er vindt geen nieuw ruimtebeslag plaats en er is sprake van zuinig ruimtegebruik conform artikel 3.6 IOV. Met een nieuw invulling van het plangebied wordt leegstand binnen het plangebied voorkomen.

Tevens wordt middels de herbestemming een strijdige situatie aan Kuilerstraat 3 opgelost en positief bestemd binnen het plangebied. De beoogde herbestemming past binnen de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Someren 2028

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht alle overheden tot het opstellen van een structuurvisie. Om aan deze Wro-verplichting te voldoen, heeft de gemeente Someren een integrale structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente opgesteld: de ‘Structuurvisie Someren 2028’. In deze structuurvisie wordt aan de hand van thema’s omschreven wat de ambities van de gemeente Someren zijn voor het jaar 2028. Onderdeel van de ‘Structuurvisie Someren 2028’ is de ‘Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028’. Hierna is een uitsnede van deze kaart weergegeven, waarop het plangebied is aangeduid.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

21

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Plangebied Figuur 12: Uitsnede kaart voor Someren uit Structuurvisie Someren 2018, waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

In de Structuurvisie Someren 2028 is het plangebied aangeduid als ‘Oudere heideontginningen’. Bij functieverandering in het buitengebied wordt gestuurd op ruimtelijke kwaliteit. Onderhavig initiatief voorziet niet in nieuw ruimtebeslag. Ook zijn de gebruiks- en de bouwmogelijkheden vastgelegd in de regels van onderhavig plan. Tevens wordt het plangebied aanvullend landschappelijk ingepast. Onderhavige ontwikkeling is passend binnen het gestelde beleid in de ‘Structuurvisie 2028’.

4.3.2

Beeldkwaliteitplan Buitengebied 2022

De gemeente Someren heeft het ‘Beeldkwaliteitplan Buitengebied 2022’ vastgesteld als opvolger van het beeldkwaliteitplan Buitengebied 2011. Het beeldkwaliteitsplan is een verbindend element tussen landschap, architectuur en stedenbouw. Het plan geeft kaders en richtlijnen waarmee de beeldkwaliteit van een bepaald gebied gewaarborgd wordt. Bij het opstellen van het beeldkwaliteitsplan is het landschap ingedeeld in zes karakteristieke deelgebieden. Dit betreft de gebieden ‘Bos- en heidegebied, ‘Beekdallandschap’, ‘Kampenlandschap’, ‘Oudere heideontginningen’ en ‘Jongere heideontginningen’. Op de landschapstypenkaart van het beeldkwaliteitsplan is de indeling van de landschapstypen gegeven, die sturend is voor het beeldkwaliteitsplan. Samen met het streefbeeld is dit de basis voor de richtlijnen en bouwstenen die de inrichting van het landschap bepalen. Het plangebied is gelegen binnen een ‘Oudere Heideontginning’, aan een ‘lint’. In het ‘Beeldkwaliteitplan Buitengebied 2022’ is navolgende omschrijving opgenomen van de ‘oudere heideontginningen’: “De

oudere

heideontginningen

kunnen

als

een

overgangslandschap

tussen

de

jongere

heideontginningen en het kampenlandschap gezien worden. Dit landschapstype ligt als een band van

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

22

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

oost naar west tussen het kampenlandschap en de jongere heideontginningen. Deze gebieden zijn rond de eeuwwisseling 19e - 20e eeuw ontgonnen in de vooruitstrevende pioniersgeest van die tijd. De landschappelijke lijnen zijn minder organisch dan die van het kampenlandschap en ook de schaal is iets groter. Maar dit landschap heeft een duidelijk minder grootschalig en weids karakter met rechte ontginningslijnen als de jongere heideontginningen. Rijke groenstructuren van houtsingels, lanen en bospercelen kenmerken de oudere heideontginningen. Waar verschillen in de ondergrond zoals natte of droge omstandigheden in het kampenlandschap ook bovengronds ook goed zichtbaar zijn, is dit in de oudere heideontginningen minder duidelijk waarneembaar.” Richtlijnen inrichting van de kavel:

-

Groene uitstraling met de inrichting van een ‘groen voorerf’ Omzoomd met een lage haag of landschappelijk houten hekwerk. Een solitaire boom of kleine boomgroep bijvoorbeeld ter markering van de erfgrens. Een gedeelte van de tuin naast de voorgevel inrichten als boomgaard. De zijkanten en achterzijde van het erf worden begeleid door bosjes, boomgaarden, houtsingels en/of struweelhagen.

-

Op strategische plekken en met aantoonbare meerwaarde kan het achtererf ingepast worden met een andere meer transparante bouwsteen zoals een bomenrij, of kruidenrijke akker- of weiderand

Het plangebied is voor een deel reeds zorgvuldig ingepast met hoofdzakelijk streekeigen beplanting. De inpassing wordt nog verder versterkt doormiddel van een houtsingel aan de noordzijde. Het beplantingsplan is uitgewerkt in paragraaf 3.4.

4.3.3

Evaluatie nota NAF-beleid

4.3.3.1 Inleiding De raad van de gemeente Someren heeft in haar vergadering van 28 juni 2018 een Evaluatie nota NAF-beleid vastgesteld. In deze nota is het nieuwe beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied uitgewerkt naar aanleiding van een evaluatie. In deze nota staat met betrekking tot de uitbreidingsmogelijkheden voor niet-agrarische bedrijven het volgende vermeld: “Op dit moment zijn de uitbreidingsmogelijkheden van deze bedrijven gemaximaliseerd in zowel oppervlakte (maximaal 1.500 m 2) als milieucategorie (maximaal 3.1). Vasthouden aan dit beleid leidt ertoe dat verschillende bedrijven in ons buitengebied op hun plek niet meer kunnen uitbreiden. Omdat er geen grond op het bedrijventerrein beschikbaar is, geven we binnen onze gemeentegrenzen met het huidige beleid geen ruimte aan deze bedrijven. Dit is een ongewenste situatie: we willen niemand uit onze gemeente wegjagen. Daarom geven we meer uitbreidingsmogelijkheden voor bestaande, positief bestemde bedrijven (zowel agrarisch verwant als de niet-agrarische bedrijven). Hoewel per locatie een beoordeling zal moeten plaatsvinden, vinden we bedrijven in de milieucategorie van 4 en hoger niet passend in het buitengebied.”

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

23

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

4.3.3.2 Agrarische bedrijven bedrijvigheid

die

willen

omschakelen

naar

niet-agrarische

In het gemeentelijk VAB-NAF beleid is bepaald dat het bestemmingsvlak van nieuwe niet-agrarische bedrijven maximaal 5.000 m 2 groot mag zijn en de milieucategorie maximaal categorie 2 betreft. Het gaat hierbij onder meer om de volgende functies: “Milieucategorie 2 fietsen- en brommermaker, bedrijf met propaantank, bouwbedrijf, melkveehouderij, fruitteeltbedrijf, houtbewerkingsbedrijf, bedrijfseigen motorvoertuigstalling, manege, brood- en banketbakkerij, supermarkt en detailhandel, installatiebedrijf, groothandel”. Ter plaatse zal een interieurbouwbedrijf worden gevoerd. De activiteiten ter plaatse voorzien in houtbewerking, montage vindt plaats op locatie. De activiteit valt derhalve te classificeren in milieucategorie 2. Dit valt mede op te maken uit het akoestisch onderzoek industrielawaai dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. Omschakeling is in principe alleen mogelijk in bebouwingsconcentraties en de ontwikkeling dient bij te dragen aan de doelstellingen als geformuleerd in de NAF-nota. “Binnen die kaders willen we nieuwe initiatieven in beginsel omarmen en is een ontwikkeling kansrijker indien: 1.

het bijdraagt aan de sloop van stallen (natuurlijk kapitaal);

2.

het ruimte biedt aan innovatie (economisch kapitaal);

3.

het bijdraagt aan een maatschappelijke en/of zorgbehoefte uit de Somerense gemeenschap (menselijk kapitaal);

4.

het de uitgangspunten van Cradle to Cradle als vertrekpunt hanteert (natuurlijk, menselijk en economisch kapitaal).”

Het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan niet aangeduid als bebouwingsconcentratie. Ruimtelijk gezien is hiervan wel sprake. Ter plaatse van de planlocatie is sprake van een bebouwingslint. Er is sprake van een lijnvormige verzameling gebouwen langs De Kerkendijk en de Bergweg. In de directe omgeving is sprake van gemengde kleinschalige buitengebied- en nietbuitengebied geboden functies. In dit lint wordt een agrarisch bedrijf herbestemd ten behoeve van een nieuwe niet-agrarische bedrijfsfunctie. Een omvang van 800 m² aan bedrijfsgebouwen wordt hiervoor hergebruikt. De basis van het bedrijfsgebouw (constructie) wordt herbenut uit een slooplocatie elders in de gemeente waardoor Cradle to Cradle als vertrekpunt gehanteerd wordt. Ook is het nieuwe bedrijfsgebouw duurzamer vanwege beter isolatietechnieken. De herontwikkeling behelst het omzetten van een bestaande functie. Het beleid van de gemeente Someren ziet toe op een duurzaam buitengebied waarbij leegstaand niet wenselijk is. Het plan draagt daarom bij aan het behoud van ruimtelijke kwaliteit en is derhalve passend binnen het beleid.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

24

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

5.

MILIEUASPECTEN

5.1 Bodemonderzoek Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te zijn aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. Derhalve is voor de locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Navolgend wordt de conclusie van dit onderzoek weergegeven. “Conclusies en aanbevelingen Gezien de analyseresultaten en de interpretatie hiervan dient de hypothese “diffuus belaste locatie met heterogeen verdeelde verontreinigingen op schaal van de monsterneming” te worden verworpen, aangezien er geen asbest in de grond is aangetroffen ter plaatse van de drupzone aan de linkerzijde van de loods. Met betrekking tot het vooronderzoek volgens NEN 5725 kan worden geconcludeerd dat er geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Er heeft een asbestsanering plaatsgevonden van het dak en de locatie is asbestvrij verklaard. De locatie kan als ‘onverdacht’ worden beschouwd, zodat geen vervolgonderzoek volgens NEN 5740 noodzakelijk is.”

5.2

Water

5.2.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief op het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap De Dommel.

5.2.2

Beleidskader

5.2.2.1 Waterbeheerplan 2022-2027 Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de watertransitie met als doel een toekomstbestendige waterhuishouding in 2050. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Hierbij ligt in tegenstelling tot eerder beleid met name de nadruk op de volgende focuspunten:

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

25

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

van beekdalgericht naar gebiedsgericht: de aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied;

van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners worden keuzes gemaakt over meerdere opgaven in een gebied;

van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

5.2.3

Keur Waterschap De Dommel 2015

Voor waterhuishoudkundige ingrepen binnen het plangebied is de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Het plangebied is op de kaart behorende bij de Keur niet aangewezen als gelegen in beschermd gebied of attentiegebied. Navolgende figuur geeft een overzicht van de ligging van keurgebieden in de omgeving van het plangebied waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.

Plangebied Figuur 13: Uitsnede Keurkaart

5.2.4 Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak

toeneemt.

Deze

(beleids)uitgangspunten

zijn

geformuleerd

in

de

‘Beleidsregel

Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

26

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², een toename tussen 500 m² en 10.000 m² en een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Voor plannen met een omvang minder dan 500 m² zijn er op grond van de beleidsregels van het waterschap geen compenserende maatregelen nodig.

5.2.5

Verhard oppervlak

Binnen het plangebied neemt het verhard oppervlak niet toe. De bestaande twee inritten blijven behouden. Ter vervanging van de bestaande bedrijfsgebouwen (800 m²) wordt een nieuwe loods opgericht. Van extra verharding is geen sprake. Op navolgende figuur, waarbij het bouwplan op de luchtfoto en de contour van het plangebied is geprojecteerd, is dit inzichtelijk.

Figuur 14: Projectie bouwplan binnen bestaande erfverharding

5.2.6

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie

De bodem ter plaatse van het plangebied bestaat uit Veldpodzolgronden, leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21). De GHG bedraagt 80-140 cm–mv.

5.2.7

Hemelwaterafvoer

Het hemelwater zal worden geborgd op eigen perceel. Voor het klimaatneutraal aanleggen van nieuwe bebouwing wordt 60 mm waterberging voor het nieuwe verharde oppervlak gevraagd. Dat betekent 60 liter waterberging per vierkante meter verhard oppervlak. De voorziening dient gerealiseerd te worden boven de hoogste Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) van 80-140 cm/m. Bij de bouwaanvraag wordt nader ingegaan op de exacte oppervlakte nieuwe verharding en daarmee de benodigde waterbergingsvoorziening. Voorzien kan worden in berging op eigen terrein. Gewerkt

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

27

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

kan worden met onder andere grindkoffers, infiltratiekratten, groendaken en een wadi. De hemelwaterafvoer mag niet worden afgekoppeld op het riool. Voorbeelden van deze manieren van infiltreren zijn weergegeven in navolgende figuur.

Figuur 15: Voorbeelden infiltratievoorzieningen

Voorgesteld wordt het hemelwater af te voeren via een transportriool naar een wadi. Deze wadi kan worden gecreëerd ter plaatse van de houtsingel noordelijk van de loods. Om het water van de loods te bergen dient te worden voorzien in een bergingscapaciteit van 48 m³. Door ter plaatse van de houtsingel (260 m²) een laagte van gemiddeld 20 cm te creëren kan worden voorzien in voldoende capaciteit. Het water dat valt op de erfverharding kan infiltreren in de groenvoorzieningen direct aansluitend.

5.2.8

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan

Sinds 1 januari 2008 zijn gemeenten op basis van de Wet gemeentelijke watertaken verantwoordelijk voor het hemelwater, het afvalwater en het grondwater. Middels het ‘verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Someren 2018-2022’ (vGRP) geeft de gemeente Someren invulling aan deze verantwoordelijkheid door een duurzame inzameling en verwerking van afvalwater, hemelwater en overtollig grondwater en een duurzaam beheer van het gemeentelijk rioolstelsel. De doelstellingen voor de komende planperiode zijn als volgt: 1. Zorgen voor inzameling van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerd stedelijk afvalwater; 2. Zorgen voor het transport van het ingezamelde stedelijk afvalwater naar een geschikt lozingspunt; 3. Zorgen voor doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (voor zover niet verzorgd door particulieren); 4. Beperken van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming in het openbaar gemeentelijk gebied; 5. Doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering; 6. Zorgen voor het klimaat adaptief maken van de riolering en de inrichting;

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

28

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Wat betreft de verwerking van hemelwater wordt in het vGRP ten aanzien van nieuwbouw het volgende aangegeven: “Voor nieuwbouw (en herbouw) geldt dat het afvalwater en hemelwater gescheiden moet worden ingezameld. De gemeente stimuleert hydrologisch neutraal bouwen om de uitdagingen van het veranderende klimaat tegen te gaan. Hierbij is de trits vasthouden – bergen – afvoeren van toepassing. Verder geldt:

-

Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een uitbreiding van meer dan 2.000 m² verhard oppervlak (conform regels waterschappen), dient altijd overleg te worden gepleegd met gemeente, waterbeheerder(s) en initiatiefnemer via de watertoets. Veelal wordt hierbij gekozen voor centrale verwerking van het hemelwater binnen het plangebied.

-

Bij inbreidingslocaties kleiner dan 2.000 m² dient het regenwater eerst op eigen terrein verwerkt te worden. Uitgangspunt is dat bij nieuwe ontwikkelingen geen hemelwater op de riolering wordt aangesloten; hydrologisch neutraal bouwen.”

Onderhavig plan voorziet niet in nieuw verhard oppervlak. Hemelwater wordt op eigen terrein geïnfiltreerd.

5.2.9

Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater

Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

5.2.10 Afvalwater Het afvalwater afkomstig van het plangebied wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel, dat aanwezig is aan de Kerkendijk. Het rioolstelsel wordt niet aangepast.

5.3

Cultuurhistorie

Het plangebied is niet gelegen in een cultuurhistorisch waardevol gebied. Ter plaatse is ook geen (cultuurhistorisch waardevolle) bebouwing aanwezig. Het plangebied is niet aangeduid of te beschouwen als waardevol open gebied dan wel te behouden doorzicht. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart waarop het plangebied is aangeduid met een rode cirkel.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

29

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Figuur 16: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart

Aan de Kerkendijk is sprake van historisch groen en de Kerkendijk en Bergdijk zijn historisch geografische lijnen zijn van hoge waarde. Ook de houtwal ten westen van het plangebied is aangeduid als historisch groen. De beoogde herontwikkeling heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden.

5.4

Archeologie

5.4.1

Inleiding

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houden ze rekening met archeologische waarden. Ook maken zij meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven.

5.4.2

Nota archeologiebeleid gemeente Someren

De gemeente Someren heeft een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd in de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’. In deze nota zijn enerzijds de gemeentelijke ambities en opgaven op het gebied van de economische ontwikkeling, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en dergelijke, en anderzijds het behoud en beheer van het gemeentelijk bodemarchief toegelicht en uitgewerkt. Onderdeel van de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’ is de ‘Archeologiekaart van Someren’. Hierna is een uitsnede van de beleidskaart weergegeven waarop het plangebied is aangeduid.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

30

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

Plangebied Figuur 17: Uitsnede Archeologiekaart van Someren waarop het plangebied is aangeduid

5.4.3

Beoordeling van het plangebied

Het plangebied is op de Archeologiekaart van Someren deels aangeduid met ‘categorie 5’ en deels als ‘categorie 6’. De gebieden die vallen binnen categorie 5 zijn gebieden met een ‘middelhoge archeologische verwachting’, de gebieden die vallen binnen categorie 6 kennen een ‘lage verwachtingswaarde’. De vrijstellingsdrempel bij de categorie ‘middelhoge verwachting’ bedraagt 2.500 m² en/of een diepte van 0,4 m. Gebieden met een ‘lage archeologische verwachting’ kennen geen ondergrenzen. Binnen het plangebied wordt deze norm niet overschreden. Er vindt enkel bodemroering plaats van 800 m² en deze vindt deels plaats ter vervanging van bestaande bebouwing. Geconcludeerd kan worden dat er geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De vigerende archeologische dubbelbestemming is overgenomen.

5.5

Natuur

5.5.1

Inleiding

Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.

CONCEPT-VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan ‘Bergdijk 4’ - Toelichting

5.5.2

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000 gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het meest dichtbij gelegen Vogel- of Habitatrichtlijngebied betreft het Habitatrichtlijngebied ‘Weerteren Budelerbergen & Ringselven’. Dit Habitatrichtlijngebied is gelegen op een afstand van circa 1,7 kilometer ten zuiden van het plangebied. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, verzilting, optische verstoring, verzuring en vermesting. Potentiële externe effecten, niet zijnde ten gevolge van stikstofdepositie, kunnen in de regel reeds met voldoende zekerheid worden uitgesloten indien een locatie op ruime afstand van een Natura 2000-gebied is gelegen. De potentiële effecten ten gevolge van stikstofdepositie (en dientengevolge verzuring en vermesting) kunnen ook op grotere afstanden merkbaar zijn.

De ontwikkeling is van dermate kleinschalige aard en heeft wegens deze afstand tot dit richtlijngebied geen effecten op een Vogel- of Habitatrichtlijngebied. Het gebied ten zuiden van de planlocatie is aangemerkt als Natuur Netwerk Brabant. Met de beoogde bestemmingswijziging is geen sprake van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNB-gebied. Binnen het plangebied vindt geen uitbreiding plaats richting NNB en de landschappelijke inpassing wordt versterkt. Van het rooien van opstanden is geen sprake. Daarnaast zal het omgevingsklimaat verbeteren doordat verouderde bebouwing wordt vervangen door nieuwe geluidsisolerende bebouwing. Uit het rapport industrielawaai valt tevens op te maken dat de geluidsbelasting beperkt is. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) regelt sinds 2015 de ruimte voor economische ontwikkelingen die gepaard gaan met de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Enerzijds heeft het PAS tot doel het behoud en herstel van de Natura 2000-gebieden. Anderzijds creëert het PAS door de reductie van stikstof ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de verbreding van een snelweg, woningbouw of de uitbreiding van een veehouderij. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State einduitspraken gewezen in enkele procedures tegen het Programma Aanpak Stikstof.

De Afdeling komt tot de conclusie dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) daaraan stelt. De Afdeling heeft bepaald dat de PAS niet meer gehanteerd kan worden als toetsingskader voor projecten. Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Deze herbestemming leidt niet tot een negatief effect op een Natura-2000 gebied. Het plangebied wordt herbestemd van een agrarische bedrijfsbestemming naar een reguliere bedrijfsbestemming ten behoeve van een interieurbedrijf. Dit bedrijf heeft geen publiek aantrekkende werking. De

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12375200/1