Bijlage Toelichting
Tekst van het document
TOELICHTING HERSTELBESLUIT BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED SOMEREN - DEELGEBIED 2 (RUITER 28)
TOELICHTING HERSTELBESLUIT BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED SOMEREN - DEELGEBIED 2 (RUITER 28) GEMEENTE SOMEREN Planstatus
definitief
Datum
11 september 2025
Plan identificatie
NL.IMRO.0847.BP02018021-VS03
3
Inhoudsopgave 1
Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Aanleiding Doelstelling Ligging en begrenzing plangebied Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer Bestuurlijke lus: Herstelbesluit artikel 8:51d Awb
7 7 8 9 10 11
2
Werkwijze
11
2.1 2.2 2.3
Integrale controles Systematiek Proces
13 14 16
3
Visie op het buitengebied
17
3.1 3.2 3.3 3.4
Uitgangspunten Beeldkwaliteitsplan Ontwikkeling met respect voor cultuurhistorie, natuur en landschap Glastuinbouwgebied Vlasakkers
17 17 18 19
4
Omgevingskwaliteiten
21
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Inleiding Verfijning omgevingskwaliteiten Gebiedsbeschrijving deelgebied 2 Eisen aan leefomgeving en mogelijke effecten Wijze van bestemmen op basis van omgevingskwaliteiten Beschrijving gebiedsbestemmingen Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden Dubbelbestemmingen t.b.v. omgevingskwaliteiten
21 21 23 29 31 33 35 40
5
Beleidskader
42
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Achtergrond Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Geactualiseerde en aangevulde beleidsuitgangspunten
42 42 44 54 63
6
Onderbouwing wijzigingen
85
6.1 6.2 6.3 6.4
Inleiding Wijzigingen per locatie Uitvoerbaarheid en borging bij wijzigingen Algemene wijzigingen in regels en verbeelding
85 85 123 124
7
Sectorale aspecten
128
4
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9 7.10 7.11
Bodemkwaliteit Water Luchtkwaliteit Geluid Geurhinder Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Natuur Erfgoedwet: archeologie en cultuurhistorie Ladder voor duurzame verstedelijking M.e.r.-procedure
128 128 134 137 138 139 140 142 147 150 151
8
Uitvoerbaarheid
153
8.1 8.2 8.3
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke betrokkenheid en procedure Bestuurlijke lus
153 153 155
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1.
Ruimtelijke onderbouwing Antoniusweg 21
Bijlage 2.
Ruimtelijke onderbouwing Brimweg ong.
Bijlage 3.
Ruimtelijke onderbouwing Driehoekstraat 24
Bijlage 4.
Ruimtelijke onderbouwing Groeneweg 21
Bijlage 5.
Ruimtelijke onderbouwing Groeneweg ong.
Bijlage 6.
Ruimtelijke onderbouwing Heistraat 16
Bijlage 7.
Ruimtelijke onderbouwing Heistraat 20
Bijlage 8.
Ruimtelijke onderbouwing Heistraat 23
Bijlage 9.
Ruimtelijke onderbouwing Heistraat 38-40
Bijlage 10. Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 26-26a Bijlage 11. Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 55 Bijlage 12. Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 68 Bijlage 13. Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 68a Bijlage 14. Ruimtelijke onderbouwing Ruiter 28 Bijlage 15. Ruimtelijke onderbouwing Vlasstraat 15 Bijlage 16. planMER buitengebied Someren deel 2 Bijlage 17. Toetsingsadvies Commissie m.e.r. Bijlage 18. Aanvulling planMER buitengebied Someren, deelgebied 2 Bijlage 19. Eindverslag inspraak en vooroverleg Bijlage 20. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 2
5
Bijlage 21. Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 2 : Provincie Noord-Brabant Bijlage 22. Publicatie Bijlage 23. Aanvullend akoestisch onderzoek naar de maximale planologische mogelijkheden Ruiter 28 Someren Bijlage 24. Vaststellingsbesluit Bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 2 Bijlage 25. Tussenuitspraak ECLI_NL_RVS_2024_1724 Bijlage 26. Aanvullende akoestisch onderzoek d.d. 27-06-2025 Bijlage 27. Uitspraak ECLI_NL_RVS_2025_1309
6
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding De gemeente Someren heeft een groot buitengebied met veel verschillende functies. Het buitengebied is lang hoofdzakelijk voor agrarische doeleinden in gebruik geweest. Veel agrarische bedrijven stoppen echter, waardoor er op de vrijgekomen locaties nieuwe kansen ontstaan. De diversiteit in functies in het buitengebied neemt daardoor toe, een transitie die op vele plekken in Nederland zichtbaar is. Deze ontwikkeling houdt het buitengebied levendig, maar er moet wel voor gewaakt worden dat deze functies ook passen binnen het buitengebied van Someren. Dit heeft ertoe geleid dat de gemeente Someren het beleid voor niet-agrarische functies (het NAF-beleid) recent heeft geactualiseerd. Dit beleidskader biedt meer ruimte aan de ontwikkeling van niet-agrarische functies in het buitengebied, maar waarborgt ook dat bestaande en nieuwe functies niet met elkaar gaan botsen. Voor deze nieuwe ontwikkelingen, maar ook voor bestaande situaties zal gekeken moeten worden of deze passen in de visie voor het Somerense buitengebied. Daarom heeft de gemeente Someren ervoor gekozen een intensief traject te starten waarbij alle locaties in het buitengebied integraal worden gecontroleerd. Met de bewoners en ondernemers wordt het gesprek aangegaan over hun toekomstplannen.
Aan de hand van deze controles kan zo een duurzaam bestemmingsplan worden opgesteld dat overeenkomt met de feitelijke situatie.
1.2 Doelstelling Het geldende bestemmingsplan voor een groot deel van het buitengebied is het bestemmingsplan Buitengebied Someren (2011). Dit is een conserverend plan geweest waaraan geen controles ten grondslag hebben gelegen. Daarnaast zijn er diverse partiële herzieningen en postzegelbestemmingsplannen vastgesteld waarbij niet altijd een uniforme werkwijze is gehanteerd en is het beleid in de afgelopen jaren op verschillende vlakken gewijzigd. Het doel van het bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 2 is een uniform, leesbaar bestemmingsplan gebaseerd op de feitelijke functies die aanwezig zijn in het buitengebied uitgaand van de uitgevoerde integrale controles. Het buitengebied van Someren is voor het overzicht en een zorgvuldige benadering in 6 deelgebieden verdeeld. Het bestemmingsplan voor deelgebied 1 is op 30 november 2017 vastgesteld. Deze toelichting heeft betrekking op deelgebied 2, het gedeelte van het Somerense buitengebied dat zich ten noorden van deelgebied 1 bevindt. Voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan voor deelgebied 2 zijn alle bedrijven en woningen in dit gebied bezocht en is er bekeken of de bestaande situatie overeenkomt met het bestemmingsplan.
7
Uit deze controles blijkt dat op verschillende locaties de feitelijke situatie niet overeenkomt met het bestemmingsplan. Vervolgens zijn per locatie de legalisatiemogelijkheden van de strijdigheden onderzocht binnen de bestaande wet- en regelgeving. Bij de locaties waar legalisatie een optie is, is in overleg met de eigenaren een manier gezocht om de strijdigheden op te lossen. Als de eigenaren hebben besloten tot een wijziging voor hun perceel dan is dit opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Someren Deelgebied 2. Het eindproduct is een actueel bestemmingsplan dat overeenkomt met de bestaande situatie.
1.3 Ligging en begrenzing plangebied
Figuur 1 Indeling deelgebieden herziening bestemmingsplan buitengebied
8
Dit bestemmingsplan is opgesteld voor deelgebied 2, het deel gelegen ten noorden van deelgebied 1 tussen de kernen Someren, Someren-Eind en Someren-Heide in. Op Figuur 1 is de ligging van de deelgebieden globaal weergegeven. De volgorde van de deelgebieden is in 2018 aangepast ten opzichte van de eerdere planning. Deelgebied 2 wordt begrensd door de kom van Someren aan de noordzijde. Van daar loopt het gebied aan de oostzijde door tot aan de kern van Someren-Eind en daaronder langs tot aan de Zuid-Willemsvaart. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrensd door de Scheidingsweg en het verlengde hiervan tot aan de N266 enerzijds en de Kerkendijk anderzijds. De westzijde van het gebied wordt begrensd door de Kerkendijk.
1.4 Geldende bestemmingsplannen Binnen deelgebied 2 zijn diverse bestemmingsplannen en herzieningen hiervan van kracht. Deze bestemmingsplannen worden vervangen door het nieuwe bestemmingsplan voor deelgebied 2. Het betreft de volgende bestemmingsplannen: Geldende bestemmingsplannen / wijzigingsplannen / gerechtelijke uitspraken Ruiter 17 Someren Buitengebied Heikantstraat/Dellerweg/Ruiter 2010 Reactieve aanwijzing t.a.v. Buitengebied Someren Gedeeltelijke intrekking reactieve aanwijzing t.a.v. Buitengebied Someren Nieuwendijk 126 Someren Buitengebied 2013 Gerechtelijke uitspraak bestemmingsplan ‘Buitegebied Someren’ Brimweg 10 Someren Buitengebied Someren (2011), eerste partiële herziening Driehoekstraat 8 en Michelslaan 25 Someren Fouragehandel - Laarstraat 5 Plattelandswoningen Someren Ruiter 10 Someren Veegplan gemeente Someren 2015 Buitengebied 2014 Buitengebied Someren 2e partiële herziening bedrijfswoningen Vlasakkers Buitengebied Someren, derde partiële herziening, boringsvrije zone Zandstraat 99 Someren Veegplan II gemeente Someren 2016 Veegplan IV gemeente Someren 2016 Ruiter 20 Someren Veegplan III gemeente Someren 2017 Nieuwendijk 143
Vaststellingsdatum 20-06-2011 29-06-2011 08-07-2011 02-08-2011 24-04-2012 07-03-2013 26-06-2013 24-07-2013 28-05-2014 25-09-2014 27-11-2014 28-07-2015 26-11-2015 28-01-2016 25-02-2016 21-04-2016 30-06-2016 29-09-2016 07-12-2016 30-03-2017 29-06-2017 28-09-2017 22-02-2018 27-03-2018
9
Parapluplan NAF-beleid Ploegstraat 59, Hoijserstraat 19 en Vaarsehoefweg 22 Reststroken Someren 2017
28-06-2018 30-08-2018 29-11-2018
Tabel 1: Vigerende bestemmingsplannen voor deelgebied 2
Omgevingsvergunning Ruimte voor Ruimte Ruiter ong. Someren Nieuwendijk 120 en Groeneweg ong. Bennenbroekstraat 30 Omgevingsvergunning Brimweg ong. (tussen nr. 6 en 10) SomerenEind Omgevingsvergunning Zandstraat 64
Vaststellingsdatum 07-09-2017 31-01-2018 27-02-2018 24-09-2018 02-09-2019
Tabel 2: Vigerende omgevingsvergunningen (projectbesluiten) voor deelgebied 2
1.5 Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit verschillende planonderdelen: de verbeelding, de regels en de toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden en opstallen juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat er binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen. De toelichting gaat in hoofdstuk 2 in op de werkwijze die is gekozen bij het opstellen van het bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 2. Hoofdstuk 3 beschrijft de visie van de gemeente Someren voor het buitengebied. In hoofdstuk 4 worden de omgevingskwaliteiten die aanwezig zijn in deelgebied 2 beschreven. Hoofdstuk 5 behandelt de beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau die van toepassing zijn op dit bestemmingsplan. De retrospectieve toets, oftewel de onderbouwing van de wijzigingen die zijn opgenomen in dit bestemmingsplan ten opzichte van de voorgaande bestemmingsplannen, is te vinden in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 behandelt de sectorale randvoorwaarden op het gebied van bijvoorbeeld archeologie en milieu.
Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven.
10
1.6 Bestuurlijke lus: Herstelbesluit artikel 8:51d Awb Op 5 maart 2020 heeft de gemeenteraad van Someren het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren - Deelgebied 2’ gewijzigd vastgesteld. Tegen dit besluit zijn beroepen ingediend. Op 24 april 2024 is er een tussenuitspraak van de Raad van State geweest, waarbij een aantal gebreken zijn geconstateerd. In deze uitspraak draagt de Raad van State de gemeente Someren op om, op grond van artikel 8:51d Algemene wet bestuursrecht (Awb) de gebreken te herstellen door het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren - Deelgebied 2’ en het bestemmingsplan ‘Parapluplan huisvesting arbeidsmigranten 2021’ te herstellen of in plaats daarvan een nieuw besluit te nemen. Met het besluit van 12 september 2024 zijn de geconstateerde gebreken hersteld en daarmee het besluit van 5 maart 2020 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren - Deelgebied 2’ op enkele onderdelen gewijzigd.
1.7 Bestuurlijke lus: Herstelbesluit artikel 8:51d Awb (Ruiter 28) Met voorliggend herstelbesluit wordt beoogd de geconstateerde gebreken van de uitspraak van 26 maart 2025 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State te herstellen en daarmee het besluit van 12 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2’ op enkele onderdelen te wijzigen. Het besluit tot vaststelling van het voorliggend herstelbesluit heeft betrekking op de volgende onderwerpen en locaties: •
Gregor van de Elzen Rietdekkersbedrijf (Ruiter 26) o Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant heeft een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de invloed van piekgeluiden op de woning en daarmee de invloed van de woning op de bedrijfsvoering van het bedrijf. Dit aanvullende onderzoek is bij dit herstelbesluit opgenomen als bijlage 26 bij de toelichting. De omzetting van de woning Ruiter 28 Someren kan tot belemmeringen leiden voor de bedrijfsvoering van het bedrijf aan Ruiter 26 te Someren. Dit geldt voor de westgevel en zuidgevel van de woning. Indien het verblijf van personen met name op de begane grond van de woning plaatsvindt, wordt het naastgelegen bedrijf op dit niveau niet belemmerd. Piekgeluiden van laden en lossen worden overdag niet als hinderlijk beschouwd en hoeven niet aan geluidsnormen te voldoen. Om te voorkomen dat er 's avonds en 's nachts op de begane grond wordt verbleven, mogen er in beginsel geen slaapkamers op dit niveau zijn, of deze mogen alleen te openen delen aan de voor- en/of oostgevel hebben. Op de verdiepingen moeten de west- en achtergevels als 'dove gevels' worden uitgevoerd om piekgeluiden te vermijden. Door voorwaarden te stellen in het plan voor de west- en zuidgevel van de woning Ruiter 28 wordt de bedrijfsvoering ter plaatse van Ruiter 26 niet belemmerd door de omzetting.
11
Op basis van de aanbevelingen van het aanvullende onderzoek worden de volgende voorwaarden in aanvulling op de planregels opgenomen: ▪ Ten hoogste één slaapkamer is op de begane grond toegestaan onder de voorwaarde dat die slaapkamer geen te openen delen heeft in de west- en zuidgevel van de woning. ▪ De westgevel en zuidgevel van de woning moet op verdiepingshoogte (alles boven begane grond niveau) uitgevoerd worden als dove gevel. Dit betekent dat de gevels geen te openen delen mogen bevatten. Op de achtergevel mag hiervan afgeweken worden als de ramen voorzien zijn van een voorziening, zoals een voorzetvenster (bijvoorbeeld Silent Air of Hafenfenster) dat het geluidsniveau met ten minste 14 dB(A) dempt. ▪ De niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen zijn in de regels beschreven en aangeduid op de verbeelding. ▪ De erfafscheiding/het scherm mag geen openingen/kieren bevatten. •
Het schrappen van de voorwaarde dat reclameaanduidingen beperkt moet blijven tot een bescheiden naamsaanduiding De regel waarin is bepaald dat reclameaanduidingen bij bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van agrarische doeleinden, beperkt dienen te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding (artikel 4.2.3, onder a) is geschrapt, vanwege een strijdigheid met de rechtszekerheid.
•
Het verruimen van de mogelijkheden voor buitenopslag ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – buitenopslag 200’ De regel in artikel 8.1, onder p, is aangepast waardoor op het perceel ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – buitenopslag 200’ ook buitenopslag, anders dan in containers, is toegestaan bij het ter plaatse gevestigde bedrijf.
•
Het schrappen van de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ ter hoogte van de schuur naast de woning op het perceel Haagdoornweg 23 (ambsthalve) In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren - Deelgebied 2’ (vastgesteld op 5 maart 2020) hebben de woning en de naastgelegen schuur op het perceel Haagdoornweg 23 te Someren de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ gekregen vanwege een monumentale status. Uit het archief van de gemeente Someren blijkt dat op 1 november 2005 de monumentale status van de schuur ten noorden van de woning Haagdoornweg 23 is ingetrokken. In het bestemmingsplan ‘Veegplan XII, gemeente Someren’ (vastgesteld op 24 februari 2022) is de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie ter hoogte van de schuur geschrapt). Met het de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Herstelbesluit Buitengebied Someren – Deelgebied 2’ (vastgesteld op 12 september 2024) is deze dubbelbestemming onbedoeld en ter onrechte weer opgenomen ter hoogte van de schuur. Met dit herstelbesluit wordt de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ weer geschrapt.
12
2 WERKWIJZE 2.1 Integrale controles Gemeentes zijn verplicht elke 10 jaar hun bestemmingsplannen te actualiseren. De gemeente Someren wil uiteindelijk voor het gehele buitengebied een actueel en uniform bestemmingsplan opstellen. Het is daarvoor van belang om te onderzoeken wat de feitelijke situatie (bebouwing én gebruik) is op alle locaties. De gemeente Someren heeft er voor gekozen om een intensief traject te starten waarbij alle bedrijven en woningen in het buitengebied worden bezocht. Fasering Het volledig controleren van het gehele buitengebied kost echter veel tijd. Naar verwachting duurt het zes jaar voordat het hele buitengebied is gecontroleerd. Als gewacht wordt met het in procedure brengen van het bestemmingsplan totdat het hele buitengebied gecontroleerd is, dan zou de informatie uit de eerste controles mogelijk al weer gedateerd zijn. Daarom is er voor gekozen om het buitengebied in zes deelgebieden op te delen. Op deze manier blijven de werkvoorraad en het werkgebied beheersbaar. In 2017 en begin 2018 zijn er bij 103 bedrijfsbestemmingen en 191 woonbestemmingen controles uitgevoerd in deelgebied 2. Bij deze controles is beoordeeld of de feitelijke situatie overeenkomt met wat het geldende bestemmingsplan toestaat. Daarbij zijn diverse strijdigheden aan het licht gekomen, variërend in omvang en soort.
Daarnaast is aan bewoners en ondernemers gevraagd of zij nog concrete toekomstplannen hebben op de locatie, waardoor ook nieuwe initiatieven kenbaar zijn geworden. Verwachtingen Van de 294 uitgevoerde controles was voorafgaand daaraan de verwachting dat de volgende verdeling aan het licht zou komen: 1. In een derde deel van de gevallen zijn geen strijdigheden aanwezig; 2. In een derde deel van de gevallen is sprake van een strijdigheid die eenvoudig te legaliseren valt; en 3. In het laatste derde deel van de gevallen is sprake van een complexe situatie waarvan moet worden bepaald of deze te legaliseren is aan de hand van het geldende beleid. De benodigde beleidstukken hiervoor staan in hoofdstuk 5 nader omschreven. Mocht blijken dat legalisatie geen optie is, dan volgt na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een handhavingstraject met als doel de geconstateerde strijdige situatie ook daadwerkelijk te beëindigen.
13
2.2 Systematiek Ten behoeve van het nieuw op te stellen bestemmingsplan heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle bestemmingsvlakken. Per locatie is gekeken wat het huidige gebruik is en welke bebouwing aanwezig is. Vervolgens is getoetst of de feitelijke situatie past binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan voor die locatie biedt en of de bebouwing met vergunning is opgericht. Resultaten De controles van de bedrijfspercelen zijn uitgevoerd door de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant. Bij 83 van de 103 bedrijfspercelen zijn situaties geconstateerd die niet in overeenstemming zijn met het geldende planologische regime voor het gebruik en/of de bouwmogelijkheden voor de gronden. Op de overige 20 bedrijfspercelen zijn geen strijdigheden geconstateerd. De controles van de woonbestemmingen zijn uitgevoerd door adviesbureau Ordito in opdracht van de gemeente Someren. Bij 136 woonbestemmingen is er sprake van strijdigheden met het bestemmingsplan. Bij de overige 55 woonbestemmingen zijn geen strijdigheden geconstateerd. De strijdigheden bestaan voornamelijk uit voorzieningen die zich buiten het bestemmingsvlak bevinden of een grotere oppervlakte aan bebouwing dan toegestaan, maar ook strijdig gebruik komt voor.
Bureauonderzoek Door middel van een bureaustudie is nader onderzoek gedaan naar het bestemmingsplan, in het verleden verleende bouw- en gebruiksvergunningen, de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen en luchtfoto’s op perceelsniveau. Vervolgens is getoetst of legalisatiemogelijkheden van de strijdige situatie en/of de aangeleverde toekomstplannen passend zijn binnen het beleid voor het buitengebied. Voorafgaand aan de individuele gesprekken naar aanleiding van de inventarisatie heeft de gemeente Someren op 19 september 2017 een informatiebijeenkomst georganiseerd. Eigenaren van locaties met grotere strijdigheden zoals strijdig gebruik of aanzienlijke overschrijdingen van het bouwvlak zijn uitgenodigd voor deze bijeenkomst. Tijdens de informatiebijeenkomst is een algemene uitleg gegeven over de werkwijze van de gemeente bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan en het belang van een goede bestemming. Keukentafelgesprek De gemeente heeft het adviesbureau Ordito de opdracht verleend om de gemeente verder te ondersteunen bij het zoeken naar oplossingen voor de strijdige situaties en nieuwe ontwikkelingen. Medewerkers van Ordito hebben de zogenaamde keukentafelgesprekken gevoerd met de eigenaren van percelen in deelgebied 2 om te bespreken welke strijdigheden zich voor doen, welke plannen ze hebben en welke oplossingen hiervoor zijn.
14
In deelgebied 1 is gebleken dat het bestaande beleid en de vertaling hiervan in de regels en verbeelding soms leidt tot onduidelijkheden over de wijze van interpretatie. Tevens is het toetsingskader niet altijd compleet en ontbrak het in sommige gevallen aan keuzes over hoe om te gaan met strijdige situaties. Daarom zijn de bestaande beleidsuitgangspunten op onderdelen geactualiseerd of aangevuld. In deelgebied 2 zijn ook thema’s aan het licht gekomen waarvoor het bestaande beleid niet toereikend was. Zo is het beleid met betrekking tot niet-agrarische activiteiten, de toegestane oppervlakte van bijgebouwen bij woningen in het buitengebied en het glastuinbouwgebied Vlasakkers geëvalueerd en op punten herzien. Deze thema’s zijn beschreven in paragraaf 0. Scenario’s per locatie Het bureauonderzoek in combinatie met de keukentafelgesprekken heeft geleid tot een voorstel per bestemmingsvlak over de mogelijkheden voor ontwikkeling dan wel legalisatie binnen de spelregels van de ruimtelijke ordening. Dit heeft in alle gevallen geresulteerd in een aantal oplossingsmogelijkheden: 1) De strijdige situatie wordt door de eigenaar op de locatie opgelost. Overtollige bebouwing wordt bijvoorbeeld gesloopt, voorzieningen worden binnen het bouwvlak geplaatst of er wordt alsnog een vergunning aangevraagd.
2) Strijdige situaties die op te lossen zijn met een minimale bestemmingsplanwijziging behoeven geen uitgebreide ruimtelijke onderbouwing. Deze wijzigingen worden door middel van een retrospectieve toets verantwoord en correct opgenomen in het bestemmingsplan. 3) Voor situaties waar sprake is van een grotere ruimtelijke impact van de legalisatie worden door de eigenaren ruimtelijke onderbouwingen/toekomstplannen ingediend om zo het (beoogde) gebruik/bebouwing te verantwoorden op basis van een toets aan relevante wet- en regelgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening en milieu. 4) Als er geen legalisatiemogelijkheden zijn of als eigenaren niet mee willen werken aan een oplossing wordt handhavend opgetreden tegen strijdig gebruik of strijdige bebouwing. Daar waar ontwikkeling of legalisatie geheel of gedeeltelijk tot de mogelijkheden behoort, is het resultaat hiervan opgenomen in dit bestemmingsplan. Indien ontwikkeling of legalisatie niet mogelijk is gebleken of de eigenaren niet mee willen werken aan de noodzakelijke acties en verplichtingen, is het uitgangspunt dat de gemeente het handhavingstraject in gang gaat zetten. Voor een aantal percelen loopt parallel aan dit bestemmingsplan al een separate planologische procedure om te komen tot een wijziging van het bestemmingsplan.
Na vaststelling van deze postzegelplannen worden deze opgenomen in deze algehele herziening van deelgebied 2. Na vaststelling van dit bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 2 is voor dit deelgebied van het buitengebied van Someren een plan beschikbaar dat overeenkomt met de feitelijk aanwezige situatie, dan wel de beoogde situatie.
15
2.3 Proces Samengevat bestaat het gehele proces van de eerste controle tot aan de vastlegging in een bestemmingsplan of een handhavingstraject uit de in Figuur 2 uitgewerkte werkzaamheden. Voor alle percelen wordt dit proces doorlopen, omdat er behoefte is aan een volledige en integrale herziening van het bestemmingsplan buitengebied. De plannen die hieruit voortvloeien worden gebundeld en leiden per deelgebied tot een actueel, integraal en leesbaar bestemmingsplan.
Figuur 2 Werkwijze
16
3 VISIE OP HET BUITENGEBIED 3.1 Uitgangspunten In het bestemmingsplan Buitengebied uit 2011 en de daaropvolgende herzieningen is gekozen voor een bestemmingsplan dat ruimte biedt aan maatschappelijke dynamiek. De ontwikkeling van het platteland in Someren is gebaseerd op een sterke relatie tussen drie pijlers: omgevingskwaliteit, economie en leefbaarheid. Dat betekent dat financieeleconomisch gezonde (agrarische) bedrijven met een duurzaam productieproces zich de komende jaren kunnen blijven ontwikkelen op plekken die daarvoor geschikt zijn. In het bestemmingsplan uit 2011 is kwalitatieve ontwikkeling de basis voor de toekomst van bewoners en gebruikers van het buitengebied. Het plan biedt ruimte voor ontwikkeling, voor burgers en bedrijven die komen met voorstellen met respect voor de karakteristieke waarden van landschap, natuur en milieu. Het motto van het bestemmingsplan uit 2011 en navolgende herzieningen is: ‘Verdien de ruimte’. Dit motto sluit nog steeds aan bij de visie van de gemeente op het buitengebied en zal dan ook voor het nieuwe plan het motto blijven. Concreet betekent dit dat er ruimte is voor ontwikkeling en/of het legaliseren van bestaande strijdige situaties, mits er ook een bijdrage wordt geleverd aan de instandhouding en waar mogelijk verbetering van de ruimtelijke kwaliteit binnen de gemeente Someren.
Vaak vereist de wens om bepaalde kwaliteiten te behouden of te versterken ook een actief handelen. In gebieden met grote cultuurhistorische of natuurlijke waarden bestaat vaak ook dynamiek. Deze dynamiek kan worden gebruikt om de gewenste versterking van de omgevingskwaliteiten te realiseren. Veranderingen moeten niet alleen passen, maar moeten ook mede ten dienste staan van onderliggende kwaliteiten en waarden. De betreffende ontwikkelingen moeten dan ook gericht zijn op het behouden, versterken of herstellen van die kwaliteiten en waarden die dat gebied nou juist die specifieke kwaliteit geven.
3.2 Beeldkwaliteitsplan Tegelijk met het vaststellen van het bestemmingsplan Buitengebied in 2011 is het Beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Dit bevat richtlijnen voor landschappelijke inpassing van bebouwing en ondersteunende voorzieningen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zeker in het buitengebied, moeten bijdragen aan de versterking en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het beeldkwaliteitsplan moet een inspiratiebron voor ontwikkelingen in het buitengebied zijn.
17
We kunnen in het buitengebied verschillende landschapstypen onderscheiden en ieder landschapstype vraagt om een andere bijdrage aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Daarom zijn in het beeldkwaliteitsplan ontwerprichtlijnen opgenomen die bij aanvang van elke ruimtelijke ontwikkeling kunnen worden meegenomen om op een passende wijze invulling te geven aan de in het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen randvoorwaarden ten aanzien van bijvoorbeeld een goede landschappelijke inpassing. Het beeldkwaliteitsplan wordt dan ook nog steeds gebruikt als toetsingskader voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Het beeldkwaliteitsplan dient vooral om inhoud te geven aan het motto ‘Verdien de ruimte’, wat wil zeggen: nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk, mits er ook sprake is van ruimtelijke kwaliteitswinst. Zo kan een uitbreiding van een bouwblok alleen plaatsvinden als voldaan wordt aan het beeldkwaliteitsplan. Ook zal ten aanzien van wijzigingsbevoegdheden (voorbeeld: uitbreiding van bouwvlakken) en ontheffingen (voorbeeld: een minicamping bij een boerderij) het beeldkwaliteitsplan zich doen gelden. Wie aan de hand van het beeldkwaliteitsplan met goede oplossingen komt die landschap, natuur en milieu niet alleen ontzien, maar zelfs versterken, werkt mee aan een duurzame ontwikkeling van het Somerense buitengebied.
In het bestemmingsplan is vastgelegd wat de planologische rechten en plichten zijn. Het beeldkwaliteitsplan is zowel een inspiratiedocument als het toetsingskader voor het waarborgen en verhogen van de ruimtelijke kwaliteit bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Het beeldkwaliteitsplan is daarmee een integraal onderdeel van het bestemmingsplan. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage bij de regels van bestemmingsplan Buitengebied Someren (2011) en is ook bij het voorliggende bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 2 een bijlage bij de regels.
3.3 Ontwikkeling met respect voor cultuurhistorie, natuur en landschap Iedere gemeente heeft zijn karakteristieke plekken die voor de plaatselijke bevolking een bijzondere betekenis hebben. Zo kan het gaan om een gehucht met oude boerderijen langs een oude straat of zelfs een klein hakhoutbosje midden op de akkergronden in het beekdal. Vaak liggen deze bijzondere plekken op historisch gezien logische locaties, bijvoorbeeld aan de rand van oude bouwlanden, op knooppunten van oude wegen of nabij een oversteek van een beekloopje. De gemeente wil in de agrarische gebieden met bijzondere waarden het landschap herstellen op basis van de oorspronkelijke historische en ontginningskenmerken. Het zijn de gebieden die met wat extra zorg voor bebouwing, erf en kavelgrensbeplanting al snel een bovengemiddelde kwaliteit opleveren. Het zijn echter ook gevoelige gebieden voor grootschalige en gebiedsvreemde ingrepen. Hier moet zorgvuldig mee worden omgegaan. Niet alleen als het om de vorm en omvang gaat, maar ook als het om de functie gaat. De gemeente Someren streeft er naar dat van tevoren over veranderingen van het patroon van verkaveling, wegen en waterlopen en functies wordt nagedacht en hierbij te overwegen hoe de historische draad in de landschapsontwikkeling zo goed mogelijk bewaard kan worden. Dat houdt niet in dat alles bij het oude moet blijven, maar dat nieuwe
18
ontwikkelingen zo goed mogelijk in het historische landschap moeten worden ingepast. Bij ingrepen in de bodem, waterhuishouding en beplanting, die verder strekken dan het bestaande beheer en onderhoud, zal steeds worden gekeken of deze ingepast kunnen worden in de historische landschapsopbouw. Voor nieuwe functies geldt dat een afweging moet worden gemaakt over welke impact een functie op de omgeving heeft. Zo kan een dagrecreatief bedrijf behoefte hebben aan parkeerplaatsen ter plaatse van een bolle akker of kan een verandering van gebruik leiden tot meer verkeersbewegingen. Vanwege de toename van verkeer kan uiteindelijk een verbreding van een weg nodig zijn waarvoor mogelijk historische laanstructuren moeten verdwijnen. Daarom is het toestaan van bepaalde functies is niet altijd wenselijk.
3.4 Glastuinbouwgebied Vlasakkers Een groot deel van deelgebied 2 is sinds jaren in gebruik als glastuinbouwgebied : Vlasakkers. In dit gebied is het primaire uitgangspunt van het gemeentelijk en provinciaal beleid dat de glastuinbouw ruimte krijgt voor ontwikkeling. Het gebied is dan ook aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied. Het beleid heeft zich vertaald in ontwikkelingsruimte voor de glastuinbouw, niet voor andere (agrarische) functies. De gemeente is terughoudend als het gaat om vestiging van nietagrarische bedrijven in het Figuur 3 Indicatieve ligging Vlasakkers binnen deelgebied 2 gebied, maar bijvoorbeeld ook bij het loskoppelen van bedrijfswoningen van de glastuinbouwbedrijven. De percelen die nu anders dan voor (glas)tuinbouw worden gebruikt behouden die gebruiksruimte, maar blijven beperkt voor wat betreft nieuwe en andere functies die niet aansluiten bij de glastuinbouw. Bij ontwikkelingen gelden in dit gebied ook specifieke kwaliteitseisen, mede gezien de primaire functie. Landschappelijke inpassing met zware en hoge bosschages past bijvoorbeeld niet zo goed in een (glas)tuinbouwgebied en dat zal dus anders en/of elders ingevuld moeten worden.
19
4 OMGEVINGSKWALITEITEN 4.1 Inleiding Het plangebied herbergt diverse natuur- en landschapswaarden. Deze omgevingskwaliteiten zijn van grote betekenis voor de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van het plangebied. Ze vormen het vertrekpunt voor het bepalen van het ruimtelijke beleid voor het buitengebied. De waarden in het landschap en de natuur zijn kwetsbaar voor veranderingen die onder andere als gevolg van de ontwikkelingen binnen de landbouw, maar ook andere functies te verwachten zijn. Het buitengebied van de gemeente Someren bevat diverse omgevingskwaliteiten, die onder te verdelen zijn in onderstaande hoofdgroepen, te weten: - Natuurwaarden Natuurwaarden zijn het geheel aan waarden die aan een gebied zijn toegekend in verband met het voorkomen van biotische en/of abiotische elementen die bijdragen aan de diversiteit en natuurlijkheid van een gebied. - Landschapswaarden Landschapswaarden zijn het geheel aan waarden in verband met bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, cultuurhistorische, archeologische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. Bij ontwikkelingen in het buitengebied moet altijd rekening worden gehouden met de aanwezige waarden en kwaliteiten in de omgeving.
Meer en meer wordt duidelijk dat hierbij niet alleen naar de directe impact van een ingreep op de specifieke plek moet worden gekeken, maar zeker ook naar de indirecte gevolgen in de omgeving van de activiteit. Nieuwe ontwikkelingen hebben immers niet alleen gevolgen voor de locatie zelf. Ook kunnen bepaalde functies in meer of mindere mate gevolgen hebben voor de directe of zelfs wijdere omgeving.
4.2 Verfijning omgevingskwaliteiten Binnen deze omgevingskwaliteiten kan een verfijning worden aangebracht. Deze verfijning geeft meer inzicht in de voorkomende waarden en vervolgens ook aan de criteria voor toetsing van activiteiten en ontwikkelingen. Dit is tevens de basis voor de toepassing van de diverse regelingen voor het aanvragen van een omgevingsvergunning en het toepassen van eventuele gebruiksverboden binnen de bestemmingsregels. Door deze verfijning ontstaat op voorhand meer duidelijkheid voor de aanvrager (burger) en de toetser (overheid) bij het aanvragen en het beoordelen van een omgevingsvergunning.
21
Natuur Onderstaande verfijning kan worden aangebracht binnen de natuurwaarden. Verfijning natuurwaarden/Biotoop Amfibieën en reptielen
Omschrijving
Een soortgroep die kenmerkend is voor gevarieerde gebieden, vaak met een afwisseling van natte en droge terreindelen. Specifiek voor amfibieën (kikkers, padden, salamanders) is verder de aanwezigheid van open water van belang dat dient als voortplantingsbiotoop. In het agrarisch gebied is de soortgroep afhankelijk van kleine landschapselementen (bosjes, houtwallen, poelen), ruige slootkanten, wegbermen e.d. Bosvogels Een soortgroep die kenmerkend is voor gevarieerde bosgebieden, vaak met een afwisseling met opener terreindelen zoals stuifzand of heide. Vooral grotere aaneengesloten gebieden zijn vanwege de rust in het broedseizoen geschikt. Moerasvogels Een soortgroep die kenmerkend is voor natte/vochtige terreinomstandigheden en een afwisselende begroeiing, zoals moerasbos, rietmoeras, ruige oevers, slootkanten, natte graslanden e.d. Natte biotoop Een soortgroep die kenmerkend is voor natte dagvlinders terreinomstandigheden. Dagvlinders zijn in een aantal gevallen gebonden aan specifieke vegetaties en de daarin voorkomende waardplanten. Net als planten/plantengemeenschappen komt deze soortgroep zowel voor in bos- en natuurgebied als in het agrarisch gebied waarbij een kleinschalige en gevarieerde inrichting van belang is.
Planten en Een soortgroep die betrekking heeft op individuele plantengemeenschappen plantensoorten of op plantengemeenschappen die kenmerkend zijn voor natuur- en bosgebieden, met name in de beekdalen en heidegebieden (vennen), maar ook in kleine landschapselementen, slootkanten e.d. in het agrarisch gebied. Struweelvogels Een soortgroep die kenmerkend is voor het relatief kleinschalig cultuurlandschap, waarin veel landschapselementen alsmede ruige slootkanten, wegbermen e.d. voorkomen, of onderdelen van het cultuurlandschap die liggen in de nabijheid van grotere natuur- en/of bosgebieden. Weidevogels Soortgroep die kenmerkend is voor het relatief grootschalige en open cultuurlandschap, waarbij in het broedseizoen, lopend van 1 maart - 15 juni, m.n. rust, een relatief groot graslandareaal en, in mindere mate, een relatief hoge grondwaterstand belangrijk zijn. Hydrologisch waardevol Waarden in verband met een specifieke waterhuishoudkundige situatie voor daaraan gebonden (voor natuurwaarden) organismen (planten en dieren), leefgemeenschappen en potenties voor de ontwikkeling daarvan, met daarbij
22
behorende kwantitatieve aspecten (zoals hoge waterstand, stabiel waterpeil) en/of kwalitatieve aspecten (voedselarm, onvervuild), zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. Tabel 3: Verschillende waarden binnen de functie Natuur.
Landschap Ook voor de landschapswaarden kan een verfijning worden aangebracht, te weten: Verfijning landschappelijke/ abiotische waarden Aardkundig waardevol
Cultuurhistorisch waardevol
Beslotenheid/ Bosrandsituaties Openheid/grootschalig jong ontginningspatroon
Omschrijving
Waarden die samenhangen met de geologische, geomorfologische en/of bodemkundige kenmerken en ontstaanswijze van een gebied, zoals bodemopbouw en samenstelling, hoogteverschillen en de daarmee samenhangende waterhuishouding. Waarden die samenhangen met de nalatenschap van de mens, door zijn aanwezigheid en activiteiten in het verleden, zichtbaar in het huidige landschap. Hierbij gaat het om archeologisch, historisch- landschappelijk, historischgeografisch en/of historisch- bouwkundig waardevolle zaken, zoals archeologische elementen, beplanting, reliëf (bijvoorbeeld bolle akkers), verkaveling, slotenpatroon en bebouwing. De beslotenheid van het landschap wordt belichaamd door houtwallen en -opstanden en bomenrijen langs wegen en paden. Waardevolle open gebieden zijn gebieden zonder bebouwing. De relatief kleinschalige oude akkers zijn geheel open. Hier moet ook de beplanting zeer zuinig en alleen in de randen worden toegepast. In de weidse open gebieden in de jonge ontginningen kan wel beplanting voorkomen (zoals de versterkte lanenstructuur), maar het gebied mag niet dicht beplant worden.
Tabel 4: Verschillende waarden binnen de functie Landschap.
4.3 Gebiedsbeschrijving deelgebied 2 Dit bestemmingsplan heeft betrekking op deelgebied 2 van het buitengebied van Someren. In het plangebied liggen geen Natura 2000-gebieden. In de omgeving van het plangebied liggen meerdere Natura 2000-gebieden; Strabrechtse Heide & Beuven, Weerter- en Budelerbergen & Ringselven, de Groote Peel en de Deurnsche Peel & Mariapeel. Landschapstypen In het deelgebied komen verschillende landschapstypen voor (zie Figuur 4). Het zuidwestelijke gedeelte van het plangebied is een Jonge heideontginning. Daarboven ligt een strook met Oudere heideontginningen en weer daarboven ligt het Kampenlandschap. Tevens valt een gedeelte van het gebied binnen een Beekdallandschap. Deze landschapstypen zijn beschreven in het beeldkwaliteitsplan voor het buitengebied (zie ook
23
paragraaf 3.2). Het gebied Vlasakkers is daarnaast aangewezen als gebied met bijzondere ontwerprichtlijnen vanwege de status van dit gebied als glastuinbouwconcentratiegebied.
Figuur 4: Gebiedsindeling landschap (Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011)
Het ‘Kampenlandschap’ is een cultuurhistorisch kleinschalig en halfopen landschap. De verdeling van het landschap is onregelmatig en er zijn veel structuurelementen aanwezig. Oorspronkelijk zijn er in het Kampenlandschap veel houtwallen, hagen, boomsingels en beplanting aanwezig. Daarnaast liggen in dit gebied oude akkers die vrij van bebouwing en beplanting zijn. Bij ontwikkelingen is het wenselijk aan te sluiten bij de kleinschaligheid van het landschap. De ‘Jonge Heideontginningen’ worden gevormd door regelmatige en rechtlijnige patronen. De Jonge Heideontginningen bestaan voornamelijk uit agrarisch productielandschap met een beleving van grootschalige open gebieden. Belangrijk voor dit gebied zijn de aanwezige boomlanen en de openheid van het gebied. Er zijn in dit gebied veel agrarische bedrijven aanwezig. Een goede landschappelijke inpassing van deze bedrijven is wenselijk vanwege de openheid en doorzichten in het gebied. De ‘Oude Heideontginningen’ vormen een overgangslandschap van gronden die tot ongeveer 1910 ontgonnen zijn. De landschappelijke lijnen zijn minder organisch dan die van het Kampenlandschap en de schaal is iets groter, maar ook in dit landschap hoort een rijke groenstructuur van houtwallen, lanen en bospercelen.
Ontwikkelingen in deze ontginningen kunnen grootschaliger zijn dan in de oude landschappen, maar moeten begeleid worden door stevige houtwallen of bosstroken.
24
Het ‘Beekdallandschap’ bestaat ten slotte uit laag gelegen, natte en kleinschalige landschappen. Omdat de beekdalen gevoelig zijn voor hoog water, zijn deze gebieden van oudsher minder voor bebouwing geschikt. De meeste beken in de gemeente Someren zijn tot rechte sloten en watergangen vergraven en is er nog maar weinig beplanting aanwezig. Nieuwe bebouwing is niet wenselijk in deze gebieden. Weidevogelgebied Diepenhoek In het zuidoostelijke gedeelte van deelgebied 2, bevindt zich het weidevogelgebied Diepenhoek (zie Figuur 5). Het betreft het gebied ten westen van de Goord Verbernedijk en ten zuiden van de Venweg. Een groot deel van het gebied de Diepenhoek valt binnen deelgebied 1. Het gedeelte van dit gebied dat in deelgebied 2 valt is aangemerkt als Jonge heideontginning, oudere heideontginning en een gedeelte beekdal.
Figuur 5: Kaartbeeld uit landschapsbeleidsplan Diepenhoek
Openheid is het belangrijkste kenmerk van dit gebied. Het is van oorsprong een Figuur 6: Beekdalen vanzeer de Kleine Figuur 7: Kaartbeeld landschapsbeleidsplan Diepenhoek moerasachtig nat gebied dat zich naaruithet zuiden in Nederweert voortzet. Het gebied
is al vóór 1900 ontgonnen door drooglegging van de moerassen en sinds die tijd vooral graslandgebied. Door de openheid en het geringe verkeer, is het gebied aantrekkelijk voor
25
weidevogels. Er liggen geen grote bossen bij het gebied, de oostpunt van de Boxenberg is het meest nabij. Daardoor is de predatiedruk van bijvoorbeeld vossen hier in het voorjaar, als er nog geen maïs staat, minder hoog dan elders. In het gebied zijn veel zandwegen en komen open ruimtes voor, zonder beplanting en bebouwing, van meer dan 1.200 meter doorsnede. Er is sprake van regelmatige en rechtlijnige patronen in een open gebied. Bomen komen hier vooral voor als laanbeplanting langs de verharde wegen en bij de boerderijen. Langs de Goord Verbernedijk bestaat de beplanting bijvoorbeeld uit eiken. Daarnaast liggen er in het gebied twee particuliere bosjes en stroomt de Kievietsloop door het gebied. De aanwezige boomlanen zijn structurerend in het landschap, maar daartussen is er veel openheid. De wegen met laanbeplanting maken het grofmazige raster van het landschap zichtbaar. De boerderijen met erfbeplanting geven invulling aan dit casco. Binnen dit gebied is het behoud van deze openheid en het versterken van de laan- en erfbeplanting gewenst. Het gebied tussen de Goord Verbernedijk en de Nieuwendijk heeft de bestemming ‘agrarisch met waarden - abiotische waarden’ met hierop de aanduiding ‘hydrologisch waardevol’. Deze waarden zijn hier toegekend vanuit het landschappelijke oogpunt en de waarde van het gebied voor weidevogels.
Het behoud van de zandwegen in dit gebied is belangrijk om de rust in het gebied te behouden. Daarnaast is het van belang de bebouwing te concentreren rond de bestaande bebouwde locaties, zodat de openheid hier niet beïnvloed wordt. Het behoud van de zandwegen en de concentratie van bebouwing worden gewaarborgd in het bestemmingsplan. Het beekdal van de Kleine Aa Bij de Zandstraat begint het beekdal van de Kleine Aa om vervolgens zijn weg te vervolgen naar het noordwesten langs de kern van Someren. Het beekdal loopt vanaf de Heesterdijk (ten noorden van de Provinciale weg) naar het noordoosten. Ter hoogte van de Otterdijk (omgeving Lierop) komt het dal samen met het dal van de Aa. Het gedeelte van het beekdal van de Kleine Aa dat zich binnen deelgebied 2 bevindt, bestaat uit open landbouwgebied met aan de rand wegen en agrarische bebouwing (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). De meeste beken in de gemeente Someren zijn tot rechte sloten en watergangen vergraven. Ook in dit gebied loopt de Kleine Aa recht tussen de kavels door. Het beekdal ligt gemiddeld 1 à 2 meter lager dan de begeleidende hoge gronden waarop de meeste bebouwing staat. Vaak is een steilrand aanwezig op de overgang van dal naar hoge grond. Soms is deze rand beplant met bomen of een singel. De gronden in het beekdal hebben overwegende de bestemming ‘Agrarisch met waarden landschapswaarden’.
Daarnaast liggen in het beekdal meerdere aanduidingen. Rond de Kleine Aa komen de volgende aanduidingen voor: • ‘Specifieke vorm van waarde - aardkundig waardevol’: deze aardkundige waarden hebben betrekking op het reliëf en de bodemopbouw ter plaatse. Deze aanduiding is opgenomen om bijvoorbeeld de beekdalranden, de steilranden en microreliëf, te beschermen;
26
• •
‘Waarde - Ecologie’: deze zones maken onderdeel uit van het Natuur Netwerk Brabant of vallen onder het regime van de Wet natuurbescherming; ‘Overige zone - ecologische verbindingszone’: de watergang maakt onderdeel uit van het Natuur Netwerk Brabant en wordt aangeduid ter bescherming van de ecologische functie en waarden;
Door het toekennen van deze aanduidingen en bijbehorende regels, worden ook in de toekomst de waarden van dit landschap blijvend meegenomen in overwegingen betreffende ontwikkelingen in het gebied.
Figuur 6: Beekdal van de Kleine Aa
Brongebied Peelrijt Figuur 8: Beekdal de Kleine Figuur 9: Kaartbeeld landschapsbeleidsplan Diepenhoek Deelgebied 2 van is het brongebied voor de uit Peelrijt. De Peelrijt is een waterloop die in deelgebied 2 ontspringt, doorloopt naar het Beuven. Het Beuven is een van de grootste vennen van Nederland en een beschermd Natuurmonument. De Peelrijt is van groot belang voor de kwaliteit van het Beuven. Hoewel de Peelrijt zich niet direct in deelgebied 2 bevindt is het gebied wel degelijk van belang. Naar schatting is de Peelrijt al voor 1900 gegraven om het natte heidegebied rondom Someren-Heide te ontwateren. Langs de Peelrijt zijn geen gebieden met een natuurfunctie. De beek zelf is tevens geen ecologische verbindingszone. Gewenste ontwikkelingen ten behoeve van de waterkwaliteit, waterkwantiteit en het landschap richten zich vooral op de beek. Wel is voor verbetering van de kwaliteit van het water in de Peelrijt van belang dat de hoeveelheid meststoffen en bestrijdingsmiddelen die afstroomt sterk vermindert. De bestaande waarden in het gebied worden in het bestemmingsplan voldoende geborgd, het is daarom niet noodzakelijk aanvullende beschermingsmaatregelen te treffen voor dit gebied.
27
Figuur 7 Peelrijt, ten westen van deelgebied 2
Waardevolle groenstructuren In het plangebied is diverse waardevolle laanbeplanting aanwezig. Verspreid ligt er nog een enkel klein bosperceel van waarde. De laanbeplantingen liggen doorgaans binnen de meer algemene en voor meerdere doeleinden bruikbare bestemmingen ‘Verkeer’ of ‘Agrarisch’. Het bestemmingsplan bevat een verbod op het verwijderen van landschapselementen in deze waardevolle groene hoofdstructuur zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Hiervoor is op de verbeelding een specifieke aanduiding ‘primaire groenstructuur’ opgenomen.
28
Biodiversiteit en landschappelijke inpassing In voorkomende gevallen is er bij ontwikkelingen sprake van landschappelijke inpassing en soms zelfs van het toevoegen van extra waardevolle landschapselementen. Enerzijds om functies en bouwpercelen in de omgeving in te passen, anderzijds om ook de biodiversiteit voor de lange termijn te bevorderen. De gemeente Someren is van mening dat een bestemming ‘Bos’ of ‘Natuur’ pas toepasbaar is als het gaat om grotere en specifiek van ander gebruik uitgesloten gebieden. De hoofdbestemming ‘Groen’ vindt de gemeente onwenselijk. Dit impliceert vaak stedelijk groen met het nodige multifunctionele gebruik dat daar bij hoort. Deze suggestie wil de gemeente niet wekken bij deze categorie groene elementen. Er is bewust voor gekozen om dergelijke landschappelijke inpassingen niet apart te bestemmen, maar op te nemen binnen de hoofdbestemming. Indien er sprake is van een uitvoeringsverplichting en instandhoudingsplicht, dan is / wordt dat geborgd via een beperkende functieaanduiding binnen die hoofdbestemming: de aanduiding ‘landschappelijke inpassing’.
4.4 Eisen aan leefomgeving en mogelijke effecten Eisen aan de leefomgeving Er is onderscheid te maken tussen soorten waarvoor het agrarisch gebied belangrijk is als leefgebied en soorten die zich in hun verspreiding vooral beperken tot de bos- en natuurgebieden. In deelgebied 2 komen geen natuurgebieden of bosgebieden voor. Een groot deel van de soorten die voorkomen in het agrarisch gebied (ontginningsgebieden) leeft vooral in en om landschapselementen. Het belang van het agrarisch leefgebied voor de verwachte soorten is in de volgende alinea’s nader toegelicht. Vaatplanten In het agrarisch gebied kunnen diverse zwaarder beschermde vaatplanten voorkomen. Drijvende waterweegbree komt behalve in natuurgebieden (vennen en dergelijke) incidenteel ook voor in sloten en beken in het agrarisch gebied. Verder groeit blaasvaren op bouwwerken zoals oude muren, waterkeringen en waterputten. Op basis van regionale verspreidingsgegevens kunnen enkele akker(on)kruiden (bijvoorbeeld dreps) in potentie voorkomen in het plangebied. Echter, door het intensief beheerde karakter van de agrarische grond in het plangebied wordt de aanwezigheid van deze groep planten uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Een aantal grondgebonden zoogdieren kan voorkomen in het agrarisch gebied, waaronder steenmarter, boommarter, wezel, hermelijn en eekhoorn.
De steenmarter heeft onder meer verblijfplaatsen in gebouwen zoals agrarische schuurtjes. De hermelijn en de wezel hebben een divers scala aan verblijfplaatsen in holen, zoals oude konijnen- of muizenholen, onder boomwortels, maar ook in oude gebouwen en schuren. Ze foerageren vaak op randzones tussen bos en agrarisch gebied en maken gebruik van lijnelementen zoals watergangen en structuren met voldoende dekking als houtwallen. De boommarter en de eekhoorn hebben
29
verblijfplaatsen in bomen, maar foerageren hierbij ook in het agrarisch gebied. Ook de das foerageert in het agrarisch gebied. Vleermuizen Diverse vleermuissoorten kunnen voorkomen in het agrarisch buitengebied. Een deel van deze soorten maakt gebruik van bebouwing als vaste rust- en verblijfplaats. Daarnaast kunnen alle genoemde soorten gebruik maken van bijvoorbeeld bomenrijen in het agrarisch gebied als vliegroute of als foerageergebied. Vogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) In het agrarisch buitengebied kunnen een aantal vogelsoorten broeden waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Zo broeden de steenuil en kerkuil in hoge bebouwing en de huismus en gierzwaluw in en onder dakbedekking. De roek, de buizerd en de ransuil broeden in hoge bomen, zoals in houtwallen in het agrarisch gebied. De ooievaar broedt op hoge bouwwerken zoals schoorstenen, of op palen. Amfibieën Soorten zoals de alpenwatersalamander, de kamsalamander en de poelkikker komen, behalve in natuurgebieden, soms ook voor in het agrarisch gebied. Hierbij worden sloten, poelen en overhoeken als leefgebied gebruikt. Daarnaast kan de rugstreeppad voorkomen in het agrarisch buitengebied. Deze soort bevolkt relatief makkelijk tijdelijke habitats, met name wanneer sprake is van ondiepe wateren en vergraven zandige terreinen zoals bij braakliggende bouwterreinen.
Vissen De grote modderkruiper kan incidenteel voorkomen in waterlopen in het agrarisch gebied, meestal in de wat bredere watergangen met een goed ontwikkelde water- en oevervegetatie. Directe en indirecte effecten Ingrepen in het plangebied kunnen een mogelijk effect hebben op de aanwezige waarden. Deze effecten kunnen op verschillende manieren optreden. De effecten zijn te verdelen in directe en indirecte effecten: Directe effecten - Oppervlakteverlies en versnippering van natuur; - Verandering populatiedynamiek en bewuste verandering soortensamenstelling; - Kap of snoei van vegetatie; - Aantasten of verwijderen van verblijfplaatsen. Indirecte effecten (externe werking) - Verontreiniging; - Verstoring door geluid, licht, trilling of optische verstoring; - Verzuring of vermesting t.g.v. stikstofuitstoot veehouderijen en verkeer aantrekkende werking.
30
In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen om te voorkomen dat de aanwezige waarden in het landschap worden aangetast. Bij elke ontwikkeling dient de afweging gemaakt te worden in welke mate deze de natuur- en/of landschapswaarden in het gebied aantasten. Daarom zijn op voorhand de eerder genoemde aanduidingen opgenomen om de bestaande waarden te beschermen.
4.5 Wijze van bestemmen op basis van omgevingskwaliteiten Het buitengebied is opgedeeld in diverse gebiedsbestemmingen met betrekking tot omgevingskwaliteiten: - Natuur (zie paragraaf 4.6.1); - Bos (zie paragraaf 4.6.2); - Agrarisch met waarden - Abiotische waarden (zie paragraaf 4.6.3); - Agrarisch met waarden - Landschapswaarden (zie paragraaf 4.6.4); - Agrarisch (zie paragraaf 4.6.5). Het onderscheid tussen diverse agrarische gebieden met waarden en overig agrarisch gebied is gebaseerd op de aanwezigheid van: - omgevingskwaliteiten; - beplantingselementen; - waterhuishouding (natte natuur/vochtige omstandigheden); - (kleinschalige) hoogteverschillen; - rustige omstandigheden/onverharde wegen; - openheid. Deze specifieke waarden die aanwezig zijn in het buitengebied van Someren zijn reeds in de voorgaande bestemmingsplannen gewaardeerd en in de regels verwerkt. Er is geen aanleiding om in deze herziening van deelgebied 2 deze waarden te heroverwegen en het beleid aan te passen. De gebiedsbestemmingen uit het bestemmingsplan Buitengebied Someren (2011) zijn dan ook overgenomen. Onafhankelijk van de uiteindelijke gebiedsbestemmingen, die de gronden krijgen, wordt een extra bescherming opgenomen voor de gronden met bijzondere landschapswaarden.
Door middel van differentiatievlakken worden extra regels opgenomen, die moeten voorkomen dat de aanwezige waarden worden aangetast, of erger nog, verloren gaan. In het plangebied deelgebied 2 zijn onderstaande landschapswaarden expliciet aangeduid: - specifieke vorm van waarde - aardkundig waardevol - specifieke vorm van waarde - cultuurhistorisch waardevol - specifieke vorm van waarde - visueel waardevol; openheid
31
Figuur 8: Specifieke waarden (Bestemmingsplan Buitengebied Someren 2011)
De natuur- en landschapswaarden zijn verder niet specifiek aangeduid op de verbeelding, uitgezonderd ‘hydrologisch waardevol’, omdat alle afzonderlijke waarden beschermd worden met dezelfde bouwregels, verbodsbepalingen en een stelsel voor een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Tevens geldt dat, indien natuurwaarden voorkomen, niet ook nog eens de landschapswaarden zijn weergegeven, omdat de bescherming van de natuurwaarden prioriteit heeft boven, en ook voldoende wordt geacht voor de bescherming van, de landschapswaarden. Om aanvragen van een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (voorheen de aanlegvergunning) en gebruiksverboden van de bestemmingsregels te kunnen toetsen is in Figuur 8: Specifieke waarden (Bestemmingsplan Buitengebied Someren 2011) een verfijning van de natuurwaarden weergegeven. In deze afbeelding zijn ook de specifieke landschapswaarden aangegeven.
32
4.6 Beschrijving gebiedsbestemmingen In deze paragraaf worden de gebiedsbestemmingen beschreven. Daarbij is steeds een onderscheid te maken in de onderdelen ‘Algemeen’ en ‘Beleid’. Natuur Algemeen In deze bestemming zijn de bestaande natuurgebieden opgenomen en de eigendommen van natuurbeherende instanties. In het plangebied deelgebied 2 zijn er alleen enkele natuurbestemmingen in particulier eigendom. Beleid Voor de bestemming Natuur is het beleid gericht op: - behoud, herstel en/of ontwikkeling van natuurgebieden in het algemeen en in het bijzonder afhankelijk van de omgeving in de vorm van amfibieën en reptielen, bosvogels, moerasvogels, dagvlinders, planten en plantengemeenschappen en struweelvogels; - behoud, herstel en/of ontwikkeling van abiotische en landschapswaarden; - waterhuishoudkundige doeleinden ten behoeve van de natuurwaarden in het algemeen en van de op de verbeelding aangeduide hydrologische waarden in het bijzonder; - eventueel in combinatie met extensief recreatief medegebruik. Bos Algemeen In deze bestemming zijn de bestaande bosgebieden opgenomen. Het betreft in deelgebied 2 één perceel achter de woningen aan de Kanaaldijk-Zuid 25-30. Dit perceel is in particulier eigendom en wordt thans hersteld als bosgebied.
Beleid Voor de bestemming Bos is het beleid gericht op: - bosbouwkundige doeleinden ten behoeve van het behoud van duurzaam bos ter plaatse en behoud van de groeiplaats; - eventueel extensief recreatief medegebruik; - het behoud, herstel en/of ontwikkeling van natuurwaarden, abiotische en landschapswaarden voor zover aanwezig en aangeduid; - waterhuishoudkundige doeleinden ten behoeve van de genoemde doeleinden. Agrarisch gebied met abiotische waarden Algemeen Het zuidoostelijke deel van de agrarische gronden in deelgebied 2 heeft de bestemming Agrarisch met abiotische waarden. De bestemming ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ wordt toegekend in gebieden waar actuele of potentiële waarden liggen in de vorm van aardkundige en/of hydrologische waarden, overgangen tussen natte en droge gronden of een strategische ligging tussen bestaande bos- of natuurgebieden.
33
Beleid Het bestemmingsplan ziet niet actief op het realiseren van natuurontwikkeling. Het reikt slechts het planologische kader aan. Dit gaat enerzijds om het tegengaan van ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden, zoals het ontstaan van nieuwe bouwlocaties. Anderzijds gaat het om het intact laten van de potenties van deze gebieden, gekoppeld aan actuele abiotische omstandigheden of ligging, via een (beperkte) regulering van het grondgebruik. Dit om op kortere of langere termijn een onttrekking aan de landbouw, op vrijwillige basis, en een omvorming tot een groter samenhangend aaneengesloten natuurgebied niet onmogelijk te maken. Hiermee samenhangend geldt voor gedeelten van deze bestemming, die worden gekenmerkt door ‘nattere’ terreinomstandigheden, de aanduiding ‘hydrologisch waardevol’. Deze gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van de aanwezige hydrologische waarden. De gebieden binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ behouden, naast het bestaande en voort te zetten agrarische gebruik, tevens potenties voor natuurontwikkeling. Het streven is ten minste een stand-still. Agrarisch grondgebruik, al dan niet bedrijfsmatig, is toegestaan. Voor een aantal werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden moet een omgevingsvergunning (voorheen aanlegvergunning) worden aangevraagd.