CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Programma externe veiligheid gemeente Someren

Commissie Ruimte 27 november 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Raadsnotitie Programma Externe Veiligheid14.856 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nieuwe gebouwen en locaties binnen (brand- of explosie) aandachtsgebieden

Met externe veiligheidsrisico’s

Seveso-bedrijven

Zeer kwetsbare gebouwen

Kwetsbare gebouwen en locaties

Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties

Zeer kwetsbare gebouwen

Kwetsbare gebouwen en locaties

Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties

Ja, mits

Niet toegestaan

Niet toegestaan

Niet toegestaan

Ja

Niet toegestaan

Niet toegestaan

Ja, mits

Nieuwe MBA’s met

Er een passende

externe veiligheidsrisico’s

bescherming wordt

met brand- en/of

gerealiseerd op basis

explosieaandachtsgebiede

van het

n niet over

verantwoordingskade

risicoluwgebied

r

De PR 10-6 contour binnen de eigen perceelgrens, dan wel over locaties waar geen BKG,KG,ZKG en BKL en KL zijn toegestaan/gevestigd

15 mei 2024

pagina 21 van 50

Bedrijventerrein Intensief zijn binnen de gemeente Someren, gezien vanuit het oogpunt van externe veiligheid, aangewezen voor de vestiging van MBA’s met externe veiligheidsrisico’s. Hier bevinden zich vaak al inrichtingen die werken met gevaarlijke stoffen of andere activiteiten die aangewezen staan in bijlage VII van het BKL. Deze MBA’s met externe veiligheidsrisico’s kennen vaak een PR 10 -6 -contour en ook een of meerdere aandachtsgebieden. Via het vergunningenstelsel worden de plaatsgebonden risicocontouren beperkt en vervolgens vastgelegd om de ruimte op de industrieterreinen zo goed mogelijk te kunnen benutten. Binnen dit gebiedstype mogen zowel bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s uitbreiden en ook mogen hier eveneens nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zich hier vestigen. Clustering van risicobedrijven ligt daarom voor de hand. Om die reden zijn nieuwe woningen uit of andere kwetsbare gebouwen niet toegestaan. Bestaande bedrijfswoningen blijven gehandhaafd. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen zijn niet toegestaan. Door MBA’s met externe veiligheidsrisico’s binnen dit gebiedstype te concentreren wordt zoveel mogelijk voorkomen dat op meer plaatsen binnen de gemeente met grens- en richtwaarden rekening moet worden gehouden. Hierdoor is de kans dat er (zeer) kwetsbare gebouwen binnen aandachtsgebieden komen te liggen zo klein mogelijk.

Mede daarom wordt vestiging nabij risicovolle infrastructuur ook zoveel mogelijk gestimuleerd. Om de grotere risico’s als gevolg van clustering te verantwoorden, wordt de omgeving actief geïnformeerd over de risico’s. Hulpdiensten richten zich voor deze gebieden op de optimalisatie van rampenbestrijdingsplannen. Goede voorzieningen, zoals bereikbaarheid, ontsluiting en bluswatervoorzieningen zijn hierbij volledig uitgewerkt en up-to-date. Bij het realiseren van nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s dient ook binnen dit gebiedstype het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5 doorlopen te worden.

15 mei 2024

pagina 22 van 50

4.3

Bedrijventerrein Extensief

15 mei 2024

pagina 23 van 50

Beleidskeuzes voor Bedrijventerrein Extensief ten aanzien van Nieuwe activiteiten en uitbreiding van bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s

Nieuwe gebouwen en locaties buiten (brand- of explosie) aandachtsgebieden

Nieuwe gebouwen en locaties binnen (brand- of explosie) aandachtsgebieden

Met externe veiligheidsrisico’s

Seveso-bedrijven

Zeer kwetsbare gebouwen

Kwetsbare gebouwen en locaties

Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties

Zeer kwetsbare gebouwen

Kwetsbare gebouwen en locaties

Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties

Nee, tenzij

Niet toegestaan

Niet toegestaan

Niet toegestaan

Ja

Niet toegestaan

Niet toegestaan

Ja, mits

Het de uitbreiding van

Er een passende

een bestaande MBA

bescherming wordt

betreft.

gerealiseerd op basis van het

De PR 10-6 contour

verantwoordingskader

binnen de eigen perceelgrens, dan wel over locaties waar geen BKG,KG,ZKG en BKL en KL zijn toegestaan/gevestigd Nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s met aandachtsgebieden mits niet over risicoluwgebied

15 mei 2024

pagina 24 van 50

Bedrijventerrein Extensief is specifiek aangewezen voor vestiging van bedrijven, welke aangemerkt worden als niet-risicovol. Deze bedrijven hebben geen plaatsgebonden risicocontour en geen brand- of explosieaandachtsgebied. MBA’s met externe veiligheidsrisico’s mogen zich hier niet vestigen. Doordat er in het verleden nooit een splitsing (zie visie externe veiligheid 2013 van Someren) is gemaakt in de eigenschappen van de verschillende (delen) bedrijventerreinen, kan het voorkomen dat er bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn gevestigd binnen dit gebiedstype. Door historisch verkregen rechten is het voor bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s wel mogelijk om uit te breiden onder specifieke voorwaarden. Deze MBA’s met externe veiligheidsrisico’s kennen vaak een PR 10 -06-contour en ook brand- en of explosieaandachtsgebieden. Via het vergunningenstelsel worden de plaatsgebonden risicocontouren beperkt en vervolgens vastgelegd om de ruimte op de industrieterreinen zo goed mogelijk te kunnen benutten. Nieuwe woningen of andere kwetsbare gebouwen zijn niet toegestaan in dit gebiedstype. Bestaande (bedrijfs)woningen blijven gehandhaafd. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen zijn niet toegestaan.

15 mei 2024

pagina 25 van 50

4.4

Buitengebied

Beleidskeuzes voor Buitengebied ten aanzien van Nieuwe activiteiten en uitbreiding van bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s

Nieuwe gebouwen en locaties buiten (brand- of explosie) aandachtsgebieden

Nieuwe gebouwen en locaties binnen (brand- of explosie) aandachtsgebieden

Met externe veiligheidsrisico’s

Sevesobedrijven

Zeer kwetsbare Kwetsbare gebouwen gebouwen en locaties

Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties

Zeer kwetsbare gebouwen

Kwetsbare gebouwen Beperkt kwetsbare en locaties gebouwen en locaties

Ja, mits

Niet toegestaan

Ja

Ja

Niet toegestaan

Ja, mits

Ja, mits

Mits passend in het

Er een passende

Er een passende

beeld van het

bescherming wordt

bescherming wordt

buitengebied

gerealiseerd op basis

gerealiseerd op basis

van het

van het

verantwoordingskade

verantwoordingskade

r

r

Ja

De PR 10-6 contour binnen de eigen perceelgrens, dan wel over locaties waar geen BKG,KG,ZKG en BKL en KL zijn toegestaan/gevestigd. Nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s met aandachtsgebieden niet gelegen over BKG,KG,ZKG en BKL en KL.

15 mei 2024

pagina 26 van 50

Het gebiedstype Buitengebied is minder eenduidig dan de gebiedstypes Risicoluw en Bedrijventerrein intensief en Bedrijventerrein Extensief. In dit gebied wordt de aanwezigheid van bepaalde milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s als vanzelfsprekend gezien. Door historische ontwikkelingen heeft er een mengeling van verschillende activiteiten plaatsgevonden. Er zijn veel (agrarische) bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s activiteiten binnen dit gebied, waarbij ook woonlocaties zijn gevestigd binnen dit gebiedstype. Nieuwe (agrarische) MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn toegestaan binnen dit gebiedstype. Voor andere industriële (niet passend in het beeld van het buitengebied) MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn, met uitzondering van propaantanks, niet toegestaan binnen dit gebiedstype. Ook de uitbreiding van agrarische bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn mogelijk. Daarnaast is het mogelijk om ook (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties mogelijk te maken, wanneer deze buiten brand- en explosieaandachtsgebieden van een MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn gelegen. Ruimtelijke ontwikkelingen nabij MBA’s met externe veiligheidsrisico’s (in aandachtsgebieden) zijn eveneens toegestaan, mits voldaan wordt aan de verantwoordingsplicht uit hoofdstuk 5.

Dit geldt niet voor nieuwe zeer kwetsbare gebouwen, deze zijn uitgesloten binnen de brand- en explosieaandachtsgebieden. Daarnaast moet altijd worden aangetoond dat er een passend beschermingsniveau wordt gerealiseerd volgens het verantwoordingskader. Rondom de volgende activiteiten worden extra beleidskeuzes vastgelegd binnen dit gebiedstype: 4.4.1

Agrarische inrichtingen

Vestiging van inrichtingen met een intensief agrarisch karakter is mogelijk, vanuit het oogpunt van externe veiligheid bezien. Deze uitzondering wordt gemaakt omdat deze bedrijven en activiteiten op grond van hun typering van oudsher in het buitengebied passen. De risico’s van dit soort bedrijvigheid hangen bovendien samen met de plaatsing van propaantanks. Deze zijn sowieso toegestaan, omdat een fijnmazig gasdistributienet in het buitengebied ontbreekt en hiervoor reeds adequate veiligheidsvoorzieningen zijn opgenomen in de betreffende wet- en regelgeving (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). 4.4.2

LPG-tankstations/Waterstof-stations

De vestiging van nieuwe LPG-tankstations in het buitengebied wordt juist wel toegestaan. Deze industriële activiteiten van dergelijke inrichtingen hangen vaak nauw samen met de ligging van de doorgaande wegen in Someren. Bovendien is het uit oogpunt van externe veiligheid verstandig om nieuwe LPG-tankstations zoveel mogelijk buiten bebouwde gebieden te vestigen. Dit geldt ook voor Waterstof-stations, die mogelijk door de energietransitie ook haar intrede kunnen maken binnen de gemeente Someren. Locaties die ingericht zijn voor het afleveren van LPG zijn in de toekomst uitermate geschikt voor het afleveren risicovolle brandstoffen, zoals bijvoorbeeld waterstof of een

15 mei 2024

pagina 27 van 50

combinatie van verschillende brandstoffen (zoals voorkomt bij multifuel-tankstations), door de historisch gecreëerd afstand tussen kwetsbare gebouwen en de MBA met externe veiligheidsrisico’s. 4.4.3

Windturbines

Nederland staat voor een belangrijke opgave om meer duurzame energie te produceren. Windenergie moet hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Ook in de gemeente Someren kan het voorkomen dat er delen van het buitengebied worden bestemd voor het realiseren van windturbines. Externe veiligheid kan een complicerende rol spelen bij het vinden van locaties voor windturbines. Om te voorkomen dat zich ongelukken voordoen met windturbines, moeten windturbines aan strenge veiligheidseisen voldoen. Daarnaast is de locatiekeuze van de molens van belang waarbij de (externe) veiligheidsrisico’s voor de omgeving goed in kaart worden gebracht en worden beoordeeld. Om de plaatsing van windturbines zorgvuldig te kiezen dient er de Handreiking Risicozonering Windturbines gevolgd te worden.

15 mei 2024

pagina 28 van 50

5 Verantwoordingskader Conform 5.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving moet de gemeente in het omgevingsplan bij het realiseren van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brand-, explosie en/of gifwolkaandachtsgebied rekening houden met het groepsrisico. Om hieraan te voldoen kan de gemeente kiezen, conform artikel 5.15 lid 2, om dit op twee manieren in te vullen: 1.

geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toelaten in aandachtsgebieden

2.

waar het omgevingsplan beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toelaat, waarborgt de gemeente: a.

dat maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties; of

b.

dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is.

De gemeente Someren kiest er bewust voor om bepaalde gebiedstypes onder deze voorwaarden wel beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen en locaties toe te staan binnen aandachtsgebieden. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen in brand- en explosieaandachtsgebieden worden uitgesloten. Indien de gemeente Someren nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties wil toe staan in een aandachtsgebied moet het aantonen of er passende bescherming middels maatregelen gewaarborgd wordt. Een andere mogelijkheid is het aantal personen (of tijdsduur) binnen het aandachtsgebied beperken. Om aan te tonen of er passende bescherming geboden kan worden aan de nieuwe populatie of dat de populatie beperkt kan worden maakt de gemeente Someren gebruik van het stappenplan ‘afweging groepsrisico binnen aandachtsgebieden’ van de provincie Noord-Brabant. Het stappenplan incl. invoermodule is terug te vinden op brabant.nl/stappenplangroepsrisico. 5.1.1

Verantwoording van het groepsrisico; zowel binnenplans als buitenplans

Uit de gebiedsindeling van dit programma kan blijken dat een ontwikkeling niet is toegestaan. Dit moet bij de inwerkingtreding van het definitieve omgevingsplan ook blijken uit de planregels volgens het omgevingsplan. Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen of verzoeken om een wijziging van het omgevingsplan. Het bevoegd gezag kan de BOPA verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies en aan de instructieregels van het Rijk en de provincie. Vrijwel altijd zijn burgemeester en wethouders (B&W) het bevoegd gezag bij de beslissing op een aanvraag voor een BOPA. In sommige gevallen zijn Gedeputeerde Staten of de minister het bevoegd gezag. Dit volgt uit het Omgevingsbesluit.

15 mei 2024

pagina 29 van 50

5.1.2

Waaraan moet een BOPA voldoen

Het bevoegd gezag kan een vergunning voor een BOPA alleen verlenen als deze in ieder geval voldoet aan: 

een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; en

de instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het Besluit kwaliteit leefomgeving (afdeling 5.1 Bkl); en

de instructieregels in de provinciale omgevingsverordening, onder andere dit programma externe veiligheid.

De instructieregels uit hoofdstuk 5 zijn dus alsnog van toepassing en moet er dus ook ten alle tijden rekening worden gehouden met het groepsrisico, indien er een ontwikkeling gerealiseerd wordt in het brand- en explosieaandachtsgebied. Om bij een BOPA aan te tonen of er passende bescherming geboden kan worden aan de nieuwe populatie of dat de populatie beperkt kan worden maakt de gemeente Someren gebruik van het stappenplan ‘afweging groepsrisico binnen aandachtsgebieden’ van de provincie Noord-Brabant. Opgemerkt dient te worden dat wanneer er met een BOPA een zeer kwetsbaar gebouw mogelijk wordt gemaakt in een aandachtsgebied, er ook verplicht een voorschriftengebied aangewezen dient te worden. Voorschriftengebieden kunnen ook met een Bopa aangewezen worden.

5.1.3

Gemotiveerd afwijken van het programma externe veiligheid

Dit programma geeft vooral vanuit externe veiligheid richting aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Vanuit die optiek is dit programma op onderdelen strenger dan de maximale wettelijke mogelijkheden op het gebied van externe veiligheid. Naast een gezonde en veilige woonomgeving heeft de gemeente veel meer ambities. In de totaal afweging van een initiatief getoetst aan de te bereiken ambities kan de gemeente Someren afwijken van de bovenwettelijke ambities uit dit programma. Dit dient door de initiatiefnemer gemotiveerd te worden. Deze motivatie bevat zowel de redenen waarom het initiatief meerwaarde heeft voor de gemeente Someren getoetst aan de ambities uit de Omgevingsvisie. Daarnaast dient ten alle tijden ook worden aangetoond dat er sprake is van een passende bescherming volgend uit het stappenplan ‘afweging groepsrisico binnen aandachtsgebieden’ van de provincie Noord-Brabant.

15 mei 2024

pagina 30 van 50

Bijlage 1 Afkortingenlijst Afkorting

Betekenis

ODZOB

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

VRBZO

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

MBA

Milieubelastende activiteit

EV

Externe veiligheid

OW

Omgevingswet

Bkl

Besluit kwaliteit leefomgeving

Bal

Besluit activiteiten leefomgeving

Bbl

Besluit bouwwerken leefomgeving

PR

Plaatsgebonden risico

GR

Groepsrisico

ZKG

Zeer kwetsbaar gebouw

PGS

Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen

DSO

Digitaal Stelsel Omgevingswet

BBT

Best beschikbare technieken

15 mei 2024

pagina 31 van 50

Bijlage 2Wettelijk kader Het beleid uit dit programma is gebaseerd op en getoetst aan de bepalingen uit de Omgevingswet en uit de vier Algemene Maatregelen van Bestuur. Op grond van artikel 3.1 van de Omgevingswet stelt de gemeenteraad een omgevingsvisie vast welke de volgende zaken bevat: de kwaliteit van de leefomgeving, de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, beheer en de bescherming van het grondgebied, de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Het programma externe veiligheid is de beleidsuitwerking die volgt uit de omgevingsvisie. in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels,

beoordelingsregels,

regels

voor

monitoring en regels over omgevingswaarden voor het Rijk

en

decentrale

overheden.

In

het

Besluit

activiteiten leefomgeving (Bal) zijn algemene regels gesteld of voor activiteiten in de fysieke leefomgeving een

melding

of

milieubelastende

omgevingsvergunning activiteiten

die

nodig

is:

externe

veiligheidsrisico’s opleveren.

Figuur 1 – De vier AMvB’s bij de Omgevingswet

Omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan

De omgevingsvisie bevat het belangrijkste beleid voor de fysieke leefomgeving. Bij het afwegen van dit beleid moet ook externe veiligheid meegenomen worden bij de afwegingen om te komen tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie geeft de beschermingsdoelstellingen in hoofdlijnen weer. Het bevoegd gezag kan de mensen beschermen tegen de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen door een gebied zo in te richten dat de mensen die er verblijven zijn beschermd. Bescherming betekent in deze context: het voorkomen en beperken van slachtoffers en schade als gevolg van een ongewoon voorval met gevaarlijke stoffen. Om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken, kunnen decentrale overheden een programma opstellen met beleid en maatregelen. Om het strategisch ambitieniveau vanuit de Omgevingsvisie op het gebied van externe veiligheid te vertalen naar doelmatige beleidskeuzes, kiest de gemeente Someren ervoor om een programma externe veiligheid op te stellen. Het programma is een flexibel instrument dat de overheid kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Het instrument programma is een beleidsdocument, net als de omgevingsvisie. De instructieregels voor programma's staan in hoofdstuk 4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Regels voor programma's bij het overschrijden van omgevingswaarden staan in hoofdstuk 2 van het Bkl. Programma's zijn bedoeld voor de verdere beleidsuitwerking en de uitwerking van de concrete maatregelen om doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Ze bevatten het uitvoeringsgerichte, (multi)sectorale of gebiedsgerichte beleid. Ze kunnen strategische beleidselementen bevatten, maar bevatten vooral niet-strategisch beleid. Daarnaast is het kenmerk van de omgevingsvisie dat deze voor tientallen jaren wordt opgesteld. Een programma kan op korte

15 mei 2024

pagina 32 van 50

termijn (bijvoorbeeld vijf jaar) herzien en aangepast worden, indien het bevoegd gezag dit nodig acht. (IPLO, sd) Het programma externe veiligheid bevat de volgende onderdelen: 

de uitwerking van het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving in relatie tot externe veiligheid (artikel 3.5, onder a, Omgevingswet);

maatregelen om aan omgevingswaarden passende beschermingsniveaus voor de burgers rondom milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s te realiseren (artikel 3.5, onder b, Omgevingswet).

De omgevingsvisie en het programma externe veiligheid kennen de volgende samenhang: Parameter

Omgevingsvisie

Programma (externe veiligheid)

Karakter

Strategisch, integraal, politiek-bestuurlijk

Uitvoeringsgericht, sectoraal, strategische elementen mogelijk

Inhoud

Ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming,

Uitwerking beleid op het gebied van externe veiligheid (kan ook voor andere milieuthema’s)

en behoud van de fysieke leefomgeving als geheel Samen hang tussen domeinen

Eén integraal ontwikkelingsbeleid voor de fysieke leefomgeving

Gericht op een beleid voor één domein (externe veiligheid), kan zorgen voor coördinatie tussen andere domeinen

Horizon

Langer termijn (meer dan 10 jaar)

Kortere termijn (+/- 5 jaar)

Werking

Basis voor het handelen van het visievaststellend bestuursorgaan en voor programma's

Basis van beleidskeuzes en inzet van maatregelen ter bescherming van de fysieke leefomgeving

Juridische status

Bindt enkel het visievastellend kader

Bindt het beleidskader rondom een domein (externe veiligheid)

Vaststelling

Gemeenteraad

College van B&W

Op het moment dat het College van B&W het programma externe veiligheid vaststelt, biedt dit beleidsdocument de basis om gerichte planregels op te stellen in het Omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving, waaronder dus ook voor het aspect externe veiligheid. Zo stelt de gemeente in het omgevingsplan onder meer regels op voor o.a. de volgende aspecten: 

Aanwijzen van voorschriftengebieden;

aanwijzen van andere veiligheidscontouren (bijvoorbeeld reseveringsstroken, contouren munitieopslagen)

het koppelt de fysieke omgeving aan de verschillende gebiedstypes (zie hoofdstuk 4);

het stelt regels op over het al dan wel niet toestaan van nieuwe milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s;

15 mei 2024

pagina 33 van 50

het stelt regels op voor het al dan wel niet toestaan van zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen en locaties en beperkt kwetsbare gebouwen en locaties.

Begrippenkader externe veiligheid Het doel van de Omgevingswet is het bundelen en vereenvoudigen van de huidige wet- en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving en de ruimtelijke ordening. Zo worden er 26 wetten die te maken hebben met de fysieke leefomgeving gebundeld tot één Omgevingswet. Er komt een Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) waar overheden, belanghebbenden en initiatiefnemers snel kunnen zien wat in de fysieke leefomgeving is toegestaan (Aan de slag met de Omgevingswet, sd). Hierdoor wordt het voor burgers en bedrijven inzichtelijker om vergunningen aan te vragen voor bijvoorbeeld het bouwen van woningen, bedrijfspanden, het aanleggen van wegen en andere ruimtelijke ordeningsprojecten (Rijksoverheid, sd). Verschillende zaken zijn veranderd door de komst van de Omgevingswet. Gemeenten ontwikkelen een omgevingsplan, welke de bestaande bestemmingsplannen en de beheersverordening vanuit de Wet ruimtelijke ordening vervangt. Daarnaast komt er per gemeente een gemeentelijke omgevingsvisie: de toekomstige ontwikkelingen en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving op lange termijn worden hierin vastgelegd. Externe veiligheid vormt ook een onderdeel in de omgevingsvisie: wanneer is een gebied voldoende veilig, rekening houdend met bestaande milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s en ontwikkelingen in de toekomst.

Beleid over externe veiligheid volgt uit het programma externe veiligheid. In het programma staat de verdere beleidsuitwerking en de uitwerking van concrete maatregelen om de doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. (IPLO, sd)

De wet- en regelgeving over externe veiligheid was nog versnipperd over meerdere wetten, besluiten en ministeriële regelingen. De Omgevingswet integreert in ieder geval de volgende besluiten volledig: 

Besluit en regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi)

Besluit en regeling externe veiligheid buisleidingen (Bevb)

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling Basisnet

Besluit en regeling risico's zware ongevallen (Brzo)

Registratiebesluit externe veiligheid

De omgang en rijksregels in het kader van de verschillende milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s (buisleidingen, basisnet, MBA’s met externe veiligheidsrisico’s) zullen niet centraal meer vastgelegd worden onder de Omgevingswet. De omgang en regels rondom met risicocontouren en

aandachtsgebieden

zullen

in

het

decentrale

beleid

vastgelegd

moeten

worden,

in

de

omgevingsvisie, het programma externe veiligheid en het in het omgevingsplan. Om gerichte planregels te kunnen schrijven in het Omgevingsplan en om externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen op een goede manier te verantwoorden kiest de gemeente Someren om dit programma Externe veiligheid op te stellen.

15 mei 2024

pagina 34 van 50

Omgevingsveiligheid Onder de Omgevingswet wordt niet enkel van externe veiligheid gesproken, maar nieuw is het meer omvattende begrip omgevingsveiligheid. Externe veiligheid valt hieronder, maar omgevingsveiligheid gaat ook over rampen en crises en het voorkomen, beperken en bestrijden ervan, de mogelijkheid van personen om zichzelf in veiligheid te brengen en geneeskundige hulpverlening (artikel 5.2 Bkl). De veiligheidsregio’s hebben hier een adviserende rol (zie bijlage 3). In het programma externe veiligheid van de gemeente Someren worden deze zaken niet behandeld, daarom spreken we van externe veiligheid en niet van omgevingsveiligheid. Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s Risicobronnen zijn onder de Omgevingswet milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s: 

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven (dit omvat verschillende milieubelastende activiteiten uit het Bal)3;

Het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (spoor, weg, water);

Buisleidingen met gevaarlijke stoffen, welke zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal;

Windturbines;

Luchthavens en defensieterrein;

Civiele en militaire munitieopslagen.

De MBA’s met externe veiligheidsrisico’s uit bijlage VII van het BKL zijn alle activiteiten waar externe veiligheid moet worden beschouwd bij ruimtelijke ontwikkelingen. De grootte van de plaatsgebonden risicocontouren (PR10-6 ) en aandachtsgebieden (hierna uitgelegd) zijn in deze bijlage VII per activiteit bepaald. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt tussen de volgende categorieën: 

A: Activiteiten met vastgestelde afstanden voor het plaatsgebonden risico zonder vergunningplicht

B: Activiteiten met vastgestelde afstanden voor het plaatsgebonden risico met vergunningplicht

C: Activiteiten met bij ministeriële regeling vastgestelde afstanden voor het plaatsgebonden risico

D: Activiteiten met te berekenen afstanden voor het plaatsgebonden risico zonder vergunningplicht

E: Activiteiten met te berekenen afstanden voor het plaatsgebonden risico met vergunningplicht

De aard, omvang en het risicoprofiel bepaald onder andere de categorie indeling van een activiteit. Bij de te berekenen PR10-6 contouren en aandachtsgebieden gaat het vaak om de activiteiten met de grootste externe veiligheidsrisico’s. De regels rondom het veilig beheer, gebruik en onderhoud van de MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn opgesteld per activiteit en zijn terug te vinden in het Bal. Daarnaast dienen alle MBA’s met externe

3

Dit zijn o.a. waterstof en/of LPG-tankstations, de voormalige BEVI-inrichtingen, propaantanks, PGS15opslagvoorzieningen en Seveso-inrichtingen (voorheen de BRZO-inrichtingen)

15 mei 2024

pagina 35 van 50

veiligheidsrisico’s uit bijlage VII van het Bkl worden opgenomen in het Register Externe veiligheid (REV), de vervanger van de Risicoregister gevaarlijke stoffen (RRGS).

15 mei 2024

pagina 36 van 50

Plaatsgebonden risico Dit is de kans dat één persoon per jaar overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het uitgangspunt is dat deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats bevindt. De ruimtelijke waarden voor het plaatsgebonden risico zijn terug te vinden in het Bkl. Deze waarden worden vertaald in afstanden die tot locaties en gebouwen in acht moeten worden genomen of waarmee rekening moet worden gehouden. Hier hoort een plaatsgebonden risicocontour bij: binnen de contour is het risico groot, buiten de contour is het risico kleiner. Dit noemen we de PR 10 -6 contour. De afstanden van het plaatsgebonden risico zijn vastgestelde afstanden, berekende afstanden en de kans die geaccepteerd is als veilig: één op de miljoen per jaar. Binnen deze PR -6 contour zijn geen nieuwe beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toegestaan. Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn gebieden rond locaties met milieubelastende activiteiten met

externe

inzichtelijk

veiligheidsrisico’s

maken

binnenshuis,

waar

zonder

die

mensen

aanvullende

maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bij een calamiteit met gevaarlijke

stoffen

kunnen

levensbedreigende

er

gevaren

zich voor

personen in gebouwen voordoen. Er is onderscheid gemaakt tussen drie soorten gevaren:

warmtestraling

(brand),

overdruk (explosie) en concentratie giftige

Figuur 2 (RIVM, 2021)

stoffen in de lucht (gifwolk),

Daarom zijn er drie typen aandachtsgebieden gedefinieerd: 

Brandaandachtsgebied (BAG);

Explosieaandachtsgebied (EAG);

Gifwolkaandachtsgebied (GAG).

De

grenswaarden

van

de

aandachtsgebieden zijn geregeld in het Bkl. Voor de bepaling ervan is uitgegaan van de bescherming die nieuwbouw en rampenbestrijding bieden. De aard en de omvang van een aandachtsgebied wordt bepaald

door

de

effecten

scenario,

niet

door

de

van

een

kans.

Een

aandachtsgebied kan kleiner worden door

Figuur 3 (Oostkracht 10, 2022)

het toepassen van de best beschikbare technieken (BBT) bij de MBA’s met externe veiligheidsrisico’s.

15 mei 2024

pagina 37 van 50

Voor een overzicht van de vaste afstanden van aandachtsgebieden bij enkele milieubelastende activiteiten, zie de tabel in bijlage 3 (RIVM, 2021).

15 mei 2024

pagina 38 van 50

Externe veiligheidsafstanden Voor een groot aantal activiteiten met externe veiligheidsrisico’s gelden vaste afstanden. Deze zijn te vinden in het Bal of in het Bkl. De afstanden uit het Bal gelden vanaf het bij de activiteit aangegeven meetpunt tot de begrenzing van de locatie waar de activiteit plaatsvindt. Onder bepaalde voorwaarden gelden de afstanden in plaats daarvan tot beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in de omgeving (gevel van een gebouw bijvoorbeeld). De begrenzingen staan in artikel 5.9 van het Bkl. De afstanden uit het Bkl gelden vanaf het bij de activiteit in bijlage VII aangegeven meetpunt(en) tot (zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties in de omgeving. Voorschriftengebieden Het bevoegd gezag kan op grond van artikel 5.14 Bkl besluiten of dat (deel van het) brand- of explosieaandachtsgebied wordt aangewezen als brand- of explosievoorschriftengebied. In het voorschriftengebied gelden aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen, of gelijkwaardige maatregelen. De aanvullende bouweisen staan in artikel 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Het doel van deze maatregelen is om mensen binnenshuis te beschermen tegen de gevolgen van een brand of explosie, veroorzaakt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Op grond van artikel 5.14 lid 3 Bkl kan de gemeente afwijken van het aanwijzen van een brand- of explosievoorschriftengebied. De gemeente kan zelf beslissen of zij het aandachtsgebied aanwijst als voorschriftengebied, het voorschriftengebied expliciet niet aanwijst of kleinere voorschriftengebieden aanwijst. Aanvullende regels: 

Een brandaandachtsgebied van het basisnet moet verplicht worden aangewezen als brandvoorschriftengebied als daar vanuit de Regeling Basisnet een plasbrandaandachtsgebied (PAG) geldt;

Locaties voor nieuwe zeer kwetsbare gebouwen (ook de functiewijziging van bestaande gebouwen naar zeer kwetsbaar gebouw) binnen een aandachtsgebied moeten verplicht worden aangewezen als voorschriftengebieden.

Groepsrisico Dit is de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Binnen aandachtsgebieden moet het bevoegd gezag rekening houden met het groepsrisico (artikel 5.15). Conform 5.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving moet de gemeente in het omgevingsplan bij het realiseren van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brand-, explosie en/of gifwolkaandachtsgebied rekening houden met het groepsrisico. Om hieraan te voldoen kan de gemeente kiezen, conform artikel 5.15 lid 2, om dit op twee manieren in te vullen: 1.

geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toelaten in aandachtsgebieden

2.

waar het omgevingsplan beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toelaat, waarborgt de gemeente: a.

dat maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties; of

15 mei 2024

pagina 39 van 50

b.

dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is.

Kwetsbaarheid van gebouwen en locaties In bijlage VI van het Bkl staan drie categorieën gebouwen en locaties waarvoor de regels bescherming bieden: 1.

Zeer kwetsbaar (alleen gebouwen)

2.

Kwetsbaar (gebouwen en locaties)

3.

Beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties)

In het omgevingsplan neemt de gemeente regels op ter bescherming van deze gebouwen en locaties vanwege externe veiligheidsrisico’s. De volgende zaken komen aan de orde bij het bepalen van de kwetsbaarheid van locaties en gebouwen: het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is, de aanwezigheidsduur van personen en de zelfredzaamheid van de aanwezige personen. De gebouwen worden alleen beschermd voor de gebruikersfunctie van het gebouw. Deze moet blijken uit het omgevingsplan of uit de omgevingsvergunning waarbij die functie mogelijk wordt gemaakt. Een gebouw is zeer kwetsbaar als de aanwezige personen zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Voorbeeld van een zeer kwetsbaar gebouw zijn: een basisschool, gevangenis, woonfunctie voor 24-uurszorg. Voorbeelden van kwetsbare gebouwen en locaties zijn alle gebouwen met een woonfunctie en alle locaties waar grote evenementen of recreatief nachtverblijf voor meer dan vijftig personen plaatsvindt. Gebouwen en locaties zijn kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn: sportfunctie, kantoorfunctie, hogescholen. Alle overige gebouwen en locaties zijn beperkt kwetsbaar. Rondom de kwetsbaarheid van de populatie buitenshuis is er een handleiding Omgevingsveiligheid mensen op buitenlocaties op 12 december 2019 gepubliceerd door de ‘Werkgroep Risico’s mensen buiten’4.

De handleiding wordt door de VRBZO gebruikt worden voor de advisering aan de gemeente Someren, bij de voorbereiding, planning en uitvoering van activiteiten in de buitenlucht in de nabijheid van een risicobron. In de Omgevingswet ontbreekt een dergelijk landelijk afwegingskader voor mogelijke maatregelen om de veiligheid voor mensen op buitenlocaties te verhogen, zowel voor kleine als grote incidenten met gevaarlijke stoffen. Mensen op buitenlocaties zijn niet beschermd door een gebouw en worden daarom blootgesteld aan meer warmtestraling, overdruk en hogere concentraties giftige stoffen. Bij het realiseren voor buitenlocaties waarbij beperkt kwetsbare locaties, kwetsbare locaties wordt gerealiseerd dient er rekening gehouden te worden met eventuele attentie- en/of aandachtsgebieden. Om de afweging te maken of een ontwikkeling van een buitenlocatie veilig kan worden ingericht dient het ‘Stappenplan veiligheid mensen op buitenlocaties’, gepubliceerd in de ‘Handleiding Omgevingsveiligheid Mensen op Buitenlocaties’, versie 3.1, 12 december 2019, gebruikt te worden.

4

Deze werkgroep bestaat uit afgevaardigden van de Brandweer NL, GGD/GHOR en Omgevingsdiensten

15 mei 2024

pagina 40 van 50

Bijlage 3Borging externe veiligheid bij besluitvorming Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid. Zo kunnen zij een brand, ramp of crisis voorkomen of de gevolgen ervan beperken. Op basis van de beleidskeuzes die gemaakt zijn in dit programma externe veiligheid (zoals bij de verschillende gebiedstypes) dienen er gerichte regels opgesteld te worden rondom de omgang met externe veiligheidsrisico’s. Deze regels moeten landen in het omgevingsplan. Op basis van deze regels in het omgevingsplan kan vooraf bepaald worden of de desbetreffende activiteit of ruimtelijke ontwikkeling past in het voorgestelde plangebied. Deze omgevingsplanregels moeten ertoe leiden dat de externe veiligheid binnen de gemeente Someren bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of nieuwe vergunningaanvragen in een zo vroeg mogelijk stadium geborgd wordt.

Verantwoordingsplicht groepsrisico bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en vergunningverlening Bij het realiseren van een ruimtelijke ontwikkeling (binnen een aandachtsgebied) dient voor het milieuthema externe veiligheid een verantwoording groepsrisico 5 geschreven te worden. Door gebruik te maken van het stappenplan uit hoofdstuk 5 komt men tot passende bescherming. De genomen maatregelen en de afweging hiervan moet worden onderbouwd in de ruimtelijke onderbouwing. Op het moment dat er een aanvraag voor een omgevingsvergunning binnen komt zal het aspect externe veiligheid ook beoordeeld moeten worden. Dit zal moeten gebeuren op het moment dat er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een nieuwe activiteit in een aandachtsgebied of wanneer er aan nieuwe activiteit wordt aangevraagd waarbij er nieuwe aandachtsgebieden, PRcontouren en/of veiligheidsafstanden worden gecreëerd.

Externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen Iedere nieuwe gebiedsontwikkeling is anders. Een verantwoordingskader met generieke regels dat voor alle nieuwe ontwikkelingen geldt is niet waterdicht om standaard tot passende bescherming te komen. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen in het aandachtsgebied wordt, conform de methodiek van de Omgevingswet, een intaketafel ingericht om via een integrale benadering consensus te bereiken over passende bescherming in het plangebied. Specialisten van verschillende relevante onderwerpen nemen deel aan de intaketafel, waaronder een specialist externe veiligheid. Ook is het belangrijk om de VRBZO te betrekken bij de intaketafel op het moment dat er een initiatief wordt ontwikkeld in het aandachtsgebied van een MBA met externe veiligheidsrisico’s. Op deze manier kan er in het voortraject al een inschatting worden gemaakt over de zelfredzaamheid, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van de ruimtelijke ontwikkeling in het aandachtsgebied. Om te bepalen wanneer en of de VRBZO wil aansluiten is er een ‘stappenplan Omgevingsveiligheid’ ontwikkeld door de VRBZO. Deze is bijgevoegd in bijlage 3. De bouw (of uitbreiding) van een (nieuwe) risicobron Bij het initiatief voor een nieuwe risicobron of uitbreiding van een bestaande risicobron, moet worden bepaald wat de omvang van het aandachtsgebied wordt.

De omvang van het aandachtsgebied wordt bepaald aan de hand van bijlage VII van het Bkl. Hierin staan vaste afstanden waar rekening mee gehouden dient te worden of wanneer deze afstanden berekend dienen te worden. Wanneer de omvang van het aandachtsgebied is bepaald, moet worden beoordeeld of het aandachtsgebied past in 5

Hierbij moeten in ieder geval aandacht worden besteden aan de zelfredzaamheid, bereikbaarheid en risicoreducerende maatregelen en ook de mogelijkheden voor rampenbestrijding en hulpverlening belichten.

15 mei 2024

pagina 41 van 50

het omgevingsplan. Dit is het geval als de gemeente in het omgevingsplan ruimte heeft gereserveerd voor toekomstige MBA’s met externe veiligheidsrisico’s en aandachtsgebieden, zoals bij de gebiedstypes bedrijventerrein Intensief en buitengebied. Wanneer een initiatiefnemer een activiteit wil aanvragen die niet past binnen het omgevingsplan, kan (door de gemeente) worden bekeken of de benodigde extra ruimte mogelijk te maken is door aanpassing van het omgevingsplan. Ook het Rijk en de provincie hebben de mogelijkheid om via een projectbesluit direct aanpassingen te maken in het omgevingsplan. De bouw van een (beperkt/zeer) kwetsbaar gebouw of locatie Bij het initiatief voor een (beperkt/zeer) kwetsbaar gebouw of locatie moet beoordeeld worden of de ontwikkeling past in het omgevingsplan. Passen betekent in eerste instantie dat het omgevingsplan de ruimtelijke ontwikkeling (bijv. woningen of een school) toestaat in het betreffende gebied. Daarnaast kunnen er voorwaarden zijn gesteld aan de bouw van het kwetsbaar gebouw op het gebied van bescherming, zoals bijvoorbeeld geldt voor het bouwen van zeer kwetsbare gebouwen in een aandachtsgebied (voorschriftengebied). Wanneer het omgevingsplan de bouw van het betreffende type gebouw toestaat, moet worden nagegaan of het gebouw in een aandachtsgebied is beoogd en of dit aandachtsgebied is aangewezen als voorschriftengebied.

Het voorschriftengebied is altijd van toepassing voor zeer kwetsbaar gebouwen (zoals een ziekenhuis of kinderdagverblijf) wanneer deze in een brand- of explosieaandachtsgebied zijn voorzien. Als het voorschriftengebied is aangewezen, betekent dit dat er aanvullende bouweisen gelden voor het te bouwen gebouw (artikel 4.90 tot en met 4.96 van het Bbl, zie stappenplan provincie NB). Wanneer geen voorschriftengebied is aangewezen, gelden voor (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties niet direct de aanvullende bouweisen. Wel dient het stappenplan doorlopen te worden, hieruit kan alsnog volgen dat er aanvullende bouweisen (of andere maatregelen) gelden. Naast de aanwijzing van een voorschriftengebied, kan het omgevingsplan andere doel- en of middelvoorschriften bevatten waaraan de initiatiefnemer moet voldoen om de vergunning verleend te krijgen. Wanneer de initiatiefnemer in zijn plan kan aantonen aan de voorwaarden uit het omgevingsplan te kunnen voldoen, kan de omgevingsvergunning worden verleend. Wanneer een initiatiefnemer een activiteit wil aanvragen die niet past binnen het omgevingsplan, kan (door de gemeente) worden beoordeeld of de benodigde extra ruimte mogelijk te maken is door aanpassing van het omgevingsplan.

Externe veiligheid en vergunningverlening Ook bij het verlenen van een omgevingsvergunning is het belangrijk om in een voorstadium een goede afweging te maken of de aangevraagde activiteit past binnen de bestaande bebouwde omgeving. Het toevoegen van een nieuwe MBA met externe veiligheidsrisico kan grote gevolgen hebben voor de omgeving. Conform de methodiek van de Omgevingswet wordt er een omgevingstafel ingericht om via een integrale benadering consensus te bereiken over passende bescherming in het plangebied en of de aangevraagde activiteit wenselijk is. Deze omgevingstafel kent dezelfde structuur als de intaketafels, zoals deze worden georganiseerd bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Indien consensus bereikt wordt over het realiseren van een nieuwe MBA met externe veiligheidsrisico’s zal de vergunningaanvraag beoordeeld moeten worden door de vergunningverlener. De instructieregels voor het beoordelen van de vergunningaanvraag staan in artikelen 8.7 t/m 8.25 Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving). De gemeente Someren kan de vergunning verlenen, weigeren

15 mei 2024

pagina 42 van 50

of aanvullende maatregelen eisen (op basis van artikel 5.26 Omgevingswet en de instructieregels uit artikelen 8.7 t/m 8.25 Bkl). Daarnaast is het belangrijk dat het groepsrisico verantwoord wordt aan de hand van het stappenplan ‘afweging groepsrisico binnen aandachtsgebieden’. Rekening houden met Omgevingsplan Bij het beoordelen bij een vergunningaanvraag wordt door de gemeente Someren rekening gehouden met het omgevingsplan (8.9, derde lid, Bkl). Wanneer de activiteit niet past binnen het omgevingsplan, kan (door de gemeente) worden bekeken of de benodigde extra ruimte mogelijk te maken is door aanpassing van het omgevingsplan. Het kan hierbij zowel gaan om de aanvraag van een vergunning voor een risicobron als van een (beperkt, zeer) kwetsbaar gebouw of locatie. Als de activiteit past in het omgevingsplan, dient bepaald te worden of er een PR 10 -6 contour en/of een aandachtsgebied is (vaste afstand uit bijlage VII Bkl of berekenen). Actualiseren vergunning Bij een nieuwe vergunning worden bestaande rechten in stand gehouden tenzij actualisatie nodig is. Artikel 5.38 Omgevingswet verplicht de gemeente Someren om regelmatig de toereikendheid van de vergunning te bezien (actualiseren). Dit biedt de gemeente Someren de mogelijkheid de vergunning te actualiseren wanneer deze bijvoorbeeld niet meer voldoet aan de laatste stand der techniek (artikel 4.22 lid 2 onder c).

Met deze mogelijkheid kan de gemeente Someren bronmaatregelen afdwingen om zo de bestaande of nieuwe omgeving te beschermen tegen eventuele effecten van een calamiteit bij een MBA met externe veiligheidsrisico’s. Bescherming van bestaande bedrijven na vergunningverlening tegen de gevolgen van een veranderende omgeving Alle activiteiten (dus ook nieuwe woonbebouwing) dienen te passen binnen de gestelde grenzen van het omgevingsplan (8.9, derde lid, Bkl). Wanneer dat niet het geval is, kan (door de gemeente) worden bekeken of de benodigde extra ruimte mogelijk te maken is door aanpassing van het omgevingsplan. Als er al een bestaand aandachtsgebied is zal het bevoegd gezag daar rekening mee moeten houden in de aanpassing van het omgevingsplan (5.3 en 5.15 Bkl). Als het omgevingsplan wordt aangepast moet de gemeente Someren bij vergunningverlening aan een bedrijf rekening houden met het (aangepaste) omgevingsplan.

15 mei 2024

pagina 43 van 50

Bijlage 4Gebiedsindeling gebiedstypes

15 mei 2024

pagina 44 van 50

15 mei 2024

pagina 45 van 50

15 mei 2024

pagina 46 van 50

15 mei 2024

pagina 47 van 50

15 mei 2024

pagina 48 van 50

15 mei 2024

pagina 49 van 50

Bijlage 5Tabel vastgestelde aandachtsgebieden Voor enkele activiteiten met externe veiligheidsrisico’s gelden vaste afstanden tot aandachtsgebieden. Deze zijn te vinden in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In de tabel hieronder staan de activiteiten met vaste afstanden in een duidelijk overzicht. De overige afstanden van de brand- en explosieaandachtsgebieden bij activiteiten uit bijlage VII van het Bkl dienen berekend te worden. Voor het gifwolkaandachtsgebied geldt een beleidsmatige afkapping van maximaal 1,5 kilometer. Bij Seveso-bedrijven wordt het gifwolkaandachtsgebied afgekapt op 300 meter.

Brandaandachtsgebied

Explosieaandachtsgebied

Basisnet

30 meter

200 meter

Tanken van LPG

60 meter

160 meter

Opslagtank voor propaan > 13m3

60 meter

160 meter

Opslaan van propaan < 5m3

20 meter

30 meter

Opslaan van propaan > 5m3

20 meter

50 meter

Opslaan van propaan > 5 bevoorradingen per jaar

60 meter

160 meter

Waterstof: opslag- en transport, groothandel, containeroverslag en tankstation

55 meter

Opslag- en transportbedrijf, groothandel en containeroverslag: Seveso hoeveelheid

30 meter

LNG: opslag- en transport, groothandel en containeroverslag en tankstation

15 mei 2024

Tussen 50 en 200 meter (tabel E.10 bijlage VII Bkl)

pagina 50 van 50

200 meter

Bijlage 6Stappenplan Omgevingsveiligheid VRBZO

Ja

Bevat het initiatief een activiteit, gebouw en/of evenement dat in een aandachtsgebied of attentiegebied wordt aangevraagd? Nee

Ja

Bevat het initiatief een activiteit, gebouw en/of evenement dat in de directe omgeving van een natuurgebied wordt aangevraagd? Nee

Ja

Gaat het om een initiatief dat betrekking heeft tot het regionaal risicoprofiel? Nee

Ja

Gaat het om een initiatief dat betrekking heeft tot de energietransitie? Nee

Ja

Gaat het om een initiatief met activiteiten met betrekking tot repressieve voorzieningen? Nee

VRBZO wil beoordelen of er noodzaak is om input te leveren aan een omgevingstafel 15 mei 2024

pagina 47 van 50

VRBZO ziet geen directe noodzaak om input te leveren aan een omgevingstafel

Collectieve advisering omgevingsveiligheid Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost in het kader van art. 5.11 en 5.15 Bkl

1. Iedere activiteit, gebouw en evenement dat in een aandachtsgebied (brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied) of attentiegebied wordt aangevraagd. 2. Iedere activiteit, gebouw en evenement dat in de directe omgeving van een natuurgebied wordt aangevraagd. o Hier wordt nog nadere invulling aan gegeven. 3. Initiatieven met betrekking tot het regionaal risicoprofiel, waaronder: o Windturbines o Gevolgbeperking overstroming en klimaatadaptatie o Evenementen o Gebruik van gebouwen o Voorkomen rookoverlast binnen-opslag en buitenopslag o Risicocommunicatie o Milieu 4. Initiatieven met betrekking tot de energietransitie (o.a. zonneparken, trafohuisjes, EOS, elektrische schepen, aanvullen) en nieuwe technieken/ technologieën/activiteiten waarvan risico’s m.b.t. fysieke veiligheid en gezondheid nog onbekend zijn; 5. Basisadvisering repressieve voorzieningen: De veiligheidsregio wil adviseren bij alle objecten waarbij afgeweken wordt van de uitgangspunten uit de ‘Handreiking bereikbaarheid en bluswater’6 en/of de ‘bruidsschatregels’ ten aanzien van bluswater en bereikbaarheid. Bij de overige ontwikkelingen dient de handreiking te worden overgenomen en kan advies worden gevraagd bij de veiligheidsregio. Daarnaast wil de veiligheidsregio adviseren over repressieve voorzieningen die worden geplaatst bij (complexe) gebouwen die het brandweeroptreden mogelijk moeten maken.

Dit geldt in ieder geval voor de volgende objecten: o Gebouwen hoger dan 20 meter; o Gebouwen met meervoudig ruimtegebruik (bijv. woongebouw boven tunnel of parkeergarage); o Gebouwen met een inzetdiepte van meer dan 60 meter;

6

https://www.vrbzo.nl/wp-content/uploads/2021/02/Beleidsregels-Bereikbaarheid-en-Bluswatervoorziening-Brabant-DEFINITIEFherzien-25-6-2019.pdf 15 mei 2024

pagina 48 van 50

o

Ontwikkelingen die invloed hebben op bereikbaarheid voor hulpdiensten, zoals publieks- en/of verkeer aantrekkende voorzieningen (bijv. een evenemententerrein, een schouwburg, scholen, bioscopen, stadion, de grotere stations voor openbaar vervoer, evenementenhal, etc.), bouwwerkzaamheden en/of tijdelijke of permanente wegafsluitingen;

15 mei 2024

pagina 49 van 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14812403/2