Bijlage Programma externe veiligheid gemeente Someren
Tekst van het document
Ontwerp Programma externe veiligheid gemeente Someren Omgaan met externe veiligheidsrisico's : beleid onder de Omgevingswet
Programma externe veiligheid Omgaan met externe veiligheidsrisico's : beleid onder de Omgevingswet
In opdracht van
de gemeente Someren
Opgesteld door
xxxxxxxxxxxxx Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven
Auteur
xxxxxxxxxxxxx
Datum
15 mei 2024
Status
concept
15 mei 2024
-2-
Voorwoord Met de invoering van de Omgevingswet is de wetgeving rondom externe veiligheid op de schop gegaan. Een aantal landelijke wet- en regelgeving zal geïmplementeerd moeten worden in gemeentelijk beleid. Doordat er meer verantwoordelijkheden bij de gemeente komen te liggen, zal er een nieuw beleidskader rondom externe veiligheid gevormd moeten worden. In de structuur van de Omgevingswet passen gerichte beleidskeuzes het beste in een programma. Om flexibiliteit in te bouwen in de besluitvorming rondom locaties voor milieubelastende activiteiten (MBA’s) met externe veiligheidsrisico’s is het nodig om gemotiveerde beleidskeuzes te kunnen maken. Daarnaast zal dit programma externe veiligheid gerichte beleidskeuzes maken die aanvullend zijn op het tijdelijk omgevingsplan. Ook vormen deze beleidskeuzes de basis voor goede omgevingsplanregels voor het definitieve omgevingsplan. Daarom vormt dit programma externe veiligheid het beleidsstuk voor de gemeente Someren in het kader van externe veiligheid. Externe veiligheid behandelt de risico’s voor de leefomgeving die ontstaan als gevolg van transport, opslag van of het werken met gevaarlijke stoffen. Enerzijds gaat het daarbij over de milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s (waaronder risicovolle bedrijven, buisleidingen en transportroutes).
Anderzijds gaat het over de risico-ontvangers (personen, gebouwen en locaties die niets met de activiteiten met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Binnen en nabij de gemeente Someren zijn verschillende milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s gelegen. Al deze activiteiten zijn zichtbaar via www.atlasleefomgeving.nl. Zo zijn binnen de gemeente Someren Rijksweg A67 en de provinciale wegen N266 en N612 aanwezig voor het transport van gevaarlijke stoffen. Daarnaast zijn (ondergrondse) hogedruk aardgasleidingen aanwezig. Ook zijn er verschillende MBA’s met externe veiligheidsrisico’s aanwezig waarop BKL bijlage VII t/m bijlage X van toepassing is. De aandachtsgebieden van deze milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s liggen verspreid over een groot deel van het grondgebied van de gemeente Someren. Men moet dan denken aan bijvoorbeeld propaantanks, LPG-tankstations en bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden op- en overgeslagen. Hierdoor heeft men bij veel (ruimtelijke) ontwikkelingen met externe veiligheid te maken. Dit programma schetst de huidige externe veiligheid situatie van de gemeente Someren. Daarnaast vormt het programma een beleidskader hoe we als gemeente met externe veiligheid omgaan, met name bij ruimtelijke ordening en omgevingsvergunningen.
15 mei 2024
-3-
Inhoudsopgave
Voorwoord........................................................................................................................3 1 Inleiding........................................................................................................................1 1.1 Wat is externe veiligheid?.............................................................................................................1 1.2 Doel van dit programma...............................................................................................................2 1.3 Voor wie is dit programma bedoeld?............................................................................................2 1.4 Externe veiligheid in de Omgevingsvisie Someren.......................................................................2 1.5 Leeswijzer.....................................................................................................................................
3 2 Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s...........................................4 2.1 Register externe veiligheid (REV).................................................................................................4 2.2 MBA’s met externe veiligheidsrisico’s (Risicovolle bedrijven)......................................................5 2.3 Buisleidingen................................................................................................................................ 6 2.4 Structuurvisie buisleidingen......................................................................................................... 6 2.5 Wegen........................................................................................................................................... 7 2.5.1 Rijksweg A67.....................................................................................................................8 2.5.2 Provinciale wegen N 266 en N 621...................................................................................9 2.5.3 Gemeentelijke (doorgaande) wegen.................................................................................9 2.6 Waterwegen..................................................................................................................................
9 2.7 Hoogspanningslijnen.....................................................................................................................9 2.8 Duurzame ontwikkelingen met externe veiligheidsrisico’s.........................................................10 3 Beleidskeuzes..............................................................................................................11 3.1 ’De Somerense blik op externe veiligheid’.................................................................................11 3.2 Uitgangspunten rondom bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s.......................12 3.2.1 Vervoer van gevaarlijke stoffen (over de weg)...............................................................12 3.2.2 Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s (risicovolle bedrijven).....12 3.2.3 Hogedruk aardgasleidingen............................................................................................13 3.3 Uitgangspunten rondom nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico’s.............................13 3.4 Kwetsbaarheid van gebouwen en locaties nabij milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s..............................................................................................................................
14 3.5 Voorschriftengebied....................................................................................................................15 3.6 Groepsrisico................................................................................................................................ 15 4 Gebiedsgerichte risicoprofielen.....................................................................................16
15 mei 2024
-4-
4.1 Risicoluw gebied......................................................................................................................... 18 4.1.1 Centrum.......................................................................................................................... 20 4.1.2 Woonwijken.....................................................................................................................20 4.2 Bedrijventerrein Intensief........................................................................................................... 21 4.3 Bedrijventerrein Extensief.......................................................................................................... 23 4.4 Buitengebied...............................................................................................................................
26 4.4.1 Agrarische inrichtingen...................................................................................................27 4.4.2 LPG-tankstations/Waterstof-stations...............................................................................27 4.4.3 Windturbines...................................................................................................................28 5 Verantwoordingskader.................................................................................................29 5.1.1 Verantwoording van het groepsrisico; zowel binnenplans als buitenplans.....................29 5.1.2 Waaraan moet een BOPA voldoen..................................................................................30 5.1.3 Gemotiveerd afwijken van het programma externe veiligheid.......................................30 Bijlage 1 Afkortingenlijst................................................................................................31 Bijlage 2 Wettelijk kader.................................................................................................32 Omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan...........................................................................32 Begrippenkader externe veiligheid...................................................................................................34
Omgevingsveiligheid................................................................................................................35 Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s..................................................35 Plaatsgebonden risico.............................................................................................................. 37 Aandachtsgebieden................................................................................................................. 37 Externe veiligheidsafstanden...................................................................................................39 Voorschriftengebieden.............................................................................................................39 Groepsrisico.............................................................................................................................
39 Kwetsbaarheid van gebouwen en locaties...............................................................................40 Bijlage 3 Borging externe veiligheid bij besluitvorming.....................................................41 Verantwoordingsplicht groepsrisico bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en vergunningverlening .......................................................................................................................................................... 41 Externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen.............................................................................41 De bouw (of uitbreiding) van een (nieuwe) risicobron.............................................................41 De bouw van een (beperkt/zeer) kwetsbaar gebouw of locatie...............................................42 Externe veiligheid en vergunningverlening......................................................................................42 Rekening houden met Omgevingsplan....................................................................................43 Actualiseren vergunning..........................................................................................................43
15 mei 2024
-5-
Bescherming van bestaande bedrijven na vergunningverlening tegen de gevolgen van een veranderende omgeving..........................................................................................................43 Bijlage 4 Gebiedsindeling gebiedstypes...........................................................................44 Bijlage 5 Tabel vastgestelde aandachtsgebieden..............................................................50 Bijlage 6 Stappenplan Omgevingsveiligheid VRBZO..........................................................47 Collectieve advisering omgevingsveiligheid Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost in het kader van art. 5.11 en 5.15 Bkl..........................................................................................................48
15 mei 2024
-6-
1 Inleiding Het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat (decentrale) overheden, zoals de gemeente Someren, bij hun plannen in een zo vroeg mogelijk stadium kijken naar veiligheid. Zo kan de gemeente een brand, ramp of crisis voorkomen of de gevolgen ervan beperken. Daarom is het belangrijk voor de gemeente Someren om beleid te hebben op dit gebied: waar zijn welke nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving mogelijk, rekening houdend met externe veiligheid? In dit programma is het beleid van de gemeente Someren met betrekking tot externe veiligheid opgenomen. Met de intreding van de Omgevingswet zal eerder vastgesteld beleid rondom externe veiligheid niet meer passen bij de wetgeving. Hierdoor wordt de gemeente Someren gedwongen om de doelstelling en ambities rondom het aspect externe veiligheid af te wegen, rekening houdend met het ambitieniveau uit de Omgevingsvisie. Daarnaast kent de wetgeving rondom externe veiligheid een aantal forse veranderingen. De omgang en rijksregels in het kader van de verschillende milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s (buisleidingen (Bevb, Revb)), basisnet spoor, weg en water (Bevt, Regeling Basisnet), MBA’s met externe veiligheidsrisico’s Bevi, Revi) zullen niet centraal meer vastgelegd worden onder de Omgevingswet.
De omgang en regels met risicocontouren en aandachtsgebieden zullen in het decentrale beleid vastgelegd moeten worden, in de omgevingsvisie, het programma externe veiligheid en het in het omgevingsplan. Om gerichte planregels te kunnen opnemen in het Omgevingsplan en om externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen op een goede manier te verantwoorden kiest de gemeente Someren om dit programma externe veiligheid op te stellen.
1.1 Wat is externe veiligheid? Externe veiligheid gaat over de kans om buiten de locatie van een activiteit met externe veiligheidsrisico’s te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen de locatie van de activiteit waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Externe veiligheid gaat over de risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De gemeente Someren heeft te maken met diverse externe veiligheidsrisico’s. Het gaat hierbij onder andere om risico’s die samenhangen met het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, openbare wegen, hoge druk aardgastransportleidingen en MBA’s met externe veiligheidsrisico’s (o.a. LPGtankstations en industriële bedrijven). Dit zijn milieubelastende activiteiten (MBA’s) met externe veiligheidsrisico’s. De risico’s zijn veiligheidsrisico’s voor mensen die zich in de buurt van de MBA met externe veiligheidsrisico’s bevinden.
15 mei 2024
pagina 1 van 50
1.2 Doel van dit programma Het doel van het programma externe veiligheid is een veilige leefomgeving in Someren. De gemeente Someren heeft beleidsvrijheid om bepaalde gebouwen en locaties en bepaalde activiteiten met externe veiligheidsrisico’s wel of niet toe te laten in bepaalde delen van de gemeente. Uit het programma externe veiligheid volgen de beleidskeuzes van de gemeente Someren over waar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Verder is een verantwoordingskader ontworpen dat de gemeente kan toepassen bij de afweging of nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico’s, nieuwe (zeer) kwetsbare gebouwen en nieuwe kwetsbare locaties voldoende veilig kunnen worden gerealiseerd en of de locatiekeuze geschikt is. Het verantwoordingskader is (vóór de intreding van de Omgevingswet) nog verankerd in landelijke wetgeving zoals in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bij de intreding van de Omgevingswet zijn deze wetten komen te vervallen, waarbij het verantwoordingskader opgenomen moet worden in decentraal beleid. Dit programma externe veiligheid is hier een goed instrument voor.
Aangezien de huidige beleidsvisie externe veiligheid uit 2013 momenteel nog steeds past bij de milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s en het ambitieniveau van de gemeente Someren wordt getracht om zoveel mogelijk beleidsneutraal over te gaan. Daar waar het huidige beleid niet meer past bij de Omgevingswet, zal beleidsvernieuwing plaatsvinden.
1.3
Voor wie is dit programma bedoeld?
De visie is bedoeld voor zowel bestuurders en ambtenaren als voor burgers en bedrijven. Bij het realiseren van nieuwe en bestaande ruimtelijke ontwikkelingen kunnen initiatiefnemers in dit programma de kaders rondom het thema externe veiligheid terugvinden. Daarnaast hebben ook (bestuurs)partners zoals de provincie, Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB), de buurgemeenten, de Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant (VRBZO) en Rijkswaterstaat met dit document een duidelijk beeld van de Somerense visie op externe veiligheid.
1.4
Externe veiligheid in de Omgevingsvisie Someren
De omgevingsvisie bevat het belangrijkste beleid voor de fysieke leefomgeving. De gemeente Someren moet ook externe veiligheid meenemen bij hun afwegingen voor de omgevingsvisie. Het goed nadenken over de inrichting van een gebied kan mensen die in dat gebied wonen, werken of recreëren beschermen tegen de gevaren van een brand, explosie of een gifwolk. De omgevingsvisie geeft de beschermingsdoelstellingen in hoofdlijnen weer. In het document ‘Concept Hoofdlijnen Omgevingsvisie Someren d.d. 14 april 2022’ worden er hoofdlijnen en hoofdopgaves gesteld rondom een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Externe veiligheid is hier een onderdeel van. Hierover wordt het volgende ambitieniveau gesteld: “Someren werkt aan een veiliger woon- en werkklimaat door de externe veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk te beperken.”
In dit programma externe veiligheid zal concrete invulling worden gegeven aan dit ambitieniveau. De beleidskeuzes in dit programma zullen moeten leiden tot een goede indeling van de gemeente Someren om te komen tot een gezonde en veilige leefomgeving.
15 mei 2024
pagina 2 van 50
1.5
Leeswijzer
Dit programma externe veiligheid is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt de gemeentelijke situatie op het gebied van externe veiligheid weergegeven. Daarnaast worden hierbij de relevante wettelijke kaders en regelgeving gekoppeld aan de specifieke “Somerense” situatie en milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Daarna worden in hoofdstuk 3 de doelstellingen en ambities van de gemeente Someren vertaald naar beleidskeuzes. In hoofdstuk 4 worden vervolgens deze beleidskeuzes gekoppeld aan gebiedstypes om invulling te geven aan een gezonde en veilige leefomgeving. Tot slot wordt het verantwoordingskader rondom het ontwikkelen in aandachtsgebieden (deze is niet meer vastgelegd in landelijke wetgeving) in hoofdstuk 5 beschreven. Om de inhoud van dit programma goed te kunnen begrijpen is het belangrijk om kennis te nemen van de begrippen en systematiek behorend bij dit thema. Daarom geeft bijlage 2 van dit programma een uitgebreide uitleg over de begrippen en systematiek van de Omgevingswet. Daarnaast worden de belangrijkste basisbegrippen van externe veiligheid uitgelegd.
15 mei 2024
pagina 3 van 50
2
Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s
Het is belangrijk om te weten waar de bestaande milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s zich bevinden binnen de gemeente. Zo heeft de gemeente een duidelijk beeld waar de aandachtsgebieden zich bevinden en waar eventueel het groepsrisico verantwoord dient te worden. Binnen de gemeente Someren zijn diverse milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s:
Locaties met milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s, dit zijn MBA’s met externe veiligheidsrisico’s conform bijlage VII van het BKL (zoals LPG-tankstations, propaantanks en opslag gevaarlijke stoffen;
4 hogedruk aardgasleidingen;
Wegen, rijksweg A67, N266 en N612;
Waterwegen, Zuid-Willemsvaart;
Hoogspanningslijnen;
Reserveringsstrook Structuurvisie buisleidingen Duurzame ontwikkelingen met externe veiligheidsrisico’s Duurzame ontwikkelingen met externe veiligheidsrisico’s (zoals waterstof-tankstations, windmolens, buurtbatterijen etc.).
2.1
Register externe veiligheid (REV)
Figuur 1uitsnede EV-signaleringskaart Op het Register Externe veiligheid (REV) (bron: EV-signaleringskaart d.d. 15 mei 2023) uit figuur 3 zijn de milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s in Someren met vastgestelde afstanden van de brand- en explosieaandachtsgebieden en plaatsgebonden risicocontour zichtbaar.
15 mei 2024
pagina 4 van 50
2.2
MBA’s met externe veiligheidsrisico’s (Risicovolle bedrijven)
Er zijn meerdere locaties met MBA’s met externe veiligheidsrisico’s (risicovolle bedrijven) gesitueerd binnen Someren. Deze zijn weergegeven op de risicokaart (zie figuur 3). Hierin zijn de plaatsgebonden risicocontouren (PR 10-6 contouren), de brandaandachtsgebieden en de explosieaandachtsgebieden opgenomen. Bij sommige MBA’s is de afstand van het plaatsgebonden risicocontour vastgesteld in bijlage VII van het Bkl. Voor andere activiteiten geldt dat de plaatsgebonden risicocontour berekend moet worden (zie bijlage VII van het Bkl). Sommige MBA’s hebben een brand-, explosie- en / of gifwolkaandachtsgebied (zie bijlage 3). Ook deze kunnen al vastgesteld zijn of moeten deze berekend worden. Dit is afhankelijk van de aard van de MBA (zie bijlage VII van het Bkl). Binnen dit brand- en/of explosieaandachtsgebied moet de gemeente rekening houden met externe veiligheidsrisico’s per scenario van het aandachtsgebied en het eventueel toewijzen van voorschriftengebieden. Het gifwolkaandachtsgebied is momenteel nog niet zichtbaar op de risicokaart, omdat er nog discussie bestaat over de aan te houden afstanden. Deze zijn ook nog onvoldoende vastgesteld in het Bkl. Artikel 5.12 zegt: een gifwolkaandachtsgebied wordt begrensd door een afstand van 1,5 km als de daadwerkelijke afstand groter is dan 1,5 km.
Een gifwolkaandachtsgebied zal dus nooit groter dan 1,5 km zijn, aangezien deze grens beleidsmatig is afgekapt. Ondanks dat er nog geen gifwolkaandachtsgebied zichtbaar is op de kaart, moet de gemeente hier wel rekening mee houden bij de verantwoording van het groepsrisico. Bij het toestaan van nieuwe zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties binnen een gifwolkaandachtsgebied moet de zelfredzaamheid (scenario vluchten of schuilen) en de risicocommunicatie op orde zijn en moet er een verantwoording van het groepsrisico plaatsvinden middels het verantwoordingskader (stappenplan ‘afweging groepsrisico binnen aandachtsgebieden’ van de Provincie Noord-Brabant) in het programma externe veiligheid (hoofdstuk 5). Globaal gaat het om de volgende MBA’s met externe veiligheidsrisico’s activiteiten conform bijlage VII BKL:
6x propaantank groter dan 13m3
31x opslag van gevaarlijke stoffen (zowel bedrijven die voorheen BEVI als niet voorheen BEVI waren)
3x LPG-tankstation
In de gemeente bevinden zich meerdere bedrijventerreinen, hier komen met name MBA’s voor die externe veiligheidsrisico’s opleveren. Op basis van de visie Externe veiligheid 2013 mogen op alle bedrijventerrein MBA’s met externe veiligheidsrisico’s worden gevestigd. Nu kiest de gemeente Someren ervoor om het gebiedstype bedrijventerreinen op te splitsen in Intensief (MBA’s met externe veiligheidsrisico’s n toegestaan) en Bedrijventerrein Extensief (geen nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s toegestaan). De gemeente kiest hier bewust voor om dichtbijgelegen woongebieden beter te beschermen tegen externe veiligheidsrisico’s en betere zoekgebieden voor nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s te realiseren. Ook zijn er in het buitengebied MBA’s met externe veiligheidsrisico’s gevestigd. In woonwijken is dit beduidend minder. Deze gebiedsgerichte benadering wordt verderop uitgewerkt in hoofdstuk 4 van dit programma. Onder de Omgevingswet verandert de drempelwaarde van enkele bestaande milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s wanneer deze geregistreerd moeten worden in het Register Externe Veiligheid (zichtbaar worden op de risicokaart), inclusief PR 10 -6 contour en veiligheidsafstanden. Het gaat hier bijvoorbeeld over:
15 mei 2024
pagina 5 van 50
Alle propaantanks: momenteel staan alleen de propaantanks groter dan 3m 3 op de risicokaart. Nu moeten ook de kleinere tanks geregistreerd worden. Deze zijn inmiddels is alle informatie in beeld gebracht op basis van coördinaten en aangeleverde informatie door de gebruikers van de propaantank (in totaal 8 stuks). Deze worden in 2024 op het REV ingevoerd.
PGS 15 opslagen groter dan 2,5 ton: incompleet overzicht van locaties. De maximale veiligheidsafstand bedraagt 20 meter. Deze zijn nog niet in beeld gebracht. De inventarisatie is in 2021 gestart en zal voor 2025 afgerond zijn.
Verstikkende en oxiderende gassen welke zijn opgeslagen in een opslagtank: locaties zijn onbekend. De PR-contour bedraagt tussen de 1 en 3 meter. Ook deze zijn nog niet in beeld gebracht. Voor de inventarisatie voor deze activiteit wordt niet projectmatig opgepakt, maar zal in de reguliere VTH-taken worden meegenomen door de ODZOB.
2.3
Buisleidingen
Door de gemeente Someren lopen vier hogedruk aardgasleidingen. Dit zijn twee A-leidingen (A-585 en A-521), deze hebben een werkdruk van meer dan 40 bar. Daarnaast lopen er ook twee kleinere Zleidingen (Z-540-01 en Z-540-09) door de gemeente Someren. Deze hebben een werkdruk van tussen de 16 bar en 40 bar. Bij buisleidingen geldt een belemmeringenstrook van vier meter (voor de Zleidingen) tot vijf meter (voor de A-leidingen). Hierbinnen mogen geen bouwwerken worden opgericht, aangezien de ruimte is gereserveerd voor onderhoud aan de leidingen. De PR 10 -6 contour en de aandachtsgebieden moeten op grond van het Bkl, bijlage VII onder D2 berekend worden voor buisleidingen. De leidingbeheerder levert deze informatie aan het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV).
2.4
Structuurvisie buisleidingen
De structuurvisie buisleidingen 2012 – 2035 is vastgesteld op 12 oktober 2012. De Structuurvisie buisleidingen is een visie van het Rijk waarmee zij voor de komende jaren ruimte wil reserveren voor toekomstige buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen in Nederland. In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden (belemmeringenstrook). Het indicatievetracé traject Laarbeek-Echt-Susteren is door middel van een brief d.d. 15 juli 2019 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal door de Minister van Binnenlandse zaken en Koninklijke relaties geschrapt uit de Structuurvisie buisleidingen 2012-2035. Door het niet realiseren van deze buisleiding ligt er nog steeds een ruimtelijke opgave voor buisleidingen vanaf Rotterdom richting het Rurhgebied en het chemieclustergebied Chemelot. De gemeente Someren neemt het standpunt in dat een tracé via haar gemeente als zeer ongewenst wordt beschouwd. Dit belemmert voor een groot gedeelte de ontwikkelingen in haar buitengebied.
15 mei 2024
pagina 6 van 50
Figuur 2 kaart structuurvisie buisleidingen rondom Someren (via: ruimtelijke plannen)
2.5
Wegen
Over de weg worden ook gevaarlijke stoffen vervoerd. Het gaat hier zowel om doorgaand vervoer over rijks- en provinciale wegen als om bestemmingsverkeer over gemeentelijke wegen. De regels over vervoer van gevaarlijke stoffen blijven buiten de Omgevingswet bestaan onder de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. De wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd in Someren zijn niet allemaal zichtbaar op de risicokaart omdat het Basisnet alleen de hoofdsnelwegen bevat (de A-wegen) en enkele autowegen (N-wegen). In het geval van de gemeente Someren geldt dat alleen de A67 op de risicokaart is geprojecteerd. Voor de transportroutes die niet tot het Basisnet behoren en waarover aanzienlijke hoeveelheden gevaarlijke stoffen vervoerd worden, moet ook naar externe veiligheid gekeken worden. Dit is o.a. opgenomen in de Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. In de toelichting van deze beleidsregels verzoekt het ministerie van Infrastructuur en Waterstraat de provincies en gemeenten dit beleid ook op de transportroutes in hun beheer toe te passen. Er zijn wegen in Someren die (mogelijk) van invloed zijn op externe veiligheid.
15 mei 2024
pagina 7 van 50
2.5.1
Rijksweg A67
De Rijksweg A67 (wegvlakken B73 en B112) loopt door de gemeente Someren. Deze rijksweg is opgenomen in de Regeling Basisnet. Wegvlak B73, gesitueerd aan de Noord-westkant van Lierop kent een PR 10-6 contour van 29 meter. Wegvlak B112 ten noord-oosten van Lierop kent een PR10 -6 contour van 32 meter. Daarnaast kent de gehele Rijksweg A67 een brandaandachtsgebied van 30 meter en een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Aangezien dit traject een plasbrandaandachtsgebied (PAG) kent wordt aan brandaandachtsgebied verplicht aangewezen als een brandvoorschriftengebied. Daarnaast gaat deze Rijksweg ook een gifwolkaandachtsgebied krijgen. Deze zal echter nog nader bepaald worden door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Figuur 3 Rijksweg A67 (wegvlak B73) ten noorden van Lierop
Een nieuwe ontwikkeling is de herijking van het Basisnet. Momenteel worden er volgens de Regeling Basisnet 6178 tankwagens met gevaarlijke stoffen vervoerd over het rijksweg A67 knooppunt Leenderheide – afrit 35 Someren. Volgens de meest recente realisatiecijfers uit het rapport van Infomil (2021) worden er aanzienlijk meer tankwagens brandbare gassen en ook andere gevaarlijke stoffen (brandbare en giftige vloeistoffen) vervoerd. Mede door het toenemende vervoer over zowel het spoor als de weg wordt het Basisnet herijkt. Dit zal consequenties voor de risicocontouren rondom de A67 in de gemeente Someren kunnen hebben. Het is nog onduidelijk wat deze consequenties zijn.
15 mei 2024
pagina 8 van 50
2.5.2
Provinciale wegen N 266 en N 621
In het rapport “Externe veiligheid provinciale wegen” van 5 oktober 2010 is de huidige situatie onderzocht. Tevens is een prognose voor de komende 10 jaar doorgerekend (tot 2020 red.). Op basis van een inventarisatie die heeft plaatsgevonden ten behoeve van de risicoberekeningen, wordt gesteld dat het transport van gevaarlijke stoffen over deze provinciale wegen geen problemen oplevert. Onder de Omgevingswet worden de provinciale wegen niet meer gezien als zijnde MBA met externe veiligheidsrisico. Dit betekent dat mogelijke risico’s rondom het vervoer van gevaarlijke stoffen over provinciale wegen niet meer afgewogen hoeven te worden bij het realiseren van nieuwe ontwikkelingen. 2.5.3
Gemeentelijke (doorgaande) wegen
In 2007 is een onderzoek uitgevoerd naar de transporten van gevaarlijke stoffen over gemeentelijke wegen (Inventarisatie vervoer gevaarlijke stoffen, gemeente Someren, versie 14 november 2007). Uit dit onderzoek blijkt dat er weinig transport van gevaarlijke stoffen over gemeentelijke wegen gaat. Er zijn geen relevante wijzigingen geweest in het risicoprofiel van de gemeente Someren sinds 2007 (aanleg industrieterreinen, aantal MBA’s met externe veiligheidsrisico’s, MBA’s met externe veiligheidsrisico’s op andere locaties gevestigd), zodat de conclusies uit dat onderzoek nog gehanteerd kunnen worden. Onder de Omgevingswet worden de gemeentelijk wegen niet meer gezien als zijnde MBA met externe veiligheidsrisico. Dit betekent dat mogelijke risico’s rondom het vervoer van gevaarlijke stoffen over gemeentelijke wegen niet afgewogen hoeven te worden bij het realiseren van nieuwe ontwikkelingen.
2.6
Waterwegen
In de gemeente ligt een waterweg waarover gevaarlijke stoffen vervoerd kunnen worden: de ZuidWillemsvaart. De vervoersstromen van gevaarlijke stoffen over de Zuid-Willemsvaart zijn niet relevant qua externe veiligheid omdat ze niet worden genoemd in de monitoring van het Basisnet Water. De Zuid-Willemsvaart is volgens het Basisnet een zogenaamde groene waterweg. Daarmee valt deze waterweg niet onder categorie C van Bijlage VII Bkl. Dit betekent dat er geen plaatsgebonden risico bestaat waar rekening mee gehouden dient te worden. Ook is er geen brand/explosieaandachtsgebied. De Zuid-Willemsvaart levert dus geen beperkingen op voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Someren.
2.7
Hoogspanningslijnen
Door de gemeente Someren lopen hoogspanningslijnen. Deze lopen via het noorden van de gemeente langs de oostzijde door naar de gemeentegrens met Limburg. Rondom hoogspanningslijnen zijn magneetvelden aanwezig, verschillend in sterkte en afhankelijk van de hoeveelheid elektriciteit die door de lijnen gaat. In Nederland bestaat sinds 2005 voorzorgbeleid bij nieuwe situaties rond hoogspanningslijnen vanwege (mogelijke) gezondheidseffecten. Uit onderzoek is gebleken dat er bij een langdurig verblijf bij kinderen tot 15 jaar een verhoogde kans bestaat op het krijgen van leukemie. Het zou in Nederland gaan om één geval van kinderleukemie per 2 jaar. Het gaat dan om magneetvelden waarbinnen het berekende jaargemiddelde hoger is dan 0,4 microtesla. Concreet
15 mei 2024
pagina 9 van 50
betekent dit dat er binnen de 0,4 microtesla-zone geen nieuwe woningen, scholen en KDV worden toegestaan. De gemeente Someren conformeert zich aan het voorzorgbeleid. De risico’s van hoogspanningslijnen zijn voornamelijk gezondheidsrisico’s en worden daarom niet verder uitgewerkt in het programma externe veiligheid. De omgang met hoogspanningslijnen wordt in het omgevingsplan verder uitgewerkt.
2.8
Duurzame ontwikkelingen met externe veiligheidsrisico’s
Met het oog op de toekomst is het belangrijk om duurzaamheid op te nemen in het programma externe veiligheid. In Nederland worden nieuwe ontwikkelingen geïntroduceerd die gericht zijn op duurzaamheid. Bepaalde duurzame ontwikkelingen kunnen externe veiligheidsrisico’s opleveren. Mede vanwege het maatschappelijk belang, wil de gemeente Someren deze ontwikkelingen mogelijk kunnen maken. Voorbeelden van realistische duurzame ontwikkelingen met externe veiligheidsrisico’s zijn:
Buurtbatterijen: accu’s kunnen instabiel worden met als gevolg kortsluiting, thermal runaway en brand waarbij zeer giftige pyrolyseproducten vrijkomen. De risico’s zijn brand, explosie en gifwolk.
Waterstoftankstations: werken met hoge druk, waterstof is zeer licht ontvlambaar en ontbrand bij een lage ontstekingsenergie, explosief bij zuurstof en een ontstekingsbron. Er geldt een brandaandachtsgebied.
Windturbines: mogelijkheid dat een blad of gondel afbreekt. Daarnaast zijn er indirecte risico’s bij nabijheid van andere MBA’s met externe veiligheidsrisico’s (bijv. een afgebroken rotorblad breekt af en slaat in hogedruk aardgasleiding).
Zonnepanelen: kortsluiting met als gevolg brand, of brand door oververhitting en pyrolyse van montagemateriaal.
Alternatieve opties voor aardgas: brengen per soort risico’s met zich mee (zie: Transitievisie Warmte, Someren).
Belangrijk is om binnen de beleidskeuzes op het gebied van de gemeente Someren en de bijbehorende gebiedstypes ruimte te laten voor deze duurzame ontwikkelingen. Indien dit op een verantwoorde veilige manier kan worden uitgevoerd, zal de gemeente Someren duurzame ontwikkelingen in ieder gebiedstype mogelijk willen maken. Voor woonwijken geldt dat dit uitsluitend mogelijk is als deze MBA met externe veiligheidsrisico’s noodzakelijk is voor het functioneren van de woonwijk. Gezien de mogelijke externe veiligheidsrisico’s is het belangrijk dat het bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij deze duurzame ontwikkelingen onderdeel uitmaken het aspect externe veiligheid goed geborgd wordt. Hoe dit geborgd wordt procesmatig binnen een Ruimtelijke ontwikkeling zal uitgewerkt moeten worden in deze individuele werkprocessen.
15 mei 2024
pagina 10 van 50
3
Beleidskeuzes
De gemeente Someren maakt afwegingen en keuzes om de fysieke leefomgeving veilig in te richten. Hiermee kan de gemeente Someren voldoen aan het ambitieniveau om de externe veiligheidsrisico’s binnen de gemeentegrenzen zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast wil de gemeente Someren ook juist voor bedrijven een interessant ondernemersklimaat realiseren. De gemeente heeft de beleidsvrijheid om bepaalde gebouwen en locaties en bepaalde activiteiten met externe veiligheidsrisico’s wel of geheel niet toe te laten in bepaalde delen van de gemeente. Door gerichte beleidskeuzes hier in te maken, kan de gemeente Someren het balans tussen beide doelstellingen vinden. In de beleidsvisie externe veiligheid 2013 zijn een aantal strategische uitgangspunten geformuleerd. De gemeente Someren kiest ervoor om deze zoveel mogelijk beleidsneutraal over te nemen. Echter dwingt de transitie naar de omgevingswet ook om op aanvullende aspecten beleidskeuzes te nemen. In dit hoofdstuk komen de beleidskeuzes aan bod.
3.1
’De Somerense blik op externe veiligheid’
De opvatting ten aanzien van externe veiligheid is als volgt geformuleerd: “Het gemeentelijk beleid ten aanzien van externe veiligheid is gericht op het scheppen van een verantwoorde veiliger woon- en werkklimaat door de risico’s te beperken, die die burgers in Someren lopen als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen”. Bij de invulling van deze opvatting gaat de gemeente Someren uit van de volgende strategische uitgangspunten en ambitieniveaus: Bestaande situaties: De bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s en kwetsbare objecten heeft de gemeente Someren in beeld. Daar waar nodig zijn reeds brongerichte maatregelen getroffen. Zo zijn bij de LPGtankstations de doorzetten gelimiteerd (tot maximaal 1000 m3 per jaar) middels aanpassing van de omgevingsvergunning. Daarnaast dient ten alle tijden de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid op orde te zijn. Nieuwe situaties: Bij nieuwe situaties wordt gebiedsgericht beleid gevolgd. Hiermee worden de ruimtelijke consequenties van externe veiligheid in kaart gebracht en wordt door het treffen van maatregelen en ruimtelijke ordening een zo veilig mogelijke leefsituatie geschapen. Daarbij worden beleidskeuzes gehangen aan de eigenschappen van de omgeving. Dit is gericht op het verminderen van de gevolgen van een mogelijk incident voor de directe leefomgeving (de kans wordt dus niet verminderd).
In de Structuurvisie Someren 2028 is grofmazig per kern aangegeven welke gebieden mogelijk geschikt zijn voor MBA’s met externe veiligheidsrisico’s of juist voor woningbouw. In het omgevingsplan zullen de gebiedstypes daadwerkelijk worden aangewezen als werkingsgebieden. Daarom dient het omgevingsplan altijd geraadpleegd te worden voor uitbreidingen of nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s.
15 mei 2024
pagina 11 van 50
3.2
Uitgangspunten rondom bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s
3.2.1
Vervoer van gevaarlijke stoffen (over de weg)
Een bijzonder aandachtspunt in het kader van de gebiedsgerichte aanpak is de aanwezigheid van infrastructuur waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Deze vervoersassen zijn niet als een afgebakend gebied te beschouwen omdat ze verschillende gebieden doorsnijden. Denk bijvoorbeeld aan woonwijken, buitengebieden en bedrijventerreinen. Hierdoor wordt het lastig om uniforme eisen te verbinden aan de mogelijkheid om ontwikkelingen te laten plaatsvinden in de nabijheid van diezelfde infrastructuur. Gebieden die als ‘risicovolle infrastructuur’ worden beschouwd, betreffen locaties die binnen het directe invloedsgebied van een weg, een ondergrondse buisleiding of een vaarweg vallen. In de gemeente Someren zijn dit bijvoorbeeld Rijksweg A67 en de hogedruk aardgasleidingen. De risico’s die hieruit voortvloeien hebben betrekking op het transport van gevaarlijke stoffen. Op de aard en omvang hiervan heeft de gemeente weinig invloed. Daarom kiest de gemeente Someren om de omgang met deze risico’s te verbinden aan de voorwaarden van de gebiedstypes uit hoofdstuk 4. Concreet betekent dit dat waar bijvoorbeeld veel transport van gevaarlijke stoffen door het gebiedstype ‘Risicoluw’ loopt, de risicoluwe ambities worden gehanteerd. Daarnaast probeert de gemeente Someren het vervoer van gevaarlijke stoffen door de woonkern zoveel mogelijk te beperken, waar dit mogelijk is.
Dit betekent dat het vervoer van gevaarlijke stoffen door de gebiedstypes ‘Buitengebied’ en ‘Bedrijventerreinen Intensief‘ intensiever kan. Hiermee probeert de gemeente Someren de inwoners zoveel te beschermen tegen externe veiligheidsrisico’s. In hoofdstuk 4 wordt een omschrijving van de gebiedstypen gegeven en worden de consequenties voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico besproken. 3.2.2
Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s (risicovolle bedrijven)
Voor bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s geldt dat de risicocontouren van bestaande (vergunde) en mogelijke uitbreiding zoveel mogelijk wordt beperkt om inefficiënt ruimtegebruik tegen te gaan. Dit wordt gedaan door een gerichte inzet van Best Beschikbare Technieken (BBT), waarbij de PR 10-6 contour (zoveel mogelijk) wordt teruggebracht binnen de eigen perceelgrenzen. Hiermee worden beperkingen voor de aangrenzende percelen opgeheven. In de gebiedstypes is bewust de keuze gemaakt om bedrijventerrein op te splitsen. Hierbij worden de (delen) bedrijventerreinen dichtbij en rondom woonkernen uitgesloten voor het realiseren van nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Daarbij worden (delen van) bedrijventerrein waarbij de afstand (acceptabel) groter is wel ingericht om MBA’s met externe veiligheidsrisico’s, mits passend veilig, toe te staan.
15 mei 2024
pagina 12 van 50
3.2.3
Hogedruk aardgasleidingen
De gemeente Someren wordt doorsneden door vier hogedruk aardgasleidingen. Het maatgevend scenario voor aardgastransportleidingen is een fakkelbrand en/of explosie als gevolg van breuk van de leiding (door een externe oorzaak, bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Afhankelijk van de leidingdiameter en gasdruk kan er een fakkel ontstaan van 60 meter tot enkele honderden meters hoog. Door de Gasunie zijn op basis van dit mogelijke scenario de effectafstanden voor verschillende leidingdiameters en drukken bepaald (Scenarioboek externe veiligheid). De effectafstanden (1% letaal) van de leidingen binnen de gemeente bedragen 80, 180, 430 en 490 meter. De stralingshitte op deze afstand bedraagt 10 kW/m2. Zoals gezegd worden de effectafstanden bepaald op basis van het scenario van een guillotinebreuk. Het gas ontsteekt en er treedt een fakkelbrand op. De kans op een guillotinebreuk is echter zeer klein (kans op een breuk is 5 tot 10 keer kleiner dan een lek). Het meest geloofwaardige scenario is een lek in de buisleiding. Voor de grootste leidingen in Someren (44 inch, 36 inch en 14,5 inch) ligt de effectafstand van een lek van de buisleiding op circa 10 meter van de buisleiding, voor de kleinste buisleiding (6,5 inch) ligt deze op de leiding (Tabellen 31 tot en met 34 van de Handreiking verantwoorde brandweeradvisering).
Gelet op de zeer kleine kans op een guillotinebreuk en de naar verhouding hoge kosten die gemaakt moeten worden om de bestaande gebouwde omgeving hiertegen te beschermen, is het niet reëel om hiervoor extra maatregelen op te leggen in het omgevingsplan of omgevingsvergunning. Ook voor het scenario van een lek van een buisleiding is het niet zinvol maatregelen aan de bestaande gebouwde omgeving op te leggen. De effectafstand is immers zeer klein (ligt op de buisleiding zelf of op zeer korte afstand), en bebouwing op de buisleiding is al uitgesloten vanwege de vrij te houden belemmeringstrook van 4 of 5 meter. Bij het realiseren van nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties in aandachtsgebieden van aardgasbuisleidingen moet door middel van het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5 blijken welke maatregelen er getroffen dienen te worden. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen worden op voorhand uitgesloten binnen brand- en explosieaandachtsgebieden (zie 4.4).
3.3
Uitgangspunten rondom nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico’s
De ambitie van de gemeente Someren is dat er ruimte moet zijn om nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico’s toe te staan en om bestaande uit te breiden. Dit kan alleen binnen de gebiedstypes waar dit is toegestaan, om de externe veiligheidsrisico’s voor de bewoners van de gemeente Someren zo klein mogelijk te houden. Belangrijk bij het realiseren van nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico’s is dat het alleen kan als dit voldoende veilig is en er een goede verantwoording plaatsvindt. Voorwaarde hierbij is dat de PR 10-6 contour binnen de eigen perceelgrens, dan wel over locaties waar geen BKG,KG,ZKG en BKL en KL zijn toegestaan/gevestigd. Hierdoor wordt voorkomen dat (beperkt) kwetsbare gebouwen zich mogen vestigen binnen de PR 10-6 contour van milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Er kunnen dan geen nieuwe saneringssituaties ontstaan. Wenselijk is dat nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico’s zo ver mogelijk van (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties plaatsvinden. Daarom zijn de bedrijventerreinen in verschillende gebiedstypes gesplitst. De nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s worden hierdoor zover mogelijk van de woongebieden af gerealiseerd. Nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s worden in eerste instantie op Bedrijventerrein Intensief gesitueerd (zie hoofdstuk 4). Daarnaast zou eventueel het
15 mei 2024
pagina 13 van 50
gebiedstype Buitengebied ook MBA’s met externe veiligheidsrisico’s kunnen toestaan, mits deze passend zijn binnen de (bestaande) agrarische activiteiten (bijv. propaantanks). In gebiedstype Risicoluw (zie hoofdstuk 4) zijn nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s en de uitbreiding van bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s niet toegestaan, tenzij deze onlosmakelijk verbonden zijn aan het goed functioneren van het woongebied. Verder moet er een passend beschermingsniveau worden gerealiseerd volgens het verantwoordingskader in hoofdstuk 5.
3.4
Kwetsbaarheid van gebouwen en locaties nabij milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s
Een gebouw wordt als zeer kwetsbaar aangemerkt als er personen in verblijven die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen (Kinderdagverblijf, verzorgingstehuizen). Op het moment dat er zeer kwetsbare gebouwen in het brand- of explosieaandachtsgebied worden gerealiseerd is de gemeente verplicht om het aandachtsgebied aan te wijzen als een brand- of explosievoorschriftengebied. Verplicht gelden dan de aanvullende bouweisen uit artikel 4.90 tot en met 4.96 van het Bbl dan wel gelijkwaardige maatregelen. Deze aanvullende bouweisen gelden alleen in het geval van (vervangende) nieuwbouw. De beleidskeuze van de gemeente Someren is om geen nieuwe zeer kwetsbare gebouwen toe te staan in een brand- of explosieaandachtsgebied. Daarnaast moet er een passend beschermingsniveau worden gerealiseerd volgens het verantwoordingskader in hoofdstuk 5. Dit geldt ook voor het transformeren van bestaande (beperkt) kwetsbare gebouwen naar zeer kwetsbaar. Zeer kwetsbare gebouwen in aandachtsgebieden wordt beschouwd als onnodig onveilig, omdat de gevolgen ernstig kunnen zijn als mensen zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Bovendien is het niet in overeenstemming met de kernwaarden van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) (zie website van de VBRZO onderwerp omgevingsvisie kernwaarden1) .
Zeer kwetsbare gebouwen zijn wel toegestaan in het gifwolkaandachtsgebied gezien de grootte van dit gebied, mogelijke scenario’s en daarbij behorende beschermingsmaatregelen. Daarnaast dient ten allen tijden de risicocommunicatie in orde te zijn op het moment dat er zeer kwetsbare gebouwen worden gerealiseerd in gifwolkaandachtsgebieden Om een afwegingskader voor de gemeente te bieden om personen op (beperkt) kwetsbare locaties binnen aandachtsgebieden te beschermen, wordt verwezen naar de Handleiding Omgevingsveiligheid Mensen op Buitenlocaties. Mogelijke ontwikkellocaties voor (nieuwe) zeer kwetsbare gebouwen bevinden zich voornamelijk in de gebiedstypes Risicoluw. (Nieuwe) activiteiten met externe veiligheidsrisico’s zijn hier niet toegestaan, waardoor er in de toekomstige geen mogelijkheid bestaat dat deze zeer kwetsbare gebouwen in (nieuwe) aandachtsgebieden komen te liggen. Een knelpunt in de gemeente bevindt zich in Lierop, in het noorden van de gemeente Someren. Rondom Lierop zijn de Rijksweg A67 en drie hogedruk aardgasleidingen (A-521, A-585 en Z-540-01) gesitueerd. Hierdoor ligt een groot gedeelte van het woongebied van het dorp in een brand- en explosieaandachtsgebied. Echter wil de gemeente Someren het dorp Lierop niet uitsluiten van de woonopgave of voor het realiseren van locaties waar (kleinschalige en lokale) verminderd zelfredzame personen kunnen vestigen.
Voor het realiseren van zeer kwetsbare gebouwen in Lierop dient eerste 1
1 De kernwaarden vormen input voor de omgevingskwaliteit ‘veilige fysieke leefomgeving’. Het zijn (ontwerp)principes of de kaders waarmee de fysieke leefomgeving zo veilig mogelijk kan worden ingericht. In het Omgevingsplan kunnen daar vervolgens planregels en omgevingswaarden aan gekoppeld worden. Op deze manier wordt veiligheid een thema waarover aan de voorkant wordt nagedacht. 15 mei 2024
pagina 14 van 50
gekeken te worden naar de mogelijkheden buiten de aandachtsgebieden (voornamelijk zuid/zuidwestelijke gedeelte van het dorp). Voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties geldt dat dit wel is toegestaan in de aandachtsgebieden. De afstand tot een risicobron dient men zo groot als mogelijk te houden. Ook dient ten allen tijde verantwoord te worden dat dit voldoende veilig wordt gerealiseerd. Hiervoor dient het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5 gehanteerd te worden.
3.5
Voorschriftengebied
De beleidskeuze van de gemeente Someren is om de brand- en explosieaandachtsgebieden niet aan te wijzen als brand- of explosievoorschriftengebied, tenzij dit wettelijk verplicht is (bijvoorbeeld bij het realiseren van nieuwe zeer kwetsbare gebouwen en het brandvoorschriftengebied bij de A67). De gemeente Someren kiest voor de uitzonderingsregel in artikel 5.14 lid 3 van het Bkl om af te wijken van het aanwijzen van voorschriftengebieden. Er is hierbij geen onderscheid tussen de verschillende milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Deze keuze ondersteunt de gemeente Someren voornamelijk om meer aantrekkelijke ruimte te creëren om aan de verdichtingsopgave te voldoen. Echter, bij nieuwe ontwikkelingen in het aandachtsgebied wordt er te allen tijde rekening gehouden met externe veiligheidsrisico’s en het bereiken van passende bescherming volgens het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5. De aanwijzing van de (verplichte) voorschriftengebieden vindt plaats in het omgevingsplan.
3.6
Groepsrisico
Bij nieuwe (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties in aandachtsgebieden dient de gemeente rekening te houden met het groepsrisico. De initiatiefnemer/ontwikkelaar heeft de mogelijkheid om zelf te beslissen over het uitvoeren van een groepsrisicoberekening bij een nieuwe ontwikkeling. De initiatiefnemer/ontwikkelaar moet bij ontwikkellocaties in aandachtsgebieden altijd aan te tonen dat er sprake is van passende bescherming middels het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5. Daarnaast wordt bij nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving de VRBZO in de gelegenheid gesteld om advies te geven over zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van noodhulpdiensten. Bij nieuwe ontwikkelingen van (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties in het aandachtsgebied, wordt verwezen naar de kernwaarden van de VRBZO (zie website van de VBRZO onderwerp omgevingsvisie kernwaarden). Ook wordt verwezen naar het standaard en maatwerkadvies van de VRBZO omtrent nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving (zie brochure maatwerk of standaardadvies op de website van de VRBZO). Verder adviseert de VRBZO over omgevingsveiligheid bij nieuwe initiatieven in de gemeente Someren.
15 mei 2024
pagina 15 van 50
4
Gebiedsgerichte risicoprofielen
De gemeente Someren wil nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving mogelijk maken. Om vooraf structuur en handvaten te bieden over hoe de gemeente haar grondgebied wil inrichten, worden gebiedstypen geïntroduceerd. Deze gebiedstypen ondersteunen de keuze en de verantwoording van Someren over in welk gebied zij nieuwe ontwikkelingen toestaat. Het toewijzen van de gebiedstypen aan specifieke gebieden in de gemeente Someren, gebeurt in het omgevingsplan. In bijlage 2 van dit programma zijn de kaarten terug te vinden van het grondgebied van de gemeente Someren, met de indeling van alle gebiedstypes. Indeling gebiedstypen in Someren:
Risicoluw gebied: o
Woongebied: uitsluitend wonen, zeer beperkt ruimte voor andere functies;
o
Gemengd gebied: gebied met meerdere functies (wonen, horeca, detailhandel, kleine ondernemingen);
Bedrijventerrein intensief: verder van woongebied af, groot formaat bedrijven, industrie geconcentreerd bij elkaar;
Bedrijventerrein extensief: dichtbij / aansluitend aan woongebied, klein of gemiddeld formaat bedrijven, bedrijven en andere functies bestaan naast elkaar;
Buitengebied: groen gebied, agrarisch gebied (het gebied dat voortkomt uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ in de gemeente Someren).
De gekozen gebiedstypen voor de gemeente Someren zijn gebaseerd op de staalkaarten van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Niet alle gebiedstypen zijn van toepassing voor de gemeente Someren, enkel die hier behandeld worden (met aanvullingen). Gemengd gebied omvat bijvoorbeeld het centrum, waar wonen en andere functies bij elkaar komen. Daarnaast zijn er grote woonwijken met beperkte andere functies, bijvoorbeeld enkele functies zoals detailhandel. Omdat deze vaak in elkaar overlopen en dezelfde eigenschappen kennen, zijn deze gebiedstypes gebundeld tot ‘Risicoluw’. Verder kent de gemeente bedrijventerreinen met milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s, zoals Sluis-Eind, maar ook kleinere bedrijventerreinen zonder milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s en/of direct naast woonfuncties gelegen, zoals ‘t Vaartje. Nieuw ten opzichte van de huidige beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Someren uit 2013 is het splitsen van het gebiedstype bedrijventerrein naar zowel bedrijventerrein Intensief als Extensief. Door de huidige en nieuwe bedrijventerreinen, of delen daarvan, in te delen in een passend gebiedstype kan er ruimte gecreëerd worden tussen woongebieden en risicocontouren. De gemeente Someren kiest hier bewust voor om zo de externe veiligheidsrisico’s voor burgers zo klein mogelijk te maken.
Daarnaast wordt het zoekgebied voor MBA’s met externe veiligheidsrisico’s activiteiten een stuk gedetailleerder. De gemeente Someren heeft een groot buitengebied. Dit buitengebied kenmerkt zich door de vele verschillende (agrarische) MBA’s met externe veiligheidsrisico’s en gedeeltelijk woongebied. De gemeente Someren kiest ervoor om dit gebied open te houden voor de ontwikkeling van zowel (agrarische) MBA’s met externe veiligheidsrisico’s als het realiseren van woonvoorzieningen, mits dit goed verantwoord wordt conform het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5.
15 mei 2024
pagina 16 van 50
In de tabel hieronder zijn de gebiedstypen met bijbehorende beleidskeuzes beknopt in beeld gebracht. Op de volgende pagina’s zijn de beleidskeuzes per gebiedstype gedetailleerd in een overzicht gezet. Het gifwolkaandachtsgebied is niet meegenomen omdat hier geen aanvullende bouweisen voor bestaan.
Beleidskeuzes externe veiligheid per gebiedstype Nieuwe activiteiten en uitbreiding van bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s
Nieuwe gebouwen en locaties buiten (brand- of explosie) aandachtsgebieden
Nieuwe gebouwen en locaties binnen (brand- of explosie) aandachtsgebieden
Gebiedstype
Met externe Seveso2veiligheidsrisico’s bedrijven
Zeer kwetsbare gebouwen
Risicoluw gebied
Nee, tenzij
Bedrijventerrein Intensief
Kwetsbare gebouwen en locaties
Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties
Zeer kwetsbare gebouwen
Kwetsbare gebouwen en locaties
Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties
Niet toegestaan Ja
Ja
Ja
Niet toegestaan
Ja, mits
Ja, mits
Ja, mits
Niet toegestaan Niet toegestaan
Niet toegestaan Ja
Niet toegestaan
Niet toegestaan
Ja, mits
Bedrijventerrein Extensief
Nee, tenzij
Niet toegestaan Niet toegestaan
Niet toegestaan Ja
Niet toegestaan
Nee, tenzij
Ja, mits
Buitengebied
Nee, tenzij
Niet toegestaan Ja
Ja
Niet toegestaan
Ja, mits
Ja, mits
2
Voorheen waren dit de BRZO-inrichtingen
15 mei 2024
pagina 17 van 50
Ja
4.1
Risicoluw gebied
Beleidskeuzes voor Risicoluw ten aanzien van Nieuwe activiteiten en uitbreiding van bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s
Nieuwe kwetsbare gebouwen en locaties buiten (brand- of explosie) aandachtsgebieden
Nieuwe kwetsbare gebouwen en locaties binnen (brandof explosie) aandachtsgebieden
Met externe veiligheidsrisico’s
Seveso-bedrijven Zeer kwetsbare Kwetsbare gebouwen gebouwen en locaties
Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties
Zeer kwetsbare gebouwen
Nee, tenzij
Niet toegestaan
Ja
Niet toegestaan Ja, mits
Ja
Ja
Kwetsbare gebouwen en locaties
Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties
Ja, mits
De activiteit gelieerd
Er een passende
Er een passende
is aan het
bescherming wordt
bescherming wordt
noodzakelijk
gerealiseerd op basis gerealiseerd op basis
functioneren van het
van het
van het
woongebied.
verantwoordingskad
verantwoordingskad
er
er
De PR 10-6 contour binnen de eigen perceelgrens, dan wel over locaties waar geen BKG,KG,ZKG en BKL en KL zijn toegestaan/gevestig
15 mei 2024
pagina 18 van 50
d
15 mei 2024
pagina 19 van 50
Een risicoluw gebied kenmerkt zich door een hoge bevolkingsdichtheid. De gemeente Someren kiest ervoor om geen ruimte te maken voor milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Het risicoluwe gebied wordt juist aangewezen als zoeklocaties voor nieuw te realiseren (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties. Nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn hier niet toegestaan met uitzondering van (nuts)voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het gebied. Op het moment dat er gebruik wordt gemaakt van deze uitzondering dient te allen tijde middels het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5 te worden geborgd dat deze MBA’s met externe veiligheidsrisico’s veilig wordt gerealiseerd voor de bewoners/gebruiken van het gebied. In de nabijheid van MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan, mits het planontwerp wordt geoptimaliseerd (mogelijkheden voor beheersbaarheid van calamiteiten, zelfredzaamheid van de burgers etc.) Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen in bestaande (en mogelijke nieuwe) aandachtsgebieden zijn niet toegestaan. 4.1.1
Centrum
Het centrum is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals detailhandel, horeca en kleine bedrijvigheid. De risico’s van eventueel aanwezige MBA’s met externe veiligheidsrisico’s worden zoveel mogelijk beperkt. Nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn uitgesloten. 4.1.2
Woonwijken
Dit zijn locaties die worden gekenmerkt door hoge dichtheden van personen en activiteiten zoals wonen, scholen en zorginstellingen. In de woonwijken zijn alle MBA’s met externe veiligheidsrisico’s uitgesloten, mits dit noodzakelijk is voor het functioneren van de woonwijk. Hiermee wil de gemeente Someren niet per definitie ontwikkelingen rondom energietransitie (bijvoorbeeld buurtbatterijen, oplaadstations voor elektrische auto’s) uitsluiten. Er moet een passend beschermingsniveau worden gerealiseerd, inclusief een verantwoording van het groepsrisico volgens het verantwoordingskader.
15 mei 2024
pagina 20 van 50
4.2
Bedrijventerrein Intensief
Beleidskeuzes voor Bedrijventerrein Intensief ten aanzien van Nieuwe activiteiten en uitbreiding van bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s
Nieuwe gebouwen en locaties buiten (brand- of explosie) aandachtsgebieden