Bijlage Ontwerpbegroting 2026
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2026 GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd
1
Inhoudsopgave 1.
Leeswijzer en inleiding.................................................................................................................... 4 1.1
Leeswijzer............................................................................................................................... 4
1.2
Inleiding Begroting 2026 ........................................................................................................ 4
1.
Programmaplan .............................................................................................................................. 5
1.1
Opgave zo thuis en nabij mogelijk.............................................................................................. 5
1.2
Regionaal Matchings Team ........................................................................................................ 5
1.3
Opgave Tijdig, passende en betaalbare zorg.............................................................................. 5
1.4
Verbinding met aanpalende domeinen – ZIO/OZA .................................................................... 7
1.5
Opgave de lerende regio ............................................................................................................ 9
1.6
Contractmanagement ................................................................................................................ 9
1.7
Werkgroep PDC ........................................................................................................................ 10
1.8
Werkgroep Monitor en Financiën ............................................................................................ 11
1.9
Werkgroep Administraties ....................................................................................................... 12
1.10
Samenwerking 21 voor de jeugd .............................................................................................. 12
1.11
Beschikbaarheidswijzer ............................................................................................................ 13
1.12
Jongerenparticipatie................................................................................................................. 13
1.13
Transformatiefonds .................................................................................................................. 13
1.14
Programmateam ...................................................................................................................... 14
2.
Paragrafen .................................................................................................................................... 15
2.1
Inleiding Paragrafen ................................................................................................................. 15
2.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing.............................................................................. 15
2.3
Financiële kengetallen .............................................................................................................. 16
2.4
Financiering .............................................................................................................................. 16
2.5
Verbonden partijen .................................................................................................................. 16
2.6
Bedrijfsvoering ......................................................................................................................... 17
2.7
Openbaarheidsparagraaf ......................................................................................................... 17
3.
Financiële begroting 2026 ............................................................................................................ 18
3.1
Inleiding financiële begroting 2026 .......................................................................................... 18
3.2
Overzicht lasten en baten ........................................................................................................ 19
3.3
Overzicht lasten en baten, naar incidenteel en structureel ..................................................... 22
3.4
Bijdragen gemeenten ............................................................................................................... 23
3.5
Inbreng in capaciteit door gemeenten ..................................................................................... 23
3.6
Bijdragen minus inbreng in capaciteit ...................................................................................... 24
4.
Bijlagen ......................................................................................................................................... 24 2
4.1
Inleiding bijlagen ...................................................................................................................... 24
4.2
Bijdragen per gemeente ........................................................................................................... 25
4.3
Overzicht naar taakvelden ....................................................................................................... 30
4.4
Overzicht overhead .................................................................................................................. 30
4.5
EMU-saldo ................................................................................................................................ 30
4.6
Meerjarig overzicht balans ....................................................................................................... 30
4.7
Investeringen ............................................................................................................................ 31
3
1. Leeswijzer en inleiding 1.1 Leeswijzer Voor u ligt de begroting 2026 van de Gemeenschappelijke regeling Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd (hierna: GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd). De begroting 2026 is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het “Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)”. De begroting bestaat uit het programmaplan, de financiële begroting en de paragrafen. In de begroting worden de uitvoeringskosten helder uiteengezet, zowel qua personele als materiële lasten, ieder onderverdeeld naar structurele en incidentele lasten. De totaalbegroting wordt omgeslagen naar bijdragen vanuit partijen in personele en / of financiële zin. De jeugdregio wordt vormgegeven door collega’s uit de 11 gemeenten en daarmee bestaat de begroting uit een vertaling van deze uren in een vergoeding of compensatie van de deelnemende gemeenten.
1.2 Inleiding Begroting 2026 Het traject van opgroeien en opvoeden kent pieken en dalen. Elke nieuwe ontwikkelingsfase brengt voor zowel jeugdigen als volwassenen nieuwe uitdagingen met zich mee. Soms verlopen deze fasen soepel en prettig, terwijl ze op andere momenten wat moeilijker en minder aangenaam zijn en dat is volkomen normaal. Ieder kind verdient het zorg(e)loos op te groeien. In bepaalde situaties is er echter behoefte aan extra ondersteuning bij het opgroeien en begeleiden van een kind. Advies, ondersteuning, begeleiding of opvang kunnen dan écht het verschil maken. Het hoofddoel is altijd om ervoor te zorgen dat jeugdigen en gezinnen weer zelfstandig verder kunnen en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. De kern van ons werk is samenwerken aan een kansrijke en duurzame toekomst voor jeugdigen en gezinnen. Een van de manieren om hieraan bij te dragen is een zorgvuldige inkoop van jeugdhulp en goed doordachte organisatie van deze inkoop. Een 10 voor de Jeugd heeft in de afgelopen jaren gewerkt aan een betrouwbare, luisterende en meewerkende partner te zijn. Dit zijn wij zowel richting aanbieders, als gemeenten en Rijk. We hebben zoveel als mogelijk landelijke standaarden geïmplementeerd en werken er aan om de (administratieve) lasten zo laag mogelijk te houden en de kosten beheersbaar te houden. Deze instelling zetten wij de komende jaren voort.
We komen van een periode waarin we een gestructureerde inkoop moesten ontwikkelen en elkaar moesten leren kennen. Nu er een goed lopend netwerk staat en de lijnen steeds korter worden kan er gewerkt worden aan een nog verdere kwaliteitsslag. We zien inkoop als een middel, niet een doel op zich. Waar we zowel inhoudelijk als financieel iets kunnen betekenen voor alle partijen. De landelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen binnen de regio en de gemeenten vragen om een verdere transformatie van inkoop waarbij het een onderdeel wordt van het totale sturingsproces en financiële beheersmaatregelen. De ambitie van de jeugdregio is: “Samen maken wij het verschil voor jeugdigen en gezinnen zodat ze mee kunnen blijven doen in de maatschappij”.
4
1. Programmaplan 1.1 Opgave zo thuis en nabij mogelijk Wij willen dat elk kind zo thuis en nabij mogelijk zorg kan ontvangen. Hiervoor moeten verwijzers en specialistische jeugdhulp ingericht en toegerust zijn om dit te realiseren. Dit is ook een opgave in de Hervormingsagenda: Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk. Waar de prioriteit in de HA vooralsnog ligt op het sluiten van gesloten jeugdhulp, wordt deze opgave in Een 10 voor de Jeugd ook breder uitgewerkt.
1.2 Regionaal Matchings Team In januari 2022 is binnen de regio “een 10 voor de Jeugd” het Regionaal Matchings Team (RMT) van start gegaan. Het RMT is er voor de meest complexe casuïstiek waarbij verblijf met behandeling, of evt. ambulant aanbod ter voorkoming hiervan, gerealiseerd dient te worden. Het uitgangspunt is dat de aanbieders in het RMT aan tafel zitten die samen alles in huis hebben om de meest complexe casuïstiek op te pakken. Het RMT is een plek waar aanbieders in gezamenlijkheid de casus oppakken en er samen met de verwijzer en het huishouden mee aan de slag gaan. Het RMT is er voor de meest complexe casuïstiek waarbij verblijf met behandeling, of evt. ambulant aanbod ter voorkoming hiervan, gerealiseerd dient te worden. Uitgangspunt is dat de aanbieders aan tafel zitten die samen alles in huis hebben om de meest complexe casuïstiek op te pakken. Het RMT is een plek waar aanbieders in gezamenlijkheid de casus oppakken en met de verwijzer en het gezin gezamenlijk tot passend aanbod komen.
1.3 Opgave Tijdig, passende en betaalbare zorg Waar één gezin – één plan – één regisseur een van de doelen van de decentralisatie is, willen wij dit doortrekken naar de specialistische jeugdhulp. Geen ‘geshop’ met gezinnen bij aanbieders maar direct, passende zorg. Ook betaalbaarheid is hierbij een groot aandachtspunt voor zowel aanbieders als gemeenten waar de stijgende kosten en onvoldoende tegemoetkomende baten een probleem vormen. In essentie betekent dit dat zorg wordt geleverd wanneer het nodig is, op de manier waarop het nodig is, binnen de beschikbare budgetten. Voorkomen / verminderen van uithuisplaatsingen Met de ambitie zo thuis en nabij mogelijk is het belangrijkste dat de jongeren zoveel mogelijk thuis kunnen blijven. Hiervoor moeten het aantal uithuisplaatsingen worden verminderd. We willen inzetten op meer ambulante alternatieven (hulp zonder verblijf), betere triage aan de voorkant (door inzet van de verklarende analyse) en een diepere verkenning met ervaringsdeskundigen op wat er nodig is om uithuisplaatsingen te voorkomen. De positieve effecten van het samenwerken met ervaringsdeskundigen is bewezen in verschillende aanpakken in de Jeugdhulp. Het meest kenmerkend in onze regio is de wetenschappelijk bewezen aanpak van Yes we Can Clinics.
We gaan contact leggen met opleidingsinstanties voor ervaringsdeskundigen en we gaan onderzoeken of we meer aanbieders kunnen laten samenwerken met ervaringsdeskundigen. De samenwerking tussen ervaringsdeskundigen en aanbieders kan van positieve invloed zijn, omdat ervaringsdeskundigen empathie en begrip hebben voor de situatie van 5
degenen in behandeling, aangezien zij soortgelijke uitdagingen hebben doorgemaakt. Daarnaast kunnen zij inspirerende voorbeelden zijn van herstel en succes, waardoor ze hoop en motivatie kunnen bieden aan jongeren die met vergelijkbare problemen worstelen. Jongeren kunnen zich comfortabeler voelen om hun ervaringen te delen met gelijkgestemden. Doordat ervaringsdeskundigen openlijk spreken over hun ervaringen, normaliseren zij het zoeken naar hulp en behandeling, waardoor de drempel voor anderen om te zoeken naar hulp mogelijk wat verlaagt. Tot slot brengen ervaringsdeskundigen praktisch inzicht en kennis, wat aanbieders kan helpen om hun programma’s aan te passen en te verbeteren, zodat deze beter aansluiten bij de behoeften van de jongeren. Hierbij maken we ook verbinding met het Bovenregionaal Expertise Netwerk (BEN) die ervaringsdeskundigen opleiden, en sluiten we aan bij een Brabant brede wens en beweging. De ambitie om te werken met ervaringsdeskundigen dragen we breed uit, maar we focussen ons in de eerste periode op de aanbieders met een verblijfsfunctie (segment 1 en 2), dit met het oog op het streven om uithuisplaatsingen (zoveel mogelijk) te voorkomen. De verklarende analyse is een wetenschappelijk bewezen instrument dat het aantal uithuisplaatsingen kan verminderen. Met het uitgangspunt ‘zo thuis mogelijk’ willen we zoveel mogelijk uithuisplaatsingen voorkomen.
De VA “laat zien welke factoren hierop van invloed zijn en hoe die met elkaar samenhangen. Het leidt tot een verklaring van de problematiek, en waardoor deze is ontstaan, voortduurt, versterkt of vermindert” (NJI). De VA is in de Hervormingsagenda Jeugd opgevoerd als deel van de concrete opgave van kwaliteitsverbetering. De Verklarende Analyse implementeren is een van de opgaven in de Hervormingsagenda. We willen onderzoeken of we de VA verplicht kunnen stellen vóór de inzet van producten uit segment 1 en 2 (uithuisplaatsingen). Daarvoor dienen voldoende medewerkers uit de toegang geschoold te worden en dient hier voldoende tijd en capaciteit voor te zijn om dit uit te voeren. Vanuit een 10vdJeugd kunnen we deze scholing organiseren en de samenwerking met GI’s borgen. De samenwerking en wisselwerking met de lokale toegangen is hierbij van groot belang. Ook volgen we de ambitie van de ‘beweging van 0’, waarbij we nastreven dat het op termijn niet meer nodig is om kinderen uit huis te plaatsen. Daarnaast is landelijk afgesproken om vanaf 2030 de JeugdzorgPlus (gesloten residentiële voorzieningen) volledig afgebouwd te hebben. De contractering van JeugdzorgPlus wordt georganiseerd vanuit de regio 21 voor de jeugd, hier zullen we vanuit een 10vdJ actief mee samenwerken als het gaat om de beoogde resultaten en vervolgacties voor zo thuis en nabij mogelijk.
De afbouw van JeugdzorgPlus is ook een actie uit de Hervormingsagenda waar het Rijk ook een belangrijke rol in pakt. Verblijf is waar passend kleinschalig. Momenteel is verblijf ingericht in groepen van 6 – 8 jongeren. We willen de huidige (open en gesloten) residentiële voorzieningen omvormen tot meer kleinschalige en gezinsgerichte behandelen/of verblijfsvoorzieningen. Dit is landelijk een breed gedeelde wens en belangrijke opgave in de hervormingsagenda. Steeds meer is er de overtuiging dat kleinschaligheid zorgt voor een beter resultaat van de behandeling waardoor jeugdigen kwalitatief betere zorg ontvangen en vermoedelijk sneller kunnen uitstromen. Dit komt mede door het creëren van een minder institutionele sfeer dat bijdraagt aan een veilig, positief leefklimaat. De jongeren krijgen meer persoonlijke aandacht, er is sprake van kortere behandelduur en het ‘zo thuis als mogelijk’ kan beter worden geïmiteerd in een kleinschalige setting. Kleinschalig verblijf is dan ook niet alleen het verminderen van de groepsgrootte maar vraagt ook een andere aanpak en blik op verblijf van jongeren. We willen dat jongeren zoveel als mogelijk nog deel kunnen nemen aan hun hobby’s, op de bekende school onderwijs kunnen volgen, en het sociale netwerk onderhouden. Dit vraagt per hulpvraag om een nadere invulling. 6
Voorlopig zal behandeling met verblijf nodig blijven, maar naar verwachting voor steeds minder kinderen en jongeren en mogelijk ook met een kortere duur van de behandeling. Dit niet enkel doordat we met de verblijfsvoorzieningen naar kleinschaligheid bewegen, maar ook omdat er (intensieve) ambulante alternatieven voor of in combinatie met de inzet van verblijf, ontwikkeld worden. We streven er dan ook naar dat al het verblijf (waar passend) kleinschalig is ingericht, teneinde jeugdigen tijdige en passende intramurale behandeling te kunnen bieden. Naast het inrichten van kleinere behandelgroepen, streven we er naar dat verblijfsvoorzieningen een betere spreiding binnen de regio hebben en zoveel mogelijk in wijken gerealiseerd worden. Dit is segment overstijgend voor zowel segment 1 als 2. Efficiënter en effectiever omgaan met schaarste Er zijn maar beperkt aantal plaatsen mogelijk voor jeugdigen met een hulpvraag waarbij verblijf noodzakelijk is. Deze plaatsen moeten dan ook zo passend mogelijk worden ingezet. Waarbij doorstroming een belangrijk uitgangspunt is. Het inzetten op ‘zo snel als mogelijk naar huis’ moet dan ook een uitgangspunt zijn om beter om te kunnen gaan met de schaarse plekken die beschikbaar zijn. Een van de thema’s waar aan gedacht wordt is het inzetten van JIM (jouw ingebrachte mentor).
Een bewezen programma waarbij, door inzet van het netwerk, uithuisplaatsingen worden terug gedrongen. Ook dit is een onderwerp in de Hervormingsagenda.
1.4 Verbinding met aanpalende domeinen – ZIO/OZA Onderwijs mogen volgen is een recht en plicht waar iedere jeugdige van gebruik moet kunnen maken. In samenwerking met de regio Samen voor jeugd wordt gewerkt aan het project Zorg in Onderwijstijd. Dit project is er op gericht om kinderen met een hulpvraag die onderwijs volgen zo weinig mogelijk verschillende gezichten te laten zien en het zo efficiënt mogelijk in te richten. Dit sluit aan bij de Hervormingsagenda waarbij de opdracht is om in te zetten op collectief aanbod van zorg en onderwijs. De collectieve ondersteuning is hierbij voorliggend. Groepsgerichte voorzieningen hebben bovendien de voorkeur boven een individueel gerichte aanpak. Ook sluiten wij aan bij de verschillende regionale en lokale ontwikkelingen rondom zorg bij onderwijs en andersom. Onderwijs moet een integraal onderdeel zijn van het leven van een jeugdige en moet dus ook een integraal onderdeel zijn van de jeugdhulp. Daarom is dit een uitgangspunt dat overkoepelend over de opgaven wordt meegenomen. Het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming Het Toekomstscenario bevat grote opgaven voor de gemeentelijke toegangen en veiligheidsnetwerken in de regio. Samen met verschillende partijen moet er een nieuw systeem worden opgericht voor de casuïstiek waar sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling.
Dit gaat niet alleen over gezinnen (met jeugdigen) maar over de volledige 0-100 casuïstiek. In de regio wordt het toekomstscenario uitgewerkt in samenwerking met de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant (ZOB). De verdere verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij de 21 gemeenten. Een 10 voor de Jeugd heeft hier verder (nog) geen rol in. Regio ZOB zal gaan werken aan het versterken van de basis middels de vier bouwstenen:
7
1. Sterk lokaal team De ontwikkelopgave voor de lokale teams met het oog op het Toekomstscenario is tweeledig, namelijk: o Versterking lokale teams zoals beoogd met de Hervormingsagenda. o Transitie van het werken aan veiligheid zoals beoogd met het Toekomstscenario. 2. Verbinding met volwassen problematiek Doel van deze pijler is het versterken van het integraal gezins-en mensgericht werken door de domein overstijgende samenwerking te ondersteunen. 3. Vakmanschap Doel van deze pijler is het versterken van het integraal gezins- en mensgericht werken door het opbouwen van een continu lerende omgeving in de regio. 4. Bestuurlijke samenwerking Doel van deze pijler is het stevig inzetten op nieuwe vormen van samenwerking tussen de partners in de keten. De Hervormingsagenda en het Toekomstscenario zijn twee verschillende programma’s die elkaar versterken. Zo hebben beide programma’s de focus op sterke lokale teams, domein overstijgende samenwerking en de verbinding met volwassen GGZ. Integraal Zorg Akkoord Het integraal zorg akkoord (IZA) wordt door enkele (sub)regio’s gezamenlijk uitgewerkt en opgepakt. We hebben in Nederland te maken met een groot aantal maatschappelijke uitdagingen, zoals dubbele vergrijzing, bestaanszekerheid en tekorten in zorgpersoneel.
Deze uitdagingen hebben een doorwerking in het al dan niet betaalbaar houden van de zorg en ondersteuning voor kwetsbare inwoners en overschrijden organisatorische grenzen. Het IZA is vooral gericht op het toekomstbestendig maken van de (gezondheids)zorg, waarbij deze bij ongewijzigd beleid onbetaalbaar wordt en er nu al een tekort aan personeel is. Ook wil het kabinet de gezondheidsverschillen verkleinen, aangezien mensen die momenteel in Nederland in armoede leven gemiddeld 25 jaar korter in goede gezondheid leven. Het IZA richt zich dan ook op thema’s zoals passende zorg en leefstijl, eigen regie en zingeving, gezonde en veilige leefomgeving en arbeidsmarktproblematiek.
GALA Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) wordt lokaal opgepakt en richt zich op de versterking van de sociale basis en preventie, in de volle breedte van gezondheid en welzijn. Daar hebben gemeenten een lokale actieve rol in en is een belangrijke opdracht bij de GGD weggelegd om op niveau van 21 gemeenten de verbindingen te leggen. Met de 11 gemeenten is afgesproken dat, waar nodig, er verbindingen worden gelegd tussen de werkgroepen van het Toekomstscenario, het IZA en GALA en de regio Een 10 voor de jeugd. Het GALA en IZA raken de regionale inkoop van jeugdhulp via de Hervormingsagenda Jeugd in de opgave 8
‘versterking sociaal pedagogische basis’ en ‘versterking lokale teams’ en het leggen van verbindingen tussen de aanpalende domeinen. Daar waar nodig worden vanuit GR JeugdregioEen 10 voor de Jeugd de verbindingen gelegd, met ook weer het oog op leren van en met elkaar, maar ook met het oog op het voorkomen van een onsamenhangend geheel van inspanningen en activiteiten op lokaal en (sub)regionaalniveau, waardoor zaken dubbel gedaan worden of kostbare capaciteit en tijd verloren gaat. Het IZA raakt daarbij nog eens extra de regionale inkoop van jeugdhulp en Hervormingsagenda Jeugd omdat enerzijds jeugdhulpaanbieders op zowel de jeugdwet als de zorgverzekeringswet actief zijn en daarnaast het IZA gericht is op een versterking en verbeterde samenwerking tussen o.a. huisartsen, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en gemeenten.
1.5 Opgave de lerende regio Gezien de landelijke en lokale ontwikkelingen is het belangrijk om als regio van elkaar te leren. De regionale organisatie ‘Een 10 voor de Jeugd’ kan hierin een belangrijke taak vervullen zodat we de grote opgaven waar we voor staan de komende jaren samen kunnen oppakken. Zodat we voordeel kunnen doen van de schaalgrootte waar dit toegevoegde waarde heeft, of kunnen leren van onze buurgemeenten waar we lokaal willen acteren.
1.6 Contractmanagement Contractmanagement heeft de rol om op een professionele manier, als een ‘spin-in-het-web’, de contractuele afspraken en processen te bewaken. Ons regionaal contractmanagement voegt waarde toe door samen met de jeugdhulpaanbieders en de (lokale) gemeenten kansen, bedreigingen, ontwikkelingen en trends te signaleren, oplossingen voor problemen of knelpunten te bedenken en prestaties te verbeteren. Dit met als doel maatschappelijke waarde toe te voegen zodat de jeugdige en zijn/haar gezin gepaste jeugdhulp ontvangt binnen een duurzaam zorglandschap en binnen de gemeentelijke budgetten. Vanaf 2022 wordt contractmanagement vanuit het regionale karakter van een 10 voor de Jeugd uitgevoerd. Dit vormt ook de basis voor 2024-2028. Waar er vóór 2022 overwegend reactief werd geacteerd, is één van de doelstellingen van contractmanagement om voor 2024 en verder, de ingeslagen weg vanaf 2023 overwegend proactief in te zetten en verder te verstevigen. Dit betekent o.a. dat met meer gecontracteerde zorgaanbieders een proactieve contractrelatie wordt opgebouwd. Hierbij investeren we blijvend in een duurzame, professionele en gelijkwaardige samenwerkingsrelatie met zorgaanbieders. Dit zodat de lokale gemeenten passende zorg en kwalitatief goede ondersteuning kunnen bieden aan hun inwoners, waarbij zij grip hebben en houden op de kosten van deze zorg en ondersteuning.
Contractmanagement is een strategische functie en een belangrijk instrument om strategische doelstellingen te bereiken. Onze contractmanagers staan of handelen nooit op zichzelf maar komen tot recht in samenhang met andere experts. Effectief contractmanagement is binnen 10vdJ dan ook teamwork. Ook gedurende 2024-2028 blijven we een naadloze aansluiting en optimale samenwerking tussen contractmanagement- en beheer, beleid, kwaliteit, toegang, monitoring & financiën en toezicht borgen. Toezicht Toezicht is het verzamelen van informatie over de vraag of gedeclareerde jeugdhulp voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren. 9
Binnen de Jeugdwet kennen we drie vormen van toezicht: 1) rechtmatigheidstoezicht, 2) kwaliteitstoezicht, en 3) toezicht op calamiteiten en incidenten, dat wordt uitgevoerd door twee toezichthoudende partijen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is verantwoordelijk voor kwaliteitstoezicht en toezicht op calamiteiten en incidenten. Sinds 2023 is er ook een gemeentelijke toezichthouder aangesteld, verantwoordelijk voor rechtmatigheidstoezicht voor de gemeenten die deel uitmaken van de samenwerking binnen 10vdJ. Rechtmatigheidstoezicht is geen doel op zich. Net als contractmanagement, voegt ook toezicht maatschappelijke waarde toe zodat de jeugdige en zijn/haar gezin gepaste jeugdhulp van goede kwaliteit ontvangt, binnen een duurzaam zorglandschap en binnen de gemeentelijke budgetten. Om dit te bereiken, is er sprake van grote afhankelijkheid tussen betrokkenen die een rol hebben op gebied van toezien. Denk daarbij aan contractmanagers, beleidsmedewerkers, kwaliteitsmedewerkers, toegangsmedewerkers financieel adviseurs, data-analisten, klachtenfunctionarissen en aanverwante functies. Het grote verschil tussen toezicht en toezien, is dat toezicht gebruik kan maken van specifieke onderzoeksbevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor kan meer informatie verkregen worden over de vraag of gedeclareerde jeugdhulp voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
Iemand die toeziet heeft algemene onderzoeksbevoegdheden. Ondanks dat toezicht vaak wordt gezien als ‘slot op de deur’, loont het als toezicht juist inzet op preventieve interventies aan de voorkant en onderweg. Onrechtmatigheden kunnen voorkomen worden bijvoorbeeld met goede voorlichting, duidelijke afspraken, goede afstemming tussen interne rollen en duidelijke communicatie. Hierdoor zorgen we voor een steeds sterker stelsel, dat weerbaar is tegen onrechtmatigheden en zorg en ondersteuning van onvoldoende kwaliteit. Voorkomen is immers beter dan genezen. De wetgever laat gemeenten vrij in hoe zij invulling geven aan rechtmatigheidstoezicht. In 2024 zal gestart worden met het uitvoeren van onderzoeksinterventies. Toezicht moet hierin lerend ontwikkelen. De toezichthouder zal gefaseerd te werk gaan. Gestart zal worden met onderzoeken naar aanleiding van (reeds ontvangen) interne signalen. Zodra er ook een extern meldpunt is ingericht, zal dit worden uitgebreid met externe signalen. Nadat er ervaring is opgedaan met het doen van signaalgestuurde onderzoeken, zal ook gestart worden met risicogestuurde onderzoeken. Dit is een vorm van toezicht op basis van een algemene risicoanalyse. Tijdens deze risicoanalyse worden risico's binnen het stelsel in kaart gebracht, beoordeeld op de kans dat het zich voordoet, en de impact als het zich voordoet.
Op basis daarvan kunnen gerichte onderzoeksinterventies uitgezet worden. Hierdoor kunnen onderbouwde keuzes gemaakt worden in toezichtsobjecten, doelen, methoden en de inzet van capaciteit. Hiermee kan toezicht doelmatiger worden ingevuld.
1.7 Werkgroep PDC De werkgroep PDC houdt zich bezig met de inhoudelijke vragen en toepassing van de producten binnen onze Producten Diensten Catalogus (PDC). Daarnaast beoordelen zij nieuwe toetreders (aanbieders) op o.a. kwaliteit. De werkgroep PDC draagt bij aan (door)ontwikkeling van (nieuwe) productkaarten. Ook spelen ze een rol bij vragen rond een dekkend zorglandschap.
10
1.8 Werkgroep Monitor en Financiën Datagedreven werken betekent voor ons dat we aandacht besteden aan en sturen op: - Kwantitatieve data: we kennen onze cijfers en sturen hier op. Hiertoe blijven we de tools als de Monitor Een 10 voor de Jeugd door ontwikkelen. - Kwalitatieve data: we besteden ook aandacht aan het verhaal achter en bij de cijfers en plaatsen deze in de juiste context door het gesprek te voeren met de gemeentelijke toegang, aanbieders én cliënten. Bijv. door de verhalen van cliënten (o.a. adviesvangers) mee te wegen. - Benchmarken van data: via de Monitor Een 10 voor de Jeugd kunnen we gemeenten onderling met elkaar vergelijken. We signaleren en analyseren onderlinge verschillen en gaan daarover het gesprek aan. We delen onze successen en tegenvallers en leren van elkaar. We focussen daarnaast ook op het benoemen en meetbaar maken van te bereiken resultaten en monitoren ook of we die resultaten bereiken. Wij zien veel voordelen in het werken met data en het leren van de gegevens die er beschikbaar zijn. Daarom dat het uitgangspunt data, monitoring en bijstelling integraal bij alle opgaven wordt meegenomen. Monitoring Bij de doorontwikkeling van de verschillende segmenten willen we zoveel mogelijk ook vanuit de feiten kunnen spreken. Daarom hebben we een monitor 10 voor de Jeugd gebouwd waarin maandelijks de data van de 11 gemeenten worden ingelezen.
De monitor wordt nu gebruikt door contractmanagement ter voorbereiding op leveranciersgesprekken. Door het procesteam wordt de monitor tot heden met name ad hoc gebruikt ten behoeve van analyses voor de inhoudelijke doorontwikkeling van de segmenten. De komende jaren willen we meer richting een proactieve rol. Samen met interne stakeholders (beleid, management en bestuurders) willen we de speerpunten zoals ook benoemd in dit programmaplan proactief gaan monitoren en analyseren. De komende jaren willen we deze monitor verder door ontwikkelen en uitrollen naar de 11 gemeenten, zodat ook de lokale beleidscollega’s en managers inzichtelijk hebben hoe de zorginzet in de eigen gemeente zich verhoudt tot de ontwikkelingen in de andere gemeenten. Ook moet door middel van onderlinge benchmarking de basis gelegd worden voor het goede gesprek tussen gemeente in het kader van “leren van elkaar”. Voor deze doorontwikkeling willen we de segmentindeling en de ambities per segment als basis nemen. Naast het zorggebruik is de kwaliteit van zorg van wezenlijk belang. Voor alle gemeenten geldt dat we momenteel onvoldoende zicht hebben op de batenkant. Wat levert alle geleverde inzet daadwerkelijk op voor de betreffende cliënt. De registratie van de baten gebeurt nu veelal op rapportageniveau per cliënt en is daarmee niet inzichtelijk te maken in de monitor.
Dit is een opgave die de komende jaren inzet vraagt van aanbieders én gemeenten. Daarbij is een uniforme registratie van belang om ook de batenkant te kunnen monitoren. Dit vraagt dus om nadere afstemming inzake het registreren van de effecten van alle jeugdhulp-inzet. Per segment worden er met de aanbieders afspraken gemaakt over de kwaliteit van zorg en hoe we deze kunnen monitoren. Het perspectief van de jeugdigen en gezinnen is daar een belangrijk 11
onderdeel van. Om op een effectieve wijze onze taken rondom inkoop in te vullen is het van belang dat we inzicht hebben. Dit inzicht kunnen we krijgen door kwalitatieve (ervaringen van jeugdigen en gezinnen) en kwantitatieve (zorggebruik) gegevens met elkaar te combineren. De cijfers alleen spreken niet voor zich: die worden geduid in gesprek met jeugdigen en gezinnen, de aanbieders en onze gemeentelijke toegangen. Dit sluit ook aan bij de Hervormingsagenda: Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring. Financiën De komende jaren willen we de samenwerking met contractmanagement en beleid versterken. Vanuit het procesteam monitoring en financiën worden financiële risicoanalyses op aanbiederniveau voorbereid en doorgesproken met contractmanager en beleid. Daar waar nodig wordt op basis van de uitgevoerde risicoanalyse proactief het gesprek gevoerd met de betreffende aanbieder. Op deze manier geven we invulling aan de financiële kwaliteitseisen die we aan aanbieders stellen. Daarnaast willen we het kostenverloop van de ingezette jeugdhulp proactief gaan monitoren en waar nodig verdiepende analyses uitvoeren daar waar we opvallendheden constateren (zowel in het totaalbeeld, als ook in verschillen tussen gemeenten).
1.9 Werkgroep Administraties We hebben een regionaal administratieprotocol opgesteld met de 11 gemeenten. Dit is waar mogelijk afgestemd op het standaardadministratieprotocol dat de landelijke norm is. De 11 gemeenten hebben ieder voor zich of in samenwerking met andere gemeenten een backoffice voor de administratieve afhandeling ingericht en maken gebruik van verschillende systemen. Vanuit een gezamenlijke inkoop is het daarbij van belang om structureel met elkaar te overleggen over de wijze waarop iets in administratieve zin geïmplementeerd moet worden. Ook bij aanpassingen en wijzigingen is het van belang tijdig deze werkgroep te betrekken om de administratieve haalbaarheid te controleren. In de Hervormingsagenda wordt ook gewerkt naar een verregaande standaardisatie van de administratie van gemeenten.
1.10
Samenwerking 21 voor de jeugd
We hechten veel belang en waarde aan gezamenlijk in de regio werken. Sommige zorgvormen zijn schaars beschikbaar waardoor er grote voordelen zijn om samen te werken of omdat vanuit landelijke kaders bepaald is dat een dergelijk onderwerp (boven)regionaal ingekocht moet worden. Andere onderwerpen zijn waardevol om in samenhang op te pakken. In het werkplan 21voordeJeugd worden de onderwerpen Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (JB & JR), JeugdzorgPlus (JZ+), Veilig Thuis (VT), Crisis en Coördinatie Spoed Eisende Zorg, Beschermtafel en Regionaal Expert Team (RET) opgepakt. De inkoopafspraken over bovenstaande jeugdhulpvormen (jeugdbescherming en – reclassering, JeugdzorgPlus, Crisis Interventie en Veilig Thuis) hebben de 21 gemeenten belegd binnen de gemeente Eindhoven. Afspraken hierover zijn neergelegd in de Dienstverleningsovereenkomst DVO21. De beleidsmatige afstemming over deze dossiers vindt plaats binnen 21voordejeugd. Ieder regionaal dossier heeft een bestuurlijk aanspreekpunt. De bestuurlijk trekkers van de regionale dossiers vormen gezamenlijk het bestuurlijk team. In het ambtelijk
12
kernteam 21voordeJeugd werken contractmanagement vanuit de DVO21 en beleidsadviseurs vanuit de gemeenten samen aan de regionale dossiers. Aansluiting op de inkoop en aansturing vanuit de twee subregio’s (10 Voor de Jeugd en Samen voor Jeugd) is geborgd door afstemming tussen de regio’s Samen voor Jeugd en GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd. Samenwerking met Samen voor Jeugd In Zuidoost-Brabant werken we met twee jeugdhulp regio’s. Samen voor Jeugd is de jeugdhulpregio van 10 gemeenten rondom Eindhoven. In de schaalgrootte zien we voordelen om samen te werken op onderwerpen zoals jeugdhulp-onderwijs, kleinschalig verblijf, en het zorglandschap voor crisishulp met regio Samen voor Jeugd. Onderling is er een goede verbinding en uitwisseling. Waar er voordelen zijn om samen te werken wordt dit ook opgepakt. Zo voeren we bij enkele aanbieders gezamenlijk contractmanagement uit, in het kader van efficiëntie en lasten vermindering voor aanbieders. Dit willen we verder borgen en waar wenselijk uitbreiden.
1.11
Beschikbaarheidswijzer
De beschikbaarheidswijzer is sinds de ingang van de nieuwe contracten actief. De Beschikbaarheidswijzer (BSW) geeft inzicht in wachttijden bij aanbieders. De verwijzers, zowel gemeentelijke toegangsteams, artsen als Gecertificeerde Instellingen kunnen in de BSW gecontracteerde aanbieders zoeken op kenmerken. Zij zien dan ook wat de wachttijd is. Het helpt verwijzers in het snel vinden van passend aanbod. De BSW genereert daarnaast inzicht in de wachttijden voor de verschillende producten. Deze input gebruiken we in de verdere doorontwikkeling in de opgaven.
1.12
Jongerenparticipatie
Ook werken we mét de jongeren en halen we input bij hen op. We werken hierbij samen met de adviesvangers. De Adviesvangers zijn een groep betrokken jongeren in de leeftijd 14-22 jaar die onder begeleiding van stichting Zorgbelang Brabant I Zeeland gevraagd en ongevraagd advies geven aan de regio’s Samen voor Jeugd en Een 10 voor de Jeugd. Vanuit de regio kunnen er vragen neergelegd worden bij de Adviesvangers en zij zullen vervolgens input ophalen uit hun eigen omgeving. Twee tot drie keer per jaar wordt er door de adviesvangers een Speak & Eat georganiseerd, waarbij wethouders, beleidsadviseurs en jongeren in gesprek met elkaar gaan over verschillende thema's.
1.13
Transformatiefonds
Om de transformatie van het jeugdhulpstelsel een impuls te geven is het Transformatiefonds opgezet. De jeugdzorgregio Zuidoost-Brabant (21 gemeenten) heeft hiervoor een aanvraag ingediend. Voor de regio Zuidoost-Brabant is vanuit dit fonds in de periode 2019 t/m 2021 in totaal € 4.653.267,00 toegekend. In de aanvraag zijn drie onderwerpen opgenomen die we met de middelen van het Transformatiefonds willen aanpakken: Pleegzorg, Jeugdzorgplus en Verblijf. Voor onze regio was ruim € 1,2 miljoen beschikbaar. Met deze middelen kunnen verblijfsverkortende en – voorkomende initiatieven worden gefaciliteerd dan wel uitgebreid.
13
In 2025 was hier ruim 8 ton van over. Projecten worden voorgelegd aan het Dagelijks Bestuur waar de accordering op de projecten ligt.
1.14
Programmateam
Het programmateam bestaat uit de projectleiders van alle bovenstaande onderwerpen. Waar dit niet geborgd wordt door de projectleiders sluit een afspiegeling aan van de subregio’s (Helmond / Veldhoven / DV+ / Peelgemeenten). In het programmateam wordt de samenhang geborgd over de brede jeugdregio. Ook worden hier overkoepelende vraagstukken besproken en bestuurlijke stukken voorbereid.
14
2. Paragrafen 2.1 Inleiding Paragrafen Zowel in de begroting als in de jaarrekening worden, cf. artikel 9 van het BBV, in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. De voorgeschreven paragrafen zijn niet allen van toepassing op GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd. De volgende paragrafen worden beschreven: • • • • • •
Weerstandsvermogen en risicobeheersing; Financiële kengetallen; Financiering; Verbonden partijen; Bedrijfsvoering; Openbaarheidsparagraaf.
2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om niet structurele financiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit gevolgen heeft voor de uitvoering van de taken. Het uitgangspunt is dat de GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd geen eigen reserves opbouwt in het kader van het weerstandsvermogen. Dit betekent dat de deelnemende gemeenten zelf deze risico’s moeten opnemen in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen. Onderstaand zijn de risico’s van GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd inzichtelijk gemaakt. Ziekteverzuim Omdat GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd geen personeel in dienst heeft, zijn er geen risico’s rondom ziekteverzuim. Beveiliging van data/ privacy Binnen GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd wordt beperkt gewerkt met persoonsgegevens. Dit speelt alleen bij het Regionaal Matchings Team, waarin de casussen besproken worden. Dit brengt bijvoorbeeld een risico van een datalek met zich mee. Het vormt een inbreuk op de privacy van de burgers en kan leiden tot negatieve publiciteit, imagoschade en eventuele boetes. Onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn organisaties verplicht om hun organisatie zo in te richten dat de privacyregels structureel worden nageleefd en dat men dit kan verantwoorden en bewijzen.
Als de beveiliging van persoonsgegevens niet op orde is, kan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een boete opleggen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat betrokkenen een claim indienen voor compensatie voor geleden schade. In Nederland heeft dat zich tot nu toe nog niet voorgedaan. Tenslotte is er nog imagoschade, het herstellen hiervan kost tijd en geld. Een financiële vertaling hiervan is echter lastig te maken. Inkoop en contractbeheer Voor de uitvoering van de zorgtaken binnen het sociaal domein wordt op verschillende niveaus samengewerkt. Onjuiste inkoop kan leiden tot schadeclaims en mogelijk opnieuw doorlopen van de 15
aanbestedingsprocedure gemiste kansen qua prijs/kwaliteitverhouding. GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd regelt de inkoop van jeugd voor de deelnemende gemeenten; de contracten staan dan ook op naam van de betrokken gemeenten. Het inkooprisico voor de zorgkosten ligt dan ook niet bij GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd maar bij de afzonderlijke gemeenten.
2.3 Financiële kengetallen Deze paragraaf bevat de financiële kengetallen die elke gemeente of gemeenschappelijke regeling verplicht moeten opnemen. Omdat de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing zijn GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd, zijn deze niet opgenomen. Kengetallen kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeente en maken het mogelijk om gemeenten onderling te vergelijken. Doordat GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd een uitvoeringsorganisatie is die middels bevoorschotting wordt gefinancierd door de deelnemende gemeenten, hierdoor geen schulden heeft en doordat GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd behalve het rekeningresultaat geen eigen vermogen heeft, hebben de financiële kengetallen een beperkte waarde. Kengetallen netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte
B2025 na wijziging 0,0% 0,0%
Begroting 2026 0,0% 0,0%
MJR 2027 0,0% 0,0%
MJR 2028 0,0% 0,0%
MJR 2029 0,0% 0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de totale baten en zegt iets over de mate waarin de schuld van de gemeenschappelijke regeling met de inkomsten kan worden gedragen. De VNG hanteert voor de schuldquote de volgende norm: onder de 100% is goed, tussen de 100% en 130% is matig en boven de 130% is onvoldoende. De netto schuldquote is voor GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd in de begroting van 2026 0% en dus meer dan goed. Omdat GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd geen leningen verstrekt is het kengetal ‘netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen’ gelijk aan de ‘gewone’ netto schuldquote.
2.4 Financiering GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd wordt gefinancierd door de deelnemende gemeenten. Het uiteindelijke financiële risico ligt dan ook bij die gemeenten. GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd brengt per kwartaal op basis van inwonertal een voorschot in rekening brengt aan de deelnemende gemeenten. Na afloop van het jaar wordt afgerekend op basis van werkelijke kosten. Decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in de vorm van een openbaar lichaam) zijn, op basis van de Regeling Schatkistbankieren, verplicht om hun overtollige middelen boven een bepaald drempelbedrag, in de schatkist aan te houden. Voor GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd is het bedrag waarop automatisch wordt afgeroomd € 250.000.
2.5 Verbonden partijen GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd zal worden aangesloten bij de inkoopsamenwerking BIZOB. Met GR Peelgemeenten is een DVO afgesloten met betrekking tot de uitvoering van de taak bedrijfsvoering. 16
Daarnaast heeft GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd namens de deelnemende gemeenten een samenwerkingsovereenkomsten gesloten met 21 gemeenten uit de regio voor de inkoop van Jeugdhulp. GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd zelf is een verbonden partij van de deelnemende gemeenten Asten, Deurne, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Someren, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre.
2.6 Bedrijfsvoering Formatie Een 10 voor de jeugd GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd heeft zelf geen formatie in dienst. De capaciteit wordt geleverd door de deelnemende gemeenten en GR Peelgemeenten namens de vijf Peelgemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren. Onderstaand de capaciteit die wordt ingezet voor GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd. Formatie
Manager Beleid en kwaliteit Bizob Bedrijfsvoering Totaal
Begroting 2025 wijziging april 2025 1,00 8,65 4,61 0,44 14,70
Begroting 2026
1,00 9,56 4,61 2,62 17,79
2.7 Openbaarheidsparagraaf Gelet op artikel 3.5 Wet open overheid wordt in deze paragraaf beschreven welke activiteiten in 2026 worden uitgevoerd ten aanzien van de verbetering van de informatiehuishouding, de actieve openbaarmaking en de passieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking Belangrijk onderdeel van de Woo is de actieve openbaarmaking van diverse categorieën informatie. De categorieën zijn opgenomen in de wet, waarbij per Koninklijk Besluit de fasering voor de openbaarmaking wordt beslist. In aanloop naar de oprichting van het openbaar lichaam wordt onderzocht op welke manier en via welk medium GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd de verplichte categorieën informatie openbaar kan maken, zodat hier per 2026 invulling aan kan worden gegeven. Passieve openbaarmaking Passieve openbaarmaking is openbaarmaking op verzoek. In de oprichtingsvergadering wordt voor ieder bestuursorgaan binnen GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd een Woo-contactpersoon aangewezen. Informatiehuishouding In aanloop naar de oprichting van het openbaar lichaam wordt onderzocht op welke manier GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd ervoor kan zorgen zodat de overheidsinformatie vanaf 2026 goed te vinden is.
17
3. Financiële begroting 2026 3.1 Inleiding financiële begroting 2026 De basis voor de begroting van 2026 van GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd is de begroting van 2025 voor de netwerksamenwerking Een 10 van de jeugd. De verschillen tussen beide begrotingen ontstaan enerzijds vanuit loon- en prijsontwikkelingen en mutaties van personele inzet en anderzijds vanwege de verplichte regionalisering. De mutaties vanuit loon- en prijsontwikkelingen en personele inzet staan los van de verplichte regionalisering en waren, los van GR-vorming ook aan de orde. In paragraaf 3.2 staat een uitgebreide toelichting van de ontwikkelingen. In navolgende taartdiagrammen is te zien hoe de lasten en de baten van de begroting 2026 zijn onderverdeeld.
Lasten Begroting 2026
Opgave zo thuis en nabij mogelijk Regionaal Matchings Team Opgave Tijdig, passende en betaalbare zorg Verbinding met aanpalende domeinen / ZiO / OZA Opgave de lerende regio Contractmanagement Programmateam Overigen Onvoorzien Kosten Bedrijfsvoering
Baten Begroting 2026
Geldrop-Mierlo
Helmond
Nuenen
Son en breugel
Veldhoven
Waalre
Peelgemeenten
Overige bijdragen
18
3.2 Overzicht lasten en baten Begroting GR een 10 voor de jeugd Opgave zo thuis en nabij mogelijk Regionaal Matchings Team Opgave Tijdig, passende en betaalbare zorg Verbinding met aanpalende domeinen / ZiO / OZA Opgave de lerende regio Contractmanagement Processen Programmateam Kosten bedrijfsvoering Onvoorzien Totaal lasten Bijdragen deelnemende gemeenten Overige bijdragen Totaal baten
B2025 Begroting MJR MJR MJR na wijziging 2026 2027 2028 2029 107.000 114.000 114.000 114.000 114.000 97.000 101.000 101.000 101.000 101.000 101.000 105.000 105.000 105.000 105.000 52.000 54.000 54.000 54.000 54.000 64.000 66.000 66.000 66.000 66.000 959.000 1.040.000 1.040.000 1.040.000 1.040.000 286.000 268.000 268.000 268.000 268.000 333.000 368.000 368.000 368.000 368.000 56.000 354.000 354.000 354.000 354.000 100.000 93.000 93.000 93.000 93.000 2.155.000 2.563.000 2.563.000 2.563.000 2.563.000 2.058.000 2.529.000 2.529.000 2.529.000 2.529.000 97.000 34.000 34.000 34.000 34.000 2.155.000 2.563.000 2.563.000 2.563.000 2.563.000
In bovenstaand overzicht is, naast de bedragen voor de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 tot en met 2029 ook inzichtelijk gemaakt wat de begroting 2025 na wijziging is van de netwerksamenwerking Een 10 voor de jeugd. De meerjarenraming is opgesteld op basis van constante prijzen. Doordat er geen incidentele kosten zijn begroot in 2026 is de meerjarenraming gelijk aan de begroting 2026. Toelichting lasten Indexering (-/- € 123 K) De basis voor de begroting 2026 is de begroting 2025 na wijziging. Alle kosten zijn gestegen vanwege loon- en prijsontwikkeling. Deze stijging staat los van de verplichte regionalisering en waren, los van GR-vorming ook aan de orde. Hoewel er geen personeel in dienst is bij de GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd, heeft het merendeel van de kosten in de begroting betrekking op inzet van personeel. Het personeel is in dienst bij de deelnemende gemeenten, die hiervoor een vergoeding krijgen. In de begroting zijn de personeelskosten opgenomen op basis van maximum van de functieschaal. De loonkosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van cao-ontwikkeling en ontwikkeling van de sociale lasten. Als er nog een andere oorzaak is voor de stijging van de kosten voor een onderdeel, wordt dit onderstaand toegelicht. Lasten opgaves In de programmabegroting staan alle opgaves inhoudelijk toegelicht.
De lasten van de opgaves bestaan uit de inzet van personeel (capaciteit vertaald naar kosten op basis van loonkosten maximum functieschaal) en externe kosten. Processen (+/+ € 47K) In de huidige begroting waren de uren van de lokale gemeenten in het kader van het aanhaken bij de ontwikkelingen van Een 10 voor de Jeugd financieel vertaald. Op het moment dat je gaat werken in een Openbaar Lichaam is het niet gebruikelijk dat dit wordt opgenomen van de GR. Daarom zijn de betreffende bedragen uit de begroting gehaald. Programmateam (-/- € 27K)
19
De kosten stijgen, naast indexering, doordat in 2026 de uren van de strateeg voor een heel jaar meegenomen (en in 2025 slechts voor een half jaar). Kosten bedrijfsvoering De taken van bedrijfsvoering worden via een dvo geleverd door GR Peelgemeenten, uit naam van de vijf peelgemeenten. De totale kosten van bedrijfsvoering van GR Jeugdhulpregio Een 10 voor de jeugd bedragen in 2026 € 354K. Hiervan was 56 K regulier opgenomen in de begroting van Een 10 voor de jeugd. Per saldo stijgen de kosten met € 298 K. De kostenstijging heeft twee oorzaken, enerzijds vanwege het feit dat een deel van de taken in de huidige samenwerking om-niet zijn geleverd en anderzijds vanwege het feit dat het vormen van een Openbaar Lichaam (GR) meer verplichtingen met zich mee brengt dan bij een privaatrechtelijke samenwerking. Kosten bedrijfsvoering – om niet (-/- € 125K) Dit komt enerzijds omdat GR Peelgemeenten en Helmond deze taken in de huidige samenwerking hebben uitgevoerd, zonder dat zij daarvoor een vergoeding ontvingen. Vanaf 2026 zal hier een reële vergoeding van € 125 K worden gevraagd. Kosten bedrijfsvoering – Openbaar Lichaam (-/- € 173K) Een Openbaar Lichaam is een rechtspersoon en daar vloeien diverse verantwoordelijkheden en verplichtingen uit voort. De bedrijfsvoeringstaken van een Openbaar Lichaam zijn uitgebreider zijn dan die van een privaatrechtelijke samenwerking.
De structurele extra kosten van een Openbaar Lichaam bedragen € 173 K. Onderstaand wordt in één overzicht inzichtelijk gemaakt wat de extra kosten zijn per taak/onderdeel. Vervolgens wordt per taak kort beschreven welke extra verplichtingen er ontstaan als gevolg van de formalisering van een Openbaar Lichaam.
Financiën, Planning en Control (P&C) Een Openbaar Lichaam is verplicht om een eigen administratie en een eigen bankrekening te hebben. Daarbij gelden de voorschriften van het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) en dienen de P&C stukken, met name de Begroting en de Jaarrekening te voldoen aan BBV. Denk hierbij aan verplichte vormgeving en informatie. Daarnaast dienen ook zienswijze termijnen te worden gerespecteerd. En dient er een accountant te worden gecontracteerd. Juridische advisering Een Openbaar Lichaam is verplicht om te beschikken over organisatorische documenten waarop beheer dient plaats te vinden, denk aan de gemeenschappelijke regeling, mandaatbesluiten, reglementen van orde voor Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur en inkoopbeleid. Daarnaast dient een zelfstandige organisatie te voldoen aan wet- en regelgeving. Zo geldt bijvoorbeeld dat een Openbaar Lichaam moet voldoen aan de Wet Open Overheid. Het Openbaar Lichaam moet bepaalde informatie actief openbaar maken en informatie die niet openbaar is kan via een Woo-verzoek opgevraagd worden. De Wet Open Overheid is niet van toepassing op de huidige samenwerking van Een 10 voor de Jeugd.
20
Ook de vergaderingen van het Algemeen Bestuur (huidig bestuurlijk platform) worden openbaar en de agenda en stukken dienen voorafgaand aan de vergadering te worden gepubliceerd. De vergaderingen van het Dagelijks Bestuur (huidig bestuurlijk regieteam) zijn niet openbaar, maar de besluitenlijsten moeten wel openbaar gemaakt worden. Dit brengt extra werkzaamheden met zich mee, vraagt om een goede informatiehuishouding en hiervoor is een publicatieplatform nodig. N.b. Een Openbaar Lichaam kan hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden en heeft mogelijk ook eigen verzekeringen nodig. In de begroting zijn we ervan uitgegaan dat dit niet nodig is. Mocht later blijken dat dit wel noodzakelijk is, dan dient hiervoor een begrotingswijziging plaats te vinden. Informatievoorziening, ICT en informatiebeveiliging Informatievoorziening Als Openbaar Lichaam ben je verantwoordelijk voor het beheer van je eigen informatie en heb je een eigen omgeving nodig. Denk daarbij aan MsTeams, een zaaksysteem inclusief Woo publicatieoplossing, de monitor 10vdJeugd met onderliggend datawarehouse, de website, algemene mailadressen inclusief veilige mail. Momenteel wordt verkend of GR Peelgemeenten dit kan beheren. Echter, als Openbaar Lichaam wil je ook de flexibiliteit hebben om de bedrijfsvoering desgewenst anders te organiseren.
Het is daarvoor essentieel dat de informatievoorziening/systemen zo worden ingericht dat de informatie van 10vdJ apart staat. Bij het inschatten van de kosten is ervan uitgegaan dat we de omgeving en systemen zoveel mogelijk laten aansluiten op die van GR Peelgemeenten om het beheer zo efficiënt mogelijk te kunnen inrichten, maar wel zo dat deze op zichzelf staat en gemakkelijk losgekoppeld kan worden (exit-strategie). Archiefwet Een Openbaar Lichaam is verplicht om te voldoen aan de Archiefwet. Die vereist dat de informatie die in de organisatie omgaat in goede, geordende en toegankelijke staat wordt beheerd en gearchiveerd. Informatie moet vindbaar zijn, van goede kwaliteit zijn en niet zomaar achteraf nog bewerkbaar. Ook verschilt het per situatie hoe lang bepaalde informatie door de organisatie bewaard moet worden. Daarbij gaat het niet enkel over de besluitvormingsstukken van de organisatie, maar ook de informatie die voortkomt uit de taken die de GR uitvoert, zodat ze zich ook goed kan verantwoorden. Het is de verantwoordelijkheid van het Openbaar Lichaam om het informatiebeheer goed te regelen. Hierop wordt ook toegezien door een toezichthouder.
Informatiebeveiliging Net zoals bij de informatievoorziening en het recordmanagement, is het essentieel dat de informatiebeveiliging goed geregeld is om te voldoen aan de wettelijke vereisten en om de organisatie in staat te stellen zich goed te verantwoorden. De CISO adviseert over beveiligingsmaatregelen bij inkoop en wijzigingen van informatiesystemen, coördineert incidentafhandeling en zorgt voor naleving van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de cyberbeveiligingswet NIS2. Beveiligingsrisico’s kunnen worden vastgelegd in een ISMS om de effectiviteit van beveiligingsmaatregelen te waarborgen. Met technische en organisatorische maatregelen worden risico’s geminimaliseerd om de integriteit en vertrouwelijkheid van gegevens te beschermen. Privacy
21
Als Openbaar Lichaam ben je verplicht om verwerkingsrelaties in beeld te hebben en de juiste afspraken te maken over gegevensuitwisseling. Om een zorgvuldige gegevensverwerking vooraf en naderhand goed te kunnen verantwoorden en de AVG-principes toe te passen op processen, is het nodig om privacy- en informatiebeveiligingsadvies in te winnen bij nieuwe of te wijzigen processen. Naast het uitvoeren van DPIA’s worden interne audits uitgevoerd om de naleving van privacywetgeving te waarborgen. Daarnaast worden het privacybeleid, de -verklaring en het verwerkingsregister beheerd, worden datalekmeldingen afgehandeld en rechten van betrokkenen uitgevoerd. Een Functionaris Gegevensbescherming wordt aangesteld als interne toezichthouder op de AVG. Onvoorzien Voor onvoorzien wordt een vast bedrag van € 93.300 geraamd. Toelichting baten Bijdragen deelnemende gemeenten De kosten van de GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd worden doorbelast aan de deelgemeenten, op basis van de verdeelsleutel inwonertal. Hierbij worden de overige baten van de kosten afgetrokken. De bijdragen deelnemende gemeenten stijgen door de ontwikkeling van lasten en doordat we de overige bijdragen zijn verlaagd. De bijdrage voor RMT uit BEN waren in 2025 incidenteel, waardoor deze vervallen in 2026.
Tegenover de stijgende bijdrage aan GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd staat een lagere bijdrage voor het Werkplan 21 voor de jeugd. De bijbehorende werkzaamheden worden niet meer met 21 gemeenten, maar met 11 gemeenten opgepakt. Overige bijdragen De overige bijdragen betreffen de inkomsten vanuit het transformatiefonds, de BEN-middelen en vanuit het werkplan 21 voor de jeugd. Dekking werkplan 21 voor de jeugd De bijdrage voor gemeenten stijgt met 70K maar deze kosten worden gedekt vanuit de begroting van werkplan 21vdJ. De inzet is verplaatst van 21vdJ naar Een 10 voor de Jeugd. Gemeenten hoeven vanaf 2026 minder bij te dragen voor het werkplan 21 voor de jeugd. Dit is dus budgetneutraal voor gemeenten.
3.3 Overzicht lasten en baten, naar incidenteel en structureel Er zijn geen incidentele lasten in de begroting opgenomen. Alle lasten zijn structureel.
22
3.4 Bijdragen gemeenten De bijdragen van de deelnemende gemeenten ter dekking van de kosten wordt verdeeld op basis van de verdeelsleutel inwonertal. Onderstaand is de verdeling per gemeente inzichtelijk gemaakt op basis van de inwoneraantallen per 1-1-2024: Bijdragen deelnemende gemeenten Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen Son en Breugel Veldhoven Waalre Peelgemeenten Totaal
Begroting 2025 wijziging april 2025 227.286 534.967 135.207 100.209 261.290 100.371 699.301
Begroting 2026
verschil B2025-/B2026
279.200 657.200 166.100 123.200 321.000 123.300 859.100
-51.914 -122.233 -30.893 -22.991 -59.710 -22.929 -159.799
2.058.632
2.529.100
-470.468
3.5 Inbreng in capaciteit door gemeenten GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd heeft geen personeel in dienst. De capaciteit die benodigd is om de opgaves te realiseren wordt ingebracht door de deelnemende gemeenten en door GR Peelgemeenten. GR Peelgemeenten levert de capaciteit namens de vijf peelgemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren. De financieringsstromen (zowel inwonerbijdrage als inbreng in capaciteit) van de vijf peelgemeenten lopen via GR Peelgemeenten. GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd sluit zelfstandig aan bij Bizob, waardoor de capaciteit van Bizob vanaf 2026 niet meer wordt verrekend met de inwonerbijdragen. Voor de opgaves van 2026 wordt de volgende capaciteit geleverd door de deelnemende gemeenten: Verrekening personeel
Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen Son en Breugel Veldhoven Waalre Peelgemeenten Totaal
Begroting 2025 wijziging april 2025 142.563 573.203 88.650 83.631 172.090 74.547 811.540
Begroting 2026