CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Nota van Zienswijzen

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen wijziging Omgevingsplan Buitengebied Someren - deelgebied 5.34.694 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

k.

Philipsbosweg 7/7a en 9.

extra investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap

l.

Heesterdijk 13

niet mogelijk binnen de projectlocatie. Derhalve is ervoor gekozen

m. Boomen 13

om het bedrag te storten in het gemeentelijke BIO-fonds. i.

De ontwikkeling op deze locatie is een LIR categorie 2 ontwikkeling, hierbij hoeft er geen berekening ingediend te worden om de ontwikkeling te onderbouwen. LIR categorie 2 benoemd dat het perceel goed moet worden ingepast, dit is als dusdanig beoordeeld door de experts van Team Groen.

j.

Voor Vaarsehoefweg 33 is abusievelijk opgenomen dat er een tegenprestatie van € 11.400 wordt vereist. Echter is de gestelde tegenprestatie € 1.485. De tegenprestatie wordt dus geleverd door de ingebrachte beplanting, de berekening hiervan staat wel correct in de bijlagen. De fout omtrent de tegenprestatie wordt hersteld.

k.

Het bouwwerk op Philipsbosweg 9 is in het verleden vergund, het bouwwerk is nooit uitgebreid zonder toestemming van de

53/123

gemeente. In het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied 2011” is het bouwwerk echter niet correct opgenomen, een gedeelte hiervan ligt buiten het recreatiefunctievlak in een bosbestemming. Op basis van de verleende vergunningen wordt deze fout hersteld. De vergunningen zelf worden toegestuurd naar de provincie. l.

Heesterdijk 13 was een locatie waarvoor een losse bestemmingsplanprocedure werd doorlopen. Inmiddels is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden. Het onherroepelijke bestemmingsplan is overgenomen in het omgevingsplan.

m. Beplantingsplan met berekende tegenprestatie is geleverd en terug te vinden in de bijlage van het omgevingsplan. 3.18.8

De beoogde wijze waarop de borging van de fysieke verbetering

Door technische beperkingen van het DSO was het niet mogelijk om de

van de landschappelijke kwaliteit in de vorm van

landschappelijke inpassingsplannen te plaatsen binnen de versie van het

landschappelijke inpassing en sloop is geregeld geeft

ontwerp-omgevingsplan zoals die op het DSO te raadplegen is. Daarom is

rechtsonzekerheid en onduidelijkheid en is daarom in strijd met

ervoor gekozen om een verwijzing te maken naar de gemeentelijke

artikel 5.11 OV. De fysieke verbetering dient te worden geborgd

website.

via een voorwaardelijke verplichting en niet via een gebodsbepaling.

Er is gekozen voor een gebodsbepaling, omdat de uitvoering van de landschappelijke inpassing en sloop essentieel is. Een gebodsbepaling is

De bijlagen waarin de landschappelijke inpassingen en de te

onder de Omgevingswet, in tegenstelling tot de voormalige Wet ruimtelijke

slopen bebouwing worden weergegeven en bepaald dienen

ordening, wel toegestaan.

onderdeel uit te maken van de versie van het omgevingsplan die in het DSO te raadplegen is.

54/123

3.18.9

In de OV worden via diverse werkingsgebieden en daarbij

In het omgevingsplan zijn in hoofdstuk 4 verschillende gebiedstypen

behorende regels uiteenlopende kwetsbare en waardevolle

aangeduid. De gebiedstypen zijn overkoepelend en afhankelijk van het

gebieden beschermd. Dit is opgenomen in de instructieregels in

karakter van de gebieden. Het gaat hierbij om de algemene

paragraaf 5.2 (Basis op orde) in de OV. Deze instructieregels

ontwikkelingsrichting dan wel aanwezige waarden in het gebied. In de

zijn niet volledig verwerkt in het omgevingsplan.

toekomst kan dit een koppeling gaan bieden met de omgevingsvisie.

Dit betreft onder andere het Natuur Netwerk Brabant (NNB).

Binnen een gebiedstype zijn een aantal functies toegestaan. Omdat het

Het omgevingsplan is in strijd met artikel 5.30 OV. In het

gaat om een hele grove gebiedsindeling, komen daar inderdaad ook

omgevingsplan is een gebiedstype Natuurgebied opgenomen.

functies voor die je normaliter niet associeert met dit gebied. Dit zijn

Dit valt deels samen met het werkingsgebied NNB in de OV.

echter bestaande functies en rechten.

Binnen het gebiedstype Natuurgebied worden echter functies

De functie natuur regelt de bescherming op locaties die ook daadwerkelijk

toegestaan die zich niet verhouden met de uitgangspunten van

zijn ingericht als natuurgebied.

het NNB. Daarnaast ontbreekt binnen artikel 4.3 van het omgevingsplan water als toegelaten functie.

Het gebiedstype Natuurgebied is niet hetzelfde als het werkingsgebied NNB. Dit werkingsgebied NNB is in het omgevingsplan opgenomen in de

De gebiedsaanwijzing NNB in het omgevingsplan komt niet

thematische gebiedsaanwijzing Natuur Netwerk Brabant met de

geheel overeen met het werkingsgebied NNB in de

bijbehorende regelingen. Hierin is de bescherming van het NNB

Omgevingsverordening.

opgenomen.

Voorts is een functie Natuur opgenomen. Deze wijkt op veel

Het is een terechte constatering dat water als toegelaten functie ontbreekt

punten af van het NNB. Er is geen voorrangsbepaling of

binnen artikel 4.3. Dit wordt hersteld.

rangorde opgenomen. Dit schept rechtsonzekerheid. Hierdoor zijn de provinciale belangen van de bescherming van het NNB in

Het is ook een terecht constatering dat de gebiedsaanwijzing NNB in het

het geding.

omgevingsplan niet geheel overeen komt met het werkingsgebied NNB in de Omgevingsverordening. Inmiddels is de gebiedsaanwijzing NNB

In het NNB is het werkingsgebied ‘Clubhuis

aangepast aan de provinciale Omgevingsverordening.

hondensportvereniging’ opgenomen. Om vast te kunnen stellen of sprake is van legale bestaande bebouwing en

Voor de hondensportvereniging is in 1968 een vergunning verleend voor

gebruiksactiviteiten is een nadere motivering nodig.

zowel het bouwwerk als het gebruik. Deze vergunning is naar de provincie doorgestuurd om aan te tonen dat het hier gaat om bestaand recht.

55/123

3.18.10

Het omgevingsplan voldoet tevens op andere vlakken nog niet

1. In de algemene bepalingen voor de bouwactiviteiten is opgenomen

aan de instructieregels in paragraaf 5.2 OV (Basis op orde).

dat het bouwen van bouwwerken binnen de ecologische

Dit betreft onder andere:

verbindingszone alleen mogelijk als deze de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone niet

1. Ecologische verbindingszone;

minder geschikt maken. Binnen de regeling betreffende het

2. Cultuurhistorisch waardevol gebied;

aanleggen van oppervlakteverhardingen is een zelfde regeling

3. Aardkundig waardevol gebied;

opgenomen voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen.

4. Reservering waterberging.

2. Het is een terechte constatering dat het provinciale werkingsgebied Cultuurhistorisch waardevol gebied en de gebiedsaanwijzing Cultuurhistorisch waardevol gebied in het omgevingsplan niet geheel overeenkomen. In het ontwerpomgevingsplan is de gebiedsaanwijzing uit het vigerende tijdelijke deel van het omgevingsplan overgenomen. Dit is inmiddels aangepast. In het omgevingsplan is tevens het werkingsgebied vanuit de provinciale omgevingsverordening overgenomen. Daarnaast is de bescherming van monumenten gewijzigd. In de algemene bepalingen bouwactiviteiten is de bescherming van monumenten verankerd. Deze werkt nu vlakdekkend in plaats van objectgericht. 3. Het werkingsgebied Aardkundig waardevol gebied is inmiddels aangepast conform de OV. 4. De regeling betreffende het aandachtsgebied Reservering waterberging is aangepast. Binnen de ‘algemene bepalingen bouwactiviteiten’ is opgenomen dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gebouwen te bouwen binnen het aandachtsgebied reservering waterberging. De vergunning kan alleen worden verleend als is aangetoond dat de bebouwing niet leidt tot een vermindering of verslechtering van het waterbergend vermogen van het gebied en een effectieve werking van het waterbergingsgebied behouden blijft dan wel wordt verbeterd.

56/123

3.18.11

Op een aantal locaties wordt met dit omgevingsplan de functie

De betreffende locaties zijn allemaal agrarische bedrijfslocaties waar in het

‘Veehouderij’ toegekend. Dit betreft een ontwikkeling van een

verleden vergunningen zijn verleend voor het houden van vee, maar welke

veehouderij, als bedoeld in artikel 5.63 OV. De ontwikkelingen

niet correct zijn overgenomen in de vigerende bestemmingsplannen. De

op deze locaties worden niet nader gemotiveerd. Hierdoor zijn

provincie ontvangt van de gemeente een overzicht met daarin de locaties

mogelijk de provinciale belangen met betrekking tot de

en de verleende vergunningen wat betreft het houden van vee.

zorgvuldige veehouderij in het geding. Het betreffen de locaties Akkerweg 1, Heesterdijk 16, Heieind 3, Hoolstraat 6, Slievenstraat 65, Slievenstraat 74, Vaarsehoef 6. 3.18.12

Het werkingsgebied Beperkingen veehouderij zoals opgenomen

Het werkingsgebied Beperkingen veehouderij is aangepast.

in de OV is niet goed overgenomen in het plan. 3.18.13

Het houden van geiten is op grond van artikel 5.61 OV

De regeling is aangepast. In de regeling inzake het exploiteren van een

uitgesloten. Artikel 6.241 van het plan bevat een

veehouderij is opgenomen dat het exploiteren van geitenhouderijen is

verbodsbepaling voor het exploiteren van een geitenhouderij.

verboden. In artikel 6.241 van het ontwerp-omgevingsplan was aansluiting

Artikel 6.242 van het plan bepaalt vervolgens in relatie tot de

gezocht bij de definitie van veehouderij. In de aangepaste regeling is

gebruiksactiviteit exploiteren van een veehouderij dat gronden

‘geiten’ geschrapt, zodat de regeling eenduidig is.

en bouwwerken mogen worden gebruikt voor het bedrijfsmatig fokken, nesten en houden van onder meer geiten. Dit schept onduidelijkheid. 3.18.14

3.18.15

De activiteit mestbewerking wordt enkel in relatie tot de

Bij het exploiteren van een veehouderij en een productiegerichte

gebruiksactiviteiten ‘Veehouderij exploiteren’ en

paardenhouderij is mestbewerking ten behoeve van ter plaatse

‘Productiegerichte paardenhouderijen exploiteren’ gereguleerd.

geproduceerde mest toegestaan. Door de systematiek van het insluiten is

Zie artikelen 6.242 en 6.246 van het plan. Dit is gelet op de

verdere regulering niet noodzakelijk. Door het insluiten is mestbewerking

provinciale ruimtelijke belangen te summier.

alleen toegestaan indien dat in de regels is opgenomen.

Bij bouwpercelen met de functie Bedrijf, zijn de

De gebruiksactiviteiten worden door de koppeling met de locaties op de

gebruiksactiviteiten niet of niet duidelijk gespecificeerd en wordt

kaart gereguleerd. Binnen de functies in hoofdstuk 5 wordt aangegeven

meer omvang toegestaan dan in de vigerende situatie.

welke gebruiksactiviteiten zijn toegestaan met een doorverwijzing naar

Naast het specifiek genoemde gebruik wordt in artikel 6.255 het

hoofdstuk 6. In hoofdstuk 6 is aangegeven per gebruiksactiviteit binnen

exploiteren van een bedrijf in milieucategorie 1 en 2 generiek

welke locatie deze is toegestaan. Het generiek toestaan van bedrijven in

toegestaan. Dit verhoudt zich niet met artikel 5.78, lid 2, sub a

milieucategorie 1 en 2 is conform de huidige plansystematiek.

OV.

De toegestane omvang van de bedrijfsgebouwen is gekoppeld aan een

57/123

De in artikel 6.255 van het plan opgenomen ‘links’, functioneren

omgevingsnorm. Door een technische fout zijn meerdere

bovendien niet. Dit schept rechtsonzekerheid.

omgevingsnormen per locatie aangegeven. Dit is hersteld. Per locatie wordt de reeds toegestane oppervlakte als maximum opgenomen. De links zullen worden hersteld.

In artikel 6.258 worden activiteiten voor Buitenopslag mogelijk gemaakt. Deze mogelijkheden zijn op meerdere locaties ook

Het omgevingsplan geeft een vergunningsplicht voor buitenopslag bij

gekoppeld aan de functie Bedrijf. Dit is niet in overeenstemming

onder andere bedrijven. Dit is conform het gemeentelijke VAB-NAF beleid

met artikel 5.78, lid 2, sub d OV.

uit juni 2018. De gemeente kan zich vinden in het provinciale beleid omtrent de buitenopslag en de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen. De gemeente vindt het echter wenselijk om de mogelijkheid te hebben om buitenopslag toe te staan onder gestelde voorwaarden, waaronder de voorwaarde dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd is. Deze regeling is ook opgenomen in de regelingen voor eerdere deelgebieden, bijvoorbeeld in het bestemmingsplan Buitengebied Someren - deelgebied 4. In het kader van gelijkheid willen wij deze eerder ingezette beleidslijn voortzetten.

3.18.16

Er is geconstateerd dat binnen de regeling betreffende de

Op Houtbroekdijk 12-14 zijn twee vergunningen verleend waaruit blijkt dat

functie Wonen op de locatie aan de Houtbroekdijk 12-14 een

de woning in het verleden is gesplitst, stammend uit 1972 en 1975. Beide

extra wooneenheid wordt toegekend ten opzichte van de

vergunningen worden naar de provincie gestuurd om aan te tonen dat het

vigerende situatie. In de motivering van het plan wordt

hier gaat om vergund recht wat hersteld dient te worden.

aangegeven dat sprake is van een legaal bestaand recht omdat eerder een vergunning is verleend. Dit wordt echter niet

Op Hoijserstraat 18-20 zijn twee bedrijfswoningen aanwezig, Hoijserstraat

aangetoond.

18 en Hoijserstraat 20. Beide bedrijfswoningen zijn vergund en positief bestemd in bestemmingsplan Buitengebied 2014. Hetzelfde recht wordt

Op de locatie aan de Hoijserstraat 20 wordt binnen een

overgenomen in het omgevingsplan.

bouwperceel met de functie Horeca een tweede bedrijfswoning toegekend ten opzichte van de vigerende situatie, op basis

Uit eerdere inventarisaties en uit eerdere correspondentie vanuit de

waarvan slechts één bedrijfswoning is toegestaan. Dit wordt niet

gemeente blijkt dat er sprake is van een noodwoning. Deze noodwoning is

nader gemotiveerd. Dit is in strijd met artikel 5.77 OV.

in de voorgaande plannen nooit als zodanig opgenomen, wat nu wordt hersteld middels het werkingsgebied ‘noodwoning’. Deze documentatie is

58/123

Op de locatie aan de Elenburgweg 5-7 wordt een noodwoning

aangeleverd bij de provincie.

positief bestemd. In de motivering van het plan wordt aangegeven dat sprake is van een legaal bestaand recht. Dit wordt verder niet aangetoond. Dit is in strijd met artikel 5.77 OV. 3.18.17

De ontwikkeling aan de Heesvenstraat 21 is nog niet correct

De intentie is om de vigerende rechten wat betreft bedrijfsbebouwing over

verwerkt in de regels. De maximale omvang van de

te nemen. De maatvoering voor de maximale oppervlakte aan

bedrijfsbebouwing van 516 m2 is niet correct overgenomen in

bedrijfsgebouwen is abusievelijk niet correct opgenomen. Deze fout wordt

de regels. Uit het overzicht ‘maximum oppervlakte

hersteld. De initiatiefnemer heeft een LIR berekening aangeleverd waaruit

bedrijfsbebouwing’ blijkt dat dit bij meer locaties niet klopt.

blijkt dat er een passende tegenprestatie wordt geleverd.

Door het ontbreken van een berekening is het onduidelijk of er sprake is van een tegenprestatie van voldoende omvang in het versterken van omgevingskwaliteit. 3.18.18

Voor de locatie Houtbroekstraat 9 is een dubbel functievlak

Het klopt dat er twee functievlakken zijn ingetekend, dit is een omissie.

‘veehouderij’ opgenomen.

Het oude bouwvlak zal worden verwijderd. Het nieuwe bouwvlak krijgt de functieaanduiding “productiegerichte paardenhouderij”.

Het totale functievlak ‘productiegerichte paardenhouderij’ heeft een omvang van 2,5 ha. Het is onduidelijk hoe de maximale

Het klopt dat het totale functievlak een omvang heeft van 2,5 hectare.

omvang van 1,5 ha bouwperceel wordt geborgd.

Hier is bewust voor gekozen. In het bestemmingsplan “Houtbroekstraat 9”, vastgesteld 28 mei 2014, was het namelijk direct mogelijk om binnen

Hetzelfde geldt voor de intensieve bedrijfstak. De gedeeltelijke

de bestemming “Agrarisch – Agrarisch bedrijf” een productiegerichte

omschakeling zou aanleiding kunnen zijn om hiervoor een

paardenhouderij te vestigen. In het bestaande bouwvlak was daarvoor

maximale omvang te bepalen. Met de nieuwe regeling krijgt

reeds ruimte voor twee grootschalige stallen van zo’n 8.000 m2 aan

deze echter zelfs meer uitbreidingsmogelijkheden, omdat de

oppervlakte. Een van deze stallen is reeds gedeeltelijk opgetrokken, de

aanduiding ‘dierenverblijf uitgesloten’ niet meer terug komt in

andere stal was vergund. Vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit

het plan.

vinden wij het als gemeente onwenselijk om deze bouwmassa op die manier te laten realiseren. In overeenstemming met initiatiefnemer hebben wij daarom gekozen om het bouwvlak van vorm te veranderen zodat de tweede stal op die plek en in die omvang niet langer gerealiseerd

59/123

kan worden. In plaats daarvan biedt het nieuwe bouwvlak ontwikkelmogelijkheden voor de paardenhouderij aan een zijde die minder ruimtelijke impact heeft. Vanwege de mogelijkheden in het bestaande bestemmingsplan konden wij de omvang van de paardenhouderij dus niet beperken en hebben wij voor deze oplossingsrichting gekozen. Het is de intentie van initiatiefnemer om de intensieve bedrijfstak binnen enkele jaren af te stoten en de bedrijfsgebouwen te gebruiken ten behoeve van de productiegerichte paardenhouderij. Met initiatiefnemer is overeengekomen dat de intensieve bedrijfstak in beperkte omvang kan worden voortgezet om ruimte te bieden voor de verdere ontwikkeling van de productiegerichte paardenhouderij. Op termijn zullen deze bedrijfsgebouwen worden gebruikt ten dienste van de paardenhouderij. Het functievlak ‘veehouderij” zal worden aangepast naar het functievlak “productiegerichte paardenhouderij”. De intensieve bedrijfstak komt hiermee onder het overgangsrecht te vallen.

3.19

Appellant 19 – Zienswijze inzake locatie Moorsel 3 Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Moorsel 3, 5715PX Lierop, d.d. 8 oktober 2024, datum ingekomen 08 oktober 2024 3.19.1

Het ontwerp-omgevingsplan wordt als ongebruiksvriendelijk en

De strekking van deze zienswijze komt overeen met punt 3.3.1.

ondoorgrondelijk ervaren. De begrenzingen van de functies zijn

Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie onder punt 3.3.1.

onvoldoende nauwkeurig vastgelegd. Het programma geeft met enige regelmaat een foutmelding waardoor het niet zeker is dat appellant kennis heeft kunnen nemen van het complete ontwerp-omgevingsplan.

60/123

3.19.2

Appellanten wensen op te merken dat voor zover thans legaal

Uitgangspunt van het omgevingsplan is het beleidsneutraal overnemen

opgerichte gebouwen en legaal gebruik wordt wegbestemd,

van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Voor dit perceel is dat het

ingevolge vaste rechtspraak van de Afdeling legaal bestaande

bestemmingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’. Zoals hierna nader wordt

rechten gerespecteerd dienen te worden. Dit betekent dat in

toegelicht, is gebleken dat een aantal regelingen niet correct zijn verwerkt

ieder geval het recent vastgesteld bestemmingsplan ‘Herziening

in het omgevingsplan voor deze locatie. Dit zal worden hersteld.

Moorsel 3 Lierop’ volledig vertaald dient te worden in het nieuwe omgevingsplan. 3.19.3

In het kader van de zorgplicht van artikel 1.6, 1.7 en 1.8 van de

De strekking van deze zienswijze komt overeen met punt 3.16.4.

Omgevingswet moet niet alleen bij een aanvraag om

Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie onder punt 3.16.4.

omgevingsvergunning rekening worden gehouden met de omschreven doelen, ook in het kader van bijvoorbeeld handhavend optreden op gebruik. De doelen in bijvoorbeeld de functie recreatie, zijn zo ruim geformuleerd dat dit tot veel rechtsonzekerheid zal leiden. Deze regel is bovendien niet overeenkomstig het vigerend plan. 3.19.4

De algemene beoordelingsregels zullen leiden tot ongewenste

De strekking van deze zienswijze komt overeen met punt 3.16.5.

rechtsonzekerheid. Daarnaast zorgen deze algemene

Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie onder punt 3.16.5.

beoordelingsregels ervoor dat er niet langer meer sprake is van een gebonden beschikking maar dat bij iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwen zal moeten worden getoetst aan ‘de aantasting van bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen’. Zoals bepaald in artikel 6:101. Dit is niet overeenkomstig de vigerende regeling. 3.19.5

De vigerende voorwaardelijke verplichting in het kader van het

Bij het ontwerp-omgevingsplan is het landschappelijk inpassingsplan voor

landschappelijk inpassingsplan is niet juist opgenomen in de

het perceel Moorsel 3 opgenomen. Er is wel terecht geconstateerd dat aan

ontwerp-regeling. Moorsel 3 is niet gelegen binnen het

de locatie Moorsel 3 niet de locatie ‘landschappelijke inpassing’ is

werkingsgebied landschappelijke inpassing. Bij bijlage 42 is het

gekoppeld. Dit is hersteld.

landschappelijk inpassingsplan voor Moorsel 1 opgenomen.

61/123

3.19.6

Voor het perceel gelden verschillende goothoogten en

Het is een terechte constatering dat verschillende omgevingsnormen voor

verschillende maximum oppervlakten voor bedrijfsbebouwing.

de goothoogte en ook voor de maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing

Ook zijn er meerde aanduidingen van ‘maximum oppervlakte

over elkaar liggen. Dit betreft een technische fout. Dit wordt hersteld.

bijgebouwen’ aanwezig. De toegekende rechten ingevolge het

Hierbij worden de rechten uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan

vigerende plan worden niet gerespecteerd.

‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ overgenomen. De omgevingsnorm ‘maximum oppervlakte bedrijfsbebouwing 770 m2’ is opgenomen voor dit perceel. In de regels is opgenomen dat de maximum bouwhoogte van bedrijfsbebouwing 8 meter bedraagt. Voor een deel van de bebouwing is een omgevingsnorm ‘maximum bouwhoogte bedrijfsbebouwing 5,5 meter’ opgenomen. De maximaal toegestane goothoogte is aangegeven door middel van een omgevingsnorm en bedraagt respectievelijk 3 en 4 meter.

3.19.7

Onduidelijk is welk werkingsgebied groepsaccommodatie van

Het is een terechte constatering dat er meerdere locaties

toepassing is op Moorsel 3-3a.

‘groepsaccommodatie’ aan deze locatie zijn gekoppeld. Dit wordt hersteld. Hierbij worden de rechten uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan ‘Herziening Moorsel 3 Lierop’ overgenomen. De locatie ‘groepsaccommodatie 501’ is opgenomen, hierbinnen is 1 groepsaccommodatie voor maximaal 80 personen toegestaan met genoemde ondergeschikte nevenactiviteiten.

3.19.8

Binnen de regeling voor bed and breakfast is een korte periode

Het uitgangspunt van deze wijziging van het omgevingsplan is het

gedefinieerd als ‘een tot enkele nachten’, het is onduidelijk voor

beleidsneutraal overzetten van de regels in het tijdelijke deel van het

appellanten waarom voor deze nadere specificering is gekozen.

omgevingsplan naar de uiteindelijke structuur van het omgevingsplan.

Daarnaast is niet te zien hoeveel m² aan bed & breakfast wordt

Daarbij is geen inhoudelijke wijziging met betrekking tot een bed and

toegestaan.

breakfast beoogd. Binnen de meeste bestemmingsplannen en ook binnen de meest recente bestemmingsplannen is een korte periode specifieker aangeduid als ‘een tot enkele nachten’. De omschrijving ‘voor een korte periode, namelijk een tot enkele nachten’ sluit ook aan bij de aard en

62/123

bedoeling van een bed and breakfast. Deze formulering is daarom overgenomen in het omgevingsplan en heeft geen inhoudelijke wijziging tot gevolg. De maximale oppervlakte van de bed and breakfast is niet specifiek opgenomen in de regels. Er is een omgevingsnorm opgenomen voor de maximaal toegestane oppervlakte bedrijfsbebouwing. Door middel van de locatie ‘bed and breakfast’ is op de kaart te zien waar deze is toegestaan. 3.19.9

De wijze waarop nu de planregels (gebiedsaanwijzing recreatie /

De regeling betreffende het parkeren is aangepast. Aan het parkeerterrein

parkeren (gebruik)) zijn geschreven, lijkt het erop dat ook

op het perceel Moorsel 3 is de locatie ‘parkeerterrein 501’ toegekend. In

bezoekers van Moorsel 1 gebruik kunnen maken van de

de regels is opgenomen dat deze gronden mogen worden gebruikt voor

parkeerplaats op Moorsel 3.

het parkeren ten behoeve van het naastgelegen recreatiebedrijf. Aan een deel van het perceel Moorsel 3 is de locatie ‘overloopgebied parkeren’ toegekend. In de regels is opgenomen dat indien de parkeergelegenheid binnen de locatie ‘parkeerterrein 501’ volledig is benut, het tevens is toegestaan te parkeren ter plaatse van de locatie ‘overloopgebied parkeren’. Hiermee is uitdrukkelijk bepaald dat alleen bezoekers van het recreatiebedrijf aan de Moorsel 3 gebruik kunnen maken van deze parkeerterreinen en niet de bezoekers van Moorsel 1.

3.19.10

Op de locatie zijn meerdere archeologische waarden

In het omgevingsplan is de gemeentelijke Nota Archeologiebeleid en de

opgenomen, namelijk archeologisch waardevol gebied – 2, 3, 4

bijbehorende Archeologische verwachtingen- en waardenkaart verwerkt.

en 5.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden met archeologische waarden en archeologische verwachtingswaarden. Dit betekent dat er meerdere waarden op één perceel kunnen liggen. Dit wordt gebaseerd op de kaarten behorende bij het beleid. Maar deze waarden kunnen niet over elkaar liggen. De gebiedsaanwijzingen archeologisch waardevol gebied – 2, 3, 4 en 5 liggen over elkaar. Dit betreft een technische fout. Dit wordt hersteld.

63/123

3.20

Appellant 20 – Zienswijze inzake locatie Eindje 6

Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Eindje 6, 5715PK Lierop, d.d. 8 oktober 2024, datum ingekomen 08 oktober 2024 3.20.1

Het ontwerp-omgevingsplan wordt als ongebruiksvriendelijk en

De strekking van deze zienswijze komt overeen met punt 3.3.1.

ondoorgrondelijk ervaren. De begrenzingen van de functies zijn

Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie onder punt 3.3.1.

onvoldoende nauwkeurig vastgelegd. Het programma geeft met enige regelmaat een foutmelding waardoor het niet zeker is dat appellant kennis heeft kunnen nemen van het complete ontwerp-omgevingsplan. 3.20.2

Het bedrijf van appellant heeft verspreid in het buitengebied

Uitgangspunt van het omgevingsplan is het beleidsneutraal overzetten van

van Someren gronden in gebruik met daarop tijdelijke

de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Maar hierbij is wel

teeltondersteunende voorzieningen. In het vigerend

het meest actuele beleid in de regels verwerkt. Om deze reden is voor de

bestemmingsplan Buitengebied is het mogelijk om de voor

regels onder andere aangesloten bij het meest actuele bestemmingsplan.

‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ aangewezen

De regeling betreffende tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen sluit

gronden te gebruiken voor al dan niet bedrijfsmatig agrarisch

hierbij aan.

grondgebruik inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. In dit plan zijn teeltondersteunende

Op grond van het omgevingsplan mogen tijdelijke teeltondersteunende

voorzieningen onderverdeeld in verschillende typen. Het ter

voorzieningen binnen de locatie ‘tijdelijke teeltondersteunende

inzage liggende ontwerp-omgevingsplan kent geen

voorzieningen’ worden opgericht zonder nadere vergunning. Binnen

definitiebepaling van tijdelijke teeltondersteunende

abiotisch waardevol gebied of landschappelijk waardevol gebied, is het

voorzieningen en geen onderverdeling in de diverse typen

plaatsen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen alleen

teeltondersteunende voorzieningen. Dit betekent dat voor elk

toegestaan indien een vergunning is verleend. Deze vergunningsplicht is

soort teeltondersteunende voorziening een vergunning

opgenomen om te kunnen voorkomen dat de specifieke waarden van het

aangevraagd dient te worden en dat deze dient te voldoen aan

gebied aangetast worden.

het toetsingskader van artikel 6.172 onder c van het ontwerpomgevingsplan. Daarmee wordt het nu rechtstreeks toegestane

Eén van de beoordelingsregels voor de vergunning is dat de voorzieningen

gebruik onder de werking van het overgangsrecht gebracht. Er

aansluitend aan het gebouwerf van een agrarisch bedrijf of veehouderij

kan namelijk niet worden voldaan aan de voorwaarde dat de

moeten zijn gelegen. Dit is opgenomen om versnippering tegen te gaan en

64/123

tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen moeten worden

om aantasting van de specifieke waarden van de gebieden te voorkomen.

opgericht aansluitend aan het gebouwerf van een agrarisch

Om de bescherming van de waarden te waarborgen is ervoor gekozen het

bedrijf of veehouderij.

oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen die niet zijn gelegen bij een gebouwerf niet mogelijk te maken met een binnenplanse

Dit geldt overigens ook voor de omgevingsvergunning voor

omgevingsplanactiviteit. Zoals eerder aangegeven is deze regeling reeds

bouwen welke burgemeester en wethouders van Someren op 18

als zodanig in de meest actuele bestemmingsplannen opgenomen.

april 2024 hebben verleend voor het plaatsen van seizoensgebonden wandelkappen tussen Moorsel en Hogeweg

De door appellant genoemde omgevingsvergunning voor bouwen d.d. 18

ong. te Lierop.

april 2024 betreft een vergunning voor het plaatsen van seizoensgebonden wandelkappen tussen Moorsel en Hogeweg ong. te Lierop in de periode

Vorenstaande is ook in strijd met het Beleid

van april tot en met september. De hieruit voortvloeiende rechten zijn

teeltondersteunende voorzieningen 2018.

verwerkt in het definitieve omgevingsplan.

Appellanten willen graag in overleg met de gemeente om te laten zien welke mogelijkheden er allemaal zijn met behoud van de gebiedswaarden. 3.20.3

Diverse gronden van appellant zijn gelegen binnen het

De regeling betreffende het aandachtsgebied waterhuishouding is een

aandachtsgebied waterhuishouding. Appellant vreest dat deze

uitwerking van de provinciale Omgevingsverordening. In artikel 5.41 van

regeling haar bedrijfsmogelijkheden in de toekomst gaat

de Omgevingsverordening is aangegeven dat een omgevingsplan ter

beperken. Voor het aanleggen van een drainage geldt een

plaatse van ‘Attentiezone waterhuishouding’ tot bescherming van de

omgevingsvergunningplicht, ongeacht de diepte. Waarom

waterhuishouding strekt en functies en activiteiten uit moet sluiten die een

hiervoor is gekozen, blijkt niet uit de motivering behorende bij

negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het

het ontwerp-omgevingsplan.

hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Dit betreft een instructieregel

Een vergunning kan alleen worden verleend als dit geen

die gemeenten in het omgevingsplan moeten verwerken. Deze regeling

onevenredige afbreuk doet aan de bescherming van de

kan daarom niet gewijzigd of geschrapt worden.

waterhuishouding en de hydrologische instandhoudingsdoelen. De planregeling is niet voldoende concreet en objectief begrensd, hetgeen in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.

65/123

3.20.4

Op diverse gronden van eigenaar zijn meerdere

In het omgevingsplan is de gemeentelijke Nota Archeologiebeleid en de

werkingsgebieden archeologische waardevol gebied opgenomen,

bijbehorende Archeologische verwachtingen- en waardenkaart verwerkt.

namelijk archeologisch waardevol gebied 3, 4 en 5. Het kan niet

Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden met archeologische

zo zijn dat één perceel meerdere archeologische gebieden kent.

waarden en archeologische verwachtingswaarden. Dit betekent dat er weldegelijk meerdere waarden op één perceel kunnen liggen. Dit wordt gebaseerd op de kaarten behorende bij het beleid. Maar deze waarden kunnen niet over elkaar liggen. De gebiedsaanwijzingen archeologisch waardevol gebied – 3, 4 en 5 liggen over elkaar. Dit betreft een technische fout. Dit is hersteld.

3.20.5

In het kader van de zorgplicht van artikel 1.6, 1.7 en 1.8 van de

De strekking van deze zienswijze komt overeen met punt 3.16.4.

Omgevingswet moet niet alleen bij een aanvraag om

Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie onder punt 3.16.4.

omgevingsvergunning rekening worden gehouden met de omschreven doelen, ook in het kader van bijvoorbeeld handhavend optreden op gebruik. De doelen zijn zo ruim geformuleerd dat dit in strijd is met de rechtszekerheid.

3.21

Appellant 21 – Zienswijze inzake locatie Moorsel 1

Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Moorsel 1, 5715PX Lierop, d.d. 7 oktober 2024, datum ingekomen 9 oktober 2024 3.21.1

Het ontwerp-omgevingsplan wordt als ongebruiksvriendelijk en

De strekking van deze zienswijze komt overeen met punt 3.3.1.

ondoorgrondelijk ervaren. De begrenzingen van de functies zijn

Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie onder punt 3.3.1.

onvoldoende nauwkeurig vastgelegd. Het programma geeft met enige regelmaat een foutmelding waardoor het niet zeker is dat appellant kennis heeft kunnen nemen van het complete ontwerp-omgevingsplan. 3.21.2

De gebiedsaanduiding recreatie staat het toe dat binnen de

In de regeling betreffende de functie recreatie is bepaald dat locaties met

hoofdfunctie recreatie parkeerplaatsen zijn toegestaan. Dit is

de functie recreatie zijn bedoeld voor recreatieve doeleinden met

66/123

een verruiming ten opzichte van het tijdelijk deel van het

bijbehorende recreatieve voorzieningen. Tevens is bepaald dat een aantal

vigerend plan ‘Moorsel 1’. Ingevolge het tijdelijk deel zijn

inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij

slechts parkeervoorzieningen toegestaan binnen de aanduiding

de functie zijn toegestaan. Dit betreffen een inrichting van het erf en

‘parkeerterrein’. In het ontwerp-omgevingsplan is ten onrechte

voorzieningen die naar algemene maatstaven als een normale inrichting

aan de voorzijde van het plan geen ontwerplocatie

en gebruik van het erf worden beschouwd. Hieronder vallen ook

‘parkeerterrein’ toegekend.

parkeervoorzieningen.

Bovendien lijkt het erop dat bezoekers van Moorsel 1 gebruik

Het omgevingsplan is op een aantal punten aangepast. De locatie

kunnen maken van de parkeerplaats op Moorsel 3. Dit kan niet

‘parkeerterrein 500’ is opgenomen voor de parkeerterreinen conform het

de bedoeling zijn.

bestemmingsplan ‘Moorsel 1 Lierop’, ook aan de voorzijde van het plan. In de betreffende regeling is opgenomen dat deze gronden mogen worden gebruikt voor het parkeren ten behoeve van het naastgelegen recreatiebedrijf. Voor Moorsel 3 is een aparte locatie ‘parkeerterrein 501’ opgenomen. Hiermee is uitdrukkelijk bepaald dat bezoekers van het recreatiebedrijf aan de Moorsel 1 alleen gebruik kunnen maken van de parkeerterreinen op het perceel Moorsel 1 en niet van het parkeerterrein aan de Moorsel 3.

3.21.3

Het is onduidelijk welk werkingsgebied groepsaccommodatie

De intentie is om de vigerende rechten van het bestemmingsplan ‘Moorsel

van toepassing is op Moorsel 1. Door de ontwerp-planregels

1 Lierop’ over te nemen.

wordt geen recht gedaan aan het vigerend plan, geen van de leden in artikel 6.303 ziet op een groepsaccommodatie voor 40

Het is een terechte constatering dat verschillende locaties

personen.

‘groepsaccommodatie’ over elkaar liggen. Dit betreft een technische fout. Dit is hersteld. Aan dit perceel wordt de locatie ‘groepsaccommodatie 502’ toegekend. Toegestaan zijn 2 groepsaccommodaties voor 25 personen per accommodaties. In het tijdelijke deel van het omgevingsplan ‘Moorsel 1 Lierop’ is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – groepsccommodatie’ 2 groepsaccommodaties zijn toegestaan en dat per groepsaccommodatie maximaal 25 personen mogen verblijven.

67/123

Aangezien de digitale versie van deze regeling de juridisch geldende regeling is, is deze vertaald in het omgevingsplan. 3.21.4

Moorsel 1 is niet gelegen binnen het werkingsgebied

De intentie is om de vigerende rechten over te nemen. De locatie ten

‘landschappelijke inpassing’. Gelet op de redactie van de

behoeve van de landschappelijke inpassing is abusievelijk niet

ontwerp-regels geldt er geen verplichting om het

opgenomen. Deze fout wordt hersteld. In het landschappelijk

landschappelijk inpassingsplan te realiseren en in stand te

inpassingsplan is een termijn bepaald waarbinnen de landschappelijke

houden. In het landschappelijk inpassingsplan is daarnaast geen

inpassing uitgevoerd moet zijn.

termijn genoemd waarbinnen de inpassing moet zijn gerealiseerd. 3.21.5

De mogelijkheid voor het oprichten van bedrijfsgebouwen wordt

De intentie is om de vigerende rechten over te nemen. Abusievelijk zijn

met het ontwerp-omgevingsplan onacceptabel verruimd ten

verschillende omgevingsnormen ‘maximum oppervlakte bedrijfsbebouwing’

opzichte van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit geldt

opgenomen. Dit wordt hersteld. Alleen de omgevingsnorm ‘maximum

voor zowel de oppervlakte als de goothoogte.

oppervlakte bedrijfsbebouwing 570 m2’ zal worden opgenomen. Ook voor de goothoogte zijn de vigerende regels niet juist overgenomen. Dit wordt hersteld.

3.21.6

Het ontwerp-omgevingsplan geeft een verruiming voor het

De intentie is om de vigerende rechten over te nemen. De maatvoering

bouwen van sanitaire voorzieningen. In de regels wordt ten

voor de goot- en bouwhoogte ten behoeve van de sanitaire voorzieningen

onrechte geen goot- en bouwhoogte meer voorgeschreven. In

zijn abusievelijk niet opgenomen. Dit wordt hersteld.

het huidige bestemmingsplan is een goothoogte van 3 meter en een bouwhoogte van 5,5 meter toegestaan. 3.21.7

3.21.8

Het ontwerp-omgevingsplan geeft een verruiming voor het

De intentie is om de vigerende rechten over te nemen. De maximale

bouwen van speeltoestellen. De maximaal toegestane hoogte

toegestane hoogte voor speeltoestellen is abusievelijk niet correct

was 4,5 meter en wordt 10 meter.

opgenomen. Dit wordt hersteld.

In het ontwerp-omgevingsplan is de mogelijkheid toegekend om

De regeling voor schuilgelegenheden is gewijzigd. De bestaande

een schuilgelegenheid te bouwen aan Moorsel 1. Dit is een

schuilgelegenheden zijn specifiek aangeduid. Nieuwe schuilgelegenheden

verruiming ten opzichte van het vigerende plan.

kunnen alleen middels een vergunning gebouwd worden binnen de functie Agrarisch grondgebruik.

68/123

3.22

Appellant 22 – Zienswijze inzake locatie Otterdijk 1

Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Otterdijk 1, 5715RH Lierop, d.d. 7 oktober 2024, datum ingekomen 9 oktober 2024 3.22.1

Op de locatie is een pluimveehouderij aanwezig. Appellant wil

In hoofdstuk 4 van het omgevingsplan zijn de gebiedstypen aangeduid en

graag duidelijkheid over de leesbaarheid van de regels en de

een aantal thematische gebiedsaanwijzingen. Binnen de gebiedstypen zijn

structuur.

verschillende functies toegestaan. In hoofdstuk 4 is daartoe een doorverwijzing opgenomen naar de functies in Hoofdstuk 5. Deze komen

Voor deze locatie dient naast de gebiedsaanwijzing Agrarisch

overeen met de enkelbestemmingen uit de bestemmingsplannen. In

bedrijf ook de gebiedsaanwijzing Veehouderij opgenomen te

Hoofdstuk 5 is opgenomen welke activiteiten (aanleg, bouw- en

worden.

gebruiksactiviteiten) zijn toegestaan binnen een functie en is een doorverwijzing opgenomen naar hoofdstuk 6. In hoofdstuk 6 zijn vervolgens de activiteiten gereguleerd. Waar deze in de bestemmingsplannen waren opgenomen bij de betreffende bestemming, zijn deze in de nieuwe systematiek opgenomen binnen één hoofdstuk en meer thematisch gegroepeerd. De activiteiten zijn alleen toegestaan op een locatie indien deze op de verbeelding zijn aangeduid met een werkingsgebied (in de regels locatie genoemd). In artikel 6.3 is bepaald dat alleen activiteiten die zijn aangeduid op de locatie zijn toegestaan. Uitgangspunt van het DSO is dat een overzicht van de op een locatie geldende regels kan worden verkregen door op de locatie te klikken en vervolgens door te klikken op de functies en bijbehorende regels. In dit geval is terecht geconstateerd dat de functie veehouderij ontbreekt.

69/123

Deze zal alsnog worden opgenomen voor deze locatie. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de regeling voor veehouderijen is aangepast. In het ontwerp-omgevingsplan is aan een veehouderij zowel de functie agrarisch bedrijf als de functie veehouderij toegekend. In de definitieve regeling heeft een veehouderij alleen de functie veehouderij en is deze regeling aangevuld zodat binnen deze functie ook agrarische bedrijven zijn toegestaan. 3.22.2

Appellant heeft een aantal omissies geconstateerd en een aantal

a.

vragen gesteld: a.

Wat is het nut van de doelen in de verschillende

Deze vraag komt overeen met punt 3.16.4. Kortheidshalve verwijzen wij naar onze beantwoording onder punt 3.16.4.

b.

De typefout wordt hersteld.

c.

De regels voor de toegestane bouw- en goothoogten zijn

artikelen.

opgenomen in de verschillende bouwactiviteiten. Welke

b.

Typefout 5.65

bouwactiviteiten zijn toegestaan is te vinden in hoofdstuk 5

c.

Waar staan de regels voor bouw- en goothoogte voor veehouderijen?

d. e.

f.

g.

In het omgevingsplan is bepaald dat het bouwen van bijgebouwen

Bij iedere toename bijgebouwen bij woningen toename

bij de woning is toegestaan tot een maximum oppervlakte van 100

sloopbonusregeling

m2 binnen de locatie ‘bijgebouwen’. Indien er sprake is van meer

Zijn aanlegactiviteiten zoals genoemd bij functie

dan 100 m2 kan vergunning worden verleend indien is voldaan aan

agrarisch (5.4) ook van toepassing op

de sloopbonusregeling. Op deze locatie mist echter abusievelijk de

veehouderijlocaties?

locatie bijgebouwen. Dit zal worden hersteld.

In artikel 6.239 zijn regels opgenomen voor

e.

De regeling voor agrarische bedrijven en veehouderijen is

veehouderijen terwijl de paragraaf niet van toepassing

aangepast ten opzichte van het ontwerp-omgevingsplan. In het

is op veehouderijen (6.236 lid 2).

ontwerp was aansluiting gezocht bij de

In artikel 6.239 is een regel opgenomen dat er geen

bestemmingsplansystematiek. Een veehouderij had daarbij zowel

toename mag zijn van stikstofdepositie. In artikel 6.238

de functie agrarisch bedrijf als veehouderij. Binnen de functie

staat dat er geen vergunningsplicht is als er geen

agrarisch bedrijf waren de bepalingen voor het bouwen van

toename is. Dan is toetsing overbodig?

agrarische bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken

h. Wie beoordeeld of er sprake is van uitstoot van geluid, i.

betreffende de functie veehouderij. d.

opgenomen. Deze waren ook van toepassing op een veehouderij.

stof en geur (6.238 lid 2)?

Binnen de functie veehouderij waren daarnaast nog specifieke

In de regels is een verbod op een toename van

bepalingen opgenomen. Vanwege de leesbaarheid van de regeling

70/123

stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie

is deze aangepast. Een veehouderij heeft in de definitieve regeling

opgenomen. Deze regeling is niet werkbaar voor

alleen de functie veehouderij. Binnen de functie veehouderij zijn

veehouderijen. Appellant verzoekt om uit te gaan van

zowel agrarische bedrijven als veehouderijen toegestaan. Binnen

de geldende vergunning Natura2000-activiteit op het

deze functie is bepaald welke bouw-, gebruiks- en

moment van vaststellen van het omgevingsplan.

aanlegactiviteiten zijn toegestaan. f.

Deze regeling is aangepast, zie punt e.

g.

In artikel 6.238 van het ontwerp-omgevingsplan is opgenomen dat het verboden is zonder vergunning de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf te wijzigen. Na een heroverweging is besloten deze vergunningsplicht te schrappen. Voor een toelichting verwijzen wij naar de paragraaf met ambtshalve wijzigingen verderop in de nota.

h. Zie de reactie onder punt g. i.

De strekking van deze zienswijze komt overeen met punt 3.11.3. Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie onder punt 3.11.3.

3.22.3

Tijdens de inventarisatie is geconstateerd dat er een aantal

Appellant refereert in de zienswijze naar een brief waarin is aangegeven

strijdigheden zijn op deze locatie. Appellant verzoekt het

dat bij de gemeente de toekomstplannen bekend zijn. Echter blijkt uit de

bouwvlak aan te passen, zodat een aantal strijdigheden worden

zienswijze dat de toekomstplannen toch anders zijn dan door de gemeente

opgelost. Dit betreffen een deel van de woning, verharding

werden verondersteld. Met deze zienswijze is duidelijk waar appellant zich

rondom het zwembad en tuin met speelvoorzieningen.

in de toekomst op wil inzetten. Daarbij wordt het verzoek gedaan om het

Door de aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ mogen de

functievlak voor de veehouderij van vorm te veranderen en te vergroten.

veehouderij en de bijbehorende bebouwing niet toenemen.

Er is geen sprake is van een concreet initiatief. Door appellant is een

Omdat de eigenaar ook de wens heeft om deel te nemen met

uitwerking van het nieuwe beoogde functievlak opgenomen. Dit ziet niet

het beter leven keurmerk 1 ster voor vleeskuikens, zijn uitlopen

verder dan een tekening van het door appellant gewenste functievlak. Het

voor de vleeskuikens noodzakelijk. De wens is dan ook om een

wordt niet duidelijk wat bijvoorbeeld de effecten zijn van de beoogde

grotere vormverandering van het bouwvlak door te voeren.

ontwikkeling ten opzichte van de milieuaspecten, flora en fauna, bodem,

Hiermee komt het volledige bouwvlak buiten de provinciale

enz. Daarnaast is niet duidelijk hoe de ontwikkeling zich verhoudt tot de

aanduiding beperkingen veehouderij te liggen. Ook komt het

nabijgelegen (woon)functies. De door appellant gewenste ontwikkeling kan

tegemoet aan het beleid van de provincie om geen (intensieve)

allerlei effecten hebben die niet tijdig zijn onderzocht om hier een

veehouderij binnen de aanduiding beperkingen veehouderij te

standpunt over te kunnen innemen. Daarnaast hebben direct omwonenden

71/123

hebben. Met de vormverandering wordt het dan mogelijk om de

en andere partijen geen mogelijkheid gehad om de plannen in het

uitlopen tussen en achter de stallen te realiseren en de

ontwerp-omgevingsplan te beoordelen en hier hun mening over te

geconstateerde strijdigheden op te lossen. Er is een bijlage

vormen. Dit is een stap die, zeker ook voor de beoogde ontwikkeling op de

bijgevoegd met het aangepaste vlak.

bewuste locatie, wel belangrijk is om te zetten. Zonder deze onderzoeken en informatie kan onvoldoende beoordeeld worden of er sprake is van een

De eigenaar wil hierover verder ook graag in overleg gaan.

evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Appellant wordt verzocht om voor de door appellant gewenste ontwikkeling een principe-/conceptverzoek in te dienen bij de gemeente. Op die wijze kan via de reguliere weg een afweging gemaakt worden over de wenselijkheid van deze ontwikkeling en is daarbij ook ruimte om het overleg hierover aan te gaan. Op dat moment kan er ook aandacht zijn voor een oplossing van de geconstateerde zaken die zijn opgemerkt ten tijde van de voorbereiding van dit omgevingsplan.

3.23

Appellant 23 – Zienswijze inzake locatie Moorsel 5 Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Moorsel 5, 5715PX Lierop, d.d. 7 oktober 2024, datum ingekomen 9 oktober 2024 3.23.1

Het ontwerp-omgevingsplan wordt als ongebruiksvriendelijk en

De strekking van deze zienswijze komt overeen met punt 3.3.1.

ondoorgrondelijk ervaren. De begrenzingen van de functies zijn

Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie onder punt 3.3.1.

onvoldoende nauwkeurig vastgelegd. Het programma geeft met enige regelmaat een foutmelding waardoor het niet zeker is dat appellant kennis heeft kunnen nemen van het complete ontwerp-omgevingsplan. 3.23.2

Appellanten wensen op te merken dat voor zover thans legaal

Uitgangspunt van het omgevingsplan is het beleidsneutraal overnemen

opgerichte gebouwen en legaal gebruik wordt wegbestemd,

van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Zoals hierna nader wordt

ingevolge vaste rechtspraak van de Afdeling legaal bestaande

toegelicht, is gebleken dat een aantal regelingen niet correct zijn verwerkt

72/123

3.23.4

rechten gerespecteerd dienen te worden.

in het omgevingsplan voor deze locatie. Dit zal worden hersteld.

Er zijn een viertal archeologische waarden opgenomen op

In het omgevingsplan is de gemeentelijke Nota Archeologiebeleid en de

hetzelfde perceel. Daar voor elk archeologisch gebied andere

bijbehorende Archeologische verwachtingen- en waardenkaart verwerkt.

eisen gelden, kan het niet zo zijn dat één perceel meerdere

Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden met archeologische

archeologische waarden kent.

waarden en archeologische verwachtingswaarden. Voor de verschillende categorieën zijn maximale maatvoeringen opgenomen voor de oppervlakte van de bodemverstoring waarvoor geen vergunningsplicht geldt. Deze maatvoeringen zijn overgenomen in het omgevingsplan. Het is wel mogelijk dat op één perceel meerdere archeologische waarden zijn opgenomen. Deze kunnen echter niet overlappen. In het ontwerpomgevingsplan is dit wel het geval. Dit betreft een omissie die is ontstaan vanuit de software. Dit wordt hersteld.

3.23.5

In het kader van de zorgplicht van artikel 1.6, 1.7 en 1.8 van de

De strekking van deze zienswijze komt overeen met punt 3.16.4.

Omgevingswet moet niet alleen bij een aanvraag om

Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie onder punt 3.16.4.

omgevingsvergunning rekening worden gehouden met de omschreven doelen, ook in het kader van bijvoorbeeld handhavend optreden op gebruik. De doelen in bijvoorbeeld artikel 5.8 zijn zo ruim geformuleerd dat dit in strijd is met de rechtszekerheid. 3.23.6

De algemene beoordelingsregels zullen leiden tot ongewenste

De strekking van deze zienswijze komt overeen met punt 3.16.5.

rechtsonzekerheid. Daarnaast zorgen deze algemene

Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie onder punt 3.16.5.

beoordelingsregels ervoor dat er niet langer meer sprake is van een gebonden beschikking maar dat bij iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwen zal moeten worden getoetst aan ‘de aantasting van bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen’. Zoals bepaald in artikel 6:101. 3.23.7

Voor het perceel geldt een volledige aanduiding

Een deel van de locatie ligt binnen het werkingsgebied cultuurhistorisch

cultuurhistorisch waardevol gebied. Het is niet duidelijk op

waardevol gebied. In het geldende tijdelijk deel van het omgevingsplan

welke wijze deze planregel bij de aanvraag voor een

Buitengebied 2011 is dit gedeelte van het perceel reeds aangeduid als

omgevingsvergunning voor de bouw van een bouwwerk zal

cultuurhistorisch waardevol. Ook binnen de provinciale

73/123

worden getoetst.

Omgevingsverordening (OV) is dit gebied gelegen binnen cultuurhistorisch waardevol gebied. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan en in de instructieregels van de OV zijn reeds regels opgenomen ter bescherming van deze waarden. De toetsing zal dan ook niet wijzigen ten opzichte van de huidige situatie.

3.23.8

Voor het gebruik van een veldschuur zijn geen nadere

In de begripsomschrijving is een definitie van veldschuur opgenomen.

bepalingen opgenomen. Appellant gaat ervan uit dat een

Daarin is aangegeven dat een veldschuur een gebouw is dat wordt

dergelijk gebouw aanwezig mag zijn en gebruikt mag worden

gebruikt voor de opslag van agrarische grondstoffen, agrarische producten

ten behoeve van alle op het betreffende perceel/gebouw

en/of agrarische werktuigen voor het gebruik, beheer en onderhoud van

toegestane functies ook al zou dit gebruik afwijken van de

de direct aangrenzende agrarische gronden, mits binnen de veldschuur en

definitie zoals opgenomen in het plan. Daarnaast is het gelet op

de direct aangrenzende gronden geen bedrijfsmatige inrichting aanwezig

artikel 6.183 niet duidelijk of onderhoud wel mogelijk is.

en/of toegestaan is. Uit deze definitie blijkt dat het niet beoogd is een ander gebruik toe te staan. In de definitieve versie is een regeling opgenomen dat specifiek het gebruik van veldschuren regelt. Deze regeling sluit aan bij de begripsomschrijving en benadrukt de bedoeling van de regeling. Op basis van het overgangsrecht is een locatie ‘veldschuur’ opgenomen. De regeling voor de veldschuren is een specifieke regeling en bedoelt als een soort uitsterfconstructie. In de regels is opgenomen dat het nieuw bouwen, herbouwen, verbouwen, vervangen en/of uitbreiden niet is toegestaan. In principe is het plegen van (normaal) onderhoud vergunningsvrij en daarmee toegestaan. Tenzij de aangebrachte wijzigingen aan het bouwwerk onder verbouwen valt, dan is dit niet toegestaan. Bij de heroverweging naar aanleiding van de zienswijze is geconstateerd dat de bouw- en goothoogte van de veldschuur nog niet zijn verwerkt. Dit is hersteld, er is een omgevingsnorm voor de maximale goothoogte opgenomen van 2,2 meter en voor de maximale bouwhoogte van 3,83

74/123

meter. 3.23.9

Bestudering van artikel 6.1.8 leert dat de regels voor

In het tijdelijk deel van het omgevingsplan is het bouwen van een

schuilgelegenheden in het omgevingsplan strenger zijn dan de

schuilgelegenheid niet rechtstreeks toegestaan, alleen middels een

regels zoals opgenomen in het tijdelijk deel van het vigerend

afwijkingsbevoegdheid. Om gebruik te kunnen maken van de

plan. Deze ongemotiveerde aanpassing van het plan brengt hen

afwijkingsbevoegdheid moest aan de gestelde voorwaarden worden

in een nadeligere positie.

voldaan en aan de algemene regels in o.a. artikel 34. In artikel 34 is de voorwaarde opgenomen dat bij het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd moet zijn. Deze regeling is vertaald in het omgevingsplan. Bij de heroverweging naar aanleiding van de zienswijze is geconstateerd dat de bouw- en goothoogte van de schuilgelegenheid nog niet zijn verwerkt. Er wordt een omgevingsnorm opgenomen voor de maximale goothoogte van 2,45 meter en de maximale bouwhoogte van 4,18 meter.

3.23.10

Op locatie is de gebiedsaanduiding ‘Ecologische

Het is een terechte constatering dat aan een deel van het perceel de

verbindingszone’ opgenomen. Het opnemen van een dergelijke

gebiedsaanwijzing ecologische verbindingszone is gekoppeld. Deze is in de

zone is ten onrechte niet gemotiveerd en leidt tot ongewenste

definitieve versie van het omgevingsplan aangepast aan de provinciale

belemmeringen ten aanzien van de bouw- en

omgevingsverordening en van het perceel van appellanten verwijderd.

gebruiksmogelijkheden van het perceel. 3.23.11

Het perceel van appellant kent geen nadere aanduiding

Op basis van de regeling voor het bouwen van bijgebouwen bij een woning

‘bijgebouwen’. Voor de beoordeling van een aanvraag

is het binnen de locatie bijgebouwen toegestaan bijgebouwen te bouwen

omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijgebouw

met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 100 m² als voldaan

moet worden teruggevallen op de algemene bouwregels uit

wordt aan de gestelde voorwaarden. Voor het bouwen van meer

artikel 6.101. Indien artikel 6.154 wel van toepassing is wordt

oppervlakte aan bijgebouwen is een vergunningsplicht opgenomen. In de

bebouwing alleen toegestaan indien er wordt gesloopt. Dit

bijbehorende beoordelingsregels is onder andere als voorwaarde gesteld

betreft een soort stalderingsregel. Door deze regeling komt

dat er gesloopt moet worden. Dit komt overeen met de regeling zoals deze

appellant in een nadeliger positie.

is opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Voor het perceel Moorsel 5 is abusievelijk geen locatie bijgebouwen opgenomen in het ontwerp-omgevingsplan. Dit wordt hersteld. Hiermee behoudt appellant de huidige mogelijkheden.

75/123

3.24

Appellant 24 – Zienswijze inzake locatie Laan ten Boomen 29

Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Laan ten boomen 29, 5715AA Lierop, d.d. 7 oktober 2024, datum ingekomen 9 oktober 2024 2.24.1

Er is recent een beplantingsplan aangeleverd voor de locatie,

Het landschappelijke inpassingsplan is abusievelijk niet goed verwerkt in

echter is deze onjuist en niet volledig overgenomen in het

het omgevingsplan, dit wordt hersteld.

ontwerp-omgevingsplan. Het functievlak ‘Agrarisch bedrijf’ en de locatie ‘landschappelijke inpassing’ zijn aangepast conform het landschappelijk inpassingsplan.

3.25

Appellant 25 – Zienswijze Waterschap Aa en Maas

Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze Waterschap Aa en Maas, d.d. 7 oktober 2024, datum ingekomen 9 oktober 2024 3.25.1

Het waterbeheerprogramma ontbreekt in de planMER en de

Naar aanleiding van de zienswijze hebben een aantal overleggen

motivering. Dit maakt dat niet duidelijk is of met de keuzes in

plaatsgevonden met het waterschap. Daarin zijn de door de gemeente

dit plan de waterbelangen (veilig, voldoende en schoon)

gemaakte keuzes toegelicht. De gemeente heeft per 1 januari 2024 van

voldoende zijn meegewogen. Het waterschap gaat graag in

rechtswege een tijdelijk omgevingsplan. Het uitgangspunt van deze

overleg met de gemeente, waterschap De Dommel en de

wijziging is met name geweest om de regels voor deelgebied 5 zo veel

provincie.

mogelijk beleidsneutraal over te zetten naar de uiteindelijke structuur van het omgevingsplan. Op deze manier is er een basisset met regels die verder uitgewerkt kan worden. De overige regels in het tijdelijke deel blijven gelden. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om één omgevingsplan op te stellen voor het ambtsgebied. Het omzetten naar het uiteindelijke omgevingsplan betreft een doorlopend proces. Dit is een begin. Er zijn nog veel onderwerpen die verwerkt moeten worden. Water is een gebiedsdekkend thema. Deze zal in de transitiefase verder uitgewerkt worden en opgenomen in het omgevingsplan. In de motivering behorende

76/123

bij het omgevingsplan zal deze keuze duidelijker worden toegelicht. 3.25.2

De riooltransportleiding en de daarbij behorende

Deze constatering is terecht. De riooltransportleiding en de

beschermingszone vanuit Lierop is niet opgenomen als

beschermingszone zijn alsnog opgenomen. In het omgevingsplan is een

beperkingsgebied.

gebiedsaanwijzing ‘beperkingengebied buisleiding – riool’ opgenomen met de daarbij behorende regeling ter bescherming van de riooltransportleiding.

2.25.3 2.25.4

Binnen het gebiedstype Natuurgebied ontbreekt de functie

Het is een terechte constatering dat de functie water ontbreekt binnen het

water.

gebiedstype Natuurgebied. Dit is hersteld.

De regel omtrent hydrologisch neutraal ontwikkelen ontbreekt in

De regeling omtrent hydrologisch neutraal ontwikkelen is inmiddels

het omgevingsplan, deze is wel aanwezig in deelgebieden 1 t/m

verwerkt in de regels. Deze is opgenomen in de sub-paragraven

4.

‘Landschappelijke inpassing aanleggen, in stand houden of verwijderen’, en ‘Oppervlakteverhardingen aanleggen’. De regeling is tevens opgenomen binnen de algemene bepalingen betreffende bouwactiviteiten.

2.25.5 2.25.6 2.25.7

Er is een aandachtsgebied reservering waterberging. Er zijn

De regeling omtrent het aandachtsgebied reservering waterberging is in de

echter geen specifieke regels opgenomen.

definitieve versie aangevuld.

Bij een aantal kaartlagen wordt er niet uitgegaan van de meest

De meest actuele situatie uit de legger is alsnog verwerkt in het

actuele situatie uit de legger.

omgevingsplan.

Door de ontwikkeling aan de Houtbroekstraat 9 is er een

De motivering van de ontwikkeling is aangepast op dit onderdeel. Hierbij is

toename van 7.000 m² aan verhard oppervlak. De toename

nader onderbouwd op welke wijze er maatregelen worden genomen om

wordt niet nader onderbouwd in een tabel of overzichtstekening.

versnelde afstroming van het hemelwater te voorkomen en daarmee kan

Het waterschap verzoekt om een nadere onderbouwing zodat

de ontwikkeling op een hydrologisch neutrale manier worden gerealiseerd.

inzichtelijk gemaakt wordt dat er voldoende maatregelen

Aangetoond is dat er met de ontwikkeling een toename van 2.186 m²

worden genomen om versnelde afstroming van het hemelwater

verhard oppervalk is. In verband met de toename van het verhard

te voorkomen en de ontwikkeling op een hydrologisch neutrale

oppervlak zal er een nieuwe infiltratievoorziening worden gerealiseerd. Aan

manier wordt gerealiseerd.

de hand van het beleid zou er sprake moeten zijn van een benodigde compensatie van ten minste 33 m³. Met de realisatie van de infiltratievoorziening, zijnde een infiltratiewadi, is er een maximale capaciteit van 140 m³. Dit voldoet dus aan het principe voor hydrologisch neutraal ontwikkelen.

77/123

3.26

Appellant 26 – Zienswijze inzake locatie Slievenstraat 65

Zienswijze

Gemeentelijke beantwoording

Zienswijze inzake Slievenstraat 65, 5711PJ Someren, d.d. 7 oktober 2024, datum ingekomen 9 oktober 2024 3.26.1

Appellant merkt in zijn algemeenheid op dat het vrijwel

De Omgevingswet heeft een andere systematiek dan de Wet ruimtelijke

onmogelijk is om een integraal overzicht te krijgen van de voor

ordening. Ook het Digitaal Stelsel Omgevingswet, waarop het

het perceel geldende regels. Appellant verzoekt om

Omgevingsplan te zien is, verschilt van de voorgaande digitale omgeving

mogelijkheid nadere gronden in te dienen.

van ruimtelijke plannen. Hierdoor zitten er verschillen in de raadpleegbaarheid en leesbaarheid van het bestemmingsplan en omgevingsplan. Dit is een gegeven. Binnen de gestelde wettelijke kaders moet de gemeente het omgevingsplan opstellen en publiceren. Uitgangspunt van het DSO is dat een overzicht van de op een locatie geldende regels kan worden verkregen door op de locatie te klikken en vervolgens door te klikken op de functies en bijbehorende regels en toegestane activiteiten. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het niet alleen mogelijk is om op specifieke coördinaten te zoeken in het DSO. Indien wordt gezocht op adres, is er een overzicht zichtbaar met alle regels die van toepassing zijn op het perceel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15608616/2