CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Someren 2024-2040

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Instemmen met het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024 – 2040.12.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan basisonderwijs Someren Definitief , 2410081649R5 , d. d. 24 maart 2025

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1

1. 1 1. 2 1. 3

Achtergrond en vraagstelling Projectorganisatie enwerkwijze Leeswijzer

1 2 2

2

Algemene gegevens onderwijs enonderwijshuisvesting 3

2. 1 2. 2

Scholen enbesturen Locaties van de scholen

3 5

3

Analyse leerlinggegevens

7

3. 1 3. 2

Leerlingenprognoses Analyse herkomst leerlingen

7 9

4

Analyse capaciteit gebouwen en ruimtebehoefte

11

4. 1 4. 2 4. 3

Capaciteit onderwijsgebouwen Normatieve ruimtebehoefte Vergelijking capaciteit – behoefte

11 11 13

5

Analyse kwaliteit gebouwen

15

5. 1 5. 2 5. 3

Inleiding Leeftijd van degebouwen Kwaliteit van de gebouwen

15 15 16

6

Conclusies analyse leerlingen gebouwgegevens

17

6. 1 6. 2

Samenvatting conclusies analyse Focus planvorming

17 18

7

Uitgangspunten en wettelijk kader t. b. v. planvorming 19

7. 1 7. 2 7. 3

Inleiding Wettelijk kader onderwijshuisvesting Prognoses

19 19 21

7. 4 7. 5 7. 6 7. 7 7. 8 7. 9 7. 10

Opheffen van tekorten Kwaliteitsverbetering van degebouwen Onder één dak brengen van kinderopvang en onderwijs Schaalsprong Inclusief onderwijs Vergroening speelterreinen Wijkvoorzieningen

21 21 22 22 23 23 23

8

Plannen , planning en tijdelijke huisvesting

25

8. 1 8. 2 8. 3 8. 4 8. 5

Inleiding Plannen Planning Behoefte aan tijdelijke huisvesting Inzet bestaande huisvesting voor tijdelijke behoefte

25 26 30 31 32

9

Financiën

33

9. 1 9. 2 9. 3 9. 4

Nieuwbouw: normkosten versus marktprijzen en Scenario’s: niveaus opties Samenvatting investeringskosten Tijdelijke huisvesting tijdens debouw

33 33 35 37

10

Samenvatting plannen enadvies

39

10. 1 10. 2 10. 3

Overzicht plannen en kosten Tijdelijke huisvesting Advies

39 39 40

Bijlage 1: namen betrokkenen Bijlage 2: herkomstanalyses formaat – groot Bijlage 3: match capaciteit (in lokalen) – behoefte Bijlage 4: uitgangspunt behoefte planvorming Bijlage 5: gebouwenboek (separaat document)

1Inleiding 1. 1 Achtergrond en vraagstelling De gemeente Someren heeft behoefte aan integrale planvorming voor de huisvesting van de (basis-) scholen. Er ligt een IHP uit september 2019. In dit IHP is een plan voor het Varendonck College opgenomen dat inmiddels is uitgevoerd. In het nieuwe IHP is daarom geen planvorming voor het voortgezet onderwijs nodig. Voor het primair onderwijs leiden nieuwe ontwikkelingen tot de behoefte omte komen tot een nieuw integraal huisvestingsplan. Eén ontwikkeling is dat de SBO-school De Brigantijn niet meer gehuisvest is in Someren. Daarmee is het betreffende gebouw in Someren vrijgekomen. Ook blijkt uit de nieuwe prognoses dat de leerlingenaantallen stijgen. nieuwbouw gepleegd , zoals in het IHP Voor ’t Rendal (kern Lierop) wordt was voorgesteld , doch op het eigen terrein. De school maakt tijdelijk gebruik van het gebouw van De Brigantijn (Kanaalstraat 12); dat overigens ruimschoots de 40-jarige leeftijd heeft overschreden. Voor de kern Someren-Eind (BS De Vonder) zijn geen plannen. Voor de kern Someren-Heide (BSint Jozef) geldt ook dat de school gebruik blijft maken van het bestaande gebouw , een gemeentelijk monument , waarvoor geen concrete acties op gebied van onderwijshuisvesting zijn gepland , maar dat wel is genoemd in het kader van renovatie in het vorige IHP.

Voor Someren-dorp geldt het volgende: • Voor OBS De Ranonkel is in het vorige IHP geen plan opgenomen daar de huisvesting passend leek te zijn. Deze school is echter enorm gegroeid en kent een ruimtetekort. Ondertussen maakt de school vanaf begin schooljaar 2024/2025 gebruik van het gebouw van de voormalige SBO-school De Brigantijn , dat verder in dit rapport ‘locatie Kanaalstraat 12’ wordt genoemd; • De Mariaschool is ,zoals aangegeven in het vorige IHP , op leeftijd en hiervoor is planvorming in de komende jaren nodig; • BS De Diamant is gehuisvest in een goed gebouw uit 2012 maar kent aanzienlijke (normatieve) leegstand; • BS LeerRijk (kern Someren) stond op de (IHP-)planning voor vervangende nieuwbouw in 2024 ,eveneens vanuit kwaliteit in relatie tot de leeftijd. In eerste instantie isprake geweest van fusie met BS De Diamant en beide scholen ,als één nieuwe school , in één gebouw onder te brengen. Dit plan is ondertussen van tafel. Samenvattend speelt in de kern Someren dat het gebouw van de openbare school Ranonkel te klein is , dat van De Diamant te groot en twee gebouwen vanuit leeftijd in relatie tot kwaliteit toe zijn aan vervangende nieuwbouw.

1

Tenslotte speelt nog in de zijlijn dat het Varendonck College een deel van de gebouwen heeft verlaten na ingebruikname van de naastgelegen vernieuwbouw met uitbreiding. Een plan voor herontwikkeling van deze gebouwen behoort niet tot de opdracht , maar mogelijk kan het gebouwel een rol spelen als tijdelijke huisvesting voor te verbouwen of te vervangen basisscholen.

In een aantal plenaire overleggen met de gemeentelijke projectleiding en betrokken bestuurders (basisonderwijs) en hun huisvestingsadviseurs zijn de resultaten uit de inventarisaties besproken , de uitgangspunten bepaald en vervolgens de plannen besproken. Parallel hieraan hebben bilaterale gesprekken plaats gevonden (nadere gesprekken over de gebouwen , overleg financiën).

Aan TeamSygma is gevraagd een IHP op te stellen voor het basisonderwijs , met inachtneming van onder andere bovengenoemde aandachtspunten , en in overleg met de betrokken schoolbesturen.

De namen van alle betrokkenen zijn opgenomen in bijlage 1.

1. 3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt aangegeven welke organisaties , locaties en gebouwen

1. 2 Projectorganisatie en werkwijze Alle (school-)gebouwen zijn bezichtigd en er hebben voorafgaande aan verdere planvorming gesprekken plaatsgevonden met een vertegenwoordiging van ieder schoolbestuur. Ten behoeve van het IHP zijn de volgende zaken geïnventariseerd: • Overzicht van besturen en scholen en geografische situering/spreiding van de gebouwen; Een beschrijving van de gebouwen evenals de capaciteit aard en • leeftijd van de gebouwen; ,

•

,

Overzicht medegebruik van de gebouwen (peuterspeelzaal kinderopvang buitenschoolse opvang);

,

het IHP betreft. De hoofdstukken 3 , 4en 5betreffen de analyse van respectievelijk leerlinggegevens , kwantitatieve analyse van de gebouwen en ruimtebehoefte en de kwaliteit van de gebouwen. In hoofdstuk 6is een samenvatting van de inventarisatie en analyse gegeven. In hoofdstuk 7worden de uitgangspunten die volgen uit het wettelijk kader en gemeentelijk en schoolbestuurlijk beleid. Hierop is de planvorming gebaseerd en hieraan dienen de plannen tegemoet te komen. De plannen worden vervolgens in hoofdstuk 8beschreven en de kosten hiervan volgen in hoofdstuk 9. Hoofdstuk 10 vat een en ander samen en bevat een advies voor het vervolg.

,

• •

Wensen en knelpunten met betrekking tot de bestaande huisvesting; Analyse van de leerlingenontwikkeling en de hieruit volgende

ruimtebehoefte.

De bijlages geven meer informatie over de betrokken personen grotere formaten van afbeeldingen herkomst leerlingen behoefte in aantallen lokalen gebouwen (gebouwenboek in de vorm van een separate rapportage) en de planning en omvang van benodigde investeringen. ,

,

,

,

2Algemene gegevens onderwijs en onderwijshuisvesting 2. 1 Scholen en besturen Het IHP beperkt zich tot het basisonderwijs in de gemeente Someren. Er is in Someren ook voortgezet onderwijs aanwezig. Voor het Varendonck College is echter zeer recent passende huisvesting gerealiseerd door vernieuwbouw enuitbreiding. Daarom is hiervoor geen planvorming nodig. Het speciaal basisonderwijs is recent verhuisd naar de gemeente Deurne. Het basisonderwijs kent zeven (reguliere) basisscholen , die vallen onder twee schoolbesturen; zie Tabel 1.

BRINbestuurnummervolledige naam school (uit DUO)naam in rapport 05DJ Rooms Katholieke Basisschool Sint Jozef St. Jozef 06XD Basisschool 't Rendal 't Rendal Leerrijk LeerRijk Prodas 07SM 08YV Rooms Katholieke Maria-School Mariaschool 10EW De Diamant Basisschool De Diamant 11NH Basisschool De Vonder De Vonder PlatOO 23TN Openbare Basisschool Ranonkel (OBS) De Ranonkel Tabel 1 overzicht besturen , BRIN-nummers en namen scholen

Beide schoolbesturen besturen ook scholen in andere gemeenten. PlatOO is een bestuursorganisatie van 14 openbare en algemeen toegankelijke scholen in regio Zuidoost-Brabant (Deurne , Asten , Someren , Laarbeek , Nuenen , Geldrop-Mierlo ,Gemert-Bakel ,Son en Breugel). Onder Prodas ressorteren 22 scholen de gemeenten Deurne , Asten en Someren.

3

Figuur 1

Ligging scholen kern Someren

2. 2 Locaties van de scholen Someren kent de centrumgemeente (Someren-kern) , en een drietal kerkdorpen. Dekerkdorpen zijn Lierop , Someren-Heide en Someren-Eind. Elkerkdorp heeft een eigen school: • Lierop: ’t Rendal; • Someren-Heide: St. Jozef; Someren-Eind: De Vonder. • In de kern van Someren (zie Figuur 1) liggen vier basisscholen: drie scholen van Prodas: de Mariaschool , LeerRijk en De Diamant , en één openbare school van PlatOO: OBS De Ranonkel. De Ranonkel maakt gebruik van een dislocatie: locatie Kanaalstraat (38). Dit voormalige gebouw van SBODe Brigantijn zal ook worden ingezet als tijdelijke huisvesting voor ’t Rendal tijdens de realisatie voor de vervangende nieuwbouw (op de bestaande locatie). In het centrum is ook het Varendonck College gehuisvest. De oudste gebouwdelen zijn in de loop van 2024 verlaten en kunnen mogelijk ingezet worden ten behoeve van het basisonderwijs in de vorm van een tijdelijke huisvesting wanneer renovatie of nieuwbouw op dezelfde locatie wordt uitgevoerd.

5

Figuur 2

leerlingenprognoses per school op basis van leerlingtelling 1oktober 2023 (xxllnc Sociaal)

3Analyse leerlinggegevens 3. 1 Leerlingenprognoses De leerlingenprognoses zijn opgesteld op basis van de leerlingentelling van 1oktober 2023 (xxllnc Sociaal , mei 2024). Hetotale leerlingenaantal voor het basisonderwijs groeit volgens de prognoses. In totaal waren er 1. 539 basisschoolleerlingen per oktober 2023. Dit stijgt naar ruim 1. 800 leerlingen van 2033 tot en met het eind van de prognose in 2044. De meeste scholen stijgen licht. Enkel voor de Mariaschool wordt (volgens de prognose) een stabilisatie verwacht en ook De Diamant kent volgens de prognose slechts een minimale groei. In Someren-kern zijn LeerRijk en Ranonkel de sterkst groeiende scholen. Daarnaast groeit het leerlingenaantal in alle drie de kerkdorpen. In Tabel 2zijn de gerealiseerde leerlingenaantallen per 1oktober weergegeven. De prognose voor 2025 kan worden vergeleken met de daadwerkelijke tellingen van okt. 2024. Hieruit blijkt dat voorspelde groei ten opzichte van de gerealiseerde cijfers van een jaar eerder (ILT 23) inderdaad zijn gerealiseerd. Ten opzichte van de prognose daalt De Diamant , De Mariaschool en met name De Vonder zijn hoger dan verwacht. Voor de Mariaschool is de verklaring dat voor drie jaar geleden een aannamebeleid met maximering is aangehouden waardoor de huidige groep 3slecht één groep kent , en de andere jaren twee groepen.

Dit is inmiddels weer losgelaten en de groepen ½ zijn gevuld als vanouds.

Verschillen per school dienen met name voor de plannen uit dit IHP (die volgen in hoofdstuk 8) goed opgevolgd te worden , daar het leerlingenaantal en de eventuele bijgewerkte prognose de basis vormt voor de ruimtebehoefte.

school St. Jozef 't Rendal LeerRijk Mariaschool De Diamant De Vonder De Ranonkel totaal leerlingen

werkelijke leerlingaantallen prognose ILT22 ILT23 ILT24 2025 120 123 125 129 171 168 166 173 279 294 298 305 379 361 366 357 95 97 85 98 158 176 201 181 303 320 329 334 1. 505 1. 539 1. 570 1. 577

Tabel 2 ILT =integraleerlingtelling) laatste jaren envergelijking ILT 24met prognose voor 2025

7

/ ’t rendal ,

Figuur 3

Herkomstanalyse leerlingen kerdorpen , vlnr ,vbnb: Someren-Heide /St. Jozef; Lierop / ’t Rendal ; Someren-Eind /De Vonder

3. 2 Analyse herkomst leerlingen Voor de kern Someren geldt dat dit slechts één CBS-wijk , en daarmee slechts één voedingsgebied betreft in de prognose. Omde herkomst van leerlingen te analyseren is daarom op de volgende pagina’s per school het voedingsgebied gevisualiseerd op basis van een postcode-analyse van de geanonimiseerde leerlinggegevens van schooljaar 2023/2024. Alle figuren uit dit hoofdstuk zijn in groot formaat toegevoegd in bijlage 2. Analyse leerlinggegevens kerkdorpen Uit de prognose blijkt al dat de scholen in de kerkdorpen bijna volledig bestaan uit leerlingen van het betreffende kerkdorp en aangrenzend buitengebied. Andersom zijn er wel kinderen die blijkbaar naar andere scholen gaan vanuit de kerkdorpen (inclusief de buitengebieden). Er gaan niet veel kinderen naar Someren-kern en er komen ook niet of nauwelijks kinderen uit Someren-kern naar de scholen in de kerkdorpen. Voor De Vonder (Someren-Eind) blijft een kleine 70%in de eigen kern en een kleine 7%gaat naar St. Jozef in Someren-Heide. Overigens stijgt het leerlingenaantal harder dan de prognose dit jaar. In Someren-Heide gaat ruim 80%naar de ‘eigen’ school St. Jozef. In Lierop kiest bijna 85%voor ’t Rendal. Een deel van de kinderen zal naar het SBOof SO-onderwijs gaan (speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs); mogelijk gaat een deel naar andere gemeentes.

Zoals aangegeven komen op deze scholen niet of nauwelijks kinderen uit andere kernen (behalve uit Someren-Eind naar St. Jozef).

In Figuur 3is de herkomst van de leerlingen opgenomen. De donkerste kleuren betreffen de postcodegebieden waarvandaan de meeste leerlingen komen. Degrootte van de vlekken hebben enkel te maken met de grootte van de postcodegebieden; niet met het aantal leerlingen dat hier vandaan komt. Analyse Someren-dorp Met name voor De Diamant was behoefte aan een nadere analyse in relatie tot woningontwikkeling in de aangrenzende wijk en de prognose. Het gevoel leeft dat de school gepasseerd wordt door leerlingen uit de buurt die voor een school iets verder weg kiezen. Ook geeft de prognose , mogelijk mede door het niet onderkennen van verschillende wijken , nauwelijks groei aan voor deschool terwijl de groeiwijk tenoorden van de noordelijk gelegen Diamant wordt ontwikkeld. Deleerlingtelling van oktober 2024 laat zelfs verdere daling zien. Toch lijkt uit de herkomstanalyse van de gegevens uit schooljaar 2023 de herkomst wel wijken locatiegerelateerd te zijn. Het is zo dat De Ranonkel en de Marischool ook leerlingen uit deze hoek trekken.

Voor de Mariaschool geldt echter dat deze school uit Someren-kern-breed leerlingen kent , en voor de Ranonkel geldt dat deze school ookinderen kent uit deze wijk , maar dat de school ook in het Oosten ligt (zeker met de nieuwe locatie ook vrij dichtbij) , en dat het merendeel toch uit de directe omgeving van de school afkomstig is (alhoewel de openbare denominatie van de school ook breder zou kunnen trekken). Geconcludeerd kan worden dat kinderen uit de directe omgeving van De Diamant deels wel voor andere scholen kiezen , dus dat mogelijk een groter aandeel behouden zou kunnen worden bij De Diamant ,maar dat er geen sprake is van volledig wegtrekken naar andere

9

Figuur 4

Herkomstanalyses Someren-kern , vlnr , vbnb. : LeerRijk , Mariaschool , De Diamant , De Ranonkel

scholen.

4Analyse capaciteit gebouwen en ruimtebehoefte 4. 1 Capaciteit onderwijsgebouwen De capaciteit van onderwijsgebouwen wordt weergegeven in bruto vloeroppervlakte (BVO). Binnen deze BVO kan een school zelf beslissen hoe de school wordt ingedeeld. Aan de hand van vergelijking van de normatieve behoefte met deze capaciteit wordt bepaald hoeveel het (normatieve) tekort of overschot (in dat geval is er normatieve leegstand) bedraagt. De capaciteit is in §4. 3opgenomen in de desbetreffende tabellen en er is een vergelijking gemaakt in BVO. Voorheen werde capaciteit ook in aantal groepsruimtes vastgelegd , zijnde onderwijsruimtes groter dan of gelijk aan 42 m² (functioneel nuttig vloeroppervlak ofwel FNO) , omvervolgens een eventueel tekort of overschot in aantal groepslokalen vast te leggen. In bijlage 3is de analyse op basis van deze systematiek nog opgenomen om snel overzicht te bieden.

4. 2 Normatieve ruimtebehoefte In het onderwijs wordt de (normatieve) ruimtebehoefte bepaald op basis van het aantal leerlingen. Door het aantal leerlingen te vermenigvuldigen met een bepaald getal , en hierbij een vaste voet op te tellen ontstaat de totale normatieve ruimtebehoefte per school in bruto vloeroppervlak. Een en ander is opgenomen in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting Onderwijs huisvestingsverordening). Someren 2022’ (hierna:

De eventuele behoefte aan uitbreiding wordt bepaald in m² BVO door de normatieve ruimtebehoefte te vergelijken met de aanwezige capaciteit (ook wel bestand genoemd). De normatieve ruimtebehoefte in de toekomst wordt bepaald op basis van leerlingenprognoses. Er is recht op uitbreiding van een basisschool van permanente bouwaard wanneer de behoefte gedurende minimaal tien jaren volgens prognose de capaciteit , vermeerderd met een drempelwaarde van 55 m²BVO , bedraagt. Er is recht op tijdelijke uitbreiding bij een verwachte behoefte van minimaal vier jaren. Deze tijdelijke huisvesting kan zowel uitbreiding van de eigen huisvesting metijdelijke lokalen in semipermanente bouwaard zijn ,of verwijzing naar een leegstaand (deel van een) ander (school-)gebouw. In bijlage 3is ook het aantal (werkelijk) aanwezige groepslokalen vergeleken met de normatieve ruimtebehoefte in groepslokalen. Deze vergelijking wordt gebruikt als extra overzicht , maar is niet bepalend voor de grootte van een eventuele uitbreiding. Wel kan eruit blijken dat er een discrepantie is tussen beschikbare oppervlakte en beschikbare lokalen (bijvoorbeeld bij inefficiënt in te delen ruimte) , zie ook §4. 3.

11

Tabel 3

Vergelijking capaciteit -behoefte

4. 3 Vergelijking capaciteit – behoefte In Tabel 3is de capaciteit weergegeven en vergeleken met de behoefte (in m² BVO). De behoefte betreft de normatieve ruimtebehoefte op basis van het (geprognosticeerde) aantal leerlingen. De linkerkolommen geven aan welke capaciteit wordt meegenomen bij de uitwerking van de plannen. In de rechterkolommen is gebruik door kinderopvang opgenomen en van de (‘leegstaande') capaciteit afgetrokken. Dit sluit aan bij de praktijk dat onderwijs en kinderopvang vaak als vaste partners in een ‘kindcentrum’ samenwerken. In Someren gaat het feitelijk met name over een enkele groep kinderdagopvang (voormalige peuterspeelzaal) bij een deel van de scholen. Voor de planvorming is per school gekeken welke aantallen leerlingen meerdere jaren aanwezig zullen zijn volgens de prognose. Er is gekozen om een leerlingenaantal datien aaneengesloten jaren aanwezig is , aansluitend aan de piek in de prognose , aan te houden. Zie hiervoor ook bijlage 4. Conclusies kwantitatieve analyse St. Jozef kent reeds een klein tekort ,dat de komende jaren zal groeien naar een kleine 200 m² BVO. Voor de Mariaschool is er ook reeds een tekort in het permanente gebouw; er is daar een tijdelijke unit bijgeplaatst. Ook dit tekort zal groeien , en naar verwachting meer dan de prognose aangeeft (volgens prognose ca. 270 m² BVO , zie ook §3. 2).

Grote tekorten treden op bij DeRanonkel en LeerRijk. Bij beide scholen is reeds voorzien in tijdelijke huisvesting. Voor LeerRijk is er sprake van drie tijdelijke groepslokalen ,wat feitelijk al te weinig is , en dit tekort zal groeien.

De Ranonkel maakt sinds dit schooljaar tijdelijk gebruik van vier lokalen in de dislocatie aan de Kanaalstraat. Voor alle bovengenoemde scholen geldt dat de tekorten als langdurend beschouwd worden en dat daarom een permanente oplossing gewenst is. Uit de analyse blijkt bovendien dat indien de leerlingenaantallen uit de prognose gerealiseerd worden , de plannen voor ’t Rendal een te kleine huisvesting opleveren. Enkel de gebouwen van De Vonder en De Diamant zijn te groot. Voor De Diamant is er in de kern Someren voldoende populatie ,n zal de woningbouw aan de noordkant van Someren mogelijk een betere verhouding opleveren. Voor De Vonder geldt dat dit de enige school in Someren-Eind is en dat de komende jaren het gebouwel voller , maar niet compleet gevuld zal raken. Echter , de overmaat wordt momenteel al ingezet , waardoor het gebouw goed benut zal worden. BVO versus aantallen groepslokalen. De feitelijke overschotten en tekorten worden conform de huisvestingsverordening gebaseerd op het BVO; de aantallen lokalen zijn opgenomen alsignaalfunctie en voor een meer grijpbaar beeld van capaciteiten , overschotten en tekorten. In bijlage 1is de vergelijking gemaakt op basis van aantallen (groeps-)lokalen per school. Hieruit blijkt soms een afwijking tussen de capaciteit (en daarmee tekorten / overschotten) in m²BVO versus de capaciteit in groepslokalen.

Sommige gebouwen kennen een (te) efficiënte indeling , wat meestal nadelen kent qua bijvoorbeeld gebrek aan nevenruimtes ,blijkend uit een relatief groot aantal lokalen in relatie tot de BVO(St. Jozef , Mariaschool). Alhoewel deze scholen qua groepslokalen nog zullen uitkomen , is hun huisvesting in feite te klein.

13

Figuur 5

Leeftijd schoolgebouwen op basis van oorspronkelijk bouwjaar

5Analyse kwaliteit gebouwen 5. 1 Inleiding

5. 2 Leeftijd van de gebouwen

De kwaliteit van de gebouwen kent diverse aspecten. Te onderscheiden zijn minimaal de twee ‘macro’-aspecten: • de bouwkundige (technische) kwaliteit en • de functionele kwaliteit. Beide aspecten hebben vaak een relatie met de leeftijd; toch zijn soms oudere gebouwen beter dan nieuwere ,n vanzelfsprekend ook afhankelijk van ingrepen die in de loop van de tijd zijn uitgevoerd.

Conform de tekst in de huisvestingsverordening wordt een permanent gebouw geacht (minimaal) 40 jaar mee te gaan. In advies van de VNG , PORaad en VO-Raad wordt ook uitgegaan van een analyse van gebouwen rondeze leeftijd en vervolgens hierop de keuze tot renovatie versus nieuwbouw te overwegen. De meeste gemeentes schrijven de gebouwen af in 40 jaar; zo ook Someren.

De technische kwaliteit is mede afhankelijk van , maar niet hetzelfde als de onderhoudsstaat. Door middel van onderhoud beoogt men in beginsel de kwaliteit te behouden ,maar niet noodzakelijk te verbeteren. Wel kan ervoor gekozen worden bij vervangingsinvesteringen voor een hogere (meer hedendaagse) kwaliteit te kiezen. Daarnaast speelt de laatste jaren de wens (enoodzaak) omhogere kwaliteit op het gebied van binnenklimaat (gezondheid , frisse scholen ,CO2) , en duurzaamheid na te streven. Deze twee aspecten zijn daarom ook separaat (globaal) opgenomen. De exploitatie heeft hiermee te maken maar is eveneens apart besproken. Voorts zijn de aspecten ‘functionaliteit’ en ‘uitstraling’ gewaardeerd. De kwaliteit is nader beschreven in het separate gebouwenboek.

De gemiddelde leeftijd van de gebouwen voor basisonderwijs in Someren ligt ronde 50 jaren: 525 ,jaar inclusief het gebouw aan Kanaalstraat 38 (dislocatie De Ranonkel) en 499 ,jaar zonder dit gebouw. Er zijn twee schoolgebouwen die grotendeels de 60-jarige leeftijd hebben overschreden. Het oudste gebouw betreft het deels monumentale gebouw van St. Jozef , waarvoor geldt dat ook de niet-monumentale uitbreiding al uit eind jaren ’60 stamt. Hetweede-oudste gebouw betreft de Mariaschool met een degelijke bouwkundige kwaliteit ,maar dat desalniettemin qua duurzaamheid en functionaliteit niet klaar is voor de toekomst. Dan is er een aantal gebouwen dat de 40-jarige leeftijd heeft gepasseerd. ’t Rendal staat nog met het bestaande gebouw in de tabel , maar wordt binnenkort vervangen. Voor LeerRijk zijn er ook vergevorderde plannen ontwikkeld de afgelopen jaren.

15

In basis is De Vonder ook van een aanzienlijke ouderdom (oorspronkelijk uit 1968). Dit gebouw is weliswaar gerenoveerd en uitgebreid in 2010/2011 , maar het oorspronkelijke casco is oud en niet van een heel degelijke bouwaard.

Soms betekent dit ook aandacht voor aanpassing van het gedrag. Er is geen weging toegekend aan de aspecten.

Recenter zijn de gebouwen van DeDiamant en De Ranonkel. De Diamant is het meest recente gebouw uit 2012. OBS De Ranonkel (1997 , met een uitbreiding in 2009) is in basis inmiddels bijna 30 jaar oud , maar veel te klein. Daarom is een viertal groepen gevestigd in het gebouw van de verhuisde speciale school voor basisonderwijs aan de Kanaalstraat 38. Dit gebouw is inmiddels ook voorbij de 40-jarige leeftijd. Voor de in gebruik genomen ruimtes is budget beschikbaar gesteld omdeze geschikt te maken voor de middellange termijn (horizon van gebruik tot 2037). In hetzelfde gebouw zal ’t Rendal tijdelijk worden gehuisvest tijdens de bouw van hun nieuwe school.

5. 3 Kwaliteit van de gebouwen In het gebouwenboek (separate bijlage) is een score gegeven op zes verschillende aspecten; in Figuur 6is hiervan een samenvatting gegeven. Voor de toelichting wordt verwezen naar het gebouwenboek. De score is een gepercipieerde score op basis van bezichtigingen en gesprekken met de huisvestingsadviseurs van de besturen en de bestuurders zelf. Een relatie met de leeftijd van de gebouwen is herkenbaar. Voorts geldt dat de eisen qua binnenklimaat en duurzaamheid de laatste jaren veel strenger zijn geworden , waardoor de score relatief matig is. Een aantal scholen heeft airco’s aangeschaft. Wanneer die aanstaan is de neiging minder te ventileren waardoor het binnenklimaat op dat punt minder goed scoort.

Figuur 6

Kwaliteit van de gebouwen

6Conclusies analyse leerlingen gebouwgegevens 6. 1 Samenvatting conclusies analyse Capaciteit en ruimtebehoefte De volgende conclusies zijn te trekken voor wat betreft de ruimtebehoefte: • De prognoses voorspellen een groei van het aantal leerlingen in de komende jaren met een piekplateau vanaf 2034 tot en met 2040 , en een relatief langzame en beperkte daling tot aan 2044 (einde prognose); op de piek zijn er bijna 19%meer leerlingen dan aan de start van schooljaar 23/24 , en ruim 16. 5%meer dan start schooljaar 24/25 (1. 830 versus leerlingtelling okt. 23: 1. 539 leerlingen resp. leerlingtelling okt. 24: 1. 570 leerlingen); • De groei vindt volgens de prognose plaats opalle scholen behalve de Mariaschool en DeDiamant. De prognose is echter gebaseerd op een aanname in deelnamepercentage. Voor beide scholen geldt dat er een afname te zien was van start schooljaar 2022/2023 naar 2023/2024. Waarschijnlijk is dit verder geëxtrapoleerd en is de trend onterecht gecontinueerd voor de Mariaschool. Daarentegen toont de nieuwste leerlingtelling voor de Diamant een afname; dit zal verder opgevolgd moeten worden; De groei vindt ook plaats in de kerkdorpen. wordt nieuw • Voor ’t Rendal gebouwd , de Vonder kent leegstand dus kan nogroeien in het gebouw maar voor St.

Jozef heeft dit waarschijnlijk ruimtetekort ten gevolg; • LeerRijk kent al een groot tekort; dit zal naar verwachting verder groeien;

•

Voor de Mariaschool en St. Jozef blijkt uit de vergelijking van capaciteit in BVO versus aantal lokalen dat deze gebouwen ‘tefficiënt’ (lees: te krap) zijn ingedeeld. Dat wil zeggen dat er relatief veel groepslokalen zijn , maar daarom ook weinig overige benodigde ruimtes. Dit heeft nadelige gevolgen voor de onderwijskundige /functionele kwaliteit. Er is bij de Mariaschool momenteel een teamkamer in een ‘noodunit’ (semipermanente bouwaard) geplaatst en er is geen speellokaal noch gemeenschapruimte voor deze relatief grote school.

Herkomst leerlingen /wijken en dorpen De scholen uit de kerkdorpen trekken 100%van de leerlingen uit de dorpen zelf; andersom zijn er weleerlingen dielders naar school gaan. Dit kunnen echter ook de kinderen uit de buitengebieden zijn. Voor de kern Someren geldt dat alle scholen feitelijk goed te bereiken zijn. Het is dan ook zichtbaar dat elke school wel kinderen heeft uit een ander deel van de kern dan waar de school zich bevindt. Maar de verdeling sluit grotendeels aan bij de ligging. De scholen trekken de meeste kinderen uit de straten rondom de school. DeDiamant heeft een groter potentieel dichtbij de school daar een dele van de kinderen ook naar de Mariaschool en De Ranonkel gaat. Toch is ook te zien dat De Diamant kinderen uit de directe buurt trekt. De verwachting is dat bij woningbouw in het Noorden van Someren de populatie van deze school zal groeien. Hier lijkt in de prognose niet mee te zijn gerekend in de vormvan een hoger aandeel.

17

Leeftijd en kwaliteit van de gebouwen Op twee gebouwen na (De Diamant en OBS De Ranonkel ,hoofdlocatie) zijn alle gebouwen ouder dan 40 jaar. Een derde gebouwordt binnenkort vervangen (’t Rendal). Van de zeven hoofdlocaties zijn er dus daarna nog vier ouder dan 40 jaren. Twee gebouwen (Mariaschool en St. Jozef) zijn zelfs ouder dan 60 jaren , maar daardoor niet per se de slechtste. Hun kwaliteit kan verbeterd worden door grondige renovatie , herindeling en verduurzaming. Voor St. Jozef geldt dat dit een monument is , en voor de Mariaschool geldt ook dat dit gebouw een karakteristieke waarde heeft en geliefd is. Voor beide gebouwen geldt wel dat de functionaliteit door de gedateerdheid , de indeling en de krapte in nevenruimtes niet voldoende is. De twee resterende gebouwen van ouder dan 40 jaar , LeerRijk en De Vonder , blijven dan over. Voor LeerRijk waren eerder al vergevorderde plannen tot nieuwbouw. De Vonder kent een groot deel dat nieuwer is ,en alhoewel de algehele bouwkundige kwaliteit niet optimaal is , is het gebouw op korte termijn nog in orde door de herindeling en opwaardering ten tijde van de uitbreiding. De dislocatie van OBS Ranonkel wordt op korte termijn nog ingezet als uitbreiding van de hoofdlocatie en als tijdelijke locatie voor ’t Rendal tijdens de realisatie van hun vervangende nieuwbouw.

6. 2 Focus planvorming Op basis van bovenbeschreven analyse opdiverse criteria is het volgende geconstateerd.

De scholen in Someren-kern liggen goed op de bestaande locaties en op De Diamant na zijn alle schoolgebouwen goed gevuld ,zelfs te klein , en groot genoeg qua leerlingenpopulatie. In het verleden is gekeken of De Diamant en LeerRijk zouden kunnen worden samengevoegd op één locatie maar hiervoor is geen draagvlak noch een logische en goede oplossing gevonden. LeerRijk en de Mariaschool , net als De Diamant scholen van Prodas ,zijn al grote scholen met een ruimtetekort en liggen ,al is het op relatief beperkte afstand , in een ander deel van de kern. Ook OBS De Ranonkel is groot genoeg en kent een ruimtetekort op de eigen (hoofd-) locatie. Planvorming voor de scholen richt zich daarom op objectniveau; er is geen sprake van vervallen , uitbreiden of combineren van gebouwen en/of locaties. Voor LeerRijk is al geconstateerd dat er behoefte aan (grotere) vervangende nieuwbouw is. De Mariaschool kent een ook een ruimtetekort en zal moeten worden gerenoveerd en verduurzaamd. Ranonkel maakt tijdelijk gebruik van een dislocatie en heeft behoefte aan uitbreiding op de eigen locatie. De Diamant ligt prima , op een mooie plek bij de sporthal. Uitgangspunt is dat De Diamant prima resultaten haalt en dat groei van Someren-Noord groei en daarmee opvulling van de leegstand in het gebouw in de toekomst mogelijk maakt.

Voor de overige kernen geldt dat in Lierop vervangende nieuwbouw voor ’t Rendal wordt gepleegd. De Vonder in Someren-Eind voldoet na de uitbreiding en verbouwing prima maar heeft leegstand ,ie overigens deels voor andere doeleinden wordt ingezet. St. Jozef in Someren-Heide is een monument dat vol zit en functioneel verbeterd zou worden.

7Uitgangspunten en wettelijk kader t. b. v. planvorming 7. 1 Inleiding In gesprekken ensessies met de gemeente en beide schoolbesturen is verkend welke uitgangspunten worden gehanteerd voor de planvorming. Soms zijn deze gebaseerd op wetgeving ,soms opvisies; in andere gevallen concreet op een knelpunt in de huidige situatie. Sommige uitgangspunten zijn hard , anderen een streefbeeld omtot het beste plan te komen.

7. 2 Wettelijk kader onderwijshuisvesting Tot de harde kaders behoren de wettelijke kaders die voor onderwijshuisvesting gelden. Deze zijn gebaseerd op de Wet op het Primair Onderwijs. De kaders voor de onderwijshuisvesting zijn opbasis daarvan vertaald in de ‘Verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs Someren 2022’. Gemeente en schoolbesturen zijn beiden voor een deel verantwoordelijk voor de huisvesting van het onderwijs. De gemeente is verantwoordelijk 1 voor de bekostiging van de ‘huisvestings’-voorzieningen: • Nieuwbouw; • uitbreiding; • medegebruik van gebouwen;

1

herstel constructiefouten in schoolgebouwen; • herstel bij calamiteiten , brand , diefstal , stormschade e. d. ; • nieuwbouw , onderhoud en in stand houden van gebouwen voor bewegingsonderwijs. Deze voorzieningen kunnen jaarlijks worden aangevraagd door het schoolbestuur. De aanvraagprocedure is vastgelegd in de‘Verordening voorzieningen huisvesting Onderwijs Someren , 2022’. •

Binnenonderhoud (in grote lijnen het onderhoud aan de binnenzijde van de gebouwen) isinds de decentralisatie in 1997 een taak voor schoolbesturen PO. Het primair onderwijs ontvangt sinds 1januari 2015 eveneens de vergoeding voor (buiten-) onderhoud. Onderhoud (m. u. v. onderhoud gymlokalen) betreft dus geen voorziening en is niet aan te vragen. Aan de andere kan het primair onderwijs niet investeren in uitbreiding of aanpassing van gebouwen.

Investeringsverbod primair onderwijs De rijksbekostiging , die bij wijze van subsidie aan een schoolorganisatie wordt verstrekt , mag uitsluitend worden aangewend voor kosten van de in dat artikellid omschreven doeleinden. Dit betreft materiële instandhouding en personeelskosten.

zijn er ook debijbehorende voorzieningen: tijdelijke huisvesting tijdens (ver-)bouw ,terrein , (eerste) inrichting met Naast bovenstaande ‘huisvestings’-voorzieningen onderwijsleerpakket enmeubilair.

19

Eigen (privaat) vermogen (en in sommige gevallen opgebouwde reserves tot 1-8-2006) mag (mogen) wel worden aangewend , maar de omvang van deze middelen verschilt vanzelfsprekend per schoolbestuur.

Op dit moment is bekostiging van renovatie dus (nog) geen voorziening in de huisvesting waarop de gemeente op grond van haar zorgplicht voor onderwijshuisvesting kan worden aangesproken. Aan de andere kant geldt een investeringsverbod voor het primair onderwijs.

Regelgeving met betrekking tot renovatie Landelijk speelt al enige tijd een discussie over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan de renovatie van schoolgebouwen. Door de overheveling van de verantwoordelijkheid voor de bekostiging van het buitenonderhoud en aanpassingen van gemeenten naar schoolbesturen is onduidelijkheid ontstaan over de verdeling van de verantwoordelijkheid van gemeenten en schoolbesturen in relatie tot renovatie versus nieuwbouw. Deze discussie is met name naar voren gekomen bij de overheveling buitenonderhoud PO(1 januari 2015); voor het VOheeft de overheveling reeds per 1januari 2005 plaatsgevonden. 2hebben De PO-raad , VO-raad en VNG gezamenlijk een 3 huisvestingsvoorstel (april 2018) opgesteld. Hierin wordt voorgesteld renovatie als voorziening in de huisvesting op te nemen in de onderwijswetten. Dat betekent dat renovatie onder de zorgplicht van gemeenten komte vallen als alternatief voor (vervangende) nieuwbouw. Het voorstel heeft tot op dit moment slechts de status van advies aan het ministerie.

2

PO=primair onderwijs; VO=voortgezet onderwijs; VNG =Vereniging Nederlandse Gemeenten

Ten tijde van het schrijven van voorliggende rapportage is het wetsvoorstel naar aanleiding van de consultatie door het Ministerie van OCWaangepast. Ook is het advies van de Raad van State reeds uitgebracht (juli 2024). Er is op basis hiervan nog geen aangepast wetsvoorstel opgesteld. Er is geen formele planning bekend gemaakt.

Verduurzaming Een basisschool mag investeren in (bijvoorbeeld) duurzaamheidsmaatregelen mits er een redelijke terugverdientijd (in exploitatie) tegenover staat. Dit geldt voor zowel (een bijdrage in de investeringskosten voor) nieuwbouw als voor aanpassing van bestaande gebouwen. Wel geldt dat de eisen aan nieuwe gebouwen steeds strenger worden in het kader van duurzaamheid en als zodanig zullen veel maatregelen vallen onder de investeringskosten (zorgplicht gemeente). Nieuwe gebouwen dienen bijvoorbeeld te voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energieneutrale gebouwen). Deze stellen eisen aan de maximale energiebehoefte ,het fossiele energiegebruik en aan de opwekking van hernieuwbare energie van gebouwen.

3

“Concretisering Huisvestingsvoorstel PO-Raad , VO-Raad en VNG” , 13april 2018

Voor bestaande gebouwen van grootverbruikers worden dezeisen echter ook steeds strenger (indien juridisch eigenaar ten koste van schoolbestuur).

zorgen voor

Alle utiliteitsgebouwen ,waaronder scholen , die nieuw worden gebouwd vanaf 1januari 2028 , dienen volgens Europese regelgeving ENG worden gebouwd. Dit is nog niet vertaald naar nationale regelgeving. Voor alle plannen wordt daarom uitgegaan van een budget voor ENG bouwen.

Dit geldt niet enkel voor de bouwkundige staat , die meestal door goed onderhoud wel in stand gehouden kan worden. Er is echter ook een kwaliteitsverbetering nodig in het kader van zowel verduurzaming als een gezond binnenklimaat (zoals beschreven in ‘Programma van Eisen Frisse Scholen’ , RVO , versie 2021) , opdat het gebouweer voldoet aan het niveau dategenwoordig wordt vereist en verwacht. Daarnaast geldt dit ook voor de functionele (onderwijskundige) kwaliteit. Er is bijvoorbeeld meer behoefte aan een goede gemeenschapsruimte ,al dan niet in combinatie met een speellokaal , plekken voor individueel leren en groepswerk , voldoende nevenruimtes in het kader van maatwerk en passend onderwijs.

7. 3 Prognoses Voor de planvorming worden in voorliggend rapport deprognoses (xxllnc Sociaal) van mei 2024 , met uitgangsjaar (oktober) 2023 , gehanteerd. Op het moment dat een project in uitvoering komt ,zal opnieuw gekeken worden naar de leerlingontwikkeling.

7. 4 Opheffen van tekorten Waar tekorten ontstaan in de huisvesting , betekent dit dat kinderen niet goed of helemaal niet , gehuisvest kunnen worden. Alle kinderen moeten toegang tot onderwijs hebben. De huisvestingsverordening kent de hoogste prioriteit toe aan ruimtekorten.

7. 5 Kwaliteitsverbetering van de gebouwen Geconstateerd is dat veel schoolgebouwen in Someren reeds 40 jaar of ouder zijn en dat de kwaliteit hierdoor niet meer goed past bij de hedendaagse eisen en de eisen van toekomstig onderwijs. In het coalitieakkoord 2020-2026: “Someren , een verbonden gemeente” , is gesteld: “We doen er […] alles aan om het onderwijs te verbeteren door te

goede huisvesting van onze scholen. ” (pagina 17).

Samenvattend: goede kwaliteit van de gebouwen betekent: • Een goede bouwtechnische kwaliteit; • Een goede functionele (onderwijskundige) kwaliteit; • Een duurzaam gebouw; • Een gezond gebouw. Tenslotte is een gezonde exploitatie (betaalbare huisvesting: NUTS-kosten , onderhoud , schoonmaak) vanzelfsprekend , en zeker in de huidige tijden , een belangrijk kwaliteitsaspect van een gebouw. Dit heeft vaak een relatie met verduurzaming van een gebouw en de technische kwaliteit in haar geheel.

21

7. 6 Onder één dak brengen van kinderopvang en onderwijs Landelijk zijn er diverse ontwikkelingen op dit gebied. Na de brede scholen , die uitgaan van samenwerking en niet per se van gezamenlijke huisvesting en MFA’s (multifunctionele accommodaties) , die uitgaan van een gezamenlijk dak maar mogelijk de samenwerking niet verder hebben vormgegeven , wordt de laatste jaren vooral over IKC’s (integrale kindcentra) gesproken. Hiervoor wordt de algemene definitie gehanteerd dat gekomen wordt tot één organisatie onder één dak (of op één locatie) voor onderwijs en opvang , en voor kinderen van 0(of circa 25 ,jaar) tot 13 jaar. Voor Someren geldt het volgende. Momenteel is er in elk schoolgebouw een peuteropvang ,behalve bij De Vonder (daar is een locatie voor kinderopvang dichtbij de school). Er wordt ook buitenschoolse opvang (BSO) aangeboden in de gebouwen van DeRanonkel , de Mariaschool , LeerRijk , De Diamant en de Jozefschool.

Dit kan door leegstand in te zetten in bestaande bouw , of door (uitbreiding of) nieuwbouw te voorzien voor deze doelgroep. In het geval van nieuwbouw betekent dit in de regel dat de gemeente (voor-)investeert door de bouw te betalen , en dat huurafspraken gemaakt worden omde kosten te dekken. Voor de plannen voor uitbreiding en nieuwbouwordt in voorliggend IHP voorlopig gerekend met één groep kinderen/of peuteropvang in relatie tot vier groepen onderwijs. Voor de gebouwen waar geen plannen voor zijn opgenomen , wordt niet uitgegaan van uitbreiding ten behoeve van kinderopvang; wel kan eventuele leegstand worden ingezet.

7. 7 Schaalsprong

In de nieuwbouwplannen voor ’t Rendal is al wel rekening gehouden met meer kinderopvang , ter grootte van vier groepen. Ook zal BSO worden opgenomen.

Gemeentes in de regio Eindhoven houden rekening met extra woningen , gezinnen en kinderen vanuit de groei van Brainport. In diverse gemeentes wordt uitgegaan van een aanvullende benodigde oppervlakte van de gebouwen van 10%ommarge te kunnen bieden ingeval van groei en niet reeds bij de ingebruikname met een tekort te worden geconfronteerd. In voorliggend IHP wordt rekening gehouden met deze marge van 10% voor de nieuwe plannen voor uitbreiding en nieuwbouw.

De meerwaarde van het onder één dak brengen van kinderopvangvoorzieningen en onderwijs wordt door gemeente en beide schoolbesturen herkend. Soms kan een voorziening nabij echter ook prima voldoen. Per object zal in gezamenlijkheid worden beoordeeld welke keuze optimaal aansluit bij de huisvestingssituatie en -locatie. Het kan betekenen dat voor kinderopvang extra ruimte nodig is in de gebouwen.

Te groot bouwen kent natuurlijk ook een risico: de exploitatie van de gebouwen ligt bij de schoolbesturen en wordt gebaseerd op aantal leerlingen en niet op aanwezige oppervlakte. Ophet moment dat een project in uitvoering komt ,zal opnieuw gekeken worden naar de leerlingontwikkeling en nieuwe prognoses en ook besloten worden of de 10%extra wordt gebouwd bovenop de eventueel aangepaste prognose.

7. 8 Inclusief onderwijs

7. 9 Vergroening speelterreinen

Landelijk beleid gaat uit van de ambitie omkinderen met verschillende 4 ondersteuningsvragen zo thuisnabij mogelijk op te vangen.

In het coalitieakkoord 2020-2026 staat als ambitie onder onderwijs , sociaal domein , genoemd: “Schoolpleinen (gedeeltelijk) groen inrichten en overdag toegankelijk houden voor jeugd”. Een en ander sluit aan bij de adviezen uit het Kwaliteitskader Huisvesting (Ruimte-OK , 2021: “Kwaliteitskader Huisvesting , Bouwen aan de wereld van morgen , Kwaliteitscriteria voor onderwijsvoorzieningen in het Funderend Onderwijs”). Hierin wordt per leerling (in vergelijking met de normvan 3m² per kind , te maximeren op 600 m²tot 400 leerlingen) 5m² speelterrein geadviseerd , waarvan ten minste 2m² onverhard. Tevens is daarin opgenomen: “gebouw PO heeft een avontuurlijke (groene) buitenruimte” en de “groene inrichting buitenruimte maakt integraal onderdeel uit van het ontwerp (groene schoolpleinen)”.

Inclusief Onderwijs kan leiden tot aanvullende behoefte aan voorzieningen. In het coalitieprogramma 2022-2026 , ‘Someren , een verbonden gemeente’ is in de samenvatting bij het Sociaal domein opgenomen: “Voor de jongeren is het […] van belang om passend onderwijs te bieden omde kansengelijkheid te bevorderen , en als ambitie voor onderwijs genoemd: ”In IHP rekening [te] houden met kwalitatieve en inclusieve onderwijs (keten) ontwikkelingen. ” Er is nogeen concrete aanbeveling in termen van extra oppervlakte in normen verwerkt. Echter , als plusoptie is in voorliggend IHP rekening gehouden met circa 75% , extra benodigde ruimte omeen gebouw inclusief te maken (denk aan bredere gangen , lokalen van voldoende omvang , extra nevenruimtes , toegankelijk maken van toiletten en entrees).

4

7. 10Wijkvoorzieningen Waar nieuwbouw, uitbreidingsof ingrijpende verbouwplannen zijn , wordt gekeken naar eventuele meerwaarde van toevoegen van extra voorzieningen in het kader van breed multifunctioneel (maatschappelijk) gebruik. Met name voor de kerkdorpen zou zo een laagdrempelige ontmoetingsfunctie versterkt kunnen worden. Per project zal bekeken worden of een logische /natuurlijke verbinding van voorzieningen tot stand kan komen.

In 2024 heeft TeamSygma samenmet onderzoeksbureau Oberon in opdracht van het Ministerie van OCWeen onderzoek uitgevoerd over de gevolgen van inclusief onderwijs voor deonderwijshuisvesting. De eindrapportage is inmiddels gereed en geaccepteerd door OCW. De verwachting is dat het rapport begin 2025 aan deTweede Kamer zal worden aangeboden en daarna openbaar wordt gemaakt.

23

8Plannen , planning en tijdelijke huisvesting 8. 1 Inleiding De plannen dienen c. q. het integrale plan dient een optimale oplossing te bieden voor de geconstateerde knelpunten (zie hoofdstuk 6). Hierbij worden eveneens de uitgangspunten uit het vorige hoofdstuk meegenomen. De analyse en de benodigde plannen zijn besproken met de stakeholders (zie bijlage 1). Zo is gekomen op een gedragen voorstel voor niet enkel de aard van benodigde voorzieningen ,maar ook de prioritering in de tijd ,ie geleid heeft tot een planning. Omde grootte van nieuwbouw en uitbreiding te bepalen is uitgegaan van een behoefte voor het onderwijs die (volgens de prognose) meerdere jaren 5 aanwezig is. De grootte van de uitbreiding volgt uit de vergelijking van de benodigde oppervlakte op basis van aantallen leerlingen met de aanwezige oppervlakte (m² BVO). Zie Tabel 3en bijlage 4. Uitgangspunt is verder dat kinder(dag)opvang wordt meegenomen in de bouwopgave ,n kindcentra te realiseren voor kinderen van 0-4 jaar en een doorlopende lijn te kunnen bieden.

5

Ruimte voor kinderopvang betekent extra investeringskosten , maar deze kosten zijn gedekt door huurinkomsten. Voor kinderopvang wordt uitgegaan , als voorlopige aanname ten behoeve van opname in het IHP , van één groep kinderdagopvang (inclusief peuteropvang) per vier groepen onderwijs (voor het aantal groepen in onderwijs is deberekening opgenomen in bijlage 3). Bij afronding is naar beneden afgerond tot en met 05. , Peruimte wordt vooralsnog uitgegaan van een bruto vloeroppervlakte van 115 m²BVO ,vergelijkbaar met de behoefte van één groep in het onderwijs. Voor buitenschoolse opvang wordt in beginsel uitgegaan van inzet van andere ruimtes (bijvoorbeeld de ruimte voor peuteropvang indien aanwezig , of ruimtes van de school , zoals een speellokaal , een gemeenschapsruimte of atelier. Bij de uitvoering van projecten dient de werkelijke ruimtebehoefte bepaald te worden. Zo blijkt bijvoorbeeld voor ’t Rendal dat er meer kinderopvangruimtes (dan één groep per vier groepen onderwijs) zijn opgenomen. Bij de definitieve vaststelling van de bouwopgave , dient het nieuw te bouwen BVO in overleg tussen schoolbestuur en gemeente te worden bepaald , op basis van de laatste prognoses , en ook te worden afgestemd met kinderopvang omde daadwerkelijke behoefte aan kinderopvang te bepalen.

Formeel dient voor permanente huisvesting een behoefte minimaal 15jaren aanwezig te zijn; in voorliggend IHP is uitgegaan van een structurele behoefte ,diechter soms wel iets korter is dan 15jaren doch waarmee geen aanvullende tijdelijke huisvesting nodig is; zie ook bijlage 4.

25

Het IHP beschouwt een periode van zestien jaren (2024 -2040). Het laatste plan in voorliggend IHP heeft alstart van de realisatie (bouw) 2039. Naast het oplossen van de geconstateerde ruimtekorten en kwalitatieve verbeteringen zullen , binnen de totale periode , afhankelijk van natuurlijke momenten en wettelijke eisen , bijna alle schoolgebouwen ook verder verduurzaamd dienen te worden. Waar sprake is van nieuwbouw of renovatie zullen de vigerende en verwachte eisen , die voor nieuwbouw strenger zijn dan voor bestaande bouw , direct worden meegenomen.

8. 2 Plannen De volgende plannen vallen binnen de IHP-periode tot 2040: a.Er is nieuwbouw voorzien voor LeerRijk op korte termijn; b.De Ranonkel is opgenomen voor uitbreiding op de hoofdlocatie; c.De Mariaschool komt in aanmerking voor nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie plus uitbreiding; d.De St. Jozefschool komt in aanmerking voor nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie plus uitbreiding; e.Op middellange termijn is ook nieuwbouw voorzien voor De Vonder. Verder is er nog een overweging over de capaciteit van ’t Rendal volgens de huidige plannen.

Ad a. LeerRijk Er wordt uitgegaan van nieuwbouw op of direct bij de huidige locatie. Indien de nieuwbouw naast het huidige gebouw kan plaatsvinden is er geen of minder tijdelijke huisvesting nodig , maar een volledige nieuwbouw naast het huidige gebouw lijkt niet aan de orde. In verband met netcongestie lijkt instandhouding van het gebouw tijdens nieuwbouw ook qua energieaansluiting /-voorziening onmogelijk; zelfs verschuiving van een gebouw kan leiden tot vervallen van de (bestaande) aansluiting. Uitgangspunt is nieuwbouw op dezelfde locatie. In basis kan ook gekozen worden van herinzet van delen van het gebouw , maar dit sluit niet aan bij de verwachte mogelijkheden in relatie tot het beoogde onderwijsconcept en de wens omte komen tot biobased bouwen. Uitgangspunt is nieuwbouw ter grootte van 1. 976 m² BVO+10%=2. 174 m² BVOvoor het onderwijs plus vier groepen kinderdagopvang (à 115 m²BVO) = 460 m²BVO.

Ad b. De Ranonkel De Ranonkel maakt momenteel gebruik van een dislocatie voor vier groepen op de locatie Kanaalstraat 38. Deschool groeit verder in de komende jaren. Er zijn drie scenario’s onderzocht: 1.Handhaven van de dislocatie en per 2037 nieuwbouw voor de totale behoefte. 2.Uitbreiden op de hoofdlocatie in tijdelijke bouwaard en per 2037 nieuwbouw voor de totale behoefte; 3.Uitbreiden op de hoofdlocatie op korte termijn in permanente bouwaard;

Ad 1. Op dit moment zijn relatief beperkte ingrepen gedaan omde dislocatie aan te passen aan de wensen van de school en hedendaagse eisen conform een nieuwe school. Indien de dislocatie voor langere tijd dan enkele jaren wordt aangehouden dient ook voor een tijdelijke situatie tot 2037 extra te worden geïnvesteerd. De dislocatie is bedoeld als tijdelijke oplossing enniet als de (permanente) 6 voorziening ‘ingebruikgeving’. Voor langere termijn wordt dit gebouw niet wenselijk geacht. Zelfs bij grondige renovatie blijft het gebouw erg uitgestrekt en beperkend qua lay-out. Overigens is nieuwbouw in 2037 ook niet vanzelfsprekend. In 2037 is het gebouw voor een groot deel administratief afgeschreven maar dat wil nog niet zeggen dat het gebouw dan ook de technische levensduur heeft bereikt. Er is een uitbreiding van recentere datum in de vormvan vier lokalen; deze is danog niet afgeschreven. Zekerheid over de besluitvorming voor 2037 is niet te geven. Tenslotte is een dislocatie is voor het onderwijs in het algemeen een onwenselijke situatie. Bovendien sluit handhaving van de dislocatie voor een langere termijn niet aan bij de gemaakte afspraken noch de plannen van de gemeente omte komen tot herontwikkeling van de locatie Kanaalstraat 38 (zie motie herover). Dit scenario wordt wenselijk noch realistisch geacht. 6

Ad 2. In eerdere plannen is gesproken over nieuwbouw voor OBS De Ranonkel in 2037 , wanneer het gebouw grotendeels de 40-jarige leeftijd bereikt. Een tijdelijke huisvesting wordt normaliter in 15 jaren afgeschreven – dit zou hierop aansluiten. Toch is dit scenario onwenselijk omde volgende redenen. Zie de overwegingen over de dan beoogde nieuwbouw in 2037 in de vorige alinea’sonder punt 1. Daarnaast geldt dat uitbreiding in tijdelijke bouwaard van een andere kwaliteit en uitstraling is dan permanente uitbreiding. In basis geeft de prognose een behoefte voor deze uitbreiding die langer is dan 15 jaren en daarmee ontstaat recht op een permanente oplossing. Bovendien dient ook voor tijdelijke uitbreiding voor een termijn tot 2037 een BOPA-procedure (buitenplanse omgevingsplan activiteit) te worden opgestart. Op dit punt zijn geen voordelen te behalen ten opzichte van permanente uitbreiding. Dit scenario is daarmee ook suboptimaal en onwenselijk. Ad. 3 Het advies is te komen tot een permanente uitbreiding met een goede aansluiting op het huidige gebouw. Hiervoor dient een BOPA-procedure gevolgd te worden en er is bekend vanuit het verleden dat de buurt bezwaren heeft.

In gebruik geven van een bestaand onderwijsgebouw en een permanente dislocatie creëren opdeze manier mag volgens dewetgeving ,maar opdat moment moet het bestaande gebouworden gerenoveerd naar het niveau van nieuwbouw enaangepast omhet onderwijsconcept te kunnen vormgeven.

27

De locatie biedt echter ruimte en geadviseerd wordt omin participatie met de buurt te kijken naar mogelijke oplossingen voor de bezwaren en te komen tot een goede huisvesting van OBS De Ranonkel inclusief passende kinderopvangvoorzieningen. Er is uitgegaan van realisatie in 2028 ,rekening houdend met onmiddellijke planvorming en eventuele vertraging door bezwaren. Uitgangspunt is een uitbreiding van 2. 177 – 1. 590 =587 +10% (van 2. 177) =805m² BVO voor onderwijs en vier groepen kinderdagopvang (à 115 m²BVO) =460 m²BVO. Vanwege de aansluiting op de uitbreiding en eventuele aanpassingen in het bestaande gebouw dient rekening gehouden te worden met een nader te bepalen tijdelijke huisvesting.

Ad c. Mariaschool De Mariaschool komt in principe in aanmerking voor nieuwbouw. Het gebouw heeft echter in basis een degelijke kwaliteit en kent een karakteristieke uitstraling. Het is een gewilde en gekende school in Someren waar geenadelen worden gevoeld in aanmeldingen door de oudere huisvesting. Ook de plek en de locatie van kinderopvangvoorzieningen direct naast /achter de school en de stedenbouwkundige opzet van de omgeving pleit feitelijk voor behoud van dit gebouw op deze plek. Daarom wordt uitgegaan van een grondige renovatie omhet gebouw weer voor 40 jaren in te kunnen zetten voor modern onderwijs. Wel dient de school te worden uitgebreid. Er wordt uitgegaan van behoud van de peuteropvang in het huidige gebouw en de autonome voorziening voor kinderopvang in het nabije gebouw.

Dan is de uitbreidingsbehoefte (2. 006-1. 852)+115 (peuteropvang) =269 m² BVO. Het lijkt niet voor de hand liggend dat uitbreiding gezocht kan worden binnen het huidige gebouw (inzet van de zolders); dit kan nog nader worden onderzocht. De huidige capaciteit dient te worden gerenoveerd en aangepast (1. 852 m²BVO). NB. Officieel is renovatie (nog) geen voorziening in de huisvesting (zie §7. 2); in voorliggend IHP is renovatie beschouwd als alternatief voor (vorm van) nieuwbouw en is rekening gehouden met de kosten voor nieuwbouw van 2. 006 +10%= 2. 207 m²BVO +115 m² BVOvoor de peuteropvang. . N. B. zoals beschreven lijkt de prognose aan de lage kant vanwege de wachtlijst van 2023. Het is dus mogelijk dat een extra groep dient te worden uitgebreid. Bij een gelijkblijvend aantal leerlingen voor de kern Someren betekent dit wel dat de behoefte bij andere scholen dan verandert; daarom is vooralsnog met de huidige prognoses gerekend. Bij een dergelijke renovatie en uitbreiding dient rekening gehouden te worden met tijdelijke huisvesting voor de gehele populatie (school en peuteropvang).

Ad d. St. Jozef Het gebouw van St. Jozef is het oudste schoolgebouw van de gemeente Someren maar ook een heel bijzonder gebouw. Het betreft grotendeels een gemeentelijk monument. Uitgangspunt is dan ook geen volledige nieuwbouw maar renovatie en aanpassing van het monumentale gedeelte en sloop en vervanging van het gedeelte uit 1968. Daarnaast wordt uitgegaan van twee groepen kinderdagopvang (samen 230 m²BVO).

In totaal wordt het gebouw ook iets groter danu. vor Er is 995 + 10 % = 1. 095 m↓ BVO vo het onderwijs en 230 m² BVO kinderopvang nodig en het huidige gebouw heeft een BVO van 819 m² BVO. Er is volledige tijdelijke huisvesting nodig tijdens de realisatie.

Ad e. De Vonder Alhoewel het gebouw van De Vonder in basis reeds 55 jaren oud is , bevat het nog een uitbreiding uit 2010 en is het gebouw toen ook (deels) gerenoveerd. Het huidige gebouw is te groot maar er zit geen kinder(dag)opvang in. Er is een locatie voor kinderopvang in de buurt van de school. Voor de planvorming gaan weuit van een iets langere termijn en daarom wordt vooralsnog wel uitgegaan van een kindcentrum voor de volledigheid , maar niet meer van inzet van groepsruimtes voor nieuwkomers en de Prodas Academie. Overigens zal de school groeien volgens de prognose. Het betreft dan: 1. 432 +10%=1. 575 m² BVO voor onderwijs +3*115 m² BVO voor kinderdagopvang. Het is onbekend waar de school herbouwd zal worden. Er is nog geen rekening gehouden met tijdelijke huisvesting.

Uitbreiding ’t Rendal , indien nodig Wanneer we de gebruikte rekensystematiek aanhouden voor ’t Rendal dient rekening gehouden te worden met een aanvullende ruimtebehoefte op korte termijn. Er wordt 1. 532 m²BVO gebouwd (inclusief een separaat en passen voor kinderopvang ingericht gebouwdeel voor vier groepen kinderdagopvang).

De behoefte wordt volgens de nieuwste prognose 1. 206 m²BVO voor de school , en voor vier groepen kinderdagopvang kunnen werekenen met 460 m² BVO; samen 1. 666 m² BVO. Opdeze manier ontstaat een tekort van 134 m²BVO. Bij een tekort van meer dan 55 m² BVO , voor meer dan vier jaren , is er recht op tijdelijke uitbreiding. Voor een tekort van 55 m²BVO , voor ten minste 15 jaren ,geldt een recht op permanente uitbreiding. Volgens de prognose zal reeds in schooljaar 2026/2027 (dus bij oplevering) een tekort van meer dan 55 m² BVO ontstaan. Dit houdt volgens de prognose tot aan het eind van de prognose (2044) aan en betreft dus een permanente behoefte. Wordt rekening gehouden met de schaalsprong , wordt de uitbreiding op basis van bovenstaande gegevens 134 +10%van (1. 206) =255 m²BVO. Daarom is in het IHP rekening gehouden met een permanente uitbreiding van het gebouw ter grootte van 255 m²BVO. Er wordt niet van uitgegaan dat de behoefte aan capaciteit voor kinderopvang ook groeit. ‘’t Rendal maakt reeds sinds oktober gebruik van het gebouw aan de Kanaalstraat 38 (voormalige SBO-gebouw) als tijdelijke huisvesting tijdens sloop en vervangende nieuwbouw. NB. Er is voor gekozen omde uitbreiding mee tenemen in het IHP conform de wijze waarop alle plannen zijn berekend.

Het project is op moment van het opstellen van het IHP reeds te ver gevorderd omde uitbreiding direct te realiseren bij de geplande nieuwbouw. De daadwerkelijke noodzaak van de uitbreiding dient te worden opgevolgd op basis van leerlingencijfers (oktober 2025).

29

8. 3 Planning In Tabel 4is de planning van de nieuwbouwen uitbreidingsprojecten opgenomen; een en ander zoals is beschreven in het vorige hoofdstuk. De planning is tot stand gekomen op basis van de urgentie van voorzieningen , en in samenspraak met de betrokken schoolbesturen. jaartal

school

voorziening / ingreep

2026 2026

LeerRijk ‘t Rendal

Nieuwbouw Uitbreiding

2028 De Ranonkel Uitbreiding 2028 Mariaschool Renovatie en aanpassing , uitbreiding 2030 St. Jozef Renovatie /aanpassing , sloop /nieuwbouw incl. uitbreiding 2036-2040 De Vonder Nieuwbouw Tabel 4

planning voorzieningen IHP

Oppervlakte Oppervlakte Oppervlakte (m² BVO) (m² BVO) (m² BVO) t. b. v. t. b. v. t. b. v. onderwijs onderwijs incl. kinderopvang 10% schaalsprong 1. 976 2. 174 460 134 255 587 2. 006 995 1. 432

805 2. 207 1. 095 1. 575

460 115 230 345

8. 4 Behoefte aan tijdelijke huisvesting Tijdelijke huisvesting is nodig wanneer een school de bestaande huisvesting moet verlaten omdat het gebouwordt gerenoveerd of wordt gesloopt en herbouwd opdezelfde plek. Wanneer een school op een andere locatie , of naast het bestaande gebouwordt gerealiseerd ,kan een school gebruik maken van de bestaande huisvesting tot de nieuwbouw klaar is. Er zijn in basis twee opties voor tijdelijke huisvesting: • Inzet van unitbouw (op basis van huur of koop); • Inzet van een bestaand , passend te maken , leegstaand gebouw. tweede optie te gebruiken. De school zal Voor ’t Rendal is besloten de tijdens de bouw gebruik maken van leegstand in het pand aan de Kanaalstraat 38 (en zal dat dusamen met OBS De Ranonkel gebruiken). Het benodigde BVO wijkt iets af van de permanente behoefte omdat Someren aan het groeien is maar de scholen nog niet direct op de ‘piek’ zitten. Op korte termijn zullen twee andere scholen (mogelijk) gebruik moeten maken van tijdelijke huisvesting: • LeerRijk , ca. 1. 850 m² BVO+kinderopvang (niet geteld , huur door kinderopvang) , afhankelijk van de locatie voor de nieuwbouw; • Mariaschool ,ca. 1. 900 m²BVO (+115 voor de peuteropvang , niet geteld) volgens de prognose , maar mogelijk meer vanwege de voorspelde dip die is ingegeven door de wachtlijst van 2023. Aangeraden wordt rekening te houden met 2. 000 m² BVO.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15610650/1