Bijlage bij algemene motivering 1 Ruimtelijke motivering Heesvenstraat 21-21a
Tekst van het document
de
jaargemiddelde
concentratie
van
NOz
ter
plaatse
van
de
planlocatie
en
directe
(geanonimiseerd) Rentmeesters bv DE
54
Ruimtelijke motivering
Stikstofdioxide 2020
Transparantie:
‘Heesvenstraat 21
Lierop’
(NO2)
20%
te
Legenda: NO2
conc,
(ug/m3) <8 8-10 ——
Figuur 25: Ter
Stikstofdioxide
plaatse
planlocatie
kan
worden
luchtverontreiniging 4.11.2.3 Met
dit
(Bron:
de
van
Geconcludeerd
NO2 2020
is
dan
als gevolg
van
Niet in betekenende
plan
wordt
slechts
Atlas
WHO
advieswaarde
leefomgeving)
sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 12-16 ug/m?. de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan stikstofdioxide geen
bezwaar is.
mate
één
extra
wooneenheid
waardevolle
Gesteld
langgevelboerderij.
ontwikkeling
is aanvaardbaar in het kader
4.12
M.e.r-beoordeling
4.12.1
Wettelijk kader
kan worden van
toegevoegd in de te splitsen cultuurhistorisch dat het plan valt onder het begrip NIBM. Deze
de luchtkwaliteit.
Overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit dient te worden bepaald of een ontwikkeling mer-beoordelingsplichtig is. Dit kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Een beeld
milieueffectrapportage (mer) is een procedure die de milieueffecten van een plan brengt. Het doel van de mer is om het milieubelang een volwaardige plaats te
besluitvoering hebben.
programma's
en
projecten
De verwachtte effecten op het milieu
en
alternatieve
milieueffectrapport binnen de mer. Op Een
(MER).
Daarnaast
valt
onder
is (Omgevingswet,
Motivering
van
(geanonimiseerd) Rentmeesters bv DE
is
deze manier vormt de
Omgevingsplan
toepassing De
plannen,
over
de
een
plan
project in
geven
in de
die
mogelijk duidelijke milieueffecten oplossingen worden beschreven in een
participatie en kennisgeving een belangrijk een hulpmiddel voor de besluitvorming.
onderdeel
mer
of
programma
Paragraaf 16.4.1,
beslissing (art. 11.11
of
artikel
waarvoor
een
milieueffectrapportage
van
16.34).
lid 3 Omgevingsbesluit)
bestaat uit:
55
Ruimtelijke motivering
a.
de relevante criteria
b.
als is beslist dat geen
1) 2) In
bijlage Il bij de mer-richtlijn; en milieueffectrapport moet worden gemaakt: de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd.
Bijlage
21 Lierop’
‘Heesvenstraat
van
derde
lid,
als
degene
die
en
bij de artikelen 11.6, 11.7 en 11.8 van het Omgevingsbesluit zijn de projecten en de daarvoor benodigde besluiten aangewezen waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In deze lijst zijn zowel de m.e.r.-plichtige als de m.e.r.-beoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten. 4.12.2 De
V.
Toetsing
beoogde herontwikkeling
functiewijziging van bedrijf naar recreatie, met splitsing van de cultuurhistorisch waardevolle langgevelboerderij in twee wooneenheden. Geen bebouwing wordt toegevoegd. De beoogde herontwikkeling ziet niet toe op een stedelijke ontwikkeling op basis van de m.e.r.-criteria. Een
(geanonimiseerd) Rentmeesters bv DE
ziet toe op
m.e.r.-rapportage is dan ook niet aan de orde.
56
Ruimtelijke motivering
5.
_UITVOERBAARHEID
5.1
Economische
5.1.1
21 Lierop’
‘Heesvenstraat
uitvoerbaarheid
Algemeen
In
tegenstelling tot de Wet (en het Besluit) ruimtelijke ordening geldt onder de Omgevingswet dat een gemeenteraad bij het toekennen van functies aan locaties niet meer aannemelijk hoeft te maken dat die ontwikkeling (financieel) uitvoerbaar is. In het Omgevingsplan wordt door de gemeente aangegeven dat een functie op een bepaalde locatie kan komen, dat minder verstrekkend is. Enkel behoeft te worden gemotiveerd dat een ontwikkeling in beginsel mogelijk is (‘niet evident onuitvoerbaar’). Pas als zich een concreet initiatief aandient dat past binnen de in het Omgevingsplan toebedeelde functie, moet worden onderzocht hoe dat op een aanvaardbare wijze kan worden gerealiseerd. 5.1.2
Kostenverhaal
Op grond
Omgevingswet (afdeling 13.6 Ow) zijn overheden verplicht om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Indien sprake is van een ontwikkeling op eigendomsgronden van de overheid zelf, is het kostenverhaal verzekerd en zijn daartoe geen overeenkomst of kostenverhaalsregeling aan de orde.
5.1.3
van
Anterieure
overeenkomst
Als
sprake van een ontwikkeling die niet op eigendomsgronden van de overheid is gelegen, dan is uitgangspunt van de overheid om middels het sluiten van een anterieure overeenkomst het kostenverhaal te verzekeren. Dit is mogelijk van artikel 13.13 Ow. Indien de op grond onderhandelingen over deze overeenkomst succesvol zijn, kan overgegaan worden tot het wijzigen van het Omgevingsplan en vinden betalingen plaats op grond van de gemaakte afspraken. het
5.1.4
Publiekrechtelijk
Naast
het
5.1.5
Kostenverhaal
kostenverhaal
privaatrechtelijke spoor van het sluiten van een anterieure overeenkomst, kan het kostenverhaal ook via het publiekrechtelijke spoor worden verzekerd in het Omgevingsplan, in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse Omgevingsplanactiviteit) of een projectbesluit (paragraaf 13.6.3 Ow). Dit spoor is aan de orde indien geen overeenkomst wordt bereikt bij de onderhandelingen over de anterieure overeenkomst. In het publiekrechtelijke spoor mag de overheid de kosten alleen verhalen als ze voldoen aan de criteria profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid. Daarnaast mogen er niet meer kosten worden verhaald dan dat er opbrengsten zijn.
Het
kostenverhaal
middels
een
van
anterieure
(geanonimiseerd) Rentmeesters bv DE
binnen
de
planlocatie
voorliggende planontwikkeling
is verzekerd
in
het
privaatrechtelijke
spoor
overeenkomst.
57
Ruimtelijke motivering
5.1.6
Financiële
Artikel
13.22
afspraken andere basis
Ow
over
kosten deze
bijdragen
dienen
5.1.7
aanvulling op het kostenverhaal, een grondslag voor het vrijwillige financiële bijdrage voor ontwikkelingen van een gebied.
een
van
In het kader
bijdragen
biedt,
dan
van
21 Lierop’
‘Heesvenstraat
in
die verhaald worden
via de anterieure
overeenkomst
over
of
programma.
deze
aan
de orde.
aanvullende financiële
bijdragen
Het
van
betreft
het kostenverhaal.
bijdragen moet worden gelegd in een omgevingsvisie ter verbetering van de fysieke leefomgeving. afwijking zijn geen
maken
De
Dergelijke
Nadeelcompensatie
Nadeelcompensatie is de vergoeding van schade die de overheid veroorzaakt in de uitoefening van haar taak of bevoegdheid. In afdeling 15.1 van de Omgevingswet wordt een aantal besluiten of maatregelen aangewezen die als oorzaak van de schade kunnen optreden. Aangewezen zijn besluiten of maatregelen: die rechtstreeks werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten, of die rechtstreeks gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. De
belangrijkste schadeveroorzakende besluiten zijn: het (gemeentelijk) Omgevingsplan, een omgevingsvergunning, een projectbesluit voor realisatie van een project van het Rijk, provincie of waterschap, rechtsreeks werkende regels in een verordening van provincie of waterschap.
Alleen schade veroorzaakt door die besluiten of maatregelen
komt
aanmerking. redelijkerwijs toe te rekenen zijn aan de schadeoorzaak. De schade moet: het rechtstreekse gevolg zijn van het besluit of de maatregel. Bijvoorbeeld de bouw van een woning of aanleg van een weg, of het gevolg zijn van de feitelijke uitvoering van de activiteit. Bijvoorbeeld een tijdelijke wegafsluiting. De schade kan ook het gevolg zijn van een activiteit, die pas later zichtbaar wordt. Bijvoorbeeld schade door grondwateronttrekking kan zich jaren later openbaren. voor
vergoeding
en
in
De schade moet
Bij rol.
de vraag of de schade moet worden vergoed, Het moet gaan om schade die boven het
Bovendien
moet
de schade
ja hoeveel, speelt een aantal factoren een maatschappelijk risico (4%) uitsteekt. de aanvrager onevenredig treffen ten opzichte van anderen.
Dit
plan
ziet tot op
van
een
schadeveroorzakend
functiewijziging
5.2
Participatie
5.2.1
Algemeen
Onder
de
van
bedrijf naar
en
zo
normaal
recreatie
en
wonen.
Met
dit
plan
is geen
sprake
besluit.
Omgevingswet heeft participatie een prominente rol. De wetgever heeft het belang van participatie erkend en participatie vormt één van de belangrijkste pijlers van de Omgevingswet. De
(geanonimiseerd) Rentmeesters bv DE
58
Ruimtelijke motivering (geanonimiseerd)
Omgevingswet zorgt ervoor
dat het
bevoegd
gezag
omwonenden
stadium
worden
betrokken
burgers, belanghebbenden of vroeg bij planvoornemen/project. Door burgers, belanghebbenden of omwonenden in een vroeg stadium te betrekken bij een planvoornemen wordt verwacht dat tijdwinst ontstaat, omdat minder juridische procedures worden gestart. Daarnaast speelt participatie een belangrijke rol in de relatie tussen de burger en de overheid en het vertrouwen dat de burger in de overheid heeft. Het is daarbij van belang dat burgers het gevoel hebben ook daadwerkelijk gehoord te worden. in
een
of initiatiefnemers, een
Onder de
Omgevingswet wordt onder participatie verstaan: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Participatie kent veel verschijningsvormen. Niet al deze vormen zijn voor ieder project of voor iedereen weggelegd. In de Omgevingswet, het omgevingsbesluit en de omgevingsregeling staan regels over participatie. Als overheden instrumenten van de Omgevingswet vaststellen, moeten ze aangeven hoe de hierboven genoemde belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten. En welke resultaten dat heeft opgeleverd. Gemeenten, provincies en moeten ook hoe ze hun waterschappen aangeven eigen participatiebeleid hebben ingevuld. Er is een uitzondering: bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet juist de aanvrager het initiatief nemen. Hij moet aangeven of, en zo ja hoe, hij de omgeving betrokken heeft bij zijn plan en wat de resultaten hiervan zijn. Het
participatieproces bij het opstellen of wijzigen van een Omgevingsplan kent onder de Omgevingswet een kennisgeving(plicht) en een motiveringsplicht. Bij een motiveringsplicht moet het bevoegd gezag aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden betrokken zijn en wat er met de resultaten is gedaan. Bij een Omgevingsplan is naast de motiveringsplicht ook geregeld dat aan de voorkant bij de kennisgeving aangegeven wordt hoe een initiatiefnemer burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden gaat betrekken.
5.2.2 Door
Omgevingsdialoog initiatiefnemer is
begin 2024 in het kader van de ruimtelijke procedure een omgevingsdialoog gevoerd. De gevoerde dialoog heeft niet geleid tot aanpassingen in het planvoornemen. Een verslag hiervan is overlegd aan de gemeente Someren.
(geanonimiseerd) Rentmeesters bv DE
59
MAIKEL NIËL BOUWHISTORIE PAPENVOORT 39 - 5663 AD GELDROP - 06 14593536 - MAIKEL@MAIKELNIELBOUWHISTORIE.NL
CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING
Heesvenstraat 21 – Lierop
Datum 27 juni 2023 1
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
PROJECTGEGEVENS
Projectnummer
076
Omschrijving
Cultuurhistorische Verkenning met waardestelling
Object
Boerderij Heesvenstraat 21 Lierop
Kadastrale gegevens
gemeente Someren Sectie O Object 1126
Status Boerderij
Geen monumentale of cultuurhistorische waarden Bestemmingsplan Buitengebied Gemeente Someren
Opdrachtgever
Familie Henrie en Petra Kuijpers Heesvenstraat 21 5715 AD Lierop Cotactpersoon: mevr. P. Kuijpers
Uitgave
juni 2023 Maikel Niël Bouwhistorie Papenvoort 39 5663 AD Geldrop Tel. 06-14593536 e-mail: maikel@maikelnielbouwhistorie.nl
Veldwerk en fotografie drs. Ing. Maikel Niël Archiefonderzoek
drs. Ing. Maikel Niël
Tekst en rapportage
drs. Ing. Maikel Niël
1
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
INHOUDSOPGAVE
Inleiding
4
Bestemmimgsplan en omgeving
4
Historische achtergrond en bouwgeschiedenis van object
6
Bouwhistorische opname
14
Waardestelling
24
Waardekaarten
28
Beeldverantwoording, Bronnen en Literatuur
32
2
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
1.De Heesvenstraat met rechts de boerderij op nummer 21, links gemeentelijk monument Heesvenstraat 22. Op de achtergrond de koepel van de kerk van Lierop.
2.De Boerderij gezien vanuit het achterterrein.
3
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
INLEIDING
Deze cultuurhistorische verkenning met waardestelling is gemaakt in opdracht van de familie Kuijpers, de huidige eigenaren van de boerderij . De opdrachtgever is voornemens een aanvraag te doen om de boerderij te splitsen in twee woningen op basis van de Interim omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant (artikel 3.69). Dit is mogelijk bij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing en haar omgeving. Voor deze aanvraag tot splitsing ontbreekt nog een onderbouwing van de cultuurhistorische waarden van de boerderij. Het voorliggende rapport voorziet hierin door een beoordeling van de bouw- en cultuurhistorische waarden van de boerderij. Daarnaast heeft de opdrachtgever plannen tot verbouw van de boerderij om deze splitsing vorm te geven. Deze bouwhistorische rapportage kan daarbij tevens als onderlegger voor verdere planvorming gebruikt worden. Op 30 mei 2023 is een bouwhistorische veldopname verricht door Maikel Niël Bouwhistorie. Hierbij is zowel het exterieur als het interieur van de boerderij opgenomen. Daarna is archiefonderzoek uitgevoerd gericht op de bouwgeschiedenis van de boerderij.
Hiertoe is het kadastrale archief, het archief met bouwvergunningen van de gemeente Someren (deels aanwezig in het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven) en verschillende beeldbanken in zowel regionale als landelijke archieven geraadpleegd. De rapportage is uitgevoerd conform de Richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek 2009 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In hoeverre respectievelijke onderdelen of bouwdelen vallen onder bescherming van de Erfgoedwet dient uiteindelijk vastgesteld te worden door het bevoegd gezag. Deze rapportage dient slechts als aanzet tot die vaststelling.
BESTEMMINGPLAN EN OMGEVING
De boerderij op de Heesvenstraat 21 is in het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Someren aangewezen met een bedrijsfunctie. Het omliggende landschap heeft een cultuurhistorische waarde1. Daarnaast ligt de boerderij in de omgeving van het in 1993 aangewezen rijksbeschermd dorpsgezicht Ten Boomen2. Aan de overzijde, op de Heesvenstraat 22, is een als gemeentelijk monument aangewezen boerderij gesitueerd.3 Dat de boerderij op de Heesvenstraat 21 niet op enigerlei manier is aangewezen als monument of cultuurhistorisch waardevol object kan, vooruitlopend op de in deze rapportage beschreven argumentatie, opmerkelijk genoemd worden. Te meer omdat de boerderij reeds in 1991 bij de Cultuurhistorische inventarisatie Noord-Brabant (M.I.P.) door de Provincie Noord-Brabant al wordt genoemd als karakteristieke langevelboerderij uit de periode na 1850.4
1 Bestemmingsplan Buitengebied Someren 2011. NL.IMRO.0847.BP02011002-VS02. 2 Rijksbeschermd Gezicht nummer 1533. 3 Gemeentelijk Monument Someren nummer 0847/Som-09. 4 Cultuurhistorische inventarisatie Noord-Brabant (M.I.P.). Gemeente Someren.1991. p. 17.
4
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
3.Topografische kaart 1839-1843: uitsnede kaart 181D. In groen weilanden, in wit akkerland. In rood omcirkeld het gebied waar later de boerderij gebouwd zal worden.
4.Kadastrale minuutplan 1832: Uitsnede sectie B Lierop blad 1. In rood omcirkeld het perceel waar later de boerderij gebouwd zal worden.
5
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
HISTORISCHE ACHTERGROND EN BOUWGESCHIEDENIS VAN OBJECT
Kadastrale, topografische en historische bronnen Zowel op de kadastrale minuutplan uit 18325 als de topografische kaart in de atlas uit de periode 1836-18436 wordt het gebied waarin de boederij gebouwd zal worden aangeduid als ‘Heesven’. Volgens de overleving lag het Heesven tussen het gehucht Boomen en de Otterdijk. Op de topografische kaart zien we in dat gebied daarvan nog de restanten in de vorm van drie verschillende vennen. In de kadastrale administratie worden deze aangeduid als ‘moeras’. Ten westen van het perceel was de ‘Meervensche loop’ gesitueerd; een waterweg die vanuit het Meerven op de huidige Strabrechtse Heide via Lierop uitmondde in de rivier de Aa. Deze waterloop zal voor de in Lierop gevestigde boerderijen van levensbelang zijn geweest. Lierop had in deze periode nog amper verharde wegen. Ook de later tot Heesvenstraat omgedoopte weg was nog onverhard. Verder zien we op de beide kaarten een stippellijntje aangegeven vanuit de oude kerk naar de onverharde weg naar het Heesven. Dit zal vermoedelijk een oud kerkpad geweest zijn. Het pad liep dwars door een akkerbouwgebied wat bekend stond als het ‘Kerkveldje’. Het perceel waarop de boerderij gebouwd zal worden was in 1832 nog onbebouwd en in gebruik als bouwland (akkerland). Het was destijds in eigendom van de weduwe van Antoon van Asten, van beroep ‘landbouweresse’, met ca.
20 hectare aan bouwland en weilanden rondom haar boerderij op de Boomen. Het perceel blijft nog een tijdje in eigendom van de familie van Asten, gaat daarna over naar de familie Aarts, totdat het stuk bouwland in 1883 door ruiling wordt verkregen door Francina van Dijk, huisvrouw (later weduwe) van Antony Raaymakers, van beroep Burgemeester.7 Francina had een boerderij op de Boomen met ca. 8 hectare aan bouwland en weilanden in de omgeving. In 1888 zien we in de kadastrale leggers genoteerd dat er op het perceel een ‘schuur’ is gebouwd door Francina van Dijk. In het daaropvolgende jaar wordt het perceel gesplitst en wordt genoteerd dat er een ‘huis en erf’ aanwezig zijn op het perceel. Uit de familieoverlevering is opgetekend dat de opeenvolgende bouw van het schuurgedeelte met het ingemetselde jaartal 1887 en het woongedeelte met het ingemetselde jaartal 1888 voortkwam uit een verbroken verkering. Volgens de overlevering is de bouw tijdelijk gestopt toen de verkering verbroken werd, het bouwhout tussentijds gewaterd werd in de Oetert, en dat de bouw weer vervolgd werd toen een nieuwe verkering bezegeld was. Uit de overlevering is niet duidelijk op welke nazaat van de familie Raaymakers deze anekdote betrekking heeft. Waarschijnlijk gaat het verhaal terug op Wilhelmus Raaymakers (een van de zonen van Antony en Francina) en zijn echtgenote Johanna van der Putten.
In het register van nieuwe, veranderde of gesloopte gebouwen van de Gemeente Lierop8 staat hij namelijk op 3 juli 1889 geregistreerd als bewoner van de ‘landbouwerswoning’. In datzelfde register staat tevens opgetekend dat er op het perceel eerst op 1 september 1887 een ‘landbouwers schuur en stal’ wordt gesticht, en daarna in juli 1888, pas de ‘landbouwerswoning’ wordt gezien, die op dat moment ‘nog niet in gebruik’ is. Op een kadastrale hulpkaart die is opgemaakt in augustus 1888 is in ieder geval duidelijk te zien dat de bouwcontour van de boerderij aan de Heesvenstraat 21 destijds kon worden ingetekend. De bouwcontour uit 1888 komt exact overeen met de huidige bouwcontour van de boerderij. Op de hulpkaart zien we eveneens dat de oude Meervense loop in 1888 nog aanwezig was ten westen van het perceel.
5 Beeldbank RCE. Kadastrale Minuutplan Gemeente Lierop. Sectie B. blad 1 MIN10092B01. 6 Historisch topografische Atlas Noord-Brabant 1836-1843. blad nummer 181D. 7 Antonie Raaymakers was van 1850 tot 1869 Burgemeester van Lierop. 8 RHCe. Archief 13073 Gemeentebestuur Lierop 1810-1935. Inv. 74/10.
6
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
5.Kadastrale hulpkaart opgemaakt in augustus 1888.
6.Fotografisch portret van de Lieropse burgemeester (en gedeeltelijk eigenaar van de boerderij) Piet Raaymakers.
7
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
In 1897 gaat de boerderij en omliggende landen over in gedeeltelijk eigendom naar Wilhelmus Raaymakers, van beroep ‘landbouwer’ en consorten. Een daarvan, Petrus (Piet of Peter) Raaymakers, van beroep eveneens Burgemeester, wordt daarna voor 1/6 deel eigenaar van de boerderij.9 De weduwe van Wilhelmus Raaymakers, Johanna van der Putten woonachtig te Mierlohout, zal vervolgens nog lang als vruchtgebruiker van de eigendommen geregistreerd staan. De boerderij gaat vervolgens eerst gedeeltelijk, en later volledig, in eigendom komen van Antonius van Nuenen. Antonius van gehuwd met een telg uit de familie Raaymakers. In 1954 wordt een bijbouw in de kadastrale legger op het perceel genoteerd. Het is niet duidelijk waarop de bijbouw betrekking heeft. Op het bijbehorende erf (perceel 1438) waren inmiddels wel al een schop en 2 kippenhokken bijgebouwd. In 1961 wordt de boerderij verkocht aan Anthonius Kuijpers die was gehuwd met een telg uit de familie van Nuenen. Omstreeks 1965 wordt de schop op het bijbehorende erf afgebroken, 2 varkenshokken bijgebouwd en de boerderij gedeeltelijk vernieuwd. In 1968 vindt er wederom een vernieuwing plaats op het boerderijperceel. Waarop deze vernieuwingen betrekking hebben kunnen we uit de kadastrale gegevens niet achterhalen.
De boerderij op de Heesvenstraat 21 is tot op heden in eigendom van de familie Kuijpers, een familie die voornamelijk via de vrouwelijke lijn is terug te herleiden naar de Lieropse burgemeestersfamilie Raaymakers en haar verbondenheid met de boerderijen op het gehucht Ten Boomen. Op de kadastrale kaarten worden na de hulpkaart uit 1888 geen wijzigingen aan de bouwcontour van de boerderij ingetekend. Ook de hierboven genoemde bijbouwen worden niet ingetekend. Wel zien we op een hulpkaart uit 2004 de contour van de huidige indoor curling hal ten oosten van de boerderij aangegeven.
9 Petrus (Piet) Raaymakers was van 1895 tot 1904 Burgemeester van Lierop. Petrus van ook een zoon
van Anthony Raaymakers en Francina van Dijk, en de oudste broer van Wilhelmus. Er was nog een oudere zus genaamd Josina en een jonger broertje geneemd Mathys (of Matheus). Een van de broers van Petrus zal later (vanaf ca. 1909) wethouder worden van Lierop. Het is vooralsnog niet duidelijk of dat Wilhelmus of Mathys is geweest. In 1897 wordt door de Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst, die op werkbezoek was in Lierop, de volgende opmerking in zijn reisverslag opgenomen omtrent de toenmalige burgemeester (Petrus Raaymakers): ‘Lierop is een eenvoudig boerendorp; de burgemeester (tevens secretaris) is zelf een van de rijkste boeren uit de gemeente. De burgemeester schijnt daar vrij wel op zijn plaats; hij kent het werk, en, hoewel hij alles zeer origineel inricht, was er toch, in ’t algemeen genomen geen ernstige aanmerkingen te maken op de administratie. Hij schijnt een eenvoudige slimme boer wiens vijand ik niet gaarne wil zijn wanneer ik in Lierop woonde.’ Bron: www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/de-commissaris-van-de-koningin-over-lierop
8
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
6a. Bouwtekening maart 1966 met de bestaande (in het midden en rechtsonder) en nieuwe toestand.
9
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
Bouwarchief In het archief van bouwtekeningen van de gemeente Lierop tot 193510 zijn helaas geen bouwtekeningen aangetroffen van de boerderij op de Heesvenstraat 21. Na 1935 gaat Lierop op in de gemeente Someren. Ook in het bij de RHCe aanwezige archief met oudere bouwtekeningen van de gemeente Someren11 zijn geen oude bouwtekeningen van de boerderij aanwezig. De meer nieuwere bouwtekeningen zijn in het bouwarchief van de Gemeente Someren opgeslagen. Daarin zien we veelvuldig dat er allerlei vergunningen werden aangevraagd voor het oprichten, uitbreiden en slopen van kippenhokken, varkenshokken en veldschuren tot aan het oprichten van een bedrijshal met kantoor ten behoeve van de huidige indoor curling hal. Met betrekking tot de boerderij zelf lijken er weinig gegevens voorhanden te zijn, behalve een bouwaanvraag uit maart 1966 voor het ‘vernieuwen en veranderen veestal bij woonhuis’ die op 5 april 1966 door de Gemeente Someren werd verleend. Op de bijbehorende bouwtekening12 zien we dat het plan hoofdzakelijk betrekking had op het plaasten van nieuwe ramen in het bedrijfsgedeelte. Op de gevelaanzichten van de bestaande toestand krijgen we echter een goed beeld van de meer oorspronkelijke gevelindeling van zowel de voorgevel als de achtergevel.
Aan de voorgevel wordt zichtbaar dat een lagere getoogde (mest)deur benevens een vierkant raampje en loopdeur naast een klein getoogd stalraampje aanwezig was. Aan de achtergevel zien we slechts twee vierkante raampjes en verschillende loopdeuren in het bedrijsgedeelte. De tekening is echter niet geheel betrouwbaar. De meest linker deur (naar de paardenstal) is ingetekend met een rechte rollaag, in plaats van de authentieke thans aanwezige getoogde strekboog. Ook de positie van de meest rechtse loopdeur in het bedrijsgedeelte is foutief ingetekend doordat de positie van de brandmuur tussen het gedeelte uit 1888 en 1887 niet goed is weergegeven. Ook aan de ingetekende indeling van het bestaande woonhuis valt een en ander af te dingen. Het meest noordelijke raam aan de kopgevel zit niet op haar werkelijke plaats en de trap naar de kelder kan daar nooit gezeten hebben, want die is pal naast de opgang naar de opkamer en verdieping gesitueerd. Verder krijgen we een beeld van de indeling van het bedrijfsgdeelte met een koestal (grupstal) en varkenshok in het middendeel en een paardenstal en schuur in het buitenste deel, waartussen een scheidende muur aanwezig was.
10 Aanwezig in het RHCe. Archief 13073.
11 Aanwezig in het RHCe. Archief 13086. 12 Waarop we helaas niet de naam van de architect kunnen lezen doordat de vergunningverlener
gemeente alle namen onleesbaar heeft gemaakt!
10
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
7.Foto gedateerd 1955.
8.Foto gedateerd juni 1980.
11
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
Oude foto’s De oudste foto van de boerderij op de Heesvenstraat 21, thans teruggevonden, is gemaakt in 1955. Op de foto zien we dat de Heesvenstraat destijds nog een onverharde weg was. Ter rechterzijde de overliggende boerderij op huisnummer 22. Aan de linkerzijde van de weg zien we de boerderij op huisnummer 21. In de topgevel kunnen we het ingemetselde jaartal 1888 zien. Opvallend is dat de zoldering van het dak van de boerderij nog met riet gedekt was. Daaronder is een brandvoet met donker gekleurde (blauw gesmoorde?) dakpannen aanwezig. De gemetselde topgevel stak boven de pannenlijn uit was voorzien van een gemetselde afdekking, in plaats van de huidige dakoverstek. Verder kunnen we zien dat de twee zolderraampjes in de topgevel iets kleiner waren dan de huidige ramen. Tussen de bomen door kunnen we nog de oudere, later dichtgemetselde, getoogde poortopening van de (mest)stal zien naast de grotere poortopening van de mendeur die thans nog wel aanwezig is. De gevelindeling van het woonhuis lijkt verder ongewijzigd. Op een foto uit juni 1980, afkomstig uit het familiealbum, zien we dat het dak inmiddels geheel uit dakpannen bestaat. Wel is de gemetselde afdekking van de topgevel nog aanwezig. De twee zolderraampjes zijn nu al iets groter gemaakt en de kleinere getoogde poortopening van de (mest)stal is inmiddels dichtgemetseld en van ventilerende stalramen voorzien.
Verder zien we dat de kruisroeden in de ramen van het woongedeelte zijn verdwenen en er destijds een kleppend bovenlicht in de ramen was opgenomen. Ook zijn er inmiddels hemelwaterafvoeren aan de voorgevel aangebracht. Voorts is er in de beeldbank van het Brabants Historisch Informatie Centrum te ‘sHertogenbosch een serie foto’s van de boerderij aanwezig uit 1991.13 De drie stuks foto’s voegen weinig toe aan de hiervoor beschreven foto uit het familiealbum uit 1980. Op een van de foto’s krijgen we wel een beeld van de oostelijke kopgevel van de boerderij en tevens een indruk van haar samenhang met de overliggende boerderij op huisnummer 22.
9. Foto uit 1991.
13 Gemaakt door de Provincie t.b.v. de Cultuurhistorische inventarisatie Noord-Brabant (M.I.P.).
Gemeente Someren.1991.
12
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
10. Oostelijke kopgevel.
11. Straatgevel van het bedrijsgedeelte (schuur en stal).
13
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
BOUWHISTORISCHE OPNAME
Exterieur Algemene indruk - Bij de bouwhistorische veldopname is geconstateerd dat het bouwvolume, het gevelmetselwerk en bouwkundige constructie van de langgevelboerderij uit 1887-88 nog grotendeels intact of herkenbaar is. Met name het opgaande gevelmetselwerk en de detaillering daarvan, met verschillende kenmerkende sierlijsten, getoogde en strekse bogen, ingemetselde jaartalaanduidingen, ronde uilengaten en de oorspronkelijke smeedijzeren muurankers zijn geheel authentiek. In de loop der tijd zijn er in de gevelindeling wel verschillende wijzigingen aangebracht. Met name in het bedrijfsgedeelte zijn verschillende gevelopeningen aangebracht, vergroot, of juist dichtgemetseld (zie bouwtekening 1966). Het woongedeelte heeft wel haar oorspronkelijke gevelindeling grotendeels behouden, met name aan de straatzijde. Het zadeldak van de boerderij is vrij recent gemoderniseerd waarbij de detaillering is gewijzigd. De dakvorm en bouwvolume is daarbij wel gehandhaafd. Gevels – Het opgaande gevelmetselwerk van zowel het (iets diepere) bedrijsgedeelte met jaartal 1887 als het woongedeelte met jaartal 1888 is opgetrokken uit een rood tot roodbruin genuanceerde handvorm baksteen met een steenmaat van 23 x 11,5 x 5,5 cm. Daarbij zijn de ingemetselde jaartallen uitgevoerd in gele IJsselsteentjes. De bouwmuren zijn uitgevoerd in kruisverband.
Zowel de westelijke kopgevel van het woongedeelte, als de muurpenant tussen het gedeelte uit 1887 en 1888 zijn twee steens dik opgetrokken. Daarbij is de muurpenant als brandmuur tussen de twee gedeelten doorgetrokken naar het interieur. De onderbreking van de bouw in 1887 is zichtbaar bij de laatstgenoemde muurpenant in het verschil in de lagenmaat van het in 1888 daaraan gebouwde woongedeelte. De gevels zijn voorzien van een gecementeerde plint. De gevelopeningen worden in het woongedeelte voorzien van een steenshoge licht getoogde strekse boog. De grote mendeur aan de straatzijde is voorzien van een steenshoge korfboog. Voor de gemetselde bogen zijn lichter rood gekleurde bakstenen gebruikt. De langsgevels worden beëindigd door verschillende soorten gemetselde sierlijsten. Daarbij zijn de gevels aan de straatzijde van een meer uitgewerkt sierverband voorzien dan de gevel aan de achterzijde. Het bedrijsgedeelte aan de straatzijde heeft een sierlijst waarbij twee uitkragende koppen en een strek een console vormen die over de lengte gerepeteerd wordt. De sierlijst van het woongedeelte aan de straatzijde heeft twee uitkragende koppen waarboven een dubbele overhoekse muizentandlijst doorloopt. Aan de achterzijde is dit motief vereenvoudigd door het weglaten van de uitkragende koppen en slechts de dubbele overhoekse muizentandlijst is aangebracht.
12. Sierlijst van het woongedeelte aan de straatgevel
Sierlijst aan de achtergevel (woongedeelte en bedrijfsgedeelte).
14
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
13. Straatgevel van het woongedeelte.
14. Westelijke kopgevel.
15
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
In de gevelindeling zijn verschillende wijzigingen aangebracht. Meest opvallende wijziging is de dichtgemetselde (mest)poort aan de straatzijde. In het metselwerk zijn de bouwsporen nog duidelijk aanwezig door de in kleur afwijkende baksteen waarin de oude toog van de poort nog afleesbaar is. Gelijktijdig zullen ook in dezelfde gevel van het bedrijsfgedeelte de vierkante stalramen en enkele loopdeur zijn aangebracht en/of vergroot. Slijpsporen aan de verschillende neggekanten laten zien dat hieraan gewijzigd werd. Omtrent de oorspronkelijke afmetingen van die gevelopeningen tasten we in het duister. Niet ondenkbaar is dat het schuurgedeelte (aan de oostelijke zijde) vrijwel geheel gesloten was. In het stalgedeelte (middendeel) zullen wel oorspronkelijk al stalramen gezeten hebben. Ook aan de beide kopgevels zien we dat de vierkante ramen werden vergroot of aangebracht. Het ensemble van getoogde gevelopeningen aan de straatzijde van het woongedeelte is wel geheel authentiek. Dat geldt ook voor de twee getoogde raamopeningen op de begane grond aan de westelijke kopgevel. Aan de achterzijde van het woongedeelte zien we dat het huidige keukenraam aanzienlijk is vergroot en daartoe de gehele borstwering met gemetselde sierlijst opnieuw gemetseld werd. Deze ingreep heeft al vóór 1966 plaatsgevonden (zie bouwtekening 1966).
De vierkante raamopening van de opkamer aan de rechterzijde en het daaronder liggende kelderlicht lijken wel meer authentiek. De achterdeur naast de muurpenant uit 1887 zit op haar oorspronkelijke plaats. Wel lijkt de deur later iets kleiner gemaakt te zijn. Aan de zes stuks vierkante stalramen aan de achtergevel van het bedrijsgedeelte zitten overal slijpsporen van wijzigingen. Soms zitten de sporen slechts aan één zijde, wat erop duidt dat de raamopening slechts is verbreed, soms aan beide zijden, wat erop duidt dat de raamopening geheel nieuw aangebracht is. In twee gevallen zien we tevens bouwsporen onder de raamopeningen, wat erop duidt dat daar eerder een voormalig (stal- of mest) deur(tje) heeft gezeten. De gevelopening van de loopdeur geheel links, met getoogde strekboog, is wel authentiek. Kozijnen, ramen, deuren en luiken - Authentieke houten kozijnen, ramen, deuren en luiken zijn aan de boerderij niet meer te vinden. Al deze onderdelen zijn vrij recent vervangen voor in hardhout uitgevoerde exemplaren. De ramen zijn voorzien van modern isolerend dubbel floatglas. De detaillering van deze onderdelen alsmede de raamindelingen met kruisroeden en ingeboorde luikduimen zijn wel gebaseerd op historisch verantwoorde en goed bijpassende voorbeelden.
Dak – Het met blauw gesmoorde opnieuw verbeterde holle dakpannen gedekte zadeldak is iets verhoogd, waarschijnlijk als gevolg van na-isolatie over de daksporen van de kapconstructie. Eveneens later aangebracht is een zinken mastgoot onder de dakvoet met zinken hemelwaterafvoeren. De nok is voorzien van eveneens vernieuwde ventilerende keramische vorsten. De twee schoorstenen zitten op hun oorspronkelijke positie, maar zijn bovendaks wel opnieuw opgemetseld. Zowel in het voordakvlak als in het achterdakvlak zijn moderne rookgasfavoeren van verwaringsinstallies aangebracht. Aan de voorzijde zijn drie stuks Velux daklichten aangebracht in het dakvlak. Aan de achterzijde zijn zes stuks Velux daklichten aangebracht in het dakvlak.
16
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
15. Achtergevel van het woongedeelte.
16. Achtergevel van het bedrijfsgedeelte.
17
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
17. Ingemetseld jaartal westelijke kopgevel.
18. Vernieuwd raam met luiken aan de westelijke kopgevel.
Muurpenant tussen het in 1887 en in 1888 (links) gebouwde deel met een verspingende lagenmaat.
Metselwerk en verankering bij de grote mendeur aan de straatgevel met sierlijst.
18
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
19. Begane grond bedrijfsgedeelte.
20. 4e gebintstijl en gedeelte van de trekbalk.
2e gebintstijl met afgetimmerde trekbalk.
19
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
Interieur Indeling – Van de oorspronkelijke indeling van de boerderij is niet veel meer over. Wel is de als brandmuur functionerende bouwmuur tussen het gedeelte uit 1887 en 1888 nog aanwezig. Hierin is de tweedeling van de boerderij, in een woongedeelte en bedrijfsgedeelte, nog duidelijk herkenbaar. In het bedrijfsgedeelte is de begane grond thans één grote ongedeelde ruimte. Bij een verbouwing is daar op de oude bouwkundige constructie een verdieping aangebracht waarin enkele losse kamertjes zijn aangebracht, benevens twee grotere ongedeelde hoge ruimten met vrij zicht op de oude kapconstructie. In het woongedeelte vinden we nog wel de centrale positie van de gang die wordt betreden via de voordeur. Oorspronkelijk zullen de vertekken zich aan weerszijden van deze gang bevonden hebben. Bij een interieurverbouwing is de gang echter doorbroken om een doorgang tussen de vertrekken aan de straatzijde te realiseren. Ook is met een doorbraak de wat hoger gelegen opkamer bij de nieuwe woonkamer aan de kopse kant van het woongedeelte samengetrokken. De onder de opkamer liggende kelder is nog wel geheel intact. Ook de opgang van zowel de kelder als de opkamer vanuit de oude keuken is nog aanwezig. Op de verdieping van het woongedeelte is een nieuwe slaapkamerindeling aangebracht.
Bouwkundige constructie – Van de oorspronkelijke bouwkundige constructie uit 1887-88 resten de bouwmuren van alle gevels (waartoe ook de brandmuur tussen de twee gedeelten behoren), de kelderconstructie bestaande uit een gemetseld flauw hellende tongewelf met kelderlicht, mogelijk de restanten van de vloerbalklaag van het woongedeelte (niet waarneembaar bij de opname), de houten gebinten in het bedrijfsgedeelte en in het bijzonder de gehele kapconstructie. De dwarsbalken van de eikenhouten gebinten in het bedrijfsgdeelte zijn thans afgetimmerd en niet goed zichtbaar. Op één plek is de aftimmering verwijderd waardoor een blik op de dwarsbalk gegund is. In het bedrijfsgdeelte zijn vier stuks gebinten aanwezig. De gebinten bestaan (voor zover zichtbaar) slechts uit een trekbalk met een zeer grote overspanning die deels is opgelegd in de bouwmuur (en daaraan verankerd) en deels op een half in de bouwmuur gemetselde houten gebintstijl is opgelegd. Tussen de trekbalk en de gebintstijl is een ingepende kromme schoor aanwezig. De gebintstijlen zijn op gemetselde poeren aangebracht. Op tweederde van de overspanning zijn later stalen kolommen aangebracht ter ondersteuning van de overspanning. Mogelijk waren hier oorspronkelijk houten standvinken of tussenstijlen aanwezig. Bij het verwijderen van de gehele aftimmering zal daarover meer duidelijk worden.
De oplegging van het gebint op de gemetselde buitengevels is typisch voor de ontwikkeling van laat-negentiende eeuwse Brabantse langgevelboerderijen, en te zien als een voorlopig eindpunt in de ontwikkeling van het oudere driebeukige hallenhuis naar de éénbeukige langgevelboerderij zoals we die kennen. In het woongedeelte is vooralsnog geen gebint aangetroffen. De huidige afwerking staat daarin een bouwhistorische analyse in de weg. Gelet op de positie van de muurankers in de buitengevels, in relatie tot de positie van de kapspanten in het woongedeelte, mag verwacht worden dat er een deels op bouwmuren opgelegde houten vloerbalklaag aanwezig was (?) waarop de twee kapspanten van het woongedeelte afsteunen.
20
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
21. Spantbeen met voetschoor boven het woongedeelte.
Kapconstructie boven bedrijsgedeelte gezien naar het woongedeelte.
22. Kapconstructie boven het bedrijfsgedeelte gezien naar de oostzijde aan de straatkant.
21
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
De gehele kapconstructie bestaat uit zes stuks eikenhouten kapspanten waarvan er zich twee stuks boven het woongedeelte bevinden, en vier stuks in het bedrijfsgedeelte. De kapspanten zijn overlangs met elkaar verbonden door twee geschoorde gordingen en een nokgording uit eikenhout. Op de gordingen zijn naaldhouten rondsporen opgelegd die waarschijnlijk niet al te lang geleden vervangen zijn. De vernieuwde dakconstructie is opgebouwd met dakbeschot uit vuren kraaldelen. Daarboven zal zich een moderne isolatielaag of isolatieplaten bevinden waarop de panlatten en dakpannen zijn aangebracht. De oude eikenhouten kapspanten met gordingen zijn oorspronkelijk en plaatselijk voorzien van ingehakte telmerken. De aangetroffen telmerken hebben echter geen logische opvolging en lijken eerder meer paringsmerken te zijn dan echte telmerken. De kapspanten zijn uitgevoerd als schaarspanten met een overgekeepte tussenbalk. Aan het spantbeen zijn voetschoren bevestigd die meer stabiliteit geven aan de grote overspanning van de vrij brede kap. De vier stuks kapspanten in het bedrijfsgedeelte zijn daarbij ook nog eens voorzien van een kreupele stijl met blokeel die vereist was voor de krachtafdracht op de lager liggende gebinten. Bij de twee kapspanten van de hoger liggende vloerbalklaag in het woongedeelte werd dat blijkbaar niet nodig geacht.
De verschillende onderdelen van de spanten zijn aan elkaar verbonden door een combinatie van gesmede ijzeren verbindingsmiddelen zoals spiepennen en stroppen en houten pen en gat verbindingen met toognagels en ankerpennen. Afwerkingen – Van de oorspronkelijke afwerking in het interieur van de boerderij is niets meer over. Als gevolg van verschillende moderniseringen zijn er ook geen oude binnendeuren, binnendeurkozijnen, schouwen en dergelijke meer aanwezig. Wel liggen er in het keldertje nog oude rode plavuizen en is er nog een gemetselde pekelbak aanwezig.
23. Woonkamer met doorbraak naar de opkamer.
22
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
24. Opgang naar kelder (links) en opkamer (rechts) vanuit de keuken.
25. Kelder.
23
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
WAARDESTELLING
De waardestelling van het gebouw vindt plaats binnen twee verschillende referentiekaders. Enerzijds wordt een contextuele waardering opgesteld waarin het gebouw is gewaardeerd in relatie tot de buiten het object zelf liggende referenties. Hierin wordt een waardering opgenomen in vergelijking tot soortgelijke gebouwen of structuren in een plaatselijke, regionale of landelijke context. Deze contextuele waarden kunnen toegepast worden om te bepalen of een gebouw in aanmerking komt voor een beschermende status als monument. Bij reeds beschermde monumenten is de contextuele waardering meestal opgenomen in de redengevende omschrijving. Anderzijds wordt in de waardestelling een interne waardering opgesteld. Hierin wordt binnen het object zelf een onderscheid gemaakt tussen de relatieve waarden van onderdelen en aspecten van een bouwwerk. Daarbij worden de verschillende onderdelen van het gebouw binnen haar eigen context gewaardeerd als hoog, positief of indifferent. Bij de waardering wordt gebruikt gemaakt van een klassering in: ▪
Hoge monumentwaarden: waarden die van cruciaal belang zijn voor de structuur en/of de betekenis van het object of gebied en waarvan behoud noodzakelijk is.
▪
Positieve monumentwaarden: waarden die van belang zijn voor de structuur en/of de betekenis van het object of gebied en waarvan behoud wenselijk is.
▪
Indifferente monumentwaarden: waarden die van relatief weinig belang zijn voor de structuur en/of de betekenis van het object of gebied en waarvan vervanging of verwijdering vanuit monumentaal opzicht geen bezwaar is.
24
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
Contextuele waarden De contextuele waarden zijn voor de boerderij nog niet beschreven omdat het gebouw niet als monument, karakteristiek of beeldbepalend gebouw is aangemerkt. De boerderij heeft echter een aantal waarden die dat wel zouden rechtvaardigen en worden hieronder beschreven. De boerderij op de Heesvenstraat 21 heeft een hoge algemeen cultuurhistorische waarde omdat het uitdrukking geeft aan een typologische ontwikkeling gebonden aan een specifiek tijdperk. De langgevelboerderij vertegenwoordigd een voorlopig eindpunt in de ontwikkeling van het driebeukige hallenhuis naar het langgeveltype. Dit komt tot uitdrukking in de hoofdindeling van woonhuis, stalruimte en schuurdeel onder één kap met een slanke langgerekte plattegrond die is geëvolueerd naar een enkelbeukige opzet. De daarbij behorende bouwkundige constructie is typerend is voor de ontwikkeling van het type. In die zin heeft de boerderij ook een positieve waarde vanuit de gebruikshistorie als representant van de agrarische ontwikkeling van de Brabantse zandgronden in relatie tot het langeveltype waarbij zowel veeteelt als akkerbouw in een gecombineerd bedrijf waren verenigd. De boerderij heeft een positieve stedebouwkundige ensemblewaarde in relatie tot de bebouwing in de omgeving van het agrarische gebied rondom de Heesven en het nabij gelegen gehucht Ten Boomen.
In die zin heeft de boerderij een historisch-ruimtelijke relatie met het omliggende gebied en de ontwikkeling daarvan. De boerderij heeft een hoge bouwhistorische waarde vanwege de afleesbaarheid van de bouwtechniek en het materiaalgebruik. De relatieve gaafheid en zeldzaamheid van de bouwkundige constructie. In het bijzonder geven de houten gebinten en kapconstructie daartoe aanleiding. Ook de oorspronkelijke gemetselde gevels van de gehele boerderij betaande uit twee opeenvolgende bouwfasen zijn grotendeels intact en hebben een relatief hoge zeldzaamheidswaarde vanwege haar uitgesproken detaillering. Daarnaast heeft de boerderij een algemeen historische waarde op sociaal-economische gronden vanwege de familiegeschiedenis van de familie Raaymakers. Deze familie heeft meerdere burgemeesters en wethouders van Lierop voortgebracht die in een direkte relatie staan tot de bouw en bewoning van de boerderij. Zonder twijfel is de familie Raaymakers van grote invloed geweest op de ontwikkeling en geschiedenis van het dorp Lierop. De boerderij als representant van die geschiedenis kan derhalve positief gewaardeerd worden.
25
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
Interne waarden De onderdelen die behoren tot de oorspronkelijke bouw van de boerderij in 1887-88 worden hoog gewaardeerd. Omdat de boerderij vrij recent is gemoderniseerd en er geen voortgaande bouwgeschiedenis afleesbaar is, is de scheidslijn tussen een hoge waardering en een indifferente waardering vrij scherp. Er zijn daarom ook geen onderdelen die een positieve waardering krijgen, die tussen een hoge waarde en indifferente waarde in liggen. Een uitzondering daarop is de uitvoering van de recent vervangen kozijnen, deuren, ramen en luiken. De materialisering en detaillering is weliswaar niet meer authentiek, toch is er door de historiserende uitvoering enige waarde ontstaan die als positief aangemerkt kan worden. Met betrekking tot de interne waarden van de boerderij en bijbehorende schuur komen we tot de volgende opsomming:
Hoog te waarderen: •
Het gehele bouwvolume, contour en dakvorm van de boerderij uit 1887-88;
•
De oorspronkelijke gevelindeling en detaillering van het metselwerk van met name de straatgevel, de kopgevel aan de oostzijde en alle woonhuisgevels voor zover niet gewijzigd door latere aanpassingen.
•
De restanten van het oorspronkelijke metselwerk van de gevel van het bedrijsgedeelte aan de achterzijde.
•
De structuur, voor zover herkenbaar, van de drieledige hoofdindeling in woonhuis, stal en schuur van de boerderij. Hierin is met name de nog aanwezige brandmuur tussen het woongedeelte en bedrijfsgedeelte en de bijbehorende op de zolderverdieping nog aanwezige schoorsteen van belang. Een scheiding tussen het stal- en schuurgedeelte is slechts nog herkenbaar aanwezig in het restant van een gedeelte van die scheidingsmuur.
•
De structuur, voor zover nog aanwezig, van de indeling van de centrale gang met ruimten aan weerszijden daarvan en de indeling en materialisering van de kelder en daarboven liggende opkamer.
•
De mogelijk nog aanwezige vloerbalklaag in het woongedeelte wordt voorlopig hoog gewaardeerd. Mocht bij demontage blijken dat deze is verwijderd vervalt deze waardering.
•
De houten gebint- en kapconstructie bestaande uit vier stuks eikenhouten (onder)gebinten in het bedrijfsgedeelte en zes stuks eikenhouten kapspanten met schoren en gordingen in de gehele kap.
•
Alle smeedijzeren muurankers en verbindingsmiddelen van de kapconstructie.
•
De rode plavuizenvloer in het keldertje met bijbehorende gemetselde pekelbak.
Positief te waarderen: •
De typologie en indeling van de voormalige schuiframen met luiken in het woongedeelte met bijbehorende voordeur en hoge mendeur aan de voorgevel.
26
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
Indifferent te waarderen: •
Alle overige onderdelen die het gevolg zijn van recente modernisering, waaronder: -
Het pannendak met Veluxramen, onderliggende dakconstructie, dakgoten en hemelwaterafvoeren.
-
Het vergrote keukenraam aan de achterzijde van het woongedeelte.
-
De gewijzigde indeling van de stalramen aan de achterzijde van het bedrijfsgedeelte.
-
De ingebroken stalramen aan de kopgevel aan de oostzijde.
-
Het ingebroken stalraam aan de rechterzijde van de grote mendeur aan de straatzijde.
-
De dichtgemetselde oude lagere (mest)poort aan de straatzijde.
-
De overige indeling van het woonhuisgedeelte op zowel de begane grond als de verdieping.
-
De indeling van het bedrijfsgdeelte en de nieuw daarin ingebrachte verdieping.
27
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
WAARDERINGSKAARTEN Bij de waarderingskaarten is gebruikt gemaakt van een klassering in ‘hoge monumentale waarde’, waarvan behoud noodzakelijk is, ‘positieve monumentale waarde’, waarvan behoud wenselijk is en ten slotte ‘indifferente monumentale waarde’, waarvan vervanging of verwijdering vanuit monumentaal opzicht geen bezwaar is.
28
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
29
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
30
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
31
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
BEELDVERANTWOORDING Maikel Niël Bouwhistorie
omslagfoto, 1 en 2, 10 t/m 25
Historisch Topografische Atlas
3
Kadaster
4 en 5
Beeldbank RHCe
6 en 7
Bouwarchief Gemeente Someren
6a
Familiealbum Kuijpers
8
BHIC
9
BRONNEN Kadastraal Archief Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) Cultuurhistorische Inventarisatie Noord-Brabant. M.I.P. Gemeente Someren. Provincie Noord-Brabant. ‘s-Hertogenbosch September 1991 Bestemmingsplan Buitengebied Someren 2011. NL.IMRO.0847.BP02011002-VS02 Interim omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant. 15 april 2022 Historisch topografische Atlas Noord-Brabant 1836-1843. Uitgeverij Nieuwland. Tilburg 2008; Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe). Archiefnummer 13073 Gemeentebestuur Lierop 1810-1935. Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe). Archiefnummer 13086 Gemeentebestuur Someren 1835-1979. Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe). Beeldbank. Archiefnummer 21100. Beeld- en geluidcollectie Gemeente Someren. Bouwarchief Gemeente Someren.
LITERATUUR Coenen, drs. Jean. Hertog Jan en de Zummerse mens – Een overzicht van de geschiedenis van Someren en Lierop. Uitgave Gemeente Someren. 2001. Maas, Toine. Lierop ‘n beeld van een dorp. Rabobank Lierop. 1989.
32
Cultuurhistorische Verkenning Heesvenstraat 21 te Lierop Maikel Niël Bouwhistorie
© 2023 Maikel Niël Bouwhistorie Verveelvoudiging voor eigen gebruik of intern gebruik van de opdrachtgever is toegestaan. Bronvermelding is verplicht. Voor het overige mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op welke andere manier, voor doeleinden anders dan hierboven vermeld, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever en de auteurs. Maikel Niël Bouwhistorie heeft met alle mogelijke zorg getracht de rechthebbenden ten aanzien van bestaand beeldmateriaal te achterhalen. Een ieder die van mening is rechten te kunnen doen op illustraties wordt verzocht zich met Maikel Niël Bouwhistorie in verbinding te stellen. Contactgegevens: Maikel Niël Bouwhistorie, Rederijkerstraat 6, 5663 EB Geldrop.
33
Schetsontwerp 3722 – verbouwing woning Heesvenstraat 21 te Lierop 8-7-2024
0.7a Toilet
0.6b Bijkeuken
0.6a Hal
0.5a Keuken
0.4b Keuken/eetkamer
10750
0.7b Werkplaats
0.5b Woonkamer
0.3b Toilet
0.3a woonkamer 0.1a Entree
0.1b Entree
0.8a Techniek
0.2b Werkkamer
0.2a Werkkamer
28790
Begane grond 1:100
11720
0.4a Eetkamer
Schetsontwerp 3722 – verbouwing woning Heesvenstraat 21 te Lierop 8-7-2024
1.5a Badkamer
1.6a Masterslaapkamer
1.2a Slaapkamer
1.3b Badkamer 1.2b Masterslaapkamer
1.1a Overloop
1.4a Slaapkamer
1.4b Slaapkamer
1.1b Overloop
1.6b Zolder 1.5b Slaapkamer
1.3a Slaapkamer
Eerste verdieping 1:100
Schetsontwerp 3722 – verbouwing woning Heesvenstraat 21 te Lierop 8-7-2024
Voorgevel 1:100
Schetsontwerp 3722 – verbouwing woning Heesvenstraat 21 te Lierop 8-7-2024
Rechter zijgevel 1:100
Linker zijgevel 1:100
Schetsontwerp 3722 – verbouwing woning Heesvenstraat 21 te Lierop 8-7-2024
Achtergevel 1:100
HEESVENSTRAAT 21 LIEROP - Beplantingsplan Legenda !
!
!
!
!
!
Planlocatie
N¹N¹N¹N¹N¹N¹N¹N¹N¹N¹N¹N¹N¹N¹ Knip- en scheerhaag (bestaand) Soort: Fagus Sylvatica (beuk) Breedte: 1 m. Lengte: 45 m. Aantal: 4 st/m¹
¹B ¹B ¹B ¹B ¹B ¹ Knip- en scheerhaag (nieuw) B
Soort: Fagus Sylvatica (beuk) Breedte: 1 m. Lengte: 165 m. Aantal: 4 st/m¹
! Fruitboom z Soort: Malus (appel), Pyrus (peer) en/of Prunus (kers) Oppervlakte gaard: 350 m² Plantafstand: 5 m. Aantal: 7
Kruidenrijk grasland Struweel
Soort: Cornus mas (gele kornoelje), Prunus spinosa (sleedoorn), Ligustrum vulgare (liguster) Oppervlakte: 250 m² Kruislings verband
0
10
Behoort bij
Esri Nederland, beeldmateriaal.nl
Gemeente Datum Schaal Formaat
20
40 Meters
: Ruimtelijke motivering 'Heesvenstraat 21 Lierop' : Someren : 16 januari 2025 : 1:1.000 : A4
Ü