Bijlage Bestemmingsplan ter vaststelling
Tekst van het document
4.3.7.2 Somerenseweg ten noorden van Groenstraat Ook dit deel van de Somerenseweg is gecategoriseerd als erftoegangsweg. Echter hebben fietsers hier geen vrijliggend fietspad en delen ze de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer. Zonder planbijdrage ligt de verkeersintensiteit in 2035 op 6.397 mvt/etmaal. Kijkend naar de huidige inrichting van de weg waarbij fietsers zich moeten mengen met het gemotoriseerde verkeer, kan dit wegvak circa 6.000 mvt/etmaal verwerken. Met een verkeersintensiteit van circa 6.500 mvt/etmaal is de verkeersveiligheid van met name fietsers al in de autonome situatie (zonder toevoeging van het plan) niet meer te garanderen. Om de verkeersveiligheid van de fietsers te verbeteren worden daarom rode
51/103
fietsstroken2 voorzien. De toevoeging van verkeer als gevolg van het plan (+ 598 mvt/etmaal) is ten op zichtte van het totaal (6.995 mvt/etmaal) relatief beperkt. Wetende dat de verkeersveiligheid op dit deel van de Somerenseweg wordt verbeterd en de beperkte toevoeging van verkeer als gevolg van het plan, kan gesteld worden dat het plan geen nadelige effecten heeft op de verkeersveiligheid. De realisatie van fietsstroken maakt dat de weg weer voldoende capaciteit heeft om eventueel ook toekomstige plannen over af te wikkelen. 4.3.7.3 Somerenseweg ten zuiden van ontsluiting plan Net als het deel van de Somerenseweg tussen Groenstraat en de oostelijke aansluiting van het plan is dit deel van de Somerenseweg welliswaar gecategoriseerd als erftoegangsweg, maar heeft het de kenmerken van een gebiedsontsluitingweg vanwege de aanwezigheid van het vrijliggende fietspad. Na planbijdrage komt de verkeersintensiteit in 2035 hier uit op 6.175 mvt/etmaal. Omdat dat dit deel van de Somerenseweg de inrichting en uitstraling heeft (vrijliggende fietspaden) van een gebiedsontsluitingsweg welke een capaciteit heeft van tussen de 6.000 en 15.000 mvt/etmaal, kan geconcludeerd worden dat dit deel van de Somerenseweg het verkeer van het plan vlot en veilig kan verwerken. Er is hier dan ook nog ruimte om eventuele toekomstige plannen ook over af te wikkelen.
4.3.7.4 Overige wegen rondom het plangebied De overige wegen kennen slechts een zeer beperkte toevoeging van verkeer. Op etmaalbasis gaat het bij die wegen om een verkeersgeneratie tussen de 18 mvt/etmaal en 179 mvt/etmaal. Zulke aantallen zijn dermate laag dat de realisatie van het plan op deze wegen nauwelijks tot merkbare effecten leidt en er dus geen knelpunten te verwachten zijn. Overigens ligt de capaciteit op deze wegen tussen de 3.000 en 6.000 mvt/etmaal. En in geen enkel geval worden deze capaciteiten gehaald. Er zijn dan ook geen knelpunten te verwachten op deze wegen. 4.3.7.5 Wegen binnen het plangebied Op sommige wegen in het plangebied is sprake van relatief lange rechtstanden. Op deze wegen zullen, om de snelheid van het verkeer binnen de perken te houden, snelheidsremmende maatregelen worden genomen. 4.3.7.6 Ontsluitingen plangebied Oostelijke ontsluiting Omdat een groot deel van het verkeer van het plan (84%) ontsluit via de oostelijke ontsluiting op de Somerenseweg, zullen ruim 750 mvt/etmaal (gemiddelde werkdag) het fietspad hier kruisen. Bij het ontwerp van het kruispunt dient voldoende aandacht te zijn voor de verkeersveiligheid van deze fietsers. Met name het zicht op het fietspad is daarbij van groot belang.
Verder wordt eveneens om verkeersveiligheidsredenen geadviseerd het bestaande plateau bij de Gildestraat door te trekken tot voorbij de oostelijke ontsluiting van het plangebied. Hierdoor wordt de snelheid van het verkeer op de Somerenseweg ter hoogte van de aansluiting verlaagd, hetgeen de verkeersveiligheid ten goede komt. Overige ontsluitingen Op alle locaties waar het plan ontsluit op het bestaande verkeersnetwerk dient bij de verkeerstechnische uitwerking ervan voldoende zicht te zijn op het kruisende verkeer.
52/103
4.3.8 Parkeren Het plan voorziet in de realisatie van in totaal 126 woningen in verschillende typologieën. De gemeente Someren heeft in de Nota Parkeernormen 2018 vastgelegd hoe de parkeerbehoefte kan worden bepaald. De kern Lierop is bij de gebiedsindeling van de Nota Parkeernormen ingedeeld in de categorie 'rest bebouwde kom'. Het plangebied valt buiten het gebied waarmee de kern van Lierop is aangeduid. Omdat de nieuwe wijk straks onderdeel zal uitmaken van de kern van Lierop is voor dit onderzoek er vanuit gegaan dat de beoogde ontwikkeling ook valt onder het gebied 'rest bebouwde kom'. De Nota Parkeernormen heeft geen parkeernormen vastgesteld, maar verwijst voor het bepalen van de parkeerbehoefte naar de kencijfers van CROW publicatie 317 of recentere versies. Omdat inmiddels CROW publicatie 744 de meest recente versie is, is deze publicatie als uitgangspunt genomen voor het bepalen van de parkeerbehoefte. Wat daarnaast ook in de Nota Parkeernormen is vastgelegd is dat het midden van de bandbreedte van de CROW kencijfers moet worden aangehouden. Onderstaande tabel geeft de parkeerbehoefte weer van de beoogde ontwikkeling uitgesplitst naar bewoners en bezoekersparkeren, uitgaande van bovenstaande uitgangspunten. Tabel 4.5 Parkeerbehoefte beoogde ontwikkeling Type CROW-typologie (CROW Aantal 744)
CROW kencijfer
P-behoefte
Totaal
bewone bezoek bewone bezoeke rs ers rs rs cluster 1 t/m 6 gestapeld koop, goedkoop Koop, appartement, <75m2 bvo rijwoning senioren koop Koop, huis, tussen/hoek rijwoning senioren sociaal Huur, huis, sociale huur rijwoning koop Koop, huis, tussen/hoek rijwoning sociaal Huur, huis, sociale huur half vrijstaand Koop, huis, twee-onder-een-kap vrijstaand Koop, huis, vrijstaand cluster 7 rug-aan-rugwoningen, gereguleerde middeldure huur 1à2 persoonshuishoudens, koop rijwoning koop senioren koop TOTAAL
53/103
8
1,3
0,2
10,4
1,6
12,0
4 18 5 20 10
1,8 1,1 1,8 1,1 1,9
0,2 0,2 0,2 0,2 0,2
7,2 19,8 9,0 22,0 19,0
0,8 3,6 1,0 4,0 2,0
8,0 23,4 10,0 26,0 21,0
22
2
14
1,1
0,2 0,2 0,2 0,2
44,0 0,0 0,0 15,4
4,4 0,0 0,0 2,8
48,4 0,0 0,0 18,2
Koop, huis, tussen/hoek 13
1,8
0,2
23,4
2,6
26,0
Koop, huis, tussen/hoek 4 Koop, huis, tussen/hoek 8 126
1,8 1,8
0,2 0,2
7,2 14,4 191,8
0,8 1,6 25,2
8,0 16,0 217,0
Huur, huis, sociale huur
In deze berekeningen is rekening gehouden met 36 sociale huurwoningen. Als er meer sociale huurwoningen komen, dan kan deze berekening gezien worden als 'worst-case'. Dan valt de parkeerbalans namelijk lager uit. In totaal dienen er normatief 217 (192 voor bewoners en 25 voor bezoekers) parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. De vrijstaande woningen (22 stuks) hebben per woning 2 toegewezen parkeerplaatsen, zie ook artikel 10.3, die alleen voor de bewoners van deze woningen te gebruiken zijn. In totaal gaat het om 44 parkeerplaatsen op eigen terrein. De bezoekers van deze vrijstaande woningen en de bewoners en bezoekers van de overige woningen hebben geen parkeerplaatsen op eigen terrein. Tabel 4.6 Parkeerbehoefte bewoners en bezoekers p-behoefte bewoners vrijstaande woningen 44,0 resterende woningbouw programma 147,8
bezoekers 4,4 20,8
De parkeerplaatsen voor deze doelgroepen liggen in de openbare ruimte en worden dan ook gedeeld (dubbel gebruikt). De parkeerbehoefte wanneer een deel van de parkeerplaatsen zowel door bewoners als bezoekers wordt gebruikt ligt lager. Immers zijn bewoners en bezoekers niet altijd op dezelfde momenten aanwezig. Om de parkeerbehoefte te berekenen op dit zogenaamde dubbelgebruik, zijn de aanwezigheidspercentages van uit de Nota Parkeernormen 2018 van de gemeente Someren gehanteerd. Uitgaande van dit dubbelgebruik ligt de parkeerbehoefte, zonder de toegewezen parkeerplaatsen op eigen terrein van de vrijstaande woningen op 153,2 parkeerplaatsen. Tabel 4.7 Parkeerbehoefte na dubbelgebruik werkdag ochtend middag avond bewoners 50% 50% 90% 73,9 73,9 133,02 bezoekers 10% 20% 80% 2,52 5,04 20,16 Totaal 76,4 78,9 153,2
koop avond 80% 118,24 70% 17,64 135,9
werkdag nacht 100% 147,8 0% 0 147,8
zaterdag middag 60% 88,68 60% 15,12 103,8
avond 80% 118,24 100% 25,2 143,4
zondag middag 70% 103,46 70% 17,64 121,1
Na dubbelgebruik ligt de parkeerbehoefte op 197,2 parkeerplaatsen. Er worden in totaal 214 parkeerplaatsen gerealiseerd waarvan er 2 per vrijstaande woning (44 parkeerplaatsen) op eigen terrein worden aangelegd. De rest 214 -44 = 170 parkeerplaatsen liggen in de openbare ruimte. Het plan voorziet daarmee in voldoende parkeerplaatsen.
54/103
4.3.9 Conclusie Het planvoornemen voorziet in extra verkeersgeneratie. Deze verkeersgeneratie kan zonder problemen en verkeersveilig worden afgewikkeld op het omliggende wegennet. Daarnaast worden er binnen het plangebied voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te kunnen voldoen aan de Nota Parkeernormen van de gemeente Someren. In de regels van dit bestemmingsplan is ook vastgelegd dat voldaan moet worden aan de Nota parkeernormen, zie artikel 10.3.
4.4
Bedrijven en milieuzonering
4.4.1 Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen. Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn.
Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. 4.4.2 Toetsing In de beoogde situatie worden binnen het plangebied woningen gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure. Het plangebied wordt hoofdzakelijk omgeven door agrarische percelen en woonpercelen. Qua omgevingstype wordt uitgegaan van 'rustig gebied'. Er liggen meerdere niet-woonfuncties in de omgeving van het plangebied. Dit betreffen meerdere agrarische bedrijven, een jongerencentrum en een kantoor. De agrarische bedrijvigheid bestaat in de directe omgeving van het plangebied uit het fokken en houden van rundvee, paarden en schapen in relatief kleine bedrijven. Het milieuaspect geur is voor dit type bedrijven het meest maatgevend en dit aspect is beschouwd in paragraaf 3. Voor de milieuaspecten geluid en stof geldt een richtafstand van 30 meter. Binnen 30 meter tot deze woningen worden geen nieuwe woningen gerealiseerd.
55/103
In de directe omgeving van het plangebied liggen geen niet-agrarische bedrijfsbestemmingen. 4.4.2.1 Meervensedijk 4 Op dit adres is jongerencentrum OJC Nirwana Lierop gevestigd (bestemming Maatschappelijk). Een dergelijke inrichting is te categoriseren als een 'Buurt- en clubhuis (SBI 94991A)'. Hiervoor geldt de milieucategorie 2 en een richtafstand van 30 meter in het kader van geluid. Het perceel is gesitueerd op een afstand van 170 meter van het plangebied, waardoor kan worden geconcludeerd dat aan de richtafstand kan worden voldaan. Deze inrichting en bestemming vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Voor de jaarlijkse evenementen – zoals Nirwana Tuinfeest – die worden georganiseerd op of nabij deze gronden geldt de APV en de evenementenvergunning. Omliggende woningen bij grotere evenementen worden doorgaans zorgvuldig meegewogen in de totstandkoming én naleving van de evenementenvergunning. 4.4.2.2 Somerenseweg 23 Op dit adres is een bank (Regiobank) en een financieel adviesbureau gevestigd (bestemming Kantoor). Dergelijke inrichtingen zijn te categoriseren als 'overige zakelijke dienstverlening: kantoren'. Hiervoor geldt de milieucategorie 1 en een richtafstand van 10 meter in het kader van geluid. Het perceel is gesitueerd op een afstand van ruim 150 meter van het plangebied, waardoor kan worden geconcludeerd dat aan de richtafstand kan worden voldaan.
Deze inrichting en bestemming vormen geen belemmering voor het planvoornemen. 4.4.2.3 Agrarische functies In de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere agrarische bedrijfsbestemmingen, alwaar grondgebonden agrarische activiteiten zijn toegestaan. Relevant is met name het aspect geurhinder. Dit aspect is gemotiveerd in paragraaf 4.12. Voor deze paragraaf is vooral het aspect geluid relevant. De toegestane agrarische bedrijvigheid kent inzake geluid een richtafstand van 30 meter in rustig gebied. Navolgende tabel toont de werkelijk afstanden van de agrarische bedrijven tot de dichtstbijzijnde woonbestemming in onderhavig plan. Tabel 4.8 Afstanden tot agrarische functies Adres Werkelijke afstand tot woonbestemming Berkeindje 11 minimaal 80 meter Groenstraat 7/9 0 meter Groenstraat 17 76 meter Heieind 3 50 meter tot dichtstbijzonde geprojecteerde woning Alleen ter plaatse van de agrarische bestemmingen aan de Groenstraat 7 en 9 kan niet aan de richtafstanden worden voldaan. Dit betreffen echter voormalige agrarische bedrijfswoningen die inmiddels in de feitelijke situatie in gebruik zijn als reguliere woning. Dit zal door middel van een afzonderlijke planologische procedure juridisch-planologisch worden gecorrigeerd. Daarmee komt de richtafstand tot deze woningen te vervallen.
4.4.2.4 Agrarische gronden Agrarische gronden aan zuidwestzijde plangebied Rondom het plangebied bevinden zich agrarische gronden. Op deze gronden kan sprake zijn van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan gezondheidsrisico's met zich
56/103
meebrengen. Bij ruimtelijke plannen in de omgeving van agrarische gronden dienen deze mogelijke gezondheidsrisico's te worden afgewogen. Ter plaatse van de agrarische gronden aan de zuidwestzijde van het plangebied kan het daadwerkelijk voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. De betreffende gronden zijn in gebruik door een tuinbouwbedrijf en ter plaatse worden staakbonen, gerst, aardappelen, wortelen, etc. geteeld. Mogelijk worden hier in de toekomst ook druiven geteeld. De betreffende gewassen worden in de praktijk ook daadwerkelijk gespoten met pesticiden en herbiciden. Uit gezondheidsoverwegingen voor de toekomstige bewoners van Lierop Zuid zijn door de gemeente inmiddels afspraken gemaakt met de betreffende grondeigenaar/pachter met betrekking tot het bespuiten en beregenen van de gewassen op deze gronden. Als gevolg van die afspraken is binnen het plangebied een spuitvrijezone van 50 meter, gemeten vanaf de gevels van de beoogde woonhuizen, aangewezen. Binnen deze zone is in de regels van dit bestemmingsplan een verbod opgenomen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De pachter en eigenaren zijn bereid om medewerking te verlenen aan deze spuitvrije zone ter voorkoming van gezondheidsrisico's en het borgen van een goed woon- en leefklimaat binnen Lierop Zuid.
Figuur 4.2 Uitsnede verbeelding met 50 meter aanduiding voor gebied waarbinnen gewasbeschermingsmiddel
57/103
verboden zijn Agrarische gronden aan de west- en oostzijde van het plangebied Ook de gronden ten oosten en westen van het plangebied zijn bestemd als 'Agrarisch met waarden – Landschappelijke waarden'. Artikel 7.1 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Someren' stelt dat de gronden met deze bestemming zijn bestemd voor al dan niet agrarisch grondgebruik inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke in het algemeen. In de bestaande feitelijke situatie zijn deze gronden echter in gebruik als weide. De gronden worden dus niet gebruikt voor de teelt van gewassen. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is hier dan ook niet van toepassing. Het is niet nodig om met de betreffende grondeigenaren afspraken te maken over het grondgebruik. Het opnemen van een spuitvrijezone is hier, gezien het feitelijke gebruik als weide, ook niet noodzakelijk. Verder is van belang dat in overige wetgeving en ook het Activiteitenbesluit voorwaarden zijn opgenomen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
In algemene zin is vastgelegd dat er rekening gehouden dient te worden met passende afstanden tot grenzen zoals watergangen (tot 5 meter bij ecologisch kwetsbare waterlopen) en woongebieden (tot 50 meter bij hoge fruitteelt) en dat er bijvoorbeeld rekening gehouden dient te worden met de windrichting als er wordt gespoten. Een agrariër dient te allen tijde rekening te houden met opgelegde afstanden wanneer er met schadelijke middelen kan worden gespoten. Rekening houdend met het bovenstaande wordt ervan uitgegaan dat het woon- en leefklimaat in de nieuwe woonwijk voldoende wordt geborgd. 4.4.3 Conclusie Er wordt uitgegaan van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en er worden vooralsnog geen bedrijven beperkt in hun bedrijfsvoering. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.5
Archeologie
4.5.1 Normstelling en beleid Erfgoedwet In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het aspect ‘archeologie’ is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In Hoofdstuk V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente in de ruimtelijke besluitvorming (w.o. bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken) rekening dient te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (artt. 38a t/m 41
58/103