CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bestemmingsplan ter vaststelling

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Lierop-Zuid fase 121.183 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

49 14

Fel icit ést r aa

16

3

50

17

19 25

23

21

17 19

15

13

11

9

Plangebied

1 3

12

Plangrens

5

15

21 13

7

10a

Enkelbestemmingen 10

Somerenseweg

8

7

AW-LW

23-23c

9

G V-VB

Vaarsehoefweg

W

2 27-27a

5

3

Groe

10

W

G

overige zone - bebouwingsconcentraties 29

W

6

reconstructiewetzone - extensiveringsgebied

Kromvenweg

(sw-bs)

G

Waarde - Archeologie

milieuzone - spuitzone

Ber kein dje

G

Wonen

milieuzone - geurzone

2a

3,5

V-VB

Verkeer - Verblijfsgebied

Gebiedsaanduidingen

4

2

2

3,5 8,5

Groen

Dubbelbestemmingen

aat

WR-A

W

Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden

7

nstr

3

3

vrijwaringszone - radar

[gs]

3,5

W

7

3,5

11,5

10

Functieaanduidingen

V-VB

10 6,5

(sg-li)

specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing

(swr-cw)

specifieke vorm van waarde - cultuurhistorisch waardevol

(sw-bs)

specifieke vorm van wonen - bestaand

W 4

11,5

3,5

G

11,5

Some r

W

6,5 6,5

ense w

eg

11,5

6

10

Bouwvlakken bouwvlak

V-VB G

G

3,5

W

Bouwaanduidingen

6,5

8

6,5

11,5

10

10

[bg]

bijgebouwen

[gs]

gestapeld

11,5

WR-A [sba-rrw]

6,5 11,5

3,5

specifieke bouwaanduiding - rug-aan-rugwoningen

W

8,5

Maatvoeringen

G 3,5 3,5

6 16

10

G

8,5

3,5

43 14

V-VB

22

G

45

10

e ndj

8

kei

26

G 6

(swr-cw)

W

4,5

3

10

28

49

W

30 32

51

9

34

[sba-rrw]

3

[bg]

36

9

i ple

38

eg

V-VB

V-VB

G

ehoef w

12

24

G

Ber

AW-LW

8,5

maximum bouwhoogte (m) maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

47

n

de Gil

40

19 21 23

42

V-VB

53

Vaars

25

44

27

55

29

3

W

3

9

46

W

9

57

48 10

31

8

33 52

35

58

3

37

56

4

ier

60

6

n ke

nsewe

g

50

Pie

V-VB

Somer e

Heieind

t

48

18

54 5

1

Gildep

lein 10 ig dr

an

Va

G (sg-li)

8 6

20

4

5A

22

2

24

11z

26

22

7

11

WR-A

GEMEENTE SOMEREN Lierop-Zuid, fase 1

Be

rk

e

bestemmingsplan

je ind

hoefwe

Vaarse g

9

40

PROJECT

20230737

FORMAAT

A1

SCHAAL

1:1000

Ter vaststelling

15-05-2025

KAART

1/1

Ontwerp

21-12-2023

GETEKEND

K. Heijmeriks

Voorontwerp

IDN

NL.IMRO.0847.BP02023022-VS01

Concept

RHO ADVISE RS

10-11-2023 info@rho.nl www.rho.nl

N

bestemmingsplan

Lierop-Zuid, fase 1 Someren

DATUM IMRO IDN

15 mei 2025 NL.IMRO.0847.BP02023022-VS01

PROJECT PROJECTLEIDER

Lierop-Zuid, fase 1 RV

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Someren 20230737

AUTEUR STATUS

HM vastgesteld

Inhoudsopgave

Regels Hoofdstuk 1

4 Inleidende regels

5

Artikel 1

Begrippen

5

Artikel 2

Wijze van meten

10

Bestemmingsregels

11

Artikel 3

Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden

11

Artikel 4

Groen

13

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

14

Artikel 6

Wonen

15

Artikel 7

Waarde - Archeologie

20

Hoofdstuk 3

Algemene regels

23

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

23

Artikel 9

Algemene bouwregels

24

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

25

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

26

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

27

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

28

Artikel 13

Overgangsrecht

28

Artikel 14

Slotregel

29

Hoofdstuk 2

3/29

Regels

4/29

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 Plan Het bestemmingsplan 'Lierop-Zuid, fase 1' met identificatienummer NL.IMRO.0847.BP02023022-VS01 van de gemeente Someren. 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 Verbeelding De kaart waarop de bestemmingen en aanduidingen van de gronden die in het plangebied zijn gelegen, zijn aangegeven. 1.4 Aanbouw Een aan het hoofdgebouw aangebouwd bijgebouw, enkel achter de achtergevel van de woning. 1.5 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels, regels worden gesteld voor het gebruik en/ of het bebouwen van de desbetreffende gronden. 1.6 Aaneengebouwd Bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden in de perceelsgrens zijn gebouwd, met dien verstande dat de eindwoning slechts aan één zijde in de zijdelingse perceelsgrens hoeft te worden gebouwd, patiowoningen hieronder begrepen. 1.7 Aan-huis-verbonden beroep Het uitoefenen van een beroep, het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied of het uitoefenen van publiekverzorgend ambacht in de vorm van kappers, schoonheidssalons e.d., met dien verstande dat woonfunctie hoofdfunctie blijft.

1.8 Achtergevel Een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw, die gelegen is tegenover de voorgevel. 1.9 Achtergevellijn De lijn waarin de achtergevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. 1.10 Afhankelijke woonruimte Een bijgebouw bij een (bedrijfs)woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met deze (bedrijfs)woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest.

5/29

1.11 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.12 Bebouwingspercentage Een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage dat de grootte van het deel van een bestemmingsvlak aangeeft dat mag worden bebouwd. 1.13 Bedrijf Een organisatorische eenheid, waarbinnen op een bepaalde locatie commerciële activiteiten worden uitgeoefend. 1.14 Bestaande bebouwing Bebouwing, zoals die bestaat, of rechtens mag bestaan, op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.15 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.16 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17 Bewoning Het verblijf c.q. gebruik als woonruimte inclusief nachtverblijf voor de huisvesting van een huishouden zonder dat elders aantoonbaar over een hoofdwoonverblijf wordt beschikt. 1.18 Bijgebouw Een gebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.19 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.20 Bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd.

1.21 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.22 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

6/29

1.23 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.24 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/ verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen/huren voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.25 Erotische dienstverlening Elke vorm van erotische dienstverlening met een bedrijfsmatig karakter zoals erotische massage, escortservice, parenclub, prostitutie, seksbioscoop, seksclub, sekstheater en dergelijke. 1.26 Escortbedrijf Het bedrijfsmatig aanbieden van prostitutie die wordt uitgeoefend op een andere plaats dan die waar het escortbedrijf wordt uitgeoefend. 1.27 Functie Doeleinde ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden, of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.28 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29 Gebruiken Gebruiken, doen of laten gebruiken. 1.30 Gevellijn De grens van het bouwvlak, die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd, tot aan de perceelgrenzen.

De naar de zijdelingse perceelgrens gerichte grens van het bouwvlak, die ook naar de weg of het openbare groen is gekeerd, tot aan de achterste perceelsgrens. 1.31 Geurgevoelig object Een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Het gebouw moet hiervoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze worden gebruikt. 1.32 Groenvoorzieningen Allerlei vormen van beplanting en groen, die niet zijn aan te merken als agrarische bodemexploitatie maar die een functie vervullen in de aankleding van het landschap. 1.33 Halfvrijstaande bebouwing Bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan één zijde in de zijdelingse perceelsgrens zijn gebouwd en aan de andere zijde niet. Hieronder worden tevens vrijstaand geschakelde woningen verstaan.

7/29

1.34 Hoofdgebouw Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.35 Huishouden Eén persoon dan wel twee of meer personen, die duurzaam met elkaar samenleven. 1.36 Infiltratie Het indringen van water in de bodem. 1.37 Infiltratievoorziening Een open voorziening, zonder bodemverhardingen en gelegen boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand, waarmee tijdelijk opgevangen (schoon) hemelwater kan indringen in c.q. passief kan infiltreren in de bodem. 1.38 Mantelzorg Het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan één of meer leden van een huishouding, die hulpbehoevend is of zijn op het fysieke, psychische en/of sociale vlak. 1.39 Patiowoning een woning met een geheel of gedeeltelijke omsloten binnenplaats of binnentuin, gevormd door gevels van belendende, dan wel op het eigenperceel aanwezige bebouwing. 1.40 Peil 1. Voor bouwwerken en gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst, de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van deze toegang. 2. In andere gevallen de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.41 Prostitutie Het zich tegen vergoeding aan anderen beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen.

1.42 Ondergeschikte functie Een activiteit van een zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft. 1.43 Overkapping Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.44 Twee-aaneen Bebouwing van halfvrijstaande hoofdgebouwen. 1.45 Voorgevellijn De grens van het bouwvlak, die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd, tot aan de perceelgrenzen.

8/29

1.46 Vrijstaand Bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet zijn gebouwd in de zijdelingse perceelsgrens. 1.47 Water en waterhuishoudkundige voorzieningen Al het oppervlaktewater zoals sloten, vijvers, kanalen en beken alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, gemalen en inlaten. 1.48 Woning/wooneenheid Eén complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waaronder tevens begrepen gezinsvervangende woonvormen.

9/29

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in een (nieuw te vormen) kadastrale grens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.2 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.3 het bebouwingspercentage: het door bouwwerken bebouwde oppervlak, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat gelegen is binnen de bestemming; 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak gemeten ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5 de breedte, diepte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.6

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.8 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de hart van scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, dan wel indien het bouwwerk uit meerdere bouwlagen bestaat, over de laag met het grootste oppervlak.

10/29

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden- Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Al dan niet bedrijfsmatig agrarisch grondgebruik inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. b. Behoud, herstel en /of ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden in het algemeen en in het bijzonder: c. Infiltratie; d. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. Extensief recreatief medegebruik; f. Groenvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op of in de in 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving omschreven bestemming. De hoogte mag maximaal 2,50m¹ zijn. Niet toegestaan zijn overkappingen, permanente teeltondersteunende voorzieningen, mest- en voerplaten, (sleuf-)silo’s, mestopslagsilo’s en vergelijkbare voorzieningen. 3.3 Specifieke gebruiksregels De volgende werken en / of werkzaamheden worden in ieder geval aangemerkt als met de bestemming strijdig gebruik en zijn dus verboden: a. het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; b. het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone spuitzone'.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, allen dieper dan 0,50m¹, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen; c. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; d. het verwijderen van landschapselementen; e. het verwijderen van onverharde wegen of paden; f. het beplanten van gronden met opgaand houtgewas ten behoeve van tuinbouw of agrarische houtteelt ( alleen voor zo ver aangeduid met cultuurhistorisch/ archeologisch waardevol); g. Het aanleggen en of verharden van wegen of paden dan wel het aanbrengen van andere

11/29

oppervlakteverhardingen: 1. voor zo ver groter dan 1.250m² als het veepaden op huiskavels betreft of eigen bedrijfswegen direct aansluitend op een bestemmingsvlak Agrarisch- agrarisch bedrijf; 2. voor zo ver groter dan 200m² als het overige verhardingen betreft. 3.4.2 Uitzondering Een omgevingsvergunning als hiervoor aangegeven is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 3.4.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden die in de bestemmingsomschrijving zijn genoemd. 3.5 Wijzigingsbevoegdheden 3.5.1 Wijziging in bestemming Wonen (vormverandering en vergroting van bestemmingsvlak) De bestemming ‘Agrarisch met waarden- Landschapswaarden’ kan gewijzigd worden in de bestemming ‘Wonen’ in verband met een uitbreiding en/of de vormverandering van een bestemmingsvlak Wonen. In combinatie hiermee kan de bestemming Wonen worden gewijzigd in de bestemming Agrarisch.

Hierbij geldt als randvoorwaarde dat de wijziging nodig is om een ontwikkeling die plaatsvindt binnen de bouwregels van deze bestemming m.b.t. maatvoering en afstanden, te kunnen realiseren. 3.5.2 Wijziging in bestemming Groen, Natuur of Water (ontwikkeling landschapselementen of nieuwe natuur) De bestemming "Agrarisch" kan gewijzigd worden wijzigen in de bestemming ‘Groen’, ‘Natuur’ of ‘Water’ of een combinatie van deze ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe natuur- en/of landschapselementen. Hierbij geldt de randvoorwaarde dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan andere belangen, zoals agrarische belangen.

12/29

Artikel 4

Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'; c. bermen en beplantingen; d. speelvoorzieningen; e. hondenuitlaatplaatsen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. voorzieningen voor langzaam verkeer; h. parkeervoorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. voorzieningen voor riolering en bijbehorende randvoorzieningen; k. calamiteitenroute; l. inritten. 4.2 Bouwregels De tot 'Groen' bestemde grond mag uitsluitend worden bebouwd met nutsgebouwtjes en bouwwerken ten dienste van de inrichting van het onbebouwde gebied, met inachtneming van het volgende: a. De inhoud van gebouwen, met uitzondering van het onder c bepaalde, mag niet meer dan 50 m³ bedragen. b. De hoogte van gebouwen mag niet meer dan 3 meter bedragen. c. De oppervlakte van een fietsenstalling, (muziek)kiosk of een vergelijkbaar gebouw ten dienste van het gebruik van het onbebouwd gebied mag een grotere inhoud hebben dan onder a is bepaald, maar de oppervlakte mag niet meer dan 75 m² bedragen;

13/29

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. buurtontsluitingstraten; b. woonstraten; c. parkeervoorzieningen; d. trottoirs, voetpaden en langzaamverkeersverbindingen (waaronder fietspaden); alsmede voor: e. voorzieningen voor riolering en bijbehorende randvoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. waterlopen, infiltratievoorzieningen en nutsvoorzieningen. 5.2 Bouwregels a. De tot 'Verkeer - Verblijfsgebied' bestemde grond mag uitsluitend worden bebouwd met bouwwerken ten dienste van de constructie en verkeerstechnische uitrusting van wegen, de inrichting van het onbebouwde gebied en nutsgebouwtjes, met inachtneming van het volgende: 1. De inhoud van gebouwen, met uitzondering van het onder c bepaalde, mag niet meer dan 50 m³ bedragen. 2. De hoogte van gebouwen mag niet meer dan 3 meter bedragen. 3. De oppervlakte van een fietsenstalling, (muziek)kiosk of een vergelijkbaar gebouw ten dienste van het gebruik van het onbebouwd gebied mag een grotere inhoud hebben dan onder a is bepaald, maar de oppervlakte mag niet meer dan 75 m² bedragen. b. in afwijking van het bepaalde onder a. zijn ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', ook bijgebouwen toegestaan, met in achtneming van het volgende: 1. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3,25 meter bedragen; 2.

de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 6 meter bedragen.

14/29

Artikel 6

Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woondoeleinden, in de vorm van woningen; b. aan-huis-verbonden beroepen als ondergeschikte functie bij woondoeleinden; c. parkeren, tuinen en erven bij woningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. nutsvoorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Voor het bouwen van woningen en bijbehorende bouwwerken, geldt dat het bebouwingspercentage van het bouwperceel niet meer mag bedragen dan: a. 50% voor vrijstaande woningen op een bouwperceel tot en met 500 m², vermeerderd met 10% van de oppervlakte van de gronden indien de oppervlakte van het perceel groter is dan 500 m²; b. 60% voor twee-aaneengebouwde woningen; c. 70% voor aaneengebouwde woningen; d. 70% voor rug-aan-rug-woningen; e. 90% voor gestapelde woningen. Daarbij dient ten alle tijde rekening te worden gehouden met het bepaalde onder 6.5.4. 6.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal wooneenheden in dit plan bedraagt maximaal 126; b. Er mogen uitsluitend vrijstaande, twee-aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen worden gebouwd; c. in afwijking van het bepaalde onder a mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding rug-aan-rugwoningen' ook rug-aan-rugwoningen worden gebouwd; d.

in afwijking van het bepaalde onder a mogen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' ook gestapelde woningen worden gebouwd; e. De voorgevel van het hoofdgebouw dient te worden gesitueerd in de voorzijde van het 'bouwvlak' dan wel maximaal 1 meter daar achter, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding rug-aan-rugwoningen' waar de afstand groter mag zijn indien er daadwerkelijk rug-aan-rug-woningen worden gebouwd; f. De goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'; g. De bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)'; h. In afwijking van het gestelde onder e geldt dat indien de woning ten behoeve van zonnepanelen wordt voorzien van een plat dak, de goothoogte 0,6 meter mag afwijken van de aangegeven maximale goothoogte; i. De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag: 1. bij vrijstaande woningen aan beide zijden niet minder bedragen dan 1,65 meter;

15/29

j.

2. bij twee-aaneengebouwde woningen aan één zijde niet minder bedragen dan 1,65 meter. Bij het bepaalde onder h dient ten alle tijden rekening te worden gehouden met het bepaalde onder 10.3.

6.2.3 Aanbouwen en bijgebouwen Binnen de bestemming 'Wonen' mogen aanbouwen en bijgebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. In tegensteling tot de hierna volgende bepalingen onder b, c, d, e en f geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bestaand' de bestaande bebouwing is toegestaan en gebruikt mag worden zoals bestaand; b. Aanbouwen mogen uitsluitend worden gebouwd aan de achtergevel van aaneengebouwde woningen, met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. De aanbouwen mogen uitsluitend in één bouwlaag worden gebouwd. 2. De goothoogte mag maximaal 3,25 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter bedragen. 3. De gezamenlijke diepte van hoofdgebouw en aanbouw mag niet meer bedragen dan 16 meter. 4. De afstand tot de achterste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 meter. c. Aanbouwen mogen uitsluitend worden gebouwd aan de achtergevel van twee-aaneen woningen, met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. De aanbouwen mogen uitsluitend in één bouwlaag worden gebouwd. 2. De goothoogte mag maximaal 3,25 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter bedragen. 3. De gezamenlijke diepte van hoofdgebouw en aanbouw mag niet meer bedragen dan 16 meter. 4. De afstand tot de achterste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 meter. d.

Aanbouwen mogen uitsluitend worden gebouwd aan de achtergevel van vrijstaande woningen, met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. De aanbouwen mogen uitsluitend in één bouwlaag worden gebouwd. 2. De goothoogte mag maximaal 3,25 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter bedragen. 3. De afstand tot de achterste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 meter. e. Bijgebouwen bij woningen mogen worden gebouwd achter de achtergevellijn en naast het hoofdgebouw op een afstand van ten minste 3,5 meter uit de voorgevel van het hoofdgebouw met dien verstande dat: 1. Het gezamenlijk oppervlak van bijgebouwen op bouwpercelen: kleiner dan 500 m² niet meer mag bedragen dan 50 m²; van 500 m² tot en met 1.000 m² niet meer mag bedragen dan 60 m²; groter dan 1.000 m² niet meer mag bedragen dan 75 m². 2. De goothoogte maximaal 3,25 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter mag bedragen. 3. Het bebouwingspercentage zoals bedoeld in 6.2.1 mag niet worden overschreden. 4. De afstand van bijgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens mag in hoeksituaties niet minder bedragen dan 1 meter. 5. Bij vrijstaande woningen mogen slechts aan één zijde naast het hoofdgebouw bijgebouwen worden gebouwd. Indien aan één zijde van het hoofdgebouw al een overkapping aanwezig is, mag uitsluitend aan deze zijde een bijgebouw naast de woning worden gerealiseerd. f.

In afwijking van het bepaalde onder a, b en c mogen ondergeschikte uitbouwen en luifels voor de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, welke aan de volgende kenmerken voldoen: 1. De bouwgrens wordt met niet meer dan 1 meter naar de wegzijde overschreden. 2. De breedte van een uitbouw en/of luifel mag niet meer bedragen dan 40% van de gevel waarin de

16/29

uitbouw en/of luifel wordt gebouwd, met een maximum breedte van 3,5 meter. 3. De bouwhoogte van een uitbouw en/of luifel mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. 4. De afstand van de uitbouw en/of luifel tot de straat mag niet minder bedragen dan 2 meter. 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter. b. De bouwhoogte van constructies voor het leiden van bomen mag niet meer bedragen dan 5 meter. c. De bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2 meter. d. De bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter. e. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter. 6.2.5 Overkappingen Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. De lijn evenwijdig aan en op een afstand van 1 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw mag in de richting van de weg niet worden overschreden. b. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 20 m². c. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. d.

Overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw (terrasoverkapping) dienen gerealiseerd te worden binnen de toegestane bouwdiepte van het woningtype (inclusief aanbouwen) en met inachtneming van het geldende bebouwingspercentage, de minimale afstand tot de achterste perceelsgrens van 6 meter en een bouwhoogte van maximaal 3 meter. e. Bij vrijstaande woningen mag slechts aan één zijde, naast het hoofdgebouw, een overkapping worden gebouwd. Indien aan één zijde al een bijgebouw aanwezig is, mag uitsluitend aan deze zijde een overkapping naast de woning worden gerealiseerd. 6.3 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de afmetingen, de vormgeving en de dakvorm van hoofdgebouwen, aanbouwen en bijgebouwen en van bouwwerken, geen gebouw zijnde, alsmede aan de situering van in- en uitritten en het parkeren op het bouwperceel; b. De onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels: 1. Indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en/of het stedenbouwkundig beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing. 2. Ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

6.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. Het bepaalde in 6.2.2 om situering van hoofdgebouwen op een grotere afstand achter de voorgevellijn toe te staan, mits de stedenbouwkundige samenhang niet onevenredig wordt aangetast.

17/29

b. Het bepaalde in 6.2.2 onder a, b en c om andere bebouwingstypen toe te staan dan middels bouwaanduidingen is aangegeven, met dien verstande dat rekening wordt gehouden met de stedenbouwkundige uitgangspunten en randvoorwaarden. c. Het bepaalde in 6.2.2 onder h ten behoeve van het verkleinen van de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens, met dien verstande dat de afstand niet minder mag bedragen dan 1,5 meter. d. Het bepaalde in 6.2.1 en 6.2.2 onder a ten behoeve van de realisatie van patiowoningen, onder de volgende voorwaarden: 1. het bebouwingspercentage niet meer dan 90 % bedraagt; 2. de diepte van het hoofdgebouw niet meer dan 14 meter bedraagt. e. Het bepaalde in 6.2.4 om een maximale bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw van maximaal 2 meter toe te staan in een naar de weg gekeerde zijdelingse perceelgrens in het geval van hoeksituaties. 6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1 Aan-huis-verbonden beroepen Binnen de bestemming 'Wonen' is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. De activiteit mag uitsluitend plaatsvinden in het hoofdgebouw of een aangebouwd bijgebouw. b.

De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van het begane grondoppervlak van het hoofdgebouw (exclusief aanbouwen), tot een maximum van 60 m². c. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoeften veroorzaken. d. Detailhandel is niet toegestaan. e. De activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner. 6.5.2 Voorwaardelijke verplichting Landschappelijke inpassing Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken met de bestemming 'Wonen' is slechts toegestaan indien de landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing' wordt gerealiseerd met dien verstande dat: a. het landschapsplan is goedgekeurd door de gemeente Someren; b. het goedgekeurde Landschapsplan wordt uitgevoerd binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen; c. het Landschapsplan duurzaam in stand wordt gehouden. 6.5.3 Voorwaardelijke verplichting Bodem Het (doen) gebruiken van gronden en bouwwerken, het bouwen en/of slopen en het uitvoeren van een werk binnen het verontreinigingsgebied, conform het "Verkennend bodem- en asbestonderzoek Berkeindje 3 te Lierop", met kenmerk 2210/045/JH-01, d.d. 2 januari 2023, is enkel toegestaan: a.

indien de verontreiniging is gesaneerd conform het document "Melding BUS (Immobiel) Berkeindje 3 te Lierop" met kenmmerk 2304/126/JH-01, versie 0, d.d. 12 juni 2023. 6.5.4 Voorwaardelijke verplichting waterhuishoudkundige voorziening Voor het realiseren van waterhuishoudkundige voorzieningen binnen het plangebied geldt de volgende regel:

18/29

a. Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden conform het bepaalde in 6.1 is alleen toegestaan mits een waterhuishoudkundige voorziening met voldoende bergingscapaciteit is gerealiseerd en vervolgens duurzaam in stand wordt gehouden. De benodigde bergingscapaciteit wordt als volgt berekend: 1. benodigde retentiecapaciteit op uitgeefbaar terrein voor extra m² aan daken (in m³) = toename dakoppervlak oppervlak (in m²) x 0,03; 2. benodigde retentiecapaciteit op openbaar terrein voor extra m² aan daken (in m³) = toename dakoppervlak oppervlak (in m²) x 0,05; 3. benodigde retentiecapaciteit voor verhardingen op openbaar terrein (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x 0,08.

19/29

Artikel 7

Waarde - Archeologie

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. De aanduiding specifieke vorm van 'waarde- archeologisch monument' ( categorie 1) heeft betrekking op de wettelijk beschermde archeologische monumenten in de zin van de Monumentenwet. Daarnaast worden vier categorieën ( 2 t/m 5) gebieden onderscheiden. Deze categorieën verwijzen naar de gemeentelijke archeologische beleidskaat zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels. Deze categorieën zijn in de volgende tabel opgenomen. Categorie

Bestemmingsplan categorie Waarde Archeologie (WR-A) Wettelijk beschermd monument

Diepte Bodemingreep n.v.t.

Oppervlakte Bodemingreep n.v.t.

Cat. 2

Gebied van Archeologische Waarde (WR-AW)

>0,4 m

>100 m²

Cat. 3

Gebied van Archeologische Waarde (WR-AW)

>0,4 m

>250 m²

Cat. 4

Gebied verwachtingswaarde hoog (WR-Ah)

>0,4 m

>250 m²

Cat. 5

Gebied verwachtingswaarde middelhoog (WR-Amh)

>0,4 m

>2500 m²

Cat. 1

Onderstaande regels van toepassing? Neen: aanvraag vergunning bij Rijk/Gemeente Indien dieper dan 40 cm én groter dan 100 m² Indien dieper dan 40 cm én groter dan 250 m² Indien dieper dan 40 cm én groter dan 250 m² Indien dieper dan 40 cm én groter dan 2500 m²

Toelichting tabel: Indien een bodemingreep dieper is dan 40 cm (>0,4 m) én de oppervlakte van de bodemingreep bedraagt meer dan de oppervlakte die per categorie in de tabel is weergegeven, dan zijn onderstaande regels van toepassing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen of voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden. Indien slechts één van beide condities zich voordoet, gelden de regels niet. 7.2 Bouwregels Op of in de als ‘Waarde - Archeologie’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen

20/29

gebouw zijnde, met een oppervlakte groter en een verstoringsoppervlakte dieper dan opgenomen in de tabel in artikel 7.1, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door de voorgenomen werkzaamheden kunnen worden verstoord. 7.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

7.3.1 Vergunningplicht Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, ophogen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verlagen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; e. het slopen van gebouwen en het verwijderen van fundering, waarbij grondroering plaatsvindt; f. het aanleggen van leidingen onder het maaiveld. 7.3.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in artikel 7.3.1 is niet van toepassing indien de werkzaamheden of werken: a. werkzaamheden of werken met een met een oppervlakte kleiner en een verstoringsoppervlakte geringer dan opgenomen in de tabel in artikel 7.1; b. worden uitgevoerd ten dienste van een archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits uitgevoerd door een ter zake deskundige; c.

het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; d. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden

21/29

uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 7.3.3 Toelaatbaarheid a. De in lid artikel 7.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c. Het bevoegd gezag wint advies in van een door hem aan te wijzen terzake deskundige, alvorens de omgevingsvergunning te verlenen. d. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. e. Het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het rapport of de andere overgelegde gegevens genoegzaam blijkt dat: 1. Er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad, waarbij er aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die mogelijk worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden; 2.

Schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van voorschriften die aan de omgevingsvergunning worden gekoppeld. Het bevoegd gezag kan één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de werken of werkzaamheden die tot verstoring leiden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

22/29

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan, waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

23/29

Artikel 9

Algemene bouwregels

9.1 Ondergronds bouwen Voor het ondergronds bouwen gelden de volgende bepalingen: a. ondergronds bouwen (kelders) is uitsluitend toegestaan, daar waar bovengronds gebouwen zijn / worden gebouwd; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag (3,5 meter) ondergronds. 9.2 Voorwaardelijke verplichting eclogisch onderzoek Het (doen) gebruiken van gronden en bouwwerken, het bouwen en/of slopen en het uitvoeren van een werk binnen het plangebied is enkel toegestaan: a. nadat ecologisch vervolgonderzoek is verricht zoals volgt uit de 'Ecologische Quickscan' met kenmerk 2023-BE-0692, d.d. 6 september 2023; b. eventuele uit dit vervolgonderzoek volgende maatregelen en/of benodigde ontheffingen of vergunningen zijn uitgevoerd en/of verkregen.

24/29

Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. Het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie. b. Het gebruik van bijgebouwen bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte. 10.2 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 10.1 onder b en toestaan dat een aangebouwd bijgebouw bij een woning binnen de bestemming 'Wonen' wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits: a. Een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg. b. De afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 75 m². c. Het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning, verleend op grond van sub a in, indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. 10.3

Parkeren

Ten behoeve van het voorzien in voldoende parkeergelegenheid gelden de volgende regels: a. bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen' van de gemeente Someren, zoals vastgesteld d.d. 28 juni 2018; b. indien het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen; c. indien het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging; d. bij (half)vrijstaande woningen dienen, op eigen terrein, twee naast elkaar gelegen parkeerplaatsen te worden gerealiseerd waarbij de bereikbaarheid van de woning en/of het achtererf is gegarandeerd door middel van een pad van tenminste 1 meter breed en er voldoende ruimte is rondom openslaande deuren; e. parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.

25/29

Artikel 11 Algemene aanduidingsregels 11.1 Vrijwaringszone - radar Binnen de gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone - radar’ is het niet toegestaan om enig bouwwerk te bouwen of houtopstanden of beplanting aan te brengen of de bodem op te hogen tot boven 45m¹ boven NAP. 11.2 milieuzone - geurzone a. Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'milieuzone - geurzone' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen nieuwe geurgevoelige objecten worden gebouwd. b. Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: 1. de gebiedsaanduiding ´milieuzone - geurzone´ opgeheven wordt, indien de aanwezige geurhinderlijke inrichting gesaneerd is, dan wel uit nader onderzoek is gebleken dat de aanwezige geurhinderlijke inrichting buiten werking is gesteld, of; 2. de gebiedsaanduiding ´milieuzone - geurzone´ verkleind wordt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de geurzone als gevolg van een wijziging in een geurhinderlijke inrichting kleiner is geworden. 11.3 milieuzone - spuitzone a. Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'milieuzone - spuitzone' is het gebruik en het toepassen van (chemische) gewasbeschermingsmiddelen verboden. b. Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: 1.

de gebiedsaanduiding ´milieuzone - geurzone´ opgeheven wordt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat er voldoende maatregelen zijn getroffen om gezondheidsrisico's als gevolg van (chemische) gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen, of; 2. de gebiedsaanduiding ´milieuzone - geurzone´ verkleind wordt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat er maatregelen getroffen zijn om gezondheidsrisico's als gevolg van (chemische) gewasbeschermingmiddelen te voorkomen en door die maatregelen de spuitzone kleiner is geworden.

26/29

Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in de regels, ten behoeve van: a. Het afwijken van de voorgeschreven minimum- en maximummaten met niet meer dan 10%, mits: 1. daarvoor in deze regels geen bijzondere afwijkingsbevoegdheden zijn opgenomen. 2. dit noodzakelijk is voor de bouwkundige dan wel architectonische inpassing. b. Het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bouw- en bestemmingsgrenzen indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden dit vergt. c. De onder a en b geregelde omgevingsvergunningen kunnen worden verleend indien door deze verlening belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en de stedenbouwkundige samenhang niet onevenredig wordt aangetast. Er zal sprake zijn van onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige samenhang als: 1. de karakteristiek van de openbare ruimte wordt aangetast. 2. de historische of stedenbouwkundige betekenis van de bebouwing wordt aangetast.

27/29

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gedaan; b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van hetgeen opgenomen is onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als daar bedoeld met maximaal 10%; c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

28/29

Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Lierop-Zuid, fase 1'.

29/29

bestemmingsplan

Lierop-Zuid, fase 1 Someren

DATUM IMRO IDN

13 mei 2025 NL.IMRO.0847.BP02023022-VS01

PROJECT PROJECTLEIDER

Lierop-Zuid, fase 1 RV

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Someren 20230737

AUTEUR STATUS

HM vastgesteld

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Archeologische beleidskaart

Bijlagen bij de regels

Bijlage 1

Archeologische beleidskaart

De Archeologiekaart van Someren Kaart 9. Archeologische Beleidskaart

Helmond 386000

categorie 1

Mierlo-Hout

categorie 2

Deurne

categorie 3 categorie 4

beekdal bijzondere complexen)

categorie 5

beekdal bijzondere complexen)

Vlierden categorie 6 categorie 7 384000

water ( ondergrond: Topografische kaart van Nederland 1:10.000 )

Mierlo

Toelichting beleidscategorieën Categorie 1: wettelijk beschermd archeologisch monument. Geen bodemverstorende activiteiten toegestaan, tenzij een vergunningverlening vooraf van de minister van OCW. Bij gemeentelijke monumenten: vergunningaanvraag bij de gemeente. Categorie 2: gebieden van zeer hoge archeologische waarde m Onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van 100 m2. Categorie 3: gebieden van hoge archeologische waarde Onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van 250 m2.

382000

Categorie 4: gebieden met een hoge archeologische verwachting Onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van 250 m2. Categorie 5: gebieden met een middelhoge archeologische verwachting Onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van 2500 m2.

Lierop

Categorie 6: gebieden met een lage archeologische verwachting Geen onderzoeksplicht. Categorie 7: gebieden zonder een archeologische verwachting of archeologisch vrijgegeven Geen onderzoeksplicht.

380000

0

1

2 km

Asten

378000

Heusden

Someren

376000

Someren-Eind 374000

Someren-Heide

372000

370000

183000

181000

179000

177000

175000

173000

171000

Maarheeze

bestemmingsplan

Lierop-Zuid, fase 1 Someren

DATUM IMRO IDN

15 mei 2025 NL.IMRO.0847.BP02023022-VS01

PROJECT PROJECTLEIDER

Lierop-Zuid, fase 1 RV

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Someren 20230737

AUTEUR STATUS

HM vastgesteld

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding en doel

6

1.2

Ligging plangebied

6

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Planproces

9

1.5

Leeswijzer

9

Planvoornemen

10

2.1

Historie

10

2.2

Huidige situatie

12

2.3

Toekomstige situatie

19

Beleidskader

27

3.1

Inleiding

27

3.2

Rijksbeleid

27

3.3

Provinciaal beleid

34

3.4

Gemeentelijk beleid

41

Milieu- en omgevingsaspecten

46

4.1

Inleiding

46

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

46

4.3

Verkeer en parkeren

47

4.4

Bedrijven en milieuzonering

55

4.5

Archeologie

58

4.6

Cultuurhistorie

62

4.7

Geluid

63

4.8

Externe veiligheid

65

4.9

Luchtkwaliteit

67

4.10

Kabels en leidingen

69

4.11

Bodem

69

4.12

Geurhinder

77

4.13

Water

78

4.14

Ecologie

87

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

3/103

5

Duurzaamheid

93

Juridische planbeschrijving

97

5.1

Algemeen

97

5.2

Opbouw van de regels

97

Uitvoerbaarheid

101

6.1

Economische uitvoerbaarheid

101

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

101

4.15

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

4/103

Toelichting

5/103

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Binnen de gemeente Someren en de kern Lierop is er een sterke behoefte aan meer woonruimte. Om hierin te voorzien heeft de gemeente grond verworven voor een nieuwbouwplan in het zuiden van Lierop. Daarnaast heeft een projectontwikkelaar het perceel aan de oostzijde van Berkeindje verworven. Deze twee gebieden vormen samen het totale plangebied Lierop-Zuid, fase 1. De gemeente Someren vindt het belangrijk dat er een breed gedragen plan ligt. Er is samengewerkt met betrokken partijen, zoals de (voormalige) grondeigenaren, de woningbouwvereniging en de werkgroep wonen Lierop. Dit heeft geleid tot een stedenbouwkundig plan voor Lierop-Zuid van maximaal 126 woningen dat recht doet aan de omgeving. De ontwikkeling past in de woonbehoefte van Lierop en de regionale Woondeal, waarbij de gemeente Someren 880 woningen wil realiseren voor 2030. Voor de locatie gelden de bestemmingsplannen 'Buitengebied' en 'Buitengebied 2014', waarbij de gronden een agrarische bestemming kennen. De beoogde ontwikkeling is in strijd met deze bestemmingsplannen. Voorliggend bestemmingsplan biedt het juridisch-planologisch kader waarbinnen de ontwikkeling van Lierop-Zuid, fase 1 mogelijk kan worden gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt ten zuiden/zuidwesten van Lierop en wordt kadastraal aangeduid als gemeente Someren, sectie N en perceelsnummers 503, 772, 897, 898, 899, 900 en 901. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 60.000 m² en bevindt zich grofweg tussen de Vaarsehoefweg, Berkeindje, Groenstraat en Somerenseweg. De ligging en begrenzing zijn weergegeven in de figuren 1.1 en 1.2.

6/103

Figuur 1.1 Ligging plangebied aan de zuidzijde van de kern Lierop (Bron: Google Maps)

7/103

Figuur 1.2 Begrenzing plangebied (Bron: PDOK)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Buitengebied' (vastgesteld op 29 juni 2011) en 'Buitengebied 2014' (vastgesteld op 21 april 2016). De gronden binnen het plangebied kennen de enkelbestemmingen 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden' (met de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorisch waardevol'), 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' en 'Verkeer'. Daarnaast kent het grootste deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Voorts gelden voor (delen van) het plangebied de gebiedsaanduidingen 'bebouwingsconcentratie', 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied' en 'vrijwaringszone - radar'. Een uitsnede van de geldende bestemmingsplannen is weergegeven in figuur 1.3.

8/103

Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) De beoogde ontwikkeling naar woningbouw met bijbehorende voorzieningen en functies is in strijd met de geldende bestemmingsplannen. Om de gewenste planologische medewerking te kunnen verlenen aan het initiatief is daarom het voorliggend bestemmingsplan 'Lierop-Zuid, fase 1' opgesteld.

1.4

Planproces

Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Een ontwerpbestemmingsplan zal, na het wettelijke vooroverleg, gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Tijdens de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan kan eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden afgewogen in het vast te stellen bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 1 geeft een beschrijving van de huidige situatie in en rond het plangebied en geeft inzicht in de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de beleidskaders van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Someren. Hoofdstuk 4 omvat de toets aan de sectorale milieuen omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 komt de juridische planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de procedure.

9/103

Hoofdstuk 2 2.1

Planvoornemen

Historie

Archeologische onderzoeken en vondsten tonen aan dat er al ver vóór de 12e eeuw sprake was van menselijke bewoning op het grondgebied van Lierop. Er zijn vele sporen gevonden uit de steentijd en ijzertijd. Het grondgebied van Lierop werd voor het grootste deel al bepaald in de late middeleeuwen. De gemeenschappelijke gronden waren economisch erg belangrijk voor de toenmalige inwoners. Ze konden er onder andere hun vee laten grazen, turf en zand winnen, bijenkorven plaatsen en strooisel en heideplaggen voor de stal halen. Door de eeuwen heen werden ook delen van de gemeenschappelijke woeste gronden ontgonnen. Van oudsher heeft Lierop de structuur van een centraal kerkdorp met een krans van buurtschappen eromheen. Tot in het midden van de 19e eeuw lag de kern van het dorp op de kruising Groenstraat - De Wertstraat. Een aantal bebouwingslinten mondde uit in dit centrum. De Kromvenweg - Groenstraat was één van deze bebouwingslinten. Door de aanleg van de Somerenseweg is deze oude lintstructuur doorsneden. Aan het einde van de 19e eeuw is door de bouw van de nieuwe kerk (1895) alsmede door de nieuwe noord-zuidverbinding het zwaartepunt van het dorp verschoven in noordelijke richting. Momenteel kan de Van Dongenstraat, die overgaat in de Somerenseweg, aangeduid worden als de kern van het dorp.

Hier zijn de meeste centrumvoorzieningen gesitueerd, waarbij de kerk en het plein een centrale positie innemen. De cultuurhistorische waarde van het plangebied zit vooral aan de bestaande wegen Groenstraat, Berkeindje en Vaarsehoefweg die van oudsher al aanwezig zijn. De Somerenseweg is rond 1900 aangelegd. De groenstructuren aan deze wegen zijn op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie aangeduid als historische groenstructuren (zie paragraaf 4.6). Diverse oude topografische kaarten zijn weergegeven in de figuren 2.1 t/m 2.3.

10/103

Figuur 2.1 Lierop rond 1900 (Bron: Topotijdreis)

Figuur 2.2 Lierop rond 1970 (Bron: Topotijdreis)

11/103

Figuur 2.3 Lierop rond 2022 (Bron: Topotijdreis)

2.2

Huidige situatie

2.2.1 Ruimtelijke structuur De kwaliteit van de locatie wordt voornamelijk bepaald door de omliggende beplantingsstructuren langs de randen van de Groenstraat, Somerenseweg, Berkeindje en Vaarsehoefweg. In het plangebied zelf zijn weinig opgaande elementen aanwezig. Met name de historische structuur en beplanting is bepalend voor de uitstraling van de locatie. Van oorsprong vormden de Vaarsehoefweg, Berkeindje via de Groenstraat een verbinding met het centrum van Lierop. Dit wordt versterkt door de lintbebouwing langs de Groenstraat en de bebouwingsconcentratie aan het Berkeindje, met bijbehorende erfbeplantingen. Langs de Somerenseweg zijn laanbomen aanwezig die een wezenlijke groenstructuur vormen. Berkeindje is van oorsprong een agrarisch buurtschap, echter is deze agrarische functie steeds meer aan het verdwijnen. In de huidige situatie zijn de agrarische bedrijven in het buurtschap zeer kleinschalig of deze zijn reeds gestopt. De uitstraling en functie van het voormalig buurtschap Berkeindje verandert hierdoor geleidelijk van een agrarisch buurtschap naar een extensief woongebied. De voormalige agrarische bebouwing is overbodig geworden en is landschappelijk ongewenst. Een aantal afbeeldingen van de huidige situatie van de omgeving van het plangebied zijn weergegeven in figuren 2.4 t/m 2.7.

12/103

Figuur 2.4 Straatbeeld Groenstraat

Figuur 2.5 Kruising Groenstraat - Vaarsehoefweg

13/103

Figuur 2.6 Buurtschap Berkeindje

Figuur 2.7 Somerenseweg

14/103

2.2.2 Plangebied Het plangebied ten zuiden van de kern van Lierop bestaat uit de kadastrale percelen N-503, N-772, N-897, N-898, N-899, N-900 en N-901 en heeft een oppervlakte van circa 60.000 m². Wat betreft bebouwing bevindt zich in het plangebied de agrarische bedrijfswoning inclusief opstallen op het adres Berkeindje 3 en de bebouwing op het adres Groenstraat 3. Ook is op deze percelen verharding aanwezig. Aan Berkeindje 3 was in het verleden een agrarisch bedrijf in de vorm van een schapen- en paardenhouderij gevestigd. Het agrarisch aspect is momenteel enkel nog in hobbymatige vorm aanwezig. Ook de bedrijfswoning is nog aanwezig. Er vinden geen bedrijfsmatige activiteiten meer plaats. Verder is het plangebied onbebouwd en agrarisch in gebruik. In onderstaande figuren 2.8 t/m 2.14 is het plangebied in beeld gebracht.

Figuur 2.8 Plangebied gezien vanaf Berkeindje

15/103

Figuur 2.9 Plangebied gezien vanaf Vaarsehoefweg

Figuur 2.10 Plangebied gezien vanaf Somerenseweg, zicht op bebouwing op perceel Berkeindje 3

16/103

Figuur 2.11 Bestaande bedrijfswoning Berkeindje 3

Figuur 2.12 Bestaande bebouwing en verharding Berkeindje 3 (Bron: Cyclomedia)

17/103

Figuur 2.13 Bestaande bebouwing en verharding ten zuiden van Groenstraat 3 (Bron: Cyclomedia)

Figuur 2.14 Bestaande loods Groenstraat 3

18/103

2.3

Toekomstige situatie

2.3.1 Woningbouw In samenwerking met diverse betrokken partijen is gemeente Someren voornemens het gebied Lierop-Zuid te ontwikkelen voor woningbouw. Voor de beoogde ontwikkeling is een verkavelingsplan opgesteld, weergegeven in figuur 2.16. In het plan zijn in totaal maximaal 126 woningen voorzien. Het plangebied is verdeeld in een westelijk deel (tussen Vaarsehoefweg en Berkeindje) met 87 woningen en een oostelijk deel (tussen Berkeindje en Somerenseweg) met 39 woningen. De nieuwe woonwijk zal worden ontworpen conform de in figuur 2.15 aangegeven uitgangspunten waarbij voldoende ruimte voor (nieuw) groen en water wordt gereserveerd, de hoofdontsluiting zal plaatsvinden via de Somerenseweg, een mix van doelgroepen wordt voorzien en historische linten en bestaand groen worden behouden en versterkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15608929/1