CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage begroting 2026

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen Begroting 2026.26.667 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Voor de analyse en beoordeling van de risico’s is er een indeling gemaakt op basis van kansklassen en financiële gevolgen. Dit betekent dat we elk risico vertalen in geld. In onderstaande tabel worden de kansklassen toegelicht: Klasse

Risicopercentage

hoog

75

midden

50

laag

25

zeer gering

10

De indeling in de klassen is door de organisatie bepaald op basis van ervaring en verwachtingen. De klasse geeft aan hoe groot de kans is dat het risico zich voordoet. De klasse "zeer gering" is voorbehouden aan het specifieke risico bij de gegarandeerde leningen. Hoewel hier een zeker risico gelopen wordt, is dat risico door de gelaagdheid van de waarborgen, voor de gemeente Someren uiteindelijk uiterst miniem. 1.2 Beheersing risico's / monitoring

Vooruitlopend op een inventarisatie van alle bestaande risico's zijn de belangrijkste hiervan in beeld gebracht en nader gekwantificeerd op basis van genoemde uitgangspunten. Daarnaast zijn de beheersmaatregelen voor de diverse risico's nader omschreven. Een en ander is samengevat in onderstaande tabel.

Risico

Omschrijving

Beheersmaatregel

Risico score

Finan-cieel effect (kans x maximaal gevolg)

65

Economische Ontwikkelingen/ onzekerheid financiële positie gemeenten.

Het risico bestaat dat bij Actuele informatievermidden economische achteruitgang de strekking via P&C-cyclus inkomsten afnemen terwijl andere (Planning & Control), tijdig uitgaven toenemen. Enkele opstarten project specifieke risico's bezuinigingen, actuele (grondexploitatie en ontwikkelingen nauwlettend bijstandsuitgaven) zijn volgen. afzonderlijk benoemd.

250

Cybercriminaliteit

De risico’s in verband met Het implementeren van de hoog cybercriminaliteit zijn groot. maatregelen uit de Baseline Voorbeelden uit het recente Informatiebeveiliging verleden bij andere organisaties Overheid moet leiden tot laten zien dat de financiële een beperking van de impact van een cyberaanval met risico’s. Toepassing van ransomware of andere manieren technische van hacken groot zijn. Losgelden, beschermingsmiddelen en die geëist worden, bedragen vaak het vergroten van het honderdduizenden euro’s. Maar bewustzijn bij de ook de bijkomende kosten van het medewerkers van de risico’s beheersen van een dergelijke zijn daarbij de belangrijkste crisis en de herstelkosten zijn elementen. aanzienlijk. Een totaal schadebedrag van 1 miljoen euro is reëel. De kans dat een dergelijk risico zich daadwerkelijk voordoet op enig moment is eveneens groot. Het genoemde bedrag is inclusief 50% van het weerstandsvermogen van ICT NML wat door de deelnemende gemeenten wordt opgevangen. Voor Someren is dit een bedrag van €27.000 (begroting 2026 ICT NML).

750

Kosten externe inhuur (o.a. door ziekteverzuim)

Het risico dat door extra werkzaamheden of vervanging wegens langdurige ziekte de kosten van externe inhuur niet opgevangen kunnen worden binnen de lopende begroting.

Bewaking via P&C cyclus. Onderuitputting personele kosten versus inhuur.

midden

300

Projecten

Pre contractuele fase, tijdsdruk, technische zaken, planschaderisico, kwaliteit overeenkomsten, inspraakreacties, zienswijzen, bezwaar- en beroepschriften zorgen voor opschorting c.q. herziening planontwikkeling. Juiste toepassing Wet ketenaansprakelijkheid / Grekening, Wet inlenersaansprakelijkheid.

Formaliseren en bewaken interne procedures.

midden

500

Juridisering Burger is mondiger, claimcultuur. Formaliseren en bewaken samenleving/niet tijdig Met juridische procedures zijn interne procedures. verstrekken van informatie. hoge kosten gemoeid.

midden

500

66

Afhankelijkheid ICT systemen en beveiliging informatie

Tijdige beschikbaarheid juiste ICT middelen: uitval computersystemen, stroomstoring. Bijv. internet valt uit, gemeente heeft verplichtingen in ketens, verstrekken info aan landelijke voorziening, bv BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen).

Uitbesteding van de werkzaamheden aan ICTNML. Formaliseren en bewaken interne procedures. Up-to-date houden integraal beveiligingsplan en optimaliseren uitwijk mogelijkheden. Optimaliseren technische mogelijkheden.

midden

500

Leningen u/g en garantieverstrekkingen

De gemeente staat garant voor Interne procedures m.b.t. zeer ongeveer 43 miljoen euro aan verstrekken van gering leningen en heeft ca 11 mio geldleningen, jaarlijkse uitgeleend aan starters- en controle op saldo duurzaamheidsleningen. Bij een geldleningen en faillissement van een partij kan de garantieverstrekkingen met gemeente verplicht worden om de de diverse partijen, lening, inclusief rente en kosten, Waarborgfonds Sociale terug te betalen. 90% van deze Woningbouw (2e leningen betreft de achtervang). achtervangpositie bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), wat een lager risicoprofiel heeft dan een directe garantstelling. Daarom wordt voor de risico-inschatting uitgegaan van 25% van het totale bedrag.

1.325

Calamiteiten

Calamiteiten, rampen met een grote impact en schade op de Somerense bevolking.

250

Sociaal Domein als gemeentelijke taak

Dit zijn een open eind-regelingen, In tussentijdse rapportages wat het risico in zich draagt dat er inzicht geven in stand van incidenteel in een jaar zaken/ontwikkelingen. overschrijdingen kunnen voorkomen.

midden

750

Verstrekking lening BNG Bank

Aan de BNG is een lening Geen verstrekt waardoor jaarlijks een bedrag van € 0,7 mln. aan renteinkomsten wordt gegenereerd. Bij voortijdige aflossing door de BNG zal compensatie moeten worden gevonden voor de wegvallende rente-inkomsten. Het risico wordt afgezet tegen de creditrente die we ontvangen bij schatkistbankieren (1,95% augustus 2025)

midden

205

Het actueel houden van het laag beschikbare rampenplan. Regelmatig overleg met keten-partners (politie, brandweer), deelname aan vaccinatieprogrammas.

Claims nadeels-compensatie Twee lopende planschadedossiers Bewaken uitspraak, wordt in laag van uitzonderlijk hoge omvang Q3/Q4 2025 verwacht (totaal 3,5 mio)

875

67

Garantstelling en grondexploitatie Regionaal Bedrijventerrein

Totaal

In het kader van de ontwikkeling Bewaken voortgang van een nieuw regionaal bedrijventerrein staat de gemeente vanaf 2024 garant voor €300.000. Het uitgangspunt van de toekomstige grondexploitatie van de ontwikkeling is een neutraal of positief eindresultaat. Dit kan echter nog niet worden gegarandeerd. Het voorlopige negatieve resultaat bedraagt 16 miljoen. Op basis van de voorgestelde verdeelsleutel (12%) en kwalificatie hoog risico houden we rekening met een risicobedrag van € 1,44 mio. Gelet op de fase in het proces benoemen we beide risico's, maar houden rekening met enkel het grootste risico omdat de garantstelling vervalt op het moment dat de grondexploitatie van kracht is.

hoog

1.440

7.645

Bedragen x € 1.000

Kengetallen Inleiding

68

Het beoordelen van de financiële positie van gemeenten is voor veel raadsleden en bestuurders een lastige aangelegenheid. Veel gemeenten willen zich onderling vergelijken, maar dat was tot op heden niet mogelijk door het ontbreken van standaard definities/kengetallen. Gezien het steeds toenemende belang van toekomstbestendigheid van gemeenten, een grotere druk op de doelmatigheid en een steeds verder complexer wordende omgeving (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het sociaal domein) is het belang van financieel inzicht in de financiële positie toegenomen. Om dit inzicht te bevorderen is het in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht om meer kengetallen op te nemen in de jaar- en begrotingsstukken. Een aantal hiervan worden met name genoemd. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze van de kengetallen heeft geen functie als normeringsinstrument in het kader van financieel toezicht door de provincie. De invoering van de set kengetallen is voornamelijk bedoeld om raads- en bestuursleden meer inzicht te geven in de financiële positie en om vergelijkingen mogelijk te maken. De volgende kengetallen zijn verplicht voorgeschreven: 1a. netto schuldquote 1b. netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen 2.

solvabiliteitsratio

3.

grondexploitatie

4.

structurele exploitatieruimte

5. belastingcapaciteit De kengetallen zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording geven nadere informatie over de financiële positie van de gemeente. De kengetallen geven het volgende beeld.

69

70

Jaarstukken

Begroting

Begroting

Waardering

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2026

2027

2028

2029

1a. Netto schuld quote

-18%

53%

60% Voldoende

79%

93%

93%

1b. Netto schuld quote gecorrigeerd met verstrekte leningen

16%

72%

80% Voldoende

101%

118%

118%

2. Solvabiliteitsratio

63%

42%

38% Matig

35%

33%

32%

3. Grondexploitatie

-5%

-1%

-2% Voldoende

-6%

-1%

0%

4. Structurele exploitatieruimte

1%

0%

1% Voldoende

0%

-3%

-4%

5. Belastingcapaciteit*

91%

90%

90% Voldoende

90%

90%

90%

* 2026 t/m 2029 gelijk gehouden aan 2025 er zijn geen gemiddelden over die jaren

71

Ad 1a. netto schuldquote Inkomsten bepalen hoeveel schuld een gemeente kan dragen. Dit is goed te vergelijken met het afsluiten van een hypotheek. Hoeveel geld u kunt lenen, is afhankelijk van uw loon. Dat principe geldt ook voor gemeenten. De hoogte van de schuld die een gemeente kan dragen, hangt af van de hoogte van de inkomsten. Om hiervan een grove indicatie te krijgen wordt de netto schuldquote berekend. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De berekening van deze netto schuldquote gaat als volgt: trek de geldelijke bezittingen af van de schulden, de uitkomst is de netto schuld. Deel deze netto schuld vervolgens door de inkomsten. De uitkomst daarvan wordt uitgedrukt in procenten.

Netto schuldquote* = Netto schuld / Totale inkomsten (voor bestemming reserves) *Netto schuld als aandeel van de exploitatie

Een netto schuldquote tot 100% wordt beoordeeld als goed, tussen de 100% en 130% staan de signalen op oranje en boven de 130% is bijsturing gewenst. Voldoende

Tot 100%

Matig

Tussen 100% en 130%

Onvoldoende

Hoger dan 130%

De verwachting is dat de netto schuldquote voor 2026 uitkomt op 60 procent. De ontwikkeling van dit kengetal laat ten opzichte van afgelopen jaren naar verwachting een forse stijging zijn als gevolg van de vastgestelde investeringen in met name onderwijshuisvesting en grond-, weg- en waterwerken vanuit het kostendekkingsplan Openbare Ruimte.

72

Ad 1b. netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inals exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend, is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. Hoe lager deze percentages, hoe beter. In onderstaande grafieken zijn beide kengetallen grafisch weergegeven. De netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen komt voor 2026 uit op 80 procent. Ook dit kengetal wordt de komende jaren fors beïnvloed door de investeringen in vaste activa.

Ad 2. Solvabiliteitsratio De "solvabiliteitsratio" geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen (bezittingen) in het totaal vermogen (bezittingen en schulden). Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeente en hoe hoger de weerbaarheid. De solvabiliteitsratio kan als volgt worden berekend.

Solvabiliteit = Eigen vermogen / Totaal vermogen

De volgende normen worden gehanteerd. Voldoende

>50%

Matig

Tussen 30% 50%

73

Onvoldoende

<30%

Vanaf 2026 verwachten we een dalende tendens. Dit komt grotendeels doordat het balanstotaal door de eerder genoemde investeringen een forse stijging laat zien en doordat reserves ingezet zijn / worden voor investeringen c.q. bijdragen aan exploitaties. In onderstaande grafiek is het Solvabiliteitsratio zichtbaar. De solvabiliteitsratio voor 2026 op basis een prognosebalans bedraagt 38 procent, conform de waarderingsnormen betekent dit een matige score.

Ad 3. Grondexploitatie Om te kunnen beoordelen in hoeverre de gemeente in staat is om de in grond geïnvesteerde middelen terug te kunnen verdienen wordt gebruikt gemaakt van het volgende kengetal. Boekwaarde in- en nog niet in exploitatie zijnde gronden / Totaal geraamde baten

Voldoende

< 20 %

Matig

Tussen 20 en 35%

Onvoldoende

> 35 %

74

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten of provincies leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of de grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. IFLO-norm Om meer inzicht te krijgen in de risico’s van de grondexploitatie wordt in onze gemeente de financiële situatie jaarlijks getoetst aan de IFLO-norm. IFLO is de afkorting van Inspectie Financiën Lokale en provinciale Overheden.

De IFLO-norm relateert de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit aan de boekwaarden van de gronden die in exploitatie zijn genomen. De IFLO-norm is gebaseerd op het totaalbedrag van de volgende twee componenten:

-

10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie;

-

10% van de nog te maken kosten van de gronden in exploitatie.

Bij het toepassen van de IFLO-norm wordt per plan aangegeven wat het risico is bij de meest negatieve optie van scenario-ontwikkeling. Hierbij is als worst case scenario vijf jaar uitstel van grondverkopen gehanteerd. Voor de berekening van de noodzakelijke omvang van de reserve wordt per plan uitgegaan van het hoogste berekende geldelijke risico. De minimale omvang van de algemene reserve grondbedrijf is gelijk aan de som van de hoogste risico’s per plan. Ultimo 2026 dient de Reserve grondbedrijf minimaal € 4,15 miljoen te zijn. De verwachte stand van de Reserve grondbedrijf is dan € 6,7 miljoen en voldoet daarmee aan de norm zoals deze in de grondnota is vastgesteld. Kengetal Grondexploitatie Voor de berekening wordt de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie gedeeld door de totale baten van de gemeente, exclusief de mutaties reserves. Als norm wordt een percentage lager dan 20 als voldoende beschouwd. Dus hoe lager de uitkomst, hoe gunstiger voor de financiële weerbaarheid. Voor 2026 is dat -1 %. Het percentage blijft voldoende. De risico's ten aanzien van de grondexploitatie zijn daarmee beperkt.

75

Ad 4. Structurele exploitatieruimte Het kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Er wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Het hierdoor ontstane saldo wordt vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Het kengetal wordt berekend met behulp van de volgende formule. Structurele exploitatieruimte / Totale baten voor bestemming

Hierbij worden de volgende normen worden gehanteerd. Voldoende

>0,6%

Matig

Tussen 0% en 0,6%

Onvoldoend

<0%

e In 2026 is de structurele exploitatieruimte van voldoende omvang. Vanaf 2028 wijzigt deze in een ruime onvoldoende structurele ruimte als gevolg van het begrotingstekort.

76

Ad 5. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft een indicatie van de onbenutte belastingcapaciteit. De OZB is voor gemeenten de belangrijkste bron van inkomsten. De onbenutte belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Op voorstel van het advies van de Commissie vernieuwing BBV (Besluit begroting en verantwoording) is ervoor gekozen om de belastingcapaciteit te relateren aan landelijk gemiddelde tarieven OZB. In de eerste plaats is voor een landelijk gemiddelde gekozen omdat over het algemeen geen maximum is gesteld aan belastingentarieven, zoals bij de OZB. Daarnaast geeft een gemiddeld tarief meer inzicht in de betekenis van de belastingcapaciteit voor de financiële positie dan wanneer het gerelateerd wordt aan het tarief om in aanmerking te komen voor de artikel 12 status. Ook is er vanuit de praktijk behoefte bij gemeenten en andere belanghebbenden om inzicht te hebben in de lokale tarieven van omliggende gemeenten. De hoogte van belastingtarieven komen dus niet in een vacuüm tot stand; er wordt daarbij rekenschap gegeven hoe de eigen lastendruk zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. De mate waarbij een tegenvaller kan worden bijgestuurd, wordt ook wel de wendbaarheid van de begroting genoemd.

Wanneer een gemeente te maken heeft met een hoge schuld en de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten en de woonlasten al relatief hoog zijn, dan is er minder ruimte om te kunnen bijsturen. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in een bepaald jaar te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het voorgaande jaar en uit te drukken in een percentage. In 2023 en 2024 komen we uit op 87% respectievelijk 91%. Dit betekent dat we onder het landelijk gemiddelde van 100% zitten. De verwachting is dat dit in 2026 ook uitkomt op 90 procent. Zoals eerder aangegeven in deze paragraaf bedraagt de onbenutte belastingruimte, gerekend met de artikel 12-norm € 2.468.300 .

Beoordelen samenhang kengetallen 77

Uit de beschrijving van de verschillende kengetallen blijkt dat een afzonderlijk kengetal op zich weinig zegt over de financiële positie. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie. Afhankelijk van wat er aan eigen vermogen en baten tegenover de schuld staat, zal aflossing veel of juist weinig problemen opleveren. Zo hoeft een tegenvallende ontwikkeling geen negatieve invloed te hebben in de situatie dat de vrije structurele exploitatieruimte groot is of als men over voldoende ruimte in belastingcapaciteit beschikt. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie. De gemeente Someren beschikt over een solide reservepositie en ondervindt geen problemen om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het structureel begrotingsevenwicht op korte termijn is voldoende, maar op langere termijn op dit moment niet. Voor wat betreft de belastingcapaciteit hebben we nog wel extra ruimte omdat we beneden het landelijk gemiddelde zitten met een percentage van 90%. Er blijven zorgen over de ontwikkeling omdat het ravijnjaar als het ware is opgeschoven naar 2028.

Als gevolg van hoge investeringen in onder andere onderwijshuisvesting en grond-, weg- en waterwerken neemt het balanstotaal fors toe. Deze ontwikkeling heeft impact op de schuldquote en de solvabiliteit. Deze kengetallen voldoen de komende jaren wel aan de normen. Het is zinvol te benadrukken dat de mate waarin deze kengetallen representatief zijn voor de werkelijke financiële positie, sterk afhankelijk is van het investeringsoptimisme. De praktijk leert immers dat de omvang van de geplande investeringen jaar op jaar niet volledig wordt gerealiseerd.

78

Paragraaf: Lokale heffingen Deze paragraaf geeft een beschrijving van de lokale heffingen en belastingen, het kwijtscheldingsbeleid, een overzicht van de tarieven en opbrengsten en de hoogte van de lokale lastendruk. Tevens wordt ingegaan op de ontwikkelingen in de lokale heffingen in 2026. Onderstaand is een overzicht van de opbrengsten weergegeven.

Overzicht opbrengsten

2026

Onroerende-zaakbelasting

5.439

Toeristenbelasting Rioolheffing en rioolaansluitrecht

745 2.297

Hondenbelasting

127

Gemeenteleges

1.327

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

2.251

BIZ Totaal

47 12.233

Bedragen x € 1.000

Onroerende-zaakbelasting (OZB) Eigenaren van woningen en niet-woningen en gebruikers van niet-woningen betalen belasting op basis van de WOZ waarde van de onroerende zaak waar zij eigenaar van zijn of die zij gebruiken. Voor de belastingaanslagen in 2026 is de WOZ waarde per 1 januari 2025 bepalend. De OZB opbrengst wordt jaarlijks gecorrigeerd voor inflatie. Voor 2026 bedraagt deze indexering 3,3%. Tevens is de begrote OZB opbrengst voor 2026 verhoogd met de areaalwijzigingen, zonder indexatie. De areaalwijziging bedraagt voor woningen 0,91% (€ 34.340) en voor niet-woningen 0,5% (€ 6.911). 79

De totale begrote OZB opbrengst in 2026 is € 5.438.525 t.o.v. € 5.224.520 in 2025. De OZB tarieven worden in de raadsvergadering van 11 december 2025 vastgesteld. Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven per persoon per overnachting in verblijfsaccommodaties (campings, hotels, bed & breakfasts enzovoort). Bij de heffing geldt geen restrictie dat het om een toeristische of recreatieve overnachtingen moet gaan. De toeristenbelasting van een belastingjaar wordt opgelegd en ingevorderd in het daarop volgende jaar. We hanteren twee tarieven, een algemeen tarief en een verlaagd tarief voor overnachtingen in kampeermiddelen op (mini)campings en kampeerterreinen, op kampeerboerderijen en in groepsaccommodaties, Deze tarieven worden jaarlijks gecorrigeerd met het CBS-indexcijfer over het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven zijn vastgesteld. Voor 2026 is de indexering 3,3%, daarnaast is het tarief verhoogd met 10% volgens de afgesproken maatregelen uit het ZBB traject. De afspraak is dat het tarief pas wordt verhoogd, wanneer de gecumuleerde verhogingen naar beneden afgerond op 5 eurocent uitkomt. Voor het belastingjaar 2026 wordt het algemeen tarief € 2,60 (was € 2,30). Het verlaagde tarief wordt € 1,70 (was € 1,50). In onderstaande overzichten is aantal overnachtingen en de opbrengst per categorie weergegeven.

Voor 2022 tot en met 2024 zijn dit het werkelijk aantal overnachtingen, voor 2025 en 2026 het verwachte aantal overnachtingen.

In onderstaande grafiek is de opbrengst toeristenbelasting per categorie vermeld. Voor 2022-2024 is dit de werkelijke opbrengst. Voor 2025 en 2026 de begrote opbrengst die in de begroting 2025 en begroting 2026 is opgenomen.

80

Rioolheffing en rioolaansluitrecht Rioolheffing Met de rioolheffing worden de kosten verhaald, die de gemeente maakt voor de uitvoering van de zorgplichten voor afvalwater en voor hemel- en grondwater. Deze heffing mag hooguit kostendekkend zijn. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 vervalt de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Gemeenten blijven echter verantwoordelijk voor de uitvoering van de drie wettelijke watertaken: inzameling en transport van stedelijk afvalwater, verwerking van afvloeiend hemelwater en het voorkomen van structurele grondwaterproblemen. Het Water en Rioleringsplan (WRP) vervangt het GRP en sluit aan bij de Omgevingsvisie. De rioolheffing wordt geheven van degene die op 1 januari eigenaar is van een WOZ object. Hiervoor is een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering niet noodzakelijk. De tarieven zijn gedifferentieerd naar woning, niet-woning en een “kwart”-tarief voor objecten met een vloeroppervlak dat kleiner is dan 40 m². De tarieven zijn gebaseerd op het WRP dat in het najaar 2025 door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De tarieven zijn in de tabel hieronder opgenomen.

Rioolaansluitrecht De aansluitkosten voor aansluiting op een gemengd stelsel en voor aansluiting op een gescheiden stelsel worden conform bestaand beleid verhoogd met het inflatiepercentage van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven worden vastgesteld.

81

Hondenbelasting Het doel van het hondenbeleid is vooral gericht op het verminderen van overlast. Het uitgangspunt is dat het hondenbeleid budgettair neutraal is. Voor honden die gehouden worden buiten de bebouwde kom hoeft geen hondenbelasting betaald te worden. Als onderdeel van de maatregelen die genomen zijn om het verwachte structurele tekort te dekken (ZBB) heeft de gemeenteraad besloten om de begrote opbrengst hondenbelasting in 2026 met 10% te verhogen ten opzichte van 2025. De begrote opbrengst 2026 bedraagt hierdoor € 126.500. Tariefstelling Naar aanleiding van een reactie vanuit de gemeenteraad over de tariefstelling voor de hondenbelasting stellen wij voor om in 2026 de volgende tarieven te hanteren: Eerste en elke volgende hond: Kennels:

€ 72,00 € 288,00

Motivering De keuze voor een uniform tarief is gebaseerd op: ·

eenvoud en transparantie: Eén tarief is eenvoudiger te begrijpen, uit te leggen en te administreren;

·

Rechtsgelijkheid en proportionaliteit: Er is geen objectieve onderbouwing dat een tweede hond per definitie meer overlast of kosten veroorzaakt dan een eerste. Een uniforme benadering voorkomt het gevoel van willekeur.

·

Draagvlak en acceptatie: Hondenbezitters ervaren de staffel als oneerlijk of ontmoedigend. Eén tarief sluit beter aan bij het streven naar meer begrijpelijke en breed gedragen gemeentelijke belastingen.

82

Voor kennels geldt dat deze minimaal vier honden hebben. Indien het werkelijk aantal honden toch lager is dan vier, dan kan de hondenbelasting op verzoek op het werkelijk aantal worden vastgesteld.

Gemeenteleges Onderstaande tabel is een specificatie van de verwachte legesopbrengsten verdeeld naar: ·

Leges omgevingsvergunningen;

·

Leges publiekszaken;

·

Overige leges

De jaren 2021 tot en met 2024 tonen de daadwerkelijk ontvangen leges. De jaren 2025 en 2026 tonen de begrote te ontvangen leges.

83

Bedragen x € 1.000

Berekening van kostendekkendheid Gemeentelijke leges zijn vergoedingen die inwoners of bedrijven betalen voor bepaalde diensten van de gemeente, zoals een vergunning, paspoort of uittreksel. De legesopbrengsten worden onderverdeeld in drie hoofdstukken: ·

Algemene dienstverlening: deze categorie omvat onder meer het verstrekken van identiteitsbewijzen en reisdocumenten, rijbewijzen, het voltrekken van huwelijken en registratie van partnerschappen;

·

Omgevingswet: de opbrengsten in deze categorie bestaan uit de leges voor het aanvragen van omgevingsvergunningen en wijzigingen van omgevingsplannen;

·

Europese dienstenrichtlijn: hierbij gaat het om vergunningen voor de horeca, het organiseren van evenementen en gebruiksvergunningen brandveiligheid.

De opbrengsten van deze leges mogen volgens de wet niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente maakt om de dienst te leveren. Dit heet kostendekkendheid. We streven ernaar om leges zoveel mogelijk kostendekkend vast te stellen, zodat de lasten eerlijk en transparant worden verdeeld. Momenteel worden, met behulp van een extern bureau, alle kosten die hiervoor in aanmerking komen opnieuw beoordeeld. Bij het vaststellen van de legesverordening voor 2026 zullen de resultaten van het onderzoek verwerkt zijn en zal de definitieve kostendekkendheid voor 2026 bekend zijn. Onderstaande tabel toont de voorlopige kostendekkendheid voor 2026.

84

Hoofdstuk Algemene dienstverlening Omgevingswet Europese dienstenrichtlijn

Percentage

Kosten

Opbrengst

€ 665.827

€ 550.639

82,7%

€ 1.591.949

€ 1.058.487

66,5%

€ 17.319

€ 8.855

51,1%

kostendekkendheid

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten De afvalstoffenheffing stijgt in 2026 fors (+34%). Deze stijging wordt volledig doorberekend in het vaste tarief, dat toeneemt van €138,00 naar €186,00 per jaar. De kostenstijging is noodzakelijk door hogere kosten in de begroting van BLINK en onzekerheid over de hoogte van opbrengstenstromen. De egalisatiereserve biedt geen ruimte om de kostenstijging op te vangen. Er is bewust gekozen om het variabele tarief (diftar) niet te verhogen. De kosten per lediging van de restafvalcontainer zijn al fors, en een verdere verhoging kan ertoe leiden dat inwoners het systeem gaan ontwijken, bijvoorbeeld door restafval via de PMD-container weg te gooien. Dit zou een fors negatief effect hebben op zowel de kwaliteit van afvalstromen als op de inkomsten, omdat de vergoeding voor PMD vanuit Verpact vanaf 2026 afhankelijk is van de kwaliteit van het ingezamelde PMD. Vanwege de forse kostenstijging is besloten de kostendekkendheid op 91% te houden (het niveau van 2025). De gemeente streeft ernaar om de kostendekkendheid de komende jaren geleidelijk te verhogen, met oog op het ravijnjaar 2028, waarin de financiële druk op gemeenten naar verwachting fors zal toenemen.

Tegelijkertijd wordt verwacht dat de kosten voor afvalinzameling en -verwerking de komende jaren blijven stijgen, onder andere door strengere wet- en regelgeving, hogere milieueisen en een verwachte CO₂-heffing.

85

BIZ Met ingang van 2023 is de Bedrijven Investerings Zone (BIZ) Someren-centrum in werking getreden. De in het centrum gelegen ondernemers en eigenaren van vastgoed betalen een bijdrage die volledig wordt doorbetaald aan de BIZ-vereniging. Woonlasten regionaal en kwijtschelding Woonlasten regionaal

Woonlasten regionaal Om meer inzicht te geven in de positie van de gemeente Someren is voor de woonlasten onderstaand overzicht opgenomen op regionaal niveau. Hierbij moet worden opgemerkt dat de verschillen in lastenpotentie tussen de gemeenten in belangrijke mate worden gecompenseerd door het verdeelsysteem van het gemeentefonds. Daardoor zijn de verschillen in tarieven tussen de gemeenten in belangrijke mate het gevolg van het verschil in kwantiteit en kwaliteit van de lokale voorzieningen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de beleidsuitvoering. Hierbij is een normerende, sturende en controlerende functie voor het bestuur weggelegd. Dit laatste niet alleen

86

om de lastendruk te beheersen maar evenzeer om na te gaan of de burger waar voor zijn geld krijgt. In onderstaande grafiek zijn de woonlasten voor meerpersoonshuishouden 2025 in de regiogemeenten weergegeven. Deze gegevens zijn overgenomen uit de "Atlas van de lokale lasten 2025" die is uitgegeven door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Woonlasten per gemeente

Kwijtschelding/minimaregeling

Op grond van de “Kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen gemeente Someren” kan kwijtschelding worden verleend voor het betalen van de afvalstoffenheffing. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding, wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en vermogenstoets op grond van door het Rijk vastgestelde normen. Bij de berekening van de kwijtschelding worden de kosten van bestaan binnen een bepaalde bandbreedte gesteld op 90% van het inkomen van de belastingschuldige. Gemeenten mogen een ruimer kwijtscheldingsbeleid voeren door dit percentage te verhogen tot maximaal 100%. De gemeente Someren voert een ruimer kwijtscheldingsbeleid en gaat uit van 100%. De behandeling van kwijtscheldingsverzoeken wordt vanaf 2018 voor de gemeente Someren uitgevoerd door de Belastingsamenwerking Oost-Brabant. Jaarlijks wordt door ruim 100 belastingplichtigen uit de gemeente Someren kwijtschelding aangevraagd, naast de kwijtscheldingen die door BSOB automatisch worden verleend. Daarnaast kunnen bewoners een beroep doen op de minimaregeling.

Paragraaf: Verbonden partijen

87

Verbonden partijen betreffen organisaties en instellingen waarin een gemeente zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake als de gemeente de middelen, die aan een partij ter beschikking zijn gesteld, niet terugkrijgt bij faillissement van die partij of indien financiële problemen bij de derde partij kunnen worden verhaald bij de gemeente. Bij een bestuurlijk belang gaat het om het hebben van zeggenschap van de gemeente in een derde partij, hetzij omdat de gemeente een zetel in het bestuur heeft, hetzij omdat ze via aandelen mee kan stemmen. Vanwege deze belangen en daarmee gepaard gaande risico’s is het gewenst dat in de begroting en jaarstukken aandacht wordt besteed aan derde rechtspersonen, waarmee de gemeente Someren een bestuurlijke en financiële band heeft. In deze paragraaf worden deze nader toegelicht. De verbonden partijen worden hierbij opgesplitst in: 1. gemeenschappelijke regelingen 2. stichtingen / verenigingen 3. coöperaties / vennootschappen In onderstaand financieel overzicht wordt de bijdrage per verbonden partij getoond verdeeld per jaarschijf. Jaar-

Begrotin g

Begrotin g

Begrotin g

Begrotin g

Begrotin g

rekening

2025 na

2026

2027

2028

2029

2024 wijziging Gemeenschappelijke regelingen Peelgemeenten

2.577

3.001

3.166

3.166

3.166

3.166

Senzer

1.278

1.520

1.632

1.632

1.632

1.632

Veiligheidsregio Brabant - Zuidoost

1.230

1.342

1.393

1.454

1.486

1.486

Belastingsamenwerking Oost - Brabant

457

443

432

432

432

432

1.282

1.052

1.096

1.096

1.096

1.096

Metropoolregio Eindhoven

289

326

337

337

337

337

GGD Brabant Zuidoost

882

950

990

990

990

990

Omgevingsdienst Zuidoost Brabant

ICT-NML

784

839

868

868

868

868

1.589

1.584

1.895

1.895

1.895

1.895

10.368

11.057

11.809

11.870

11.902

11.902

158

199

88

88

88

88

8

8

8

8

8

8

166

207

96

96

96

96

Coöperatieve Bosgroep Zuid-Nederland U.A.

48

49

49

49

49

49

NV Bank Nederlandse Gemeenten

-28

-33

-33

-33

-33

-33

Blink Een 10 voor de Jeugd* Totaal Stichtingen en verenigingen Stichting Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuid-Oost Brabant (BIZOB) Stichting Beheer en Exploitatie Veiligheidshuis Brabant Zuidoost Totaal Vennootschappen en coöperaties

Brabant Water NV Totaal

0

0

0

0

0

0

20

16

16

16

16

16

88

Bedragen x € 1.000 *bijdrage via Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten

Gemeenschappelijke regelingen

Naam Vestigingsplaats

Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten Deurne

Doel en openbaar belang

Draagt zorg van de uitvoering van de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning), Jeugdwet en BMS (Bijzondere bijstand, Minimaregelingen en Schulddienstverlening).

Partners

De deelnemende gemeenten zijn Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren.

Bestuurlijk belang

De gemeente Someren is met 3 leden vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en met 1 lid in de dagelijks bestuur.

Eigen vermogen

Per 31-12-2026 € 508.000.

Vreemd vermogen

Per 31-12-2026 € 20.892.000.

Financieel resultaat

Ingeschat resultaat 2026: € 0 (sluitende begroting).

Financieel belang

Gemeentelijke bijdrage 2026 € 3.165.500.

Risico's

Voor de begroting 2026 wordt aangesloten bij de risico-inventarisatie die begin 2024, ten behoeve van de jaarrekening 2023, is gemaakt. Deze is gebaseerd op de methodiek van de nota op basis van de begrotingscijfers van 2024. De inventarisatie heeft de volgende risico’s opgeleverd: - Ziekteverzuim; - Beveiliging van data / privacy; - Kwetsbaarheid organisatie; - Niet-functioneren; - Juridische risico's; - Inkoop en contractbeheer; - Uitvoering taken door andere gemeenten; - ICT-voorzieningen; - Politiek-bestuurlijke risico’s; - Landelijke ontwikkelingen; - Verlofsparen.

89

Per 31 december 2024 bestaat het saldo van het eigen vermogen uit de algemene reserve van € 556.000. Dit is inclusief de toevoeging van € 139.000 zoals besloten bij de jaarrekening 2024. Daarmee komt de actuele stand van het weerstandsvermogen op € 556.000. Dit betekent dat het weerstandsvermogen (afgerond) € 44.000 te laag is ten opzichte van het berekende financieel risico. In de nota is vastgesteld ernaar te streven de ratio weerstandsvermogen op minimaal 1 te houden. Dit betekent dat het weerstandsvermogen minimaal even hoog is als het berekende financieel risico. Voor de jaarrekening 2024 is het financieel risico opnieuw berekend met een uitkomst van € 600.000. Dit betekent een ratio van 556 / 600 = 0,9. Het berekend risico bevestigt hiermee de noodzaak van een minimale algemene reserve van € 600.000. Het AB heeft in februari 2024 besloten het minimale tekort van € 44.000 aan te zuiveren vanuit toekomstige rekeningresultaten, zolang deze positief zijn. Bij een eventueel negatief rekeningresultaat wordt dit niet uit de reserve gedekt maar verhaald op de deelnemende gemeenten.

Ontwikkelingen

De volgende ontwikkelingen zijn voor benoemd: Sociaal domein breed: - Integraal werken; - Innovatie en transformatie; - Management- en stuurinformatie; - Rechtmatige zorg; - Interne Controle en controle prestatielevering; - Digitale transformatie (inclusief AI en inwonersportaal); - Doorontwikkeling gebiedsteams; - Samenwerking binnen GR 'Een 10 voor de Jeugd'. Wmo: - Maatschappelijke opvang en beschermd wonen (nieuwe ontwikkeling); - Wmo-huishoudelijke ondersteuning (nieuwe ontwikkeling); - Wmo-begeleiding; - Toezicht op calamiteiten en geweldsincidenten (vanaf 2025 in eigen beheer); - De Nieuwe Route – participatief beleidstraject huishoudelijke ondersteuning. Jeugd: - Inkoopsamenwerking jeugd; - Woonplaatsbeginsel (nieuwe ontwikkeling); - Flexpool jeugd en roldifferentiatie; - Doorontwikkeling groepsgerichte interventies. BMS: - Beleid en uitvoering BMS; - Samenwerking met Senzer en GGD. Inburgering & Leerplicht: - Taak Inburgering (vanaf juli 2024); - Onderzoek naar uitvoering Leerplichtwet door GR Peelgemeenten.

Rapportages

Ontwerpbegroting 2026.

Naam

Senzer

90

Vestigingsplaats

Helmond

Doel en openbaar belang

Integrale uitvoering Participatiewet, alsmede activiteiten op het vlak van arbeidsreïntegratie en aangepaste arbeid aan personen uit de deelnemende gemeenten, die op afstand staan van de reguliere arbeidsmarkt.

Partners

De deelnemende gemeenten zijn Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Geldrop-Mierlo, Helmond, Laarbeek, Someren.

Bestuurlijk belang

De gemeente Someren is met 2 leden vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en 1 lid in het dagelijks bestuur.

Eigen vermogen

Per 31-12-2026 € 20.128.000.

Vreemd vermogen

Per 31-12-2026 € 24.500.000, waarvan voorzieningen € 3.500.000.

Financieel resultaat

Ingeschat resultaat 2026: € 0 (sluitende begroting).

Financieel belang

Gemeentelijke bijdrage 2026 € 1.631.575 (algemene middelen en structurele bijdrage).

Risico's

Senzer streeft ernaar om de gestelde doelen te bereiken en daarbij de risico’s te beheersen. Restrisico’s worden zoveel mogelijk afgedekt met het aanwezige weerstands capaciteit. In de Notitie Reserves en voorzieningen zijn de streefwaarden voor de ratio weerstandsvermogen vastgelegd op 80-125%. De ratio weerstandsvermogen wordt bepaald door de aanwezige weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Deze bedraagt 92%. Daarbij is geen rekening gehouden met het rekeningresultaat 2024 en 2025 en het eventueel niet (volledig) hoeven inzetten van de algemene reserve als dekking voor de loon- en prijsontwikkeling 2025 (€ 0,4 miljoen). De door Senzer gekwantificeerde risico's betreffen: - Rijksfinanciering en economische- en arbeidsmarktontwikkeling in relatie tot aantal uitkeringen en corresponderende lasten; - Lagere toegevoegde waarde: wegvallen opdrachten en/of druk tariefopstelling; - Loon- en prijsontwikkeling die afwijkt van gehanteerde CPB-ramingen; - Opname van opgebouwde verlofrechten in één jaar. - Toekomstbestendige organisatie; - Bedrijfscontinuïteit (fysieke en cybersecurity risico’s); - Wegvallen transitievergoeding.

Deze risico's resulteren in een benodigde weerstandsvermogen van € 9.955.000. Het aanwezige weerstandsvermogen bedraagt € 9.198.000. Ontwikkelingen

Senzer heeft te maken met de volgende algemene ontwikkelingen: - Omgaan met krapte op de arbeidsmarkt; - Inzet inclusieve technologie; - Instrumentengids Dennis & Eva; - Ontwikkeling Senzer, de ontwikkeling en professionalisering van het vakmanschap van medewerkers van Senzer; - Extra aandacht voor het boeien en binden van personeel; - Digitalisering; - Huisvesting, de focus ligt in 2026 op de realisatie van het Strategisch Huisvestingsplan van Senzer; - Ontwikkelingen wet- en regelgeving (Participatiewet in Balans, Van School naar Duurzaam Werk, Proactieve Dienstverlening, Vereenvoudiging Inkomensondersteuning).

Rapportages

Ontwerpbegroting 2026.

91

Naam Vestigingsplaats

Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant (VRBZO) Eindhoven

Doel en openbaar belang

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is een organisatie waarin de brandweer en de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden. VRBZO is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio ZuidoostBrabant. Kerntaken: Taken op het terrein van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Wet veiligheidsregio’s.

Partners

Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, GeldropMierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel- De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.

Bestuurlijk belang

De gemeente Someren is met 1 lid vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

Eigen vermogen

Per 31-12-2026 € 686.694.

Vreemd vermogen

Per 31-12-2026 € 47.289.873, waarvan voorzieningen € 798.208.

Financieel resultaat

Ingeschat resultaat 2026: € 0 (sluitende begroting).

Financieel belang

Gemeentelijke bijdrage 2026 € 1.393.261.

Risico's

De volgende risico’s zijn geïdentificeerd: - Brandweerzorg, o.a. wijzigingen in beleid FLO-regeling, loonkosten i.r.t. vrijwilligers en WNRA, loopbaanbeleid, vakbekwaamheid, aansprakelijkheden boven verzekerd bedrag; - Veiligheid, kosten grootschalige of langdurige crisis of incident; - Ondersteuning organisatie (bedrijfsvoering), o.a. huisvesting, informatieveiligheid (middelen/mensen ICT), Wet open overheid, stijgende rentekosten leningen.

Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 4,7 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 686.694, en ligt daarmee ruim onder de gewenste bandbreedte van € 2,4 tot € 3,2 miljoen. Het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Tevens zijn kans en impact van enkele risico’s lastig in te schatten, waarbij met name de aansprakelijkheid bij de brand in Hapert zwaar meeweegt. In het uiterste geval, indien risico’s zich daadwerkelijk voordoen en het beschikbare vermogen overschrijden, zal VRBZO terugvallen op de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling om de kosten te dekken.

92

Ontwikkelingen

De afgelopen jaren waren er veel ontwikkelingen die de bedrijfsvoering raakten. Enerzijds betrof het nieuwe wet- en regelgeving zoals privacy wetgeving, informatiebeveiliging, de rechtmatigheidsverklaring, de Wet Open Overheid (WOO), en diverse landelijke personeels- en verlof(spaar)regelingen. Al deze items vragen om zelfstandig beleid en uitvoering. Anderzijds worden de werkzaamheden complexer, bijvoorbeeld door ontwikkelingen op het gebied van informatiegericht sturen en business intelligence, veranderende ICT-serviceconcepten en cybersecurity. Ook zijn de eisen op het gebied van duurzaamheid bij huisvesting, mobiliteit, personeel en inkoopprocessen landelijk én maatschappelijk flink aangescherpt. Belangrijke actuele ontwikkelingen zijn: - Ontwikkeling van een nieuw regionaal beleidsplan 2027–2030; - Versterking van de brandweerzorg, onder andere op het gebied van formatie, vakbekwaamheid en materieel; - Versterking van crisisbeheersing en informatiemanagement, mede in het kader van de landelijke agenda crisisbeheersing; - Overige ontwikkelingen met financiële onzekerheid, zoals huisvesting en onderhoud van kazernes, verloop onder vrijwilligers en het loopbaanbeleid voor de beroepsbrandweer.

Rapportages

Ontwerpbegroting 2026.

Naam Vestigingsplaats

Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) Oss

Doel en openbaar belang

BSOB is opgericht om de kwaliteit van de dienstverlening en continuïteit van de waardering, heffing en inning van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen te garanderen. En wel tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

Partners

De deelnemers zijn de gemeenten Oss, Bernheze, Maashorst, Boekel, Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek, Someren en het Waterschap Aa en Maas en Waterschap De Dommel (per 1 januari 2026).

Bestuurlijk belang

De gemeente Someren is met 1 lid vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

Eigen vermogen

Per 31-12-2026 niet opgenomen in de begroting 2026 van BSOB.

Vreemd vermogen

Per 31-12-2026 niet opgenomen in de begroting 2026 van BSOB.

Financieel resultaat

Ingeschat resultaat 2026: € 0 (sluitende begroting).

Financieel belang

Gemeentelijke bijdrage 2026 € 430.949 (op basis van productiecijfers).

Risico's

In artikel 53 van de Gemeenschappelijke Regeling is een zogenoemde garantstelling opgenomen. Dit houdt in dat de deelnemers er zorg voor dragen dat BSOB te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen ten opzichte van derden te voldoen. De risico’s komen conform de regelingen voor rekening van de deelnemers naar rato van hun aandeel in de bedrijfsactiviteiten (bijdragen). BSOB heeft zelf weinig financiële middelen om onverwachte kosten te dekken. Daarom is een post 'onvoorzien' opgenomen van € 68.073 (0,6% van de begroting). Indien deze ontoereikend is, staan de deelnemers garant.

93

Ontwikkelingen

De belangrijkste ontwikkelingen bij BSOB in 2026 zijn: - Toetreding Waterschap De Dommel Per 1 januari 2026 treedt Waterschap De Dommel toe tot de gemeenschappelijke regeling. BSOB voert voortaan de belastingtaken uit voor dit waterschap. De toetreding wordt arbeidsrechtelijk gezien als overgang van onderneming. Medewerkers van De Dommel komen over naar BSOB met behoud van arbeidsvoorwaarden. De structurele kosten nemen toe, maar worden via de verdeelsleutel toegerekend aan De Dommel. Incidentele kosten worden afzonderlijk in rekening gebracht. -Verhogen beveiligingsniveau gegevensbescherming BSOB streeft ernaar om binnen twee jaar het volwassenheidsniveau van gegevensbescherming te verhogen naar niveau 4 (BIO2). In 2026 zijn hiervoor incidentele kosten van € 150.000 opgenomen. De aanbesteding is gestart en het onderdeel Privacy is in uitvoering. -Hosting bij GouwBelastingen en Ortax Vanaf 2025 is de hosting ondergebracht bij GouwBelastingen en Ortax. De structurele kosten van € 80.000 per jaar zijn verwerkt in de begroting 2026 en de meerjarenraming. -Nieuwe Archiefwet en Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) BSOB moet versneld documenten overbrengen naar het BHIC en digitale communicatiekanalen verder inrichten. Dit is onderdeel van de bredere digitaliseringsslag.

-Geen leningen, geen renterisico BSOB heeft geen leningen uitstaan en loopt daardoor geen renterisico. De deelnemers zijn eindverantwoordelijk voor de bedrijfskosten.

Rapportages

Begroting 2026.

Naam Vestigingsplaats

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Eindhoven

Doel en openbaar belang

De Omgevingsdienst is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en daarmee als uitvoeringsdienst van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen van de door de verantwoordelijke overheden in de regio Zuidoost-Brabant aangegeven kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De ODZOB werkt samen met andere organisaties die werkzaam zijn op het gebied van de fysieke leefomgeving. Samen met hen en de deelnemers aan de GR verbeteren we de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: veiliger, gezonder en minder overlast. Om dit doel te bereiken voert de ODZOB VTH-taken uit voor de deelnemers. Ook activiteiten die verwant zijn aan deze VTH-taken (specialismen) voert de omgevingsdienst uit indien provincie of gemeenten daarom verzoeken. De ODZOB opereert daarbij als strategische partner en verlengstuk van de deelnemers. Als uitvoeringsorganisatie staat de ODZOB voor de uitvoering van de door de deelnemers verstrekte opdrachten in de vorm van basistaken, verzoektaken en het collectief programma op het gebied van de fysieke leefomgeving. Vanaf 2026 is het programma regionale samenwerking opgebouwd uit drie pijlers: Samen Sterk in Brabant (SSiB), Omgevingsveiligheid en Collectieve Taken.

Partners

Gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre en de Provincie Noord-Brabant.

Bestuurlijk belang

De gemeente Someren is met 1 lid vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

Eigen vermogen

Per 31-12-2026 € 3.589.302.

94

Vreemd vermogen

Per 31-12-2026 € 4.885.045, waarvan voorzieningen € 168.294.

Financieel resultaat

Ingeschat resultaat 2026: € 0 (sluitende begroting).

Financieel belang

Gemeentelijke bijdrage 2026 € 1.095.675.

Risico's

Ten behoeve van Ontwerpbegroting 2026 en jaarrekening 2024 zijn de risico’s opnieuw geïnventariseerd. Uit deze inventarisatie blijkt dat de verwachtingswaarde van de risico’s met de grootste potentiële impact € 1.594.000 bedraagt. - Ransomeware € 90.000 - Ziekteverzuim en doorbetaling loonkosten € 100.000 - Niet kunnen beschikken over voldoende en gekwalificeerd personeel, zo wel vast als inhuur € 360.000 - Kennisverlies als gevolg van uitstroom van medewerkers / inhuur via flexibele schil € 60.000 - Te lage productiviteit, niet veroorzaakt door ziekteverzuim € 504.000. De algemene reserve van de ODZOB bedraagt per ultimo 2024 € 2.000.000. Dat is meer dan bovenstaande verwachtingswaarde van de risico’s. Vandaar dat de deelnemers geen ODZOB-risico’s in hun eigen financiële buffers hoeven af te dekken.

Ontwikkelingen

In december 2024 heeft het algemeen bestuur de meerjarenvisie herbevestigd. Deze is gestoeld op de missie en visie van de ODZOB. In tijden van grote transities en opgaven zijn richting, focus en keuzes nodig bij de inzet van de ODZOB voor vier jaar. Door meer richting en focus als collectief te bepalen, kan de ODZOB beter zijn inzet bepalen bij de huidige grote transities en opgaven. Daarmee ook een betere bijdrage leveren aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. In de meerjarenvisie zijn de pijlers veilig, gezond, duurzaam en omgeving verder uitgewerkt. Een belangrijk uitgangspunt bij de meerjarenvisie is het “fundament op orde”. Alleen aanvullende inzet op de niveaus in samenhang en regionaal platform, daar waar urgentie of bestaande afspraken er specifiek om vragen. De adviescommissie VTH (voorheen: commissie Van Aartsen) heeft geconstateerd dat er sprake is van vermijdbare milieuschade doordat het VTH-stelsel niet overal afdoende functioneert. Dit heeft geleid tot het Programma Versterking VTH-stelsel. Hierin werken gemeenten, provincies, omgevingsdiensten, Unie van Waterschappen en diverse ministeries samen aan de versterking van het VTH-stelsel. Eén van de oorzaken is dat niet alle omgevingsdiensten robuust genoeg zijn en daarmee ook niet kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen.

Het IBP VTH heeft daarom robuustheidscriteria met kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) vastgesteld. Aan de omgevingsdiensten is verzocht om uiterlijk 1 april 2026 met behulp van een toetsingskader te bepalen of de diensten aan deze kpi’s voldoen. Op basis van een zelftoets heeft het algemeen bestuur in maart 2024 ingestemd met het plan van aanpak robuustheid. Het ministerie van I&W heeft eind 2024 geoordeeld dat de ODZOB voldoet aan de robuustheidscriteria en robuust is.

95

In juli 2024 is de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2025 aan het algemeen bestuur voorgelegd. Er heeft hierbij zoveel als mogelijk afstemming plaatsgevonden met de GGD, Metropoolregio Eindhoven, Veiligheidsregio en de twee andere Brabantse omgevingsdiensten. De ontwerpregeling is toegezonden aan de colleges van de deelnemers met het verzoek een voorgenomen besluit te nemen tot vaststelling van de regeling en dit voorgenomen besluit voor een zienswijzeprocedure aan te bieden aan de raden en Provinciale Staten. In 2025 zal de regeling voor vaststelling worden aangeboden aan de deelnemers. In 2024 is gestart met het Programma voor- en nazorg Omgevingswet; een nieuwe fase in de voorbereiding op de Omgevingswet. Het staat in het teken van de overdracht van programma naar de lijn. Het oefenen en inregelen heeft als resultaat opgeleverd dat de systemen getest zijn en dat er regionaal ketentesten zijn uitgevoerd, op basis waarvan de samenwerkingsafspraken nader zijn gedetailleerd. In het najaar is vervolgens in samenwerking met deelnemers geoefend met echte (Wabo-)aanvragen. Het stikstofdossier kende, net als de voorgaande jaren, ook in 2024 vele uitdagingen met nieuwe voornemens en regelgeving vanuit Rijk en provincie.

Er zijn zeer veel onduidelijkheden en rechtbanken in Nederland deden uitspraken in veel zaken die rechtstreeks de Wnb-vergunningverlening raakt. Indirect is er in veel gevallen ook impact op de Wabo-vergunningverlening en toezicht en handhavingstaken. De nieuwe jurisprudentie zorgt voor veel onzekerheid in de uitvoeringspraktijk. Samen met de andere Brabantse Omgevingsdiensten is er een handelingsperspectief opgesteld dat moet dienen als leidraad voor de uitvoering.

Rapportages

Begroting 2026.

Naam Vestigingsplaats

Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindhoven

Doel en openbaar belang

Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Het takenpakket is vastgelegd in artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. Kerntaken: Strategische bestuurlijke samenwerking op de thema’s Economie (inclusief uitvoering Stimuleringsfonds en betaalautoriteit Brainport Development NV), Landelijk gebied, Energietransitie, Mobiliteit (incl. GGA) en Ruimte en wonen. Het fungeren als archiefbewaarplaats van de overgebrachte archieven van de overheidsorganen binnen de regio ZuidoostBrabant, met uitzondering van de gemeente Gemert-Bakel. Nazorg van de voormalige stortplaats Gulbergen en ontwikkeling van het Landgoed.

Partners

Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, GeldropMierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel- De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.

Bestuurlijk belang

De gemeente Someren is met 1 lid vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

Eigen vermogen

Per 31-12-2026 € 19.859.230.

Vreemd vermogen

Per 31-12-2026 € 20.848.420, waarvan voorzieningen € 4.505.397.

Financieel resultaat

Ingeschat resultaat 2026: € 0 (sluitende begroting).

Financieel belang

Gemeentelijke bijdrage 2026 € 336.641.

96

Risico's

Het Algemeen Bestuur heeft op 4 juli 2018 de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven vastgesteld. In deze nota is vastgesteld wat de onder risicomanagement wordt verstaan en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de organisatie de risico’s in de begroting 2026 opnieuw in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. De belangrijkste risico’s boven € 200.000 die op concernniveau worden onderkend zijn: - Landgoed Gulbergen, eeuwigdurende nazorg (€500.000); - MRE, uitbreiding van taken in het samenwerkingsakkoord 2023–2026: risico op niet-gerealiseerde externe financiering en vertraging in uitvoering door tekort aan projectmanagement en beleidsmatige ondersteuning (€ 400.000) - MRE, niet kunnen invullen van vacatures waardoor externe inhuur noodzakelijk is (€ 225.000).

Ontwikkelingen

Regionale strategie en samenwerking incl. Landgoed Gulbergen - Doorontwikkelen en positioneren regio - Regionale aanpak Brede welvaart - Versterken samenwerking, participatie en communicatie - Start uitvoering samenwerkingsovereenkomsten met partnergemeenten zoals Weert, Meierijstad en Venlo - Voorbereiding overdracht stortplaats Gulbergen Landgoed Gulbergen - Nazorgplan goedgekeurd door Provincie Noord-Brabant - Start fysieke invulling van het landgoed Ruimte en wonen - Doorontwikkeling regionale ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant - Versnelling woningbouw - Uitvoering financiële regeling onder convenant Beethoven Mobiliteit - Regionale strategie mobiliteit - Doorontwikkeling mobiliteitsaanpak MMMP 2040 - Schone, gezonde en veilige mobiliteit - Uitvoering korte termijn maatregelen uit Brainportdeal en Beethovendeal Energietransitie - Toekomstig energiesysteem (programmalijn Energiesysteem - Duurzame opwek energie (programmalijn Grootschalige opwek) - Verduurzaming gebouwde omgeving (programmalijn Gebouwde omgeving en Warmte) - Start proces RES 2.0 en voortgangsrapportage RES 2026 - Versnelling uitbreiding elektriciteitsnetwerk via UTEB

97

Economie - Doorontwikkeling mainport - Versterken vestigingsklimaat - Toekomstbestendig en robuust economisch ecosysteem - Uitvoering Regiodeal ‘Thuis in Brainport’ - Tenders Stimuleringsfonds en monitoring lopende projecten Landelijk gebied - Toekomstbestendig landelijk gebied - Transitie voedselketen - Uitvoering programma Vitale Groene Leefomgeving - Regionale investeringsagenda en waarderingssystematiek voor groene leefomgeving Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) - Archiefbeheer volgens wettelijke normen en regelgeving - Raadpleegbaarheid van archiefbescheiden - Collectie-opbouw die correspondeert met de regionale identiteit - Toetsing bij gemeenten of hun documentaire informatiehuishouding voldoet aan wet- en regelgeving - Adviseren van gemeenten - Informatie beschikbaar stellen aan publiek - Uitbreiding duurzame digitale opslagvoorziening - Efficiëntie-investeringen binnen bedrijfsvoering, geen verdere bezuinigingen

Rapportages

Concept-programmabegroting 2026.

Naam Vestigingsplaats

GGD Brabant Zuidoost Eindhoven

Doel en openbaar belang

De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ).

Partners

Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, GeldropMierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel- De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.

Bestuurlijk belang

De gemeente Someren is met 1 lid vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

Eigen vermogen

Per 31-12-2026 € 5.590.000.

Vreemd vermogen

Per 31-12-2026 € 26.220.000, waarvan voorzieningen € 2.895.000.

Financieel resultaat

Ingeschat resultaat 2026: € 0 (sluitende begroting).

Financieel belang

Gemeentelijke bijdrage 2026 € 990.497.

98

Risico's

Jaarlijks wordt bij de begrotingsbehandeling een actuele financiële risicoinventarisatie opgesteld. De omvang van de algemene reserve/het weerstandsvermogen van de GGD BZO neemt de laatste jaren weer langzaam toe, hoewel nog niet geheel in overeenstemming met de geraamde risico’s. De risicoinventarisatie van begin 2025 resulteerde in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.700.000,- voor het Programma Publieke Gezondheid en ca. € 2.200.000,voor het Programma Ambulancezorg. Eerder is besloten dat, gegeven de financieringsstructuur, voor de beide programma’s afzonderlijke algemene reserves worden aangehouden. Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het weerstandsvermogen niet direct tot dat bedrag hoeft te worden aangevuld, en dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR hiervoor leidend zijn. Gegeven de verwachte omzet 2026 is voor PG een bandbreedte van toepassing van € 2.000.000 tot € 2.400.000 en voor AZ van € 1.500.000,- tot € 2.000.000,-. In de 4GR-notitie is ook vastgesteld dat dit een kaderstellende bandbreedte is. Dit betekent dat het aan het Algemeen Bestuur van de Verbonden Partij overgelaten wordt of die bandbreedte ook volledig wordt ingevuld, aangezien dit organisatie-specifiek is en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten.

Een lager weerstandsvermogen betekent wel dat financiële tegenvallers van hogere omvang niet uit die algemene reserve kunnen worden opgevangen. De reserves per ultimo 2024 voor bestemming van het exploitatieresultaat 2024 zijn ca. € 2.300.000 voor PG en ca. € 1.750.000 voor AZ.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16076663/2