CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage b Minima EffectenRapportage (MER) Someren 2022

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen van de Minimaverordening Meedoen 2023 en van de verordening Individuele Inkomenstoeslag 202315.446 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

100% 110% 120% 130%

€ € € €

g. paar met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) saldo na saldo na basispakket basispakket en participatie 100% € 150 € -39 110% € 211 € 22 120% € 287 € 98 130% € 143 € -150

5 Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van het minimabeleid van de gemeente Someren.

5.1

Conclusies

Welke huishoudens hebben het moeilijk? De gemeente Someren kent een ruimhartig minimabeleid: bijna alle onderzochte huishoudens kunnen de maandbegroting rond krijgen. De enige uitzondering zijn de paren met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) op bijstandsniveau en op 130 procent. Zij hebben niet voldoende inkomen om alle uitgaven uit het basispakket én alle uitgaven voor sociale participatie te kunnen doen. Zij komen respectievelijk 39 euro en 150 euro tekort per maand. Hoewel het saldo voor 110 en 120 procent positief is, is de bestedingsruimte met 22 euro en 31 euro wel krap. Als er sprake is van persoonlijk onvermijdbare uitgaven (extra zorgkosten, een hogere huur, schulden etc.) dan zal het saldo ook voor deze inkomensniveaus snel negatief kunnen omslaan. De belangrijkste oorzaak van het tekort ligt in het feit dat oudere kinderen sterk op de begroting drukken. Deze kosten worden niet volledig gecompenseerd door (leeftijdsafhankelijke) kindgebonden toeslagen. Ook de hogere en coulante bijdragen vanuit het gemeentelijke minimabeleid voor oudere kinderen kunnen dit tekort niet wegnemen. Daarnaast is bij paren de bestedingsruimte kleiner, omdat zij de kosten voor twee volwassenen moeten dragen. Ter vergelijking, een eenoudergezin heeft een hogere bestedingsruimte.

Dit gezin ontvangt 70 procent van de norm voor een paar plus de alleenstaande ouderkop vanuit het kindgebonden budget, wat samen neerkomt op ongeveer 90 procent van de norm. De extra inkomsten voor paren (van ongeveer 10 procent) ten opzichte van het eenoudergezin wegen vaak niet op tegen de kosten voor een extra volwassene aan bijvoorbeeld voeding, kleding en de zorgverzekering. Veel van deze factoren vinden hun oorsprong in het Rijksbeleid. Gemeenten kunnen via het eigen beleid trachten de gevolgen hiervan te repareren. De gemeente Someren kent al een aantal inkomensondersteunende regelingen om de bestedingsruimte voor paren met kinderen te verruimen, zoals ondersteuning vanuit de regeling Meedoen en Stichting Leergeld. Daarbij is de bijdrage vanuit stichting leergeld die in de begrotingen is meegenomen voor oudere kinderen ruim met 51 euro per maand per kind. Desondanks is de bestedingsruimte laag.

Welke huishoudens kennen armoedevallen? Tot 120 procent krijgt geen van de onderzochte huishoudens te maken met een armoedeval. Echter, op 130 procent zien we bij alle huishoudens een armoedeval. Bij drie van de onderzochte huishoudens doet zich op een uitstroomval voor. Op 130 procent houden paren met oudere en jonge kinderen en het eenoudergezin met oudere kinderen minder over dan op bijstandsniveau.

Bij de andere huishoudens, namelijk de alleenstaande, de alleenstaande oudere, het eenoudergezin met jonge kinderen en het paar zonder kinderen, is er op 130 procent sprake van een doorstroomval. Bij een doorstroomval houdt een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder over dan op het voorliggende lagere inkomensniveau. Dit wordt veroorzaakt door het wegvallen van het recht op de energietoeslag en alle onderzochte minimaregelingen. Zo vervalt het recht op collectieve zorgverzekering, Regeling Meedoen en de Stichting Leergeld. Omdat daarbij extra (en coulante) ondersteuning wordt geboden aan gezinnen met kinderen, worden de armoedevallen van 130 naar 120 procent voor deze huishoudens ook scherper. Bij paren speelt bovendien mee dat de huur- en de zorgtoeslag op 130 procent verder worden afgebouwd. Deze afbouw begint al op 120 procent. Alleenstaande ouders komen op 130 procent nog in aanmerking voor volledige huur- en zorgtoeslag. Wanneer de inkomensgrens van de regeling Meedoen wordt verhoogd naar 120 procent, zien we dat de armoedevallen op 130 procent scherper worden. De verruiming heeft wel een positief effect op de krappe bestedingsruimte van paren met oudere kinderen. Door de hogere bestedingsruimte kunnen kwetsbare huishoudens beter met tegenslagen omgaan.

Reserveringsuitgaven, om bijvoorbeeld kapotte apparatuur te vervangen, worden vaak als eerst geschrapt wanneer huishoudens (langdurig) moeite hebben met rondkomen. Rekening houdend met de eenmalige aard van de energietoeslag, kan deze structurele vergoeding meer ademruimte bieden, alhoewel dit alleen voor huishoudens op 120 procent geldt. Huishoudens die in aanmerking komen voor IIT hebben een hogere bestedingsruimte dan huishoudens die een inkomen ontvangen net boven de inkomensgrens voor de IIT. Dit betekent dat huishoudens die net niet meer in aanmerking komen voor IIT en een inkomen hebben op 130 procent van de geldende bijstandsnorm, te maken krijgen met een armoedeval. Voor het paar zonder kinderen levert de IIT een extra uitstroomval op 130 procent.

5.2

Aanbevelingen

Verminder niet-gebruik regelingen In de gemeente Someren kunnen bijna alle onderzochte huishoudtypen op papier de maandbegroting rond krijgen. Zonder gemeentelijke ondersteuning zou dit niet altijd lukken. Hierbij moet de gemeente het volgende goed ik het oog houden. In de berekeningen is ervan uitgegaan dat alle aanspraken op landelijke en lokale regelingen zijn aangevraagd en ontvangen. Dat is echter niet voor ieder huishouden een vanzelfsprekendheid 4. De gemeente Someren kan het gebruik van lokale regelingen stimuleren door hieraan publiciteit te geven en de toegang tot deze regelingen te vereenvoudigen. Ook voorlichting door intermediairs is vaak doeltreffend. Het is daarbij belangrijk dat de intermediairs bekend zijn met alle regelingen die de gemeente Someren te bieden heeft (naast de landelijke regelingen) en dat zij ook continu op de hoogte worden gebracht van ____________________ 4

Zie bijvoorbeeld Tempelman, C., Houkes, A. Prins, J. (2011). Niet-gebruik inkomensondersteunende

maatregelen, Amsterdam: SEO. Te downloaden op www.overheid.nl.

veranderingen in inkomensondersteunende maatregelen. Hetzelfde geldt voor de vrijwilligers die worden ingezet bij thuisadministratie en bij beginnende schulden. Ook zij moeten bekend zijn met het volledige pakket. Stimuleer goed financieel beheer Om rond te kunnen komen van een minimuminkomen is een goed financieel beheer van het huishouden noodzakelijk. Men reserveert om zo nodig grote uitgaven te kunnen doen voor de vervanging van inventaris. We gaan ervan uit dat het huishouden niet leent, zodat er niet nog extra kosten van rente en aflossing bijkomen. Veel huishoudens die van een minimuminkomen moeten rondkomen, voeren een goed financieel beheer, maar een deel ook niet. Voor deze huishoudens is het aan te bevelen cursussen of budgetbegeleiding te organiseren. Het Nibud, en ook andere (lokale) organisaties, hebben hiervoor een uitgebreid aanbod. Help energielasten verlagen De afgelopen maanden zijn de energielasten sterk gestegen. Het is te verwachten dat de energieprijzen voorlopig hoog zullen blijven. Het kabinet heeft aangegeven dat de gevolgen voor huishoudens gedempt zullen gaan worden en wil de btw op energie (aardgas, elektriciteit en stadsverwarming) vanaf 1 juli dit jaar voor een half jaar verlagen van 21 procent naar 9 procent. Voor huishoudens met een laag inkomen is de eenmalige energietoeslag in het leven geroepen.

Het Nibud adviseerde gemeenten om ten minste aan te sluiten bij de door het ministerie van SZW en VNG opgestelde richtlijn met betrekking tot de doelgroep en het uit te keren bedrag.5 Omdat de gemeente de energietoeslag maar voor een deel ambtshalve kan verstrekken is het belangrijk de huishoudens waarvoor dit niet geldt zo veel mogelijk actief te benaderen, bijvoorbeeld via intermediairs, en door in overleg te gaan met het IB, de SVB en UWV over uitwisseling van gegevens. Ook is het raadzaam om in een zo vroeg mogelijk stadium de afdeling communicatie te betrekken en een communicatieplan te maken. Ten aanzien van energieverbruik en isolatie, blijkt uit onderzoek dat juist minima vaak in minder goed geïsoleerde woningen wonen en daardoor een hoger dan gemiddeld verbruik hebben. De energielasten zullen een groter deel van de woonlasten, en daarmee ook van de totale begroting, gaan innemen. De toekomstige energietransitie zal de nodige kosten met zich meebrengen. Daarbij is het voor bewoners van een huurwoning niet duidelijk of de woningbouwcorporaties dit gaan doorberekenen aan hun huurders. Het Nibud adviseert de gemeente ook hier aandacht voor te hebben. Huishoudens met een laag inkomen kunnen mogelijk hulp van energieadviseurs of gratis/ goedkope energieboxen aangeboden krijgen.

Producten zoals ledlampen en isolatiefolies, waarvan de aanschafkosten voor deze doelgroep vaak te hoog zijn maar met een snelle terugverdientijd hebben, zijn dan het meest effectief.

____________________ Zie hiervoor: https://www.stimulansz.nl/wp-content/uploads/2022/03/Handreiking-Energietoeslag-Stimulansz15-03-2022.pdf; en zie voor de hernieuwde versie: https://www.divosa.nl/sites/default/files/onderwerp_bestanden/handreiking-eenmalige-energietoeslagstimulansz-19-07-2022.pdf

Breng duidelijk de voordelen van de collectieve zorgverzekering onder de aandacht Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Daarom bieden veel gemeenten inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan. Deze mogelijkheid biedt Someren ook. Het Nibud beoordeelt dit als positief omdat met een optimale verzekering voorkomen kan worden dat huishoudens zorg gaan mijden vanwege de kosten die hieraan verbonden zijn. In Someren heeft men de keuze uit een aantal collectieve zorgverzekering. Het is belangrijk dat de gemeente ervoor zorgt dat inwoners de “juiste” collectieve verzekering kiezen, gezien het overige beleid voor bijzondere bijstand voor zorgkosten. Stel de individuele inkomenstoeslag apart af voor paren met kinderen In de gemeente Someren kunnen huishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd, die gedurende minimaal 36 maanden een inkomen ontvangen tot een bepaald percentage van de geldende bijstandsnorm, in aanmerking komen voor een individuele inkomenstoeslag. De tegemoetkoming heeft een gunstig effect op de bestedingsruimte van huishoudens die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen. Huishoudens met een laag inkomen zullen, als dat nodig is, in eerste instantie bezuinigen op de reserveringsuitgaven, omdat deze niet elke maand terugkomen.

Wanneer dit huishouden dan plotseling voor een grote uitgave komt te staan, zal het schulden moeten gaan maken. De IIT biedt dan een goed vangnet. Het Nibud adviseert deze regeling in stand te houden. De hoogte van de IIT bedraagt voor alleenstaanden 419 euro per jaar, voor paren zonder kinderen 598 euro per jaar, voor alleenstaande ouders 538 euro per jaar. De inkomensnorm loopt tot 120 procent. Bij de IIT voor het eenoudergezin wordt rekening gehouden met de alo-kop, waarmee de inkomensgrens 154 procent wordt. Het Nibud beschouwt het als positief dat bij het vaststellen van de hoogte van de inkomenstoeslag rekening wordt gehouden met de verschillen in kosten die verschillende huishoudtypen hebben. Daarom adviseren we om voor paren met kinderen een apart IITbedrag op te stellen. Aangezien de kosten van (oudere) kinderen niet volledig gecompenseerd worden door kindgebonden toeslagen, kan de gemeente ervoor kiezen om één basisbedrag vast te stellen en daar bovenop een extra bedrag toe te kennen voor elk ten laste komend kind. Omdat oudere kinderen zwaarder op de begroting drukken dan jonge kinderen, zou de gemeente voor oudere kinderen een hogere toeslag kunnen verstrekken dan voor jonge kinderen.

Stem de vergoedingen vanuit Regeling Meedoen en Stichting Leergeld helder op elkaar af In Someren ondersteunen zowel de regeling Meedoen als Stichting Leergeld sociale participatie en onderwijs van kinderen. Met de regeling Meedoen wordt participatie breed geïnterpreteerd en ingezet, bijvoorbeeld ook voor de vrijwillige ouderbijdrage in het onderwijs. Daarmee is er overlap tussen beide regelingen. In dit onderzoek is de vergoeding vanuit de regeling Meedoen verrekend met de post “sociale participatie”; het sportabonnement, en (gedeeltelijk) de onderwijskosten (plus eventueel fiets en laptop) voor kinderen worden vergoed vanuit Stichting Leergeld. Stichting Leergeld vult zo de regeling Meedoen aan. Daarbij kent Stichting Leergeld geen maximum vergoeding en loop door tot en met 120 procent, terwijl de regeling Meedoen wel een maximum kent en doorloopt tot 110 procent. De afweging van welke kosten door welke regeling vergoed worden is daarmee bepalend voor de hoogte van de totale

vergoeding. Het is daarom raadzaam om deze regelingen goed op elkaar af te stemmen en inwoners hierover duidelijke informatie en advies is te geven. Het Nibud beschouwt het verhogen van de inkomensgrens van de Regeling Meedoen van 110 naar 120 procent, en daarmee het gelijk trekken van de minimaregelingen, dan ook als positief. Op dit moment vergoeden de regelingen op declaratiebasis; het is raadzaam dat de coulance die wordt geboden, en waarmee in dit onderzoek is rekening gehouden, bekend is bij de inwoners. Overweeg daarbij een onverdeeld budget. Om huishoudens wat flexibeler te maken, adviseert het Nibud de gemeente om te werken met een ongedeeld budget voor zowel schoolkosten als kosten voor maatschappelijke participatie. Daarbij zou er meer ruimte moeten zijn voor een persoonlijke invulling van de besteding van de vergoedingen. Door te werken met een ongedeeld budget kan ook het niet-gebruik verminderd worden. Onduidelijkheid in regelingen kan het voor inwoners onoverzichtelijk maken met als ongewenst effect dat een groep huishoudens onterecht geen gebruik maakt van de mogelijkheden die er zijn. Dat inwoners van alle leeftijden van de Regeling Meedoen gebruik kunnen maken en zo gestimuleerd worden om aan sociale, sportieve, culturele en maatschappelijke activiteiten deel te nemen, biedt duidelijkheid en wordt als zeer positief beschouwd.

Door de drempel laag te houden en de bekendheid van deze regeling te verhogen, kan ook het gebruik en bereik van andere regelingen worden verhoogd. Maak een gedegen afweging tussen een goed uitvoerbaar minimabeleid en het voorkómen van een armoedeval Dit onderzoek laat zien dat zolang een huishouden in aanmerking komt voor de gemeentelijke toeslagen het de meeste huishoudens lukt om rond te komen. Wanneer het huishouden met een inkomen op 130 procent van de bijstandsnorm geen recht meer heeft op gemeentelijke ondersteuning treed bij alle huishoudens een armoedeval (uitstroom of doorstroom) op. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door de tijdelijke regeling voor energie die loopt tot 120 procent. Zonder die regeling bestaat de doorstroomval tussen 120 procent en 130 procent alleen bij huishoudens met oudere kinderen. Bij paren wordt dit overigens niet alleen veroorzaakt door het wegvallen van het recht op gemeentelijke regelingen, maar ook door de afbouw van landelijke toeslagen. Het verschuiven van de inkomensgrens van de Regeling Meedoen naar 120 procent verscherpt de armoedevallen. Door regelingen getrapt af te bouwen kunnen soms armoedevallen voorkomen worden. Echter, de armoedevallen op 130 procent worden vooral veroorzaakt door relatief hogere bijdragen vanuit Stichting Leergeld en/of de eenmalige energietoeslag.

Bovendien is een dergelijke constructie voor de uitvoering veel ingewikkelder en voor inwoners niet altijd gemakkelijk te begrijpen. Dit laatste kan leiden tot niet-gebruik, wat als gevolg kan hebben dat huishoudens de begroting niet (meer) rond krijgen. Dit kan als een groter probleem worden beschouwd dan de lagere bestedingsruimte op 130 procent (ten opzichte van 120 procent van de bijstandsnorm). Bij armoedevallen moet er altijd een afweging worden gemaakt tussen enerzijds het compenseren van kwetsbare huishoudens met een laag inkomen en anderzijds het effect op de bestedingsruimte bij een stijgend inkomen. Het is de vraag in hoeverre mensen zich bij hun beslissing om (meer) te gaan werken, alleen maar laten leiden door het bedrag dat zij onder de streep over houden. Het gevoel om weer mee te tellen, het uitzicht op een mogelijke inkomensstijging en niet meer over elke meevaller verantwoording hoeven

afleggen aan de sociale dienst, zijn aspecten die zeker ook mee zullen spelen bij de beslissing om al dan niet werk te aanvaarden. Dat blijkt ook uit verschillende onderzoeken. Het SCP en CBS concludeerden dat ontvangers en niet-ontvangers van inkomensondersteuning even hard zoeken naar werk. Het CPB concludeerde dat er wel degelijk een effect is op het zoekgedrag naar werk. En de Inspectie Werk en Inkomen concludeerde dat gedragseffecten van inkomensregelingen niet altijd overeenstemmen met de praktijk. Advies Het Nibud raadt aan om het uitgebreide minimabeleid te handhaven om kwetsbare mensen met een laag inkomen te ondersteunen. Bij het versoberen van het minimabeleid zullen er waarschijnlijk nog steeds armoedevallen optreden, omdat landelijk beleid soms voor een zeer beperkte toename van het inkomen zorgt. Daarnaast zorgt verlagen van het minimabeleid voor minder bestedingsruimte bij huishoudens zonder perspectief op werk. Ten slotte is het effect van een armoedeval op het aanvaarden van (meer) werk niet eenduidig. Bied ruime ondersteuning aan paren met oudere kinderen Paren met oudere kinderen kunnen, ondanks de gemeentelijke ondersteuning de maandbegroting niet op alle onderzochte inkomensniveaus rond krijgen, als zij naast het basispakket de uitgaven voor sociale participatie willen bekostigen. Dit maakt dit huishoudtype erg kwetsbaar.

De tekorten zitten op bijstandsniveau en 130 procent waarmee het verhogen van de inkomensgrens voor de gemeentelijke regelingen naar 120 procent voor deze huishoudens geen effect heeft. Het Nibud adviseert de ondersteuning voor deze doelgroep voort te zetten en het bestaan van inkomensondersteunende regelingen voor gezinnen met (oudere) kinderen actief onder de aandacht te brengen. Daarnaast is het raadzaam om de bijdrage voor oudere kinderen verder te onderzoeken en verhogen. Daarbij kan de gemeente Someren met het verhogen van de inkomensgrens van de regelingen naar 130 procent specifiek voor paren met oudere kinderen ook ondersteuning bieden bij deze tekorten. Ten slotte kunnen ook verstrekkingen vanuit de individuele bijzondere bijstand (niet in dit onderzoek meegenomen) paren met oudere kinderen helpen om hun tekorten beperken. In dit laatste geval kunnen alleen noodzakelijke bijzondere kosten vergoed worden, maar het is zeker de moeite waard om ook dit extra onder de aandacht te brengen. Dat paren (en met name paren met oudere kinderen) moeite hebben om de maandbegroting rond te krijgen ziet het Nibud ook bij andere gemeenten en het blijkt ook uit onze landelijke koopkrachtberekeningen. Inzetten op de begeleiding naar werk van tenminste één van beide partners lijkt de eerste stap op weg uit de armoede.

Bovendien blijkt een klein baantje van de andere partner veel meer op te leveren dan alleen het maandelijks bruto inkomen: fiscaal houdt een stel meer over als beide partners parttime werken dan als één persoon fulltime werkt.6

____________________ 6

Zie hiervoor de WerkZorgberekenaar: https://www.nibud.nl/beroepsmatig/werkzorgberekenaar-helpt-keuze-

meer-minder-werken/

Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Het Nibud gebruikt diverse bronnen voor de referentiecijfers. Hieronder volgt een korte verantwoording van keuzes en bronnen uitgesplitst naar het basispakket en de uitgaven voor sociale participatie. De bedragen in de begrotingen zijn de bedragen voor het jaar 2022. De uitgavenpakketten worden in overleg met andere organisaties regelmatig aangepast. De prijzen van de pakketten worden elk jaar herijkt en zo nodig aangepast. Basispakket Huur Er is gerekend met een huur van 556 euro per maand. Dit bedrag is de gemiddelde huurprijs opgegeven vanuit woningbouwvereniging Wocom en in overleg met gemeente vastgesteld. Energie Dit is 90 procent van de prijs van gemiddeld verbruik naar huishoudtype. Voor huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd geldt hierop een opslag van 10 procent. Daarbij hanteert het Nibud de prijs van het gemiddelde verbruik. Bij deze rapportage is uitgegaan van de in juli bekende CBS gegevens: het prijspeil van mei 2022. Daarbij is rekening gehouden met lagere energiebelastingen per 1 juli 2022. De energiekosten zijn berekend voor een huis met energielabel C. Lokale lasten Dit zijn de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verminderd met de eventuele kwijtschelding. De kosten voor afvalstoffenheffing in de gemeente Someren bestaan uit een vast deel en een variabel deel.

Telefoon, televisie en internet Deze bedragen zijn gebaseerd op het bellen met een mobiele telefoon met een sim-only abonnement voor 100 tot 150 belminuten per maand met een databundel tot maximaal 500 MB, een basisabonnement voor internet en een basis digitaal televisie abonnement. We gaan er van uit dat iedereen in het huishouden van 12 jaar en ouder een eigen mobiele telefoon heeft. Zorgverzekeringen Dit betreft de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering inclusief een tandartsverzekering. Voor de basisverzekering wordt uitgegaan van een naturaverzekering. Voor huishoudens die voldoen aan de voorwaarden zijn de tarieven voor de collectieve basisverzekering en de aanvullende verzekering (incl. tand) gehanteerd. Overige verzekeringen Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering, een inboedelverzekering en voor volwassenen in huishoudens onder de pensioengerechtigde leeftijd een uitvaartverzekering.

Onderwijs Deze bedragen zijn gebaseerd op onderzoek van SEO, zoals gepubliceerd in de Schoolkostenmonitor 2018-2019. Het betreffen onder andere de vrijwillige ouderbijdrage, leermiddelen en gereedschappen, ICT-benodigdheden en kosten voor extra schoolactiviteiten. Kinderopvang Dit zijn de kosten inclusief de landelijke vergoeding die wordt gegeven. Voor een alleenstaande ouder gaan we ervan uit dat er op bijstandsniveau gebruik wordt gemaakt van een dagdeel per week peuteropvang. Bij een hoger inkomen gaan we uit van 20 of 30 uur per week kinderopvang. Voor paren gaan we op elk inkomensniveau uit van een dagdeel per week peuteropvang. Hiervoor wordt een inkomensafhankelijke bijdrage gerekend. Vervoerskosten Voor ieder lid van het huishouden zijn dit de kosten van een fiets en de kosten voor stadsen streekvervoer met de bus. Hierbij is uitgegaan van een beperkte hoeveelheid vervoer per maand. In het basispakket is daarmee geen auto opgenomen. Huishoudens die van een auto afhankelijk zijn, hebben uiteraard meer kosten dan in deze begrotingen staan. Voor huishoudens met zorgkosten zijn de kosten van een fiets niet meegerekend maar gelden de kosten voor het collectieve vervoer (belbus). Uitgaven in verband met het verkrijgen of behouden van werk We houden rekening met werkgerelateerde kosten (vervoer, representatieve kleding). Hiervoor gaan we uit van een vast bedrag .

Ouderen hebben geen werkgerelateerde kosten. Kleding en schoenen Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor kleding. Het gaat hierbij net als bij alle andere uitgavenposten om een goedkoop pakket met nieuwe artikelen. De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Inventaris en onderhoud Bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inventaris en onderhoud. De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en eigen onderzoek. Zelfzorgmiddelen In het basispakket zitten kosten die elk huishouden heeft. Deze kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, aspirines e.d. Voor AOW-gerechtigden is een hoger bedrag opgenomen dan voor jongere huishoudens. Voeding De bedragen zijn gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheden voor een gezonde voeding van het Voedingscentrum en de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Was- en schoonmaakmiddelen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibudonderzoek.

Persoonlijke verzorging Er is uitgegaan van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. Diversen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon voor diverse uitgaven gebaseerd op Nibud-onderzoek. Pakket voor sociale participatie Het bedrag dat overblijft nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan, is bestemd voor vrije bestedingen, waaronder sociale participatie. Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. De uitgavenposten waar rekening mee is gehouden staan hieronder weergegeven evenals de richtbedragen voor deze uitgavenposten. Het gaat hierbij om een voorbeeld van een invulling van activiteiten. Bij vakanties/uitgaan kan ook gedacht worden aan andere activiteiten zoals het bezoeken van een museum of zwembad. Uitgaven aan sociale participatie, bedrag per maand € Contributies en abonnementen per kind 4 tot 12 jaar 12,50 per persoon vanaf 12 jaar 18,50 per huishouden 2,50 Bezoek ontvangen per persoon 9,50 per huishouden 12,50 Op bezoek gaan per persoon 6,50 Vakantie/uitgaan per persoon 19,00 per huishouden 25,00 Vervoer per kind 4 tot 12 jaar 2,50 per persoon vanaf 12 jaar 8,00 Bron: Hoff et al, SCP/Nibud, 2009, berekeningen Nibud, 2022

Bijlage 2 | Begrotingen In de volgende tabellen zijn de begrotingen van de verschillende voorbeeldhuishoudens opgenomen. Bovenaan staan de inkomsten en daaronder de uitgaven aan het basispakket en aan sociale participatie. Het basispakket is verdeeld in vaste lasten, reserveringsuitgaven en huishoudelijke uitgaven. In de begrotingen zijn landelijke en lokale inkomensondersteunende maatregelen van de gemeente verwerkt. De uitgavenposten waar lokale tegemoetkomingen tegenover staan zijn aangeduid. De bedragen worden weergegeven in hele euro’s, waardoor optellingen een euro te laag of te hoog kunnen lijken.

a. Alleenstaande 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1102 111 278 0 0 0 0 0 1491

1212 111 278 0 0 0 0 0 1601

1322 111 278 0 0 0 0 0 1711

1432 111 254 0 0 0 0 0 1797

VASTE LASTEN huur energie gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

556 37 16 •• 21 9 18 • 5• 65 148 22 0 0 2 17 * 0 881

556 37 16 •• 21 9 35 10 65 148 22 0 0 2 17 * 67 969

556 37 16 •• 21 9 35 10 65 148 22 0 0 2 17 * 67 969

556 145 124 21 9 35 10 65 162 22 0 0 2 17 * 67 1091

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

55 73 25 6 32 0 * 190

55 73 25 6 32 0 * 190

55 73 25 6 32 0 * 190

55 73 25 6 32 0 * 190

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

237 7 21 0 * * 5 270

237 7 21 0 * * 5 270

237 7 21 0 * * 5 270

237 7 21 0 * * 5 270

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1342

1429

1429

1552

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

149

172

282

246

SOCIALE PARTICIPATIE

87 ••

87 ••

104

104

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

62

84

178

142

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

b. Alleenstaande oudere 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1327 111 280 0 0 0 0 0 1718

1348 111 280 0 0 0 0 0 1739

1471 111 280 0 0 0 0 0 1862

1593 111 240 0 0 0 0 0 1944

VASTE LASTEN huur energie gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

556 53 30 •• 23 10 18 • 5• 65 148 13 0 0 2 15 * 0 886

556 53 30 •• 23 10 18 • 5• 65 148 13 0 0 2 15 * 0 886

556 53 30 •• 23 10 35 10 65 148 13 0 0 2 15 * 0 907

556 161 138 23 10 35 10 65 162 13 0 0 2 15 * 0 1030

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

55 73 25 9 32 0 * 193

55 73 25 9 32 0 * 193

55 73 25 9 32 0 * 193

55 73 25 9 32 0 * 193

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

236 7 20 0 * * 5 268

236 7 20 0 * * 5 268

236 7 20 0 * * 5 268

236 7 20 0 * * 5 268

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1346

1346

1368

1490

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

372

393

494

454

SOCIALE PARTICIPATIE

87 ••

87 ••

104

104

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

284

306

390

350

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

c. eenoudergezin met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1102 111 278 166 467 0 0 0 2124

1142 111 278 166 467 707 70 0 2941

1243 111 278 166 467 1061 79 0 3405

1343 111 278 166 467 1061 89 0 3515

VASTE LASTEN huur energie gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

556 126 58 •• 68 17 25 • 5• 65 148 28 5 •• 20 2 27 * 0 1025

556 126 58 •• 68 17 25 • 5• 65 148 28 5 •• 737 2 27 * 67 1808

556 126 58 •• 68 17 42 18 65 148 28 5 •• 1105 2 27 * 67 2206

556 235 167 68 17 42 18 65 162 28 10 1105 2 27 * 67 2334

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

109 90 25 6 32 0 * 262

109 90 25 6 32 0 * 262

109 90 25 6 32 0 * 262

109 90 25 6 32 0 * 262

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

332 11 49 0 * * 10 402

332 11 49 0 * * 10 402

332 11 49 0 * * 10 402

332 11 49 0 * * 10 402

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1689

2472

2871

2998

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

435

469

534

517

SOCIALE PARTICIPATIE

137 ••

137 ••

187 ••

200

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

298

332

347

317

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

d. eenoudergezin met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1102 111 278 237 525 0 0 0 2253

1212 111 278 237 525 0 0 0 2363

1322 111 278 237 525 0 0 0 2473

1432 111 278 237 525 0 0 0 2583

VASTE LASTEN huur energie gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

556 126 58 •• 68 17 25 • 5• 75 148 28 41 •• 0 2 46 •• * 0 1071

556 126 58 •• 68 17 42 18 75 148 28 41 •• 0 2 46 •• * 67 1167

556 126 58 •• 68 17 42 18 75 148 28 41 •• 0 2 46 •• * 67 1167

556 235 167 68 17 42 18 75 162 28 99 0 2 52 * 67 1354

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

146 99 25 6 32 0 * 307

146 99 25 6 32 0 * 307

146 99 25 6 32 0 * 307

146 99 25 6 32 0 * 307

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

517 11 63 0 * * 10 601

517 11 63 0 * * 10 601

517 11 63 0 * * 10 601

517 11 63 0 * * 10 601

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1980

2076

2076

2262

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

273

287

397

321

SOCIALE PARTICIPATIE

143 ••

143 ••

193 ••

230

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

131

144

205

91

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

e. Paar zonder kinderen 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1574 212 278 0 0 0 0 0 2064

1731 212 278 0 0 0 0 0 2221

1889 180 228 0 0 0 0 0 2297

2046 144 163 0 0 0 0 0 2353

VASTE LASTEN huur energie gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

556 67 16 •• 51 14 18 • 5• 75 296 35 0 0 8 35 * 0 1109

556 67 16 •• 51 14 35 18 75 296 35 0 0 8 35 * 67 1206

556 67 16 •• 51 14 35 18 75 296 35 0 0 8 35 * 67 1206

556 175 124 51 14 35 18 75 324 35 0 0 8 35 * 67 1342

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

109 86 25 10 64 0 * 294

109 86 25 10 64 0 * 294

109 86 25 10 64 0 * 294

109 86 25 10 64 0 * 294

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

431 9 42 0 * * 8 489

431 9 42 0 * * 8 489

431 9 42 0 * * 8 489

431 9 42 0 * * 8 489

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

1893

1989

1989

2126

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

171

232

308

228

SOCIALE PARTICIPATIE

134 ••

134 ••

167

167

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

38

99

141

61

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

f. paar met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1574 212 278 166 193 0 0 0 2423

1731 212 278 166 193 0 0 0 2580

1889 180 228 166 193 0 0 0 2656

2046 144 163 166 193 0 0 0 2712

VASTE LASTEN huur energie gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

556 143 58 •• 85 20 25 • 5• 75 296 39 5 •• 20 8 44 * 0 1236

556 143 58 •• 85 20 42 18 75 296 39 5 •• 20 8 44 * 67 1333

556 143 58 •• 85 20 42 18 75 296 39 5 •• 20 8 44 * 67 1333

556 252 167 85 20 42 18 75 324 39 10 20 8 44 * 67 1475

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

157 106 25 10 64 0 * 363

157 106 25 10 64 0 * 363

157 106 25 10 64 0 * 363

157 106 25 10 64 0 * 363

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

441 12 70 0 * * 13 537

441 12 70 0 * * 13 537

441 12 70 0 * * 13 537

441 12 70 0 * * 13 537

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

2135

2232

2232

2374

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

288

349

424

339

SOCIALE PARTICIPATIE

184 ••

184 ••

250 ••

263

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

104

165

174

76

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

g. paar met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) 100%

110%

120%

130%

INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten

1574 212 278 237 252 0 0 0 2553

1731 212 278 237 252 0 0 0 2710

1889 180 228 237 252 0 0 0 2786

2046 144 163 237 252 0 0 0 2842

VASTE LASTEN huur energie gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten

556 143 58 •• 85 20 25 • 5• 85 296 39 41 •• 0 8 64 •• * 0 1282

556 143 58 •• 85 20 42 18 85 296 39 41 •• 0 8 64 •• * 67 1378

556 143 58 •• 85 20 42 18 85 296 39 41 •• 0 8 64 •• * 67 1378

556 252 167 85 20 42 18 85 324 39 99 0 8 70 * 67 1579

RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inboedel onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven

194 114 25 10 64 0 * 408

194 114 25 10 64 0 * 408

194 114 25 10 64 0 * 408

194 114 25 10 64 0 * 408

Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven

603 12 85 0 * * 13 713

603 12 85 0 * * 13 713

603 12 85 0 * * 13 713

603 12 85 0 * * 13 713

TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET

2403

2499

2499

2699

BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET

150

211

287

143

SOCIALE PARTICIPATIE

189 ••

189 ••

256 ••

293

BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE

-39

22

31

-150

* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten

Bijlage 3 | Overzicht saldo inkomsten minus uitgaven Toelichting bij de tabel: • De eerste kolommen (zwart) geven het netto inkomen weer en het verschil in netto inkomen tussen drie opeenvolgende inkomensniveaus. • De volgende drie kolommen (blauw) hebben betrekking op het saldo na invulling van de noodzakelijke uitgaven in het basispakket. Hierbij is ook het verschil in het saldo tussen drie opeenvolgende inkomensniveaus weergegeven. En het verschil in saldo op 110, 120 en 130 procent ten opzichte van het saldo op bijstandsniveau. • De laatste drie kolommen (groen) hebben betrekking op het saldo na invulling van de uitgaven uit het basispakket en het pakket voor sociale participatie. Ook hier zijn de verschillen weergegeven. • Een negatief saldo op de maandbegroting is in rood weergegeven. • Indien een hoger inkomen leidt tot lager saldo (de zogenoemde armoedeval) dan is dit bij het betreffende inkomensniveau aangegeven met een rood pijltje:

inkomen

%

netto inkomen

toename netto inkomen

toename t.o.v. 100%

saldo

na basispakket verschil met voorgaande inkomensverschil categorie met 100%

na basispakket en participatie verschil met voorgaande inkomensverschil saldo categorie met 100%

a. Alleenstaande 100% 110% 120% 130%

€ € € €

1.491 1.601 € 1.711 € 1.797 €

110 € 110 € 86 €

€ 110 € 220 € 307 €

149 172 282 246

€ € €

22 110 -36

€ € €

€ 22 € 132 € 96 €

62 84 178 142

€ € €

22 94 -36

€ € €

22 116 80

21 € 123 € 83 €

€ 21 € 144 € 226 €

372 393 494 454

€ € €

21 101 -40

€ € €

€ 21 € 122 € 83 €

284 306 390 350

€ € €

21 85 -40

€ € €

21 106 66

€ € €

34 66 -18

€ € €

€ 34 € 100 € 82 €

298 332 347 317

€ € €

34 16 -30

€ € €

34 50 20

b. Alleenstaande oudere 100% 110% 120% 130%

€ € € €

1.718 1.739 € 1.862 € 1.944 €

c. eenoudergezin met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) 100% 110% 120% 130%

€ € € €

2.124 2.941 € 3.405 € 3.515 €

817 € 464 € 110 €

€ 817 € 1.281 € 1.391 €

435 469 534 517

d. eenoudergezin met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) 100% 110% 120% 130%

€ € € €

2.253 2.363 € 2.473 € 2.583 €

110 € 110 € 110 €

€ 110 € 220 € 331 €

273 287 397 321

€ € €

14 110 -76

€ € €

€ 14 € 124 € 48 €

131 144 205 91

€ € €

14 60 -114

€ € €

14 74 -40

157 € 75 € 56 €

€ 157 € 233 € 289 €

171 232 308 228

€ € €

61 75 -80

€ € €

€ 61 € 136 € 56 €

38 99 141 61

€ € €

61 42 -80

€ € €

61 103 23

288 349 424 339

€ € €

61 75 -86

€ € €

€ 61 € 136 € 51 €

104 165 174 76

€ € €

61 9 -98

€ € €

61 70 -28

150 211 287 143

€ € €

61 75 -144

€ € €

€ 61 € 136 € -8 €

-39 22 31 -150

€ € €

61 9 -181

€ 61 € 70 € -112

e. Paar zonder kinderen 100% 110% 120% 130%

€ € € €

2.064 2.221 € 2.297 € 2.353 €

f. paar met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) 100% 110% 120% 130%

€ € € €

2.423 2.580 € 2.656 € 2.712 €

157 € 75 € 56 €

€ 157 € 233 € 289 €

g. paar met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) 100% 110% 120% 130%

€ € € €

2.553 2.710 € 2.786 € 2.842 €

157 € 75 € 56 €

€ 157 € 233 € 289 €

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12336571/3