CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A26 - ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53a

Gemeenteraad 16 mei 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Verklaren geen bedenkingen te hebben tegen verlenen omgevingsvergunning Ploegstraat 53a Someren10.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Waterhuishouding

5.5.1 Nationaal Waterprogramma 2022-2027 In het Nationaal Waterplan 2022-2027 zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Het NWP 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Bprw 2016-2021 en vervangt deze plannen. Het NWP 2022-2027 geldt als een Nationaal Waterplan én een Bprw, conform de Waterwet. De Waterwet schrijft voor dat deze plannen iedere 6 jaar worden herzien. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. 5.5.2 Provinciaal beleid De provincie Noord-Brabant kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53-55a te Someren Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

26

M222638.013/GPO

belangrijk is. Om de waterhuishouding op provinciaal niveau in goede banen te leiden, beschrijven de provincies in grote lijnen hoe er met water moet worden omgegaan. Dit gebeurt in het wettelijke verplichte Provinciale Waterhuishoudingsplan (WHP). Hierin worden op hoofdlijnen doelen beschreven en wordt aangegeven hoe deze bereikt kunnen worden. De waterschappen en gemeenten houden bij de uitvoering van het waterbeleid voor hun gebied rekening met deze provinciale hoofdlijnen. Belangrijke doelstellingen die de provincie Noord-Brabant nastreeft zijn onder andere dat het water voldoende schoon moet zijn en dat de juiste hoeveelheden beschikbaar moeten zijn op de juiste plekken. Dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat waterrijke gebieden niet droog worden en dat water beschikbaar is voor de landbouw. 5.5.3 Waterschap Aa en Maas Waterbeheerplan 2022-2027 Op 19 november 2021 heeft het waterschap Aa en Maas het waterbeheerplan 2022- 2027 vastgesteld. In dit waterbeheerplan staan de doelstellingen die het waterschap nastreeft en wat het waterschap in de periode 2022-2027 gaat doen om deze doelen te halen. In het plan worden de volgende doelstellingen voor water uitgewerkt: - veilig en bewoonbaar beheergebied; - voldoende water en robuust watersysteem; - schoon water; - gezond en natuurlijk water. Rond het plangebied zijn vanuit het waterbeheerplan geen specifieke maatregelen gepland.

Keur Waterschap Aa en Maas 2021 De Keur is een aanvulling op de regels uit de Waterwet en is van toepassing op rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap. Daarnaast is de keur van toepassing op alle sloten en watergangen die eigendom zijn van anderen. In de regels van de Keur staat uitgewerkt wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Voor deze keur gelden dezelfde uitgangspunten als voor Waterschap De Dommel. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Zo gelden voor de uitwerking van de hemelwaterafvoer van onderhavig planvoornemen ook de regels uit de Keur. Afhankelijk van de uitwerking geldt een vrijstelling of is een vergunning noodzakelijk. Voor waterhuishoudkundige ingrepen ter plaatse van het plangebied is de ‘Keur waterschap Aa en Maas 2021’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer.

Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap.

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53-55a te Someren Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

27

M222638.013/GPO

5.5.4 Watertoets Aa en Maas De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. De waterbeheerders moeten zo snel mogelijk betrokken worden, kennis over het watersysteem aanreiken en meedenken over de ruimtelijke planvorming. 5.5.5 Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het huishoudelijk afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Someren. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Er wordt maximaal 0,5m3 per uur geloosd. De units met 32 personen die aanwezig zijn komen te vervallen (daardoor is er slechts een toename van 4 personen). Hemelwater In de Keur zijn algemene regels opgenomen waarmee onder ander vrijstelling wordt verleend voor het afvoeren van hemelwater.

Voor toename van verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan een algemene rekenregel worden toegepast waarbij de minimale compensatie wordt bepaald, zijnde: de benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m).

Hierbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende eisen: - De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG); - De afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; - Er moet altijd een overloopconstructie zijn, om beschadiging van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen. Hemelwater dakverhardingen Het gebouw heeft een oppervlakte van ca. 270m2. Een bui van 80mm levert een behoefte op van 22m3. De voorziening wordt ca. 25m3, kortom, ruim voldoende om deze bui te kunnen opvangen en vervolgens infiltreren. De infiltratievoorziening heeft een oppervlakte van ca. 75m2. De gemiddelde diepte bedraagt derhalve ca. 35cm. Hiermee wordt boven de GHG gebleven. Op basis van ervaringen op het perceel weet cliënte dat binnen een dag de voorziening leeg is om weer een nieuwe bui te kunnen opvangen en infiltreren. Daar komt bij dat het hemelwater dat ter plaatse van de huidige erfverharding valt komt te vervallen (dit hemelwater wordt op dit moment volledig via een gotenstelsel opgevangen). Per saldo neemt het verhard oppervlak niet toe. In de Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53-55a te Someren Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

28

M222638.013/GPO

Waterschappen is een gedragslijn voor combinatie kwantiteits- en kwaliteitsberging opgenomen. Bij de verdere uitwerking van de wateropvang zal hiermee rekening worden gehouden.

Uitsnede situatietekening met aanduiding infiltratievoorziening

Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat er water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. 5.5.6 Kwaliteit hemelwater Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals de opritten, parkeerplaatsen, erf en laaddocks mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53-55a te Someren Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

29

M222638.013/GPO

of andere verontreinigende stoffen. 5.5.7 Conclusie Gelet op vorenstaande en de resultaten van de watertoets vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

5.6

Natuur

5.6.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van gebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van soorten (soortenbescherming). De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. 5.6.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 De Wnb voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd,. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied.

Invloed van de NOx- en ammoniakemissie als gevolg van de geringe verkeerstoename op de Natura 2000 gebieden, is vanwege de grote afstand van het plangebied tot de Natura 2000 gebieden niet te verwachten. Dit blijkt ook uit de toets met behulp van de Aerius-calculator (wettelijk toegestaan rekenprogramma). De resultaten geven de stikstofeffecten van deze activiteit weer voor de Natura 2000 gebieden. Uitgaande van de extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde), zoals opgenomen in de NIBM-tool in paragraaf 4.4.2, blijkt uit de rekenresultaten dat er geen natuurgebieden zijn met rekenresultaten die hoger dan de drempelwaarde zijn. Met andere worden, de stikstofdepositie op die natuurgebieden als gevolg van het extra verkeer ligt onder de drempelwaarde, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet nodig is. De Aeriusberekening is als bijlage … toegevoegd bij onderhavige toelichting. Uit deze berekening volgt dat er als gevolg van de uitbreiding géén toename is van stikstofdepositie op de in de omgeving gelegen Natura-2000 gebieden.

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53-55a te Someren Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

30

M222638.013/GPO

Ecologische hoofdstructuur Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de door de overheid beschermde natuur- of landschapsgebieden. Het plangebied is gelegen in een glastuinbouwgebied. De voorziene ontwikkeling vindt plaats buiten de Ecologische hoofdstructuur. Het plan heeft dan ook geen nadelig effect op de Ecologische hoofdstructuur. 5.6.3 Soortenbescherming (Flora en Fauna) Ter bescherming van planten- en diersoorten gelden In de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. We kennen 2 beschermingsniveaus, te eerste de Europees beschermde soorten volgens de Habitat- en Vogelrichtlijn en ten tweede de Nationaal beschermde soorten. Voor alle inheemse diersoorten, beschermd of onbeschermd, geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in, dat men soorten niet onnodig mag verstoren, doden, verwonden en beschadigen. Voor onbeschermde soorten geldt geen ontheffingsplicht maar alleen de zorgplicht. Naast soorten beschermt de Wet natuurbescherming ook vaste verblijfplaatsen. Een vaste verblijfplaats betreft een verblijfplaats waarnaar een dier regelmatig terugkeert. Voor beschermde soorten dienen de effecten op populatieniveau te worden getoetst. In tegenstelling tot de voorgaande Flora en faunawet is de bescherming in mindere mate individueel en dient de staat van de instandhouding van de gehele populatie in aanmerking te worden genomen.

Ten aanzien van flora en fauna kan nog worden opgemerkt dat de nieuwbouw is voorzien aan de voorzijde van het glastuinbouwbedrijf (hier is nu sprake van verhard erf). Derhalve is het uitgesloten dat hier beschermde flora en fauna is de verwachten die als gevolg van het planvoornemen wordt aangetast. Tevens is de ontwikkeling qua oppervlakte (enkele honderden vierkante meters incl. parkeren) zeer beperkt qua omvang. Er is vanuit het aspect flora- en fauna geen belemmering te verwachten voor de voorgestane ontwikkeling van de locatie. 5.6.4 Conclusie natuur N.a.v. bovenstaand kan geconcludeerd worden dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, het planvoornemen naar verwachting geen (significante) negatieve effecten zal veroorzaken op de Natura 2000-gebieden. Gelet op het huidige intensieve gebruik van de gronden (verhard erf); er geen sprake is van sloop van gebouwen en er verder ook geen houtopstanden en andere beplanting wordt gerooid, maakt dat het niet aannemelijk is dat binnen het plangebied beschermde soorten voorkomen of worden verstoord. Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.7

Mer-beoordeling Op grond van de Wet milieubeheer dient voor alle plannen en besluiten (projecten), die mogelijk grote gevolgen voor het milieu kunnen hebben, een procedure milieueffectrapportage (m.e.r.) te worden doorlopen. Dit is bedoeld om bij het opstellen van plannen en projecten de milieugevolgen expliciet af te wegen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen m.e.r.-plichtige activiteiten waarvoor

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53-55a te Someren Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

31

M222638.013/GPO

een milieueffectrapport dient te worden opgesteld en m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten, waarbij dient te worden afgewogen of er sprake kan zijn van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. Nieuw element daarin is de vormvrije m.e.r.beoordeling. Ingevolge het gewijzigde artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit m.e.r. zijn de drempelwaarden voor m.e.r-beoordelingsplichtige activiteiten indicatief. Het gaat om die activiteiten die wel worden genoemd in kolom 1 van de D-lijst, maar die in omvang onder de drempelwaarden blijven zoals aangegeven in kolom 2 van de D-lijst. Dit betekent dat ook gemotiveerd moet worden waarom geen m.e.r. noodzakelijk is in die gevallen waarbij men onder de m.e.r.-beoordelingsnorm blijft zoals opgenomen in kolom 2. 5.7.1 Toets planvoornemen Ten aanzien van de noodzaak tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordelingsnotitie kan worden opgemerkt dat met de huisvesting van tijdelijke werknemers sprake is van een ondergeschikte functie voor het agrarisch bedrijf (hoofdfunctie). Derhalve is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Derhalve is er geen noodzaak voor een aanmeldings-/beoordelingsnotitie of een vormvrije m.e.r.-notitie. Tevens wordt aangetoond wat de milieu-effecten zijn als gevolg van onderhavig planvoornemen en dat hierbij geen belemmeringen te verwachten zijn.

5.7.2 Conclusie mer-beoordeling Voor de planontwikkeling aan de Ploegstraat 53a te Someren is geen vormvrije-m.e.r.-beoordeling van toepassing.

5.8

Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen. Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. In onderhavig plan zijn met name de bouwkundige aspecten van belang. Deze zijn uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning - bouwen. Daarnaast wordt momenteel nog onderzocht of toepassing van zonnepanelen of andere vormen van alternatieve energie tot de mogelijkheden behoren.

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53-55a te Someren Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

32

M222638.013/GPO

6 Uitvoerbaarheid De omgevingsvergunning ‘Ploegstraat 53a te Someren’ van de gemeente Someren bestaat uit voorliggende ruimtelijke onderbouwing (incl. bijlagen) en een geometrische plaatsbepaling (besluitvlak).

6.1

Algemeen Sinds 1 januari 2010 geldt ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de verplichting, dat ruimtelijke instrumenten, zoals bestemmingsplannen, beheersverordeningen en inpassingsplannen, langs elektronische weg beschikbaar worden gesteld. Dit vereiste is ingevolge de Wro ook van toepassing op de mededeling van een met artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo verleende omgevingsvergunning. Deze dient ook langs elektronische weg plaats te vinden overeenkomstig de eisen die hiervoor worden gegeven in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

6.1.1 Ruimtelijke onderbouwing De ruimtelijke onderbouwing (incl. bijlagen) van een aanvraag om omgevingsvergunning is het toetsingskader. De ruimtelijke onderbouwing geeft een omschrijving van het planvoornemen, een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten, zoals deze aan de ruimtelijke onderbouwing ten grondslag liggen. 6.1.2 Geometrische plaatsbepaling De mededeling van een met artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo verleende omgevingsvergunning, dient ook langs elektronische weg plaats te vinden overeenkomstig de eisen die hiervoor worden gegeven in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Gewaarborgd blijft daarmee dat op perceelsniveau het geldende planologische regime (zoals onder meer het bestemmingsplan) kan worden geraadpleegd, alsmede dat kenbaar is wanneer voor welk project een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo is verleend voor afwijkingen van dit planologisch regime.

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53-55a te Someren Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

33

M222638.013/GPO

7 Uitvoerbaarheid 7.1

Financiële uitvoerbaarheid De economische uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. De voorliggende omgevingsvergunningprocedure heeft betrekking op een particulier initiatief, waarbij de financiële consequenties uitsluitend door die initiatiefnemer zullen worden gedragen. Daar de kosten voor de planontwikkeling geheel voor rekening zijn van de initiatiefnemer, heeft onderhavig plan géén gevolgen voor de gemeentelijke begroting en/of gemeentelijke financiën. Er is geen planschaderisicoanalyse gemaakt omdat eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade er niet voor zullen zorgen dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen in het geding komt. Daar de kosten voor de planontwikkeling geheel voor rekening zijn van de initiatiefnemer, heeft onderhavig plan géén gevolgen voor de gemeentelijke begroting en/of gemeentelijke financiën. Deze kosten zijn anderszins verzekerd, namelijk door het sluiten van een anterieure overeenkomst waarin deze uitgangspunten zijn vertaald.

7.2

Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling (afwijken van het bestemmingsplan middels een projectbesluit). Tussen de initiatiefnemer en de gemeente Someren wordt een anterieure overeenkomst afgesloten, zodat eventuele reële aanvragen inzake de tegemoetkoming in de planschade voor rekening van de initiatiefnemer zal komen.

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53-55a te Someren Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

34

M222638.013/GPO

8 Procedure 8.1

Formele procedure

8.1.1 Algemeen De wettelijke procedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. Openbare kennisgeving van de ontwerpvergunning. 2. Ter inzage legging van de ontwerp omgevingsvergunning met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. 3. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. 4. Vaststelling van de omgevingsvergunning door het bevoegd gezag (gemeenteraad dan wel B&W), indien er zienswijzen naar voren zijn gebracht uiterlijk binnen 6 maanden nadat de aanvraag is ontvangen en indien er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht uiterlijk 4 weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. 5. Algemene bekendmaking van de omgevingsvergunning. 6. Mogelijkheid tot beroep bij de rechtbank voor belanghebbende binnen 6 weken na bekendmaking besluit. Voorlopige voorziening bij de rechtbank. Beroep heeft geen opschortende werking. Verzoek om voorlopige voorziening heeft opschortende werking indien ingediend binnen beroepstermijn. 7. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de rechtbank. 8. Uitspraak rechtbank 9.

Mogelijkheid tot Hoger beroep bij Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor belanghebbenden binnen 6 weken na bekendmaking uitspraak rechtbank. Voorlopige voorziening bij de rechtbank. Beroep heeft geen opschortende werking. Verzoek om voorlopige voorziening heeft opschortende werking indien ingediend binnen beroepstermijn. 10. Uitspraak Afdeling. 8.1.2 Zienswijzen Het ontwerp van voorliggende omgevingsvergunning heeft vanaf 9 januari 2024 gedurende 6 weken voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingekomen.

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53-55a te Someren Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

35

M222638.013/GPO

9 Bijlagen 1. 2.

Bodemonderzoek; Aeriusberekening stikstofdepositie op NB-gebieden

Ruimtelijke onderbouwing Ploegstraat 53-55a te Someren Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13999634/1