CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 4 Ruimtelijke onderbouwing Zandstraat 42 42a en ruiter 27b

Commissie Ruimte 5 april 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan XIII25.107 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Zandstraat 42, Zandstraat 42a en Ruiter 27b te Someren (2104/115/EHv1)

documentkenmerk: 2104/115/EH, versie 1

Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. veegplan in opdracht van Particulier initiatief betreffende locatie Zandstraat 42, Zandstraat 42a en Ruiter 27b te Someren Gemeente Someren documentkenmerk 2104/115/EH-01, versie 1 versie 1 vestiging Nuenen datum 18 november 2022

opgesteld door:

gecontroleerd door:

E. Barnard, Bsc

ing. F. van den Borne

Projectleider Ruimtelijke Ordening

Projectleider Ruimtelijke Ordening

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088.44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Breda >> Rijkevoort

Kvk-nr. 17108024

documentkenmerk: 2104/115/EH, versie 1

Inhoudsopgave pagina Inleiding

1

Ligging plangebied

1

Aanleiding en doel

2

Vigerend bestemmingsplan

2

Leeswijzer

3

Planbeschrijving

5

Bestaande situatie

5

Toekomstige situatie

7

Beleidskader

9

Rijksbeleid

9

Provinciaal beleid

11

Gemeentelijk beleid

16

Omgevingsaspecten

21

Bodem

21

Geluid

22

Luchtkwaliteit

24

Externe veiligheid

25

Bedrijven en Milieuzonering

26

Watertoets

27

Wet natuurbescherming

30

Cultuurhistorie

31

Archeologie

32

Kabels en leidingen

33

Verkeer en parkeren

34

Geur

34

Endotoxinen

35

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

38

Landschappelijk inpassingsplan

38

Economische uitvoerbaarheid

41

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

42

Inleiding Ligging plangebied Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Someren aan de Zandstraat en nabij de randweg rondom de kern van Someren. In navolgende afbeelding is de ligging in groter verband weergegeven, het plangebied is daarbij in het oranje weergegeven. De omgeving van het plangebied had van oudsher een overwegend agrarisch karakter.

Afbeelding 1.1: Ligging in groter verband

Het plangebied betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Someren, sectie S, met nummers 1908 (deels), 1909 en 1910 aan de Zandstraat 44, Zandstraat 42a en Ruiter 27b te Someren. In de omgeving zijn naast agrarische bedrijven en (bedrijfs)woningen enkele bedrijven aanwezig. In navolgende afbeelding is het plangebied weergegeven. In het plangebied bevindt zich een bedrijf met bedrijfswoning en een stal.

pagina 1 van 43

Afbeelding 1.2: Ligging plangebied

Aanleiding en doel Het plangebied is momenteel niet in gebruik conform het bestemmingsplan. De bedrijfswoning wordt door derden bewoond en de achterzijde van het perceel is niet geheel in gebruik ten behoeve van het bedrijf. Daarom is het wenselijk om een wijziging van de bestemming door te voeren. Op die manier kan de strijdigheid met het bestemmingsplan worden opgeheven en ontstaat er een toekomstbestendige situatie. Het planvoornemen houdt in dat de bestemming ‘Bedrijf’ behouden blijft ter plaatse van het bedrijfsgebouw aan de zuidwestelijke zijde en de bijbehorende woning. Deze woning krijgt een specifieke aanduiding waarmee bewoning door derden is toegestaan. Het gedeelte van het perceel waarop de stal ligt, thans bestemd als ‘Bedrijf’, wordt in de toekomstige situatie bestemd als ‘Agrarisch’ met een specifieke aanduiding voor het hobbymatig houden van maximaal 10 stuks rundvee.

Vigerend bestemmingsplan Het plangebied valt onder de werkingssfeer van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’, dat is vastgesteld op 5 maart 2020. Het plangebied heeft de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is met een oranje lijn weergegeven.

pagina 2 van 43

Afbeelding 1.3: Uitsnede bestemmingsplan

Binnen het vigerende bestemmingsplan zijn in het plangebied de volgende bestemmingen van toepassing: -

Enkelbestemming: ‘Bedrijf’ (deels);

-

Functieaanduiding: ‘specifieke vorm van bedrijf – 216’ (deels);

-

Enkelbestemming: ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ (deels);

-

Functieaanduiding: ‘specifieke vorm van waarde – cultuurhistorisch waardevol’ (deels);

-

Dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 4’ (deels);

-

Dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 3’ (deels);

-

Gebiedsaanduiding: ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’;

-

Gebiedsaanduiding: ‘overige zone – beperkingen veehouderij’;

-

Gebiedsaanduiding: ‘overige zone – stalderingsgebied’.

De beoogde plannen van initiatiefnemer voldoen momenteel niet aan de huidige bestemmingsplanregels aangezien de bedrijfswoning door derden wordt bewoond en de aanwezige stal een bedrijfsbestemming heeft maar niet als zodanig in gebruik is. Om het planvoornemen mogelijk te maken moet worden afgeweken van het bestemmingsplan. In onderhavige ruimtelijke onderbouwing zal worden aangetoond dat het plan voldoet op milieuhygiënische aspecten en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze bestemmingsplanwijziging zal worden opgenomen in het Veegplan XIII van de gemeente Someren.

Leeswijzer Het eerste hoofdstuk geeft kort weer waarop deze ruimtelijke onderbouwing betrekking heeft. Tevens wordt hier de ligging van de beoogde ontwikkeling in de omgeving weergegeven en wordt ingegaan op het vigerend bestemmingsplan. In het tweede hoofdstuk ‘Planbeschrijving’ komen

pagina 3 van 43

achtereenvolgens de huidige situatie en de toekomstige situatie aan bod. In het derde hoofdstuk ‘Beleidskader’ komt achtereenvolgens het Rijksbeleid, het provinciaal beleid en het gemeentelijk beleid aan de orde. Voorts worden de relevante omgevingsaspecten besproken in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 ‘Economische uitvoerbaarheid’ wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de communicatie en procedure weergegeven.

pagina 4 van 43

Planbeschrijving Bestaande situatie Plangebied Het plangebied ligt aan de Zandstraat 42, Zandstraat 42a en Ruiter 27b te Someren. De locatie betreft de kadastrale percelen bekend gemeente Someren, sectie S, met nummers 1908 (deels), 1909 en 1910.

Ruimtelijke omgevingsstructuur In de gemeente Someren zijn vier dorpskernen gelegen. Dit zijn de kernen Someren, SomerenEind, Someren-Heide en Lierop. Karakteristiek voor de dorpen Someren, Someren-Eind en Lierop zijn de stervormige uitwaaiers en de buurtschappen. Someren is van oorsprong een kransakkerdorp of tiendakkerdorp. Rondom de centrale kern met een kerk en marktplaats was een aantal kleinere agrarische buurtschappen gelegen. Kenmerkend zijn de lange bebouwingslinten, die een tamelijk rechtlijnig karakter hebben. De linten onderscheiden zich van elkaar door de aard van de bebouwing en de al dan niet aanwezige laanbeplanting. Na de Tweede Wereldoorlog is Someren echt gaan groeien en zijn uitbreidingswijken aan de noord-, zuidwest- en oostzijde van de kern gebouwd. De landschappelijke structuur van de gemeente Someren onderscheidt zich in verschillende landschapseenheden. Aan de westzijde van de gemeente liggen grote bos- en heidecomplexen op de hoge dekzandruggen en stuifduinen. Kenmerkend zijn de grote aaneengesloten bosgebieden. Hieraan grenzen de beekdalen van de Vleutloop en de Kleine Aa, die vanwege de aanwezigheid van landschappelijke beplantingen een besloten landschapseenheid kennen. De beekdalen doorsnijden de oude kampontginningsgebieden met oude open akkers op de dekzandruggen rondom Lierop en de kern van Someren.

De kampontginningen kennen een kleinschalige, blokvormige, onregelmatige verkavelingsstructuur met een relatief besloten landschapsbeeld. In deze structuur zijn plaatselijk de oude open akkers te herkennen als relatief open gebieden met een gebogen belijning en een bol reliëf.

Functionele omgevingsstructuur Het plangebied bevindt zich ten zuiden van de kern Someren in een gebied ten noorden van het gehucht Vlas en ten zuiden van het gehucht Hooghoef. Het gebied waar het plangebied in is gelegen heeft zich in de loop van de jaren ontwikkeld van een voornamelijk agrarisch gebied naar een meer gemengde variant met nog een enkel veebedrijf, enkele niet-agrarische bedrijven en een toenemend aantal burgerwoningen. Het aantal woningen in de omgeving van het plangebied neemt niet alleen toe als gevolg van het wijzigen van de bestemming van agrarische bedrijfswoningen in een woonbestemming, maar ook door de beoogde bouw van woningen aan de Hooghoefweg (Groote Hoeve). Hierdoor krijgt het gebied steeds meer een stedelijk karakter. Bij dit alles is het van groot belang dat deze nieuwe functies bestaande (agrarische en nietagrarische) bedrijven/functies niet (verder) belemmeren in hun bedrijfsvoering. Tevens mag deze ontwikkeling niet leiden tot een situatie waarin het woon- en leefklimaat van initiatiefnemer of omwonenden tot een onaanvaardbaar niveau daalt. Aan de andere kant draagt deze ontwikkeling bij aan het versterken van de gemengde plattelandseconomie die zowel de Provincie als ook de gemeente Someren nastreeft en die de leefbaarheid van het buitengebied in stand houdt.

pagina 5 van 43

Historische ontwikkeling plangebied In het plangebied was tot eind jaren 1990 Fouragehandel J. Gorisse gevestigd. Dit bedrijf is eind 1999 verplaatst naar een bedrijventerrein in Someren. Op 31 augustus 1999 is door het college besloten om in het plangebied alleen een agrarisch verwant bedrijf toe te staan. Een niet-agrarisch verwant bedrijf werd niet toegestaan. Rond het jaar 2000 is de strijdigheid met het bestemmingsplan ontstaan doordat de drie percelen los van elkaar zijn verkocht. Voor alle drie de percelen geldt dat er vanaf toen een gebruik in strijd met het bestemmingsplan ontstond, dat er tot op heden nog steeds is. De strijdigheden worden hierna per adres behandeld. Zandstraat 42, woonhuis De woning is in gebruik als burgerwoning terwijl deze volgens het bestemmingsplan als bedrijfswoning zou moeten fungeren. Zandstraat 42a, bedrijf Het aanwezige bedrijf is niet, zoals de bestemming dit voorschrijft, een agrarisch-verwant bedrijf. Ruiter 27b, veldschuur met koeien Het hobbymatig gebruik voor houden van rundvee in de aanwezige veldschuur is niet toegestaan. Mogelijke oplossingen De gemeente Someren en provincie Noord-Brabant hebben geconcludeerd dat het handhaven op strijdig gebruik zou betekenen dat alle eigenaren hun activiteiten op de locatie moeten staken. Zowel het huis als het bedrijf en de veldschuur zouden dan leeg komen te staan.

Leegstand en verpaupering zouden dan het gevolg zijn, een ontwikkeling die niet gewenst is. Exploitatie agrarisch-verwant bedrijf De locatie is niet meer courant om opnieuw als agrarisch-verwant bedrijf in gebruik te nemen. Deze werkzaamheden zijn hier al lange tijd gestaakt. Samenvoegen percelen Aangezien er meerdere eigenaren met verschillende belangen zijn, is het niet aannemelijk dat de percelen kunnen worden samengevoegd en aan één partij worden verkocht. Zowel aan één van de huidige eigenaren alsmede één nieuwe partij zal zeer onaannemelijk zijn. Zeker aangezien er na deze samenvoeging slechts een agrarisch-verwant bedrijf mag worden geëxploiteerd. Bestemming wijzigen naar ‘Wonen’ Wanneer het geheel gewijzigd zou worden in een woonbestemming is er sprake van kapitaalvernietiging van de bedrijfsbestemming. Bestemming wijzigen naar ‘Bedrijf’ Wanneer het geheel gewijzigd zou worden in een bedrijfsbestemming, en bijvoorbeeld bewoning van de bedrijfswoning door derden zou worden toegestaan, geeft dit in de toekomst problemen wanneer een van de twee moet worden verkocht. Er zijn dan twee partijen betrokken bij de verkoop van zowel de bedrijfswoning als het bedrijf.

pagina 6 van 43

Conclusie Uit voorgaande paragraaf is gebleken welke oplossingen niet voordehand liggen. De meest voor de hand liggende oplossing is als volgt: -

Het perceel Zandstraat 42 krijgt ter plaatse van de woning en tuin een woonbestemming, de rest van het perceel krijgt een agrarische bestemming. De realisatie van een bedrijf bij de woning wordt expliciet uitgesloten middels een aanduiding.

-

Het perceel Zandstraat 42a krijgt een bedrijfsbestemming zonder de aanduiding ‘agrarisch verwant’, hierbij wordt een bedrijf van maximaal milieucategorie 2 toegestaan. De realisatie van een woning bij het bedrijf wordt expliciet uitgesloten middels een aanduiding.

-

Het perceel Ruiter 27b krijgt de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ met ter plaatse van de veldschuur een specifieke aanduiding waarbinnen de bebouwing en het huidige gebruik hiervan is toegestaan.

In navolgende paragraaf wordt verder uitgelicht wat het planvoornemen inhoudt.

Toekomstige situatie Planvoornemen Het planvoornemen bestaat uit drie elementen: 1. Vormverandering bestemmingsvlak ‘Bedrijf’, met daarbij een specifieke aanduiding waarmee een niet-agrarisch bedrijf van maximaal milieucategorie 2 wordt mogelijk gemaakt én een aanduiding waarmee wordt uitgesloten dat hierbij een bedrijfswoning wordt opgericht 2. Ingebruikneming van de voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, waarbij de bestemming wordt gewijzigd in ‘Wonen’ én waarbij middels een aanduiding wordt voorkomen dat hier een bedrijf bij kan worden gerealiseerd 3. Vormverandering bestemmingsvlak ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’, de veldschuur komt binnen de bedrijfsbestemming te liggen. Navolgend zullen deze elementen worden behandeld. 1. Bestemming ‘Bedrijf’, niet-agrarisch cat. 2, geen woning mogelijk Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ zal in de toekomstige situatie worden gewijzigd. In de toekomstige situatie komt deze bestemming te liggen op de in gebruik zijnde bedrijfshal en het omliggende terrein. In de huidige situatie is er een agrarisch-verwant bedrijf in maximaal milieucategorie 3 toegestaan, in de nieuwe situatie zal dit een niet agrarisch-verwant bedrijf van maximaal milieucategorie 2 zijn. In de verbeelding wordt een aanduiding opgenomen waarmee nadrukkelijk wordt voorkomen dat er een bedrijfswoning bij dit bedrijf mag worden gerealiseerd.

Tevens worden middels de planregels de bedrijfsactiviteiten gerelateerd aan de activiteiten van het bedrijf op het adres Postel 22 te Someren, waar de hoofdvestiging is van de bedrijfseigenaar. 2. Bestemming ‘Wonen’, geen bedrijf mogelijk De huidige bedrijfswoning zal in gebruik genomen worden als burgerwoning en de bestemming ‘Wonen’ krijgen. Op de verbeelding wordt de aanduiding ‘afgesplitste bedrijfswoning’ opgenomen, via de planregels worden hiermee vervolgfuncties en/of nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen onmogelijk gemaakt. Slechts kleinschalige bedrijfsactiviteiten van aan-huis-verbonden beroepen pagina 7 van 43

zullen zijn toegestaan, dit alles binnen de bestaande bebouwing. 3. Bestemming ‘Agrarisch’, veldschuur tbv koeien Het bestemmingsvlak ‘Agrarisch’ zal in de toekomstige situatie worden gewijzigd. Deze bestemming komt in de toekomstige situatie te liggen op het gedeelte om de bestemming ‘Bedrijf’ heen. Hieraan zal ter hoogte van de veldschuur een aanduiding worden opgenomen waarmee een veldschuur ten behoeve van het hobbymatig houden van maximaal tien koeien wordt mogelijk gemaakt. Gezien de aard en omvang van de huidige activiteiten kan gesteld worden dat er sprake is van het hobbymatig houden van koeien en is er geen sprake van een ‘inrichting’ in de zin van artikel 1.1 van de Wet milieubeheer. In navolgende afbeelding is te zien hoe het plangebied in de toekomstige situatie wordt ingedeeld. Het nieuwe bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ is paars omlijnd. Het nieuwe bestemmingsvlak ‘Wonen’ is geel omlijnd. Het nieuwe bestemmingsvlak ‘Agrarisch’ is groen omlijnd. In de aanwezige bebouwing worden geen wijzigingen aangebracht. Er is geen sprake van overtollige bebouwing.

Afbeelding 2.1: indeling nieuwe situaties

pagina 8 van 43

Beleidskader In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Het Rijksbeleid zal onder andere worden besproken aan de hand van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Voor het provinciaal beleid van Noord-Brabant wordt onder andere gebruik gemaakt van de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. In het kader van het gemeentelijk beleid wordt onder andere ingegaan op de Structuurvisie.

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het Rijksbeleid is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (inwerking getreden op 13 maart 2012). De SVIR is gericht op het nationaal beleid op het gebied van ruimte en mobiliteit voor de middellange termijn (2028, met doorkijk naar 2040). Om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden, kiest het Rijk voor drie doelen: • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; •

het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;

•

het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven.

Het Rijk benoemt in de SVIR 13 nationale belangen waarvoor het verantwoordelijk is en waarmee het resultaat wil boeken. Daarbuiten ligt de verantwoordelijkheid bij de lokale overheden. Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. Conclusie Het planvoornemen is van dermate kleine aard dat het geen van de nationale belangen raakt. De voorgenomen wijzigingen zijn niet in strijd met de uitgangspunten van de SVIR. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, worden in het Barro geborgd. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro is ook wel bekend als Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte. In het Barro zijn een aantal projecten genoemd die van Rijksbelang zijn en met behulp van digitale kaartbestanden exact zijn ingekaderd. Per project zijn vervolgens regels gegeven waaraan ruimtelijke onderbouwingen moeten voldoen. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn: a. de mainportontwikkeling van Rotterdam; b.

de bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren;

c.

de bescherming en behoud van de Waddenzee;

d.

de bescherming en behoud van enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam;

e.

de uitoefening van defensietaken;

f.

veiligheid op Rijksvaarwegen;

g.

toekomstige uitbreiding van infrastructuur;

h.

de elektriciteitsvoorziening;

pagina 9 van 43

i.

de ecologische hoofdstructuur (EHS);

j.

de veiligheid van primaire waterkeringen;

k.

reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas;

l.

maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer;

m.

duurzame verstedelijking.

Het kabinet heeft de keuze voor de onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in ruimtelijke onderbouwingen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en vermindering van de bestuurlijke drukte. De bedoeling is duidelijk: belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen, worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Dat zal inderdaad kunnen leiden tot een versnelde uitvoering van die projecten. Daar staat tegenover dat gemeenten die een ruimtelijk plan opstellen dat raakt aan een belang van de projecten in het Barro, nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten checken. Gebeurt dat niet, dan bestaat het risico op een reactieve aanwijzing van Gedeputeerde Staten of van de Minister. Het effect daarvan is dat bepaalde onderdelen van de omgevingsvergunning niet in werking treden. Conclusie Het planvoornemen voorziet in bestemmingswijzigingen. Dit planvoornemen is niet in strijd met de regels uit het Barro. Dit houdt in dat op het planvoornemen geen beperkingen van toepassing zijn die voortvloeien uit het Barro.

Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen die bij elk bestemmingsplan in acht moet worden genomen. Per 1 juli 2017 is een vereenvoudigde Ladder in werking getreden. De Ladder voor duurzame verstedelijking wordt toegepast als het gaat over plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor de realisatie van woningen blijkt uit jurisprudentie, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Als er sprake is van nieuwbouwplannen buiten stedelijke gebieden is het van belang om uitgebreid te motiveren waarom nieuwbouw daar nodig is (art. 3.1.6 lid 2 Bro). Conclusie Gezien de aard en omvang van het te realiseren project kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets hoeft in onderhavig geval derhalve niet te worden uitgevoerd.

pagina 10 van 43

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant De Omgevingsvisie Noord-Brabant is op 14 december 2018 vastgesteld en is tot stand gekomen met inbreng van professionals, inwoners, overheden en marktpartijen. De omgevingsvisie bevat de agenda richting 2030 en 2050. Deze visie beschrijft Brabant in 2050: welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend. In de Omgevingswet ziet de provincie de gemeente als eerstverantwoordelijke betreffende het ontwikkelen en beschermen van de fysieke leefomgeving. De provincie ziet vanuit een toegevoegde waarde in hoofdzaak drie rollen voor zichzelf: richting geven met betrekking tot visievorming, het benoemen van doelen en randvoorwaarden benoemen, het stimuleren van kennisontwikkeling en -onderzoek en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Hierbij zijn de hoofdopgaven van de Omgevingsvisie belangrijk: energietransitie, klimaatproof worden, een slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Hiernaast benoemt de Omgevingsvisie hoe de provincie wil denken en handelen onder de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, bijvoorbeeld voor natuur, water, veiligheid, ruimtelijke ordening en dergelijke, staan momenteel in bestaande plannen van de provincie. Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet thuis in een programma.

Beleid en maatregelen worden uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de op te stellen omgevingsverordening. De uitwerking van beleid, de vertaling naar concrete acties en de inzet van instrumenten vormen samen een programma. De programma’s vormen de kern voor de uitvoering. De Omgevingswet verplicht voor drie onderwerpen dat zij in een programma worden uitgewerkt. Dat betreft aspecten rondom water, natuurbeheer en geluid. De ambities en doelen die in de Omgevingsvisie Noord-Brabant zijn omschreven vormen geen belemmering voor het planvoornemen. De ambities en doelen zijn vertaald in regels in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Het planvoornemen wordt later in deze paragraaf getoetst aan deze regelgeving. Structuurvisie 2010, partiële herziening 2014 Provinciale Staten hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 vastgesteld. In deze structuurvisie geeft de provincie aan hoe zij omgaat met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar het jaar 2040. Het doel is een goede woon, werk- en leefomgeving voor de inwoners en bedrijven in Brabant te creëren. Keuzes/doelstellingen die daarin onder gemaakt zijn betreffen onder meer: ✓

de ontwikkeling van een vitaal en divers platteland;

✓

het creëren en behouden van een robuust water- en natuursysteem; - het realiseren van een betere waterveiligheid door preventie;

✓

de koppeling van waterberging en droogtebestrijding;

✓

het geven van ruimte voor duurzame energie;

✓

de concentratie van verstedelijking;

✓

het ontwikkelen van een sterk stedelijk netwerk: Brabantstad;

✓

het creëren van groene geledingszones tussen steden;

✓

het ontwikkelen van goed bereikbare recreatieve voorzieningen;

✓

het ontwikkelen van economische kennisclusters;

✓

internationale bereikbaarheid;

✓

de beleefbaarheid van stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur.

pagina 11 van 43

Afbeelding 3.1: uitsnede verbeelding Structuurvisie Noord-Brabant

Onderhavig plangebied is gelegen in het gebied met de provinciale structuur ‘landelijk gebied’, in het ‘accentgebied agrarische ontwikkeling’. Dit is het gebied waar de provincie ruimte en kansen ziet om de agrarische structuur te verduurzamen en te versterken. Verder wordt gestreefd naar een gemengde plattelandseconomie. De beoogde ontwikkelingen aan de Zandstraat 42, Zandstraat 42a en Ruiter 27b dragen bij in het streven van de provincie om de gemengde plattelandseconomie te versterken door het op een goede manier planologisch-juridisch regelen van de feitelijke situatie. Hiermee wordt de leefbaarheid van het gebied gewaarborgd en versterkt en wordt leegstand en verpaupering voorkomen. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. Hierin worden de provinciale belangen geborgd zoals deze voortvloeien uit de Structuurvisie en de Brabantse Omgevingsvisie. Op 27 november 2020 is de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren.

Denk bijvoorbeeld aan het beschermen van belangrijke waarden als het drinkwater of de natuurgebieden. De aanduidingen uit de Interim Omgevingsverordening die van toepassing zijn op het plangebied worden hierna behandeld. In navolgende afbeelding is een uitsnede opgenomen van de verbeelding van de Interim Omgevingsverordening. Daarop staan de voor deze locatie van toepassing zijnde thema’s en aanduidingen.

pagina 12 van 43

Afbeelding 3.2: uitsnede verbeelding Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Art. 2.20 Diep grondwaterlichaam Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding ‘Diep grondwaterlichaam’. Voor deze aanduiding geldt een verbod op onconventionele koolwaterstofwinning. Dit houdt in dat boven, in of onder een diep grondwaterlichaam conventionele winning van koolwaterstoffen verboden is. Art. 2.21 Geen Attentiezone waterhuishouding Vervolgens geldt voor het plangebied de aanduiding ‘Geen attentiezone waterhuishouding’. Een vergunning voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van bodemsystemen (artikel 6.4, lid 1 Waterwet) is niet vereist voor een onttrekking gesitueerd in ‘Geen attentiezone waterhuishouding’ als: a.

de pompcapaciteit niet meer bedraagt dan 10 m³ per uur;

b.

de onttrekkingsput niet dieper is dan 30 meter minus maaiveld.

Het planvoornemen betreft geen onconventionele koolwaterstofwinning, tevens wordt er geen grondwater onttrokken. Paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Art. 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een evenwichtige toedeling van functies houdt in dat er sprake is van een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Hierbij moet rekening gehouden worden met: - Zorgvuldig ruimtegebruik - De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering - Meerwaardecreatie Hierna worden deze aspecten behandeld. Tevens wordt het aspect kwaliteitsverbetering van het landschap behandeld, wat van toepassing is bij ontwikkelingen in het landelijk gebied.

pagina 13 van 43

Art. 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Naast bescherming van de ruimtelijke kwaliteit wil de provincie Noord-Brabant ontwikkelingsruimte bieden in het buitengebied, mits de ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast dient bij nieuwe ontwikkelingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik te worden toegepast. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat in beginsel gebruikgemaakt wordt van bestaand ruimtebeslag. Bij stedelijke ontwikkeling moet er toepassing gegeven worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Gebouwen en bijbehorende bouwwerken moeten geconcentreerd worden binnen een bouwperceel. De beoogde ontwikkeling voorziet slechts in het wijzigen van de bestemming van bestaande gebouwen op bestaande percelen. Er is geen sprake van sloop- of bouwactiviteiten. Er is geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Tevens is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking. Art. 3.7 Toepassing van de lagenbenadering De verschillende lagen bestaan uit: - Ondergrond: bodem, grondwater, archeologie, etc; - Netwerklaag: infrastructuur, natuurnetwerk, waterwegen, etc; - Bovenste laag: cultuurhistorie, landschapswaarden, toekomsteffecten, etc. De bovengenoemde aspecten worden in hoofdstuk 4 uitgebreid behandeld. Art.

3.8 Meerwaardecreatie Hierbij gaat het om een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten bij een ontwikkeling. Door de legalisering van de feitelijke situatie is er geen sprake van kapitaalvernietiging van de bestaande percelen. Leegstand en verpaupering wordt op deze manier tegengegaan waarmee een fysieke achteruitgang van de landschappelijke kwaliteit wordt tegengegaan. Art. 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap De beoogde ontwikkelingen voorzien slechts in het wijzigen van de bestemming en behoud van reeds bestaande bebouwing. Er is geen sprake van sloop- of bouwwerkzaamheden. De regels omtrent de kwaliteitsverbetering zijn in Someren opgenomen binnen de ‘Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren 2020’. Het plangebied is reeds landschappelijk ingepast. Deze landschappelijke inpassing wordt verder besproken in hoofdstuk 4. Art. 3.68 Wonen in landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op ‘Landelijk gebied’ bepaalt dat in principe alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Wel zijn hierop uitzonderingen vastgelegd, de van toepassing zijnde wordt hierna toegelicht. Art. 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen In afwijking van art.

3.68 kan een bestemmingsplan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en overtollige bebouwing wordt gesloopt. Er is geen sprake van een splitsing in meerdere woonfuncties, dit wordt middels een specifieke aanduiding voorkomen. Er is geen sprake van overtollige bebouwing, daarmee is sloop niet aan de orde.

pagina 14 van 43

Art 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied Een bestemmingsplan kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan enkele voorwaarden is voldaan. Lid 1: a.

De vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. Een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving

De beoogde ontwikkeling versterkt de gemengde plattelandseconomie door het toevoegen van een nieuwe economische drager, het wijzigen van een voormalige bedrijfswoning naar burgerwoning en het legaliseren van een veldschuur waarbij deze drie functies niet alleen in onderling verband naast elkaar kunnen functioneren maar ook in relatie tot omliggende woon- en bedrijfsfuncties. 2. Welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders De toetsing op deze aspecten vindt plaats in hoofdstuk 4 van onderhavige onderbouwing. 3. Hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollige en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied Bij de toetsing van artikel 3.6 t/m 3.9 is aangetoond dat er een bijdrage wordt geleverd aan de omgevingskwaliteit. b.

Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel

Er worden voorwaarden opgenomen waarmee bij het bedrijf geen woning kan worden gerealiseerd en bij de woning geen bedrijf. Op die manier leidt de splitsing van het bouwperceel niet tot extra bouwmogelijkheden. c.

Overtollige bebouwing wordt gesloopt

Er is geen sprake van overtollige bebouwing. d.

De vestiging heeft geen betrekking op: een kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking

Er is geen sprake van deze functies. Lid 2: Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a.

Over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking

Als passend binnen de omgeving wordt gezien dat de bedrijvigheid kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving, zodanig dat het niet doelmatig is om deze op een bedrijventerrein te vestigen. De maximale omvang mag 5.000 m2 bedragen met als maximale milieucategorie 2. Het plangebied heeft een oppervlakte van 2.300 m2. Gelet op de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering worden de bedrijfsactiviteiten bestempeld als milieucategorie 2, namelijk: autoservicebedrijf, SBI-code 2008:451/451/454. Hiermee is de bedrijfsfunctie passend binnen de omgeving. b.

Welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan

In het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat de bedrijfsactiviteiten die hier plaatsvinden bestaan uit het binnen opslaan van materialen ten behoeve van een autobedrijf. Er vindt opslag van winteren zomerbanden plaats. Daarnaast worden er inpandig reparaties verricht aan personenauto’s. In

pagina 15 van 43

het bestemmingsplan wordt tevens vastgelegd dat het bedrijf aan Zandstraat 42 een deellocatie betreft van het bedrijf dat gevestigd is aan de Postel 22 te Someren. Aan de Zandstraat 42 bevindt zich een nevenvestiging, Postel 22 te Someren betreft de hoofdvestiging. c.

Dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen

In het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat opslag en stalling uitsluitend inpandig mag plaatsvinden. d.

Dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang

In de regels van het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat de huidige bedrijvigheid meteen ook het maximum is op deze locatie, mochten er uitbreidingsplannen zijn dan kunnen deze derhalve niet plaatsvinden op deze locatie en zal de bedrijvigheid moeten worden verplaatst. De splitsing van het bedrijf en de bedrijfswoning, en daarmee de wijziging van bedrijfswoning naar reguliere woning, wordt volgens het provinciale beleid gezien als nieuwsvestiging. Nieuwvestiging is in beginsel niet toegestaan in het buitengebied. Echter kan worden beargumenteerd dat er sprake is van een historisch gegroeide situatie. Ruim twintig jaar geleden zijn de drie percelen binnen het plangebied los van elkaar verkocht, de kopers hebben daarbij te goeder trouw gehandeld en waren niet op de hoogte dat hiermee een strijdigheid ontstond met het vigerende bestemmingsplan. Gedurende de afgelopen twintig jaar hebben de drie perceeleigenaren geld geïnvesteerd in de aanwezige woning, bedrijfsgebouwen en opstallen. De meest praktische oplossing zou zijn dat één van de eigenaren de anderen uitkoopt en hier een agrarisch-verwant bedrijf begint dan wel de bestemming wijzigt naar wonen. Echter is dit niet wenselijk gezien het verleden en de investeringen op ieders eigen perceel. De voorliggende oplossing is daarmee de meest gewenste: de bedrijvigheid los te koppelen van de woning.

Om nieuwvestiging te beperken zullen voorwaarden worden opgenomen waarmee bij het bedrijf aan de Zandstraat 42a geen bedrijfswoning gerealiseerd mag worden en bij het woonhuis aan de Zandstraat 42 geen bedrijf mag worden geëxploiteerd. Hiermee wordt de nieuwvestiging in het plangebied, dat gelegen is in het buitengebied, beperkt. Feitelijk blijft de situatie hiermee binnen het plangebied gelijk aan hoe deze in de huidige situatie is, echter wordt daarmee de strijdigheid met het bestemmingsplan opgeheven. Zie tevens paragraaf 2.1.4 voor de historische ontwikkeling van het plangebied. Conclusie Gezien bovenstaande kan worden gesteld dat voldaan wordt aan de voorwaarden en het planvoornemen niet in strijd is met het provinciaal beleid en de provinciale belangen.

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Someren 2028 Op 24 april 2013 heeft de gemeente Someren de ‘Structuurvisie Someren 2028’ vastgesteld. Deze structuurvisie integreert reeds bestaande beleidsdocumenten en scherpt het beleid op sommige punten aan. In navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven op de kaart van de structuurvisie. Het plangebied is in het oranje omlijnd.

pagina 16 van 43

Afbeelding 3.2: uitsnede verbeelding Structuurvisie Someren

In de Structuurvisie heeft de gemeente aangegeven in 2028 een duurzame, krachtige, zelfbewuste en zelfstandige gemeente te willen zijn die haar landelijke positie in Brainport goed weet te benutten. De gemeente Someren ontleent haar identiteit aan het landelijke Brabantse karakter. Het kwalitatief goede bos-, natuur- en buitengebied zorgt er mede voor dat Someren een goed woonklimaat kent en een aantrekkelijke vestigingslocatie is voor bedrijven met een schaal die past bij Someren. Door de verscheidenheid en toegankelijkheid van het buitengebied in zijn algemeenheid en een landelijk bekende toeristische attractie specifiek, heeft Someren een aantrekkingskracht op recreanten. Voor het buitengebied streeft de gemeente naar het handhaven en versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Om dit te bereiken, is er voorrang in dit gebied voor boeren, burgers en buitenlui (recreanten). De landschappelijke waarden en de natuur wil de gemeente behouden en daar waar mogelijk versterken. In de structuurvisie staat vermeld dat in dit gebied (gelegen in het ‘Kampenlandschap’-‘Lint’) een versterking van de groenstructuur rondom de erven wordt nagestreefd. De akkercomplexen horen vrij van bebouwing en groen te blijven. In de randzones kan bebouwing met een groene inpassing worden versterkt. Door meer groen aanplant in het kampenlandschap worden de akkerzones als open gebieden beter herkenbaar.

In de structuurvisie worden de cultuurhistorische waarden van de kampenlandschappen met groenstructuren, oude wegen, bebouwingsstructuren en akkercomplexen onderkend. Geconcludeerd wordt dat er nog geen integraal beleid is opgesteld voor het behoud- en versterken van het cultuurhistorische erfgoed. Wel ligt er door het sectorale beleid op bijvoorbeeld archeologie, natuur- en landschap en (gemeentelijke) monumenten een goede basis. Het verantwoord omgaan met cultuurhistorie heeft een positieve invloed op de toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht en daarmee de lokale economie van de gemeente. Dit maakt dat de gemeente in principe inzet op het beschermen en indien mogelijk versterken van cultuurhistorische elementen en/of ensembles door bij het splitsen van onderhavig cultuurhistorisch waardevol pand nadrukkelijke voorwaarden te stellen aan het behoud dan wel het versterken van de daaraan gekoppelde cultuurhistorische waarden.

pagina 17 van 43

Hier wordt met de ontwikkeling op aangesloten. De beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied passen binnen de doelstelling van voornoemde structuurvisie en verder wordt geen belemmering opgeworpen voor omliggende functies. Conclusie De beoogde ontwikkelingen in het plangebied passen binnen de doelstellingen van de ‘Structuurvisie Someren 2028’ en doen geen geweld aan de beoogde functies in de omgeving. Niet-agrarische functies Someren / NAF-beleid

Op 25 februari 2016 heeft de raad van de gemeente Someren het ‘Beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied en maatregelen ter stimulering van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen’ (hierna aangeduid als NAF-beleid/beleidsnota NAF) vastgesteld. In 2017 heeft een actualisatie van deze beleidsnota plaatsgevonden. Op 2 februari 2018 is het op dit beleid gebaseerde bestemmingsplan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ als ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Het betreffende bestemmingsplan is op 28 juni 2018 door de gemeenteraad vastgesteld en is nu onherroepelijk. De beleidsnota NAF (en het Parapluplan NAF) kan worden gezien als een herijking en uitwerking van hetgeen in de Structuurvisie Someren 2028 is vastgesteld. In vergelijking met deze structuurvisie is de nota concreter: zij bevat concrete beleidsvoorstellen en instrumenten. Het doel van de gemeente Someren is een aantrekkelijk, groen en landelijk buitengebied dat in combinatie met een vitale dorpskern ervoor zorgt dat aan iedere inwoner en bezoeker een prettige fysieke en sociale leefomgeving wordt geboden. Er is een duidelijke scheiding tussen stedelijk gebied en buitengebied en er is sprake van zo min mogelijk leegstand van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Duurzaamheid is daarbij het kernwoord.

Dit wil de gemeente op twee manieren bereiken, namelijk enerzijds door uitbreidingsruimte toe te kennen mits de ontwikkeling bijdraagt aan haar doelstelling (verdien de ruimte) en anderzijds door maatregelen in te voeren die de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen (VAB’s) stimuleren. De beoogde ontwikkelingen in het plangebied voorzien in het omzetten van de bestemming van ‘Agrarisch – Agrarisch Verwant’ naar de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Bedrijf’ (maximaal milieucategorie 2) en ‘Agrarisch’ met aanduiding ‘Veldschuur’ en het planologisch opsplitsen van de drie deelgebieden. Op 28 juni 2018 heeft de raad van de gemeente Someren het geactualiseerd NAF-beleid vastgesteld. Daarin zijn de mogelijkheden verruimd voor een niet-agrarische functie in het buitengebied, mits gelegen in een bebouwingsconcentratie. Reden hiervoor is dat in bebouwingsconcentraties al vaak een mix van functies aanwezig is, waardoor nieuwe bedrijvigheid daar beter past. Daarnaast hebben dergelijke bedrijven vaak een dusdanige verkeer aantrekkende werking dat vestiging buiten de bebouwingsconcentraties niet gewenst is. De mogelijkheden voor omschakeling worden door de gemeente in principe gelijk gesteld aan de Interim Omgevingsverordening.

Naast een aantal andere voorwaarden regelt deze Omgevingsverordening dat het bestemmingsvlak van nieuwe niet-agrarische bedrijven maximaal 5.000 m² groot mag zijn en de milieucategorie maximaal categorie 2 is. Zoals eerder in de toelichting is verwoord is het plangebied gelegen in een bebouwingsconcentratie. Het planvoornemen past binnen de kaders van het ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ en het onderliggende NAF-beleid, temeer de bedrijfsactiviteiten in deelgebied 2 (Zandstraat 42a) een lagere milieucategorie hebben dan voorheen was toegestaan (2 in plaats van 3, passend bij de gemeentelijke visie voor bedrijfsactiviteiten in een bebouwingsconcentratie) en er naast de bestemmingsplanaanpassingen geen bebouwing wordt toegevoegd. Het hobbymatig houden van runderen aan de Ruiter 27b veroorzaakt ook geen nadere hinder voor omliggende functies temeer er ook geen sprake is van bedrijfsmatige activiteiten. pagina 18 van 43

De bedrijfsactiviteiten aan de Zandstraat 42a veroorzaken geen belemmeringen voor omliggende woonfuncties zoals aan de Zandstraat 42 (voormalige bedrijfswoning maar beoogde burgerwoning) en aan Zandstraat 44 en 44a. Verder tast het niet een goed woon- en leefklimaat aan van deze omliggende woonfuncties. Hoofdstuk 4 gaat hier verder op in. Conclusie Het beoogde planvoornemen past binnen de kaders en doelstellingen van het NAF-beleid en het daarop gebaseerde Parapluplan NAF-beleid dat op 28 juni 2018 is vastgesteld. Omliggende bedrijven worden niet (verder) gehinderd in hun bedrijfsontwikkeling noch worden omliggende woonfuncties (verder) belemmerd als het gaat om het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat. Het nieuwe beleid maakt omschakeling van agrarisch verwant bedrijf naar een niet-agrarisch bedrijf onder voorwaarden mogelijk. Zandstraat 42a kan aan alle voorwaarden voldoen. Zo valt de locatie binnen een bebouwingsconcentratie, is het beoogde bestemmingsvlak kleiner dan 5000 m² en valt het bedrijf onder milieucategorie 2. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan een aantrekkelijk buitengebied, in de vorm van een goede landschappelijke inpassing. Landschapsinvesteringsregeling (LIR) Per deelgebied is hierna een berekening toegevoegd in het kader van de LIR.

Zandstraat 42, woonhuis Het totale perceel is circa 3.130 m2 groot en bestaat uit circa 2.255 m2 dat bestemd is voor ‘Bedrijf’ en een gedeelte van circa 875 m2 dat bestemd is als ‘Agrarisch’. In de nieuwe situatie is het perceel nog steeds circa 3.130 m2 groot maar zal dan bestaan uit een gedeelte van circa 1.850 m2 dat bestemd wordt tot ‘Wonen’ en een gedeelte van circa 1.290 m2 dat bestemd wordt tot ‘Agrarisch’. Bestaande situatie: 2.255 m2

x €125,00 /m2 (Bedrijf met bouwmogelijkheden)

875 m2

x €8,50 /m2 (Agrarisch los land)

= €281.875,00 = €289.312,50

Totaal

= €289.312,50

1.000 m2

x €225,00 /m2 (Wonen eerste 1.000 m2)

= €225.000,00

850 m2

x €60,00 /m2 (Wonen tussen 1.000 en 2.500 m2)

= € 51.000,00

1.280 m2

x €8,50 /m2 (Agrarisch los land)

= € 10.880,00

Totaal

= €286.880,00

Nieuwe situatie:

Bestemmingswinst bedraagt

€ 2.432,50

Zandstraat 42a, bedrijf De bestemming voor dit perceel blijft gelijk, er is geen sprake van bestemmingswinst- of verlies. Ruiter 27b, veldschuur met koeien Dit perceel heeft een oppervlakte van 4.120 m2. Een deel van dit gebied wordt onttrokken aan het bouwvlak/bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ en hier wordt de bestemming ‘Agrarisch’. Bestaande situatie: 4.120 m2

x €125,00 /m2 (Bedrijf met bouwmogelijkheden)

= €515.000,00

pagina 19 van 43

Nieuwe situatie: 1.250 m2

x €125,00 /m2 (Bedrijf met bouwmogelijkheden)

= €156.250,00

2.870 m2

x €8,50 /m2 (Agrarisch los land)

= € 24.395,00

Totaal

= €180,645,00

Bestemmingswinst bedraag: De totale bestemmingswinst bedraagt:

= €334.355,00 -/€331.922,50 -/-

Conclusie Totaal neemt de bestemmingswaarde af met €331.922,50. Gelet op voorgaande hoeft er geen kwaliteitsbijdrage plaats te vinden. Er hoeft geen basisinspanning op basis van de LIR te worden gedaan, los van de verplichting om een ruimtelijke ontwikkeling op een landschappelijke manier in te passen. Deze landschappelijke inpassing komt verder aan bod in paragraaf 4.15. Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Someren 2022 Een beeldkwaliteitsplan zorgt dat de landschapstypes die gemeente Someren rijk is in de bestaande vorm kunnen blijven bestaan, zodat deze wordt behouden voor toekomstige generaties. Om ontwikkelingen, zoals onder andere de verschuiving van agrarisch landgebruik naar een diversiteit aan functies, in goede banen te leiden biedt het beeldkwaliteitsplan houvast. Volgens het beeldkwaliteitsplan buitengebied Someren 2022 ligt het plangebied binnen het Kampenlandschap, dat voornamelijk geconcentreerd is om de kernen Someren en Lierop heen. Dit is een oud agrarisch landschap dan een onregelmatige structuur kent. Er komen veel landschapselementen voor zoals houtsingels en bosjes. Het gebied kent een grote afwisseling met groen en bebouwing. Boerderijen bevinden zich van oudsher geclusterd bij elkaar. Het beeldkwaliteitsplan dient te worden gebruikt bij ontwikkelingen en wordt gebruikt als handleiding om op een goede manier met het Somerense landschap om te gaan.

In dit kader wordt het gekoppeld aan de eisen van de Landschapsinvesteringsregeling van de gemeente Someren 2020. Hierin zijn de eisen vastgelegd waaraan de landschappelijke inpassing moet voldoen. Deze wordt verder behandeld in paragraaf 4.15.

pagina 20 van 43

Omgevingsaspecten Bodem In mei 2021 is door Archimil een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd in het plangebied. Hierna worden per adres de resultaten daarvan weergegeven: Zandstraat 42, woonhuis Nabij de voormalige olie- en vetafscheider, ten noorden van de voormalige saneringscontour, zijn in de bodemlagen van 1,5-2,55 meter -mv een sterke oliegeur en olie-waterreactie waargenomen. Analytisch blijkt deze bodemlaag ‘matig’ verontreinigd te zijn met minerale olie. Ter plaatse van de voormalige saneringscontour en aan de overige zijden is noch zintuiglijk noch analytisch een verontreiniging aangetroffen. Derhalve lijkt aan de noordzijde sprake te zijn van een beperkte restverontreiniging, waarbij de interventiewaarden niet worden overschreden. Zandstraat 42a, bedrijf Op basis van het geheel aan onderzoeksresultaten dient de matig tot sterk puinhoudende bovenen ondergrond van een terrein van naar schatting 200 m2 ten westen van de loods als sterk verontreinigd te worden beschouwd. Met een gemiddelde dikte van 70 cm bedraagt de geschatte omvang van de sterke verontreiniging circa 140 m3. In verticale richting wordt de verontreiniging begrensd door een gele zandlaag. Ervaring leert dat deze laag niet sterk verontreinigd zal zijn met zware metalen.

Onduidelijk is of dit een restverontreiniging betreft van de in eigen beheer uitgevoerde ontgravingen of dat de aanvulgrond, voor zover deze aangebracht is, verontreinigd was. Bij het onderzoek is slechts een beperkt aantal boringen geplaatst. Op basis van de resultaten van de in 1999 en 2000 geplaatste boringen zou de omvang van de verontreiniging beperkter kunnen zijn dan op basis van de huidige resultaten is ingeschat. Evident lijkt wel dat meer dan 25 m 3 grond verontreinigd zal zijn tot boven de interventiewaarde waarmee er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging. Wanneer graafwerkzaamheden plaatsvinden dan dienen deze als sanering beschouwd te worden, dit dient vooraf te worden gemeld bij het bevoegd gezag. De werkzaamheden moeten door een BRL7000 erkend bedrijf onder saneringscondities te worden uitgevoerd en milieukundig te worden begeleid. Eventueel vrijkomende grond dient naar een erkende verwerker te worden afgevoerd. Ruiter 27b, veldschuur met koeien Op basis van het geheel aan onderzoekresultaten dient de bovengrond van een terrein van circa 200 m2 ten oosten van de loods als sterk verontreinigd te worden beschouwd. Met een dikte van 0,5 m, bedraagt de geschatte omvang van de verontreiniging circa 100 m3. Ter plaatse van het noordelijk gelegen terrein zijn geen tot plaatselijk lichte verontreinigingen aangetroffen.

Er lijkt meer dan 25 m3 grond tot boven de interventiewaarde , derhalve is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Onduidelijk is of dit een restverontreiniging betreft van de in eigen beheer uitgevoerde ontgraving of dat de aanvulgrond, voor zover deze is aangebracht, verontreinigd was. Bij het onderzoek zijn slechts een beperkt aantal boringen geplaatst. Op basis van de resultaten van de in 1999 en 2000 geplaatste boringen zou de omvang van de verontreiniging beperkter kunnen zijn dan op basis van de huidige resultaten is ingeschat. Evident lijkt wel dat meer dan 25 m3 grond verontreinigd zal zijn tot boven de interventie-waarde waarmee sprake zal zijn van een

pagina 21 van 43

geval van ernstige bodemverontreiniging. Wanneer graafwerkzaamheden plaatsvinden dan dienen deze als sanering beschouwd te worden, dit dient vooraf gemeld te worden bij het bevoegd gezag. De werkzaamheden dienen door een BRL7000 erkend bedrijf onder saneringscondities te worden uitgevoerd en milieukundig te worden begeleid. Eventueel vrijkomende grond dient naar een erkende verwerker te worden afgevoerd. Op oostelijk aangrenzend terrein is eveneens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Indien men voornemens is om de sterk verontreinigde grond te laten saneren adviseert Archimil om dit te combineren met een eventuele sanering op het oostelijk aangrenzend terrein. Conclusie Door middel van het actualiserend bodemonderzoek kan in onvoldoende mate worden aangetoond dat er geen sprake is van een bodemverontreiniging. In het planvoornemen is geen sprake van sloop- of (ver)bouwen. Er worden voorwaarden opgenomen over wanneer er wel sprake gaat zijn van het roeren van de bodem, deze worden in de planregels opgenomen. In navolgende afbeelding is opgenomen voor welk gebied dit graafverbod geldt.

Afbeelding 4.1: ligging gebied graafverbod

Geluid Ten behoeve van de omzetting van de bedrijfswoning naar een burgerwoning aan de Zandstraat 42 is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Tritium Advies BV. Volgens de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt met betrekking tot een categorie 2 bedrijf voor de woning niet voldaan aan de richtafstanden. In het akoestisch onderzoek is op de gevel van de woning de geluidsbelasting bepaald ten gevolge van alle relevante activiteiten van het bedrijf aan Zandstraat 42a. Het volledige akoestisch rapport is te vinden in bijlage 3. Uit het onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: •

In de avondperiode zullen uitsluitend personen- en bestelwagens mogen parkeren vóór de poort op de zuidelijke inrit, het zuidelijke deel van het voorterrein en aan de noordzijde van

pagina 22 van 43

de hal zo ver mogelijk naar achteren (tot minimaal de loopdeur in de noordgevel). Het blijft wel mogelijk via de noordelijke inrit personen- en bestelwagens binnen te rijden in het voorste gedeelte van de hal. Aangezien de poort naar de inrichting altijd is gesloten kan bij aankomst van bezoekers de eigenaar van de inrichting de poort openen waarbij hij de bezoekers zal verzoeken te parkeren op de twee parkeerplekken ter plaatse van ‘parkeerstrook 1’. Bij een derde bezoeker zal deze worden verwezen naar ‘parkeerstrook 2’. Voornoemde beperkingen zullen als organisatorische maatregel worden doorgevoerd. De beschouwde situatie voldoet aan het BBT principe daar er redelijkerwijs geen andere maatregelen te treffen zijn. •

Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) kan worden gesteld dat op alle gevels van de beoogde woonbestemmingen aan Zandstraat 42 en 44 wordt voldaan aan de eis van 45 dB(A) etmaalwaarde behorende bij stap 2 uit de VNG-uitgave. Daarmee wordt ook voldaan aan de richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde behorende bij het gebiedstype "landelijk" uit het gemeentelijk geluidbeleid.

•

Met betrekking tot het maximale geluidniveau (LAmax) kan worden gesteld dat zowel in de dag- als avondperiode niet op alle gevels van de beoogde woonbestemming aan Zandstraat 42 wordt voldaan aan de eis van 65 dB(A) etmaalwaarde behorende bij stap 2 uit de VNGuitgave. Op alle gevels wordt echter wel aan de eis van 70 dB(A) etmaalwaarde behorende bij stap 3 voldaan.

•

Een overschrijding van stap 2 tot maximaal stap 3 is alleen mogelijk indien er gemotiveerd kan worden waarom dit acceptabel wordt geacht. In onderhavige situatie zijn in de directe omgeving geen andere bedrijven aanwezig waarvan een geluidbelasting op de beoogde woonbestemmingen verwacht kan worden. Daarbij zal de verlaging van milieucategorie 3 naar 2 op onderhavige locatie in het algemeen een gunstig effect hebben op de akoestische situatie van de te beoordelen woonbestemmingen.

•

Er kan worden gesteld dat met uitzondering van de achtergevel van Zandstraat 44 tevens wordt voldaan aan de eisen conform het Activiteitenbesluit.

•

De overschrijding van het maximale geluidniveau op de achtergevel van Zandstraat 44 in de avondperiode bedraagt slechts 1 dB en wordt enkel veroorzaakt door het dichtslaan van een autoportier ter plaatse van ‘parkeerstrook 2’. Aangezien onderhavige inrichting een nevenvestiging betreft waar voornamelijk in de avondperiode werkzaamheden zullen worden verricht zijn de parkeerplaatsen op het zuidelijk deel van het voorterrein in de avondperiode noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Naast twee mogelijke parkeerplekken voor bezoekers ter plaatse van ‘parkeerstrook 1’ is het derhalve noodzakelijk één extra parkeerplek toe te staan ter plaatse van ‘parkeerstrook 2’. Door middel van organisatorische maatregel wordt het parkeren op ‘parkeerstrook 2’ beperkt tot maximaal 1 keer per maand. Er is gekozen voor ‘parkeerstrook 2’ aangezien parkeren op andere locaties op het buitenterrein nog grotere overschrijdingen opleveren of de wegen naar de toegangen van de bedrijfshal blokkeren. Tevens zal, uitgaande van een minimale gevelgeluidwering van 16 dB, het geluidbinnenniveau in de verblijfsruimten voldoen aan de eis van maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde voor maximale niveaus conform het Activiteitenbesluit.

•

Met betrekking tot indirecte hinder van het verkeer van en naar de inrichting kan worden gesteld dat ruimschoots kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A)

pagina 23 van 43

etmaalwaarde. In onderliggend rapport zijn de geluidniveaus tijdens de representatieve bedrijfssituatie berekend, inzichtelijk gemaakt en tevens getoetst aan de gestelde geluideisen. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat ter plaatse van de beoogde woonbestemmingen een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is en er derhalve akoestisch gezien sprake is van een goede documentkenmerk: 1902/169/NB-01, versie 4 pagina 16 van 16 ruimtelijke ordening. Er wordt gevraagd stap 4 volgens de VNGuitgave voor toetspunt t08 toe te staan en in het kader van het Activiteitenbesluit ontheffing te verlenen voor voornoemde overschrijding. Zoals eerder genoemd zal de verlaging van milieucategorie 3 naar 2 op onderhavige locatie in het algemeen al een gunstig effect hebben op de akoestische situatie. Voor wat betreft het aspect geluid zijn er na voornoemde ontheffingen derhalve geen bezwaren de bestemmingsplanwijziging door te voeren. In het bestemmingsplan zal een planregel of voorwaardelijke verplichting worden opgenomen over voornoemde wijze van parkeren. Eindconclusie Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat ter plaatse van de beoogde woonbestemmingen akoestisch gezien een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

Ook voor de naastgelegen woonbestemmingen zijn geen belemmeringen vanuit de bedrijfsactiviteiten gezien die plaatsvinden aan Zandstraat 42a.

Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hiermee is het Besluit luchtkwaliteit 2005 (Blk 2005) vervallen. Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. De ‘Wet luchtkwaliteit’ kent een aantal nieuwe begrippen zoals 'niet in betekenende mate' (NIBM) en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Voor nieuwe plannen betekent dit dat er nagegaan dient te worden of het plan past binnen het Besluit en/of de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’. Kleine en grote projecten Niet alle ruimtelijke projecten hoeven in het NSL te worden opgenomen. Nederland telt ongeveer 5000 bouwprojecten. Het overgrote deel ervan heeft vrijwel geen invloed op de luchtkwaliteit. Daarom introduceert de “Wet luchtkwaliteit” ‘kleine’ en ‘grote’ projecten. Een paar honderd grote projecten dragen ‘in betekenende mate’ bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat dan vooral om bedrijventerreinen, infrastructuur (wegen) en woningbouwprojecten met meer dan 1500 woningen. NSL-monitor Met behulp van de NSL-monitoringstool is vastgesteld of de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de gestelde normen.

De waarde van het dichtstbijzijnde rekenpunt op de kruising tussen de Boerenkamplaan en de Hooghoefweg (225255) bedraagt in het jaar 2030 < 9,2 μg/m3 (PM2,5), 16,6 μg/m3 (PM10), 11,6 μg/m3 (NO2). Daarmee wordt ruim voldaan aan de norm van respectievelijk 20 en 40 μg/m3 voor fijnstof en 40 μg/m3 voor stikstof. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit ter plaatse geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de NSL-monitoringstool viewer opgenomen, daarop is het plangebied oranje omlijnd.

pagina 24 van 43

Afbeelding 4.1: Uitsnede NSL-monitoring viewer

Conclusie Middels voorliggend planvoornemen worden bestemmingswijzigingen doorgevoerd. Het gaat in dit geval niet over bedrijventerreinen, infrastructuur of woningbouwprojecten met meer dan 1500 woningen. Het project draagt dan ook ‘niet in betekende mate’ bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. Wel moet worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat, daarom is gekeken naar de NSLmonitoringstool. Daaruit blijkt dat ter plaatse van het plangebied een goede luchtkwaliteit is gegarandeerd. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12544889/1