CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Zienswijze 2

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Verklaren geen bedenkingen te hebben tegen 24 appartementen locatie Dorpsweg 2 / Dorpstraat 1 Someren17.077 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente t.a.v. het

Someren

college van burgemeester en wethouders

Postbus 290 5710 AG

SOMEREN

Helmond,

5 september 2024

MOEDERDOSSIER Uw

ref.

Behandelaar

:

E-mail direct

:

Geachte

heer, mevrouw,

Namens

mijn cliënten,

. Ld

maak

ik

hierbij

hun

24 appartementen

zienswijzen

aan

op

de

ontwerp-omgevingsvergunning

de locati

‚aan

De

u

ontwerp-omgevingsvergunning is met ingang van 25 juli 2024 derhalve tot en met 6 september zienswijzen kenbaar maken. Cliënten

kunnen

zich

niet

verenigen

met

de

voor

het

oprichten

van

kenbaar.

ter

inzage gelegd.

ontwerp-omgevingsvergunning

Ik

Cliënten kunnen

zal

dat

hierna

toelichten.

Overlegging Cliënten

e

_een

e

een

stukken

leggen hierbij over: afschrift

ontwerp-omgevingsvergunning van 25 juli 2024 (bijlage 1); afschrift van de ruimtelijke onderbouwing (bijlage 2). van

de

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) Inleiding Op 12 december 2023 is een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor de herontwikkeling van de locatie Dorpsweg 2 / Dorpsstraat 1 te Someren naar 24 appartementen. Een aantal omwonenden kunnen zich hiermee niet verenigen. De gemeenteraad van uw gemeente heeft besloten om het beeldkwaliteitsplan ‘herontwikkeling Dorpsweg 2/ Dorpsstraat 1 Someren’ vast te stellen en een ontwerp verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het plan ‘Dorpsweg 2 en Dorpsstraat 1 in Someren’ voor het realiseren van 24 appartementen met bijbehorende voorzieningen. Vervolgens is de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage gelegd op 25 juli 2024. Op de betreffende locatie is het bestemmingsplan ‘Someren-Dorp’ van toepassing. De locatie heeft de bestemming ‘Gemengd’. Op grond van artikel 10. 1 van de planregels zijn de gronden onder andere bestemd voor wonen. Echter, op grond van artikel 10. 2. 1 van de planregels is het toevoegen van woningen niet toegestaan. Daarvoor moet dus ook worden afgeweken van het bestemmingsplan, middels een vergunning op grond van artikel 2. 1, eerste lid, onder c, jo. 2. 12 van de Wabo. Op onderstaande foto is de situatie weergegeven,

met

daarbij de situatie van cliënten.

Het blauwe

perceel betreft het perceel waarop de ontwikkeling kadastraal bekend, sectie B, nummer 5186 en 4923.

:

plaatsvindt. Dit zijn de percelen

(geanonimiseerd) woonachtig op het rode perceel, kadastraal bekend, sectie B, nummer 4924. (geanonimiseerd)is woonachtig op het groene perceel, kadastraal bekend, sectie B, nummer 3346. (geanonimiseerd) is woonachtig op het oranje perceel, kadastraal bekend, sectie B, nummer 4921. Pagina 2 van 8

(geanonimiseerd) Zienswijzen Cliënten kunnen zich niet met de ontwerp-omgevingsvergunning graag hun zienswijzen kenbaar. 1.

Strijd

met woon-

en

verenigen. Cliënten maken dan ook

leefklimaat

Allereerst zijn cliënten van mening dat u ten onrechte een vergunning heeft verleend. Cliënten zijn van mening dat er, als gevolg van de realisatie van het bouwplan, geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit de ruimtelijke onderbouwing volgt dat de maximale bouwhoogte wordt verhoogd van de bestaande 11 meter, naar 14 meter op bepaalde plaatsen. Dat is in strijd met het bestemmingsplan en hiervoor is een afwijkingsvergunning verleend. Echter, cliënten zijn van mening dat deze vergunning niet verleend kan worden. Met een bouwhoogte van 14 meter wordt immers het woon- en leefklimaat van cliënten op onaanvaardbare wijze aangetast. Met een bouwhoogte van ca. 11 tot 14 meter bestaat direct zicht op de tuin en woningen van cliënten. Het gevolg is dat cliënten op onaanvaardbare wijze in hun privacy en uitzicht worden aangetast. Deze belangen zijn op geen enkele wijze beoordeeld in uw besluit. Uit het ontwerp-besluit, alsmede de bijbehorende bijlagen, volgt niet op welke wijze het woon-en leefklimaat van mijn cliënten wordt geborgd. Niet wordt onderbouwd of onderzocht dat het plan geen beperkingen oplevert. Ik merk hierbij op dat de ontwikkeling (vrijwel) direct naast de percelen van cliënten wordt gerealiseerd. Meer specifiek leidt het plan tot onaanvaardbare inkijk in de tuin alsmede in de slaapkamer van cliënt (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) |

betreft cliënt heeft te gelden dat hij zou moeten accepteren dat zowel vanuit de appartementen als de galerij direct zicht op zijn woning en slaapkamer bestaat. Dat is onaanvaardbaar. Cliënt heeft enkele jaren geleden zijn woning volledig gerenoveerd en uitgebouwd. Deze investeringen vallen volledig weg tegen de inbreuk op zijn privacy. Door de ontwikkelaar is gesteld dat er leibomen worden geplaatst om de inkijk te verminderen en dat er lamellen worden aangebracht. Cliënten zien echter geen enkele waarborg in het voorliggende besluit. Daar komt bij dat het bouwplan maximaal 14 meter hoog zal worden waardoor het enkel plaatsen van leibomen niet voldoende is. Sterker nog, de inkijk zal blijven bestaan. Overigens verliezen leibomen in het najaar hun blad zodat het eventueel (deels) wegnemen van inkijk slechts een beperkte periode betreft. Voor

wat

(geanonimiseerd)

Daar komt bij dat cliënt in de gesprekken met de ontwikkelaar en de gemeente kenbaar heeft gemaakt dat de galerij aan de achterzijde van het pand open is en rechtstreeks zicht geeft op de slaapkamer van cliënten. Door de ontwikkelaar is gesteld dat de galerij wordt uitgevoerd met lamellen maar deze zijn niet geborgd in het plan. Ook de leibomen die door de ontwikkelaar zijn toegezegd maken geen onderdeel uit van het plan.

Pagina

3 van 8

(geanonimiseerd) Ook komen de bergingen en de parkeergelegenheden aangrenzend aan de percelen van cliënten. Hier wordt ook de privacy beperkt. Het woon- en leefklimaat wordt derhalve aangetast. Uit onder andere de uitspraak van de Afdeling van 31 mei 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:2081) volgt dat inkijk in een perceel en in een woning in sommige gevallen redelijkerwijs onaanvaardbaar is. Uit deze uitspraak volgt dat de privacy wordt beperkt bij een afstand van 2 meter van het bouwvlak tot de perceelsgrens en 11 meter tot de woning, en een maximale bouwhoogte van 14,7 meter. In dit geval is het bouwvlak direct aangrenzend aan de perceelsgrens gelegen en de afstand tot de woning circa 3,5 meter. De bouwhoogte is 14 meter, waardoor op grond van deze uitspraak gesteld niet anders dan de conclusie kan worden getrokken dat er sprake is van aantasting van de privacy en dat de inkijk niet aanvaardbaar is.

Daarnaast is er ook sprake van een beperking van het uitzicht. Cliënten zijn zich bewust van het feit dat er geen recht op vrij uitzicht bestaat maar een complex met een hoogte van 14 meter laat zien dat er op geen enkele wijze rekening is gehouden met de belangen van cliënten. Cliënten komen tot de conclusie dat het plan in strijd met de goede ruimtelijke ordening is verleend nu sprake is van een onaanvaardbare aantasting van de privacy en uitzicht. 2.

Strijd met de structuurvisie

Op 24 april 2013 is door de raad de ‘structuurvisie Someren 2028’ vastgesteld. Deze structuurvisie is leidend op de betreffende locatie. Cliënten zijn van mening dat de omgevingsvergunning (de komst van het appartementencomplex) in strijd is met deze structuurvisie. Uit de ruimtelijke onderbouwing volgt dat het plan aansluit bij de doelstellingen en uitgangspunten, zoals opgenomen in de structuurvisie. Cliënten kunnen zich hiermee niet verenigen. Zoals uit het ontwerpbesluit met

bovenwoning,

naar

blijkt is er sprake van een herstructurering van de bestaande bouwmarkt, appartementencomplex met 24 appartementen. In de structuurvisie zijn herstructurering naar wonen opgenomen. De Dorpsstraat 1 en Dorpsweg 2 te een

de mogelijkheden voor Someren zijn gelegen in Someren-Noord. geschikt is voor herstructurering.

De betreffende

Pagina 4

van

locatie

8

is niet aangewezen

als locatie die

(geanonimiseerd)

Ac

naar wonen Herstructurering 1) Petrusschoollocate 2. )

Mogelijke herstructurering

en

lange termijn (na 2018, tot 2028)

de rode cirkel is weergegeven. Uit de structuurvisie blijkt:

Op deze locatie is dus geen

d. ) Pauluskerk

e. ) Locatie winkelcentrum

f. ) Locatie Bukkens

eN

termijn (tot 2018)

Locave Sijkenss tr aat 3. ) Paulusschoollocatie

&

4

korte

1.

op de plek

herstructureringsgebied aanwezig.

(tot 2020)

Noord " a

De locatie is gelegen

midden-

naar wonen

1

1

waar

“Door

de vrijgekomen schoollocaties van de Petrus- en de Paulusschool, de locatie aan de Sijlkensstraat, de uitbreidingslocatie tussen Eegelshoeve en de kernrand van Someren-Noord en op de langere termijn de mogelijk vrijkomende locatie van de Pauluskerk en de Geldestraat, kent Someren-Noord verschillende locaties die voor herstructurering richting wonen in aanmerking komen. ” De

locatie

het appartementencomplex wordt ontwikkeld is dus geen locatie waar herstructurering wordt voorzien. Het is dan ook vreemd dat voor deze locatie is gekozen, terwijl er in het beleid van de gemeente andere locaties eerder zijn aangewezen als mogelijkheden. De keuze voor de locatie aan de Dorpsstraat en Dorpsweg is derhalve in strijd met het gemeentelijk beleid. waar

nu

Pagina

5 van 8

(geanonimiseerd) Ruimtelijk Dorpslinten: behoud

en versterken

karakter

Kwaliteitsverbetering bebouwingslinten

of bebouwingsclusters

buiten bebouwde kom

Verder merken cliënten nog op dat de locatie wel is aangewezen met ‘Dorpslinten: behoud en versterken karakter’. Uit de structuurvisie blijkt dat het karakteristieke aan het gebied het rechtlijnige stratenbeloop is. Door de komst van het appartementencomplex gaat dit karakter verdwijnen. Er wordt dus ook in strijd met dit dorpslint gehandeld. Gelet op het voorgaande is er dus sprake van strijdigheid met het gemeentelijk beleid (lees: de structuurvisie ‘Someren 2028’). De locatie aan de Dorpsstraat en Dorpsweg is niet de aangewezen locatie voor deze herontwikkeling, aangezien er in het beleid andere mogelijke locaties in de omgeving zijn aangewezen. Daarnaast is op deze locatie juist aangewezen met ’dorpslint’, waardoor de ontwikkeling tevens strijdig is. Hierdoor mag de omgevingsvergunning niet worden verleend. 3.

Parkeren

Op de betreffende locatie aan de Dorpsstraat 1 Dorpsweg 2 te Someren zijn de bestemmingsplannen ‘Someren-Dorp’ en ‘Parapluplan Parkeren bebouwde kommen’ van toepassing. Op grond van artikel 3, onder a, van het Parapluplan geldt dat bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en / of afwijken tenminste voldaan dient te worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen' van de gemeente Someren, zoals vastgesteld d. d. 28 juni 2018. In dit geval is er een ontwerpomgevingsvergunning ter inzage gelegd voor het afwijken van het bestemmingsplan, waardoor op grond van dit artikel dus de ‘Nota Parkeernormen’ van de gemeente Someren van toepassing is. De Nota Parkeernormen van de gemeente Someren verwijst vervolgens naar de CROW-publicatie 317. Op grond van het vigerende bestemmingsplan zou dus aan deze normen getoetst moeten worden. —

Aan het ontwerp-besluit ligt een notitie voor de berekening van de parkeerbehoefte ten grondslag. Hieruit blijkt dat de parkeerbehoefte op dit moment is vastgesteld op 32 parkeerplaatsen. De berekening is gemaakt aan de hand van twee modellen, te weten, de Nota parkeernormen Gemeente Someren 2018 en aan de hand van de landelijke CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbesteding parkeren’. Daarnaast blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing en de notitie bij het ontwerp-besluit dat het model van adviesbureau Goudappel toegepast moet worden. Uit het model van adviesbureau Goudappel blijkt dat het autobezit in Someren op de projectlocatie en voor het type woning (appartementen koop) met 0,9 auto per woning lager is dan de parkeernorm in de nota van parkeernormen van de

Pagina 6 van 8

(geanonimiseerd) gemeente Someren van

de onderliggende

uit 2018. Ten aanzien van het plan is voor de parkeerbehoefte dan ook afgeweken Nota.

goed, er wordt dus met het model van adviesbureau Goudappel afgeweken van het paraplubestemmingsplan, en daarmee ook van de Nota Parkeernormen van de gemeente Someren. Daardoor wordt er in dit geval gehandeld in strijd met het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren bebouwde kommen’. Aangezien er sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan, kan de ontwerp-omgevingsvergunning niet in stand blijven. Kort

en

Daarbij merk ik op dat ook als er geen bestemmingsplan aan ten grondslag had gelegen er enkel gemotiveerd van een parkeernota afgeweken mag worden. In dit geval is de afwijking van de parkeernota niet onderbouwd en oncontroleerbaar. In de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen dat er voor dit project uitgegaan mag worden van een lagere parkeernormen, en daardoor ook van de minimale parkeernormen uit CROW-publicatie 381. Deze stelling is dan ook onjuist, en onvoldoende —

—

onderbouwd. Tot slot merk

ik op dat er in de beperking van de parkeerbehoefte überhaupt is uitgegaan van de onjuiste uitgangspunten en gegevens. Dat er 32 parkeerplaatsen noodzakelijk zijn is dan ook onjuist, en daarmee wordt er niet voldaan aan de parkeerbehoefte voor het project. 4.

Geluid

Uit de

ruimtelijke onderbouwing volgt dat er een overschrijding plaatsvindt ten aanzien van de hoogste toelaatbare geluidsbelasting door wegverkeerslawaai. Hiervoor is ook een hogere grenswaarde aangevraagd. Echter, ten aanzien van het akoestisch klimaat in de appartementen (het binnen niveau) is geen akoestisch rapport overlegd. Wel is aangegeven dat een onderzoek naar het geluid noodzakelijk is. Het geluid wordt onderzocht ten behoeve van de bouw van de appartementen. Op dit moment is het onderdeel geluid dan ook nog niet onderzocht. Derhalve zijn cliënten van mening dat het onderdeel geluid onvoldoende is onderbouwd bij de ontwerp-omgevingsvergunning. Niet is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat wordt geborgd. Het standpunt dat het akoestisch onderzoek uitgevoerd kan worden bij de omgevingsvergunning voor de bouw van de appartementen is onjuist. Bij de verlening van de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan moet het akoestisch onderzoek al zijn uitgevoerd om de goede ruimtelijke ordening aan te tonen. Het is niet mogelijk om de beoordeling voor het geluid vooruit te schuiven naar een later moment (bij een latere vergunning). In dit geval wordt deze beoordeling ten onrechte doorgeschoven naar de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

Bij de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is er immers enkel nog sprake van een gebonden beschikking, en wordt niet meer aan de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening Pagina 7 van 8

(geanonimiseerd) toegekomen. Als er wordt voldaan aan de eisen uit artikel 2. 10, van de Wabo (waaronder het bestemmingsplan) moet de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend. Door deze beoordeling plaats te laten vinden bij de omgevingsvergunning voor de bouw van de wordt het woonen leefklimaat dan ook niet meer toets wordt appartementen, goede geborgd. Deze immers al uitgevoerd bij de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Het akoestisch onderzoek moet derhalve op dit moment worden uitgevoerd. Ten

onrechte

is dus aangegeven dat het akoestische onderzoek pas plaats hoeft te vinden bij de vergunningverlening voor het bouwen van appartementen. Door op dit moment geen akoestisch rapport aan de omgevingsvergunning ten grondslag te leggen kan niet worden gesteld dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daardoor kan de omgevingsvergunning dan ook niet worden verleend. Conclusie Gelet

op de zienswijzen van cliënten verzoek ik u om de ontwerp-omgevingsvergunning niet te verlenen, dan wel zodanig aan te passen dat rekening wordt gehouden met vorenstaande standpunten van cliënten. Ik reken erop dat de zienswijzen c. q. standpunten van cliënten duidelijk

zijn. Mocht

dat niet zo zijn, verzoek ik u dat schriftelijk kenbaar te maken. toelichting op hun zienswijzen te geven.

(geanonimise rd) Pagina 8

van

8

Cliënten zijn bereid een nadere

(geanonimiseerd)

Bijlage:

1

(geanonimiseerd)

^ Cl; F: M F f ^

Someren

GEMEENTEBLAD

Nr. 324970 25 juli 2024

Officiële uitgave van de gemeente Someren

Ontwerp omgevingsvergunning Dorpsstraat 1 en Dorpsweg 2 te Someren Burgemeester en wethouders van Someren maken op grond van artikel 3. 10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en afdeling 3. 4 van de Algemene wet bestuursrecht bekend dat met ingang van 26 juli 2024 gedurende zes weken ter inzage ligt de ontwerpbeschikking omgevingsvergunning voor:

­ Dorpsstraat

wikkeling.

1 en Dorpsweg 2 te Someren inzake het oprichten van 24 appartementen d. m. v. heront­

Activiteiten omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders zijn voornemens medewerking te verlenen aan dit project door middel van een omgevingsvergunning voor de activiteit(en): * Bouwen

* Ruimtelijke ordening Inzage

De aanvraag, de beschikking en de bijbehorende stukken kunt u op afspraak inzien bij het Klant Contact Centrum (KCC) in het gemeentehuis. U kunt een afspraak maken via telefoonnummer (0493) 494 888. U kunt de gegevens ook elektronisch raadplegen op www. ruimtelijkeplannen. nl (planidentificatienummer is NLIMR0. 0847. 0V02024001­OW01 ). Zienswijze Tijdens de inzagetermijn kan een ieder zowel mondeling als schriftelijk zijn/haarzienswijzefn) kenbaar maken. Schriftelijke zienswijzen kunnen worden gericht aan het college van burgemeester en wethouders van Someren, Postbus 290, 5710 AG Someren. Voor het indienen van een mondelinge zienswijze dient een afspraak te worden gemaakt. U kunt hiervoor contact opnemen met het KCC, via tel. (0493) 494 888.

Gemeenteblad 2024 nr. 324970 25 juli 2024

Bijlage:

2

(geanonimiseerd)

Ruimtelijke

onderbouwing

Herontwikkeling

Dorpsweg

TT

2 Someren

Titel:

Ruimtelijke onderbouwing

Datum:

31­05­2024

Adviesbureau:

Wintraecken

Projectnaam: Auteurs:

Dorpsweg

2 Someren

Dorpsweg

2 Someren Advies B. V.

Contactpersoon: (Post)adres: Telefoon:

E­mail: Website:

herontwikkeling

[(planoloog) en l(planjunst)

(073) 850 51 29 / (06) 146 488 29 info @wintraeckenadvies,nl www. wintraeckenadvies. nl

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/ot openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere ma­ nier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever

2

Inhoudsopgave l. Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . ,. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,. . . . . . . . . . . . ,. ,. . . . . . . ,. . . . ,. . . . ,. . . ,. . . . . ,. . ,,,. . ,,. ^ 1. 1 Aanleiding en doel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 1. 2 Ligging en begrenzing planlocatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 1. 3 Vigerend bestemmingsplan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 1. 4 Leeswijzer. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 2. Planprofiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

2. 1 Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 2. 2 Gebiedsbeschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 2. 3 Planbeschrijving. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 3. Ruimtelijk beleidskader . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 3. 1 Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 3. 2 Rijksbeleid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 3. 3 Provinciaal beleid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18 3. 4 Gemeentelijk beleid. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ,. . . . . . . . . . . . . . . . . 24

3. 5 Conclusie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 4. Milieu­ en omgevingsaspecten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 4. 1 Geluid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 4. 2 Bodem. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29 4. 3 Mitieueffectrapportage. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 4. 4 Luchtkwaliteit. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 4. 5 Wet natuurbescherming. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . 32 4. 6 Geurhinder veehouderijen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 4. 7 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen. . . . ,. ,. . . . . . . ,. . . . . . . . . ,. . . . ,,. ,. . . . . . ,. . ,. . . . . . , 37 4. 8 Archeologie en cultuurhistorie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38 4. 9 Bedrijven en milieuzonering / hinderlijke bedrijvigheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40 4. 10 Externe veiligheid. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41 4,11 Fysieke belemmeringen: kabels en (buis)leidingen . . . . ,. . ,. . . . . . ,. ,. . . ,. ,,,. . . . . ,. . . . . . . ,. 41 5. Waterparagraaf. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42 6. Juridische planopzet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . 44 7. Econonnische uitvoerbaarheid. . . . . . . . ,. . . . ,,. . . . . . . . . . . . . ,. . . . . . . . ,,,. . . . . . . . . ,,. . . . ,,. . . ,. . . . . . . ,. ,. . . ,, 45 8. Maatschappelijke uitvoerbaarheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46 9. Slotconclusie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47

TT

4

l. Inleiding 1. 1 Aanleiding

en

doel

Initiatiefnemer heeft het planvoornemen om aan de Dorpsweg 2 te Someren de be­ staande bouwmarkt ('Kluspunt') met bovenwoning teniet te doen en hiervoor in de plaats een appartementencomplex met 24 wooneenheden terug te bouwen. Deze beoogde herontwikkeling kan niet op basis van het geldende bestemmingsplan " Someren­Dorp " worden gerealiseerd. De gemeente is bereid om hiervoor dit öestem­ mingsplan partieel te herzien. De realisatie van de appartementen zal een positieve bij­ drage leveren aan de woningbehoefte in de gemeente. De nieuwbouw is met name ge­ schikt voor starters op de woningmarkt en senioren.

Uit onderhavige ruimtelijke onderbouwing zal blijken dat het planvoornemen in zijn ge­ heel voldoet aan de hierboven opgenomen voorwaarden voor boerderijsplitsing. Alvorens het plan kan worden gerealiseerd, dient ook aan een aantal deels juridische randvoorwaarden te worden voldaan. Het betreft daarbij de volgende drie voorwaarden: l. Het motiveren van de afwijking van de geldende bestemming middels het opstel­ len van de goede ruimtelijke onderbouwing als basis voor het verlenen van de omgevingsvergunning;

2. Het met de ruimtelijke onderbouwing aantonen van de ruimtelijk­fysieke, logis­ tieke en mili'eu­hygiënische aanvaardbaarheid; 3. Het in procedure brengen van de voorliggende ruinntelijke onderbouwing na indie­ nen van de aanvraag omgevingsvergunning. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt derhalve een planologische en juridische basis gelegd om het plan te kunnen realiseren.

1. 2 Ligging en begrenzing

planlocatie

Het plangebied is gelegen in het centrale deel van de kern Someren. Omliggende func­ ties zijn er op het gebied van wonen, stedelijke voorzieningen en kleinschalige bedrijvig­ heid. Op de hiervoor afgebeelde luchtfoto's van Someren is de locatie aangeduid (bron: www. pdok. nl).

5

^

f

\?

e^­'

^»••»

w

?• < ^ " »*• ï y» ^ •^

c' m

^f ••;' ^ v^» ^^ >

•s­

^ «K.*­ ^ < ï

»

;

y

•:ï

^

^

a

•ï

­;

^ r.

«t

^

m

^' •^ ^­

^

> a'; ^ ^ ^ " ; fr s

ï

••i

­•­I •^

^ •i< ­

I?

s

i

« < i t,

ï> 3? fc•^ < fe ^. ^ ;ï

ïS

t*

.f

fe.

^^ ^h­,

^s ^^ s^

^

*»»

«­^

ft. •?.^

^/ ^ '^ rtc^ i;. r c

<

r­ v

^f^ ». 'r

^­ i

'. ;

Jfi

<

ê

«

f

­>

»

1

\ •^ a

^."

K ft

f

•^

<

^ '.

«!

?£ •• < >

^

•*

<^

»B

< rfl

y

ï­^yi. li­. J ^r

f

f < s­

«t

^

<

^

^y

ïM ^

l

,t *'' 8 < ? . 9­.

^ 't»

r'

as

«

. /­

y

?^«»

•kc

^

^

fl{f i^ •:^ \

•:. •'

v'.

^ ­. ï

^ t ,1

fö^

^

" ••'

f

'." ^'^

Q Globale ligging plangebied ï.>

ê

^

&^ ws ï^

A*

­

^

. .*

••'< . •? ^ ^•; •i I­" ^

7

t.

^?»­^ E». ^

w

E»

^^Ï

^

».

*

Plangebied

1. 3 Vigerend

bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan " Someren­Dorp. " Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 26 juni 2013,In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming 'Gemengd ­ l', de dubbelbestemming 'Waarde ­ Arche­ ologie 3', de functieaanduiding 'specifieke vorm van detailhandel ­ bouwmarkt' en, bin­ nen het bouwvlak diverse aanduidingen op het gebied van maatvoering. Navolgende af­ beelding betreft een uitsnede van het plangebied binnen de verbeelding van het vige­ rende bestemmingsplan (b­on: www. ruimtelijkeplannen. nl).

6

,»'" ^ _­«»

•^

.

,n Plangebied

^\

:. I_, Enkelbestemming

^ :: : f\ :\: U Ge——­

< ­: \

^­

k:

^ ^^­^ Dubbelbestemming

..

/*

a^ L. _J . •. •,. ,,:. •. Af. :heo,ogie 3

'^^ '* • «

^ !* •*»

5

\

l. ­

. . ;;

Bouwvlak

Functieaanduiding

^~ [ ! speciFeki? vom'. 'a. " detailhandel ­

*•*»+•­

^. :::} •\­ • •• • . ^». . . • . . . . . *. . \. . . . . \. . . . ,. ­;. . • t < < < < *'*»1\ •**»»*»««0*»»^*»*» * . * . > 1^.••»»«i^»^*»** < **. *+»». *»«^»+*­»­ * ­•t « * *• •\ •*.+\•\* . ­j^­ . . . . . . . \. . . . . . \. ••**••* * • •*••. . , ". ^\ . . . . . > •*vi" < «»»^*­« •••••• • •\­­. ^»»** .••\ . \ < • •••­• t***t »»«•t. »+*»»»\*»««»«

bou'i. vmark:

" ­* < ^. . ^» »,*»** t. y »^ » + * . . ^. , » ^«. ^ «'4. ^ *. »+­* * •^ » * * * ^ •\. ­ . !­*•­­ . . • *V\­ ». . ­. 'T. \. . . . . . \. . *. »« • . • «• > *;« * * *,*,,» • * • • . . . . . . . . . •**­t­ ­\',­ ­\ \. t t^. l « tAA, • ­ ­ a­»

De voor 'Gemengd ­ l' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dienstverlening, uitsluitend op de begane grond; b. kantoren;

c. publiekverzorgend ambacht

en dienstverlening, uitsluitend op de begane

d. maatschappelijke voorzieningen;

grond;

e. wonen;

f. detailhandel, uitsluitend op de begane grond, met uitzondering van supermark­ ten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; g. een bouwmarkt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel

­ bouwmarkt';

h. horeca categorie I, uitsluitend op de begane grond en op de verdieping indien ook de begane grond als zodanig in gebruik is, uitsluitend ter plaatse van de aandui­ ding 'horeca';

i. parkeervoorzieningen;

j. groenvoorzieningen; k. wateren waterhLtishoudkundige voorzieningen;

l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ­ rijksmonument' te­ vens voor behoud en bescherming van een rijksmonument.

Ten aanzien van het bouwen geldt het volgende: a. Het toevoegen van woningen is niet toegestaan.

b. Voor het bouwen van hoofdgebouwen, niet zijnde woningen, en bijbehorende aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen, geldt dat het bebouwingspercentage van het bouwperceel niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding is aangegeven,

c. Voor het bouwen

van woningen en bijbehorende aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen, geldt dat het bebouwingspercentage van het bouwperceel niet meer

TT

mag

bedragen

dan:

l bij vrijstaande woningen; 50%; 2 bij twee­aaneen gebouwde woningen: 60%; 3 bij aaneengebouwde woningen: 70%.

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen ondergeschikte uitbouwen en luifels buiten het bouwvlak aan de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: l De bouwgrens wordt met niet meer dan l m naar de wegzijde overschre­ den.

2 De breedte van een uitbouw en/of luifel mag niet meer bedragen dan 40% van de gevel waarin de uitbouw en/of luifel wordt gebouwd, met een van 3,5 m. van een uitbouw

maximumbreedte

3 De bouwhoogte en/of luifel mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. 4 De afstand van de uitbouw en/of luifel tot de voorste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2 m. c. De voorgevel van een hoofdgebouw moet worden gesitueerd in de voorgevelrooi­ lijn, dan wel op een afstand van niet meer dan 3 m daar achter.

d. De goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot­ en bouwhoogte (m)'. e. De bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangege­ ven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot­ en bouwhoogte (m)'. f. De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen mag: l bij vrijstaande hoofdgebouwen 3 m;

aan beide zijden niet minder bedragen

dan

2 bij twee­aaneengebouwde hoofdgebouwen aan één zijde niet minder be­

dragen dan 3 m; 3 bij aaneengebouwde

hoofdgebouwen bij eindbebouwing aan één zijde niet

minder bedragen dan 3 m.

De voor 'Waarde ­ Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grand aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Afwijking van het vigerende bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan is niet toereikend om onderhavig planvoornemen zon­ der meer doorgang te laten vinden. De afwijking zit in het feit dat nieuwbouw plaatsvindt ter plaatse van de huidige bebouwing en buiten het thans aanwezige bouwvlak. Daar­ naast wordt het plangebied voliedig voor woningbouw ingericht, waar er thans een ge­ mengde bestemming vigeert en waarbinnen het toevoegen van nieuwe woningen niet is toegestaan. Ook is er sprake van een overschrijding van de bouwhoogte. Gedeeltelijk wordt het pand 14 meter. Volgens het bestemmingsplan is 11 meter toegestaan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, dient derhalve te worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan " Someren­Dorp. "

1. 4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de omge­ ving van het plangebied en van het planvoomemen zelf. Daarna komt in hoofdstuk 3 het voor het project relevante ruimtelijke beleid van het Rijk, provincie Noord­Brabant en de gemeente Someren aan de orde, waarbij wordt nagegaan of het project hiermee in lijn is. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de diverse milieu­ en leefomgevingsaspecten, waarbij voor zover nodig aan de hand van onderzoeken, die als bijlagen bij deze mimte­ lijke onderbouwing zijn gevoegd, wordt geconcludeerd dat deze geen belemmering voor de realisering van het project vormen en andersom dat het bouwproject geen belemme­ ringen voor deze aspecten oplevert. Verder wordt m hoofdstuk 5 aandacht besteed aan 8

de gevolgen van het project voor de waterhuishouding. De juridische aspecten worden toegelicht in hoofdstuk 6. Vervolgens komt in hoofdstuk 7 de economische en in hoofd­ stuk 8 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan de orde. Hoofdstuk 9 betreft een slotconclusie.

9

2. PIanprofieI 2. 1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de omgevingskenmerken beschreven van het gebied waarin het voorgenomen project is gelegen. Ook zal het planvoomemen hier verder worden toege­

licht.

2. 2 Gebiedsbeschrijving In de toelichting van het vigerende bestemmingsplan " Someren­Dorp " wordt de ruimte­ lijke structuur als volgt beschreven: de opbouw van Someren is te zien als een historisch en organisch gegroeid middengebied waaromheen een drietal woongebieden liggen. Het geheel wordt aan de west­, oost­ en zuidzijde gevat in een krans van ontsluitingswegen. De ruimtelijke structuur van het middengebied van Someren Dorp laat zich verklaren als een samenstel van linten. Door de linten werd een viertal verknopingen (de Rem Some­ ren, de Speelheuvel, de Postheuvel en de Schans/de Kievit) onderling verbonden. Dit stelsel van linten was reeds in het midden van de 19e eeuw aanwezig en is als structuur

goeddeels bewaard gebleven. De woongebieden zijn gelegen tussen de ontsluitingswe­ gen en het middengebied. In tegenstelling tot het patroon van linten in het middenge­ bied zijn de woongebieden minder eenduidig van ruimtelijke opbouw qua dichtheid en hiërarchie. De belangrijkste toegangswegen zijn herkenbaar aan hun maatvoering en soms doordat er over relatief korte stukken geen bebouwing is op georiënteerd. De meeste woonstraten zijn bescheiden van maat. Wel kenmerkend

voor nagenoeg

het hele

dorp is de oriëntatie van hoofdgebouwen op de straat, waardoor alle straten door bebou­ wing worden gekarakteriseerd en zelden door groen. Het plangebied aan de Dorpsweg 2 is onderdeel van het middengebied. In dit deel van de dorpskern komen woonfuncties en stedelijke voorzieningen samen. De oprichting van kleinschalig appartementen kan als passend worden gezien binnen deze omgeving. if^' Ek

•^v

>,

s­­­ v

?* ^

». .

­*

]Syr4

. 'sr. ­'

. *'•

v­, ik ,'. ';; *'

0

rfS­

'^£^

" r'

^ €

^ ••.

ïï

^^

L­ >

•\

i

f*

­*: *.

«<

i? A '•^

%^:^ •^

C­* ,•/ •'ï

:\ ^. *1^1 " oGlobale ligging plangebied

1LOT

:1*

.:

^

< •';&­ yï­*.

'i.

»SS

;»;

•=

•t

VMwW^,

2£ •ÏÏ­f'

**

^Tï3

•­, fc; ^. •'v ^^ f­'. V

•^

/"

y

­. t. :/ •*." ;?..: >

•^

^w

•*>

Sï

m «I':" >'

s?»

^

2. 3 PIanbeschrijving Bestaande

situatie

Het plangebied betreft een bestaande bouwmarkt met bovenwoning. hlet perceel grenst aan de Dorpsstraat en de Dorpsweg. Vanaf de Dorpsweg is aan de achterzijde van het plangebied een parkeerplaats bereikbaar. Feitelijk is het gehele terrein verhard met be­ bouwing of infrastructurele voorzieningen. Navolgende afbeelding is een weergave van de bestaande situatie, bezien vanaf de hoek Dorpsweg ­ Dorpstraat

^^^>

i0<

fr

Il'

.T

rt

li

o

Il»

3

•»• r

•­W ^ B

^

•«. '

*

i%. .

Bouwplan

Het bouwplan voorziet in de sloop van de bestaande bouwmarkt met bovenwoning. Hier­ voor in de plaats komt een nieuwbouwcomplex waarin 24 gelijkvloerse woningen zijn op­ genomen. Het worden betaalbare woningen, bij uitstek geschikt voor starters en senio­ ren op de woningmarkt,

en levensloopbestendig

opgeleverd.

iituenng van het bouwplan weergegeven

(bron:

i. Binnen het plangebied is rekening gehouden met het behoud van bestaande bomen en een groene inrichting van het binnenterrein. Er wordt voorzien in 30 parkeerplekken op eigen terrein.

ITT

\^

^

\ #

;;<

. •;

,\ \ •r f

..i

\

^ *<

..'

<

Eén van de belangrijkste uitgangspunten bij het ontwerp van dit bouwplan is een zorg­ vutdige inpassing van de woningen in de bestaande woonomgeving. Op de hierna volgende twee afbeeldingen zijn de gevelaanzichten vanuit respectievelijk de Dorpsweg en de Dorpstraat weergegeven.

J!JWIiy. lHI|lNU|J. liWJllMI|lliw!'S» 'ai. ^. i ' ' " " " " '^. vsei^­^~" ~^'^­" ^s. f^^. " '" w" ­^^^^^ ' ï. ;. ^,. ^?' .. .

r. " ir«£AÏH aBidfcfit. ï'

DD ^ Bal

12

K

BÜ&ld

!!ffi* ••

Verkeer en parke­en

Voor het plangebied c. q. onderhavige ruimtelijke onderbouwing is tevens het " Paraptu­ pian Parkeren in de bebouwde kommen " van toepassing, waarin regels zijn opgenomen voor het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid. Voor wat betreft parkeren moet de herontwi'kkeling worden getoetst aan de bij dit bestemmingsplan behorende Nota parkeemormen 2018 gemeente Someren. In deze Nota parkeernormeri is aangege­ ven dat met behulp van parkeemormen de parkeereis voor nieuwe ruimtelijke ontwikke­ tingen wordt bepaald. De parkeereis is het totaal aan parkeerpiaatsen dat de aanvrager op eigen terrein moet realiseren. \

^^%^^

^^ »

^1

» ­•

w •»s.

•w

^ï

^

^ % % ^' ­•^

^­. .•\ \ »

;\

4 >.

%•af

,. :­;

^

:^ /

j

^

Globale ligging plangebied

Bij de berekende parkeerbehoefte wordt in de nota uitgegaan van de minimale grens die inhoudt dat het aantal berekende parkeerplaatsen de ondergrens is. De gemeente So­ meren gebruikt de parkeerkencijfers, zoals beschreven in de CROW publicatie 317, Ken­ cijfers parkeren en verkeersgeneratie, als parkeemormen. De parkeerkencijfers van het CROW maken onderscheid naar stedelijkheidsgraad. Deze is voor de gemeente Someren 'weinig stedelijk', op basis van de demografische kerncijfers van het CBS per gemeente. De parkeerkencijfers van het CROW geven een bandbreedte aan, minimaal en maximaal, Als uitgangspunt houdt Someren het gemiddelde van de bandbreedte aan als parkeer­ norm. De parkeemorm is inclusief het bezoekers parkeren. Tenslotte wordt in de kern Someren voor het toepassen van parkeemormen onderscheid gemaakt tussen centrum en rest bebouwde kom. Het plangebied ligt in rest bebouwde kom (zie bovenstaand kaartbeeld Gebiedsindeling parkeernormen, gemeente Someren). In de huidige situatie is er sprake van een bouwmarkt van 1040 m2 en een woonhuis, welke een parkeereis hebben van 2,1 per 100 m2. Dat roept een norm van 21,8 parkeer­ plekken op voor de bouwmarkt, afgerond 22 parkeerplekken. Voor de berekening van de parkeerbehoefte van de nieuwe (plan)situatie wordt verwe­ zen naar de als bijlaae 12 bijgevoegde notitie van bureau Buitenruïmte.

Daarin wordt gesteld dat op basis van het model van adviesbureau Goudappel (www. passendepar­ keernorm. nt) blijkt dat het autobezit in Someren op de projectlocatie en voor het type woning (appartementen koop) met 0,9 auto per woning lager is dan de parkeernorm in de nota parkeemormen van de gemeente Someren uit 2018. Hierdoor is het voor dit

project mogelijk de minimale parkeernormen uit CROW­publicatie 381 'Toekomstbesten­ dig parkeren'te gebruiken. Dit betekent dat voor 24 woningen 32 parkeerplaatsen moe­ ten worden aangelegd. Er worden 32 parkeerplekken op eigen terrein opgericht. Ten behoeve van het bouwplan zijn geen andere infrastructurele ingrepen, zoals de aan­ leg van in­ of uitritten, noodzakelijk. De genoemde parkeerplekken worden op dezelfde

" Ï3T

locatie gerealiseerd als in de huidige situatie. In feite worden ze dus grotendeels behou­

den voor de toekomst, waardoor ook de ontsluiting gelijk zal zijn.

" Ï4Ï

3. Ruimtelijk

beleidskader

3. 1 Inleiding In het kader van de ruimtelijke onderbouwing is onderzocht of het hiervoor beschreven planinitiatief past binnen het geldende beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. In dit hoofdstuk komen de bevindingen met betrekking tot het relevante ruimte­ lijke beleid aan de orde

3. 2 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Toetsinqskader

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekom­ stige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we vooreen aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor wfndmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het ver­ sterkenvan onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opga­ ven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang beke­ ken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Neder­ land.

De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maat­ schappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omge­ vingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het be­ staande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI?

Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal, Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voorde natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegings­

principes:

Combinaties van functies gaan voor enkefvoudige functies, en identiteit van een gebied staan centraal, en

• Kenmerken

Afwentelen wordt voorkomen.

Belangrijkste keuzes in de NOVI een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpas­ sen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden;

15

de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst

kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blij­ ven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het ha­ ven­ en industriegebied; de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijk­ heden in steden en regio's in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uïtwer­ king hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden;

het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distribu­ tiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het land­ schap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logis­ tieke functies;

het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuLir en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naarde kring­ looplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuur­ lijke water­ en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI

Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met mede­ overheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda

staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uft de NOVI.

Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidspro­ gramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda's en NOVI­gebieden. Doorwerking

planfaebied)

Het voorliggend plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een (relevante) ruimtereservering geldt. Uitsluitend het nationale belang van een 'zorgvul­ dige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele be­ sluiten', als vervat in de ladder voor duurzame verstedelijking, is van toepassing op de onderhavige ruimtelijke onderbouwing, Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie

Aspecten als water, veiligheid, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit vormen onderdeel van de planologische toets. Daarmee is het plan niet in strijd met het rijksbeleid. Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3. 1. 6 lid 2 Bro) Toetsingskader

Met de inwerkingtreding op l oktober 2012 van artikel 3. 1. 6 lid 2 van het Besluit ruimte­ lijke ordening (Bro) ­ de 'ladder voor duurzame verstedelijking' ­ geldt voor alle juri­ disch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste.

Het procesvereiste van het doorlopen van de Ladder is gebaseerd op één van de natio­ nale belangen als opgenomen in de SVIR, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van rijimtelijke ordening, een zorgvul­ dïge afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaard­ bare leegstand te voorkomen.

" ieT

Op l juli 2017 is het Bestuit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Artikel 3. 1. 6, tweede lid, luidt nu als volgt; De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het be­ stemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt busten het bestaand stedelijk gebied. een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan warden voorzien.

De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1. 1. 1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het be­ grip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling

in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuit­ spraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 wonin­ gen sprake i's van een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor'nieuwe' stedelijke ontwikkelingen, Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden ge­ realiseerd. Daarnaast volgt uit jurispnjdentie dat wanneer het een functiewijziging be­ treft, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook et ruimtebeslag betrokken worden. In de nieuwe Ladder is het woord 'regionale' niet meer aanwezig. De Ladder bepaalt niet nader voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. Het is primair aan het bevoegd gezag om op basis van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling te bepalen tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uit­ strekken.

De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De ruimtelijke onderbouwing van het planvoomemen moet een beschrijving bevatten van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt.

Daarbij is het niet relevant of het plangebied binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. In beide gevallen dient de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving van de be­

hoefte te bevatten.

In artikel 1. 1. 1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienst­ verlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Uit de definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de onngeving.

" ÏTÏ­

Doorwerking olanfaebied) Marktsituatie

De gemeente Someren streeft naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, betaalbare, gevarieerde en passende woningen. Dit streven komt onder meer te­ rug in haar beleid ten aanzien van wonen en woningbouw.

Zowel het provinciale als gemeentelijke beleid is gericht op het behouden van de leef­ baarheid in kleine kernen. Dat is ook waar dit plan aan bijdraagt. Door te zorgen voor nieuwbouw creëren we enerzijds de mogelijkheid om te blijven wonen in de eigen dorps­ gemeenschap, Aan de andere kant bieden we een woonmilieu aan dat door prijszetting, landelijk dorps en groen karakter ook een aantrekkelijke optie kan zijn voor woningzoe­ kenden binnen het stedelijk gebied als geheel. Samengevat kunnen we stellen dat in dit plan de woonconsument centraal staat. Het aanbod is afgestemd op de vraag die er is vanuit de lokale bevolking. En daarbij is er ruimte voor opvang van de regionale behoefte om doorstromers binnen de regio te hou­

den.

Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied conform de definitie in artikel 1. 1. 1 on­ der h van het Bro.

Js de behoefte op te vangen binnen het bestaand stedelijk gebied? Zoals hiervoor reeds opgemerkt, is het woningbouwplan in eerste instantie bedoeld voor de groeibehoefte van de kern Someren, als onderdeel van de totale regionale behoefte aan woningen.

Aangezien de nieuwe woningen gesitueerd worden in de bestaande kern van Someren is hier sprake van een (her)ontwikkeling op een inbreidingslocatie. Het bestaand stedelijk gebied wordt niet in oppervlakte Liitgebreid. Het betekent ook dat voldoende gemoti­ veerd is dat dit plan en de ontwikkeling zien op zorgvuldig ruimtegebruik en niet leiden tot over­programmen'ng.

Het plan doet geen afbreuk aan de doelstellingen en uitgangspunten, zoals verwoord in de beleidsstukken van de gemeente Someren. Het voorliggende woningbouwplan is der­ halve in overeenstemming met de gemeentelijke prionteiten, beleidsdoelstellingen en uitgangspunten. Verwezen wordt naar paragraaf 4. 4 (gemeentelijk beleid). Conclusie

Onderhavige planontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten en doelstellingen van de ladder voor duurzame ontwikkeling: zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik middels transfor­ matie van bestaand vastgoed.

3. 3 Provinciaal

beleid

Omgevingsvisie Noord­Brabant bant Toetsingskader

en Interim

Omgevingsverordening

Noord­Bra­

Het provinciale ruimtelijke beleid staat de realisering van de plannen niet in de weg. Hoofddoelstellingen van de Omgevingsvisie Noord­Brabant en de Omgevingsverordening Noord­Brabant (ontwerp) zijn 'zuinig ruimtegebruik' met daaraan gekoppeld de 'concen­ tratie van verstedelijking'. De accenten moeten hierbij liggen op'inbreiding' en 'herstruc­ tu re ring', 18

Concentratie van verstedelijking De provincie stuurt op concentratie van verstedelijking: het is belangrijk dat er verschil bestaat en blijft bestaan tussen de steden en dorpen. De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord­Brabant en is onderverdeeld in 'concentratiegebieden' en 'overig stedelijk gebied'. In concentratiegebieden wordt de bovenlokale groei van verste­ delijking opgevangen. Daarnaast moet hier een hoog voorzieningenniveau geboden wor­ den, waardoor de (suburbans) kernen en dorpen buiten het concentratiegebied het hui­ dige (landelijke) karakter behouden. In overig stedelijk gebied is grootschalige verstede­ lijking ongewenst. Wel kan hier voorde eigen behoefte gebouwd worden. Naast concentratie van verstedelijking wil de provincie binnen de stedelijke structuur het volgende bereiken: zorgvuldig ruimtegebruik; meer aandacht

voor njimtelijke kwaliteit; verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur; versterking van de economische kennisclusters.

• betere •

Voor onderhavig initiatief spelen de elementen 'zorgvuldig ruimtegebruik' en 'meer aan­ dacht voor ruimtelijke kwaliteit' een rol. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functïemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkhe­ den voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder mimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. Het 'aansnijden van nieuwe ruimte' voor verstedelijking wordt in samenhang bezien met deze mogelijkheden. Door meer aandacht te schenken aan beheer en onderhoud van het bestaand stedelijke gebied worden in de toekomst in­ grijpende herstructureringen voorkomen. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit Karakteristieke verschillen tussen dorpen en steden vervagen. Uitbreidingswijken en werklocaties in steden en dorpen gaan steeds meer op elkaar lijken. De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschii in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad en dorp behouden.

Dit versterkt de identiteit en aantrekkelijkheid van kernen en hun relatie met het omliggende landschap, Interim omgevingsverordening Noord­Brabant Het beleid uit de Omgevingsvisie Noord­Brabant is verwerkt in de regels die zijn opgeno­ men in de Interim omgevingsverordening Noord­Brabant van de provincie. De onderwer­ pen die in de verordening staan komen dus uit de provinciale omgevingsvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. In de veror­ dening is een aantal aspecten opgenomen die van toepassing zijn op onderhavig plan. Deze zullen hierna worden besproken.

De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Noord­Brabant bevorderen. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen een bijdrage moeten leveren aan de kernkwaliteiten van Noord­ Brabant. De provincie biedt ontwikkelingsruimte in het buitengebied, mits een ontwikke­ ling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap, Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan het behouden wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe ruimtelijke kwaliteiten.

19

De provincie onderscheidt een achttal thema's waarin beleidsuitgangspunten zijn opge­ nomen. Deze thema's zijn tevens in kaart gebracht. Onderstaande tabel illustreert welke thematische kaarten in principe van toepassing zijn op het plangebied en welke niet. Thema / kaartnaam Milieubescherming Landbouw Stedelijke ontwikkeling en erfgoed Natuur en stiltegebieden Grondwaterbescherming, waterveiligheid en ­berging Basiskaart Landelijk gebied. Specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen Watersystemen, ­veiliqheid en ­berqinq

Van toepassing

Nee

Ja Ja

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Rechtstreeks werkende regels: landbouw Binnen het kaartbeeld 'Rechtstreeks werkende regels: landbouw' i's het plangebied aan­ geduid als 'verbod uitbreiding veehouderij'. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld. /'^.

»

»~Sf

?% ^ ^^. ^ ^

^'^^ ^

r^8

^'•'­f'ï­

h ( %iR ys

g^^^j a p^" "» i. d

f\

»•

^ •ê

SK ^ ^ ff

y; »T' ^

^

^

/

VeiOod uitbreiding veehouderi)

»

•u»'­./. ^

In de Interim omgevingsverordening Noord­Brabant worden algemene regels gegeven waaraan de toelichting bij een gemeentelijk planologisch wonen mogelijk maakt, moet voldoen. Uiteraard dient gekeken te worden naar de bestaande harde plancapsdteit. Te­ vens moet uitdrukkelijk een relatie gelegd worden met de afspraken die in het regionaal planningsoverleg zijn gemaakt over de nieuwbouw van woningen. Deze afspraken wor­ den jaarlijks gemaakt en zo nodig herzien. Zij worden gebaseerd op de provinciale be­ volkings­ en woningbehoefteprognose. De afspraken hebben in ieder geval betrekking op de aantallen te bouwen woningen. Zij kunnen daarnaast betrekking hebben op de aard van de woningen. Daaronder worden onder meer begrepen woningen voor bijzondere doelgroepen, zoals ouderen, personen met een zorgvraag, jongeren en starters op de woningmarkt, in het bijzonder voor zover deze groepen behoren tot de lagere inkomens­ groepen.

Doorwerking plan(Qebied) De aanduiding 'verbod uitbreiding veehouderij' heeft enkel invloed op bestaande sgrari­ sche bedrijven. Onderhavig plan betreft de oprichting van woningen op de plek waar thans stedelijke functies aanwezig zijn, welke teniet worden gedaan. De uitgangspunten en regeling ten aanzien van het verbod op uitbreiding van veehouderijen hebben hier

20

doet onderhavig planvoornemen geen afbreuk aan deze

geen invloed op, en andersom

beleidsregels.

Onderhavige ontwikkeling betreft gewijzigd en intensiever ruimtegebruik van de binnen­ stedelijke ruimte en is passend binnen de diverse beleidsuitgangspunten waaronder de doelstellingen wat betreft de kwantitatieve en kwalitatieve doeleinden met betrekking tot de woningbouw. De woonwensen en de leefbaarheid in de dorpen en steden, de behoefte aan gebiedsei­ genheid en identiteit van stad, dorp en landschap en klimaatverandering staan in de volle aandacht. De provincie Noord­Brabant wil blijven ontwikkelen, maar de provincie stelt ook meer eisen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Vanwege een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik worden woningen op de eerste plaats binnen de bestaande bebouwde kom geconcentreerd. Voorliggend initiatief ziet op inbrei­ ding en verdichting en op herstructurering, herontwikkeling en transformatie van een be­ staande detailhandelsfunctie met bovenwoning. Hiermee streeft het plan zuinig en zorg­ vuldig ruimtegebruik na. Voorts moeten bestaande waarden en kwaliteiten behouden blijven en waar mogelijk worden versterkt. Het provinciale beleid, opgenomen in de provinciale structuurvisie en de verordening, is gericht op het concentreren van stedelijke ontwikkelingen in het bestaand stedelijk ge­ bied.

De voorgestane ontwikkeling beantwoordt aan de provinciale ruimtelijke doelstellingen tot zuinig ruimtegebruik en concentratie van verstedelijking (inbreiden, transformeren, herstructureren en intensiveren), om te komen

Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed Binnen het kaartbeeld 'Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed' is het plangebied aangeduid als 'landelijke kern'. Dit is geïllustreerd fn navolgend kaart­ beeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14800695/1