Bijlage 1c Onderbouwing
Tekst van het document
Onderbouwing inzake Vodafone mast ID 16374 op locatie Someren
Versie 1.0
Page 1 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Maart 2023
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .................................................................................................................................... 3
2.
WAT ZIJN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN? ................................................................ 3
3.
HOE WERKT EEN ANTENNE? ................................................................................................. 5 3.1 3.2
4.
LENGTE VAN ANTENNE VS. FREQUENTIE. .................................................................................. 5 HET BASISSTATION .................................................................................................................... 5
HET PLANNEN VAN EEN NIEUWE MAST ............................................................................. 6 4.1
SITE SHARING ............................................................................................................................ 7
5.
GEZONDHEID EN WELBEVINDEN ......................................................................................... 9
6.
DE MAST EN STORING AAN ANDERE APPARATUUR .................................................... 11
7.
HET NATIONAAL ANTENNEBELEID ................................................................................... 12
8.
BEGRIPPENLIJST ...................................................................................................................... 13
9.
JUSTIFICATIE ............................................................................................................................ 14
Page 2 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
1. Inleiding
Een mobiele telefoon zet gesprekken om in radiofrequente elektromagnetische velden, ofwel radiogolven. Een radiogolf draagt als het ware de informatie die wordt verstuurd, bijvoorbeeld spraak, muziek of beelden. De radiogolven worden vervolgens via de lucht naar de dichtstbijzijnde antenne gestuurd, het basisstation. Het basisstation is verbonden met de telefooncentrale van het mobiele netwerk. Uiteindelijk belanden de gesprekken via een centrale bij degene die we bellen.
Telefooncentrale vaste netwerk Telefooncentrale mobiele netwerk
basisstation
2. Wat zijn elektromagnetische velden? Elektromagnetische velden komen overal op aarde voor en planten zich voort met de snelheid van het licht. Elektromagnetische velden veranderen voortdurend in sterkte. Het aantal veranderingen in het elektromagnetische veld per seconde (het aantal trillingen of golven) noemen we de frequentie van het veld. De frequentie wordt uitgedrukt in Hertz. Eén Hertz is één trilling per seconde, 50Hz zijn dus 50 trillingen per seconde. De sterkte van het veld wordt doorgaans aangegeven in Volt per meter (V/m). Watts per vierkante meter (W/m 2) wordt ook wel gebruikt. Als we het over radiocommunicatie en radiogolven hebben, dan hebben we het over het frequentiegebied tussen de 9 kHz en 300 GHz. Bij hogere frequenties komen we in het gebied van de infrarood,- ultraviolette-, röntgen,- en gammastraling. Voor publieke mobiele communicatie liggen de gebruikte frequenties ongeveer tussen 800MHz en 60GHz (de hoogst gebruikte frequenties van tientallen GHz worden gebruikt voor microgolfverbindingen).
Page 3 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Page 4 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
3. Hoe werkt een antenne? De werking van een antenne voor mobiele netwerken is te vergelijken met die van een zaklamp. De lichtbundel bij een zaklamp schijnt naar voren. Vlak voor de lamp is het licht het sterkst, verder weg wordt het licht steeds zwakker. Des te verder je wilt schijnen, des te krachtiger de lichtbron moet zijn. Een antenne voor mobiele netwerken zendt de elektromagnetische velden vooral horizontaal in een vlakke schijf uit. Vlak voor de antenne is het elektromagnetische veld het sterkst; verder weg neemt de “energie” van de radiogolven in sterkte af (kwadratisch). Onder de antennes zijn er nauwelijks elektromagnetische velden. Hoe verder de antenne moet kunnen reiken, hoe hoger het vermogen en/of de antennehoogte moet zijn.
3.1 Lengte van antenne vs. frequentie. De benodigde lengte van antennes voor mobiele netwerken wordt bepaald door de gewenste antenneversterking (bundeling van het elektrische veld) en de gebruikte zendfrequentie. Of beter: de gebruikte golflengte. Des te groter de gewenste antenneversterking (meer bundeling van het veld in het verticale vlak) des te langer zal de antenne moeten zijn. Elektrisch gezien ziet het zendsignaal de lengte van de antenne in verhouding tot de golflengte van het uitgezonden signaal. Dus: des te hoger de frequentie, des te korter de golflengte, des te korter kan de antenne in werkelijkheid zijn. De antennelengte is doorgaans 2.8m, 2.1m en 1.4m.
3.2 Het basisstation Voor mobiele communicatie is een mobiele telefoon nodig en een netwerk van basisstation. Een basisstation bestaat uit een apparatuurkast en een antennesysteem, dat kan zenden en ontvangen. Tijdens het bellen maakt de mobiele telefoon contact met een basisstation (antenne-opstelpunt). Dit station zendt de opgevangen data vervolgens via het vaste kabelnetwerk door naar bijv. een vast telefoonnummer, iemands mobiele telefoonnummer of een IP adres. Elke antenne heeft een beperkt bereik. De antenne van elk basisstation bestrijkt dus maar een klein gebied (het zogeheten ‘verzorgingsgebied’ of cel) met een straal van circa 100m in
Page 5 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
een grote stad tot 10 km in vlakke landschappelijke gebieden. Het bereik is dus zeer afhankelijk van verschillende factoren o.a. landschapstructuur, bevolkings- en bebouwingsdichtheid. Het bereik van de antenne is ook afhankelijk van de frequentie en natuurlijk de hoogte van het antenne opstelpunt. Des te hoger de frequentie, des te kleiner het bereik. Een basisstation met een frequentie van 2100MHz heeft dus een kleiner bereik dan een basisstation dat werkt op 900MHz. Hoe hoger de frequentie, des te meer opstelpunten er nodig zullen zijn om een dekkend netwerk te bouwen. De hoogfrequente banden 1800 2100 en 2600MHz zijn de capaciteitslagen voor Vodafone Des te hoger de antenne wordt opgesteld, des te groter het bereik of de cel van dat basisstation. De antennehoogte kan niet te hoog worden gekozen omdat een basisstation een beperkt aantal gespreken kan verwerken. De grootte van de cel dient dus zodanig te zijn dat aan het aanbod van gesprekken in het dekkingsgebied van de cel kan worden voldaan en zijn er meer antennes nodig in gebieden waar zich veel mensen bevinden, bijvoorbeeld in steden. De hoogte van de antennemasten is doorgaans 25...39.9meter. Om in het hele land mobiel te kunnen bellen zijn veel verzorgingsgebieden en dus veel basisstation nodig. Om er voor te zorgen dat iedereen overal bereikbaar is, staan er in het hele land antennes.
Het bereik van de ene antenne overlapt dat van een andere dichtstbijzijnde antenne een beetje. Een telefoongesprek kan hierdoor doorgaan, terwijl de beller zich verplaatst, omdat het gesprek wordt overgedragen van de ene naar de andere antenne. De telefoon kiest telkens voor de dichtstbijzijnde/sterkste signaal. De mobiele netwerkoperators delen waar mogelijk antennelocaties, zodat het aantal antenne opstelpunten zoveel mogelijk beperkt kan blijven.
4. Het plannen van een nieuwe mast De Nederlandse overheid stelt bij het verlenen van de netwerklicenties of vergunningen, minimum kwaliteitseisen aan het netwerk voor wat betreft dekking en capaciteit (aantal gelijktijdig bellende mobiele gebruikers). Om aan deze eisen te voldoen en tegelijkertijd de groei van het gebruik van mobiele communicatie op te vangen, moet het netwerk steeds verder worden uitgebreid. In de bijlage (vanaf pagina 15) wordt nader ingegaan op de locatie(s) waar Vodafone een antenne mast zou willen plaatsen ten behoeve van haar mobiele netwerk. Hier zal nader worden ingegaan en toegelicht op o.a., het te bedekken gebied, de optimale locatie, de verschillende opties, gevolgen indien het opstelpunt wordt gebouwd en eventuele foto’s van de locatie(s). Hoewel in het verleden frequenties werden vrijgegeven of geveild waarop met slechts een door de overheid aangewezen technologie mocht worden uitgezonden (bijvoorbeeld alleen GSM in de 900MHz band) staat het de telecombedrijven nu vrij elke technologie te gebruiken op de verkregen frequenties zolang het netwerk maar een openbaar publiek netwerk is dat toegankelijk is voor iedereen. Zodoende kunnen telecombedrijven beslissen om het nieuwe 4G netwerk te gaan uitrollen op 1800MHz dat voorheen alleen bedoeld was voor GSM (2G).
Elke technologie heeft zijn eigen karakteristieken qua bereik, capaciteit en datasnelheden waarbij opgemerkt wordt dat de capaciteit en datasnelheid van mobiele technieken door de tijd heen alleen maar groter wordt. De vraag naar hogere mobiele datasnelheden neemt door het mobiel internet gebruik toe en dus ook het aantal opstelpunten; het werkt elkaar in de hand.
Page 6 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Het plannen van een nieuw opstelpunt tot en met de realisatie is een relatief gecompliceerd proces met vooral een heel lange doorlooptijd. Er moet rekening worden gehouden met het realiseren van bedekking en voldoende (bel)capaciteit. De verbindingen moeten van voldoende kwaliteit zijn. Er moet daarbij rekening worden houden met de invloed van onder meer bebouwing op het gedrag van radiogolven. Een radioplanner is een specialist die, rekening houdend met bovenstaande eisen, locaties voor nieuwe masten bepaalt. Hij/zij gaat hierbij als volgt te werk: •
•
•
Behoeftebepaling Hij of zij bepaalt in eerste instantie het bedekkingsgebied en de vereiste (bel)capaciteit. Dit gebeurt op basis van behoefte. Deze behoefte wordt vooral bepaald uit demografische gegevens en verkeersvoorspellingen. Zo is op de Veluwe radiobedekking zeker gewenst, maar veel belcapaciteit is niet vereist. In stadcentra en bedrijfsterreinen, langs het spoor voor treinreizigers en specifieke (indoor) klantvraag, groot publiek Events, of openbare gelegenheden bijv. stationshallen bijvoorbeeld, is vaak een hogere kwaliteit vereist en vooral veel (bel) capaciteit. Als de behoefte is bepaald, worden van het betreffende gebied potentiële locaties voor bestaande masten in kaart gebracht. Als deze bestaande masten geen uitkomst bieden moet een nieuwe locatie worden gezocht. De radioplanner werkt hierbij samen met een specialist in het verwerven van nieuwe locaties, ‘de verwerver’. Er worden zoveel mogelijk alternatieven bepaald. Het betreffende gebied wordt bezocht, om de bebouwing, de plaatsingsmogelijkheden voor antennes en andere fysieke omstandigheden te inventariseren. Op basis van de behoefte en de locaties worden de eindresultaten met behulp van software programma’s. Deze IT middelen bevatten nauwkeurige modellen die het gedrag van radiogolven op basis van de omgevingsfactoren voorspellen.
Hieruit volgt een gedetailleerd en nauwkeurig overzicht hoe de locaties in het netwerk presteren. Het beste alternatief wordt uiteindelijk hiermee bepaald.
Bij het zoeken naar goede locaties worden dus altijd bestaande masten in beschouwing genomen, ook als deze bestaande opstelpunten van concurrerende aanbieders zijn. De mobiele operators werken hierbij samen en maken gezamenlijk afspraken over het delen van elkaars opstelpunten. Kosten en esthetische aspecten van masten zijn voor alle betrokkenen de drijfveren om op dit punt samen te werken. Ook andere voor de hand liggende alternatieven worden altijd meegenomen. Zo zijn er regelmatig mogelijkheden in masten van het C2000 netwerk (het netwerk van de openbare orde en veiligheidsdiensten) en hoogspanningsmasten.
4.1 Site sharing Operators zijn aan elkaar verplicht om akkoord te geven voor het plaatsen van een antenne op een bestaand opstelpunt in dien dit natuurlijk technisch past of mogelijk is. Netwerkoperatoren werken zo veel mogelijk samen om opstelpunten te delen. Deze voornemens zijn ondertekend door alle netwerkoperators. Wanneer een van de operators een mastlocatie realiseert en deze ter beschikking stelt aan de andere operators spreken we over site sharing. In verband met site share zal de hoogte van de mast worden bepaald door de omgeving en het aantal operators. De hoogte van de onderste antenne moet in elk geval hoger zijn dan het hoogste object (bijvoorbeeld bomen of gebouwen) in de omgeving. Bij meerdere operators in een mast, neemt men een onderlinge afstand tussen de antennes van 1 meter in de lengte richting in acht. Zie onderstaande afbeelding.
Page 7 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Page 8 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
5. Gezondheid en welbevinden Een veel gestelde vraag van mensen die in de buurt van een antenne wonen is: kunnen de elektromagnetische velden van een antenne van invloed zijn op mijn gezondheid? Elektromagnetische velden, ook wel radiogolven genoemd, zijn heel gewoon. Iedereen wordt op elk moment van de dag blootgesteld aan elektromagnetische velden van natuurlijke en kunstmatige bronnen. Ze worden al meer dan 100 jaar gebruikt voor allerlei toepassingen. De meest bekende en eerste toepassing was radio, rond 1900. Tegenwoordig vinden we het gebruik van radiogolven in legio toepassingen: televisie, walkietalkie, 27MHz ‘bakkies’, antidiefstalpoortjes in winkels, allerlei draadloze afstandsbedieningen (autoalarmen en vergrendelingen, garagedeuren, zonneschermen enz.), draadloze koptelefoons, Wireless LAN (WiFi), GPS, mobiele telefonie, Bluetooth, RADAR, marifoon, satelliet communicatie, chiplezers van huisdieren, parkeersensoren op auto's, contactloze toegangsbadges tot gebouwen, magnetronovens enz. Het is niet meer weg te denken uit de maatschappij. Minder bekend is dat radiogolven ook worden toegepast in de medische sector en in de industrie (bijvoorbeeld voor het lassen van kunststof).
Er zijn slechts een aantal effecten op het menselijk lichaam vastgesteld na 50 jaar intensief wetenschappelijk onderzoek dat optreedt als hoge niveaus van elektromagnetische velden worden overschreden. Deze effecten zijn voor de gebruikte frequenties voor mobiele telecommunicatie: • opwarming van het lichaam voor de frequenties 700MHz tot en met 2600MHz welke gebruikt worden door de radio basisstation. • opwarming van de huid voor de gebruikte frequenties van de microgolfverbindingen tussen basis stations onderling (18GHz tot en met 60GHz). Op basis van deze effecten zijn er door wetenschappelijke instellingen en overheidsinstanties in en buiten Europa zogenaamde ‘blootstellingslimieten’ vastgesteld. Deze blootstellingslimieten zijn vastgestelde maximaal bruikbare niveaus van radiogolven. Het gebruik van radiogolven onder deze niveaus is veilig, nl. zonder schadelijke en nadelige effecten. De meest gehanteerde richtlijn voor blootstelling aan elektromagnetische velden afkomstig van antennes is opgesteld door de ‘International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection’ (ICNIRP), een onafhankelijke organisatie die onderzoek doet naar blootstelling aan radiogolven en waarbij ook Nederland is aangesloten. Deze door de ICNIRP 1 vastgestelde normen zijn overgenomen door de Nederlandse Gezondheidsraad waaraan Vodafone zich conformeert..
De ICNIRP blootstellingslimieten hanteren een veiligheidsmarge van 50. Dat betekent dat bij het opstellen van de richtlijn de maximaal toelaatbare waarden 50 maal strenger zijn gesteld dan het feitelijke grensniveau. Dit feitelijke grensniveau is het niveau waarbij een klein warmte effect is gemeten in het menselijke lichaam tussen 0,1 en 0,5 graden Celsius. Het varieert per proefpersoon en locatie in het lichaam en de verschillende organen omdat de elektrische eigenschappen van de organen en delen van het lichaam sterk onderling verschillen. Ook verschilt de warmteregulatie per persoon. De maximum vastgestelde blootstellingsniveau’ s liggen dus een factor 50 onder dit waargenomen warmte effect, waarbij wordt aanvaard dat een maximaal warmte effect van 1 graad Celsius volledig acceptabel is. Bij het nemen van een warme douche bijvoorbeeld is het warmte effect vele malen groter maar het lichaam kan dit perfect compenseren. De veldsterkte van elektromagnetische velden wordt in het algemeen uitgedrukt in Volt per meter (V/m). De uiteindelijke limieten die zijn vastgesteld, zijn gegeven in onderstaande tabel.
Page 9 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Freq. band (MHz) 700 800 900 1400 1800 2100 2600 3500
werknemers 79V/m 84V/m 91V/m 114V/m 127V/m 137V/m 137V/m 137V/m
Publiek 36V/m 39V/m 42V/m 52V/m 58V/m 61V/m 61V/m 61V/m
Voor de microgolffrequenties wordt een blootstellingslimiet vastgesteld van 10Watt per vierkante meter. Deze wordt bijna nooit overschreden als men direct, dicht voor de schotelantenne staat. Bij het ontwerp en de bouw van nieuwe vrijstaande masten wordt te allen tijde aan de regelgeving met betrekking tot deze blootstellingslimieten voldaan. Dat betekent dat de opstelling van antennes en de uitgezonden vermogens zodanig worden gehanteerd dat op publiekelijk toegankelijke plaatsen de sterkte van de radiogolven altijd onder de blootstellingslimieten blijft. In de praktijk is dit altijd ver onder de ICNIRP blootstellingslimiet. Voor verreweg de meeste opstelpunten bedraagt de veldsterkte op publiekelijk toegankelijke plaatsen zoals straatniveau, ongeveer 0,1…2 V/m dicht in de buurt van de antenne, waarbij 2V/m uitzonderlijk is. De overheid neemt regelmatig steekproeven door van een aantal willekeurige basisstations de veldsterktes te meten. Of op aanvraag van, meestal ongeruste, omwoners; zie hiertoe www.antenneregister.nl Antennes zenden in een vlakke horizontale bundel die nauwelijks naar beneden uitwaaiert, net als bijvoorbeeld een zaklantaarn. Recht voor de antenne is de veldsterkte daarom altijd vele malen groter dan onder de antenne. Recht onder de antenne (naar beneden) zendt een antenne minder dan een half procent van zijn totale vermogen uit.
Als gevolg daarvan is in de richting van mensen die direct onder een antenne wonen of werken de veldsterkte op het dak 30 tot 100 maal lager dan de ICNIRP-limiet. Dat komt doordat de antennes enkele meters boven het dak worden gemonteerd en de energie in een horizontale bundel wordt uitgezonden. Daarnaast is door de afschermende werking van het dak de veldsterkte in een gebouw onder de antenne nog veel lager dan direct op het dak. Dit resulteert in een veldsterkte onder de antenne die een factor in de orde van honderden lager ligt dan de ICNIRP blootstellingslimieten. Als vuistregel kan aangehouden worden dat in de vrije ruimte de minimale afstand tot een antenne in de hoofdbundel 3 meter moet zijn en daarbuiten 0,5 meter. Eén en ander afhankelijk van de gebruikte zendvermogens.
Antennebundel van een antenne op een gebouw. De gestippelde lijn rond de antenne geeft een idee van de ICNIRP blootstellingslimiet.
Page 10 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Voor de beroepsbevolking die betrokken is bij de aanleg en het onderhoud van de masten geldt een iets minder strenge blootstellingslimiet. Soms worden de zenders van een antenneinstallatie uitgeschakeld als onderhoudspersoneel aan de antennes moet werken, of zeer dicht in de buurt van de antennes. Dit geldt ook voor niet direct bij de aanleg en het onderhoud van de antennes betrokken beroepswerkers, bijvoorbeeld dakdekkers. Zij zijn op de hoogte van de richtlijnen van veilig werken. Zij maken gebruik van een Risico Inventarisatie Evaluatie (RIE) om eventuele onveilige situaties te onderkennen. Is zo’n situatie onderkend dan regelen de beroepswerkers en Vodafone onderling de tijdstippen waarop de zenders worden uitgeschakeld en er dus veilig gewerkt kan worden. Om een idee te geven: dit komt op duizenden opstelpunten van Vodafone jaarlijks slechts enkele keren voor.
6. De mast en storing aan andere apparatuur Storing door een basisstation voor mobiele communicatie op computers, radio & televisie, medische apparatuur (pacemakers, hoortoestellen) en elektrische apparatuur in bijvoorbeeld voertuigen zijn vrijwel uitgesloten door afstemming via de zogenaamde EMC-normen. EMC staat voor: Electro Magnetische Compatibiliteit. Fabrikanten van elektronische apparatuur zorgen dat de apparatuur die zij leveren voldoet aan deze norm. De norm stelt een grenswaarde voor de elektrische veldsterkte vast. De apparatuur moet tijdens blootstelling aan radiogolven met een waarde onder deze norm functioneel in orde blijven. De richtlijnen en normen zijn Europees geregeld. Veel Europese leveranciers kennen deze normen en houden zich daaraan. Buiten Europa is dit niet altijd het geval. De overheid heeft een onafhankelijke instantie aangewezen voor het toezicht en handhaving van de regelgeving. Deze onafhankelijke instantie is de Rijksdienst Digitale Infrastructuur (RDI) (voorheen het agentschap telecom), een onderdeel van het Ministerie van EZ. Met name houdt zij toezicht op de import van elektronische apparatuur door deze apparatuur technisch te onderzoeken. Daarnaast houdt het RDI toezicht op de zogenaamde ‘Notified Bodies’, keuringsinstanties die leveranciers kunnen benaderen voor het op eigen initiatief laten testen van de immuniteit van hun apparatuur.
Bij de huidige veldsterktes in woon,- of verblijfruimtes in de nabijheid van basisstations is het vrijwel uitgesloten dat zich storingsproblemen met medische of andere elektrische of elektronische apparatuur voordoen als deze voldoet aan de Europese immuniteitsrichtlijnen. Omdat medische implantaten, zoals insulinepompjes, pacemakers en andere stimulatoren, aan strengere wettelijke eisen moeten voldoen dan andere medische apparatuur is de kans op storingen bij dergelijke apparaten, met de bijbehorende gezondheidsproblemen, nog kleiner. Treedt er toch een storing op, dan kan het RDI optreden als onafhankelijk intermediair. Zij onderzoekt de storing en zij kan de partij aanwijzen die maatregelen moet treffen om de storing op te heffen (of de maatregelen bekostigt).
Page 11 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
7. Het Nationaal Antennebeleid De Nederlandse overheid heeft, zoals reeds eerder vermeld, eisen gesteld aan de kwaliteit en capaciteit van de mobiele netwerken. De stormachtige groei in het gebruik van ICT en mobiele communicatie in het bijzonder toont aan dat dit een ontwikkeling is die in een brede maatschappelijke behoefte voorziet. Burgers en bedrijven hechten groot belang aan een ruime beschikbaarheid en goede toegankelijkheid van deze voorzieningen. De Nederlandse overheid zet zich sinds het begin van de jaren '90 in voor het tot stand komen van beleid dat is toegesneden op een maatschappelijk verantwoorde ontwikkeling van de "ICT-maatschappij". In 1994 werd het "Actieplan Elektronische Snelwegen" vastgesteld. In juni 1999 is het actieplan in een breder kader geplaatst, sterk uitgebreid en geactualiseerd, in de vorm van de kabinetsnota "De Digitale Delta". Kernpunt van "De Digitale Delta" is, dat het benutten van de nieuwe mogelijkheden van de ICT essentieel is voor onze welvaart en ons welzijn. Met de nieuwe mogelijkheden die de ICT biedt, kan de marktsector haar concurrentiekracht versterken, kan de overheid haar dienstverlening aan burgers en bedrijven verbeteren en staan de burger nieuwe middelen ter beschikking voor communicatie en informatievergaring.
Eén van de pijlers van het ICT-beleid is de (tele)communicatie infrastructuur die immers de basis vormt voor alle informatieverkeer. De ambitie van het kabinet op dit punt is, dat Nederland een eerste klas, betaalbare, toegankelijke en betrouwbare communicatie infrastructuur heeft en houdt. Het kabinetsbeleid met betrekking tot de telecommunicatie-infrastructuren is vastgelegd in de kabinetsnota "Netwerken in de Delta" van april 2000. In deze nota is onder andere vastgelegd dat voor het plaatsen van antenne-installaties ten behoeve van de benodigde draadloze netwerken een nader conditionerend en faciliterend kabinetsbeleid zal worden uitgewerkt. Dit beleid, het Nationaal Antennebeleid, heeft tot doel ‘om binnen duidelijke kaders van volksgezondheid, leefmilieu en veiligheid het stimuleren en faciliteren van voldoende ruimte voor antenne-opstelpunten’.1 Een onderdeel van het Nationale Antennebeleid is de "Gedragslijn antennes op rijks objecten". Deze gedragslijn regelt de mogelijkheid om objecten in eigendom van de overheid in beginsel voor het opstellen van antenne-installaties beschikbaar te stellen.
1
LJN BR 5664
Page 12 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
8. Begrippenlijst GSM: Global System for Mobile communication (2G). Ook bekend onder de tweede generatie mobiele netwerken. LTE: Longterm Evolution (4G). De vierde generatie mobiele telecommunicatie systemen. Waar tijdens de ontwikkeling van dit systeem de nadruk op een mobiel datanetwerk lag, was in tegenstelling tot GSM spraak het uitgangspunt tijdens de ontwikkeling van deze standaard. 4G technologie heeft veel gelijkenissen met WiFi, de draadloze computernetwerken voor thuis en kantoorgebruik. 5G: De vijfde generatie mobiele telecommunicatie systemen.. hoge snelheid voor data
Page 13 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
9. Justificatie
Bijlage: het specifieke deel
Vodafone 16374 Someren – gemeente Someren Peelweg 8, 5712 SZ Someren kadastraal K 728 Ruimtelijke en radiotechnische onderbouwing
Zoekgebied 16374 Someren
Monet kaart 2024
Page 14 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Vodafone wenst haar installatie met site nummer 2584 in de hoogspanningsmast (HVP) (zie kaartje hierboven) te moderniseren. HVP masten zijn echter geen geschikte opstelpunt locaties meer zoals hieronder verder staat uitgelegd. Daarom is Vodafone genoodzaakt om een alternatief opstelpunt te ontwikkelen en dat is binnen dit zoekgezoek alleen mogelijk met een mastlocatie. Huidige dekking zonder site 2584 in de hoogspanningmast
Page 15 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Dekkingsplot bestaande situatie zonder S2584
Legenda plot:
Page 16 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Om de dekking en capaciteit te verbeteren in dit gebied wil Vodafone in de radiotechnisch aangegeven zoekgebied (rood “omlijnd” gebied) een nieuw opstelpunt realiseren. Zoekgebied nummer 16374. Alternatievenonderzoek Het middelpunt van de zoekcirkel is het radiotechnisch meest geschikte punt om een nieuw opstelpunt op te richten in relatie tot het zoekgebied en het bestaande netwerk er omheen. In de praktijk komt het eigenlijk nooit voor dat een opstelpunt daadwerkelijk op dit middelpunt gebouwd kan worden. Daarom wordt middels een zoekcirkel een gebied aangegeven waarbinnen het radiotechnisch nog mogelijk is om het zoekgebied op te lossen en het bestaande netwerk niet te storen. Immers indien opstelpunten te dicht op elkaar staan, gaan ze juist met elkaar storen. Dit heet interferentie, waarover eerder al is gesproken in deze onderbouwing Een nieuw opstelpunt moet daarom IN de cirkel staan. Vergunningsvrij op gebouwen en andere hogere objecten Vodafone zoekt in de zoekcirkel ter plaatse naar geschikte opties om een antenne opstelpunt te plaatsen. Allereerst wordt altijd gekeken naar vergunningsvrije mogelijkheden. Dit zijn antenne opstelpunten op bestaande gebouwen of andere hoge objecten, zoals bestaande telecommasten of C2000-masten of hoogspanningsmasten. In geval van gebruik van een reeds bestaande telecommast van een andere operator heet dit sitesharen.
De mast dient dan wel technisch constructief geschikt te zijn qua draagkracht. En radiotechnisch geschikt te zijn, d.w.z. hoog genoeg om antennes te laten stralen. Een bestaande telecom mast van 25 meter is te laag om op te sitesharen daar de antennes van de sharende operator dan onder de 20 meter uit zullen komen. De voorwaarde die bij vergunningsvrije opties gelden is dat de bestaande objecten IN de zoekcirkel liggen en een hoogte hebben van minimaal 20 meter. Voor gebouwen houdt dat in dat er minimaal 3 verdiepingen incl. liftopbouw of 4 verdiepingen moeten zijn. De antennes komen dan op het dak van een gebouw te staan. Deze minimale radiotechnisch benodigde hoogte van 20/25 meter c.q. 4 laags gebouwen is noodzakelijk omdat de gemiddelde boomgrens in Nederland is 18‐20 meter is en antennes stralen. Antennes zenden als een zaklamp horizontaal en alles wat het signaal onderweg tegenkomt blokkeert het signaal, vandaar dat het signaal in ieder geval boven de 20 meter uit dient te komen. Dit is in eerdere alinea’s van deze onderbouwing al uitgelegd. Helaas zijn er geen geschikte gebouwen gevonden in de zoekcirkel. Immers staan er geen hogere gebouwen in de zoekcirkel. Ook zijn er geen andere hogere bestaande objecten in de zoekcirkel. Siteshare mogelijkheden In de zoekcirkel zijn tevens geen bestaande telecommasten aanwezig waarop Vodafone kan sitesharen.
Hoogspanningsmasten zijn in het zoekgebied wel aanwezig. De huidige site 2584 hangt in de HVP ten oosten van het zoekgebied. De betreffende hoogspanningsmast is niet sterk genoeg om de noodzakelijke nieuwe antenne systemen te dragen. De nieuwe antennes zijn veel zwaarder dan de huidige en het is noodzakelijk om meer apparatuur in de mast zelf te plaatsen i.p.v. onder de mast op de grond.
Page 17 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Hoogspanningsmasten worden berekend met de nieuwste Eurocode normen. De nieuwe normen ((N)EN) zijn veel strenger waardoor er nauwelijks extra windlast kan worden toegevoegd. Daarnaast is de toegang tot de antennes in een hoogspanningsmast niet of nauwelijks mogelijk zonder dat de verbinding buiten werking wordt gesteld. Dit staat de netbeheerder slechts minimaal toe. Bij calamiteiten is dat in de huidige tijd van mobiele bereikbaarheid onacceptabel.
Uitsnede kaart monet met de antenne opstelpunten in dit deel van Someren
Nieuwe macro mast Een oplossing om het zoekgebied binnen de zoekcirkel in te vullen is zelf hoogte creëren. Dit gebeurt door een operator door het oprichten van een nieuwe mast. Vanuit het antenneconvenant en vaak ook vanuit beleid van gemeenten, provincies en/of andere overheden/bevoegde gezagen is een operator verplicht om in beginsel indien een nieuwe mast gebouwd zal moeten worden een dusdanige mast te bouwen die geschikt is om meerdere operators te herbergen met andere woorden die geschikt is voor sitesharing. De mast wordt dan dus gelet op de voorwaarden qua hoogte en sitesharing die eerder genoemd sowieso hoger dan 20 meter. Standaard telecom masten die gebouwd worden die geschikt zijn om de in Nederland op dit moment bestaande 3 operators te huisvesten zijn 39,9 meter. De hoogte van de standaard Vodafone mast is 39,9 meter. Deze standaard hoogte zorgt ervoor dat de mast geschikt is voor andere operators (sitesharing). Zodat in een zoekgebied slechts 1 nieuw opstelpunt gebouwd wordt ipv meerdere lagere. Indien een lagere mast geplaatst zou worden, alleen voor Vodafone zou de mast dus een hoogte van minimaal 25 meter krijgen en kan er geen andere operator meer bij wat kan betekenen dat als zich een andere operator zou melden om de dekking daar tevens de verbeteren een tweede mast in dat gebied noodzakelijk is.
Page 18 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
De hoogte van de mast wordt naast de mogelijkheid tot sitesharing door andere operators onder andere ook bepaald door de hoogte van de omgeving. Indien de omgeving erg vlak is dan zou de mast misschien lager kunnen maar indien er hoge objecten omheen staan dan is er meer hoogte nodig om zo goed mogelijk over de hoge objecten te komen met het signaal. Bij hoge objecten moet er ook gedacht worden aan bijvoorbeeld duinen of heuvels, waar hiervan sprake is. Indien er heel veel bos om de locatie staat of in het zoekgebied is ook voldoende hoogte nodig om het signaal over het bos heen te laten komen, de minimale boomhoogte van 18/20 meter waarover eerder gesproken. Blad aan de bomen houdt immers het signaal ook tegen. Over het algemeen is het netwerk in de zomer ook een fractie slechter daardoor dan in de winter wanneer er geen blad aan de bomen zitten. Deze mast van 39,9 meter is tevens geschikt voor meerdere operators. Om een eigen mastlocatie op te richten is voldoende oppervlakte nodig. Voor een vakwerkmast is 10 bij 10 meter nodig. Ook moet de locatie bereikbaar zijn voor groot materieel tijdens de bouw en voor onderhoud met bestelbusjes naderhand. Er dient stroom in de buurt te liggen. Er wordt gekeken naar locaties waar zo min of helemaal niet gekapt of gesnoeid hoeft te worden.
Tevens kan bestaand groen goed voor inpassing cq camouflage van de mast zorgen in een omgeving dus ook daar wordt naar gekeken in de zoektocht. Ook wordt gekeken om aan te sluiten bij bestaande infrastructuur, bestaande bebouwing hogere elementen bijvoobeeld lichtmasten of viaducten.
De zoektocht naar een mastlocatie:
Page 19 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Vanuit de fysieke zoektocht door de verwerver van Vodafone in het gebied zijn een aantal opties zoals hierboven afgebeeld op google gevonden. Deze opties zijn ook radiotechnisch als geschikt beoordeeld. Vooroverleg gemeente Someren In 2021 is een principe verzoek ingediend bij de gemeente voor optie C – Peelweg 11 – achter het agrarisch bedrijf: afgevallen vanwege negatief advies op het vooroverleg met de gemeente Someren. Zie bijgevoegd schrijven van de gemeente d.d. 4 augustus 2021.
Dit advies gaf aan dat er geen mogelijkheden zijn ten oosten van de HVP-lijn of dichtbij de HVP-lijn ten Westen ervan met het oog op de uitgangspunten van de gemeente voor ruimtelijke kwaliteit in buitengebied. Vodafone is verder op zoek gegaan naar een geschikte mastlocatie met het advies van de gemeente in de hand. Daarbij zijn de eerdere opties opnieuw benaderd:
Optie A – Gezandebaan 30A. Afgevallen door hierboven genoemd negatief advies vooroverleg, Optie B – Gezandebaan 24. Afgevallen door hierboven genoemd negatief advies vooroverleg, Optie C – Peelweg 11. Afgevallen door hierboven genoemd negatief advies vooroverleg, Optie D – Peelweg 8 aan de zijde van het Stevensvaartje. Gemeente adviseert positief in vooroverleg. Zie schrijven gemeente d.d. 11 november 2021, Optie E – Gezandebaan 5A. Niet verder onderzocht omdat een mast hier in volle zichtlijnen staat in de aanrijroute naar bewoning en dicht bij woningen. In eerste instantie is dus optie C in vooroverleg aan de gemeente voorgelegd. Maar door het negatieve advies van de gemeente is Vodafone uitgeweken naar optie D (achterop het terrein van de Peelweg 8 te Someren). De eigenaar van dit terrein is bereid
Page 20 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
medewerking te verlenen. De gemeente heeft op 11 november 2021 positief geadviseerd op deze locatie:
Page 21 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Begin 2024 is de locatie achter de Peelweg 8 (tegen het Stevensweertje), optie D, weer door de gemeente besproken nadat alle alternatieven niet mogelijk zijn gebleken. Besloten is door de gemeente om het positieve advies d.d. 11 november 2021 te handhaven. Er wordt voldaan aan de in het advies gestelde voorwaarden: - Er is een dialoog gevoerd en de uitkomst vormt via het verslag onderdeel van de aanvraag, - Er wordt een houtige onder begroeiing aangebracht om de mastlocatie die bestaat uit inheemse soorten, - De reeds verplichte landschappelijke inpassing aan de Peelweg 8 komt niet onder druk te staan omdat de mast daar geen verandering in teweeg brengt, - De noodzaak voor deze nieuwe mast is in deze onderbouwing beschreven. Daarom heeft Vodafone besloten toch de aanvraag omgevingsvergunning in te dienen voor deze locatie. Er wordt op deze locatie “binnen” het zoekgebied zo dicht mogelijk aangesloten bij bestaande infrastructuur als de N-weg en het kanaal. Dit conform aangeven beleid en advies van de gemeente. Er staan bomen op de achtergrond die van belang zijn voor de gewenste landschappelijke inpassing. De afstand tot de woningen is in ieder geval 145 meter omdat de mast gesitueerd staat aan de kant van het Stevensvaartje.
Mast locatie Optie D Kadastraal Optie D
Page 22 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Foto’s van de beoogde locatie.
Page 23 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Page 24 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Voorbeeld tekening vakwerkmast
Page 25 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Voorbeeld foto vakwerkmast
Inpassingsmogelijkheden op het perceel Indien gewenst kan Vodafone op het perceel op straatniveau de opstelling inpassen in de omgeving door de kasten en het hekwerk RAL groen te spuiten. Ook kan er om het hekwerk beplanting worden aangeplant. Vodafone zal door middel van de aanplant van “houtige onder beplanting bestaande uit inheemse soorten” tegemoetkomen aan de landschappelijke inpassingseisen vanuit welstand van de gemeente.
Page 26 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Vodafone zal (in overleg met de gemeente) wanneer de bouw daadwerkelijk zal mogen starten bepalen welke inheemse soorten gepland zullen worden en in welke hoeveelheid en soort/maat. Een vakwerkmast is standaard staal verzinkt grijs. Die masten worden niet gespoten omdat dat gezien de hoogte en het open karakter alleen maar meer zal opvallen in een omgeving.
Page 27 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Toekomstige dekking Indien de mast wordt gerealiseerd op het betreffende punt dan zal de dekking er namens Vodafone zo uit gaan zien:
Page 28 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Dekkingsplot – simulatie situatie na bouw nieuwe vakwerkmast S16374.
Conclusie radio en technische onderbouwing
Page 29 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Om aan de eisen van dekking, kwaliteit en capaciteit te voldoen die door de overheid zijn gesteld en tevens voldoende dekking naar hun klanten te kunnen garanderen maar ook zeker vanuit het veiligheidsaspect (hulpdiensten, calamiteiten e.t.c.) heeft Vodafone sterk behoefte aan een nieuw opstelpunt in het besproken gebied daar de huidige locatie niet meer voldoet. Een nieuwe mast op het perceel aan het Stevensvaartje is de meest geschikte keuze. Mocht dit opstelpunt gerealiseerd worden dan zal de dekking in het beschreven gebied naar het gewenste niveau gebracht worden. ONDERBOUWING EFTAL, Buitenplanse afwijking Omgevingsplan (BOPA) Beleidsmatige toets Op Europees, nationaal en provinciaal niveau zijn er wetten, regels en verdragen die van toepassing kunnen zijn bij de plaatsing van een antenne-installatie voor mobiele communicatie. - Europese kaders De Europese Unie (EU) bepaalt voor een belangrijk deel de telecommunicatieregelgeving in de Europese lidstaten. De Nederlandse telecommunicatieregelgeving, waarvan de Telecommunicatiewet de belangrijkste is, is grotendeels gebaseerd op Europese richtlijnen. De afbakening en voorwaarden staan in de Telecommunicatiewet. -
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) omvat de langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet individueel, maar in samenhang plaatsvinden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling landelijk gebied. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Voor de mastlocatie zijn prioriteit 2 en 3 van toepassing:
Page 30 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Prioriteit 2 Duurzaam economisch groeipotentieel Per prioriteit heeft het rijk verschillende beleidskeuzes gemaakt. Voor de geplande activiteit is Beleidskeuze 2.6. “In samenwerking met de andere overheden, de netbeheerders en het bedrijfsleven zet het Rijk ten behoeve van de digitalisering van de economie in op de uitrol van nieuwe netwerken en selectieve groei van datacenters” relevant. De ontwikkeling en het goed functioneren van mobiele netwerken vormt een speerpunt van de beleidskeuze. De geplande activiteit – de ontwikkeling van een nieuwe antennemast – draagt bij aan de ontwikkeling en het goed functioneren van het mobiele netwerk. Prioriteit 3 Sterke en gezonde steden en regio’s Voor de geplande activiteit is Beleidskeuze 3.4 “Voor de bestaande bebouwing zetten we in op een integratie van stedelijke ontwikkeling en beheer om te komen tot een efficiënte aanpak van de vele opgaven daar relevant. Digitalisering en innovatie kunnen oplossingen bieden voor de verschillende opgaven voor de fysieke leefomgeving waarvoor steden en regio’s zich gesteld zien. Tegelijkertijd bieden digitale technologieën ook daarbuiten kansen voor steden en regio’s die indirect ook doorwerking hebben naar de fysieke leefomgeving.
Digitalisering en ICT hebben invloed op (het gebruik van) de fysieke leefomgeving, doordat bepaalde activiteiten digitaal overal kunnen worden uitgevoerd, denk bijvoorbeeld aan thuiswerken en online winkelen. De fysieke leefomgeving kan daarmee sneller van functie van veranderen, en wordt dus meer flexibel ingezet. Daarnaast vergt de digitale infrastructuur (bijvoorbeeld zendmasten) ook in het stedelijk gebied fysieke ruimte. De geplande activiteit – namelijk de plaatsing van een zendmast – draagt bij aan digitalisering en daarmee verbetering van de fysieke leefomgeving en daarmee als relevant wordt geacht voor het vergen van fysieke ruimte.
Nationaal Antennebeleid Sinds de uitrol van het 3G-netwerk is er een landelijk antennebeleid dat zorgvuldige plaatsing van antennes mogelijk maakt. Het doel van dit Nationaal Antennebeleid is het binnen duidelijke kaders van volksgezondheid, leefmilieu en veiligheid stimuleren en faciliteren van voldoende ruimte voor antenne-opstelpunten. De beleidspunten zijn verankerd in wetgeving en het Antenneconvenant. Telecommunicatiewet De Telecommunicatiewet regelt onder andere de uitgifte van frequenties en telefoonnummers, de sectorspecifieke mededinging, bescherming van de consument, veiligheid, gedeeld en medegebruik van infrastructuur, blootstellingslimieten, het Antenneregister en het toezicht op deze thema’s. De uitgifte van frequenties, gedeeld en medegebruik en de blootstellingslimieten zijn vooral relevant in het licht van gemeentelijk antennebeleid. Licentie verplichting vanuit rijksoverheid (dekkings- en snelheidseis) Vodafone heeft in de in juli 2020 door de rijksoverheid gehouden licentieveiling voor frequenties tbv mobiele telecommunicatie een deel van de 700 MHz band gekocht. Aan deze verkregen frequentievergunning is door de rijksoverheid een dekkingsverplichting verbonden bij de licentie veiling.
De dekkingsverplichting houdt dat twee jaar na vergunningverlening (uiterlijk juli 2022) 98% van de oppervlakte van elke Nederlandse gemeente moet zijn voorzien van dekking met uitzondering van Natura 2000 gebieden, buitenwateren en een gebied rondom de radioastronomielocatie in Westerbork. Deze dekking moet vanaf dat moment overal binnen het gedefinieerde gebied een minimale snelheid van 8 Mbps (minimale data snelheid van 8 Mbps vanaf 28 Juni 2022, 10 Mbps
Page 31 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
vanaf 28 June 2026 (deze vereisten zijn geldig t/m 1 Januari 2030)) met een grote mate van waarschijnlijkheid mogelijk maken voor een gebruiker die zich buitenhuis bevindt. Daarnaast dient het mobiele netwerk beschikbaar te zijn met een hele hoge waarschijnlijkheid. Het ministerie wenst een waarschijnlijkheid van 90% dat de data snelheid daadwerkelijk aanwezig is voor iedere individuele gebruiker. De verplichting komt voort uit de politieke wens, vanuit het Actieplan digitale connectiviteit, dat er (outdoor) dekking mobiele telecommunicatie mogelijk dient te zijn “altijd en overal”, ook in de niet rendabele gebieden. Vodafone heeft in haar netwerk de gebieden in kaart gebracht waar uitbreiding voor deze dekkingsverplichting noodzakelijk is. Aan de licentie verplichting is een strikte termijn gebonden, juli 2022. Deze termijn is al verstreken. De verplichting is ingegaan. Het RDI kan gaan handhaven. Een efficiënt handelen vanuit operator en vanuit de gemeente is noodzakelijk. Immers betreft het oprichten en behouden van een goed dekkend netwerk tevens een maatschappelijk en gezamenlijk belang, waarover hier verderop in deze onderbouwing meer wordt geschreven. Aan de verplichting zijn strenge sancties verbonden door de rijksoverheid.
Niet naleving van de verplichting kan tot ernstige negatieve publiciteit en reputatieschade leiden voor zowel de operator als ook de gemeente, zeker in die gemeenten waar al enige tijd klachten over de bereikbaarheid en de dekking bekend zijn vanuit inwoners of dmv raadsvragen daaromtrent. Het RDI is de toezicht- en handhavingsautoriteit en kan aanslaan op basis van eigen waarnemingen, maar ook op signalen van burgers en andere concurrent telecom operators. Het Toezichts- en handhavingstraject op het naleven van de dekkings- en snelheidsverplichtingen in de 700 MHz vergunningen is kort samengevat: • • •
• • •
RDI geeft prioriteit aan controles op het naleven van deze dekkingsplicht. Niet naleving wordt als ernstige overtreding gekwalificeerd. RDI voert controlemetingen uit. Bij niet voldoen wordt opnieuw gemeten. Voor gemeentes waar het echt niet lukt om aan de dekkingsplicht te voldoen vanwege het niet krijgen van vergunningen kan met een beroep op overmacht een verzoek tot opschorting van verplichtingen van max. een jaar worden gedaan. Dit kan enkel worden gehonoreerd als is aangetoond dat de operator (en ook de gemeente) alles heeft gedaan wat in haar macht ligt om aan de verplichting te voldoen. Als blijkt dat de vergunninghouder na her-controlemetingen opnieuw niet voldoet in een gemeente, start RDI een sanctietraject. Als er geen verbetering is kan RDI een Last onder Dwangsom (LOD) opleggen. Indien de LOD na 24 maanden niet de gewenste naleving heeft opgeleverd, kan de vergunning worden ingetrokken.
Veiling 2024 3,5 GHz band: Het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken heeft de veiling van het middenbandspectrum (3450-3750 MHz) voltooid eind juni/begin juli 2024. De landelijke vergunningen zijn geldig vanaf 1 augustus 2024 tot en met 31-12-2040. Nederland is het Page 32 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
laatste Europese land dat dit spectrum veilt. Dit is veroorzaakt door het lange proces van het uitfaseren van gevestigde gebruikers (satelliet) en door een sterke lobby van bedrijven met vereisten voor lokale licenties. Er geldt een spectrumlimiet van 40% van al het beschikbare mobiele spectrum voor elke bieder, en maximaal 40% van het spectrum 3450-3750 MHz. Afhankelijk van de hoeveelheid spectrum gelden gebruiksverplichtingen: per 10 MHz moet na 2 jaar een gebied van 54 km2 en na 5 jaar 536 km2 met de nieuwe frequenties worden bediend. Dit is een vrij licht vereiste om ervoor te zorgen dat operators het “gebruiken of verliezen” tov de licentieplicht die geldt sinds de veiling in 2020. https://www.rdi.nl/actueel/nieuws/2024/07/01/kpn-odido-en-vodafoneziggo-verwervenfrequenties-via-5g-veiling
Zwaarwegend maatschappelijk belang Mobiele telecommunicatie is een zwaarwegend maatschappelijk belang. Mobiele dekking is niet alleen het kunnen bellen en berichten sturen via de mobiele telefoon. Er zijn tal van maatschappelijke doeleinden, waardoor het mobiel bereikbaar zijn en de mobiele dekking niet meer uit de maatschappij te denken is. In de bijlagen bij deze aanvraag zijn een aantal folders opgenomen waaruit een aantal maatschappelijke doeleinden blijken. Een enkele licht Vodafone extra toe. Het mobiele netwerk is van essentieel belang voor de hulpdiensten. De hulpdiensten maken gebruik van het mobiele netwerk tijdens hun reguliere werk (naast portofoon verkeer). Enkele voorbeelden zijn de diverse digitale toepassingen, bekeuringen uitschrijven via telefoon/mobiel apparaat, cameratoezicht op helmen van fiets en motor politie, ambulances met digitale dataverbinding om informatie over met name kritieke slachtoffers en patiënten op ongeval locatie en onderweg al met het ziekenhuis te delen (tijd kan levensreddend zijn). Ook tijdens calamiteiten gebruiken de hulpdiensten het mobiele netwerk. Tijdens calamiteiten is communicatie via het mobiele netwerk van meer belang dan het portofoon verkeer. Dit kan geverifieerd worden bij het Antennebureau. En met name daarvoor is een goed dekkend netwerk overal in Nederland van essentieel belang.
Dus ook in natuur en buitengebieden en gebieden waar minder mensen wonen, maar waar wel gerecreëerd wordt of door heen gereden wordt. Andere voorbeelden van maatschappelijke toepassingen middels het mobiele netwerk zijn te vinden in de thuiszorg wereld, bijvoorbeeld medewerkers, die digitaal makkelijker en sneller kunnen werken bij hun patiënten, digitale medicijn alerts waardoor patiënten langer thuis kunnen blijven wonen zelfstandig, amber alert en het alarmsysteem van de overheid (de BIZA masten worden immers uit gefaseerd binnen enkele jaren) en de overheid zal dan puur en alleen in noodsituaties via het mobiele netwerk communiceren (naast radio, welke tegenwoordig ook digitaal is, DSB plus radio)). Verder is van belang te vermelden dat de veiligheidsregio’s in Nederland klant zijn bij Vodafone en dus in hun werk en taken gebruik maken van het netwerk van Vodafone. Er zijn voorbeelden van lagere overheden, met name Provincies die juist in beschermde gebieden ruimte bieden aan opstelpunten voor mobiele telecommunicatie, juist om die gebieden te beschermen.
Page 33 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
Een voorbeeld is Noord-Brabant met de taskforce natuurbranden n.a.v. de vele natuurbranden op de hei en in de bosgebieden in de provincie. Een ander voorbeeld is Schoorl, Noord-Holland, de branden in het beschermde duingebied van de gemeente Bergen, waar de brand vroegtijdig werd opgemerkt door een wandelaar maar deze vervolgens een paar 100 meter heeft moeten rennen voor hij met zijn mobiel 112 kon bellen omdat er geen dekking was waardoor de brand veel erger is geworden dan had gehoeven en er veel natuur verloren is gegaan. Ook verwijst Vodafone naar een groot programma van Vodafone waar Vodafone op de stranden van Zeeland, gemeente Veere, Vlissingen en Noord‐Beveland 60 small cell masten heeft gebouwd om dekking op de stranden te genereren. De provincie Zeeland heeft daarin aangegeven dat er geen nadere onderzoeken of vergunning nodig waren ondanks de beschermde natuurstatus van de duinen en de stranden daar het maatschappelijk belang van dekking op de stranden mede uit oogpunt veiligheid van de strandbezoekers en toeristen voor gaat op de natuurbelangen.
Ook de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) heeft een afdeling “ Telekwetsbaarheid” welke zich bezig houdt met de gebieden waar de dekking met het oog op de maatschappij en de afhankelijkheid van een goed dekkend mobiel netwerk daarin, verbeterd dient te worden. In samenwerking met Monet is met het RDI een handreiking opgemaakt waarin het gehele proces is beschreven hoe te handelen wanneer er klachten zijn over de mobiele bereikbaarheid (vanuit de gemeente dan wel vanuit de operators) en hoe deze op te kunnen lossen gezamenlijk met het oog op de gezamenlijke maatschappelijke zorg voor een goede mobiele dekking. De minister gaf eerder al aan dat mobiele communicatie een basisbehoefte is: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2016/12/07/draadlozecommunicatie basisbehoefte-voor-elke-nederlander De rijksoverheid heeft haar standpunt en visie over het maatschappelijk belang en de noodzaak van een goede digitale connectiviteit en het meewerken van lagere overheden daaraan heel recent laten vastleggen in meerdere documenten. Zie bijvoorbeeld: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/04/11/antennes-5g-enwelstand https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/05/07/impactanalyse-antenneen-vergunningen-beleid-irt-uitrol-5g Het rijk geeft daarmee aan dat zij als rijksoverheid de mobiele telecommunicatie als basisbehoefte ziet. Een nutsvoorziening.
Iets wat overal dus hetzelfde en toegankelijk dient te zijn zodat iedereen in Nederland er gebruik van kan maken. Dit is neergelegd in het Actieplan Digitale Connectiviteit. In de laatste frequentieveiling van juli 2020, is vanuit de rijksoverheid in lijn met het nationaal Actieplan Digitale Connectiviteit een dekkingseis verbonden aan de 700 band voor operators om 98% van een gemeenteoppervlak te voorzien van goede dekking. Dit betekent dat gemeenten met veel buitengebied waar tot nu toe geen opstelpunten werden toegestaan of slechts in uitzonderlijke gevallen te maken kunnen gaan krijgen met verzoeken
Page 34 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
om juist in die buitengebieden opstelpunten te mogen plaatsen omdat operators aan de vereisten van de rijksoverheid dienen te voldoen.
Site-sharing Telecom- en radio-operators en beheerders van telecominfra moeten over en weer infrastructuur delen na een onderling redelijk verzoek (site-sharing). De gemeente heeft hierin geen formele rol, maar kan zich hierover laten informeren in het plaatsingsplangesprek. Site-sharing houdt in dat operators of mastbeheerders zowel technisch, constructief, financieel als juridisch het delen van een bouwwerk voor antenneplaatsing met elkaar afstemmen. Het gaat vaak om een vrijstaande zendmast. Een masteigenaar zal het medegebruik in het algemeen slechts kunnen weigeren wanneer dit op technische bezwaren stuit, zoals storing van de gebruikte frequenties, beschikbare ruimte of draagkracht van de installatie. Deze regel slaat niet op private eigenaren van opstelpunten zoals een woningbouwvereniging. Zij bepalen zelf hoeveel ‘huurders’ zij toestaan op hun dak (Tw, art. 5a.3). Antenneregister Via www.antenneregister.nl zijn de locaties zichtbaar van antennes voor mobiele communicatie binnen de gemeente, van zowel omgevingsvergunningplichtige als omgevingsvergunningvrije antenne-installaties.
In het antenneregister staan de vast opgestelde antenne-installaties met een zendvermogen groter dan 10 decibelwatt Effective Radiated Power (ERP) en antennes op een vaste locatie met minder zendvermogen als ze deel uitmaken van een netwerk waarvan meer dan 50% van de antenne-installaties met meer dan 10 dBW uitzendt. Small cells die worden geplaatst conform EU verordening 2020/1070 worden door de antenne-eigenaar aangemeld in het register. Verder staan onder andere de antennes van radiozendamateurs en omroepzenders in het Antenneregister. C2000-antennes zijn om veiligheidsredenen niet opgenomen in het register. Daarnaast staan de EMV-metingen van Agentschap Telecom in het Antenneregister. Blootstellingslimieten - Bescherming volksgezondheid De Nederlandse Gezondheidsraad en Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geven aan dat negatieve gezondheidseffecten door elektromagnetische velden van antennes en zendmasten niet zijn aangetoond. Voorwaarde is dat de blootstellinglimieten niet worden overschreden. Deze limieten zijn opgesteld door een onafhankelijke groep internationale wetenschappers, de Internationale Commissie voor Bescherming tegen Niet-Ioniserende Straling (ICNIRP). Nederland hanteert deze ICNIRP-limieten, zoals ook aanbevolen door de Nederlandse Gezondheidsraad en de Europese Unie. In 2020 heeft de ICNIRP de blootstellingslimieten geactualiseerd.
De blootstellingslimieten van ICNIRP 2020 worden vastgelegd in nationale regelgeving (Frequentiebesluit 2013). De limieten bevatten uit voorzorg een ruime veiligheidsmarge om ook rekening te houden met kinderen en mensen met een zwakke gezondheid. De blootstellingslimieten gelden voor alle bronnen van elektromagnetische velden waaronder Wifi, radio-omroep, C2000 en alle
Page 35 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
generaties mobiele communicatie (2G/3G/4G/5G). De totale hoeveelheid elektromagnetische straling moet altijd onder de limieten blijven. De rijksoverheid blijft de nieuwste wetenschappelijke resultaten volgen op het gebied van antennes en elektromagnetische straling. Mocht wetenschappelijk onderzoek daartoe aanleiding geven, dan zal de rijksoverheid passende maatregelen treffen. Het Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid biedt informatie over EMV en gezondheid en duidt relevant wetenschappelijk onderzoek. Gezondheid Rijksstandpunt en blootstellingslimieten Het voorziene opstelpunt en de gebruikte apparatuur van Vodafone voldoen aan de daaraan gestelde normen, waaronder de door de rijksoverheid gehanteerde aanbevelingen en limieten van de International Commission on Non‐Ionizing Radiaton Protection (ICNIRP). In deze normen is reeds het voorzorgsprincipe en de zorg voor zwakkeren in de samenleving (ouderen, zieken, jonge kinderen) verdisconteerd. De Omgevingswet biedt gemeentes mogelijkheden om te toetsen op het onderdeel gezondheid. Voor zendmasten en antennes voor mobiele communicatie wordt dit echter landelijk geregeld door de vastlegging van blootstellingslimieten in de Telecommunicatiewet (prognose medio 2025). Deze limieten zorgen ervoor dat antennes veilig te gebruiken zijn.
Nergens in Nederland mogen mensen op publiek toegankelijke plaatsen worden blootgesteld aan een hogere elektromagnetische veldsterkte (in de volksmond: straling) van antennes dan wordt voorgeschreven in de Europees aanbevolen ICNIRPblootstellingslimieten die Nederland hanteert, ongeacht het aantal antennes en de daarbij gebruikte technieken. Uit metingen van toezichthouder RDI blijkt dat de optelsom van alle elektromagnetische velden in Nederland in de meeste gevallen ongeveer een factor 10 onder de ICNIRP-blootstellingslimieten ligt Het RDI controleert steeksproefgewijs of de mobiele operators en de andere toepassingen (radio en televisie) voldoen aan deze opgestelde blootstellingslimieten. Deze resultaten worden 3‐maandelijks gepubliceerd op www.antennebureau.nl Daar zijn dus ook voorbeelden van metingen in of rondom deze gemeente te vinden. Deze metingen geven het bewijs dat voldaan wordt aan de limieten. Daarnaast is de veldsterkte van een antenne opstelpunt kleiner dan de veldsterkte veroorzaakt door andere toepassingen, zoals radio, televisie, dect telefonie en draadloos internet, in een omgeving. De landelijke overheid heeft al geruime tijd een standpunt ingenomen. Dit standpunt van de landelijke overheid is genoegzaam onderbouwd en zorgvuldig tot stand gekomen. Sterker nog, het heeft geleid tot de verstrekking en instandhouding van diverse zendmachtigingen.
Het standpunt is in concreto gebaseerd op en sluit aan bij de onderzoeken van de Nationale Gezondheidsraad. Uit deze onderzoeken en afwegingen komt naar voren dat voor antenne‐installaties niet is gebleken van gezondheidsrisico’s, zeker niet wanneer de aangehaalde normstellingen niet worden overschreden. Deze onderzoeken en de conclusies van de gezondheidsraad zijn te vinden op o.a. www.kennisplatform.nl of www.antennebureau.nl. Het kennisplatform helpt o.a. bij de duiding van de uitkomsten van dezeonderzoeken. De deelnemende partijen in het Kennisplatform zijn: het RIVM, TNO,
Page 36 of 63
COMPANY CONFIDENTIAL C2 VodafoneZiggo Internal
KEMA, de GGD’en (ook GGD midden Brabant), RDI en ZonMw. Het doel van het platform is om burgers en werknemers te helpen wetenschappelijk onderzoek over elektromagnetische velden en gezondheid te begrijpen en op waarde te schatten. Een onderzoek moet namelijk om betrouwbaar te zijn voldoen aan criteria: 1) Reproduceerbaar 2)Gepubliceerd in een (vooraanstaand) wetenschappelijk tijdschrift 3) Volgens gangbare methoden uitgevoerd (wetenschappelijke standaarden). Pas dan is er sprake van een gedegen wetenschappelijk onderzoek en is de uitkomst betrouwbaar. Dit geldt zowel voor onderzoeken naar de korte termijn effecten als onderzoeken naar de lange termijn effecten. In totaal zijn er reeds meer dan 25.000 onderzoeken uitgevoerd sinds 1980. Er blijven onderzoeken komen en het Kennisplatform blijft over deze onderzoeken infomeren en deze onderzoeken duiden. Tot nu toe is gebleken dat de onderzoeken, die menen dat er wel schadelijke gevolgen zijn voor de gezondheid, geen gedegen onderzoeken zijn gebleken en dus niet betrouwbaar zijn. De uitkomst is dat er geen relatie is tussen antenne installaties en gezondheidsklachten. Ook het 5G-netwerk moet net als de huidige mobiele netwerken (2G, 3G en 4G) voldoen aan internationale blootstellingslimieten voor elektromagnetische velden.