Bijlage 1b ruimtelijke motivatie (geanonimiseerd)
Tekst van het document
slaapverstoring.
Bronmaatregelen zijn niet mogelijk/ gewenst , omdat de Albert Heijn met eigen transporteurs en vaste eigen winkelwagens werkt. Overdrachtsmaatregelen zijn gezien de korte afstand en logistieke indeling van het terrein niet mogelijk. Maatregelen bij de ontvanger zijn daarentegen wel mogelijk. Als maatregel bij de ontvanger zou een gevelwering onderzoek uitgevoerd kunnen worden. Hiermee kunnen de bouwkundige voorzieningen worden vastgesteld , waarbij wordt aangetoond dat aan het maximaal toelaatbaar binnenniveau van 33 dB wordt voldaan. Gesteld kan worden dat door de toepassing aanvullende gevelwering , er een acceptabel woon- en verblijfklimaat gerealiseerd kan worden binnen de gewenste woningen. Om bovenstaande redenen wordt gesteld dat de verhoogde geluidniveaus geen knelpunt vormen voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Een acceptabel woon- en verblijfklimaat kan worden gegarandeerd. De gemeente kan via stap 3 van de VNG brochure de overschrijdingen op de gevel toestaan , er kan worden aangetoond dat een acceptabel woon- en verblijfsklimaat geborgd wordt. Maximaal geluidniveau Uit de berekeningsresultaten van het maximaal geluidniveau (LAmax) blijkt dat de hoogste geluidbelasting , inclusief voertuigbewegingen t. b. v.
laden/lossen en laad en losactiviteiten in de dagperiode optreedt bij de zuidgevel van de zuidelijke appartementen (rekenpunt 01) en een waarde heeft van 78 ter plaatse van de begane grond en 1e verdieping en 77 dB(A) ter plaatse van de 2e verdieping. Echter toetsing aan de maximale geluidniveaus LAmax is niet van toepassing op voertuigbewegingen t. b. v. laden/lossen en laad en losactiviteiten in de dagperiode. De hoogste maximale geluidsbelasting , exclusief voertuigbewegingen t. b. v. laden/lossen en laad en losactiviteiten in de dagperiode treedt op bij de noordgevel van de noordelijke appartementen (rekenpunt 05) en een waarde heeft van 65 ter plaatse van zowel de 1e als 2e verdieping. Verder blijkt dat de hoogste maximale geluidsbelasting in de avondperiode optreedt bij de noordgevel van de noordelijke appartementen (rekenpunt 05) en een waarde heeft van 65 ter plaatse van zowel de 1e als 2e verdieping. Er wordt voldaan aan de toetswaarden volgens de Bruidsschat. Er is sprake van een acceptabel leefklimaat en ook van ETFAL.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 33 van 62 31 oktober 2025
Maatwerkvoorschriften Bruidsschat De volgende maatwerkvoorschriften , ten aanzien van geluid , zijn noodzakelijk om Albert Heijn supermarkt niet te belemmeren in de bedrijfsvoering: • Verhoogd geluidniveau LArLT is toegestaan ter plaatse van de nieuwe appartementen aan de noord, en zuidzijde van het plan. Deze verhoogde waarden zijn aan de noordzijde 55 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van de 1e verdieping en 54 dB(A) ter plaatse van de 2e verdieping. En de verhoogde waarden aan de zuidzijde zijn 54 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van de begane grond en 53 dB(A) ter plaatse van de 1e en 2e verdieping. E. e. a. conform tabel 5-a van het onderzoeksrapport. Gezamenlijk geluid Het gezamenlijk geluid is bepaald door de geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeerslawaai samen met het industrielawaai (supermark) te berekenen. Geconcludeerd kan worden dat het gezamenlijk geluid maximaal is ter plaatse van de zuidgevel van het zuidelijke appartementenblok. De berekende waarde is maximaal 59 dB ter plaatse van zowel de begane grond als de verdiepingen. Ten aanzien van het gezamenlijk geluid zou de minimale geluidwering 26 dB moeten bedragen voor het
zuidelijk appartementenblok. Voor het noordelijk appartementenblok zou de minimale geluidwering 20 dB moeten bedragen.
Gecumuleerd geluid Omdat er op diverse locaties overschrijdingen van de standaardwaarde aanwezig zijn , zal als onderdeel van de aanvullende eisen het gecumuleerde geluidsniveau moeten worden bepaald en beoordeeld. Bij gecumuleerd geluid in de Omgevingswet gaat het om de beoordeling van aanvaardbaarheid. Het gecumuleerde geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk , opgeteld met correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. De berekende gecumuleerde waarden laten zien dat er ter plaatse van de appartementen aan de buitenzijde van het plan een matige milieukwaliteit (56 - 60 dB) aanwezig is. En ter plaatse van de binnentuin-zijde is een goede milieukwaliteit aanwezig. De aanvaarbaarheid dient integraal beoordeeld te worden , waarbij aspecten
als hinder , gezondheid , woningbouw , economie en mobiliteit kunnen worden betrokken. Er dient te worden aangetoond met een gevelweringsonderzoek , dat voldaan wordt aan de gewenste binnenwaarde. Hierdoor kan worden gesteld dat er sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat uit oogpunt van geluid binnen de appartementen.
Gevelwering per appartement Door middel van een nader gevelweringsonderzoek dient bepaald worden welke bouwkundige voorzieningen exact nodig zijn. Hiervoor dient gekeken te worden naar de gezamenlijke geluidbelastingen. Er dient aangetoond te worden dat wordt voldaan aan een binnenwaarde van maximaal 33 dB.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 34 van 62 31 oktober 2025
Voor de 6 appartementen in het zuidelijk appartementenblok zou de minimale geluidwering 26 dB moeten
bedragen. Voor de 4 appartementen in het noordelijk appartementenblok zou de minimale geluidwering 20 dB moeten
bedragen. De gevelwering is navolgend toelicht.
Gevelwering Door Embridge is een akoestisch onderzoek naar de gevelwering uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 11. Navolgend worden de belangrijkste conclusies en adviezen toegelicht. Uit de berekeningsresultaten blijkt , dat de situatie binnen de woningen als aanvaardbaar beschouwd kan worden. Dit aangezien met de geadviseerde bouwkundige opzet van het gebouw de binnenniveau-norm van 33 dB (conform artikel 4. 103 Bbl) nergens wordt overschreden.
de uitgangspunten en geluidwerende voorzieningen benoemd in hoofdstuk 5 van onderzoeksrapport wordt aan de eisen met betrekking tot de geluidwering van de gevels voldaan. Met
het
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor onderhavig project.
6. 4
Omgevingsveiligheid
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het aspect externe veiligheid geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en in de instructieregels voor gemeenten en provincies. Het aspect externe veiligheid ziet op het geldende beleid ten aanzien van het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval door activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het aspect externe veiligheid wordt hoofdzakelijk in het Bkl geregeld in hoofdstuk 5. Hierin is onder andere bepaald dat ieder omgevingsplan rampen voorkomt , beperkt en bestrijdt. Daarnaast moet het
omgevingsplan rekening houden met het belang van de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de bereikbaarheid voor hulpverlening. Risicokaart Het aspect externe veiligheid is voor deze ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de provinciale risicokaart. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. De locatie is aangeduid met een blauwe pijl.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 35 van 62 31 oktober 2025
Afbeelding: Uitsnede Risicokaart (bron: risicokaart. nl) Risicobronnen Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicobronnen in de nabijheid van de projectlocatie zijn gelegen met een invloedssfeer die reikt binnen de projectlocatie. Het project is ook geen risicobron in de zin van bijlage VII van de Bkl. De realisatie van het project vormt derhalve niet voor een hoger veiligheidsrisico voor de omgeving. Transport gevaarlijke stoffen In het Basisnet worden routes aangewezen voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Het beleid achter het landelijke Basisnet is dat een plafond vastgesteld wordt voor dit vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook worden
randvoorwaarden aan de ruimtelijke ordening gesteld. Wegen Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen dienen hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande weg in de gemeente waarover dergelijke transporten
zullen plaatsvinden is de A67. De aanwezigheid van de A67 en het transport van gevaarlijke stoffen dat daarover plaatsvindt , kunnen een risico vormen in het kader van de externe veiligheid.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 36 van 62 31 oktober 2025
Op grond van artikel 5. 15 van het Bkl geldt dat het groepsrisico moet worden verantwoord indien de ontwikkeling binnen een aandachtsgebied ligt. De projectlocatie is niet gelegen binnen een aandachtsgebied. Het groepsrisico hoeft derhalve niet te worden verantwoord. Vervoer over het water In de nabijheid van de projectlocatie is geen water gelegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen
plaatsvindt. Hoogspanningslijnen en ondergrondse (gas)leidingen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de risicokaart op www. risicokaart. nl. De risicokaart bevat o. a. gegevens over de netbeheerder en de breedte van de indicatieve zones.
Afbeelding: Uitsnede risicokaart (Bron: www. risicokaart. nl) Op basis van de informatie uit onder andere de risicokaart blijkt dat er ten oosten van de projectlocatie een hoogspanningslijn is gelegen. De projectlocatie is gelegen op ruim 21, km afstand tot de buitenzijde van de hoogspanningslijnen. Gelet op de afstand is er geen belemmering ten aanzien van de geplande ontwikkeling. De projectlocatie bevindt zich tussen twee ondergrondse buisleidingen. Zowel ten westen als ten oosten van de projectlocatie bevindt zich een buisleiding op ca. 16, km afstand. De buisleidingen in de nabijheid van de
projectlocatie zijn paars gekleurd in navolgende afbeelding.
Afbeelding: Uitsnede risicokaart (Bron: www. risicokaart. nl)
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 37 van 62 31 oktober 2025
Het project ligt op een afstand van de buisleidingen die groot genoeg is om de veiligheid te waarborgen en de werking en/of integriteit van de buisleidingen niet te schaden. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft op 12 oktober 2012 de Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035 vastgesteld. Deze Structuurvisie geeft aan langs welke hoofdverbindingen in de toekomst nog nieuwe
buisleidingen van nationaal belang voor gevaarlijke stoffen gelegd kunnen worden. Het Rijk wil langs deze verbindingen ruimte hiervoor vrijhouden (buisleidingen-stroken). Conclusie Er zijn geen belemmeringen ten aanzien van het project op het aspect externe veiligheid. De projectlocatie ligt buiten de risicocontouren van de risicobronnen en de transportwegen.
6. 5
Luchtkwaliteit
Luchtverontreiniging kan effect hebben op zowel de mens als de natuur. Daarom zijn er bepaalde regels vastgesteld om de kwaliteit van de buitenlucht te beschermen. Stoffen zoals stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) zijn algemeen aanwezig in onze buitenlucht , onder meer door wegverkeer , landbouw en de verwarming van gebouwen. De concentratie van deze stoffen in de omgeving wordt gemonitord om de luchtkwaliteit te waarborgen. Besluit kwaliteit leefomgeving Voor in luchtkwaliteit moeten overheden en nabij aandachtsgebieden toetsen aan de rijksomgevingswaarden. Deze rijksomgevingswaarden komen uit de Europese richtlijnen Luchtkwaliteit en Gevaarlijke stoffen die richt- en grenswaarden stellen voor stoffen die de buitenlucht beïnvloeden en zijn geregeld in paragraaf 2. 2. 1 van het Bkl. Voor fijnstof en stikstofdioxide zijn aparte aandachtsgebieden aangewezen in artikel 5.51 , lid 2 en lid 3 van het Bkl. Vooral in de gebieden als geregeld in artikel 5.51 , lid 2 en lid 3 van het Bkl moet de overheid de omgevingswaarden toetsen en monitoren. Wanneer een activiteit niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging , dan behoeft geen toetsing aan fijnstof en stikstofdioxide. Hieronder vallen de zogenaamde “standaardgevallen” uit artikel 5. 54 van het Bkl. Doorvertaald betekent dit dat meer dan 12, microgram per m3 wordt aangemerkt als in betekenende mate.
In artikel 5.54 , lid b , sub 1 is dit vertaald naar bijvoorbeeld de bouw van 1. 500 woningen. Ten aanzien van het project Door de realisatie van nieuwbouw ten behoeve van tien woningen is er in beperkte mate sprake van een extra verkeersaantrekkende werking. Afgezet tegen het toevoegen van 1. 500 woningen is er geen sprake van een bijdrage in betekenende mate aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast wordt het project niet ontwikkeld in één van de aandachtsgebieden. Onderhavig plan voldoet dus aan de normen voor
luchtkwaliteit. Voorts is in het kader van een evenwichtige toedeling van functies een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van de projectlocatie gegeven. Dit is gedaan aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (https://www. cimlk. nl/kaart).
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Afbeelding: Uitsnede CIMLK kaart , NO2 concentratie
Blad 38 van 62 31 oktober 2025
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Afbeelding: Uitsnede CIMLK kaart , PM10 concentratie
Blad 39 van 62 31 oktober 2025
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 40 van 62 31 oktober 2025
Afbeelding: Uitsnede CIMLK kaart , PM25, concentratie De dichtstbijzijnde meetlocatie is gelegen aan de Postel. Hierbij is de monitoringsronde van 2024 en het monitoringsjaar 2023 gehanteerd. De concentratie NO2 bedraagt daar 1006 µg/m³. De , µg/m³ en de concentratie PM25, bedraagt achtergrondconcentratie PM10 bedraagt aan de Postel 1548 , µg/m³. Dit 8684 , vormt echter geen belemmering voor onderhavig plan.
Conclusie Het project behoort tot een standaardgeval dat niet in betekende mate bijdraagt aan de verhoging van de concentratie van fijnstof (PM10 en PM25) , en stikstof (NO2). De realisatie van nieuwbouw ten behoeve van 10 woningen vormt op dit punt geen belemmering.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
6. 6
Blad 41 van 62 31 oktober 2025
Bodem
Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem en de gebruikers ervan. Op grond van artikel 5. 89g van het Bkl dienen de waarden voor een toelaatbare kwaliteit van de bodem te worden getoetst indien het gaat om een bodemgevoelig gebouw. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw dat de bodem raakt en waarin personen voor meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Door middel van een bodemonderzoek wordt beoordeeld of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Ten aanzien van het project Door Milon B. V. is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is toegevoegd als bijlage 5. De belangrijkste conclusies en adviezen zijn navolgend toegelicht.
Vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek is de hypothese dat op de locatie geen bodemverontreiniging aanwezig is. Daarom is gekozen voor de onderzoeksstrategie onverdachte locatie. De grond en het grondwater worden onderzocht op de parameters uit het standaardpakket. Resultaten Zintuiglijk is in de grond sporadisch een beperkte bijmenging aangetroffen met baksteen. Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt dat plaatselijk in de bovengrond licht verhoogde gehalten aanwezig zijn en in het grondwater zijn geen concentraties aangetoond boven de signaleringsparameter voor grondwatersanering. Op basis van de indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond plaatselijk aan klasse industrie en verder aan landbouw/natuur (boven- en ondergrond). Conclusies Het verkennend bodemonderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat er geen belemmering aanwezig is voor de voorgenomen herontwikkeling en het huidig en toekomstig gebruik van de locatie. Grondverzet Voor grondverzet met een omvang bodemvolume > 25 m3 en een kwaliteit kleiner dan of gelijk aan interventiewaarde bodemkwaliteit gelden algemene regels paragraaf 3. 2. 21 en 4. 119 van het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving.
Met graafwerkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aangetoonde bodemkwaliteit en verschillende kwaliteitsklassen. Menging van grond met verschillende te verwachten kwaliteitsklassen is niet toegestaan.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 42 van 62 31 oktober 2025
Eventueel uitkomende mag grond niet zonder meer elders toegepast worden. Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond kan een partijkeuring of PFAS-onderzoek noodzakelijk zijn. Tevens bestaat de mogelijkheid om grondverzet binnen de gemeentegrenzen uit te voeren op basis van de Nota bodembeheer van de gemeente. Afzet naar een erkende grondbank is mogelijk op basis van de uitkomsten van onderhavige rapportage. 6. 7
Watertoets
In deze paragraaf komen de regels aan bod die gelden voor wat betreft de waterhuishouding ter plaatse. Hieronder worden de beleidskaders toegelicht en doorwerking daarvan in het plan.
6. 7. 1 Nationaal Water Programma 2022-2027 Op 18 maart 2022 is het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 vastgesteld. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Hierin zijn maatregelen opgenomen om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden. Het NWP is bindend voor het Rijk. In het Nationaal Water Programma legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer. Om deze strategische doelen te kunnen bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun
beleidsplannen. 6. 7. 2 Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie De relevante beleidsontwikkelingen op het gebied van water worden bij het Rijk opgenomen in het Deltaprogramma. Hierin is voor verschillende thema’s beschreven wat het beleid is en hoe het Rijk dat in
overleg met overige partners wil gaan bereiken. Het Deltaprogramma bestaat uit verschillende onderwerpen op het gebied van water. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie het meest relevant , omdat hierin de consequenties van de klimaatontwikkelingen voor Nederland zijn opgenomen , evenals de maatregelen die we moeten nemen om ‘klimaatadaptief’ te worden. Een deel van deze maatregelen zal ruimtelijke impact hebben. Met ‘klimaatadaptief’ wordt bedoeld: het klimaatrobuust en klimaatbestendig inrichten van Nederland , gegeven de klimaatontwikkelingen die op ons afkomen. Op basis van de internationale en nationale klimaatmodellen is de verwachting dat het weer in Nederland extremer gaat worden. Dat betekent: meer hevige regenbuien (veel neerslag in korte tijd) en langere periodes met droogte en hitte. Dit heeft consequenties voor de leefbaarheid in steden en dorpen en voor bijna alle (economische) sectoren in
Nederland.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren
Blad 43 van 62 31 oktober 2025
Gemeente Someren
Met het nemen van klimaatrobuuste maatregelen wordt ingespeeld op deze veranderingen waarmee we
steden en dorpen leefbaar houden en (economische) schade door wateroverlast , droogte en hitte beperken. 6. 7. 3 Provinciaal Regionaal Water- en Bodem Programma 2022-2027 Het RWP is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor in de wateropgaven Nederland , samen met het Nationaal Water Programma en de
waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Doel van het RWP is een klimaatadaptief Brabant met veilig , schoon en voldoende water en een vitale bodem. Het geeft invulling aan het op orde houden van de basis van het natuurlijk water- en bodemsysteem. Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking. Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels is dit gewijzigd naar water zo veel mogelijk vasthouden. Verder vraagt het plan een meer systeemgerichte aanpak v. een probleemgerichte aanpak. Het regionale waterprogramma wijst de regionale oppervlaktewateren , grondwaterlichamen en waterwinlocaties en neemt het provinciaal beleid op. De Brabantse Omgevingsvisie kent kernwaarden voor het handelen van de provincie. Deze kernwaarden zijn vertaald in zeven handelingsprincipes , specifiek voor het beleid en de uitvoering op het vlak van water- en
bodem: -
Watervoorraad in balans; Elke druppel telt; Niet alles kan overal; Brabant is in staat extreme weersituaties op te vangen; Bescherming van water- en bodemkwaliteit; Gebruikers zijn maximaal verantwoordelijk; Circulair denken en doen.
6. 7. 4 Waterbeheerplan Aa en Maas 2022-2027 Het waterschap stelt op grond van artikel 3. 7 van de Omgevingswet een waterbeheerprogramma vast , waarbij ze rekening houdt met het regionaal waterprogramma. Om aan de eisen van zo’n programma te voldoen , heeft het waterschap Aa en Maas de eisen waaraan het waterbeheerprogramma moet voldoen opgenomen in het
waterbeheerplan.
Het beleid van Waterschap Aa en Maas is neergelegd in het Waterbeheerplan 2022-2027. In het beleid laat het waterschap zich leiden door de volgende missie: “Het ontwikkelen , beheren en in stand houden van gezonde , robuuste en veerkrachtige watersystemen , die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens , dier en plant in het gebied , waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten”. In
haar waterbeheerplan vraagt het waterschap aandacht voor de volgende punten:
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
➢ ➢ ➢ ➢ ➢
➢ ➢ ➢
Blad 44 van 62 31 oktober 2025
Ontwikkelen op een hoge en droge locatie; als dit niet lukt dienen aanvullende maatregelen te worden genomen waarmee wateroverlast voldoende wordt tegengegaan; Gescheiden houden van afvalwater en schoon hemelwater; Voorkomen van watervervuiling; Voor schoon hemelwater gelden de afwegingsstappen: hergebruik > infiltratie > bufferingafvoer; Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen (HNO) , een ontwikkeling mag niet leiden tot een hydrologische achteruitgang in en buiten het plangebied , ook mag het geen knelpunt vormen voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruiksfuncties; Water positief laten bijdragen aan de belevingswaarde van de omgeving; Water onderdeel laten zijn van meervoudig ruimtegebruik om schaarse ruimte efficiënt te kunnen benutten; Ruimteclaims voor water gerelateerde onderwerpen in ruimtelijke plannen verwerken.
6. 7. 5 Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas 2024 De waterschapsverordening bevat regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving die het waterschap stelt binnen haar beheergebied. Per 1 januari 2024 zijn met de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Keur ,
Wegenverordening , Vaarwegenverordening en de Aansluitverordening verhuist naar de waterschapsverordening. Onderhoudsverplichtingen , zoals die in de Keur staan , zijn niet meeverhuist naar de waterschapsverordening. In de Kaart bij de waterschapsverordening staan de plichten die gelden. De drie Brabantse waterschappen , Aa en Maas , De Dommel en Brabantse Delta hebben hun regelgeving geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Vanuit het watersysteem geredeneerd bestaat er geen aanleiding om onder deze oppervlaktemaat
compenserende maatregelen te eisen. In de waterschapsverordening is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder omgevingsvergunning neerslag door toename van de verharde oppervlakte of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte , tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: -
Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10. 000 m2 is , of; De toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m2 is , of; De toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; De toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10. 000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan , in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel. Benodigde
retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 006. , Daarbij dient de bergingsvoorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: • De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen;
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 45 van 62 31 oktober 2025
•
De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een
•
functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast , dient deze een diameter van 4 cm te hebben; Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn , om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.
Hieronder is een uitsnede opgenomen van de Kaart bij de waterschapsverordening.
Afbeelding: Uitsnede Kaart bij waterschapsverordening Aa en Maas
6. 7. 6 Gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025 Algemeen uitgangspunt bij de doelstellingen voor de komende planperiode is dat de verbeteringen en optimalisaties die de afgelopen jaren in de rioleringszorg zijn ingezet , worden doorgezet in de komende planperiode. De gemeente Someren wil daarbij op de meest doelmatige manier invulling geven aan het beheer en onderhoud. De gemeente houdt vast aan de doelstellingen zoals deze in het huidige GRP reeds zijn opgenomen en zijn als volgt: 1. Zorgen voor inzameling van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerd stedelijk afvalwater; 2. Zorgen voor het transport van het ingezamelde stedelijk afvalwater naar een geschikt lozingspunt; 3. Zorgen voor doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (voor zover niet verzorgd door particulieren); 4. Beperken van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming in het openbaar gemeentelijk gebied; 5. Doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering; 6. Zorgen voor het klimaat adaptief maken van de riolering en de openbare ruimte.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 46 van 62 31 oktober 2025
Ten aanzien van het project Zo te zien is de projectlocatie gelegen in een invloedsgebied. Dit zijn gebieden rond Natura 2000-gebieden waar significante effecten van de verruiming van agrarische grondwateronttrekking niet kunnen worden uitgesloten. Het plan onttrekt geen grondwater , waardoor het invloedsgebied geen belemmering vormt voor onderhavig plan. Daarnaast ligt de projectlocatie in een gebied met gevoeligheidsfactor 1. Bij het berekenen van de waterbergingsopgave wordt gekeken naar de toename van de verharding , in lijn met de waterschapsverordening. Hieronder volgt de waterbergingsopgave.
Navolgend is een afbeelding van de plattegronden van de begane grond en het dakplan opgenomen.
Afbeelding: Plattegrond nieuwe situatie begane grond en dakplan (Bron: Donkers Relou d. d. 28 mei 2025) Navolgend is in een tabel de toename aan verharding van het oppervlak weergegeven.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren
Blad 47 van 62 31 oktober 2025
Gemeente Someren
Daken/ Terreinverharding Onverhard terrein Totaal plangebied
Huidig m 2
Toekomstig m 2
92 286 378
375 3 378
De infiltratie eis voor het onderhavig project bedraagt 375 x 006 , = 225, m3. Deze eis schrijft het waterschap voor. De gemeente stelt als eis om 30 mm aan te houden voor daken en terreinverharding. Hierdoor is de eis van het waterschap zwaarder en wordt dit als uitgangspunt gehanteerd. De waterbergingsopgave wordt
opgelost door middel van infiltratiekratten onder de bestrating. Uit het DINOloket blijkt dat ter hoogte van de Molenhof een grondwatermonitoringput (BRO) aanwezig is waar de gemeente Someren bronhouder van is. Deze ligt hemelsbreed op ca. 160 meter van de projectlocatie en kan als referentie worden aangehouden voor de gemiddelde grondwaterstand (GHG). De laatst beoordeelde GHG dateert van 4 augustus 2025. De GHG bedraagt 2337 , m t. o. v. NAP. De GHG ligt op een voldoende diepte om infiltratiekratten onder de bestrating toe te passen. Watertoets Er is gebruikgemaakt van de watertoets (d. d. 26-11-2024) via www. hetwateradvies. nl. De resultaten daarvan zijn in bijlage 6 opgenomen. Uit de digitale watertoets blijkt dat het waterbelang klein is. Bij de geplande nieuwbouw mogen alleen niet-uitloogbare bouwmaterialen worden toegepast. Dit om verontreiniging van
de bodem (grond en grondwater) te voorkomen. Conclusie Voor het plan zijn geen planologische belemmeringen te verwachten op het gebied van water. Op eigen terrein wordt voldaan aan de infiltratie eis door middel van infiltratiekratten , waarbij de ledigingstijd minder dan 24 uur bedraagt. 6. 8
Archeologie en cultuurhistorie
6. 8. 1 Archeologie Uit artikel 5.130 , lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat gemeenten in hun omgevingsplan rekening moeten houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Het aantonen van archeologische monumenten is daarbij van belang. Bij cultureel erfgoed kan het gaan om: • • • •
Monumenten zoals (bouw)werken; Tuinen en parken;
Bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten; of Stads- en dorpsgezichten en (delen van) cultuurlandschappen.
Navolgend is een uitsnede opgenomen van de archeologische beleidskaart van de gemeente Someren.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren
Blad 48 van 62 31 oktober 2025
Gemeente Someren
Afbeelding: Uitsnede Archeologische beleidskaart gemeente Transect d. d. 1 januari 2025)
Someren
(Bron: Archeologisch onderzoek
Zoals is te zien , valt de projectlocatie in categorie 3 ‘gebieden van hoge archeologische waarde’. Bij gronden die aangewezen zijn als categorie 3 geldt een onderzoeksverplichting bij een verstoringsoppervlakte van meer dan 250 m2 en/of een diepte van meer dan 40 cm. Aangezien de projectlocatie ca. 378 m2 is en er bodemingrepen gaan plaatsvinden , is een archeologisch onderzoek benodigd. Door Transect is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserd veldonderzoek uitgevoerd. Het volledige rapport is bijgevoegd als bijlage 7. Navolgend worden de belangrijkste conclusies en adviezen
toegelicht. Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op een omvangrijke dekzandrug ligt. Op grond van de ouderdom van de afzettingen in het gebied , kunnen theoretisch gezien vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. De verwachting op deze resten is hoog , aangezien tijdens onderzoeken in de wijde omgeving van het plangebied – in het bijzonder het archeologisch onderzoek in Someren (Waterdael) – sporen van bewoning uit verschillende tijdvakken binnen deze periode zijn teruggevonden. De resten bevinden zich hierbij in de top van het dekzand , dat zich op basis van
onderzoek nabij het plangebied op circa 130 cm -Mv bevindt. Verder zijn mogelijk resten waarschijnlijk resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd aanwezig. Het plangebied bevindt zich namelijk nabij het kruispunt van de Postel en de Kerkstraat , waarlangs een kerk en verschillende woningen in de Nieuwe tijd hebben gestaan. Aangezien Someren (Dorp) tot in de Late Middeleeuwen teruggaat , zijn in ieder geval tot in de 13e eeuw in de omgeving van het plangebied sporen van bewoning te verwachten.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 49 van 62 31 oktober 2025
Aanwijzing voor de aanwezigheid van resten in de omgeving van het plangebied is in ieder geval de vondst van twee waterputten uit de Nieuwe tijd op korte afstand van het terrein. Ook zijn resten van een oude weg in het plangebied te verwachten , aangezien deze tot in het midden van de 20 e eeuw dwars door het plangebied gelopen heeft. Het is echter de vraag in hoeverre eventueel aanwezige resten nog intact zullen zijn. Het lijkt er namelijk op dat het plangebied deels in het midden van de 20e eeuw is afgegraven (getuige
kaart uit die tijd) en de herinrichting en overbouwing van het plangebied in jaren 20e de ’60 en ’70 van de eeuw. Om de kans op de aanwezigheid van resten goed in te kunnen schatten , een steilrand op een historische
zijn verkennende
grondboringen nodig om de intactheid van de bodem in beeld te brengen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting in het plangebied voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Nieuwe tijd uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen. De top van het dekzand is in het plangebied afgegraven , waarmee waarschijnlijk ook alle archeologische resten zullen zijn verdwenen. De overgang tussen het dekzand en de erboven gelegen verstoorde humeuze
laag is abrupt en er zitten brokken humeus zand hiervan in de top van het dekzand. Ook ontbreken alle sporen van bodemvorming van een te verwachten podzolbodem , waarmee aangenomen kan worden dat in ieder geval 50 cm of meer van de oorspronkelijke top van het dekzand is verdwenen. Het witgele zand doet namelijk vermoeden dat dit deel oorspronkelijk in het gereduceerde deel van de bodem ligt. Daarom worden sporen uit de periode Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen in de top van het dekzand niet verwacht. Resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd zijn waarschijnlijk niet aanwezig omdat in de hele humeuze zandlaag brokken zand en baksteen aanwezig zijn. Dit wijst op vergraving. In combinatie met het ontbreken van bebouwing op historische kaarten of aanwijzingen van een erf in het plangebied en de aanwezigheid van bebouwing sinds de jaren ’50 van de 20e eeuw in het plangebied worden geen intacte resten meer uit deze periode verwacht. Advies Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen , geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016 , artikel 5. 10 en 5.11 , deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Someren).
Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Someren) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 50 van 62 31 oktober 2025
6. 8. 2 Cultuurhistorie Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) verplicht gemeenten om rekening te houden met de belangen voor
het behoud van cultureel erfgoed bij het opstellen van een omgevingsplan. Cultuurhistorische waarden worden vaak in één adem genoemd met archeologische waarden. Deze waarden verschillen echter van archeologische waarden. Cultuurhistorische waarden zijn waarden die zichtbaar zijn in het landschap en aanwezige (bebouwings-) structuur en 'iets vertellen' over het (cultuurhistorische) verleden van het gebied. Navolgend is een afbeelding opgenomen van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart waarbij de projectlocatie blauw omlijnd is.
Afbeelding: Cultuurhistorische waarden plangebied en omgeving Ten aanzien van het project Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is te zien dat de projectlocatie niet is gelegen in een cultuurhistorisch waardevol gebied. Derhalve staat het belang van het behoud van cultureel erfgoed niet in de weg van de gewenste ontwikkeling.
Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavig project.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
6. 9
Blad 51 van 62 31 oktober 2025
Natuur
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de natuur door stikstofdepositie. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden , regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten , diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van
houtopstanden.
Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen , te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).
Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw , Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2. 43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten , plannen en activiteiten , afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten , mogelijkerwijs significante effecten optreden , dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. 2000-gebieden hebben een externe werking , zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken , moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen , kan het plan worden vastgesteld , indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang , met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3.
De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Natura
In afdeling 8. 6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd.
Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang , die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen , als om bepaalde soorten van nationaal belang.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren
Blad 52 van 62 31 oktober 2025
Gemeente Someren
Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving , maar ook van fysieke maatregelen die bescherming , vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2. 18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter , ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: •
er soorten aanwezig zijn; en
•
welke soorten dat zijn.
Ten aanzien van het project
Soortenbescherming Door Aelmans Milieu Asten B. V. is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het volledige rapport is bijgevoegd als bijlage 8. Navolgend worden de belangrijkste conclusies en adviezen toegelicht. Ter plaatse van de achtertuin is de locatie , gelet op het gebruik en verstoring , ongeschikt voor beschermde
flora en fauna. Het dak van de woning was ten tijde van het veldbezoek reeds verwijderd. Ter plaatse van het resterend deel
het dak zijn geen vleermuizen of vogels of sporen daarvan waargenomen. Ook was de dakconstructie niet (meer) geschikt als verblijfplaats. Niet uitgesloten kan worden dat onder de dakpannen in het verleden wel verblijfplaatsen van vleermuizen , huismussen of gierzwaluw aanwezig zijn geweest. van
De muren van de bebouwing waren al deels verwijderd of open gebroken , met name de hogere en meest geschikte delen , en bieden geen potentiële verblijfplaatsen (meer) voor vleermuizen. Niet uitgesloten kan worden dat de spouwmuur in het verleden wel geschikt is geweest als verblijfplaats. In de aangrenzende bebouwing zijn open stootvoegen aanwezig , welke gebruikt zouden kunnen worden als invliegopening voor vleermuizen. In lijn met artikel 11. 6 en 11. 27 (zorgplichten) van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) dient voorkomen te worden dat de beoogde herontwikkeling negatieve gevolgen heeft voor beschermde soorten , waaronder
vleermuizen.
Ten tijde van het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen ter plaatse van de aangrenzende bebouwing. Door het ontbreken van struiken (schuilgelegenheid) en geschikt foerageergebied , worden ook niet direct verblijfplaatsen van de huismus verwacht in de aangrenzende bebouwing. Op basis van het geheel aan waarnemingen kan worden uitgesloten dat op het moment van de veldinspectie beschermde flora en fauna aanwezig was op de locatie. Ook is de locatie ongeschikt als verblijf- of
foerageerlocatie voor algemene vogels , waarvan het nest in de broedperiode beschermd is. Door het slopen van het resterend deel van de bebouwing gaan dan ook geen beschermde verblijfplaatsen verloren.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 53 van 62 31 oktober 2025
Ook is de locatie ongeschikt als essentieel foerageergebied voor fauna. Wel dient er bij de herontwikkeling van het terrein rekening gehouden te worden met mogelijke verblijfplaatsen (van oa. vleermuizen) in de aangrenzende bebouwing. Gebiedsbescherming Door AROM B. V. is een stikstofberekening uitgevoerd. Deze is bijgevoegd als bijlage 9. Geconcludeerd wordt
dat er geen berekenbare stikstofdepositie plaatsvindt als gevolg van de realisatie- en gebruiksfase van het project. Het project is dan ook uitvoerbaar ten aanzien van de effecten van stikstof op Natura 2000-gebieden. Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor onderhavig project.
6. 10
Klimaat
Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte , meer droogte , hevigere neerslag , meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden , moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. De gemeente
Someren heeft samen met de waterschappen Aa & Maas en De Dommel de handen ineengeslagen om Someren klimaatbestendiger te maken. Daarvoor is het programma “Onweerstaanbaar Someren” in het leven geroepen. In de Klimaatagenda 2030: Samen aan de slag is een heldere aanpak en ambitie omschreven door de gemeente Someren. In de klimaatagenda worden de volgende ambities beschreven: •
samen onze leefomgeving klimaatbestendiger hebben gemaakt. Bewoners , bedrijven , organisaties en overheden zijn samen opgetrokken en hebben gezorgd voor een waterrijke groene inrichting welke belangrijk is voor het welbevinden van iedereen die in Someren woont. Zo is voldoende ruimte om water op te vangen en vast te houden voor tijden van hitte en droogte. Goede worden ondersteund , beloond en uitgedragen. Goed voorbeeld doet goed volgen!
• • •
• • •
voorbeelden
openbare ruimte groen hebben ingericht met ruimte voor water en beschutting voor de warme dagen. Klimaatbestendig bouwen is de standaard. exact weten , op buurt- en straatniveau , waar problemen kunnen ontstaan door hitte , droogte en/of wateroverlast. Eventuele knelpunten lossen we samen op. richtlijnen en beleidsregels voor klimaatadaptatie opgesteld hebben waar iedereen naar handelt. Alle mogelijkheden , binnen de kaders van maatschappelijk aanvaardbare investeringen , uitgeput hebben. Er zijn duidelijke afspraken over welke overlast we wel accepteren. de projecten uit het uitvoeringsprogramma uitgevoerd hebben. We houden de klimaatagenda actueel en werken samen aan nieuwe projecten. aangesloten zijn bij regionale en landelijke agenda’s , zodat geld en capaciteit voor de Gemeente Someren gealloceerd zijn. nog steeds een koploper zijn als het gaat om klimaatbestendigheid. onze
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren
Blad 54 van 62 31 oktober 2025
Gemeente Someren
Met het nemen van klimaatrobuuste maatregelen wordt ingespeeld op deze veranderingen waarmee we
steden en dorpen leefbaar houden en (economische) schade door wateroverlast , droogte en hitte beperken. Ten aanzien van het project De verharding op het perceel neemt door onderhavige ontwikkeling toe. Het hemelwater zal op eigen perceel middels infiltratiekratten worden geïnfiltreerd. De ledigingstijd zal minder dan 24 uur bedragen.
6. 11
Bedrijven- en milieuzonering
Bij de opstelling van een toelichting dienen ook de gevolgen voor het woon- en leefklimaat te worden meegenomen in het kader van de belangenafweging. Er dient te worden beoordeeld of , uitgaande van de
maximale mogelijkheden van het plan , geen onoverkomelijke problemen zijn te verwachten. Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de
milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. De lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst Bedrijven en Milieuzonering worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur , stof , geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning , of verblijfsruimte , die volgens het omgevingsplan mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De
projectlocatie kan getypeerd worden als ‘gemengd gebied’. Bestaande bedrijven In de directe omgeving van het projectgebied zijn bedrijven gelegen. Van belang is om te bezien of er eventuele belemmeringen zijn. Navolgend is een overzicht van alle in de buurt gelegen bedrijven weergegeven. De richtafstanden in deze tabel zijn de richtafstanden die horen bij een gemengd gebied en daarom één afstandstrap teruggebracht dan aangegeven in de VNG-brochure. Naam
en
adres Van Ontwerp
Dun
&
Planologie Postel 8 5711 ET te Someren
Afstand
SBI-omschrijving
Cat.
SBI
tot
Code
plangebied
2008
Ca. meter
15
Ingenieurs
en
overig
technisch ontwerp en advies
1
7112
Geur
Stof
Geluid
Gevaar
0
0
0
0
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren
Blad 55 van 62 31 oktober 2025
Gemeente Someren
Albert Heijn
Ca.
30
Supermarkten
1
4711
0
0
0
0
50
Restaurants ,
1
561
0
0
0
0
meter
Postelstraat 39
5711 EM te Someren
Lunchroomrestaurant
Ca.
’t
meter
cafetaria’s enz.
Zunneke Postelstraat 44 , 5711 EN te Someren
Tabel: Bestaande bedrijven nabij de projectlocatie. Uit de tabel blijkt dat de grootste richtafstand 0 m bedraagt. De projectlocatie is gelegen buiten de hindercontour van de bedrijven. Wel is er een akoestisch onderzoek omgevingsgeluid uitgevoerd naar de naastgelegen Albert Heijn en het gezamenlijk geluid. Dit is nader toegelicht in paragraaf 6. 3 ‘Geluid’.
Conclusie Op grond van het voorgaande is de conclusie dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe functie en dat bedrijvigheid van omliggende bedrijven niet in gevaar komt. M. e. r. -beoordeling Met een milieueffectrapportage (m. e. r. ) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m. e. r. is gebaseerd op Europese Regelgeving. In Nederland is de m. e. r. geregeld in het Omgevingsbesluit. Hierin is geregeld in welke gevallen een m. e. r. moet worden opgesteld. 6. 12
Of een m. e. r. - procedure of m. e. r-beoordeling noodzakelijk is , hangt af van het feit of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Wanneer de voorgenomen de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit geldt een m. e. r- of m. e. r-beoordelingsplicht. Ten aanzien van het project Onderhavig plan ziet op de realisatie van 10 appartementen. Dit kan leiden tot een m. e. r. (beoordelings)plicht. Gelet op de aard en omvang kan het project niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Dat volgt uit vaste jurisprudentie (uitspraak van de Afdeling van 11 maart 2020 ,
ECLI:NL:RVS:2020:729). Weliswaar is sprake nieuwbouw en weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de realisatie van in totaal 10 woningen , maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het project voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren
Blad 56 van 62 31 oktober 2025
Gemeente Someren
Daarbij is van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 15 januari 2020 , ECLI:NL:RVS:2020:100). Nu het project geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt , behoeft er geen vormvrije m. e. r. -beoordeling te worden uitgevoerd. Trilling
6. 13
verkeer , heiwerkzaamheden , machines , enzovoort kunnen aanleiding geven tot trillingen in gebouwen. Deze trillingen kunnen op hun beurt leiden tot hinder voor personen en schade of storing aan Zwaar
apparatuur. De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 4. 2 van de Omgevingswet. De overheid moet bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening houden met het belang van
het beschermen van de fysieke leefomgeving.
In paragraaf 5. 1. 4. 4 van het Bkl zijn ten behoeve van de bescherming van de gezondheid en het milieu instructieregels opgenomen ter voorkomen en beperken van trillingshinder. Het
toepassingsbereik van de instructieregels is gekoppeld aan een combinatie van trillingsgevoelige gebouwen én aan op locatie toegelaten activiteiten. Dit houdt in dat in het omgevingsplan dient te worden gewaarborgd dat activiteiten die daarin worden toegestaan niet leiden tot onaanvaardbare trillingen in een trillingsgevoelig gebouw. De instructieregels voor trillingen uit het Bkl zijn echter niet van toepassing op doorgaand verkeer , spoorwegen en vaarwegen. Om de mogelijke trillingshinder door railverkeer in kaart te brengen kan worden uitgegaan van de SBRrichtlijn deel B. De gebruikelijke gehanteerde afstand waarbinnen trillingshinder door spoor wordt getoetst is een zone tot 100 meter van het spoor. Uit verschillende trillingshinderonderzoeken blijkt dat buiten deze afstand tot het spoor meestal geen trillingsniveaus optreden boven de streefwaarde voor Vmax van 01. , Binnen een afstand van 100 meter tot het spoor moet bij nieuwbouw rekening worden gehouden met
spoortrillingen en het voorkomen van hinder hierdoor. Dat binnen een zone van 100 meter tot het spoor rekening gehouden moet worden met trillingen betekent niet dat er binnen deze zone altijd maatregelen nodig zijn. Ten aanzien van het project Met onderhavige ontwikkeling wordt een trillingsgevoelig gebouw gerealiseerd. Het dichtstbijzijnde spoor betreft het traject Weert – Eindhoven en ligt op een afstand van ca. 96, km vanaf de projectlocatie. Gelet op de afstand tot de projectlocatie is het niet aannemelijk dat trillingen door het spoor een belemmering vormt voor onderhavige
ontwikkeling.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 57 van 62 31 oktober 2025
Direct naast de projectlocatie is de supermarkt Albert Heijn gelegen met mogelijk trilling veroorzakende activiteiten. De Albert Heijn betreft een reguliere supermarkt met standaard logistieke en commerciële activiteiten welke ruimtelijk en functioneel goed te combineren zijn met woningen. Daarnaast zijn er reeds bestaande woningen aanwezig boven de Albert Heijn. Eventuele trillingsbronnen bij een reguliere supermarkt kunnen onder andere het laden en lossen van goederen via heftrucks en vrachtwagens ,
koelinstallaties en ventilatiesystemen zijn. Deze werkzaamheden en installaties zijn niet industrieel van aard en veroorzaken slechts zeer beperkte trillingsniveaus , vergelijkbaar met normale stedelijke verkeersbewegingen. Er zijn geen zware machines of industriële processen aanwezig die significante trillingen op de woningen zouden kunnen veroorzaken. Gelet op de aard en de omvang van de activiteiten de naastgelegen Albert Heijn is het niet aannemelijk dat er trillingen optreden die een belemmering vormen voor onderhavige ontwikkeling.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren
Blad 58 van 62 31 oktober 2025
Gemeente Someren
Financiële haalbaarheid
7
De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken , werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten , is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan , een omgevingsvergunning
voor
een
buitenplanse
omgevingsplanactiviteit.
Kostenverhaal
geldt
voor
kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: bouwactiviteiten
•
aangewezen
•
aangewezen activiteiten vanwege
gebruikswijzigingen
Het overzicht van kostenverhaalplichtige activiteiten staat in artikel 8. 13 van het Omgevingsbesluit.
Onderhavige ontwikkeling ziet niet op een kostenverhaalplichtinge activiteit als geregeld in artikel 8. 13 van het Omgevingsbesluit. Derhalve wordt geen overeenkomst tussen initiatiefnemer en het bevoegd gezag gesloten ten aanzien van kostenverhaal.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
8 8. 1
Blad 59 van 62 31 oktober 2025
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Rijks- , provinciaal en gemeentelijk beleid
Rijksbeleid Onderhavige ontwikkeling draagt bij aan de doelstellingen van het Rijksbeleid. In paragraaf 5. 1 worden de maatschappelijke opgave in vier prioriteiten beschreven , zoals die voortvloeien uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De visie richt zich onder meer op het versterken van de leefomgevingskwaliteit (p. 150 van de NOVI – hoofddocument). Het creëren van ruimte voor nieuwe woningen kan leiden tot verbeterde landschapskwaliteit. Daarnaast beschrijft de NOVI haar ambitie om een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in de leefomgeving te hebben in 2050 (p. 25 van de NOVI – hoofddocument). Nieuwe appartementen worden gebouwd volgens de laatste duurzaamheidsnormen en energiezuinige technieken , wat bijdraagt aan de ambities uit de NOVI. Met het Programma Natuur werken Rijk en provincies gezamenlijk aan vermindering van de negatieve gevolgen van overmatige stikstofdepositie op de natuur en de natuur en biodiversiteit. Uit paragraaf 6. 9 blijkt
dat natuur geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. Provinciaal beleid In paragraaf 5. 2 wordt de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant beschreven. Uit de omgevingsvisie blijkt dat de provincie Noord-Brabant voor een grote woningbouwopgave staat. Door het slopen van een leegstaand pand en het bouwen van nieuwe appartementen , wordt bijgedragen aan een gevarieerd en passend woningaanbod in het buitengebied , wat bijdraagt aan de leefbaarheid en dynamiek van de regio. Daarnaast wordt voldaan aan de regels uit de TAM-omgevingsverordening. Gemeentelijk beleid De realisatie van appartementen draagt op verschillende manieren bij aan het omgevingsbeleid van de gemeente Someren. Dit project past binnen de doelstellingen van het omgevingsbeleid om het landelijk gebied te versterken en te verduurzamen. Door het realiseren van nieuwe appartementen waar momenteel een leegstaand pand gevestigd is , wordt het perceel beter benut zonder extra ruimtebeslag , wat bijdraagt aan een efficiëntere ruimtelijke ordening. Daarnaast draagt dit project bij aan het omgevingsbeleid van Someren omdat er tien nieuwe appartementen worden gerealiseerd op de daarvoor aangewezen plaatsen (zie paragraaf 5. 3). De bouw van tien energiezuinige appartementen draagt daarbij ook aan de duurzaamheidsdoelstellingen.
Voorts leidt de realisatie van tien appartementen tot het vergroten van de leefbaarheid in de gemeente. Door het bieden van meer huisvestingsmogelijkheden kunnen gezinnen en individuen die op zoek zijn naar woningen.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Blad 60 van 62 31 oktober 2025
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het geldende Rijks- , provinciaal en gemeentelijk beleid. Vanuit de aspecten van de fysieke leefomgeving komen geen belemmeringen voort. De toedeling van een woonfunctie aan de locatie kan als evenwichtig worden beoordeeld. Er is sprake van een evenwichtige
toedeling van functies aan locaties. 8. 2
Aspecten van de fysieke leefomgeving
De realisatie van tien appartementen is getoetst aan de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving in hoofdstuk 6. Uit de toetsing komen geen belemmeringen voort voor dit aspect. De ontwikkeling is evenwichtig toegedeeld. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren Gemeente Someren
Colofon Projectgegevens Project
Postel 4 , Someren
Projectnummer Revisie
24SOM-BOPAPOST4 04
Datum
31 oktober 2025
AROM B. V. Laan door de Veste 1 5708 ZZ Helmond
Blad 61 van 62 31 oktober 2025
Onderbouwing BOPA , Postel 4 te Someren
Blad 62 van 62 31 oktober 2025
Gemeente Someren
BIJLAGEN BIJLAGE 1
Verslag omgevingsdialoog Postel 4 te Someren , MIBA bouwmanagement , d. d. 18 december 2024.
BIJLAGE 2
Gespreksverslag; Ontwikkeling appartementen Postel 4 Someren , MIBA bouwmanagement , d. d. 21 januari 2025.
BIJLAGE 3
Notitie parkeeronderbouwing Postel projectnummer: 473 – 2024MIB01.
BIJLAGE 4
Akoestisch onderzoek Postel 4 te Someren , Embridge , d. d. 26 november , rapportnummer:
4
Someren , BuitenRuimte , d. d.
22
mei
2025 ,
Po. So. 24. AO-01. BIJLAGE 5
Verkennend bodemonderzoek Postel 4 te Someren , d. d. 23 december 2024 , projectnummer: 20241946
BIJLAGE 6
Watertoets Postel 4 te Someren , AROM B.V. , d. d. 26 november 2024.
BIJLAGE 7
Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO) , Postel 4 te Someren , Transect , d. d. 8 februari 2025.
BIJLAGE 8
Quickscan flora en fauna , Aelmans Milieu Asten B.V. , d. d. 18 maart 2025 , kenmerk AMA250064. 003/PHE
BIJLAGE 9
Stikstofberekening , realisatie- en gebruiksfase Postel 4 te Someren , d. d. 27 februari 2025 , rapportnummer: 24SOM-STIKSPOST4.
BIJLAGE 9a
Extra beoordeling realisatiefase AERIUS Calculator
BIJLAGE 9b
Extra beoordeling gebruiksfase AERIUS Calculator
BIJLAGE 9c
Projectberekening realisatiefase AERIUS Calculator
BIJLAGE 9d
Projectberekening gebruiksfase AERIUS Calculator
BIJLAGE 10
Akoestisch onderzoek supermarkt en gezamenlijk geluid ingevolge de Omgevingswet ten behoeve van nieuwbouwproject Postel 4 te Someren , Embridge , d. d. 30 oktober 2025 , rapportnummer: Po. So. 24. AOI-01.
BIJLAGE 11
Akoestisch onderzoek geluidwering gevels Postel 4 Someren , Embridge , d. d. 30 oktober 2025 , rapportnummer: Po. So. 25. AO-GL. 01.