CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b ETFAL Loovebaan 31

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente SomerenBij agendapunt: Afgeven advies voor realiseren 50 appartementen op locatie gemeentewerf17.661 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering Loovebaan 31 Someren

Projectgegevens Rapportnummer Datum rapportage

: CRI260011.003/GBS : 18 mei 2026

Motivering Loovebaan 31 Someren

Onderdeel

: Motivering behorende bij een Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit (BOPA)

Status

: ingediend

Crijns Rentmeesters B.V. Koningsplein 20 5721 GJ Asten +31 (0)493 - 47 17 77 info@crijns-rentmeesters.nl www.crijns-rentmeesters.nl

Lid van de Nederlandse Vereniging van Rentmeesters Onderdeel van de Aelmans Adviesgroep

Op onze dienstverlening is de Regeling van Rentmeesters van toepassing die u vindt op www.crijns-rentmeesters.nl. Crijns Rentmeesters B.V. is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 22030061. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering va n bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Crijns Rentmeesters B.V. is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Crijns Rentmeesters B.V. is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.

Sjabloonversie januari 2026

Inhoudsopgave 1

Inleiding ...................................................................................................................1

2

Projectbeschrijving ..................................................................................................2 2.1 Projectbegrenzing................................................................................................................... 2 2.2 Bestaande situatie .................................................................................................................. 3 2.3 Beoogde situatie ..................................................................................................................... 4

3

Omgevingsplanregels...............................................................................................9 3.1 Omgevingsplan gemeente Someren ...................................................................................... 9 3.2 Strijdigheid met omgevingsplan ........................................................................................... 10 3.3 Planologische situatie ........................................................................................................... 10

4

Maatschappelijke doelen ......................................................................................11 4.1 Rijksdoelen en regelgeving ................................................................................................... 11 4.2 Provinciale doelen en regelgeving Noord-Brabant .............................................................. 15 4.3 Gemeentelijke doelen en regelgeving .................................................................................. 18

5

Veilige en gezonde fysieke leefomgeving ..............................................................23 5.1 Activiteiten ........................................................................................................................... 23 5.2 Bodem .................................................................................................................................. 24 5.3 Geluid.................................................................................................................................... 27 5.4 Schaduwwerking................................................................................................................... 28 5.5 Geur ...................................................................................................................................... 29 5.6 Beschermen van de gezondheid........................................................................................... 31 5.7 Omgevingsveiligheid............................................................................................................. 37 5.8 Toetsing m.e.r.-beoordeling ................................................................................................. 39

6

Goede omgevingskwaliteit ....................................................................................43 6.1 Water .................................................................................................................................... 43 6.2 Cultureel erfgoed.................................................................................................................. 48 6.3 Natuur................................................................................................................................... 49 6.4 Duurzaamheid en klimaat..................................................................................................... 53

6.5 Positieve gezondheid............................................................................................................ 54

7

Uitvoerbaarheid ....................................................................................................56 7.1 Advies en instemming .......................................................................................................... 56 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid....................................................................................... 56 7.3 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................. 57

8

Afweging en conclusie ...........................................................................................59

9

Verwerking in het omgevingsplan .........................................................................60 9.1 Algemeen.............................................................................................................................. 60 9.2 Wijze waarop deze BOPA verwerkt wordt ........................................................................... 60

Bijlagen Bijlage 1

Verbeelding

Bijlage 2

Bodemonderzoek

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeer/industrielawaai

Bijlage 4

Onderzoek waterdoorlatendheid

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

Bijlage 6

Quickscan flora en fauna

Bijlage 7

Voortoets stikstof

Bijlage 8

Afwateringsplan

CRI260011.003/GBS

1

Inleiding Aan de locatie Loovebaan 31 Someren is sprake van een woonfunctie. Het voornemen is om deze locatie een appartementencomplex te realiseren. Het voorgenomen bouwprogramma past echter niet binnen de regels van het vigerende omgevingsplan. Beoogd wordt om met een Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (hierna BOPA) af te wijken van het omgevingsplan, waarmee het voornemen wordt gefaciliteerd. Een BOPA kan verleend worden als sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), zo volgt uit artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving en indien sprake is van een concreet plan. In voorliggende motivering wordt het voornemen toegelicht en is aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

1

CRI260011.003/GBS

2

Projectbeschrijving

2.1

Projectbegrenzing De projectlocatie is gelegen in het zuidelijk gedeelte van de kern Someren, direct ten noorden van de rondweg. Op navolgende figuur is de ligging aangeduid met een rode pijl.

Figuur 1: Uitsnede van de luchtfoto met aanduiding projectlocatie

De projectlocatie betreft gedeeltes van de percelen kadastraal bekend als: gemeente Someren sectie S, nummer 2878 en 3007.

Figuur 2: Uitsnede van de kadastrale kaart met aanduiding projectlocatie

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

2

CRI260011.003/GBS

2.2

Bestaande situatie

2.2.1

Historische situatie Someren is van oorsprong een kransakkerdorp. De kern van Someren is te herkennen aan de lange bebouwingslinten die de centrale kern verbinden met het omliggende landschap. Deze linten zijn door de jaren heen langzaam en organisch gegroeid. Lange rechte wegen zijn duidelijk in de minderheid binnen de kern. Rondom de centrale kern met kerk en marktplaats lag een aantal kleinere buurtschappen; Groote hoeven, Heikant, Kleine hoeven, Houtbroek en Slieven. Door de jaren heen zijn rondom de kern grotere uitbreidinglocaties gerealiseerd. Deze liggen meestal op de plekken waar de oorspronkelijke buurtschappen lagen. Voorbeelden hiervan zijn Kerkeindje, de Kleine Hoeven en Waterdaal. Deze uitbreidingslocaties liggen binnen de nu zichtbare ontsluitingsring. In 2018 is het gebied omgezet van landbouwgrond naar een woningbouwlocatie met de naam Groote Hoeven. De projectlocatie is tot heden nog veel een gedeelte in gebruik ten behoeve van de gemeentewerf.

2.2.2

Ruimtelijke structuur De projectlocatie ligt even ten noorden van de rondweg en maakt deel uit van de woonwijk ‘Groote Hoeven’. Ten noordwesten van de locatie ligt woongebied ‘De Loove’, dat dateert uit de jaren ’70 t/m ’90 van de vorige eeuw. Ten zuiden van de rondweg begint het buitengebied met daarin een mengeling van woonfuncties, bedrijvigheid en enkele agrarische functies.

2.2.3

Huidige situatie projectlocatie De projectlocatie is thans in gebruik als gemeentewerf en dient voor opslag van allerhande materialen. Navolgende figuren geven een beeld van de locatie.

Figuur 3: Zicht op het perceel vanaf de Loovebaan (Google maps 2023)

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

3

CRI260011.003/GBS

Figuur 4: Luchtfoto projectgebied (2025)

2.3

Beoogde situatie

2.3.1

Beschrijving van het plan Beoogd wordt een woongebouw te realiseren met bijbehorende bouwwerken en parkeergelegenheid. Navolgende figuur geeft een beeld van het gebouw.

Figuur 5: Impressie hoofdgebouw voorzijde

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

4

CRI260011.003/GBS

Figuur 6: impressie beeldkwaliteit

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

5

CRI260011.003/GBS

Het woongebouw bestaat uit drie tot vier lagen en biedt plaats aan 50 woningen. De kopzijde (westkant) is daarbij één bouwlaag hoger dan de oostzijde.

Figuur 7: Massa van het gebouw

2.3.2

Noodzaak

2.3.2.1 Woningbehoefte In de gemeente Someren geldt een grote woningbouwbehoefte. Dat volgt onder andere uit de Woon-welzijn-zorgvisie Someren. De visie stelt dat betaalbare woningen schaars zijn en dat sociale huur actief moet worden uitgebreid. De visie richt zich nadrukkelijk op de doelgroepen, starters, één- en tweepersoonshuishoudens, senioren en kwetsbare groepen. Het plan levert een directe bijdrage aan de kwantitatieve woningbouwopgave. Het appartementencomplex zal worden beheerd door WoCom. Ook voor WoCom is de ontwikkeling zeer relevant om te voldoen aan de prestsyt 2.3.2.2 Beeldkwaliteit Het projectgebied is gelegen aan de rand van Groote Hoeven. Op grond van het beeldkwaliteitplan is ter plaatse een accent gewenst. Dat was nog niet gerealiseerd. Met het appartementengebouw wordt een accent gemaakt bij de entree van Someren. Dit appartementengebouw heeft een geleed volume waarmee het gebouw optisch verkleind wordt en de hoek wordt benadrukt. 2.3.3

Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing Met dit bouwplan wordt een passende afronding gegeven aan de ‘Groote Hoeven’. Met een prominent gebouw wordt op de kop een duidelijke aankondiging gegeven van het stedelijk gebied. Aan de voorzijde is tegelijkertijd ruimte voor groen. De ondersteunende functies zoals parkeren en bijgebouwen worden aan de achterzijde opgelost.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

6

CRI260011.003/GBS

Figuur 8: Stedenbouwkundige uitwerking

Navolgende figuur geeft een beeld van de stedenbouwkundige uitwerking.

Figuur 9: Stedenbouwkundige opzet

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

7

CRI260011.003/GBS

2.3.4

Verkeer en parkeren

2.3.4.1 Verkeer Er worden binnen de projectlocatie 50 woningen gerealiseerd in een woongebouw. In het moederplan ‘Groote Hoeven’ is reeds rekening gehouden met een appartementgebouw voor 30 wooneenheden. De wegenstructuur is zo gedimensioneerd dat een toevoeging van 20 extra eenheden geen bezwaar vormt. Het appartementengebouw heeft een ontsluiting aan de zuidwest op de wijk. De verdere ontsluiting verloopt via Schoof, Garve en Waterlaat met aantakking op de Loovebaan.’ De wegenstructuur heeft voldoende capaciteit voor een goede verkeersafwikkeling.

2.3.4.2 Parkeren Voor de 50 woningen geldt op basis van het CROW een parkeeropgave van 44 parkeerplaatsen (0,8 per sociale huurwoning + 0,2 bezoekersparkeren, rekening houdend met de aanwezigheidspercentages per dagdeel uitgesplitst naar bewoners en bezoekers. 2.3.4.3 Uitvoering De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in circulaire graskantstenen. Op het parkeerterrein worden 4 elektrische laadmogelijkheden gerealiseerd. Bij het ontwerp van het terrein dient men rekening te houden met de inrichting en zodoende te ontmoedigen dat bewoners sluiproutes creëren richting de Loovebaan. 2.3.5

Groen Voor deze locatie wordt een groenplan gerealiseerd.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

8

CRI260011.003/GBS

3

Omgevingsplanregels

3.1

Omgevingsplan gemeente Someren Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle bestemmingsplannen in de gemeente Someren van rechtswege onderdeel geworden van één omgevingsplan. Dit omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk en een nieuw deel. De bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het tijdelijke deel bestaat uit: - (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen; - Rijksregels over activiteiten (aangeduid als ‘de bruidsschat’). Voor de projectlocatie is het Omgevingsplan gemeente Someren hiermee sinds 1 januari 2024 van rechtswege geldend. De projectlocatie is eerder in Groote Hoeven bestemd, waarmee dit eerder vastgestelde bestemmingsplan geldt als planregime als onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege. Voor de projectlocatie is het bestemmingsplan Groote Hoeven vastgesteld. Dit bestemmingsplan is op 25 januari 2018 door de gemeenteraad vastgesteld en is voor de projectlocatie onherroepelijk. De projectlocatie kent de functies ‘Wonen’, ‘Groen’ en ‘Verkeer’. Het bouwvlak valt gelijk met de functie wonen en daarbinnen gelden de bouwaanduidingen ‘gestapeld’, ‘specifieke bouwaanduiding – accent’ en de maatvoeringen ‘maximum goothoogte: 14’, maximum bouwhoogte: 14’ en ‘maximum goothoogte: 11’, maximum bouwhoogte: 11’.

Figuur 10: Uitsnede omgevingsplan Groote Hoeven

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

9

CRI260011.003/GBS

3.2

Strijdigheid met omgevingsplan Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen. De voorgenomen plannen voor de projectlocatie zijn in strijd met de regels van het Omgevingsplan van rechtswege, voortvloeiend uit de vaststelling van het bestemmingsplan Groote Hoeven. Concreet is sprake van de navolgende strijdigheden: • Het bouwplan past niet binnen het daartoe aangewezen bouwvlak. • De hoogte van het gebouw is deels niet passend binnen de maatvoeringsaanduidingen. • Bijbehorende bouwwerken vallen niet binnen de woonfunctie

3.3

Planologische situatie Navolgende figuur geeft de beoogde planologische situatie weer.

Figuur 11: Verbeelding

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

10

CRI260011.003/GBS

4

Maatschappelijke doelen

4.1

Rijksdoelen en regelgeving

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI staat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal, waarmee wordt bedoeld dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. De NOVI gaat uit van vier prioritaire opgaven: - Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland; - Ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie; - Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s met voldoende ruimte om te wonen, werken en bewegen; - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In de visie worden de nationale belangen genoemd die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld ook om behoud en versterking van cultureel erfgoed en landschappelijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Het Rijk heeft de NOVI opgesteld voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk.

Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen.

4.1.1.1 Rad van de leefomgeving Om de visie en besluitvorming van de NOVI te kunnen beoordelen is daarvoor het Rad van de Leefomgeving opgesteld. Dit Rad van de Leefomgeving biedt een raamwerk van waardecategorieën waarmee de waardecreatie van een project beoordeeld kan worden. Het richt zich daarbij vooral op de impact op de ontwikkeling of bescherming van de leefomgeving. Het Rad van de Leefomgeving biedt twee perspectieven op de leefomgeving, die met elkaar in balans moeten worden gebracht: - Het beschermen van de fysieke leefomgeving door te zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; - Het vervullen van maatschappelijke behoeften door te richten op ontwikkeling van de woonomgeving en de economische omgeving.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

11

CRI260011.003/GBS

Het Rad van de Leefomgeving biedt een praktisch handvat om invulling te geven aan de ‘omgevingsinclusieve benadering’ van de NOVI en de Omgevingswet. Het Rad geeft de mogelijkheid de beoordeling van de effecten voor de fysieke leefomgeving breed en integraal te benaderen.

Figuur 12: Rad van de Leefomgeving

4.1.1.2 Beoordeling Dit plan ziet op het realiseren van een passend woningaanbod en afronding van het bouwplan van de wijk Groote Hoeven. Dit plan draagt bij aan doelstellingen voor wonen en woonomgeving zonder daarbij een goede omgevingskwaliteit uit het oog te verliezen. 4.1.2

Instructieregels Rijk De Omgevingswet werkt door in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s): het Omgevingsbesluit, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet.

4.1.2.1 Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

12

CRI260011.003/GBS

4.1.2.2 Besluit activiteiten leefomgeving Het Bal bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen. De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd. 4.1.2.3 Besluit bouwwerken leefomgeving Het Bbl bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.

4.1.2.4 Besluit kwaliteit leefomgeving Het Bkl bevat ter bescherming van de nationale belangen instructieregels, waaronder: - waarborgen van veiligheid; - beschermen van waterbelangen; - beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid, geur en bodemkwaliteit; - beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; - het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; - het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, Rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën. 4.1.2.5 Beoordeling Het plan wordt in hoofdstuk 4 van deze motivering getoetst aan de regels van de sectorale aspecten die voorvloeien uit het Omgevingsbesluit, het Bal, het Bbl en het Bkl. Uit die toets blijkt dat de ontwikkeling past binnen de kaders uit deze AMvB’s. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van Artikel 5.129g Bkl heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking betrekking op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en, indien de ontwikkeling buiten het stedelijk gebied is voorzien, de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied in die behoefte te kunnen voorzien. De instructieregel in artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Deze instructieregel geldt ook voor een omgevingsvergunning Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit. Dit regelt artikel 8.0b Bkl.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

13

CRI260011.003/GBS

Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor een stedelijke ontwikkeling. Over de vraag wanneer precies sprake is van een ’stedelijke ontwikkeling’ heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich gebogen in een overzichtsuitspraak d.d. 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Van een stedelijke ontwikkeling is onder andere sprake bij een bouwplan met 12 woningen of meer, bij een plan met een ruimtebeslag van meer dan 500 m², of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m². De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. 4.1.3.1 Beoordeling Deze ontwikkeling voorziet in een stedelijke ontwikkeling. Er is reeds een bouwplan toegestaan binnen het projectgebied echter geldt dit voor circa 30 woningen. Er worden 50 appartementen gebouwd. Het plan voorziet in de realisatie van 50 sociale huurappartementen binnen het stedelijk gebied van Someren. Omdat bij woningbouw vanaf circa 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, is de Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing. Onder de Omgevingswet volgt deze toets uit artikel 5.129g Bkl. Daarbij moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. De ontwikkeling voorziet in een duidelijke kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte.

In de Woon-welzijn-zorgvisie Someren 2024-2040 is aangegeven dat de vraag naar woningen in Someren het aanbod ruimschoots overtreft en dat betaalbare woningen steeds moeilijker bereikbaar zijn. Ook is vastgelegd dat Someren in de regionale Woondeal Zuidoost-Brabant heeft afgesproken om in de periode 2022-2030 minimaal 880 nieuwe woningen te realiseren. Voor de periode 2023-2030 wordt in de gemeentelijke woningmarktanalyse een aanvullende behoefte van 820 woningen genoemd; tot 2040 bedraagt de behoefte 1.620 woningen. Binnen die behoefte bestaat specifiek druk op het sociale huursegment. Someren heeft relatief weinig sociale huurwoningen: circa 20% van de woningvoorraad, terwijl vanuit de regionale Woondeal en landelijke regie 30% sociale huur maatgevend is. De 50 sociale huurappartementen dragen rechtstreeks bij aan deze behoefte. De gemeente Someren benoemt bovendien expliciet dat de aanvullende vraag in de sociale huur vooral afkomstig is van kleine huishoudens, zoals senioren, jongeren en eenpersoonshuishoudens. Appartementen sluiten goed aan bij deze doelgroep. De ontwikkeling vindt plaats binnen stedelijk gebied van Someren. Daarmee wordt aangesloten bij het uitgangspunt van zorgvuldig ruimtegebruik. 4.1.4

Conclusie Rijksdoelen en regelgeving Dit project is niet strijdig met de doelen en regelgeving op Rijksniveau.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

14

CRI260011.003/GBS

4.2

Provinciale doelen en regelgeving Noord-Brabant

4.2.1

Brabantse Omgevingsvisie De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot 2050. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Brabantse Omgevingsvisie geeft aan hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien. En waar Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De visie noemt hiervoor een vijftal hoofdopgaven: a) De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 4. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moet er minder energie worden gebruikt en meer duurzame energie worden opgewekt. 5. Slimme netwerkstad: de manier waarop men zich verplaatst verandert en dit stelt andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 6. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering is er sprake van meer extremen in temperatuur en neerslag. Hier moet mee worden omgegaan. 7. Concurrerende, duurzame economie: Noord-Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Provinciale Staten kunnen in een omgevingsverordening (instructie)regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente. Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in dit kader de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving zijn hierin samengevoegd.

4.2.1.1 Beoordeling De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. Gesteld wordt dat gemeenten de eerst verantwoordelijken zijn waar het gaat om ontwikkelen en beschermen van de fysieke leefomgeving. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden zo laag mogelijk weggelegd. Gemeenten en waterschappen moeten een eigen invulling geven aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De provincie Noord-Brabant heeft in de Omgevingsverordening Noord-Brabant een vertaalslag gemaakt van de visie naar concreet bindende regels die bij de opgenomen onderwerpen moeten worden getoetst. 4.2.2

Omgevingsverordening Noord-Brabant De Omgevingsverordening Noord-Brabant is op 1 januari 2024 in werking getreden en is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan op te stellen ruimtelijke plannen. Deze verordening vormt een direct toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In deze omgevingsverordening zijn de bestaande regels over de fysieke leefomgeving in één verordening ondergebracht. De omgevingsverordening sluit aan op de Omgevingswet en de werkwijze van de Omgevingsvisie. De regels sluiten aan bij het diep, rond en breed kijken uit de omgevingsvisie, maar zijn ook gebaseerd op overig vastgesteld beleid zoals de doelen en ambities voor duurzame energie uit de Energieagenda of bij de uitwerking van beleid in het Regionaal Water- en Bodem Programma.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

15

CRI260011.003/GBS

De provinciale omgevingsverordening bevat direct werkende algemene regels en instructieregels. Soms bevatten de instructieregels afwegingscriteria en soms concrete voorwaarden. De instructieregels voor het omgevingsplan in hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening NoordBrabant hebben tot doel dat de gemeenteraad, of in een voorkomend geval het college van burgemeester en wethouders, de inhoud van de regels betrekt bij de vaststelling of afwijken van een omgevingsplan. De instructieregels richten zich op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving. De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met realisatie van een veilige en gezonde leefomgeving. 4.2.2.1 Beoordeling Aanduiding projectlocatie in Omgevingsverordening Noord-Brabant Navolgend wordt een overzicht gegeven van de aanduidingen binnen de projectlocatie in de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Figuur 13: Uitsnede Omgevingsverordening Noord-Brabant met aanduiding ligging projectlocatie

De projectlocatie is hierop aangeduid als gelegen binnen het stedelijk gebied. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Inleiding Een omgevingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Voor het realiseren hiervan wordt toepassing gegeven aan: zorgvuldig ruimtegebruik, de lagenbenadering en de meerwaardecreatie. Zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag en dat de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling. Alleen wanneer uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is, is uitbreiding van ruimtebeslag onder voorwaarden mogelijk.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

16

CRI260011.003/GBS

Het plan wordt gerealiseerd binnen het projectgebied Groote Hoeve en de bebouwing en ondersteunende functies worden geclusterd. Er is met dit plan daarmee sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en een meerwaarde creatie De lagenbenadering omvat de effecten op: - de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden; - de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; en - de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden , de omvang van de functie en de bebouwing , de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: - de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; - de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn; - de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, welke deel uit kan maken van de meerwaardecreatie.

Dit plan draagt bij aan een passende woningvoorraad waarbij ruimte is voor voldoende groen. Er wordt met een kopgebouw een volwaardige afronding gegeven aan het bouwplan. Daarmee is sprake van een esthetische en maatschappelijke meerwaarde. Er is geen sprake van verstoring van de lagen. Dat is nader gemotiveerd in hoofdstuk 5 en 6. Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen, wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; en b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. De toevoeging van de woningen in het bestaand stedelijk gebied past binnen het woningbouwprogramma van de gemeente Someren. De totale aanvullende behoefte voor 20232030 is 820 woningen. De totale behoefte tot 2040 is 1.620 woningen. De bouw van 50 woningen binnen de projectlocatie past daarmee binnen de kwantitatieve taakstelling van het gemeentelijk woningbouwprogramma. De woningen zijn ook geschikt voor de doelgroep senioren. Lid 2 Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a. een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met een veilige en gezonde leefomgeving;

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

17

CRI260011.003/GBS

b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en f. wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie. De beoogde ontwikkeling vindt plaats ter plaatse van het bestaand stedelijk gebied. Er is dan ook sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. De ontwikkeling gaat gepaard met een hoogwaardige kwaliteit en uitstraling. Voor zover mogelijk wordt invulling gegeven aan de productie en het gebruik van duurzame energie en er wordt rekening gehouden met klimaatverandering. Lid 3 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, stelt het omgevingsplan regels over: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; en b. het tegengaan van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, zoals: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden, tenzij die bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; 3.

voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden, tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. Niet van toepassing. Er is geen sprake van een ontwikkeling op een bedrijventerrein 4.2.3

Conclusie provinciale doelen en regelgeving Noord-Brabant Dit project is niet strijdig met de doelen en regelgeving van de provincie Noord-Brabant.

4.3

Gemeentelijke doelen en regelgeving

4.3.1

Omgevingsvisie Someren De gemeente Someren wil goed voorbereid zijn op de toekomst, en daarvoor is het belangrijk om de gewenste koers voor Someren uit te stippelen. Aan de hand van deze koers kan gericht aan de slag worden gegaan met de uitwerking van beleid. De omgevingsvisie omvat de hoofdlijnen van de ontwikkelingsrichting van de gemeente voor de langere termijn en beslaat alle thema’s die belangrijk zijn voor de leefomgeving. De omgevingsvisie is het document van de gemeenteraad. De gemeenteraad van Someren heeft als opdracht meegegeven een beknopte en heldere omgevingsvisie op te stellen. Voor sommige doeleinden is meer informatie nodig. Denk hierbij aan het uitwerken van een concreet project of het schrijven van een beleidsstuk als uitwerking van de omgevingsvisie. Voor dergelijke doeleinden is bij

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

18

CRI260011.003/GBS

de omgevingsvisie een gedetailleerd achtergronddocument opgesteld. De Omgevingsvisie is uitgewerkt aan de hand van enkele belangrijke thema’s. De thema’s zijn: Samen Someren Aantrekkelijk wonen Waardevol groen en blauw Economisch vitaal Bereikbaar en toegankelijk Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief De belangrijkste ambities en doelstellingen van de omgevingsvisie zijn nader uitgewerkt we uit op deelgebiedskaarten. Elk deelgebied heeft een naam die past bij de identiteit van dat gebied: Bruisend Hart - Someren Dorp Aangenaam Dorps - Someren Eind Veelzijdig Samen - Someren Heide Bijzonder Groen – Lierop Natuurlijk genieten - Buitengebied Noord Buitengewoon pionieren - Buitengebied Zuid De projectlocatie is gelegen in het Bruisend Hart.

Figuur 14: Opgaven voor het gebied

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

19

CRI260011.003/GBS

Met deze ontwikkeling wordt een hoogwaardige afronding gegeven aan de wijk Groote Hoeven. Bovendien dragen de woning bij aan een passende woningvoorraad en het behalen van de woningbouwdoelen. De ontwikkeling van 50 sociale huurappartementen voorziet in een aantoonbare woningbehoefte en vergroot het aandeel betaalbare woningen. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied en draagt bij aan leefbaarheid en doorstroming. Daarmee is het plan in lijn met de Omgevingsvisie en het woonbeleid van de gemeente Someren en levert het een directe bijdrage aan de strategische doelen van de gemeente. 4.3.2

Beeldkwaliteitplan Groote Hoeven Voor het plangebied van het bestemmingsplan is een beeldkwaliteitplan opgesteld. De projectlocatie is gelegen aan ‘de rand’. Voor het appartementenblok is een eigen kernkwaliteitenopgave gemaakt. Daarbij horen de steekwoorden: ‘voet in het water, veel glas, verschillende blokken, hogere kop, duurzaam en 3 tot 4 lagen’.

Figuur 15: Uitsnede beeldkwaliteitplan

Het bouwplan sluit in grote mate aan bij het beeldkwaliteitplan. Er wordt alleen afweken door een grotere footprint, meer woningen, andere bouwhoogte en aparte bergingen. 4.3.3

Woon-welzijn-zorg visie 2024-2040 Inleiding De woon-welzijn-zorg visie voor Someren is vastgesteld op 28 mei 2024. De visie is een vervolg op de eerdere woonvisie, die liep van 2019 tot 2030. Deze visie was aan vernieuwing toe vanwege ingrijpende veranderingen in de maatschappelijke context van de afgelopen vier jaar. De gemeente Someren heeft besloten om niet langer te spreken van een woonvisie, maar van een visie op wonen, welzijn en zorg. De woon-welzijn-zorg visie functioneert als volkshuisvestelijk programma voor de Omgevingsvisie van Someren en schetst de kaders op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Daarnaast wordt invulling gegeven aan regionale afspraken (Woondeal) en Rijksprogramma’s als ‘Een thuis voor iedereen’, ‘Wonen en zorg voor ouderen’. Ook is er samenhang met het Integrale Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). De woonwelzijn-zorg visie sluit aan op zowel de regionale als lokale thema’s. In de eerste plaats is de visie het bedoelt om de gemeentelijke langetermijnvisie op het gebied van wonen, welzijn en zorg vast te stellen.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

20

CRI260011.003/GBS

De gemeente Someren heeft 14 speerpunten geformuleerd onder 3 thema’s: 1. Toekomstbestendige ondersteuning Speerpunt 1: Inzetten op preventie Speerpunt 2: Stimuleren van zelf- en samenredzaamheid Speerpunt 3: Ondersteunen en stimuleren van mantelzorg Speerpunt 4: Beschikbaarheid van medische zorg Speerpunt 5: Meer passende woningen voor mensen met een zorg- en ondersteuningsvraag 2. Geschikte woonomgeving Speerpunt 6: Stimuleren van ontmoeting Speerpunt 7: Behoud en verbetering van voorzieningenniveau Speerpunt 8: Bereikbaarheid 3. Passende woningvoorraad Speerpunt 9: We bouwen volgens de behoefte Speerpunt 10: Geschikt bouwen om doorstroming op gang te krijgen en flexibiliteit te bevorderen Speerpunt 11: Gemengd en geclusterd bouwen en wonen Speerpunt 12: Flexibeler gebruik van de bestaande woningvoorraad Speerpunt 13: Inzetten op sociale huur Speerpunt 14: Een duurzame woningvoorraad Kwalitatieve woningbehoefte Kijkend naar de kwalitatieve woningbehoefte voor de komende jaren is te zien dat de druk op de Somerense woningmarkt in alle segmenten is toegenomen. De totale aanvullende behoefte voor 2023-2030 is 820 woningen. De totale behoefte tot 2040 is 1.620 woningen. − −

− − −

−

De aanvullende vraag in de sociale huur komt vooral van kleine huishoudens. Dit zijn vaak senioren, jongeren en (nieuwe) eenpersoonshuishoudens (door bijvoorbeeld een scheiding). De grondgebonden vrije sector huur is een segment dat vaak 2e keus is voor mensen. Mensen die in een grondgebonden vrije sector huurwoning wonen hadden vaak liever een goedkope(re) koopwoning gehad, maar deze zijn onvoldoende beschikbaar. Senioren kiezen vaak wel bewust voor vrije sector huur. Het gaat dan om levensloopgeschikte woningen en appartementen. Er is vooral extra behoefte aan goedkopere koopsegmenten zoals rijwoningen tot 230.000 en 230.000-320.000 en tweekappers/vrijstaande woningen tot 390.000. Het ‘theoretisch’ overschot aan dure grondgebonden koopwoningen ontstaat door de vergrijzing (vrijkomen van woningen) en het feit dat deze niet aansluiten op de ‘eigen’ behoeften (te duur). Deze vergrijzing zorgt ook voor een aanvullende vraag in het aantal koopappartementen, dit komt namelijk voornamelijk door de vraag van ouderen die een geschikte woning willen.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

21

CRI260011.003/GBS

Een passende woningvoorraad De gemeente streeft naar een diverse en betaalbare woningvoorraad die voldoet aan de behoeften van jong en oud. Door te focussen op nultredenwoningen, appartementen en gevarieerde woonconcepten, stimuleert men de doorstroming en wordt de leefbaarheid vergroot. Uit de woningmarktanalyse blijkt dat er in de periode 2023 tot en met 2030 een behoefte is aan minimaal 820 extra woningen, wat voortkomt uit zowel de prognose van huishoudens als het huidige tekort aan woningen. Dit komt overeen met de afspraken die zijn vastgelegd in de Woondeal. Daarin is afgesproken om tussen 2022 en 2030 minimaal 880 woningen te realiseren. Conform de regionale afspraken in de Woondeal moet ten minste 30% van de gerealiseerde woningen sociale huur zijn, en ten minste 2/3 betaalbaar (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop). De rest van de woningen kan vrij worden ingevuld. Onder betaalbare huisvesting c.q. het betaalbaar segment wordt verstaan: Middelhoge huurwoningen waarbij het woningwaarderingsstelstel wordt gevolgd (tot 187 punten, € 1.026,71 prijspeil januari 2024) en koopwoningen tot de betaalbaarheidsgrens van € 390.000, prijspeil januari 2024. Gezien de behoeften die naar voren komen uit de woningmarktanalyse, streeft de gemeente ernaar om een groter aandeel betaalbare woningen te realiseren (meer dan 2/3).

Veel jongere huishoudens lopen er tegenaan dat zij geen woning kunnen vinden of kunnen betalen. Ook veel ouderen geven aan dat er soms niet genoeg (betaalbaar) passend aanbod is. Wanneer gekeken wordt naar de woonwensen van deze twee groepen komen deze vaak overeen. Dit betekent dat 1 woonvorm kan dienen voor meerdere type huishoudens. Someren wil daarom inzetten op het bouwen van nultredenwoningen en appartementen, voor jong en oud. Deze woningen zijn niet al te groot, betaalbaar en zorgen voor doorstroming. Toets Met de realisatie van 50 appartementen wordt aangesloten bij de speerpunten uit de visie. Er wordt gebouwd voor de doelgroep starterswoningen en sociale huur en sluit aan bij doelgroepenbeleid (kleine huishoudens, starters, senioren en bevordert de doorstroming.

4.3.4

Conclusie gemeentelijke doelen en regelgeving Dit project is niet strijdig met de doelen en regelgeving van de gemeente Someren.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

22

CRI260011.003/GBS

5

Veilige en gezonde fysieke leefomgeving

5.1

Activiteiten

5.1.1

Algemeen Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’. In de handreiking wordt gewerkt met zones met milieuwaarden die de gebruiksruimte per activiteit begrenzen, zónder een Lijst van activiteiten. Uitgangspunt is functiescheiding waar dat nodig is en het toepassen van inwaartse zonering binnen bedrijventerreinen en andere werkterreinen. Hoe groter de afstand tot de woonomgeving, hoe meer gebruiksruimte voor geluid en geur per milieuhinderlijke (bedrijfs)activiteit beschikbaar is. De inwaartse zonering krijgt vorm door maximaal drie zones voor geluid en twee zones voor geur. De zones zijn afhankelijk van de ligging ten opzichte van gebieden met milieugevoelige activiteiten. Afhankelijk van de ligging van een activiteit ten opzichte van een zone, hebben milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten meer of minder milieugebruiksruimte. Hiermee wordt duidelijk welke milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten in een gebied op grond van het omgevingsplan rechtstreeks worden toegelaten. De handreiking is gericht op de volgende soorten gebieden: bedrijventerreinen, andere werkterreinen (niet zijnde bedrijventerreinen), woongebieden en buitengebied.

Voor geluid en geur worden drie mogelijkheden beschreven om in te schatten of een bepaalde activiteit past binnen de toepasselijke zones voor geluid en geur of zelfs geschikt is voor functiemenging: - Een inschatting van de feitelijke situatie aan de hand van concrete criteria voor geluid en geur; - Een indicatie aan de hand van de getransponeerde tabel van Bedrijven en milieuzonering (VNG 2009); - Door het uitvoeren van gericht onderzoek.

5.1.2

Beoordeling De projectlocatie is gelegen in aan de rondweg met in de nabijheid verschillende functies. Er is sprake van een gemengde omgeving. Ten opzichte van onderhavige projectlocatie is sprake van bestaande bedrijfsactiviteiten in de directe omgeving die van invloed kan zijn op het project. Navolgend worden deze belicht. Kerkendijk 25 Aan Kerkendijk 25 is een vloerenbedrijf toegestaan. Dit betreft een categorie 3.1 functie. Hiervoor geldt in gemengd gebied een richtafstand van 30 meter. De werkelijke afstand van de grens van de bestemming ‘Bedrijf’ tot het projectgebied is groter. Vloerenbedrijf Someren vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling van woningbouwlocatie Groote Hoeven.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

23

CRI260011.003/GBS

Kerkendijk 32 Aan Kerkendijk 32 is een groothandel in hout en bouwmaterialen: b.o. >= 2000 m² met machinale houtbewerking toegestaan. Hiervoor geldt in gemengd gebied een richtafstand van 50 meter. De werkelijke afstand van de grens van de bestemming ‘Bedrijf’ tot het projectgebied is groter. Brandweerkazerne Ten noorden van de projectlocatie ligt een brandweerkazerne. Volgens de VNG-publicatie valt een brandweerkazerne onder milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt in gemengd gebied een richtafstand van 30 meter. De werkelijke afstand van de grens van de bestemming ‘Bedrijf’ tot het projectgebied is groter. Als gevolg van voorliggend project worden geen nieuwe bedrijfsactiviteiten mogelijk gemaakt die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat in de (directe) omgeving. 5.1.3

Conclusie activiteiten Het aspect ‘activiteiten’ vormt geen belemmeringen voor de beoogde afwijking van het omgevingsplan.

5.2

Bodem

5.2.1

Algemeen Het aspect bodem(kwaliteit) maakt integraal onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Steeds dient te worden gezocht naar de juiste balans tussen enerzijds het beschermen van de gezondheid en het milieu en anderzijds het benutten van de bodem ten behoeve van maatschappelijke activiteiten. Bij het wijzigen van het omgevingsplan dient te worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet) en uitvoering is gegeven aan de instructieregels vanuit het Rijk (paragraaf 5.1.4.5 Bkl) en de provincie. Als uitgangspunt geldt dat onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de mens vanwege het gebruik van de bodem dienen te worden voorkomen (artikel 2.28, lid 1 Omgevingswet). In dit kader is het van belang om na te gaan wat de kwaliteit van de bodem binnen de projectlocatie is en of dit nog aanvaardbaar c.q. toelaatbaar wordt geacht voor de beoogde functietoedeling. Bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie moet de kwaliteit van de bodem ten minste voldoen aan daarvoor gestelde interventiewaarden (bijlage IIA Bal). De gemeente kan echter in haar omgevingsplan ook afwijkende lokale waarden vastleggen, voor zover de maximale grenswaarden als bedoeld in artikel 5.89j, tweede lid, van het Bkl niet worden overschreden.

5.2.2

Beoordeling In het kader van het bestemmingsplan Groote Hoeven is een bodemonderzoek uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 2. Op grond van het verrichte onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan:

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

24

CRI260011.003/GBS

Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Someren een nader bodemonderzoek (grond en grondwater) uitgevoerd aan de gemeentewerf aan de Kerkendijk 19a te Someren. Aanleiding voor het nader bodemonderzoek zijn de diverse matige en sterke verontreiniging in de bovengrond en het grondwater, welke onder andere tijdens het door Econsultancy uitgevoerde verkennend bodemonderzoek ter plaatse van deellocaties A, B, C en E zijn aangetoond (projectnummer: 1611.002, d.d. 20 oktober 2016). De aangetoonde verontreinigingen betreffen: - Deellocatie A: matige tot sterke verontreinigingen met metalen in de grond en het grondwater; - Deellocatie B en E: matige en sterke verontreinigingen met PAK in de grond; - Deellocatie C: sterke verontreiniging met cyanide-complex in het grondwater; Het nader bodemonderzoek heeft de volgende doelstellingen: - het vaststellen van de aard en de omvang van de gevallen van bodemverontreiniging (vooralsnog tot maximaal aan de perceelsgrenzen); - het geven van uitsluitsel of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; - het, indien noodzakelijk, maken van een inschatting van de milieuhygiënische risico's.

Hieronder volgt per deellocatie een samenvatting van de vastgestelde verontreinigingssituatie ter plaatse: Deellocatie A De resultaten van het verkennend bodemonderzoek tonen een diffuus heterogeen verontreinigingsbeeld voor metalen (met name zink) in de grond ter plaatse van deellocatie A. Door de ODZOB is aangegeven dat de matige tot sterke verontreiniging met zink in de grond op dit deel van de onderzoekslocatie gesaneerd kunnen worden middels afgraving, nadat op basis van de gegevens uit het verkennend bodemonderzoek de gemiddelde zinkgehalten van de grond ter plaatse zijn bepaald. De matige tot sterke verontreiniging met zink in de grond beperkt zich tot het oostelijke deel van deellocatie A, waar vroeger een zinkassenverharding aanwezig is geweest. Het gemiddelde zinkgehalte in de bovengrond van dit deel van deellocatie A ligt tussen 444 en 522 mg/kg d.s.. Indicatief zou de verontreinigde grond ter plaatse (gemiddeld) voldoen aan de klasse Industrie. De sterke verontreiniging met metalen in het grondwater is zowel in horizontale als in verticale richting afgeperkt en bevindt zich, in de kern van de verontreiniging, vanaf de grondwaterspiegel tot circa 1,5 m beneden grondwaterspiegel. De totale omvang van de sterke verontreiniging bedraagt circa 2.400 m³ met grondwater verzadigd bodemvolume (1.600 m² x 1,5 m).

Uit de milieuhygiënische beoordeling is gebleken dat er géén sprake is van onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico's. Uitgaande van het voorgaande, alsmede van de mate en het volume van de geconstateerde verontreiniging (meer dan 100 m³ bodemvolume sterk verontreinigd grondwater), wordt gesteld dat het hier, in het kader van de Wet bodembescherming, een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft dat niet met spoed hoeft te worden gesaneerd.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

25

CRI260011.003/GBS

Deellocatie B en E Op basis van de analyseresultaten wordt de sterke verontreiniging met PAK in de grond zowel in horizontale als in verticale richting als afgeperkt beschouwd. De sterke verontreiniging met PAK in de grond bestaat uit vier kernen aan de randen van de puinverharding, waar deze geleidelijk overgaat in grond (< 50% puinbijmenging). De milieuhygiënische kwaliteit van het puin is niet onderzocht, maar aangenomen wordt dat dit puin en het heterogeen hierin verwerkte gebroken asfalt, de bron is voor de verontreinigingen met PAK in de grond. De totale omvang van de sterke verontreiniging met PAK in de grond ter plaatse van deellocatie B en E bedraagt circa 170 m³ bodemvolume (totaal 340 m² x ± 0,5 m). Uit de milieuhygiënische beoordeling is gebleken dat er géén sprake is van onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico's. Uitgaande van de volumina van de grondverontreiniging op de onderzoekslocatie (meer dan 25 m³ sterk verontreinigde grond), wordt gesteld dat het hier, in het kader van de Wet bodembescherming, een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft dat niet met spoed hoeft te worden gesaneerd. Deellocatie C Op basis van de analyseresultaten wordt de sterke verontreiniging met cyanide-complex in het grondwater zowel in horizontale als in verticale richting als afgeperkt beschouwd.

De sterke verontreiniging met cyanide-complex in het grondwater bevindt zich, in de kern van de verontreiniging, vanaf de grondwaterspiegel tot circa 2 m beneden grondwaterspiegel. De totale omvang van de sterke verontreiniging bedraagt circa 260 m³ met grondwater verzadigd bodemvolume (130 m² x 2 m). Uit de milieuhygiënische beoordeling is gebleken dat er géén sprake is van onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico's. Op basis van de beschikbare (historische) gegevens wordt gesteld dat het hier, op basis van artikel 13 van de Wet bodembescherming, een geval van bodemverontreiniging betreft dat onder de zorgplicht valt. Deze zorgplichtbepaling verplicht bij (dreigende) bodemverontreiniging tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd om de verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken. Econsultancy adviseert om in het kader van de herontwikkeling van het gebied (plan Groote Hoeve) de aangetroffen sterke verontreinigen in de grond en het grondwater te saneren. 5.2.3

Conclusie bodem Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmeringen voor de beoogde afwijking van het omgevingsplan zodra de bodemsanering is uitgevoerd.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

26

CRI260011.003/GBS

5.3

Geluid

5.3.1

Algemeen Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De aanvaardbaarheid van de geluidbelasting is in de Omgevingswet een afweging die gemeenten zelf moeten maken. Gemeenten dienen dus voor elke locatie in de gemeente gedurende de overgangsperiode (tot 1 januari 2032) eigen regels op te nemen in het omgevingsplan. Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelige gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De instructieregels hierover in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft het Rijk gesteld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Beoordeeld dient te worden of sprake is van het realiseren van een geluidgevoelig gebouw (3.21 Bkl) of geluidgevoelige ruimte (3.22 Bkl). Indien hiervan sprake is, dient tevens te worden beoordeeld of sprake is van de ligging in een geluidaandachtsgebied (3.20 Bkl). Wanneer andersom nieuwe activiteiten worden toegelaten in het omgevingsplan, zijn instructieregels voor activiteiten van toepassing (5.59 Bkl). In deze paragraaf wordt ingegaan op geluid door wegen, spoorwegen, en industrieterreinen. In paragraaf 5.1 is ingegaan op geluid door (bedrijfs)activiteiten.

5.3.2

Beoordeling Bij voorliggend project is in vergelijking met de bestaande situatie sprake van het realiseren van een nieuw geluidgevoelig gebouw. Er is ook sprake van de ligging in een geluidaandachtsgebied van de brandweerkazerne. In dat kader is ten behoeve van het project een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 3. Op grond van het verrichte onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan: Uit de resultaten van de berekeningen, die in het kader van het akoestisch onderzoek rond de ontwikkeling aan de Groote Hoeven te Someren zijn uitgevoerd, kunnen de in onderstaande paragrafen vermelde conclusies worden getrokken. Toetsing industrielawaai Uit de toets in het kader van industrielawaai blijkt:

Figuur 16: Akoestische resultaten industrielawaai

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

27

CRI260011.003/GBS

Toetsing wegverkeerslawaai Uit de toets in het kader van wegverkeerslawaai blijkt:

Figuur 17: Akoestische resultaten industrielawaai

Op enkele gevels wordt de standaardwaarde overschreden, de grenswaarde wordt niet overschreden. Maatregelen om het geluid te reduceren tot de standaardwaarde stuiten op bezwaren van diversen aard. Omdat het gezamenlijk geluid hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. 5.3.3

Conclusie geluid Het aspect ‘geluid’ vormt geen belemmeringen voor de beoogde afwijking van het omgevingsplan.

5.4

Schaduwwerking Voldoende zonlicht en schaduw zijn aspecten van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van alle mogelijkheden van het instrument omgevingsplan. In de beoogde situatie is er sprake van een appartementencomplex met een bouwhoogte van gedeeltelijk 13 en gedeeltelijk 11 meter. Met een dergelijke hoogte kan de schaduwlengte worden berekend met de formule schaduwlengte = gebouwhoogte / tan (zonnehoogte). Bij een appartement van 13 meter hoog geeft dat een schaduwwerking variërend tussen grofweg 15 en 70 meter. Navolgende figuur geeft een beeld van het complex en de omgeving.

Motivering Loovebaan 31 Someren Crijns Rentmeesters B.V.

28

CRI260011.003/GBS

Figuur 18: Ligging gebouw ten opzichte van de omgeving

Het oostelijk deel van het complex wordt maximaal 11 meter hoog. Daar bedraagt de langste schaduwwerking 60 meter. De schaduwwerking is uiteraard het grootst in de winterperiode. In de lente en zomer periode kan schaduwwerking worden uitgesloten. De dichtst tot het complex gelegen woning is gelegen op 25 meter ten noordoosten. Het blok Schoof 19-33 kan daarom (uitsluitend) in de winterperiode enige schaduw krijgen van het complex. De overige woningen liggen op ruime afstand en ten zuiden of ten westen en daarom is hinder schuwwerking in principe niet aan de orde. Dit aspect vormt geen bezwaar.

5.5

Geur

5.5.1

Algemeen Geur kan hinder veroorzaken en de gezondheid schaden. Echter ook geur veroorzakende activiteiten (bedrijven) hebben een plek in de leefomgeving nodig. In het Bal zijn in hoofdstuk 3 regels gesteld over milieubelastende activiteiten, waarbij deze activiteiten per bedrijfstak zijn gegroepeerd. Deze regels zijn gesteld ter voorkoming of beperking van onder andere geurhinder. Vervolgens zijn in hoofdstuk 4 van het Bal inhoudelijke regels gesteld aan milieubelastende activiteiten. In paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl zijn de instructieregels opgenomen ten aanzien van het aspect geur. In artikel 5.92, tweede lid Bkl, is voorgeschreven dat de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw ‘aanvaardbaar’ moet zijn. Daarbij dient tevens rekening te worden gehouden met cumulatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17031418/1