bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Hoeksestraat 15a - incl bijlagen
Tekst van het document
Crijns Rentmeesters bv
33
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
5.7
Bedrijven en milieuzonering Inleiding
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Om te komen tot een verantwoorde, ruimtelijk relevante toetsing in milieuhygiënisch opzicht van nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. Deze (indicatieve) lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is.
Beoordeling projectlocatie Het projectgebied is thans in gebruik voor burgerbewoning met bijgebouwen. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling wordt een gedeelte van de naastgelegen woonlocatie Hoeksestraat 15 betrokken bij de locatie Hoeksestraat 15a. Ook wordt de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen opgeplust van 180 m² naar 350 m². De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen relevante wijziging voor wat betreft het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ tot gevolg.
Crijns Rentmeesters bv
34
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
5.8
Natuur en ecologie Inleiding
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van gebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van soorten (soortenbescherming).
Gebiedsbescherming 5.8.2.1
Inleiding
In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogel- en Habitatrichtlijn als uitgangspunt genomen. De gebiedsbescherming van de Wnb richt zich in hoofdzaak op de bescherming van de Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van gebiedsbescherming is in de Wet natuurbescherming opgenomen dat beoordeeld dient te worden of plannen (en projecten) significante gevolgen kunnen hebben voor de Natura 2000-gebieden. Een plan kan worden vastgesteld indien op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat een plan, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, een verslechterend of een significant verstorend effect kan hebben voor de Natura 2000-gebieden. Er gelden dan geen verdere restricties of procedurele vereisten vanuit de Wet natuurbescherming. Het meest dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft het natuurgebied ‘Strabrechtse Heide en Beuven’. Dit Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 5 kilometer meter ten noordwesten van het projectgebied. De Strabrechtse Heide bestaat grotendeels uit glooiend dekzandlandschap, met daarnaast een deel stuifzandlandschap. Het gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van droge stukken met heide (deels op voormalig stuifzand), kleine stuifzanden en laagtes met natte heide en vennen. In het oosten van het gebied ligt het Beuven, het grootste ven van Nederland.
De omringende bossen van het gebied bestaan vooral uit grove dennen. Aan de noordwestkant van het gebied ligt het beekdal van de Kleine Dommel, met alluviale bossen, wilgenstruweel, moerasruigten en vochtige schraallanden. Het gebied Strabrechtse Heide & Beuven is primair als Habitatrichtlijngebied begrensd vanwege de aanwezigheid van de navolgende habitattypen: 2310: Psammofiele heide met Struikhei (Calluna) en Stekelbrem (Genista);
3110: Mineraalarme oligotrofe wateren van de Noord-Atlantische zandvlakten met oeverkruidvegetatie (Littorelletalia uniflorae);
3130: Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot de Oeverkruidorde (Littorelletalia uniflorae) en/of Dwergbiezen-klasse (Isoëto-Nanojuncetea).
Daarnaast is het gebied aangemeld voor de volgende habitattypen en -soorten: 2330: Open grasland met Buntgras en Struisgrassoorten (Corynephorusen Agrostis-soorten) op landduinen;
Crijns Rentmeesters bv
35
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
4010: Noord-Atlantische vochtige heide met Dophei (Erica tetralix);
91E0: Alluviale bossen met Zwarte els (Alnus glutinosa) en Es (Fraxinus excelsior) (AlnoPadion, Alnion incanae, Salicion albae);
1831: Drijvende waterweegbree.
Vanuit de Vogelrichtlijn is het gebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ voor drie soorten nietbroedvogels aangewezen als beschermd gebied, te weten: A021: Roerdomp;
A022: Woudaap;
A127: Kraanvogel.
Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, verzilting, optische verstoring, verzuring en vermesting.
5.8.2.2
Potentiële externe effecten, niet zijnde stikstof
Gezien de afstand van het projectgebied tot het Natura 2000-gebied zal er geen sprake zijn van oppervlakteverlies,
verontreiniging,
optische
verstoringen,
geluids-
en
lichtverstoring
of
mechanische effecten op het Natura 2000-gebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’.
5.8.2.3
Stikstof
In Nederland zijn er 118 (van de 161) Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats, waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) reeds wordt overschreden. De KDW geeft aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangepast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. Indien een planvoornemen geen stikstofdepositie veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden, of per saldo geen toename ten opzichte van de referentiesituatie, kan worden uitgesloten dat het plan een significant gevolg kan hebben. Met Aerius Calculator wordt de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000gebieden als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling berekend. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is met Aerius Calculator een Aerius-berekening uitgevoerd. Daarbij is er rekening mee gehouden dat de (tijdelijke) bouwfase per 1 juli 2021 is vrijgesteld van de Wnb-vergunningsplicht. De vrijstelling geldt voor het bouwen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen of verwijderen van werken, zoals bij de bouw van het bijgebouw aan de orde is. Uit de berekening blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen toename van depositie op stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden tot gevolg heeft.
De berekening is als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd.
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild
Crijns Rentmeesters bv
36
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. De niet-vergunde schuur op het oostelijk gedeelte van het projectgebied, thans behorende tot de locatie Hoeksestraat 15, is reeds gesloopt vooruitlopend op vaststelling van het bestemmingsplan waarvan
onderhavige
ontwikkeling
onderdeel
van
uitmaakt.
Dit
na
verkrijging
van
principemedewerking van het college van burgemeester en wethouders. Het projectgebied is thans geheel in gebruik ten behoeve van de bestemming ‘Wonen’. Verwacht wordt dat enkele algemene voorkomende beschermde zoogdiersoorten zoals de mol, konijn, egel en een aantal algemene muissoorten voor kunnen komen binnen het projectgebied. De kans op het voorkomen van broedende vogels of rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is alleen aanwezig in de omgeving van het projectgebied. Het is mogelijk dat (roof)vogels en vleermuizen op een andere manier gebruik maken van het projectgebied, bijvoorbeeld als foerageergebied. Het eventueel aantasten van het foerageergebied zal gezien de omvang van de ontwikkeling geen negatieve invloeden uitoefenen op het leefgebied van (roof)vogels en vleermuizen en er is voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de omgeving van het projectgebied. Geconcludeerd kan worden dat de betekenis van het projectgebied voor flora en fauna vanwege het intensieve gebruik en het ontbreken van rust- en verblijfsplaatsen voor vleermuizen en (roof)vogels zeer gering is. Middels de beoogde herontwikkeling worden dan ook geen negatieve effecten verwacht op beschermde natuurgebieden en beschermde soorten en hun leefgebied.
Crijns Rentmeesters bv
37
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
5.9
Archeologie Inleiding
Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied.
Gemeentelijk archeologiebeleid De gemeente Someren heeft in het kader van de Wamz en de Wet ruimtelijke ordening een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd in de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’. In deze nota zijn enerzijds de gemeentelijke ambities en opgaven op het gebied van de economische ontwikkeling, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en dergelijke, en anderzijds het behoud en beheer van het gemeentelijk bodemarchief toegelicht en uitgewerkt. Onderdeel van de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’ is de ‘Archeologiekaart van Someren’. Hierna is een uitsnede van deze beleidskaart weergegeven waarop de ligging van het projectgebied met een rode cirkel is aangeduid.
Figuur 15: Uitsnede Archeologiekaart gemeente Someren
Het projectgebied is op de ‘Archeologiekaart van Someren’ gedeeltelijk aangeduid als een locatie in een categorie 3 gebied. Dit is een categorie die een hoge archeologische waarde kent, waaronder AMK-terreinen van (hoge) archeologische waarde en de historische kernen van dorpen en gehuchten. De vrijstellingsdrempel bij deze categorie is een bodemingreep met een oppervlakte van 250 m² en/of een diepte van 0,4 m.
Crijns Rentmeesters bv
38
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
Het projectgebied is op de ‘Archeologiekaart van Someren’ tevens grotendeels aangeduid als een locatie in een categorie 4 gebied. Dit is een categorie die een hoge archeologische waarde kent. De vrijstellingsdrempel bij deze categorie is een bodemingreep met een oppervlakte van 250 m² en/of een diepte van 0,4 m. Het projectgebied is tevens gedeeltelijk bestempeld als categorie 6 gebied. Dit is een categorie met een lage archeologische verwachting. Op deze gebieden zijn geen ondergrenzen of een aanlegvergunning van toepassing. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal een bijgebouw met een oppervlakte van 270 m² worden gesloopt en een nieuw bijgebouw worden opgericht. Afhankelijk van de locatie waar dit nieuwe bijgebouw wordt opgericht, zal ten behoeve van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen al dan niet een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
Crijns Rentmeesters bv
39
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
5.10
Cultuurhistorie
Het ruimtelijk erfgoed binnen de provincie Noord-Brabant wordt weergegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Het projectgebied is op de CHW aangeduid als ‘Regio (provinciaal cultuurhistorisch belang)’. De betreffende regio betreft ‘Peelrand’. De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele kastelen, diverse kloosters en de Peel-Raamstelling verlenen het gebied extra cultuurhistorische betekenis. Aan het projectgebied zelf zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden toegekend. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn dan ook geen cultuurhistorische waarden in het geding.
Crijns Rentmeesters bv
40
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
5.11
Water Inleiding
Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gestileerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het projectgebied valt onder het beheer van waterschap Aa en Maas.
Beleidskader 5.11.2.1
Waterschap Aa en Maas
5.11.2.1.1
Waterbeheerplan 2016-2021
In het Waterbeheerplan (WBP) is beschreven welke doelstellingen door Waterschap Aa en Maas worden nagestreefd in de periode 2016 - 2021 en hoe zij die doelstellingen gaan halen. Dit is geformuleerd aan de hand van 4 programma’s: 1.
Veilig en Bewoonbaar beheergebied: Bij dit programma gaat het er om het beheergebied zo goed mogelijk te beschermen tegen overstromingen van de Maas en het regionale watersysteem. Goede dijken om overstromingen vanuit de Maas te voorkomen. Voldoende ruimte voor water om overlast uit het regionale systeem te beperken en een goede calamiteitenorganisatie om als er toch problemen dreigen te ontstaan, zo adequaat mogelijk te kunnen handelen.
2.
Voldoende water en Robuust watersysteem: Dit programma gaat over het zorgen voor een adequate
en
duurzame
watervoorziening
in
ons
beheergebied
voor
de
diverse
gebruiksfuncties in hun onderlinge samenhang. Dit doen we door het optimale peil en debiet na te streven in beken, kanalen, sloten én in de ondergrond (voorraadbeheer). Droogteperioden hebben daardoor nu en in de toekomst een zo kort en klein mogelijke impact. 3.
Gezond en Natuurlijk water: Dit programma gaat in op alle activiteiten van het waterschap die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen op het gebied van gezond en natuurlijk water. We gaan in op hoe we toewerken naar een watersysteem met een goede waterkwaliteit, dat ecologisch goed functioneert en waar de inwoners en bezoekers van ons beheergebied van kunnen genieten.
4.
Schoon water: Dit programma gaat over de doelen en activiteiten met betrekking tot de afvalwaterketen met daarbinnen een centrale plek voor het zuiveren van afvalwater. Het programma vertoont een grote samenhang met het programma gezond en natuurlijk water. Immers, transporteren en zuiveren van afvalwater is een belangrijke activiteit om tot een gezond en natuurlijk watersysteem te komen.
5.11.2.1.2
Keur waterschap Aa en Maas 2015
Voor waterhuishoudkundige ingrepen ter plaatse van het projectgebied is de ‘Keur waterschap Aa en Maas 2015’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om
Crijns Rentmeesters bv
41
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Het projectgebied is niet in een Keurgebied gelegen.
5.11.2.2
Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen
De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt of er sprake is van afkoppelen. Deze uitgangspunten zijn op 26 maart 2021 geactualiseerd onder de titel ‘Hydrologische uitgangspunten voor afvoeren van hemelwater’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen of afgekoppeld verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft er toe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-opgave. Het gaat dan om plannen met een toename van verhard oppervlak vanaf 500 m² tot en met 10.000 m². Voor grotere plannen volstaat de rekenregel niet voor het bepalen van de compensatie-opgave, omdat de impact van dergelijke plannen op het watersysteem (veel) groter is. Voor grote plannen is daarom altijd een waterhuishoudkundig onderzoek door de initiatiefnemer noodzakelijk en dient het waterschap vroegtijdig te worden betrokken.
De beoogde ontwikkeling heeft een nieuw verhard oppervlak van circa 170 m², bestaande uit een bijgebouw, tot gevolg. Voor een toename van het verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door de toename van het verhard oppervlak te vermenigvuldigen met een waterschijf 0,06 m. De factor 0,06 m vertegenwoordigt een waterschijf van 60 mm (600 m³/hectare) die het verschil aangeeft tussen de hoeveelheid neerslag en enkele verliesposten op het maaiveld. Het geeft dus de hoeveelheid water weer die onder maatgevende omstandigheden daadwerkelijk op het watersysteem terecht zou komen als er geen voorziening wordt aangelegd. Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m³).
Hemelwaterafvoer na herontwikkeling 5.11.3.1
Bodem en grondwater
Het projectgebied bestaat uit eerdgronden; voedselrijk en vochtig tot droog. De maaiveldhoogte ter plaatse van het projectgebied bedraagt circa NAP +26 meter. De GHG ter plaatse van het projectgebied bedraagt 60-80 cm-mv.
5.11.3.2
Benodigde infiltratiecapaciteit
Voor het projectgebied dient bij een verwachte toename van het verhard oppervlak van 170 m² zorggedragen te worden voor (170 x 0,06) = 10,2 m³ aan berging ten behoeve van regenwater.
Crijns Rentmeesters bv
42
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
5.11.3.3
Hemelwaterafvoer
In de nieuwe situatie zal de infiltratie van het regenwater dat valt op het dak van het bijgebouw worden bewerkstelligd door het schone hemelwater via dakgoten en regenpijpen af te voeren naar een bergingsvoorziening. De bergingsvoorziening zal boven de GHG worden gerealiseerd.
5.11.3.4
Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater
Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt etcetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
Afvalwater Het afvalwater afkomstig van het projectgebied wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. Indien het rioolstelsel ten behoeve van de beoogde ontwikkeling dient te worden aangepast, dan worden deze kosten verhaald op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt eveneens zorg voor de aansluitingskosten.
Crijns Rentmeesters bv
43
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
5.12
fBesluit milieueffectrapportage Inleiding
De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (mer) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een mer moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een mer te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarden dient een mer te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof d.d. 15 oktober 2009 en het daarop per 1 april 2011 aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een mer nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarden uit lijst D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit mer dient een vormvrije mer-beoordeling plaats te vinden. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit mer in werking getreden. In dit besluit is de vormvrije merbeoordeling voor activiteiten uit lijst D, ook beneden de grenswaarden, vervangen door de merbeoordelingsplicht.
Toets beoogde ontwikkeling Het toevoegen van woningen is opgenomen op de lijst D onder 11.2 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (201807060/1/R1) blijkt dat de ontwikkeling van twee woningen niet aangemerkt wordt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. De ontwikkeling van een extra bijgebouw, met een geringere impact, is dan ook niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject en komt dan ook niet voor op lijst D van het Besluit mer. In het kader van de beoogde ontwikkelingen is een vormvrije mer-beoordeling dan ook niet aan de orde.
Crijns Rentmeesters bv
44
Ruimtelijke onderbouwing – Hoeksestraat 15a - gemeente Someren
6.
UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Someren zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen. De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de legeskosten die voldaan dienen te worden en eventuele planschade die door uitvoering van het bestemmingsplan optreedt.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg
In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt deze ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van het bestemmingsplan aangeboden aan de vooroverlegpartners.
Zienswijzen In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt deze ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van zienswijzen op het bestemmingsplan zal een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden dit bestemmingsplan op een aantal punten gewijzigd vast te stellen.
Crijns Rentmeesters bv
45
Rapport Verkennend bodemonderzoek @ (locatienaam) projectnummer 1234567 1 januari 2019 revisie 00
Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek
Blad 23 van 25
aeres <milieu
RAPPORT Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat ongenummerd te Someren AM08039
Opdrachtgever Dhr. Jeuken Van Gijselstraat 29 5712 HD Someren Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM08039 Status rapport Definitief
Autorisatie Opsteller rapport:
paraaf
datum
Ing. T.K.P.G. Thijssen
4r
27 maart 2008
Kwaliteitscontrole:
datum
Ing. J.M.G. Reuver
27 maart 2008
aeres <milieu
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING RESULTATEN
3
1. INLEIDING
5
2. VOORONDERZOEK 2.1 Inleiding 2.2 Topografische beschrijving 2.3 Historisch overzicht en omgeving 2.4 Dossieronderzoek 2.5 Asbest 2.6 Omgeving van de onderzoekslocatie 2.7 Bodemopbouw en geo(hydro)logie 2.8 Beschrijving van de onderzoekslocatie 2.9 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie 2.10 Onderzoekshypothese
7 7 7 7 8 8 9 9 10 10 10
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1 Inleiding 3.2 Onderzoeksstrategie
11 11 11
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1 Algemeen 4.2 Grondbemonstering 4.3 Grondwatermonstername
13 13 13 13
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1 Algemeen 5.2 Grond(meng)monster(s) 5.2.1 Analyseresultaten grond(meng)monsters
15 15 15 15 16 16 16 17
5.2.2 5.3
Toetsing van de gestelde hypothese Grondwatermonster(s)
5.3.1 5.3.2
Analyseresultaten grondwatermonster(s) Toetsing van de gestelde hypothese
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Bijiagen: 1 2 3 4 5 6
Topografische overzichtskaart Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten grond(meng)monster(s) met street- en interventiewaarden Analyseresultaten grondwatermonster(s) met street- en interventiewaarden Foto’s onderzoekslocatie
19
Pagina 2 van 19
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat ongenummerd te Someren/AM08039
aeres <milieu
SAMENVATTING RESULTATEN Algemeen Projectnummer Soort onderzoek Adres onderzoekslocatie Gemeente Kadastrale registratie Coordinaten Oppervlakte Aanleiding onderzoek Opdrachtgever
: AM08039 : Verkennend bodemonderzoek : Hoeksestraat ongenummerd te Someren : Someren : sectie T, nummer 1786 :X= 178.525 /Y = 375.375 : circa 2000 m^ : Bestemmingswijziging (Ruimte voor Ruimte) en nieuwbouw. : De heer Jeuken
Onderzoekshvpothese Hypothese conform NEN 5740
: onverdacht
Onderzoeksopzet Boringen tot 0,5 m-mv. Boringen tot 2,0 m-mv. Peilbuizen
8 2 1
Zintuiqliike waarneminqen Bovengrond (0,0-0,5 m-mv.) Ondergrond (0,5-2,0m-mv.) Grond water
: plaatselijk bijmengingen met sporen baksteen en kolen : geen bijzonderheden : geen bijzonderheden
Laboratoriumonderzoek Bovengrond (0-0,5 m-mv.) Ondergrond (0,5-2,0 m-mv.) Grond water
: licht verontreinigd met cadmium, koper en zink ; niet verontreinigd : licht verontreinigd met chroom
Conclusie en aanbevelinqen In opdracht van Dhr. Jeuken heeft Aeres Milieu B.V. in maart 2008 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie gelegen aan de Hoeksestraat ongenummerd te Someren. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met cadmium, koper en zink. In de ondergrond zijn geen van de onderzochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de (berekende) streefwaarde. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met chroom. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieu-hygienische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging (Ruimte voor Ruimte) en nieuwbouw van een woning. De aangetroffen lichte verontreinigingen in de bovengrond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opieveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Bouwstoffenbesluit van toepassing.
Pagina 3 van 19
•i
Pagina 4 van 19
aeres ^milieu
1.
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat ongenummerd te Someren/AM08039
INLEIDING
In opdracht van Dhr. Jeuken heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie Gemeente Kadastrale registratie Oppervlakte Perceelsgebruik
: Hoeksestraat ongenummerd te Someren : Someren : sectie T, nummer 1786 : circa 2000 m^ : akkerland
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN-5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvuilend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is voorgenomen bestemmingswijziging (Ruimte voor Ruimte) en nieuwbouw van een woning.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond- en grondwateronderzoek) beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft de laboratoriumwerkzaamheden en de onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in maart 2008. De chemische analyses zijn uitgevoerd door ALcontrol Laboratories BV te Hoogviiet. ALcontrol is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voorTestlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000). Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN-5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van en steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters.
De mogeiijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogeiijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is.
Pagina 5 van 19
•I
Pagina 6 van 19
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat ongenummerd te Someren/AM08039
aeres imilieu
2.
2.1
VOORONDERZOEK
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NVN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: • Terreininspectie; • Archiefonderzoek gemeente Someren; • Het Bodemloket. De grenzen van het gebied voor vooronderzoek worden gevormd door de aangrenzende percelen van de onderzoekslocatie tot maximaal 50 meter ervandaan.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie is gelegen aan Hoeksestraat ongenummerd te Someren. Kadastraal is de locatie bekend onder sectie T, nummer 1786 van de gemeente Someren. De coordinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 178.525 / Y = 375.375. Zie bijiage 1 voor een topografisch overzicht.
2.3
Historisch overzicht en omgeving
Uit kaartmateriaal van de Grote historische atlas van Noord Brabant (kaartblad 709) is af te leiden dat ter plaatse van de onderzoekslocatie, grenzend aan de Hoeksestraat, omstreeks 1898 bebouwing aanwezig was. Het zuidelijker gelegen deel van de locatie bestond uit agrarisch bouwland.
Pagina 7 van 19
2.4
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van de historische informatie is een bezoek gebracht aan de afdeling milieu van de gemeente Someren. Tijdens dit bezoek zijn de volgende dossiers geraadpleegd: bodemdossier A380 en A567. Op onderstaande luchtfoto is de situering van de onderzoekslocatie weergegeven.
Situering onderzoekslocatie (Bron; Live search Maps)
De noordzijde van de onderzoekslocatie is in het verleden bebouwd geweest met een kleine boerderij. Voor zover bekend hebben ter plaatse geen potentieel bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten heeft plaatsgevonden. Op de locatie zijn voor zover bekend niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. De locatie is momenteel in gebruik als agrarisch bouwland.
2.5
Asbest
Conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond)) is er sprake van een asbestverdachte locatie indien er sprake is van e6n of meer van de hieronder beschreven activiteiten of gebeurtenissen: de eventuele aanwezigheid in het verleden van bedrijven, die asbesthoudende producten, apparaten of voorwerpen vervaardigen en/of verwerken; de eventuele aanwezigheid in het verleden en/of heden van bedrijfsgebouwen (o.a. schuren), waarin (veel) asbesthoudende bouwstoffen zijn ven/verkt, en of de aanwezigheid van asbestresten in de bodem en/of onder verhardingen (o.a. erven van boerderijen); de aanwezigheid van woongebouwen, gebouwd van asbestcementplaten, dan wel in het verleden gerenoveerd met toepassing van asbestcementproducten, met een gerede kans dat asbestresten in tuinen en/of plantsoenen zijn achtergebleven;
Pagina 8 van 19
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat ongenummerd te Someren/AM08039
aeres ^milieu
eventuele stortingen van asbestverdachte afvalstoffen; de kans op aanwezigheid van asbesthoudende buizen of ophooglagen in de ondergrond; de toepassing van asbesthoudende beschoeiingen langs watergangen of in (volks)tuinen: de (vroegere) aanwezigheid van glastuinbouw, danwel afval van kassen op of in de bodem; er hebben in het verleden calamiteiten met asbest plaatsgevonden (asbestbrand), zonder dat de verspreid geraakte asbestresten (meteen) zijn opgeruimd. Uit het historisch onderzoek is gebleken dat (voor zover bekend) geen van de bovengenoemde activiteiten op de onderzoekslocatie hebben plaatsgevonden.
2.6
Omgeving van de onderzoekslocatie
In de omgeving (binnen een straal van circa 50 meter) van de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen bodembelastende (bedrijfs)activiteiten plaatsgevonden. In de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Hoeksestraat, mei 2005. In mei 2005 is door Promeco een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer 100505/HB) ter plaatse van het onverharde wegtrac6. Uit de resultaten blijkt dat de grond sterk verontreinigd is met zware metalen (voornamelijk zink). De horizontale verspreiding van de verontreiniging beperkt zich tot het wegtrac6. In het grondwater zijn ook sterke verontreinigingen aangetoond met zware metalen. Nader bodemonderzoek Hoeksestraat, april 2006. In april 2006 is door Promeco een nader bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer 13042006/MB) ter plaatse van het onverharde wegtrac6. De omvang van de grondverontreiniging wordt geraamd op 4800 m^. Het grondwater is tot een diepte van 8 meter beneden maaiveld sterk verontreinigd met zink. In de peilbuizen voor de horizontale afperking (afstand enkele tientallen meters) zijn lichte verontreinigingen gemeten (achtergrondwaarden). Voor deze locatie is in juni een saneringsplan opgesteld (Promeco, rapportnummer 130606/MB). Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat ongenummerd, mei 2007.
In mei 2007 is door HMB een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer 07222901 A) op een locatie gelegen aan de Hoeksestraat. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond aan de zijde van de Hoeksestraat licht verontreinigd is met cadmium en zink. In de overig geanalyseerde mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen gemeten. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen gemeten met cadmium en nikkel en een sterke verontreiniging met zink.
2.7
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.1 voor het gebied Someren en omgeving. Formatie
Samenstelling en doorlatendheid
08+ tot 43-
Twenthe (Nuenen Groep) Veghel en Sterksel
Fijne zanden met dunne leemlagen, aan de basis grof zand; gering waterdoorlatend Grove zanden en grinden; goede waterdoorlatendheid
43- tot 73-
Kedichem
Afwisselend matig fijne/grove, (grindige) zanden met regelmatige klei inschakelingen
Geohydrologische indeling Pleistocene deklaag
Diepte t.o.v. NAP (m) 27+ tot 08+
1 Watervoerend pakket 1 Waterscheidende laag
Tabel 2.1: Geo{hydro)logische indeling Bron: Grondwaterkaart Nederland (Centrale Slenk), Dienst Grondwaterverkenning TNG, GWK32, nov. 1983, bijiage 11 profiel K-K'
Pagina 9 van 19
De stroming van het freatisch grondwater is volgens de Grondwaterkaart van de Centrale Slenk (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, rapport GWK-32,1983) noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 25 m+ NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.8
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 7 maart 2008 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbesthoudend materiaal op het maaiveld. Erzijn geen waarnemingen gedaan welke wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijiage 6. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de openbare weg Hoeksestraat, aan de oost en westzijde door percelen met woonbebouwing en aan de zuidzijde door akkerland.
2.9
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie
De toekomstige bestemming van de onderzoekslocatie is wonen met tuin.
2.10
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. Het onderzoek is dan ook uitgevoerd conform de NEN 5740 norm voor onverdachte locaties. Wei is rekening gehouden met het aantreffen van verontreinigingen met zware metalen in de grond en het grondwater ten gevolge van de regionale problematiek met zware metalen.
Pagina 10 van 19
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat ongenummerd te Someren/ AM08039
aeres <milieu
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE
3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NVN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN-5740 (Bodem. Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek; Onderzoek naar de milieuhygienische kwaliteit van bodem en grond, oktober 1999) van het Nederlands Normalisatie-lnstituut.
3.2
Onderzoeksstrategie
In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygienische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden.
ONDERZOEKSNORM NEN-5740 'onverdachf Aantal te nemen monsters
Aantal boringen
oppervlakte
tot 0,5 m
^n tot 2m
grondwater
grond
ondergrond
grondwater
NEN-grond NEN-grond incl. lutos incl. lutos Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN-5740 “onverdacht” Uit elke boring van 0,5 tot 2,0 diepte worden drie monsters in trajecten van ten hoogste 0,5 m genomen.
NENgrondwater
circa 2000
6n met peilbuis
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
0-0,5 m
0,5-2,0 m'
11
9
1
bovengrond
Analysepakket
Leqenda bii tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte Het analysepakket NEN-5740 grond (=NEN-grond) omvat de volgende stoffen: - droge stof; - zware metalen (cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel, en zink) en arseen; - polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s; VROM-reeks); - minerale olie (GC-analyse); - extraheerbare niet-vluchtige organo halogeenverbindingen (EOX, somparameter). Het analysepakket NEN 5740 grondivafer”(=NEN-grondwater) omvat de volgende stoffen: - zware metalen (cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink) en arseen; - vluchtige aromatische koolwaterstoffen, inclusief naftaleen (BETXN); - vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (CKW, 8 stuks); - chloorbenzenen (2 stuks); - minerale olie.
Pagina 11 van 19
Pagina 12 van 19
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat ongenummerd te Someren/ AM08039
aeres <milieu
4. 4.1
VELDWERKZAAMHEDEN Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 (versie 3, 3 maart 2005) conform VKB protocollen 2001 (versie 3, 3 maart 2005) en 2002 (versie 3, 3 maart 2005) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer.
4.2
Grondbemonstering
Op 7 maart 2008 zijn de boringen geplaatst door een medewerker van Aeres Milieu, de beer H.L.J. van den Tillaar, volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie conform VKB protocol 2001 (versie 3,3 maart 2005) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (0 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijiage 2. Met opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijiage 3). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring
Dieptetraject [m-mv.]
10
0-0,3 0-0,5 0-0,5
Zintuiglijke waarneming sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen en kolen
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis (zie bijiage 2). Deze is benedenstrooms op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst en bevindt zich van 1,9 tot 2,9 meter beneden maaiveld. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is een week na plaatsing op 14 maart 2008 bemonsterd door een medewerker van Aeres Milieu, de heer H.L.J. van den Tillaar, conform VKB protocol 2002 (versie 3, 3 maart 2005) van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrische-geleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername.
Pagina 13 van 19
De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwiji de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7; neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in onderstaande tabel samengevat. Peilbuisnummer
Pb1
filterstelling [m-mv] 1,9 tot 2,9 grondwaterpeil [m-mv] 1.5 toestroming matig 7,5 temperatuur [ “C] 6,4 zuurgraad [pH] elektrisch geleidingsvermogen [pS/cm] 391 kleur kleurloos helderheid troebel geen drijflaag geur geen waargenomen afwijkingen geen Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
Pagina 14 van 19
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat ongenummerd te Someren/ AM08039
aeres <mjlieu
5.
LABORATORIUMONDERZOEK
5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van ALcontrol BV te Hoogviiet. ALcontrol is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monster(s)
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie.
(Meng)monsternummer
Grondmonster(s) TT
Bodemlaag [ m-mv]
Zintuiglijke waarnemingen
sporen baksteen 1-1 0-0,3 sporen baksteen 0-0,5 4-1 sporen baksteen en kolen 0-0,5 10-1 0-0,4 geen bijzonderheden 2-1 MM2 0-0,4 3-1 0-0,5 51 0-0,5 61 0-0,4 71 0-0,4 81 0-0,5 11-1 geen bijzonderheden 0,5-1,0 MM3 1-3 1-4 1,0-1,5 1.515 0,5-1,0 23 2-4 1,0-1,5 1.525 0,5-1,0 33 1,0-1,5 3-4 1.53-5 Tabel 5.1: schema grond(meng)monsters Het eerste cijfer geeft het boorpunt aan, het tweede cijfer het monsternametraject (zie bijiage 3). MM1
5.2.1
Analyseresultaten grond(meng)monsters
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. * ** ***
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de street- en interventiewaarde; het gehalte is groter dan het gemiddelde van de street- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde: het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijiage 4 voor het analyserapport met nummer 11288499.
Pagina 15 van 19
Gemeten concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing
(Meng)monster -nummer
Bodemlaag [ m-mv ]
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
MM1
0-0,5
sporen baksteen en kolen
cadmium koper zink
110
cadmium koper zink
0,6 41 76
MM2
0-0,5
geen bijzonderheden
0,8
36
MM3 0,5-2,0 geen bijzonderheden Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters Uit de analyseresultaten blijkt dat bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 (dieptetraject 0 tot 0,5 m-mv.) licht verontreinigd zijn met cadmium, koper en zink. In het mengmonster van de ondergrond (MM3, dieptetraject 0,5 tot 2,0 m-mv.) zijn geen van de onderzochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de (berekende) streefwaarde. De gemeten concentrates cadmium en koper in grondmengmonster MM1 en de gemeten concentratie koper in grondmengmonster MM2 overschrijden tevens de 95-percentiel waarde voorde deellocatie Someren-Eind zoals omschreven in de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Someren. De aangetoonde lichte verontreinigingen met zware metalen in de bovengrond zijn mogelijk te relateren aan atmosferische depositie. 5.2.2
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentrates in de grondmengmonsters in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie onverdacht is, rekening houdend met het aantreffen van verhoogde gehalten aan zware metalen.
5.3
Grondwatermonster(s)
5.3.1
Analyseresultaten grondwatermonster(s)
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. * ** ***
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de street- en interventewaarde; het gehalte is groter dan het gemiddelde van de street- en interventewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventewaarde; het gehalte is groter dan de interventewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijiage 5 voor het analyserapport met nummer 11291358. Peilbuis
Filtertraject [m-mv]
Verhoogde component
1
1,9-2,9
chroom
Gemeten concentrate [pg/l] en toetsing 1,8
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 licht verontreinigd is met chroom. De lichte verontreiniging met chroom wordt waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie
Pagina 16 van 19
aeres <milieu
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat ongenummerd te Someren/AM08039
aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen. Het aangetroffen zware metaal maakt dan ook mogelijk deel uit van de diffuse verontreiniging van het grondwater met zware metalen in het gebied “de Kempen” (zuidoostelijk Noord Brabant). Het blijkt namelijk dat als gevolg van verzuring van de zandige gronden in deze regio in combinatie met de (voormalige) aanwezigheid van zinkertsverwerkende industrie en toepassing van zinksintels als verhardingsmateriaal, uitspoeling van zware metalen uit de grond naar het grondwater heeft plaatsgevonden. Het grondwater in deze regio is dan ook in lichte tot sterke mate diffuus verontreinigd met zware metalen. De concentraties van zware metalen kunnen sterk fluctueren met de tijd.
5.3.2
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de gemeten verhoging in het grondwater niet in tegenspraak is met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie onverdacht is, rekening houdend met het aantreffen van verontreinigingen met zware metalen.
Pagina 17 van 19
Pagina 18 van 19
aeres ^milieu
6.
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat ongenummerd te Someren/AM08039
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Dhr. Jeuken heeft Aeres Milieu B.V. in maart 2008 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Hoeksestraat ongenummerd te Someren. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met cadmium, koper en zink. In de ondergrond zijn geen van de onderzochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de (berekende) streefwaarde. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met chroom. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieu-hygienische conditie van de bodem vormt geen belemmering bestemmingswijziging (Ruimte voor Ruimte) en nieuwbouw van een woning.
voor
de voorgenomen
De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opieveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Bouwstoffenbesluit van toepassing.
Pagina 19 van 19
aeres <milieu
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat (ong.), Someran /AM08039
BIJLAGE 1 Topografische overzichtskaart
Verkennend bodemondenoek Hoeksestraat (ong.), Someren/AM08039
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie.
Wi n
f'/)der
trifkiwttti
r»h-Hefdf?
t M kiS r I
aeres <milieu
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat (ong.), Someren/AM08039
BIJLAGE 2 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten
aeres <milieu
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraal (ong.), Someren /AM08039
BIJLAGE 3 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen
getekend volgens NEN 5104
Boring:
Boring:
1 0
2
akker
0
akker
Zand, zeerfijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeerfijn, zwak siltig, grijsgeet, Edelmanboor, matig donkerbruin fijn zand
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor Zand, zeerfijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
Zand, zeerfijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
Zand, zeerfijn, zwak siltig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeerfijn, zwak siltig, sporen roest, grijsoranje, Edelmanboor
n
-200
200
▲ 250-'
liil
•290
Boring:
Boring:
3 0
akker
4 0
Zand, zeerfijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor Zand, zeerfijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor :<
akker Zand, zeerfijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeerfijn, zwak siHig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor •50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus. donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeerfijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
Zand, zeerfijn, zwak siltig, grijsoranje, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, oranjegrijs, Edelmanboor
Projectnaam: Hoeksestraat (ong.), Someren Projectcode: AM08039
Opdrachtgever; dhr. en mevr. Jeuken
getekend volgens NEN 5104
Boring:
Boring:
5
6 Q
akker Zand, zeerfijn, zwak siitig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeerfijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbmin, Edelmanboor
Zand, zeerfijn, zwak siltig, zwak humeus, bruingeel, Edelmanboor
Boring:
Boring:
7 0
8
akker Zand, zeerfijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus. donkerbruin. Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
Zand, zeerfijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
Projectnaam: Hoeksestraat (ong.), Someren Projectcode: AM08039
Opdrachtgever: dhr. en mevr. Jeuken
getekend volgens NEN 5104
Boring:
Boring:
9 0
akker
10 0
akker
»
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen kolen, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeerfijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeerfijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, tichtgrijs, Edelmanboor •100
Boring:
11 0
akker Zand, zeerfijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor, zwak lichtgrijs fijn
Projectnaam: Hoeksestraat (ong.), Someren Projectcode: AM08039
Opdrachtgever: dhr. en mevr. Jeuken
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
ooooo oooooo o
rt o r>
i
ooooooo; Io0oooo .
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
) 6 6 6 <!) 6 c oooooo Ioooooc
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
uuuu u u ooooo< oooooo
Grind, stork zandig
Kiel, uiterst siltig
O
geen geur
O
zwakke geur
^
matige geur
b Q Q Q Q Q d -_
I O s; w s/ 'O* "
oooooc . Iooooo
sterke geur uiterste geur
olie
Grind, uiterst zandig
Kiel, zwak zandig
Klei, matig zandig
zand
O
geen olie-water reactie
O
zwakke olie-water reactie
S
matige olie-water reactie
B
sterke olie-water reactie
M
uiterste olie-water reactie
p.I.d.-waarde
Klei, sterk zandig Zand, kleng
Zand, zwak siltig
leem
® @
>1
3
>10
3
>100
3
>1000 >10000
>0
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
3
Zand, stork siltig
Leem, sterk zandig
monsters
Zand, uitorst siltig
overige toevoegingen
I
geroerd monster
I
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
—
matig humeus
overig A
Veen, zwak klefi'g
sterk humeus
Veen, sterk kleng
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
bijzonder bestanddeel
i
Gemtddeld hoogste grondwaterstand
*
grondwaterstand
^
Gemiddeld laagste grondwaterstand
slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand
}
gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filler
mi
aeres <milieu
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat (ong.), Someren / AM06039
BIJLAGE 4 Analyseresultaten grond(meng)monster(s) met street- en interventiewaarden
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat (ong.), Someren / AM08039
Tabel
Analyseresultaten grondmonsters (gehalten in mg/kg d.s., tenzij anders vermeld)
Monster
MM1
Droge stof (gew.-%) gewicht artefacten (g) Organische stof (%vdDS) Lutum (%vdDS)
84,0 <1 5,5 3,2
Metalen Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkei Zink
<5 0,8 <15 36 <0,15 29 <5 110
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Benzo(a)anthraceen Chryseen Benzo(a)pyreen Benzo(ghi)peryleen Benzo(k)fluorantheen lndeno(123-cd)pyreen PAK(totaal,10van VROM) pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) EOX Minerale olie fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 Totaal olie C10-C40 aard van de artefacten (g)
<0,01 <0,01 0,04 0,12 0,07 0,06 0,07 0,06 0,05 0,06 0,54 0,55 <0,3
<5 <5 <5 <5 <20 Geen
S
59 13 68
27 4.4 135 63 3.8 212 46 208
35 8.2 214 107 7.3 366 79 349
1.0
21
40
1389
2750
18 0.55 56 20 0.22
0.30
28
Monster specificatie MM 1: 10 (0-50) 4 (0-50) 1 (0-30) De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van VROM (circulaire: Streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering d.d. 24 februari 2000). De gehalten zijn als voIgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de street- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de street- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde geen toetsingswaarden voor opgesteld niet geanalyseerd +++ indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging De street- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: lutum 3,2 %; humus 5,5 %.
Verkennend bodemonderzoek Hoeksestraat (ong.), Someren /AM08039
label
Analyseresultaten grondmonsters (gehalten in mg/kg
Monster
MM2
Droge stof (gew.>%) gewicht artefacten (g) Organische stof (%vdDS) Lutum (%vdDS)
83,9 <1 5,2 3,2
Metalen Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkei Zink
<5 0,6 <15 41 <0,15 23 <5 76
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Benzo(a)anthraceen Chryseen Benzo(a)pyreen Benzo(ghi)peryleen Benzo(k)fIuorantheen lndeno(123-cd)pyreen PAK(totaal,10 van VROM) pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) EOX Minerale olie fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 Totaal olie C10-C40 aard van de artefacten (g)
tenzij anders vermeld)
0,02 <0,01 0,03 0,08 0,05 0,06 0,06 0,05 0,04 0,05 0,45 0,46 <0,3
<5 <5 <5 <5 <20 Geen
y2(s+i)
18 0.54 56 0.22 58 13 67
27 4.3 135 63 3.7 211 46 207
35 8.1 214 106 7.3 364 79 347
1.0
21
40
1313
2600
20
0.30
26
Monster specificatie MM 2: 5 (0-50) 2 (0-40) 9 (0-40) 3 (0-40) 11 (0-50) 8 (0-40) 7 (0-40) 6 (0-50) De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van VROM (circulaire: Streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering d.d. 24 februari 2000). De gehalten zijn als voIgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de street- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de street- en interventiew/aarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde geen toetsingswaarden voor opgesteld niet geanalyseerd +++ indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging De street- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: lutum 3,2 %; humus 5,2 %.