CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Veegplan XIII regels

Commissie Ruimte 5 april 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan XIII32.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

69

Veegplan XIII, gemeente Someren

Artikel 9

gemeente Someren

Waarde - Archeologie 4

9.1

Bestemmingsomschrijving

9.1.1

Algemeen De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

9.1.2

Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

9.2

Bouwregels Op of in de als ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. boor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende enkel- en/of dubbelbestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde met een oppervlakte groter dan 250 m² en/of een diepte van meer dan 40 cm¹, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van archeologische opgravingen; 3. de verplichting de werken en/of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; c.

het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord.

9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1

Vergunningplicht Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

70

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

a. het uitvoeren van grondbewerkingen zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, ophogen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verlagen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; e. het slopen van gebouwen en het verwijderen van fundering, waarbij grondroering plaatsvindt; f. het aanleggen van leidingen onder het maaiveld. 9.3.2

Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 9.3.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden die: a. minder dan 40 cm¹ diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m²; b. worden uitgevoerd ten dienste van een archeologisch onderzoek en het doen van archeologische opgravingen, mits uitgevoerd door een ter zake deskundige; c. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; d. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

9.3.3

Toelaatbaarheid De in artikel 9.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. alvorens op de aanvraag wordt besloten wint het bevoegd gezag advies in van een door hem aan te wijzen terzake deskundige; d. een rapport als bedoeld onder sub b is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport als bedoeld onder sub b beschouwd; e. het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het rapport of de andere overgelegde gegevens genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad, waarbij er aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden omtrent de gevolgen van vondsten die mogelijk worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden; 2.

schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van voorschriften die aan de omgevingsvergunning worden gekoppeld. Het bevoegd gezag kan één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen;

71

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

3. de verplichting om de werken of werkzaamheden die tot verstoring leiden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

72

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 11

Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 12 12.1

Voorrangsregeling dubbelbestemmingen en aanduidingen Voorrangsregeling dubbelbestemmingen Wanneer gronden in het plan tevens zijn aangewezen voor één of meer dubbelbestemmingen moeten, indien sprake is van strijdigheid tussen de verschillende regels, de volgende voorrangsregels in acht worden genomen: a. de regels in de dubbelbestemming(en) die van toepassing zijn gaan vóór de regels die in andere bestemmingen voor de gronden gelden; b. indien voor gronden meerdere dubbelbestemmingen van toepassing zijn, geldt het strengste regiem ten aanzien van al deze dubbelbestemmingen.

12.2

Voorrangsregeling gebiedsaanduidingen

12.2.1 Voorrangsregeling ‘overige zone - beperkingen veehouderij’ In geval van strijdigheid tussen de verschillende regels en de regels van de gebiedsaanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij', zoals opgenomen in artikel 14.2, gaan de regels van de gebiedsaanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' vóór de regels die op grond van andere artikelen op de gronden van toepassing zijn. 12.2.2 Voorrangsregeling ‘overige zone - stalderingsgebied’ In geval van strijdigheid tussen de verschillende regels en de regels van de gebiedsaanduiding 'overige zone - stalderingsgebied', zoals opgenomen in artikel 14.4, gaan de regels van de gebiedsaanduiding 'overige zone - stalderingsgebied' vóór de regels die op grond van andere artikelen op de gronden van toepassing zijn.

Artikel 13 13.1

Algemene bouwregels Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven conform het bepaalde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing behalve ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen; b. de bereikbaarheid van gebouwen voor het wegverkeer; c. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; d. het bouwen bij ondergrondse transportleidingen; e. de ruimte tussen bouwwerken.

13.2

Bestaande maten en hoeveelheden a. Indien afstandsmaten tot de bestemmingsgrens en/of de (as van de) openbare weg tot bestaande bouwwerken en/of de bouw- en/of goothoogten van bestaande bouwwerken,

73

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet voldoen en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer respectievelijk minder bedragen dan in gevolge het in hoofdstuk 2 en/of regels hoofdstuk 3 bepaald is, dan mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal danwel minimaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In het geval van volledige sloop en (her-)bouw van bouwwerken, zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is het bepaalde onder sub a alleen van toepassing indien de (her-)bouw geschiedt op exact dezelfde plaats en met inachtneming van geldende bouw- en goothoogten, danwel een minder afwijkende bouw- en goothoogte.

13.3

Ondergronds bouwen

13.3.1 Algemeen Ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (tot maximaal 3,5 m1 onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de (bedrijfs-)woning en de verder binnen bouwvlakken toegestane bebouwing met uitzondering van dierenverblijven en andere gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van de veestapel. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw. 13.3.2 Afwijken voor het ondergronds bouwen buiten de gevelgrenzen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 13.3.1 voor het toestaan van ondergrondse bebouwing buiten de gevelgrenzen van de bovengrondse bebouwing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. er is sprake van maximaal één ondergrondse bouwlaag, tot maximaal 3,5 m1 onder peil; b. het ondergronds gebouwde wordt niet gebruikt voor de huisvesting van de veestapel; c. de totale oppervlakte van ondergrondse bebouwing binnen een bouwvlak mag maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak bedragen met een absoluut maximum van 150 m2. Deze maximale maat geldt niet voor mestputten en mestkelders binnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'; d.

de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 m1 te bedragen behalve als de bestaande bebouwing dichter op de as van de weg staat, dan is deze afstand bepalend; e. het bouwwerk dient geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2; g. de inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw.

13.4

Het bouwen van bouwwerken voor geleiding van bomen Voor het bouwen van constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen gelden de volgende bepalingen: a. de constructies mogen uitsluitend binnen een bouwperceel worden gebouwd; b. de bouwhoogte van de constructie mag niet meer bedragen dan 5 m1; c. de constructie voor het (ge)leiden van bomen mag op niet minder dan 0,5 m1 uit de bouwperceelgrens worden gebouwd; d. de bomen moeten ten allen tijde vanaf het eigen bouwperceel gesnoeid kunnen worden; e. er mag geen sprake zijn van overhangende takken over de bouwperceelgrens.

13.5

Nadere eisen bij bouwactiviteiten a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de afmetingen en de vormgeving van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde, alsmede aan de situering van in- en uitritten en het parkeren op een bouwperceel;

74

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

b. de onder sub a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels: 1. indien dit noodzakelijk is voor de bescherming en waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en/of het stedenbouwkundig danwel landschappelijke beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing van de bebouwing in de omgeving; 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 14 14.1

Algemene aanduidingsregels Overige zone - bebouwingsconcentratie Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bebouwingsconcentratie' zijn de gronden tevens aangewezen als zoekgebied voor ruimte voor ruimte-woningen.

14.2

Overige zone - beperkingen veehouderij

14.2.1 Algemeen Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - beperkingen veehouderij’ is de uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij niet toegestaan. 14.2.2 Bouwregels De bepalingen van dit artikel zijn slechts van toepassing indien er sprake is van een veehouderij, met dien verstande dat grondgebonden veehouderijen niet onder de werking van dit artikel vallen. 14.2.2.1 Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde De oppervlakte van de gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en), als de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, heeft ten hoogste de omvang van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die: a. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of b. gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning.

14.3

Overige zone - graafwerkzaamheden verboden

14.3.1 Algemeen Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - graafwerkzaamheden verboden' is het uitvoeren van graafwerkzaamheden niet toegestaan. 14.3.2 Afwijken In afwijking op het bepaalde in 14.3.1 is het uitvoeren van graafwerkzaamheden toegestaan indien voorafgaande aan de werkzaamheden een BUS-melding en/of saneringsplan ter goedkeuring wordt ingediend bij het bevoegd gezag.

75

Veegplan XIII, gemeente Someren

14.4

gemeente Someren

Overige zone - stalderingsgebied

14.4.1 Algemeen a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - stalderingsgebied' gelden nadere regels voor het oprichten van dierenverblijven voor hokdierhouderijen; b. de bepalingen van dit artikel zijn slechts van toepassing indien er sprake is van een hokdierhouderij. 14.4.2 Het bouwen van en in gebruik nemen van dierenverblijven voor hokdieren a. Toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren binnen een bouwperceel door de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren of het in gebruik nemen van een aanwezig gebouw en/of bouwwerk als dierenverblijf voor hokdieren is verboden; b. in afwijking van het bepaalde in sub a is de toename van de oppervlakte dierenverblijven voor hokdieren ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - stalderingsgebied' toegestaan als bewijs is overlegd dat: 1. binnen het stalderingsgebied, zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; 2. de te saneren oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren bedraagt: <0000> ingeval van sloop, tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; <0000> ingeval van herbestemming, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; 3.

voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling; c. onder de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren, als bedoeld in sub a wordt verstaan de oppervlakte van het gebouw, inclusief inpandige voorzieningen, dat gebruikt mag worden voor het houden van hokdieren krachtens een omgevingsvergunning milieu, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer; d. het te saneren dierenverblijf als bedoeld onder sub b voldoet aan de volgende voorwaarden: 1. het betreft een legaal opgericht dierenverblijf; 2. het dierenverblijf is voorafgaand aan 17 maart 2017 drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig gebruikt voor het houden van hokdieren; e. in afwijking van het bepaalde in sub d, onder 2, geldt voor veehouderijen die gebruik maken de 'Uitzonderingsregeling stoppende veehouderij', zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, dat alleen de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren dat nodig is om het aantal dieren te huisvesten overeenkomstig de gedane mededeling, meetelt als inbreng voor een te saneren dierenverblijf. f.

het bewijs dat aan de voorwaarden onder sub b is voldaan, wordt uitgegeven door of namens gedeputeerde staten van Noord-Brabant.

14.5

Functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'

14.5.1 Algemeen a. In afwijking van de regels elders in dit bestemmingsplan zijn de gronden ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing ...'

76

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

uitsluitend bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de omliggende functies, gebouwen en/of verhardingen; b. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing ...' moet de landschappelijke inpassing, ter plaatse van het opgenomen aanduidingsvlak zoals opgenomen in de onderstaande tabel onder Kolom A, overeenkomstig de bijlage uit Kolom B of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen het genoemde aantal maanden uit Kolom C, na de datum van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan zijn uitgevoerd en duurzaam in stand worden gehouden: Locatieomschrijving

Hoeksestraat 15a Houtbroekdijk 32 Laarstraat 8 Zandstraat 42 Zandstraat 42a Ruiter 27b De Schans 2, 3 en 3a Houtbroekdijk ong Hollandseweg 15

Nummer op verbeelding: 'specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing ...' Kolom A 1 2 3 4 5 6 8 9 10

Bijlage bij de regels

Termijn in maanden

Kolom B Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 6 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Kolom C 12 12 12 12 12 12 12 12 12

14.5.2 Bouwregels a. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing ...' is het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet toegestaan; b. het bepaalde onder sub a is van toepassing ongeacht eventuele bouw-, gebruiks- en/of afwijkingsregels van andere op de gronden voorkomende (dubbel)bestemmingen elders in dit plan; c. percelen en delen van percelen met de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing ...' worden niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht. 14.5.3 Regels voor het uitvoeren van een werk en/of werkzaamheden 14.5.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing ...' de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. erfbeplanting, landschappelijke inpassing en voorzieningen ten behoeve van hydrologisch neutraal bouwen en/of gebruiken te verwijderen voor zover deze voorzieningen en maatregelen zijn opgenomen in de bijlage uit Kolom B uit de tabel in artikel 14.5.1; b. (half)verhardingen aan te leggen.

14.5.3.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 14.5.3.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden:

77

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

a. waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden is verleend; b. welke op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; c. welke het normale onderhoud en beheer betreffen. 14.5.3.3 Toelaatbaarheid De in artikel 14.5.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden zijn opgenomen in een aangepaste landschappelijke inpassingsplan dat kwalitatief en kwantitatief gelijk gesteld kan worden met het landschappelijke inpassingsplan uit de bijlage(n) uit Kolom B uit de tabel in artikel 14.5.1 en als dusdanig is goedgekeurd door het bevoegd gezag; b. het aangepaste landschappelijke inpassingsplan als voorwaardelijke bepaling en instandhoudingsverplichting wordt opgenomen in de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel14.5.3.1.

14.6

Voorwaardelijke verplichting

14.6.1 Strijdig gebruik Het is verboden om gronden en gebouwen overeenkomstig de onderliggende (dubbel)bestemming(en) te (laten) gebruiken als ter plaatste van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing ...' en/of de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaarde sloop gebouwen ...' niet voldaan is aan de verplichting zoals opgenomen in de onderstaande tabel en daarin opgenomen bijlage: Locatie

Hoeksestraat 15a Houtbroekdijk 32 Laarstraat 8 Zandstraat 42 Zandstraat 42a Ruiter 27b De Schans 2, 3, en 3a Houtbroekdijk ong. Hollandseweg 15

'specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing ...' Nummer op Bijlage bij Termijn in verbeelding de regels maanden Kolom A Kolom B Kolom C 1 Bijlage 3 12 2 Bijlage 4 12 3 Bijlage 5 12 4 Bijlage 6 12 5 Bijlage 6 12 6 Bijlage 6 12 8 Bijlage 7 12 9 Bijlage 8 12 10 Bijlage 9 12

'specifieke vorm van wonen voorwaarde sloop gebouwen ...' Nummer op Bijlage bij Termijn in verbeelding de regels maanden Kolom D Kolom E Kolom F 1 Bijlage 10 12

3

Bijlage 11

12

14.6.2 Realisatie van landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing als bedoeld in Kolom A van de tabel in artikel 14.5.1, of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, moet binnen het genoemde aantal maanden uit Kolom C, na de datum van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan zijn uitgevoerd en duurzaam in stand worden gehouden, overeenkomstig de in Kolom B van de tabel in artikel 14.5.1 opgenomen bijlage.

78

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

14.6.3 Sloop van gebouwen en/of sanering overige voorzieningen De sloop, verwijdering en/of sanering van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en andere voorzieningen als bedoeld in Kolom D van de tabel in artikel 14.5.1 moet binnen het genoemde aantal maanden uit Kolom F, na de datum van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan zijn uitgevoerd, overeenkomstig de in Kolom E van de tabel in artikel 14.5.1 opgenomen bijlage, hetgeen betekent dat: a. te slopen bouwwerken geheel zijn gesloopt en verwijderd, inclusief funderingen; b. (half)verhardingen en dergelijke geheel zijn verwijderd; c. sloopafval en -puin is afgevoerd van de slooplocatie; d. vervuilde gronden zijn verwijderd en afgevoerd overeenkomstig de wettelijke voorschriften; e. het perceel met schone grond is aangevuld en geëgaliseerd.

Artikel 15 15.1

Algemene afwijkingsregels Afwijken voor het houden van evenementen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in deze regels voor het houden van een (al dan niet meerdaags) evenement in het buitengebied met dien verstande dat: a. het evenement maximaal één keer per jaar wordt georganiseerd; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omliggende (agrarische) bedrijven en woningen en rekening wordt gehouden met aanwezige milieuhygiënische aspecten, waaronder begrepen ten minste de aspecten geur, geluid en veiligheid; c. er geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; d. onder andere zijn toegestaan tenten, paviljoens en kramen.

15.2

Afwijken van de maatvoering met maximaal 10% Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in deze regels voor een andere maatvoering dan de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale bouwmaten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en/of bebouwingspercentages tot maximaal 10% van die maten en/of percentages, met dien verstande dat: a. deze regeling niet geldt voor veehouderijen; b. de afwijking vanuit een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing noodzakelijk is; c. de afwijking alleen mag worden toegepast indien elders in deze regels geen andere regels voor afwijking van deze maten zijn opgenomen; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

15.3

Afwijken voor het bouwen op kleinere afstand tot de bestemmingsgrens Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de minimaal vereiste afstand tot de bestemmingsgrens, zoals elders opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan, voor de bouw van bedrijfsgebouwen, een bedrijfswoning, bijgebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (niet-)agrarische bedrijven mogen niet worden belemmerd; b. er moet worden aangetoond dat de afwijking voldoet aan de eisen die gelden in het kader van het woon- en leefklimaat;

79

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

c. er moet worden aangetoond dat de afwijking noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch, landschappelijk of stedenbouwkundig belang op basis van de onderliggende bestemming, danwel een algemeen maatschappelijk belang; d. de landschappelijke, stedenbouwkundige en/of cultuurhistorische kenmerken van (bouwwerken in) de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast door toepassing van de afwijkingsbevoegdheid; e. er is sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

15.4

Afwijken voor het bouwen op kleinere afstand tot de (as van de) weg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen op een kleinere afstand van de weg dan is voorgeschreven dat met dien verstande dat: a. de noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of perceelsinrichting aanwezig is; b. er geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; c. de overschrijding niet mag leiden tot een vermindering van de gebruiksmogelijkheden van de gronden voor piekberging en infiltratie; d. de wegbeheerder wordt gehoord; e. de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, niet minder is dan minimaal de afstand van bestaande reeds dichter bij de weg gelegen bebouwing in hetzelfde bestemmingsvlak. Als het bouwperceel aan 2 of meer zijden direct grenst aan een weg is het mogelijk om slechts tot één weg die bestaande, kleinere afstand aan te houden. Tot de andere weg dient een afstand van niet minder dan 10 m¹ te worden aangehouden.

15.5 Afwijken voor het bouwen op grotere afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de maximale afstand van 20 meter tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning, zoals elders opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan, voor de bouw van bijgebouwen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen; b. er moet worden aangetoond dat de afwijking noodzakelijk is vanuit landschappelijk of stedenbouwkundig belang op basis van de onderliggende bestemming, danwel een algemeen maatschappelijk belang; c. de landschappelijke, stedenbouwkundige en/of cultuurhistorische kenmerken van (bouwwerken in) de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast door toepassing van de afwijkingsbevoegdheid; d. er is sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering; e. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

15.6 Afwijken voor een grotere bouwhoogte van terreinafscheidingen buiten een bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 sub b, artikel 5.2.1 sub b en/of artikel 6.2.1 sub b voor het bouwen van terreinafscheidingen met een grotere bouwhoogte. Hierbij gelden tenminste de volgende voorwaarden: a. de maximaal toegestane bouwhoogte bedraagt 2,5 m1; b. de terreinafscheiding is noodzakelijk ten dienste van de in artikel 3.1, artikel 5.1 respectievelijk artikel 6.1 genoemde bestemming; c. aangetoond is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de omliggende functies en de binnen de bestemming aanwezige gebiedswaarden en -kwaliteiten; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

80

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

15.7 Afwijken voor het oprichten van buitenrijbanen voor paarden buiten een bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 sub a, artikel 5.2.1 sub a en/of artikel 6.2.1 sub a voor het oprichten van een buitenrijbaan voor paarden. Hierbij gelden tenminste de volgende voorwaarden: a. er is maximaal één buitenrijbaan toegestaan, direct aansluitend aan een bestemmingsvlak 'Wonen - Buitengebied' of daarmee gelijk te stellen bestemming waar een (bedrijfs-)woning en gebouwen opgericht mogen worden en/of aanwezig mogen zijn; b. de buitenrijbaan is uitsluitend voor hobbymatig gebruik toegestaan; c. de afstand van de buitenrijbak tot enige (bedrijfs-)woning van derden bedraagt minimaal 50 m1; d. de oppervlakte van de buitenrijbaan bedraagt maximaal 1.200 m2; e. de bouwhoogte van de afscheiding van de rijbak bedraagt maximaal 1,5 m1; f. per buitenrijbak zijn maximaal 4 lichtmasten toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6 m1; 2. binnen een afstand van 100 m1 van gronden met de bestemming 'Natuur', 'Bos' en/of de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' zijn geen lichtmasten toegestaan. g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

15.8 Afwijken voor het bouwen van schuilgelegenheden voor dieren buiten een bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 sub a, artikel 5.2.1 sub a en/of artikel 6.2.1 sub a voor het realiseren van een schuilgelegenheid voor dieren die uitsluitend hobbymatig wordt gebruikt. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. een schuilgelegenheid is uitsluitend toegestaan binnen een bebouwingsconcentratie; b. een schuilgelegenheid is niet toegestaan binnen de dubbelbestemming 'Waarde Ecologie'; c. aangetoond is dat het redelijkerwijs niet mogelijk om een soortgelijke voorziening ter plaatse van de aangrenzende bestemming 'Wonen - Buitengebied' of andere daarmee gelijk te stellen bestemming kan worden opgericht of bestaande bebouwing als schuilgelegenheid in gebruik kan worden genomen; d. de schuilgelegenheid wordt niet opgericht ten behoeve van of in gebruik genomen door een agrarisch bedrijf; e. het agrarisch perceel waar de schuilgelegenheid wordt opgericht heeft een minimale oppervlakte van 2.500 m2; f. per aaneengesloten agrarisch perceel is maximaal één schuilgelegenheid toegestaan; g. de schuilgelegenheid wordt opgericht op een afstand van ten minste 2 m1 en ten hoogste 10 m1 van de bestemmingsgrenzen; h. de schuilgelegenheid moet aan minimaal één zijde open zijn; i.

de maximaal toegestane goothoogte bedraagt 2 m1; j. de maximaal toegestane bouwhoogte bedraagt 3 m1; k. de maximaal toegestane oppervlakte bedraagt 25 m2; l. de dakhelling bedraagt minimaal 20 graden en maximaal 45 graden; m. binnen- en buitenopslag van goederen en aanverwante zaken is niet toegestaan; n. aangetoond is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de omliggende functies en de binnen de bestemming aanwezige gebiedswaarden en -kwaliteiten; o. de schuilgelegenheid wordt passend in het landschap ingepast, waarbij voldaan moet worden aan het beeldkwaliteitsplan buitengebied;

81

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

p. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

82

Veegplan XIII, gemeente Someren

Artikel 16 16.1

gemeente Someren

Algemene wijzigingsregels Wijziging voor het verwijderen van de aanduiding 'te slopen bebouwing' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gebiedsaanduiding 'overige zone voorwaardelijke verplichting sloop gebouwen ...' te verwijderen ter plaatse van alle voorkomende bestemmingen. Bij het toepassen van deze wijzigingsbevoegdheid gelden de volgende voorwaarden: a. er is feitelijk uitvoering gegeven aan de sloop van de in artikel 14.6.1 en artikel 14.6.3 van dit plan opgenomen bebouwing en/of voorzieningen overeenkomstig de in die artikelen opgenomen voorwaardelijke verplichtingen; b. na uitvoering van voornoemde verplichting er niet meer bebouwing aanwezig is dan op grond van dit plan en de daarin opgenomen (bouw)regels rechtsreeks vergund kan worden; c. de gronden waar sloop heeft plaatsgevonden zijn aangevuld en schoon opgeleverd, al dan niet na eventuele grondsanering. Hiervan worden bewijsstukken aangeleverd door de initiatiefnemer c.q. grondeigenaar.

16.2

Wijziging voor het in overeenstemming brengen met de Omgevingsverordening Burgemeester en wethouders kunnen de regels en de verbeelding van het plan wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met de rechtstreeks werkende regels en/of de instructieregels voor de gemeenten van de (interim) Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de wijziging kan uitsluitend worden toegepast op grond van: 1. wijziging van de regels en/of verbeelding uit de (interim) Omgevingsverordening voor zover dit een aanpassing van reeds bestaande aanduidingen en/of regels uit de (interim) Omgevingsverordening betreft; en/of 2. toevoeging van nieuwe rechtstreeks werkende regels en/of aanduidingen in de (interim) Omgevingsverordening; b. de wijziging van de regels en/of verbeelding van het plan kan pas worden vastgesteld door het bevoegd gezag, nadat de aanpassing(en) van de (interim) Omgevingsverordening in werking zijn getreden; c. de wijziging van de regels en/of verbeelding van het plan kan worden gecombineerd met andere wijzigingsbevoegdheden, zoals opgenomen in het plan.

Artikel 17 17.1

Overige regels Hydrologisch neutraal ontwikkelen a. Alle gronden binnen het plangebied zijn mede bestemd voor het behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; b. regenwater dient bij voorkeur op eigen terrein te worden opgevangen en verwerkt; c. uitgangspunt voor ‘omgaan met afstromend hemelwater’ is de voorkeursvolgorde: hergebruik – vasthouden – bergen – afvoeren; d. indien het toepassen van de in dit bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden en mogelijkheden om af te wijken van het bestemmingsplan resulteren in een toename aan verhard oppervlak vindt in alle gevallen een toets plaats aan de eis dat er sprake moet zijn van hydrologisch neutraal ontwikkelen conform de Keur, beleidsregels en algemene regels van het betreffende waterschap. Het bevoegd gezag wint het advies in van het betrokken waterschap.

83

Veegplan XIII, gemeente Someren

17.2

gemeente Someren

Waarborgen ruimtelijke kwaliteit

17.2.1 Algemeen a. Een ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het bij de ontwikkeling betrokken gebied en de naaste omgeving en in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. alle gronden binnen het plangebied zijn mede bestemd voor landschapsopbouw in de vorm van een landschappelijke inpassing en voor het behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; 2. nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn alleen toegestaan als deze niet leiden tot een onevenredige aantasting van natuur- en landschapswaarden, cultuurhistorische en aardkundige waarden; 3. de landschappelijke inpassing moet in een redelijke verhouding staan tot de aard en omvang van de desbetreffende ruimtelijke ontwikkeling; b. alle ruimtelijke ontwikkelingen die op basis van de Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren als categorie 2 of 3 ontwikkeling worden aangemerkt, moeten vergezeld gaan van een landschappelijk inpassingsplan, dat voldoet aan het beeldkwaliteitsplan buitengebied. 17.2.2 Principe zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, als bedoeld in 17.2.1 sub a, houdt in ieder geval in dat: a. in geval van vestiging van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is verzekerd dat gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing; b.

uitbreiding van het toegestane ruimtebeslag slechts is toegestaan mits de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen dat toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden; c. uitbreiding van het toegestane ruimtebeslag dient aansluitend aan de bestaande bebouwing plaats te vinden in het kader van concentratie van bebouwing en zuinig ruimtegebruik.

17.3

Waarborgen belangen van derden en andere waarden Het toepassen van de in dit bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden is slechts toegestaan, indien is aangetoond dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van andere aanwezige waarden en belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.

17.4

Parkeren, laden en lossen

17.4.1 Algemeen Ten behoeve van het gebruik in relatie tot de omvang van het gebruik, moet een ontwikkeling voorzien in voldoende parkeergelegenheid, als ook (verkeers)ruimte voor het laden en lossen van goederen, met dien verstande dat: a. dit alleen van toepassing is wanneer sprake is van nieuwbouw, herbouw, uitbreiding, binnenplanse afwijking en/of een (functie)wijziging; b. de noodzakelijke parkeervoorzieningen en verkeersruimte(n) als dusdanig en feitelijk voor onbepaalde tijd in stand moeten worden gehouden;

84

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

c. voor het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen en verkeersruimte(n) worden de parkeerkencijfers en parkeernormen van het CROW gebruikt; d. de te realiseren voorzieningen mogen zich in, op of onder een gebouw, dan wel op of onder het daarbij behorende bouwperceel bevinden, doch uitsluitend binnen het geldende bestemmingsvlak of, in het geval van een agrarisch bedrijf, binnen het bouwvlak. 17.4.2 Afwijken van de parkeernorm in verband met bijzondere omstandigheden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 17.4.1 voor wat betreft de te hanteren parkeernorm(en) indien het voldoen aan de parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, dan wel naar het oordeel van het bevoegd gezag op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien. 17.4.3 Afwijken van de parkeernorm en/of ruimte voor laden en lossen in verband met een Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 17.4.1 voor wat betreft het realiseren van voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor het laden en lossen van goederen op eigen terrein indien op een andere wijze in de nodige parkeer of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

17.4.4 Minimale afmeting van parkeerplaatsen Een ruimte voor het parkeren van voertuigen moet tenminste de afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s c.q. bedrijfswagens. Hierbij gelden de volgende minimale afmetingen: a. voor een voor gehandicapten gereserveerde parkeerruimte voor personenauto’s: 1. bij haaksparkeren: ten minste 3,5 m1 bij 5 m1; 2. bij langsparkeren: niet mogelijk en toepasbaar; b. voor een reguliere parkeerruimte voor personenauto’s: 1. bij haaksparkeren: ten minste 2,5 m1 bij 5 m1; 2. bij langsparkeren: ten minste 1,8 m1 bij 5 m1; c. voor parkeren ten behoeve van bedrijfswagens moet de benodigde parkeerbehoefte en -ruimte op basis van de bedrijfsvoering en/of een melding Activiteitenbesluit danwel Omgevingsvergunning milieu concreet in beeld worden gebracht.

85

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 18 18.1

Overgangsrecht Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

18.2

Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, zoals bedoeld onder sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 19

Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Veegplan XIII, gemeente Someren'.

86

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12544883/1