CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Veegplan XIII regels

Commissie Ruimte 5 april 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Veegplan XIII32.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Toelaatbaarheid van verhardingen De in artikel 5.5.1 sub e genoemde omgevingsvergunning voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden, kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; b. het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind; c. hydrologisch neutraal worden uitgevoerd op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in artikel 17.1; d. niet leiden tot een oneigenlijke vergroting van enig aangrenzend bouwvlak; e. niet resulteren in oppervlakteverharding(en): 1. voor veepaden groter dan 400 m2, welke uitsluitend zijn toegestaan op agrarische huiskavels; 2. voor overige verhardingen groter dan 200 m2; f. niet leiden tot meerdere afzonderlijk vergunde verhardingen per aaneengesloten agrarisch perceel.

5.6

Wijzigingsbevoegdheid

5.6.1 Wijziging naar ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ ten behoeve van voorzieningen voor de opslag van ruwvoer voor een veehouderij Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' voor het oprichten van voerplaten, sleufsilo’s of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer bij een veehouderij. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de voorzieningen zijn ten behoeve van de aangrenzende grondgebonden veehouderij; b. het bedrijf is vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate aangewezen op de opslag van ruwvoer; c. de bedoelde voorziening is noodzakelijk voor de agrarische bedrijfsvoering; d. de ruimte is binnen het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aantoonbaar niet aanwezig; e. de voorzieningen moeten direct aansluiten aan het bestemmingsvlak 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' behorende bij de grondgebonden veehouderij waarvoor de voorzieningen worden gerealiseerd; f. de oppervlakte van de voorzieningen, niet zijnde gebouwen, bedraagt maximaal 5.000 m2; g. de oppervlakte van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' na realisatie bedraagt niet meer dan 2 hectare; h. de voorzieningen mogen alleen gebruikt worden voor de opslag van ruwvoer; i.

de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is maximaal 2 m1; j. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1; k. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1;

47

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

l. minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer' wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 17.2. 5.6.2 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ toekennen voor het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen anders dan kassen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het differentiatievlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ sluit direct aan op een bestemmingsvlak ‘Agrarisch Agrarisch bedrijf’ of ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ ten behoeve waarvoor de teeltondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd; b. de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen’ is maximaal 4 hectare; c.

in afwijking van het bepaalde in sub b, bedraagt binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' maximaal 3 hectare; d. de permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn ook op langere termijn noodzakelijk uit een oogpunt van de agrarische bedrijfsvoering. Ter zake wordt het advies van de AAB ingewonnen; e. wanneer permanente voorzieningen resulteren in een aaneengesloten afwaterend oppervlak, dienen deze te worden voorzien van een bergings- c.q. infiltratievoorziening die aantoonbaar voldoende capaciteit heeft; f. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische en/of cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast; g. permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het 'Natuur Netwerk Brabant'; h. minimaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 17.2.

5.6.3 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping’ toevoegen ten behoeve van de realisatie of uitbreiding van een minicamping. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. het betreft uitsluitend recreatief medegebruik voor kleinschalig kamperen op gronden die direct aansluiten aan een bestemmingsvlak, indien er geen ruimte is binnen het bestemmingsvlak, waar een minicamping al is toegestaan dan wel in combinatie met onderhavige wijziging via een omgevingsvergunning wordt toegestaan; b. per minicamping zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan. Stacaravans en trekkershutten, zijn niet toegestaan en slechts toelaatbaar binnen de aangrenzende bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf' of 'Wonen';

48

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

c. parkeer- en ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, zijn niet toegestaan en slechts toelaatbaar binnen de aangrenzende bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf' of 'Wonen'; d. de afstand tot de as van de weg dient ten minste 20 m¹ te zijn; e. de afstand tot woningen van derden dient ten minste 50 m¹ te zijn; f. de afstand tot de bestemmingsgrens dient ten minste 5 m¹ te zijn; g. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; h. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2. 5.6.4 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ naar ‘Natuur’ en/of ‘Water’ (ontwikkeling van landschapselementen, natuur en/of wateren) Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' wijzigen in de bestemming 'Natuur' of 'Water' voor de ontwikkeling van nieuwe natuur- en/of landschapselementen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. aan de ontwikkeling van nieuwe natuur en/of landschapselementen ligt een, door een deskundige opgesteld, en door het bevoegd gezag akkoord bevonden natuurontwikkelingsplan ten grondslag; b. er mag geen afbreuk worden gedaan aan andere belangen in de omgeving, zoals agrarische (bedrijfs)belangen; c.

de ontwikkeling mag niet leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en/of waterkwaliteit. Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan de besluitvorming hiervoor advies in bij het betrokken waterschap.

49

Veegplan XIII, gemeente Someren

Artikel 6 6.1

gemeente Someren

Bedrijf Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven in milieucategorie 1 en 2, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; a. per bestemmingsvlak is één bedrijf toegestaan; b. productiegebonden detailhandel (verkoop eigen producten) is als ondergeschikte functie toegestaan met dien verstande dat de bruto vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m²; c. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; e. landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. extensief recreatief medegebruik; i. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid 1’ tevens een schuilgelegenheid voor het hobbymatig houden van dieren.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemeen a. Op of in de voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 6.1 genoemde bestemming; b. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2; c. de oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen mag maximaal 90% van het bestemmingsvlak; d. er mag worden gebouwd overeenkomstig de volgende tabel en de navolgende bouwregels:

Code

Adres

sb-1

Zandstraat 42a De Schans 3/3a

sb-2

6.2.2

Bedrijfs woning

Specifieke activiteit en milieucategorie

0

cat. 2 Metaalbewerkingsbedrij f (cat. 2)

1

Maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing (exclusief woning en bijgebouwen) 1.650 m2 968 m2

Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsbebouwing mag niet meer zijn dan in de tabel in artikel 6.2.1 sub d is aangegeven; b. de maximaal toegestane goothoogte is 4,5 m1; c. de maximaal toegestane bouwhoogte is 8 m1; d. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; e. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1; f. de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m1.

50

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

6.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bedrijfsdoeleinden Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen, is maximaal 2,5 m¹ met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m¹; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m¹ zijn en voor het overige maximaal 2 m¹.

6.2.4

Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. per bestemmingsvlak is het aantal bedrijfswoningen toegestaan zoals opgenomen in de tabel in artikel 6.2.1 sub d; b. bij herbouw mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; c. bij nieuwbouw van een bedrijfswoning moet aangetoond zijn dat deze bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, waarbij de noodzaak van deze bedrijfswoning niet het gevolg mag zijn van een eerder aanwezige maar inmiddels afgestoten andere bedrijfswoning; d. herbouw van een cultuurhistorisch waardevolle woning is alleen mogelijk indien dit is gericht op behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden; e. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3; f. indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen, dan geldt de bestaande inhoud als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; g.

voor een cultuurhistorisch waardevolle woning geldt de totale inhoud van het oorspronkelijk opgerichte pand waaraan cultuurhistorische en/of monumentale waarden aan toegekend zijn op grond van een deskundigenrapport als de maximaal toegestane inhoud; h. de maximaal toegestane goothoogte is 6 m¹; i. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m¹; j. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; k. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; l. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹.

6.2.5

Bijgebouwen ten behoeve van de bedrijfswoning Voor het bouwen van bijgebouwen ten behoeve van de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. per bedrijfswoning is een bijgebouw toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100 m²; b. de maximaal toegestane goothoogte is 3 m¹; c. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,5 m¹; d. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; e. bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m¹ achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; f. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; g. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; h. de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m¹.

51

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

6.2.6

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. per bedrijfswoning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. oppervlakte niet meer dan 20 m²; 2. bouwhoogte niet meer dan 3 m¹; 3. de overkapping dient op een afstand van ten minste 1 m¹ achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; 4. afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m¹, behalve als de bestaande overkapping dichter op de bestemmingsgrens staat; dan is deze afstand bepalend; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen, is maximaal 2,5 m¹ met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m¹; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m¹ zijn en voor het overige maximaal 2 m¹.

6.2.7

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid 1' mag een schuilgelegenheid voor het hobbymatig houden van dieren aanwezig zijn onder de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte bedraagt maximaal 567 m2; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,55 m1; a. de goothoogte bedraagt maximaal 2,9 m1.

6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Afwijken voor een grotere goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.2 sub b en/of 6.2.2 sub c voor een afwijkende goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat de goothoogte ten hoogste 6 m¹ mag bedragen en de bouwhoogte ten hoogste 10 m¹ mag bedragen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de noodzaak vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; b. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

6.3.2

Afwijken van de bouwlocatie voor herbouw van een bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.4 sub b voor de herbouw van een bedrijfswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5 m¹ van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m¹ uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; b. de bedrijfswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning; c. aangetoond dient te worden dat de bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, waarbij de noodzaak van (her)bouw niet het gevolg mag zijn van een eerder aanwezige maar inmiddels afgestoten bedrijfswoning; d. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd;

52

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

e. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; f. met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; g. de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning is duurzaam verzekerd en dit is ook geborgd; h. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2. 6.3.3

Afwijken voor een grotere oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.5, ten behoeve van het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bij de bedrijfswoning tot maximaal 350 m². Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. per m2 uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten; Aantal m2 te slopen bebouwing op 1 m3 Type landschap extra bebouwing mogelijk te maken NNB 1 Kampenlandschap 2 Beekdallandschap 2 Oude heideontginning 3 Jonge heideontginning 3 1/2 Bebouwingsconcentraties 2 b. in afwijking op sub a kan, indien de sloopbank leeg is, een grotere oppervlakte aan bijgebouwen mogelijk worden gemaakt door toepassing van de Landschapsinvesteringsregeling Someren; c. de oppervlakte te slopen bebouwing op de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; d. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; e. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; f.

de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

6.4

Specifieke gebruiksregels

6.4.1

Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; b. het plaatsen van zeecontainers; c. het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie;

53

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

g. het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten; h. het gebruik van opstallen, behoudens bedrijfswoningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning; i. het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; j. het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; k. het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 6.4.2

Bedrijfsmatige relatie Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1' dienen de bedrijfsactiviteiten een (bedrijfsmatige) relatie te hebben met het bedrijf gevestigd op het adres Postel 22 te Someren.

6.5

Afwijken van de gebruiksregels

6.5.1

Afwijken voor statische opslag als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4.1 sub d en/of artikel 6.4.1 sub e voor statische opslag als nevenfunctie bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van statische opslag; b. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de statische opslag is 1.000 m²; c. er dient gebruik gemaakt te worden van bestaande bebouwing; d. buitenopslag is uitgesloten; e. opslag in kassen is uitgesloten; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

6.5.2

Afwijken voor kleinschalige nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4.1 sub e voor kleinschalige nevenfuncties bij een bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van een kleinschalige nevenfunctie; b. de activiteiten worden uitgevoerd door de bewoners van de betreffende locatie; c. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de kleinschalige nevenfunctie is 350 m²; d. er dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bebouwing; e. detailhandel is uitgesloten; f. buitenopslag is uitgesloten g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

54

Veegplan XIII, gemeente Someren

6.5.3

gemeente Someren

Afwijken voor buitenopslag Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4.1 sub d voor buitenopslag bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de buitenopslag plaatsvindt binnen het bestemmingsvlak van het betreffende bedrijf; b. de opslag is noodzakelijk voor het ter plaatse aanwezige bedrijf; c. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

6.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.6.1

Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het verwijderen van landschapselementen, landschappelijke inrichting en/of waterhuishoudkundige voorzieningen; b. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; c. het aanleggen van oppervlakteverhardingen met een omvang van meer dan 500 m2.

6.6.2

Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning.

6.6.3

Toelaatbaarheid De in artikel 6.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien de werken en/of werkzaamheden: a. geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; b. (op bedrijfsniveau) hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform artikel 17.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit; c. het bevoegd gezag voorafgaand aan de vergunningverlening advies heeft ingewonnen en gekregen bij het betrokken waterschap ter toetsing van voorgestelde voorziening(en) aan de actuele wet- en regelgeving voor de onder sub b opgenomen criteria.

55

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

6.7

Wijzigingsbevoegdheden

6.7.1

Wijzigingsbevoegdheid naar ‘Wonen - Buitengebied’ Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Bedrijf’ met de daarbij behorende en rechtsreeks verbonden gebruiks- en bouwaanduidingen wijzigen in de bestemming 'Wonen Buitengebied', voor zover het gaat om de bedrijfswoning met de bijbehorende grond. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het bedrijf is beëindigd en hervatting van de bedrijfsactiviteiten is niet toegestaan; b. bewoning van bedrijfsgebouwen is niet toegestaan; c. het bestemmingsvlak wordt gereduceerd tot de voormalige bedrijfswoning met bijgebouwen, erf, tuin en verharding en heeft een omvang van maximaal 2.500 m²; d. de overige gronden van het voormalige bestemmingsvlak 'Bedrijf’ krijgen dezelfde bestemming als de omliggende gronden; e. er vindt geen splitsing in meerdere woonfuncties plaats; f. voor het overige wordt ook voldaan aan de bepalingen van Artikel 12 (Wonen Buitengebied); g. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd tenzij de bebouwing cultuurhistorische, architectonische en/of landschappelijke waarden bezit; h. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; i.

de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 100 m2, behoudens ingeval van toepassing van de sloopbonusregeling, zoals opgenomen in artikel 6.3.3, dan mag de maximale oppervlakte bijgebouwen 350 m2 bedragen; j. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

56

Veegplan XIII, gemeente Someren

Artikel 7

7.1

gemeente Someren

Wonen - Buitengebied

Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, in de vorm van huisvesting van huishoudens in woningen; b. bij bestemmingsvlakken met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – wonen plus’ is een kleinschalig bedrijf toegestaan in de milieucategorieën 1 en 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; c. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' is een ruimte voor ruimte woning toegestaan; d. aan huis verbonden beroepen conform de bepalingen in artikel 7.4.2; e. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; g. landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven; h. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; i. extensief recreatief medegebruik.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen Voor het bouwen op of in de voor ‘Wonen - Buitengebied’ aangewezen gronden gelden de volgende algemene bepalingen: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 7.1 genoemde bestemming; b. per bestemmingsvlak is één woning toegestaan; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2; d. de oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak.

7.2.2

Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen: a. de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m³; b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte’ de woning een inhoud hebben van maximaal 900 m³; c. indien de inhoud van een bestaande woning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of meer mag bedragen, geldt de bestaande inhoud als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; d. voor een cultuurhistorisch waardevolle woning geldt de totale inhoud van het oorspronkelijk opgerichte pand waaraan cultuurhistorische en/of monumentale waarden toegekend zijn op grond van een deskundigenrapport als de maximaal toegestane inhoud; e. bij herbouw mag een woning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als sprake is van uitbreiding daar direct aansluitend op;

57

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

f. herbouw van een cultuurhistorisch waardevolle woning is alleen mogelijk indien dit is gericht op het behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden; g. de maximaal toegestane goothoogte is 6 m¹; h. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m¹; i. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; j. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; k. voor een bestemmingsvlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' is de afstand tot de bestemmingsgrens ten minste 8 m1; l. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹. 7.2.3

Bijgebouwen behorende bij de woning Voor het bouwen van (vrijstaande) bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per woning is maximaal 100 m2; b. in afwijking van het bepaalde onder sub a is ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' een oppervlakte aan bijgebouwen van 150 m2 toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde onder sub a en b is ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen' de in de verbeelding opgenomen maximale oppervlakte toegestaan; d. de maximaal toegestane goothoogte is 3 m¹; e. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,5 m¹; f. de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m¹; g. bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m¹ achter de voorgevel van de woning te worden gebouwd; h. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; i. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; j. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn.

7.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij woning gelden de volgende bepalingen: a. per woning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. oppervlakte niet meer dan 20 m²; 2. bouwhoogte niet meer dan 3 m¹; 3. de overkapping dient op een afstand van ten minste 1 m¹ achter de voorgevel van de woning te worden gebouwd; 4. afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m¹; b. in afwijking van het bepaalde onder sub a, sub b en sub d mag de bouwhoogte van overige bouwwerken maximaal 2,5 m¹ bedragen en moet de afstand tot de bestemmingsgrens van deze bouwwerken ten minste 5 m¹ bedragen; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m¹ zijn en voor het overige maximaal 2 m¹.

7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Afwijken voor een grotere inhoud van de woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.2.2 sub a voor het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane

58

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

inhoud van een woning tot maximaal 900 m³. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. per m³ uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De landschapsindeling is gebaseerd op het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011, dat is toegevoegd als bijlage 1 bij dit bestemmingsplan. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten; Aantal m2 te slopen bebouwing op 1 m3 Type landschap extra bebouwing mogelijk te maken NNB 1 Kampenlandschap 1 2/3 Beekdallandschap 1 2/3 Oude heideontginning 2 Jonge heideontginning 2 1/3 Bebouwingsconcentraties 1 2/3 b. in afwijking op sub a kan, indien de sloopbank leeg is, een grotere inhoud van de woning mogelijk worden gemaakt door toepassing van de Landschapsinvesteringsregeling Someren; c. de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; d. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; e. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; f. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2. 7.3.2

Afwijken van de bouwlocatie voor herbouw van een woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.2.2 sub e voor de herbouw van een woning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5 m¹ van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m¹ uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; b. de woning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande woning; c. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; e. met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; f. de sloop van de oorspronkelijke woning is duurzaam verzekerd; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

7.3.3

Afwijken voor een grotere oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.2.3 sub a en artikel 7.2.3 sub b, ten behoeve van het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 350 m². Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. per m2 uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten;

59

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

Aantal m2 te slopen bebouwing op 1 m3 extra bebouwing mogelijk te maken 1 2 2 3 3 1/2 2

Type landschap NNB Kampenlandschap Beekdallandschap Oude heideontginning Jonge heideontginning Bebouwingsconcentraties

b. in afwijking op sub a kan, indien de sloopbank leeg is, een grotere oppervlakte aan bijgebouwen mogelijk worden gemaakt door toepassing van de Landschapsinvesteringsregeling Someren; c. de oppervlakte te slopen bebouwing op de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; d. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; e. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; f. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

7.4

Specifieke gebruiksregels

7.4.1

Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; b. het plaatsen van zeecontainers; c. het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf, met dien verstande dat: 1. aan huis verbonden beroepen zijn toegestaan overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.4.2; 2. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.7.1; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; g. het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten; h. het gebruik van opstallen, behoudens woningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning; i. het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; j.

het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; k. het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; l. het gebruik van gebouwen als geurgevoelig object, inclusief het tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande.

60

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

7.4.2

Aan huis verbonden beroep De uitoefening van aan huis verbonden beroepen is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend door één van de bewoners; b. de beroepsactiviteit mag zowel in het hoofdgebouw als in een bijgebouw worden uitgeoefend; c. de omvang van de beroepsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 150 m²; d. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; e. het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; f. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 17.4; g. detailhandel is niet toegestaan; h. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding.

7.4.3

Afgesplitste bedrijfwoning Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - afgesplitste bedrijfswoning' geldt dat: a. de voormalige bedrijfswoning geen (bedrijfstechnische) relatie mag hebben met het bedrijf dat ter plaatse nog wordt uitgeoefend; b. nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen uitgesloten zijn, met uitzondering van aan huis verbonden beroep, zoals bedoeld in artikel 7.4.2.

7.4.4

Voorwaardelijke verplichting bouwen a. Het gebruik en doen (laten) gebruiken van de gronden ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen – voorwaarde bouwen 1' is alleen toegestaan indien er een infiltratievoorziening met een capaciteit van 10,2 m3 is gerealiseerd en in stand wordt gehouden; b. een omgevingsvergunning voor het oprichten van een woning ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaarde bouwen 2' wordt alleen verleend indien er op de bouwpercelen voorzien is in regenwaterberging met een bergingsopgave van ten minste 0,06 m³ per vierkante meter dakoppervlak, welke regenwater vertraagd infiltreert en werkend aanwezig is.

7.4.5

Voorwaardelijke verplichting hogere waarde Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor het bouwen een woning ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - hogere waarde', kan slechts worden verleend indien: a. de karakteristieke gevelwering van de woning een binnenniveau van maximaal 33 dB garandeert; b. 50% van te aantal verblijfsruimten of 50% van het oppervlakte van het verblijfsgebied aan de geluidsluwe gevel gesitueerd worden.

61

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

7.5

Afwijken van de gebruiksregels

7.5.1

Afwijken voor kinderopvang en/of dagbesteding als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.4.1 sub e voor het exploiteren van kinderopvang en dagbesteding door de bewoner(s) van de betreffende locatie als ondergeschikte nevenfunctie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing; b. de activiteiten leiden niet tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of overlast; c. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

7.5.2

Afwijken voor verhuur van fietsen/rijtuigen als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.4.1 sub f voor het exploiteren van kinderopvang en dagbesteding door de bewoner(s) van de betreffende locatie als ondergeschikte nevenfunctie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing; b. de activiteiten leiden niet tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of overlast; c. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

7.5.3

Afwijken voor een zorgfunctie als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.4.1 sub e voor het verlenen van zorg en de huisvesting van zorgbehoevenden door de hoofdbewoner(s) van de woning als ondergeschikte nevenfunctie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen bestaande bebouwing; b. het is niet toegestaan om zelfstandige wooneenheden ten behoeve van de huisvesting van zorgbehoevenden te realiseren; c. er mogen maximaal 15 personen worden gehuisvest; d. er wordt alleen huisvesting geboden aan personen met een zorgindicatie; e. de activiteiten leiden niet tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of -overlast; f. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

7.5.4

Afwijken voor een minicamping als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.4.1 sub f, ten behoeve van het toestaan van een minicamping die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. er zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan, waaronder maximaal vijf stacaravans;

62

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

b. voor ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, is maximaal 100 m² bebouwing toegestaan. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande (of vergunbare) bebouwing; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 17.4; d. de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m¹; e. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m¹; f. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; g. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; h. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2. 7.5.5

Afwijken voor een groepsaccommodatie als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.4.1 sub f, ten behoeve van het als ondergeschikte functie toestaan van een groepsaccommodatie die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie in de bestaande bebouwing. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. de capaciteit is maximaal 20 personen; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 17.4; c. de afstand tot de weg is ten minste 20 m¹; d. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m¹; e. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

7.5.6

Afwijken voor bed and breakfast als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.4.1 sub f, ten behoeve van het als ondergeschikte functie toestaan van bed and breakfast die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie in de bestaande bebouwing. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de bed and breakfast activiteiten; c. de maximale overnachtingscapaciteit van een bed and breakfast is 10 personen; d. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 17.4; e. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

7.5.7

Afwijken voor routegebonden horeca als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.4.1 sub f voor het als ondergeschikte nevenfunctie vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie verstrekken van dranken en/of spijzen voor gebruik ter plaatse. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. de oppervlakte van het theehuis/uitspanning bedraagt maximaal 200 m2 inclusief terras; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 17.4; d. de afstand tot de weg is ten minste 20 m¹; e. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m¹; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

63

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

7.5.8

Afwijken voor dagrecreatie als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.4.1 sub f voor het als ondergeschikte nevenfunctie vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie aanbieden van dagrecreatie. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 17.4; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

7.5.9

Afwijken voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 7.4.1 sub g voor de structurele of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in een woning. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het is toegestaan om een woning te gebruiken voor bewoning door maximaal 4 arbeidsmigranten; b. parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorzieningen middels inrichtingsschets aangetoond worden waarbij per huisvestingsplaats 0,7 parkeerplaats gerealiseerd dient te worden. c. de woning voldoet aan de regels uit het bouwbesluit; d. in een straat mogen maximaal 20% van de totaal aantal woningen gebruikt worden voor bewoning door arbeidsmigranten, waarbij de woningen niet direct naast elkaar, tegenover elkaar of boven elkaar gesitueerd mogen zijn, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn; e. er dient een nachtregister bijgehouden te worden; f. in afwijking op sub a is het mogelijk om tot een maximum van 20 personen bewoning te laten plaatsvinden, mits aangetoond wordt dat er voldoende parkeergelegenheid is op eigen terrein en dat bewoning niet tot overlast leidt in de omgeving; g. de woning (met meer dan 4 arbeidsmigranten) is voorzien van een SNF-registratie en dit dient aangetoond te worden; h.

als de woning vijf of meer wooneenheden bevat, moet men voldoen aan de aanvullende eisen uit het bouwbesluit van kamergewijze verhuur, zoals geldend ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning. (wooneenheden: 5 of meer slaapkamers); i. vanaf 11 personen dient minimaal 250 meter aangehouden te worden ten opzichte van een andere locatie waar meer dan 10 arbeidsmigranten gehuisvest worden; j. vanaf 11 personen dient het perceel landschappelijk ingepast te worden; k. vanaf 11 personen dient het beheer in een overeenkomst vastgelegd te worden.

7.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.6.1

Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. landschappelijke inpassing te verwijderen, waarvan de aanleg en de instandhouding ervan in het kader van een eerdere vergunningverlening verplicht is gesteld.

7.6.2

Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7.6.1 is niet vereist voor:

64

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 7.6.3

Toelaatbaarheid De in artikel 7.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien de werken en/of werkzaamheden: a. geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; b. hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform artikel 17.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit.

7.7

Wijzigingsbevoegdheid

7.7.1

Wijzigingsbevoegdheid voor 'wonen plus' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd aan de bestemming ‘Wonen - Buitengebied’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - wonen plus’ toe te voegen ten behoeve van de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieen 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: a. de bedrijfsactiviteit moet plaatsvinden binnen de maximaal toegestane oppervlakte bebouwing; b. de maximaal toegestane oppervlakte voor de bedrijfsmatig te gebruiken bijgebouwen is 350 m2, met dien verstande dat de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 7.3.3 (sloopbonusregeling) moeten worden toegepast; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; d. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 17.4; e. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; f. buitenopslag is niet toegestaan; g. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygienische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; h.

de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

7.7.2

Wijzigingsbevoegdheid voor splitsing Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming 'Wonen - Buitengebied' te wijzigen voor het splitsen van een woonboerderij in maximaal twee aaneen gebouwde woningen. Hierbij gelden tenminste de volgende voorwaarden: a. splitsing is alleen toelaatbaar als er sprake is van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, waarbij geldt dat:

65

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

1. er sprake is van een (rijks-, provinciaal of gemeentelijk) monument met de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' als bedoeld in artikel 10; of 2. er sprake is van een beeldbepalend pand welke is opgenomen in de lijst met beeldbepalende panden uit de ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit’, zoals opgenomen in Bijlage 2; of 3. er sprake is van een cultuurhistorisch waardevol object, aangetoond door een terzake deskundige instantie, zoals Stichting Monumentenhuis Brabant, en als zodanig erkend door burgemeester en wethouders; b. splitsing in meerdere woningen is alleen toelaatbaar als dit gericht is op het behoud, het herstel en de versterking van de al dan niet aanwezige cultuurhistorisch waarden van de bebouwing en/of het bebouwingsensemble; c. splitsing in meerdere woningen is alleen toelaatbaar als het cultuurhistorisch waardevolle object een inhoud heeft van tenminste 900 m3; d. elke woning moet na splitsing een inhoud hebben van minimaal 350 m3; e. per woning zijn (vrijstaande) bijgebouwen toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m2; f. in afwijking van het bepaalde onder sub e mag, met toepassing van artikel 7.3.3 (sloopbonusregeling), het maximale gezamenlijke oppervlak (vrijstaande) bijgebouwen worden verhoogd tot 350 m2; g.

alle aanwezige overtollige (voormalige bedrijfs-)bebouwing moet worden gesloopt, tenzij deze bebouwing cultuurhistorische, landschappelijke en/of architectonische waarde heeft; h. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan ook milieu-planologisch uitvoerbaar is; i. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 17.2.

66

Veegplan XIII, gemeente Someren

Artikel 8

gemeente Someren

Waarde - Archeologie 3

8.1

Bestemmingsomschrijving

8.1.1

Algemeen De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

8.1.2

Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

8.2

Bouwregels Op of in de als ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende enkel- en/of dubbelbestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde met een oppervlakte groter dan 250 m² en/of een diepte van meer dan 40 cm¹, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van archeologische opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c.

het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord.

67

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1

Vergunningplicht Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, ophogen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verlagen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; e. het slopen van gebouwen en het verwijderen van fundering, waarbij grondroering plaatsvindt; f. het aanleggen van leidingen onder het maaiveld.

8.3.2

Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 8.3.1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden die: a. minder dan 40 cm¹ diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m²; b. worden uitgevoerd ten dienste van een archeologisch onderzoek en het doen van archeologische opgravingen, mits uitgevoerd door een ter zake deskundige; c. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; d. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

8.3.3

Toelaatbaarheid De in artikel 8.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. alvorens op de aanvraag wordt besloten wint het bevoegd gezag advies in van een door hem aan te wijzen terzake deskundige; d. een rapport als bedoeld onder sub b is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport als bedoeld onder sub b beschouwd; e. het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar zijn oordeel uit het rapport of de andere overgelegde gegevens genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad, waarbij er aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden omtrent de

68

Veegplan XIII, gemeente Someren

gemeente Someren

gevolgen van vondsten die mogelijk worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden; 2. schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van voorschriften die aan de omgevingsvergunning worden gekoppeld. Het bevoegd gezag kan één of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting om de werken of werkzaamheden die tot verstoring leiden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12544883/1