CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

Gemeenteraad 16 mei 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren26.205 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.7.3 Conclusie waterhuishouding Gelet op vorenstaande vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

66

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

5.8

Natuur

5.8.1 Inleiding Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening gehouden worden met de gevolgen van de ontwikkeling voor de natuur. Het natuurbeschermingsrecht is te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. In onderstaande paragrafen over Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Brabant en stikstof wordt ingegaan op de gebiedsbescherming. De paragraaf over flora en fauna gaat over de soortenbescherming.

5.8.2 Natura 2000-gebieden De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Indien eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een activiteit waarvoor tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan haakt de natuurtoets aan bij de omgevingsvergunning. Verder moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in de provinciale verordening. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.

Het plangebied ligt op relatief grote afstand van Natura 2000-gebieden. Uit de Natura 2000 overzichtskaart op de website Natura 2000.nl van de Rijksoverheid blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Weerter- en Budelerbergern & Ringselven’ op circa 3,5 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied ligt. Op afstanden van circa 5 kilometer ten noordwesten en circa 5,5 kilometer ten oosten liggen de Natura 2000-gebieden ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ respectievelijk ‘Groote Peel’.

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

67

Figuur 25: Plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. nabijgelegen Natura 2000-gebieden

Beoordeling/ betekenis voor het plangebied Gezien de relatief grote afstand tot de meest dichtbij gelegen Natura 2000-gebieden in relatie tot de toekomstige (woon)bestemming is stikstof het enige milieuaspect met mogelijke nadelige milieugevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het gaat daarbij om stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000-gebieden. Overige nadelige effecten voor Natura 2000-gebieden door onder andere verstoring, licht, geluid, versnippering, verdroging et cetera, kunnen gezien de afstand en ligging worden uitgesloten.

5.8.3 Natuurnetwerk Noord Brabant In de Interim-omgevingsverordening Noord-Brabant is het Natuurnetwerk Brabant vastgelegd. Het Natuurnetwerk is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en wordt beschermd via het planologisch kader. Het ruimtelijke beleid voor het NNB kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNB. Het plangebied is geen onderdeel van het NNB (EHS, EVZ of de ‘groenblauwe mantel’). In de directe omgeving zijn wel gebieden aanwezig die onderdeel zijn van de NNB. Het meest nabijgelegen NNB gebied ligt op circa 1.800 meter ten zuiden van het plangebied.

68

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

Figuur 26: Ligging plangebied (zwarte stip) ten opzichte van het Natuur Netwerk Brabant

Beoordeling/ betekenis voor het plangebied Gelet op aard van de ontwikkeling, de afstand tot het plangebied en tussenliggende elementen, zal er geen sprake zijn van een aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNB middels externe werking. Vanuit de natuurbeleidskaders zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling, er is geen noodzaak voor een nadere procedure.

5.8.4 Stikstof In Nederland zijn er 118 (van de 161) Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats, waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) reeds wordt overschreden. De KDW geeft aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangepast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. Indien een planvoornemen geen stikstofdepositie veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden, of per saldo geen toename ten opzichte van de referentiesituatie, kan worden uitgesloten dat het plan een significant gevolg kan hebben. Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurherstel in werking getreden. Met deze wet wordt voorzien in de wettelijke verankering van de door het kabinet aangekondigde structurele aanpak van de stikstofproblematiek.

Beoordeling/ betekenis voor het plangebied Ter beoordeling van de effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstof is een 'Notitie beoordeling stikstof' worden opgesteld, welke als Bijlage 11 Notitie stikstof bij onderhavige toelichting is

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

69

gevoegd. Daaruit blijkt dat het bouwplan zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Significante effecten ten aanzien van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000 gebieden kunnen op voorhand worden uitgesloten.

5.8.5 Flora & Fauna Behalve de mogelijke effecten op natuurgebieden moet ook duidelijk zijn of het betreffende plan effecten heeft, en zo ja welke, op beschermde soorten. De bescherming van dier- en plantensoorten is eveneens in de Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie beschermingsregimes opgenomen: voor vogels in de zin van de Vogelrichtlijn, voor dier- en plantensoorten uit de Habitatrichtlijn en voor overige soorten. Kort gezegd is het verboden om beschermde diersoorten opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Hun voortplantingsen rustplaatsen mogen niet (opzettelijk) worden beschadigd of vernield. Verder is het verboden beschermde plantensoorten te vernielen. Voor handelingen die mogelijk schadelijk kunnen zijn voor beschermde soorten, moet een ontheffing worden aangevraagd. Onder voorwaarden is ontheffing van de verbodsbepalingen mogelijk. Het bevoegd gezag voor het verlenen van een ontheffing zijn gedeputeerde staten van de provincie.

Beoordeling/ betekenis voor het plangebied Om in beeld te brengen of de ontwikkeling in strijd is met natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de Wet natuurbescherming voorkomen kan worden, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 12 Quickscan flora en fauna bij deze toelichting gevoegd.

In de rapportage wordt geconcludeerd dat in het plangebied mogelijk verschillende soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Tevens is niet uit te sluiten dat in het plangebied beschermde zoogdieren voorkomen. De mogelijk aanwezige en aangetroffen soorten in de omgeving van het plangebied zijn weergegeven in onderstaande tabel. Het is uit te sluiten dat in het plangebied beschermde flora, vlinders, libellen, kevers, weekdieren, reptielen en vissen voorkomen.

70

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

Tabel 13: Mogelijk aanwezige en aangetroffen soorten in de omgeving van het plangebied

Naar aanleiding van de quickscan is een nader onderzoek naar de steenmarter uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 13 Marteronderzoek bij onderhavige toelichting gevoegd. In het kader van het nader onderzoek hebben op drie locaties in de loods wildcamera’s gestaan. Op één locatie zijn beelden van de steenmarter gemaakt. Op deze locatie is op twee afzonderlijke dagen een steenmarter gefotografeerd. Uit deze waarnemingen is af te leiden dat de loods tot het leefgebied behoort van de steenmarter. Het aantal waarnemingen is te beperkt om te kunnen spreken van een verblijfplaats in de loods of van een essentieel deel van het leefgebied. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect op het leefgebied en verblijfplaatsen van deze soort. Om verstoring van de mogelijk in de loods aanwezige steenmarter te voorkomen, dienen de sloopwerkzaamheden buiten de kraamtijd van 15 maart tot 1 september te worden uitgevoerd.

Overtreding van de Wet natuurbescherming kan worden voorkomen door het nemen van de volgende maatregelen en/of als de volgende voorwaarden worden voldaan: het kappen, snoeien en/of verwijderen van bomen en struiken dient te worden uitgevoerd buiten het broedseizoen van vogels en wanneer geen broedgeval aanwezig is. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli; om het verwonden of niet opzettelijk doden van grondgebonden zoogdieren en amfibieen te voorkomen dient bij het verwijderen van begroeiing in een richting gewerkt te worden. Tevens dienen deze werkzaamheden plaats te vinden buiten de overwinteringsperiode van amfibieen, waaronder Alpenwatersalamander en egels. De overwinteringsperiode van amfibieen duurt van 1 november ¡V 15 maart en van egel van 1 november tot 15 mei;

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

71

voor wat betreft de steenmarter dienen de sloopwerkzaamheden van de loods buiten de kraam-tijd van 15 maart tot 1 september plaats te vinden: rekening houdend met de kwetsbare perioden van vogels, amfibieen, waaronder Alpenwatersalamander en egel kan het verwijderen van begroeiing worden uitgevoerd in de periode augustus tot en met oktober. Wanneer de begroeiing is verwijderd is het kale terrein ongeschikt voor amfibieen, waaronder Alpenwatersalamander, egel en als broedgebied voor vogels. Daarnaast geldt voor alle aanwezige soorten in het plangebied, waaronder ook niet beschermde soorten, de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht betekent dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd. Het planvoornemen wordt uitgevoerd met in acht name van bovenstaande voorwaarden en maatregelen. Het plan heeft daarmee geen nadelige effecten voor beschermde soorten.

5.9

Archeologie en cultuurhistorie

5.9.1 Archeologie De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet betreft één integrale wet die betrekking heeft op archeologie (op het land en onder water), museale objecten, musea en monumenten. Het uitgangspunt van de Erfgoedwet is een zorgvuldige omgang met cultureel erfgoed. Voor wat betreft de archeologie staat hierin het verdrag van Malta (Valetta) en de uitwerking hiervan in de voormalige Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) centraal. Met de invoering van de Wamz in 2007 hebben gemeenten veel meer bevoegdheden gekregen inzake beheer en behoud van archeologische (rijks)monumenten en overige archeologische (verwachtings)waarden, deze bevoegdheden zijn in de Erfgoedwet behouden. Om een goede uitvoering te geven aan deze bevoegdheden en de bijbehorende verantwoordelijkheden hebben de meeste gemeenten archeologiebeleid ontwikkeld.

De gemeente Someren heeft in het kader van de Wamz een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd in de 'Nota Archeologiebeleid gemeente Someren'. In deze nota zijn enerzijds de gemeentelijke ambities en opgaven op het gebied van de economische ontwikkeling, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en dergelijke, en anderzijds het behoud en beheer van het gemeentelijk bodemarchief toegelicht en uitgewerkt. Onderdeel van de 'Nota Archeologiebeleid gemeente Someren' is de 'Archeologiekaart van Someren'.

Beoordeling/ betekenis voor het plangebied Hierna is een uitsnede van deze beleidskaart weergegeven waarop de ligging van het plangebied met een rode cirkel is aangeduid.

72

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

Figuur 27: Uitsnede Archeologiekaart gemeente Someren

Het plangebied is op de 'Archeologiekaart van Someren' aangeduid als een locatie in een categorie 6 gebied; gebieden met een lage archeologische verwachting. Op deze gebieden zijn geen ondergrenzen of een aanlegvergunning van toepassing. De beoogde ontwikkeling is in het kader van het aspect 'archeologie' dan ook geen bezwaar.

5.9.2 Cultuurhistorie Het ruimtelijk erfgoed binnen de provincie Noord-Brabant wordt weergegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Het plangebied is op de CHW aangeduid als 'Regio (provinciaal cultuurhistorisch belang)'.

De betreffende regio betreft 'Peelrand'. De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele kastelen, diverse kloosters en de Peel-Raamstelling verlenen het gebied extra cultuurhistorische betekenis.

Beoordeling/ betekenis voor het plangebied De nabij het plangebied gelegen wegen Ploegstraat en Groeneweg zijn lijnen van redelijke hoge waarde omtrent historische geografie. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de cultuurhistorische geografische waarden van deze wegen.

Aan het plangebied zelf zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden toegekend. De te slopen bebouwing

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

73

kent geen cultuurhistorische waarde. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn dan ook geen cultuurhistorische waarden in het geding.

5.10

Milieueffectrapportage

De wettelijke bepaling omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r.) van onder meer nieuwbouwplannen zijn bepaald in hoofdstuk 7, Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). M.e.r. is een procedure met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Met dit instrument moet de aantasting van het milieu grotendeels worden voorkomen. De bijlage 'C- en D-lijst' bij het Besluit m.e.r. geeft aan of sprake is van een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn de drempelwaarden indicatief. Als gevolg daarvan moet, ook als een project onder de drempelwaarden blijft, een toetsing worden gedaan; de zogeheten vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bevoegd gezag dient voldoende zorgvuldig te onderzoeken en op basis daarvan te constateren dat er geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn.

Beoordeling/ betekenis voor het plangebied Het bestemmingsplan maakt activiteiten mogelijk die zijn opgenomen in de eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van de Bijlage van het Besluit milieueffectrapportage, onder categorie D11.2 “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. De bijbehorende drempelwaarden in D11.2 kolom 2 (oppervlakte groter dan 100 hectare, een aaneengesloten gebied van 2.000 of meer woningen, bedrijfsoppervlakte van 200 000 m2 of meer) worden met de bouw van 26 wooneenheden binnen 2,4 hectare niet overschreden. Daarom kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is derhalve een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, welke als bijlage Bijlage 14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling bij deze toelichting is gevoegd en waarover het bevoegd gezag een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit heeft genomen.

74

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische omgeving

Inleiding

Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

6.2

Toelichting op de analoge verbeelding

De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken en functie-aanduidingen opgenomen.

De analoge verbeelding bestaat uit een planverbeelding, getekend op een digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000. Op de verbeelding is een plangebied opgenomen. De bestemmingen 'Groen', 'Verkeer' en 'Wonen' zijn aangegeven evenals bouwvlakken en diverse aanduidingen.

6.3

Algemene toelichting op de regels

De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Specifieke gebruiksregels; Afwijking van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het aanleggen.

6.4

Toelichting op de bestemmingen

6.4.1 Groen Binnen de bestemming 'Groen' wordt de landschappelijke inpassing van het plangebied gebied voorzien. Daarnaast zijn binnen deze bestemming onder andere speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen voor langzaam verkeer, parkeervoorzieningen en inritten toegestaan.

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

75

6.4.2 Verkeer Binnen de bestemming 'Verkeer' zijn onder andere buurtontsluitingstraten, woonstraten, parkeervoorzieningen, trottoirs, voetpaden en langzaamverkeersverbindingen toegestaan. 6.4.3 Wonen Gronden met de bestemming 'Wonen' zijn onder andere bestemd voor het gebruik voor woondoeleinden. Onderhavig bestemmingsplan maakt de oprichting van 48 nieuwe woningen en de omzetting van de bestaande bedrijfswoning in een burgerwoning binnen deze bestemming mogelijk. De te bouwen bebouwingstypen zijn op de verbeelding aangegeven. Hoofdgebouwen dienen binnen het aangegeven bouwvlak te worden opgericht, waarbij met een aanduiding is aangegeven welke maximale goot- en bouwhoogte aangehouden dienen te worden.

76

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Someren zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen.

De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de legeskosten die voldaan dienen te worden en eventuele planschade die door uitvoering van het bestemmingsplan optreedt.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van zienswijzen op het bestemmingsplan zal een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden dit bestemmingsplan op een aantal punten gewijzigd vast te stellen.

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

77

78

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

Hoofdstuk 8 8.1

Overleg en inspraak

Omgevingsdialoog

In het kader van de beoogde herontwikkeling is op woensdag 26 oktober 2022 een informatieavond georganiseerd om het bestemmingsplan ‘Groeneweg 5-7 Someren-Heide’ toe te lichten aan (direct) belanghebbenden en geïnteresseerden. Een verslag van deze informatieavond is opgenomen als Bijlage 15 Verslag informatieavond bij deze toelichting.

8.2

Vooroverleg

Volgens artikel 3.1.1 Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarover overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen, en diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn met de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en de veiligheidsregio Brabant-Zuidoost zijn in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. De opmerkingen die zijn gemaakt in het kader van het vooroverleg zijn verwerkt in onderhavig bestemmingsplan.

8.3

Zienswijzen

Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van zienswijzen op het bestemmingsplan zal een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden dit bestemmingsplan op een aantal punten gewijzigd vast te stellen.

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

79

80

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

81

Bijlage 1

82

Ontwikkelrichting

bestemmingsplan Groeneweg 5-7 Someren-Heide

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 te Someren-Heide Gemeente Someren

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 te Someren-Heide Gemeente Someren

Rapportnummer:

P199613.004.001.R3/HAR

Opdrachtgever:

Heidechamp B.V. Oude Goorenweg 4-6, 5715 PH LIEROP

Auteurs:

de heren ir. Harm Arts en ir. Peter de Bie

Datum:

3 november 2022

Status:

Definitief, versie R3

Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen B.V. St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen T (024) 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonnaer.nl

Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl

P199613.004.001.R3/HAR

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 4 1.2 Projectlocatie Groeneweg 5-7 ................................................................................................ 5 1.3 Herontwikkeling naar wonen ................................................................................................. 7

2

Ruimtelijk beleid ................................................................................................. 8 2.1 Geldend bestemmingsplan ..................................................................................................... 8 2.2 Structuurvisie 2028, gemeente Someren ............................................................................... 8 2.3 Woonvisie Someren 2030..................................................................................................... 10 2.4 Provinciaal beleid ................................................................................................................. 11 2.5 Beleidsanalyse ...................................................................................................................... 14

3

Analyse locatie Groeneweg 5-7 ......................................................................... 15 3.1 Naar een veilige & gezonde leefomgeving ........................................................................... 15 3.2 Zorgvuldig ruimtegebruik ..................................................................................................... 15 3.3 Drie-lagenbenadering ........................................................................................................... 16 3.4 Meerwaardecreatie .............................................................................................................. 23

4

Stedenbouwkundig visie ................................................................................... 26 4.1 Stedelijke ontwikkelrichting oostrand Someren-Heide........................................................ 26 4.2 Stedenbouwkundige en landschappelijke uitgangspunten Groeneweg 5-7 ........................ 27 4.3 Ontwikkeling binnen het projectgebied ............................................................................... 29 4.4 Stedenbouwkundige programmering .................................................................................. 33 4.5 Stedenbouwkundige schets.................................................................................................. 34

5

Beschouwing ..................................................................................................... 36 5.1 Lokale functionele ontwikkelingen en toedeling van functies ............................................. 36 5.2 Beleidsafweging.................................................................................................................... 38 5.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige afronding Oostzijde Someren-Heide .......................... 38

Bijlagen ................................................................................................................... 40

2

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

P199613.004.001.R3/HAR

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

3

P199613.004.001.R3/HAR

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De projectlocatie Groeneweg 5-7 te Someren-Heide kent een hoge mate van verstening die feitelijk bestaat uit een technische inrichting voor het kweken van champignons met daaromheen een gebouwde schil en erfverharding. Deze inrichting voldoet niet meer aan de huidige en toekomstige eisen. Zowel vanuit een duurzaam financieel perspectief als vanuit een duurzaam ruimtelijk perspectief dient een heroverweging en ontwikkeling plaats te vinden. In de directe omgeving van de locatie Groeneweg 5-7 is al enige tijd sprake van een verdere ontwikkeling van de kern Someren-Heide, waarbij aan de Ploegstraat huizen zijn gerealiseerd en waarbij de gemeente ook nadrukkelijk kijkt voor woningbouw aan de Groeneweg. Uit verkennende gesprekken met onder andere de dorpsraad is gebleken dat in Someren-Heide behoefte is aan het faciliteren van ZZP-ers en jonge kleinschalige bedrijven, doorstroming op de woningmarkt en het aanbieden van woonruimte aan kleinere gezinsvormen. Enerzijds gaat het om ouderen en starters die binnen de gemeenschap van Someren-Heide willen blijven wonen. Anderzijds gaat het om een groeiende groep van expats, die werkzaam zijn binnen de bedrijfssectoren in de omgeving en Brainportregio en zich graag met hun gezin willen vestigen in deze gemeente.

Vanuit de ligging in de bebouwde kom en aansluitend aan de woongebieden van de kern SomerenHeide en de wensen vanuit het dorp is een ontwikkelingsrichting opgesteld voor de locatie Groeneweg 5-7 in relatie tot de directe omgeving. Voor de locatie zelf is dit uitgewerkt tot een stedenbouwkundige schets voor het omvormen van de locatie naar een woongebied. In onderstaande figuur 1 is de gewenste ontwikkeling voor de locatie Groeneweg 5-7 en het bijbehorende programma op hoofdlijnen weergegeven. Dit programma is na overleg met de gemeente Someren tot stand gekomen en uitgewerkt in een stedenbouwkundige schets (hoofdstuk 4). Concreet bestaat het voornemen uit het definitief beëindigen en saneren van de agrarische bedrijfsactiviteiten met bebouwing om ruimte te maken voor een nieuw woongebied in de kern Someren-Heide.

Figuur 1 Gewenste ontwikkeling en programma

4

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

P199613.004.001.R3/HAR

1.2

Projectlocatie Groeneweg 5-7

Het projectlocatie Groeneweg 5-7 betreft een verouderde champignonkwekerij. Het gehele bedrijf bestaat uit een bedrijfswoning (1980) met garage en een champignonhal (1982) met erfverhardingen.

Figuur 2 Luchtfoto van de bestaande locatie aan de Groeneweg in Someren-Heide

De projectlocatie is circa 2,25 hectare groot en is kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie G, nummers 4750, 4752, 4753, 4955 en 5156.

Tabel 1 Overzicht oppervlaktes huidige situatie

De bedrijfsgebouwen zijn verouderd en niet langer geschikt voor een duurzame exploitatie van de agrarische activiteiten. De agrarische exploitatie is om die reden enige tijd geleden gestaakt en tevens is een verkenning opgestart voor een alternatieve invulling in de vorm van woningbouw. De locatie ligt aan de noordoostzijde van de kern Someren-Heide. Hoewel sprake is van een agrarische bedrijfsvoering en ook als zodanig is bestemd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ maakt de locatie op basis van de feitelijke aanwezige stedenbouwkundige structuur en bebouwing onderdeel uit van de stedelijke kern c.q. bebouwde kom van Someren-Heide.

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

5

P199613.004.001.R3/HAR

De planologische begrenzing en duiding als landelijk gebied maakt niet dat de locatie ook functioneel onderdeel is van het landelijk gebied. Samen met de woningen aan het bestaande tennisbaancomplex/ schietvereniging aan de Groeneweg vormt de bedrijfslocatie een harde grens van het bestaande stedelijk gebied met het naastgelegen buitengebied. De bebouwing en verharding houdt abrupt op, waarna agrarische percelen zich uitstrekken in noordoostelijke richting. De ontwikkelingsrichting van het gebied is dan ook al jaren geleden ingezet en heeft geleid tot een gebied dat onderdeel uitmaakt van de kern van Someren-Heide. Naar feitelijke aard en als onderdeel van een concentratie aan bebouwing maakt de locatie onderdeel uit van de bebouwde kom. Dit wordt ook als zodanig door de gemeente Someren erkend in haar Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011, waarin de locatie als bebouwde kom is geduid.

Figuur 3 Beeldkwaliteitsplan gemeente Someren

Zowel qua gebouwen en oppervlakte als functie sluit de locatie in de huidige situatie niet goed aan op de overige stedelijke functies binnen de kern Someren-Heide, waar hoofdzakelijk sprake is van een woonfunctie.

6

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

P199613.004.001.R3/HAR

Figuur 4 Grens bestaand stedelijk gebied op basis van feitelijke aard

Een ontwikkeling c.q. transformatie van de bedrijfsmatige champignonkwekerij naar een passende woonfunctie lijkt dan ook gewenst. Zowel stedenbouwkundig als landschappelijk biedt de transformatie van de huidige bedrijfsgebouwen en erfverhardingen naar een locatie waar hoofdzakelijk wordt gewoond met openbaar groen kansen voor ruimtelijke en milieukundige verbetering en het realiseren van een zachte afronding van de bebouwde kom aan deze zijde van de kern.

1.3

Herontwikkeling naar wonen

Het nieuwe woongebied zal landschappelijk en stedenbouwkundig worden ingebed in de bestaande woonomgeving waarbij een nieuwe overgang naar het agrarische buitengebied wordt gerealiseerd. Er zal sprake zijn van een duurzame woonomgeving met oog voor ontsluiting en aansluiting op de Groeneweg, parkeren, water en waterberging, openbaar groen, landschappelijke inrichting en de landschappelijke relatie met aangrenzend buitengebied.

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

7

P199613.004.001.R3/HAR

2 Ruimtelijk beleid Voor de ruimtelijke beoordeling is het relevant dat de locatie aan de Groeneweg en haar directe omgeving feitelijk stedenbouwkundig onderdeel uitmaakt van de kern Someren-Heide. De locatie maakt onderdeel uit van het bebouwde gebied binnen de kern Someren-Heide, samen met woningen aan de Ploegstraat en het tenniscomplex/schietbaan. De bedrijfsmatige functie en grootschalige bebouwing draagt sterk bij aan mate van verstedelijking in dit gebied en maakt dat de locatie grootschalig stedelijk afsteekt ten opzichte van de overwegende lage woningbouw in de rest van kern.

2.1

Geldend bestemmingsplan

Planologisch maakt de projectlocatie onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Deel 2’ van de gemeente Someren (vastgesteld door de gemeenteraad op 5 maart 2020, nadien in werking getreden). Binnen dit bestemmingsplan heeft het object momenteel de bestemming ‘Agrarisch – agrarisch bedrijf’. Daarnaast zijn op het object de gebiedsaanduidingen ‘overige zone bebouwingsconcentratie’, ‘overige zone – beperkingen veehouderij’, ‘overige zone – salderingsgebied’ en 'vrijwaringszone - watergang' van toepassing. Een klein gedeelte van het object is gelegen in het bestemmingsplan 'Someren-Heide' van de gemeente Someren (vastgesteld door de gemeenteraad op 28 september 2011, nadien in werking getreden). Binnen dit bestemmingsplan heeft het object momenteel deels de bestemming 'VerkeerVerblijfsgebied' en deels de bestemming 'Water'. Het saneren van de voormalige champignonkwekerij en de herontwikkeling van de locatie naar wonen is binnen het gelden bestemmingsplan niet mogelijk. Om het planvoornemen planologisch-juridisch mogelijk te maken is derhalve een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk.

2.2

Structuurvisie 2028, gemeente Someren

In de gemeentelijke structuurvisie beschrijft de gemeente de ambitie dat Someren in 2028 een duurzame, krachtige, zelfbewuste en zelfstandige gemeente is, die haar landelijke positie in Brainport goed weet te benutten. Someren ontleent haar identiteit aan het landelijke Brabantse karakter. Het kwalitatief goede bos-, natuur- en buitengebied zorgt er mede voor dat Someren een goed woonklimaat kent en een aantrekkelijke vestigingslocatie is voor bedrijven met een schaal die past bij Someren. De dorpen hebben een evenwichtige bevolkingsopbouw en mede daardoor een goede leefbaarheid. Nieuwbouw naar behoefte per kern draagt hieraan bij. Voor ouderen, zorgbehoevenden en mensen met beperkingen zijn zorgvoorzieningen en is ondersteuning in alle dorpen beschikbaar. Eerste doel betreft het voorzien in de behoefte van de lokale bevolking. Tweede doel is het adequaat huisvesten van de bijzondere doelgroepen. Derde doel betreft het behouden en versterken van de vitaliteit van de kernen. Wenselijk zijn levensloopbestendige kernen, waar jong en oud, validen of zorgbehoeftigen moeten kunnen blijven wonen. Laatste doel is het verhogen van de kwaliteit.

8

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

P199613.004.001.R3/HAR

Dit betreft onder meer het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit wat nader geconcretiseerd wordt in het behouden en waar mogelijk versterken van het dorpse karakter. Voor woningbouwplannen geldt als uitgangspunt ‘Dorpswonen’. In de structuurvisie hanteert de gemeente daarbij als vuistregel circa 17 tot 20 woningen per hectare. Voor Someren Heide geldt daarbij dat de woonstraten een ruim en groen karakter hebben. Voor de Groeneweg geldt specifiek dat hier bedrijvigheid aanwezig is, dat niet bijdraagt aan het gewenste ‘dorpse wonen’. De locatie Groeneweg 5-7 is in de Structuurvisie niet aangewezen als ‘bebouwde kom’. Tevens kent het gebied geen aanduiding ‘woningbouwlocatie op korte termijn’ of ‘reservering woningbouwlocatie lange termijn’. De voor woningbouw aangewezen zones in Someren-Heide zijn echter inmiddels al in ontwikkeling of ontwikkeld. Enerzijds is sprake van de voorziene woningbouw en anderzijds is sprake van een zonnepanelenveld. Voor woningbouw geldt dat uitsluitend een kleinschalig invulling is gegeven binnen de zone woningbouw korte termijn. De gronden aangewezen als reservering op termijn zijn de komende 20 à 25 jaar vergund als zonnepanelenpark. Daarmee zijn er géén gronden meer beschikbaar voor woningbouw binnen de aanwezen zoekgebieden. Recentelijke ontwikkelingen laten wel transformatie naar woningbouw, o.a.

de kerklocatie, zien en waar de gemeente ook aan meewerkt. De locatie maakt onderdeel uit van een zone ‘Kwaliteitsverbetering bebouwingslinten of bebouwingsclusters buiten bebouwde kom’ dat primair zoekgebied is voor ruimte voor ruimte woningen, en waar de gemeente streeft naar ruimtelijke en milieukundige kwaliteitsverbetering.

Figuur 5 Uitsnede Structuurvisie 2028 met plangebied rood-omlijnd

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

9

P199613.004.001.R3/HAR

Daarmee stelt de gemeente dat de locatie geschikt is voor transformatie naar de functie wonen. Waar de structuurvisie planologisch nog destijds is uitgegaan van een locatie gelegen in het buitengebied op basis van de agrarische bestemming, is feitelijk en naar aard echter sprake van bebouwde kom c.q. bestaand stedelijk gebied. De aard van de omgeving is sterk bepalend; daarbij is van belang dat de bebouwing feitelijk (nagenoeg) ophoudt na de locatie Groeneweg 5-7; een en ander zoals dat ook al veelvuldig in jurisprudentie is overwogen in het kader van het Besluit omgevingsrecht. De gewenste ontwikkeling voorziet in de nagestreefde kwaliteitsverbetering op een bedrijfslocatie aan de Groeneweg door het herontwikkelen van een bestaande bedrijfslocatie in de bebouwde kom naar wonen. Daarbij wordt gestreefd naar een dorps karakter met groen en landschap. De ontwikkeling voorziet in een dichtheid die passend is bij een dorpskarakter en ruimte biedt aan water, groen en landschap zoals de gemeente op basis van de structuurvisie nastreeft.

2.3

Woonvisie Someren 2030

In de gemeentelijke woonvisie concludeert de gemeente dat de Somerense woningmarkt in beweging is. De samenstelling van de bevolking wijzigt en daarmee ook de behoefte aan verschillende woningtypen. Starters en andere doelgroepen hebben moeite om aan een woning te komen. Om een aantrekkelijke gemeente te blijven wil de gemeente in 2030 bekend staan om de karakteristieke dorpse en landelijke woonmilieus, die zoveel mogelijk zijn gebaseerd op de doe-mentaliteit en het principe van circulariteit. De woonwens van de inwoners staat daarbij centraal en de dorpen en wijken zijn inclusief: voor jongeren, ouderen, zorgbehoevenden en mensen met beperkingen. Om dat te bereiken geeft de gemeente aan nieuwe woningbouwplannen zelf actief te ontwikkelen en te faciliteren waarbij het meebewegen met de behoeften in de kernen het vertrekpunt is. Extra aandacht gaat uit naar jongeren en ouderen. Voor woningbouwplannen geeft de gemeente een aantal uitgangspunten mee. Het accent bij ontwikkeling ligt op financieel voldoende bereikbare woningen, passende woningen voor senioren, en de mogelijkheid voor jongeren om in Someren (te blijven) wonen. Ontwikkelende partijen worden uitgedaagd om met plannen te komen die bijdragen aan de vitaliteit van het dorp e.e.a. op basis van zelf-doen en circulariteit. Daarbij biedt het regionale kader flexibiliteit. Zelfbouw wordt gestimuleerd.

Aandachtspunten bij realisatie zijn groene inpassing, duurzaamheid (isolatie/energie) en levensloopbestendigheid. De beleidsuitgangspunten zijn vervolgens vertaald naar een globale woningbouwprogrammering tot 2030. Binnen de gemeente Someren is op hoofdlijnen tussen 2020 en 2030 de bouwopgave circa 782 woningen, waarvan zo’n 63 woningen in Someren-Heide.

10

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

P199613.004.001.R3/HAR

Tabel 2 Globale woningbouw programmering Someren (tot 2030)

Inmiddels is binnen de kern Someren-Heide sprake van meerdere woningbouwprojecten die aanspraak doen op het woningbouwprogramma van de gemeente Someren voor de kern SomerenHeide. Het betreft de volgende projecten: Project

Gepland aantal wooneenheden

Eggendreef

12

Kerkendijk

10

Groeneweg 5-7

26

totaal 48 Tabel 3 Woningbouwprojecten Someren Heide

Het voornemen aan de Groeneweg 5-7 voorziet in een mix van 26 woningen, waarbij starters (jongeren en expats) en ouderen de mogelijkheid krijgen om hier te gaan wonen en waarbij de sterk aanwezige bouwnijverheid met veel zzp-ers de mogelijkheid krijgen om te wonen en werken vanuit huis. De gewenste ontwikkeling voorziet met de sanering van de locatie Groeneweg 5-7 in een investering in milieukundige en ruimtelijke kwaliteit, waarbij een bestaande ‘bebouwde locatie wordt hergebruikt om invulling te geven aan het woningbouwprogramma van de gemeente, waarbij de aantallen en verhouding tussen doelgroepen in lijn is met de woonvisie en het woningbouwprogramma.

2.4

Provinciaal beleid

2.4.1 Omgevingsvisie Noord Brabant De provincie Noord Brabant streeft naar meerwaarde. Dit streven is de centrale gedachte van de provinciale Omgevingsvisie. Bij het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke opgaven stelt de provincie om vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken.  Een ‘diepe’ manier van kijken: de ontwikkeling voorziet in een sanering en herontwikkeling van een bestaande, sterk versteende bedrijfslocatie die geen enkele relatie kent met de onderliggende lagen en de aangrenzende landelijke als stedelijke omgeving. De ontwikkeling naar een dorpse woonwijk met ruimte voor groen en water biedt juist kansen om deze relaties weer beter tot hun recht te laten komen;

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

11

P199613.004.001.R3/HAR

Een ‘ronde’ manier van kijken: de ontwikkeling voorziet in een ruimtelijke en milieukundige kwaliteitsverbetering, zoals ook door de gemeente opgenomen in haar structuurvisie, waarbij de nieuwe woonfunctie duurzaam kan worden vormgegeven, waardoor naast minder verhardingen meer ruimte ontstaat voor water en groen en een vermindering van energieverbruik op de locatie zelf. Het voornemen geeft tevens invulling aan de enorme woningbouwopgave, waardoor starters kunnen worden behouden voor de gemeente Someren, zonder daar groene ruimte voor op te hoeven offeren; Een ‘brede’ manier van kijken: in een vroegtijdig stadium heeft overleg plaatsgevonden met de dorpsraad van Someren-Heide om de behoefte van Someren-Heide beter in beeld te hebben. Daarnaast is met de gemeente Someren eerder al afgesproken de ontwikkeling als pilot omgevingstafel procesmatig vorm te geven.

De uitgangspunten van de omgevingsvisie, het streven naar zorgvuldig ruimtegebruik en de centrale gedachte van meerwaardecreatie, zijn juridisch verankerd in de Omgevingsverordening van de provincie Noord Brabant. 2.4.2 Omgevingsverordening Noord Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 27 maart 2022 de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsverordening is een voor de provincie verplicht instrument uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2023 in werking zal treden. Toetsing aan deze nieuwe verordening is nu al gewenst vanuit de provincie. De regels in de omgevingsverordening sluiten aan op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De omgevingsverordening kent een aantal wijzigingen ten opzichte van de huidige Interim omgevingsverordening en aangaande de gewenste herontwikkeling van Groeneweg 5-7 te Someren-Heide. Zo zijn de eerder aangewezen gebieden ‘stedelijk afweegbaar’, waarbinnen opgaven voor verstedelijking waren voorzien, vervallen. Voor gemeenten geldt een zwaardere motivatieplicht voor het borgen van een veilige gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit bij nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ook op provinciaal niveau geldt de locatie planologisch onderdeel is van het landelijk gebied.

Het feit dat sprake is van een agrarische bedrijfsvoering, ongeacht de verschijningsvorm naar aard en omvang, ook in relatie tot de directe omgeving, maakt dat de locatie is aangewezen is als landelijk gebied, waar stedelijke ontwikkelingen niet zonder meer zijn toegestaan. Belangrijke wijziging in de nieuwe omgevingsverordening betreft het vervallen van de gebieden Verstedelijking afweegbaar, waarbinnen tot nu toe stedelijke ontwikkelingen zijn voorzien. De gemeente is voortaan zelf aan zet om gebaseerd op de diep-rond-breed methodiek uit de omgevingsvisie een afweging te maken waar stedelijke ontwikkeling het beste het beste gerealiseerd kan worden. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in stedelijk gebied, blijft een binnenstedelijke ontwikkeling voorrang hebben. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwde locaties in zowel stedelijk als landelijk gebied.

12

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

P199613.004.001.R3/HAR

Voor de locatie Groeneweg 5-7 te Someren-Heide geldt werkingsgebied ‘Landelijk gebied’. Binnen het werkingsgebied Landelijk gebied kan onder voorwaarden sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling dient passend te zijn binnen de ontwikkelrichting van het gebied. Daarbij dient te worden beoordeeld hoe een evenwichtige toedeling van functies (nieuw ruimtebeslag) kan worden gerealiseerd. Hierbij dient invulling te worden gegeven aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit op basis van de volgende criteria: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik; 2. Lagenbenadering: ondergrond, netwerklaag, occupatielaag; 3. Meerwaardecreatie. Deze drie criteria zijn verder uitgewerkt in paragrafen 3.2, 3.3 respectievelijk 3.4. Voor de ontwikkeling zijn vooral de artikelen 5.55 “Duurzame stedelijke ontwikkeling” en 5.56 “Afwijkende regels voor stedelijke ontwikkeling” uit de ontwerp omgevingsverordening relevant. Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen, wijst daarvoor de locatie aan en bevat een onderbouwing dat: 1. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; en 2. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Er is sprake van een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’ voor wonen, werken of voorzieningen als: a.

een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met een veilige en gezonde leefomgeving; b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en f. wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie. In afwijking van artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, aanhef, kan een omgevingsplan voorzien in een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen, binnen Landelijk gebied als: a. binnen Stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of ander geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 5.12; d. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; e.

de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting is afgestemd op de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving, waaronder de met deze verordening te beschermen en te ontwikkelen waarden; en f. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met een duurzame afronding van het Stedelijk gebied.

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

13

P199613.004.001.R3/HAR

2.5

Beleidsanalyse

Op de projectlocatie Groeneweg 5-7 te Someren-Heide is sprake van bestaand ruimtebeslag dat stedenbouwkundig onderdeel uitmaakt van het dorp. Op gemeentelijk niveau is de locatie vanuit de voormalige agrarische functie in haar ruimtelijk beleid beschouwd als buitengebied-gebonden functie. Als gevolg van de feitelijke stedenbouwkundige situatie is sprake van bestaand ruimtebeslag dat gezien de ligging tegen de kern Someren-Heide en de functie en functionele uitstraling als stedelijk gebied wordt beschouwd. Ook in de Structuurvisie 2028 duidt de gemeente de locatie aan als potentiele locatie voor een transformatie naar de functie wonen. De herontwikkeling van de locatie voor wonen is dan ook voorstelbaar en de gemeente kwalificeert het plan als positief. Het woningbouwprogramma van de gemeente Someren biedt mogelijkheden voor ontwikkeling. De ontwikkeling dient in het kader van de regionale afstemming over de woningbouwprogrammering te worden afgestemd met de regiopartners. De provincie beschouwt de locatie tevens als onderdeel vanuit het landelijk gebied en heeft de locatie dan ook als zodanig opgenomen in haar omgevingsverordening.

De ontwikkeling van een woongebied op de huidige bedrijfslocatie aan de Groeneweg 5-7, gelegen binnen het werkingsgebied ‘landelijke gebied’, is voor de provincie mogelijk als vanuit kwaliteit of kwantiteit in Stedelijk gebied onvoldoende ruimte aanwezig is en als de woonfunctie past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Er dient sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies. Voor de nadere uitwerking van de locatie als woongebied is in het kader van een evenwichtige toedeling van functies in het gebied deze ontwikkelrichting uitgewerkt.

14

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

P199613.004.001.R3/HAR

3 Analyse locatie Groeneweg 5-7 3.1

Naar een veilige & gezonde leefomgeving

Bij de ontwikkeling van nieuwe woongebieden is het zeer belangrijk dat een veilige, gezonde leefomgeving met goede omgevingskwaliteiten wordt gerealiseerd. Bij de afweging over de ontwikkeling van een nieuw woongebied moet men zich ten zeerste afvragen of deze ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waar de locatie ligt. Het gaat dan niet alleen over welke functies en activiteiten vanuit een gebiedsgerichte benadering, rekening houdend met omliggende waarden en functies, in een gebied passen, maar ook is het van belang om de effecten van de ontwikkeling elders, dus buiten de directe omgeving, te betrekken. Ten behoeve van de herontwikkeling van de bedrijfslocatie aan de Groeneweg 5-7 naar woongebied is geanalyseerd in hoeverre bij de herontwikkeling sprake is van een veilige, gezonde leefomgeving met goede omgevingskwaliteiten Hierbij zijn de volgende aspecten beschouwd: -

3.2

Is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik? Is op basis van de lagenbenadering sprake van een logische stedelijke ontwikkeling op deze plek? Is sprake van meerwaardecreatie? Hoe wordt bijgedragen aan een goede omgevingskwaliteit?

Zorgvuldig ruimtegebruik

3.2.1 Hergebruik bestaande locatie Bij de herontwikkeling tot het woongebied is sprake van hergebruik / herontwikkeling van bestaand ruimtebeslag. De planlocatie maakt stedenbouwkundig deel uit het oostelijk deel van de kern Someren-Heide en is voor 90% bebouwd t.b.v. een champignonkwekerij. Deze oude, bedrijfsmatige bebouwing zal plaatsmaken voor moderne en duurzame woningen die beter bij deze tijd en haar omgeving passen. Hierbij is sprake van ontstening en het bieden van ruimte aan water en groen tussen en rondom de nieuwe woonfuncties. De nieuwe woongebouwen bieden ook mogelijkheden c.q. ruimte voor het opwekken van duurzame energie. Door deze transformatie tot woonfunctie zal deze locatie een hogere omgevingskwaliteit kennen in relatie tot de omliggende woonfuncties én het aangrenzende buitengebied. 3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De provincie stelt ook dat bij een stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Op dit moment geldt echter nog artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

De ontwikkeling dient een beschrijving te bevatten, waaruit blijkt dat: - dat het plan - voor zover dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt - voorziet in een behoefte aan die ontwikkeling; - indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, niet in die behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied.

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

15

P199613.004.001.R3/HAR

Actuele regionale behoefte De gemeente Someren wil graag tegemoetkomen aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte. Daarbij is uiteraard aandacht voor doelgroepen als senioren, starters, doorstromers die goed moeten kunnen leven en werken in Someren. De woningvoorraad binnen de gemeente dient zowel kwantitatief als kwalitatief aan te sluiten bij de woonwensen van deze en andere doelgroepen binnen de gemeente en de regio waarin de gemeente is gelegen. In de provinciale 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, Actualisering 2020' wordt voor de gemeente Someren in de bevolkings- en woningbehoefteprognoses uitgegaan van een groei van de woningvoorraad met 805 woningen in de periode 2022-2031. De nieuwe prognoses geven ruimte om extra bouwplannen te gaan realiseren in de gemeente Someren. De woningen die met dit woningbouwplan zijn voorzien, dragen bij aan het dekken van die actuele behoefte en passen ook binnen voornoemde regionale programmering. Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de woningen die binnen het plangebied mogelijk worden gemaakt zowel kwalitatief als kwantitatief aansluiten bij de actuele regionale behoefte. Bij de verdere uitwerking van het ontwikkelplan zal een nader onderzoek ladder voor duurzame verstedelijking worden uitgevoerd en dient het woningbouwprogramma concreet in de regio te worden afgestemd.

Bestaand stedelijk gebied Uit het Besluit ruimtelijke ordening blijkt dat onder bestaand stedelijk gebied moet worden verstaan: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Uit de parlementaire geschiedenis ten aanzien van de implementatie van 'de ladder' in het Besluit ruimtelijke ordening blijkt dat aan de hand van de feitelijke situatie moet worden beoordeeld of een bepaald gebied als stedelijk gebied wordt ervaren. De ter plaatse geldende bestemmingsplannen en provinciale verordeningen kunnen daarbij ondersteunend werken. Voor dit plan is van belang dat sprake is van een bestaande grootschalige bedrijfslocatie tegen het woongebied van de kern Someren-Heide aan, waardoor het plangebied om die reden kan worden aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Bovendien is het plangebied reeds ontsloten via de Groeneweg en maakt het onderdeel uit van de stedenbouwkundige morfologische structuur van Someren Heide en vormt het planvoornemen een logische ontwikkeling. Daarnaast geldt dat in Someren-Heide binnen het bestaand stedelijk gebied verder geen locaties voorhanden zijn waar de onderhavige behoefte op korte termijn kan worden opgevangen.

Ook de eerder voorziene nieuwbouwlocaties zijn recent tot ontwikkeling gebracht en deels als zonnepanelenveld in gebruik genomen.

3.3

Drie-lagenbenadering

Om de effecten van een nieuwbouwontwikkeling op een gebied af te wegen en te beoordelen worden de verschillende ruimtelijke structuren binnen een gebied vanuit de drie-lagenbenadering in beeld gebracht: ondergrond, de netwerken laag en de occupatielaag. Hierin speelt de factor tijd – verleden, heden en toekomst – een belangrijke rol. De snelheid van veranderen verschilt per laag.

16

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

P199613.004.001.R3/HAR

De ondergrond wordt veelal als een laag gezien welke een lange geschiedenis kent waarin veranderingen over een groot tijdsbeslag plaatsvinden terwijl bijvoorbeeld in de occupatielaag veranderingen veel sneller plaats vinden (10 – 40 jaar). De lagen benadering is als volgt opgebouwd: 1. Ondergrond: deze laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het watersysteem en het biotisch systeem; 2. Netwerken: deze laag bevat de infrastructurele netwerken zoals wegen, spoorlijnen, fietsroutes en eventuele energienetwerken; 3. Occupatie: de occupatielaag bevat de verschillende menselijke activiteiten zoals wonen, werken, recreëren en de fysieke resultaten daarvan.

Figuur 6 De lagenbenadering

Voor een meer gedetailleerde beschrijving en uitwerking van de lagenbenadering verwijzen wij naar de rapportage die als bijlage 1 is toegevoegd. 3.3.1 Ondergrond De ondergrond in de gemeente Someren is sterk onderhevig geweest aan antropogene invloeden. Ontginningen in het gebied rondom Someren hebben grotendeels in twee tijdsperioden plaatsgevonden: van de 14e eeuw tot de 17e eeuw, en later (op grote schaal) in de 19e en de 20e eeuw. Door deze tweede, grootschalige ontginningsperiode ontstonden de ontginningskernen SomerenEind en Someren-Heide. Someren-Heide is vernoemd naar de ontgonnen Somerensche Heide (tot landbouwgrond) en is tussen 1920 en 1930 ontstaan door plaatsing van bijna 100 nieuwe boerderijen. Van de Somerensche Heide is in het landschap nog maar weinig terug te zien. De structuur van de kern werd geënt op de bestaande wegen door de nieuwe landbouwgronden, de Kerkendijk en de Nieuwendijk. Van deze twee wegen vormt de Kerkendijk in de huidige structuur van de kern nog steeds de belangrijkste route. Vanwege de grootschalige ontginningen zijn in het gebied rondom Someren-Heide weinig tot geen archeologische waarde meer aanwezig en te verwachten. De bodem kenmerkt zich door jonge heideontginningensgronden i.c. veldpodzolgronden en gooreerdgronden die door bemesting in de loop van de jaren sterk zijn verrijkt in nutriënten.

De grondwaterstanden variëren van circa 0,5 m-mv tot circa 2 m-mv. Het maaiveld ligt met circa 26,7 m +N.A.P circa 0,5 meter hoger dan het omliggend gebied. Het terrein is namelijk in het kader van het bouwrijp maken opgehoogd voor de huidige agrarische functie (champignonkwekerij) en sluit daarmee aan op het aangrenzende woongebied.

Ontwikkelrichting Groeneweg 5-7 Someren-Heide Pouderoyen B.V.

17

P199613.004.001.R3/HAR

3.3.2 Netwerken De netwerklaag is na de ondergrond de laag waar veranderingen over langere periodes plaatsvinden. Netwerken liggen veelal vast in haar omgeving en zijn voornamelijk leidend voor ontwikkelingen binnen de derde laag; occupatielaag. Veel dragers van het infrastructurele netwerk op regionaal niveau bestaan al sinds het ontstaan van rijwieltuigen en omvatten daarmee ook veel cultuurhistorische waarde. De Kerkendijk is de belangrijkste directe ontsluitingsroute van Someren-Heide en zorgt meteen voor ook veel geluidoverlast voor de lintbebouwing langs deze weg. De Groeneweg is een andere belangrijke ontsluitingsweg van het gebied richting de zuidelijke Nieuwendijk. Ter plaatse van het plangebied is geen sprake van geluidoverlast door wegverkeer. Het openbaar vervoer is beperkt tot één bushalte aan de Kerkendijk op 500 meter van het plangebied. Someren-Heide is aangesloten op het landelijke fietsknooppuntennetwerk en ligt op circa 4 km fietsen van het centrum van Someren. Ook het wandelnetwerk loopt door de kern Someren-Heide en langs het plangebied aan de Groeneweg. 3.3.3 Occupatie De occupatielaag omvat de structuren voortgekomen uit het menselijk ruimtegebruik. Binnen deze laag worden de functies zoals wonen, bedrijvigheid, recreatie, natuur en landbouw beschouwd. Hoe occupatie ontstaat over de tijd is vooral terug te zien in de stedelijke morfologie van een gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13999505/1