8a Tabel overzicht Bruidsschat gemeente Someren
Tekst van het document
22.269
Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg
AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER geluid GELUIDPRODUCTIEPLAFON DS
22.270
Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg
AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER geluid GELUIDPRODUCTIEPLAFON DS
22.271
Voorschriften binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg
AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER geluid GELUIDPRODUCTIEPLAFON DS
Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen of wijzigen van een weg of spoorweg, tenzij: a. aan de aanleg of wijziging een besluit tot vaststelling van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten grondslag ligt; of b. het een rijksweg, provincieweg of bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg betreft. 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg of spoorweg aan te leggen of te wijzigen als in het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg of spoorweg. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een weg als: a. deze is gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; b. een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt; c. de snelheid wordt verlaagd; d. een wegdeklaag wordt vervangen door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidsreducerende werking; e. de snelheid wordt verhoogd tot ten hoogste de maximumsnelheid, zoals die gold vóór een tijdelijke snelheidsverlaging die als maatregel is opgenomen in een programma als bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; of f. het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot: 1°. niet meer dan 50 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw; 2°.
als een hogere waarde is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding: niet meer dan 2 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan die hogere waarde of, als de heersende waarde lager is, de heersende waarde; of 3°. als de weg en het geluidgevoelige gebouw op 1 januari 2007 waren toegelaten, niet eerder een hogere waarde is 1. Het aandachtsgebied van een weg, met inbegrip van een spoorweg die is verweven of gebundeld met delen van die weg, bedoeld in artikel 22.267, eerste lid, strekt zich aan weerszijden van de as van de weg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste rijstrook of spoorstaaf:a. binnen de bebouwde kom, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, tenzij het een autoweg of autosnelweg betreft: 1°. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 200 m; of 2°. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 m; b. buiten die bebouwde kom of voor een autoweg of autosnelweg: 1°. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 m; 2°. voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 m; of 3°. voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 m. 2.
Het aandachtsgebied van een spoorweg die niet is verweven of gebundeld met delen van een weg, bedoeld in artikel 2.3a.2, eerste lid, strekt zich aan weerszijden van de as van de spoorweg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf: a. voor een spoorweg in een tunnel: 25 m; of b. voor een andere spoorweg: 100 m. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.267, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch onderzoek naar: 1°. het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied direct voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden; 2°. het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken; 3°. het geluid van andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 2 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen; 4°.
de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1°, de standaardwaarde, zijnde 53 Lden voor een weg of 55 Lden voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid direct voorafgaand aan de wijziging; b. een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4°; en c. een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.267, eerste lid, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden.
HM
overnemen
PM
overnemen
op inhoud overleg voeren met de odzob hier nog over, is een nieuw aspect
PM
overnemen
op inhoud overleg voeren met de odzob hier nog over, is een nieuw aspect
PM
overnemen
op inhoud overleg voeren met de odzob hier nog over, is een nieuw aspect
PM
overnemen
op inhoud overleg voeren met de odzob hier nog over, is een nieuw aspect
PM
overnemen
op inhoud overleg voeren met de odzob hier nog over, is een nieuw aspect
overnemen
op inhoud overleg voeren met de odzob hier nog over, is een nieuw aspect
overnemen
komt voor uit omgevingsplan
Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.267, eerste lid, worden voorschriften verbonden die ertoe strekken dat: a. maatregelen als bedoeld in artikel 22.269, onder a, onder 4°, worden getroffen, als deze PM doelmatig zijn; en b. maatregelen als bedoeld in dat artikel, onder c, worden getroffen.
VRBZO
geen
ja
ja
ja
Geldt voor iedere gemeetne
Mor
Nu is dit daar waar nodig toegevoegd in de Mor bij de activiteiten waar er sprake is van een grondslag in een (lokale) verordening of bestemmingsplan.
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
22.5 OVERIGE ACTIVITEITEN
22.272
Toepassingsbereik
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Bouwen
Deze paragraaf is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die op grond van dit omgevingsplan of een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet is vereist. GK
overal
waar is vangnetvergunning lozen oppervlaktewater
22.273
Werk, niet zijnde bouwwerk, of uitvoeren werkzaamheid
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Bouwen
22.274
Gebruik van locaties of bouwwerken
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Bouwen
22.275
Slopen van een bouwwerk
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Bouwen
22.276
Gemeentelijk monument, algemeen
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Monumenten
22.277
Gemeentelijk monument voor zover het een archeologisch monument betreft
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Monumenten + Archeologie
22.278
Tekeningen gemeentelijk monument voor zover het een archeologisch monument betreft
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Monumenten + Archeologie
22.279
Slopen gemeentelijk monument
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Monumenten
22.280
Verplaatsen van gemeentelijk monument
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Monumenten
j
j
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de te gebruiken materialen; b. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; c. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit. 2. Voor zover GK dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van locaties of bouwwerken worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde en het huidige gebruik van de locaties en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1°. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2°. de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3°. de wijze waarop de GK locatie ontsloten wordt; 4°. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5°. het beoogd gebruik van de locatie behorende bij het voorgenomen bouwwerk. 2. Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit wordt aannemelijk gemaakt dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. GK
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument; b. de opgave van het huidige gebruik van het GK gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument.
1. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.276 die een archeologisch monument betreft, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van: 1°. de omvang in vierkante meters; en 2°. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor GK de opgraving; e. als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek; f. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en g. voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld; b.
een rapport waarin de gevolgen van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk Tekeningen als bedoeld in artikel 22.277 hebben een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:2000, als het gaat om een topografische kaart; b. 1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en c. 1:50, als het gaat om een detailtekening. GK
1. Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.276, worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2°. foto’s van de bestaande toestand; b. de volgende tekeningen: 1°. als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; GK en3°. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende 1.
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.276, worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2°. foto’s van de bestaande toestand; en 3°. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen: 1°. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk GK voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3°. plantekeningen van de nieuwe toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie. 2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van
overnemen
komt voor uit omgevingsplan
Artikel 3.1 Mor
is gelijk
??
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
Dit is het minimum aan relevante stukken om deze activiteit te beoordelen. Wellicht moet er ruimte komen voor maatwerk, daar waar dat in het omgevingsplan is bepaald kan er nog meer noodzakelijk zijn voor de beoordeling en dit opgevraagd worden.
overal
Artikel 3.2 Mor
is gelijk
Bouwverordneing
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
Dit is het minimum aan relevante stukken om deze activiteit te beoordelen. Wellicht moet er ruimte komen voor maatwerk, daar waar dat in het omgevingsplan is bepaald kan er nog meer noodzakelijk zijn voor de beoordeling en dit opgevraagd worden. Minimum aan relevante stukken voor beoordeling nodig. Voor VR is informatie over gebruik van terreinen en overal bouwwerken en situatietekeningen van essentieel belang voor uitvoer van wettelijke (advies)taak om voorbereid te zijn op het bestrijden van brand, ramp en crisis. VR gebruikt deze informatie voor beoordelen van bereikbaarheid, mogelijkheden tot ontvluchting en mate waarin bouwwerken bescherming bieden aan omgeving.
overnemen
Artikel 6.1 Mor
is gelijk
Bouwbesluit
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
Dit is het minimum aan relevante stukken om deze activiteit te beoordelen. Wellicht moet er ruimte komen voor maatwerk, daar waar dat in het omgevingsplan is bepaald kan er nog meer noodzakelijk zijn voor de beoordeling en dit opgevraagd worden.
overnemen
Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.1 t/m artikel 5.7 Mor
Nu zijn deze indieningsvereisten voor alle handelingen apart benoemd, en in dit artikel zijn ze iets algemener geformuleerd maar gelijk qua inhoud
Monumentenbeleid en verodening
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
monument
overnemen
Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.2, artikel 5.4 en artikel 5.5 Mor
Nu zijn de indieningsvereisten benoemd aan de hand van de aard van de activiteit die uitgevoerd gaat worden. In de OW worden de indieningsvereisten voor een archeologisch monument gesorteerd.
Monumentenbeleid en verodening
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
monument
overnemen
Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.2 lid f en artikel 5.8 Mor
De schaal van de topografische kaart is aangepast en uit artikel 5.8 Mor is een selectie Monumentenbeleid en verodening gemaakt dat relevant is voor een archeologisch monument
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
monument
overnemen
Artikel 7.1 welke verwijst naar Artikel 5.1 Mor
is gelijk, iets anders uiteengezet maar inhoudelijk gelijk
Monumentenbeleid en verodening
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
monument
overnemen
Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.3 Mor
is gelijk, iets anders uiteengezet maar inhoudelijk gelijk
Monumentenbeleid en verodening
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
monument
overnemen
komt voor uit omgevingsplan
overal
22.281
Gemeentelijk monument: wijzigen monument of door herstel ontsieren/ in gevaar brengen
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Monumenten
22.282
Gemeentelijk monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Monumenten
22.283
Tekeningen gemeentelijk monument
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Monumenten
22.284
Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Monumenten
22.285
Slopen in beschermd stads- en dorpsgezicht
Aanvraagvereisten overige activiteiten
22.286
Uitweg
Aanvraagvereisten overige activiteiten
22.287
Alarminstallatie
Aanvraagvereisten overige activiteiten
22.288
22.289
22.290
Vellen van houtopstand
Handelsreclame
Opslaan roerende zaken
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Aanvraagvereisten overige activiteiten
Aanvraagvereisten overige activiteiten
1. Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.276, worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument, of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1°. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2°. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; b. de volgende tekeningen: 1°. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening GK van de nieuwe situatie; 2°. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3° als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4°. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen, of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 5°. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c.
een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.276 wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de GK maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. 1. Bij een aanvraag als bedoeld in de artikelen 22.279 tot en met 22.281 hebben tekeningen een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:1000, als het gaat om een situatietekening; b. 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening; c. 1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en d. 1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht. 2. Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering. 3. Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen. 4. Een GK plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens: a. balklagen: 1°. gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en 2°. getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen; b.
geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden; c. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en d. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden. De artikelen 22.276 tot en met 22.283 zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument.
Monumenten
Bouwen
Geluid + Licht
j
gebruik gronden
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken, hebben of veranderen van een uitweg of het gebruik daarvan, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- of achtererf; b. de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan; c. de te gebruiken materialen; en d. de aanwezigheid van obstakels die in GK de weg staan voor het aanleggen of voor het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het hebben van een alarminstallatie in, op of aan een onroerende zaak die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, bedoeld in een gemeentelijke verordening, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en de werking van de signalering; en b. twee waarschuwingsadressen, inclusief telefoonnummers en namen van contactpersonen.
IT
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand, identificeert de aanvrager op de aanduiding, bedoeld in artikel 7.2, onder d, van de Omgevingsregeling, iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer. 2. Per genummerde houtopstand worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de soort houtopstand; b. de locatie van de houtopstand op het GK voor-, zij-, of achtererf; c. de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld; en d. de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal soorten over te gaan.
Bomen / houtopstand
Bouwen
GK
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een beschermd stadsof dorpsgezicht, wordt aannemelijk gemaakt dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 2. Zo nodig wordt een GK rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld.
hebben we op dit moment niet, maar wellicht willen we dit weer invoeren?
j
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken of voeren van handelsreclame op of aan een onroerende zaak met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal en de afmetingen van de reclame; b. de hoogte van de reclame, gemeten vanaf het maaiveld tot de onderkant; c. de te gebruiken GK materialen, kleuren en verlichting; en d. de tekst van de reclame. 2. Als een andere dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming handelsreclame maakt of voert, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres en de woonplaats van die ander.
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van roerende zaken in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard van de roerende zaken; en b. de omvang van de opslag van de roerende zaken. 2. Als een ander dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming roerende zaken opslaat, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres, en de woonplaats van die ander.
GK
overnemen
Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.6 Mor
is gelijk, iets anders uiteengezet maar inhoudelijk gelijk
Monumentenbeleid en verodening
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
monument
overnemen
Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.7 Mor
is gelijk, iets anders uiteengezet maar inhoudelijk gelijk
Monumentenbeleid en verodening
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
monument
Artikel 7.1 welke verwijst naar artikel 5.8 Mor
is gelijk
Monumentenbeleid en verodening
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
monument
nee
Geldt voor iedere gemeente
monument
nee
Geldt voor iedere gemeente
beschermd dorps- stadgezicht
ja
mogelijk
Kan overal van toepassing zijn, zie kolom o
Nu is er sprake van een verwijzing naar de gemeentelijke verordening. Daar waar nu in de verordening sprake is van een meldingsplicht ipv een vergunningsplicht kan deze regel geschrapt worden. Het is van belang dat in geval van brand of een ongeval de brandweer en overige overal hulpdiensten snel bij een locatie aanwezig kunnen zijn. Daarbij dienen toegangswegen vrij te zijn van obstakels. Dit artikel is voor de VR van belang om de gemeente te adviseren over bereikbaarheid en het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, ramp en crisis.
afhankelijk van de lokale verordening
ja
mogelijk
Kan overal van toepassing zijn, zie kolom o
Nu is er sprake van een verwijzing naar de gemeentelijke verordening. Daar waar nu in de verordening sprake is van een meldingsplicht ipv een vergunningsplicht kan deze regel geschrapt worden. Ook kan er sprake zijn van plaatsing/ toestaan onder bepaalde voorwaarden. Indien het plan aan de voorwaarden voldoet is er zelfs geen melding nodig. Wanneer er niet wordt voldaan aan de voorwaarden is handhaving nog altijd mogelijk.
overal
afhankelijk van de lokale verordening
overnemen
komt voort uit omgevingsplan hoe we met monumenten omgaan
overnemen
overnemen
Artikel 6.2 Mor
is gelijk
ja
overnemen
komt voort uit omgevingsplan
Artikel 7.3 Mor
is gelijk
schrappen
Ja, kan geschrapt worden,. Dit artikel staat op vervallen in de APV
Artikel 7.4 Mor
is gelijk
overnemen
komt voort uit omgevingsplan
Artikel 7.5 Mor
is gelijk
?
ja
mogelijk
Kan overal van toepassing zijn, zie kolom o
Nu is er sprake van een verwijzing naar de gemeentelijke verordening. Daar waar nu in de verordening sprake is van een meldingsplicht ipv een vergunningsplicht kan deze regel geschrapt worden.
overal
afhankelijk van de lokale verordening
overnemen
komt voor uit omgevingsplan
Artikel 7.6 Mor
is gelijk
?
ja
mogelijk
Kan overal van toepassing zijn, zie kolom o
Nu is er sprake van een verwijzing naar de gemeentelijke verordening. Daar waar nu in de verordening sprake is van een meldingsplicht ipv een vergunningsplicht kan deze regel geschrapt worden. In veel van onze partner gemeenten kan overal deze regel in zijn geheel geschrapt worden. Reclame wordt in deze situatie alleen beoordeeld op de aanwezigheid van een bouwactiviteit (hierbij zijn welstand en de constructiemethode belangrijke overwegingen).
afhankelijk van de lokale verordening
mogelijk
Kan overal van toepassing zijn, zie kolom o
Nu is er sprake van een verwijzing naar de gemeentelijke verordening. Daar waar nu in de verordening sprake is van een meldingsplicht ipv een vergunningsplicht kan deze regel geschrapt worden. Ook kan er sprake zijn van plaatsing/ toestaan onder bepaalde voorwaarden. Indien het plan aan de voorwaarden voldoet is er zelfs geen melding nodig. Wanneer er niet wordt voldaan aan de voorwaarden is handhaving nog altijd mogelijk.
afhankelijk van de lokale verordening
overnemen
Artikel 7.7 Mor
is gelijk
?
?
ja
overal
22.291
Voorschriften archeologische monumentenzorg
Voorschriften overige activiteiten
Monumenten + Archeologie
1. Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid als bedoeld in artikel 22.273, eerste lid, die van invloed is op een archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die GK voldoet aan bij die voorschriften te stellenkwalificaties; en d. het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een bouwactiviteit, als dat in dit omgevingsplan is bepaald. 3. Aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden over
overnemen
Erfgoedwet art. 9.1 (wat verwijst naar &1 van Hfd. 5 is gelijk uit Monumentenwet 1988)
ja
nee
nee
Kan overal van toepassing zijn
monument
Art
Aanvullingsbesluit bodem
22.30
toevoeging van onderdeel c bij art 22.20: Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen. Betreffen eisen aan bouwen op al dan niet verontreinigde grond.
22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen
Woningwet
is gelijk
ja
nee
iedere gemeente
22.30a
Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwen bodemgevoelig gebouw.
22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen
Woningwet
is gelijk
ja
nee
iedere gemeente
Er mag niet gebouwd worden indien meer dan 25 m3 bovemvolume met een concentratie boven de overal interventiewaard aanwezig is (volume criterium geldt niet voor asbest).
22.30b
voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen bodemgevoelig gebouw: na einde activiteit
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen
Woningwet
is gelijk
ja
nee
iedere gemeente
Een gebouw mag pas in gebruik genomen worden nadat college B&W is geïnformeerd over wijze vwaarop sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen.
22.34
toevoeging van onderdeel j bij art 22.34: onderzoeken als bedoeld in par 5.2.2. moeten als aanvraagvereisten toegevoegd worden
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen
Woningwet
is gelijk
ja
nee
iedere gemeente
Er dient een bodemonderzoek toegevoegd te worden (kan ook historisch onderzoek zijn) om de overal kwaliteit van de bodem vast te kunnen stellen.
22.39
toevoeging van lid 4 bij art 22.39: het tweede lid geldt niet voor activiteiten in par. 22.3.7 (Bodembeheer, gereserveerd)
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen
22.123
Toepassingsbereik
22.3.7.1 Nazorg na saneren Bodem van de bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen
nee
iedere gemeente
22.124
Nazorg na afloop van saneren van de bodem
22.3.7.1 Nazorg na saneren Bodem van de bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen
nee
iedere gemeente
22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken 22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken
22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Bodem van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan
22.125
Toepassingsbereik
22.3.7.2: kleinschalig graven boven de interventiewaarde
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen art 28 Wbb
is gelijk
ja
nee
iedere gemeente
22.126
Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit
22.3.7.2: kleinschalig graven boven de interventiewaarde
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen art. 28 Wbb
is gelijk
ja
nee
iedere gemeente
22.127
Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende bodem
22.3.7.2: kleinschalig graven boven de interventiewaarde
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen art. 28 Wbb
is gelijk
ja
nee
iedere gemeente
Bodem en afval: milieukundige begelding bij nazorg
22.3.7.2: kleinschalig graven boven de interventiewaarde
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen art. 28 Wbb
is gelijk
ja
nee
iedere gemeente
22.128
22.129
Toepassingsbereik
par. 22.3.7.3. Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen art. 29 Wbb
Geen
ja
nee
iedere gemeente
22.130
Bodem: mitigerende maatregelen
par. 22.3.7.3. Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen art. 29 Wbb
geen
ja
nee
iedere gemeente
22.131
Toepassingsbereik
22.3.7.4 Saneren van de bodem in het gebied De Kempen
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen vml BUS de Kempen. geen
ja
nee
iedere gemeente
22.132
Voorafgaand bodemonderzoek
22.3.7.4 Saneren van de bodem in het gebied De Kempen
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen vml BUS de Kempen. meldplicht en informatieplicht wordt overgenomen uit het BAL.
ja
nee
iedere gemeente
Het betreft nu maatwerk ipv een BUS melding. De
c. ingeval de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie; 1°. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2°. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de overal bodem, als het technisch en milieuhygiënisch mogelijk is om sanerende of andere beschermende maatregelen te treffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is een sanering die is uitgevoerd overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
overal
Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als sanering van de bodem overal heeft plaatsgevonden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, dit omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. Eigenaar, erfpachter of gebruiker locatie treft de noodzakelijke maatregelen voor onbaalde tijd instandhouden, onderhouden of vervangen afdeklaag na sanering van bodem o.g.v. BAL, omgevingsplan, omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift. Dit geldt ook voor tijdelijke overal beschermingsmaatregelen die bron niet wegnemen maar blootstellingsroute blokkeren als bedoeld in artikel 19.9c Ow.
Van toepassing op graven in bodem in bodemvolume kleiner of gelijk aan 25 m3 en sprake is van beschikking artikel 29 Wbb jo 37 Wbb is verleend, waarbij is vastgesteld dat geen sprake is van risico voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is, of locaties waar de bodem o.g.v. bodemkwaliteitskaart overal vastgesteld op grond van 29 Bkk, diffuus is verontrenigd tot boven de I-waarde. Graven omvat ook zeven van uitkomende grond op dezelfde locatie, tijdelijk opslaan van grond en het terugplaatsen van deze grond. Geldt niet voor graven in waterbodem.
Bij een activiteit als bedoeld in 22.125 verstrekt minimaal 5 werkdagen voor begin activiteit gegevens en bescheiden aan bevoegd gezag over: begrenzing locatie, verwachte startdatum en duur activiteit. Wijzigingen in begrenzing locatie en overal startdatum worden onverwijld aan college B&W gemeld. Geldt niet bij tijdelijke uitname en bij spoedreparaties van vitale ondergrondse infrastructuur. Vrijkomende grond mag niet langer dan 8 weken in de directe nabijheid van de ontgravingslocatie overal worden opgeslagen. Activiteiten als genoemd in 22.125 worden milieukundig begeleidt conform BRL6000 als op locatie sprake is van een afdeklaag in de vorm overal van leeflaag of andere duurzame afdeklaag en de ontgraving dieper reikt dan deze laag.
Gaat om beschikte locaties (ernstig, geen spoed) en diffuus verontreinigde gebieden (op basis bodemkwaliteitskaart). Niet voor spoedlocaites of waterbodem
tijdelijke opslag max 8 weken toegestaan na afloop werkzaamheden.
mkb nodig indien dieper wordt gegraven dan de leeflaag.
Deze paragraaf is van toepassing op locaties waarvoor voorafgaand aan inwerkingtreding Ow een beschikking artikel 29 Wbb is verleend, waarin is vastgesteld dat bij huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of mogelijke overal verspreiding van verontreiniging geen sprake is van risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.
Degene die een activiteit verricht op een locatie als bedoeld in artikel 22.129 neemt in het belang van bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd overal om verdere verontreiniging te voorkomen of te beperken, of - indien dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht ongedaan te maken.
1. Deze paragraaf is van toepassing op het saneren van de bodem, bedoeld in paragraaf 4.121 het Besluit activiteiten leefomgeving als: a. het saneren van de bodem vindt plaats op een locatie gelegen binnen het gebied de Kempen zoals aangewezen in artikel 2.47 van de Omgevingsregeling; b. het huidig dan wel toekomstig gebruik van de locatie wonen met moestuin, wonen met siertuin of industrie betreft; en c. de verontreiniging van de bodem bestaat uit of het gevolg is van zinkassen.
overal
In afwijking van de voorschriften over bodemonderzoek in de artikelen 5.7b en 5.7d van overal het Besluit activiteiten leefomgeving is het ook toegestaan om het bodemonderzoek te verrichten overeenkomstig het Protocol Bodemonderzoek Zivest/zinkassenerven.
Voornamelijk voor de Kempengemeentes maar ook voor de overige gemeentes.
22.133
Saneringsaanpak: open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde
22.3.7.4 Saneren van de bodem in het gebied De Kempen
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen vml BUS de Kempen.
ja
nee
iedere gemeente
22.134
Terugsaneerwaarde
22.3.7.4 Saneren van de bodem in het gebied De Kempen
Bodem
PM
overnemen
op inhoud met de bodem mensen overleggen vml BUS de Kempen. geen
ja
nee
iedere gemeente
In afwijking van paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving bestaat de saneringsaanpak bij deze categorie saneringen uit: a. het ontgraven van de aanwezige verontreinigde grond en zinkassen tot minimaal overal het niveau van de terugsaneerwaarde, bedoeld in artikel 22.134; b. het van de saneringslocatie afvoeren van de ontgraven verontreinigde grond en zinkassen; en c. het aanvullen van de ontgraving met grond of baggerspecie met een kwaliteit als bedoeld in artikel 4.1272 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
1. Als terugsaneerwaarden gelden de waarden die gelijk zijn aan de waarden voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur, wonen of industrie in het tijdelijke deel van het overal omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder b, van de Omgevingswet. 2. In afwijking van het eerste lid zijn de terugsaneerwaarden voor de stoffen arseen, cadmium, koper, lood en zink ten hoogste gelijk aan de lokale maximale waarden voor het betreffende gebruik, bedoeld in tabel 22.3.25.