8a Tabel overzicht Bruidsschat gemeente Someren
Tekst van het document
1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder: a. wordt bij het slachten van dieren ten minste de vaste dierlijke mest die vrijkomt bij het slachten in afgesloten, lekvrije tonnen of bakken opgeslagen; en b. worden afgezogen dampen en gassen van het broeien of koken van dierlijke bijproducten, als deze op de buitenlucht worden geëmitteerd: 1°. ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen gebouwen afgevoerd; of 2°. geleid door een doelmatige ontgeuringsinstallatie. 2. Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de PM geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid, onder b niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit: a. een onherroepelijke vergunning is verleend; of b. voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het pekelen van dierlijke bijproducten en organen plaats boven een aaneengesloten bodemvoorziening.
PM
Waterschap
overnemen
3.131 AB
anders verwoord, strekking hetzelfde
ja
nee
Gedlt voor iedere gemeente
bakkerrij en horeca
overnemen
overeenkomstig advies odzob
3.103 AR
verwoord in diverse leden van dit artike. Strekking is gelijk
nee, formeel zijn er geen geurnormen vastgesteld.
nee
Gedlt voor iedere gemeente
overnemen
overeenkomstig advies odzob
3.137 AB
anders verwoord, strekking hetzelfde
ja
nee
Gedlt voor iedere gemeente
industrieterrein
overnemen
overeenkomstig advies odzob
3.140 AB
anders verwoord, strekking hetzelfde
ja
nee
Gedlt voor iedere gemeente
industrieterrein
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
3.133 lid 1 AB
uitzondering voedingsmiddelenindustrie is toegevoegd
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
1.10 AB
AB algemeen, bruidsschat specifiek
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
3.134 AB
geen
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
overnemen
eventueel geurnormen in een omgevingsplan vaststellen
horeca
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
3.104 lid 1 en 4 AR
geen
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
overnemen
dit soort bedrijven hebben we, of ze doen pekelen weet ik niet zeker, maar ik zou het daardoor wel overnemen
3.105 lid 1 AR
terminologie is anders
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
22.202
22.203
Bodem
Bodem
Slachten dieren en bewerken dierlijke bijproducten
Slachten dieren en bewerken dierlijke bijproducten
Bodem
Bodem
22.204
Bodem
Slachten dieren en bewerken dierlijke bijproducten
Bodem
22.205
Bodem
Slachten dieren en bewerken dierlijke bijproducten
Bodem
22.206
Bodem
Slachten dieren en bewerken dierlijke bijproducten
Bodem
22.207
Informeren herstelwerkzaamheden
Slachten dieren en bewerken dierlijke bijproducten
Bodem
22.208
22.209
22.210
Water
Toepassingsbereik
Toepasingsbereik: eerbeidigende werking
Slachten dieren en bewerken dierlijke bijproducten
Windturbine
Stilstandvoorziening (slagschaduw)
Windturbine
22.212
Slagschaduw: functionele bunding
Windturbine
Slagschaduw: voormalige functionele binding
Licht
Windturbine
PM
1. Bij het beëindigen van het pekelen van dierlijke bijproducten of organen wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen. 2. Het bodemonderzoek gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt, geproduceerd of uitgestoten op het gedeelte van de locatie waar het pekelen van dierlijke bijproducten of organen is verricht. 3. Het bodemonderzoek voldoet aan PM NEN 5725 en NEN 5740 en het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatieinstantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.
Het rapport van het eindonderzoek bodem bevat: a. de naam en het adres van degene die het onderzoek heeft verricht; b. de wijze waarop het onderzoek is verricht; c. de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan; d. informatie over het huidige en eerdere gebruik van het terrein; e. bestaande informatie over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en PM grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, zijn geproduceerd of zijn vrijgekomen; en f. als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld: de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt.
Ten hoogste zes maanden na het beëindigen van het pekelen van dierlijke bijproducten of organen wordt een rapport van het eindonderzoek bodem verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
PM
1. Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem de bodemkwaliteit hersteld tot: a. de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de het pekelen van dierlijke bijproducten of organen; b. de bodemkwaliteit van de locatie waar de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in PM artikel 47, onder a, of artikel 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of c. de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit. 2. Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.
1. Het college van burgemeester en wethouders wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden, geïnformeerd over de begindatum. 2. Het college van burgemeester en PM wethouders wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de einddatum. 1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater worden bij het pekelen van dierlijke bijproducten en organen de gemorste of gelekte stoffen zoveel mogelijk zonder verder toevoegen van water opgeruimd en afgevoerd als afvalstof en wordt zoveel mogelijk voorkomen dat deze stoffen in het afvalwater terecht kunnen komen. 2. Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.
PM
1. Deze paragraaf is van toepassing op het opwekken van elektriciteit met een windturbine, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving als: a. die slagschaduw veroorzaakt in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of b. die lichtschittering veroorzaakt. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op slagschaduw door een CD windturbine, in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar
1. In afwijking van artikel 22.209, tweede lid, is deze paragraaf ook van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. 2. In afwijking van artikel 22.209, eerste lid, is deze paragraaf niet van toepassing op slagschaduw CD door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar dat mag worden gebouwd op grond van: a. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Windturbine
22.211
22.213
Water
Er wordt een logboek bijgehouden waarin gegevens worden vastgelegd over bevindingen van controles van en beoordelingen en onderhoud of reparatie aan de bodembeschermende voorzieningen
Licht
1. Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw is de windturbine voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt als gemiddeld meer dan zeventien dagen per jaar gedurende meer dan twintig minuten per dag slagschaduw kan optreden in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw en voor zover de afstand tussen de windturbine en een slagschaduwgevoelig CD gebouw minder dan twaalf maal de rotordiameter bedraagt. 2. De afstand wordt gemeten van een punt op ashoogte van de windturbine: a. tot de gevel van een slagschaduwgevoelig gebouw; en b. tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen.
Artikel 22.211 is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met de windturbine.
CD
Bij een agrarische activiteit is artikel 22.211 niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van slagschaduwgevoelig gebouw, dat: a. op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel CD verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is bepaald dat regels voor slagschaduw niet van toepassing zijn.
overnemen
dit soort bedrijven hebben we, of ze doen pekelen weet ik niet zeker, maar ik zou het daardoor wel overnemen
2.3 lid 8 en 2.6 AR
geen
overnemen
dit soort bedrijven hebben we, of ze doen pekelen weet ik niet zeker, maar ik zou het daardoor wel overnemen
geen
overnemen
dit soort bedrijven hebben we, of ze doen pekelen weet ik niet zeker, maar ik zou het daardoor wel overnemen
overnemen
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
voor de activiteit pekelen was geen aprat artikel mbt eindsituatieonderzoek ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
2.11 lid 3 Ab
Ab betreft algemeen artikel dit is speciefiek voor perkelen maar geen inhoudelijk verschil ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
dit soort bedrijven hebben we, of ze doen pekelen weet ik niet zeker, maar ik zou het daardoor wel overnemen
2.11 lid 3 Ab
Ab betreft algemeen artikel dit is speciefiek voor perkelen maar geen inhoudelijk verschil ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
overnemen
dit soort bedrijven hebben we, of ze doen pekelen weet ik niet zeker, maar ik zou het daardoor wel overnemen
2.11 Ab
Ab betreft algemeen artikel dit is speciefiek voor perkelen maar geen inhoudelijk verschil ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
overnemen
dit soort bedrijven hebben we, of ze doen pekelen weet ik niet zeker, maar ik zou het daardoor wel overnemen
2.11 Ab
in Ab staat geen termijn (slechts direct melden ipv 5 dagen vooraf)
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
overnemen
dit soort bedrijven hebben we, of ze doen pekelen weet ik niet zeker, maar ik zou het daardoor wel overnemen
3.105 lid 2 AR
geen
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
industrieterrein
overnemen
Niet opgenomen in lokaal beleid. Landelijke regelgeving voorziet hierin
3.13 AB
nu specifieker beperkt tot windturbines voor de opwekking van electriciteit
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
windparken
ja
NEE
discussie kan zijn of 5 dagen wel voldoende is
uitwerken
TB: Voor de Visie voor duurzame energieopwekking in het buitengebied vindt op dit moment het participatietraject plaats (geplande vaststelling van de visie is de raadsvergadering van 4-11-'20); bij kolom L 'ja' invullen
overnemen
Niet opgenomen in lokaal beleid. Landelijke regelgeving voorziet hierin
overnemen
Niet opgenomen in lokaal beleid. Landelijke regelgeving voorziet hierin
overnemen
overnemen
ook bescherming tijdelijke woningen
NEE
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de Tijdelijke gebouwen ook beschermen tegen gemeente slagschaduw
windparken
geen
NEE
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
windparken
Niet opgenomen in lokaal beleid. Landelijke regelgeving voorziet hierin
NEE
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de bedrijfwoning niet beschermen gemeente
windparken
Niet opgenomen in lokaal beleid. Landelijke regelgeving voorziet hierin
NEE
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de voormalige bedrijfswoning gemeente
windparken
3,12 AR
22.214
Beperken reflectie (slagschaduw en lichtschittering)
Windturbine
Licht
Lichtschittering wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voorkomen of zoveel mogelijk beperkt door toepassing van niet reflecterende CD materialen of coatinglagen op de betrokken onderdelen.
overnemen
Op het uitvoeren van een meting van reflectiewaarden is NEN-EN-ISO 2813 van toepassing. 22.215
Meten reflectiewaarden (slagschaduw en lichtschittering)
Windturbine
Licht
22.216
Toepassingsbereik
In werking hebben acculader
Bodem
22.217
Bodembeschermende voorzieningen
In werking hebben acculader
Bodem
22.218
Logboek bodem
In werking hebben acculader
Bodem
22.219
22.220
Toepassingsbereik
Gegevens en bescheiden
Bieden van parkeergelegenheid in parkeergarage
Bieden van parkeergelegenheid in parkeergarage
Lucht + Geur
Lucht + Geur
22.221
Afvoeren emissies
Bieden van parkeergelegenheid in parkeergarage
Lucht + Geur
22.222
Toepassingsbereik
Traditioneel schieten
Bodem + Externe veiligheid
22.223
Gegevens en bescheiden
Traditioneel schieten
Bodem + Externe veiligheid
22.224
Bodem en externe veiligheid
Traditioneel schieten
Bodem + Externe veiligheid
22.225
Bodembeschermende voorzieningen
Traditioneel schieten
Bodem
22.226
Logboek bodembeschermende voorziening
Traditioneel schieten
Bodem
22.227
Eindonderzoek bodem
Traditioneel schieten
Bodem
22.228
Rapport eindonderzoek bodem
Traditioneel schieten
Bodem
22.229
Beëindigen activiteit
Traditioneel schieten
Bodem
Deze paragraaf is van toepassing op het met een acculader laden van een natte accu die vloeibare bodembedreigende stoffen bevat.
Deze paragraaf is van toepassing op het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage met meer dan 20 parkeerplaatsen die voorzien is van mechanische ventilatie.
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
windparken
windparken
geen
ja
mogelijk
bruidschat is specifieker (alleen van toepassing voor natte accu's)
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
overal behalve woonwijken
overnemen
overeenkomstig advies odzob
4.109 AR
terminologie is anders
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
overal behalve woonwijken
overnemen
overeenkomstig advies odzob
2.3 lid 8 en 2.6 AR
geen
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
overal behalve woonwijken
geen idee, hebben we deze?
Als we deze hebben, mogelijk bij appartementenco mplex, dan overnemen overeenkomstig advies odzob
3.26d AB
geen
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
parkeergarages
geen idee, hebben we deze?
Als we deze hebben, mogelijk bij appartementenco mplex, dan overnemen overeenkomstig advies odzob
1.10 AB
AB algemeen, bruidsschat specifiek
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
parkeergarages
geen idee, hebben we deze?
Als we deze hebben, mogelijk bij appartementenco mplex, dan overnemen overeenkomstig advies odzob
3.27L AR
geen
ja
nee
Geldt voor iedere gemeente
parkeergarages
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
3.145 AB
geen
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente.
schietterreinen
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
1.10 AB
bruidschat specifiek. AB is algemeen
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente.
schietterreinen
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
3.114 lid 4 AR
geen
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente.
schietterreinen
PM
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
3.114 lid 3 en 4 AR
geen
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente.
schietterreinen
PM
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
2.3 lid 8 en 2.6 AR
geen
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente.
schietterreinen
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
2.11 lid 4 en 8
geen
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente.
schietterreinen
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
2.11 lid 3 AB
geen
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente.
schietterreinen
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
2.11 lid 3 AB
geen
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente.
schietterreinen
overnemen
overeenkomstig advies odzob
PM
PM
Deze paragraaf is van toepassing op het traditioneel schieten door schutterijen of schuttersgilden met buksen of geweren vanaf een vaste standplaats op een PM stilstaand doel in de buitenlucht. 1. Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.222 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1°. de grenzen van het terrein; 2°. de ligging en de indeling van de gebouwen; en 3°. de plaats waar bodembedreigende stoffen worden PM gebruikt; c. een situatieschets, met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. de verwachte datum van het begin van de activiteit. 2. Ten minste vier weken voor de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het beperken van verontreiniging van de bodem vindt het schieten op zodanige wijze plaats dat alle afgeschoten PM kogels worden opgevangen in een voorziening.
1. Bij het beëindigen van het traditioneel schieten wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen. 2. Het eindonderzoek bodem gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt op het gedeelte van de locatie waar het traditioneel schieten heeft plaatsgevonden. 3. Het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en het veldwerk PM wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatieinstantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.
Het rapport van het eindonderzoek bodem bevat: a. de naam en het adres van degene die het onderzoek heeft verricht; b. de wijze waarop het onderzoek is verricht; c. de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan; d. informatie over het huidige en eerdere gebruik van het terrein; e. bestaande informatie over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en PM grondwatermetingen voor het constateren van eventueleverontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, zijn geproduceerd of zijn vrijgekomen; en f. als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld, de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt
Ten hoogste zes maanden na het beëindigen van het traditioneel schieten wordt een rapport van het eindonderzoek bodem verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
NEE
4.113c AB
overnemen
PM
1. Met het oog op het beschermen van de kwaliteit van de lucht en het voorkomen of beperken van geurhinder: a. worden de aanzuigopeningen voor de ventilatie van de parkeergarage in een verkeersluwe omgeving, of, als dat niet mogelijk is, op ten minste 5 m boven het straatniveau en buiten de beïnvloeding van de uitblaasopeningen aangebracht; b. wordt de uit de parkeergarage afgezogen lucht verticaal uitgeblazen op ten minste 5 m boven het straatniveau of, als binnen 25 m van de uitblaasopening een gebouw is gelegen met een hoogste daklijn die meer dan vijf meter boven het straatniveau is gelegen, ten minste één meter boven de hoogste daklijn van dat gebouw; en, c. bedraagt de snelheid van de uitgeblazen lucht, gemeten bij de rand PM van de uitblaasopening, ten minste tien meter per seconde. 2. Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit: a. een onherroepelijke vergunning is verleend; of b. voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Er wordt een logboek bijgehouden waarin gegevens worden vastgelegd over bevindingen van controles van en beoordelingen en onderhoud of reparatie aan de bodembeschermende voorzieningen.
geen
3.13 lid 1 AR
CD
1. Ten minste vier weken voor het begin van het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage met meer dan 30 parkeerplaatsen worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1°. de grenzen van het terrein; 2°. de ligging en de indeling van de gebouwen; 3°. het gebruik van de te onderscheiden ruimten; en 4°. de ligging van de bedrijfsriolering; c. een PM situatieschets, met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. de verwachte datum van het begin van de activiteit. 2. Ten minste vier weken voor de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
1. Met het oog op het beperken van verontreiniging van de bodem, vindt traditioneel schieten plaats boven een bodembeschermende voorziening, als bij het schieten hulzen van verschoten munitie vrijkomen. 2. De voorziening voor het opvangen van afgeschoten kogels, bedoeld in artikel 22.224, is opgesteld boven een bodembeschermende voorziening.
3.13 lid 1 AR
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het laden van een accu plaats boven een PM aaneengesloten bodemvoorziening. Er wordt een logboek bijgehouden waarin gegevens worden vastgelegd over bevindingen van controles van en beoordelingen en onderhoud of reparatie aan de bodembeschermende voorzieningen.
Niet opgenomen in lokaal beleid. Landelijke regelgeving voorziet hierin Niet opgenomen in lokaal beleid. Landelijke regelgeving voorziet hierin
PM
NEE
22.230
Herstel bodemkwaliteit
Traditioneel schieten
Bodem
22.231
Herstelwerkzaamheden
Traditioneel schieten
Bodem + Externe veiligheid
22.232
Toepassingsbereik
Sporten in buitenlucht
Licht
22.233
Gegevens en bescheiden
Sporten in buitenlucht
Licht
22.234
Licht
Sporten in buitenlucht
Licht
22.235
Toepassingsbereik
Opslaan vaste mest
Bodem + Water + Geur
22.236
Gegevens en bescheiden
Opslaan vaste mest
Bodem + Water + Geur
22.237
Opslag
Opslaan vaste mest
Bodem
22.238
Logboek bodembeschermende voorziening
Opslaan vaste mest
Bodem
22.239
22.240
Lozingsroute
Geur
Opslaan vaste mest
Opslaan vaste mest
Water
Geur
1. Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem, de bodemkwaliteit hersteld tot: a. de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de activiteit; b. de bodemkwaliteit van de locatie waar de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, PM of artikel 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of c. de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit. 2. Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.
1. Het college van burgemeester en wethouders wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 22.230 geïnformeerd over de begindatum. 2. Het college van burgemeester en wethouders wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 22.230 geïnformeerd over de einddatum. Deze paragraaf is van toepassing op het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht waarbij terreinverlichting wordt toegepast.
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
2.11 lid 5 en 6 AB
bodemkwaliteitskaart is toegevoegd
PM
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
2,11, lid 7
PM
overnemen
overeenkomstig advies odzob
overnemen
1. Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.232 worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1°. de grenzen van het terrein; 2°. de ligging en de indeling van de gebouwen; c. PM een situatieschets, met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. de verwachte datum van het begin van de activiteit. 2. Ten minste vier weken voor de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
1. Met het oog op het beperken van lichthinder is de verlichting die hoort bij een gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht uitgeschakeld: a. tussen 23.00 uur en 07.00 uur; enb. als er geen sport wordt beoefend en geen onderhoud plaatsvindt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met: a. de viering van festiviteiten die bij of krachtens een gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor de verordening geldt; b. de viering van andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waar de activiteit wordt verricht; of PM c. door het college van burgemeester en wethouders aangewezen activiteiten, anders dan festiviteiten als bedoeld onder b, waarbij het aantal aan te wijzen dagen of dagdelen gebaseerd op dit artikel samen niet meer bedraagt dan twaalf dagen per kalenderjaar. 3. Een festiviteit of activiteit als bedoeld in het tweede lid die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt hierbij beschouwd als plaatshebbende op één dag
1. Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van vaste mest met een totaal volume van ten minste 3 m3 en ten hoogste 600 m3. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing: a. op het opslaan van vaste mest, korter dan twee weken op één plek; en b. als de activiteit wordt PM verricht bij een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.90, 3.200, 3.208, 3.211, 3.215 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
1. Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.235 worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1°. de grenzen van het terrein; 2°. de ligging en de indeling van de gebouwen; 3°. het gebruik van de te onderscheiden ruimten; 4o de ligging van de bedrijfsriolering; 5o. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd; 6o. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en 7o. op welke PM lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen; c. een situatieschets, met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. de verwachte datum van het begin van de activiteit. 2. Ten minste vier weken voor de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt vaste mest, met uitzondering van gedroogde pluimveemest, opgeslagen: a. op een aaneengesloten bodemvoorziening, waarbij de vloeistoffen die vrijkomen worden opgevangen; of b. op een voldoende dikke absorberende laag als de opslag niet meer dan zes maanden duurt en tegen inregenen is beschermd. 2. Gedroogde pluimveemest wordt opgeslagen: a. in een gebouw met een aaneengesloten bodemvoorziening waar de pluimveemest wordt beschermd tegen weersinvloeden en waar voldoende PM ventilatie is om condensvorming te voorkomen;b. in een afgedekte container als de pluimveemest ten minste elke twee weken wordt afgevoerd; of c. op een voldoende dikke absorberende laag als de opslag niet meer dan zes maanden duurt en tegen inregenen is beschermd.
Er wordt een logboek bijgehouden waarin gegevens worden vastgelegd over bevindingen van controles van en beoordelingen en onderhoud of reparatie aan de bodembeschermende voorzieningen.
PM
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente.
schietterreinen
tov AB is nu aangegeven dat ten minste 5 dagen vooraf moet worden gemeld ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente.
schietterreinen
3.147 AB
geen
ja
nee
Geldt voor iedere gemeemte
sportterreinen
overeenkomstig advies odzob
1.10 AB
geen
ja
nee
Geldt voor iedere gemeemte
sportterreinen
overnemen
overeenkomstig advies odzob
3.148 AB
geen
beperkt zich uitsluitend tot lichthinder afkomstig van de buitenverlichting van sportvelden. Ten aanzien van lichthinder in het algemeen is niets geregeld
nee
Geldt voor iedere gemeemte
overal
overnemen
overeenkomstig advies odzob
3.45 AB, 3.46 lid 4 a AB AB gaat over agrarische bedrijfsstoffen, bruidsschat over alleen vaste mest ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
overnemen
overeenkomstig advies odzob
1.10 AB
AB algemeen, bruidsschat specifiek
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
buitengebied
overnemen
overeenkomstig advies odzob
3.65 AR
AB ook inclusief andere bedrijfsstoffen, in het AR wordt het woord gedroogde bij pluimveemest niet gebruikt. ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
buitengebied
1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder, wordt vaste mest opgeslagen: a. in een afgesloten voorziening voor een periode van ten hoogste twee weken; of b. op ten minste 50 m afstand vanaf de begrenzing van de opslag van vaste mest tot een geurgevoelig object. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het opslaan van vaste mest, afkomstig van landbouwhuisdieren of van paarden en pony’s die worden gehouden voor het berijden.
PM
overnemen
ja
ja
ja
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de Voor de opslag van vaste mest is vloeistofkerend gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voldoende. Hiervoor gelden geen voor met gemeenten met een registratieverplichtingen buitengebied
buitengebied
Zijn dit de lokaties waar we water van het reiningen van kippenstallen op het riool toestaan Waterschap i.p.v. verspreiden over het land? Willen we dit blijven toestaan?
2.2a (gedeeltelijk)
ja
nee
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
buitengebied
overeenkomstig advies odzob
Wgv
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
buitengebied
Gemeente
normen voor lichthinder in een omgevingsplan opnemen? mogelijk wel te specificeren waar een grens ligt wat als lichthinder kan worden aangemerrkt/ of oude artikel gebruiken met direct licht in raamopeningen
minimale afstand van 5 meter tussen mestopsalg en insteek oppervlaktewater is verdwenen
2.6 AR
?? Advies odzob is niet eenduidig
1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater worden vrijkomende vloeistoffen afkomstig van het opslaan van vaste mest gelijkmatig verspreid over onverharde bodem. 2. Als een maatwerkvoorschrift is gesteld waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater gelijkmatig verspreid over RA onverharde bodem of geloosd via die andere route
ja
22.241
Toepassingsbereik
Opslaan kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen
Bodem + Water
22.242
Gegevens en bescheiden
Opslaan kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen
Bodem + Water
22.243
Bodembeschermende voorzieningen
Opslaan kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen
Bodem
22.244
Logboek bodembeschermende voorziening
Opslaan kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen
Bodem
22.245
Lozingsroute vrijkomende vloeistoffen
Opslaan kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen
Water
22.246
Lozingsroute afvalwater bodembeschermende voorziening
Opslaan kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen
Water
22.247
Toepassingsbereik
Fokken, houden en trainen vogels of zoogdieren
Water + Bodem
22.248
Gegevens en bescheiden
Fokken, houden en trainen vogels of zoogdieren
Water + Bodem
22.249
Bodembeschermende voorzieningen
Fokken, houden en trainen vogels of zoogdieren
Bodem
22.250
Logboek bodem
Fokken, houden en trainen vogels of zoogdieren
Bodem
22.251
Lozingsroute
Fokken, houden en trainen vogels of zoogdieren
Water
22.252
Meet- en rekenbepalingen
Fokken, houden en trainen vogels of zoogdieren
Water
22.253
Vergunningsplichten Omgevingsvergunning houden landbouwhuisdieren in dierenverblijf milieubelastende activiteiten
22.254
Omgevingsvergunning verwerken polyesterhars
Vergunningsplichten milieubelastende activiteiten
Milieu
Milieu
1. Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van: a. kuilvoer met een totaal volume van meer dan 3 m3; of b. vaste bijvoedermiddelen met een totaal volume van meer dan 3 m3. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing als de activiteit wordt verricht bij een PM milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.200 of 3.215 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
overnemen
overeenkomstig advies odzob
3.45 AB, 3.46 lid 4 a AB AB gaat over agrarische bedrijfsstoffen, bruidsschat over alleen kuilvoerja en bijvoedermiddelen
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
buitengebied
overnemen
wel nog goed kijken naar vloeistofdicht en / of vloeistofkeren.
1.10 AB
AB algemeen, bruidsschat specifiek
ja
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de Voor de opslag van kuilvoer is vloeistofkerend gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voldoende. Hiervoor gelden geen voor met gemeenten met een registratieverplichtingen buitengebied
buitengebied
PM
overnemen
wel nog goed kijken naar vloeistofdicht en / of vloeistofkeren.
3.65 AR
AR voornamelijk over tijdelijke en vloeistofkerende voorzieningen. Bruidsschat over vloeistofdichte voorzieningen ja
ja
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de Voor de opslag van kuilvoer is vloeistofkerend gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voldoende. Hiervoor gelden geen voor met gemeenten met een registratieverplichtingen buitengebied
buitengebied
PM
overnemen
wel nog goed kijken naar vloeistofdicht en / of vloeistofkeren.
2.6 AR
ja
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel ja, voor kuilvoer is vloeistofdicht niet relevant voor met gemeenten met een buitengebied
buitengebied
overnemen
Hoe weet de rioolbeheerder van een eventuele voor hem/haar relevante maatwerkvoorschri ften? En wordt Waterschap deze betrokken bij voornemens tot nieuwe maatwerkvoorschri ften die lozen op het riool mogelijk maken?
3.47 AB
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
buitengebied
overnemen
Waterschap
3.47 AB
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
buitengebied
overnemen
artikel 3.168 (Ab)
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
buitengebied
overnemen
artikel 1.10 (Ab)
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
buitengebied
buitengebied
1. Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.241 worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1°. de grenzen van het terrein; 2°. de ligging en de indeling van de gebouwen; 3°. het gebruik van de te onderscheiden ruimten; 4o de ligging van de bedrijfsriolering; 5o. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd; 6o. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en 7o. op welke PM lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen; c. een situatieschets, met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; d. de lozingsroutes; en e. de verwachte datum van het begin van de activiteit.2. Ten minste vier weken voor de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen opgeslagen op een elementenbodemvoorziening, waarbij de vloeistoffen die vrijkomen worden opgevangen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing als kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen als veevoederbalen in plastic folie zijn verpakt. Er wordt een logboek bijgehouden waarin gegevens worden vastgelegd over bevindingen van controles van en beoordelingen en onderhoud of reparatie aan de bodembeschermende voorzieningen.
1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater worden vrijkomende vloeistoffen afkomstig van de opslag van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen gelijkmatig verspreid over onverharde bodem. 2. Als een maatwerkvoorschrift is gesteld waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater gelijkmatig verspreid over onverharde bodem of geloosd via die andere route. 3. Dit artikel is niet van RA toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.
1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van de bodembeschermende voorziening voor opslag van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen geloosd op of in de bodem als: a. het niet in contact is geweest met het kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen; en b. het niet is vermengd met daaruit vloeiende vloeistoffen. 2. Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.
RA
1. Deze paragraaf is van toepassing op het fokken, houden of trainen van meer dan 25 vogels of meer dan 5 zoogdieren. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing als de activiteit wordt verricht bij een milieubelastende RA activiteit die is aangewezen in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 1. Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.247 worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1°. de grenzen van het terrein; 2°. de ligging en de indeling van de gebouwen; 3°. het gebruik van de te onderscheiden ruimten; 4°. de ligging van de bedrijfsriolering; en 5°. de plaats van de lozingspunten;c. een situatieschets, met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; RA d. per dierenverblijf voor het houden van landbouwhuisdieren: 1°. het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie dat ten hoogste zal worden gehouden; 2°. een beschrijving van het huisvestingssysteem en van de aanvullende techniek; en 3°. een beschrijving van het ventilatiesysteem; e.
per dierenverblijf waar landbouwhuisdieren met geuremissiefactor worden gehouden: 1°. een plattegrondtekening op schaal met de ligging van de dierenverblijven, de emissiepunten en een overzicht van ventilatoren met diameter; en 2°. een doorsnedetekening per dierenverblijf met de goothoogte, de nokhoogte en de hoogte van 1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het fokken, houden of trainen van vogels of zoogdieren plaats boven een aaneengesloten bodemvoorziening. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het fokken, houden of trainen van vogels PM of zoogdieren in de buitenlucht als uitwerpselen en voedselresten regelmatig worden verwijderd.
Er wordt een logboek bijgehouden waarin gegevens worden vastgelegd over bevindingen van controles van en beoordelingen en onderhoud of reparatie aan de bodembeschermende voorzieningen..
PM
1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt te lozen afvalwater afkomstig van het reinigen en ontsmetten van een dierenverblijf waarin landbouwhuisdieren of paarden of pony’s voor het berijden worden gehouden, geloosd in een vuilwaterriool als meer dan 10 schapen, 5 paarden of pony’s, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen of 10 RA overige landbouwhuisdieren worden gehouden. 2. Het te lozen afvalwater bevat niet meer dan 300 milligram onopgeloste stoffen per liter. 3. Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.
1. Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd. 2. Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 RA van toepassing. 3. Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing. Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning het verwerken van polyesterhars, waarbij meer dan 1 kg organische peroxiden aanwezig zijn, te beginnen of te veranderen.2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt een beschrijving verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om de emissie van styreen te beperken. 3. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als geurhinder wordt voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt.
PM
PM
ja
ja
overnemen
overeenkomstig advies odzob
3.123 AR
ja
ja
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel ja, voor het fokken en houden van volgels of voor met gemeenten met een zoogdieren is vloeistofdicht niet relevant buitengebied
overnemen
wel nog goed kijken naar vloeistofdicht en / of vloeistofkeren.
2.6 AR
ja, voor bewaren certificaten in het algemeen
ja
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de Voor de het fokken van vogels of zoogdieren is gemeente, waarschijnlijk komt dit veel vloeistofkerend voldoende. Hiervoor gelden geen buitengebied voor met gemeenten met een registratieverplichtingen buitengebied
overnemen
Waterschap
onbekend
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
overnemen
Waterschap
onbekend
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel voor met gemeenten met een buitengebied
overnemen
geen idee, hebben we deze?
tekst klopt niet met de toelichting van begin november
zo ja, dan overnemen
??? Dit is geen artikel?? waar ik iets over kan zeggen
geen
verwerken polyesterhars was meldingsplichtig met OBM. Wordt nu weer VP met als nieuwe toevoeging 1 kg organische peroxiden aanwezig
nee
nee de toevoeging 1 kg peroxiden aanwezig mogelijk is onduidelijk
buitengebied
buitengebied
toepassingbereik
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen gemeente
industrieterrein
industrieterrein
toevoeging peroxide kan worden geschrapt. VP is vooral gericht op geurhinder
22.255
Omgevingsvergunning installeren gesloten bodemenergiesysteem
Vergunningsplichten milieubelastende activiteiten
Milieu
22.256
Omgevingsvergunning kweken vliegende insecten
Vergunningsplichten milieubelastende activiteiten
Milieu
22.257
22.258
22.259
22.260
22.261
22.262
Omgevingsvergunning opslaan propaan of propeen
Omgevingsvergunning opslaan LPG en tanken met LPG
Omgevingsvergunning antihagelkanonnen
Omgevingsvergunning biologische agens
Omgevingsvergunning genetisch gemodificeerde organismen
Omgevingsvergunning opslaan dierlijke meststoffen
Vergunningsplichten milieubelastende activiteiten
Vergunningsplichten milieubelastende activiteiten
Vergunningsplichten milieubelastende activiteiten
Vergunningsplichten milieubelastende activiteiten
Vergunningsplichten milieubelastende activiteiten
Vergunningsplichten milieubelastende activiteiten
Milieu
Milieu
Milieu
Milieu
Milieu
Milieu
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken: a. in een interferentiegebied dat is aangewezen in dit omgevingsplan of bij gemeentelijke verordening of omgevingsverordening; of b. met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrondtekening en situatietekening met daarop de ligging van de lussen van het gesloten bodemenergiesysteem, het middelpunt van het systeem en de einddiepte waarop het systeem zal worden aangelegd; b. de coördinaten van het middelpunt van het gesloten bodemenergiesysteem en de einddiepte SP van het systeem in meters onder het maaiveld; c. gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het gesloten bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend; d. een verklaring van degene die het gesloten bodemenergiesysteem installeert over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen; e. informatie over het bodemzijdig vermogen van het gesloten bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem zal voorzien; en f.
de naam en het adres van degene die het gesloten bodemenergiesysteem zal ontwerpen, installeren en van 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning maden van vliegende insecten te kweken. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van het soort maden dat wordt gekweekt; b. het aantal maden dat ten hoogste zal worden gehouden; c. een PM beschrijving van de voorziening waarin de maden worden gehouden; en d. de maatregelen die worden getroffen om hinder voor de omgeving te voorkomen.
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning propaan of propeen op te slaan in meer dan twee opslagtanks. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal opslagtanks, met voor iedere opslagtank: 1°. de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen in kubieke meters; 2°. de grootte in kubieke meters; en 3°. een aanduiding of het gaat om een bovengrondse of ondergrondse opslagtank; b. als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van ten hoogste 600 m3: 1°. de jaarlijkse doorzet in kubieke meters; 2°. als het gaat om een bovengrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt en deopslagtank; HM 3°. als het gaat om een ondergrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van die leiding en pomp; en 4°. een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de Omgevingswet; en c. als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3 of meer dan 50 m3 propaan of propeen: 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning voertuigen of werktuigen te tanken met LPG. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal opslagtanks dat aanwezig is; b. de coördinaten van: 1°. het vulpunt; 2°. de bovengrondse vloeistofvoerende leiding; 3°. de aansluitpunten van die leiding en pomp; 4°. de bovengrondse opslagtank; en 5°. HM de tankzuil; c. het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. de hoeveelheid LPG die ten hoogste wordt opgeslagen; en e. een inschatting van de doorzet van LPG in m3 per jaar.
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een installatie in werking te hebben waarin gassen worden gemengd en tot ontbranding worden gebracht met als doel het opwekken van een schokgolf. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een installatie waarin gassen worden gemengd en tot ontbranding gebracht, worden SP de volgende gegevens verstrekt: a. de aard en omvang van de geluidemissies; b. de door de activiteit veroorzaakte geluidimmissie; en c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te beperken.
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een praktijkruimte of laboratorium in werking te hebben waar gericht wordt gewerkt met biologische agens, met uitzondering van biologische agens die ingedeeld zijn of worden in groep 1 of groep 2 als gevolg van de indeling van risicogroepen van de richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan biologische agentia op het werk (zevende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 83/391/EEG) (PbEG 2000, L 262). 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning PM worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de groep waarin het biologisch agens is of wordt ingedeeld als gevolg van de indeling in risicogroepen van de richtlijn biologische agentia; b. informatie over de op grond van artikel 2.22, tweede lid, van de Wet dieren aangewezen ziekteverwekkers; enc. een aanduiding van de ligging van de ruimten waar gewerkt wordt met het biologisch agens.
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning ingeperkt gebruik als bedoeld in het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013, te verrichten. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013; of b. ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen die door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 2.2 of 2.8 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 zijn ingeschaald in de categorie van fysische inperking S-I. 3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. per type werkruimte als bedoeld in bijlage 4 bij het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 het maximale aantal werkruimten: 1°. waarop inperkingsniveau I of II van toepassing is; 2°. waarop inperkingsniveau III van toepassing is; en b. een plattegrond van de locatie waarop het ggo-gebied is aangegeven.
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. drijfmest, digestaat of dunne fractie op te slaan in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 750 m2 of een gezamenlijke inhoud groter dan 2.500 m3; of b. meer dan 600 m3 vaste mest op te slaan. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. het totaal volume of de totale oppervlakte van de mestbassins; en b. het totaal volume van de opslagcapaciteit vaste mest in kubieke meters.
2.2a lid 6 en 5.13b lidin9 het Borartikel en 1.10zijn enalle 1.21a genoemde AB bestaande artikelen samengevoegd
overnemen
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
overnemen
VRBZO
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen gemeente
meetbepaling
categorie 8.3 onderbstaat van bijlage de VP 1nu. onderdeel Eisen aanC de vanvergunningaanvraag het Bor zijn nieuw
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen gemeente
indieningsvereisten kweken insecten
staat de VP nu. categorie 2.7d van Eisen aan de bijlage I onderdeel vergunningaanvraag C van het Bor zijn nieuw
ja
nee
Geldt voor iedere gemeetne
indieningsvereisten propaan en propeen. De opslag van propaan/propeen brengt risico’s met zich mee en een incident kan gevolgen hebben voor de omgeving. Vanuit haar (wettelijke)taken buitengebied/ kan de VR het bevoegd gezag adviseren over de industrieterrein/tankstations risico’s van branden, rampen en crises. Daarnaast kan de VR adviseren over de ruimtelijke inpassing van deze activiteit op een locatie waar een veilige leefomgeving geborgd kan worden.
overal
Ingevolge artikel 5.2, lid 1 Bkl wordt in een omgevingsplan wordt voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.
BvD: Reikwijdte vergunning/melding. Onder artikel 2.3.25.5 e.v. is aangegeven dat er tzt een omgevingsvergunning verleend moet worden voor activiteiten als onder meer propaanopslag en LPG opslag. Dit is vreemd/niet gewenst, nu gelden daar vooral algemene regels voor.
overnemen
VRBZO
overnemen
categorie 2.7m en 5.4f bijlage I onderdeel C van het Bor
staat de VP nu. Eisen aan de vergunningaanvraag zijn nieuw
categorie 2.7s bijlage I onderdeel C van het Bor
staat de VP nu. Eisen aan de nee vergunningaanvraag zijn nieuw
ja
LPG blijft een risicovolle inrichting. Het tanken van LPG brengt risico’s met zich mee en een incident kan gevolgen hebben voor de omgeving. kan gevolgen hebben voor de omgeving. Vanuit haar (wettelijke)taken kan de VR het bevoegd gezag adviseren over de risico’s van branden, rampen en crises. Daarnaast kan de VR adviseren over de ruimtelijke inpassing van deze activiteit op een locatie waar een veilige leefomgeving geborgd kan worden.
nee
Geldt voor iedere gemeetne
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen de gemeente, waarschijnlijk komt dit veel indieningsvereisten voor met gemeenten met een buitengebied
lpg tankstations
Ingevolge artikel 5.2, lid 1 Bkl wordt in een omgevingsplan wordt voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.
fruitteelt en kassen
Is Schoolstraat 21 zo'n bedrijf?
PM: zo ja, dan overnemen RAA:Als we zoiets schrappen, kan er dan ineens zonder omgevngsvergunni ng vanalles op dit gebied? Biedt dit dan niet juist ruimte voor nieuwe bedrijven zonder dat we hier zicht op hebben?
categorie 4.4k bijlagestaat I onderdeel de VP nu. C van Eisen hetaan Borde vergunningaanvraag zijn nieuw
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen gemeente
indieningsvereisten, Dit artikel is enerzijds van belang voor de VR bij de inventarisatie van risico's voor de gezondheid. Daarnaast is dit artikel van Industrieterrein en Tue belang bij de voorbereiding op het bestrijden van branden, rampen en crises.
PM
overnemen
dit soort bedrijven hebben we
categorie 21 bijlage 1staat onderdeel de VP Cnu. van Eisen het aan Bor de vergunningaanvraag zijn nieuw
ja
mogelijk
Afhankelijk of dit aanwezig is binnen gemeente
indieningseisten
Industrieterrein en Tue
PM
overnemen
overeenkomstig advies odzob
categorie 7.5 d, i en j staat bijlagedeI onderdeel VP nu. Eisen C van aan bijlage de vergunningaanvraag 1 zijn nieuw
ja
nee
Geldt voor iedere gemeetne
indieningsvereisten
buitengebied
Ingevolge artikel 5.2, lid 1 Bkl wordt in een omgevingsplan wordt voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.
dit zijn indieningsvereisten
22.263
Vangnetvergunning lozen in de bodem
Vergunningsplichten milieubelastende activiteiten
Milieu
Vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool
Vergunningsplichten milieubelastende activiteiten
22.265
Beoordelingsregels overige milieubelastende activiteiten
Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning milieubelastende activiteit
22.266
Toepassingsbereik
AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER milieu GELUIDPRODUCTIEPLAFON DS
22.264
22.267
Binnenplanse vergunning geluid weg of spoorweg
Milieu
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning afvalwater of andere afvalstoffen te lozen in een schoonwaterriool, tenzij het lozen op grond van deze afdeling is toegestaan. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. wonen; of b. een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater RA in die voorziening worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:a. de maximale hoeveelheid afvalwater per uur; en b. het soort afvalwater
PM :??? RA: overnemen
is nu geen VP activiteit (uitgezonderd in cat 28.10 van het Bor)
vraag is of deze activiteit VP moet worden
mogelijk
Geldt voor iedere gemeetne
is nu niet VP
overal behalve wonen
overnemen
is nu geen VP activiteit (uitgezonderd in cat 28.10 van het Bor)
vraag is of deze activiteit VP moet worden
mogelijk
Geldt voor iedere gemeetne
is nu niet VP
overal behalve wonen
Dit artikel bepaalt dat bij een omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld propaan, tanken en opslaan van LPG de beoordelingsregels van art. 8.9-8.11 uit het Bkl van toepassing zijn. Deze beoordelingsregels hebben betrekking op overal behalve wonen het nemen van maatregelen ter voorkoming van ongevallen en beperking van gevolgen, waarbij o.a. rekening gehouden moet worden met art. 10 Wet veiligheidsregio’s, art. 1 Wet veiligheidsregio’s en plaatsgebonden risico.
Op het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteiten, bedoeld in de artikelen 22.256 tot en met 22.264, zijn de beoordelingsregels in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing. Milieu
AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER geluid GELUIDPRODUCTIEPLAFON DS
AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER GELUIDPRODUCTIEPLAFON DS
22.268
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning afvalwater op of in de bodem te lozen, tenzij het lozen op grond van deze afdeling is toegestaan. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. wonen; b. een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of c. het lozen op of in de bodem waaraan in een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit op grond van artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving of een PM omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit op grond van de waterschapsverordening voorschriften zijn gesteld. 3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op of in de bodem worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de maximale hoeveelheid afvalwater per uur; en b. het soort afvalwater.
Aandachtsgebied