8a Tabel overzicht Bruidsschat gemeente Someren
Tekst van het document
Inhoud van de regel 7
Onderwerp
Paragraaf
Thema Opmerkingen
1.1
Algemeen (begripsbepaling)
x
verantwoordelijke 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij de Omgevingswet, en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling zijn ook van toepassing op dit omgevingsplan. 2. Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit plan. 3. Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van paragraaf 22.3.7.4 van dit plan. GK
beoordeling Someren: overnemen, schrappen of aanpassen
overnemen
Te betrekken ketenpartner naast de ODZOB motivering Someren afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg. O.a. definitie straatpeil? Dit is nu volgens de opgenomen definitie bij een woning in het VRBZO buitengebied:
afwijking tussen bruidsschat en nu
huidig artikel
Is de bepaling reeds opgenomen in huidig beleid? Zo ja, waar? Deze kolom kan gemeente gebruiken voor hun beleid
Is de bepaling actueel en voldoet de formulering voor onze gemeenten?
beoordeling door ODZOB :Kan de bepaling geschrapt worden?
Situatie per gemeente/keuze
in diverse beleidsstukken
ja
nee
betreft begripsbebaling
nee
ja
nee
dit artikel regelt bepaalde regels niet van toepassing zijn op vergunningplichtige activiteiten uit het Bal en dat bepaalde regels niet van toepassing zijn voor zover die in strijd zijn met het tijdelijk deel omgevingsplan.
Motivatie
Relevant voor gebiedstype
Overige opmerkingen
opmerkingen Best
reactie ODZOB
overal
De hoogte van het terrein ter plaatse van de hoofdtoegang van een bouwwerk (=voordeur?) bij voltooiing van de bouw
22.1 ACTIVITEITEN
22.1
Artikel 22.1 Voorrangsbepaling 1. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet. 2. De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke SS omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.
Voorrangsbepaling
overnemen
Voorrangsbepaling moet je sowieso overnemen, lijkt VRBZO me vreemd om die te schrappen.
voorrangsbepaling
overal
mm check want in bp nemen we geen voorrangsbepaling op. Waarom zou het ene thema belangrijker zijn dan het andere. (moet de regel hiervoor nog bekijken)
22.2
Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten 1. Voor de toepassing van de artikelen 22.29 eerste en tweede lid, 22.30, 22.276, 22.277, 22.279 tot en met 22.282 en 22.284 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. 2. Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding GK gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven
Overgangsrecht: (voorbeschermde) gemeentelijke monumentenAlgemeen
22.3
Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten
Algemeen
22.4
Maatwerkvoorschriften
Algemeen
De artikelen 22.29, derde lid, en 22.37, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de GK Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functieaanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.
Bouwen
ja
1. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden. 2. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling
HM
overnemen
afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg
overnemen
afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg
overnemen
RAA: Mogelijkheid tot VRBZO, waterschap, maatwerkvoorschri netbeheerder, ft behouden
-
overnemen
GK: plaatselijk belangIn RAA: door het bevoegd gezag te bepalen situaties kan het nodig zijn dat voorafgaande aan het bouwen rooilijnen, bebouwingsgrenze n of het meetniveau van Wanneer sprake is het te bouwen van een polder dan bouwwerk op het waterschap erbij bouwterrein door betrekken of namens het bevoegd gezag worden vastgesteld en gemarkeerd (uitgezet). Wanneer vinden wij uitzetten van bijv. het straatpeil (= niet bouwpeil!) nodig en wanneer niet?
Artikel 1.24 Bouwbesluit 2012
is gelijk
Artikel 8.1 Bouwbesluit 2012
In het artikel van het Bouwbesluit 2012 werd meteen aangegeven hoe aan de regels kan Bouwbesluit en verordening worden voldaan. In bruidsschat is geen/ of breder kader gegeven.
De bepaling bevat nu geen kader hoe hieraan voldaan kan worden en hierdoor is er ruimte voor de gemeente om hier invulling aan te geven.
nee
betreft zorgplicht en geldt voor iedere gemeente
Bestaande situatie is er sprake van samenhang met de welstandsnota (gemeentelijk beleid). Nu is de samenhang er met het omgevingsplan NRK (gemeentelijk beleid). Zie ook 2.2.7.2.4, waarin de oude "redelijke eisen van welstand" worden overgeheveld naar de bruidsschat.
ja
mogelijk
Het is een laatste vangnet om excessen (bij Betreft welstand, als de gemeente tijdelijke en vergunningsvrije bouwwerken) te geen welstand heeft kan deze bepaling welstandgebieden kunnen uitsluiten op locaties daar waar in lokaal eruit beleid is bepaald dat beeldkwaliteit van belang is.
Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.
22.5
Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil
Algemene regels over verrichten bouw- en sloopwerkzaamheden
Bouwen
ja
GK
monumentenbeleid- verordening
nvt
ja
mogelijk
Kan geschrapt worden als het omgevingsplan al bescherming regelt
overgangsrecht monumenten
monumenten
ja
mogelijk
Als omgevingsplan al regelt dat bescherming geldt dan kan deze geschrapt worden
Overgangsrecht rijksbeschermd stad- of dorpszicht
beschermde dorps- stadsgezichten
ja
nee
geldt voor iedere gemeente
Door dit artikel is er ruimte voor het bevoegd gezag om zelf voorschriften te stellen, dit in overleg met meerdere partners afhankelijk van het onderwerp. Dit onderandere in overleg met VR (afhankelijk van het onderwerp, b.v. bluswater, bereikbaarheid, opstelplaats etc.)
overal
ja
nee
Heeft met rooilijnen en straatpeil te makenm. Dit geldt voor iedere gemeente
Aangezien er tussen de digitale/ papieren documenten en de feitelijke siuatie onvolkomenheden kunnen voorkomen zal er altijd een controle moeten zijn op het uitzetten van de bouw. Grote afwijkingen zijn onwenselijk overal voor een goede riuimtelijke ordening. Voor dit artikel zijn er wel mogelijkheden voor private partijen, deze controle kan opgenomen worden in het opleverrapport van het bouwwerk. (Wkb)
wat wordt met de reactie bedoeld
Ja. Een maatwerkvoorschrift op grond van het omgevingsplan moet voldoen aan de instructieregels van het Bkl.
Bepaling kan deels geschrapt worden
Bekijk regel
22.6
22.7
Beschermen omgeving bouw- en sloopwerkzaamheden
Repressief welstand
Algemene regels over verrichten bouw- en sloopwerkzaamheden
Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken
Bouwen/ slopen
Beeldkwaliteit/omgevingsk waliteit
ja
Degene die bouw- of sloopwerkzaamheden verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de werkzaamheden kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere wel of niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.
GK
1. Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. 2. Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, GK onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijk eisen van welstand van toepassing zijn.
overnemen
overnemen
GK: plaatselijk belang RA: Behouden om afzetten wegen te voorkomen?
Welstandcommissie RAA: Mogelijkheid of aangewezen tot deskundige op het Artikel 12 lid 1 en maatwerkvoorschri gebied van welstand lid 2 Woningwet ft behouden (Laarbeek supervisor)
Indien een gevraarlijke situatie zich zal voordoen, overal moet er bestuurlijk opgetreden kunnen worden.
In de tekst van de bruidschat is eenduidiger geformuleerd dat in welstandsvrije gebieden ook geen repressief welstandsbeleid kan gelden. Dus excessen kunnen hier niet worden aangepakt. De tekst van de Wabo was daarin nog enigszins voor interpretatie vatbaar.
mm lijkt me goed om eens te kijken welke gebieden geheel welstandsvrij kunnen
Bij welstandsvrije gebieden aanwijzen/ en mogelijk meer gebieden opnemen welstandsvrij
22.8
Aansluiting distributienet elektriciteit
Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken
Energie
22.9
Aansluiting distributienet gas
Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken
Energie
22.10
Aansluiting distributienet warmte
Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken
Energie
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand GK van 100 m.
overnemen
afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg
Netbeheerder
Artikel 6.10. lid 1 Bouwbesluit 2012
is gelijk
GK
overnemen
afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg
Netbeheerder
Artikel 6.10. lid 2 Bouwbesluit 2012
is gelijk
1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van het indienen van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger GK zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. 2. Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. 3. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.
overnemen
afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg
Netbeheerder
Artikel 6.10. lid 3 Bouwbesluit 2012
onder 1 is gelijk, onder 2 en 3 zijn nieuw toegevoegd.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m
Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
22.11
22.12
22.13
22.14
Aansluiting distributienet drinkwater
Aansluiting afvoer huishoudelijk afval- en hemelwater
Bluswatervoorziening
Bereikbaarheid bouwwerk hulpverleningsdiensten
Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken
Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken
Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken
Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken
Water
Water
Brandveiligheid
Brandweer (VRBZO), politie en ambulance
RA
1. Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie. 2. De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft. 3. Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een RA voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beerof rottingput. 4. Bij maatwerkvoorschrift kan worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of dat systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b.
als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist. 2. De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of als deze niet aanwezig is een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m. 3. De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.
HM
1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. 2. Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente HM vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist. 3. Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m, die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering. 4.
Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het
aanpassen
RAA: Niet mijn expertise (ik ga alleen over lozen van water). De vraag is: Willen we als gemeente, om mensen in bescherming te nemen tegen mogelijk gezondheidrisico's, verplichten om aan te sluiten op het openbare Brabant water waterleidingnet. Of mag men bijvoorbeeld ook een installatie hebben waarbij men drinkwater uit regenwater bereid bijv.. vanuit milieu overwegingen? Of zelf uit grondwater bijv. voor iemand die risico's ziet in besmetting via het collectieve Het belang van Lid 1 zie ik niet.
Lid 3 zou ik waterschap overnemen (zowel vanuit volksgezondheid, bodemverontreinin ging als functioneren openbaar riool van belang.
mogelijk
Dit zal afhankelijk zijn per netbeheerder. Er is een mogelijkheid dit vast te leggen per zone in een omgevingsplan. Het ditributienet is veelal in betreft aansluiting elektriciteit en eigendom van private partijen, dus we kunnen ons afstand, mogelijk kan dit in overleg met de vraag stellen of dit in lijn met de Wkb in een overal netbeheerder aangepast worden opleverrapport terecht kan komen. Hierdoor voeren we alleen controle op aanwezigheid en wordt dit inhoud de afstanden etc. tussen de private partijen vastgelegd.
?
ja
mogelijk
Betreft aansluiting gas en afstand, mogelijk kan in overleg met de gasbeheerder aangepast worden
Naar mate meer gebouwen gasloos gebouwd zijn, zal dit artikel minder relevant worden. Overige overal opmerking zie die bij elektriciteit.
?
ja
mogelijk
betreft aansluiting warmte en afstand, mogelijk kan dit in overleg met netbeheerder aangepast worden
Met het oog op alternatieven voor gasloos bouwen word een centrale voorziening voor verwarmen ook belangrijker. Overige opmerking zie die bij elektriciteit.
Dit zal afhankelijk zijn per beheerder van het waternet. Er is een mogelijkheid dit vast te leggen per zone in een omgevingsplan. Overige opmerking zie die bij elektriciteit. Signaalfunctie Betreft aansluiting drinkwater kan in overleg worden aangepast voormet VR,beheerder het weglaten van een aansluiting op overal drinkwater heeft mogelijk gevolgen voor de beschikbaarheid van bluswater. Artikel voor VR van belang om gemeenten te kunnen adviseren over bluswatervoorzieningen.
Artikel 6.14. Bouwbesluit 2012
is gelijk
ja
mogelijk
Artikel 6.18. Bouwbesluit 2012
is gelijk, wat voorheen op aanwijzing van bevoeg gezag kon kan nu bij maatwerkvoorschrif t
ja
mogelijk
In lid 2 is "en hemelwater" wellicht van minder belang, ik zie hierin niet zozeer een risico. Een lekke hemelwaterafvoer is volgens mij geen ramp. aanpassen
ja
Lid 4 zou mogelijk aangepast kunnen worden, zodat niet bij elke woning een maatwerkvoorschri
Wanneer de aansluiting van vuilwater verkeerd gebeurd of er treedt schade en/of verstoppingen op, dan zorgt dit voor grote problemen. Ook moet erop kunnen worden toegezien dat op het juiste stelsel wordt aangesloten. Bij hemelwater moet er zelfs geëist kunnen worden dat er niet mag worden aangesloten (bij infiltratie op eigen terrein), dit om wateroverlast en overbelasting van het rioolstelsel te voorkomen.
overal
Ingevolge artikel 5.2, lid 1 Bkl wordt in een omgevingsplan wordt voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.
overal
betreft aansluiting afvalwater en hemelwater, mogelijk kan dit in overleg met beheerder aangepast worden
overnemen
In tegenstelling tot het Bouwbesluit bevat het Besluit Bouwwerken leefomgeving geen regels op gebied van beschikbaarheid bluswatervoorzieni ngen. De regels zullen daarom een plek moeten krijgen in het VRBZO omgevingsplan. Dit kan op basis van de beleidsregels die eerder zijn vastgesteld of nieuw te bepalen regels. Beleid bereikbaarheid en bluswatervoorzieni ngen dient wel in het omgevingsplan te worden genoemd.
Artikel 6.30. Bouwbesluit 2012
is gelijk, alleen in het oude artikel lid 2 is niet in de bruidsschat overgenomen
ja
nee
betreft aansluiting bluswater, mogelijk kan dit in overleg met VRBZO aangepast worden
overnemen
HM In het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn geen regels opgenomen voor wat betreft voorzieningen voor een brandweerinzet. Dit betekent dat naast bluswater ook regels mbt de opstelplaatsen en bereikbaarheid in VRBZO het Omgevingsplan moeten worden opgenomen. . De eisen van terreinvoorzieninge n en bereikbaarheid worden dus niet overgenomen van het Bouwbesluit 2012 (bereikbaarheid gebouwen is iets anders dan
Artikel 6.37. Bouwbesluit 2012
is gelijk
ja
mogelijk
Eventuele aanpassingen aan dit artikel zal in overleg met met de veiligheidsregio moeten gebeuren aangezien zij een gebouw in geval van een noodsituatie moeten kunnen bereiken. In Betreft bereikbaarheid en van belang geval van een incident moeten brandweer en voor VRBZO, aanpassing in overleg met hulpdiensten snel bij een bouwwerk aanwezig VRBZO kunnen zijn. Dit artikel is voor VR van belang om gemeenten te adviseren over bereikbaarheid en het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, ramp en crisis.
Dit artikel geeft de mogelijkheid om in het kader van brandveiligheid eisen te wanneer openbare bluswatervoorzieningen niet toereikend zijn. Middels dit artikel kan geregeld worden dat er bluswatervoorzieningen op eigen perceel aanwezig moeten zijn. Wellicht kunnen er zones aangewezen worden in het omgevingsplan waarbij dit artikel van toepassing zou kunnen zijn. Bijvoorbeeld zones die op een kritieke afstand van de brandweerkazerne zijn gelegen. Daarnaast overal kunnen bepaalde gebruiksfuncties ook extra veiligheidseisen wensen, denk hierbij aan bepaalde risicovolle stoffen, verminderd zelfredzame mensen, of zeer hoge gebouwen waarbij vluchten langer duurt. Beschikbaarheid en bereikbaarheid van voldoende bluswater essentieel voor bestrijden van brand. Artikel voor VR van belang om gemeenten te kunnen adviseren over bluswatervoorzieningen
overal
zie de toelichting Bkl bij art. 22.11 bruiddschat hiervoor
zie de toelichting Bkl bij art. 22.11 bruiddschat hiervoor
22.15
Opstelplaatsen brandweervoertuigen
Algemene regels bouwen en in stand houden bouwwerken
Brandveiligheid
22.16
Overbewoning woonruimte
Algemene regels over het gebruik van bouwwerken
Leefbaarheid
1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, HM bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.3. De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m. 4. Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen. 5. Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in 1.
Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte GK waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.
overnemen
In het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn geen regels opgenomen voor wat betreft voorzieningen voor een brandweerinzet. Dit betekent dat naast bluswater ook regels mbt de opstelplaatsen en bereikbaarheid in VRBZO het Omgevingsplan moeten worden opgenomen. . De eisen van terreinvoorzieninge n en bereikbaarheid worden dus niet overgenomen van het Bouwbesluit 2012 (bereikbaarheid gebouwen is iets anders dan
Artikel 6.38. Bouwbesluit 2012
is gelijk
overnemen
Lid 3 zou ik overnemen (zowel vanuit Indien sprake van volksgezondheid, kamergewijze bodemverontreinin verhuur dan de ging als VBRZO functioneren openbaar riool van belang.
Artikel 7.18. Bouwbesluit 2012
is gelijk
Artikel 7.20 Bouwbesluit 2012
is gelijk
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
22.17
Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk
Algemene regels over het gebruik van bouwwerken
22.18
Zorgplicht gebruik bouwwerk
Algemene regels over het gebruik van bouwwerken
22.19
Gegevens en bescheiden: voor ingebruikname bodemgevoelig gebouw
Algemene regels over het gebruik van bouwwerken
Veiligheid (toezicht & handhaving) bouwwerken
Veiligheid, brandveiligheid bouwwerken
ja door toezicht en handhaving
ja door toezicht en handhaving
22.20
aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken
Algemene regels over het in Externe veiligheid, stand houden en gebruiken brandveiligheid, van open erven en bouwwerken en erven terreinen
22.21
Zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen
Algemene regels over het in stand houden en gebruiken Veiligheid, brandveiligheid van open erven en erven terreinen
ja door toezicht en handhaving
22.22
Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk
Algemene regels over het in stand houden en gebruiken Veiligheid (toezicht & van open erven en handhaving) erven terreinen
ja door toezicht en handhaving
GK
1. Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. 2. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van HM rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken als bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.1.
De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden [Dit artikel is in de bruidsschat in de voorjaarsversie van het Invoeringsbesluit Omgevingswet gereserveerd. In de voorjaarsversie van het Aanvullingsbesluit Bodem is dit artikel niet ingevuld. In de definitieve versie van de bruidsschat zal dit artikel – onder vernummering- komen te vervallen]
1. Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1aanwezig. 2. Het eerste lid is niet van toepassing als:a. de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1°. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2°. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3°. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de HM verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit 1. Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1aanwezig. 2. Het eerste lid is niet van toepassing als:a.
de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1°. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2°. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3°. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de HM verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband EA met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
overnemen
overnemen
Lid 4 zou mogelijk aangepast kunnen worden, zodat niet bij elke woning een maatwerkvoorschri ft is, maar dat een standaard aangegeven wordt (bijv. onderkant leiding op maximaal 0,6 m onder maaiveld, diameter uitwendig 0,125 m, overname ter hoogte van de erfgrens, minimaal 0,03 m berging hemelwater op eigen terrein, infiltreren tenzij perceeleigenaar aantoont dat dit niet reëel is (ter beoordeling bevoegd gezag), terugstuwbeveiligin g of pomp bij laag gelegen aansluiting Raa: Terugstuwbeveiligi ng kan op basis van dit artikel afgedwongen worden
VRBZO
Lid 1 komt overeen met artikel 1a lid 2 woningwet, lid 2 komt overeen met is gelijk artikel 7.22 Bouwbesluit 2012, lid 3 is nieuw
ja
mogelijk
Betreft opstelplaatsen blusvoertuiten, aanpassing in overleg met de VRBZO
bouwverodening
ja
mogelijk
Afhankelijk van welk type huisvesting het grootste knelpunt is in de gemeente kan dit artikel op de Kan als je als gemeente meer of minder lokale situatie worden toegespitst (denk hierbij ruimte geeft voor personen in een wonen aan de beleid op de wenselijke situatie). Dit zou woning ook in zones in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen.
bouwbesluit en verordening
ja
nee
Betreft bouwvalligheid woning, geldt voor iedere gemeente
Is niet ergens anders geregeld, wanneer sloop niet verplicht gesteld kan worden in een dergelijke overal situatie is dit een manier om de veiligheid te waarborgen.
ja
nee
betreft gevaar voor gezondheid in gebouw, geldt voor iedere gemeente
Dit kapstokartikel kan mogelijkheid bieden om gemeenten te adviseren over algemene veiligheidsrisico's bij het gebruik van een bouwwerk.
mogelijk
overnemen
(Brand)gevaarlijke stoffen zijn in bepaalde hoeveelheden niet wenselijk in bebouwde omgeving. Er dient rekening te worden gehouden met voorkomen en beperken van brand, brandgevaar en ongevallen. Opnemen in VRBZO omgevingsplan. Aandachtsgebieden gelden van rechtswege en worden niet in plan opgenomen. De gemeente moet in het omgevingsplan binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico.
overnemen
VRBZO
Eventuele aanpassingen aan dit artikel zal in overleg met met de veiligheidsregio moeten gebeuren aangezien zij wanneer zij van een bluswatervoorziening gebruik moeten maken dit wel mogelijk moet zijn. Het blijft in deze gevallen namelijk sprake van een noodsituatie waarin snel gehandeld moet kunnen worden. DIt artikel heeft overal veel samenhand met artikel 2.2.3.7. In geval van brand moet de brandweer zo snel mogelijk bluswater bij het voertuig hebben. Dit wordt geborgd door beschikbaarheid van opstelplaatsen. Daarnaast is dit artikel voor VR van belang bij voorbereidingen op en het bestrijden van brand.
overal
zie de toelichting Bkl bij art. 22.11 bruiddschat hiervoor
zie de toelichting Bkl bij art. 22.11 bruiddschat hiervoor
gereserveerd
is gelijk
ja
nee
veranderingen altijd in overleg met veiligheidsregio. (Brand)gevaarlijke stoffen zijn in bepaalde hoeveelheden niet wenselijk in Betreft brandgevaar door bebouwde omgeving. Er dient rekening gehouden alle terrein behalve woonwijken tenzij brandgevaarlijke stoffen, dit geldt voor te worden met voorkomen en beperken van aan huis gebonden beroep iedere gemeente brand, brandgevaar en ongevallen. De VR kan daarnaast adviseren over de mogelijke risico's van deze stoffen nabij bouwwerken.
zie de toelichting Bkl bij art. 22.11 bruiddschat hiervoor
Lid 1 komt overeen met artikel1a lid 3 woningwet, Lid 2 komt overeen met artikel 1a lid 2 is gelijk woningwet, lid 3 komt overeen met artikel 7.22 Bouwbesluit 2012
ja
nee
Betreft een zorgplicht, geldt voor iedere gemeente
Dit kapstokartikel kan mogelijkheid bieden om gemeenten te adviserne over algemene veiligheidsrisico's bij het gebruik van een bouwwerk.
overal
zie de toelichting Bkl bij art. 22.11 bruiddschat hiervoor
ja
nee
bijna gelijk aan artikel 2.2.4.2., wellicht samen te voegen?
overal
Artikel 7.6 Bouwbesluit 2012
Artikel 7.20 Bouwbesluit 2012
is gelijk (alleen nu in bouwbesluit samen met het gestelde in artikel 2.2.4.3)
Betreft bouwvalligheid, geldt voor iedere gemeente
22.23
22.24
Vrijstelling archeologisch onderzoek
Algemene afbakeningseisen
Cultureel erfgoed
Vergunningsplichten m.b.t. bouwen, in stand houden en gebruiken bouwwerken
1. Als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, zijn die regels niet van toepassing als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2. 2. Het eerste lid is van GK overeenkomstige toepassing voor zover er met betrekking tot die regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een andere oppervlakte dan 100 m2 geldt. In dat geval geldt die afwijkende andere oppervlakte.
Erfgoed, monumenten
Bouwen
ja
22.25
Meetbepalingen
Vergunningsplichten m.b.t. bouwen, in stand houden en gebruiken bouwwerken
Bouwen
JA
22.26
Mantelzorg
Vergunningsplichten m.b.t. bouwen, in stand houden en gebruiken bouwwerken
Bouwen
JA
1. De artikelen 22.28 en 22.35 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning. 2. Bij de toepassing van de artikelen 22.28 en 22.35 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een GK uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.28, onder a, of 22.35, onder a, of een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 22.35, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg
1. Voor de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van GK ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven. 2. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.
Bij de toepassing van de paragrafen 22.2.7.2 en 22.2.7.3 wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het GK hoofdgebouw.
overnemen
Erfgoedwet art. 9.1 (wat verwijst naar &1 van Hfd. 5 is gelijk uit Monumentenwet 1988)
ODZOB?
nee
mogelijk
Afhankelijk wat er al geregels is in omgevingsplan kan deze geschrapt worden
?
ja
nee
Afbakening, geldt voor iedere gemeente
ja
nee
meetbepaling, geldt voor iedere gemeente
ja
nee
Betreft mantelzorg, geldt voor iedere gemeente
Geldt voor iedere gemeente
overnemen
afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg
Artikel 5 lid 1 en lid is gelijk 2 bijlage II Bor
overnemen
afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg
Artikel 1 lid 2 en lid is gelijk 3 bijlage II Bor
overnemen
afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg
Artikel 1 lid 5 bijlage II Bor
is gelijk
overnemen
komt voor uit omgevingsplan
Artikel 2.1 lid 1 onder a en/of c van de Wabo
is gelijk
ja
nee
overnemen
komt voor uit omgevingsplan
Artikel 2 en 3 bijlage II Bor
Er is een selectie uit de eerdere artikelen overgenomen in het nieuwe artikel, dat wat overgenomen is is gelijk gebleven
ja
nee
beleid mantelzorg
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.
22.27
22.28
22.29
22.30
22.31
Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Uitzondering op vergunningplicht 22.27
Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Bouwen
Bouwen
Inperking 22.28 vanwege cultureel erfgoed
Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Bouwen en erfgoed
Algemene beoordelingsregels
Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Bouwen/omgevingskwalitei t
Specifieke beoordelingsregel
Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Bouwen
GK
ja
ja
Het verbod, bedoeld in artikel 22.27, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. op de grond staand; 2°. gelegen in achtererfgebied; 3°. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied; 4°. niet hoger dan 5 m; 5°. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6°. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; b. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. op de grond staand; 2°. niet hoger dan 5 m; en 3°. de oppervlakte niet meer GK dan 70 m2; c. een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:1°. gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; 2°. voorzien van een plat dak; 3°. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 4°. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 1.
Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is artikel 22.28 niet van toepassing. 2. Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen artikel 2.2.7.2.2, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing. 3. Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functieaanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht GK is gegeven, is artikel 22.28 alleen van toepassing voor zover het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op erf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat erf niet ook deel uitmaakt van het erf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied. 4. Artikel 22.28, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van 50 m2 of meer; b.
in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de activiteit in overeenstemming is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 22.2.4; en b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, GK beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, tenzij: 1°. het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of 2. het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend. c. ingeval de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie; 1°. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2°.
bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem, als het technisch en milieuhygiënisch mogelijk is om sanerende of andere In afwijking van artikel 22.30, onder a, kan de omgevingsvergunning ook worden verleend als de activiteit in overeenstemming is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.
SS
aanpassen van de regel is beste
overal
overal
dit moet vastgelegd zijn aangezien je anders discussies kan krijgen over de wijze van bepalen
overal
overal
gezien de schrijfwijze van de vergunningsvrije activiteiten wordt eerst deze verbodsbepaling vastgelegd. Schrijfwijze is artikel 3 Bijlage II Bor was verschillend, maar komt inhoudelijk overeen. overal Dit artikel biedt kaders waarbinnen gebouwd kan worden. Voormalige bestemmingsplantoets. De VR kan gemeenten adviseren of een bouwwerk binnen een bepaald gebied mogelijk/wenselijk is
overal
geldt voor iedere gemeente
overnemen
afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg
Artikel 2.10 lid 1 Wabo en art. 12a lid 1 Woningwet
overnemen
overnemen
Lid 1 en lid 2 artikel 4a bijlage II Bor, lid is gelijk 3 artikel 5 lid 4 bijlage II Bor
We willen de mogelijkheid benutten om een vergunning te verlenen op het moment dat de aanvraag voldoet aan de criteria van een wijzigingsbevoegdh eid in het omgevingsplan, vooruitlopend op de vaststelling.
de verwijzigen zijn veranderd, maar inhoudelijk is het gelijk. Art. 4.19 Omgevingswet verwijst naar de beleidsregels uiterlijk van bouwwerken.
monumentenbeleid- verordening
NRK
Nu moet er eerst een wijzigings/uitwerkingsplan (conform artikel 3.9a Wro) met toepassing van artikel 3.4 Awb artikel 3.6 Wro, vastgesteld worden, wijzigingsbevoegdh voordat er Nee. eid in een vergunning kon bestemmingsplan worden verleend. In de OW kan dit met een reguliere procedure wanneer er wordt voldaan aan de binnenplanse regels
ja
ja.
ja, de planregels in het omgevingsplan zijn door de gemeente te bepalen dus hierin is er voldoende ruimte voor speciefieke aanvullingen
nee
nee
nee
Betreft uitsluiting van vorige artikel mbt monument, dit geldt voor iedere gemeente
monumenten
geldt voor iedere gemeente
In het Omgevingsplan van rechtswege komt de term redelijke eisen van welstand toch terug en wordt de vergunning pas verleend als het plan voldoet hieraan, beoordeeld volgens de beleidsregels zoals bedoeld in art. 4.19 van de Omgevingswet (uiterlijk van bouwwerken)
geldt voor iedere gemeente
Door deze regels is een wijzigings- of uitwerkingsmogelijkheid in het omgevingsplan middels een reguliere procedure te vergunnen. Hierdoor kan een ontwikkelling waar in het omgevingsplan ruimte voor is gemaakt (maar nog overal niet tot in detail bekend is of is uitgewerk) sneller gerealiseerd worden. Er moet dan wel in de vaststelling van het omgevingsplan rekening gehouden worden met deze ontwikkelingsruimte die het omgevingsplan biedt of kan bieden.
overal
De huidige welstandsnota wordt door het overgangsrecht omgezet naar beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken zoals bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Ook ander beleid dat door de gemeenteraad is vastgesteld als aanvulling op de welstandsnota valt hieronder. (beeldkwaliteitplannen bv) Bij een ongewijzigde welstandsnota kunnen de verwijzingen naar en de terminologie uit de vervallen regelgeving worden gebruikt. Dat heeft geen rechtsgevolgen, omdat dit via het overgangsrecht is afgedekt.
Wel opletten bij bijvoorbeeld de plan-mer, want daarbij moet rekening gehouden worden met ontwikkelingsruimte.
mm nog wel kijken hoe we omgaan met wijzigingsbev uit bestaande plannen
de wijzigingsbevoegdheid blijft gelden
Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken
22.32
Specifieke beoordelingsregels bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht
22.33
Binnenplanse Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse vergunningsplicht omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken op omgevingsplanactiviteit bodemgevoelige locatie bouwwerken
Erfgoed, monumenten
Aanvraagvereisten
Binnenplanse vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Bouwen
22.35
Binnenplanse vergunningsvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met Omgevingsplan
Activiteiten mb.t.bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit Omgevingsplan
Bouwen
22.36
Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen
Activiteiten mb.t.bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit Omgevingsplan
Bouwen
22.37
22.38
Inperking 22.35 vanwege cultureel erfgoed
Inperking artikel 22.35 vanwege externe veiligheid
Activiteiten mb.t.bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit Omgevingsplan
22.3 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN
overnemen
afstemmen met landelijke regelgeving, wellicht kan het (deels) weg
Artikel 2.10 en artikel 2.12 lid 1 onder d Wabo
gelijk
NRK
ja
[Dit artikel is in de bruidsschat in de voorjaarsversie van het Invoeringsbesluit Omgevingswet gereserveerd. In de voorjaarsversie van het Aanvullingsbesluit Bodem is dit artikel niet ingevuld. In de definitieve versie van de bruidsschat zal dit artikel – onder vernummeringkomen te vervallen]
22.34
Activiteiten mb.t.bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit Omgevingsplan
1. In afwijking van artikel 22.30 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als: a. voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet van kracht is; en b. de activiteit niet in overeenstemming is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. 2. In afwijking van artikel 22.30 wordt de omgevingsvergunning ook geweigerd, als: a. voor de locatie waarop de aanvraag GK betrekking heeft een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet van kracht is waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden; en b. de activiteit niet in overeenstemming met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.
Bouwen
Bouwen
mogelijk
Afhankelijk of er een beschermd stadsof dorpsgezicht is kan deze gescharpt worden
mogelijk
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe GK toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde, de wijze waarop het terrein wordt ontsloten, de aangrenzende terreinen en de daarop voorkomende bebouwing en het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g.
gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h. voor Onverminderd de overige bepalingen van deze afdeling en de bepalingen van afdeling 22.3 zijn in ieder geval in overeenstemming met dit omgevingsplan: a. het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in artikel 22.28, onder a, als in aanvulling op de in dat onderdeel gestelde eisen ook wordt voldaan aan de volgende eisen: 1°. voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan: i. 5 m; ii. 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en iii. het hoofdgebouw; 2°. voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw: i. als het bijbehorend GK bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger is dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; en ii.
functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg; 3°. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan: i. bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; ii. bij een bebouwingsgebied 1. Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.35, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m vanhet oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 22.35, onder a, onder 2°, onder ii, van overeenkomstige toepassing. 2. Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.35, onder a, wordt gebruikt voor GK huisvesting in verband met mantelzorg, gelden in plaats van de in artikel 22.35, onder a, onder 3°, gestelde eisen de volgende eisen: a. in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; b. de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en c. buiten de bebouwde kom.
Artikel 22.35 is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument; of b. op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.
GK
Artikel 22.35, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of Bzone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen; b. op een locatie waar de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in HM een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of c. op een locatie binnen een afstand als bedoeld in: 1°. artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is; 2°. artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 3°. artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 4°.
artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; 5°. artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten
komt voort uit omgevingsplan, landelijke afstemmimng onderzoeken
nee
Zijn aanvraagvereisten die minimaal nodig zijn
Dit is het minimum aan relevante stukken om deze activiteit te beoordelen. Wellicht moet er ruimte komen voor maatwerk, daar waar dat in het omgevingsplan is bepaald kan er nog meer noodzakelijk zijn voor de beoordeling en dit opgevraagd worden.
overal
is gelijk
ja
nee
betreft binnenplanse vergunningsvrij, geldt voor iedere gemeente
Nu zijn alleen de regels opgenomen voor bijbehorende bouwwerken. Er bestaat hier de ruimte om meer bouwactiviteiten toe te voegen wanneer het bevoegd gezag dit wenselijk vindt.
overal
is gelijk
ja
nee
geldt voor iedere gemeente
Aangezien er bij de eerste regels voor het vergunningvrij bouwen onduidelijkheid bestond bij dit soort bijzondere gevallen is dit artikel overal toegevoegd. Wanneer je de eerder artikele omtrent de vergunningsvrije activiteiten onveranderd in stand houdt heb je dit nodig.
alleen wanneer de vergunningvrije activiteiten geschrapt worden of aangepast worden moet dit artikel ook herzien worden
Nu staat er in de Bor omschreven wat wel vergunningsvrij mag bij erfgoed. In dit artikel waarnaar Artkel 3a en artikel verwezen wordt is monumentenbeleid- verordening 4a bijlage II Bor er sprake van iets dat nu ook niet is toegestaan, dus is het korter omschreven als in dit mag niet.
ja
nee
Geldt voor monumenten
Wanneer het bevoegd gezag meer activiteiten direct vergunningsvrij maakt, moet er beoordeeld monumenten worden of deze activiteiten voor erfgoed wel/niet vergunningsvrij kunnen zijn
alleen wanneer de vergunningvrije activiteiten geschrapt worden of aangepast worden moet dit artikel ook herzien worden
Artikel 5 lid 3 Bijlage II Bor
Ja
mogelijk
geldt voor iedere gemeente, delen kunnen geschrapt worden als die risicos er niet zijn, bv munitiezones
Niet schrappen, vergunningsvrij bouwen in veiligheidszones is niet wenselijk. En kan voor saneringsgevallen zorgen als deze wordt verwijderd.
is gelijk
overnemen
Artikel 2 lid 3 Bijlage II Bor
overnemen
Artikel 7 bijlage II Bor
overnemen
komt voor uit omgevingsplan
gereserveerd
ja
Artikel 2.3. en artikel 2.5 Mor
overnemen
beschermde dorps- stadsgezichten
Nee
?
overal
alleen wanneer het bevoegd wenst dat er geen activiteiten meer vergunningsrvrij zijn kan de bepaling geschrapt worden. Maar dit botst met het principe dat er meer vergunningsvrij en/of meer ruimte is voor de burger in de OW.
22.39
22.40
Algemeen toepassingsbereik
Oogmerken
Milieubelastende activiteiten: algemene bepalingen
Milieubelastende activiteiten: algemene bepalingen
Milieu
Milieu
1. Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet. 2. Deze afdeling is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. evenementen, anders dan op een locatie voor evenementen en anders dan festiviteiten als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving of evenement waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een SP gemeentelijke verordening; en f. een milieubelastende activiteit met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos, die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is. 3. Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk. 4. Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten in paragraaf 22.3.7. De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a.