CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

8a.1 Transitievisie Warmte Someren 0.9

Commissie Ruimte 7 april 2021, gemeente SomerenBij agendapunt: Informatie over Transitievisie Warmte Someren 0.921.574 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 58

Bijlage A Overzicht betrokkenen 1)

Structuur van het project

De transitievisie moet gedragen worden door de hele gemeente. Daarom is er gekozen voor een projectstructuur met verschillende werkgroepen om de betrokkenheid van de belangrijkste partijen te faciliteren. Dit traject is samen met gemeente Gemert-Bakel en Deurne uitgevoerd, wat betekent dat sommige activiteiten gezamenlijk opgepakt zijn. De gemeente Someren heeft een kernteam gevormd met de beleidsadviseur van de gemeente en met de adviseurs van De Warmte Transitie Makers. Het kernteam heeft de functie om het project te coördineren, de werkgroep te raadplegen, de stuurgroep te adviseren en uiteindelijk de gemeenteraad te helpen om een besluit te nemen. De werkgroep transitievisie bestaat uit de beleidsadviseurs van de 3 gemeenten, de netbeheerder Enexis, de woningcorporaties (voor Someren: woningcorporatie WoCom), en de energie coöperaties (voor Someren : Zummere Power en DECAS) en ICAS. De werkgroep bespreekt de documenten van het kernteam en vult die aan met hun eigen informatie. De stuurgroep bestaat uit dezelfde organisaties als in de werkgroep maar op een bestuurlijk niveau. De stuurgroep bepaalt of een document voldoende rijp is om gepresenteerd te worden aan de gemeenteraad ter besluitvorming. De gemeenteraad heeft de verantwoordelijkheid om de TVW vast te stellen.

Gedurende het traject om te komen tot een definitieve versie wordt het college en de gemeenteraad regelmatig geïnformeerd over de voortgang. Het waterschap Aa en Maas wordt in dit traject geïnformeerd en neemt geen deel aan de werkgroep Bewoners en bedrijven van Someren worden op de hoogte gehouden via de website van de gemeente, via het energieloket en via bewonersavonden. De webinars zijn terug te vinden op : Gemeente Someren: Someren Aardgasvrij

Figuur 14 Overzicht van betrokken partijen bij het opstellen van de Transitievisie Warmte.

2) Rol van de verschillende partijen ●

Gemeente Someren: De gemeente voert regie in het traject naar een TVW en daarna in de realisatie van de warmtetransitie. De gemeente organiseert het proces en zorgt voor de projectcoördinatie. Ze betrekt alle partijen, stelt projectbegeleiders aan en draagt inhoudelijk bij vanuit de doelen en de rol die de gemeente speelt in gebieds- en wijkontwikkelingen. De gemeente levert input en data aan over de buurtkarakteristieken en ontwikkelplannen, zoals vervanging van riolering en andere

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 59

●

●

● ● ●

●

43

wijkontwikkelingen. Ook speelt de gemeente een belangrijke rol in de communicatie richting bedrijven, instellingen en bewoners. Verder houdt de gemeente zich bezig met het ontwikkelen van wijkplannen. De gemeente speelt in op buurtinitiatieven. De reeds aangekondigde nieuwe Warmtewet deelt ook een rol toe aan gemeente om aan te (kunnen) sturen op de ontwikkeling van warmtenetten. Welke rol de gemeente hierin inneemt hangt van verschillende factoren af. De visie hierop zal in de komende jaren ontwikkeld worden. Woningbouwcorporatie WoCom: De woningbouwcorporaties bezitten ca 150043 woningen (20% van totaal) in Someren. In de werkgroep dragen ze bij door hun ontwikkel- en renovatieplannen en de visie op de warmtetransitie vanuit hun vastgoed in te brengen. Hierdoor kunnen plannen over investeringen in infrastructuur en vastgoed op elkaar afgestemd worden. Ook hebben de woningbouwcorporaties veel kennis over kosten en haalbaarheid. Uiteindelijk resulteert dit in een investeringsbesluit. Tot slot spelen ze een belangrijke rol in de communicatie richting bewoners. De werkgroep wil zo zorgen dat de communicatie naar eigenaren en huurders in de buurt eenduidig en goed op elkaar afgestemd is. ZummerePower (energiecooperatie) : ZummerePower geeft ondersteuning over verduurzaming van de woning aan individuele bewoners door middel van energiescans verbouwingsadvies (isolatie).

Ze proberen om makelaars te mobiliseren voor de aanpak van nieuwe woningen (of als de eigendom verandert) zodat je geen bewoners krijgt met “spijtverbouwing”. Zij zijn aanjager en activeert bewoners. Zij hebben lokale kennis. Ook hebben zij later in het traject de rol om bewoners te informeren over de transitievisie en wat dat voor hen betekent. Zij kunnen buurtinitiatieven en wijkverenigingen ondersteunen in de opstartfase, door middel van het inzetten van communicatiekanalen en ondersteunen bij informatievoorziening en voorlichting. DECAS (Duurzame Energiecoöperatie Asten-Someren): DECAS geeft ondersteuning over verduurzaming glastuinbouw. DECAS is goed voor 90% van glastuinbouw. ICAS : Ondernemersvereniging Industrieel Contact Asten-Someren (ICAS) heeft contact met de bedrijven van de ondernemers van Someren. Enexis : Enexis beheert het aardgas- en elektriciteitsnet. Door slimme investeringen werkt Enexis aan een veilig, betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam energienet. Enexis draagt bij met haar kennis over mogelijkheden voor (collectieve) energieoplossingen. Een belangrijk speerpunt daarbij is het bepalen van het moment waarop geïnvesteerd kan worden en wanneer (onder welke voorwaarden) dit wenselijk is. Gebouweigenaren en bewoners : Juist bij deze partijen komt de warmtetransitie tot achter de voordeur.

Op buurtniveau zijn intensieve traject met de gebouweigenaren nodig om tot een slimme en gedragen keuze te komen voor een nieuwe collectieve energie-/warmtevoorziening. Deze gebouweigenaren zijn hoofdzakelijk bewoners, ook spelen (particuliere) verhuurders een cruciale rol. Als het aardgas verdwijnt zullen gebouweigenaren isolatie, ventilatie en alternatie verwarmingsinstallaties moeten overwegen om hun woning / gebouwen betaalbaar, veilig en comfortabel te verwarmen. Op bedrijventerreinen werken bedrijven (en de gemeente) soms samen aan gemeenschappelijke voorzieningen of een gebiedsvisie. Afstemming met bedrijven en bedrijfsterreinen is essentieel om ook voor deze doelgroep tot een passende alternatieven warmtevoorzinging te komen. Lang niet alle bedrijventerreinen zijn georganiseerd. Het speelveld van bedrijven is daardoor versnipperd waardoor vertegenwoordiging en afstemming met bedrijven niet eenvoudig op te zetten is. De gemeente Someren wil in de komende jaren nagaan hoe ze het beste afstemming kan organiseren met deze doelgroep

1356 van WoCom, 110 van Wonen Limburg, 62 van Mooi Land, en 5 van Bergopwarts

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 60

Bijlage B – Afwegingskader Criteria aardgasvrije technieken Bij de keuze van een aardgasvrije warmtevoorziening wegen allerlei aspecten mee, zoals kosten, duurzaamheid en betrouwbaarheid. We maken de keuze op grond van de onderstaande criteria, die onder de afbeelding verder worden toegelicht.

Duurzaamheid, milieu Benodigde hoeveelheid primaire energie – Primaire energie wordt gedefinieerd als de energie die nodig is aan de bron om het uiteindelijke warmtevraag te dekken. Er wordt dus rekening gehouden met de energie die verloren gaat tijdens transport, opslag en conversiestappen in de keten, en een positieve bijdrage vanuit omgevingswarmte. Een warmteoplossing met een lage primaire energievraag en goede efficiëntie legt minder beslag op de (veelal schaarse) energie-/warmtebronnen. Voor de berekening wordt aangesloten bij de definities uit de BENG-norm. CO -uitstoot – De totale uitstoot van CO -equivalenten in het uiteindelijke warmteconcept. We bekijken alleen de CO -uitstoot van verwarming, koeling, warm tapwater en ventilatie. Voor de berekening wordt aangesloten bij de aannames en definities uit Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte van het PBL. 2

2

2

Omgevingsimpact, ruimtebeslag – Hoeveel ruimte neemt de oplossing in beslag? Is er negatieve impact op het landschap, of op de ruimtelijke kwaliteit in de buurt? Kwaliteit lucht, water en bodem – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de luchtkwaliteit, bodem- of waterkwaliteit? Hieronder vallen: ● Luchtkwaliteit: de uitstoot van onder andere fijn stof, roet en stikstofoxiden. ● Bodemkwaliteit: risico op verspreiding van bodemverontreinigingen bij toepassing bodemenergie, of juist versnelde afbraak verontreinigde stoffen bij toepassing bodemenergie. ● Waterkwaliteit: invloed (positief of negatief) op de waterkwaliteit en de biodiversiteit in het water Duurzaamheid in de keten – Leidt de oplossing tot negatieve milieu-impact elders, bijvoorbeeld ontbossing, of uitputting van schaarse grondstoffen? Sociaal Draagvlak – Is er draagvlak/acceptatie onder de bewoners en lokale ondernemers in de buurt voor de gekozen oplossing? Inpasbaarheid & wenselijkheid in de woning – Hoe goed is de oplossing inpasbaar in de woning? Neemt de oplossing veel ruimte in de woning in beslag? Is er een ingrijpende verbouwing nodig?

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 61

Gezondheid, welzijn, leefbaarheid – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de directe leefomgeving? Is er een effect op gezondheid of leefbaarheid? Hieronder vallen: ● Geluidhinder: geeft de gekozen techniek geluidhinder binnen de woning of op de omgeving? ● Binnenklimaat: leidt de oplossing tot (on)gezondere lucht binnenshuis? ● Comfort: verandert het comfort van de woning? (negatief dan wel positief) Overlast - Kunnen we de overlast beperkt houden? Economisch Nationale kosten - De totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Voor de berekening wordt aangesloten bij de Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte van het PBL. Kosten voor de eindgebruiker – Alle kosten die een eindgebruiker betaalt voor de omschakeling op aardgasvrij verwarmen. Dat zijn zowel de maandelijkse energielasten als kosten voor (het gebruik van) installaties en isolatie. Alle subsidies en belastingen zijn hierin verwerkt. Eindgebruikers zijn huurders en eigenaar-gebruikers van gebouwen (bewoners en ondernemers). Kosten voor de eigenaar die investeringen doet, maar geen voordeel heeft van lagere energielasten (in het geval van woningcorporaties).

Kwaliteit business case – Een gezonde robuste business case voor alle partijen zorgt dat investeringen beschikbaar komen en vermindert het risico dat projecten niet van de grond komen of stil komen te liggen. Onzekerheid in prijsstelling – Grote financiële risico’s worden zoveel mogelijk vermeden. Voor bewoners moet duidelijk zijn wat hun lasten zullen worden. Kan gegarandeerd worden dat zij niet voor verrassingen komen te staan, bijvoorbeeld door een elektriciteitsverbruik dat veel hoger blijkt dan voorspeld? Juridisch kader – Moet er juridisch nog veel geregeld worden om deze oplossing mogelijk te maken? Is de wet- en regelgeving al passend? Technologisch Beschikbaarheid bronnen – Is de bron in voldoende mate aanwezig? Is de bron nu en in de toekomst rendabel te exploiteren? Het optimaal benutten van de lokaal beschikbare (warmte)bronnen heeft de voorkeur boven het importeren van energie van buiten de gemeente. Onzekerheid in performance – Is het een bewezen techniek? Als het een nieuwe techniek is, wat kan er gezegd worden over de performance? Veiligheid – Zijn er risico’s voor de (externe) veiligheid verbonden met de techniek? In hoeverre kunnen deze risico’s worden beheerst? Robuustheid, continuïteit – Leveringszekerheid van de warmtevoorziening is cruciaal.

Brengt de gekozen techniek een groter risico op uitval of storingen met zich mee, dan we van het huidige energiesysteem gewend zijn? Als er iets uitvalt, is er dan een vervanging (back-up)? Meekoppelkansen - Hoe goed sluit de oplossing aan bij andere ontwikkelingen in de buurt? Zijn er qua timing meekoppelkansen, bijvoorbeeld met groot onderhoud, vervanging van riolering of asfalt of aanleg van glasvezel? Maar ook: hoe goed past de oplossing bij de gebiedsontwikkeling?

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 62

Bijlage C Technische analyse & kentallen In Figuur 14de bouwjaren in gemeente Someren op de kaart.

Figuur 15 Bouwjaren in gemeente Someren en gemarkeerde locaties van bedrijventerreinen

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 63

Tabel 5 Voorspelde (economisch rendabele) labelstappen. Voor de woningen in Someren is zoveel mogelijk uitgegaan van de energielabels (bron: RVO). Voor de woningen waar geen energielabel bekend was (minder dan 1%), is een classificatie gemaakt op basis van het bouwjaar. De verschillende energielabel/bouwjaarklassen zijn gelinkt aan een bepaalde warmtevraag (kentallen, bron: Greenvis). De mogelijke besparing is berekend door de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken. Huidig energielabel

G

F

E

D

C

B

< 1920

1920 – 1940

1941 – 1974

1975 – 1982

1983 – 1991

1992 – 2005

Huidige warmtevraag ((GJ/m2/jaar)

0.44

0.44

0.44

0.41

0.32

0.27

0.22

Voorspeld label (2050)

D/C

C/B

B/A

B/A

B

A

A

Besparing

18%

34%

45%

41%

17%

18%

0%

Warmteprofiel na besparing

Hogere temperatuur

Gebruikte bouwperiode wanneer het label onbekend is

A

> 2005

Legenda bouwjaar/energielabel

Midden/lage temperatuur

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 64

Lage temperatuur

Figuur 16 Warmtevraagdichtheid utiliteit in gemeente Someren. De gebruiksdata van utiliteit zijn minder robuust dan voor woningen, doordat er veel verschillende gebruiksfuncties voorkomen binnen utiliteit. De kaart geeft wel een indicatie waar de warmtevraag van utiliteit geclusterd is.

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 65

Figuur 13 Koudevraagdichtheid utiliteit in gemeente Someren. De gebruiksdata van utiliteit zijn minder robuust dan voor woningen, doordat er veel verschillende gebruiksfuncties voorkomen binnen utiliteit. De kaart geeft wel een indicatie waar de koudevraag van utiliteit geclusterd is. Bedrijven die veel koudevraag hebben, kunnen een rol spelen in het balanceren van WKO systemen en/of kunnen lokaal restwarmte beschikbaar hebben voor lokale inzet.

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 66

Bijlage D Niet of beperkt aanwezige warmtebronnen Warmtebronnen met weinig of geen potentie Restwarmte Bedrijven

In gemeente Someren bevinden zich een aantal supermarkten of andere bedrijven die een relatief kleine potentie voor restwarmte (uit koeling) hebben (< 5 TJ). De potentie is dusdanig klein en/of de locatie te ver (> 1 km) van gebieden waar een collectieve oplossing kansrijk is. Daarom zijn deze bronnen niet opgenomen in de bronnenkaart. Het gaat om: -

Aquathermie

Van Rooi Meat BV Someren-Eind (4.5 TJ) Supermarkt Jan Linders (4 TJ) Bakkerij van de Mortel (3 TJ) Albert Heijn Someren (1 TJ) Slachthuis (onbekend)

Daarnaast staat op het bedrijventerrein bij Someren de fabriek van Larco (soepfabriek). De potentiële restwarmte van deze fabriek is onbekend, maar het kan lonen hier verder onderzoek naar te doen. Voor de mogelijkheden voor de inzet van aquathermie is gekeken naar oppervlaktewateren die dichtbij de bebouwde kom liggen én een potentie voor warmtewinning groter dan 5 TJ per jaar hebben. Hierom worden kleine sloten en plassen niet genoemd, maar op heel lokaal niveau (klein-collectief) kan oppervlaktewater voor een rijtje woningen een mogelijkheid zijn. Daarnaast is er een tweetal wateren die een potentie voor warmtewining groter dan 5 TJ hebben, maar te ver van een mogelijk afzetgebied liggen. Dat zijn:

Riothermie

Biomassa

Beuven (90 TJ) en Plas ten oosten van Someren (5 TJ) In Someren staat naast rioolgemaal Someren Noord nog een rioolgemaal, Someren Noord. De potentie van dit gemaal is minder dan 5 TJ per jaar en daarom niet meegenomen in de inventarisatie. Bij Vlaspluim B.V. is een SDE subsidies aangevraagd voor een biomassaketel. Hier wordt vaste biomassa uit snoeithout ingezet voor de productie van warmte. Hoewel de biomassa die hier gebruikt wordt, dus niet ergens anders ook ingezet kan worden, is het waardevol om dit soort bestaande projecten op de radar te hebben.

Opkomende technieken Waterstof Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nog toe meestal elektriciteit gebruikt uit fossiele gas- en kolencentrales (grijze waterstof). Het is ook mogelijk om groene energie te gebruiken (groene waterstof). Een voordeel van de inzet van waterstof is dat – met beperkte aanpassingen – het bestaande gasnet gebruikt kan blijven worden. Een overstap naar waterstof heeft daarom het voordeel dat het minder grote ingrepen in de openbare ruimte vraagt. Ook zijn de vereiste ingrepen in de woning beperkt, omdat waterstof warmte kan leveren op hoge temperatuur. Waterstof is

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 67

bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te maken. Het is dan ook het meest logisch om waterstof in te zetten waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn. In de meeste toekomstvisies worden vooral de industrie, zwaar transport en de vliegtuigsector genoemd als de sectoren waar waterstof het meeste bijdraagt aan verduurzaming. Bij monumentale panden of oude woningen die hoge temperatuur afgifte nodig hebben en waar isolatie beperkt wordt kan groene waterstof interessant zijn. Ook wordt een rol van waterstof voorzien in het balanceren van het elektriciteitsnet. Waterstof wordt opgeslagen om stroom te produceren als er tijdelijk minder zonne- en windenergie wordt opgewekt. Er moet dus kritisch gekeken worden waar waterstof het meest logisch is om in te zetten.

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 68

Bijlage E Toelichting Startanalyse Leidraad Eén van onze belangrijkste uitgangspunten, is dat we zoeken naar de optie met de laagste kosten. Voor een eerste inschatting van de totale kosten van de diverse warmte-opties gebruiken we de Leidraad Startanalyse van het Expertise Centrum Warmte. Hierin wordt de oplossing berekend met de laagste “nationale kosten”: de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt. Het is inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. De berekening uit de Leidraad Startanalyse gaat per CBS-buurt. Omdat binnen een CBS-buurt heel verschillende huizen kunnen staan, hebben we in de analyse hierboven (hoofdstuk 4) ook naar kleinere clusters bebouwing gekeken. De analyses kunnen hierdoor van elkaar afwijken. De startanalyse Leidraad is een rekentool die landelijk beschikbaar wordt gesteld. De tool geeft gemeenten inzicht in de alternatieven voor aardgas per CBS buurt en geeft ook een indicatie van de kosten. Er zijn een aantal landelijke aannames/datasets gebruikt die op lokaal niveau mogelijk niet kloppen. Hoe werkt de Startanalyse Leidraad: ● ●

●

Er worden diverse informatiebronnen in het model gezet. Zo wordt er een inschatting gemaakt van de grootte van potentie van warmtebronnen (Deze potentie is vaak te ruim ingeschat). De Leidraad startanalyse geeft op basis van alle input tot op woningniveau een inschatting van de kosten per warmteoptie. Er worden meerdere scenario’s door gerekend. Het scenario met de laagste kosten wordt zichtbaar gemaakt in een kaart. Scenario’s die nét iets slechter scoren, zijn niet zichtbaar, maar mogelijk wel interessant bij nader onderzoek. Het model brengt de resultaten niet per individueel huis in beeld, maar per CBS wijk of buurt. Binnen een buurt kunnen er verschillen zijn in de wenselijke warmtevoorzieningen. In de Leidraad komen alleen de gemiddelde van een buurt naar voren. Dit brengt verschillen binnen een CBS buurt dus niet in beeld. De CBS buurt Someren bevat bijvoorbeeld zowel gebieden waarvoor een individuele aanpak goed werkt, als gebieden waarvoor een warmtenet of groen gas passend is. Het samenvattende eindbeeld van de Startanalyse Leidraad geeft het scenario ‘individuele oplossing’ als best passend voor de gehele CBS buurt.

In Figuur 19 is de uitkomst van de Leidraad van het Expertise Centrum Warmte weergegeven voor gemeente Someren.

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 69

Figuur 19 Weergave scenario’s met de laagste nationale kosten per gereduceerde ton CO2 uitstoot uit de Leidraad voor gemeente Someren. Een groot deel van de gemeente heeft een individuele elektrische warmtepomp als goedkoopste oplossing. De buurt Verspreide Huizen Diepenhoek heeft een Warmtenet met LT bron toegewezen gekregen en de andere buurten een Groen Gas oplossing. De buurt Verspreide Huizen Diepenhoek bevat met 191 huizen en 17 utiliteitsobjecten relatief weinig bebouwing. Bovendien wordt maar 6% van de gebouwen aangesloten op het Warmtenet met als LT-bron aquathermie uit het kanaal. Waarschijnlijk bestaat de 6% met name uit een aantal van de grote kassen in het noorden van deze buurt. Hieronder is per buurt te zien wat de extra nationale kosten per ton CO2 en per WEQ per jaar zijn ten opzichte van het referentiescenario in 2030 als we aardgas zouden blijven gebruiken. Alle buurten die groen gas toegewezen krijgen, zijn goedkoper dan de buurten die een individuele oplossing toegewezen krijgen. Voor inzet van groen gas zijn namelijk geen aanpassingen aan radiatoren nodig. Ook het isolatieniveau hoeft minder hoog te zijn. Vanwege beperkte beschikbaarheid van groen gas, is nog niet zeker of groen gas ook in alle groen gebieden kan worden ingezet.

Figuur 20 De extra nationale kosten per ton CO2 per CBS buurt. De kleuren corresponderen met de strategie die voor de CBS buurt het goedkoopste is. In gemeente Someren voorziet de Startanalyse van

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 70

de Leidraad alleen Individuele-(paars) en Groen gas oplossingen (groen) en één Warmtenet op LT-bron oplossing (blauw).

Figuur 21 De extra nationale kosten per woningequivalent (WEQ. De kleuren corresponderen met de Individuele (paars) en Groen gas oplossingen (groen) en één Warmtenet op LT-bron oplossing (blauw). In Verspreide Huizen Diepenhoek zijn de kosten per WEQ laag, doordat er relatief veel WEQs aanwezig zijn; dat heeft te maken met een aantal grote kassen in deze buurt die een warmtevraag hebben van een groot aantal woningequivalenten. Het totaal aantal woningequivalenten in deze buurt is 1464. Voor de varianten die als goedkoopste oplossingen naar voren komen, is ook gekeken naar het het verschil in kosten met eerste volgende goedkoopste alternatief. In Figuur 22 is te zien dat voor de Groen gas oplossingen de verschillen oplopen tot 100%. Dit betekent dat de groen gas oplossing tot wel twee keer goedkoper is dan het eerste volgende alternatief. Het eerst volgende alternatief is een individuele warmtepomp óf een warmtenet oplossing. Het is niet kenmerkend voor gemeente Someren dat de verschillen bij Groen gas zo groot zijn; de Startanalyse houdt rekening met een beperkte beschikbaarheid van Groen gas. Hierdoor krijgen alleen de buurten waar Groen gas duidelijk/veel goedkoper is dan de alternatieven ook daadwerkelijk Groen gas toegewezen. Wat wel kenmerkend is voor gemeente Someren, is dat er relatief veel buurten Groen gas toegewezen hebben gekregen.

Voor de buurten die een individuele oplossingen toegewezen hebben gekregen in de Startanalyse, is het verschil in extra nationale kosten per ton CO2 relatief klein met het goedkoopste alternatief. Voor deze buurten wordt Groen gas niet als alternatief gezien, vanwege de beperkte beschikbaarheid van Groen gas. Dat betekent dat de paarse kolommen in onderstaande grafiek het verschil in extra nationale kosten laat zien tussen een individuele oplossing en een warmtenet oplossing. Dit kan zijn een hoge- of lage temperatuur warmtenet oplossing. Bij de warmtenet oplossingen moet wel in acht genomen worden dat niet (altijd) alle woningen op het warmtenet aangesloten worden in de CBS buurt waarvoor de strategie is aangewezen. Zo is voor Someren het verschil tussen inzet op een individuele oplossing en inzetten op een warmtenet erg klein. Dit is in lijn met het beeld wat we schetsen in hoofdstuk 3. Voor delen van Someren is inzet van een warmtenet interessant. Voor Verspreide Huizen Diepenhoek is het verschil met het goedkoopste alternatief ook klein. Een individuele oplossing is maar een paar procent duurder dan de LT-bron warmtenet oplossing.

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 71

Figuur 22 Verschil in extra nationale kosten tussen de goedkoopste strategie en het goedkoopste alternatief daarvan

DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 72

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9935775/1