8a.1 Transitievisie Warmte Someren 0.9
Tekst van het document
Transitievisie Warmte
Transitievisie Warmte Opdrachtgever: Gemeente Someren Projectnummer: DWTM20014-GSO-TVW Someren Auteurs: Daniel Peyron, Augusta Goedhart, Niek Brinkhof van de WarmteTransitieMakers Datum: 27 januari 2021
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 2
Inhoud Samenvatting
5
Inleiding
11
Waarom een warmtevisie?
11
Ambities
11
a)
11
b)
12
c)
12
Doel van dit plan Wie zijn er betrokken? Samenhang met andere trajecten Hoe gaat het hierna verder? 1. Wat is de impact?
2.
13 13 13 14 15
Wat zijn alternatieven voor koken op een gaspit? Mogelijkheden voor verwarming en warm water 17
15 15
2.1 Algemene uitgangspunten
17
2.2 Selectiecriteria startbuurt(en)
19
2.3 Criteria aardgasvrije technieken
19
3. Warmtevraag en warmtebronnen
21
3.1 Warmtevraag
21
Voorkeurswarmtevoorziening in de kernen Voorkeurswarmtevoorziening in het buitengebied 3.2 Warmtebronnen
30 30 30
Beschikbare warmteoplossingen 4. Kansrijke warmtevoorziening per buurt in 2050 Warmtevraag en bronnen in beeld: is er een match?
33
Kansen van geothermie
35
Kansen biogas
36
Conclusies uit haalbaarheidsstudie van Greenvis
36
Bedrijven en kantoren
41
5. Wanneer worden de buurten aardgasvrij?
6.
30 33
42
5.1 De verkenningsbuurten
44
5.2 Overige buurten
47
Middellange termijn (2025-2040) Lange termijn (2040-2050) Buurten met natuurlijk tempo (2020-2050) 50
47 47 48
Programma Communicatie en informatievoorziening
49
Communicatie met professionele belanghebbenden (regionaal/gemeentelijk): Overkoepelende communicatie met alle belanghebbenden
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 3
49 49
Communicatie in een verkenningsbuurt Programma Aanpak verkenningsbuurten
50 50
Programma Aanpak buurten met natuurlijk tempo en overige buurten
51
Programma Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed
52
Programma ondiepe geothermie en biogas
53
Programma ontwikkeling open warmtenet
54
Financiering en betaalbaarheid
55
Rollen gemeente
56
Doorontwikkeling TVW
56
Bijlage A Overzicht betrokkenen
57
Bijlage B – Afwegingskader
59
Bijlage C Technische analyse & kentallen
61
Bijlage D Niet of beperkt aanwezige warmtebronnen
65
Warmtebronnen met weinig of geen potentie Opkomende technieken Bijlage E Toelichting Startanalyse Leidraad
65 65 67
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 4
Samenvatting In Nederland gaan we stoppen met het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving. Waarom? Verbranding van aardgas veroorzaakt CO2uitstoot en dat heeft negatieve gevolgen voor het klimaat wereldwijd en voor Nederland. Wat gaan we doen? Tussen nu en 2050 vervangen we het aardgas door duurzame warmte, buurt voor buurt. Met wie en vóor wie? Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners zoeken we de beste oplossingen voor een duurzame gebouwde omgeving in Someren, waar onze én volgende generaties een prettige en leefbare toekomst hebben. Bij de totstandkoming van deze visie heeft de gemeente daarom samengewerkt met woningcorporatie WoCom, energie coöperatie DECAS (Duurzame Energiecoöperatie AstenSomeren) en energie coöperatie ZummerePower, netbeheerder Enexis en de Figuur SEQ Figuur \* ARABIC 1 Impact nu en in de ondernemersvereniging Industrieel Contact Asten-Someren Inwoners en ondernemers zijn betrokken tijdens bewonersavonden en door het toekomst van te (ICAS). hoge CO 2-uitstoot in Nederland. invullen van een enquête. In deze Transitievisie Warmte stippelen we het pad uit naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening.
[voorwoord of quote van wethouder?] Welke alternatieven voor aardgas zijn er? Het omschakelen van verwarming met aardgas naar verwarming met een alternatieve bron is complex. Het heeft impact op mensen en gebouwen. De oplossingen die er zijn in plaats van aardgas, zijn in te delen in drie groepen: ● Individuele oplossing: een oplossing per woning, gebouw of woonblok. Voorbeelden zijn een warmtepom of , infraroodpanelen of zonneboiler 1. ● Warmtenet: dit is een collectieve oplossing voor de hele buurt. Warm water stroomt door leidingen onder de grond naar de huizen. ● Duurzaam gas: we stappen over op een ander type gas, zoals biogas of waterstof en gebruiken hiervoor de bestaande gasleidingen. Het hangt onder andere van het type woning of bedrijfspand en type buurt af, welke oplossing het meest geschikt is. We bekijken welke huizen en bedrijfspanden er in de gemeente zijn en welke warmtevraag deze gebouwen in de toekomst hebben. We vinden het erg belangrijk dat de nieuwe energievoorziening betrouwbaar & veilig, betaalbaar en duurzaam is. Alleen als we dat voor elkaar krijgen, wordt het ook mogelijk voor iedereen om de overstap te maken. We maken geen overhaaste beslissingen: we houden rekening met nieuwe technieken en kijken naar logische momenten om de overstap te maken.
1
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 5
De eerste belangrijke stap is het isoleren van woningen. Hierdoor vermindert de vraag naar warmte, en vermindert de CO2-uitstoot direct. Ook maakt isolatie de woning geschikt voor diverse duurzame manieren van verwarmen. In de gemeente Someren staan huizen uit verschillende bouwperiodes. Hoe goed een huis geïsoleerd is, verschilt per bouwperiode. In de tabel hieronder is een overzicht te zien van de isolatiemaatregelen die nodig zijn per bouwperiode.
<1940 Slecht geïsoleerde huizen
1941-1964
1965-1982
1983-2005
Woningen met gemiddeld isolatieniveau
>2005 Goed geïsoleerde huizen
Energielabel G/F
Energielabel F/E
Energielabel E/D/C
Energielabel D/C/B
Energielabel B/A
Gebouwd zonder isolatie, geen spouwmuur
Gebouwd zonder goede isolatie, vaak wel met spouwmuur
Gebouwd met daken soms gevelisolatie
Gebouwd met redelijke isolatie
Gebouwd met goede isolatie
Historisch uiterlijk
Nieuwe uitstraling soms wenselijk
Rendabel te isoleren
Jaren ’80 isolatie vaak kostbaar
Lage temperatuur verwarming vaak al mogelijk
Beperkte isolatie mogelijk
Rendabel te isoleren
Maatregelen
Maatregelen
Maatregelen
Isolatie van binnenuit (dak, gevel, vloer)
Spouwmuur isolatie of vervanging gevel
Spouwmuur isolatie of vervanging gevel
Op natuurlijke moment is isolatie (dak, gevel, vloer) goed mogelijk
Extra isolatie meestal niet zinvol
Maatwerk bij monumenten
Op natuurlijke onderhoudsmoment en dakisolatie
Op natuurlijke onderhoudsmoment en dakisolatie
Bij voldoende isolatie focus op duurzame installaties
Focus op duurzame installaties
HR++ of triple glas, monumentenglas of voorzetramen
HR++ of triple glas,
HR++ of triple glas
Hoge temperatuur warmte nodig in 2050
Jaren’90 gebouwd met dubbel glas en redelijke isolatie Maatregelen
Midden temperatuur warmte nodig in 2050
Maatregelen
Lage temperatuur warmte nodig in 2050
Tabel 1 Huizen in verschillende bouwperiodes en de benodigde isolatiemaatregelen om deze huizen klaar te maken voor een alternatief voor aardgas. Sommige huizen zullen altijd een hoge temperatuur warmte nodig hebben. Hoe nieuwer een gebouw, hoe lager de benodigde temperatuur om het gebouw comfortabel te verwarmen.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 6
Warmtevisie op basis van warmtevraag en beschikbare warmtebronnen De warmtevraag die we, na rendabel isoleren verwachten, is niet voor alle gebouwen hetzelfde. Er zijn (met name) oude gebouwen waarvoor een hoge temperatuur warmte nodig zal blijven. De gecombineerde warmtevraag voor warmte voor bedrijven en woningen in Someren zal circa 477 TJ of 1512 TJ (inclusief landbouw) zijn in 2050. De scope van de Transitievisie Warmte gaat over de gebouwde omgeving, maar het is waardevol om de totale warmtevraag in beeld te hebben. Uiteindelijk zullen we voor de totale warmtevoorziening aardgasvrije alternatieven zoeken. Op basis van de beschikbare warmtebronnen, de temperatuur die huizen nodig hebben voor verwarming en de dichtheid van de warmtevraag (de mate waarin huizen dicht bij elkaar staan), hebben we een visie bepaald. In de kaart hieronder zie je deze visie met een aantal bijpassende bronnen in de gemeente weer gegeven.
Figuur 2 Visie warmtevoorziening met bijpassende bronnen.
In het grootste deel van de gemeente past een individuele oplossing het best. Dit geldt voor de lichtgrijze gebieden in Figuur 2. De gebieden waar de inzet van groen gas interessant is, zijn grijs-groen gearceerd. Groen gas is beperkt beschikbaar, dus in deze gebieden kan ook voor een individuele oplossing worden gekozen. In dorpskern Someren liggen enkele gebieden waar een warmtenet het beste past (oranje op
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 7
de kaart). Er zijn warmtebronnen in de buurt nodig om het warmtenet te voeden. Er zijn enkele locaties waar restwarmte beschikbaar is (industrie, supermarkten, slachthuizen). Ook is een uitkoppeling van het kassennet tussen Asten en Someren een mogelijke bron. Daarnaast is aquathermie een mogelijke warmtebron: uit het kanaal kan warmte van water in de zomer worden opgeslagen in een WKO en in de winter via een warmtenet naar huizen worden vervoerd. Tenslotte zijn locaties ingetekend waar een veld met zonthermische panelen zou passen. Deze techniek is echter de duurste met de configuratie en ligging van de potentiele velden. De laatste mogelijke bron is ondiepe geothermie. Een mogelijke gezamenlijke bron met de gemeente Asten zou een interessante optie kunnen zijn (voor woonwijken en kassen). Biogas uit groen/mestafval zou ook een optie kunnen zijn om op te waarderen naar groen gas of om ingezet te worden voor ketels die voorzien in de piekvraag. Waar starten we met uitgebreider onderzoek? Vanaf 2030 willen we de eerste buurten en gebouwen overgezet hebben naar een aardgasvrije, duurzame verwarming. Daarom hebben we in deze Transitievisie Warmte al een aantal buurten aangewezen waar we in 2021 een nader onderzoek willen gaan doen. In deze verkenningsbuurten willen we, als het onderzoek aantoont dat het kan, als eerste van het gas af.
We hebben voor de kern Someren een aanvullende analyse uitgevoerd om te bepalen welke buurten daarvoor in aanmerking komen. Om tot de keuze voor verkenningsbuurten te komen, hebben we onder andere gekeken naar de mogelijkheid voor collectieve oplossingen, percentage woningcorporatiewoningen en onderhoudsplannen. Op basis van deze analyse hebben we ervoor gekozen te starten met een verdiepend onderzoek in een aantal delen van dorpskern Someren. Voor de korte termijn worden twee gebieden onderzocht. In het gebied Someren Centrum zal gekeken worden naar inzet van restwarmte of een aansluiting op het kassennet tussen Asten en Someren. In het gebied in Someren-Noord wordt ook gekeken naar inzet van een collectieve oplossing via restwarmte, het kassennet of TEO (Thermische Energie uit Oppervlakte water, in dit geval uit het Zuid Willemsvaart kanaal). Het kassennet wordt momenteel gevoed door biomassa centrales. Een extra bron zoals restwarmte, TEO of eventueel (op termijn) ondiepe geothermie zou toegevoegd kunnen worden. Het kassennet kan dan als basis dienen voor een open net waar later meerdere warmtebronnen op aangesloten kunnen worden. Extra onderzoek rondom de potentie van restwarmte, ondiepe geothermie en het beschikbare vermogen uit het kassennet voor woonwijken is op termijn nodig.
Blijkt het haalbaar om de overstap te maken, dan zal er vanaf 2022 gestart worden met concrete uitwerking tot een uitvoeringsplan. In dat geval zal rond 2030 de overstap plaatsvinden naar een alternatief voor aardgas. Totdat deze analyse beschikbaar wordt kan begonnen worden met het isoleren van woningen in deze twee wijken. De koppeling van de twee bovengenoemde buurten aan een warmtebron is afhankelijk van de haalbaarheid van de potentiële warmtebronnen en van de uitvoering. Mochten de bronnen geen kans bieden en het uitvoeringsperspectief te complex en kostbaar zijn dan kan de buurt van Someren Oost (Waterdael I + II) als startbuurt onderzocht worden. Deze buurt bestaat uit goed geïsoleerde woningen die aangesloten zouden kunnen worden op een individuele warmtevoorziening.
Voor de gebieden waar gebouweigenaren op individuele basis aan de slag gaan, verwachten we dat ieder voor zich een natuurlijk tempo kiest om de overstap te maken (bijvoorbeeld bij verhuizing of verbouwing). De gemeente zal inwoners en ondernemers ondersteunen om deze stap op een passend moment te kunnen maken. Voor Someren-Eind en de delen van Someren die buiten de verkenningsbuurten vallen, kan een collectieve warmtevoorziening een interessante optie zijn via een koppeling met het kassennet of via een aquathermie. Op middellange termijn gaan we hier de haalbaarheid analyseren of eerder op een natuurlijk tempo als daar aanleiding voor is in de komende jaren. Voor de dorpskernen Someren Heide, en Lierop zijn kansen om als klein-collectief de overstap te maken. Daarvoor is op dit moment geen concrete aanleiding. Daarom verwachten we dat deze gebieden als laatste overstappen. In Lierop, maar ook in delen van Someren en Someren-Eind is groen gas een interessant alternatief voor aardgas. De potentie voor de productie van biogas in Someren in hoog en deze optie zal ook meegenomen worden in de afweging van warmtebronnen en de haalbaarheidsonderzoeken.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 8
Figuur 3 Deze kaart laat zien welke gebieden op welke termijn van het aardgas af zullen gaan. Of ook écht op korte termijn gestart gaat worden in de donker paarse gebieden, zal blijken uit verdiepend onderzoek dat ná vaststelling van de Transitievisie Warmte wordt uitgevoerd.
Hoe gaan we nu verder? Om de ambitieuze plannen in deze Transitievisie Warmte mogelijk te maken zet gemeente Someren een uitvoeringsprogramma op. In dit programma is aandacht voor de verschillende onderwerpen die nodig zijn om de warmtetransitie te laten slagen. Het is een programma met aandacht voor de verkenningsbuurten en voor de warmtetransitie in de gemeente als geheel.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 9
In de verkenningsbuurten gaan we samen met inwoners en ondernemers aan de slag om te kijken hoe de woningen beter geïsoleerd kunnen worden en welke warmte oplossing passend is voor de buurt. Als er een technisch haalbaar en betaalbaar plan ligt waar de buurt mee aan de slag wil, worden zaken vastgelegd in buurt uitvoeringsplannen.
Gemeentebreed zetten we in op het zo snel mogelijk isoleren van onze gebouwen. We gaan hierover via meerdere kanalen informatie delen. Ook voor koplopers, die al snel hun huis van het aardgas af willen halen, maken we informatie beschikbaar. We gaan ook in gesprek met de regio om duidelijk te krijgen hoe we omgaan met de biogaspotentie in onze gemeente. Gemeente Someren is de regisseur van deze warmtetransitie en faciliteert alle betrokkenen daar waar mogelijk. Kanttekening Dit document is opgesteld met de kennis van nu rondom de geschikte warmte technologieën. Over 5 jaar wordt deze visie bijgewerkt en kunnen nieuwe technische en sociale ontwikkelingen meegenomen worden. Er wordt in dit document van uitgegaan dat de benodigde capaciteit en het benodigde budget van de gemeente en andere partners (om het proces te faciliteren) geen knelpunt zal zijn. In de praktijk kan dit heel anders zijn.
[Hier afsluitende, motiverende, positieve boodschap wethouder?]
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 10
Inleiding In Nederland gaan we stoppen met het gebruik van aardgas. Tussen nu en 2050 vervangen we het aardgas door duurzame warmte, buurt voor buurt. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners zoeken we de beste oplossingen voor een duurzaam Someren, waar onze én volgende generaties een prettige en leefbare toekomst hebben. In deze Transitievisie Warmte stippelen we het pad uit naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening.
Waarom een warmtevisie? Tientallen jaren heeft de aardgasvoorraad in Groningen Nederland voorzien van een goedkope manier om onze huizen te verwarmen, te douchen en te koken. Maar aardbevingen dwingen ons de aardgaswinning af te bouwen. De Nederlandse regering wil niet afhankelijk worden van Russisch gas. Daarnaast verandert het klimaat door toename van CO2 en worden de negatieve gevolgen daarvan steeds zichtbaarder. Het is noodzakelijk de CO2-uitstoot terug te dringen. In 2019 ondertekenden meer dan 100 partijen het landelijke klimaatakkoord. In het klimaatakkoord zijn tientallen maatregelen vastgelegd om klimaatverandering tegen te gaan. De Nederlandse overheid wil de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 met 49% terugdringen ten opzichte van 1990. In 2050 moet de CO2-uitstoot met 95% verminderd zijn. Dit vraagt ingrijpende veranderingen in allerlei sectoren: industrie, landbouw, mobiliteit, de productie van elektriciteit en de wijze waarop we gebouwen verwarmen. Om de klimaatdoelen te behalen moeten we uiterlijk in 2050 afscheid nemen van fossiele brandstoffen en dus ook van het gebruik van aardgas voor koken, verwarming en warm water. In het klimaatakkoord is bepaald dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een plan maakt voor de overstap van aardgas op andere, duurzame warmtebronnen. Dat plan presenteren we in deze Transitievisie Warmte.
Voor de uitvoering van de transitie hebben we tot 2050 de tijd.
Ambities a) Ambitie van de gemeente In een motie van 28 januari 2016 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat de gemeente Someren in 2050 een volledig energieneutrale gemeente wil zijn. In het Coalitie Programma 2018-2022 staat : ”Someren is een duurzame gemeente en dat bouwen we
graag verder uit. Daarvoor wordt een integrale duurzaamheidsvisie ontwikkeld op weg naar energieneutraliteit”. In dit programma zijn de volgende drie pijlers bij elkaar gebracht in het programma ‘Someren Natuurlijk Duurzaam’, (met een uitvoeringsprogramma tot en met 2022): ● Energietransitie (RES en TVW) ● Klimaatadaptatie ● Circulariteit/C2C
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 11
Bij (ver)nieuwbouw heeft gemeente Someren al enkele stappen genomen om gemeentelijke gebouwen aardgasvrij te maken2. Gemeente Someren maakt in deze Transitievisie Warmte een eerste stap richting een aardgasvrij verwarmde gebouwde omgeving. De gemeente wil geen koploper zijn, maar wél tijdig beginnen met onderzoek naar haalbare en betaalbare alternatieven voor aardgas. Om de overstap naar een alternatief voor aardgas mogelijk te maken, wordt op dit moment veel kennis ontwikkeld. Door niet voorop te lopen kunnen we leren van de ervaringen die nu worden opgedaan. We willen inwoners van onze gemeente de tijd geven om de best passende (individuele) keuzes te maken. Vermindering van het energiegebruik door gebouwen te isoleren, is daarbij een speerpunt. Er wordt al hard gewerkt aan het isoleren van huizen. De reductie in energiegebruik (en de daling van de energierekening die dit oplevert) en het meer comfortabele binnenklimaat zijn redenen dat veel inwoners hier al mee bezig zijn.
b) Ambitie van de Woningcorporatie Het einddoel van de woningcorporatie WoCom is een CO2-neutrale woningvoorraad in 2050. Het is echter technisch en financieel niet realistisch om het hele woningbezit tot NOM-woning (nul-op-demeter) te transformeren. Het einddoel van een CO2-neutrale woningvoorraad wordt door WoCom als volgt vertaald in gebouwgebonden doelen: • de woningen zijn tenminste energieneutraal: de gebouwgebonden energie wordt duurzaam opgewekt • de resterende energievraag wordt duurzaam ingekocht (indien huurders dit wensen te kopen)
c) Ambitie van de glastuinbouw In Someren is er een grote glastuinbouw sector. De ambitie van de glastuinbouw is conform de ambitie van Glastuinbouw Nederland: om voor 2040 van gas afgekoppeld te worden. In 2030 moet de glastuinbouw al flinke stappen nemen om dit te realiseren. DECAS (Duurzame Energiecoöperatie Asten2
- 1997 Vernieuwbouw openlucht zwembad ‘de Diepsteeckel’, verwarming water van de zwembaden 100 % met zonnecollectoren (op het dak van het servicegebouw) - 2007 MFA ‘de Bunt’ in Someren-Heide: voor zo’n 50 % verwarmd met luchtwarmtepomp (voor koeling 100 %) - 2014 MFA ‘de Einder’ in Someren-Eind: >95 % aardgasvrij door middel van lucht-/water warmtepompen In 2019 heeft de gemeente onderzoek laten doen naar het verwarmen en koelen van de LBK kantoren gemeentehuis met 2 lucht/water warmtepompen in cascade en een tweede variant voor het geheel aardgasvrij maken van het gemeentehuis met lucht-/water warmtepompen in cascade. Investeringsbeslissingen worden genomen als er meer duidelijk is over wel of geen warmtenet in het centrum van Someren. In het kader van het DMJOP (Duurzaam Meer Jaren Onderhousplan) is er in 2019 opdracht gegeven om voor een aantal gemeentelijke gebouwen om een Energie Prestatie Advies (Maatwerkadvies) op te stellen. Dit wordt gebruikt om het ambitieniveau rondom het gasloos maken van het gebouw te bepalen.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 12
Someren) is actief om warmtebronnen te onderzoeken en indien kansrijk om die te ontsluiten. Een onderzoek rondom de potentie van (ondiepe) geothermie loopt via een pilot project in de buurgemeente Asten. Ook investeert DECAS in een biomassa centrale van 14,9 MWth (waarvoor SDE+ subsidie wordt ontvangen) en een warmtenet van Kievietsakkers in Asten naar Vlassakkers in Someren.
Doel van dit plan De Transitievisie Warmte (verder in dit document: de transitievisie) heeft tot doel om de stappen naar een aardgasvrije gemeente in 2050 uit te stippelen. We schetsen het tijdspad: een indicatie in welke periode welke buurt van het aardgas af zal gaan. Ook geven we inzicht in de geen-spijt maatregelen die woningeigenaren en bedrijven op de korte termijn al kunnen uitvoeren (tot welk niveau ze de isolatie van de buitenschil kunnen verbeteren). Er zijn nog geen definitieve besluiten genomen, maar er is wel inzicht in interessante alternatieven voor aardgas per buurt. Dit geeft houvast voor het maken van keuzes. We schetsen in welke periode welke buurt van het aardgas af zal gaan. Voor de buurt(en) waar we vóór 2030 aan de slag gaan, geven we ook aan welk alternatief voor aardgas het meest geschikt is. Voor de andere buurten geven we aan welke opties het meest waarschijnlijk lijken. De Warmtetransitie (visie, planvorming en uitvoering) is niet iets wat we als gemeente alleen oppakken. Inwoners en bedrijven worden daarin stap voor stap steeds meer betrokken. door informatie te delen, uitvoerende plannen samen te ontwerpen, en concrete stappen die bewoners en bedrijven al kunnen doen, te noemen. De initiatieven die in de tussentijds vanuit hen gestart worden, faciliteren we graag.
Wie zijn er betrokken? Deze Transitievisie Warmte is opgesteld door de gemeente samen met woningcorporatie WoCom, energie coöperatie DECAS en energie coöperatie ZummerePower, netbeheerder Enexis en de ondernemersvereniging Industrieel Contact Asten-Someren (ICAS).. Woningeigenaren, huurders en ondernemers zijn ook betrokken. Er is een enquête verspreid in de gemeente, er zijn twee bewonersavonden georganiseerd en een specifieke sessie met bedrijven. Zo hebben de verschillende betrokkenen de Transitievisie Warmte mede vorm gegeven (zie meer informatie in bijlage A). Wij streven ernaar om de warmtetransitie zoveel mogelijk samen met inwoners en bedrijven uit te voeren.
Samenhang met andere trajecten Relatie met de RES Uiteraard kijken we verder dan de gemeentegrenzen. De puzzel van warmte-opwek, -opslag en -gebruik maken we samen met andere gemeenten in de regio. We werken toe naar de Regionale Structuur Warmte, als onderdeel van de Regionale Energiestrategie van de Metropool Regio Eindhoven. Hier werken we samen met eenentwintig buurgemeenten, de netbeheerder Enexis, twee waterschappen, de Provincie Noord-Brabant en andere belanghebbenden. De regio Metropool Eindhoven heeft als doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn: evenveel energie opwekken als gebruiken. Relatie met de Klimaatadaptatie en boven en ondergrondse infrastructuur De TVW en Klimaatadaptatie hebben grote raakvlakken met elkaar. In het kader van Klimaatadaptatie moeten we in veel straten aan de slag met het geheel veranderen van het systeem van afvoer van afvalwater, het beter benutten van hemelwater en de omgang met de steeds zwaardere buien waarmee we worden geconfronteerd. Daarvoor moet zowel de boven- als ondergrondse inrichting worden aangepakt. Groen gas heeft weinig impact op de infrastructuur voor de warmtevoorziening. Die kan namelijk mee in de aardgasleidingen die er toch al liggen. Een all eletric voorziening betekent extra elektrakabels in de wijken en een nieuwe 10 kV infrastructuur naar de kernen.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 13
Warmtenetten hebben een grote impact op de ondergrondse infrastructuur. Die maken een complete herschikking van de ondergrondse infrastructuur noodzakelijk. Al met al staan we met diverse disciplines voor een grote uitdaging al deze werkzaamheden op elkaar af stemmen en in het totaalbeeld tot een oplossing te komen waar we als gemeenschap ook de kosten kunnen dragen. Afstemming per wijk is hierin een harde voorwaarde.
Hoe gaat het hierna verder? Deze transitievisie geeft een beeld van wat er in de gemeente gaat gebeuren de komende dertig jaar. Bewoners weten daardoor waar ze aan toe zijn, en kunnen beslissingen over hun woning hierop afstemmen. De transitievisie vormt de start van een proces om de gemeente Someren buurt voor buurt aardgasvrij te maken. We selecteren in deze transitievisie een aantal ‘verkenningsbuurten’, die kansrijk zijn om als eerste van het aardgas af te gaan (voor 2030). Voor deze buurten worden vervolgens ‘buurtuitvoeringsplannen’ gemaakt (zie Figuur 4). Deze uitvoeringsplannen maken we in samenwerking met bewoners en andere betrokkenen – hiervoor volgt per buurt een participatietraject. Het besluit om daadwerkelijk over te stappen naar een duurzame warmtevoorziening wordt pas genomen als bekend is wat de consequenties zijn voor de woonlasten van bewoners en ondernemers in deze wijken en er een gedegen haalbaarheidsstudie is afgerond. Als het aardgas in een buurt wordt afgesloten, krijgen bewoners dat ruim van tevoren (circa 8 jaar) te horen3. Ook hecht de gemeente aan breed draagvlak. Het spreekt dan ook voor zich dat bewoners goed geïnformeerd- en nauw betrokken worden bij de buurtuitvoeringsplannen. In hoofdstuk 6 wordt uitgebreider ingegaan op de vervolgstappen.
Figuur 4: Na de Transitievisie Warmte (TVW) volgen haalbaarheidsstudies en buurtuitvoeringsplannen. De Transitievisie Warmte wordt iedere 5 jaar geüpdatet. De transitievisie zal eens in de vijf jaar bijgesteld worden en in de loop van de tijd steeds nauwkeuriger beschrijven welke warmteoplossingen het beste passen in elke buurt.
3
De termijn van 8 jaar is voorlopig in het klimaatakkoord opgenomen en zal uiterlijk 2022 worden geëvalueerd. Dan wordt definitief vastgesteld wat een goede termijn is.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 14
1. Wat is de impact? Het omschakelen van verwarming met aardgas naar verwarming met een alternatieve bron is complex. Het heeft impact op mensen en gebouwen. In dit hoofdstuk omschrijven we in het kort de impact die we verwachten. Bijna alle huizen in de gemeente gebruiken aardgas. Het wordt gebruikt om het huis te verwarmen (via cv en radiatoren), om te koken, en voor warm water uit de kraan. Ook de meeste bedrijven gebruiken aardgas. Soms alleen voor verwarming, soms ook in het bedrijfsproces. De belangrijkste aanpassingen die in woningen en andere gebouwen nodig zijn om over te stappen op een duurzame warmtebron, zijn hieronder kort toegelicht.
Wat zijn alternatieven voor koken op een gaspit? Koken kan met een inductieplaat, elektrische kookplaat of keramische kookplaat. De meeste mensen kiezen voor inductie. Dat verbruikt minder stroom dan andere elektrische kookplaten, en het lijkt op koken op gas: je kunt de temperatuur snel regelen.
Mogelijkheden voor verwarming en warm water De oplossingen die er zijn in plaats van aardgas, zijn in te delen in drie groepen: ●
● ●
Individuele oplossing: een oplossing per woning, gebouw of woonblok. Bijvoorbeeld een warmtepomp , infraroodpanelen, zonneboiler of incidenteel een biopropaantank of pelletkachel4. Warmtenet: dit is een collectieve oplossing voor de hele buurt. Warm water stroomt door leidingen onder de grond naar de huizen. Duurzaam gas: we stappen over op een ander type gas, zoals biogas of waterstof.
Het hangt onder andere van het type woning en type buurt af, welke oplossing het meest geschikt is. Welke aanpassingen nodig zijn in de woning verschilt per oplossing. In Figuur 5 is dit schematisch weergegeven. In hoofdstuk 4 en 5 komt aan bod welke oplossing het beste past bij de verschillende buurten in gemeente Someren. Isolatie en andere aanpassingen aan de woning5 zijn vaak noodzakelijk om de woning met het alternatief voor aardgas comfortabel te verwarmen. Detail informatie over de aanpassingen die nodig zijn in huizen komen verder niet aan bod in deze transitievisie. Wanneer tijdens de uitvoeringsplannen vast komt te staan welke techniek gekozen wordt, kan een goede inschatting worden gemaakt van de benodigde aanpassingen en kosten.
4
Pellet-/houtkachels worden door woningcorporatie WoCom niet toegestaan i.v.m. uitstoot fijnstof en (aanleg) speciaal rookkanaal. 5 Zoals goede kierdichting
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 15
Figuur 5 Overzicht van de alternatieve warmtebronnen en benodigde aanpassingen in huizen. Afhankelijk van de gekozen warmtebron zijn er andere aanpassingen aan huizen en bedrijfspanden nodig. Bij inzet van individuele biopropaangastanks en pelletkachels gelden de aanpassingen zoals bij duurzaam gas.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 16
2. Hoe maken we keuzes? We hebben ons in Nederland tot doel gesteld om in 2050 een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening te hebben zonder aardgas. Dit betekent dat we keuzes moeten maken. Waar gaan we starten en waarom? Voor welke alternatieve warmteoplossing kiezen we? Om deze beslissingen weloverwogen te kunnen maken, benoemen we in deze transitievisie een aantal belangrijke uitgangspunten. Gemeente Someren is regisseur van de warmtetransitie. In Figuur 6 is te zien dat deze transitievisie in 2021 wordt vastgesteld door de gemeenteraad. In de transitievisie worden één of enkele verkenningsbuurt(en) benoemd. Vanaf 2022 toetst de gemeente de haalbaarheid voor deze verkenningsbuurten. Blijkt daaruit dat het haalbaar is om voor 2030 die buurt aardgasvrij-ready6 te maken en aansluitend een aardgasvrije warmtevoorziening te realiseren, dan wordt het besluit genomen de buurt definitief als startbuurt aan te wijzen. We nemen tijdens het opstellen van de transitievisie en de uitvoeringsplannen zorgvuldig en gezamenlijk besluiten, en zijn open over de afwegingen die we maken. Daarom zijn er uitgangspunten geformuleerd om deze keuzes in de warmtetransitie op te baseren. Er zijn drie soorten uitgangspunten: 1. 2. 3.
Algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie, die het hele proces leidend zijn; Uitgangspunten voor het bepalen van de startbuurten; Uitgangspunten voor het kiezen van aardgasvrije technieken.
Figuur 6 Om keuzes te maken schrijven we een transitievisie voor de gemeente en per buurt een uitvoeringsplan. De uitgangspunten die we in de transitievisie bepalen, zijn steeds de basis waarop we besluiten baseren. Inwoners maken definitief een keuze tijdens het opstellen van het uitvoeringsplan voor hun buurt. Het is voor individuele inwoners niet verplicht om aan te sluiten bij de keuze die in het uitvoeringsplan voor hun buurt wordt gemaakt. In de uitgangspunten waarop de uitvoeringsplannen zijn gebaseerd zijn de belangen van inwoners sterk meegewogen, dus het is wel waarschijnlijk dat het plan de best passende optie aanlevert. Collectieve systemen kunnen echter alleen gerealiseerd worden als nagenoeg alle panden in zo’n wijk op zo’n collectief systeem worden aangesloten.
2.1 Algemene uitgangspunten We hebben een aantal algemene uitgangspunten benoemd die we als basis inzetten om gemeente Someren aardgasvrij te verwarmen in 2050. Deze algemene uitganspunten en een korte toelichting zijn hieronder opgesomd.
6
Klaar om aardgasvrij te worden door de woning goed te isoleren en de warmte afgifte systemen eventueel aan te passen
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 17
1.
Laagste totale kosten7 en laagste kosten voor bewoners en bedrijven Wij streven naar de laagste kosten voor bewoners en bedrijven, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen. Daarbij kijken we niet alleen naar kosten die direct op één woning te betrekken zijn (zoals de aanleg van vloerisolatie), maar ook naar de kosten die bijvoorbeeld een netbeheerder maakt. Wanneer bijvoorbeeld veel mensen een warmtepomp inzetten om het huis te verwarmen, betekent dit dat het elektriciteitsnet moet worden verzwaard. Deze kosten wegen uiteindelijk ook mee in de energierekening per woning.
2.
Iedereen moet mee kunnen in de warmtetransitie De stap van het aardgas af moet voor bewoners en betrokkenen zo simpel mogelijk zijn. Bewoners moeten meegenomen worden in het proces en geholpen worden om zo makkelijk mogelijk over te schakelen. Gemeente Someren wil inwoners onder andere faciliteren door informatie voor iedereen beschikbaar te maken. Meer over de rol van de gemeente is te vinden in hoofdstuk 7.
3.
Natuurlijke momenten benutten Naast de energietransitie zijn er andere belangrijke opgaves voor de gemeente, de betrokkenen en de bewoners. Er moet worden gekeken naar maatregelen in het kader van klimaatadaptatie, de regionale energiestrategie, ruimtelijke ontwikkeling, plannen van woningbouwcorporatie, weg- en waterbeheer en netbeheer planningen. Al deze planningen én ook plannen van individuele inwoners kunnen momenten zijn om ook de stap te maken naar aardgasvrij. We streven ernaar deze ‘natuurlijke momenten’ waar mogelijk te benutten in de transitievisie.
4.
Inzetten op besparing (primaire energie & CO2-uitstoot) Het aardgasvrij maken is niet de enige doelstelling, we willen in de eerste plaats de CO 2-uitstoot terugdringen. Dat betekent prioriteit geven aan isolatie en het veranderen van gedrag. Dat is van belang om het primaire energieverbruik en dus de CO2 uitstoot omlaag te brengen.
5.
Zorgvuldig en transparant proces gericht op breed draagvlak (met duidelijke, eerlijke en begrijpelijke informatie) De gemeente Someren wil een breed participatieproces inzetten tijdens de hele warmtetransitie. Iedereen moet mee kunnen doen. Dat betekent transparante informatie en regelmatige aanspreekmomenten op gemeente-, wijk-(of dorpskern) en buurtniveau. De gemeente wil de bewoners vroegtijdig betrekken op een eerlijke en begrijpelijke manier.
6.
Ruimtelijke impact, volksgezondheid en milieuvriendelijke oplossingen Er is ook oog voor impact op mens en milieu. Elke warmtetechniek heeft hierin zijn voor- en nadelen. Het is bijvoorbeeld niet wenselijk voor de luchtkwaliteit als er in woonwijken op grote schaal individuele pellet- of houtkachels komen. Enkele pelletkachels in de buitengebieden is geen probleem, als zij maar niet de overhand nemen als alternatieve keuze. Ook zal goed gekeken worden naar de elektrificatie van de warmtevoorziening om de impact op het verzwaren van het elektriciteitsnet te beperken (beperking van overlast en maatschappelijke kosten).
7.
Ruimte en rekeningen houden met nieuwe technologieën Alle gemeenten in Nederland werken aan het aardgasvrij maken van woningen. De ontwikkelingen op het gebied van aardgasvrije innovaties gaan daardoor snel. Elke vijf jaar wordt deze transitievisie vernieuwd en willen we eventuele nieuwe technologieën mee nemen als optie voor buurten die nog aardgasvrij moeten worden. We anticiperen zoveel mogelijk op toekomstige mogelijkheden en, in gevallen dat nog veel onzeker is, sluiten we zo min mogelijk toekomstige mogelijkheden uit.
7
Om precies te zijn streven we de laagste “nationale kosten” na. Nationale kosten zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt. Het is inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek, distributie en levering van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 18
Deze algemene uitganspunten vormen het fundament waarop de warmtetransitie in Someren wordt gebouwd. Elke buurt is specifiek met een andere samenstelling van bewoners, gebouwen, omgeving en warmtepotentie. De benadering per buurt zal dus op maat zijn.
2.2 Selectiecriteria startbuurt(en) In deze transitievisie worden “verkenningsbuurten” aangewezen: clusters van huizen/bedrijfspanden waar de gemeente kansen ziet om voor 2030 geheel of gedeeltelijk van het aardgas af te gaan. In de buurten die als verkenningsbuurt zijn aangewezen, onderzoeken we vervolgens de haalbaarheid. Daarna wordt definitief bepaald welke “startbuurten” voor 2030 van het aardgas af gaan. Om de verkenningsbuurten te selecteren zijn de onderstaande criteria opgesteld: Laaghangend fruit: Een buurt die in de nabijheid liggen van een bestaande warmtebron (water, riolering) die makkelijk is te ontsluiten, kunnen makkelijker aardgasvrij worden. Door deze gebieden eerst op te pakken kunnen we meer aandacht besteden aan processen zoals participatie en is er minder inspanning nodig voor de relatief makkelijke weg naar de techniek. Percentage corporatiebezit: Hoe meer corporatiebezit, hoe gecoördineerder de aanpak kan zijn met een partij (woningcorporatie) die ervaring heeft met wijk/complex gerichte aanpak, ook achter de voordeur van bewoners.
Op deze manier kunnen corporatiewoningen fungeren als ‘startmotor’ voor veranderingen in de buurt Combinatie met andere werkzaamheden: Bijvoorbeeld de onderhoudsplanning van woningbouwcorporaties of werkzaamheden aan de openbare ruimte, kunnen een aanleiding zijn om direct ook de energie-infrastructuur in een buurt aan te pakken. Een ander soort koppelkans is de sociale ontwikkeling van een buurt waarin de gemeente graag de sociale cohesie of veiligheid bijvoorbeeld wil verbeteren. Initiatief bewoners of vastgoedeigenaren: buurten waar bewoners en/of vastgoedeigenaren het voortouw nemen om aardgasvrij te worden (of open staan voor een collectieve oplossing), kunnen mogelijk vooroplopen. De gemeente faciliteert dergelijke initiatieven graag. Eenvoud aanpak: Voor buurten met veel dezelfde woningen is het makkelijker een aanpak op te stellen. Hetzelfde geldt voor uniforme bedrijfsterreinen met gelijksoortige gebouwen. Is er aanwezigheid van maatschappelijk vastgoed? Dan kan dit een extra reden zijn om eerder met een buurt / bedrijventerrein aan de slag te gaan. Collectieve systemen: We beginnen in buurten waar collectieve oplossingen (warmtenetten) voor de hand liggen. In buurten waar voor elke woning een individuele oplossing komt, zoals een warmtepomp, geven we woningeigenaren meer de tijd om hun woning aan te passen.
Schaalbaarheid: Buurten waarvan de aanpak uitgerold kan worden in andere buurten hebben de voorkeur. Dit om het leereffect in de rest van de gemeente te benutten.
2.3 Criteria aardgasvrije technieken In de transitievisie geven we per buurt aan welke aardgasvrije techniek de voorkeur heeft. Tijdens het opstellen van het buurtuitvoeringsplan bekijken we de haalbaarheid van deze techniek in meer detail. We maken de keuze voor een techniek op grond van de criteria in Figuur 7. Deze worden in bijlage B verder toegelicht.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 19
In de meeste gevallen zal gelden dat de meest betaalbare techniek gekozen zal worden. Als er 2 technieken voor dezelfde prijs beschikbaar zijn, kan verder worden gekeken naar impact qua duurzaamheid en milieu, sociale aspecten als overlast en technologische kwaliteit. Andere criteria worden gebruikt als randvoorwaarden om de techniek uit te voeren (juridisch kader, veiligheid, robuustheid en continuïteit bijvoorbeeld). Basis uitgangspunten zoals eerder genoemd, blijven dat er een betaalbare, betrouwbaar & veilige en duurzame warmtebron gekozen zal worden.
Figuur 7 Criteria waaraan een techniek wordt getoetst om te kijken of deze geschikt is om toe te passen in een bepaalde buurt.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 20
3. Warmtevraag en warmtebronnen In dit hoofdstuk beschrijven we de warmtevraag van de gebouwde omgeving, bestaande uit woningen en bedrijfspanden. Daarbij kijken we naar de hoeveelheid warmte die in een gebied nodig is en de temperatuur van de warmte die wordt gevraagd. Ook geven we een inschatting van de toekomstige warmtevraag. Daarna kijken we naar het potentiële aanbod van duurzame warmtebronnen in Someren8. Vrijwel alle huizen en utiliteitsgebouwen in gemeente Someren gebruiken aardgas voor verwarming, warm water en koken. Voor het verwarmen van gebouwen staat een cv ketel daarbij vaak ingesteld op een temperatuur van 80 ͦC9. Door woningen (beter) te isoleren kan de benodigde temperatuur van de warmte naar beneden worden bijgesteld. Hierdoor wordt minder aardgas verbruikt. Ook betekent dit dat we een warmtebron met een temperatuur lager dan 80 ͦC kunnen inzetten om de huizen te verwarmen. Isolatie is daarom een belangrijke eerste stap voor de meeste woningen in onze gemeente. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het verlaagt ook de energierekening, en verbetert het comfort in de woning. In dit hoofdstuk beschrijven we eerst de gebouwen in de gemeente, hun huidige warmtevraag en het gasverbruik daarbij. Daarna kijken we hoe ver we dit kunnen verlagen door rendabel te isoleren.
Door de warmtevraag op een kaart van de gemeente in beeld te brengen, zien we welke temperatuur warmte in welke buurt nodig is. In het 2e deel van dit hoofdstuk beschrijven we de warmtebronnen die we gevonden hebben in de gemeente.
3.1 Warmtevraag Huidig gasverbruik woningen & bedrijven De meest recente complete cijfers over het aardgasverbruik komen uit 2018. In dat jaar stonden er op 1 januari in totaal 7.964 woningen en waren er 2.195 bedrijven gevestigd in Someren.10 Woningbouwcorporaties WoCom en in veel mindere mate Bergopwaarts, Mooiland en Wonen Limburg hebben een aanzienlijk deel (21%) van de woningen in de gemeente in bezit11. Het totale aardgasverbruik in Someren in 2018 was 2058 TJ12. Een relatief klein deel hiervan (402 TJ) werd gebruikt in de bijna 8.000 woningen in Someren, de rest (1656 TJ) ging naar dienstverlening, landbouw en industrie, waarvan het grootste deel naar kassen die vallen onder de categorie Landbouw, Bosbouw en Visserij vallen in Figuur 8. Het overgrote deel van de woningen en de bedrijven is aangesloten op het aardgasnet. 13. Verhoudingsgewijs wordt er aanzienlijk meer energie uit aardgas gebruikt dan elektriciteit (zie Figuur 4). In woningen wordt het aardgas hoofdzakelijk gebruikt voor ruimteverwarming (75%), een kleiner deel wordt gebruikt voor warm water (20%) en 5% van het gas wordt gebruikt om te koken.
8
Gegevens over de gebouwde omgeving zijn grotendeels afkomstig uit openbare data en deels uit kengetallen van De WarmteTransitieMakers. De Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving is gebruikt om inzicht te krijgen in de nationale kosten voor verschillende technieken voor de buurten van Someren. 9 Bron: Milieu Centraal 10
Bron: CBS Statline – Totale woningvoorraad & allecijfers.nl - bedrijfsvestigingen
11
Bron: CBS, 2018
12
Bron: Klimaatmonitor, 2018 - (1 TJ = terajoule = 1.000.000.000.000 joule. 1 TJ komt overeen met 31.600 m3 aardgas)
13
https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/snel-besparen/grip-op-je-energierekening/gemiddeld-energieverbruik/
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 21
Figuur 8 Totaal energieverbruik in Someren onderverdeeld in aardgasverbruik en elektriciteitsverbruik.14 Bij bedrijven hangt het aardgasverbruik sterk af van het type bedrijf. In sommige bedrijven wordt aardgas niet alleen gebruikt voor verwarmen, maar ook in het bedrijfsproces. Daarnaast wordt aardgas in de glastuinbouw gebruikt voor zowel de productie van warmte als de productie van elektriciteit. Dit gebeurt dan met een Warmte-Kracht Koppeling (WKK) installatie. Alles wat valt onder industrie, energie, afval en water valt buiten de scope van de Transitievisie Warmte. Dit geldt ook voor alles dat valt onder landbouw, bosbouw en visserij. Met name de maakindustrie, waar aardgas gebruikt wordt voor bedrijfsprocessen, vraagt om individueel maatwerk. Eventuele restwarmte van de industrie wordt wel meegenomen in de warmtebronnen analyse.
Verlagen energiegebruik Het merendeel van de woningen in gemeente Someren is gebouwd in de periode 1941-1974. Zo zijn grote delen van de centra Someren, Someren-Eind en Lierop gebouwd in deze periode. Er zijn in Someren weinig vooroorlogse panden. Deze woningen zijn vaak lastig te isoleren en maken het zoeken naar een warmtealternatief extra uitdagend. In Figuur 9 zijn de bouwjaren van de woningen en de utiliteitsobjecten in gemeente Someren weergegeven. In bijlage C is een kaart te vinden met de bouwjaren van alle panden in de gemeente.
Figuur 9 Links: het aantal woningen in gemeente Someren, onderverdeeld naar bouwperiode. Rechts:
dezelfde onderverdeling voor utiliteitsobjecten.15
14 15
De bouwjaren en energielabel analyse is gebaseerd op BAG data uit juni 2020. Alle woningen met een woonfunctie zijn meegerekend als woning. De overige verblijfsobjecten zijn geteld als utiliteit. Er zijn verblijfsobjecten die zowel een bedrijfsvestiging zijn als een woning, waardoor de getallen afwijken van het aantal woningen en aantal bedrijven zoals door het CBS geregistreerd.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 22
Sinds 2015 heeft vrijwel elk pand in Nederland een energielabel. Het energielabel zegt iets over de isolatie en de warmtevraag van het pand. Label A staat voor een goed geïsoleerde woning, label G is voor slecht geïsoleerde woningen. In Figuur 10 is de verdeling van energielabels te zien.16 De verwachting is dat in de komende periode veel woningeigenaren met isolatie aan de slag gaan (zie kader), waardoor de energie labels verbeteren en warmtevraag lager wordt.17 Voor woningcorporaties en 10 Energielabels woningen Someren kantoorpandeigenaren gelden strenge isolatie-eisen: dezeFiguur panden zullen, waar nodig, in de komende jaren grondig aangepakt worden om aan hieraan te kunnen voldoen. Isolatiemogelijkheden
<1940 Slecht geïsoleerde huizen
1941-1964
1965-1982
1983-2005
Woningen met gemiddeld isolatieniveau
>2005 Goed geïsoleerde huizen
Energielabel G/F
Energielabel F/E
Energielabel E/D/C
Energielabel D/C/B
Energielabel B/A
● Gebouwd zonder isolatie, geen spouwmuur ● Historisch uiterlijk ● Beperkte isolatie mogelijk
● Gebouw d zonder goede isolatie, vaak wel met spouwmuur ● Nieuwe uitstraling soms wenselijk ● Rendabe l te isoleren Maatregelen
● Gebouwd met dak- en soms gevelisolatie ● Rendabel te isoleren
● Gebouwd met redelijke isolatie ● Jaren ’80 isolatie vaak kostbaar ● Jaren’90 gebouwd met dubbel glas en redelijke isolatie
● Gebouwd met goede isolatie ● Lage temperatuur verwarming vaak al mogelijk
Maatregelen
Maatregelen
Maatregelen
● Spouwm uur isolatie of vervanging gevel ● Op natuurlijke onderhoudsmom enten dakisolatie ● HR++ of triple glas
● Spouwmu ur isolatie of vervanging gevel ● Op natuurlijke onderhoudsmomen ten dakisolatie ● HR++ of triple glas
● Op natuurlijke moment is isolatie (dak, gevel, vloer) goed mogelijk ● Bij voldoende isolatie focus op duurzame installaties
● Extra isolatie meestal niet zinvol ● Focus op duurzame installaties
Maatregelen ● Isolatie van binnenuit (dak, gevel, vloer) ● Maatwerk bij monumenten ● HR++ of triple glas, monumentenglas of voorzetramen Hoge temperatuur warmte nodig in 2050 Passende aardgasvrije technieken
16
Midden temperatuur warmte nodig in 2050 Passende aardgasvrije technieken
Lage temperatuur warmte nodig in 2050 Passende aardgasvrije technieken
Bron: RVO
17
Bron: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/snel-besparen/grip-op-je-energierekening/gemiddeldenergieverbruik/
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 23
Biomassa, groen gas, hoge temperatuur warmtenet
Warmtenetten op midden temperatuur of op lage temperatuur en aangevuld met booster warmtepomp per huis
Na aanpassing van de radiatoren vrijwel elke techniek geschikt
Tabel 2 Huizen in verschillende bouwperiodes en de benodigde isolatiemaatregelen om deze huizen klaar te maken voor een alternatief voor aardgas. Sommige huizen zullen altijd een hoge temperatuur warmte nodig hebben. Hoe nieuwer een gebouw, hoe lager de benodigde temperatuur om het gebouw comfortabel te verwarmen. Voor de drie warmteprofielen (hoog, midden en laag) zijn passende aardgasvrije technieken benoemt. Naast isolatie is kierdichting en geschikte ventilatie belangrijk voor het binnenklimaat van een woning. Niet elk kantoor of elke woning heeft dezelfde Energiebesparing in de woning isolatieEen gemiddeld Nederlands huishouden gebruikte in 2018 per mogelijkheden. Woningen jaar 2765 kWh elektriciteit en 1269 m3 aardgas. Hiervoor gebouwd voor 1930 en betaal je algauw 1650 euro per jaar, wat door hogere monumenten zijn over het belastingen in de komende jaren naar verwachting snel stijgt. algemeen slecht geïsoleerd. In Someren liggen het gemiddeld gas- en elektriciteitsverbruik Ten tijde van de bouw golden hoger dan het landelijk gemiddelde, waardoor de gemiddelde er geen bouwvoorschriften energierekening in Someren rond de 2000 euro per jaar ligt. voor isolatie. Bouwtechnisch Voor woningeigenaren zijn er verschillende redenen om is het moeilijk (kostbaar) om energie te gaan besparen. Zo kun je hiermee de deze woningen vergaand te energierekening aanzienlijk verlagen.
Daarnaast zorgt een isoleren. Deze woningen lager energiegebruik direct voor minder CO2-uitstoot en dus hebben bijvoorbeeld geen minder milieu-impact. Als laatste, maar zeker niet onbelangrijk: spouwmuur. Vaak willen (of een goed geïsoleerde woning is comfortabel en heeft een mogen) eigenaren ook het prettig binnenklimaat. aangezicht van dit type . woning niet aanpassen, waardoor isolatie van binnenuit nodig is. Hiermee is wel een verbetering in energielabel te behalen, maar een label A isolatieniveau is niet haalbaar zonder onrendabele kosten te maken. In naoorlogse woningen is vaak wel met spouwmuur gebouwd. Die kan rendabel geïsoleerd worden. Afhankelijk van de bouwstijl is in woningen gebouwd tussen 1940 en 1975 dikwijls een grote slag te slaan. Woningen die vanaf de jaren ’80 werden gebouwd hebben tijdens de bouw al een zekere mate van isolatie meegekregen, volgens de toen geldende bouwnormen. Dit zorgt ervoor dat na-isoleren in deze woningen juist weer minder rendabel is en er een minder grote stap te behalen is. Woningen van na 2005 zijn dusdanig goed geïsoleerd dat het doorgaans niet zinvol is om extra isolatie toe te voegen.
Toekomstige warmtevraag woningen en bedrijven Om een inschatting te maken van de verwachte energiebesparing van woningen tot 2050 is een analyse gemaakt die rekening houdt met de woningvoorraad in Someren (bouwjaar, energielabel, oppervlakte van de woningen). De labelstappen die gezet kunnen worden zijn ingeschat, waarbij economisch rendabele isolatie het uitgangspunt is (zie Tabel 4). In de tabel zie je wat landelijk gezien de verwachte energiebesparing is voor een huis uit een bepaalde bouwperiode. Huizen van voor 1920 bijvoorbeeld, zitten vaak op een energielabel G en zijn tot een energielabel C of D te isoleren. Deze isolatiestap betekent een energiebesparing van 18%. Voor de verschillende bouwperiodes gelden verschillende besparingspotenties. Voor Someren leidt dit model tot een totale besparingspotentie van circa 23% van de warmtevraag in de bestaande bouw. De verwachte totale warmtevraag in 2050 is 316 TJ/jaar voor de huidige circa 8.237 woningen (tegenover 402 TJ/jaar in 2018 en 450 TJ/jaar in 2020 op basis de methode beschreven in Bijlage C). Het besparingspotentieel van bedrijven is ca. 30% (het landelijk gemiddelde). Omdat bedrijven veel
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 24
diverser zijn dan huizen (een kledingwinkel en opslagloods zijn heel anders qua comforteisen en bouwstijl), is het besparingspotentieel hiervan moeilijker scherp te krijgen. De gecombineerde warmtevraag voor warmte voor bedrijven en woningen in Someren zal circa 477 TJ of 1512 TJ (inclusief landbouw) zijn in 2050.. Dit is dan ook de warmtevraag waarvoor we passende warmtebronnen zullen zoeken.
Tabel 3 Overzicht aardgasverbruik gemeente Someren (Klimaatmonitor, 2018) en inschatting toekomstige warmtevraag. *Toekomstige warmtevraag Landbouw en Industrie is geschat op basis van het huidige aardgasverbruik en 30% besparing, maar niet al het aardgasverbruik zal in deze categorieën gebruikte worden ten behoeve van de warmtevoorziening. Categorie Op basis van aardgasverbruik Woningen Commerciële dienstverlening Publieke Dienstverlening Landbouw, Bosbouw en Visserij* Industrie, Energie, Water en Afval18 Hernieuwbare warmte Houtkachels Woningen Overige installaties Totalen Gebouwde omgeving Gebouwde omgeving incl hernieuwbaar Landbouw en industrie
Huidige warmtevraag (TJ) 1078 402 70 37 1479 70 123 24 99
Toekomstige warmtevraag (TJ)
509 632 1549
391 477 1084
316 49 26 1035 49 17 69
Tabel 4 Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel door isolatie. We gaan uit van de isolatie die economisch rendabel is. De mogelijke besparing is berekend door (via kengetallen19) de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken.
Temperatuurniveau Naast de vraag hoevéel warmte er nodig is per buurt of woning, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. Dit noemen we het warmteprofiel. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgifte-temperatuur)
18
Industrie en Landbouw vallen niet onder de gebouwde omgeving en dus niet onder de scope van de TVW. Echter, een groot deel van aardgas in glastuinbouw wordt wel degelijk gebruikt voor warmte en dus concurreert dat met gebouwde omgeving als het gaat om inzet van duurzame warmtebronnen. 19 Bron: adviesbureau Greenvis
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 25
moet passen bij de isolatiegraad van de woningen en het type radiator (en andere installaties). Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgifte-temperatuur kan zijn. In Tabel 4 zijn de warmteprofielen gedefinieerd die de gewenste afgiftetemperatuur aangeven om woningen comfortabel en efficiënt te verwarmen. Bij bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van een gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Daarom is het lastig op basis van de energielabels te werken. Voor bedrijfspanden moet meer op individueel niveau gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat. Op dit moment gebruiken bijna alle huizen een cv-ketel met een hoge afgifte-temperatuur: alle huizen zou je daarom een rood warmteprofiel kunnen geven op een gemeenteplattegrond. Wanneer alle huizen in gemeente Someren de besparingsstap zetten die past bij hun huis (zie Tabel 5 in bijlage C), verbetert hun warmteprofiel. Deze verbeterde warmteprofielen zijn per cluster van huizen op de kaart gezet in Figuur 10.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 26
Figuur 10Warmteprofiel gemeente Someren waarbij uitgegaan is van rendabel na isoleren. We zien
clusters van huizen met een zelfde warmteprofiel. Individuele huizen zijn niet in kaart gebracht. Het warmteprofiel ‘Midden tot lage temperatuur’ komt het meest voor. In de kernen Someren, Someren-Eind en Lierop komen rode clusters voor; hier staan oude woningen die moeilijk te isoleren zijn tot een niveau
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 27
waar midden tot lage temperaturen voldoen. De groene clusters (vaak nieuwbouw) liggen verspreid over de gemeente.
Warmtedichtheid Hoe de warmtevraag over de gemeente verdeeld is, is ook van belang voor de mogelijke alternatieven voor aardgas. Gebieden met een geconcentreerde warmtevraag (veel panden bij elkaar of panden met een hoge warmtevraag) zijn eerder geschikt voor de aanleg van een warmtenet. Bij een lage warmtedichtheid liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, eerder voor de hand. Voor Someren is de verdeling van de toekomstige warmtevraag van woningen zichtbaar gemaakt in Figuur 11. Vanaf 1000 GJ/ha en een minimum aantal woningen van ongeveer 200 (afhankelijk van de warmtebron) is de kans op een rendabele business case voor een warmtenet groot. Onder de 500 GJ/ha is een warmtenet bijna nooit een realistische oplossing. Tussen 500 en 1000 GJ/ha hangt de financiële haalbaarheid meer af van de omstandigheden; het type warmtebron, de afstand tussen de woningen en de warmtebron en de gewenste afgiftetemperatuur zijn allemaal factoren die invloed hebben.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 28
Figuur 11 De verwachte toekomstige warmtedichtheid in gemeente Someren. De warmtedichtheid is gebaseerd op de warmtevraag die over blijft na besparingsmaatregelen zoals in Tabel 4.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 29
Voorkeurswarmtevoorziening in de kernen De warmteprofielen (Figuur 10) en de warmtedichtheid (Figuur 11) vormen samen de basis voor de afweging van de mogelijkheden voor de warmtevoorziening. Gebieden met een hoge warmtedichtheid en hoge temperatuur zijn gebaat bij de inzet van een warmtenet en bevinden zich met name in Someren. De locaties waar relatief veel oude woningen bij elkaar staan, maar met lage warmtedichtheid, zijn de gebieden waar groen gas (via een hybride cv-ketel), indien beschikbaar, als eerste ingezet kan worden. De overige gebieden, zijn geschikt voor individuele of klein-collectieve warmtevoorzieningen.
Voorkeurswarmtevoorziening in het buitengebied In het buitengebied is de warmtedichtheid heel laag en liggen de woningen en (agrarische) bedrijven erg verspreidt wat de kans op een collectieve warmtevoorziening laag maakt. Voor zover voldoende groen gas beschikbaar is (bij voorkeur van lokale bronnen) kan die geïnjecteerd worden in het bestaande aardgasnetwerk. Eerst dient de energievraag van deze woningen fors omlaag om de vraag naar groen gas zo veel mogelijk te beperken. Daarmee komt de eerste keuze voor het buitengebied uit van goed geïsoleerde woningen en bedrijven met een hybride verwarmings- systeem op duurzame elektriciteit (grotendeels in te vullen met zonnepanelen op de eigen woning/gebouw) en groen gas. De tweede keuze is het zwaar isoleren van de woning/gebouw (indien technisch mogelijk en financieel rendabel) in combinatie met een individuele warmtepomp (all electric) of met zonnecollectoren in combinatie met een buffer. De derde keuze (indien de twee eerste keuzes niet mogelijk zijn) is een hoog rendement hybride pellet verwarmingssysteem. Daarmee is er nu al een duidelijke richting voor de toekomstige duurzame warmtevoorziening in het buitengebied.
3.2 Warmtebronnen In dit hoofdstuk noemen we welke warmtebronnen in Someren beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. We starten met een overzicht met kansrijke warmtebronnen die kunnen voorzien in veel warmte. Vervolgens sommen we warmtebronnen op, die eerder lokaal tot kansen leiden. Warmtebronnen die (nog) niet of beperkt aanwezig zijn in Someren , zijn toegelicht in bijlage D. Of een bepaalde bron ingezet wordt, is daarnaast afhankelijk van de lokale geschiktheid én is een keuze van inwoners en betrokken partijen.
Beschikbare warmteoplossingen Bron Bodemenergie
Inschatting potentie in TJ per jaar en als % van totale energievraag20 Toelichting 800-1200TJ / 168 - 252% Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, in zowel open als gesloten systemen. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300 m diep. Op deze diepte kan warmte op lage temperatuur gewonnen worden (< 20 °C). Om de bodem in balans te houden, dient het overschot aan warmte dat in de winter aan de bodem onttrokken wordt in de zomer weer toegevoegd te worden. Dit heet regeneratie van de bron. WKO is daarom in te zetten in combinatie met andere technieken, zoals zonnewarmte, extra koeling van gebouwen, dry-coolers of
20
Het percentage van de totale energievraag geeft een beeld hoe groot de potentie precies is, maar hierbij is geen rekening gehouden met de locatie van de warmtebron en de geschiktheid van de bron voor verschillende temperaturen die gevraagd worden in de toekomstige warmtevoorziening.
DWTM20030 – concept TVW gemeente Someren 30
Aardwarmte
Lucht warmtepompen