CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

7b. Toelichting Jan Smitslaan 1

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen van bestemmingsplan Jan Smitslaan 117.790 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Afbeelding voorblad hier invoegen! Bij invoegen cursor boven tekst plaatsen of gehele tekst verwijderen

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren Gemeente Someren Toelichting

15 december 2022

Bestemmingsplan ‘Jan Smitslaan 1, Someren’ Gemeente Someren

Opdrachtgever:

F. en J. van den Biggelaar Jan Smitslaan 1 5712 SV Someren

Plangebied:

Jan Smitslaan 1 5712 SV Someren

Opgesteld door:

Bergs Advies B.V.

Datum:

15 december 2022

IMRO-code:

NL.IMRO.0847.BP02021014-VS01

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

15 december 2022

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

Inleiding ..................................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................................... 5

1.2

Ligging plangebied ............................................................................................................................. 5

1.3

Vigerend bestemmingsplan ............................................................................................................... 6

Planbeschrijving ....................................................................................................................................... 7 2.1

Huidige situatie .................................................................................................................................. 7

2.2

Het initiatief ........................................................................................................................................ 8

2.3

Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering ...................................................................... 10

2.4.

Planbeschrijving ............................................................................................................................... 11

Beleid ....................................................................................................................................................... 13 3.1

Nationaal beleid ............................................................................................................................... 13

3.2

Provinciaal beleid ............................................................................................................................. 15

3.3

Gemeentelijk beleid ......................................................................................................................... 20

Randvoorwaarden .................................................................................................................................. 24 4.1

Inleiding............................................................................................................................................ 24

4.2

Bedrijven en milieuzonering............................................................................................................. 24

4.3

Geluid............................................................................................................................................... 26

4.4

Luchtkwaliteit ................................................................................................................................... 27

4.5

Bodem.............................................................................................................................................. 28

4.6

Geur ................................................................................................................................................. 29

4.7

Externe veiligheid ............................................................................................................................ 32

4.8

Kabels en leidingen ......................................................................................................................... 34

4.9

Water ............................................................................................................................................... 34

4.10

Archeologie en cultuurhistorie ......................................................................................................... 35

4.11

Natuur .............................................................................................................................................. 37

4.12

Verkeer en parkeren ........................................................................................................................ 41

4.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling ........................................................................................................... 41

Juridische planopzet .............................................................................................................................. 43 5.1

Planstukken ..................................................................................................................................... 43

5.2

Toelichting op de verbeelding .......................................................................................................... 43

5.3

Toelichting op de regels ................................................................................................................... 43

6

Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 45

7

Overleg en procedure ............................................................................................................................ 46 7.1.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................... 46

7.2.

Vooroverleg...................................................................................................................................... 46

7.3.

Zienswijzen ...................................................................................................................................... 46

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

15 december 2022

Bijlagen: 1. Landschappelijke inpassing Jan Smitslaan 1, Someren, Bergs Advies, 3 oktober 2022 2. Kwaliteitsberekening Jan Smitslaan 1, Someren, Bergs Advies, 15 maart 2022 3. Samenvatting uitkomsten digitale watertoets, Waterschap Aa en Maas, 26 mei 2021 4. Quickscan soortenbescherming Jan Smitslaan 1 te Someren, Exlan Consultants, 18 augustus 2021 5. AERIUS berekening Jan Smitslaan 1, Bergs Advies, 16 februari 2022 6. Vooroverlegverslag bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, gemeente Someren 2022 7. Zienswijzenverslag Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, gemeente Someren 2022

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

15 december 2022

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Aan de Jan Smitslaan 1 in Someren bevindt zich een agrarisch bedrijfsperceel. Op de locatie is lange tijd een varkenshouderij geëxploiteerd. In 2020 heeft de ondernemer zich ingeschreven voor de ‘Subsidieregeling sanering varkenshouderijen’ en uiteindelijk ook besloten hieraan deel te nemen en de varkenshouderij te beëindigen. De sanering van het agrarisch bedrijf maakt herbestemming van de locatie noodzakelijk. Enerzijds is dit een verplichting vanuit de subsidieregeling, anderzijds is het nodig om de ondernemer een nieuw toekomstperspectief te kunnen bieden op de locatie. Als onderdeel van de subsidieregeling worden de agrarische bedrijfsgebouwen en bijbehorende voorzieningen gesloopt. Het las- en montagebedrijf, dat door initiatiefnemer al als neventak werd geëxploiteerd naast de varkenshouderij, wordt voortgezet. Met dit bedrijf voert ondernemer las- en montagewerkzaamheden uit in de omgeving, voornamelijk bij agrarische bedrijven. Voor de opslag van materialen en machines en incidentele voorbereidende werkzaamheden wordt op de locatie een loods van 600 m 2 opgericht. Gezien het feit dat de feitelijke werkzaamheden van het bedrijf elders op locatie plaatsvinden en de loods hoofdzakelijk gebruikt wordt voor stalling en opslag, is sprake van een bedrijf in milieucategorie 2 (zie ook paragraaf 2.2 en 4.2).

Door het college van Burgemeester en wethouders is in november 2020 een positief principebesluit genomen over de herontwikkeling van de locatie. Hierbij zijn enkele voorwaarden benoemd, die afgelopen maanden hun invulling hebben gekregen door contacten tussen initiatiefnemer, adviseur, gemeente en provincie. Om de functie en bouwmogelijkheden van het perceel aan te passen aan de gewenste, nieuwe situatie, is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Het gewenste gebruik past niet binnen de geldende bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’. Om de ontwikkeling mogelijk te maken en om te voldoen aan de subsidievoorwaarden is voorliggende partiële herziening opgesteld.

1.2

Ligging plangebied

De locatie Jan Smitslaan 1 ligt ten zuidoosten van Someren-Eind aan de oostkant van de Zuid-Willemsvaart, nabij de gemeente- en provinciegrens. De percelen waarop het agrarisch bedrijf is gevestigd zijn kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie K, nummers 337, 338 en 789.

Figuur 1.2.1: Topografische kaart met aanduiding locatie Jan Smitslaan 1 (bron: pdokviewer.pdok.nl).

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

5

15 december 2022

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Op de locatie Jan Smitslaan 1 geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren - Deelgebied 3’, vastgesteld op 21 juli 2021. Het plan is vooralsnog niet onherroepelijk. Op grond van het plan ‘Buitengebied Someren, Deelgebied 3’ heeft de locatie Jan Smitslaan 1 de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’, die geldt voor een oppervlakte van circa 1,1 hectare en een functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’. Naast de enkelbestemming en functieaanduiding geldt de gebiedsaanduiding ‘overige zone - groenblauwe mantel’. Voor de zuidwestelijke hoek van het bestemmingsvlak geldt de dubbelbestemming ‘Leiding - Gas’ en voor de westelijke strook, parallel aan het kanaal, is de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ opgenomen. Ter bescherming van het kanaal is de aanduiding ‘vrijwaringszone - vaarweg’ opgenomen voor een smalle strook aan de westzijde. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren - Deelgebied 3’ zijn diverse wijzigingsbevoegdheden opgenomen om de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’, onder voorwaarden, te wijzigen in een andere bestemming. Het betreft onder andere wijzigingsbevoegdheden voor een omzetting naar de bestemming ‘Bedrijf’. Deze zijn echter of toepasbaar in een aangewezen bebouwingsconcentratie, of uitsluitend ‘ten behoeve van een agrarisch verwant bedrijf of een agrarisch-technisch hulpbedrijf’.

Ze bieden geen ruimte om de gewenste ontwikkeling op de Jan Smitslaan 1 met een wijzigingsplan te realiseren.

Figuur 1.3.1: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren - Deelgebied 3’ ter plaatse van de locatie Jan Smitslaan 1 (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

6

15 december 2022

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

De locatie Jan Smitslaan 1 ligt ten zuidoosten van Someren-Eind aan de oostkant van de Zuid-Willemsvaart. Op de locatie bevindt zich een varkenshouderij. Op het bedrijfsperceel zijn een bedrijfswoning en diverse agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. De woning, een langgevelboerderij, ligt met de kop naar de Jan Smitslaan en evenwijdig aan het kanaal. De voorkant van de woning is georiënteerd naar het oosten, de ‘achter’tuin bevindt zich aan de westzijde van het pand. De bedrijfsgebouwen liggen achter de woning, eveneens evenwijdig aan het kanaal. Het bedrijf beschikte tot voorkort over een vergunning voor 660 zeugen, 2.280 biggen, 96 vleesvarkens, 1 dekbeer, 3 vleeskalveren, 40 stuks overig rundvee en 2 paarden. Ten behoeve van het bedrijf is ca. 4.500 m2 bebouwing en 2.000 m2 verharding aanwezig. Uit historische kaarten is op te maken dat eind jaren 70 van de vorige eeuw een agrarisch bedrijf is gestart op het perceel. Het bedrijf heeft zich gevestigd in een veelal onbebouwd en open grootschalig agrarisch gebied aan de oostzijde van het kanaal. De bebouwing concentreerde zich in eerste instantie achter de woning. De stallen aan de westzijde van het perceel zijn in november 2009 in gebruik genomen.

Figuur 2.1.1 t/m 2.1.4: Topografische kaart Jan Smitslaan 1 en omgeving 1979 - 1992 - 2005 - 2015 (bron: topotijdreis.nl).

Zowel het perceel als de omgeving hebben een groene uitstraling. De woning met tuin en bedrijfsgebouwen worden aan zuid- en westzijde omringd door een robuuste groenbeplanting. De inrit tot het perceel bevindt zich ten oosten van de woning. Tevens is er in de huidige situatie een inrit aan de westzijde van het perceel, vanuit de Langendijk, een (zand)pad gelegen aan het kanaal. Aan de noordzijde is geen beplanting aanwezig. De omgeving van het bedrijf kenmerkt zich als grootschalig open gebied. Zowel langs de Langendijk als langs de Jan Smitslaan is sprake van laanbeplanting. Omliggende onbebouwde percelen zijn merendeels in gebruik als landbouwgrond. De bebouwingsdichtheid aan deze zijde van het kanaal is laag, terwijl aan de overzijde sprake is van een bebouwingsconcentratie.

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

7

15 december 2022

Figuur 2.1.5: Luchtfoto ligging locatie Jan Smitslaan 1 (bron: pdokviewer.pdok.nl).

2.2

Het initiatief

In 2020 heeft initiatiefnemer zich ingeschreven voor de ‘Subsidieregeling sanering varkenshouderijen’. De regeling is in 2019 opengesteld voor varkenshouderijen in de concentratiegebieden Zuid en Oost. Belangrijkste aanleiding voor de subsidieregeling was het verminderen van geuroverlast. De aanvraag voor Jan Smitslaan 1 is positief beoordeeld en ondernemer heeft dan ook besloten de varkenshouderij te beëindigen. De sloop van de bedrijfsgebouwen is reeds gestart. Dit betekent dat de agrarische bedrijfsfunctie op de locatie komt te vervallen. In totaal wordt 4.201 m2 aan bedrijfsbebouwing gesloopt. Het betreft alle agrarische bedrijfsgebouwen, ook de delen en gebouwen waarin geen huisvesting van dieren heeft plaatsgevonden. Van deze oppervlakte is 3.891 m 2 ingebracht in de saneringsregeling. De loods aan de zuidoostzijde van het bedrijf, met een omvang van 310 m2, maakt hier geen onderdeel van uit. Deze wordt immers niet gebruikt ten behoeve van de intensieve veehouderij. Om tot een compacte en praktische inrichting van het bouwvlak te komen, wordt deze loods wel gesloopt. Tevens worden de voersilo’s, de sleufsilo achter de stallen en de omliggende verharding van de locatie verwijderd. Het gehele veebestand is op 16 maart 2021 ingetrokken, als uitvloeisel van de saneringsregeling.

Naast het varkensbedrijf werd door initiatiefnemer (tevens eigenaar) afgelopen jaren een las- en montagebedrijf geëxploiteerd. Met dit bedrijf voert hij diverse las- en montagewerkzaamheden uit bij voornamelijk agrarische bedrijven in de omgeving. De werkzaamheden van het bedrijf vinden niet op de locatie Jan Smitslaan 1 plaats, met uitzondering van kleine voorbereidende werkzaamheden. Op de thuislocatie vindt met name opslag plaats van materialen en machines ten behoeve van het bedrijf. De feitelijke werkzaamheden vinden plaats op locaties / bij bedrijven van derden waar opbouw- of herstelwerkzaamheden nodig zijn. Gezien het feit dat de bedrijfsactiviteiten hoofdzakelijk elders plaatsvinden en vanwege de geringe verkeersaantrekkende werking is het bedrijf qua aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar met een bedrijf in milieucategorie 2. Voor initiatiefnemer ligt zijn arbeidsperspectief in het las- en montagebedrijf. Na de beëindiging van de varkenshouderij wordt dit voortgezet als onderneming vanuit de Jan Smitslaan 1. Ten behoeve van deze bedrijvigheid wordt na de sloop een nieuwe loods opgericht aan de westzijde van het perceel. Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

8

15 december 2022

De zuidzijde van de loods wordt parallel aan de woning en bijgebouwen gelegd, waardoor wordt aangesloten bij de oriëntatie van de te behouden bebouwing. De kopse kant van de loods in oostelijke richting maakt het mogelijk om hier de hoofdingang met voldoende hoogte te maken. Aan de kopse kant wordt de hoogte van de toegangsdeur immers niet beperkt door de goothoogte. Door deze opzet ontstaat een compact bestemmingsvlak en logisch cluster van bebouwing in de hoek Jan Smitslaan - Langendijk. Het open gebied ten noordoosten van de locatie verkrijgt meer openheid door de sloop. De toegang tot het perceel vanuit de Langendijk (kanaalzijde) vervalt in de nieuwe situatie. De loods krijgt een omvang van (maximaal) 600 m2 en wordt ontsloten via de bestaande inrit aan de Jan Smitslaan. Voor de realisatie van de loods worden zoveel mogelijk materialen van de voormalige zeugenstal hergebruikt. In deze stal, gebouwd in 2001, zijn een fors aantal elementen aanwezig, die geschikt zijn voor hergebruik. Onder andere de spanten, prefab wanden en gordingen lenen zich om een nieuw bedrijfsgebouw mee te realiseren. Ook voor de toegangsdeur zal gebruik worden gemaakt van één van de (rol)deuren, die reeds op het bedrijf aanwezig is. Het opnieuw gebruiken van de bouwmaterialen is positief vanuit de duurzaamheidsgedachte, waar circulariteit waar mogelijk uitgangspunt vormt.

Vanuit de kringloopgedachte wordt gestreefd naar het opnieuw inzetten van grond- en bouwstoffen. Hieraan wordt optimaal invulling gegeven door bouwmaterialen uit een te slopen gebouw op dezelfde locatie te benutten voor een nieuw te realiseren gebouw. De materialen worden geen afval, hoeven niet opnieuw geproduceerd te worden en er is geen sprake van transportbewegingen buiten de locatie voor deze materialen.

Figuur 2.2.1: Luchtfoto met in BAG registratie opgenomen te slopen bedrijfsgebouwen grijs gearceerd (met uitzondering van de bedrijfswoning) voor locatie Jan Smitslaan 1 (bron: pdokviewer.pdok.nl).

De beëindiging van de varkenshouderij zorgt voor een kwaliteitsverbetering voor de locatie en de omgeving. Tevens wordt de nieuwe situatie landschappelijk ingepast, waarmee een extra bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit wordt geleverd (zie ook paragraaf 2.3). Om de gewenste gebruiks- en bouwmogelijkheden te creëren op de locatie en planologisch-juridisch vast te leggen dat geen intensieve veehouderij meer is toegestaan wordt de bestemming met voorliggend bestemmingsplan gewijzigd naar ‘Bedrijf’. Op grond van de regels is een las- en montagebedrijf in milieucategorie 2 toegestaan en geldt een maximale oppervlakte van bedrijfsgebouwen van 600 m 2. De noordelijke gronden van het huidige bouwvlak, op ca. 45 meter achter de bedrijfswoning, worden in gebruik genomen als agrarische productiegrond. Zij worden opgenomen bij de akkers die reeds rond het bedrijf gelegen zijn. Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

9

15 december 2022

Een strook tussen het kanaal en het bedrijf met bedrijfswoning met aangrenzende gronden wordt herbestemd als ‘Agrarisch’. Het is immers niet gewenst op deze gronden bouwmogelijkheden te bieden en binnen deze bestemming wordt middels een aanduiding de landschappelijke inpassing geborgd.

Figuur 2.2.2: Toekomstige situatie Jan Smitslaan 1.

2.3

Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering

Elke ruimtelijke ontwikkeling buiten het ‘bestaand stedelijk gebied’ moet conform het provinciale beleid gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Voor de locatie is dan ook een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Bij het opstellen van het inpassingsplan is gekeken naar de eigenschappen, kwaliteiten en het karakter van de locatie. Het algemene uitgangspunt van de gemeente Someren is dat de landschappelijke inpassing binnen het bestemmingsvlak van de hoofdfunctie of direct aansluitend daaraan plaatsvindt. Met dit uitgangspunt is rekening gehouden. De beëindiging van het varkensbedrijf zorgt voor een kwaliteitswinst in ruimtelijke en milieuhygiënische zin. De verstening van het buitengebied neemt af door de sloop van, per saldo 3.600 m 2 bedrijfsgebouwen (sloop 4.200 m2, bouw 600 m2) en het verdwijnen van bijbehorende voorzieningen/ verhardingen. Zodra op de locatie geen vee meer wordt gehouden, verdwijnt ook de geur-, ammoniak- en fijnstofuitstoot. Dit levert een positieve bijdrage aan het woon- en leefklimaat van het gebied en draagt bij aan het verminderen van de uitstof van belastende stoffen (met name ammoniak) op gevoelige natuur. Met het saneren van de intensieve veehouderij is dan ook sprake van kwaliteitswinst.

Daarnaast wordt, overeenkomstig het provinciaal en gemeentelijk beleid, aanvullende landschappelijke inpassing gerealiseerd op het perceel. Ook wordt een deel van het bestaand volwassen groen vastgelegd. De bestaande opgaande inheemse beplanting die de locatie voor een deel aan het oog onttrekt, is behoudenswaardig. Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

10

15 december 2022

Door dit groen op te nemen in het landschappelijk inpassingsplan is de bescherming en instandhouding daarvan gewaarborgd. Het bestaande groen wordt aangevuld met nieuw groen. Dit bestaat uit 3 hoofdcomponenten: 1. het doortrekken van het bosplantsoen langs de Langendijk tot de achterzijde van de nieuwe loods; 2. een bomenlaan aan de achterzijde (noordzijde + deel oostzijde) van de nieuwe loods; 3. het doorzetten van de haag met daarin solitaire bomen ten oosten van de inrit in noordelijke richting.

Figuur 2.3.1: Uitsnede inpassingsplan Jan Smitslaan 1.

In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die gekoppeld is aan een aanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 1’ ter plaatse van de bestaande en te realiseren beplanting. Bebouwing ter plaatse van deze aanduiding is uitgesloten. In dit geval betreft de ontwikkeling de herbestemming van een agrarische bedrijfslocatie tot ‘Bedrijf’ met een maximaal toegestane oppervlakte bedrijfsgebouwen van 600 m 2. Naast de bedrijfsbestemming krijgt een deel van het plangebied de bestemming ‘Agrarisch’. Voor de ontwikkeling is een kwaliteitsberekening op basis van de gemeentelijke landschapsinvesteringsregeling gemaakt. In paragraaf 3.3 wordt de berekening nader toegelicht. Het landschappelijk inpassingsplan en de kwaliteitsberekening zijn opgenomen als bijlage 1 en 2 bij deze toelichting.

2.4

Planbeschrijving

Om de gewenste situatie ter plaatse te kunnen realiseren is de locatie Jan Smitslaan 1 bestemd als ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch’. De landschappelijke inpassingselementen zijn aangeduid met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 1’. Het gebruik als intensieve veehouderij locatie of agrarisch bedrijf is daarmee in de toekomst niet meer mogelijk. Binnen de bestemming ‘Bedrijf’ is kleinschalige bedrijvigheid in de vorm van een las- en montagebedrijf in milieucategorie 2 toegestaan met een bedrijfswoning. Er mag maximaal 600 m 2 bedrijfsgebouwen worden opgericht. De totale oppervlakte van de bedrijfsbestemming bedraagt 4.560 m2. 2.348 m2 van het bedrijfsperceel betreft de bedrijfswoning inclusief bestaande tuin (met uitzondering van de bosstrook). 6.323 m2 van het agrarisch bouwvlak wordt herbestemd als ‘Agrarisch’, om grotendeels in gebruik genomen te worden als agrarische productiegrond (4.432 m2) en deels voor de landschappelijke inpassing (1.891 m2). Met deze begrenzingen wordt voorzien in bestemmingswijziging voor het gehele huidige bestemmingsvlak ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’.

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

11

15 december 2022

De begrenzing van de nieuwe bedrijfsbestemming is afgestemd op de ligging en omvang van het beoogde bedrijfsgebouw, de bestaande bedrijfswoning en erf en tuin. De landschappelijke inpassing, die gepaard gaat met de bestemmingswijziging, wordt op de verbeelding aangeduid als ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 1’. De gronden met de aanduiding voor de landschappelijke inpassing mogen uitsluitend gebruikt worden voor de landschappelijke inpassing. Het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, is ter plaatse van de aanduiding niet toegestaan. Middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan en een anterieure overeenkomst is de landschappelijke inpassing geborgd.

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

12

15 december 2022

3

Beleid

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

In de opmaat naar de Omgevingswet, die naar verwachting per 1 januari 2022 in werking treedt, heeft de Rijksoverheid de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op 11 september 2020 is de NOVI vastgesteld op grond van de geldende regelgeving, aangezien de Omgevingswet nog niet in werking is getreden. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. De NOVI bevat de lange termijn visie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het gaat om het strategisch beleid, omdat de NOVI een visie is en de hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving (artikel 3.2 Omgevingswet). De NOVI komt daarmee in de plaats van gebiedsdekkende structuurvisies, de relevante delen van de natuurvisie, verkeers- en vervoerplannen, strategische gedeelten van nationale en provinciale waterplannen en milieubeleidsplannen.

Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal; alle plannen moeten met oog voor natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt worden. Bij het maken van keuzes wordt gebruik gemaakt van drie afwegingsprincipes: 1. combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en; 3. afwentelen wordt voorkomen. De belangrijkste keuzes in de NOVI zijn: • Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Nederland wordt zo ingericht dat het land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast. • Verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor omgevingskwaliteit. • Overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden.

• Ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden. • Bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. • Toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda; hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan het NOVI. De agenda bevat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes. De NOVI wordt uitgewerkt in Algemene Rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling. Er wordt straks gebiedsgericht gewerkt door middel van Omgevingsagenda’s en NOVIgebieden.

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

13

15 december 2022

Het kabinet heeft een aantal voorlopige NOVI-gebieden aangewezen. Het Rijk is van plan om hier samen met de regio, met aandacht voor de brede ruimtelijk-fysieke opgaven: • een extra impuls te geven aan grote transities, passend bij NOVI-prioriteiten; • extra steun te geven aan de aanpak van grote, integrale fysieke opgaven, die heel belangrijk zijn voor Nederland. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt in het voorlopig NOVI-gebied De Peel. Het gebied De Peel, gevormd door Noordoost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg, is één van de twee voorlopige NOVIgebieden binnen het thema ‘Transities landelijk gebied’. In de NOVI is opgenomen dat de intensieve veehouderij in De Peel en omgeving van een omvang is, die zijn gelijke niet kent in de wereld. Tegelijk zorgt dit voor enorme opgaven en is transitie nodig naar meer duurzaamheid, versterking van de natuur, milieu, luchtkwaliteit, leefbaarheid, stikstof, goede bereikbaarheid, dierenwelzijn en gezondheid voor alle inwoners van het gebied, aldus de NOVI. Binnen het plangebied wordt een intensieve veehouderij beëindigd en wordt ingezet op voortzetting van de bestaande neventak als (niet-agrarische) bedrijfsfunctie, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de leefbaarheid van het landelijk gebied. De ontwikkeling past bij de doelstellingen van de NOVI om natuur, milieu, luchtkwaliteit en leefbaarheid te versterken.

Voor het overige is de herbestemming van Jan Smitslaan 1 van een zodanig beperkt schaalniveau dat er op nationale schaal geen belangen in het geding zijn.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

In het NOVI is een tabel opgenomen die weergeeft hoe de relatie is tussen de in de NOVI opgenomen nationale belangen, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de uitvoeringsregels in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet. De betreffende onderdelen en/of artikelen in het Barro, Bro, en straks Bkl, blijven ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. In het Barro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen. Deze regels moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen. De locatie Jan Smitslaan 1 ligt niet in één van de gebieden waar het Barro betrekking op heeft. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor de herbestemming.

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Deze Ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zodat de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. Kern van de Ladder is dat de stedelijke ontwikkeling op een locatie pas doorgang kan vinden als is aangetoond dat er daadwerkelijk een actuele behoefte aan is en dat de beschikbare ruimte in het stedelijk gebied optimaal wordt benut. Van belang daarbij is of elders in de regio een soortgelijke ontwikkeling is gepland die reeds in de behoefte kan voorzien. In voorliggend plan is sprake van een beëindiging van een agrarisch bedrijf, sloop van 4.200 m2 bedrijfsgebouwen en voorzetting van een kleinschalig bedrijf in een bedrijfsgebouw van 600 m 2. Het plangebied is gelegen in het agrarisch buitengebied, tussen Nederweert en Someren-Eind. Karakter stedelijke ontwikkeling Voor de toets aan de Ladder wordt uitgevoerd, dient te worden vastgesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit begrip is in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

Uit de tot dusver gevormde jurisprudentie ten aanzien van dit begrip blijkt dat de omvang van de ontwikkeling en de locatie een rol speelt. Is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, dan kan weliswaar sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, maar kan de ontwikkeling als te kleinschalig worden beoordeeld om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro.

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

14

15 december 2022

Met de beoogde herbestemming neemt de bebouwingsoppervlakte in het gebied af met ca. 3.600 m2. Het nieuwe bouwvolume ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten wordt begrensd op 600 m 2, terwijl nu sprake is van een agrarisch bouwvlak van ca. 1,1 ha (11.000 m2). Gezien de aard van de herbestemming en afname van het bebouwd oppervlak is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden toegepast.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Binnen deze visie is een panorama/toekomstbeeld voor 2050 geschetst. Tegen die tijd is Brabant welvarend, verbonden en klimaatproof; een provincie waar het goed wonen, werken en recreëren is. Tevens wordt er in netwerken actief samengewerkt aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Om dit te bereiken ziet de provincie in hoofdzaak drie rollen voor zich weggelegd: richting geven, beweging stimuleren en ontwikkelingen mogelijk maken. Daarnaast wordt de basisopgave 'werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit' onderstreept en zijn er vier hiermee onlosmakelijk verbonden hoofdopgaven benoemd: de Brabantse energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor de verschillende opgaves is uiteengezet hoe de provincie voornemens is dit te bereiken. Op deze manier wordt richting gecreëerd voor het provinciaal handelen. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen voor de diverse aspecten van de fysieke leefomgeving staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie. Op termijn worden deze conform de systematiek van de Omgevingswet ondergebracht in programma’s. Daarnaast zal de provincie de benoemde waarden beschermen via een omgevingsverordening.

Voor nu betekent dit dat de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant nog altijd het geldend provinciaal kader vormen voor de ontwikkeling aan de Jan Smitslaan 1.

3.2.2

Structuurvisie ruimtelijke ordening

De Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (SVRO) bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De structuurvisie is uitsluitend bindend voor de provincie zelf en beoogt met name richting te geven aan de provinciale vraagstukken met betrekking tot ruimtelijke ordening, waarover bestuurders een beslissing dienen te nemen. De doorvertaling in de (provinciale) verordeningen zorgt voor de doorwerking naar lagere overheden. De SVRO gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. De provincie kiest in haar ruimtelijk beleid voor een verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennis innovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. De locatie Jan Smitslaan 1 en de directe omgeving is op de structurenkaart, behorende bij de SVRO, aangeduid als ‘Groenblauwe mantel’. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn gebieden grenzend aan het kerngebied natuur en water die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het kerngebied.

Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water (-beheer) en landschap is in de groenblauwe mantel een belangrijke opgave. Vormen van grondgebonden agrarisch grondgebruik zijn van blijvend belang voor de ontwikkeling van groene en blauwe waarden. Binnen het gebied liggen kansen voor recreatie en toerisme. Ook een aantal groene gebieden door én nabij het stedelijk kralensnoer zijn onderdeel van de groenblauwe mantel. De mogelijkheden en regels voor de structuren uit de structuurvisie zijn nader uitgewerkt in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

15

15 december 2022

3.2.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (vastgesteld 25 oktober 2019, geconsolideerde versie 8 december 2020) staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid uit de omgevingsvisie juridisch te binden. Van 9 april tot en met 20 mei 2021 heeft de Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant ter inzage gelegen. Deze verordening is opgesteld om te voldoen aan de Omgevingswet. De regels in de Interim omgevingsverordening zijn als uitgangspunt gehanteerd. Deze worden in deze paragraaf dan ook getoetst. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is de locatie Jan Smitslaan 1 als volgt aangewezen:

Kaartbeeld

Omschrijving

Aanduiding

1

Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen Rechtstreeks werkende regels: landbouw

Diep grondwaterlichaam

2

6 7 8

Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied Instructieregels gemeente: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen Instructieregels voor waterschappen

Stalderingsgebied Landelijk gebied Bescherming Natura 2000 Landelijk gebied Groenblauwe mantel Stalderingsgebied Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied

Op grond van de kaartlagen ‘3. Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’, ‘4. Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ en ‘5. Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging’ gelden geen bepalingen voor het plangebied. Tenslotte vermelden de verschillende kaarten de thema’s ‘Rechtstreeks werkende regels voor activiteiten’, ‘Instructieregels voor gemeenten’ en ‘Instructieregels voor waterschappen’. Op grond van bovenstaande bepalingen geldt een aantal regels voor het plangebied. Deze worden hieronder opgesomd en getoetst. Landelijk gebied - Groenblauwe mantel Voor het landelijk gebied en groenblauwe mantel is een aantal regels opgenomen in de verordening, voornamelijk onderverdeeld naar verschillende (agrarische) bedrijfssectoren. De bepalingen voor vestiging van een niet-agrarische functie in landelijk gebied zijn vastgelegd in artikel 3.73. Onderstaand worden de regels weergegeven en wordt het plan hieraan getoetst. De tekst uit de verordening is cursief weergegeven, daarna volgt per criterium de toetsing in standaard lettertype. Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a.

de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: De locatie is gelegen in het van oorsprong agrarisch buitengebied van de gemeente Someren, regio ZuidoostBrabant. Er is sprake van een grootschalig gebied, met lage bebouwingsdichtheid. Aan de overzijde van het kanaal, op hemelsbreed minder dan 70 meter, ligt een bebouwingsconcentratie. In het landelijk gebied van Zuidoost-Brabant is sprake van een transformatie. Veehouderijen beëindigen hun agrarische activiteiten en ontwikkelen zich in een andere richting. Het is afhankelijk van de locatie en voorkeuren en kenmerken van de ondernemer welke richting dit betreft. De Jan Smitslaan ligt aan de rand van een grootschalig gebied. Het verminderen van het bebouwingsvolume en zoveel mogelijk verplaatsen van bebouwing naar de rand van het open gebied is dan ook passend. Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

16

15 december 2022

Ondernemer exploiteert vanaf de locatie al enige tijd een las- en montagebedrijf. Het bedrijf richt zich op werkzaamheden die bij derden plaatsvinden, en waarvoor de opslag en stalling op de thuislocatie gebeurt. (Voormalige) agrarische bedrijfslocaties zijn zeer geschikt voor dergelijke activiteiten. Er is over het algemeen bebouwing beschikbaar, waardoor de opslag en stalling inpandig kan plaatsvinden. De verkeersstromen in het buitengebied, en in elk geval ter plaatse van het plangebied, worden veelal gevormd door bestemmingsverkeer, dat bestaat uit bedrijfsverkeer en privéverkeer. De verkeersbewegingen van een kleinschalig ‘maak-bedrijf’ passen goed in dit verkeersbeeld. Tevens blijken agrarische ondernemers vaak over veel technisch inzicht en ‘handigheid’ te beschikken, hetgeen uitermate goed van pas komt in een lasen montagebedrijf. In het voortraject is tevens overwogen om de locatie in te zetten voor verhuur van kleinschalige bedrijfsgebouwen. Dit gebruik acht de gemeente echter niet wenselijk vanwege de verkeersaantrekkende werking. De verkeersaantrekkende werking van het eigen bedrijf is beperkt, en kan door de aangrenzende wegenstructuur eenvoudig opgevangen worden. De bereikbaarheid van de locatie is zeer goed. Direct ten zuiden van het plangebied ligt Sluis 13, die de Jan Smitslaan verbindt met de Kanaaldijk-Zuid.

Deze doorgaande, provinciale weg is dan ook snel en goed bereikbaar vanuit de locatie. De bedrijfsactiviteiten vinden voor een belangrijk deel plaats bij agrarische bedrijven in de regio. In het gebied is een groot aantal agrarische bedrijven, met name (intensieve) veehouderijen en akkerbouwbedrijven, gevestigd. De vraag naar de aangeboden diensten is dan ook vanuit de directe omgeving aanwezig. De bebouwde percelen in de omgeving van het plangebied zijn merendeels in gebruik als burgerwoning. Ook is er sprake van horeca, bedrijvigheid en agrarische bedrijven. De omgeving kan dan ook gekenmerkt worden als een gemengd gebied. Met de beëindiging van de veehouderij, die mede mogelijk is door een geschikte vervolgfunctie, wordt een positieve bijdrage geleverd aan het woon- en leefklimaat in de omgeving, onder andere voor de aanwezige burger- en bedrijfswoningen. Op grond van bovenstaande aspecten kan worden geoordeeld dat de kleinschalige bedrijfsactiviteiten passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Daarnaast gelden de volgende subcriteria uit de omgevingsverordening: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; Verwezen wordt naar het bovenstaande. Het las- en montagebedrijf past qua bedrijfstype in de ontwikkelingsrichting van het gebied. Met de omschakeling is sprake van een grote afname van bedrijvigheid en bebouwing.

De impact op de omgeving wordt visueel, milieuhygiënisch en ruimtelijk minder. 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; Het las- en montagebedrijf wordt reeds vanaf de locatie geëxploiteerd. De klantenkring is reeds aanwezig. Het nieuw op te richten bedrijfsgebouw zorgt voor een passende opslag- en stallingsruimte voor het bedrijf. De verkeersstructuur maakt de gewenste ontwikkeling mogelijk en de leefbaarheid wordt hierdoor verbeterd (zie hoofdstuk 4). De bedrijfsactiviteiten zijn niet zodanig dat zij op een bedrijventerrein thuishoren. De beëindiging van de veehouderij wordt middels de saneringsregeling varkenshouderijen gestimuleerd. Op grond van deze regeling is het zowel voor ondernemer als voor derden niet meer toegestaan op de locatie een veehouderij te starten/ exploiteren. Dit perspectief van agrarische bedrijvigheid vervalt dan ook voor de locatie door deelname aan de subsidieregeling. 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. In het kader van voorliggend plan is een inpassingsplan opgesteld en een berekening gemaakt van de benodigde kwaliteitsbijdrage op grond van het gemeenlijk kwaliteitsbeleid.

Verwezen wordt naar paragraaf 3.3.3 en 3.3.4 voor een nadere omschrijving van deze aspecten. Als onderdeel van de saneringsregeling wordt alle agrarische bedrijfsbebouwing op de locatie gesloopt. De bebouwde oppervlakte op de locatie vermindert per saldo met ruim 3.600 m2 (ruim 4.200 m2 sloop en 600 m2 nieuwbouw).

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

17

15 december 2022

b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; Er is geen sprake van splitsing van het bouwperceel. In de nieuwe situatie wordt vanuit de locatie één bedrijf geëxploiteerd door de eigenaar, tevens bewoner van de bedrijfswoning. c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; De agrarische bedrijfsgebouwen en -voorzieningen ten dienste van de veehouderij worden gesloopt in het kader van de saneringsregeling. Ook overige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Met oog voor een compact bouwvlak en behoud van openheid wordt één nieuw bedrijfsgebouw opgericht. Per saldo verdwijnt ruim 3.600 m2 bebouwing op de locatie. d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Het initiatief betreft geen van deze drie inrichtingsvormen. Het kleinschalig las- en montagebedrijf dat reeds als nevenactiviteit aanwezig is, wordt voortgezet. Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; De maximum omvang bedrijfsgebouwen wordt begrensd op 600 m 2, binnen een compact bouwvlak waar geen sprake is van overtollige onbebouwde bedrijfsgronden. Van een publieksaantrekkende functie is geen sprake.

Een verdere ontwikkeling van het bedrijf op de langere termijn is dan ook uitgesloten. b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; De toegestane bedrijfsactiviteiten zijn geborgd in de planregels en qua milieucategorie begrensd tot maximaal milieucategorie 2; c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; Op grond van de planregels is buitenopslag niet toegestaan. Alle opslag dient dan ook inpandig plaats te vinden. d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Met deze bestemmingswijziging wordt aan de locatie een bouwvlak op maat toegekend. Hierbinnen is geen ruimte voor groei van de bedrijfsactiviteiten. In het plan zijn geen flexibiliteitsregels opgenomen, die een eventueel verdere groei zouden kunnen faciliteren. Het is initiatiefnemer bekend dat de met dit bestemmingsplan toe te kennen omvang de maximale omvang betreft. Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; De reeds aanwezige nevenactiviteit vormt in de nieuwe situatie de enige bedrijfsactiviteit op de locatie. Deze bedrijfsactiviteiten zijn geborgd in de planregels en qua milieucategorie begrensd tot maximaal milieucategorie 2.

Bedrijven van milieucategorie 1 en 2 zijn bij uitstek functies die in een gemengd gebied kunnen voorkomen. In dit geval vinden de feitelijke activiteiten van het bedrijf op locatie bij derden plaats. Het eigen bedrijfsgebouw wordt hoofdzakelijk gebruikt voor opslag en stalling. Vestiging van dergelijke activiteiten op een bedrijventerrein is ongewenst. Enerzijds zijn de kosten op een bedrijventerrein te hoog voor een dergelijk gebruik (de locatie zelf genereert geen inkomsten) en anderzijds is het gewenst de schaarse ruimte op bedrijventerreinen beschikbaar te houden voor inrichtingen waarvan het productieproces daadwerkelijk op dit terrein plaatsvindt. b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; Het initiatief heeft geen betrekking op een detailhandelsvoorziening. c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare Het initiatief heeft geen betrekking op een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg.

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

18

15 december 2022

Diep grondwaterlichaam Op grond van de regels in de verordening is onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden boven, in of onder een diep grondwaterlichaam. Het plan voorziet niet in winning van koolwaterstoffen, waardoor deze regels geen beperking opleggen aan de gewenste ontwikkeling. Stalderingsgebied Op grond van artikel 2.74 gelden aanvullende regels voor hokdierhouderijen in stalderingsgebied. Toename van bestaand oppervlak dierenverblijven is verboden en overige ontwikkelingen zijn aan aanvullende regels gebonden. Voorliggend plan voorziet in de beëindiging en het wegbestemmen van een veehouderij. De regels voor toename van bebouwing voor dit type bedrijvigheid zijn dan ook niet van toepassing. Bescherming Natura 2000 De verordening stelt onder de categorie ‘Landbouw’ een aantal regels voor gebieden, aangeduid als ‘Bescherming Natura 2000’. Deze hebben met name te maken met de uitstoot van veehouderijen. In het plangebied wordt de veehouderij beëindigd waardoor deze regels niet meer van toepassing zijn en de gehele uitstoot verdwijnt. Groenblauwe mantel In de verordening zijn een aantal bepalingen opgenomen voor gronden die zijn aangewezen als ‘groenblauwe mantel’. Deze worden hieronder verwoord en getoetst. Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a.

strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; Het bestemmingsplan is gericht op de beëindiging van een intensieve veehouderij en sterke verkleining van het bouwvlak ter plaatse. Door sloop van bebouwing en verharding wordt de verstening van het landschap beperkt en mogelijkheden voor het natuurlijk watersysteem gecreëerd. Bij de herontwikkeling wordt de beschermingszone rond het kanaal gerespecteerd. Het hemelwater dat terecht komt op de nieuwe bebouwing en te handhaven verharding wordt afgekoppeld, waarmee de grondwatervoorraad wordt aangevuld. Dit komt ten goede van de natuur- en landschapselementen in de omgeving. Tevens wordt een zorgvuldige landschappelijke inpassing gerealiseerd, zie ook onder c. b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; In de planregels is vastgelegd dat de gronden tevens bestemd zijn voor behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en ecologische en landschappelijke waarden. Ook worden voorwaarden gesteld aan ontwikkelingen in het plangebied. c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.

Als onderdeel van de bestemmingsplanwijziging is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarin de kwaliteitsverbetering is verankerd. De verbetering van de landschapsstructuur levert tevens een positieve bijdrage aan het behoud en de ontwikkeling van ecologische waarden en creëert leefgebied voor dier- en plantensoorten. De landschappelijke inpassing is geborgd op de verbeelding en in de planregels. Bij het opstellen van het inpassingsplan zijn het Beeldkwaliteitplan Buitengebied en de Landschapsinvesteringsregeling Someren als uitgangspunt gehanteerd. Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Voorliggend bestemmingsplan gaat vergezeld van een landschappelijk inpassingsplan en ecologisch onderzoek. De ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken zijn in deze documenten (bijlagen 1 en 4) nader omschreven en worden in paragraaf 2.3 en 3.3.4 (landschap) en 4.11 (ecologie) van deze toelichting toegelicht.

Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied Op grond van artikel 2.8 van de Waterwet moeten bij provinciale verordening, met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop de regionale wateren moeten zijn ingericht, normen worden gesteld met betrekking tot de gemiddelde overstromingskans per jaar uit oppervlaktewateren van daarbij aan te wijzen gebieden.

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

19

15 december 2022

De normen drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau. De norm voor Buitenstedelijk gebied is in Brabant bepaald op 1/100 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen, 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw, 1/25 per jaar voor akkerbouw en 1/10 per jaar voor grasland. Voor bebouwing die ligt buiten Stedelijk gebied geldt de norm van het omringende landgebruik. Voor het plangebied geldt, op grond van de aangrenzende functies een norm van 1/10 per jaar (grasland is de dominerende aangrenzende agrarische functie). Het plan voorziet in een wijziging van het verhard oppervlak en wel zodanig dat dit oppervlak sterk afneemt. Als gevolg van de sloop van bedrijfsgebouwen en verhardingen neemt het aandeel onverharde gronden op de locatie sterk toe. In paragraaf 4.9 wordt nader ingegaan op het aspect ‘water’. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief past binnen de beleidslijnen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en dit beleidskader geen belemmering vormt voor het plan.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Someren 2028

Op 24 april 2013 is de ‘Structuurvisie Someren 2028’ vastgesteld. In de Structuurvisie is aangegeven dat de gemeente Someren in 2028 een duurzame, krachtige, zelfbewuste en zelfstandige gemeente wil zijn die haar landelijke positie in de Brainport goed weet te benutten. Someren ontleent haar identiteit aan het landelijke Brabantse karakter. Het kwalitatief goede bos-, natuur- en buitengebied zorgt er mede voor dat Someren een goed woonklimaat kent en een aantrekkelijke vestigingslocatie is voor bedrijven met een schaal die past bij Someren. Door de verscheidenheid en toegankelijkheid van het buitengebied heeft Someren een aantrekkingskracht op recreanten.

Figuur 3.3.1.1: Uitsnede Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028 met aanduiding locatie Jan Smitslaan 1.

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

20

15 december 2022

Voor het buitengebied wordt gestreefd naar het handhaven en versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Men wil het aanwezige landschap behouden en waar mogelijk versterken. Om dit te bereiken, is er voorrang in dit gebied voor boeren, burgers en buitenlui (recreanten). De landschapswaarden en de natuur wil de gemeente behouden en daar waar mogelijk versterken. Alleen kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn passend in het buitengebied. Bij functieveranderingen wordt gestuurd op ruimtelijke kwaliteit. Onderdeel van de ‘Structuurvisie Someren 2028’ is de ‘Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028’. De locatie Jan Smitslaan 1 is op de kaart aangeduid als ‘Jonge heideontginning’ en een beperkt deel aan de voorzijde als ‘Oudere heideontginningen’. Het plan voor de herbestemming van de locatie Jan Smitslaan 1 vormt geen belemmering voor de geformuleerde visie in de gemeentelijke structuurvisie. Het plan zorgt voor een kwaliteitsverbetering op de locatie en een verbetering van de milieuhygiënische situatie in de omgeving die ten goede komt van het leefmilieu van mens en natuur. Door het voortzetten van de bestaande neventak wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied. 3.3.2

Beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied

De nota ‘Beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied en maatregelen ter stimulering van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen’ is op 25 februari 2016 vastgesteld door de gemeenteraad. Vervolgens zijn er in september 2016, januari 2017 en juni 2018 beleidswijzigingen doorgevoerd en vastgesteld. In de beleidsnota wordt de problematiek rondom voormalige agrarische bedrijfsgebouwen (VAB’s) verbonden met de vraag welke functies wenselijk worden geacht in het buitengebied. Het doel is een aantrekkelijk, groen en landelijk buitengebied, dat in combinatie met een vitale dorpskern ervoor zorgt dat aan iedere inwoner en bezoeker een prettige fysieke en sociale leefomgeving wordt geboden. Hierbij is een duidelijke scheiding tussen het stedelijk gebied en het buitengebied en is er sprake van zo min mogelijk leegstand van VAB’s. Hierbij is duurzaamheid het kernwoord. Dit wil Someren op twee manieren bereiken. Enerzijds door uitbreidingsruimte toe te kennen, mits de ontwikkeling bijdraagt aan de genoemde doelstelling (verdien de ruimte). Anderzijds door maatregelen in te voeren die de sloop van VAB’s stimuleren.

Het initiatief aan de Jan Smitslaan 1 heeft raakvlakken met de ontwikkelingen zoals omschreven in de Nota ‘Beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied en maatregelen ter stimulering van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen’, maar er bestaan ook verschillen. Belangrijkste onderscheid is dat de beëindiging van het agrarisch bedrijf plaatsvindt met toepassing van een saneringsregeling en dat sloop van alle dierverblijven, voer- en mestsilo’s en mestkelders op grond hiervan verplicht is. Daarmee is er sprake na de beëindiging geen sprake van VAB’s op de locatie. Sloop maakt immers onderdeel uit van de regeling. Toepassing van één of meerdere sloopstimulerende regelingen vanuit het gemeentelijk beleid is dan ook niet aan de orde. Voor de nieuwe functie op de locatie wordt gebruik gemaakt van het gedachtegoed van ‘verdien de ruimte’. Uitgangspunt hiervan is dat ontwikkelruimte kan worden toegekend, als daarmee de gemeentelijke doelstelling wordt gediend. Om een invulling aan deze gemeentelijke doelstelling te geven zijn vier richtinggevende principes uitgewerkt. De principes zijn gestoeld op de pijlers voor duurzaamheid.

Binnen die kaders worden nieuwe initiatieven in beginsel omarmd en is een ontwikkeling kansrijker indien het: 1) bijdraagt aan de sloop van stallen (natuurlijk kapitaal); 2) ruimte biedt aan innovatie (economisch kapitaal); 3) bijdraagt aan een maatschappelijke en/of zorgbehoefte uit de Somerense gemeenschap (menselijk kapitaal); 4) de uitgangspunten van Cradle to Cradle als vertrekpunt hanteert (natuurlijk, menselijk en economisch kapitaal). Zoals hierboven reeds omschreven staat sloop van stallen op locatie buiten kijf. De bestaande nevenfunctie wordt gecontinueerd. Het las- en montagebedrijf is de economische pijler voor ondernemer. Daarnaast dragen zijn werkzaamheden bij aan het functioneren van andere bedrijvigheid in de regio. De werkzaamheden kunnen betrekking hebben op behoud van de huidige bedrijvigheid, maar eveneens op innovatie en ontwikkeling van nieuwe productietechnieken. Voor het nieuw te realiseren bedrijfsgebouw worden zoveel mogelijk materialen van de in 2009 in gebruik genomen stal herbruikt. De spanten, gordingen en prefab wanden van deze voormalige zeugenstal zijn nog in goede staat en voldoen qua materiaalkenmerken aan de wensen. Ook wordt de (rol)deur van één van de voormalige bedrijfsgebouwen hergebruikt. Met de beëindiging van de veehouderij wordt een grote kwaliteitswinst behaald, die door de landschappelijke inpassing verder wordt versterkt.

Bestemmingsplan Jan Smitslaan 1, Someren

21

15 december 2022

Hergebruik voor kleinschalige eigen bedrijvigheid, met een maximale bebouwingsomvang van 600 m 2, past dan ook binnen het gedachtegoed van ‘verdien de ruimte’.

3.3.3

Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren 2018

De ‘Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren 2018’ is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking kan worden verleend. Niet alle ontwikkelingen in het buitengebied hebben een even grote negatieve impact op de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Bovendien is een onderscheid te maken tussen ontwikkelingen die echt thuishoren in het buitengebied en ontwikkelingen die dat minder doen, zoals wonen of niet-agrarische bedrijfsfuncties. Rekening houdend met de impact op de omgeving worden categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden. Afhankelijk van de impact wordt bepaald hoe invulling wordt gegeven aan artikel 3.2. van de Verordening ruimte Noord-Brabant (zie paragraaf 3.2.2): • Categorie 1: ruimtelijke ontwikkelingen die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen en waar dus geen tegenprestatie wordt gevraagd; • Categorie 2: ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing; • Categorie 3: ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro’s (op basis van normbedragen) De herbestemming van de locatie Jan Smitslaan 1 valt onder categorie 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12067275/1