CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

7a. bijlage Nota bodembeheer Gemeente Someren

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen van Nota bodembeheer 202230.968 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

NOTA BODEMBEHEER In opdracht van

Gemeente Someren

Opgesteld door

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven

Auteur(s)

Ir. P.A. Steenbergen Ing. P.F.G. van Bergen Ing. P.H.J. Maas

Kenmerk

Z.193250/D.866938

Datum

12-07-2022

Status

Definitief

-2-

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

Samenvatting Voor u ligt de Nota bodembeheer van de gemeente Someren. Door middel van deze Nota bodembeheer worden concrete richtlijnen gegeven voor een duurzaam beheer van de bodem. De nota is grotendeels gebaseerd op wettelijk landelijk (generiek) voorgeschreven beleid. Op een aantal onderdelen is eigen (gebiedsspecifiek) beleid geformuleerd. De Nota bodembeheer wordt vastgesteld voor een periode van 10 jaar. De bodemkwaliteitskaart wordt voor een periode van maximaal 5 jaar vastgesteld. Ten grondslag aan de Nota bodembeheer liggen een geactualiseerde bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart en de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart PFAS voor de deelnemende gemeenten in Noord-Brabant. Bodemfunctieklassenkaart Het grondgebied van de gemeente is op basis van het huidig of toekomstig bodemgebruik ingedeeld in de bodemfunctieklassen Industrie, Wonen en Landbouw/Natuur. De bodemfunctieklasse bepaalt (mede) de kwaliteitseisen voor grond die binnen een gebied wordt toegepast en de terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen. Bodemkwaliteitskaart In de bodemkwaliteitskaart is een gemeente, op basis van bij de gemeente bekende onderzoeksgegevens, ingedeeld in zones met een gelijke bodemkwaliteit. Voor elke zone is zo de te verwachten kwaliteitsklasse (industrie / wonen / achtergrondwaarde) vastgesteld.

Locaties verdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging vallen niet onder de bodemkwaliteitskaart. Onder het generieke beleid bepaalt de bodemkwaliteitsklasse mede de kwaliteitseisen die gelden voor grond die binnen een gebied wordt toegepast. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de bodemkwaliteit in de gemeente Someren grotendeels voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’ (schone grond). De bodemkwaliteit in zone B4. ‘Bermen van asfaltwegen’ voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’. PFAS is niet verhoogd ten opzichte van de landelijke normen voor Landbouw/Natuur. Nota bodembeheer Grondverzet Het hergebruiken van grond moet 5 werkdagen voor het daadwerkelijk toepassen gemeld worden bij het landelijk meldpunt bodemkwaliteit. In hoofdstuk 3 van de nota zijn de regels en voorwaarden voor grondverzet binnen de gemeente Someren beschreven (bodembeheer). De gemeente is hiervoor bevoegd gezag. De regels volgen uit het Besluit bodemkwaliteit. Om de hergebruiksmogelijkheden van binnen de gemeente vrijkomende grond te vergroten is ook gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Generiek (landelijk) beleid Conform het generieke beleidskader van het Besluit bodemkwaliteit dient toe te passen grond geschikt te zijn voor de beoogde functie van de locatie en mag door het toepassen van de grond de kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechteren ('standstill-principe').

Hiertoe dient een dubbele toets te worden

-3-

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

uitgevoerd. De kwaliteit van de toe te passen grond moet zowel voldoen aan de functieklasse (conform de bodemfunctieklassenkaart) als aan de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem (die volgt uit de bodemkwaliteitskaart). Dit generieke beleid is van toepassing voor grond die afkomstig is van buiten de gemeente Someren en binnen de gemeente Someren wordt toegepast. Van grond afkomstig van buiten de gemeente dient de kwaliteit van de grond te worden aangetoond door middel van een partijkeuring (AP04) of ander erkend bewijsmiddel. Grond welke voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’ (schone grond) is overal binnen de gemeente toepasbaar. Grond met kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is enkel toepasbaar binnen de zone ‘B4. Bermen van asfaltwegen’. Gebiedsspecifiek (lokaal) beleid Voor grond die vrijkomt binnen de gemeente Someren en ook weer binnen de gemeente Someren wordt hergebruikt geldt het gebiedsspecifiek beleid. Hierbij wordt de kwaliteit van de toe te passen grond uitsluitend getoetst aan de functieklasse (conform de bodemfunctieklassenkaart). Hierdoor worden meer afzetmogelijkheden gecreëerd voor partijen licht verontreinigde grond en baggerspecie die niet voldoen aan de strenge toepassingseisen volgens het generieke toetsingskader.

Door het generieke beleid te beperken tot hergebruik van grond die vrijkomt uit de gemeente zelf, wordt nog steeds voldaan aan het standstill-principe. De bodemkwaliteitskaart kan, in combinatie met een vooronderzoek waaruit blijkt dat er sprake is van een voor bodemverontreiniging onverdachte locatie, gebruikt worden als bewijsmiddel voor de kwaliteit (milieuhygiënische verklaring) van binnen de gemeente vrijkomende grond, zodat deze grond in veel gevallen niet meer hoeft te worden onderzocht middels een relatief kostbare partijkeuring. Grond met kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ is toepasbaar binnen alle gebieden met een bodemfunctieklasse ‘Wonen’ resp. ‘Industrie’. Daarnaast is specifiek beleid opgesteld ten aan van de tijdelijke opslag van partijen grond en met betrekking tot het percentage bodemvreemd materiaal in binnen de gemeente toe te passen grond. Bodembeleid In hoofdstuk 4 van de nota is het gemeentelijk beleid weergegeven ten aanzien van bodemonderzoek in het kader van de omgevingsvergunning bouwen of milieu en ruimtelijke plannen, waar de onderzoeken aan dienen te voldoen en hoe de gegevens worden getoetst. Om bouwen op verontreinigde grond tegen te gaan, dient bij aanvraag om een omgevingsvergunning in principe altijd een bodemonderzoeksrapport te worden overlegd, tenzij hiervoor door de gemeente vrijstelling wordt verleend.

In een bestemmingsplan moet rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Voor qua bodemverontreiniging onverdachte locaties dient wel een vooronderzoek te worden uitgevoerd, maar hoeft geen bodemonderzoek te worden uitgevoerd en kan worden uitgegaan van de verwachte bodemkwaliteit volgens de bodemkwaliteitskaart. Bij een omgevingsvergunning activiteit milieu kan, indien sprake is van bodembedreigende activiteiten, het uitvoeren van een nulsituatie-bodemonderzoek worden voorgeschreven. Indien de omvang van de bodembedreigende activiteiten echter zeer gering is, er geen sprake is van het gebruik van mobiele stoffen of als er al afdoende voorzieningen worden getroffen om verontreiniging te voorkomen, kan in sommige

-4-

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

gevallen worden afgezien van een verplicht nulsituatie-bodemonderzoek. In de nota is aangegeven wanneer hier sprake van is. In de nota zijn ten slotte in hoofdstuk 5 de kaders weergegeven met betrekking tot bodemsanering. Als terugsaneerwaarden bij door de gemeente of derden uit te voeren bodemsaneringen gelden veelal de in bodemfunctieklassenkaart vastgelegde functieklassen en daarmee samenhangende toegestane gehalten aan verontreinigende stoffen in de bodem.

-5-

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

Inhoudsopgave 1

2

3

Algemeen................................................................................................................................................................................................... 1 1.1

Inleiding ............................................................................................................................................... 1

1.2

Reikwijdte ............................................................................................................................................. 1

1.3

Geldigheid ............................................................................................................................................ 2

1.4

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid ....................................................................................... 2

1.5

Leeswijzer ............................................................................................................................................ 3

Bodemkwaliteit en bodemfuncties ............................................................................................................................................ 4 2.1

Bodemfunctieklassenkaart .................................................................................................................. 4

2.2

Bodemkwaliteitskaarten ...................................................................................................................... 6

2.3

Grondwaterkwaliteitskaarten .............................................................................................................. 7

Voorwaarden voor grondverzet .................................................................................................................................................. 8 3.1

Generiek (landelijk) toetsingskader .................................................................................................... 8 3.1.1 Bijzondere toetsingskaders ..................................................................................................... 10

3.2

Gebiedsspecifiek (lokaal) toetsingskader gemeente Someren ........................................................ 15 3.2.1 Toepassen van grond en baggerspecie afkomstig uit het bodembeheergebied van de gemeente Someren ............................................................................................................................ 15 3.2.2 Tijdelijke opslag ....................................................................................................................... 17 3.2.3 Bijmengingen bodemvreemde materialen in grond en baggerspecie ................................... 17

3.3

Bewijsmiddelen .................................................................................................................................. 18 3.3.1 Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................... 18 3.3.2 Uitgesloten locaties en gebieden ............................................................................................ 18 3.3.3 Overige erkende bewijsmiddelen ............................................................................................ 19 3.3.4 Bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten en waterschappen ..................................... 20 3.3.5 Werken in en met verontreinigde bodem (CROW400)............................................................ 20

4

3.4

Melden, controle en handhaving grondverzet ................................................................................. 20

3.5

Transport van grond .......................................................................................................................... 21

Bodembeleid ......................................................................................................................................................................................... 22 4.1

Bestemmingsplannen ........................................................................................................................ 22

4.2

Omgevingsvergunning bouwen ........................................................................................................ 23

4.3

Verhoogde gehalten metalen in grondwater .................................................................................... 26

4.4

Wet milieubeheer en activiteitenbesluit ............................................................................................ 28 4.4.1 Omgevingsvergunning milieu ................................................................................................. 28 4.4.2 Melding Activiteitenbesluit milieubeheer ............................................................................... 29

-6-

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

4.4.3 Nulsituatie- en eindsituatiebodemonderzoek ......................................................................... 29 4.4.4 Herstelplicht ............................................................................................................................. 30 4.5

Grondtransacties................................................................................................................................ 31 4.5.1 Aankoop van gronden door de gemeente Someren ............................................................... 31 4.5.2 Verkoop van gronden door de gemeente Someren................................................................ 32 4.5.3 Huur, verhuur of erfpacht ........................................................................................................ 32

5

Het saneren van een bodemverontreiniging .................................................................................................................... 33 5.1

Historische bodemverontreiniging ................................................................................................... 33 5.1.1 Geval van ernstige bodemverontreiniging .............................................................................. 33 5.1.2 Geval van niet-ernstige bodemverontreiniging ...................................................................... 35

5.2

Nieuwe bodemverontreinigingen (zorgplicht) .................................................................................. 36 5.2.1 Nieuwe bodemverontreinigingen buiten Wm-inrichtingen .................................................... 36 5.2.2 Nieuwe bodemverontreinigingen binnen Wm-inrichtingen.................................................... 38

6

Bodeminformatie ............................................................................................................................................................................... 39

Bijlage 1

Referenties

Bijlage 2

Begrippenlijst

Bijlage 3

Bodemfunctieklassenkaart

Bijlage 4

Bodemkwaliteitskaarten boven- en ondergrond

Bijlage 5

Bodemkwaliteitskaarten PFAS

Bijlage 6

Grondwaterkwaliteitskaarten

Bijlage 7

Stroomschema grondverzet

Bijlage 8

Bodemnormen

Bijlage 9

Overzicht kritische parameters nulsituatie bodemonderzoek

Bijlage 10

Betrokkenen en verantwoordelijkheden grondverzet

Bijlage 11

Formulier toets herkomst grondverzet

Bijlage 12

Nota bodembeheer PFAS

-7-

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

1

Algemeen

1.1

Inleiding

Voor u ligt de nota bodembeheer van de gemeente Someren, met daarin het gehanteerde bodembeleid en de lokale regelgeving voor grondverzet. De wet- en regelgeving rondom grondverzet is geregeld in het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit [1,2,3,4]. Hierin zijn voorwaarden opgenomen voor het toepassen (inclusief tijdelijk opslaan) van grond, baggerspecie en bouwstoffen op de landbodem als bodemmateriaal. Het college van B&W is bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit. Het toezicht is gemandateerd aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. In deze nota bodembeheer zijn de regels en voorwaarden voor grondverzet binnen de gemeente Someren beschreven. De gemeente Someren heeft als doel om zoveel mogelijk grond en baggerspecie binnen het eigen bodembeheergebied te hergebruiken zonder dat de dit leid tot risico’s voor mens, plant of dier bij het (beoogde) gebruik op de toepassingslocatie (duurzaam bodembeheer). In hoofdlijnen wordt uitgegaan van het generieke (landelijke) kader van het Besluit bodemkwaliteit. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van enkele specifieke voorwaarden (gebiedsspecifiek toetsingskader). In deze nota wordt eveneens ingegaan op de gemeentelijke bodemprocedures en voorwaarden bij de aanvragen voor omgevingsvergunningen (bouwen en milieu) en (het afwijken van) bestemmingsplannen.

1.2

Reikwijdte

De nota bodembeheer heeft betrekking op toepassingen van grond en baggerspecie op landbodem binnen het bodembeheergebied van de gemeente Someren. Het toepassen van partijen grond en baggerspecie is enkel toegestaan indien sprake is van een functionele en nuttige toepassing (uitleg zie begrippenlijst). Indien hiervan geen sprake is, dan is sprake van het ontdoen van afvalstoffen en gelden strenge regels conform de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen. In deze nota zijn gebiedsspecifieke toepassingseisen opgenomen voor grond en baggerspecie afkomstig uit het eigen bodembeheergebied. Het gebiedsspecifieke beleid is niet van toepassing binnen bijzondere gebieden, indien dat in strijd is met de regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant [5]. Voor de gemeente Someren zijn dit de gebieden van Natuurnetwerk Brabant en het grondwaterbeschermingsgebied Someren. Voor het toepassen van partijen grond en baggerspecie afkomstig van buiten het bodembeheergebied van Someren, gelden hoofdzakelijk de regels van het generieke (landelijke) toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit. Er zijn enkele aanvullende gebiedsspecifieke toepassingseisen van toepassing (o.a. het percentage bijmengingen met bodemvreemde materialen).

pagina 1 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

Toepassingen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater vallen buiten deze nota, omdat het college van B&W hiervoor niet het bevoegde gezag is, maar Waterschap Aa en Maas, Waterschap de Dommel of Rijkswaterstaat. Er dient rekening mee te worden gehouden dat met betrekking tot werkzaamheden op of in de bodem nog andere wetgeving van toepassing kan zijn, zoals bijvoorbeeld: 

Wet milieubeheer (melding of vergunning voor opslag van grond);

Besluit asbestwegen milieubeheer;

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (melding of vergunning voor ontgronding);

Nota Archeologiebeleid gemeente Someren (regels met betrekking tot archeologie).

1.3

Geldigheid

De nota bodembeheer wordt door de gemeenteraad vastgesteld via de openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht [6]. De geldigheidsduur van deze nota is maximaal 10 jaar. De bodemkwaliteitskaart wordt voor een periode van maximaal 5 jaar vastgesteld. Hierna dient de bodemkwaliteitskaart te worden geëvalueerd (geactualiseerd) en, indien van toepassing, opnieuw te worden opgesteld en vastgesteld. Voor de bodemfunctieklassenkaart geldt geen vaste geldigheidstermijn. Bij het actualiseren van de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctieklassenkaart zal worden beoordeeld of een tussentijdse aanpassing van de nota bodembeheer noodzakelijk is. Ook in het geval van relevante wijzigingen in de wet- en regelgeving zal worden nagegaan of het noodzakelijk is om de nota bodembeheer te actualiseren. Het heeft de voorkeur om de nota bodembeheer inclusief de bodemfunctieklassenkaart gelijktijdig met de bodemkwaliteitskaart iedere 5 jaar te actualiseren. Met het vaststellen van de voorliggende nota bodembeheer vindt automatisch delegatie plaats van de gemeenteraad naar het college van B&W, om binnen de geldigheidsduur van deze nota bodembeheer de bodemkwaliteitskaart en/of de bodemfunctieklassenkaart opnieuw vast te stellen. Voorwaarde hierbij is dat de nieuwe kaarten geen inhoudelijke wijzigingen van de nota bodembeheer met zich meebrengen.

Is dit wel het geval dan dient de nota te worden aangepast en samen met de kaarten opnieuw door de gemeenteraad vastgesteld te worden. Deze nieuwe nota vervangt de Nota bodembeleid Someren van 25 mei 2012.

1.4

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

De bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. Een bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op losse waarnemingen in onverdachte gebieden. Het is dus een steekproef met een bepaalde mate van onzekerheid. De bodemkwaliteitskaart geeft derhalve alleen de verwachte bodemkwaliteit weer en biedt geen harde garanties voor de daadwerkelijke kwaliteit van de (vrijkomende) grond.

pagina 2 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

De gemeente Someren is dan ook niet aansprakelijk voor eventuele schade die voortkomt uit een grondkwaliteit die afwijkt van wat de bodemkwaliteitskaart aangeeft. Ondanks de genoemde beperking wordt de bij deze nota behorende bodemkwaliteitskaart door de gemeente Someren, onder de voorwaarden zoals gesteld in deze nota, als een wettig bewijsmiddel geaccepteerd bij het toepassen van partijen grond en baggerspecie. De verantwoordelijkheid voor het toepassen van een partij grond of baggerspecie en de naleving van de hiervoor geldende regels ligt altijd bij de eigenaar van de locatie waar de grond of baggerspecie wordt toegepast.

1.5

Leeswijzer

De nota bodembeheer bevat de volgende onderdelen: 

Bodemkwaliteit en bodemfuncties (hoofdstuk 2);

Voorwaarden voor grondverzet (hoofdstuk 3);

Bodembeleid (hoofdstuk 4);

Saneren van bodemverontreiniging (hoofdstuk 5).

Bodeminformatie (hoofdstuk 6).

pagina 3 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

2

Bodemkwaliteit en bodemfuncties

Deze nota bodembeheer bevat conform het Besluit bodemkwaliteit een aantal kaarten van: 

de binnen de gemeente voorkomende bodemfuncties;

de verwachte bodemkwaliteit.

Deze kaarten vormen het uitgangspunt voor het bepalen van het gemeentelijke grondverzetbeleid.

2.1

Bodemfunctieklassenkaart

De indeling van een bodembeheergebied in bodemfuncties is vastgelegd in een bodemfunctieklassenkaart [7], zie bijlage 3. Op deze kaart zijn de volgende bodemfuncties weergegeven: 

gebieden met de bodemfunctie Industrie;

gebieden met de bodemfunctie Wonen;

gebieden met overige bodemfuncties (Landbouw/natuur).

Het college van B&W van Someren is op grond van artikel 55 Bbk verplicht een bodemfunctieklassen-kaart vast te stellen en actueel te houden. De kaart wordt gebruikt bij: 1.

Het bepalen van de terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen Bij saneringen middels ontgraving conform het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) [8,9] gelden als terugsaneerwaarden de maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit voor de betreffende bodemfunctieklasse. Deze waarden gelden ook voor de kwaliteit van een onder het BUS aangebrachte leeflaag.

2.

Het bepalen van de toepassingseis voor grond en baggerspecie Bij het generieke (landelijke) toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit wordt de bodemfunctieklassenkaart gebruikt bij de zogenaamde dubbele toets. De milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie moet passen bij zowel de bodemfunctieklasse als de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem.

De bodemfuncties zijn toegekend aan de hand van (kaarten van) de: 

Bestemmingsplannen [10];

Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische hoofdstructuur);

Wegencategorisering (gemeente Someren) [11];

Grondwaterbeschermingsgebieden (Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant) [5].

Hieronder is aangegeven voor welke gebiedsdelen welke bodemfunctie gehanteerd dient te worden. Hierbij wordt opgemerkt dat een aantal gebieden niet afzonderlijk op de bodemfunctieklassenkaart zijn ingetekend.

pagina 4 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

Bodemfunctie Industrie: 

Alle verharde wegen en bijbehorende (onverharde) bermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding) en kades langs de Zuid-Willemsvaart;

Industriële bedrijven binnen en buiten de bebouwde kom (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan);

Parkeerterreinen (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan).

Bodemfunctie Wonen: 

Huidige en toekomstige woonwijken;

Alle (agrarische) bouwblokken met de functie wonen in het buitengebied (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan);

Woningen gelegen op industrieterreinen (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan);

Recreatieterreinen gelegen in of aangrenzend aan de bebouwde kommen;

Alle campings en woonwagenlocaties.

Bodemfunctie Landbouw/natuur: 

Landbouw- en natuurgebieden;

Volkstuinen en moestuinen;

Recreatieterreinen in het buitengebied en intensief (gebruikte) grond;

Provinciale beschermingsgebieden zoals Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland;

Kassen.

De onverharde wegen en bijbehorende wegbermen vallen binnen de bodemfunctie van het gebied waarbinnen de desbetreffende onverharde weg is gelegen. Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur 2.1): 

de erfgrens of;

de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of;

de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of;

als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos).

pagina 5 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

Figuur 2.1: Begrenzing wegbermen [12]

Voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen grond met kwaliteitsklasse Landbouw/natuur (AW2000) worden toegepast. De bodemfunctieklassenkaart is opgenomen als bijlage 3.

2.2

Bodemkwaliteitskaarten

Voor deze nota bodembeheer is in opdracht van de gemeente Someren door WSP [7] een nieuwe bodemkwaliteitskaart opgesteld. In verband met de recente ontwikkelingen omtrent PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) is in samenwerking met de gemeenten in de provincie Noord-Brabant door AnteaGroup [13] een gezamenlijke bodemkwaliteitskaart PFAS Noord-Brabant opgesteld. Deze bodemkwaliteitskaart PFAS geldt als aanvulling op de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart voor de overige stoffen opgesteld door WSP. De bodemkwaliteitskaarten voor de gemeente Someren zijn opgesteld conform de methodiek zoals opgenomen in de 'Richtlijn bodemkwaliteitskaarten' [14]. De bodemkwaliteitskaarten geven gebieden (zones) met een gelijke chemische bodemkwaliteit weer en gelden als basis voor het bepalen van de mogelijkheden voor hergebruik van grond en baggerspecie in het bodembeheergebied van de gemeente Someren. Het bodembeheergebied van de gemeente Someren is op basis van gebiedskenmerken en verwachte bodemkwaliteit ingedeeld in de volgende bodemkwaliteitszones: 

B1/O1. Bebouwde kom industrie;

B2/O2. Bebouwde kom Wonen;

B3/O3. Buitengebied;

B4. Wegbermen van asfaltwegen.

pagina 6 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

In het bodembeheergebied komen locaties voor waarvoor de bodemkwaliteitskaart geen goede indicatie geeft voor de aanwezige bodemkwaliteit. Op deze uitgesloten locaties wordt een andere bodemkwaliteit verwacht dan in de omgeving, waardoor de bodemkwaliteitskaart niet geldig is voor deze specifieke locaties. Voor de uitgesloten locaties wordt verwezen naar § 3.3.2. De bodemkwaliteitskaarten voor de bovengrond (0,0 - 0,5 m-maaiveld) en de ondergrond (0,5 - 2,0 mmaaiveld) zijn opgesteld voor de stoffen van het standaardpakket uit de NEN 5740 (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, PCB (som) en PAK (som 10) [15]), aangevuld met de stoffen. Voor PFAS (PFOA, PFOS, GenX en overige PFAS) is een aparte bodemkwaliteits-kaart opgesteld. De bodemkwaliteitskaarten met zone-indeling zijn opgenomen in bijlagen 4 en 5. De bodemkwaliteitskaarten worden gebruikt voor het bepalen van: 1.

de kwaliteit van de ontvangende bodem (wordt gebruikt bij de dubbele toets in het generieke toetsingskader).

2.

de kwaliteit van vrijkomende grond (ontgravingskaart).

Op basis van de kaarten van bodemkwaliteit en bodemfunctieklasse is een zogenaamde toepassingskaart volgens het generieke (landelijke) kader opgesteld. Deze kaart wordt gebruikt als kwaliteitseis voor de toe te passen grond en bagger die van buiten de gemeente wordt aangevoerd. In § 3.1 is een toelichting gegeven over het hanteren van de ontgravingskaart en toepassingskaart. De kaarten zijn opgenomen in bijlagen 4 en 5.

2.3

Grondwaterkwaliteitskaarten

Om inzicht te krijgen in de lokale grondwaterkwaliteit van de gemeente Someren zijn aanvullend grondwaterkwaliteitskaarten opgesteld. Op basis van de lokale grondwaterkwaliteitskaarten kan beoordeeld worden of de gemeten grondwaterconcentraties bij bodemonderzoek aansluiten bij de natuurlijke achtergrondkwaliteit van het grondwater op een (onverdachte) locatie, zie hiervoor § 4.3. De grondwaterkwaliteitskaarten zijn opgesteld voor het freatisch grondwaterpakket (0,0 - 5,0 m-mv) voor de stoffen arseen, barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel en zink. De grondwaterkwaliteitskaarten en de statistische parameters zijn opgenomen in bijlage 6.

pagina 7 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

3

Voorwaarden voor grondverzet

In deze nota bodembeheer zijn de regels en voorwaarden voor grondverzet binnen de gemeente Someren beschreven. De gemeente Someren heeft als doel om zoveel mogelijk grond en baggerspecie binnen het eigen bodembeheergebied te hergebruiken zonder dat de dit leid tot risico’s voor mens, plant of dier bij het (beoogde) gebruik van de toepassingslocatie (duurzaam bodembeheer). In hoofdlijnen wordt uitgegaan van het generieke (landelijke) kader van het Besluit bodemkwaliteit. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van enkele specifieke voorwaarden (gebiedsspecifiek toetsingskader).

3.1

Generiek (landelijk) toetsingskader

De gemeente Someren is bevoegd gezag voor het toepassen van grond en baggerspecie op land-bodem binnen de eigen gemeente. De regels volgen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieronder zijn de regels op basis van het generieke beleid toegelicht. Vooraf aan het toepassen van een partij grond of baggerspecie moet een dubbele toets worden uitgevoerd. De kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie moet voldoen aan: 

De bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem (zie § 2.1);

De bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem (zie § 2.2).

De toepassingsmogelijkheden voor een partij grond of baggerspecie hangen af van de bodemfunctieklasse en de bodemkwaliteitsklasse van de toepassingslocatie (ontvangende bodem). Hierbij geldt steeds de strengste van de twee als de toepassingseis. Daarnaast is in het generieke kader sprake van stand-still op klasseniveau. Dit houdt in dat er getoetst wordt aan een kwaliteitsklasse en niet aan de concentraties van individuele stoffen. Een partij grond of baggerspecie mag alleen op een bepaalde locatie worden toegepast als de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij voldoet aan de toepassingseis van deze locatie. De toepassingsmogelijkheden zijn weergegeven op de toepassingskaart (bijlage 4). PFAS (Poly- en perfluoralkylstoffen) Poly-en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stofgroep bestaat uit ruim 6.000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). In verband met de recente ontwikkelingen omtrent PFAS is in samenwerking met de gemeenten in de provincie Noord-Brabant door AnteaGroup een gezamenlijke bodemkwaliteitskaart PFAS voor de deelnemende gemeenten in Noord-Brabant [12] met bijbehorende nota bodembeheer PFAS opgesteld.

Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de gemeente Someren gelegen is in de PFAS-bodemkwaliteits-zones Zuidoost-Brabant en regio Helmond. De gehalten aan PFAS-verbindingen voldoen aan huidige ‘tijdelijke’

pagina 8 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

normen voor Landbouw/Natuur uit het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ [16]. Er is derhalve geen sprake van verhoogd gehalten aan PFAS in de bodem van de gemeente Someren, waardoor het niet noodzakelijk is om verhoogde toepassingseisen voor PFAS vast te stellen. Als maximale toepassingswaarde voor PFAS wordt vooralsnog aangesloten bij de normen uit het genoemde ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’ voor de bodemfunctie Landbouw/natuur. Zodra de normen definitief vastgesteld worden in de Regeling bodemkwaliteit, wordt aangesloten bij de definitieve landelijke toepassingswaarden. Voor het toepassen van PFAS-houdende grond dient voldaan te worden aan de eisen zoals gesteld in de Nota bodembeheer PFAS, welke als aanvulling geldt voor PFAS op onderhavige Nota bodembeheer. De nota bodembeheer PFAS is opgenomen als bijlage 12. In tabel 3.1 zijn de mogelijkheden voor grondverzet op basis van het generiek kader van het Besluit bodemkwaliteit in de gemeente Someren weergeven. Tabel 3.1:

Mogelijkheden grondverzet Someren (Generiek toetsingskader Besluit bodemkwaliteit) Ontgravingskaart Bovengrond

Ondergrond3

B1/O1. Bebouwde kom

Landbouw/

Landbouw/

industrie

Natuur

Natuur

B2/O2. Bebouwde kom

Landbouw/

Landbouw/

Wonen

Natuur

Natuur

Landbouw/

Landbouw/

Natuur

Natuur

B3/O3. Buitengebied

B4. Wegbermen van asfaltwegen5

Toepassingskaart Functieklasse4

Bodemkwaliteitszone

Wonen

Landbouw/ Natuur5

Bovengrond

Ondergrond

Landbouw/

Landbouw/

Natuur

Natuur

Landbouw/

Landbouw/

Natuur

Natuur

Overig

Landbouw/

Landbouw/

(landbouw/natuur)

Natuur

Natuur

Industrie

Wonen

Industrie

Wonen

Landbouw/ Natuur

Overig (landbouw/natuur) Uitgesloten locaties1,2

N.v.t.

N.v.t.

Wonen Industrie

pagina 9 van 39

Landbouw/

Landbouw/

Natuur

Natuur

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

PFAS bodemkwaliteitszone:

Zuidoost-Brabant (omvat

PFAS

PFAS

alle bovenstaande

Landbouw/

Landbouw/

zones)

Natuur

Natuur

Overig

PFAS Landbouw/

PFAS Landbouw/

(landbouw/natuur)

Natuur

Natuur

PFAS Landbouw/

PFAS Landbouw/

Natuur

Natuur

PFAS Landbouw/

PFAS Landbouw/

Natuur

Natuur

PFAS Landbouw/

PFAS Landbouw/

Natuur

Natuur

Wonen

Industrie Overig Regio Helmond (omvat

PFAS

PFAS

alle bovenstaande

Landbouw/

Landbouw/

zones)

Natuur

Natuur

(landbouw/natuur) Wonen Industrie

1) Op deze locaties wordt een slechtere bodemkwaliteit verwacht dan in de omgeving. 2) Op uitgesloten locaties kan de kwaliteit van de ontvangende bodem op locatieniveau door middel van verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 worden vastgesteld. De toepassingseis is dan afhankelijk van de aangetroffen bodemkwaliteit en de functieklasse voor de betreffende locatie. Grond met kwaliteit AW-2000 kan altijd worden toegepast. 3) De ontgravingskaart van de ondergrond wordt tevens representatief geacht voor grond afkomstig uit diepere bodemlagen dan 2 m-mv. Dit betekent dat de bodemkwaliteitskaart ook als bewijsmiddel van vrijkomende grond uit grotere diepten mag worden gebruikt. 4) Binnen een bodemkwaliteitszone kunnen meerdere bodemfunctieklassen voorkomen (zie § 2.1). In deze tabel is de hoofdfunctie weergegeven. 5) Voor de ondergrond van de zone B4 ‘Wegbermen van asfaltwegen’, geldt voor het traject vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte de bodemkwaliteitszone ondergrond van het omliggend gebied.

Partijen grond en baggerspecie die afkomstig zijn van buiten het bodembeheergebied van de gemeente Someren moeten altijd voldoen aan het generiek (landelijk) toetsingskader. Daarnaast zijn er nog enkele aanvullende voorwaarden opgenomen (o.a. bijmengingen bodemvreemde materialen, zie § 3.2.3). 3.1.1 Bijzondere toetsingskaders Voor de volgende toepassingen gelden bijzondere regels welke afwijken van het generieke toetsingskader. Het betreft overigens wel landelijk beleid. Grootschalige toepassingen Onder grootschalige toepassingen wordt volstaan bouw- en wegconstructies (o.a. wegen, spoorwegen en geluidswallen), afdeklagen van saneringslocaties of stortplaatsen, ophogingen in waterbouwkundige constructies. Bij grootschalige toepassingen hoeft er niet getoetst te worden aan de bodemfunctieklasse en de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem. Hierdoor ontstaan er meer mogelijkheden voor het hergebruiken van licht verontreinigde grond.

pagina 10 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

Om het milieu in voldoende mate te beschermen gelden de volgende specifieke kwaliteitseisen en toepassingsvoorwaarden: 

de grootschalige toepassing heeft een minimaal volume van 5.000 m3;

de grootschalige toepassing heeft een minimale toepassingshoogte van 2,0 meter (voor (spoor)wegen 0,5 meter);

de grootschalige toepassing moet worden afgedekt met een leeflaag van minimaal 0,5 meter en de kwaliteit van de leeflaag moet aansluiten bij de bodemkwaliteit uit de omgeving (toepassingskaart). Uitzonderingen hierop vormen: 

grootschalige toepassingen onder wegen (deze worden afgedekt met een verhardingsconstructie);

grootschalige toepassingen in bermen en taluds bij rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen (tot maximaal 10 m uit de weg mag grond/baggerspecie van maximaal de kwaliteitsklasse industrie worden toegepast als afdeklaag);

de grootschalige toepassing moet voor uitloging voldoen aan de geldende emissie(toets)waarden zoals opgenomen bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit [2].

Omdat het niet is toegestaan dat de grootschalige bodemtoepassing definitief onderdeel gaat uitmaken van de bodem, kan bijvoorbeeld bij ophogingen van industrieterreinen en woningbouwlocaties niet worden gekozen voor het toetsingskader van een grootschalige bodemtoepassing. De toepassing moet blijvend worden beheerd. Dit betekent dat er een aanwijsbare beheerder moet zijn die de toepassing in stand houdt in de vorm en hoeveelheid waarin deze is toegepast en staat geregistreerd. Verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen geldt een bijzonder toetsingskader met acceptatieplicht voor de aangelanden op basis van de Keur van waterschappen [17]. Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen gelden de volgende voorwaarden: 

voor onderhoudsspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Maximale Waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel zoals opgenomen bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit [2] geldt de ontvangstplicht;

de baggerspecie mag tot aan de perceelsgrens worden verspreid;

er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem;

de verspreiding over aangrenzende percelen hoeft niet te worden gemeld.

Het toetsingskader geldt niet voor verspreiding van baggerspecie afkomstig vanuit de omgeving van riooloverstorten. Deze worden als puntbronnen aangemerkt en vallen buiten de reikwijdte van het Besluit bodemkwaliteit. Toepassingen in oppervlaktewater Voor het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater wordt alleen getoetst aan de actuele waterbodemkwaliteit en niet aan de bodemfunctie. Tevens geldt er voor de waterbodem een andere normstelling en kwaliteitsklassenindeling. Het bevoegd gezag voor het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater is de waterkwaliteitsbeheerder (Waterschap Aa en Maas of Waterschap De Dommel).

pagina 11 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

Het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater valt buiten de reikwijdte van deze nota bodembeheer. Toepassingen aanvulgrond saneringslocaties Voor het toepassen van grond op saneringslocaties als aanvulgrond in een saneringsput wordt alleen getoetst aan de bodemfunctie en niet aan de kwaliteit van de omliggende bodem. Tijdelijke opslag Het Besluit bodemkwaliteit maakt onderscheid tussen verschillende vormen van tijdelijke opslag, die vooraf gaan aan een definitieve toepassing. De verschillende vormen en de bijbehorende voorwaarden zijn weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2:

Voorwaarden met betrekking tot opslagduur, kwaliteitseisen en meldingsplicht. Voorwaarden van het Besluit

Vorm van tijdelijke opslag

Maximale duur van de opslag

Kortdurende opslag Tijdelijke opslag op landbodem

Tijdelijke opslag in oppervlaktewaterlichaam

Meldingsplicht

-

Ja

Kwaliteit moet voldoen aan de

Ja,

6 maanden

3 jaar

10 jaar

kwaliteitsklasse van de

met voorziene duur van

ontvangende bodem

opslag en eindbestemming

Kwaliteit moet voldoen aan de

Ja,

kwaliteitsklasse van de

met voorziene duur van

ontvangende waterbodem

opslag en eindbestemming

Alleen baggerspecie die voldoet

Weilanddepot (opslag van baggerspecie

Kwaliteitseisen

aan de normen voor

3 jaar

verspreiding over

op aangrenzend perceel)

aangrenzende percelen

Opslag bij tijdelijke

Looptijd van de

uitname

werkzaamheden

-

Ja, met voorziene duur van opslag en eindbestemming

Nee

Wanneer niet aan de voorwaarden wordt voldaan, is alsnog een vergunning op grond van de Wet milieubeheer of de Wet verontreiniging oppervlaktewateren vereist. Verder moet de opslag mogelijk zijn vanuit andere wet- en regelgeving (onder andere Wet ruimtelijke ordening of provinciale verordening), passen binnen het bestemmingsplan en moet rekening worden gehouden met de zorgplicht.

pagina 12 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

Tijdelijke uitname In het Besluit bodemkwaliteit is tijdelijke uitname van grond en baggerspecie toegestaan zonder dat een kwaliteitsbepaling is uitgevoerd of een functietoets is gedaan en een melding is verricht (art. 36, derde lid). Enige voorwaarde is dat er geen tussentijdse bewerking plaatsvindt en dat de grond of baggerspecie op of nabij dezelfde plaats onder dezelfde condities weer wordt toegepast (ondergrond wordt weer ondergrond en bovengrond wordt weer bovengrond). De zorgplicht (art. 13 Wbb) is altijd van toepassing. Bovenstaande geldt in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Bij tijdelijke uitname is het in het kader van de CROW400 en de Wet bodembescherming wel nodig om vooraf inzicht te verkrijgen in de verwachte bodemkwaliteit. Hiervoor dient minimaal een historisch bodemonderzoek conform NEN5725 te worden uitgevoerd. In de nota van toelichting van het Besluit bodemkwaliteit [3] zijn een aantal randvoorwaarden gegeven voor het gebruik van de uitzondering van art. 36, derde lid uit het Besluit bodemkwaliteit. In het Handvat tijdelijke uitname van grond en baggerspecie [18] zijn deze regels verduidelijkt. Toelichting begrip ‘tussentijdse bewerking’: In het Besluit bodemkwaliteit is geen definitie opgenomen van het begrip bewerken.

De toelichting van het Besluit bodemkwaliteit geeft voor tijdelijke uitname aan welke voorbeelden wel of niet onder het begrip bewerken vallen. De volgende voorbeelden worden gezien als bewerken (hierbij kan dus geen gebruik gemaakt worden van de uitzondering uit artikel 36, Bbk): 

het rijpen van baggerspecie, voor zover de tijdelijke verplaatsing hierop gericht is;

het ontwateren van baggerspecie, voor zover de tijdelijke verplaatsing hierop gericht is;

zandscheiding.

De volgende voorbeelden vallen volgens de toelichting niet onder het begrip bewerken (hierbij kan dus wel gebruik gemaakt worden van de uitzondering uit artikel 36, Bbk): 

het uitzeven van bodemvreemde bestanddelen *);

louter natuurlijke, niet gestimuleerde processen of omstandigheden, zoals verdamping, microbiële

wijziging van de structuur van de grond of baggerspecie, zoals ten gevolge van graafwerkzaam-

afbraak, natuurlijke oxidatie en reductie; heden of het ploegen van landbouwgronden. *) Let op: het uitzeven van bodemvreemde bestanddelen gericht op een milieuhygiënische kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld het uitzeven van asbesthoudende materialen) valt niet onder deze uitzondering. Dit wordt gezien als een bewerking (reinigen van verontreinigde grond). Voor dergelijke werkzaamheden is bovendien een erkenning voor de BRL 7500 [19] op grond van het Besluit bodemkwaliteit vereist.

Toelichting begrip ‘toepassen onder dezelfde condities’: Toetsing aan kwaliteit en functie kan achterwege blijven omdat de betreffende handelingen ter plaatse niet tot (extra) aantasting van de bodem(functie) leiden. Om dit te waarborgen spreekt het artikel daarnaast over toepassen onder dezelfde condities. Van belang is dat samenstelling en emissie (uitloging) van de grond niet wijzigt.

pagina 13 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

In de toelichting van het Bbk staan de volgende voorbeelden genoemd die niet aan de voorwaarde onder dezelfde condities voldoen: 

het toepassen van (niet gerijpte) baggerspecie op landbodem (natte toepassing wordt droge toepassing);

het toepassen van grond afkomstig uit de kern van een weglichaam of geluidswal als afdeklaag van respectievelijk het weglichaam of de geluidswal (onderlaag wordt toplaag).

Met het oog op de controleerbaarheid moet de grond of baggerspecie ook in dezelfde toepassing worden teruggebracht. In artikel 36 Bbk alsmede in de toelichting worden de woorden “dezelfde toepassing” expliciet genoemd. Toelichting begrip ‘op of nabij dezelfde plaats’: De term ‘op of nabij’ geeft enige speelruimte. Indien sprake is van dezelfde toepassing en aan de andere voorwaarden wordt voldaan, dan hoeft de grond of baggerspecie niet precies weer op de plaats van uitname te worden aangebracht. Hierbij kunnen de volgende voorbeelden worden gegeven: 

het in het kader van de (spoor)wegenbouw of –reconstructie wegnemen van bermgrond voorafgaand aan (spoor)wegverbreding en het opnieuw terugbrengen als bermgrond in de nieuwe berm (zelfde soort toepassing: berm wordt berm, maar niet op de exact zelfde plaats);

bij het verplaatsen van een sloot wordt de grond die vrijkomt uit de nieuw te graven sloot gebruikt om de bestaande sloot mee te vullen (bodem wordt weer bodem).

Samenvoegen van (kleine) partijen grond of baggerspecie Samenvoegen tot partij > 25 m3 Het samenvoegen van partijen grond of baggerspecie tot een partij die groter is dan 25 m3 is uitsluitend toegestaan door een BRL 9335 [20] of BRL7500 [19] gecertificeerd persoon of instelling (Art. 4.3.2 Regeling bodemkwaliteit). Samenvoegen tot partij < 25 m3 Het samenvoegen van partijen grond of baggerspecie van verschillende herkomst is uitsluitend toegestaan tot een hoeveelheid van 25 m3. Deze partij moet vervolgens worden afgevoerd naar een inrichting die erkend is voor de BRL 9335. Deze laatste uitzondering is gemaakt omdat het in de praktijk gebleken is, dat het voor veel hoveniersbedrijven, gemeentewerven en kleine aannemers vanuit economisch oogpunt niet haalbaar is om een erkenning voor de BRL 9335 te behalen.

pagina 14 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

3.2

Gebiedsspecifiek (lokaal) toetsingskader gemeente Someren

De gemeente Someren heeft de volgende aanvullende gebiedsspecifieke voorwaarden gesteld voor het hergebruiken van grond en baggerspecie. 3.2.1 Toepassen van grond en baggerspecie afkomstig uit het bodembeheergebied van de gemeente Someren Het gebiedsspecifieke bodembeleid zoals beschreven in deze paragraaf, is alleen van toepassing bij hergebruik van grond en baggerspecie afkomstig uit het bodembeheergebied van de gemeente Someren. Dit is van belang in verband met het stand-still-principe als beleidsuitgangspunt. Op lokaal niveau is een geringe verslechtering van de kwaliteit toegestaan, maar de gemiddelde kwaliteit van de grond binnen het totale bodembeheergebied wordt niet slechter. Het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit stelt dat de kwaliteit van een toe te passen partij grond of baggerspecie moet passen bij zowel de kwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. Om na te kunnen gaan of en welke knelpunten het generieke beleid voor de gemeente Someren oplevert, zijn de bodemkwaliteitskaarten vergeleken met de bodemfunctieklassenkaart. Hieruit volgt dat het generieke toepassingskader tot een aantal problemen kan leiden: 1)

Partijen grond (of baggerspecie) die vrijkomen op verdachte locaties moeten voor hergebruik worden gekeurd. Als hieruit blijkt dat het grond betreft van bodemkwaliteitsklasse wonen of industrie, dan is de partij door een gebrek aan afzetmogelijkheden veelal niet herbruikbaar binnen de gemeente Someren. Hierdoor moeten er hogere kosten gemaakt worden voor het afvoeren van de grond.

2)

Een groot deel van de gemeente Someren heeft een algemene bodemkwaliteit die voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (AW2000). De toe te passen grond op deze locaties dient ook te voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (AW2000), terwijl er op basis van de bodemfunctie licht verontreinigde grond (klasse Wonen of Industrie) zou kunnen worden toegepast. Met het aanvoeren van grond met kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (AW2000) zijn hogere kosten gemoeid, dan met het aanvoeren van grond van de klasse Wonen of Industrie.

3)

De milieubelasting van het verkeer vormt een bron van bodemvervuiling. Bij wegen vindt beïnvloeding van de bodemkwaliteit plaats door infiltrerend, afstromend en verstoven wegwater en door belasting via de lucht. Het is daarom niet zinvol schone grond (kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur) te gebruiken bij de aanleg van wegen inclusief bermen, wetende dat de bodem in een aantal jaren (licht) vervuild zal raken.

Om extra ruimte te creëren voor grondverzet kiest de gemeente Someren op grond van artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit voor gebiedsspecifiek beleid. De gemeente Someren kiest ervoor om bij het toepassen van grond en baggerspecie afkomstig uit het bodembeheergebied van de gemeente Someren de bodemfunctie leidend te maken bij de beoordeling of een partij grond of baggerspecie mag worden toegepast. De kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem wordt dus buiten beschouwing gelaten. Er vindt geen dubbele toets plaats; de kwaliteit hoeft alleen te passen bij de functie die de bodem heeft (dus alleen toetsing aan bodemfunctieklassenkaart). Dit betekent bijvoorbeeld dat op nieuw aan te leggen bedrijventerreinen grond en baggerspecie mag worden toegepast van de kwaliteitsklasse Industrie (of beter), mits deze uit de gemeente Someren zelf

pagina 15 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

afkomstig is. De gemeente Someren creëert hierdoor meer afzetmogelijkheden voor partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de toepassingseisen volgens het generieke toetsingskader. Het Besluit bodemkwaliteit schrijft het uitvoeren van een risicobeoordeling voor bij het vaststellen van lokale Maximale Waarden. Voordeel van het aansluiten bij de maximale waarden voor de standaard bodemfunctieklassen is dat een risicobeoordeling niet meer noodzakelijk is. Deze normwaarden leiden namelijk per definitie niet tot onaanvaardbare risico’s voor mens, dier en plant. Deze zijn namelijk reeds door de rijksoverheid op basis van een risicobeoordeling afgestemd op de meest gevoelige bodemfunctie; er kunnen dus geen gebruiksrisico’s ontstaan. De bodemfunctieklassenkaart geldt dus tevens als gebiedsspecifieke toepassingskaart voor grond afkomstig uit de gemeente Someren. In tabel 3.3 zijn de mogelijkheden voor grondverzet op basis van het gebiedsspecifiek kader van het Besluit bodemkwaliteit in de gemeente Someren weergeven. Tabel 3.3:

Mogelijkheden grondverzet Someren (Gebiedsspecifiek toetsingskader Besluit bodemkwaliteit) Ontgravingskaart Functieklasse2

Bodemkwaliteitszone 4

Bovengrond

Ondergrond

B1/O1. Bebouwde

Landbouw/

Landbouw/

kom industrie

Natuur

Natuur

B2/O2. Bebouwde

Landbouw/

Landbouw/

kom Wonen

Natuur

Natuur

Landbouw/

Landbouw/

Natuur

Natuur

B3/O3. Buitengebied B4. Wegbermen van asfaltwegen

5

Uitgesloten locaties1

Wonen

N.v.t.

Landbouw/ Natuur

Maximale toepassingswaarden3

Industrie

Industrie

Wonen

Wonen

Overig (landbouw/natuur)

Landbouw/ Natuur

Industrie

Industrie

Overig (landbouw/natuur)

Landbouw/ Natuur

Wonen

Wonen

Industrie

Industrie

N.v.t.

1) Op deze locaties wordt een slechtere bodemkwaliteit verwacht dan in de omgeving. 2) Binnen een bodemkwaliteitszone kunnen meerdere bodemfunctieklassen voorkomen (zie § 2.1). In deze tabel is de hoofdfunctie weergegeven. Industrieterreinen en bermen van verharde wegen welke bijvoorbeeld liggen in zone B2, hebben conform § 2.1 ook de functie Industrie, waardoor op basis van gebiedsspecifiek beleid het toegestaan is om grond met kwaliteitsklasse Industrie toe te passen. 3) De maximale toepassingswaarden gelden alleen voor grond en baggerspecie afkomstig uit de gemeente Someren (gebiedsspecifiek beleid). 4) De ontgravingskaart van de ondergrond wordt tevens representatief geacht voor grond afkomstig uit diepere bodemlagen dan 2 m-mv. Dit betekent dat de bodemkwaliteitskaart ook als bewijsmiddel van vrijkomende grond uit grotere diepten mag worden gebruikt.

pagina 16 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

5) Voor de ondergrond van de zone B4 ‘Wegbermen van asfaltwegen’, geldt voor het traject vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte de bodemkwaliteitszone ondergrond van het omliggend gebied.

3.2.2 Tijdelijke opslag Eén van de wettelijke voorschriften voor de tijdelijke opslag van grond of baggerspecie is dat de kwaliteit ervan beter moet zijn dan de kwaliteitsklasse van de onderliggende bodem indien de opslag langer duurt dan zes maanden. Bij grondverzet volgens het gebiedsspecifieke beleid van de gemeente Someren, leidt dit mogelijk tot problemen. Er kan zich namelijk een situatie voordoen waarin de ontvangende bodem bijvoorbeeld schoon is, maar waar wel partijen grond van de kwaliteitsklasse Wonen mogen worden toegepast op grond van het gebiedsspecifieke toetsingskader. Diezelfde partijen grond zouden daar dan niet tijdelijk mogen worden opgeslagen. Dat staat haaks op de definitie van tijdelijke opslag die in het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen: "De tijdelijke toepassing van grond/baggerspecie voorafgaand aan de definitieve nuttige toepassing". Gezien deze discrepantie is door de gemeente Someren het volgende besloten: 

Partijen grond die volgens de gebiedsspecifieke toepassingseisen op een bepaalde locatie binnen de gemeente mogen worden toepast, mogen eveneens - voorafgaand aan de definitieve toepassing – tijdelijk op deze toepassingslocatie worden opgeslagen.

De andere voorwaarden voor de tijdelijke opslag uit het Besluit bodemkwaliteit blijven onveranderd van kracht.

3.2.3 Bijmengingen bodemvreemde materialen in grond en baggerspecie Het Besluit bodemkwaliteit stelt in artikel 34 dat een partij grond en baggerspecie maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal (steenachtig materiaal of hout) mag bevatten, anders mag het niet als grond of baggerspecie worden toegepast. Alle andere bodemvreemde materialen (glas, metaal, plastic, piepschuim, ect.) mogen hoogstens sporadisch in de partij voorkomen. De gemeente Someren vindt het maximale percentage van 20 % in vele gevallen te hoog. Indien 20 % bodemvreemd materiaal zonder meer wordt toegestaan, ontstaat ook een verslechtering in bijvoorbeeld de fysische en cultuurtechnische eigenschappen. Bovendien kan verdergaande verwering van bodemvreemde materialen later alsnog leiden tot ongewenste bodembelasting met verontreinigende stoffen. Op grond van artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit wordt daarom bepaald dat binnen de gemeente Someren, met uitzondering van grootschalige bodemtoepassingen (exclusief leeflaag), alleen grond en baggerspecie mag worden toegepast met een maximaal percentage bodemvreemd materieel (steenachtig materiaal of hout) van 5 gewichtsprocent. Bovendien mag de toe te passen grond in de gemeente Someren geen visueel herkenbare asbesthoudende materialen bevatten.

pagina 17 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

3.3

Bewijsmiddelen

3.3.1 Bodemkwaliteitskaart Bij het hergebruik van binnen de gemeente Someren vrijkomende grond mag de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel worden gebruikt voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit. Voorwaarde hierbij is dat de actuele bodemkwaliteit op de betreffende herkomstlocatie (naar verwachting) overeenkomt met de bodemkwaliteit in de betreffende bodemkwaliteitszone. Er mag dus geen sprake zijn van een uitgesloten locatie (zie hieronder). Als de grond ook is voorzien van een geldig ander bewijsmiddel (partijkeuring, erkende kwaliteitsverklaring), dan geldt dat andere bewijsmiddel als milieuhygiënische verklaring, omdat deze een directere uitspraak doet over de kwaliteit van de betreffende partij grond of bagger dan de bodemkwaliteitskaart. 3.3.2 Uitgesloten locaties en gebieden

Om gebruik te kunnen maken van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel moet de herkomstlocatie 'onverdacht' zijn ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging c.q. een bodemkwaliteit hebben die naar verwachting niet afwijkt van de lokale bodemkwaliteitsklasse. Gelet hierop zijn de volgende verdachte locaties en gebieden uitgesloten: 

(voormalige) stortplaatsen;

(voormalige) saneringslocaties;

locaties waar bodemverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond;

locaties waar potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden of vinden;

locaties waar brand is geweest;

locaties waar bij calamiteiten mogelijk bodemvreemde stoffen op of in de bodem zijn gelekt;

locaties die zijn opgehoogd met materiaal van onbekende aard en/of samenstelling;

Rijkswegen en provinciale wegen inclusief de onverharde bermen;

Defensieterreinen;

(Voormalige) zinkassenwegen en erven;

Opritten aansluitend op (voormalige) zinkassenerven;

Waterbodems.

Deze verdachte locaties en gebieden zijn uitgesloten van het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel. De kwaliteitsklasse dient in dat geval op een andere wijze aangetoond te worden. Ook als in de grond bodemvreemd materiaal of andere zintuiglijke waarnemingen worden aangetroffen die duiden op een plaatselijke bodemverontreiniging (bijv. puin, koolas, sintels, asbest, olie-, oplosmiddelenof andere afwijkende geur, niet-natuurlijke verkleuringen, etc.), dan dient de grond als verdacht te worden beschouwd.

pagina 18 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

Toets herkomst Om te bepalen of een locatie onverdacht is, dient minimaal een bodemtoets uitgevoerd te worden. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van het formulier 'toets herkomst'. Bij gebruik van de bodemkwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel, dient dit formulier volledig ingevuld bij de melding te worden toegevoegd. Het formulier is opgenomen in bijlage 11. 3.3.3 Overige erkende bewijsmiddelen Wanneer de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel kan worden gebruikt, dient de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie op een andere wijze te worden aangetoond: 

Partijkeuring (AP04, SIKB BRL1000, protocol 1001 [21]);

erkende kwaliteitsverklaring;

fabrikant-eigenverklaring;

bodemonderzoek mits dat voldoet aan een van de volgende de onderzoeksstrategieën, bedoeld in NEN 5740; 

onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem (TOETS-S);

onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties (TOETS-S-GR);

onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof (KEU-I-HE).

waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 [22].

Andere onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 kunnen niet gebruikt worden erkend bewijsmiddel van de kwaliteit van de grond. Deze bodemonderzoeken kunnen enkel in combinatie gebruikt worden met formulier toets herkomst en de bodemkwaliteitskaart. Voor het toepassen van grond of baggerspecie op uitgesloten locaties en gebieden dient de kwaliteit van de ontvangende bodem vastgesteld te worden. Om de kwaliteit van de ontvangende bodem vast te stellen zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit: 

onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV);

onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie (ONV-GR);

onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting (ONB);

onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem (TOETS-S);

onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties (TOETS-S-GR);

onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof (KEU-I-HE).

Bij de bovenstaande onderzoeksstrategieën kan onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater en de kwaliteit van de grond van de ontvangende bodem, die zich bevindt op 0,5 m-mv en dieper, achterwege blijven.

pagina 19 van 39

NOTA BODEMBEHEER GEMEENTE SOMEREN

3.3.4 Bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten en waterschappen Vooralsnog zijn nog geen bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten geaccepteerd, zodat de kwaliteit van grond afkomstig uit andere gemeenten op dit moment moet zijn vastgesteld via een ander erkend bewijsmiddel (zie § 3.3.3). De gemeente Someren wil de mogelijkheid open houden om in de toekomst bodemkwaliteitskaarten van omliggende gemeenten en waterschappen te accepteren als milieuhygiënische verklaring. Hiervoor zou dan het generiek (landelijk) toetsingskader van toepassing zijn (zie § 3.1). De acceptatie van deze kaarten kan in dat geval door het college worden vastgesteld en hoeft niet nogmaals door de gemeenteraad te worden goedgekeurd. Met het vaststellen van voorliggende nota bodembeheer vindt automatisch delegatie plaats van de gemeenteraad naar het college van Burgemeester en Wethouders om voornoemde bodemkwaliteitskaarten te accepteren als milieuhygiënische kwaliteitsverklaring. 3.3.5 Werken in en met verontreinigde bodem (CROW400) De bodemkwaliteitskaart in deze nota bodembeheer kan gebruikt worden om een veiligheidsklasse volgens de CROW400 [23] af te leiden voor (graaf)werkzaamheden in de bodem. Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart is enkel toegestaan indien een vooronderzoek conform de NEN 5725 [24] is uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11799101/2